P02587_Bijlagenboek BP Recreatiegebied De Kienehoef_202400522
Tekst van het document
- 28 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Figuur 3.2: Uitsnede kaart gebiedstypologieën (bron: Omgevingsvisie Meierijstad).
Eén van de onderwerpen die in de omgevingsvisie wordt behandeld is recreatie en toerisme. In Meierijstad zijn er specifieke gebieden, voorzieningen en kansen voor recreatie en toerisme. Parkgebied Kienehoef is één van deze gebieden en combineert eigentijdse voorzieningen voor recreatie en sport met het aantrekkelijke landschap van onder meer een monumentaal landgoed (Hoeve Arbeidslust). Hier zijn goede potenties voor een toeristisch verblijf niet alleen door de voorzieningen in het gebied zelf, maar ook dankzij de nabijheid van het aantrekkelijke centrum van Sint-Oedenrode.
Figuur 3.3: Impressie invulling LGVF (bron: Omgevingsvisie Meierijstad).
- 29 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Om het omgevingsbeleid vorm te geven maakt de gemeente Meierijstad in haar omgevingsvisie gebruik van een achttal gebiedstypologieën binnen haar grondgebied. Zo’n gebiedstypologie is een beschrijving van een type gebied, zoomt in op een aantal beleidsonderwerpen en schetst een regime voor dat specifieke deel van het grondgebied van Meierijstad. Zoals blijkt uit de kaart in figuur 3.2 zijn Camping de Kienehoef en haar directe omgeving aangemerkt als gebiedstypologie III: Landelijk gebied, verweving van functies (LGVF). Figuur 3.3 geeft een impressie van een mogelijke invulling van een gebied dat is gelegen binnen de gebiedstypologie LGVF. De gebiedstypologie III: LGVF laat een veelheid aan functies toe zonder het landschap teniet te doen. Deze multifunctionaliteit is zeker niet bedoeld om agrarische activiteiten geheel te verdringen of om verstedelijking zondermeer de ruimte te geven. In gemengd gebied ziet de gemeente Meierijstad functies zoals voedselproductie, energieopwekking, vasthouden van water, landschapsbehoud met gelegenheid voor enige ontwikkeling, nachtelijk duister maar wel met kruispuntverlichting, recreatie met veilige routes voor fietsers en wandelaars, en wonen onder voorwaarden als behorend tot de mogelijkheden. In de omgevingsvisie is binnen het gebiedstypologie III: LGVF speciaal aandacht besteed aan het parkgebied Kienehoef.
Aangaande dit specifieke gebied is in de omgevingsvisie het volgende opgenomen: Parkgebied Kienehoef Het parkgebied Kienehoef strekt zich uit noordwestelijk van de kern Sint-Oedenrode. In het noorden van het dorp vormt het recreatiebedrijf De Helden van Kien een groen-blauwe wig in de bebouwingsstructuur. Even verderop aan de Bremhorst zijn er sportvoorzieningen en ten westen van de Zwembadweg ligt een camping. Onderin het parkgebied, ten westen van de kern Sint-Oedenrode, bevindt zich het landgoed van de monumentale Hoeve Arbeidslust. Uit de gebiedsvisie van bewoners van Kinderbos, Cathalijne en Rijsingen maken we op dat het parkgebied geliefd is voor wandelingen. Voor het parkgebied Kienehoef stellen we landschappelijke en recreatieve waarden voorop. Wij voorzien hier geen grootschalige woningbouw of een uitbreiding van buitensportaccommodaties zoals sportvelden, tennisbanen en rijbakken. Camping De Kienehoef kan zijn recreatieve voorzieningen verbeteren binnen het huidige terrein en op de vijver aan de Vliegden - Stekelbrem, wanneer ook het landschap daarbij versterkt wordt.
We benoemen enkele basale voorwaarden voor welke ontwikkeling dan ook in het parkgebied: • de landschappelijke samenhang wordt verbeterd van het gebied zelf en in zijn relatie met de aangrenzende woonbuurten opdat het cultuurhistorische landschap en de gelegenheid voor een ommetje vanuit Sint-Oedenrode worden behouden en beter worden beleefd; • de structuur van lanen met een bomenrij en soms onverharde weg wordt behouden; • de gelegenheid voor het vasthouden van water in het gebied en de kansen voor flora en fauna worden verbeterd.
- 30 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Binnen dit kader is ontwikkeling voorstelbaar. Conclusie Voorliggend initiatief sluit aan op de door de gemeente Meierijstad als voorontwerp gepubliceerde omgevingsvisie. Het plangebied is gelegen binnen een gebied dat door gemeente getypeerd als ´landelijk gebied, verweving van functies´. Binnen deze gebiedstypologie wordt ruimte geboden aan diverse nietagrarische functies waaronder recreatie en toerisme. Camping de Kienhoef wordt door de gemeente expliciet in haar omgevingsvisie benoemd. De gemeente geeft hierbij aan dat Camping De Kienehoef zijn recreatieve voorzieningen kan verbeteren binnen het huidige terrein en op de vijver aan de Vliegden – Stekelbrem, wanneer ook het landschap daarbij versterkt wordt. Voorliggend initiatief sluit hier naadloos bij aan. Middels het plan worden de recreatieve voorzieningen verbeterd en vindt daarnaast een aanzienlijke versterking van het landschap plaats, zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk 2.3 en bijlage 2 bij voorliggende onderbouwing. 3.3.2 Visie recreatie en toerisme Meierijstad In haar ‘Visie recreatie en toerisme Meierijstad’ met bijhorend actieprogramma heeft de gemeente Meierijstad haar doelen en ambities met betrekking tot recreatie en toerisme geconcretiseerd, waarbij het gebied rondom streekpark de Kienehoef expliciet is aangewezen als één van de drie recreatieve clusters binnen Meierijstad.
Deze door de gemeente aangewezen recreatieve clusters vormen qua ligging een zone die als het ware een ‘recreatieve motor’ is binnen de gemeente Meierijstad, zoals onderstaand weergegeven in figuur 3.4.
Streekpark Kienehoef
Figuur 3.4: Recreatieve clusters Meierijstad (bron: Visie recreatie en toerisme Meierijstad).
- 31 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Trends en behoeften In haar recreatie- en toerismevisie heeft de gemeente Meierijstad de belangrijkste trends in de sector in beeld gebracht. Deze trends zijn: beleving, authenticiteit, de groeiende behoefte om te genieten en te ontspannen, om even te ontsnappen uit het drukke leven van alledag. Met betrekking tot de voorgenomen ontwikkelingen op Camping de Kienehoef springen de volgende trends extra in het oog: •
Short break Dagrecreatie en (kort) verblijfstoerisme groeien naar elkaar toe. Activiteiten gekoppeld aan/in het kader van een overnachting. Denk hierbij ook aan evenementen. Ook VisitBrabant zet in op deze shortbreakmarkt; Meierijstad kan hier goed op inhaken.
•
Onderscheidend vermogen Door ontwikkelingen in mobiliteit en technologie kunnen consumenten kiezen uit een groter aanbod dan ooit. Om de aandacht van de consument te trekken is onderscheidend vermogen belangrijk. Dit kan bijv. d.m.v. een thema (denk aan Hotel Thermen Bussloo of een hotel op de Noordkade zijn) of prijs (Easy Hotel) en heeft ook te maken met de behoefte aan authenticiteit. De gemeente Meierijstad kan inspelen op deze trend door kleinschalige, bijzondere vormen van verblijf (slapen in een boomhut in het bos, of in een authentieke Brabantse boerderij/schuur).
Potenties voor de toekomst Op basis van de belangrijkste trends en behoeften heeft de gemeente de potenties voor de toekomst op het gebied van recreatie en toerisme bepaald. Op basis van een SWOT-analyse zijn de belangrijkste potentiële doelgroepen voor Meierijstad gedefinieerd en in een piramide vormgegeven. Hoe verder naar de top van de piramide, des te groter de uitdaging (en benodigde inspanning) is om de doelgroep succesvol aan te spreken/tot ontwikkeling te brengen. Aan de top van de piramide staat de ‘verblijfsgast’: Verblijfsgast: Meierijstad als uitvalsbasis. Door Meierijstad te positioneren als handige uitvalsbasis met steden (Den Bosch en Eindhoven) en natuur (Loonse en Drunense Duinen, Groene Woud en Maashorst) binnen handbereik, het toeristisch verblijf te laten groeien. Dit vraagt wel om uitbreiding van de capaciteit en kwaliteit van het verblijfsaanbod, bij voorkeur aansluitend bij de beleving van Meierijstad en onderscheidend t.o.v. het aanbod dat er in de regio al is. Op basis van de analyses van dit onderzoek zijn de (potentiële) toeristische uitstraling en beleving van Meierijstad geschetst en is op een rij gezet rond welke doelgroepen de toekomstige ontwikkelingen in de sector georganiseerd kunnen worden. Uit dit alles is een aantal mogelijke (grove) lijnen te destilleren, die de ontwikkelingen schetsen die nodig zijn om de potenties te verzilveren.
Deze mogelijke ontwikkelingslijnen zijn:
- 32 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
•
•
•
•
•
•
Gemeente Meierijstad
Uitstekende routestructuren voor wandelen, fietsen en paardrijden. Op dit moment is o.b.v. knooppunten-systemen de basis hiervoor op orde. Aanvullende aandacht verdient het strategisch verleiden van recreanten om ‘van de fiets af te stappen’ en attracties/natuurgebieden/ bezienswaardigheden te verkennen. Ook het ontwikkelen van storylines voor deze routes, vanuit het verhaal van Meijerijstad, past hierin (Duits lijntje bijv.). Tevens kan door routevoorzieningen op een natuurlijke en logische manier de positie van Meierijstad als onderdeel van het Groene Woud en verbinding met de Loonse & Drunense Duinen en de Maashorst sterker geprofileerd worden. Een kwaliteitsimpuls en een vernieuwende impuls voor het toeristisch aanbod (dag en verblijf) om vraag en aanbod optimaal op elkaar aan te laten sluiten, aantrekkelijkheid voor de doelgroepen te behouden en om aansluiting te behouden met de nieuwste trends in de sector. Een gerichte aanpak (o.a. leegstandsaanpak, meer groen, minder parkeren op maaiveld) om de centra van Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel (recreatief nog) aantrekkelijker te maken. Ontwikkeling van Kienehoef, Vlagheide en Noordkade tot volwaardige, aantrekkelijke recreatieve clusters waar beleving voorop staat en verbinding tussen de recreatieve clusters, zowel in doorverwijzing en bebording, als ruimtelijke inpassing.
Hierdoor ontstaat als het ware een recreatieve as die valt binnen de natuurlijke schakel. Doorontwikkeling van de recreatieve as, welke aan de ene kant een volwaardige groene (mix agrarisch, bos en heide) en authentieke streekbeleving geeft en aan de andere kant een authentieke industriële beleving. Nieuwe recreatieve plannen ontwikkelen in de buurt van de bestaande recreatieve clusters, zodat de recreatieve as steeds verder aangekleed wordt en steviger op de kaart komt (denk bijv. aan toeristische ontwikkeling van Damianenklooster).
Zoals blijkt uit haar visie recreatie en toerisme heeft de gemeente Meierijstad De Kienehoef aangewezen als één van de drie recreatieve clusters binnen haar gemeente. Focus van de gemeente Meierijstad ligt op de doorontwikkeling en het versterken van deze drie aangewezen recreatieve clusters. Hierbij staan ook de uitbreiding van de mogelijkheden voor verblijfsgasten binnen deze recreatieve clusters centraal. Om deze mogelijkheden te verbeteren zijn uitbreiding van de capaciteit en kwaliteit van het verblijfsaanbod, bij voorkeur aansluitend bij de beleving van Meierijstad en onderscheidend t.o.v. het aanbod dat er in de regio al is, noodzakelijk. Eén van de ontwikkelingslijnen die door de gemeente Meierijstad is vastgelegd betreft het geven van een kwaliteitsimpuls en een vernieuwende impuls voor het toeristisch aanbod (dag en verblijf) om vraag en aanbod optimaal op elkaar aan te laten sluiten, aantrekkelijkheid voor de doelgroepen te behouden en om aansluiting te behouden met de nieuwste trends in de sector. De voorgenomen ontwikkelingen op Camping de Kienehoef sluiten naadloos aan op de gemeentelijke visie en leiden tot een kwaliteitsimpuls en een verbreding van het aanbod aan recreatieve functies binnen het recreatieve
- 33 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
cluster ‘streekpark Kienehoef’. Met name door middel van het aanbieden van onderscheidende en bijzondere vormen van verblijfsrecreatie in de vorm van houseboats en water-recreatiewoningen én de uitbreiding van het aanbod voor dagrecreatie, speelt Camping de Kienehoef in op de trends en behoeften in zowel de regio als de sector. 3.3.3 Kansen voor Kwaliteit Gemeente Meierijstad is qua oppervlakte de op één na grootste gemeente van Noord-Brabant en bestaat uit 13 kernen en een groot buitengebied. Een buitengebied dat van oorsprong hoofdzakelijk een agrarische functie heeft. Veel agrarische bedrijven hebben zich verspreid in het buitengebied van Meierijstad gevestigd en ontwikkeld. In de afgelopen jaren zijn veel van deze agrarische bedrijven gestopt en ook de komende jaren zullen naar verwachting nog veel bedrijven gaan stoppen. Dit zorgt voor steeds meer vrijkomende agrarische bebouwing. In het rapport 'Kansen voor Kwaliteit' is gekomen tot een afwegingskader voor de herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bebouwing, waarbij de (directe) omgeving leidend is, een verbetering van de kwaliteit vereist is en de direct omwonenden en andere belanghebbenden worden betrokken. De gemeente Meierijstad staat open voor nieuwe initiatieven ('nodigt uit'), maar stelt tegelijk eisen aan (het behoud en de versterking van) de omgevingskwaliteit.
Hierbij is de uitdaging om een goede balans te vinden tussen (duurzame) economische functies en een veilige en kwalitatieve leefomgeving. De gemeente wil hergebruik faciliteren, daar waar dit passend is, en sloop stimuleren. De aanpak sluit aan bij de ambitie zoals geformuleerd in de Mijlpalen van Meierijstad. Hierin is opgenomen dat gemeente Meierijstad een aantrekkelijke, duurzame en gezonde omgeving is om te wonen, te werken en te recreëren. Een ruimtelijke balans tussen wonen, werken en leven. De gemeente Meierijstad geeft behalve aan de agrarische sector als belangrijke economische drager, ruimte aan andere vormen van economie in het buitengebied, passend bij de aard, schaal en gewenste kwaliteit van het landelijk gebied. Een van de andere vormen van economie waaraan in het buitengebied ruimte geboden wordt zijn de vrije-tijdsvoorzieningen. Voor vrije-tijdsvoorzieningen geldt dat deze naar aard en karakter vaak juist in het buitengebied ontwikkeld worden. Als algemeen uitgangspunt is een omvang vastgelegd van 1 hectare aan bebouwing. Onder aanvullende voorwaarden kan een gemeente een ruimere omvang van bebouwing toelaten. Er is bewust gekozen om de omvang van de bebouwing vast te leggen en niet de omvang van het bouwperceel. Hierdoor bestaat er meer flexibiliteit.
Bijvoorbeeld een golfbaan of een park met recreatiewoningen is qua oppervlakte vaak veel groter dan 1 hectare. Door uit te gaan van de oppervlakte van de bebouwing wordt enerzijds het toevoegen van veel nieuwe bebouwing in het landelijk gebied voorkomen, terwijl anderzijds wordt bevorderd dat de ontwikkeling op extensieve wijze, passend in het landschap
- 34 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
ontwikkeld kan worden. Dat bevordert de omgevingskwaliteit van de ontwikkeling. De grens van 1 hectare bebouwing is bepaald op de gemiddeld aanwezig omvang van bebouwing op een bouwperceel van 1,5 hectare. Voor wat betreft het specifieke beleid op het gebied van recreatie wordt in het rapport aangesloten bij de uitgangspunten uit de ‘Visie recreatie en toerisme Meierijstad’. Het beleid biedt kansen voor versterking van de recreatieve functie in het buitengebied. Belangrijk uitgangspunt voor recreatie is het verantwoord (door)ontwikkelen van bestaande bedrijven en nieuwe initiatieven die onderscheidend en vernieuwend zijn Conclusie Voorliggend initiatief sluit aan op de uitgangspunten van de gemeente Meierijstad zoals opgenomen in haar rapport ‘Kansen voor Kwaliteit’. In de nieuwe situatie bedragen de maximale bouwmogelijkheden binnen het plangebied 8.275 m2 aan bedrijfsbebouwing. Deze maximale bouwmogelijkheden worden vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan en zijn daarmee begrensd. Hiermee wordt ruimschoots tegemoet gekomen aan de maximaal toegestane oppervlakte van 1 ha aan bebouwing voor een vrije-tijdsvoorziening.
Daarnaast biedt het initiatief ruimte aan de doorontwikkeling van een bestaand recreatiebedrijf, waarbij tevens een aantal voor de regio onderscheidende voorzieningen (zoals houseboats, water-recreatiewoningen, binnenspeeltuin en klimbos) worden toegevoegd. 3.3.4 Regeling kwaliteitsverbetering Landschap Meierijstad De Gemeente Meierijstad is bezig met het opstellen van een richtlijn ‘landschappelijke inpassing en regeling kwaliteitsverbetering landschap Meierijstad'. De kaders uit deze richtlijn zullen de afzonderlijke regelingen voor kwaliteitsverbetering van de voormalige gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel op termijn gaan vervangen. De gemeente Meierijstad vindt het belangrijk dat een initiatief bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Daarmee wordt voortgeborduurd op het beleid van de provincie Noord-Brabant, die een belangrijke rol speelt bij de (her)ontwikkeling van het Brabantse buitengebied. Een belangrijk regelinstrument hiervoor is de interim omgevingsverordening. Tegelijkertijd heeft de gemeente Meierijstad recent het afwegingskader ‘Kansen voor Kwaliteit’ opgesteld om invulling te kunnen geven aan specifiek de binnen de gemeente vrijkomende Agrarische bebouwing (VAB).
Conclusie Bij voorliggend initiatief wordt, zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk 2.3 en bijlage 2 van voorliggende onderbouwing, aangesloten bij de richtlijnen voor landschappelijk inpassing en de door de gemeente Meierijstad gehanteerde systematiek uit de Regeling Kwaliteitsverbetering Landschap Meierijstad.
- 35 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
4.
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke en milieuhygiënische effecten
Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante ruimtelijke en milieuhygiënische aspecten van het project. Aangetoond dient te worden dat de realisatie van het project er niet toe leidt dat andere functies in de omgeving worden beperkt in hun mogelijkheden en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
4.1
M.e.r.-beoordeling Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieu-effectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kader stellend is voor projecten met grote milieugevolgen een plan-m.e.r. op te stellen. Onderdeel D van de bijlage in het Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de in onderdeel D.10 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. opgenomen activiteit:
D.10:
De aanleg, wijziging of uitbreiding van: d. permanente kampeer- en caravanterreinen; In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. 250.000 bezoekers of meer per jaar, 2°. een oppervlakte van 25 hectare of meer, 3°. 100 ligplaatsen of meer of 4°. een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied.
Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011, de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r.. Ondanks dat bij voorliggend initiatief geen sprake is van een omvang zoals opgenomen onder punt 1 t/m 4, dient daarmee toch een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Voor de beoogde ontwikkeling is een aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.beoordeling opgesteld, die als bijlage is toegevoegd aan voorliggende onderbouwing. Beide initiatieven (Camping de Kienehoef én Paardensportcentrum De Kienehoef/NCC terrein) zijn hierbij als één ontwikkeling beschouwd. De conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is onderstaand opgenomen:
- 36 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Wij bevelen u aan - na nadere kennisname van deze beoordeling - een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan ‘Recreatiegebied de Kienehoef’ te SintOedenrode geen milieueffectrapportage wordt vereist.
Conclusie Het bevoegd gezag heeft deze aanmeldingsnotitie en vormvrije-beoordeling getoetst en besloten dat voor de beoogde ontwikkeling géén m.e.r.-plicht geldt. Er zijn hiermee geen belemmeringen voor onderhavig initiatief vanuit het aspect m.e.r.-beoordeling.
4.2
Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt bestaande weten regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op de Archeologische verwachtingskaart Sint-Oedenrode, onderdeel uitmakend van het Erfgoedplan, is aan het plangebied de archeologische verwachtingswaarde ‘laag’ toegekend. Onderstaand is in figuur 4.1 een uitsnede van deze archeologische verwachtingskaart opgenomen met daarop het plangebied rood omkaderd. Hieruit voortvloeiend zijn in het bestemmingsplan aan het plangebied géén archeologische dubbelbestemmingen toegekend. Het verrichten van (nader) archeologisch onderzoek is voor onderhavig dan ook niet aan de orde.
- 37 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Figuur 4.1: Archeologische verwachtingskaart Sint-Oedenrode (bron: BAAC B.V., 2008).
Conclusie Er zijn hiermee geen belemmeringen voor onderhavig initiatief vanuit het aspect archeologie. Cultuurhistorie Volgens de Erfgoedwet dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden te worden met het aanwezige culturele erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Zoals aangegeven in hoofdstuk 3.1.3 van voorliggende onderbouwing is het plangebied is getoetst aan de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Onderstaand is in figuur 4.2 een uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) opgenomen, met daarop het plangebied rood omkaderd. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart is de camping gelegen binnen de regio Meierij en meer specifiek binnen het cultuurhistorische landschap het Groene Woud. Het Groene Woud is een zwak golvend landschap waar dekzandruggen, lager gelegen beekdalen en broekgebieden elkaar afwisselen. Daarnaast is de zuidzijde van de camping, ter plaatse van de waterplas, gelegen binnen het cultuurhistorisch waardevol gebied Schijndelse en Rooise Heide. Dit gebied bestaat uit grootschalige heideontginningen met een rationeel patroon van wegen en waterlopen. Het bodemgebruik is bouwland en grasland. Het grote heidegebied tussen Schijndel en Sint-Oedenrode is onderverdeeld in de Vlagheide, Schijndelsche Heide en Rooische Heide.
Omstreeks 1850 is met de ontginning van het gebied begonnen. Verschillende bestaande en nieuwe wegen fungeerden als ontginningsassen: de Schijndelse Weg, de Koeveringse Weg, de Langstraat, de Scheidingsweg en de Schootsedijk. Parallel aan deze wegen en loodrecht erop werden nieuwe wegen en waterlopen aangelegd. De
- 38 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
vierkante en rechthoekige blokken die zo ontstonden werden met sloten en greppels in percelen verdeeld. In eerste instantie werd er veel bos aangeplant en waren de landbouwpercelen voorzien van perceelrandbegroeiing. In de loop van de twintigste eeuw is deze begroeiing verdwenen en ontstond het uitgestrekte, zeer open landschap zoals we dat nu kennen. Enkele wegen zijn beplant met eiken. Vooral de Rooische Heide is nog bijzonder gaaf en een fraai voorbeeld van een jonge heideontginning. In de Rooische Heide doorsnijdt de in 1878 aangelegde goederenspoorlijn Boxtel-Wesel het ontginningspatroon. De nauwe samenhang tussen wegen, waterlopen en de percelering is waardevol. Tot slot zijn binnen het plangebied dan wel haar directe omgeving zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten gelegen. De voorgestane ontwikkeling doet geen afbreuk aan het rationele verkavelingspatroon dan wel de samenhang tussen wegen, waterlopen en percelering van de Schijndelse en Rooise Heide. Daarnaast worden als gevolg van het initiatief tevens geen cultuurhistorisch waardevolle objecten aangetast. De ontwikkeling heeft dan ook geen (negatieve) invloed op de aanwezige cultuurhistorische waarden in (de omgeving van) het plangebied.
Figuur 4.2: Uitsnede CHW-kaart (bron: Provincie Noord-Brabant).
Conclusie Er zijn hiermee geen belemmeringen voor onderhavig initiatief vanuit het aspect cultuurhistorie.
- 39 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
4.3
Gemeente Meierijstad
Flora en fauna In Nederland zijn flora en fauna beschermd via gebiedsbescherming en via soortenbescherming. Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt drie wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. Er treden verschuivingen op in de tabellen voor soortenbescherming. Sommige soorten worden beter beschermd, sommige soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft daarbij bestaan voor alle inheemse flora en fauna. Soortenbescherming Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vindt geen sloop van bebouwing plaats waarin beschermde soorten gehuisvest kunnen zijn. Het plangebied kan desondanks echter nog steeds onderdeel uitmaken van een leefgebied van beschermde soorten. Aan Exlan B.V. is daarom opdracht verstrekt tot het uitvoeren van een quickscan Flora en Fauna. Deze quickscan is als bijlage opgenomen aan voorliggende onderbouwing. De conclusie van het onderzoek is hieronder samengevat opgenomen:
Conclusie Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn verblijfplaatsen van de rode eekhoorn aangetroffen. Hiertoe moeten de bomen met slaapnesten, of nestkasten gespaard worden en dienen er enkele extra nestkasten te worden opgehangen Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing
- 40 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Gebiedsbescherming Er zijn geen Natura 2000-gebieden in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Kampina en Oisterwijkse Vennen’. Dit gebied ligt op een afstand van ruim 10 km. van het plangebied. Daarnaast maakt het plangebied ook geen onderdeel uit van het Natuur Netwerk Nederland. De effecten die voortvloeien uit het plan (zoals onder andere verstoring door licht, geluid en optische verstoring) zorgen, gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, niet voor significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de gemeenteraad in de zogenaamde ‘voortoets’ te bezien of een passende beoordeling van het plan moet worden gemaakt. Dit is het geval indien het risico bestaat dat het plan – al dan niet in combinatie met andere plannen of projecten – significante gevolgen heeft voor één of andere meerdere Natura 2000-gebieden. Er is geen sprake van significante effecten op Natura 2000-gebieden als de stikstofdepositie niet meer bedraagt dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit kan worden aangetoond middels een AERIUS-berekening. De ontwikkeling betreft een uitbreiding van de voorzieningen van Camping de Kienehoef. Voor wat betreft de aanlegfase is hierbij sprake van bouwactiviteiten.
Op 1 juli 2021 is de Wet en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Stikstofwet) in werking getreden. Belangrijk onderdeel van het Besluit is de bouwvrijstelling. Kort gezegd houdt deze vrijstelling in dat de aanlegfase van ontwikkelingen vrijgesteld is van de vergunningplicht Wet natuurbescherming en dat voor deze fase geen stikstofberekening meer nodig is. Middels haar uitspraak van 31 oktober 2022 heeft de Raad van State echter geoordeeld dat de bouwvrijstelling niet langer mag worden toegepast bij nieuwbouwprojecten. Hiermee dient voor onderhavig plan voor wat betreft de aanlegfase een stikstofberekening te worden uitgevoerd. Voorliggend initiatief maakt tezamen met het initiatief ‘Paardensportcentrum en NCC’ onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Recreatiegebied De Kienehoef’. Om deze reden is aan BRO opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een stikstofdepositie-onderzoek voor de aanlegfase van beide initiatieven tezamen. Op deze manier is verzekerd dat voor de totaalontwikkeling voldaan wordt aan de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar. Het stikstofdepositie-onderzoek is als bijlage opgenomen aan voorliggende onderbouwing. De conclusie van het onderzoek is hieronder samengevat opgenomen:
- 41 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Resultaten en conclusie Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er bij de berekeningen van de gebruiksfase (na interne saldering) en de bouwfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Omdat er van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming.
Gebruiksfase Om het projecteffect in de beoogde situatie inzichtelijk te maken worden alle activiteiten meegenomen die resulteren in een emissie. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) afkomstig van het plangebied vinden in de gebruiksfase plaats door een drietal type bronnen namelijk: ▪ verkeersbewegingen van en naar het plangebied; ▪ de stookinstallaties binnen het plangebied. ▪ mobiele werktuigen binnen het plangebied. Voor de berekening van de mogelijke toename van stikstofdepositie dient uitgegaan te worden van maximale planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Hoewel in onderhavig geval sprake zal zijn van een gefaseerde uitvoering, waarbij in jaar 1 niet direct alle voorzieningen zullen worden gerealiseerd, wordt bij de berekening van de stikstofdepositie wel van deze maximale planologische mogelijkheden uitgegaan. Zoals aangegeven maakt voorliggend initiatief tezamen met het initiatief ‘Paardensportcentrum en NCC’ onderdeel uit van het bestemmingsplan ‘Recreatiegebied De Kienehoef’. Om deze reden is aan Van Dun Advies opdracht verstrekt om ook voor de gebruiksfase een stikstofdepositie-onderzoek uit te voeren voor beide initiatieven tezamen. Op deze manier is verzekerd dat voor de totaalontwikkeling voldaan wordt aan de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar.
Het stikstofdepositie-onderzoek is als bijlage opgenomen aan voorliggende onderbouwing. De conclusie van het onderzoek is hieronder samengevat opgenomen:
Conclusie Uit de berekeningen blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie tussen de uitgangssituatie en beoogde situatie. Bij intern salderen is er geen vergunning nodig in het kader van de wet Natuurbescherming. Derhalve is voor de verandering binnen de inrichting geen vergunning in het kader van de wet Natuurbescherming nodig.
- 42 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Conclusie Het aspect flora en fauna vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.4
Water Waterbeheer is een essentieel onderdeel bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het Waterschap een aantal beleidsmatige uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze bij het project rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het Waterschap de Dommel, de Keur Waterschap De Dommel 2015, het Provinciaal Waterhuishoudingsplan van de provincie NoordBrabant, de Vierde Nota Waterhuishouding, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Kern van deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving. Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen.
De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in
- 43 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur.
De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: • van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. • van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. • van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Water en Bodem sturend Een voor het waterschap belangrijke hoofdkeuze is dat water en bodem sturend moeten zijn bij de realisatie van woningbouw/verstedelijking. Alleen zo kan duurzame verstedelijking plaatsvinden. In de kamerbrief “Water en Bodem Sturend” zijn bestaande opgaves, zoals de KRW, 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn (incl. Addendum) en het Hoogwaterbeschermingsprogramma, bij elkaar gebracht. Dit programma maakt inzichtelijk maak wat vanuit het water- en bodemsysteem mogelijk is. Door water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke ordening, kunnen we in Nederland ook in de toekomst met een ander en grillig klimaat blijven leven, wonen en werken. In een veilige omgeving, met een gezonde bodem, voldoende en schoon water.
- 44 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Het plangebied is gelegen op de flanken van het Dommeldal, op de overgang van de oudere ontginningen naar de late heideontginningen. De flanken vormen een schakel/gradiënt in het watersysteem tussen de beekdalen en de hoge gronden. In de historische situatie was een groot deel van de flanken kwelgebied. Hier kwam op de hoge gronden geïnfiltreerde grondwater aan de oppervlakte. De gevolgen van de heideontginningen en later de ruilverkavelingen zijn op de flanken het sterkst merkbaar. De kwelmachine, de voeding via het grondwater, is grotendeels tot stilstand gekomen. De eenzijdige inrichting op drooglegging en afwatering maakt van de flanken, nu de klimaatverandering doorzet, een droogtegevoelig gebied. De watertransitie biedt goede kansen voor een nieuwe balans met aandacht voor waterverbruik, vasthouden van water en bergingsruimte voor water in natte tijden. Keur Waterschap De Dommel 2015 In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid.
Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergenafvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt. Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026 De gemeente Meierijstad heeft per januari 2022 het Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026 vastgesteld. In het plan streeft de gemeente ernaar dat nieuwbouwplannen hydrologish neutraal worden uitgevoerd. Als voorkeursvolgorde hanteert de gemeente: infiltreren - bergen - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar riolering. De gemeente Meierijstad acht hierbij ook voor ontwikkelingen onder de 500 m2 compenserende maatregelen benodigd.
Hiervoor wordt de bergende eis van 60 millimeter gehanteerd.
- 45 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Figuur 4.3: Uitgangspunten hemelwater bij nieuwbouw (bron: PWR Meierijstad 2022-2026).
Kenmerken huidige watersysteem Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Sint-Oedenrode. In de huidige situatie is binnen het plangebied reeds een camping gevestigd bestaande uit een afwisseling tussen verharding, groen en water. Voor de kenmerken van het plangebied is gebruik gemaakt van de bodematlas van de provincie Noord-Brabant en de Legger Oppervlaktelichamen van Waterschap De Dommel. Bodem en grondwater De bodem in het plangebied bestaat uit veldpodzolgronden van lemig fijn zand. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt op een diepte van circa 40 tot 80 centimeter beneden maaiveld. In figuur 4.4 is een kaart opgenomen met daarop de GHG binnen het plangebied weergegeven. De Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) ligt op een diepte van 160 tot 200 centimeter onder maaiveld. Dergelijke grondwaterstanden komen overeen met Grondwatertrap (GT) VI.
Figuur 4.4: Kaart GHG binnen plangebied (bron: Kaartenbank Provincie Noord-Brabant) .
Oppervlaktewater In het plangebied zijn enkele oppervlaktewateren in de vorm van watergangen aanwezig. Aan de noord- en westzijde van het plangebied zijn een tweetal sloten aanwezig die als B-watergang zijn aangemerkt. Aan de zuidzijde van het
- 46 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
plangebied is een sloot aanwezig die is aangemerkt als A-watergang, met kenmerk DO95_H03. In figuur 4.5 is deze A-watergang nader weergegeven.
Figuur 4.5: Uitsnede kaart Legger (bron: Waterschap De Dommel).
Figuur 4.6: Uitsnede Waterklick-kaart (bron: Waterschap De Dommel).
Het is belangrijk dat beheer en onderhoud van het waterschap aan deze A-watergang goed uitvoerbaar blijft en voldoet aan de legger, tenzij positief een watervergunningtraject bij het waterschap doorlopen wordt. Binnen de 5 meter vanuit de insteek van de A-watergang (schuine kant) vinden geen ingrepen plaats. Er worden geen bomen, planten, hekwerken, palen, bankjes, bordjes,
- 47 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
ophoging, afgraving etc. binnen de 5 meter zone van de legger gerealiseerd/uitgevoerd. Beheer en onderhoud van WDD is daarmee veilig gesteld. Ook aan het kadastrale perceel in eigendom bij het waterschap, te weten perceel ODR01 sectie R - nummer 275, vinden geen veranderingen plaats. Initiatiefnemer is ervan op de hoogte dat zij geregeld ook in het najaar moeten snoeien zodat er een obstakelvrij pad is. Daarnaast heeft het waterschap tijdens een overleg van 4 juli 2022 aangegeven dat op het terrein van Camping de Kienehoef er geen sprake is van inunderend gebied. Op basis van hoogtekaarten en waterklick kaart vormt dit dan ook geen probleem (zie figuur 4.6). Dit correspondeert met de werkelijkheid, gezien het feit dat de hoogte op eigen terrein ten noorden van de A-watergang snel oploopt. Zwemplas Daarnaast is binnen het plangebied aan de noordkant recreatieplas Kienehoef gelegen. Recreatieplas Kienehoef staat niet in verbinding met het aangrenzende oppervlakwatersysteem, deze geïsoleerde ligging is een voorwaarde voor de gewenste zwemwaterkwaliteit. Het waterpeil van de recreatieplas wordt niet actief gereguleerd en kent een flexibel peil. De zwemplas is een officieel aangewezen zwemwater, er geldt regelgeving met betrekking tot waterkwaliteit en veiligheid van de zwemplas.
Initiatieven die ontplooid worden op de locatie kunnen een effect hebben op voorgenoemde parameters en het uiteindelijke gebruik van de zwemplas. De kwaliteit van het zwemwater is nu ‘uitstekend’ te noemen. Initiatiefnemers zullen maatregelen treffen om de kwaliteit van de zwemplas te behouden. Er worden door het waterschap geen maatregelen geëist maar wel kaders en voorwaarden gesteld. Door waterschap De Dommel is, in het kader van het wettelijk vooroverleg, een memo ‘advies watersysteem’ opgesteld d.d. 2 mei 2022 m.b.t. de voorgenomen planontwikkeling. Deze adviesmemo is als bijlage opgenomen bij voorliggende onderbouwing. In een overleg met waterschap De Dommel en Provincie NoordBrabant d.d. 4 juli 2022 hebben initiatiefnemers aangegeven zich te kunnen vinden in de door het waterschap gestelde randvoorwaarden en zich hieraan te conformeren. Dit heeft geleid tot het volgende advies, zoals integraal onderdeel uitmakend van genoemde memo:
Advisering Waterkwaliteit In verband met de zwemwaterstatus van de plas is het van belang dat er geen verslechtering optreedt in de waterkwaliteit. Het toevoegen van houseboats, de recreatiewoningen en de steigers kan een risico vormen voor de waterkwaliteit.
- 48 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
Voor het plan zijn tenminste de volgende randvoorwaarden van toepassing: -
-
-
-
-
Bij de inrichting dient rekening gehouden te worden dat regenwater niet direct mag afstromen naar het oppervlaktewater, ook moet het water van voldoende kwaliteit zijn; Huishoudelijk afvalwater dient te worden afgevoerd naar de riolering en mag niet uitstromen naar het oppervlaktewater; Er mogen geen materialen worden gebruikt die kunnen uitlogen naar het oppervlaktewater (b.v. verschillende typen verf, zink, geïmpregneerd hout); Er mag geen vervuiling plaatsvinden vanuit de houseboats op het oppervlaktewater. Om vervuiling te voorkomen dienen voldoende en goede vuilvoorzieningen te worden gerealiseerd zodat er geen extra vervuiling op de plas plaatsvindt; Eventueel aanwezig vuil dient zo spoedig mogelijk verwijderd te worden en de waterkwaliteitsbeheerder dient hiervan op de hoogte te worden gesteld; Overlast van vogels en de daarbij gepaard gaande negatieve effecten dienen voorkomen te worden
Riolering In en rondom het plangebied is drukriolering aanwezig. Vuilwater wordt afgevoerd via deze drukriolering. Drukriolering heeft een beperkte capaciteit en is daarom niet geschikt voor de afvoer van hemelwater. Afvloeiend hemelwater dient derhalve niet afgevoerd te worden via de riolering waardoor vuilwater en hemelwater van elkaar gescheiden zijn. De ontwikkeling is voldoende kleinschalig van aard dat de huidige capaciteit van het rioleringsstelsel de toename aan waterafvoer kan verwerken en behoeft daarmee dus geen aanpassing. De kosten voor aansluiting op het rioleringsstelsel zijn uiteraard voor de initiatiefnemer. De houseboats worden aangesloten op het rioleringsstelstel. De rioleringsbuizen t.b.v. de houseboats worden onder de steiger gesitueerd. De centrale rioleringsbuis komt uit in een put, van waaruit het vuilwater middels vrijverval naar het riool stroomt. Oorspronkelijk hadden initiatiefnemers het idee opgevat om de houseboats in de winterperiode uit het water te trekken en op de kant te leggen, om ze vervolgens in het voorjaar weer terug in het water te plaatsen. Dit zou echter betekenen dat ieder jaar de (maximaal) 30 vuilwateraansluitingen ontkoppeld en opnieuw aangekoppeld moesten worden. Het waterschap heeft in haar adviesmemo benadrukt dat foutaansluitingen een aanzienlijk risico vormen voor de waterkwaliteit van de zwemplas.
Foutaansluitingen kunnen een
- 49 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
bron vormen voor toename van de E. coli en Intestinale enterococcen bacteriën. Bij foutaansluitingen kunnen menselijke fecaliën in het oppervlaktewater terechtkomen. De zwemplas kan hierdoor een extra belasting van nutriënten krijgen, met als gevolg dat een verslechtering van de waterkwaliteit in de zwemplas optreedt. In een worst-case scenario kan verslechtering van de waterkwaliteit zorgen voor een negatief zwemadvies, een (definitief) zwemverbod of afvoering van de zwemplas als officiële zwemgelegenheid. Om dit risico tot een minimum te beperken hebben initiatiefnemers er dan ook voor gekozen de houseboats niet ieder jaar te ontkoppelen en daarmee dus jaarrond in het water te laten liggen. Nadere uitwerking wateropgave Middels voorliggend initiatief worden voor Camping de Kienehoef diverse uitbreidingen mogelijk gemaakt waaronder de realisatie een aantal nieuwe recreatiewoningen en uitbreidingen van de bestaande centrale, sanitaire en facilitaire voorzieningen. Hoewel in onderhavig geval sprake zal zijn van een gefaseerde uitvoering, waarbij in jaar 1 niet direct De totale uitbreiding van het verhard oppervlak in de nieuwe situatie is weergegeven in figuur 4.7. Hieruit volgt dat als gevolg van voorliggende ontwikkeling het verhard oppervlak binnen het plangebied in zijn totaliteit toeneemt met ca. 4.975 m2.
Voorgenomen ontwikkelingen Recreatiewoningen (29 stuks) Centrale voorzieningen (uitbreiding)
Toename verhard oppervlak 2.175 m2 1.500 m2
Ondersteunende voorzieningen (uitbreiding)
800 m2
Terreinverharding
500 m2 4.975 m2
Totaal Figuur 4.7: Toename verhard oppervlak plangebied.
Het plangebied is groot genoeg dat water een plaats kan krijgen op het eigen terrein. De Waterwet stelt dat de perceeleigenaar in eerste instantie zelf verantwoordelijk is voor het verwerken van regenwater dat op het eigen perceel valt (artikel 3.5 Waterwet). De gemeente (via riolering) of het waterschap (via sloten en beken) kunnen deze verantwoordelijkheid overnemen, wanneer het niet mogelijk is dat de perceeleigenaar het regenwater zelf opvangt. Bijvoorbeeld als de bodemopbouw geen infiltratie mogelijk maakt, wanneer het perceel helemaal bebouwd is of wanneer er geen oppervlaktewater in de buurt is. Is het plangebied voldoende groot, deels onbebouwd en de bodem geschikt, dan nemen gemeente en waterschap de verantwoordelijkheid voor afstromend regenwater niet zonder meer over. De perceeleigenaar verwerkt het regenwater dan zelf en geeft zo direct invulling aan het principe “elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt” uit het Waterbeheerprogramma 2022- 2027 van Waterschap De Dommel. Zo werken we samen aan een klimaatrobuuste
- 50 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
waterhuishouding en voorkomen we watertekort voor groen en landbouw in droge perioden en overstromingen in natte perioden. Hemelwater Bij voorliggend plan houdt dit in dat het waterschap de initiatiefnemer verzoekt ook regenwatervoorzieningen te realiseren. Binnen het plangebied zijn een tweetal greppels aanwezig, die in de huidige situatie niet in gebruik zijn voor de berging van hemelwater. De greppels zijn onderstaand weergegeven op de kaart in figuur 4. 8 en hebben lengtes van respectievelijk 190 meter en 250 meter. Deze twee greppels zullen worden ingezet ten behoeve van de berging en infiltratie van het hemelwater als gevolg van de toename van het verhard oppervlak binnen het plangebied. Zoals door het waterschap in haar zienswijze naar voren gebracht, bedraagt de totale benodigde hemelwaterberging: 4.975 m2 x 0,06 = 298 m3.
Greppel 2 Greppel 1
Figuur 4.8 : Droge greppels t.b.v. waterberging binnen plangebied.
Voorgesteld wordt om bij de nieuwbouw van zowel de recreatiewoningen als de nieuwe ondersteunende en centrale voorzieningen te kiezen voor het toepassen van grindkoffers ten behoeve van de infiltratie van het hemelwater in de bodem. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het feit dat enkel de bovenste 40 cm kan worden benut voor infiltratie. Middels toepassing van de grindkoffers krijgt het regenwater de tijd om langzaam in de bodem opgenomen te worden, zonder dat de bodem hierbij dichtslibt. Een nadere definitieve keuze
- 51 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
voor de toe te passen infiltrerende maatregelen dient gemaakt te worden bij de uitwerking van de aanvraag omgevingsvergunning bouwen voor de betreffende gebouwen. Daar de GHG binnen het plangebied 40 – 60 cm bedraagt, kan enkel de bovenste 40 cm onder het huidige maaiveld worden gebruikt voor de berging van hemelwater. De greppels kennen in hun huidige vorm een breedte van 3,0 meter en een talud met een helling van 1:1. Dit talud zorgt ervoor dat op een diepte van 40 cm de greppels nog een breedte van 2,2 meter hebben. De bergingscapaciteit van de greppels bedraagt hiermee: Greppel 1: Greppel 2: Totaal
250 * (3,0 + 2,2)/2)) * 0,4 = 190 * (3,0 + 2,2)/2)) * 0,4 =
260,0 m3 197,6 m3 457,6 m3
Hiermee kan ruimschoots voorzien worden in de benodigde compensatie van 298 m3. In onderstaande figuur 4.9 is de dimensionering van de greppels nader weergegeven. Het gebruik van deze greppels voor waterberging is enkel mogelijk wanneer het water in de greppel kan worden vastgehouden en niet afstroomt naar het regionale oppervlaktewatersysteem. Om hierin te voorzien zullen de greppels worden losgekoppeld van de B-watergang die gelegen is ten zuiden van de Vliegden. Voor het geval zich een scenario voordoet met extreme neerslag wordt echter vanaf de greppels wel een nood-overloop behouden richting de B-watergang, zodat het hemelwater bij hevige piekbuien weg kan vloeien uit het plangebied.
Figuur 4.9: Dimensionering greppels
Afvalwater Het afvalwater wordt zoals aangegeven afgevoerd op de aanwezige gemeentelijke drukriolering. De bestaande rioolaansluiting is reeds gelegen tot midden op het campingterrein. De vuilwaterafvoeren van de nieuw te realiseren recreatiewoningen worden op deze bestaande leiding aangekoppeld. Door het toevoegen van maximaal 24 recreatiewoningen, 5 water-recreatiewoningen en 30 houseboats op de bestaande riolering, zal de afvalwaterstroom naar het gemeentelijk stelsel toenemen. Deze stijging zal echter naar verwachting goed kunnen
- 52 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
worden verwerkt in het huidige stelsel. Er behoeven hiermee naar verwachting geen nieuwe aansluitingen op het rioleringsstelsel te worden gerealiseerd. Conclusie Het aspect water vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.5
Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht moet in planvorming rekening gehouden worden met bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In aanvulling hierop is in de Bouwverordening van de gemeente Meierijstad geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Ook bij nieuw gebruik voor gevoelige functies, zoals voorliggende bestemmingswijziging, kan bodemonderzoek nodig zijn. Bij de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied wordt de bestemming van enkele delen van het plangebied gewijzigd naar een gevoeliger gebruik (Agrarisch naar Recreatie). Daarnaast wordt mogelijk gemaakt dat een nieuwe recreatiewoningen worden opgericht. Door initiatiefnemer is aan Milieupartner opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende onderbouwing.
De conclusie van het onderzoek is hieronder samengevat opgenomen en luidt als volgt: Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Door Milieupartner BV is, in opdracht van de heer Van Rooij te Sint-Oedenrode, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van camping ‘De Kienehoef’, Zwembadweg 37 te Sint-Oedenrode, kadastraal bekend onder gemeente Sint-Oedenrode, sectie R, nummers 283 en 376 en sectie B, nummers 1949 (ged.) en 1980 (ged.). Het bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de herziening van het bestemmingsplan en de voorgenomen bouw van recreatiewoningen ter plaatse. Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige milieuhygienische bodemkwaliteit. Uit de resultaten blijkt dat in de bodem zintuiglijk geen bodemvreemde bijmengingen zijn aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Analytisch blijkt zowel de bovengrond als de ondergrond niet verontreinigd te zijn met de onderzochte parameters. Het grondwater is maximaal licht
- 53 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
verontreinigd met zware metalen. Derhalve dient de hypothese 'onverdacht' formeel te worden verworpen. Aangezien in de vaste bodem geen verhoging van de onderzochte stoffen wordt aangetoond is het niet waarschijnlijk dat sprake is van een bron op de locatie die in verband kan worden gebracht met de aangetoonde grondwaterverontreiniging. Tevens worden dergelijke gehalten vaker in het grondwater van de regio aangetoond. Derhalve kan gesteld worden dat sprake is van lokale, van nature aanwezige, verhoogde achtergrondwaarden. Met dit bodemonderzoek is de huidige bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie voldoende vastgelegd. Op basis van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bestaan, ons inziens, geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw van recreatiewoningen. Bij afvoer van grond dient rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. Indicatief voldoet zowel de vrijkomende bovengrond als ondergrond aan de klasse AW2000. Een bodemonderzoek is een momentopname en een indicatie van de kwaliteit van grond en grondwater. Bij werkzaamheden in de bodem dient rekening te worden gehouden met de veiligheidsmaatregelen conform de CROW-publicatie 400 ‘werken met verontreinigde grond en grondwater’.
Conclusie Op basis van het uitgevoerde onderzoek is er voldoende inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De grond is niet verontreinigd met de onderzochte stoffen. Het grondwater is hooguit licht verontreinigd met enkele zware metalen. Het aspect bodem vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.6
Kabels en leidingen In en in de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de provinciale risicokaart en het bestemmingsplan geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Initiatiefnemer van onderliggend plan is verplicht zorg te dragen dat de door de nutsbedrijven aan te brengen gebruikelijke voorzieningen waarop de te realiseren recreatiewoningen dienen te worden aangesloten (gas, water, elektra, telefoon e.d.) worden getroffen. De initiatiefnemer zal aan de nutsbedrijven de
- 54 -
Ruimtelijke onderbouwing ‘Zwembadweg 35-37, Sint-Oedenrode’
Gemeente Meierijstad
hiertoe benodigde opdrachten verstrekken. De kleinere leidingen worden voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden middels een KLIC-melding in kaart gebracht. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.7
Bedrijven en milieuzonering Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te maken wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd. Deze dient er voor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende fysieke afstand tussen bedrijven en gevoelige objecten (zoals woningen), geen overlast, hinder of schade ontstaat. Afhankelijk van het bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden. Wettelijk kader De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009), een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen. Omgevingstype In een intensief gebruikt gebied met veel functies en ‘bedrijvigheid’ wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. De VNG-handreiking hanteert daarom twee omgevingstypen, te weten ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Een gemengd gebied is een gebied met een matig tot sterke functiemenging. Gebieden die direct langs de hoofdontsluiting liggen behoren eveneens tot het omgevingstype 'gemengd gebied'.