CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

PWR 2022-2026

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling Programma Water en Riolering 2022-202639.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Deze installaties worden vooral toegepast op locaties waar het niet doelmatig is om riolering aan te leggen en waar het afvalwater geloosd wordt op het oppervlaktewater of in de bodem. Pagina 23

We hanteren hierbij conform vorig vGRP de volgende voorwaarden: a. Elk bedrijf mag maximaal 0,5 m³ per uur afvalwater op de drukriolering lozen b. Elk bedrijf heeft maximaal één aansluiting op de drukriolering c. Elk bedrijf heeft een zorgplicht op het voorkomen van afvalwater d. Bij een aanbod groter dan 0,5 m³ per uur dient het afvalwater op eigen terrein te worden gebufferd e. Wanneer buffering niet mogelijk is, kan de capaciteit van de drukriolering worden vergroot, of wordt gezocht naar alternatieve oplossingen. De kosten hiervoor zijn voor rekening perceeleigenaar Voor bedrijven zien wij mogelijkheden voor warmteterugwinning uit hun afvalwater. Waar dit zich voordoet geven wij hun deze suggestie mee. Toetsing huidige situatie Alle percelen in het buitengebied zijn aangesloten op de drukriolering of voorzien van een IBA. Het grootste gedeelte (circa 90 %) van de pompen en de besturingen van de drukriolering heeft een leeftijd ouder dan 15 jaar. Op basis van inspecties, storingen en meldingen is een groot deel van de pompunits aan vervanging toe. Deze pompunits zijn opgenomen in de projectenplanning, waarvan de meest urgente pompunits reeds in 2021 zijn vervangen.

Strategie / maatregelen • Vervanging pompunits drukriolering: Omdat het huidige systeem als geheel nog niet aan vervanging toe is, is voor de komende planperiode de vervanging van de pompen en/of besturing van 1.222 pompunits voorzien. In totaal is hier een budget van EUR 4,9 mln. voor de planperiode (inclusief 2021) voor gereserveerd. Waarvan circa 500 pompunits in Sint-Oedenrode reeds in 2021 zijn uitgevoerd • Onderzoek toekomstbestendigheid drukriolering buitengebied: Op basis van het energieverbruik voor het verpompen van afvalwater staat toekomstbestendigheid van drukriolering landelijk ter discussie. We gaan hierin mee in de initiatieven binnen de samenwerking. Hierin nemen wij tevens de afwegingen voor nieuwe sanitatie mee. Momenteel zijn wij samen met waterschap Aa en Maas hiervoor een pilotstudie aan het opstarten. Het betreft een onderzoek om decentraal rioolwater te zuiveren om vervolgens het effluent in te zetten als antiverdrogingsmaatregel rondom het Wijboschbroek. Op dit moment hebben wij hiervoor geen specifiek onderzoeks- / uitvoeringsbudget opgenomen. Zodra de startnotitie (inclusief planningen en kosten) gereed is vragen wij op basis van deze notitie hiervoor budget aan via een kadernota.

3.3

We gaan door met het reduceren van de vuilbelasting op oppervlaktewater

We gaan door met het terugdringen van de vuilemissies uit de riolering via de overstorten door het blijven afkoppelen van hemelwater van de gemengde riolering, met name in bestaand bebouwd gebied. Met de waterschappen hebben we afspraken over de KRW-doelen in 2027 en emissiedoelstellingen. We bemeten het rioleringssysteem zodat we kunnen bepalen wat de impact op het totale watersysteem is. Waar de impact marginaal is treffen we niet direct maatregelen. Waar de impact groter is maken we afspraken over de te treffen maatregelen. Naast de gemeentelijke overstorten heeft ook het gedrag van bewoners, bedrijven en agrariërs impact op het realiseren van KRW-doelen. Dit nemen wij mee in onze communicatiedoelstellingen. Toetsing huidige situatie In het algemeen kunnen we ervan uitgaan dat Nederland de KRW-doelen in 2027 niet behaald zal hebben. Dat zal vooral afhangen van het rijk en de waterschappen. Wij hebben de afspraken over de KRW-doelen uit het verleden gerealiseerd. Op dit moment beschikken we niet over de juiste kwalitatieve meetgegevens van ons rioolstelsel. In 2019 heeft waterschap De Dommel wel een analyse uit laten voeren op de verbanden in de afvalwaterketen en waterkwaliteit van Kalisto-cluster Sint-Oedenrode. Vastgesteld is dat de fysisch-chemische en biologische waterkwaliteit van de Beneden Dommel slecht is als gevolg van de belasting bovenstrooms van Sint-Oedenrode.

De bijdrage van het cluster Sint-Oedenrode op de waterkwaliteit lijkt op dit moment niet significant. Pagina 24

Wanneer de bovenstroomse aanvoer verbetert kan de waterketen binnen het cluster Sint-Oedenrode een grotere invloed op de kwaliteit van de Beneden Dommel krijgen. Uit de analyse volgt dan ook de aanbeveling om een beter inzicht te krijgen in de activiteit van de overstorten in Sint-Oedenrode. Strategie / maatregelen • Meetplan overstorten en impactanalyse: zie hoofdstuk 6 • Treffen milieutechnische maatregelen: We blijven inzetten op het verder afkoppelen van verhard oppervlak van de gemengde riolering, hiervoor is budget opgenomen, zie paragraaf 7.1 (Projecten en vervangingen). Zolang wij geen volledig gescheiden stelsel hebben, blijven wij overstorten op het oppervlaktewater nodig hebben als escape van het (gemengde) rioolstelsel bij extreme buien. Dit maakt het des te belangrijker om in te blijven zetten op doelmatig afkoppelen. Vooralsnog hebben wij geen budget gereserveerd voor het treffen van aanvullende milieutechnische maatregelen. Mocht uit de impactanalyse maatregelen noodzakelijk blijken nemen we deze bij de eerstvolgende financiële actualisatie mee

Pagina 25

4

Hemelwater

Vanuit de hemelwaterzorgplicht, conform artikel 3.5 van de Waterwet, hebben we de verantwoordelijkheid voor een doelmatige inzameling van overtollig hemelwater uit de openbare ruimte. Wij hebben ook de zorgplicht voor de afvoer van hemelwater van particuliere percelen, voor zover dit niet redelijkerwijs van de perceeleigenaar kan worden verwacht. Belangrijk vertrekpunt in de wetgeving is dat de zorgplicht in eerste instantie bij de burger ligt. De burger draagt in eerste instantie zelf zorg voor het verwerken van hemelwater op het eigen perceel. Dit kan door hergebruik, infiltreren in de bodem of bergen in bijvoorbeeld een vijver of op een groen dak. Wanneer dit redelijkerwijs niet mogelijk is, moet de gemeente de zorgplicht op een doelmatige manier overnemen. Om invulling te geven aan de hemelwaterzorgplicht richten we ons op de volgende doelstellingen: • We streven naar het scheiden van waterstromen • We streven naar een klimaatrobuuste leefomgeving, als aspect van een gezonde en veilige leefomgeving zoals benoemt in de Omgevingswet

4.1

We streven naar het scheiden van waterstromen

In principe zamelen we het stedelijk afvalwater en hemelwater gescheiden in. Voor bestaande situaties gaan wij door met zoveel mogelijk hemelwater van de gemengde riolering af te koppelen. We hanteren hierbij het uitgangspunt om, in verband met de kosten en kapitaalvernietiging, niet actief verharding af te koppelen, maar nemen wij dit mee met overige werkzaamheden in de openbare inrichting. Laaghangend fruit, zoals kantopsluiting van wegverharding plaatselijk verlagen bij voldoende groene buffers nemen we expliciet mee bij wateroverlastgevoelige locaties. Voor nieuwe situaties geldt dat wij deze gescheiden aanleggen. Wij zien hemelwater als grondstof en streven ernaar zoveel mogelijk hemelwater in ons gebied vast te houden. Dit doen wij door water te infiltreren in de bodem. Waar mogelijk gebruiken wij hemelwater in tijden van droogte. Om foutieve aansluitingen zoveel mogelijk te voorkomen en om beheer technische redenen kiezen wij ervoor om het hemelwater, waar mogelijk, bovengronds te verwerken. Waar dit niet mogelijk is gebruiken wij robuuste beheerbare bergings- en infiltratievoorzieningen. In het nog op te stellen Handboek inrichting van de openbare ruimte (HIOR) nemen wij een afkoppelboek op. Hierin komen tastbare voorbeelden hoe wij in Meierijstad omgaan met afkoppelen van hemelwater en welke voorzieningen we hiervoor gebruiken.

Voorbeelden hiervan zijn wadi's / bovengrondse berging en opslag, infiltratieriolen, waterberging onder de weg, infiltratiekelders en waterberging in oppervlaktewater (vijvers / grachten). Wij nemen standaarden uit het Overleg Standaarden Klimaatadaptatie (OSKA) daar waar dat kan, zoveel mogelijk mee. We houden hierbij voor de openbare ruimte de volgende voorkeursvolgorde aan: 1. Water zoveel mogelijk vasthouden waar het valt 2. Infiltreren, als het voldoet aan de volgende voorwaarden en de ledigingstijd maximaal 24 uur is: - Bodemtype: zand (met minimale bijmenging van leem) - Infiltratiecapaciteit (k-waarde) van tenminste 0,5 m¹ / dag - Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ligt minimaal 0,2 m¹ beneden bodem infiltratievoorziening 3. Afvoeren naar oppervlaktewater of elders waar het verwerkt kan worden

Pagina 26

In het nader op te stellen hemelwaterstructuurplan werken wij de afkoppelmogelijkheden uit in een gebiedsgerichte aanpak. In de gebiedsgerichte aanpak maken wij voor ieder gebied een gebiedspaspoort waarmee we inzichtelijk maken wat de kansen en risico’s zijn. Hierbij houden we onder andere rekening met • De klimaatonderlegger en gegevens over bodemsamenstelling, grondwaterstand en dergelijke • De resultaten uit de impactanalyses en BRP (extreme neerslag) • De leeftijd en kwaliteit van de bestaande riolering en bovengrondse inrichting De gebiedspaspoorten gebruiken we voor het verder uitwerken van onze aanpak in onze integrale meerjarenplanning openbare inrichting met koppelkansen naar aanpalende domeinen welke nader af te stemmen zijn. Zodat bijvoorbeeld ook aspecten als biodiversiteit in het stedelijk gebied, recreatie een plek kunnen krijgen in de integrale aanpak van een gebied of locatie. In onderstaande figuur is de samenhang tussen de verschillende visies en plannen weergegeven.

Figuur 4.1 Samenhang tussen de verschillende visies en plannen (groen staat voor de thema’s duurzaamheid en groen; blauw staat voor de waterdocumenten; rood heeft betrekking op ruimte en integraal omgevingsbeleid; grijs voor de civiele techniek)

Drukriolering is niet bedoeld voor het transport van hemelwater. In onze Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad hebben wij de mogelijkheid om via een gebiedsaanwijzing het lozen van hemelwater op de drukriolering te verbieden. Op dit moment is deze gebiedsaanwijzing er nog niet. In het werkatelier openbaar gebied werken wij dit nader uit. Wij gaan handhavend optreden met betrekking tot de foutieve aansluitingen in het buitengebied. Toetsing huidige situatie Gelijktijdig met het BRP is een eerste hoogover opzet voor het hemelwaterstructuurplan opgesteld. Deze moeten wij nog nader uitwerken naar een gedetailleerd hemelwaterstructuurplan voor onze gebiedsgerichte aanpak. We zijn reeds gestart met het opstellen van de gebiedspaspoorten, deze vullen wij steeds verder aan met het beschikbaar komen van aanvullende informatie (zoals uit BRP en impactanalyses). In de huidige situatie weten we aan de hand van praktijkervaringen waar zich problemen voor doen met foutieve aansluitingen in het buitengebied, deze zijn echter niet geregistreerd. Per locatie beoordelen we of actie noodzakelijk is. Strategie / maatregelen Pagina 27

•

Uitwerking gebiedsgerichte aanpak: in 2022 hebben wij EUR 70.000 gereserveerd voor de verdere uitwerking en vertaling van het hemelwaterstructuurplan en gebiedspaspoorten ten behoeve van de gebiedsgerichte aanpak Foutieve aansluitingen en handhaving: het verder opsporen van foutieve aansluitingen nemen wij mee in onze reguliere werkzaamheden. Voor de handhaving hebben wij een jaarlijks budget van EUR 25.000 gereserveerd voor ondersteuning in milieu en watertaken door de Omgevingsdienst Brabant Noord, (ODBN)

•

4.2

We streven naar een klimaatrobuuste leefomgeving

We zijn in 2050 klimaatbestendig. In hoofdstuk 2 is onze ambitie voor wat betreft klimaatbestendigheid beschreven. In het GRP richten wij ons met name op het tegengaan van wateroverlast en het beperken van de gevolgen van droogte, als uitwerking van het verlagen van onze kwetsbaarheid op deze klimaatthema’s. In mindere mate geven we daar waar mogelijk ook invulling aan het tegengaan van hittestress. Wij geven hier op de volgende manier invulling aan. Wij vinden het niet doelmatig om de capaciteit van de riolering onbeperkt te vergroten. Om de overlast tijdens hevige neerslag te voorkomen en te beperken beschouwen wij de gehele openbare inrichting. Dit betekent een verbreding ten opzichte van de traditionele en sectorale aanpak. Wij combineren deze werkzaamheden waar mogelijk met andere werkzaamheden in de openbare ruimte. Water op straat komt in verschillende gradaties voor. Wij hanteren hierbij de volgende begrippen, dit is een aanscherping op hetgeen opgenomen in het vorig vGRP: Gebeurtenis Hinder

Omschrijving Kortdurende periode (< 1 uur) en < 5 cm water op straat, geen materiële schade en beperking voor verkeer in woonstraten/bedrijventerreinen zijn marginaal

Ernstige Hinder

Forse hoeveelheden water op straat (> 10 cm; > 2 uur), opdrijvende putdeksels, geen materiële schade. Ernstige beperking voor verkeer en woonstraten/bedrijventerreinen. Beperking voor verkeer op hoofdverkeerroutes, winkelstraten, stadcentra en bij publieke diensten.

Overlast

‘water op straat’ (>15 cm) met als gevolg water in woningen of winkels, materiële schade en een ernstige beperking van het verkeer op hoofdverkeersroutes, winkelstraten, stadcentra en bij publieke diensten.

Voorbeeld

Klimaatbestendig zijn wil niet zeggen dat er nooit ernstige hinder of overlast (schade) op kan treden, dit kunnen wij ook niet garanderen. Bovendien hebben bewoners en bedrijven hierin ook een eigen handelingsperspectief omdat zij circa 60% van het stedelijk gebied bezitten/ beheren. Pagina 28

Wij streven de hierna volgende ambities na, deze ambities moeten wij nog verder uitwerken in de interne en externe dialogen, waarbij we ook ons handelingsperspectief nader invullen. Daarnaast moet het BRP nog input leveren in hoeverre wij dit kunnen garanderen en wat de risico’s zijn. Voor nu hanteren wij als het gaat over wateroverlast de volgende uitgangspunten: • Afvalwater op straat: Wij hebben de ambitie om geen afvalwater uit de (gemengde) riolering op straat te hebben bij bui T=2 Wij toetsen de bestaande riolering op bui 8 (T =2 / 19,8 mm in 1 uur) in het BRP, daarnaast toetsen wij op een T=2 van de toekomst voor het bepalen van de potentiële knelpunten Nieuwe hemelwaterriolering dimensioneren wij op bui 9 (T=5 / 29,4 mm in 1 uur). Voor nieuwe vuilwaterriolering (waarop ook een deel van het dakoppervlak van de achterzijde woningen is aangesloten) willen wij geen uittredend afvalwater op straat bij bui10 (T=10 / 35,7 mm in 45 minuten) • Water op straat: Wij vinden water op straat bij een bui die 1 keer per 100 jaar voorkomt (T = 100, 70 mm in 1 uur) acceptabel, mits dit niet leidt tot schade aan gebouwen (door water afkomstig van de openbare ruimte). Wij toetsen de bestaande openbare inrichting op T=100 in een stresstest.

Verder geldt het volgende: Wij vinden het niet acceptabel dat bij bui T=2 meer dan 10 cm ‘schoon’ water op straat staat en/of dat bij T=10 de hulpdiensten niet kunnen rijden op de strooiroutes (>10 cm) Wij vinden het niet wenselijk dat bij bui T=10 tunnels niet bruikbaar zijn Wij toetsen de bestaande inrichting hierop in het BRP (2D-berekening) • Handelperspectief: Om te voorkomen dat hinder verergert tot ernstige hinder of uiteindelijk overlast, monitoren wij de frequentie van hinder, ernstige hinder en overlast in relatie tot de gevallen neerslag en wij hanteren het volgende handelingsperspectief: Hinder: wij ondernemen geen actie, maar doen een beroep op het acceptatievermogen van de inwoners en aanpassing van hun gedrag, zoals het aanpassen van het rijgedrag om watergolven te voorkomen Ernstige hinder: wij treffen bij de uitvoering van overige maatregelen in de openbare ruimte maatregelen (meekoppelen) zodat de kans op optreden van ernstige hinder aanzienlijk kleiner wordt Overlast: ter voorkoming van structurele overlast onderzoeken wij de oorzaken en oplossingsrichtingen. Waar mogelijk koppelen we de maatregelen mee met overige werkzaamheden in de openbare ruimte. Om de acute risico’s op schade te beperken treffen wij zo nodig eerst tijdelijke bovengrondse kostenefficiënte maatregelen.

• Inrichting openbare ruimte: Wij richten de openbare ruimte zo in zodat wij aan bovenstaande uitgangspunten voldoen. Deze werkzaamheden pakken wij op gelijktijdig met andere werkzaamheden in de openbare ruimte en is onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak. Wij houden hierbij rekening met het volgende dit nemen wij mee in de nog op te stellen hemelwaterstructuurkaart: Wij hanteren hierbij het credo ‘groen tenzij…’ en zetten hierbij in op blauwgroene voorzieningen Wij hanteren de afkoppelkaders zoals in paragraaf 4.1 beschreven Wij creëren geen problemen op lagergelegen locaties (als gevolg van oppervlakkige afstroming) en/of problemen door een hogere grondwaterstand (als gevolg van het infiltreren van hemelwater) We voorkomen eventuele verspreiding van verontreinigende stoffen in het milieu. Bij afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater houden wij rekening met de voorkeursvolgorde voor verwijderen van afvalwater (artikel 29a Wm). Als voorkeursvolgorde voor de verwerking van hemelwater hanteren wij: 1. Hergebruik 2. Infiltreren 3. Bergen 4. Afvoeren naar oppervlaktewater 5. Afvoeren naar riolering Bij intensief gebruik van terrein- en wegverhardingen streven wij naar de toepassing van zuiverende voorzieningen. Bij nieuwe inrichting van hoofdwegen en wegen en reconstructies op bedrijventerreinen passen we bij voorkeur een zuiverende voorziening toe (zoals een bodempassage).

Onze ambitie is om de vervuiling zo geconcentreerd mogelijk te houden mits ruimtelijk inpasbaar Pagina 29

-

•

Waar mogelijk benutten we overvloedig hemelwater op locaties die gevoelig zijn voor droogte Waar mogelijk zoeken wij naar oplossingen die ook bijdragen aan het tegengaan van hittestress en/of bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit Waar mogelijk dragen we bij aan het verhogen van de recreatieve- en belevingswaarde van de openbare ruimte Inwoners en bedrijven: wij vinden dat inwoners en bedrijven zelf verantwoordelijk zijn voor het klimaatbestendig inrichten van het eigen perceel. Wij hanteren hierbij de volgende uitgangspunten: Bestaande gebieden: Wij richten ons op stimuleren van het afkoppelen van hemelwater van de gemengde riolering door de continuering van de bestaande subsidie en de inzet van een afkoppelcoach (in samenwerking met duurzaamheid). De afkoppelcoach geeft voorlichting aan inwoners over afkoppelen, geeft intern advies bij rioolrenovaties en kijkt naar vergroeningsmogelijkheden, zie verder ook paragraaf 8.1. middels een gebiedsaanwijzing op de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad kunnen wij gebieden aanwijzen waar het lozen van hemelwater verboden is (bv de voorzijde van de woningen wanneer wij het openbaar gebied afkoppelen).

Vooralsnog zijn er geen gebiedsaanwijzingen Nieuwbouw: Het is verboden om vanaf een nieuw particuliere en projectmatig bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein De te realiseren hemelwatervoorziening dient minimaal 60 mm (per m² verhard oppervlak) te kunnen verwerken Indien van de eigenaar van het nieuw bouwwerk of het nieuw verhard oppervlak redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist in verhouding tot het doel van het verbod, ontheffing verlenen van het verbod Voor het oppervlak aan groen dak (in m²) eisen wij geen (aanvullende) hemelwatervoorziening omdat wij een groen dak zien als een vorm van waterberging Bij elke activiteit mag de reeds aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging op het perceel van de eigenaar niet afnemen Het lozingsverbod geldt niet in geval van extreme neerslag (groter dan 60 mm). Het afvoeren van de overtollige extreme neerslag van de hemelwatervoorziening op eigen terrein en de gemeentelijke voorzieningen is alleen toegestaan na afstemming en met instemming van de beheerder en geschiedt bij voorkeur bovengronds

Dit hebben wij vastgelegd in onze Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad. Voor een toename van meer dan 500 m² verhard oppervlak moet voldaan worden aan het beleid van de beide waterschappen. Onderstaand zijn de verschillende uitgangspunten voor de volledigheid opgenomen. Tabel 4.1 Uitgangspunten hemelwater bij nieuwbouw

Tot 500 m² 500 m² - 10.000 m² Meer dan 10.000 m² of bij niet voldoen aan rekenregel

7

Gemeente 60 mm berging verplicht

Keur waterschap 7 Toepassen rekenregel Toepassen beleidsregel

Voor Keur beide waterschappen zie Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater Pagina 30

Toetsing huidige situatie Binnen de samenwerking As50+ is een stresstest light uitgevoerd. In 2021 hebben wij vervolgens een klimaatimpactanalyse laten uitvoeren voor de thema’s wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen. In een werksessie is opgehaald wat de specifieke knelpunten en kansen op het gebied van wateroverlast, hitte en droogte voor Veghel en Sint-Oedenrode zijn. In tabel 4.2 zijn de knelpunten en kansen weergegeven van het thema wateroverlast. Tabel 4.2 Knelpunten en kansen thema wateroverlast (Bron: Impactanalyse Meierijstad, RHDHV, december 2020)

Knelpunten Veel woonstraten met weinig groen en slecht groeiende bomen Weinig acceptatie van water op straat Weinig bergingsruimte riolering Te veel verharding aanwezig in centrum en wijken Problematiek overstorten, ook in relatie met de waterkwaliteit Te weinig ruimte beschikbaar om iets te doen

Kansen Herinrichting Markt (Sint-Oedenrode) Groene daken aanleggen Beleid verhardingen inpassen Hogere drempels plaatsen Acceptatie water op straat vergroten Stimuleren verandering tuin naar meer onverhard (huurverlaging) Speelplekken klimaatbestendig aanleggen Meer berging aanleggen Vergroening Meer gebruik maken van klimaatstructuurkaarten Subsidie groen beschikbaar maken voor waterberging en infiltratie Kienehoef en Dommelrode

In het BRP vindt een verdere verdieping plaats op het thema wateroverlast en wordt bepaald waar bij hevige neerslag water op straat komt te staan. Deze inzichten gebruiken we voor het verder uitwerken van de gebiedsgerichte aanpak. Deze gegevens zijn op dit moment echter nog niet inzichtelijk maar komen in de loop van het eerste jaar van de planperiode beschikbaar. Strategie / maatregelen • Klimaatmaatregelen: We blijven inzetten op het verder afkoppelen van verhard oppervlak van de gemengde riolering. In het KDP is hiervoor budget opgenomen om alle gemengde riolering te vervangen door een gescheiden stelsel. Op basis van het BRP en het hemelwaterstuctuurplan vullen we de gebiedsgerichte aanpak verder in. Vooralsnog hebben wij geen extra budget gereserveerd voor het treffen van aanvullende maatregelen. Mocht uit het BRP of het hemelwaterstructuurplan aanvullende maatregelen noodzakelijk blijken, nemen we deze bij de eerstvolgende financiële actualisatie mee • Stimuleren particulier afkoppelen: zie paragraaf 8.1

Pagina 31

5

Grondwater

In artikel 3.6 van de Waterwet is opgenomen dat wij de zorgplicht hebben, voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van waterschap of provincie behoort. De zorgplicht heeft het karakter van een inspanningsverplichting. Dat wil zeggen dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied, maar alleen een regierol vervult. De zorgplicht werkt niet met terugwerkende kracht en kan dus niet leiden tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden. De gemeente is voor haar burgers aanspreekpunt voor grondwateroverlast. Perceeleigenaren kunnen de gemeente benaderen voor klachten, meldingen of informatie over grondwater (loketfunctie). Zo nodig zoekt de gemeente contact met het waterschap en/of provincie. Om invulling te geven aan de grondwaterzorgplicht richten we ons op de volgende doelstelling: We zorgen dat grondwater de bescherming van een gebied niet structureel belemmert en faciliteren bij grondwaterproblemen.

5.1 We zorgen dat grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert en faciliteren bij grondwaterproblemen De leemlaag in de ondergrond van onze gemeente zorgt er in een aantal gebieden voor dat het grondwater stagneert op deze ondiepe ondoordringbare laag. Dit zorgt voor ‘schijngrondwaterstanden’ en kan leiden tot knelpunten. Daar waar zich knelpunten voordoen, ondersteunen wij bij het zoeken naar individuele oplossingen. De perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor het treffen van waterhuishoudkundige en/of bouwkundige maatregelen op eigen perceel. Het is verboden om grondwater af te voeren naar de gemeentelijke riolering of een hemelwatervoorziening op openbaar gebied, tenzij hiervoor ontheffing is verleend. Het doorbreken van de leemlaag bijvoorbeeld ter verbetering van de infiltratie, is niet wenselijk. In de kwelgebieden kunnen hierdoor de grondwaterproblemen juist toenemen. Als gemeente treffen we alleen maatregelen indien sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand in het openbaar gebied en indien het treffen van maatregelen doelmatig is en niet tot de verantwoordelijkheid van de waterschappen of de provincie behoren.

Wij interpreteren de termen structureel, nadelige gevolgen en doelmatig hierbij als volgt: • Structureel: structurele grondwateroverlast, is (potentiële) terugkerende overlast waarbij gebruiksfunctie op lange termijn (minimaal 3 jaar in een periode van 5 jaar) wordt aangetast waarbij de overlast in een periode van een jaar, minimaal drie maanden aanhoudt en terugkerend van aard is. Het betreft dus geen incidentiele situatie die bijvoorbeeld op kan treden na extreme neerslag of langdurige natte periode. In dergelijke gevallen laat de wet een normaal maatschappelijk risico bij de perceeleigenaar Nadelige gevolgen: indien in verblijfruimten omstandigheden optreden die tot volksgezondheidsproblemen en/of economische schade leiden. De verblijfruimten dienen hierbij aan de bouwregelgeving te voldoen (aan te tonen door de eigenaar) Doelmatig: doelmatige maatregelen zijn maatregelen die qua kosten in overeenstemming zijn met de effecten en gecombineerd kunnen worden met andere werkzaamheden. Hierbij maken wij een afweging tussen kosten enerzijds en vermindering van de overlast (zowel de mate van overlast als het aantal personen of gebiedsgrootte met overlast) anderzijds. We vinden het niet wenselijk als een buurt met vochtproblemen kampt, een hele wijk met vochtproblemen vinden we onacceptabel

Pagina 32

Nieuwbouw Voor nieuwbouw geldt dat wij hydrologisch neutraal ontwikkelen. Tijdens de initiatieffase beoordelen wij de ontwateringssituatie om ‘natte voeten’ te voorkomen. Wij hanteren de klimaatonderlegger als toetsingsmiddel voor het bepalen van geschikte nieuwbouwlocaties. Waar onvoldoende ontwatering beschikbaar is hanteren wij de volgende voorkeursvolgorde: • Niet bouwen • Ophogen • Draineren Daarnaast streven wij bij nieuwbouw naar voldoende ontwateringsdiepte. Wij adviseren hierbij de ontwateringsdiepten uit tabel 5.1 aan te houden. Deze ontwateringsdiepten gelden als een inspanningsverplichting, wij zijn als gemeente niet verantwoordelijk voor het handhaven van de genoemde waarden. Daarnaast geven wij bij uitbreidingsplannen het advies bouwpeil af van 0,25 m¹ boven kruin weg om de kans op wateroverlast bij extreme neerslag te verkleinen. Bij inbreidingsplannen is dit niet altijd mogelijk, wel wenselijk. Tabel 5.1 Geadviseerde minimale ontwateringsdiepte nieuwbouw

Functie Woningen zonder kruipruimte* Woningen met kruipruimte* Tuinen / groenvoorzieningen Hoofdwegen** Secundaire wegen en woonstraten

Minimale benodigde ontwatering (m¹ t.o.v. maatgevend hoogste grondwaterstand) 0,5 0,7 0,5 1,0 0,7

*t.o.v. onderkant vloer; ** t.o.v. de kruin van de weg

Bronnering en drainage Bij een bronnering wordt tijdelijk grondwater aan de bodem onttrokken om de grondwaterstand te verlagen (voor het droog uit kunnen voeren van werkzaamheden, zoals de aanleg van bouwwerken en kabels en leidingen). Voor zowel het onttrekken van grondwater als het lozen van het opgepompte grondwater op oppervlaktewater geldt dat het waterschap hiervoor het bevoegd gezag is. Voor lozing van bronneringswater op de riolering geldt dat de gemeente hiervoor het bevoegd gezag is. Uitgangspunt is dat schoon bronneringswater niet op het vuilwaterriool wordt geloosd, maar wordt teruggebracht in de bodem of wordt afgevoerd naar oppervlaktewater. Bij grotere projecten is daarom een omgevingsvergunning verplicht met een waterparagraaf. In de praktijk zal dit echter niet altijd mogelijk zijn. Voor het lozen van bronneringswater op de riolering is, in het kader van het Activiteitenbesluit, het indienen van een verzoek tot een maatwerkvoorschrift bij de gemeente noodzakelijk.

Voor de afvoer van drainagewater hanteren wij de volgende voorkeursvolgorde: • Afvoer naar bodem elders • Afvoer van drainagewater op oppervlaktewater (in overleg met de waterschapen) • Als er geen oppervlaktewater in de buurt is, dan het drainagewater afvoeren via de hemelwaterriolering (in overleg met de waterschappen) • Als er geen hemelwaterriolering aanwezig is, dan kan het drainagewater worden geloosd op de gemengde riolering (in overleg met de waterschappen en gemeente) • Waar mogelijk treffen wij voorzieningen om op een later tijdstip alsnog te kunnen aansluiten op oppervlaktewater / hemelwaterriolering Toetsing huidige situatie We beschikken op dit moment niet over een gebiedsdekkend grondwatermeetnet. De meldingen over grondwateroverlast uit het verleden hebben we opgepakt. Voor de wijk De Leest hebben wij een voorbeeldboek opgesteld met maatregelen die bewoners zelf kunnen nemen om grondwateroverlast tegen te gaan. Dit voorbeeldenboek kunnen wij, mocht dit zich voordoen, ook in andere gebieden gebruiken.

Pagina 33

Strategie / maatregelen • Grondwatermeetnet: Het grondwatermeetnet ziet de werkregio als een belangrijk instrument voor het maken van inrichtingskeuzes in relatie tot klimaatverandering, met name op het gebied van droogte en wateroverlast. In 2022 bepalen we of we bijdragen aan een grondwatermeetnet dat wordt opgezet op het niveau van de werkregio As50+ of dat we uitgaan van een eigen meetnet. Deze keuze bepaalt in grote mate de kostprijs waarvan het investeringsbedrag niet op voorhand is in te schatten. Wanneer nodig vragen wij op basis van een startnotitie (inclusief planningen en kosten) hiervoor budget aan via een kadernota. • Grondwatermaatregelen: op dit moment is er geen aanleiding om maatregelen te treffen. Om problemen in de toekomst te voorkomen en om verdere verdroging in de toekomst in beeld te hebben, daarop te kunnen acteren en waar mogelijk te voorkomen, nemen we de lokale grondwateromstandigheden wel mee in de gebiedsgerichte uitwerking in onze integrale projectenplanning

Pagina 34

6

Oppervlaktewater

Samen met de waterschappen werken wij zoals beschreven staat in paragraaf 3.3 aan het verder behalen van de KRW-doelstellingen. Wanneer er zich waterkwaliteitsknelpunten voordoen oordelen we samen met de waterbeheerder over de noodzaak van maatregelen. We dragen bij aan het signaleren van negatieve gevolgen van riooloverstorten op de kwaliteit van het oppervlaktewater. We gebruiken hiervoor de gegevens beschikbaar uit het nog te implementeren meten- en monitoringsprogramma van onze overstorten, registraties via ons meldingssysteem en periodieke controle van het milieutechnisch functioneren van ons systeem in het BRP. De komende planperiode installeren wij nieuwe meetapparatuur bij overstorten, om te gaan werken met gevalideerde en betrouwbare data. Bestaande in stand te houden meetpunten nemen we mee in deze aanpak. Meetdata van de gemeente en de waterschappen worden via een gezamenlijk portal ontsloten met automatische analyse en rapportage. Meldingen die wij ontvangen met betrekking tot de waterkwaliteit registreren en classificeren wij en zetten wij door naar de waterschappen. Stedelijk water heeft een belangrijke functie in de berging, verwerking en afwatering van ons overtollig hemelwater. Het beheer en onderhoud van de watergangen maakt onderdeel uit van onze hemelwaterzorgplicht.

Het oplossen van geur- en of stankoverlast nabij oppervlaktewater, niet alleen als gevolg van het inwerkingtreden van overstorten, maakt hier geen onderdeel vanuit. Voor het op orde houden van voldoende afvoercapaciteit van de watervoerende watergangen stellen wij in 2022 een baggerplan op betreffende de watergangen die onderdeel zijn van het rioleringssysteem. Toetsing huidige situatie • Op dit moment beschikken we niet over meetgegevens van de kwaliteit van het afvalwater van ons rioolstelsel, zie verder paragraaf 3.3 • We zijn bezig met het opstellen van paspoorten voor onze watergangen en stadswateren. In de paspoorten is onder andere opgenomen eigendom, hoofd- en nevenfunctie, beheer van de watergang. De wens bestaat dit in een gecombineerde kaart met de legger van het waterschap te verwerken. Dit moet nog nader vorm krijgen en pakken wij in samenwerking met de beide waterschappen op • We beschikken nog niet over een baggerplan en inzicht in de actuele situatie van de waterbodem In bijlage 5 is een overzicht weergegeven van lozingspunten op oppervlaktewater. Strategie / maatregelen Meten en monitoren: In de samenwerking As50+ is een meten- en monitoringsprogramma in de afvalwaterketen voorzien. Hiervoor gaan we de overstorten en strategische plekken in het rioolstelsel bemeten. Daarnaast plaatsen wij regenmeters.

Op basis van de meetresultaten voeren we een impactanalyse uit. Hiervoor is een budget van EUR 300.000 in 2022 gereserveerd. In 2023 is EUR 150.000 gereserveerd om dit ook voor het Dommelgebied in te vullen. De belangrijkste overeenkomst binnen As50+ is de informatiebehoefte over het globaal functioneren, gericht op de randen van het stelsel, en knelpunten: 1. Globaal inzicht in het functioneren van riolering en transportstelsel 2. Operationeel beheer (volgen van de werking van het stelsel) 3. Inzicht in functioneren gemengde overstorten en nooduitlaten bij gemalen, inclusief sturing in het rioleringssysteem 4. Inzicht in functioneren gemalen (peil) 5. Assetmanagement en risico gestuurd beheer 6. Inzicht in (hydraulische) knelpunten

Pagina 35

We hanteren hierbij de volgende meetdoelen: • Doelmatigheid van investeringen aantonen, mede in relatie tot omgevingsdoelstellingen (mooi, schoon, veilig, voldoende water, zowel in planvorming, programmeren als verantwoording achteraf) • Het bestaande afvalwatersysteem optimaal benutten en laten functioneren (inclusief voorkomen wateroverlast, goede toestand van waterkwaliteit en ecologie en risico gestuurd beheer) hiervoor is kennis van het functioneren nodig, dus meten • Hiervoor storingen signaleren, opsporen en verhelpen (het niet goed functioneren sneller signaleren in een meetreeks) • Vanuit beheerdersrol informatie kunnen aanleveren vanuit afvalwaterketen/ overstorten naar oppervlaktewatersysteem, zoals bepalen van impact op waterpeilen en waterkwaliteit, ecologie en gezondheid (watersysteemanalyse) Beheer en onderhoud oppervlaktewater: Vanuit het taakveld riolering dragen wij jaarlijks voor circa EUR 60.000 bij aan het beheer en onderhoud van de sloten, voor het behouden van de afvoer- en bergingscapaciteit in relatie tot de afval- en hemelwaterzorgplicht. Vanuit de gebiedsgerichte aanpak en de nadere uitwerking van de objectenpaspoorten kan een ander beheer en onderhoud regiem wenselijk zijn. Daarnaast kan het wenselijk zijn objecten rechtstreeks te koppelen aan taakveld riolering zodat zij onderdeel uitmaken van het rioolbeheer.

Dit werken we de komende periode nader uit, vooralsnog is de bijdrage als volgt opgebouwd: • Onderhoud duikers: reactief op basis van (bv verminderde doorstroming) • Maaien sloten en wadi’s: conform het maaibeleid van taakveld groen

Daarnaast stellen wij in 2022 een baggerplan op, hiervoor is EUR 30.000 gereserveerd. Op basis van het baggerplan gaan wij in principe van 2023 starten met de baggercyslus. Afhankelijk van de baggerdoelstelling bepalen we welk deel van de kosten we ten laste van riolering mogen brengen. Omdat dit op dit moment nog niet bekend is, zijn hier nog geen kosten voor opgenomen in het KDP. Zodra deze gegevens bekend zijn regelen we de financiering met andere aanpalende beleidsvelden hiervoor.

Pagina 36

7

Rioleringssysteem op orde

Om proactief te kunnen beheren en in te springen op veranderende situaties zoals het klimaat houden wij ons rioleringssysteem op orde we richten ons hierbij op de volgende doelstellingen: • Assetmanagement: we houden het beheer van de objecten op orde hierbij houden we rekening met het verduurzamingsprogramma en aanverwante programma’s • Beheergegevens: we houden de beheergegevens op orde en actueel • Meten en monitoren: we meten waar nodig en houden hiermee vinger aan de pols • Veld-, systeem- en beheerkennis: doordat we als gemeente beschikken over een eigen buitendienst op het gebied van water en riolering beschikken wij over de kennis in het veld en weten we met welke karakteristieken van het rioleringssysteem we bij het beheer en onderhoud rekening moet houden. Deze kennis is onmisbaar voor beheerders en projectleiders, zowel intern als extern

7.1

Assetmanagement: we houden het beheer van de objecten op orde

Om het goed functioneren van het rioleringssysteem te waarborgen voeren we beheer- en onderhoudsmaatregelen uit. De planning hiervan leggen wij vast in operationele programma’s en de benodigde budgetten maken onderdeel uit van het GRP. Vervangingen en verbetermaatregelen pakken wij hierbij integraal en projectmatig op, afstemming hierover vindt plaats via de Programmakamer van openbaar gebied. Op dit moment werken we nog met vaste cycli (vaste frequentie) voor zowel het inspecteren als beheren van onze objecten. Wij brengen hiermee de status van het beheer van onze objecten op orde. Uiteindelijk gaan wij over op een meer informatiegestuurde aanpak, waarbij wij rekening houden met een differentiatie op basis van risicoafweging en maatschappelijke, economische en ecologische waarde gedurende de levenscyclus van de riolering. Hiervoor maken we inzichtelijk wat onze risicovolle objecten zijn en passen de onderhoudsfrequentie hierop aan (kan zowel verhogen als verlagen zijn). Hiermee gaan we geleidelijk over naar een informatiegestuurde aanpak om de risico’s te verlagen.

Voor de afweging tussen instandhouding (relinen) en vervangingen kiezen we voor het relinen van de riolering mits de bestaande streng aan de volgende voorwaarden voldoet: • Riool heeft een goede afstroming • Zijn oorspronkelijke vorm is behouden • Geen hydraulische aanpassingen zijn nodig • Afkoppelen is bovengronds mogelijk Wanneer niet aan deze voorwaarden wordt voldaan kiezen wij voor de traditionele aanpak van vervanging en nemen dit op in de integrale aanpak. Het ondergronds afkoppelen van het verhard oppervlak maakt hier dan onderdeel van uit. Toetsing huidige situatie Kwaliteit rioleringssysteem: Het algemene beeld is dat de kwaliteit van het systeem goed is, dit geldt ook voor de oudere riolering. In 2021 zijn alle nog niet verwerkte inspecties beoordeeld en verwerkt tot een maatregelenplan. De grootste knelpunten zijn geprogrammeerd voor vervanging en maken onderdeel uit van de integrale projectenplanning. In bijlage 3 zijn de huidige areaalgegevens weergegeven. Beheer en onderhoud: Met de samenvoeging van de drie gemeenten en de overgang naar één gezamenlijke beheer- en onderhoudsplanning is minder efficiënt voorlopen als was voorzien. Hierdoor is enige achterstand in cyclisch beheer ontstaan. Tot nu toe heeft dit nog niet geleid tot het uitvallen van onze assets Incidentenplan: We hebben het regionale incidentenplan nog niet lokaal uitgewerkt.

Het incidentenplan kan belangrijke informatie leveren voor het bepalen van de risico’s.

Pagina 37

Strategie / maatregelen Beheer en onderhoud: In 2022 en 2023 richten wij ons op de uitvoering van het maatregelenplan in beide jaren is hiervoor EUR 300.000 gereserveerd. Voor de rest van de planperiode is jaarlijks een budget beschikbaar van EUR 230.000. Vooralsnog hanteren wij de volgende uitgangspunten voor het beheer: • Reiniging/inspectie vuilwaterriool en gemengd: 1 × / 10 jaar • Reiniging/inspectie hemelwaterriool: 1 × / 15 jaar • Inspectie en onderhoud gemalen en pompunits: 1 × / jaar • Onderhoud randvoorziening: 1 × / jaar • Straatvegen: 6 × / jaar • Kolken zuigen: 1 × / jaar • Kolken bij infiltratievoorzieningen: 2 × / jaar • Maaien wadi's: gelijktijdig met rest van gras • Maaien wadi's meer ecologisch beheer: 1 tot 2 × / jaar • Beheer en onderhoud IBA’s: voor alle IBA’s geldt 1 × per jaar beheer en onderhoud door waterschap Aa en Maas en waterschap De Dommel in opdracht van de gemeente, de kosten zijn verdeeld op basis van afspraken met de beide waterschappen Informatiegestuurd beheer: De jaren 2022 en 2023 gebruiken we om onze risicovolle assets inzichtelijk te maken en bepalen hoe wij het beheer van de objecten in het vervolg willen oppakken (planvorming en afstemming). Het tweede gedeelte van de planperiode gebruiken we om de informatiegestuurde aanpak in uitvoer te brengen. We gaan er nu vanuit dat dit niet leidt tot een verhoging van het onderhoudsbudget.

Het opstellen van de informatiegestuurde aanpak pakken we op binnen de eigen organisatie. Incidentenplan: Op dit moment hebben wij hiervoor geen specifiek onderzoeks- / uitvoeringsbudget opgenomen. Zodra de startnotitie (inclusief planningen en kosten) gereed is vragen wij op basis van deze notitie hiervoor budget aan via een kadernota. Projecten en vervangingen: Voor de periode 2022 tot en met 2024 zijn de vervangingen concreet opgenomen in de meerjarige integrale projectenplanning, zie tabel 7.1, deze zijn als dusdanig overgenomen in het KDP. Vanaf 2024 zijn de vervangingen meegenomen op basis van aanlegjaar + technische levensduur. De vervangingskosten zijn berekend op basis van de kostenkentallen uit de kennisbank van RIONED. Voor de planperiode is rekening gehouden met de vervangingen zoals opgenomen in tabel 7.2. Hierin is met het volgende rekening gehouden: • Gemalen: op basis van de technische leeftijd van de gemalen is een groot deel van de gemalen mechanisch en elektrisch aan vervanging toe. Uit de technische inspectie blijkt dat een groot deel van deze vervangingen nog niet noodzakelijk is. Voor het KDP is rekening gehouden met de volgende jaarlijkse vervangingsbudgetten: Mechanisch: EUR 165.000 Elektrisch: EUR 75.000 Bouwkundig: EUR 105.000 (vanaf 2031) Hierop zijn de budgetten zoals opgenomen in integrale projectenplanning in mindering gebracht.

Bij de volgende financiële actualisatie bekijken we de benodigde vervangingsinvesteringen opnieuw. • IBA’s: het beheer en onderhoud van de IBA’s is ondergebracht bij de beide waterschappen. Uit terugkoppeling van beide waterschappen is een vervangingsplanning met bijbehorende kosten opgesteld. Hier moeten we gezamenlijk nog nadere afspraken over maken

Pagina 38

•

Randvoorzieningen: door het verder afkoppelen van verhard oppervlak zijn wij er in het kostendekkingsplan vanuit gegaan dat we de randvoorzieningen aan het einde van de bouwkundige levensduur niet vervangen. In het KDP is wel rekening gehouden met mechanische en elektrische vervanging

Voor de vervangingen van de vrijvervalriolering is uitgegaan van het vervangen van de gemengde riolering door een gescheiden systeem voor afvalwater en hemelwater. Uit de gebiedsgerichte aanpak moet blijken hoe we hier invulling aangeven. Waar mogelijk kiezen we voor bovengronds afkoppelen in plaats van het aanleggen van een hemelwaterriool. Voor de vervangingskosten hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Op basis van onze ervaringen is gerekend met 90% van de kostenkentallen van RIONED. Tijdens de eerstvolgende financiële actualisatie bepalen wij op basis van nacalculatie in hoeverre deze kostenkentallen nog steeds in lijn zijn met onze daadwerkelijke kosten • Vervanging van vuilwaterriool en hemelwaterriool vindt gelijktijdig plaats. Hierdoor kunnen we besparen op de kosten voor verharding en ontgraving. In het KDP is dit vertaald door te rekenen met 80% van de vervangingskosten. Voor de vervanging van gemengd door een vuilwater en hemelwaterriool is dit vertaald door te rekenen met 160% van de vervangingskosten • De vervangingsinvesteringen zijn gelijkmatig verdeeld in perioden van 10 jaar Alle vervangingen in de planperiode zijn weer gegeven in tabel 7.1. De investeringen zoals opgenomen in ons integrale projectenplan zijn weergegeven in tabel 7.2. Voor de volledigheid zijn hierin ook de projecten zoals deze in 2021 zijn uitgevoerd aan toegevoegd.

Tabel 7.1 Overzicht vervangingen planperiode (excl. investeringen integrale projectenplanning)

Omschrijving Vrijverval Gemalen BK Gemalen E Gemalen M Persleiding Pompunits BK Pompunits ME Drukriolering Vrijverval buitengebied IBA’s BK IBA’s ME Randvoorzieningen ME Totaal

Pagina 39

2022 66 116 182

2023 79 125 203

2024 2.549 75 165 4 24 16 20 2.854

2025 2.549 75 165 8 24 16 2.837

2026 2.549 75 165 4 24 38 201 3.056

Planperiode 7.646 225 495 16 218 311 221 9.132

Tabel 7.2 Investeringen integrale projectenplanning

Omschrijving investeringen budgetten t/m 2017 71005 - Drainagegemaal Kienehoef, uitstroomwerken etc. 71008 - Herinrichten en afkoppelen Boskantseweg 71071 - Maatregelen De Dubbelen 1 + 2 nav herberekening 71076 - Maatregelen riolering Erp-Oost 71077 - Verplaatsen en vernieuwing gemaal Nederboekt 71081 - Hemelwaterverwerking Dommelrode 71086 - Drukriolering elektromechanisch 2017 investeringen budgetten na 2017 71088 - Hemelwaterverbetering Kienehoef 71090 - Renovatie drukriool en hoofdgemalen Meierijstad 71090 - Renovatie drukriool en hoofdgemalen Meierijstad 71091 - Drukriolering elektromechanisch 71092 - Maatregelen waterbeleving Dommeldal 71099 - Inrichten grondwatermeetnet Meierijstad 71101 - Droge voeten Sint-Oedenrode 71103 - Afkoppelen centrum e.o. Sint-Oedenrode 71105 - Veghel zuid herinr 3 omgevingen versnellingskamer Area 71106 - Centrum West 71108 - Fietsstraten Rembrandtlaan en Populierenlaan 71109 - Koolenkampen fase III 71110 - Hoevebraak 71111 - IBA's Nieuwe investeringen uit MJOR (nog geen kredieten) Rioolvervanging + afkoppelen Viijverwijk Rioolvervanging + afkoppelen Zeemanswijk Rioolvervanging + afkoppelen Elschotseweg/Oude Steeg Afkoppelen Vondelstraat en Kol. Johnsonstraat Totaal

Pagina 40

2021

2022

2023

2024

Totaal

20 409 50

-

188 -

-

208 409 50

200 56 400 186

1.029 2.884 -

-

-

1.229 56 3.284 186

2.509 2.000 30 27 30 50

1.000 500 65 30 100

1.078 551 47 296 194

-

2.509 2.000 2.078 1.051 95 27 107 296 344

50 80 600 200 39

1.190 1.753 -

-

1.806 -

1.240 80 600 3.759 39

6.936

580 820 263 193 10.406

580 820 263 193 4.209

1.806

1.160 1.640 525 385 23.357

Figuur 7.1 Vervangingsplanning vrijvervalriolering (inclusief vervanging gemengd door gescheiden)

7.2

Beheergegevens: we houden de beheergegevens op orde en actueel

De Wet milieubeheer schrijft voor dat wij onze rioleringsvoorzieningen in beeld hebben en dat wij weten in welke staat zij verkeren. Ook de WIBON (Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken) schrijft dit voor. De gegevens in ons beheersysteem zijn compleet, actueel en inzichtelijk. Bij nieuwe oplevering hanteren wij de gemeentelijke standaard zodat uniformiteit van de gegevens ontstaat. Toetsing huidige situatie Beheergegevens: Met de samenvoeging van de drie gemeenten en de overgang naar één gezamenlijk beheersysteem en één gezamenlijk beheerbestand is minder efficiënt voorlopen als was voorzien. Hierdoor was de afgelopen planperiode niet alle data correct en eenduidig in het beheersysteem opgenomen. Met het opstellen van voorliggend PWR en het BRP is in de periode 2020 en 2021 een grote slag gemaakt in het op orde brengen van de gegevens. De gegevens zijn op dit moment voor 98 % op orde Gemeentelijke standaard: Op dit moment hebben we nog geen gemeentelijke standaard, maar we zijn hier vanuit het atelier openbaar gebied wel voor aan het werken Strategie / maatregelen Beheergegevens: De komende planperiode richten wij ons op het verder op orde brengen en houden van de beheergegevens. Wij geven hier op de volgende manier invulling aan: • Verwerken revisiegegevens: conform WIBON verwerken wij revisiegegevens uiterlijk 30 dagen na aanlevering.

Het verwerken van de revisiegegevens pakken wij volledig op binnen onze eigen organisatie. Op dit moment beschikken wij echter over onvoldoende personele capaciteit om dit volledig binnen de eigen organisatie op te pakken. In 2021 is dit deels extern opgepakt. Bij voorkeur breiden wij onze eigen organisatie hiervoor uit, zie verder hoofdstuk 9

Pagina 41

• • •

•

Beheergegevens GWSW 8-proof maken nemen wij mee in ons dagelijks databeheer Revisieprotocol: als onderdeel van het HIOR stellen wij een goed revisieprotocol op. Aan het einde van de planperiode is het revisieprotocol gereed, geïmplementeerd en gecommuniceerd met onze projectleiders Huisaansluitingen: we zijn verplicht uiterlijk in 2027 al onze huisaansluitingen digitaal in beeld te hebben. We hebben voor de periode tot en met 2027 jaarlijks een budget van EUR 50.000 opgenomen voor het vectoriseren (inclusief digitale ontsluiting) van de huisaansluitingen. We gaan daarbij tevens na of alle aansluitingen ook rioolheffing betalen Ontbrekende gegevens laten wij inmeten door onze eigen landmeters en valt binnen de overheadskosten. Deze zijn extracomptabel meegenomen in het KDP

Gemeentelijke standaard: De komende planperiode werken wij de gemeentelijke standaard uit. In deze standaard leggen wij in ieder geval de volgende afspraken vast: • Welke gegevens ophalen bij start van het werk • Welke gegevens overdragen bij het opleveren van werkzaamheden (zoals hoeveel m² afkoppelen is gerealiseerd) Het opstellen van de gemeentelijke standaard pakken we op binnen de gemeentelijke organisatie. We houden hierbij rekening met de uitkomsten van het Overleg Standaarden Klimaatadaptatie (OSKA). In standaarden is namelijk vaak nog geen rekening gehouden met bijvoorbeeld klimaatverandering, waardoor klimaatadaptatie vaak niet of niet goed wordt toegepast. Het OSKA wil daar verandering in brengen.

8 GWSW staat voor Gegevens Woordenboek Stedelijk Water. Dit is een open standaard voor het eenduidig uitwisselen en ontsluiten van gegevens in het stedelijk waterbeheer. Pagina 42

8

Educatie en bewustwording

Wij realiseren ons dat voor het bereiken van een Meierijstad dat bestand is tegen de weersextremen, het belangrijk is dat niet alleen wij als gemeente in actie komen, maar ook de particulieren en bedrijven zelf. De komende planperiode richten wij ons op het stimuleren van het afkoppelen bij particulieren en bedrijven en het vergroten van de bewustwording. Wij hebben hierbij tevens aandacht voor het verduurzamen van de afvalwaterketen en waar mogelijk richten we ons op het behalen van meerdere doelstellingen tegelijk zoals het vergroenen van de gemeente en het vergroten van de biodiversiteit.

8.1

Communicatieplan

Onze communicatie richt zich op: • Het benutten van het momentum! Dit doen wij door het uitdragen van de gerealiseerde (voorbeeld) projecten voor het afkoppelen van hemelwater en het vergroenen van de openbare ruimte. Hierbij liften we ook mee op de inspanningen van de provincie voor klimaatadaptatie en de waterschappen voor waterbewustzijn en letten we op waar nieuwbouwprojecten kansen bieden • Handelingsperspectief: we geven duidelijk aan waar wij als gemeente voor aan de lat staan en wat wij de eigen verantwoordelijkheid vinden van onze inwoners en bedrijven (hiervoor moeten we eerst nog externe dialogen voeren!) • Waterbewustzijn en waterbewust handelen stimuleren: we hanteren hierbij de afkoppelkaders uit (paragraaf 4.1). We hebben hierbij aandacht voor het verduurzamen van de afvalwaterketen. Waar mogelijk trekken wij hierin op met onze waterpartners. Ook betrekken we woningcorporaties zoals wij dit reeds hebben gedaan voor duurzaamheid in overeenkomsten. We richten ons in het algemeen op het informeren. Bij nieuwbouw en/of reconstructiewerkzaamheden is de communicatie meer gericht op participatie en geven we inwoners en bedrijven een actieve rol bij de invulling van het ontwerp.

Op regioniveau (Noordoost-Brabant) is hiervoor een warenhuis aan communicatievormen en -middelen beschikbaar • Communicatie over goed rioolgebruik: we communiceren over goed rioolgebruik zoals geen vet of doekjes in het riool. We sluiten hierbij aan bij landelijke communicatiecampagnes, gericht op probleemlocaties. Daarnaast heeft het gedrag van bewoners, bedrijven en agrariërs impact op het realiseren van de KRWdoelstellingen • Communicatie rondom extreme neerslag en afvalwater op straat: we communiceren met betrekking tot de volksgezondheid over de gevaren rondom (verdund) afvalwater op straat in relatie tot water op straat bij extreme neerslag • Participatietrajecten: In tegenstelling tot de beheer- en onderhoudsmaatregelen gaan (investerings)projecten in de fysieke leefomgeving, waar riolering zijn (financiële) bijdrage aan levert, altijd gepaard met participatietrajecten in het gebied waar het project wordt uitgevoerd. De ‘opbrengst’ van dergelijke trajecten kan van invloed zijn op het project zelf

Pagina 43

Toetsing huidige situatie De afgelopen planperiode zijn onze inwoners nadrukkelijk geïnformeerd over waterbewust zijn bij uitvoeringen van projecten. Wij hebben echter weinig zichtbaar gemaakt wat wij als gemeente allemaal hebben gerealiseerd en hoe particulieren en bedrijven dit naar hun eigen perceel kunnen vertalen. Strategie / maatregelen Vanaf 2023 tot het einde van de planperiode is een jaarlijks communicatiebudget van EUR 100.000 beschikbaar voor het realiseren van afkoppelen. In 2022 hiervoor EUR 50.000 beschikbaar. Binnen deze middelen gaan we het volgende uitzoeken en verder ontwikkeling: • Terugkijken naar de reeds uitgevoerde afkoppelprojecten en de hiermee behaalde resultaten • Voortzetten contract met Operatie Steenbreek • Gebiedsgerichte aanpak voor omgang met hemelwater op basis van de hemelwaterstructuurkaart en de klimaatonderlegger • Kaders opstellen waarbinnen afkoppelcoaches aan de slag kunnen • Aansturen en begeleiden van afkoppelcoaches en deze van informatie voorzien • Voortzetting afkoppelen gemeentelijke gebouwen • Pilots draaien voor afkoppelen met afkoppelcoaches Concreet zetten we het budget op de volgende manier in: • Opstellen communicatieplan: op basis van het nog op te stellen hemelwaterstructuurplan en de uitwerking van de gebiedsgerichte aanpak, werken wij een communicatieplan voor de komende planperiode nader uit.

Hierbij is ook aandacht voor hoe wij initiatiefnemers digitaal kunnen ondersteunen met kennis, rekentools en/of ontwerpeisen • Communicatie: het voeren van externe dialogen, het schrijven van berichten in lokale en social media en voor communicatiemateriaal zoals banners en informatieborden bij werkzaamheden in de openbare inrichting • Afkoppelcoach: Omdat meer dan de helft van het verhard oppervlak zich op particulier terrein bevindt gaan we particulieren en bedrijven helpen met het afkoppelen van de eigen gebouwen. In 2022 gaan we de inzet van een afkoppelcoach verder uitwerken op basis van de gebiedsgerichte aanpak en ons communicatieplan. In de tweede helft van 2022 gaan we de coach daadwerkelijk operationaliseren.

De afkoppelcoach zetten we in op: Vertaalslag van het hemelwaterstructuurplan en gebiedsgerichte aanpak ten behoeve van duidelijke communicatie richting bewoners en bedrijven Communiceren en informeren van burgers en bedrijven over mogelijkheden per gebied op basis van de klimaatonderlegger en de gebiedspaspoorten Verankeren van de gemeentelijke kaders voor het afkoppelen in projectplannen en afstemmen met afkoppelcoaches (die extern op projecten worden ingezet) voor een juiste en eenduidige communicatie binnen projecten Planning en realisatie van het afkoppelen van de gemeentelijke assets als voorbeeld Waar mogelijk de samenwerking zoeken met duurzaamheid om het totale verhaal te communiceren zoals gasloos wonen, vergroenen, biodiversiteit et cetera • Stimuleringsregeling: we continueren de gezamenlijke stimuleringsregeling met de beide waterschappen. Hiervoor is in de planperiode een bedrag van EUR 46.000 per jaar gereserveerd. Afhankelijk van de gezamenlijke afspraken met de beide waterschappen vraagt dit in de toekomst om een bijstelling van het beschikbare budget

Pagina 44

8.2

We geven het goede voorbeeld

Het klimaatbestendig maken van Meierijstad is een gezamenlijke opgave. We vinden het belangrijk dat particulieren en bedrijven hierin hun eigen verantwoordelijk nemen. Wij vinden dat wij als gemeente hierin ook het goede voorbeeld moeten geven. Zowel voor wat betreft de openbare ruimte als onze eigen assets. Conform ambities uit het vorige GRP zijn op termijn al onze eigen assets dan ook afgekoppeld. Wij realiseren dit gelijktijdig bij nieuwbouw en/of renovaties van onze assets. Daarnaast gaan we meer uitdragen en communiceren over wat we in de openbare ruimte realiseren. Daarnaast gaan we op kleine schaal experimenteren met innovaties. We laten de ontwikkelingen nadrukkelijk over aan de marktpartijen. Onze ervaringen delen we met particulieren en bedrijven en stellen de opgedane kennis ter beschikking. Toetsing huidige situatie • Afkoppelen eigen assets: In de afgelopen planperiode zijn wij beperkt gestart met het afkoppelen van onze assets. Het gemeentehuis in Veghel is afgekoppeld en heeft gedeeltelijk een groen dak • Innovaties: Voor de afgelopen planperiode waren reeds diverse innovatieve onderzoeken gepland. In de praktijk zijn deze slechts beperkt uitgevoerd. Er is een beperkt onderzoek met betrekking tot riothermie en aquathermie uitgevoerd voor de zwembaden, deze is echter niet gebied dekkend.

We hebben het voornemen om hiervoor gedurende de planperiode (2024) een gebied dekkende kansenkaart op te stellen. De hieruit beschikbare informatie stellen wij ter beschikking aan initiatiefnemers Strategie / maatregelen • Afkoppelen eigen assets: in 2022 onderzoeken we welke gebouwen in aanmerking komen voor afkoppelen en bepalen we hoe we dit kunnen meekoppelen aan de onderhoudscyclus gebouwen en/of reconstructie van de omgeving. We richten ons de eerste jaren op de relatief makkelijk te realiseren gebouwen. Hiervoor is in de planperiode vanaf 2023 een bedrag van EUR 50.000 gereserveerd. Afhankelijk van de planning stellen we dit bedrag bij de volgende financiële actualisatie bij • Innovaties: Wij vinden innovatie belangrijk, wij gaan deze onderzoeken echter niet zelf oppakken. In de planperiode hebben we geen specifiek innovatiebudget opgenomen. Echter zoals uit paragraaf 7.1 blijkt staan wij voor aanzienlijke investeringsopgaven. De gebiedsgerichte aanpak vraagt dan ook om een innovatieve invulling om tot slimmere en goedkopere oplossingen te komen. Deze innovatie maakt in het KDP onderdeel uit van het totale investeringsbedrag. Mocht aanvullend innovatiebudget noodzakelijk zijn vragen wij dit op basis van een startnotitie (inclusief planningen en kosten) aan via een kadernota

8.3

We verduurzamen de afvalwaterketen

Voor het verduurzamen van de afvalwaterketen richten wij ons op het minimaliseren van het energieverbruik door minder water naar de RWZI te verpompen. We optimaliseren de afvalwaterketen met oog voor de RWZI en de overstorten. De RWZI presteert beter bij een constante aanvoer van (afval)water. We doen dit zoals eerder aangegeven door het scheiden van de waterstromen (verder afkoppelen van hemelwater van de gemengde riolering) en door de toekomstbestendigheid van de drukriolering in het buitengebied te onderzoeken (pilotstudie Wijboschbroek).

Pagina 45

Toetsing huidige situatie De gemeente is al jaren bezig met het scheiden van de waterstromen zowel bij nieuwbouw als in bestaande situaties. Ruim 40% van ons rioolstelsel is voorzien van een (verbeterd) gescheiden rioolstelsel. Dit wil nog niet zeggen dat ook ruim 40% van het totale verhard oppervlak hierop is aangesloten. We schatten in dat 30% van het totale verharde oppervlak is aangesloten op een (verbeterd) gescheiden systeem. Strategie / maatregelen • Afkoppelen verhard oppervlak conform gebiedsgerichte aanpak en afkoppelkaders zoals opgenomen in paragraaf 4.1 • Uitvoeren onderzoek toekomstbestendigheid drukriolering buitengebied zoals opgenomen in paragraaf 3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=28458c77-0149-46e1-9090-7f1b750cbf35