CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

PWR 2022-2026

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling Programma Water en Riolering 2022-202639.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Programma Water en Riolering Meierijstad PWR Meierijstad 2022 - 2026 Hoofdnota september 2021

Colofon Ronnie van Boekel Peter van der Haar Harold van Oorschot Wouter-Jan Oosten Jos van der Zanden Sietse Schouwenaars Henri van Wylick Thomas Jansen Koen Weytingh Monique de Groot - Reichwein Eefje Vissers-Dortmans Gwendolijn Vugs

Gemeente Meierijstad (kernteam en leesteam) Gemeente Meierijstad (leesteam) Gemeente Meierijstad - projectleider (kernteam en leesteam) Gemeente Meierijstad (leesteam) Gemeente Meierijstad (kernteam en leesteam) Waterschap Aa en Maas (leesteam) Waterschap De Dommel (leesteam) Jansen gebiedsinnovatie Toekomst Sterk TAUW (kernteam) TAUW (kernteam) TAUW (kernteam)

Projectnummer: 1277237 Rapportnummer: R001-1277237GBV-V03-hgm-NL Handtekening: Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Pagina 2

Voorwoord We weten het allemaal, maar we staan er niet dagelijks bij stil. Water is van levensbelang. Goede zorg voor ons afvalwater en schoon drinkwater hebben in het verleden de volksgezondheid enorm vooruitgeholpen. Ziektes zijn uit het straatbeeld verdwenen en onze levensverwachting is met enkele decennia toegenomen. Urgente waterkwaliteits- en wateroverlastknelpunten zijn geleidelijk aangepakt. Er zijn twee rode draden te herkennen in voorliggend ‘Programma Water en Riolering Meierijstad 2022 - 2026’, hierna te noemen als PWR. De eerste rode draad is de wettelijk verplichte invulling van de klassieke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater aangevuld met de verantwoordelijkheid die we als gemeente hebben voor het oppervlaktewater. De tweede rode draad is de aanstaande Omgevingswet. Dit PWR is zo opgezet dat bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2022 eenvoudig aansluiting kan worden gevonden bij de omgevingsvisie, het omgevingsplan en het omgevingsprogramma. Daarmee levert het PWR zijn bijdrage aan een schone, gezonde, veilige en klimaatbestendige leefomgeving. In de gemeente Meierijstad is de rioleringszorg van oudsher goed geregeld. We houden een betrouwbaar en robuust rioolstelsel in stand. Naast het inzamelen en transporteren van afvalwater is een belangrijke functie van het rioolstelsel traditioneel het goed afvoeren van hemelwater.

Hoe we dit doen bepaalt ook in toenemende mate hoe klimaatverandering kan worden opgevangen. Klimaatthema’s die hierin centraal staan, zijn extreme neerslag, hitte en droogte. Deze weersextremen zijn echter niet meer alleen op traditionele wijze op te lossen, maar dienen ook vanuit een ruimtelijk perspectief te worden benaderd. Daarmee is klimaatverandering voor de gemeente Meierijstad een ruimtelijke opgave geworden. Gemeente Meierijstad heeft op het gebied van waterbeheer de afgelopen jaren niet stil gezeten. In het voorgaande rioleringsplan hebben we een weg uitgezet om hier integraal mee om te gaan. We hebben een aantal aansprekende projecten gerealiseerd, waarbij we in de openbare ruimte rekening hielden met het veranderende klimaat. In het oog springende voorbeelden hiervan zijn de herinrichting van de Markt in Veghel, de herinrichting van de wijk Kienehoef in Sint-Oedenrode inclusief afkoppeling en de herontwikkeling van het sportpark De Brug in Erp. Steeds duidelijker wordt ook dat de gemeente haar bewoners, bedrijven en andere instanties nodig heeft voor de belangrijke (ruimtelijke) opgaven rond klimaat en de gemeentelijke wateropgaven. Meer dan de helft van het gemeentelijk grondgebied is geen openbaar terrein, maar vaak rekent men nog wel volledig op ontzorging door de gemeente. Tegelijkertijd staat ook die openbare ruimte zelf onder druk.

Steeds meer functies moeten in een beperkte ruimte worden samengebracht. Dit schuurt soms en het is onvermijdelijk dat voor het niet openbare deel steeds vaker moet worden gevraagd om de eigen verantwoordelijkheid te nemen. De gemeente heeft hier ook een belangrijke rol in het zorgen voor bewustwording en het helpen bij het nemen van het juiste soort maatregelen op het goede moment. Communicatie en samenwerking met de burgers en bedrijven worden meer nog dan voorheen belangrijk. Hierbij kunnen alle kleine beetjes helpen. Een voorbeeld daarvan is de Operatie Steenbreek: het vergroenen van onze leefomgeving en het tegengaan van onnodige verharding, het inzetten van regentonnen en het afkoppelen van regenpijpen van de riolering. Voor dat laatste experimenteert de gemeente Meierijstad al met inzetten van een afkoppelcoach. Pagina 3

De totstandkoming van voorliggend PWR heeft een bijzonder traject gekend. Enerzijds hebben de waterschappen De Dommel en Aa en Maas intensief deelgenomen aan de ambtelijke werkgroep die tot dit rapport heeft geleid. Anderzijds heeft deze samenwerking, een voor de gemeente Meierijstad innovatief instrument opgeleverd, namelijk de Klimaatonderlegger. Deze onderlegger voorziet in het ruimtelijk benaderen van de klimaatopgaven. Door de landschapscondities- en kwaliteiten van de gemeente op kaart te zetten kunnen deze onderdeel worden van het besluitvormingsproces Ruimtelijke Ordening, vanaf 2022 Omgevingswet. Inmiddels hebben beide waterschappen deze kaart als ‘praatplaat’ ook beschikbaar bij ruimtelijke ontwikkelingen in hun beheergebieden. Verder is een begin gemaakt met een opzet voor een gebiedsgerichte aanpak. Dit moet de basis vormen om, bij voorgenomen uitvoering, op deze schaal burgerparticipatietrajecten te doorlopen. Tot slot, ondanks de recente gebeurtenissen ‘om de hoek’ in België, Duitsland en Zuid-Limburg: water is belangrijk, water is soms vervelend, maar water is vooral ook waardevol en leuk! Met slecht weer willen we er geen last van hebben, maar met mooi weer willen we er graag wel zoveel mogelijk genot van hebben. Daarom is water een interessant, dynamisch en steeds belangrijker wordend thema in het gemeentelijke beleidsdomein.

Als wethouder is het een voorrecht om daar een bijdrage aan te mogen leveren. Met dit ‘Programma Water en Riolering Meierijstad 2022 - 2026’ hebben we een heldere koers voor de komende jaren uitgestippeld.

Veel leesplezier, H.G.W.M. (Harry) van Rooijen Portefeuillehouder Infrastructuur, duurzaamheid en winkelcentra

Pagina 4

Bestuurlijke samenvatting Een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) beschrijft, als verplichte planvorm, op hoofdlijnen hoe de gemeente invulling geeft aan de rioleringszorg. Het betreft een visie en strategie voor de lange termijn. Hiermee waarborgt de gemeente de continuïteit van de rioleringszorg. Door verdere vereenvoudiging van het omgevingsrecht treedt (naar verwachting) in 2022 de Omgevingswet in werking. Hiermee komen de Wet milieubeheer en de Waterwet te vervallen. Deze wetswijziging heeft als direct gevolg dat de planverplichting voor het GRP komt te vervallen. Vooruitlopend op de vaststelling van de gemeentelijke omgevingsvisie kiezen we ervoor het GRP op te stellen in de vorm van een Programma Water en Riolering (PWR). Om de maatregelen in de goede context te kunnen plaatsen, is toch een hoofdstuk over beleid opgenomen, waarmee direct de samenhang tussen de nog vast te stellen omgevingsvisie en de maatregelen van voorliggend PWR om een goede afstemming vragen.

Terugblik

Het GRP 2017 - 2022 was het eerste GRP voor de gemeente Meierijstad. In dit GRP 2017 - 2022 is het beleid en de ambities van de voormalige gemeenten Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode bij elkaar gevoegd. Dit heeft geleid tot een compleet en ambitieus GRP. Gedurende de looptijd van het GRP is gebleken dat enige vertraging is opgelopen, zowel qua het behalen van de ambities als het realiseren van alle activiteiten. Hiervoor zijn een aantal oorzaken te benoemen. Dit is met name veroorzaakt doordat: • De ambities waren op een aantal vlakken onvoldoende concreet, waardoor het ontbreekt aan duidelijkheid, uitvoerbaarheid en controlemomenten om te bepalen of de doelen zijn bereikt • Van oudsher is riolering een sectorale beheerdiscipline. De omgeving vraagt echter om een integrale benadering. In de praktijk bleek het echter vaak lastig om ruimtelijke adaptatie en duurzaamheid te integreren • Er was minder personele capaciteit beschikbaar dan waarmee in het GRP rekening was gehouden • De totale impact van de fusie was groter dan vooraf was ingeschat. De harmonisatie tussen de drie voormalige gemeenten heeft meer tijd en inspanning gekost dan vooraf is ingeschat. Dit geldt zowel voor het op orde brengen van de beheerbestanden, maar als voor het maken van werkafspraken Qua financiën is de voorgestelde verlaging van de rioolheffing doorgevoerd, daarna is de rioolheffing gelijk gebleven.

We hanteren binnen Meierijstad twee voorzieningen; een spaarvoorziening voor de investeringen (voorziening BBV 44.1 lid d) en een voorziening voor de egalisatie van de tarieven (voorziening BBV 44.2). De stand van beide voorzieningen is per 1 januari 2021 aanzienlijk hoger dan beoogd. De hogere stand van de spaarvoorziening wordt met name veroorzaakt doordat een groot deel van de investeringen niet conform planning van het GRP zijn uitgevoerd en/of een langere doorlooptijd hebben dan in het GRP was voorzien. De hogere stand van de egalisatie voorziening wordt veroorzaakt doordat enerzijds de beheerbudgetten te hoog waren (optelling van de drie beheerbudgetten bij gebrek aan ervaringscijfers) en dat de eerste jaren minder beheer en onderhoud is uitgevoerd dan waarmee rekening was gehouden. Op basis van ervaringscijfers en onderbouwede kwaliteitsgegevens zijn de beheerbudgetten voor de komende planperiode opnieuw bepaald.

Visie

Onze ambitie voor de watertaken en klimaatadaptatie is in samenhang met de omgevingsvisie aangeduid. Belangrijk vertrekpunt hierin is dat met de komst van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) is ingestoken op water als een ruimtelijke opgave. Onder de Omgevingswet laat dit zich vertalen in een veilige (water als ruimtelijke opgave) en gezonde (inzameling en transport door riolering) leefomgeving. De uitdagingen die op ons afkomen zijn groot en vragen om een andere aanpak. Innovaties moeten ons helpen de uitdagingen de baas te blijven. We doen dit door invulling te geven aan het volgende: • We geven invulling aan samenwerking, door op het gebied van water en riolering actief deel te nemen in diverse samenwerkingsverbanden zowel bestuurlijk als ambtelijk • We geven invulling aan de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater Pagina 5

•

We geven invulling aan klimaatadaptatie

Om invulling te geven aan klimaatadaptatie doorlopen we als gemeente, conform het DPRA de volgende stappen • Weten: we brengen de effecten en kwetsbaarheden in beeld. Dit hebben we reeds inzichtelijk gemaakt met het uitvoeren van een impactanalyse voor extreme hitte, extreme regenval, droogte en overstroming, als verdiepingsslag op de regionale klimaatatlas. Daarnaast is in 2020 een klimaatonderlegger opgesteld. De klimaatonderlegger is een feitenkaart die op basis van een lagenbenadering, die ook terugkomt in de gemeentelijke omgevingsvisie, de landschappelijke kwaliteiten en condities weergeeft die kunnen bijdragen aan gemeentelijke ruimtelijke opgaven. Daarmee wordt landschap weer onderdeel van het besluitvormingsproces ruimtelijke ordening (straks: omgeving). Op de klimaatonderlegger staan de gebiedskenmerken en de kansen en risico’s voor de verschillende klimaatthema’s • Willen: met behulp van een interne dialoog zijn de eerste ambities op het vlak de gevolgen van de weersextremen verkend. Deze moeten we de komende planperiode nog nader uitwerken en vaststellen in bestuurlijke en externe dialogen (met onze stakeholders) • Werken: Op basis van de dialogen gaan we een uitvoeringsagenda opstellen.

Wij richten ons hierbij op een gebiedsgerichte aanpak, waarin de klimaatonderlegger een belangrijke bron van informatie vormt De visie hebben we verder uitgewerkt naar een strategie voor de komende planperiode in het programmadeel. Afvalwater Vanuit de Wet milieubeheer hebben wij de verplichting om een voorziening aan te bieden voor het inzamelen van huishoudelijk afvalwater. Alle percelen binnen het gemeentelijk grondgebied moeten voorzien zijn van een rioolaansluiting tenzij lokale zuivering doelmatiger is. Om invulling te geven aan de afvalwaterzorgplicht richten we ons op de volgende doelstellingen: • We verwerken het afvalwater in het stedelijk gebied op een doelmatige wijze • We verwerken het afvalwater in het buitengebied op een doelmatige wijze • We gaan door met het reduceren van de vuilbelasting op oppervlaktewater, waaronder verminderen van belasting door medicijnen in afvalwater Al onze percelen in het stedelijk gebied zijn aangesloten op de riolering. We blijven ons richten op het verder scheiden van afvalwater en hemelwater en hiermee afkoppelen van verhard oppervlak van de gemengde riolering. Dit heeft een positief effect op het milieutechnisch functioneren van riolering door het verminderen van emissies naar het oppervlaktewater.

Daarnaast onderzoeken we de komende planperiode binnen de samenwerkingen de toekomstbestendigheid van onze drukriolering in het buitengebied. Hemelwater Vanuit de hemelwaterzorgplicht, conform artikel 3.5 van de Waterwet, hebben we de verantwoordelijkheid voor een doelmatige inzameling van overtollig hemelwater uit de openbare ruimte. Wij hebben ook de zorgplicht voor de afvoer van hemelwater van particuliere percelen, voor zover dit niet redelijkerwijs van de perceeleigenaar kan worden verwacht. Belangrijk vertrekpunt in de wetgeving is dat de zorgplicht in eerste instantie bij de burger ligt. De burger draagt in eerste instantie zelf zorg voor het verwerken van hemelwater op het eigen perceel. Dit kan door hergebruik, infiltreren in de bodem of bergen in bijvoorbeeld een vijver of op een groen dak. Wanneer dit redelijkerwijs niet mogelijk is, moet de gemeente de zorgplicht op een doelmatige manier overnemen. Om invulling te geven aan de hemelwaterzorgplicht richten we ons op de volgende doelstellingen: • We streven naar het scheiden van waterstromen • We streven naar een klimaatrobuuste leefomgeving, als aspect van een gezonde en veilige leefomgeving zoals benoemt in de Omgevingswet

Pagina 6

Voor het verder scheiden van de waterstromen hebben wij rekening gehouden met het volledig vervangen van de gemengde riolering door een gescheiden stelsel. De komende planperiode werken wij het hemelwaterstructuurplan nader uit tot een gebiedsgerichte aanpak met gebiedspaspoorten. Het klimaatbestendig maken van de openbare ruimte werken wij verder uit in de dialogen en maakt onderdeel uit van de gebiedsgerichte aanpak. Het kan daardoor voorkomen dat de uitkomst van de dialogen voor een oplossing van wateroverlast niet ligt in het aanbrengen van een gescheiden rioolstelsel, maar wordt gevonden in een ruimtelijke oplossing, bijvoorbeeld een water- en infiltratieberging. Voor de particuliere terreinen richten wij ons in het bestaand gebied op het stimuleren van het afkoppelen van verhard oppervlak, waar nodig kunnen wij dit afdwingen middels een gebiedsaanwijzing in onze Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad. Voor nieuwbouw geldt een verbod op het lozen van hemelwater op de riolering of openbaar terrein en is een berging van 60 mm verplicht. Dit is eveneens opgenomen in onze verordening.

Grondwater In artikel 3.6 van de Waterwet is opgenomen dat wij de zorgplicht hebben, voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van waterschap of provincie behoort. De zorgplicht heeft het karakter van een inspanningsverplichting. Dat wil zeggen dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied, maar alleen een regierol vervult. De zorgplicht werkt niet met terugwerkende kracht en kan dus niet leiden tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden. De gemeente is voor haar burgers aanspreekpunt voor grondwateroverlast. Perceeleigenaren kunnen de gemeente benaderen voor klachten, meldingen of informatie over grondwater (loketfunctie). Zo nodig zoekt de gemeente contact met het waterschap en/of provincie. Om invulling te geven aan de grondwaterzorgplicht richten we ons op de volgende doelstelling: We zorgen dat grondwater de bescherming van een gebied niet structureel belemmert en faciliteren bij grondwaterproblemen Op dit moment is er geen aanleiding voor het treffen van maatregelen.

Op dit moment hebben we nog geen gebiedsdekkend grondwatermeetnet, dit staat voor de komende planperiode op de planning. Oppervlaktewater Samen met de waterschappen werken wij aan het verder behalen van de Kader Richtlijn Water (KRW)doelstellingen. Wanneer er zich waterkwaliteitsknelpunten voordoen oordelen we samen met de waterbeheerder over de noodzaak van maatregelen. We dragen bij aan het signaleren van negatieve gevolgen van riooloverstorten op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Meldingen die wij ontvangen met betrekking tot de waterkwaliteit registreren en classificeren wij en zetten wij door naar de waterschappen. We nemen binnen de samenwerking As50+ deel aan het meten- en monitoringsprogramma in de afvalwaterketen. Hiervoor gaan we de overstorten en strategische plekken in het rioolstelsel bemeten. Dit gaan we ook oppakken voor het ‘Dommelgebied’. Op basis van de meetgegevens voeren we een impactanalyse uit. Stedelijk water heeft een belangrijke functie in de berging, verwerking en afwatering van ons overtollig hemelwater. Het beheer en onderhoud van de watergangen maakt onderdeel uit van onze hemelwaterzorgplicht. Het oplossen van geur- en of stankoverlast nabij oppervlaktewater, niet alleen als gevolg van het inwerkingtreden van overstorten, maakt hier geen onderdeel vanuit.

Voor het op orde houden van voldoende afvoercapaciteit van de watervoerende watergangen stellen wij een baggerplan op betreffende de watergangen die onderdeel zijn van het rioleringssysteem. Rioleringssysteem op orde Om proactief te kunnen beheren en in te springen op veranderende situaties zoals het klimaat houden wij ons rioleringssysteem op orde; we richten ons hierbij op de volgende doelstellingen: Pagina 7

•

Assetmanagement: we houden het beheer van de objecten op orde; hierbij houden we rekening met het verduurzamingsprogramma en aanverwante programma’s • Beheergegevens: we houden de beheergegevens op orde en actueel • Meten en monitoren: we meten waar nodig en houden hiermee vinger aan de pols • Veld-, systeem- en beheerkennis: doordat we als gemeente beschikken over een eigen buitendienst op het gebied van water en riolering beschikken wij over de kennis in het veld en weten we met welke karakteristieken van het rioleringssysteem we bij het beheer en onderhoud rekening moet houden. Deze kennis is onmisbaar voor beheerders en projectleiders, zowel intern als extern. Op dit moment werken we nog met vaste cycli voor zowel het inspecteren als beheren van onze objecten. We maken inzichtelijk wat onze risicovolle objecten zijn en passen de onderhoudsfrequentie hierop aan (kan zowel verhogen als verlagen zijn). Hiermee gaan we geleidelijk over naar een informatiegestuurde aanpak om de risico’s te verlagen. Educatie en bewustwording Wij realiseren ons dat voor het bereiken van een Meierijstad dat bestand is tegen de weersextremen, het belangrijk is dat niet alleen wij als gemeente in actie komen, maar ook de particulieren en bedrijven zelf. De komende planperiode richten wij ons op het stimuleren van het afkoppelen bij particulieren en bedrijven en het vergroten van de bewustwording.

Wij hebben hierbij tevens aandacht voor het verduurzamen van de afvalwaterketen en waar mogelijk richten we ons op het behalen van meerdere doelstellingen tegelijk zoals het vergroenen van de gemeente en het vergroten van de biodiversiteit. Belangrijke onderdelen zijn het continueren van de gezamenlijke stimuleringsregeling met de beide waterschappen en door het goede voorbeeld te geven en uit te dragen in de openbare ruimte en voor onze eigen assets. Daarnaast zetten we in op een afkoppelcoach met als doel: • De vertaalslag te maken van het hemelwaterstructuurplan en gebiedsgerichte aanpak ten behoeve van duidelijke communicatie richting bewoners en bedrijven • Communiceren en informeren van burgers en bedrijven over mogelijkheden per gebied op basis van de klimaatonderlegger en de gebiedspaspoorten • Verankeren van de gemeentelijke kaders voor het afkoppelen in projectplannen en afstemmen met afkoppelcoaches (die extern op projecten worden ingezet) voor een juiste en eenduidige communicatie binnen projecten • Waar mogelijk de samenwerking zoeken met duurzaamheid om het totale verhaal te communiceren zoals gasloos wonen, vergroenen, biodiversiteit et cetera Middelen Middelen bestaan zowel uit personele middelen als financiële middelen. Wij streven naar een solide beleid ten aanzien van de financiering van onze strategie.

Het financieel beleid is gericht op een goede instandhouding van de bestaande voorzieningen en de vervanging hiervan op de lange termijn, rekening houdend met nieuwe inzichten en klimaatveranderingen. Uitgangspunt is om dit tegen een kostendekkend tarief aan te bieden. Personele middelen We hebben een analyse gemaakt voor de benodigde middelen. Uit de analyse blijkt dat we 1 fte tekort komen op beheer voor de volgende taken: • Beoordelen inspecties en opstellen maatregelplannen • Afhandelen meldingen en klachten en beoordeling huisaansluitingen • Toezicht en directie op uitvoering rioolrenovatiewerkzaamheden • Zorgdragen vectorisatie huisaansluitingen • Informatiebeheer Klimaat Adaptieve (KA) maatregelen zoals afkoppelen, waterinfiltratie en buffersystemen

Pagina 8

Financiële middelen Onderdeel van het PWR is een kostendekkingsberekening. Het doel van deze berekening is een onderbouwde prognose te maken voor het verloop van de rioolheffing in de toekomst. Hoewel een zo goed mogelijke benadering is nagestreefd van het toekomstige verloop van de uitgaven en inkomsten, blijft dit vooral het bepalen van de trend naar de toekomst. De totale lasten in de planperiode bedragen circa EUR 41,3 miljoen. In figuur 1 zijn de lasten op langere termijn weergegeven. De totale lasten over de beschouwde periode van 60 jaar (2021-2080) bedragen circa EUR 646,3 miljoen. 16.000.000

14.000.000

12.000.000

10.000.000

8.000.000

6.000.000

4.000.000

2.000.000

Exploitatie

Onderzoek

BTW

dotatie (voorz. BBV 44.1d)

Kapitaallasten verleden

2079

2077

2075

2073

2071

2069

2067

2065

2063

2061

2059

2057

2055

2053

2051

2049

2047

2045

2043

2041

2039

2037

2035

2033

2031

2029

2027

2025

2023

2021

-

Nieuwe kapitaallasten

Figuur 1 Totale lasten rioleringszorg voorz. BBV 44.2 periode 60 jaar (excl. inflatie)

Om alle uitgaven die met de rioleringszorg gepaard gaan te dekken, heffen wij rioolheffing. De rioolheffing bestaat uit twee delen: • Eigenarendeel: voor de eigenaar van een woning of niet-woning die direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. De hoogte van dit deel van de heffing wordt bepaald op basis van een percentage van de WOZ-waarde • Gebruikersdeel: voor de gebruiker van een woning of niet-woning, die direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Voor de hoogte van dit deel van de heffing is onderscheid gemaakt tussen woningen en niet-woningen Woningen: onderscheid tussen éénpersoons- of twee- en meerpersoonshuishouden Niet-woningen: staffel op basis van de afgevoerde hoeveelheid water Voorziening BBV 44.1 lid d (spaarvoorziening voor de investeringen) De investeringen komen ten laste van onze spaarvoorziening, voor zover deze toereikend is. In figuur 2 is het verloop van de voorziening BBV 44.1 lid d weergegeven.

Pagina 9

Figuur 2 Verloop voorziening BBV 44.1 lid 1 (excl. inflatie)

Voorziening BBV 44.2 (voorziening beklemde middelen derden voor de egalisatie van de tarieven) Op basis van de uitgangspunten, totale lasten, inkomsten en stand van de voorziening BBV 44.2 is het effect op de rioolheffing bepaald voor de periode 2021 - 2080. Uitgangspunt hierbij is dat rioolheffing kostendekkend is. Het uitgaven patroon in voorliggend PWR is veel hoger is dan waarmee in het vorige GRP is gerekend. Dit hoger uitgaven patroon zorgt ervoor dat het niet meer mogelijk is om alle investeringen in de toekomst direct af te blijven boeken. Deze investeringen moeten dan worden geactiveerd en gekapitaliseerd. Echter omdat de voorzieningen op dit moment toereikend genoeg zijn, is er geen stijging in de planperiode noodzakelijk en kunnen we doorgaan met het direct afboeken in de planperiode. Wij adviseren dan ook op dit moment geen stijging door te voeren, maar eerst de gebiedsgerichte aanpak nader uit te werken. Om de rioleringszorg ook in de toekomst betaalbaar te houden vraagt de gebiedsgerichte aanpak om een innovatieve invulling van de maatregelen die leiden tot slimmere en goedkopere oplossingen dan waarmee nu is gerekend (volledig gescheiden rioolstelsel). De resultaten van de gebiedsgerichte aanpak nemen we mee in de financiële actualisatie van het kostendekkingsplan in 2023 en bepalen we het effect hiervan op de kostendekkendheid van het tarief.

In figuur 3 is het verloop van de inkomsten, lasten, saldo voorziening BBV 44.2 (linker as) en de rioolheffing (rechter as) over een periode van 60 jaar weergegeven. Hierbij is nog geen rekening gehouden met een indexering. De rioolheffing moet naast de voorgestelde stijging voor de toekomst nog worden geïndexeerd.

Pagina 10

375,00

14.000.000

350,00

12.000.000

325,00

10.000.000

300,00

8.000.000

275,00

6.000.000

250,00

4.000.000

225,00

2.000.000

200,00

-

175,00

2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050 2051 2052 2053 2054 2055 2056 2057 2058 2059 2060 2061 2062 2063 2064 2065 2066 2067 2068 2069 2070 2071 2072 2073 2074 2075 2076 2077 2078 2079 2080

16.000.000

Totale lasten

Totale inkomsten

stand voorziening

rioolheffing - gemiddeld (rechter as)

Figuur 3 Verloop inkomsten, lasten saldo voorziening BBV 44.2 (linker as) en rioolheffing (rechter as)

Pagina 11

Inhoud Colofon .................................................................................................................................................... 2 Voorwoord .............................................................................................................................................. 3 Bestuurlijke samenvatting ...................................................................................................................... 5 1

2

3

4

5

Inleiding......................................................................................................................................... 14 1.1

Aanleiding en doelstelling ..................................................................................................... 14

1.2

Terugblik afgelopen planperiode .......................................................................................... 14

1.3

Geldigheidsduur .................................................................................................................... 15

1.4

Totstandkoming .................................................................................................................... 15

1.5

Leeswijzer.............................................................................................................................. 16

Visie ............................................................................................................................................... 18 2.1

Nieuwe rioleringsplan onder de Omgevingswet .................................................................. 18

2.2

We geven invulling aan samenwerking ................................................................................ 19

2.3

We geven invulling aan de gemeentelijke zorgplichten ....................................................... 19

2.4

We geven invulling aan klimaatadaptatie............................................................................. 20

Afvalwater ..................................................................................................................................... 22 3.1

We verwerken het afvalwater in het stedelijk gebied op een doelmatige wijze ................. 22

3.2

We verwerken het huishoudelijk afvalwater in het buitengebied op een doelmatige wijze 23

3.3

We gaan door met het reduceren van de vuilbelasting op oppervlaktewater .................... 24

Hemelwater .................................................................................................................................. 26 4.1

We streven naar het scheiden van waterstromen ............................................................... 26

4.2

We streven naar een klimaatrobuuste leefomgeving .......................................................... 28

Grondwater ................................................................................................................................... 32 5.1 We zorgen dat grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert en faciliteren bij grondwaterproblemen ............................................................................................... 32

6

Oppervlaktewater ......................................................................................................................... 35

7

Rioleringssysteem op orde............................................................................................................ 37

8

9

7.1

Assetmanagement: we houden het beheer van de objecten op orde ................................. 37

7.2

Beheergegevens: we houden de beheergegevens op orde en actueel................................ 41

Educatie en bewustwording ......................................................................................................... 43 8.1

Communicatieplan ................................................................................................................ 43

8.2

We geven het goede voorbeeld ............................................................................................ 45

8.3

We verduurzamen de afvalwaterketen ................................................................................ 45

8.4

Samenwerking....................................................................................................................... 46

Middelen ....................................................................................................................................... 48

Pagina 12

9.1

Personele middelen .............................................................................................................. 48

9.2

Financiële middelen .............................................................................................................. 49

9.2.1

Voorzieningen ............................................................................................................... 49

9.2.2

Rioolheffing ................................................................................................................... 49

9.2.3

Vervangingsinvesteringen en investeringen projectenplan ......................................... 50

9.2.4

Totale lasten voorziening BBV 44.2 .............................................................................. 51

9.2.5

Totale investeringen ten laste van voorziening BBV 44.1 lid d ..................................... 52

9.3

Kostendekking ....................................................................................................................... 52

9.3.1

Uitgangspunten kostendekking .................................................................................... 52

9.3.2

Uitgangspunten Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) 53

9.3.3

Bepaling rioolheffing ..................................................................................................... 53

Bijlage 1

Het nieuwe rioleringsplan onder de Omgevingswet ........................................................ 55

Bijlage 2

Uitwerking interne dialoog ............................................................................................... 67

Bijlage 3

Areaalgegevens ................................................................................................................. 72

Bijlage 4

Evaluatie ............................................................................................................................ 74

Bijlage 5

Overzicht lozingspunten ................................................................................................... 86

Bijlage 6

Totaal overzicht maatregelen ........................................................................................... 87

Bijlage 7

Analyse personele middelen ............................................................................................. 90

Bijlage 8

Financiële tabellen ............................................................................................................ 91

Bijlage 9

Heffingsberekening ........................................................................................................... 92

Bijlage 10

Reactie waterschappen..................................................................................................... 93

Pagina 13

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doelstelling

De wettelijke basis van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is vooralsnog vastgelegd in drie wetten. • De taken en verplichtingen die de gemeente op het gebied van riolering heeft, zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (artikel 10.33 Wm). Een van de verplichtingen uit de Wet milieubeheer betreft het opstellen van een gemeentelijk rioleringsplan. In dit GRP moet inzichtelijk zijn gemaakt welke voorzieningen op het gebied van riolering in beheer zijn, welke effecten deze voorzieningen op het milieu hebben en welke kosten met het beheer en onderhoud hiervan gemoeid zijn, rekening houdend met toekomstige vervanging en / of verbetering. In de Wet milieubeheer is ook de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater vastgelegd • De Waterwet is sinds 2009 in werking getreden en beschrijft het brede pakket aan zorgtaken van de gemeente. Vanuit de Waterwet heeft de gemeente een zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater • De wettelijke kaders rond de rioolheffing zijn vastgelegd in de Gemeentewet. Uitgangspunt hierbij is dat de totale rioolheffing nooit meer mag bedragen dan het bedrag dat nodig is voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater Door verdere vereenvoudiging van het omgevingsrecht gaan bovenstaande wetten naar verwachting per 1 juli 2022 op in de Omgevingswet.

Deze wetwijziging heeft als direct gevolg dat de planverplichting voor het GRP komt te vervallen. Zie verder paragraaf 2.1 voor het nieuwe rioleringsplan onder de Omgevingswet. Vooruitlopend op de vaststelling van de gemeentelijke omgevingsvisie kiezen we ervoor het GRP op te stellen in de vorm van een Programma Water en Riolering (PWR).

1.2

Terugblik afgelopen planperiode

Het GRP 2017 - 2022 was het eerste GRP voor de gemeente Meierijstad. In dit GRP 2017 - 2022 is het beleid en de ambities van de voormalige gemeenten Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode bij elkaar gevoegd. Dit heeft geleid tot een compleet en ambitieus GRP. Gedurende de looptijd van het GRP is gebleken dat enige vertraging is opgelopen, zowel qua het behalen van de ambities als het realiseren van alle activiteiten. Dit is met name veroorzaakt doordat: • De ambities waren op een aantal vlakken onvoldoende concreet, waardoor het ontbreekt aan duidelijkheid, uitvoerbaarheid en controlemomenten om te bepalen of de doelen zijn bereikt. Voor de komende planperiode zijn deze zo concreet en SMART mogelijk opgesteld • Van oudsher is riolering een sectorale beheerdiscipline. De omgeving vraagt echter om een integrale benadering. In de praktijk bleek het echter vaak lastig om ruimtelijke adaptatie en duurzaamheid te integreren. Met de invoering van de Programmakamer moet hier verandering in komen. Deze benadering vraagt ook om extra kennis en kunde, hieraan geven we invulling in de regiekamer • Er was minder personele capaciteit beschikbaar dan waarmee in het GRP rekening was gehouden. Dit is onder andere veroorzaakt door het vertrek van 1,5 fte op beleid en overige personele wisselingen.

Daarnaast blijkt op basis van een analyse van de benodigde personele capaciteit een tekort aan 1 fte op de huidige formatie voor beheer • De totale impact van de fusie was groter dan vooraf was ingeschat. De harmonisatie tussen de drie voormalige gemeenten heeft meer tijd en inspanning gekost dan vooraf is ingeschat. Dit geldt zowel voor het op orde brengen van de beheerbestanden, als voor het maken van werkafspraken Qua financiën is de voorgestelde verlaging van de rioolheffing doorgevoerd. De stand van de voorzieningen per 1 januari 2021 is aanzienlijk hoger dan beoogd, zie tabel 1.1

Pagina 14

Tabel 1.1 Stand voorzieningen per 1-1-2021 begroot in GRP 2017 en werkelijk

Voorziening BBV 44.1 lid d Voorziening BBV 44.2 Totaal

GRP 2017 EUR 26,5 mln. EUR 7,3 mln. EUR 33,8 mln.

Werkelijk EUR 33,2 mln. EUR 9,0 mln. EUR 42,2 mln.

Verschil + EUR 6,7 mln. + EUR 1,7 mln. + EUR 8,4 mln.

Voorziening BBV 44.1 lid d; spaarvoorziening voor de investeringen Voorziening BBV 44.2; voorziening beklemde middelen derden voor de egalisatie van de tarieven

De hogere stand van de voorziening BBV 44.1 lid d wordt met name veroorzaakt doordat een groot deel van de investeringen niet conform planning van het GRP zijn uitgevoerd en/of een langere doorlooptijd hebben dan in het GRP was voorzien. Belangrijke kanttekening in het GRP 2017 - 2022 is met andere uitgangspunten voor zowel omvang areaal als eenheidsprijzen gerekend. Ook al heeft de voorziening op dit moment een aanzienlijk saldo, deze buffer zal snel slinken wanneer we alles in uitvoering gaan brengen. De hogere stand van de voorziening BBV 44.2 wordt met name veroorzaakt doordat enerzijds de beheerbudgetten te hoog waren (optelling van de drie beheerbudgetten bij gebrek aan ervaringscijfers) en dat de eerste jaren minder beheer en onderhoud is uitgevoerd dan waarmee rekening was gehouden. Hierdoor is een achterstand ontstaan in de uitvoering van het nodigde beheer en onderhoud. Op basis van ervaringscijfers en onderbouwede kwaliteitsgegevens zijn de beheerbudgetten voor de komende planperiode opnieuw bepaald, waarmee we tevens de ontstane achterstand wegwerken. Het doel van voorliggend PWR is concrete invulling te geven aan de ambities van de gemeente in een concreet en uitvoerbaar uitvoeringsprogramma inclusief de monitoring hiervan. Voor een volledige weergave van de evaluatie verwijzen wij naar bijlage 4.

1.3

Geldigheidsduur

Voorliggende actualisatie van het gemeentelijke rioleringsplan naar een PWR heeft een geldigheidsduur van vijf jaar, van 2022 tot en met 2026. Een PWR opstellen voor een langere termijn is niet wenselijk omdat belangrijke wijzigingen kunnen optreden, zoals: • Wijzigingen in (nieuwe) wetgeving of (Europees) beleid • Ervaringen op diverse vlakken, waaronder de samenwerking afvalwaterketen en ontwikkelingen in afvalwaterketen • Afwijkingen bij inkomsten, uitgaven of het vermogensbeheer. Omdat dit financieel moeilijk volledig is te voorzien, houden wij rekening met een tussentijdse financiële actualisatie

1.4

Totstandkoming

Al bij onze uitvraag hebben wij het nieuwe PWR als een reis benoemd. Gedurende het opstellen van het PWR zijn we dan ook als reisgezelschap met elkaar op reis gegaan. Het reisgezelschap bestaat uit de volgende mensen: • Harold van Oorschot gemeente Meierijstad • Peter van der Haar gemeente Meierijstad • Ronnie van Boekel gemeente Meierijstad • Jos van der Zanden gemeente Meierijstad • Wouter-Jan Oosten gemeente Meierijstad • Henri van Wylick Waterschap De Dommel • Sietse Schouwenaars Waterschap Aa en Maas • Thomas Jansen Jansen gebiedsinnovatie • Koen Weytingh Toekomst Sterk • Monique de Groot - Reichwein TAUW • Eefje Vissers - Dortmans TAUW • Gwendolijn Vugs TAUW Pagina 15

Waar nodig heeft het reisgezelschap collega’s gevraagd ons hierbij te ondersteunen. Hebben gekozen voor een aanpak met sprints waarin wij ieder sprint hebben gebruikt om specifieke onderdelen op te leveren tijdens een review. Op basis van de klimaatonderlegger (zie paragraaf 2.4 en een uitgebreide toelichting in bijlage 1) hebben wij drie zogenaamde klimaatsafari’s gehouden waarbij in totaal circa 60 collega’s en medewerkers van beide waterschappen zijn aangeschoven. We hebben iedereen de kans te geven de klimaatonderlegger aan te vullen met eigen kennis. Daarnaast hebben we de kansen en risico’s geïnventariseerd. Middels een interne dialoog met collega’s van verschillende werkvelden hebben wij onze klimaat ambities verkend. De input hebben wij gebruikt voor een invulling van onze zorgplichten. Voor het nieuwe PWR geldt als belangrijk vertrekpunt dat we verder gaan op de basis die reeds in het GRP 2017 - 2022 zijn vastgelegd. We geven nu vooral een verdieping en concretisering. Hiervoor hebben we met het kernteam een ‘kapstoksessie’ gehouden waarin wij kritisch voor alle ambities en doelstellingen uit het GRP 2017 - 2022 hebben bepaald welke wij willen behouden, welke om aanscherpping vragen en welke kunnen komen te vervallen. De resultaten zijn verwerkt in voorliggend PWR en concreet vertaald naar een uitvoeringsprogramma dat opgenomen is in het kostendekkingsplan (KDP).

Voorliggend PWR is voor een formele reactie verzonden aan de beide waterschappen. De reacties zijn opgenomen als bijlage 10.

1.5

Leeswijzer

Het GRP is uit verschillende delen opgebouwd te weten: • Visie • Programma • Benodigde middelen Visie In het Visiedeel geven we aan wat onze ambities zijn voor de lange termijn. We gaan hierin op het nieuwe rioleringsplan onder de Omgevingswet. Daarnaast gaan we in op de samenwerking, de invulling van de zorgplichten en klimaatadaptatie. Programma In het Programmadeel hebben concrete invulling gegeven aan onze ambities en hebben onderscheid gemaakt naar: • Afvalwater • Hemelwater • Grondwater • Oppervlaktewater • Systeem op orde • Educatie en bewustwording Ieder thema is een apart hoofdstuk en is volgens de volgende structuur opgebouwd: • Een beschrijving van onze doelstellingen; wat willen we? • Een toetsing in hoeverre we in de huidige situatie hier reeds aan voldoen; waar staan we? • Benodigde strategie / maatregelen; wat moeten we nog doen? In bijlage 6 is een totaal overzicht opgenomen van alle maatregelen Benodigde middelen Tot slot is bepaald welke middelen benodigd zijn voor het in uitvoering brengen van onze strategie. We hebben hierbij onderscheid gemaakt tussen personele en financiële middelen. De benodigde middelen zijn doorgerekend in het kostendekkingsplan. Pagina 16

Visie Onze ambitie voor de watertaken en klimaatadaptatie is in samenhang met de omgevingsvisie aangeduid. Belangrijk vertrekpunt hierin is dat met de komst van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is ingestoken op water als een ruimtelijke opgave. Onder de Omgevingswet laat dit zich vertalen in een veilige (water als ruimtelijke opgave) en gezonde (inzameling en transport door riolering) leefomgeving. De uitdagingen die op ons afkomen zijn groot en vragen om een andere aanpak. Innovaties moeten ons helpen de uitdagingen de baas te blijven.

Pagina 17

2

Visie

2.1

Nieuwe rioleringsplan onder de Omgevingswet

Het huidige vGRP loopt eind 2021 af. Met de komst van de Omgevingswet komt de fysieke leefomgeving, waar water en riolering een onderdeel van is, vanaf volgend jaar veel meer centraal te staan samen met andere disciplines die de leefomgeving bepalen zoals wegen, groen en inrichting van de bovengrondse openbare ruimte. In de Omgevingswet die naar verwachting 1 juli 2022 van kracht wordt, staat deze gedachte centraal. Vooruitlopend op deze ontwikkeling plaatsen we het rioleringsplan daarom in deze bredere ontwikkeling en in aanpalende dialogen waaronder de energietransitie, duurzaamheid, maar ook biodiversiteit, woningtekort, klimaatadaptieve inrichting etc. We hebben er dan ook voor gekozen om vooruitlopend op de vaststelling van de gemeentelijke omgevingsvisie het rioleringsplan op te stellen in de vorm van een programma water en riolering (PWR). Het grootste verschil tussen het PWR met het huidige vGRP is dat het (strategisch) rioleringsbeleid een plek heeft in het omgevingswetinstrument ‘omgevingsvisie’ van onze gemeente. Dit hoeft strikt genomen niet in dit PWR terug te komen. We gaan hier echter wel op in omdat voor de afstemming van het nieuwe PWR nog geen ruimtelijk en milieubeleidskader van Meierijstad beschikbaar is.

Om de maatregelen in de goede context te kunnen plaatsen, is toch een hoofdstuk over beleid opgenomen, waarmee direct de samenhang tussen de nog vast te stellen omgevingsvisie en de maatregelen van voorliggend PWR om een goede afstemming vragen. In dit PWR hebben we daarop geanticipeerd door de indeling van de hoofdstukken op de toekomstige planstructuur in te richten. In figuur 2.1 is dit gevisualiseerd.

Figuur 2.1 Toelichting toekomstige vorm waterbeleid in Omgevingswet

Tijdens het opstellen van voorliggend PWR hebben we verkend hoe de Omgevingswet in combinatie met het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie invloed heeft op de invulling van de zorgplichten. Deze verkenning is als bijlage 1 opgenomen en kan gezien worden als achtergronddocument op de visie opgenomen in hoofdstuk 2. Met deze bijlage hebben we niet de ambitie om verantwoordelijkheden van andere beleidsvelden naar water en riolering toe te trekken. De bijlage is enkel bedoeld ter ondersteuning en internalisering van beleidsstukken in het proces naar één Omgevingswet. De belangrijkste zaken zijn hierna volgend opgenomen, voor een nadere toelichting verwijzen wij naar bijlage 1. Niet alleen de komst van de Omgevingswet stelt ons voor grote uitdagingen. We dienen daarnaast een aantal transities te integreren: de energietransitie, de woonopgave, de transitie landbouw en natuurlijk klimaatverandering. Genoemde transities hebben niet alleen allemaal een ruimtelijke component, maar nodigen ook uit om uit de afzonderlijke sporen te komen. Pagina 18

Deze verander- en meekoppelopgaven in Meierijstad vragen om slim combineren op ‘de vierkante meter’. We moeten keuzes maken, gegeven de beperkte beschikbaarheid van ruimte waar alle veranderopgaven in terecht gaan komen. Om tot keuzes voor een toekomstbeeld te komen kunnen een aantal criteria of leidende principes worden gehanteerd die elkaar versterken: • Natuurlijk systeem aan de basis • Optimaal benutten van water • Natuurinclusieve samenleving • Circulaire economie • Meebewegende (adaptieve) ruimtelijke inrichting In tegenstelling tot eerdere rioleringsplannen gaan wij bij het uitvoeren van onze water- en rioleringstaken uit van het natuurlijk systeem, het eerste leidend principe. Dat betekent dat we deze taken beschouwen als onderdeel van een ruimtelijke opgave, waarvoor de klimaatonderlegger de basis gaat vormen, zie bijlage 1 en paragraaf 2.4.

2.2

We geven invulling aan samenwerking

Op het gebied van water en riolering ondersteunen wij zowel bestuurlijk als ambtelijk actieve deelname in diverse samenwerkingsverbanden. Te denken valt aan de werkregio’s As50+ en De Meierij, de Regio Noordoost-Brabant (RNOB) en het Regionaal Bestuurlijk Overleg Maas (RBOM). Hierin participeren naast gemeenten onder andere ook waterschappen, Brabant Water, Rijkswaterstaat, de provincie, ZLTO en (natuur)terreinbeherende organisatie (TBO). De samenwerking is gericht op activiteiten die, in plaats van lokaal, beter op bovenlokaal niveau kunnen worden opgepakt. De resultaten hiervan komen vervolgens weer voor de gemeente ter beschikking. Het gaat dan bijvoorbeeld om aspecten als kennis, tools of (financieel) inkoopvoordeel.

2.3

We geven invulling aan de gemeentelijke zorgplichten

De gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater zijn momenteel opgenomen in de Wet milieubeheer en de Waterwet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit opgenomen in artikel 2.16 Ow (lid1a). De zorgplichten zijn als volgt beschreven, de hoofdstukken in het programma-deel geven een nadere invulling aan de zorgplichten. Afvalwater Vanuit de Wet milieubeheer (artikel 10.33) heeft de gemeente de verplichting een voorziening aan te bieden voor het inzamelen en transport van afvalwater. Hemelwater Vanuit de hemelwaterzorgplicht, conform artikel 3.5 van de Waterwet, hebben wij de verantwoordelijkheid voor een doelmatige inzameling van overtollig hemelwater uit de openbare ruimte. Wij hebben ook de zorgplicht voor de afvoer van hemelwater van particuliere percelen, voor zover dit niet redelijkerwijs van de perceeleigenaar kan worden verwacht. Met een hoofdstuk van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad (hoofdstuk 6) is per 1 juli 2021 de eigen verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar vergroot.

Grondwater In artikel 3.6 van de Waterwet is opgenomen dat wij de zorgplicht hebben voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van waterschap of provincie behoort. Het gaat hierbij om situaties waarbij de gevolgen van de grondwaterstanden een terugkerend karakter hebben. De grondwaterzorgplicht heeft het karakter van een inspanningsverplichting. Dat wil zeggen dat wij niet verantwoordelijk zijn voor handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied, maar alleen een regierol Pagina 19

vervullen. De zorgplicht werkt niet met terugwerkende kracht en kan dus niet leiden tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden.

2.4

We geven invulling aan klimaatadaptatie

Het klimaat verandert sneller dan aanvankelijk gedacht. Als gevolg van klimaatverandering is de kans op weersextremen groter. Dit vraagt om een slimme lange termijn aanpak voor zowel het stedelijk als landelijk gebied. Enerzijds om wateroverlast ten gevolge van extreme buien te beperken, anderzijds om droogteschade en hittestress tegen te gaan. Daarom is sinds 2018 het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) van kracht. Het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten hebben afgesproken dat ons land vanaf 2050 klimaatrobuust en waterbestendig is ingericht. Hiervoor doorlopen we als gemeente, conform DPRA, de volgende stappen : • Weten: we brengen de effecten en kwetsbaarheden in beeld • Willen: we gaan met de omgeving, belanghebbenden en bestuur in gesprek om de gezamenlijke ambitie te bepalen • Werken: we stellen een agenda op met concrete acties die Meierijstad klimaatrobuust maakt Weten Om inzicht te krijgen waar de knelpunten zich binnen onze gemeente voor doen hebben we een impactanalyse laten uitvoeren voor extreme hitte, regenval, droogte en overstroming. Dit is een verdiepingsslag op de regionale klimaatatlas. Daarnaast hebben we in 2020 een klimaatonderlegger op laten stellen.

De klimaatonderlegger is een feitenkaart die op basis van een lagenbenadering, die ook terugkomt in de gemeentelijke omgevingsvisie, de landschappelijke kwaliteiten en condities weergeeft die kunnen bijdragen aan gemeentelijke ruimtelijke opgaven. Daarmee wordt landschap weer onderdeel van het besluitvormingsproces ruimtelijke ordening (straks: omgeving). Op de klimaatonderlegger staan de gebiedskenmerken en de kansen en risico’s voor de verschillende klimaatthema’s. Wij gebruiken de klimaatonderlegger als tool voor investeringsbesluiten en gebiedsontwikkelingen in het besluitvormingsproces ruimtelijke ordening. De klimaatonderlegger is hierbij onze belangrijkste tool om in de planfase klimaat zichtbaar te maken en de onze afweging mee te nemen. De klimaatonderlegger is afgestemd met verschillende vakdisciplines. Willen Met behulp van een interne dialoog is bepaald wat wij van de gevolgen van de weersextremen vinden. In de bijlage 2 zijn de resultaten van de risicodialoog weergegeven. Dit betreft slechts een eerste verkenning van de systematiek de opgehaalde resultaten hebben wij gebruikt om invulling te geven aan de zorgplichten. Deze moeten we de komende planperiode nog nader uitwerken en vaststellen in bestuurlijke en externe dialogen (met onze stakeholders).

Hierbij maken we gebruik van bestaande tools zoals de Schadeschatter, tot welk risiconiveau de gemeente financieel voor de klimaatthema's nog garant wil staan en wat de gemeente gaat doen als schades hoger oplopen. Op basis van de bestuurlijke afstemming organiseren wij de dialoog met onze stakeholders en bewoners. Werken Op basis van de dialogen gaan we een uitvoeringsagenda opstellen. Wij richten ons hierbij op een gebiedsgerichte aanpak, waarin de klimaatonderlegger een belangrijke bron van informatie vormt. Waar mogelijk zoeken wij hierbij de samenwerking op. Vooruitlopend op de uitvoeringsagenda zijn we al wel bezig met het uitvoeren van projecten. In de vorm van meekoppelkansen in ons integrale uitvoeringsplan.

Pagina 20

Programma Wij geven concrete invulling aan onze visie en ambities door per thema aan te geven wat willen we? Waar staan we? Wat moeten we nog doen. We hebben dit uitgewerkt langs de volgende thema’s; afvalwater, hemelwater, grondwater, oppervlaktewater, systeem op orde en educatie en bewustwording.

Pagina 21

3

Afvalwater

Vanuit de Wet milieubeheer hebben wij de verplichting om een voorziening aan te bieden voor het inzamelen van huishoudelijk afvalwater. Alle percelen binnen het gemeentelijk grondgebied moeten voorzien zijn van een rioolaansluiting tenzij lokale zuivering doelmatiger is. Om invulling te geven aan de afvalwaterzorgplicht richten we ons op de volgende doelstellingen: • We verwerken het afvalwater in het stedelijk gebied op een doelmatige wijze • We verwerken het afvalwater in het buitengebied op een doelmatige wijze • We gaan door met het reduceren van de vuilbelasting op oppervlaktewater, waaronder verminderen van belasting door medicijnen in afvalwater

3.1

We verwerken het afvalwater in het stedelijk gebied op een doelmatige wijze

Binnen het centrum, woongebieden en bedrijventerreinen zijn alle percelen aangesloten op de riolering. Lozers dienen te voldoen aan de regels uit de lozingenbesluiten. Nieuwe riolering leggen we aan volgens de geldende richtlijnen. We houden hierbij vast aan de voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater zoals opgenomen in artikel 10.29a Wm. Voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater a. Het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt b. Verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt c. Afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater d. Huishoudelijk afvalwater en daarmee vergelijkbaar afvalwater wordt ingezameld en naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) getransporteerd. (Mede door voortschrijdende technieken zou dat, met het oog op hergebruik, ook een decentrale zuivering kunnen zijn.) e. Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d. wordt hergebruikt (zo nodig na retentie of zuivering bij de bron) f. Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d (in de praktijk dus vooral hemelwater) wordt lokaal in het milieu teruggebracht (zo nodig na retentie of zuivering bij de bron) g.

Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d wordt als stedelijk afvalwater 1 ingezameld en naar een RWZI getransporteerd Dit betekent dat we voor nieuw te ontwikkelen gebieden binnen de bebouwde kom in principe kiezen voor een gescheiden rioolsysteem. Bij kleinschalige in- of uitbreidingen, waar in de bestaande situatie geen gescheiden systeem aanwezig is, mag de nieuwe verharding niet worden aangesloten op het gemengde stelsel. De perceeleigenaar moet het hemelwater op eigen perceel verwerken. Dit is opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad artikel 6.4, zie verder ook paragraaf 4.2 (inwoners en bedrijven nieuwbouw). Aansluiting op gemeentelijke rioleringsvoorzieningen geschiedt altijd door of in opdracht van de gemeente en is bij nieuwe aansluiting/aanleg altijd volledig voor kosten van de lozer. Dit geldt ook voor aansluiting buiten het stedelijk gebied. Wij hanteren als uitgangspunt dat onze rioolvoorzieningen robuust zijn. Wij passen alternatieve en/of nieuwe technieken (zoals nieuwe sanitatievormen 2) pas toe wanneer deze zich voldoende in de praktijk hebben bewezen. Wij volgen onder andere hierbij de ontwikkelingen binnen de samenwerkingsverbanden De Meierij en As50+.

1

Stedelijk afvalwater is ‘huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.’ 2 Nieuwe sanitatie is een nieuwe manier om afvalwater in te zamelen en te verwerken. De basisgedachte hierbij is dat afvalwater waardevolle stoffen bevat geschikt voor hergebruik. De teruggewonnen stoffen worden bij voorkeur zo geconcentreerd mogelijk gehouden en hebben de potentie om lokaal of elders als grondstof te worden ingezet. Pagina 22

Toetsing huidige situatie Alle percelen in het stedelijke gebied zijn aangesloten op de riolering. Bij nieuwbouw scheiden wij afvalwater en hemelwater bij de bron. Daarnaast heeft de hoeveelheid rioolvreemd 3 water hierbij de aandacht. Veel rioolvreemd water leidt tot een niet doelmatige bedrijfsvoering van de riolering en afvoergemalen. Op basis van de resultaten van het nog af te ronden basisrioleringsplan (BRP 4) bepalen we of hiervoor een DWAAS 5 onderzoek noodzakelijk is. Strategie / maatregelen Geen specifieke maatregelen voorzien. We blijven inzetten op het scheiden van afvalwater en hemelwater door het afkoppelen van verhard oppervlak en werken dit uit in een gebiedsgerichte aanpak om kosten en vuilbelasting te minimaliseren.

3.2 We verwerken het huishoudelijk afvalwater in het buitengebied op een doelmatige wijze Wij kiezen voor een efficiënt transport van huishoudelijk afvalwater. In het buitengebied zijn de afstanden te groot om hiervoor vrijvervalriolering toe te passen. In het buitengebied zijn alle percelen waar afvalwater vrijkomt dan ook aangesloten op drukriolering of zijn voorzien van een lokaal systeem voor de individuele behandeling van afvalwater (IBA 6). Nieuwbouw burgerwoningen in het buitengebied vallen onder de zorgplicht van de gemeente. Hierbij horen de volgende afwegingen: • Alle percelen gelegen tot maximaal 40 meter afstand van de bestaande (druk)riolering sluiten we aan op gemeentelijke riolering • Is het perceel gelegen buiten deze 40 metergrens en de aanleg van een IBA is doelmatiger dan aansluiting op de bestaande (druk)riolering gaan wij in gesprek met de initiatiefnemer. • Bij de keuze voor een nieuwe IBA komt deze vooralsnog in beheer en eigendom van de gemeente. Voor de komende planperiode onderzoeken wij of en hoe we het beheer en eigendom willen overdragen naar de initiatiefnemer en zorgen wij indien noodzakelijk voor de bestuurlijke borging hiervan. Hieraan gekoppeld bepalen we dan ook hoe in deze gevallen om te gaan met de rioolheffing De gemeente kan van de provincie ontheffing krijgen van de zorgplicht van de inzameling van stedelijk afvalwater.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt deze provinciale ontheffing te vervallen, gemeenten en provincies moeten in overleg bepalen wanneer riolering doelmatig is. Gezamenlijk met het waterschap stemmen we vervolgens de doelmatige verwerking van het afvalwater af. Vooralsnog gaan we hierbij uit van de huidige lozingsnormen, mogelijk dat in de toekomst strengere of andere eisen gelden voor de meest kwetsbare gebieden. (Agrarische) bedrijven dienen te voldoen aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. De algemene systematiek van het Activiteitenbesluit luidt: • Lozen in de bodem, op oppervlaktewater en hemelwaterriool is verboden, tenzij expliciet toegestaan • Lozingen op het vuilwaterriool zijn toegestaan onder voorwaarden van de zorgplicht, tenzij verboden

3

Rioolvreemd water is water van een andere herkomst dan dat in dit type riool voor hoort te komen, zoals drainagewater en grondwater in een vuilwaterriool of vuilwater in een hemelwaterriool. Ook intredend oppervlaktewater via overstorten valt onder rioolvreemd water. 4 BRP is een plan waarin op gedetailleerde wijze wordt aangegeven hoe de inzameling en afvoer van afvalwater en neerslag binnen een gebied dient te gebeuren. Het systeemoverzicht stedelijk water (SSW) is de opvolger van het BRP. Het SSW beschrijft alle deelsystemen van het stedelijk watersysteem, het functioneren hiervan, de beoordeling van het functioneren en eventuele maatregelen. Het gaat om het systeem functioneren, ofwel de samenhangende riolerings-, oppervlaktewater- en grondwatersystemen en -voorzieningen in de bebouwde omgeving in beheer bij gemeente, bewoners, bedrijven en waterschap. Niet uitsluitend gebaseerd op modelsimulaties, maar ook op beschikbare metingen, meldingen, klachten, ervaringen en inspectie- en andere onderzoeksresultaten. In het vervolg gaan wij in plaats van een BRP een SSW opstellen. 5 DWAAS = Droog Weer Afvoer Analyse Systematiek, onderzoek naar hoeveelheden en oorsprong afvalwater voor het bepalen van de hoeveelheid rioolvreemd water 6 IBA= installatie voor individuele behandeling van afvalwater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=28458c77-0149-46e1-9090-7f1b750cbf35