toelichting BP Zwembadweg, Sint-Oedenrode
Tekst van het document
NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01
Pagina: 18 van 39
Datum:31-10-2023
5.3.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging Alvorens de gronden in gebruik genomen worden voor de doeleinden als bedoeld in 5.1 sub a tot en met j, dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater ten gevolge van een toename van verhard oppervlak gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en de gemeentelijke verordening fysieke leefomgeving en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit; b. de compensatie dient ten minste naar evenredigheid van de realisatie van toename van verhardingen gerealiseerd te worden; c. de compensatie bedraagt ten minste 60 mm per m² verharding.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01
Pagina: 19 van 39
Datum:31-10-2023
Artikel 6
Woongebied
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen conform de definitie 'woning', al dan niet in combinatie met de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis met inachtneming van het bepaalde in artikel 6.5.2; b. ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van verkeer - ontsluiting 1' en 'specifieke vorm van verkeer - ontsluiting 2', tevens voor doorgaande ontsluitingswegen met een minimale breedte van 4,5 meter; c. woonstraten, woonerven, verblijfsgebied, paden en calamiteitenroutes, met dien verstande dat ontsluitingen voor gemotoriseerd verkeer op het omliggende wegennet, uitgezonderd calamiteitenroutes, uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - ontsluiting 1'; d. groenvoorzieningen, bermen en beplanting; e. speelvoorzieningen m.u.v. een jongeren ontmoetingsplaats; f. hondenuitlaatplaatsen; g. voorzieningen van algemeen nut; h. kunstwerken; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; j. voorzieningen ten behoeve van beheer en onderhoud; met de daarbij behorende: k. tuinen en erven; l. parkeervoorzieningen, in- en uitritten, voet- en fietspaden en stoepen. 6.2
Bouwregels
6.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Het aantal woningen binnen de bestemming mag niet meer bedragen dan 110, met dien verstande dat ten minste 25% van het aantal woningen als sociale huurwoningen, zoals bedoeld in de 'Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Meierijstad' zoals die geldt ten tijde van de vaststelling van het plan, te worden gerealiseerd en conform de bepalingen in de bedoelde verordening in stand te worden gehouden; b. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan in de volgende typologie: 1. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand', alsmede de gronden binnen 1,5 meter tot de aanduidingsgrenzen: voor vrijstaande woningen; 2. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen', alsmede de gronden binnen 1,5 meter tot de aanduidingsgrenzen: voor twee-aaneengebouwde woningen; 3. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd', alsmede de gronden binnen 1,5 meter tot de aanduidingsgrenzen: voor aaneengebouwde woningen; 4. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld', alsmede de gronden binnen 1,5 meter tot de aanduidingsgrenzen: voor aaneengebouwde woningen; 5. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1': voor rug-aan-rug gebouwde woningen; c. De goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; d.
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum
NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01
Pagina: 20 van 39
Datum:31-10-2023
goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; e. De maximale bouwdiepte bedraagt: 1. voor vrijstaande woningen: 15 meter; 2. voor twee-aaneengebouwde woningen: 12 meter; 3. voor aaneengebouwde wonigen en rug-aan-rug gebouwde woningen: 10 meter; 4. voor gestapelde woningen: de diepte van het aanduidingsvlak 'gestapeld'; f. De dakconstructie van een hoofdgebouw dient te bestaan uit een kap, met een minimale dakhelling van 15° en maximale dakhelling van 65°. Deze eis geldt niet voor gestapelde woningen; g. De afstand van een hoofdgebouw tot de voorste bouwperceelsgrens bedraagt: 1. bij hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' minimaal 3 meter; 2. bij vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen, anders dan bedoeld onder 1., minimaal 2 meter; 3. bij aaneengebouwde woningen minimaal 1 meter; 4. bij rug-aan-rugwoningen minimaal 3 meter; h. De afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens, voor zover het een zijde betreft waar de zijgevel van het hoofdgebouw naar de weg of het openbaar gebied is gekeerd, bedraagt: 1. bij vrijstaande woningen tot beide zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 3 meter; 2. bij twee-aaneengebouwde woningen tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 3 meter. 6.2.2 Gronden achter (denkbeeldig doorgetrokken) voorgevellijn Bouwwerken Voorwaarden Toegelaten bouwwerken a. hoofdgebouwen; b.
bijbehorende bouwwerken; c. carport; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bebouwd oppervlak a. achter de achtergevel van het hoofdgebouw en tussen zijgevel en zijdelingse perceelsgrens voor zover niet bebouwd met hoofdgebouw: maximaal 50%, met dien verstande dat deze eis niet geldt voor gestapelde woningen. Hoofdgebouw of uitbreiding van a. Het bepaalde in lid 6.2.1 is van toepassing. hoofdgebouw Bijbehorende bouwwerken De minimale afstand tot de voorgevellijn van het a. hoofdgebouw bedraagt 3 meter. b. De maximale goothoogte bedraagt 3,30 meter; c. De maximale bouwhoogte bij volledig platte afdekking bedraagt 3,30 meter; d. De kapconstructie is vrij te bepalen (platte afdekking of kap). Indien sprake is van een kapconstructie bedraagt de dakhelling minimaal 15° en maximaal 65°. e. De maximale bouwhoogte bij een kapconstructie bedraagt 6 meter, waarbij de denkbeeldige lijn onder de 45° gemeten op 3,30 meter hoogte ter plaatse van de perceelsgrens niet door het bijbehorend bouwwerk mag worden overschreden. f. Bij een platte afdekking mag op de uitbreiding geen balkon of dakterras worden opgericht.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01
Pagina: 21 van 39
Datum:31-10-2023
Carport
Niet-overdekt zwembad
Erfafscheidingen
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
g. Het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken, inclusief oppervlakte carport, mag per bouwperceel ten hoogste bedragen: 1: 200 m² voor bouwpercelen kleiner of gelijk aan 750 m²; 2: 225 m² voor bouwpercelen groter dan 750 m² en kleiner of gelijk aan 1000 m²; 3: 250 m² voor bouwpercelen groter dan 1.000 m². a. Een carport dient minimaal 1 meter achter de voorgevellijn gesitueerd te worden. b. De maximale bouwhoogte bedraagt 3,30 meter. c. De maximale oppervlakte bedraagt 25 m². d. Er is maximaal één carport toegestaan per bouwperceel. e. Indien bij twee naast elkaar liggende woningen aan dezelfde openbare weg de voorgevels van de woningen niet gelijk liggen, mogen, indien voor de carports 1 aanvraag wordt ingediend, danwel de carport van de dichtst bij de openbare weg gelegen woning reeds is gerealiseerd, de voorzijden van beide carports gelijkliggend worden gebouwd. De voorzijden van de carports moeten dan op 1 meter voor de voorgevel van de dichtst bij de openbare weg gelegen woning of minimaal 1 meter achter de voorgevel van de dichtst bij de openbare weg gelegen woning worden gebouwd. a. Een 'niet-overdekt zwembad' wordt niet wordt meegenomen in de berekening van het bebouwd oppervlak. b. De minimale afstand tot perceelsgrens van een niet overdekt zwembad bedraagt 2 meter. c.
De maximale oppervlakte van een niet overdekt zwembad bedraagt 10% van het bouwperceel, met een maximum van 100 m². a. De maximale bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt 2 meter, met dien verstande dat erfafscheidingen op zijerven grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied hoger dan 1 meter uitsluitend met een open constructie mogen worden uitgevoerd. a. De maximale bouwhoogte van afvalcontainers zoals glasbakken bedraagt 2 meter. b. De maximale bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen bedraagt 2 meter. c. De maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 3 meter
6.2.3 Gronden voor (denkbeeldig doorgetrokken) gevellijn (voortuin) Bouwwerken Voorwaarden Toegelaten bouwwerken a. bijbehorende bouwwerken uitsluitend in de vorm van erkers, entrees of carports; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01
Pagina: 22 van 39
Datum:31-10-2023
Bijbehorend bouwwerk in de vorm van een erker of entree
Carport
a. Maximaal één bijbehorend bouwwerk in de vorm van een erker mag voor de voorgevel en maximaal 1 meter achter de voorgevel worden opgericht. b. De kapconstructie is vrij te bepalen (platte afdekking of kap). Indien sprake is van een kapconstructie bedraagt de dakhelling minimaal 15° en maximaal 65°. c. De goothoogte bedraagt maximaal 3,30 meter bij uitvoering in één bouwlaag. d. De goothoogte bij uitvoering in twee bouwlagen wordt bepaald door de snijlijn van het denkbeeldig doorgetrokken dakvlak van het hoofdgebouw en de voorgevel van het bijbehorend bouwwerk. e. De maximale bouwhoogte bedraagt 3,30 meter bij volledig platte afdekking in één bouwlaag. f. De diepte bedraagt maximaal 1,60 meter, behoudens situaties als bedoeld onder d. g. Het maximale grondoppervlak bedraagt 8 m². h. De breedte over ten hoogste ½ van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bij uitvoering in twee bouwlagen. i. De breedte over ten hoogste 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw bij uitvoering in één bouwlaag, waarbij het restant deel van de breedte van de voorgevel mag worden overkapt. j. In afwijking van het vorenstaande onder a., h.
en i.: - indien voor de voorgevel van het hoofdgebouw van oorsprong al een entree is gerealiseerd, dan mag daarnaast een erker worden gerealiseerd over ten hoogste ½ van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw in twee bouwlagen; of - indien voor de voorgevel van het hoofdgebouw van oorsprong al een entree is gerealiseerd, dan mag daarnaast een erker worden gerealiseerd over maximaal 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw in één bouwlaag, waarbij het restant deel van de breedte van de voorgevel mag worden overkapt. k. In afwijking van het vorenstaande onder g., h. en i: - een erker mag vanuit de voorgevel aan de zijgevel van de woning worden gebouwd, waarbij de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 meter dient te bedragen en het maximale grondoppervlak 10 m² bedraagt. l. Bij een platte afdekking mag op het bijbehorend bouwwerk geen balkon of dakterras worden opgericht. a. De carport heeft een open constructie. b. De voorkant van de carport wordt op 1 meter voor of minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd. c. De bouwhoogte bedraagt maximaal 3,30 meter. d. De maximale oppervlakte bedraagt 25 m².
NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01
Pagina: 23 van 39
Datum:31-10-2023
Erfafscheidingen
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
e. Er is maximaal één carport toegestaan per bouwperceel. Indien bij twee naast elkaar liggende woningen aan dezelfde openbare weg de voorgevels van de woningen niet gelijk liggen, mogen, indien de carports tegelijkertijd worden aangevraagd, danwel de carport van de dichtst bij de openbare weg gelegen woning reeds is gerealiseerd, de voorzijden van beide carports gelijkliggend worden gebouwd. De voorzijden van de carports moeten dan op 1 meter voor de voorgevel van de dichtst bij de openbare weg gelegen woning of minimaal 1 meter achter de voorgevel van de dichtst bij de openbare weg gelegen woning worden gebouwd. a. De maximale bouwhoogte van erfafscheidingen bij rug-aan-rugwoningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' bedraagt 2 meter, voor zover het betreft de gronden tot 1,5 meter uit de voorgevel van het hoofdgebouw. b. De maximale bouwhoogte van erfafscheidingen, anders dan bedoeld onder a., bedraagt 1 meter. a. De maximale bouwhoogte van afvalcontainers zoals glasbakken en geluidwerende voorzieningen bedraagt 2 meter. b. De maximale bouwhoogte van een pergola bedraagt 3 meter. c. De maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt 1 meter.
6.2.4 Voorwaardelijke verplichting karakteristieke geluidwering a. De volgens de NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied mag aantoonbaar niet kleiner zijn dan 23 dB op toetspunt 1 en op toetspunt 2 t/m 4 niet kleiner dan 21 dB. Waarbij de toetspunten overeenkomen met de genoemde punten in het Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Zwembadweg Sint-Oedenrode”, met kenmerk 20211535.v01, opgesteld door De Roever Omgevingsadvies op 14 oktober 2021 b. De uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte heeft volgens de NEN 5077 een bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2 dB lager is dan karakteristiek geluidwering bedoeld in 6.2.4 lid a. 6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampen bestrijding.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01
Pagina: 24 van 39
Datum:31-10-2023
6.4
Afwijken van de bouwregels
6.4.1 Afwijken afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse of voorste perceelsgrens Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.1 sub g of j ten behoeve van een kleinere afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse, dan wel voorste perceelsgrens, mits: a. dit noodzakelijk is voor de praktische uitvoering van het plan c.q. met het oog op een doelmatige verkaveling; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid; d. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de sociale veiligheid. 6.4.2 Bijbehorende bouwwerken in zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.2 onder het kopje bijbehorende bouwwerken, voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk in de zijdelingse perceelsgrens met een maximale bouwhoogte van 6 meter, met dien verstande dat de vergunning uitsluitend verleend wordt als de bebouwing aan weerszijden van de perceelsgrens op dezelfde wijze aaneen gebouwd wordt, onder de voorwaarden dat: a. er geen afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige kwaliteit van het straatbeeld; b.
hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; c. de verkeerssituatie niet nadelig beïnvloed wordt. 6.4.3 Bijbehorende bouwwerken bij rug-aan-rugwoningen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.3 voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken voor de (denkbeeldig doorgetrokken) voorgevellijn van een rug-aan-rugwoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1', onder de voorwaarden dat: a. er geen afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige kwaliteit van het straatbeeld; b. de verkeerssituatie niet nadelig beïnvloed wordt; c. het woon- en leefklimaat voor de aangrenzende percelen niet onevenredig nadelig wordt beïnvloed; d. de oppervlakte per bouwperceel maximaal 6 m² bedraagt; e. de goothoogte maximaal 2,30 meter bedraagt en, voor zover een bijbehorend bouwwerk met een kap wordt afgedekt, de dakhelling gelijk is aan de dakhelling van het hoofdgebouw. 6.5
Specifieke gebruiksregels
6.5.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het plaatsen, het doen of laten plaatsen van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel, kampeerwagens (waaronder caravans), kampeerauto's en kampeertenten, behoudens het plaatsen van caravans, kampeerauto's en kampeertenten op de gronden achter de voorgevellijn, indien per woning niet meer dan één caravan, kampeerauto en/of tent wordt geplaatst; b. zelfstandige bewoning van bijbehorende bouwwerken.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01
Pagina: 25 van 39
Datum:31-10-2023
6.5.2 Beroep of bedrijf aan huis Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; c. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is; d. het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; e. het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein. f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, voor reclame-uitingen gelden de regels van de welstandsnota; g. het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); h.
het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. i. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; j. het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; k. er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; l. beroepen of bedrijven aan huis in de vorm van detailhandel (uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom) of horeca zijn niet toegestaan. 6.5.3 Specifieke vorm van groen - 1 Ter plaatse van de figuur 'dwarsprofiel 3' dient tussen de ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer ter plaatse van de aanduiding 'specieke vorm van verkeer - ontsluiting 2' en de weg Koningsvaren een (groene) verbinding conform het in Bijlage 1 opgenomen (dwars)profiel 'groene wig (os3)' te worden aangelegd en duurzaam in stand te worden gehouden.
6.5.4 Specifieke vorm van groen - 2 Op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van groen - 2' dienen in ieder geval groenvoorzieningen met een totale oppervlakte van minimaal 50% van het betreffende aanduidingsvlak aangelegd en in stand gehouden te worden, welke mogen bestaan uit: a. groenvoorzieningen, bermen, beplanting; b. paden en langzaamverkeersroutes; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. hondenuitlaatplaatsen; f. voorzieningen van algemeen nut; g. kunstwerken; h. voorzieningen ten behoeve van beheer en onderhoud.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0022023P-OW01
Pagina: 26 van 39
Datum:31-10-2023