Toelichting De Leijerweg 6 Sint-Oedenrode vaststelling
Tekst van het document
Ten behoeve van het in beeld brengen van de stikstofdepositie voor de gebruiksfase dient uitgegaan te worden van de maximale planlogische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. In (de regels van) het bestemmingsplan zijn geen wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor de wijziging van de bestemming Bedrijf naar een andere bestemming zoals Agrarisch t.b.v. een veehouderij. Wél zijn enkele afwijkingsbevoegdheden opgenomen, waarmee middels een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan biedt de ruimte een omgevingsvergunning te verkrijgen voor het uitoefenen van een andere bedrijfsactiviteit, zolang dit bedrijf naar aard en invloed niet meer milieuhinder voor de omgeving opleveren dan de oorspronkelijk toegestane bedrijfssoort. Dit geldt ook voor toegestane stikstofdepositie, waardoor deze afwijkingsbevoegdheid niet ter zake doet. Wel biedt het bestemmingsplan de mogelijkheid om in de toekomst de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing met 15% uit te breiden. Deze situatie kan dan ook worden beschouwd als de maximale planologisch mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Het klein gedeelte van het plangebied met de bestemming ‘Agrarisch’ is niet in gebruik voor de productiefunctie en wordt dan ook niet machinaal bewerkt.
- 30 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Verkeersbewegingen Zoals in figuur 4.12 van voorliggende toelichting nader weergegeven zal de vestiging van TopGrass op het bedrijfsperceel leiden tot een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen. Op basis van een ruime schatting zullen in de nieuwe situatie maximaal 30 personenauto’s/bestelbusjes per etmaal en 2 vrachtwagens per etmaal de bedrijfslocatie bezoeken. Ten behoeve van de bedrijfswoning bezoeken daarnaast 4 personenauto’s per etmaal de bedrijfslocatie. Per dag bedraagt het totaal aantal personenauto’s (licht verkeer) hiermee maximaal 34 stuks en het aantal vrachtwagens (middelzwaar verkeer) maximaal 2 stuks. In het kader van de maximale planologische mogelijkheden wordt echter uitgegaan van 39 personenauto’s (licht verkeer) en 3 vrachtwagens (middelzwaar verkeer) per dag. Stookinstallaties Binnen het plangebied zijn in de eindsituatie 3 bedrijfsloodsen en 1 bedrijfswoning aanwezig. De woning wordt verwarmd met aardgaas. In de twee bestaande loodsen is geen stookinstallatie aanwezig. Hoewel de nieuw te bouwen loods (inclusief kantoorruimte) zeer waarschijnlijk gasloos wordt opgericht, wordt voor het berekenen van de toename van stikstofdepositie worst-case uitgegaan van de verwarming van beide gebouwen (woning én bedrijfsloods) middels een aardgasketel. De norm voor de emissie NOx ten gevolge van Wonen bedraagt 3,0 kg per jaar per woning.
In onderhavig geval wordt, vanwege het feit dat het hier gaat om een vrijstaande woning en een kantoorruimte, gerekend dat per jaar gezamenlijk 6,0 NOx vrijkomt. De maximale planologische mogelijkheden binnen het plangebied wijzigen niets aan de aanwezige stookinstallaties. Berekening Op basis van bovenstaande gegevens is middels het programma AERIUS Calculator 2020 de berekening uitgevoerd voor de mogelijke toename van de stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase. De gehanteerde ‘grenswaarde’ bedraagt 0,00 mol/ha/j. Een hogere waarde wordt beschouwd als een overschrijding. Hierbij is rekening gehouden met de tussenuitspraak ‘ViA15’ van de ABRvS van 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:105) waarin geoordeeld is dat AERIUS Calculator onvoldoende geschikt is om de bijdrage van vervoersbewegingen aan de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden op meer dan 5 kilometer afstand van de bron te berekenen. Gevolg van de tussenuitspraak in de zaak ViA15 is dat er in praktijk een losse, aanvullende AERIUS-berekening op basis van SRM2 met alleen wegverkeer moet worden gemaakt. Deze extra berekening wordt vervolgens samen met de volledige berekening aangeleverd bij het bevoegd gezag.
Het bevoegd gezag controleert beide berekeningen en neemt uiteindelijk het besluit op de volledige berekening, met de extra berekening als achtergronddocument ter onderbouwing dat de maximale rekenafstand van 5 km voor wegverkeer geen rol speelt in de beoordeling van het depositie-effect van het project.
- 31 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Dit houdt in dat er in onderhavig geval zowel een AERIUS berekening voor de totale gebruiksfase als voor enkel het wegverkeer (met maximale rekenafstand 5 km) is uitgevoerd. De rekenpunten voor de berekening van enkel het wegverkeer op basis van SRM2 zijn weergegeven in figuur 4.3.
Figuur 4.3: Overzicht rekenpunten wegverkeer AERIUS.
Uit de AERIUS berekening van de totale gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op de omliggende Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat door de gebruiksfase de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Ter onderbouwing is de aanvullende AERIUS berekening van enkel het wegverkeer op basis van SRM2 toegevoegd aan voorliggende toelichting. Er is geen sprake van een significante verslechtering van Natura 2000-gebieden door de gebruiksfase van het plan. Het aspect flora en fauna vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.
- 32 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
4.4
Gemeente Meierijstad
Water Waterbeheer is een essentieel onderdeel bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het Waterschap een aantal beleidsmatige uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze bij het project rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer Beleidskader Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Provinciaal Waterhuishoudingsplan van de provincie Noord-Brabant, het Waterbeheerplan ‘Waardevol Water’ van het Waterschap de Dommel, de Vierde Nota Waterhuishouding, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Kern van deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving. Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen.
De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en - 33 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken.
Meer dan voorheen gaan we daarbij: ▪ van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. ▪ van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. ▪ van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Keur Waterschap de Dommel 2015. In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en
- 34 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt.
Te bouwen bedrijfsloods: 860 m2
360 m
2
500 m2
Te verwijdering verharding: 1.000 m2
Figuur 4.4: Toevoeging en verwijdering verharding plangebied.
In onderhavige situatie wordt één nieuwe bedrijfsloods van 860 m2 opgericht. De plek waar de nieuwe bedrijfsloods wordt opgericht is in de bestaande situatie gedeeltelijk verhard met klinkers en gedeeltelijk in gebruik als speeltuin bij de woning. Als gevolg van bouw van de bedrijfsloods neemt het verhard oppervlak ter plaatse toe met ca. 500 m2. Als onderdeel van de ontwikkeling wordt daarnaast aan de oostzijde van het bedrijfsperceel ca. 1.000 m2 aan verharding verwijderd ten behoeve van de aanplant van een hoogstamfruitboomgaard. In figuur 4.4 zijn beide ontwikkelingen nader weergegeven. Per saldo neemt het verhard oppervlak als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling dan ook met 500 m2 af. Compensatie is op basis van het huidige beleid niet aan de orde omdat deze onder de ondergrens valt, die door het waterschap De Dommel wordt gehanteerd.
- 35 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Verplichte watervergunning bij aanpassen of dempen B-watergang Zowel aan de noord- als zuidkant van het plangebied zijn B-watergangen gelegen. Op het terrein ligt een B-watergang (OWL42353) op de locatie waar een nieuw bedrijfsgebouw is gepland. Bij het aanpassen of dempen van een B-watergang dient een watervergunning te worden aangevraagd door de initiatiefnemer. De maatregel mag geen wateroverlast veroorzaken.
Kenmerken huidige watersysteem Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Sint-Oedenrode. Zoals bovenstaand aangegeven neemt als gevolg van voorliggend initiatief het verhard oppervlak per saldo af. Voor de kenmerken van het plangebied is gebruik gemaakt van de bodematlas van de provincie Noord-Brabant. Bodem en grondwater De bodem in het plangebied bestaat uit een smeltrivierafzetting van leem en zand met zanddek. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt op een diepte van circa 40-80 centimeter beneden maaiveld. De Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) ligt op een diepte van 160-180 centimeter onder maaiveld. Dergelijke grondwaterstanden komen overeen met Grondwatertrap (GT) VI. Oppervlaktewater In het plangebied zijn een tweetal oppervlaktewateren in de vorm van watergangen aanwezig. Zowel aan de noordzijde van het plangebied als centraal binnen plangebied zijn een tweetal sloten gelegen, welke beide B-water-gangen betreffen. Riolering In het buitengebied van Sint-Oedenrode is voor het grootste gedeelte drukriolering aanwezig. Vuilwater wordt afgevoerd via de drukriolering. Drukriolering
- 36 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
heeft een beperkte capaciteit en is daarom niet geschikt voor de afvoer van hemelwater. Afvloeiend hemelwater dient derhalve niet afgevoerd te worden via de riolering waardoor vuilwater en hemelwater van elkaar gescheiden zijn. Gezien het feit dat de ontwikkeling van slechts één woning kleinschalig van aard is, zal de huidige capaciteit van het rioleringsstelsel de toename aan waterafvoer kunnen verwerken en behoeft dus geen aanpassing. De kosten voor aansluiting op het rioleringsstelsel zijn uiteraard voor de initiatiefnemer. Waardevol Water in Meierijstad (VGRP+ 2017-2022) De gemeente Meierijstad heeft per september 2017 een water- en rioleringsplan (VGRP+ Meierijstad) vastgesteld. In het plan streeft de gemeente ernaar dat nieuwbouwplannen hydrologish neutraal worden uitgevoerd. Als voorkeursvolgorde hanteert de gemeente: infiltreren - bergen - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar riolering. Uit onderstaande tabel, zoals opgenomen in het VGRP+, blijkt dat de gemeente Meierijstad ook voor ontwikkelingen onder de 2.000 m2 (0 tot 10.000 m2) compenserende maatregelen benodigd acht. Hiervoor wordt de bergende eis van 60 millimeter gehanteerd.
Figuur 4.5: Tabel uitgangspunten afvoer hemelwater door toename verhard oppervlak (bron: VGRP+ Meierijstad).
Zoals bovenstaand aangegeven neemt als gevolg van voorliggend initiatief het verhard oppervlak per saldo niet toe. Bij de nieuw te bouwen woning met bijgebouw wordt het hemelwater gescheiden afgevoerd van het afvalwater. Het afvalwater wordt afgevoerd op de aanwezige gemeentelijke drukriolering. Ten behoeve van het hemelwater wordt voorgesteld om bij de bouw van de bedrijfsloods grindkoffers toe te passen. Op deze manier vindt berging en infiltratie van dit hemelwater in de bodem plaats. Voor de woning, het bijgebouw en de erfverharding geldt dat voorzien dien te worden in een infiltratievoorziening met een capaciteit van: 650*0,06 = 39 m3. Een nadere definitieve keuze voor de toe te passen infiltrerende maatregelen dient gemaakt te worden bij de uitwerking van de aanvraag omgevingsvergunning bouwen voor de woning en het bijgebouw. Het aspect water vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.
- 37 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
4.5
Gemeente Meierijstad
Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht moet in planvorming rekening gehouden worden met bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. Daarnaast is in de Woningwet (Artikel 8) vastgelegd dat niet gebouwd mag worden op verontreinigde grond. Om de gezondheid en veiligheid van mensen die wonen en werken in een gebouw te garanderen, verplicht de Woningwet dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen in bepaalde gevallen een bodemonderzoeksrapport moet worden aangeleverd. In aanvulling hierop is in de Bouwverordening van de gemeente Meierijstad geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit door middel van onderzoek de bodemkwaliteit te worden vastgesteld. Ook bij nieuw gebruik voor gevoelige functies, zoals voorliggende bestemmingswijziging, kan bodemonderzoek nodig zijn. Bij de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied wordt de bestemming gewijzigd van Agrarisch naar Bedrijf ten behoeve van een hoveniersbedrijf. Door initiatiefnemer is aan Milon B.V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodem- en asbestonderzoek ter plaatse.
Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting. De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek zijn hieronder samengevat opgenomen en luiden als volgt: Conclusies en aanbevelingen Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse zijn ten hoogste licht verhoogde gehaltes en concentraties aangetoond. Vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht. Ter plaatse is geen indicatief asbestgehalte boven de norm van nader onderzoek aangetroffen. De locatie is daarmee onverdacht op het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk Met het uitgevoerde verkennend bodem- en asbestonderzoek is afdoende onderzoek gedaan om inzicht krijgen in de bodemkwaliteit ter plaatse van de geplande herinrichting van het bedrijf. Het aspect bodem vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.6
Kabels en leidingen In en in de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de provinciale risicokaart en het bestemmingsplan geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. - 38 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Als gevolg van voorliggend plan is geen sprake van nieuwe aansluitingen op de nutsvoorzieningen. De kleinere leidingen worden voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden middels een KLIC-melding in kaart gebracht. Het aspect kabels en leidingen vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.7
Bedrijven en milieuzonering Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te maken wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd. Deze dient er voor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende fysieke afstand tussen bedrijven en gevoelige objecten (zoals woningen), geen overlast, hinder of schade ontstaat. Afhankelijk van het bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden.
Wettelijk kader De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009), een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen. Omgevingstype In een intensief gebruikt gebied met veel functies en ‘bedrijvigheid’ wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. De VNG-handreiking hanteert daarom twee omgevingstypen, te weten ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Rustige woonwijk en rustig buitengebied “Een rustige woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.” Gemengd gebied “Een gemengd gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.
Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.” - 39 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Rondom het plangebied is sprake van een verscheidenheid aan bestemmingen zoals burgerwoningen, reguliere bedrijvigheid en agrarische bedrijvigheid. Zo zijn binnen een straal van 250 meter van het plangebied naast het hoveniersbedrijf onder meer een tweetal melkveehouderijen, een boomkwekerij, een klompenfabriek, een garagebedrijf, een koel- en opslagbedrijf, een therapeutische centrum en meerdere burgerwoningen gelegen. In figuur 4.6 is een uitsnede van de plankaart behorende bij het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode opgenomen, met daarop de verschillende bestemmingen en functies in de nabijheid van het plangebied weergegeven. In en rondom het plangebied is dan ook sprake is van een omgevingstype ‘gemengd gebied’. Wanneer sprake is van een omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Dit is mogelijk omdat een gemengd gebied vaak al een hogere milieubelasting kent. De richtafstand van 30 meter voor een bedrijf in milieucategorie 2 kan dan bijvoorbeeld worden verkleind tot 10 meter. Op basis van het voor het perceel vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’ worden in onderhavig hoofdstuk de aanwezigheid van milieubelastende functies in de nabijheid van het plangebied onderzocht.
Aangegeven wordt welke afstanden uit de VNG brochure van toepassing zijn en getoetst wordt of hieraan kan worden voldaan. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt of met de beoogde ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.
4. 3.
2. 8. 6.
1. 7.
- 40 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
5.
Figuur 4.6: Kaart met bestemmingen en functies rondom plangebied De Leijerweg 6-6A.
Milieuzonering als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt de vestiging van een hoveniersbedrijf op het bedrijfsperceel gemaakt. De totale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing wordt in voorliggend bestemmingsplan vastgelegd op 2.220 m 2, waarbij buitenopslag niet is toegestaan. Een hoveniersbedrijf met een b.o. groter dan 500 m2 wordt conform de VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ aangemerkt als een bedrijf in milieucategorie 3.1. De grootste richtafstand in gemengd gebied bedraagt hiermee 30 meter voor wat betreft geluid, zoals weergegeven in figuur 4.7. In de directe omgeving van het plangebied zijn een drietal woningen gelegen aan De Leijerweg 4, De Leijerweg 5 en Sterrebos 4. Het betreffen respectievelijk twee burgerwoningen en een agrarische bedrijfswoning. De afstand tussen de bestemmingsgrens ‘Bedrijf’ en de gevel van de naastgelegen burgerwoning aan De Leijerweg 4 bedraagt 32 meter. Hiermee wordt ten opzichte van deze woning aan de grootste richtafstand van 30 meter (voor geluid) voldaan. De afstand tussen de bestemmingsgrens ‘Bedrijf’ en de tegenover gelegen burgerwoning aan De Leijerweg 5 bedraagt 20 meter. Hiermee wordt ten opzichte van deze woning niet aan de richtafstand van 20 meter (voor geluid) voldaan. Het aspect geluid wordt in hoofdstuk 4.10 van voorliggende toelichting dan ook nader onderzocht.
De afstand tussen de bestemmingsgrens ‘Bedrijf’ en de agrarische bedrijfswoning aan Sterrebos 4 bedraagt 48 meter. Hiermee wordt in de huidige situatie ruimschoots aan de grootste richtafstand van 30 meter (voor geluid) voldaan. Om te bepalen of aan de richtafstand wordt voldaan dient echter uitgegaan te worden van de maximale planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Het agrarisch bouwvlak van het perceel Sterrebos 4 loopt tot de grens van het plangebied, waarbij middels de bestemmingsplanregels is bepaald dat de afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen niet minder mag bedragen dan 5 meter. Daarnaast heeft de binnen het plangebied beoogde groenstrook, met bestemming ´Groen´, een breedte van 5 meter. Hiermee wordt ten alle tijden een afstand van 10 meter in acht gehouden tussen de bestemmingsgrens ‘Bedrijf’ en een eventueel te herbouwen agrarische bedrijfswoning (of andere verblijfsruimte) aan Sterrebos 4. Formeel wordt - 41 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
hiermee dus niet aan de richtafstand van 30 meter voor geluid voldaan. Het aspect geluid wordt in hoofdstuk 4.10 van voorliggende toelichting dan ook nader onderzocht. VNG – Bedrijven en milieuzonering
richtafstand in meters
id
Omschrijving
geur
stof
geluid
gevaar
8.
Hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m2
10
0
30
0
Milieucat. 3.1
Figuur 4.7: Milieuzonering aannemersbedrijf (bron: VNG 2009, Bedrijven en milieuzonering).
Tot slot wordt als gevolg van het plan voor de bedrijfswoning, zoals opgenomen onder het persoonsgebonden overgangsrecht in de planregels, voor een periode van maximaal 10 jaar, het gebruik van deze woning door derden toegelaten. Deze derden zijn specifiek vastgelegd in de planregels, namelijk de personen die op het moment van vaststelling van onderhavig bestemmingsplan volgens de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Meierijstad als hoofdbewoner en diens partner staan ingeschreven op het adres De Leijerweg 6-6A te SintOedenrode. Dit betreffen de huidige eigenaren van de woning, die de woning in 2001 zelf gebouwd hebben en hier de afgelopen 20 jaaar hebben gewoond. Zij hebben tot op dit moment op de planlocatie eveneens de afgelopen 20 jaar een hoveniersbedrijf geexploiteerd. De feitelijke situatie wijzigt hierdoor als gevolg van voorliggend plan niet. Het persoonsgebonden overgangsrecht is opgenomen als overbrugging voor de huidige eigenaren om op zoek te gaan naar geschikte vervangende woonruimte. Milieuzonering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling De bedrijfswoning blijft als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling in zijn huidige vorm gehandhaafd (bestaand gevoelig object). De twee bestaande bedrijfsloodsen worden gebruikt voor opslag en zijn daarmee geen gevoelige objecten.
In de nieuw te bouwen bedrijfsloods worden een aantal werkplekken voor de binnendienst gecreëerd, waarmee er in dit gebouw gedurende een langere periode per dag mensen zullen verblijven. Hiermee wordt de te bouwen bedrijfsloods wel aangemerkt als nieuw gevoelig object en dient inzichtelijk gemaakt te worden dat voldoende afstand wordt aangehouden tussen deze loods en omliggende bedrijven. In onderstaande tabel zijn de hindercontouren van de bedrijfsmatige functies binnen een straal van 300 meter rondom het plangebied aangegeven. De nummering van de bedrijven komt overeen met in figuur 4.6 opgenomen nummers. De hindercontouren komen voort uit de voor de functie van toepassing zijnde richtafstanden uit de VNG handreiking. Betreffende richtafstanden zijn gemeten vanaf de grens van het perceel waarop de bestemming ‘Bedrijf’ (of andere milieubelastende functie) rust tot aan de gevel van de nieuw te bouwen bedrijfsloods aan De Leijerweg 6-6A. De afstanden gelden voor het zogenaamde gemengd gebied. Overschrijdingen van de richtafstanden zijn vetgedrukt. - 42 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Bedrijf
Richtafstand in meters
Afstand
id
adres
bestemming – functie
geur
Stof
geluid
gevaar
feitelijk
1
Sterrebos 4-4a
Agrarisch - melkvee
50
10
10
0
65 m.
2.
Sterrebos 1
Agrarisch - boomteelt
0
0
10
0
104 m.
3.
De Leijerweg 9
Agrarisch - melkvee
50
10
10
0
130 m.
4.
Schijndelseweg 46
Maatschapp. - kliniek
0
0
10
0
160 m.
5.
Schijndelseweg 36
Bedrijf - klompenfabriek
0
10
50
0
195 m.
6.
Schijndelseweg 57
Bedrijf - koelbedrijf
10
0
30
30
270 m.
7.
Schijndelseweg 53
Bedrijf - garagebedrijf
0
0
10
0
280 m.
Figuur 4.8: Overzicht en toetsing richtafstanden.
Uit figuur 4.8 volgt dat voor alle omliggende bedrijven voldaan wordt aan de geldende richtafstanden tot de gevel van de nieuwe bedrijfsloods. Hiermee kan gevoeglijk aangenomen worden dat ter plaatse van de bedrijfsloods sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de omliggende bedrijvigheid.
4.8
Geur Per 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader bij vergunningverlening voor geur veroorzaakt door veehouderijbedrijven. Voor een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of: ➢ Bestaande bedrijven door het plan niet worden belemmerd in huidige of toekomstige bedrijfsvoering; ➢ Er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het eerste punt wordt de zogenaamde toets op de ‘omgekeerde werking’ toegepast. Daarbij wordt uitgegaan van de geurnormen en de richtafstanden uit de Wet geurhinder (Wgv) of de gemeentelijke verordening. Voor het tweede punt moet worden getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of de gemeentelijke beleidsregel. Individuele geurhinder De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Deze wettelijke normen voor de voorgrondbelasting zoals vastgelegd in de Wgv zijn door de voormalige gemeente SintOedenrode overgenomen in haar ‘Verordening geurhinder en veehouderij’. Voor diercategorieën waarvan de geuremissiefactor per dier is vastgesteld, zoals varkens, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Deze bedraagt maximaal: ➢ 3,0 ouₑ/m³ binnen de bebouwde kom - 43 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
➢ 14,0 ouₑ/m³ buiten de bebouwde kom Voor dieren zonder geuremissiefactor, zoals melkkoeien en paarden, gelden minimaal de volgende aan te houden afstanden: ➢ ten minste 100 meter binnen de bebouwde kom ➢ ten minste 50 meter buiten de bebouwde kom Bij voorliggend initiatief wordt een bestaande agrarische bedrijfswoning omgezet naar een reguliere bedrijfswoning en wordt mogelijk gemaakt een nieuwe bedrijfsloods op te richten waarin een aantal werkplekken voor de binnendienst worden gecreëerd. In de directe omgeving van het plangebied zijn, zoals blijkt uit figuur 4.8, een tweetal melkveebedrijven gelegen. Op basis van de Wgv dient ten opzichte van deze bedrijven een vaste afstand van 50 meter buiten de bebouwde kom te worden aangehouden ten opzichte van geurgevoelige objecten. Deze afstand wordt in het kader van de omgekeerde werking gemeten vanaf de rand van het bouwvlak van beide bedrijven tot de gevel van de bedrijfswoning dan wel de bedrijfsloods. Aan de afstand van 50 meter wordt met respectievelijk 65 meter en 100 meter in de huidige situatie ruimschoots voldaan. Het bouwvlak op de planlocatie is op een kortere afstand dan 50 meter gelegen van de rand van het bouwvlak van het agrarisch bedrijf aan Sterrebos 4-4A. Binnen een afstand van 50 meter vanaf de rand van het bouwvlak van Sterrebos 44A mogen (op de planlocatie) geen geurgevoelige objecten worden opgericht.
Dit houdt in dat in deze zone van 50 meter door het bedrijf wel (opslag)loodsen kunnen worden gebouwd, maar geen verblijfsruimtes. De huidige oppervlakte aan bedrijfsbebouwing is in de planregels vastgelegd als zijnde de maximaal toegestane oppervlakte. Mocht in de toekomst bijvoorbeeld een bestaande bedrijfsloods worden afgebroken en herbouwd, dan dient met deze afstand van 50 meter rekening gehouden dan wel mogen in de te herbouwen bedrijfsloods geen verblijfruimtes worden gerealiseerd. Ten tijden van een aanvraag omgevingsvergunning bouwen voor zo een bedrijfsloods wordt aan deze afstand dan wel aan het feit of sprake is verblijfsruimtes binnen deze loods getoetst. Hiermee worden beide agrarische bedrijven niet beperkt in gebruiks- dan wel ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van voorliggend plan. Gecumuleerde geurhinder Om aan te tonen dat er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de gecumuleerde geurbelasting van alle omliggende veehouderijen, wordt getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of gemeentelijke beleidsregel. Voor de achtergrondbelasting zijn in de Interim omgevingsverordening normen opgenomen.
De gemeente Meierijstad heeft geen eigen waarden in haar beleid opgenomen, waardoor de volgende toetswaarden worden aangehouden: 10 ouₑ/m³ voor objecten in de bebouwde kom;
- 44 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
-
Gemeente Meierijstad
20 ouₑ/m³ voor objecten in het buitengebied.
Door de Omgevingsdiensten Zuid-Oost Brabant is onlangs een actuele geurkaart van de achtergrondbelasting in diverse Brabantse gemeenten, waaronder Meierijstad, opgesteld. In figuur 4.8 is een uitsnede van deze geurkaart opgenomen. Zoals uit figuur 4.9 blijkt is ter plaatse van de planlocatie sprake van een achtergrondbelasting in de range van 0-3 ouₑ/m³. De wettelijke norm van 20 ouₑ/m³ wordt hiermee niet overschreden.
Figuur 4.9: Uitsnede geurkaart achtergrondbelasting (Bron: Omgevingsdienst Zuid Oost Brabant).
Om het woon- en leefklimaat te beoordelen hanteert het RIVM voor de achtergrondbelasting geur de milieukwaliteitscriteria zoals opgenomen in figuur 4.10. De achtergrondbelasting ter plaatse van de drie woningen valt in de categorie 1-3 ouₑ/m³. Het woon- en leefklimaat ten gevolge van de achtergrondbelasting kan dan ook als zeer goed worden beoordeeld. Achtergrondbelasting (ou /m³ ) E
Mogelijke kans op geurhinder (%)
Beoordeling leefklimaat
1-3
<5
zeer goed
4-8
5-10
goed
9-13
10-15
redelijk goed
14-20
15-30
matig
21-28
20-25
tamelijk slecht
29-38
25-30
slecht
- 45 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
39-50
30-35
zeer slecht
51-65
35-40
extreem slecht
Figuur 4.10: Classificatie achtergrondbelasting (RIVM).
Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect geur geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
4.9
Gezondheid in relatie tot veehouderijen Door middel van toetsing aan het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) kan beoordeeld worden of voor een specifieke situatie er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Het stappenplan 2.0 wordt hieronder weergegeven, waarbij per stap een nadere toetsing plaatsvindt. 1. Voor varkens en pluimveebedrijven: endotoxine richtafstand. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de blootstelling aan endotoxine heeft de Gezondheidsraad een advieswaarde van 30 EU/m3 vastgesteld. De advieswaarde van de Gezondheidsraad voor endotoxine is een instrument ter bescherming van de gezondheid van omwonenden van veehouderijen. Rondom de planlocatie zijn binnen een straal van 1,0 kilometer vier varkenshouderijen gelegen. Deze varkenshouderijen en hun jaarlijkse PM10 (endotoxine) emissie zijn weergegeven in figuur 4.11.
Op basis van de vergunde fijnstofemissie kan door middel van onderstaande vergelijkingen worden berekend binnen welke afstand naar verwachting de advieswaarde voor endotoxine wordt overschreden.
Richtafstand
Werkelijke
Endotoxine
Afstand
115 m.
560 m.
Varkens: 181 kg. PM10/jaar
81 m.
990 m.
Varkens: 241 kg. PM10/jaar
98 m.
790 m.
id
Adres
Type bedrijf
1.
Schijndelseweg 75
Varkens: 328 kg. PM10/jaar
2.
Kampenweg 4
3.
Damianenweg 1A
- 46 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
4.
Damianenweg 5
Gemeente Meierijstad
Varkens: 576 kg. PM10/jaar
150 m.
910 m.
Figuur 4.11: Richtafstanden Endotoxine.
Bovenstaande richtafstanden worden conform het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0' aangehouden vanaf het emissiepunt van het bedrijf, zoals opgenomen in Web-BVB, tot aan de gevel van een gevoelig object. Hierbij wordt geen rekening gehouden met meteo-omstandigheden, daar de mogelijkheden om dit te doen vooralsnog ontbreken. Zoals weergegeven in figuur 4.11 wordt ruimschoots voldaan aan de geldende richtafstanden voor endotoxine. 2. Toename in emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak; De voorgenomen ontwikkeling betreft de omzetting van een agrarische bedrijfsbestemming in een bedrijfsbestemming. Hierbij vindt geen toename in emissies van geur, fijnstof en/of ammoniak plaats. 3. Geurbelasting; toetsen aan een aanvaardbaar woon-/leefklimaat; a. Wettelijke uitgangspunten In hoofdstuk 4.2 van voorliggende toelichting heeft een toetsing van de voorgenomen ontwikkeling aan de Wgv plaatsgevonden. Op de planlocatie is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft geur. b. Gezondheidskundige uitgangspunten Naast een toets op sec de wettelijke aspecten kan ook gekeken worden naar een gezondheidskundige beoordeling ten aanzien van het aspect geur. De GGD hanteert het standpunt dat het onderzoek van Geelen et al. (2015) op dit moment het best beschikbare beeld geeft voor deze gezondheidskundige beoordeling.
Bij de beoordeling van de geurbelasting hanteert de GGD het uitgangspunt dat maximaal 12% (woonkern) en 20% (buitengebied) geurgehinderd mag zijn. Dit betekent dat de gezondheidskundige advieswaarden voor het buitengebied door de GGD landelijk wordt gesteld op respectievelijk 5,0 OU/m3 voor de voorgrond en 10,0 OU/m3 voor de achtergrond. Zoals blijkt uit de toetsing uit hoofdstuk 4.8 van voorliggende toelichting worden aan deze gezondheidskundige advieswaarden voldaan.
- 47 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
4. Bij meerdere bedrijfsmatig gehouden diersoorten, de aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij; Niet van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot nieuwe situaties van het gemengd houden van varkens en pluimvee. 5. Geitenhouderij: binnen een straal van 2 kilometer van een gevoelige bestemming; of pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer van een gevoelige bestemming; of overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter liggen woon- of verblijfsruimten van derden; a. Geitenhouderijen Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. De provincie heeft een verbod van uitbreiding van geitenhouderijen ingevoerd. In het kader van de omgekeerde werking (gevoelige functies rond geitenhouderijen) wordt bekeken of er zich binnen 2 kilometer van het plan bedrijven met geiten bevinden. Binnen een straal van 2 kilometer van de planlocatie bevinden zich geen geitenhouderijen waar meer dan 50 geiten gehouden worden. Er is dan ook geen sprake van een onaanvaardbaar volksgezondheidsrisico ter plaatse van de planlocatie. b. Pluimveehouderijen Ook voor pluimveehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen.
Uit het VGO-2 rapport (2017) blijkt namelijk dat er binnen een straal van 1 kilometer rondom één pluimveehouderij omwonenden een verhoogd risico op longontsteking hebben. Echter moet worden benadrukt dat het hier om een hypothese gaat, en dat causaliteit nog niet door onderzoekers is vastgesteld. Met deze onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden bij de ontwikkeling en uitbreiding van pluimveehouderijen of de bouw van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van pluimveehouderijen. Binnen een straal van 1 kilometer van de planlocatie bevinden zich echter geen pluimveehouderijen . Er is dan ook geen sprake van een onaanvaardbaar volksgezondheidsrisico ter plaatse van de planlocatie. c. Overige veehouderijen Ook voor overige veehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen, namelijk 250 meter ten opzichte van gevoelige functies. Op het naastgelegen Sterrebos 4 bevindt zich een (niet intensieve) veehouderij waar sprake is van het houden van melkrundvee. Alsmede binnen 250 meter gelegen is het bedrijf aan de Leijerweg 9. Hier geldt de
- 48 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
aanduiding veehouderij en er is sprake van het houden van melkrundvee. 6. De aanwezigheid van mestbewerking en mestverwerking; Niet van toepassing. 7. De ongerustheid bij omwonenden; Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. De voorgenomen omzetting van de agrarische bedrijfsbestemming in een bedrijfsbestemming ten behoeve van een hoveniersbedrijf betreft geen ontwikkeling die leidt tot een toenemende onrust over de volksgezondheid. Uit het stappenplan volgt in principe dat niet wordt voldaan aan stap 5. Het stappenplan is bedoeld om situaties te toetsen waarin sprake is van (nieuwe) gevoelige objecten en/of veehouderijen. Met de beoogde ontwikkeling feitelijk geen wijzigingen plaats waarmee het aantal blootgestelden toeneemt binnen het plangebied. Met het plan vindt geen wijziging plaats die het aanvaardbaar woon- en leefklimaat negatief beïnvloedt. Voornoemde opmerkingen leiden dan ook niet tot de conclusie dat advies aangevraagd dient te worden bij de GGD. Derhalve kan dit aspect als akkoord worden beoordeeld. Afwegingskader geitenhouderijen Meierijstad Het college van B&W van Meierijstad heeft op 13 maart 2018 een afwegingskader vastgesteld met betrekking tot ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen. De ontwikkeling moet getoetst worden aan dit afwegingskader.
Concreet betekent dit dat in de gemeente Meierijstad voorlopig als volgt gehandeld wordt: ▪
Een uitbreiding van het aantal geiten in bestaande stallen of gebouwen wordt niet toegestaan, tenzij er geen gezondheidskundige bezwaren daarvoor zijn. Bij voorliggende ontwikkeling is geen sprake van de uitbreiding van het aantal geiten.
▪
Binnen een straal van 2 km rondom geitenhouderijen doet zich, vooralsnog, een extra risico voor. Daarom hanteert het college daar een extra zorgvuldigheid. Dat betekent dat met plannen voor het huisvesten of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen sowieso terughoudend omgegaan wordt. Er bestaat géén hard afwegingskader voor de toetsing van bouwplannen. Locatie, omgeving, het soort bedrijf en het soort ontwikkeling zijn telkens anders en vragen om maatwerk. Het gezondheidsbelang wordt
- 49 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
daarbij afgezet tegen bijvoorbeeld volkshuisvestelijke, sociale, economische en financiële belangen. Binnen een straal van 2 kilometer van de planlocatie zijn geen geitenhouderijen gevestigd. ▪
Aanvragers van plannen en nieuwe potentiële bewoners in het gebied worden geïnformeerd over het risico. Ook wordt hen gevraagd een verklaring daarover te ondertekenen. Het plangebied is niet gelegen in het genoemde gebied met geitenhouderijen.
Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
4.10
Geluid Ten aanzien van het aspect geluid zijn het wegverkeer en de bedrijven van belang. Voor het wegverkeerslawaai vormt de Wet geluidhinder het toetsingskader en voor de bedrijven de Wet milieubeheer (waaronder het Activiteitenbesluit). Daarnaast moet in het kader van de Wet ruimtelijke ordening sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wegverkeerslawaai De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten in de zin van de Wgh opgericht. Het nieuwe bedrijfsgebouw inclusief kantoorruimte zijn niet geluidsgevoelig in het kader van de Wgh. Daarnaast hoeft op basis van artikel 76 lid 3 van de Wgh de bestaande bedrijfswoning niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wgh. Industrielawaai Voor wat betreft het industrielawaai op de bedrijfswoning afkomstig van de bedrijven die rondom het plangebied gelegen zijn, wordt zoals aangegeven in hoofdstuk figuur 4.8 voldaan aan de van toepassing zijnde richtafstanden.
Hiermee kan worden aangenomen dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van het industrielawaai van omliggende bedrijven.
- 50 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Uit hoofdstuk 4.7 blijkt dat aan de richtafstand van 30 meter voor geluid voor een hoveniersbedrijf (omgevingstype ‘gemengd gebied’) uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ niet wordt voldaan ten opzichte van de tegenover gelegen burgerwoning aan De Leijerweg 5. De afstand van de bestemmingsgrens ‘Bedrijf’ aan De Leijerweg 6-6A tot de woning aan De Leijerweg 5 bedraagt namelijk 20 meter. Daarnaast wordt ook niet aan de richtafstand van 30 meter voldaan ten opzichte van de agrarische bedrijfswoning aan Sterrebos 4-4A. De afstand van de bestemmingsgrens ‘Bedrijf’ aan De Leijerweg 6-6A tot de woning aan Sterrebos 4-4A bedraagt weliswaar 48 meter, echter de afstand tot het meest dichtbij gelegen gedeelte van de tuin behorende bij deze agrarische bedrijfswoning bedraagt 20 meter. Om aan te tonen dat voor geluid sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter hoogte van de woning gelegen aan De Leijerweg 5 en ter hoogte van de woning aan Sterrebos 4-4A, is het stappenplan van de VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ doorlopen. Het stappenplan is weergegeven in bijlage 5.3 (blz 194/195) van de VNG-brochure. Onderstaand zijn de relevante aspecten uit dit stappenplan weergegeven. Stappenplan geluid VNG-brochure: 1. Indien de richtafstanden niet worden overschreden kan verdere toetsing in beginsel achterwege blijven. Het bouwplan is dan mogelijk.
De Leijerweg 5 De richtafstand van 30 meter wordt met een werkelijke afstand van 20 meter tussen de bestemmingsgrens ‘Bedrijf’ en de woning aan De Leijerweg 5 licht overschreden. Sterrebos 4-4A De richtafstand van 30 meter wordt met een werkelijke afstand van 48 meter tussen de bestemmingsgrens ‘Bedrijf’ en de agrarische bedrijfswoning aan Sterrebos 4-4A niet overschreden. De werkelijke afstand tussen de bestemmingsgrens ‘Bedrijf’ en de uiterste grens van de (privé)tuin behorende bij deze agrarische bedrijfswoning bedraagt echter 20 meter, waarmee de richtafstand van 30 meter wél licht wordt overschreden. 2. Indien stap 1 niet toereikend is: ▪ Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: ➢ 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde); ➢ 70 dB(A) maximale geluidniveaus LAmax (etmaalwaarde); ➢ 50 dB(A) verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). ▪ Vrijstelling is dan mogelijk.
- 51 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Om aan te tonen dat kan worden voldaan aan de normstelling uit Stap 2 dient inzicht te worden gegeven in de relevante bedrijfsactiviteiten van de inrichting. Om aannemelijk te maken dat ter hoogte van de woningen gelegen aan De Leijerweg 5 en Sterrebos 4-4A sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft geluid, wordt onderstaand inzicht gegeven in de relevante transportbewegingen en bedrijfsactiviteiten en de periodes waarin deze activiteiten plaatsvinden op het terrein. Transportbewegingen per dag Periode Dag (06.00u – 19.00u)
Avond (19.00u – 23.00u) Nacht (23.00u – 06.00u)
Aantal 20 10 2 0 0
Type Personenauto Bestelbus met aanhanger Vrachtauto -
Figuur 4.12: Dagelijkse verkeersbewegingen hoveniersbedrijf.
Het bedrijf betreft een hoveniersbedrijf in de aanleg en het onderhoud van sportvelden en openbaar groen. De bedrijfsactiviteiten vinden plaats op locatie bij de klant, veelal een gemeentelijk sportpark. De activiteiten op het bedrijfsperceel beperken zich dan ook tot het laden en lossen van materialen en de stalling van materieel zoals bussen en aanhangers. Op het terrein zijn verder geen andere geluidrelevante bronnen aanwezig. Door de gemeente Meierijstad is daarnaast aan de ontwikkeling de voorwaarde gesteld dat buitenopslag niet is toegestaan. Deze voorwaarde is tevens vastgelegd in de regels van voorliggend bestemmingsplan. Er vinden hiermee buiten dan ook geen geluidrelevante werkzaamheden plaats. De relevante activiteiten met betrekking tot geluid in en rondom het plangebied beperken zich hiermee tot enkel de transportbewegingen. Deze transportbewegingen vinden alleen in de dagperiode (tussen 06.00u en 19.00u) plaats. De bedrijfslocatie is zowel ‘s avonds als ’s nachts (af)gesloten. De bestelbusjes en aanhangers die aan het einde van de middag terugkeren op de bedrijfslocatie worden (vanwege diefstal) binnen in de bedrijfsloodsen gestald. Het laden en lossen van materialen op de bedrijfslocatie kent een zeer beperkte omvang. In bijna alle gevallen worden de benodigde materialen ten behoeve van de aanlegwerkzaamheden rechtstreeks op de projectlocatie geleverd.
Sporadisch zullen op de bedrijfslocatie door een leverancier met een vrachtauto materialen geleverd worden. De leveringen vinden niet dagelijks plaats. Desondanks is in figuur 4.12 uitgegaan van een scenario van 2 transportbewegingen met een vrachtauto per dag in de dagperiode. Naast een sporadische levering van materiaal, verzamelen uiteraard ‘s ochtends de medewerkers zich op de bedrijfslocatie voor vertrek richting klant c.q. projectlocatie. Het betreft hier maximaal 5 bestelbusjes met aanhanger - 52 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
die ’s ochtends vertrekken en aan het einde van de middag weer terugkeren op de bedrijfslocatie. Het gaat hierbij om 10 transportbewegingen met een bestelbusje met aanhanger per dag in de dagperiode. Tot slot arriveren ’s ochtends de medewerkers van het bedrijf met hun personenauto’s op de bedrijfslocatie en vertrekken aan het einde van de middag weer richting huis. Het betreft hier zowel de medewerkers buitendienst als enkele medewerkers van de binnendienst. In totaal gaat het om maximaal 10 medewerkers. Als gevolg hiervan vinden er 20 bewegingen met een personenauto per dag in de dagperiode plaats. De Leijerweg 5 Er is voor het perceel sprake van één bedrijfsinrit die op ruim 50 meter van de woning aan De Leijerweg 5 gelegen is. Laden en lossen van de materialen vindt primair plaats tussen de bedrijfsloodsen in en incidenteel aan de zuidzijde van het perceel, op een afstand van ten minste 60 meter van de woning aan De Leijerweg 5. Tot slot zorgt de nieuw te realiseren bedrijfsloods, die met haar voorgevel op 35 meter van de woning aan De Leijerweg 5 wordt opgericht, voor een afschermende werking ten aanzien van mogelijk geluid op de gevel van de woning. Sterrebos 4-4A Er is voor het perceel sprake van één bedrijfsinrit die op ca. 130 meter van de woning aan Sterrebos 4-4A gelegen is.
Laden en lossen van de materialen vindt primair plaats tussen de bedrijfsloodsen in en incidenteel aan de zuidzijde van het perceel, op een afstand van ten minste 65 meter van de (privé)tuin behorende bij de agrarische bedrijfswoning aan Sterrebos 4-4A. Tot slot zorgen de twee reeds bestaande bedrijfsloodsen, die met hun gevels op ten minste 65 meter van tuin aan Sterrebos 4 zijn gelegen, voor een afschermende werking ten aanzien van mogelijk geluid in deze tuin en op de gevel van de woning. Hiermee is ten aanzien van de woningen gelegen aan De Leijerweg 5 en Sterrebos 4-4A voldoende gemotiveerd dat het aspect geluid geen belemmering is voor het planvoornemen. Er wordt weliswaar niet voldaan aan de richtafstanden, maar uit de beschouwing volgt dat het voldoende aannemelijk is dat kan worden voldaan aan de normstelling uit stap 2 van de VNGpublicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Dit omdat uit de ruimtelijke motivering het volgende volgt: ➢ Alle activiteiten vinden plaats in de dagperiode (06.00-19.00 uur). ➢ Het aantal transportbewegingen is zeer beperkt: maximaal 20 personenwagenbewegingen, 10 bestelbus met aanhanger bewegingen en 2 vrachtwagenbewegingen.
- 53 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
➢ De in- en uitrit ligt op voldoende afstand van beide woningen. Deze afstand is meer dan 40 meter. Piekgeluiden van voertuigbewegingen in de dagperiode blijven binnen de normstelling van 70 dB(A). ➢ Het geluid richting de woning aan De Leijerweg 5 zal worden afgeschermd door een nieuw te realiseren bedrijfsloods. ➢ Het geluid richting de tuin en woning aan Sterrebos 4-4A wordt grotendeels afgeschermd door de twee reeds bestaande bedrijfsloodsen. ➢ Er vindt geen buitenopslag plaats. ➢ De buitenactiviteiten beperken zich tot laad- en losactiviteiten en stalling van materiaal zoals bussen en aanhangers. Voor wat betreft het aspect geluid zijn er hiermee geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
4.11
Luchtkwaliteit De ‘Wet luchtkwaliteit’ vormt per 15 november 2007 het toetsingskader voor nieuwe plannen en projecten in relatie tot de kwaliteit van de lucht. Als onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is de AMvB ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) opgenomen. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven volgens het wetsvoorstel niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Deze regeling is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren of vertragen. Met behulp van de NIBM-tool is de verkeersaantrekkende werking van de beoogde ontwikkeling in kaart gebracht. Hiervoor zijn de getallen met betrekking tot de verkeersbewegingen van het hoveniersbedrijf gehanteerd zoals opgenomen in figuur 4.1. De verkeersbewegingen ten behoeve van de bedrijfswoning zijn ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie. De uitkomst van de berekening van de NIBM-tool is in figuur 4.12 weergegeven. Uit figuur 4.13 volgt dat voorliggend initiatief een bijdrage van niet in betekende mate heeft op de luchtkwaliteit. Nadere toetsing van het effect van onderhavig plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde.
- 54 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Figuur 4.13: Uitkomst berekening NIBM-tool 2020 (bron: www.infomill.nl)
Met behulp van de NIBM-tool is de verkeersaantrekkende werking van de beoogde ontwikkeling in kaart gebracht. Hiervoor zijn de getallen met betrekking tot de verkeersbewegingen van het hoveniersbedrijf gehanteerd zoals opgenomen in figuur 4.1. De verkeersbewegingen ten behoeve van de bedrijfswoning zijn ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie. De uitkomst van de berekening van de NIBM-tool is in figuur 4.12 weergegeven. Uit figuur 4.13 volgt dat voorliggend initiatief een bijdrage van niet in betekende mate heeft op de luchtkwaliteit. Nadere toetsing van het effect van onderhavig plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit binnen het plangebied zelf. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. De bestaande bedrijfswoning blijf gehandhaafd. In de nieuwe situatie is daarmee sprake van één bestaand gevoelig object. De achtergrondconcentraties fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het plangebied zijn dermate laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden uit de GCN-kaarten van het RIVM zoals opgenomen in figuur 4.14 en figuur 4.15. De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 15 en 20 μg/m3.
De norm bedraagt 40 μg/m3 en op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 31,2 μg/m3. De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 10 en 15 μg/m3. De norm bedraagt 40 μg/m3. De conclusie is dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit. Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
- 55 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Figuur 4.14: GCN-kaart RIVM fijnstof (bron: geodata.rivm.nl)
Figuur 4.15: GCN-kaart RIVM stikfstofdioxide (bron: geodata.rivm.nl)
De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 15 en 20 μg/m3. De norm bedraagt 40 μg/m3 en op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 31,2 μg/m3. De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 10 en 15 μg/m3. De norm bedraagt 40 μg/m3. De conclusie is dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit. Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
4.12
Externe veiligheid Wettelijk kader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: ➢ Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); ➢ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); ➢ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee - 56 -
Bestemmingsplan ‘De Leijerweg 6-6A, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Binnen het invloedsgebied is een verantwoordingsplicht van het groepsrisico van toepassing. De specifieke eisen hieraan zijn vastgelegd in de besluiten Bevi, Bevb en Bevt. Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘ (art.
3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’. Beschouwing risicobronnen Met behulp van de risicokaart is nagegaan of er risicobronnen aanwezig zijn die van invloed zijn op het plangebied. Op circa 1.800 meter afstand van het plangebied ligt het Basisnet-wegtraject A50: afrit 10 (Eerde) – A58 (Eindhoven) wegvak B132. Volgens de tellingen van Rijkswaterstaat worden over Basisnettraject gevaarlijke stoffen vervoerd uit de categorieën LF1, LF2, GF3 en LT2 (bron: Rijkswaterstaat (2019), Lijst wegvakken data tellingen & Basisnet). Daarnaast ligt het plangebied op circa 250 meter afstand van de Schijndelseweg N637. Over de N637 worden gevaarlijke stoffen vervoerd uit de categorie GF3. Verder zijn in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen gevestigd die onder het regime van het Bevi vallen. Daarnaast zijn in en in de omgeving van het plangebied geen buisleidingen gelegen. Verantwoording groepsrisico Het vervoer van gevaarlijke stoffen uit de categorie LT2 over de rijksweg A50 heeft een invloedsgebied van 880 meter (bron: RIVM (2017), Handreiking risicoanalyse transport, p.19 tabel 4-2). Het invloedsgebied reikt niet over het