CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting BP Zwembadweg, Sint-Oedenrode

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan en Beeldkwaliteitsplan Zwembadweg Sint-Oedenrode29.370 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Hoofdstuk 4

55

(Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants5. Risicovolle activiteiten In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', etc. Doorwerking plangebied Met behulp van de nationale risicokaart is gekeken, welke risicobronnen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen. Een uitsnede van de risicokaart met het plangebied is weergegeven in figuur 4.4.

Figuur 4.4: uitsnede Risicokaart (plangebied blauw omcirkeld)

5

Zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

Hoofdstuk 4

56

Risicovolle inrichtingen Ten noorden van het plangebied is een risicovolle inrichting gelegen. Het betreft een bovengrondse propaantank behorende bij camping De Kienehoef, met een risicocontour afstand van 17 meter. Deze propaantank ligt op een afstand van minstens 500 meter van het plangebied en vormt derhalve geen belemmeringen. Overige risicovolle inrichtingen liggen op een afstand van meer dan 650 meter van het plangebied en vormen derhalve geen belemmering. Risicovolle buisleidingen Op circa 800 meter ten zuidwesten van het plangebied is een buisleiding gelegen. Het betreft de Aardgasleiding Z-544-01. De 100%-letaliteitsgrens voor deze leiding is gelegen op 50 meter. De 1%-letaliteitsgrens op 100 meter. Hiermee valt het plangebied niet binnen de risicoafstanden van deze buisleiding. De buisleiding vormt geen belemmering voor de beoogode woningbouwontwikkeling. Risicovolle transportroutes A50 Eindhoven - Oss Op circa 1,9 kilometer meter ten oosten van het plangebied bevindt zich de A50. Deze weg maakt onderdeel uit van het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. De weg kent geen PR 10-6-contour of plasbrandaandachtsgebied. Het invloedsgebied van 880 meter reikt niet tot het plangebied. De beoogde ontwikkeling ligt niet binnen het invloedsgebied van de autosnelweg A50.

4.13 Hoogspanningslijnen Op een afstand van circa 4.500 meter ten westen van het plangebied ligt een hoogspanningslijn. Gelet op deze afstand vormt dit aspect geen belemmering. Volgens de Netkaart van het RIVM geldt langs deze hoogspanningslijn een indicatieve zone van 100 meter. Het plangebied ligt hierbuiten. Hoogspanningslijnen vormen geen belemmering.

4.14 Spuitzones gewasbescherming In de directe omgeving van het plangebied zijn geen percelen aanwezig met een spuitzone gewasbescherming. Spuitzones vormen geen belemmering voor het plan.

4.15 Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Of daadwerkelijk advies wordt ingewonnen bij de GGD is een afweging van het bevoegd gezag.

Hoofdstuk 4

57

Toetsing aan het stappenplan heeft plaatsgevonden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Er wordt voldaan aan de endotoxinen richtafstanden voor varkens- en/of pluimveehouderijen (stap 1). De ontwikkeling leidt niet tot een toename in emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak (stap 2). De planlocatie is gelegen in een gebied met een acceptabele geurbelasting, zie ook paragraaf 4.9 (stap 3). De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van een varkensbedrijf en een pluimveebedrijf bedraagt meer dan 100 meter (stap 4). De planlocatie is niet gelegen binnen de straal van 2 km van geitenhouderijen (stap 5a) of binnen een afstand van 1 km van een pluimveebedrijf. Tevens is het plangebied niet gelegen binnen 250 meter afstand van overige veehouderijen (stap 5c). Er is geen sprake van een mestbewerking of mestverwerking als nevenactiviteit of zelfstandige activiteit (stap 6) en er is bij omwonenden geen ongerustheid over de volksgezondheid (stap 7). Het gehele stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) is doorlopen. Een advisering van de GGD hoeft niet te worden gevraagd voor dit plan. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico op deze locatie. Dit onderdeel zorgt dan ook niet voor belemmeringen.

Geitenhouderijen Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen 2 km van het plangebied liggen geen geitenhouderijen. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico Varkens- en pluimveehouderijen Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Voor de locatie geldt dat er geen sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico.

4.16 Verkeer en parkeren Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op de verkeersveiligheid, het aantal verkeersbewegingen en parkeervraag. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op de verkeersveiligheid, verkeersgeneratie en parkeerbehoefte. Verkeerstoets Ten behoeve van de woningbouwontwikkeling aan de Zwembadweg is er door Accent adviseurs een verkeerstoets opgesteld. Deze verkeerstoets geeft inzicht in de verkeerseffecten van de beoogde ontwikkeling. De volledige rapportage is opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen worden benoemd.

Hoofdstuk 4

58

Verkeersveiligheid Een analyse met de software van VIA heeft de objectieve (meetbare) verkeersonveiligheid in de wijk in kaart gebracht. Deze software geeft inzicht in door de politie geregistreerde ongevallen. De beschikbare date heeft betrekking op ongevallen en snelheden van diverse verkeersdeelnemers. De data geeft een goed beeld van verkeersonveilige situaties. De ongevallenanalyse laat zien dat in de periode 2014-2019 geen enkel geregistreerd ongeval plaatsvond op de wegen rondom de geplande nieuwe woonwijk. Op het kruispunt Schootsedijk-Schijndelseweg, als onderdeel van de beoogde ontsluitingsroute richting N637 en de A50, laat de analyse wel drie geregistreerde ongevallen zien (2014, 2017 en 2018). Het gaat om drie incidentele ongevallen, waarvan twee met letsel, zonder onderlinge samenhang. Verkeersmodel Het onlangs geactualiseerde regionale verkeersmodel is beschikbaar voor het doorrekenen van de verkeerseffecten. Het regionale model is onder aansturing van de provincie opgezet volgens de ‘Brabant Brede Model Aanpak’ (BBMA). Uitgangspunt voor de doorrekening is het toekomstjaar 2030. Het regionale verkeersmodel berekent op de meest betrouwbare wijze de verkeerseffecten van de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk. De beoogde ca. honderd woningen zijn derhalve toegevoegd als herkomst- en bestemmingslocatie is het verkeersmodel.

De toekomstige situatie (2030 met de nieywe woonwijk) geeft inzicht waar het extra verkeer gaat rijden en hoe groot de toenames zijn ten opzichte van de referentiesituatie (2030 zonder woonwijk). Tabel 4.10 toont de intensiteiten uit het verkeersmodel voor de twee situaties. De laatste kolom geeft het verschil, in dit geval de absolute toename, in motorvoertuigen per etmaal weer. Op etmaalniveau wordt zichtbaar dat de hoeveelheid verkeer op de wegen toeneemt. De aantallen zijn echter passend binnen de wegfunctie en de daarvoor gehanteerde theoretische maximum intensiteiten. Een vergelijking tussen de theoretische maximum capaciteit en prognoses voor 2030 met de aanvullende woningbouw, leidt tot de conclusie dat er geen problemen te verwachten zijn qua voertuigaantallen.

Hoofdstuk 4

59

Tabel 4.10 Intensiteiten verkeersmodel in mvt/etmaal (gemiddelde werkdag)

Kruispuntafwikkeling Er zijn verkeersberekeningen uitgevoerd voor de kruispunten:  Ollandseweg-Zwembadweg  Schijndelseweg-Schootsedijk De huidige inrichting van de kruispunten volstaat voor de afwikkeling van het verkeer in 2030. Aanvullende maatregelen zijn niet noodzakelijk. Inrichting Zwembadweg De Zwembadweg is voldoende breed en voldoet aan alle inrichtingskenmerken, met uitzondering van de verharding. Gezien de beperkte omvang van de toekomstige verkeersintensiteiten zijn aanpassingen aan de rijbaan niet noodzakelijk. Langzaam verkeer Het aantal verkeersbewegingen is beperkt. De verkeersveiligheid voor fietsers is voldoende gewaarborgd en aanvullende voorzieningen zijn daarom niet noodzakelijk. Fietsers maken in de 20 km/uurzones gebruik van de rijbaan. Dat kan prima op de Zwembadweg en aansluitende wegen. Er zijn voldoende mogelijkheden om vanuit de locatie naar de oostelijk gelegen woonwijken van het dorp te komen. In de oostelijk aangrenzende woonwijken zijn twee basisscholen die goed te voet of met de fiets te bereiken zijn. Aanvullende verbindingen zijn niet noodzakelijk. De Zwembadweg beschikt over een voetpad aan de oostzijde. Idealiter wordt bij het woonrijp maken van de woonwijk ook een voetpad aan de westzijde aangelegd.

Tevens verdient het de aanbeveling om, op de aansluitingen van de ontwikkeling op de Zwembadweg, oversteeklocaties naar de overzijde van de rijbaan te maken. Via het Mahlerplein kan in de toekomstige situatie op eenvoudige wijze een langzaam verkeer verbinding gerealiseerd worden met de nieuwe wijk. Voor de onderlinge bereikbaarheid van beide wijken en

Hoofdstuk 4

60

het stimuleren van het gebruik van de fiets is het aan te bevelen om op deze locatie de verbinding te maken. Om op de zwembadweg het gevoel van een woonstraat te even is het advies om te zijner tijd de asfaltverharding te vervangen door een open verharding. Om geluidhinder te voorkomen kan daarbij gedacht worden aan geluid reducerende klinkers. Aanvullend wordt de aanbeveling gedaan om het bestaande trottoir te verharden met grijze tegels, zodat dit beter als voetgangersruimte herkenbaar is. Verkeersgeneratie Voor de berekening van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de gemiddelde verkeersgeneratie in de publicatie “Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie” uitgegeven door het CROW (381). Het indicatieve richtprogramma met 107 woningen (zoals ook weergegeven in figuur 2.2) ziet er als volgt uit:  27 sociale huurwoningen;  15 middeldure huurwoningen;  11 goedkope koopwoningen;  31 middeldure koopwoningen;  23 dure koop / vrije sector woningen. Onderstaand in tabel 4.11 is de toekomstige verkeersgeneratie berekend voor dit indicatieve richtprogramma. Er wordt gerekend met de gemiddelde verkeersgeneratie van woningen in de rest bebouwde kom – weinig stedelijk, zoals opgenomen in de CROW-publicatie 381. En overeenkomstig de stedelijkheidsgraad in het parkeerbeleid 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' van de gemeente Meierijstad. Woningtype

Aantal

Verkeersgeneratie

Totaal

Sociale huurwoningen

27

5,6

151,2

Middeldure huurwoningen (huurhuis vrije sector)

15

7,4

111

Goedkope koopwoningen (tussen/hoek)

11

7,4

81,4

Middeldure koopwoningen (twee-onder-een-kap)

31

7,8

241,8

Dure koopwoningen

23

8,2

188,6

Totaal

107

774

Tabel 4.11 Verkeersgeneratie toekomstige situatie

In totaal bedraagt de gemiddelde verkeersgeneratie voor het indicatieve richtprogramma met 107 woningen 774 motorvoertuigen per etmaal. Wanneer er rekening wordt gehouden met een worst-case

Hoofdstuk 4

61

scenario van 110 woningen is er sprake van 798,6 motorvoertuigen per etmaal. In de berekening is voor de 3 overige woningen uitgegaan van dure koopwoningen. De door Accent Adviseurs uitgevoerde verkeerstoets geeft inzicht in de verkeerseffecten van de woningbouwontwikkeling. Geconcludeerd wordt dat de omliggende wegen de toename aan verkeersbewegingen goed kunnen verwerken. Parkeernormen en behoefte De gemeente Meierijstad heeft haar parkeerbeleid geregeld middels het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’, vastgesteld op 31 januari 2019. Het 'Paraplubestemmingsplan parkeren' heeft tot doelstelling om voor de bestemmingsplannen van de gemeente Meierijstad, de juridische link te leggen met “geldend parkeerbeleid” waar gemeentelijke parkeernormen onderdeel vanuit maken. Er dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden. Voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, te worden gevolgd. Berekening parkeerbehoefte woningbouw Ten behoeve van het voorzien van voldoende parkeergelegenheid is de parkeerbehoefte berekend met de parkeernormen overige kernen - rest bebouwde kom uit de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018'.

Gerekend is met 107 woningen, conform de huidige stedenbouwkundige tekeningen.

parkeernorm bezoekers

parkeerbehoefte bewoners

parkeerbehoefte bezoekers

Koop/huur vrijstaand

aantal 11

parkeernorm bewoners 2,1

0,3

23,1

3,3

Koop/huur 2 onder 1 kap

12

2,1

0,3

25,2

3,6

Koop/huur tussen/hoek

66

1,9

0,3

125,4

19,8

Koop/huur etage, goedkoop

18

1,5

0,3

27

5,4

totale parkeerbehoefte

107

200,7

32,1

exclusieve parkeercapaciteit bewoners Resterende parkeerbehoefte openbare ruimte

42 158,7

32,1

Tabel 4.12 Berekening parkeerbehoefte toekomstige situatie

De bruto parkeerbehoefte voor de woningen (bewoners en bezoekers) komt op 232,8 parkeerplaatsen, waarvan 200,7 voor bewoners en 32,1 voor bezoekers (zie tabel 4.12). Er worden 42 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Waardoor er nog een parkeerbehoefte is van 190,8 in de openbare ruimte, waarvan 158,7 voor bewoners en 32,1 voor bezoekers. Deze twee parkeerbehoeftes maken beide aanspraak op de dubbelgebruik regel. Dit omdat ze beiden in de openbare ruimte opgelost moeten worden. Tabel 4.13 toont de parkeerbehoefte naar aanwezigheidspercentages. Dit leidt tot een parkeerbehoefte van 169 parkeerplaatsen op het meest maatgevende moment (een werkdagavond).

Hoofdstuk 4

62

Bezetting parkeerplaatsen openbare ruimte (bewoners) Week Dagdeel

Koopavond

Ochtend

Middag

Avond

Zaterdag

Nacht

Middag

Zondag Avond

Middag

Aanwezigheidspercentage

50%

50%

90%

100%

80%

60%

80%

70%

Aantal

79,35

79,35

142,83

158,7

126,96

95,22

126,96

111,09

Bezetting parkeerplaatsen openbare ruimte (bezoekers) Week Dagdeel

Koopavond

Ochtend

Middag

Avond

Zaterdag

Nacht

Middag

Zondag Avond

Middag

Aanwezigheidspercentage

10%

20%

80%

0%

70%

60%

100%

70%

Aantal

3,21

6,42

25,68

0

22,47

19,26

32,1

22,47

totale parkeerbehoefte openbare ruimte naar aanwezigheidspercentages (bewoners en bezoekers)

82,56

85,77

168,51

158,7

149,43

114,48

159,06

133,56

Tabel 4.13 Parkeerbehoefte naar aanwezigheidspercentages

In het stedenbouwkundige plan is aangetoond dat er met onderhavige ontwikkeling ruimte is om te kunnen voorzien in het aantal benodigde parkeerplaatsen. Er zijn parkeerplaatsen gepland op openbaar gebied, daarnaast worden er parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein bij de woningen, deels op (binnen)hoven en een deel op de erven behorende bij de woningen. De finale benodigde parkeerplaatsen worden bepaald in het kader van de vergunningverlening. In de planregels van onderhavig bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat er voldoende parkeergelegenheid beschikbaar moet zijn. Effecten parkeren vanwege amoveren parkeerplaats Zwembadweg Door de ontwikkeling van onderhavig woningbouwplan vervalt de bestaande parkeerplaats aan de Zwembadweg. De bestaande parkeerplaats aan de Bremhorst zal hierdoor zwaarder belast worden. Om te beoordelen of door het amoveren van deze parkeerplaats een onaanvaardbare toename van de parkeerdruk op beschikbare parkeercapaciteit (Bremhorst en een aantal omliggende parkeerplaatsen) in de omgeving ontstaat, is een parkeeronderzoek uitgevoerd. Op basis van de parkeertelling en de resultaten hiervan is gebleken dat bij het vervallen van parkeerplaats Zwembadweg, de parkeerplaats Bremhorst toereikend is.

Op enkele momenten na stijgt de bezettingsgraad tussen het niveau 80 en 100%, met hierin 87% bezetting als maximale bezettingsgraad. Deze bezettingsgraad wordt aanvaardbaar geacht. Het realiseren van extra parkeerplaatsen is dan ook niet benodigd. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen.

Hoofdstuk 4

63

5.

JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding De aanleiding voor de herziening van het vigerende bestemmingsplan is de gewenste woningbouwontwikkeling aan de Zwembadweg in Sint-Oedenrode. Bij het opstellen van de herziening is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de in de bebouwde kom van Sint-Oedenrode vigerende bestemmingsplannen, het gemeentelijke ‘Handboek Bestemmingsplannen’ en het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen – Laaghangend fruit’. Het bestemmingsplan voldoet verder aan de vereisten van de SVBP 2012.

5.2 Systematiek van de regels Het bestemmingsplan bestaat uit de juridisch bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, regels omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de harde randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Hieronder wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hoofdstuk 1: Inleidende regels In artikel 1 wordt een omschrijving van de in de regels gehanteerde begrippen gegeven.

Artikel 2 geeft de meet- en rekenwijze aan:  Begrippen: In deze regels zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begrippen zijn alleen nodig wanneer die gebruikt worden in de regels en wanneer deze tot verwarring kunnen leiden of op meerdere manieren te interpreteren zijn.

Hoofdstuk 5

64

Wijze van meten: Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komt de bestemming aan de orde. De opbouw van de bestemming ziet er als volgt uit:  Bestemmingsomschrijving: de omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functie.  Bouwregels: in de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart).  Nadere eisen: in dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waaraan burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen. Alleen daar waar het wenselijk is om bij de vergunningverlening sturend te kunnen optreden, heeft de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen toegevoegde waarde. De bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen dient objectief begrensd te zijn en duidelijke criteria te bevatten.  Afwijken van de bouwregels: Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, bepaalde oppervlaktematen van bijgebouwen en herbouw van een woning buiten het bouwvlak, die conform de bouwregels niet zijn toegestaan, toch toestaan. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

 Specifieke gebruiksregels: in dit artikel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de in de bestemmingsomschrijving genoemde doeleinden.  Afwijken van de gebruiksregels: Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning, bepaalde vormen van gebruik, die conform de bestemmingsomschrijving niet zijn toegestaan, toch toestaan. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Hoofdstuk 3: Algemene regels In het derde hoofdstuk zijn de regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het gehele plan. De algemene regels zijn (evenals de inleidende regels) van belang voor een juiste interpretatie van de bestemmingsregels.  Anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

 Algemene bouwregels: deze regels geven algemene regels voor de bouw van ondergeschikte bouwregels en voor ondergronds bouwen.

Hoofdstuk 5

65

 

Algemene gebruiksregels: deze regels geven algemene regels over wat onder een strijdig gebruik wordt verstaan. Algemene afwijkingsregels: in deze regels zijn aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene wijzigingsregels: in deze regels is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregel(s) In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen:  Overgangsrecht: bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsregel houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Een hardheidsclausule is opgenomen zodat Het bevoegd gezag kan afwijken van het overgangsrecht voor gebruik.  Slotregel: deze regel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.3 Toelichting op de bestemmingen Hier wordt per bestemming een korte toelichting gegeven ter verduidelijking van de regels. Woongebied De hoofdbestemming binnen dit plan is ‘Woongebied’. De bestemming is flexibel van opzet. Dit betekent dat de bouw- en gebruiksregels kaderstellend zijn en de exacte positionering van de bouwpercelen, bebouwing, ontsluitingen, etc. niet vastliggen. Wel zijn binnen de bestemming duidelijke randvoorwaarden aan het bebouwen en gebruiken van de gronden gesteld. Binnen de bestemming zijn maximaal 110 woningen toegestaan. De gronden zijn bestemd voor onder andere het wonen in woningen, eventueel met een beroep/bedrijf aan huis, ontsluitingswegen (uitsluitend ter plaatse van de specifieke functieaanduidingen), woonstraten, -erven, verblijfsgebied e.d., groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en parkeervoorzieningen. De hoofdontsluitingen en aansluitingen op het omliggende weggennet zijn specifiek aangeduid. Aansluitingen voor gemotoriseerd verkeer mogen uitsluitend naar de Zwembadweg worden gerealiseerd op de twee daarvoor aangewezen zones. Voor een aantal zones zijn nadere detailleringen in de vorm van profielen opgenomen. De inrichting van de ontsluitingen/groenvoorzieningen moet hier aan deze profielen voldoen.

Hoofdstuk 5

66

De bouwregels zijn per bouwperceel geregeld. Hierbij is onderscheid gemaakt in de gronden voor de voorgevellijn van de hoofdgebouwen en de gronden achter deze voorgevellijn. Ten aanzien van de hoofdgebouwen zijn regels opgenomen met betrekking tot onder meer afstandseisen, hoogten, diepten, etc. De toegestane woningtypologieën (vrijstaand, twee-aaneen, aaneengebouwd, gestapeld of rug-aan-rugwoningen) zijn met zones op de verbeelding aangegeven. Dit geldt ook voor de maximale hoogten. Voor bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde is een erfbebouwingsregeling opgenomen. Verder zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen met het oog op het realiseren van de benodigde waterberging, voldoende parkeerplaatsen en voldoende karakteristieke geluidwering. Groen De gronden met de bestemming ‘Groen’ zijn onder andere bestemd voor onder meer groenvoorzieningen, gazons, paden, erfontsluitingen en speelvoorzieningen. Deze bestemming is opgenomen aan de zuidwestkant van het plangebied en in de meest noordelijke punt. Binnen de bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Verkeer – Verblijf en Verkeer - Onverhard De bestemming Verkeer – Verblijf is opgenomen ter plaatse van de Zwembadweg en de bestemming Verkeer – Onverhard ter plaatse van de weg Koningsvaren. Deze bestemmingen sluiten aan op de vigerende bestemmingen.

Waterstaat – Water en waterstaatswerk Deze dubbelbestemming is opgenomen ter plaatse van de bestaande A-watergang aan de Koningsvaren, inclusief het bijbehorende waterstaatswerk. Deze dubbelbestemming dient voor de bescherming van de belangen van behoud, beheer en instandhouding van de watergang. Binnen de dubbelbestemming gelden restricties aan het bebouwen van de gronden en het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden. Hiermee kan ook worden geborgd dat de woonkavels binnen de bestemming ‘Woongebied’ op voldoende afstand worden gerealiseerd.

Hoofdstuk 5

67

6.

UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid Financieel economische haalbaarheid Onderzoek is ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het onderhavige plan. Hierbij is inzicht verkregen in de opbrengsten en kosten die hiermee verband houden. Kostenverhaal Op grond van afdeling 6.4. van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen:  de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen;  de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen;  de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd;  de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt;  de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. Met het initiatief worden volgens het indicatieve richtprogramma 107 woningen en maximaal 110 nieuwe woningen mogelijk gemaakt.

Er is sprake van een aangewezen bouwplan, zodat er een noodzaak is voor het vaststellen van een exploitatieplan. Ten behoeve van de ontwikkeling heeft de gemeente in eerste instantie de grond aangekocht om deze bouwrijp te maken. Vervolgens verkoopt de gemeente de bouwrijpe grond aan de ontwikkelaar. Gemeente is zelf verantwoordelijk voor de grondexploitatie.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.

Hoofdstuk 6

68

6.2.1 Omgevingsdialoog Op 11 november 2022 heeft er een inloopavond / omgevingsdialoog plaatsgevonden voor de woningbouwontwikkeling Zwembadweg-Koningsvaren Sint-Oedenrode. Deze avond was bedoeld om omwonenden te informeren over de plannen. Aanwezigen konden tijdens de avond hun gedachten/meningen of suggesties kenbaar maken en er was gelegenheid tot het stellen van vragen. Daarnaast konden aanwezigen gebruik maken van het reactieformulier. In bijlage 12 zijn de verslagen van de twee sessies van de inloopavond opgenomen. Ook de ideeën, wensen en suggesties naar aanleiding van de inloopavond / omgevingsdialoog zoals aangegeven op de reactieformulieren zijn inclusief antwoorden opgenomen in bijlage 12.

6.2.2 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties, te weten de Omgevingsdienst Brabant-Noord en Waterschap De Dommel zijn in kennis gesteld van dit bestemmingsplan. De Omgevingsdienst Brabant-Noord heeft de verschillende milieuaspecten beoordeeld. Naar aanleiding van de opmerkingen van het Waterschap is de Waterparagraaf nader uitgewerkt. Het plan is met inachtneming van de beoordeling van de omgevingsdienst en het waterschap aangepast. 6.2.3 Inspraak De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. De gemeente Meierijstad heeft een algemene inspraakverordening. Daarin o.a. bepaald dat het bestuursorgaan kan besluiten van insprak af te zien als: a.

de insprekers al op een andere manier in een vroeg stadium bij de voorbereiding van het beleidsvoornemen zijn betrokken en voldoende aannemelijk is dat het bestuursorgaan daardoor alle relevante belangen bij zijn afweging heeft kunnen betrekken; Gezien er een omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden is een inspraakronde overbodig. 6.2.4 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vond plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van de procedure is het ontwerpbestemmingsplan gedurende een ter-

Hoofdstuk 6

69

mijn van 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijzen vanaf 10 augustus 2023. Gedurende deze termijn zijn in totaal 12 ontvankelijke zienswijzen ingediend. Deze zijn samengevat en beantwoord in de Notitie beantwoording zienswijzen en ambtelijke wijzigingen Zwembadweg Sint-Oedenrode. Tevens is een reactie ingediend door Waterschap de Dommel. Een reactie op deze instemming met opmerkingen is eveneens in de betreffende notitie opgenomen. De zienswijzen hebben geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het bestemmingsplan. Naar aanleiding van bijstellingen aan het stedenbouwkundig plan zijn op de verbeelding en in de planregels enkele wijzigingen van beperkte omvang doorgevoerd. Deze ambtelijke wijzigingen zijn eveneens opgenomen in de Notitie beantwoording zienswijzen en ambtelijke wijzigingen Zwembadweg Sint-Oedenrode. Het bestemmingsplan wordt vervolgens gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad van Meierijstad (14 december 2023). 6.2.5 Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan wederom gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State instellen tegen het vaststellingsbesluit.

Hoofdstuk 6

70

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Regiekaart Bijlage 2: Beeldkwaliteitplan Bijlage 3: Aanmeldingsnotitie m.e.r. Bijlage 4: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 5: Nader onderzoek vleermuizen Bijlage 6: Stikstofonderzoek Bijlage 7: Infiltratieonderzoek en waterparagraaf Bijlage 8: Bodemonderzoeken Bijlage 9: Formulier Historische toets t.b.v. vrijstelling bodemonderzoek Bijlage 10: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 11: Rapportage verkeerstoets Bijlage 12: Parkeeronderzoek Bijlage 13: Omgevingsdialoog

Regels

Inhoudsopgave Regels

5

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

6

Artikel 1

Begrippen

6

Artikel 2

Wijze van meten

14

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

15

Artikel 3

Groen

15

Artikel 4

Verkeer - Onverhard

17

Artikel 5

Verkeer - Verblijfsgebied

18

Artikel 6

Woongebied

20

Artikel 7

Waterstaat - Water en w aterstaatsw erk

29

Hoofdstuk 3

Algemene regels

31

Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

31

Artikel 9

Algemene bouw regels

32

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

34

Artikel 11

Algemene afw ijkingsregels

35

Artikel 12

Algemene w ijzigingsregels

37

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

38

Artikel 13

Overgangsrecht

38

Artikel 14

Slotregel

39

NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01

Pagina: 3 van 39

Datum:31-10-2023

NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01

Pagina: 4 van 39

Datum:31-10-2023

Regels

NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01

Pagina: 5 van 39

Datum:31-10-2023

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Zwembadweg, Sint-Oedenrode met identificatienummer NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01 van de gemeente Meierijstad; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde een gestapelde woning; 1.6 achtergevel een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel; 1.7 afhankelijke woonruimte een onderdeel van het hoofdgebouw of bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.8 antenne-installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.9 automatenhal een gelegenheid waar, al dan niet bedrijfsmatig, gelegenheid wordt geboden tot

vermaak, door middel van terbeschikkingstelling van mechanische, elektronische of andere vermaak-apparatuur; 1.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.11 bed & breakfast een kleinschalige verblijfsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt;

NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01

Pagina: 6 van 39

Datum:31-10-2023

1.12 bedrijf een inrichting voor de uitoefening van een bepaalde tak van industrie of handel; 1.13 bedrijfsvloeroppervlakte bij aan huis gebonden beroepen en aan huis gebonden bedrijven de totale vloeroppervlakte van de ruimten die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, een bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag-, wacht- en administratieruimten en dergelijke; 1.14 begane grondlaag de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks omsloten wordt vanaf het straatniveau; 1.15 beroep of bedrijf aan huis het beroepsmatig of bedrijfsmatig verlenen van diensten of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet zijnde detailhandel (met uitzondering van internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom), horeca en seksuele dienstverlening en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend; 1.16 bestaand bij bebouwing: bebouwing zoals legaal aanwezig conform het ter plaatse geldende bestemmingsplan, dan wel en onherroepelijke omgevingsvergunning voor het bouwen op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, dan wel bebouwing die mag worden gebouwd krachtens of bij de Woningwet; bij gebruik: gebruik zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen conform het voorheen geldende bestemmingsplan, dan wel op basis van een verleende

onherroepelijke omgevingsvergunning; 1.17 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.18 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.19 bijbehorend bouwwerk hieronder wordt verstaan: a. aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; b. aangebouwd bijbehorend bouwwerk: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; c. vrijstaand bijbehorend bouwwerk: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig, architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; d. uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag

NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01

Pagina: 7 van 39

Datum:31-10-2023

een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt; 1.20 bijzondere woonvorm a. een woonvorm waar bewoners nagenoeg zelfstandig wonen met (voorzieningen voor) verzorging en begeleiding (ook 24-uurs begeleiding); b. een groep personen die geen (duurzame) gemeenschappelijk huishouden voert, er is geen sprake van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid; c. woongroepen: een groep personen die er bewust voor kiezen om met elkaar in één woning samen te wonen, zonder dat er sprake is van een gezinsverband of samenlevingsvorm. 1.21 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.22 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.23 bouwlaag een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkanten van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,50 meter in hoogte verschillen.

Bij de bepaling van het aantal bouwlagen wordt de bouwlaag, welke grotendeels in de kap is gelegen (zogenaamde zolderverdieping) evenals de bouwlaag, welke grotendeels onder de begane grond is gelegen (zogenaamde kelder/souterrain) niet meegerekend; 1.24 bouwperceel aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan; 1.25 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.26 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.27 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01

Pagina: 8 van 39

Datum:31-10-2023

1.28 carport een bouwwerk, vrijstaand of aangebouwd aan een gebouw, ter vergroting van het woongenot, ondersteund door palen of kolommen, dat maximaal aan twee zijden gesloten is. Indien de carport wordt gebouwd tegen een gebouw op het aangrenzend perceel zijn er maximaal drie gesloten zijden toegestaan, tenzij in de bouwregels uitdrukkelijk is bepaald dat het een open constructie moet zijn. 1.29 cultuurhistorisch waardevol gebied gebied met een bepaalde cultuurhistorische waarde, bestaande uit waardevolle structuren (ontsluiting, waterhuishouding, verkaveling, beplanting en percelering); 1.30 dakvlak een hellend vlak in een dak; 1.31 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt; 1.32 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder belwinkel en internetcafé; 1.33 dove gevel een geluidwerende gevel zonder te openen delen, met uitzondering van openingen die toegang bieden naar niet-geluidgevoelige ruimten.

De gevel is zodanig opgebouwd, dat de ruimte aan de buitenzijde van een dergelijke gevel niet als 'buitenruimte' (tuin, terras, balkon) kan worden aangemerkt; 1.34 erker een aan nader bepaalde maatvoeringseisen verbonden ondergeschikt aangebouwd gedeelte van een woning aan een gevel; 1.35 evenement een in tijd begrensd voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak; 1.36 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.37 geluidgevoelig object een geluidgevoelig object als bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.38 geluidgevoelige ruimte een geluidgevoelige ruimte als bedoeld in de Wet geluidhinder;

NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01

Pagina: 9 van 39

Datum:31-10-2023

1.39 geluidluwe gevel een gevel die in beperkte mate door geluid wordt belast en waaraan ten minste één verblijfsruimte - met te openen delen - grenst. De gevelbelasting dient voor alle geluidsoorten aan de voorkeursgrenswaarden te voldoen; 1.40 gestapelde woning boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is; 1.41 hoofdgebouw een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.42 horecabedrijf een inrichting voor het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, zoals een bed & breakfast, discotheek en feestzaal, niet zijnde coffeeshops; 1.43 huishouden een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid.

Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; eigen kamer, maar gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer; personen worden niet door instelling geplaatst, er vindt geen behandelingstraject plaats. Bedrijfsmatige kamerverhuur en bijzondere woonvormen vallen niet onder het begrip 'huishouden'; 1.44 internethandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden via internet, zonder fysieke bezoekmogelijkheid (zonder showroom en afhaalpunt) en met opslag. Er is geen sprake van het ter plaatse afhalen of retourneren van een product dat via internet is besteld (en betaald). Het product wordt via de post aan de koper verzonden; 1.45 jongerenontmoetingsplaats een door het gemeentebestuur als zodanig aangewezen of ingerichte voor jongeren bedoelde openbare locatie, al dan niet met voorzieningen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.46 kantoren een ruimte of een complex van ruimten dat door indeling en inrichting is gebouwd en geschikt is voor administratieve en zakelijke dienstverlening, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate te woord wordt gestaan en geholpen;

NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01

Pagina: 10 van 39

Datum:31-10-2023

1.47 landschappelijke waarden de relatieve betekenis van de elementen die de opbouw van het landschap bepalen, zoals terreinvormen, hoogteligging, beplantingen, wegen, watergangen en bebouwing, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang; 1.48 ondergeschikt bouwdeel a. een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk en/of; b. ondergeschikte delen van een ondergronds bouwwerk die onzichtbaar zijn boven peil; 1.49 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden; 1.50 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen onder peil; 1.51 onderkomen voor verblijf geschikte - al dan niet aan de bestemming onttrokken - voer- en vaartuigen, arken, caravans en stacaravans voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken, alsook tenten; 1.52 open constructie een bouwwerk met maximaal twee gesloten wanden; 1.53 overkapping/carport een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw; 1.54 peil a. voor hoofdgebouwen: het bouwkundige peil dat minimaal gelijk is aan de wegkruin van de voorliggende weg of, indien niet direct aan een weg gebouwd wordt, de bestaande gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein; b.

voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw; c. in overige gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; d. indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil. 1.55 perceelsgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling; 1.56 pergola a. een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk geen gebouw zijnde, bestaande uit een constructie van verticaal geplaatste palen of kolommen op een onderlinge afstand van minimaal 1,50 meter h.o.h., gekoppeld op een bovenlegger met eventueel hierop onder een hoek van 90º geplaatste dwarsligger(s); b. de pergola mag tot maximaal 1 meter boven het maaiveld als een gesloten constructie worden uitgevoerd;

NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01

Pagina: 11 van 39

Datum:31-10-2023

c. tussen de kolommen mag gaas ter begeleiding van planten worden aangebracht; 1.57 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.58 rug aan rug gebouwde woning woningen, waarvan de achtergevel van het hoofdgebouw tegen de achtergevel van een ander hoofdgebouw is gebouwd; 1.59 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.60 standplaats Een op een openbare en in de open lucht gelegen plaats om goederen en/of diensten te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren, gebruik makend van mobiele middelen, zoals een boot, een kraam, een wagen of een tafel.

1.61 straatmeubilair openbare voorzieningen van geringe afmetingen, zoals banken, glasbakken, kledingcontainers, bloem- en plantenbakken, gedenktekens, speeltoestellen, straatverlichting, wegbebakening en -bewijzering en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.62 twee-aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen, alsmede door garages geschakelde woningen waarbij het hoofdgebouw aan één zijde op de zijdelingse perceelsgrens gebouwd mag worden; 1.63 verdieping de bouwlagen van een gebouw, gelegen boven de begane grondlaag; 1.64 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.65 voorgevellijn een denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.66 voortuin de gronden gelegen voor de voorgevellijn; 1.67 voorzieningen van algemeen nut voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer;

NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01

Pagina: 12 van 39

Datum:31-10-2023

1.68 vrijstaande woning een woning waarvan geen van de beide zijgevels van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelgrens staan, en niet door middel van bijbehorende bouwwerken met een andere woning is verbonden; 1.69 water al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.

1.70 waterhuishoudkundige voorzieningen waterhuishoudkundige voorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit; 1.71 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.72 wet/wettelijke regelingen indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals die luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan; 1.73 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.74 zijgevel een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw niet zijnde de achtergevel of voorgevel; 1.75 zolder ruimte onder een kap voor zover de hoogte van de borstwering ter plaatse van de omtrekmuren minder dan 80 centimeter boven de vloer is gelegen.

NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01

Pagina: 13 van 39

Datum:31-10-2023

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 afstand tot de bouwperceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.7 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

2.8 afstand tussen gebouwen de kortste afstand van de loodrechte horizontale projecties van de gebouwen; 2.9 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van scheidsmuren.

NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01

Pagina: 14 van 39

Datum:31-10-2023

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. voet- en fietspaden, erfontsluitingen; d. speelvoorzieningen, met uitzondering van een jongerenontmoetingsplaats; e. voorzieningen van algemeen nut; f. kunstwerken; g. waterlopen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen met bijbehorende werken en werkzaamheden; 3.2

Bouwregels

3.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd. b. De maximale goothoogte bedraagt 3 meter. c. De maximale oppervlakte van voorzieningen van algemeen nut bedraagt 20 m². 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. De maximale bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verlichting, speelvoorzieningen, bewegwijzering alsmede kunstobjecten bedraagt 8 meter. b. De maximale bouwhoogte van informatiezuilen, huisvuilcontainers, glasbakken, geluidwerende voorzieningen, met uitzondering van reclame-objecten bedraagt 2 meter. c. De bouwhoogte van overige bouwwerken bedraagt maximaal 5 meter. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:

NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01

Pagina: 15 van 39

Datum:31-10-2023

a. Opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. Het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. Het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; d. Het gebruik als jongeren ontmoetingsplaats; e. Prostitutie; f. Het bepaalde in sub a en b is niet van toepassing, voor zover het betreft: 1. tijdelijke opslag van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de in het plan aangegeven bestemming; 2. open opslag in het kader van het normale onderhoud van de gronden.

NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01

Pagina: 16 van 39

Datum:31-10-2023

Artikel 4

Verkeer - Onverhard

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer – Onverhard' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. onverharde wegen, paden en voorzieningen van openbaar nut; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. groenvoorzieningen; d. behoud, herstel en ontwikkeling van cultuurhistorische waardevolle gebieden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied'. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden zijn geen gebouwen toegestaan. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 3 m. 4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het verharden van onverharde wegen en paden.

NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01

Pagina: 17 van 39

Datum:31-10-2023

Artikel 5

Verkeer - Verblijfsgebied

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden; b. voet- en fietspaden, erfontsluitingen; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; e. straatmeubilair; f. speelvoorzieningen m.u.v. een jongeren ontmoetingsplaats; g. hondenuitlaatplaatsen; h. kunstwerken; i. voorzieningen van algemeen nut; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. het maximale oppervlak van een gebouw bedraagt 20 m²; b. de maximale bouwhoogte van een gebouw bedraagt 3 meter. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van bewegwijzering, verkeersregulering, verlichting alsmede kunstobjecten bedraagt maximaal 10 meter; b. de bouwhoogte van speeltoestellen bedraagt maximaal 8 meter; c. de bouwhoogte van kunstwerken bedraagt maximaal 6 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 5 meter. 5.3

Specifieke gebruiksregels

5.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens; d. het gebruik als jongeren ontmoetingsplaats; e. het bepaalde in artikel 5.3, sub a en b is niet van toepassing, voor zover het betreft: 1. tijdelijke opslag van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de in het plan aangegeven bestemming; 2. open opslag in het kader van het normale onderhoud van de gronden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=deed517a-4ebc-42b6-b6ee-c77a3707e90d