CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 13 november 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Kom Schijndel 2013, herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel24.371 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor de woningbehoefte wordt niet alleen gekeken naar de korte maar ook naar de lange termijn. Waar het goede van het landelijk wonen wordt behouden en de meer stedelijke kern aantrekkelijker wordt gemaakt en wordt versterkt. En waar de gemeente samenwerkt met plaatselijke partners en inwoners, maar ook met de regio. De gemeente richt de aandacht op vier thema’s en de realisatiekracht van deze visie: 1. de dynamiek van de woningmarkt: een continue afstemming van de vraag naar passende woningen en het aanbod (bestaand en nieuw) in relatie tot de behoefte op de langere termijn onder wisselende omstandigheden; 2. wonen, welzijn en zorg: de samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving; 3. duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed;

42

4. leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. De gemeente Meierijstad geeft prioriteit aan inbreidingsplannen boven uitbreidingsplannen. De gemeente werkt aanvullend op deze woonvisie aan een transformatievisie. Daarin worden potentiële inbreidings- en transformatielocaties in kaart gebracht en wordt een afwegingskader opgenomen. De gemeente geeft tevens aan meer ruimte te willen bieden aan nieuwe woonvormen voor ouderen die willen doorstromen. Daarbij wil de gemeente de doorstroming van ouderen, eventueel met een zorgbehoefte, naar meer geschikte woningen stimuleren. De gemeente legt het accent op het bouwen voor de doorstroming door goede alternatieven te realiseren voor ouderen (de woonwensen van ouderen in met name de kleinere kernen) en dure scheefwoners (in met namen de grotere kernen). Daarbij wordt ingezet op inbreiding in bestaande kernen met aandacht voor kwaliteitsverbetering en zorgvuldig ruimtegebruik en behoud van de kracht van de kern. Een dergelijke kwaliteitsverbetering, die ook kan resulteren in unieke woonconcepten op unieke plekken is bijvoorbeeld wenselijk voor vastgoed dat niet meer voor het oorspronkelijke doel wordt gebruikt, leeg staat of al gesloopt is.

Doorwerking plan(gebied) Voorliggend initiatief ziet op inbreiding en verdichting en op herstructurering, herontwikkeling en transformatie van een bestaande bedrijfslocatie, horeca en meerdere detailhandelsvestigingen. Hiermee streeft het plan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik na. Met de realisatie van deze 69 wooneenheden in de vorm van (zorg)studio's, penthouses en appartementen kunnen met name de starters en eenpersoonshuishoudens goed bediend worden. De appartementen op de begane grond kunnen ook voor senioren interessant zijn. Het plan voorziet in: 12 kleine (zorg)woningen en 8 appartementen in de Toon Bolsiusstraat, 3 appartementen in de directiewoning gelegen in de Hof, 12 appartementen aan de Hoofdstraat, en 32 appartementen aan de S van Schijndel met daar bovenop 2 penthouses (voorkant Hoofdstraat/Looierij t/m Hof). De 12 sociale woningen aan de Toon Bolsiusstraat zijn zeer waarschijnlijk bedoeld voor jongvolwassenen/volwassenen met een zorgbehoefte vanuit een zorgprofiel met verblijf of beschermd wonen. Dit type woning past bij de wensen van de zorginstelling. Deze 12 studio’s betreffen sociale huurwoningen en worden dus niet beperkt in bestemming tot enkel zorgstudio’s.

43

Er is sprake van een gemengd programma met woningen voor in ieder geval starters en senioren en met differentiatie in prijssegmenten met 25 sociale huurwoningen. Ongeveer de volgende verdeling wordt aangehouden: 22% middeldure koopwoningen, 11% dure koopwoningen, 13% huurwoningen in het middensegment, 29% dure huurwoningen en 25% sociale woningen. Deze verdeling zou nog wat kunnen veranderen. Verdeling programma: Omschrijving Type woning Sociale huur Studio Sociale huur woning Midden huur woning Dure huur woning Midden koop woning Dure koop Woning Totaal

aantal 12 5 9 20 15 8 69

percentage 18% 7% 13% 29% 22% 11% 100%

Er wordt een Hof gebouwd omdat dit bewezen is een aantrekkelijke woonvorm te zijn. Dit bestaat al honderden jaren. Juist deze type woningen zijn bewaard gebleven omdat het er duurzaam en prettig wonen is. Totaal aantal woningen betreft 69. De ontwikkeling is in lijn met het streven van de gemeente Meierijstad naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, gevarieerde en passende woningen. Gezien de ligging van de locatie nabij voorzieningen, het type woningen en de prijsklasse(n) (goedkoop/midden/duur) zijn de nieuwe woningen met name bedoeld voor starters, doorstromers, éénpersoonhuishoudens, kleine gezinnen, tweepersoonshuishoudens en senioren. Het plan komt daarmee tegemoet aan een actuele behoefte. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Woonvisie Meierijstad 2018.

44

Actieplan woningbouw – Woningbouwoffensief Meierijstad en second-opinion op Actieplan Woningbouw: sneller en flexibeler (2022). Toetsingskader In 2021 heeft de gemeenteraad het 'Actieplan woningbouw - Woningoffensief Meierijstad' vastgesteld. Dit actieplan geeft aan hoe om te gaan met de hogere woningbouwprognoses die door de provincie voor de gemeente zijn afgegeven en hoe deze prognoses gecombineerd kunnen worden met het versnellen van de woningbouwproductie. Dit plan is geen nieuwe woonvisie. Die is in 2018 al geformuleerd. Wel wordt hier beschreven welke uitgangspunten uit de woonvisie 2018 aanpassing behoeven om zo de doelen uit dit actieplan te realiseren. Dit plan heeft als voornaamste doel om het aantal woningen dat jaarlijks gebouwd wordt te vergroten. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet die nodig is om de woningmarkt in Meierijstad beter te laten functioneren. Er wordt daarbij gefocust op de acties en maatregelen die hiervoor nodig zijn. Separaat aan dit actieplan worden aanvullende punten opgepakt waarbij een volgende stap gezet kan worden in het verbeteren van de woningmarkt. Denk daarbij aan de betaalbaarheid en de typologieën en de kwalitatieve verdeling van woningen. Woningbouw is onderdeel van integraal ontwikkelbeleid. In een toekomstvisie of Omgevingsvisie wordt dit integraal ontwikkelbeleid vorm gegeven.

In de gebiedsontwikkelingen van de gemeente, waar de woningbouw een plek moet krijgen, is de integrale afweging verder getoetst en uitgewerkt. Om deze versnellingsdoelstelling mogelijk te maken, wordt in dit actieplan de focus gelegd op nieuwbouw door middel van uitbreidingslocaties (instrument 1). Daarnaast wordt gekeken naar sturingsmogelijkheden bij nieuwbouw door huidige knelpunten in het traject van bouwaanvragen weg te nemen (instrument 2). Nieuwbouw De nieuwbouw voor binnenstedelijke permanente woningen betreft voornamelijk de harde en zachte plannen in de bestaande bouwplannen. De actie is hier vooral gericht op continue doorbouwen en doorstroming houden in de plannen. De gemeente wil daarbij het huidige gemiddelde van zo’n 400 woningen per jaar handhaven voor de komende jaren en bevorderen dat dit aantal in elk geval wordt gehaald. Bouwtempo De verwachte bouwplannen variëren niet alleen in hardheid, maar ook in de fasering van de

45

plannen en in het mogelijke bouwtempo. In de staaf 'bouwtempo' heeft de gemeente het programma uit de programma-staaf onderverdeeld in de categorieën gerealiseerd 2020 (420), kleinere, reguliere plannen die nu ook voornamelijk ontwikkeld worden en die met name inbreiding zijn (2.983) én de bouwplannen waarvan verwacht wordt dat die een extra impuls kunnen geven aan de versnellingsopgave (2.185). Deze laatste groep betreft bouwplannen van meer dan 20 woningen in bestaande uitlegplannen die ingezet kunnen worden voor de versnellingsopgave. De plannen spelen in verschillende kernen met als zwaartepunt Veghel (Veghels Buiten NO), Schijndel en Erp. De gemeente verwacht dat de kleinere, reguliere plannen in een zelfde bouwtempo als nu zullen worden voortgezet. Daarmee moet het huidige gemiddelde van zo’n 400 nieuwe woningen per jaar gerealiseerd kunnen worden. Daar blijft de gemeente op sturen en dat betekent ook dat de gemeente, nog nadrukkelijker dan voorheen, bouwplannen die maar niet tot definitief plan en/of ontwikkeling willen komen actiever gaat benaderen. Versnellingsacties De bestaande uitbreidingsplannen worden nog aangevuld met extra versnellingsacties. In deze versnellingsacties wordt voor 1.645 woningen gezocht naar bouwmogelijkheden, waarbij een realisatie binnen 10 jaar nagestreefd wordt.

Deze woningen zullen grotendeels in de kernen Schijndel en Sint-Oedenrode worden gepland. Met deze 1.645 woningen uit de extra versnellingsacties, bovenop de 2.185 woningen uit de bestaande uitbreidingslocaties, wordt gestreefd naar een duurzaam gelijkmatig hoger bouwtempo van minimaal 600 woningen per jaar voor de minimaal komende acht tot tien jaar. Doorwerking plan(gebied) Het toevoegen van 69 woningen draagt bij aan de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte naar minimaal 600 woningen per jaar in de gemeente Meierijstad. Door het realiseren van onderhavig (bouw)plan wordt een extra impuls kunnen geven aan de versnellingsopgave. Op deze manier wordt bijgedragen aan de 5.750 woningen waar volgens de prognose in 2040 behoefte aan is. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in het Actieplan Woningbouw (2021) en second-opinion op Actieplan Woningbouw: sneller en flexibeler (2022).

46

Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Meierijstad Toetsingskader Met een doelgroepenverordening borgt de gemeente dat de segmenten sociale huur, midden huur, sociale koop en sociale middel-dure koop voor de beoogde doelgroep ontwikkeld worden en behouden blijven. Met een koppeling aan het bestemmingsplan kan bij nieuwbouw geborgd worden dat de nieuwe woningen voor de beoogde doelgroep worden gerealiseerd en in stand blijven. In juli 2018 is de Woonvisie vastgesteld door de gemeenteraad van Meierijstad waarbij gewenste percentages voor diverse categorieën woningen zijn afgesproken. De doelgroepenverordening borgt deze woningcategorieën juridisch, waardoor de doelen uit de woonvisie beter bereikt kunnen worden. Onder de huidige marktomstandigheden van krapte en prijsopdrijving staat de beschikbaarheid van betaalbare woningen steeds verder onder druk. Dit publiekrechtelijke instrument draagt bij aan een duurzame, evenwichtige verdeling van de woningvoorraad in Meierijstad, door langdurig behoud van betaalbare woningen voor de doelgroep. De doelgroepenverordening heeft alleen betrekking op nieuwbouw van woningen. Een regeling in het bestemmingsplan geeft meer inzicht voor een potentiële koper/huurder in de toekomst.

Hiermee kan een toekomstige koper zelf zijn onderzoeksplicht uitvoeren en het bestemmingsplan raadplegen waardoor inzichtelijk is in welke categorie de woning valt en dus voor welke prijs verkocht of verhuurd mag worden. De maximale inkomensgrenzen omschrijven voor welke doelgroep welke type woning beschikbaar is. Voor de gereguleerde sociale huursector is dit de DAEB-norm. Dit is de toelatingsgrens voor sociale huurwoningen, welke is vastgelegd in de Wet op de huurtoeslag. Omdat het aantal sociale koopwoningen zeer schaars is, is er voor gekozen om ook hier een doelgroep op basis van een inkomensgrens aan te verbinden. Voor sociale koop en een bovengrens van € 390.000,- (prijspeil 2024) voor sociale middeldure koop. Om deze grens aan te kunnen houden biedt de wetgever een mogelijkheid om deel te nemen aan een experiment op basis van Crisis- en Herstelwet waarbij sociale koopwoningen verkocht mogen worden voor maximaal de NHG-kostengrens. *Daarbij mogen op basis van de geldende wet- en regelgeving gebruik gemaakt worden van regelingen en subsidies zoals gepubliceerd door de rijksoverheid.

47

Doorwerking plan(gebied) Het plangebied wordt ingericht met 69 wooneenheden in de vorm van 12 (zorg)studio's, 2 penthouses en 55 appartementen. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Meierijstad. Woonzorgvisie 2024 Toetsingskader Wettelijk kader verandert: relatie met Omgevingswet en Wet versterking regie volkshuisvesting. Gemeenten worden met de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) vanaf 2026 verplicht een Woonzorgvisie op te stellen. In de visie moeten zij aangeven hoe ze invulling geven aan de vraag naar woonruimte van ouderen. Vergrijzing zet door, aantal jongeren daalt We zien dat het aandeel mensen in de leeftijd 30-54 jaar globaal op peil blijft. Zij zorgen met name voor aanwas van de jongste categorie 0-14 jarigen. Vooral het aandeel ouderen boven 75 jaar neemt stevig toe. Die trend van de afgelopen tien jaar zet voorlopig door, met ruim een verdubbeling van het aantal ouderen boven 85 jaar. Er komen meer ouderen met vermogen en een relatief hoger inkomen. Ze pakken meer regie over hun eigen leven. Dit heeft effect op de woonopgave voor ouderen. Ouderen willen wel willen verhuizen, maar het alternatieve, geschikte aanbod ontbreekt.

Integraal Actieplan Doorstroming De gemeente zet in op het op gang krijgen van doorstroming op de woningmarkt en dan vooral van ouderen uit eengezinswoningen naar levensloopbestendige woningen. Daarmee komen eengezinswoningen vrij voor bijvoorbeeld (startende) gezinnen en expats. Hierbij is er oog voor de sociale component: doorstroming in eigen buurt of kern, met het oog op bestaande sociale verbanden. Levensloopbestendig woning is de norm. Daarmee wordt tevens gewerkt aan een flexibele woningvoorraad voor de langere termijn.

48

Bij binnenstedelijke ontwikkelingen zet de gemeente in op levensloopbestendige- en seniorenwoningen (rollatorgeschikt) en doorstroming in de eigen wijk en ligt de focus op seniorenwoningen (rollatorgeschikt) om doorstroming in eigen wijk/kern op gang te brengen. Doorwerking plan(locatie) Het op de markt brengen van de op te richten woningen kan zorgen voor een stimulans op de doorstroming binnen de woningmarkt binnen de kern Schijndel en de gemeente Meierijstad. Het planvoornemen is daarmee in lijn met het streven van de gemeente Meierijstad naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, gevarieerde en passende woningen. Het plan komt tegemoet aan een actuele behoefte. Het plan sluit expliciet aan bij de ambitie en wens die gemeente Meierijstad uitspreekt in haar Woonvisie Meierijstad. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten, zoals verwoord in de Woonzorgvisie 2024. Programma Water en Riolering (PWR) Meierijstad 2022-2026 Toetsingskader Het Programma Water en Riolering (PWR) Meierijstad 2022-2026 is het plan van de gemeente Meierijstad om invulling te geven aan haar taken op het gebied van water en riolering. Het plan beschrijft de visie en doelstellingen voor de komende jaren, met een focus op klimaatadaptatie en het duurzaam beheren van water.

Het PWR is een belangrijk instrument voor Meierijstad om haar ambities op het gebied van water en riolering waar te maken en een klimaatadaptieve gemeente te worden. Het plan is in lijn met de Omgevingswet, die de gemeente meer mogelijkheden biedt om integraal beleid te voeren. Doorwerking plan(locatie) Voor de waterparagraaf die ten behoeve van onderhavig bouwplan is opgesteld, wordt verwezen naar paragraaf 5.5 van deze motivering en de hieraan gekoppelde Weging van het waterbelang (bijlage 5). Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten, zoals verwoord in Programma Water en Riolering (PWR) Meierijstad 2022-2026.

49

Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) van Meierijstad Toetsingskader De Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) van Meierijstad is een integrale verordening die regels bevat over verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals die van toepassing zijn op Meierijstad. Deze verordening brengt regels uit diverse gemeentelijke verordeningen samen in één document, om zo de regelgeving over de fysieke leefomgeving te stroomlijnen. De VFL regelt onder andere: • Activiteiten die vallen onder de Omgevingswet en niet in een bestemmingsplan thuishoren. • Regels over bomen, erfgoed, markten en ligplaatsen voor boten. • Zorgplichten bij activiteiten met nadelige gevolgen voor de leefomgeving. • Het voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden op openbare plaatsen. • Het verbod op het langdurig parkeren van defecte voertuigen op de weg. Het doel van de VFL is om de regels voor de fysieke leefomgeving overzichtelijk en toegankelijk te maken voor zowel burgers als bedrijven. Doorwerking plan(gebied) De VFL is op onderdelen van toepassing op onderdelen van onderhavig plan. Zo bevat onderhavig bestemmingsplan de ‘specifieke bouwaanduiding - gemeentelijk monument’.

Verder is in hoofdstuk 6 ‘Afvoer hemelwater en grondwater’ het volgende doel opgenomen: ‘Het doel van de regels in dit hoofdstuk is het tegengaan van de verdroging en het ontlasten van riolering en rioolwaterzuiveringsinstallaties. Daartoe worden regels gesteld om de opvang van regenwater op eigen terrein te bevorderen en het lozen van hemel- en grondwater op de openbare riolering te voorkomen.’ Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten, zoals verwoord in de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) van Meierijstad. Nota Parkeernormen gemeente Meierijstad 2025 Toetsingskader De Nota Parkeernormen 2025 voor Meierijstad geeft richtlijnen voor de parkeervraag in relatie tot woningbouw en andere functies. Het document richt zich op het bepalen van parkeernormen voor zowel auto- als fietsparkeren, rekening houdend met

50

stedelijkheidsgraad en mobiliteit. Doel is om toekomstige parkeerproblemen te voorkomen en de leefbaarheid te verbeteren. Als onderdeel van een Parkeerplan Meierijstad is deze Nota Parkeernormen opgesteld. Deze Nota Parkeernormen 2025 geeft duiding aan de manier van omgang met fiets- en autoparkeren bij bouwontwikkelingen. Daarbij worden zowel de daadwerkelijke parkeernormen als de manier waarop deze normen toepasbaar zijn toegelicht. De vorige Nota Parkeernormen Meierijstad dateert uit 2018 en is gebaseerd op CROW-kencijfers uit publicatie 317, oktober 2012. Om betere aansluiting met de hedendaagse context, situatie en ambities van gemeente Meierijstad te verkrijgen, in de huidige Nota Parkeernormen toe aan actualisatie. Hardheidsclausule Het college van Burgemeester en Wethouders kan van de, in deze Nota Parkeernormen opgenomen bepalingen, afwijken als sprake is van een onredelijk gevolg van het toepassen van deze beleidsregels. In dat geval zijn de gevolgen van het toepassen van de beleidsregels niet in lijn met de bedoeling van deze Nota Parkernormen. Om onredelijke toepassingen van de beleidsregels te duiden, zal een grondige onderbouwing overlegd moeten worden. Gebrek aan fysieke ruimte op eigen terrein of het ontbreken van financiële middelen om parkeeroplossingen te benutten of realiseren in de openbare ruimte zijn voorbeelden van dergelijke toepassingen.

Echter zijn deze toepassingen niet enkel gebaseerd op de parkeerbehoefte of het voldoen aan normen; er moet tevens rekening worden gehouden met de bredere ruimtelijke context. De openbare ruimte is schaars en kent een veelheid aan concurrerende claims. Het creëren van voldoende parkeerplaatsen is slechts één van de vele belangen die op deze ruimte drukken. Andere claims, zoals groenvoorzieningen, voetgangers- en fietspaden, recreatievoorzieningen en ruimtelijke plannen die bijdragen aan bredere gemeentelijke ambities, kunnen een hogere prioriteit krijgen. Parkeren moet in dit licht soms ondergeschikt worden gemaakt aan deze andere ruimtelijke belangen. Het college van Burgemeester en Wethouders kan dan beslissen dat, in lijn met gemeentelijke doelen op het gebied van bijvoorbeeld duurzaamheid, mobiliteit, of leefbaarheid, parkeren een mindere rol speelt in de verdeling van de beschikbare ruimte. Doorwerking plan(gebied) Verwezen wordt naar hoofdstuk 10 en de parkeertoets die als bijlage 9 is opgenomen.

51

Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten, zoals verwoord in de Nota Parkeernormen gemeente Meierijstad 2025. Erfgoedvisie Meierijstad Toetsingskader Samen met de eerder vastgestelde Erfgoedverordening vormt de Erfgoedvisie Meierijstad de basis om invulling te geven aan de in het collegewerkprogramma opgenomen ambitie ‘Meierijstad wil monumenten en cultureel erfgoed behouden en herstellen’. In deze erfgoedvisie is op hoofdlijnen uitgewerkt hoe middels een aantal speerpunten invulling gegeven kan worden aan deze ambitie. Deze speerpunten vormen de basis voor een nog uit te werken uitvoeringsprogramma. Ook wordt ingegaan op de biografie van Meierijstad, wat bindt ons in Meierijstad, maar ook wat ons onderscheidt en de wijze waarop erfgoed een rol kan spelen bij andere actuele maatschappelijke vraagstukken. Doorwerking plan(gebied) Het college wil monumenten en cultureel erfgoed behouden en herstellen. Er is een visie geformuleerd waarin onder andere stedenbouw, gebouwde omgeving, groene omgeving en archeologie zijn samengebracht. Samen met oudheidkundige verenigingen, erfgoedorganisaties en het platvorm Erfgoed Meierijstad. Op basis daarvan moet nieuwbouw passen in het beeld van historische kernen.

Onze leefomgeving moet zo worden ingericht dat hij weerstand kan bieden aan wateroverlast, droogte én ons kan beschermen tegen hitte. Onze steden groeien verder terwijl andere gebieden worden geconfronteerd met bevolkingsdaling en leegstand. Daarom is hier bij de ontwikkeling van dit plan rekening mee gehouden. Zie het rapport Weging van het waterbelang in bijlage 5. Tevens worden de winkels, en andere bedrijfsbestemmingen vervangen door woningen, zodat het centrum wordt versterkt. Bij dit plan is de visie van de gecombineerde kamer van monumenten en welstand, Gemeente Meierijstad in een vroeg stadium ingezet. Dit omdat in de directe omgeving van het plan gebied de Catharinamolen aanwezig is, waarop de molenbiotoop van toepassing is en het gemeentelijk monument aan Hoofdstraat 56 en 58. Er is voor gezorgd dat de gemeentelijke monumenten aan de Hoofdstraat goed in beeld blijven. Tevens is rekening gehouden met de molenbiotoop. Weltevreden heeft een rapport inzake de molenbiotoop uitgebracht (zie bijlage 14). De conclusie hiervan is dat er sprake is van een vrijwel verwaarloosbare windderving die valt binnen de range waarbinnen mag worden afgeweken van de bepalingen molenbiotoop en waarbinnen een omgevingsvergunning verstrekt mag worden. Met zowel het in acht nemen van de regels uit het bestemmingsplan en de analyse

52

van de molenbiotoop geldt dat er geen sprake is van het onevenredig schaden van het functioneren van molen ‘Catharina’ ten gevolge van de gewenste ontwikkeling. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de gewenste ontwikkeling ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Tevens is ervoor gekozen om een verbinding te maken met de historie van Schijndel. Er was redelijk wat industrie in Schijndel, in de Toon Bolsiusstraat stond de Coöperatieve (stoom) zuivelfabriek De Boerenbond. Daarom het gebouw wat in de S van Schijndel gebouwd is in industriële stijl gemaakt. Verder is het pand wat op de locatie van Hoofdstraat 60-66 komt geïnspireerd op het oude postkantoor. Op deze manier wordt oud en nieuw op een mooie manier verbonden. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Erfgoedvisie Meierijstad. Ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel Toetsingskader Op 24 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad De Ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel vastgesteld. Dit beleidsdocument legt de gewenste en verwachte ruimtelijke ontwikkeling tot 2028 voor de kern Schijndel in grote lijnen vast.

In de notitie is middels een ruimtelijke, landschappelijke en maatschappelijke analyse onderzocht op welke wijze in de woningbehoefte kan worden voorzien en tegelijkertijd een compacte kern van Schijndel kan worden behouden. De Ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel vormt de opmaat naar de omgevingsvisie. Als vervolg op de Structuurvisie Ruimte uit 2012 van de voormalige gemeente Schijndel en als input voor de Omgevingsvisie is er voor Schijndel een ruimtelijke analyse en functionele ‘update’ gemaakt. In de Woonvisie uit 2018 is de kwantitatieve woningbehoefte voor Schijndel opgenomen. In deze Bouwsteen wordt onder meer ingegaan op de kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte gekoppeld aan ruimtelijke kwaliteitskaders. De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Hierdoor is minder ruimte nodig voor stedelijke uitbreidingen. In de Woonvisie van de gemeente Meierijstad is aangegeven dat er tot 2028 nog ca. 700 woningen moeten worden gebouwd. Gezien de bevolkingsopbouw en demografische ontwikkeling is over de hele gemeente Meierijstad grote behoefte aan starterswoningen en woningen voor senioren.

Dan gaat het onder andere om gestapelde huurwoningen en goedkope kleine huur-en koopwoningen. Deze 700

53

woningen kunnen binnen Schijndel worden gerealiseerd, omdat er voldoende potentiële inbreidingslocaties zijn. Voor nieuwbouw wordt prioriteit gegeven aan inbreiding in bestaande kernen met aandacht voor kwaliteitsverbetering, zorgvuldig ruimtegebruik en behoud van de kracht van de kern. Daar moeten de juiste woningen op de juiste plaats worden gebouwd. Toekomstbestendig bouwen betekent doorstroming bevorderen, zodat de bestaande woningvoorraad zo goed mogelijk benut blijft. Transformatie van vrij komende bebouwing, mits geschikt, kan eveneens worden benut. Potentiële inbreidings-en transformatielocaties zijn in kaart gebracht. Hiervoor worden afwegingskaders gemaakt. Omdat er op korte termijn behoefte is aan nieuwbouw is daarnaast uitbreiding nodig. Voor uitbreiding komen de locaties in aanmerking die een kwalitatieve verbetering voor het dorp betekenen. Duurzaamheid Een belangrijk beleidsdoel van de gemeente Meierijstad is duurzaamheid. ‘Bij alles wat we doen, rekening houden met de effecten op ‘elders en later’’. Deze definitie geeft aan dat een duurzame gemeente, een gemeente is die zich ontwikkelt in balans met zijn omgeving. Dat betekent dat ieder mens, dier en iedere plant een plekje verdient in onze samenleving en dat hier rekening mee wordt gehouden bij alle besluiten en acties door de gemeente.

Punten uit het gemeentelijk uitvoeringsprogramma zijn onder andere een reductie van vervoersbewegingen en maximaal inzetten op voet- en fietsverkeer. Voor nieuwbouw wordt gestreefd naar vergroening, circulariteit en levensloopbestendig volgens de Cradle tot Cradle principes. Doorwerking plan(gebied) Er is in overleg met de gemeente gekeken naar het programma van de ontwikkellocatie met aandacht voor kwaliteitsverbetering. Om het centrum te versterken is ervoor gekozen om de bedrijfsfuncties te transformeren naar de functie wonen. Door functieverandering naar woningbouw komt er versterking van het draagvlak voor Schijndel. Het betreft een inbreidingslocatie, waar zorgvuldig ruimtegebruik is toegepast, kwaliteitseisen zijn gesteld en de cultuurhistorische waarden zijn gerespecteerd. De kwaliteit is verbeterd doordat de nieuwbouw aan de vereisten voldoet waarmee energie bespaart wordt en bebouwing en groen zijn in balans. Er wordt tevens ten opzichte van de huidige situatie meer groen toegevoegd. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Ruimtelijke Bouwsteen voor Schijndel.

54

Duurzaamheidsvisie Meierijstad (2018) Toetsingskader Het college van Meierijstad heeft in 2018 samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties een visie op duurzaamheid gemaakt. Deze visie wordt aan de gemeenteraad aangeboden ter vaststelling. De visie richt zicht op drie thema’s: energiek en verantwoord, circulair en schoon, klimaatbestendig en biodivers. In totaal worden twaalf ambities voorgelegd. De raad wordt voorgesteld om deze twaalf ambities aan het college mee te geven ter uitvoering. Een uitvoeringsprogramma op hoofdlijnen is al gemaakt en moet nog verder uitgewerkt worden, samen met alle partners. Doorwerking plan (gebied) Energietransitie De toepassing van energietransitie in een nieuwbouwplan is van cruciaal belang voor het realiseren van duurzame, energie-efficiënte en milieuvriendelijke gebouwen. De energietransitie heeft als doel om over te stappen van traditionele, op fossiele brandstoffen gebaseerde energiebronnen, naar hernieuwbare en schone energiebronnen. Bij het ontwerpen en bouwen van een nieuwbouwproject is het daarom essentieel om vanaf het begin rekening te houden met innovatieve en duurzame energieoplossingen. Een belangrijk aspect van de energietransitie in nieuwbouwplannen is de integratie van hernieuwbare energiebronnen.

Voor onderhavig planvoornemen kan dit bijvoorbeeld bestaan uit gebruik maken van geothermische energie of beter omgaan met huishoudelijk water en hemelwater. Het gebruik van geothermische warmtepompen en het beter omgaan met water kunnen bijdragen aan het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en het minimaliseren van de ecologische voetafdruk van het gebouw. Energie-efficiëntie speelt ook een sleutelrol in de energietransitie van nieuwbouwplannen. Het bouwplan zal gecombineerd kunnen worden met toepassing van hoogwaardige isolatie, efficiënte ventilatiesystemen en geavanceerde verlichtingstechnologieën. Het verbruik van energie zal hierdoor aanzienlijk verminderen. Klimaatadaptatie Het integreren van klimaatadaptatie in een nieuwbouwplan is een tweede, essentieel belang om te anticiperen op de steeds veranderende klimaatomstandigheden en de impact ervan op de gebouwde omgeving. Klimaatadaptatie omvat maatregelen die ervoor zorgen dat gebouwen en hun omgeving veerkrachtiger zijn tegen extreme weersomstandigheden, zoals overmatige regenval, hittegolven en overstromingen.

55

Een belangrijke focus bij het ontwerpen van nieuwbouwprojecten met klimaatadaptatie in het achterhoofd is watermanagement. Voorbeeld van maatregelen zijn de toepassing van groene daken, regenwaterinfiltratiesystemen en strategisch geplaatste waterretentiegebieden. Door deze maatregelen te integreren, kan overtollig regenwater effectief worden afgevoerd, overstromingsrisico's worden verminderd en de belasting van het rioleringssysteem worden verlicht. Onderhavig planvoornemen heeft een afname van verhard oppervlak ten opzichte van de huidige situatie tot gevolg en levert met de groenvoorziening een positieve bijdrage ter voorkoming van hittestress. Voorts wordt een afkoppeling van de hemelwaterafvoer geïntegreerd, wordt de openbare ruimte ingericht met veel groen en er zal worden voldaan aan de maximum MPG-waarde (MilieuPrestatie gebouwen) volgens het BBL waarbij ook het plan getoetst wordt aan de BCI (Building Circularity Index). In het terrein wordt rekening gehouden met groenvoorzieningen en de waterberging/infiltratie van de bebouwing zal ook op eigen terrein gebeuren. Met dit plan is gekozen voor duurzaam te kunnen wonen, verschillende doelgroepen oud en jong worden samengebracht. Een hof is een prettige woonvorm, dat is de reden dat veel van deze hofjes historisch gezien bewaard zijn gebleven.

Door de vorm van een hof hoopt de initiatiefnemer eenzaamheid tegen te gaan, men zal elkaar op een natuurlijke ongedwongen manier elkaar ontmoeten in de hof waar men zitjes heeft, een ruilbibliotheek, een gezamenlijke moes en kruidentuin. Het aantal m2 onverhard terrein neemt met dit plan fors toe wat de hittestress zal doen afnemen en de waterberging zal bevorderen. Verder zal het plan voldoen aan de vereisten waardoor men minder men minder energie zal verbruiken. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten, zoals verwoord in de Duurzaamheidsvisie voor Meierijstad Centrumvisie Schijndel Toetsingskader De doelstelling van de Centrumvisie Schijndel is het creëren van een compact, vitaal en aantrekkelijk centrum voor zowel de inwoners als ondernemers van Schijndel. Dit houdt in

56

dat het centrum primair een lokale verzorgingsfunctie behoudt, maar tegelijkertijd een aantrekkelijke plek wordt om te winkelen, verblijven en elkaar te ontmoeten. De visie richt zich op het behouden en versterken van de bestaande kwaliteiten van het centrum. Hier zijn de belangrijkste punten: • Compact en vitaal centrum: Het centrum moet compacter worden en een vitale functie vervullen voor de lokale gemeenschap. • Aantrekkelijke verblijfs- en ontmoetingsplek: Het centrum moet een plek worden waar mensen graag verblijven en elkaar ontmoeten. • Lokale verzorgingsfunctie: Het centrum heeft primair een verzorgende functie voor Schijndel en het omliggende buitengebied. • Behoud van kwaliteiten: De bestaande kwaliteiten van het centrum, zoals de historische uitstraling en gezelligheid, moeten behouden blijven. • Versterking van horeca: Er is ruimte voor (versterking van) horeca-activiteiten om de aantrekkelijkheid van het centrum te vergroten. • Compacte lineaire structuur: De huidige lineaire structuur van het centrum wordt behouden, wat betekent dat de winkels en voorzieningen zich vooral aan een of meer hoofdwegen bevinden. De Centrumvisie is een onderdeel van de bredere Centrumvisie Meierijstad, waarin ook de centra van SintOedenrode en Veghel zijn opgenomen.

Aanloopgebieden Op verschillende locaties rondom het centrum zijn/worden leeggekomen commerciële ruimtes omgevormd tot woonruimte. Mede hierdoor is het percentage leegstand teruggebracht tot een gezond niveau van 5 à 7%. Buiten het centrale winkelgebied (Hoofdstraat, vanaf Jumbo tot en met PLUS) bevinden zich nog enkele ondernemingen in de detailhandel, horeca en dienstverlening. Deze delen van de Hoofdstraat (noord en zuid) en de Markt (hoek Vicaris van Alphenstraat) zijn in het huidige beleid getypeerd als aanloopgebied en kennen geen aaneengesloten publiek front.

57

Doorwerking plan (gebied) Er wordt met deze ontwikkeling aangesloten bij de centrumvisie van Schijndel. De planlocatie bevindt zich net buiten het centrum; kernwinkelgebied, in het aanloopgebied. De winkels, horeca (discotheek) en het autobedrijf komen te vervallen er wordt getransformeerd naar woningen, zodat het (winkel)aanbod wordt afgebouwd en het centrum verder versterkt wordt. Dit komt tegemoet aan de doelstelling om in de aanloopstraten de bestaande functies weg te bestemmen en om te schakelen naar wonen. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten, zoals verwoord in de Centrumvisie voor Schijndel. Detailhandelsvisie en -beleid gemeente Meierijstad Toetsingskader Om de ambities te realiseren en ook in de toekomst sterke (winkel)centra te behouden, zal er door gemeente en ondernemers actie ondernomen moeten worden. Op basis van de

58

Detailhandelsvisie en -beleid worden winkelinitiatieven getoetst aan de gewenste detailhandelsstructuur. Het bestemmingsplan (en handhaving) is het meest krachtige (juridische) instrument dat de gemeente tot haar beschikking heeft om ruimtelijk beleid te voeren. Hierin wordt door middel van bestemmingen en voorschriften structureel bepaald waar wel en waar geen detailhandel is toegestaan. In algemene zin wordt er, bij herziening van het bestemmings-/omgevingsplan binnen de winkelgebieden uit de hoofdstructuur (de drie lagen) gekozen voor brede centrumbestemmingen, waarbinnen niet alleen detailhandel, maar ook horeca en andere publieksgerichte functies mogelijk zijn. Dergelijke brede bestemmingen bieden flexibiliteit om met de ontwikkelingen in de markt mee te bewegen. Buiten de aangewezen centra kan juist gekozen worden voor specifieke bestemmingen (om de specifieke uitzonderingen te regelen) en kan gebruik worden gemaakt van overgangsrecht om bestaande (ongewenste) detailhandel op termijn uit de markt te halen. Bij het verplaatsen of verdwijnen van bestaande winkels buiten de centrumgebieden is het met het oog op de verdere concentratie van winkels in de drie centra wenselijk dat de detailhandels-bestemming op termijn komt te vervallen. Doorwerking plan (gebied) Er wordt met dit plan aangesloten op de detailhandelsvisie.

De bestaande publieksgerichte functies worden uit de markt gehaald en worden getransformeerd naar woningen. Hierdoor wordt het centrum verstrekt en wordt het te kort aan woningen teruggedrongen. Tevens wordt er getracht om eenzaamheid tegen te gaan door de hof en de verschillende doelgroepen. Op die manier ontmoet men elkaar op een natuurlijke ongedwongen manier. Er is een ruilbibliotheek, gezamenlijke moes en kruiden tuintje, een jeu de boulesbaan en zitjes in de hof om dit extra te stimuleren. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten, zoals verwoord in de Detailhandelsvisie en beleid gemeente Meierijstad. Structuurvisie Ruimte (2012) Toetsingskader De Structuurvisie Ruimte, vastgesteld door de Gemeenteraad op 31 mei 2012, schrijft voor dat gemeenten een structuurvisie moeten opstellen voor hun grondgebied. De structuurvisie speelt een cruciale rol bij de integrale onderbouwing van ruimtelijke plannen.

59

Daarnaast legt de structuurvisie een relatie tussen lopende en gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Via de structuurvisie legt de gemeente Schijndel, voor wat betreft de ruimtelijke ontwikkeling, haar lange termijndoelen vast. Bij de totstandkoming van de Structuurvisie Ruimte vormde de volgende vier kernwaarden het uitgangspunt: 1. verdieping van de Strategische Visie ‘Op weg naar ’t skonste plekske in 2020’; 2. behoud en versterken van bestaande kwaliteiten voor een complete gemeente; 3. regierol voor de gemeente Schijndel; 4. transparantie en toegankelijkheid van ruimtelijke keuzes. De Structuurvisie Ruimte is een vertaling van een in 2010 uitgevoerde uitgebreide analyse van zeven thema’s aangevuld met nieuwe ontwikkelingen die per thema beleidsmatig vertaald zijn. De zeven thema’s zijn: 1. natuur, water en cultuurhistorie; 2. recreatie en toerisme; 3. landbouw en buitengebied; 4. voorzieningen; 5. verkeer en vervoer; 6. werken; 7. Wonen. Per thema zijn definitieve keuzeonderwerpen benoemd die voor de komende jaren verder zullen worden uitgewerkt en uiteindelijk worden gerealiseerd. Voor onderhavig plan is in hoofdzaak het thema ‘wonen’ van belang. De province schrijft voor dat de woningbouwopgave vrijwel geheel wordt opgevangen binnen de officiële fysieke begrenzing van het stedelijk gebied van Schijndel. Dit komt neer op herontwikkeling in plaats van uitbreiding.

Hierdoor ontstaat verdichting en dat ondersteunt het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Een mogelijke vervolgontwikkeling zoals herstructurering van woonwijken gaat vooralsnog voorbij aan Schijndel. De aard en omvang is niet dermate dat aan te geven is wanneer dit in de toekomst wel aan de orde gaat zijn. Met enige grip op de woningmarkt is een kwantitatieve en kwalitatieve afstemming met de bestaande woningvoorraad goed mogelijk. Het belang van een Woonvisie die bij de tijd is om knelpunten te analyseren blijft groot. In wisselwerking hiermee staat het houden van de balans bij een verdergaande stedenbouwkundige ontwikkeling van Schijndel, om de

60

kenmerkende Schijndelse eigenschappen in de veranderingen een voorname rol te laten spelen. Bij de beoordeling van de wenselijkheid van bouwontwikkelingen helpt een stedenbouwkundige visie, vanwege het tactische uitwerkingsniveau. Beleidsmatig is er behoefte aan een handvat. In de Structuurvisie Ruimte worden de mogelijke woningbouwlocaties aangegeven. Vanwege een zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik worden woningen op de eerste plaats binnen de bestaande bebouwde kom geconcentreerd; geen uitbreiding dus, wel inbreiding, herontwikkeling en verdichting. Doorwerking plangebied De Structuurvisie Ruimte maakt er melding van dat herontwikkeling gewenst is boven uitbreiding. Hierdoor ontstaat verdichting en dat ondersteunt het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. De gemeente wil hier met het oog op de toekomst rekening mee houden en met het bestemmingsplan wordt hier dus een positieve bijdrage aan geleverd. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten, zoals verwoord in de Structuurvisie Ruimte. Welstandsnota Meierijstad 2018 Toetsingskader De Welstandsnota Meierijstad 2018 is vastgesteld op 5 juli 2018. De welstandsnota heeft de ambitie om bij te dragen aan een hoogwaardige woon- en leefomgeving voor iedereen in Meierijstad en geeft daarom nuttige aanwijzingen bij nieuw- en verbouwplannen.

De nota is gebaseerd op bestaand welstandsbeleid uit de nota’s van Schijndel, Veghel en SintOedenrode, aangevuld met het actuele thema duurzaamheid. De verschillen in de nota’s zijn genivelleerd door nog meer delen van het grondgebied welstandsvrij te verklaren. In die gebieden is voor nieuwe bouwinitiatieven wel een welstandsbeoordeling van toepassing. Met het nieuwe voorstel wordt de gebiedsgerichte welstandsbeoordeling beperkt tot de gebieden met een beeldkwaliteitsplan. In de overige gebieden blijft de welstandsbeoordeling beperkt tot de ‘objectbeoordeling’ (onder andere monumenten) of ‘themabeoordeling’(reclames). De welstandsbeoordeling wordt niet volledig afgeschaft, maar wel overal waar het verantwoord is. De welstandsbeoordeling blijft beperkt tot: 1. de centrumgebieden van Schijndel, Veghel, Sint-Oedenrode en Erp; 2. monumenten;

61

3. 4. 5. 6.

beeldbepalende en cultuurhistorisch waardevolle panden; bijzondere bebouwing en ensembles; gebieden met een beeldkwaliteitseisen; nieuwbouw in de overige gebieden.

Zodoende is er geen welstandsbeoordeling meer nodig voor de volgende initiatieven: • Veel voorkomende (kleinere) vergunningplichtige bouwwerken. Deze werden voorheen beoordeeld aan de zogenaamde sneltoetscriteria. De initiatiefnemers krijgen nu dus meer vrijheden, maar tegelijkertijd ook een grotere verantwoordelijkheid voor behoud van de ruimtelijke kwaliteit. • Vergunningplichtige verbouwingen in alle kerkdorpen en de historische linten in de drie kernen. Nieuwe bouwinitiatieven op deze plaatsen worden wel beoordeeld aan de criteria nieuwbouw of de beoordelingscriteria in het op te stellen beeldkwaliteitsplan. Samen met de regels in het bestemmingsplan stimuleren we het behoud van identiteit en karakter van deze gebieden. • Vergunningplichtige bouwinitiatieven anders dan nieuwbouw in de overige gebieden. • Vergunningvrije bouwactiviteiten in gebieden met een beeldkwaliteitsplan. Doorwerking plan(gebied) Specifiek voor het plangebied geldt deze is gelegen in de stedelijke kern van Schijndel en dat er nieuwbouw wordt voorzien. De gecombineerde kamer van monumenten en welstand, Gemeente Meierijstad is betrokken bij de beoordeling van het bestemmings-/bouwplan. Het heeft de status ‘voldoet mits’. In grote lijnen is de commissie van mening dat het plan voldoet aan de criteria van de welstandsnota en in goede verhouding staat tot de naastgelegen monumentale waarden.

Hiermee kan de procedure voor het aanvragen van de omgevingsvergunning worden gestart. De opmerkingen met betrekking tot de verdere uitwerking, zoals detaillering en technische installaties, blijven van kracht en zullen bij de vergunningsaanvraag worden meegenomen. Zie bijlage 15 voor het verslag. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in het welstandsbeleid. In het kader van goede omgevingskwaliteit en instandhouding van cultuurhistorische waarden adviseert de commissie om op hoofdlijnen akkoord te gaan en wacht de verdere uitwerking af.

62

5. Archeologie en cultuurhistorie Toetsingskader Belangrijk bij de afweging of er gebouwd kan worden is het nagaan of in of rondom het plangebied belangrijke archeologische en, cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Het voorkomen van deze waarden wil niet per definitie zeggen dat er ter plaatse niet gebouwd kan worden, maar geeft aan dat zorgvuldig omgaan met deze waarden vereist is. Doel van het archeologische onderzoek is het waar nodig beschermen van archeologische waarden en het streven naar behoud van de waarden in de bodem (in situ). De essentie van het archeologische onderzoek is het verkrijgen van gegevens over de archeologische resten in de bodem teneinde in een vroeg stadium een goede afweging te kunnen maken van alle bij een ruimtelijk besluit betrokken belangen. Het archeologische onderzoek is verankerd in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg uit 2007. De uitgangspunten van de wet zijn: • archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is; • de initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling moet in een vroegtijdig stadium aangeven hoe met eventuele archeologische waarden bij bodemverstorende ingrepen zal worden omgegaan.

Dit houdt in een verplichting tot vooronderzoek bij werkzaamheden die de grond gaan verstoren; • bodemverstoorders betalen archeologisch onderzoek en mogelijke opgravingen. De kosten voor noodzakelijke archeologische werkzaamheden komen ten laste van de initiatiefnemer. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Bro gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. In de toelichting van de ruimtelijke onderbouwing dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller van de

63

ruimtelijke onderbouwing is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. Bij de afweging of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is, dient nagegaan te worden of er binnen of rondom het plangebied cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Het eventueel aanwezig zijn van deze waarden wil niet per definitie zeggen dat een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling niet realiseerbaar is, maar geeft wel aan dat zorgvuldig omgaan met deze waarden vereist is. Doorwerking plan(gebied) Initiatiefnemer heeft door Bureau voor Archeologie een verkennend archeologisch bureauen booronderzoek uit laten voeren. Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd.

Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Meierijstad. De integrale rapportage is als bijlage 1 opgenomen. Uit het selectieadvies (zie bijlage 1.1) blijkt dat de gemeente Meierijstad kan instemmen met het advies om het plangebied vrij te geven ten aanzien van archeologie en geen aanvullend onderzoek te verlangen. Voorts is door Bureau voor Archeologie tevens een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd. In de advisering welke hieruit voortvloeit worden twee vragen beantwoord. De vragen en antwoorden zijn hierna letterlijk overgenomen. De volledige rapportage is als bijlage 2 aan deze plantoelichting toegevoegd. Zijn er bekende cultuurhistorische waarden aanwezig, en zo ja, wat zijn daarvan de kenmerken?

64

Het plangebied ligt tot en met de 18e eeuw in de open akker van Schijndel die in de tweede helft van de 19e eeuw bij de dorpskom is betrokken. Van het oorspronkelijke agrarische landschap is alleen het wegenpatroon als relict overgebleven. In het plangebied staat één gemeentelijk monument – Hoofdstraat 56 – en twee objecten van cultuurhistorische (steden)bouwkunst: Toon Bolsiusstraat 14 en 16. Deze huizen aan de Toon Bolsiusstraat zijn niet opgenomen in de gemeentelijke monumentenlijst. Het plangebied ligt tevens in de molenbiotoop van de beltkorenmolen Catharina. De molen is reeds grotendeels ingebouwd; meerdere gebouwen in de directe omgeving komen boven de belthoogte van de molen uit. Indien cultuurhistorische waarden aanwezig zijn, wat is effect van de beoogde ontwikkeling op deze waarden? Het wegenpatroon wordt niet aangepast bij de beoogde ontwikkeling. Het gemeentelijk monument blijft behouden. Alleen de achterliggende aanbouw (van Hoofdstraat 56) van recentere datering zal worden gesloopt. De objecten van cultuurhistorische (steden)bouwkunst zullen worden gesloopt; de staat van onderhoud van deze woningen is echter slecht. Conclusie Uit archeologisch en cultuurhistorisch perspectief zijn er geen belemmeringen voor het (bouw)plan. 6.

Flora en fauna: toetsing natuurwetgeving en stikstof(depositie) Toetsingskader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) ingegaan. In het Decentralisatieakkoord Natuur (PS2011-778) is afgesproken dat de wetgever de decentralisatie van rijkstaken in het landelijk gebied naar provincies formaliseert. Met de Wnb geeft het Rijk invulling aan de decentralisatieafspraken uit het Decentralisatieakkoord Natuur en het Natuurpact (PS2013-797). De Wnb is daarmee het sluitstuk van de decentralisatie van het natuurbeleid. Het huidige wettelijke stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet, is vervangen door deze wet. Doorwerking plan(gebied) Ten behoeve van het planvoornemen heeft Blom Ecologie een toets natuurwetgeving uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies ten aanzien van de uitvoerbaarheid, de vervolgstappen

65

en de te treffen maatregelen letterlijk overgenomen. De integrale rapportage is als bijlage 3 opgenomen.

Uitvoerbaarheid De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Er dienen enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de algemene zorgplicht, foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient met aanvullend onderzoek te worden vastgesteld of de te slopen bebouwing een relevante functie heeft voor gebouwbewonende vleermuizen en gierzwaluwen (soortenbescherming). Indien er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kan bevoegd gezag onder voorwaarden een ontheffing verlenen. De voorwaarden betreffen: er is geen andere bevredigende oplossing, er is sprake van een wettelijk belang en er wordt geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort (een robuust en ruim maatregelenpakket van tijdelijke en permanente voorzieningen wordt hiertoe voorgesteld en uitgevoerd). Wegens het voorgaande onderzoek is er geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen, mits de juiste maatregelen worden getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden.

Vervolgstappen • Voor de beoogde ruimtelijke ingreep dient aanvullend onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd te worden. Een aanvullend onderzoek naar vleermuizen wordt uitgevoerd middels minimaal vijf gerichte veldbezoeken in de periode 15 april t/m 30 september, conform het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB). Hiervan dienen drie rondes in het voorjaar en twee rondes in het najaar plaats te vinden. De potentie van de planlocatie voor verschillende typen verblijfplaatsen en vleermuissoorten wordt in tabel 3.1 en 3.2 uiteengezet. Er is geen sprake van aantasting van een mogelijk essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute. • Voor de beoogde ruimtelijke ingreep dient aanvullend onderzoek naar gierzwaluw uitgevoerd te worden. Een aanvullend onderzoek naar gierzwaluw wordt uitgevoerd middels drie gerichte veldbezoeken in de periode 15 mei t/m 15 juli met minstens één veldbezoek tussen 20 juni en 7 juli, conform het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017)

66

Te treffen maatregelen • Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen. Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de planlocatie te verlaten. • Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). • De sloopwerkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli).

Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn

Naar aanleiding van de uitgevoerde ‘toets natuurwetgeving’ is door Blom Ecologie aanvullend onderzoek naar gierzwaluw en vleermuizen in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies en de vervolgstappen letterlijk overgenomen. De integrale rapportage is als bijlage 3.1 opgenomen.

4.1 Gierzwaluw In mei-juli 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de gierzwaluw in het plangebied aan de Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraat te Schijndel. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument gierzwaluw (BIJ12, 2017). Tijdens het onderzoek is een gierzwaluwnest vastgesteld, buiten de planlocatie. De beoogde ingreep

67

leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.1, lid 2.

4.2 Vleermuizen In mei-september 2022 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied aan de Hoofdstraat, Looierij en Toon Bolsiusstraatte Schijndel.Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het meest actuele Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek zijn 5 verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat het bedrijfspand achter het horecapand aan de Hoofdstraat 54 een functie heeft voor de gewone dwergvleermuis als zomer- en paarverblijfplaats. Deze verblijfplaats(en) worden bij de beoogde ingreep weggenomen. Tevens maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied. De beoogde ingreep leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art. 3.5, lid 2 (verstoren vleermuizen) en lid 4 (wegnemen 2 verblijfplaatsen). Er dient ten aanzien van gewone dwergvleermuis een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens het bedrijfspand achter het horecapand aan de Hoofdstraat 54 te Schijndel gesloopt kan worden. 4.3 Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot gierzwaluw en vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied.

Er zijn geen nesten van vogelsoorten aangetroffen binnen het plangebied. De directe omgeving biedt echter wel potentie voor dergelijke nesten. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden 4.4 Samenvatting Tabel 4.1 Samenvatting van de aangetroffen nestlocatie en vleermuisverblijfplaatsen in het onderzoeksgebied.

68

4.5 Vervolgstappen Voor de uitvoering van de ingreep is ontheffing nodig van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (tabel 4.1). Conform de relevante wetteksten en Kennisdocumenten wordt aanbevolen om de navolgende aspecten te onderbouwen. Deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het projectplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag. 1. De activiteit is nodig met een wettelijk belang (Wnb, art. 3.8, lid 5b); 2. Voor de activiteit is geen alternatieve bevredigende oplossing (Wnb, art. 3.8, lid 5a); 3. De staat van instandhouding van de soort blijft gewaarborgd (Wnb, art. 3.8, lid 5c); 4. Bepaal compensatie en mitigatie (Wnb, art. 3.8, lid 5c). Een ontheffingsaanvraag Wnb is enkel succesvol als al deze aspecten voldoende onderbouwd kunnen worden. Indien de ingreep geen wettelijk belang kent of indien de staat van instandhouding van de aanwezige soorten in het geding komt kan een ontheffing Wnb mogelijk geweigerd worden. Bevoegd gezag heeft de wettelijke termijn van 20 weken (13 + 7 weken verlenging) om een ontheffingsaanvraag Wnb te beoordelen. De planning van de werkzaamheden dient aangepast te worden aan de aanwezige soorten om zoveel mogelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten kwetsbare periodes. Dergelijk maatwerk kan ervoor zorgen dat het project enkel in bepaalde periodes van het jaar uitgevoerd kan worden.

Indien de werkzaamheden leiden tot het wegnemen van nesten of verblijfplaatsen dienen alternatieve verblijfplaatsen gedurende een bepaalde periode aanwezig te zijn naast de huidige nesten of verblijfplaatsen. Deze gewenningsperiode is afhankelijk van de soort en het aantal individuen en betreft indicatief een aantal maanden en/of een specifiek seizoen. Het tijdig aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen is van belang om onnodige vertraging te voorkomen. Raadpleeg voor de plaatsing van de voorzieningen een ter zake deskundig ecoloog.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=fbbc0e3f-cbaa-47e6-8eff-8fc53e5804ba