P00484_BP_Nijnselseweg 24a te Sint-Oedenrode 20240521
Tekst van het document
Omgevingskwaliteit De provincie wil de omgevingskwaliteit van Noord-Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. De karakteristiek van een plek of gebied bestaat uit herkomst- en belevingswaarden. Onderling zijn deze nauw verbonden en geworteld in een lang historisch ontwikkelingsproces. Herkomstwaarde gaat onder andere over verbondenheid, eigenheid en herkenbaarheid, cultuurhistorische verscheidenheid en leesbaarheid van de omgeving in tijd en ruimte. Voorbeelden van belevingswaarde zijn uitstraling en aantrekkelijkheid, de schoonheid van de omgeving en een omgeving met contrasten,
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
25
diversiteit, rust en ruimte. De gebruiks- en toekomstwaarden van een plek of gebied zijn vooral verbonden met de maatschappelijke en ruimtelijke dynamiek. Actuele maatschappelijke opgaven en vraagstukken zijn veelal in grote mate bepalend voor de toekomstige kwaliteit van de leefomgeving. Gebruikswaarde heeft onder andere betrekking op een goede bereikbaarheid en functionaliteit van locaties, effectiviteit en productiviteit, externe veiligheid, een schoon milieu en een goede waterhuishouding. Bij toekomstwaarde gaat het bijvoorbeeld om stabiliteit en flexibiliteit, duurzaamheid, draagvlak voor een betekenisvolle toekomst, erfgoed en rekening houden met ecologische voorraden. De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit is in de verordening opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten, zoals verwoord de Omgevingswet. De wet kent als maatschappelijk doel het in onderlinge samenhang: 1. bereiken en in stand houden van een veilig en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van natuur, en 2. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Bij de evenwichtige toedeling van functies speelt de balans tussen beschermen en benutten een belangrijke rol.
Dat verschilt per ontwikkeling, per onderwerp, per gebied en in de tijd. De Brabantse leefomgeving kent een grote verscheidenheid. Die omgeving bestaat zowel uit waarden die in een gebied aanwezig zijn als uit de aanwezige functies. Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied. De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit omvat een aantal basisprincipes in combinatie met een diepe en ronde manier van kijken, die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie:
zorgvuldig ruimtegebruik;
toepassing van de lagenbenadering;
meerwaardecreatie.
In de verordening zijn geen regels opgenomen voor de brede manier van kijken. Participatie en samenwerking zijn in de Brabantse praktijk een vanzelfsprekendheid. Afwegingen worden met de juiste betrokkenen en omwonenden van een initiatief of in een gebied samen gemaakt; op een sociaal inclusieve manier. Hierdoor kunnen slimme combinaties gelegd worden en komt de gebiedskennis en betrokkenheid vanuit de omgeving goed tot haar recht. Deze omgeving omvat niet alleen de direct omwonenden, maar ook inbreng van kennisinstellingen en initiatiefnemers van elders die hun ervaringen delen. Breed kijken omvat ook het over provincie en landsgrenzen heen kijken. Gemeenten geven invulling aan een goede omgevingskwaliteit op lokaal niveau door een afweging te maken in een concreet geval. Vanuit provinciaal belang zijn er naast de basisprincipes ook specifieke regels voor onderwerpen opgenomen in de verordening. Sommige regels zijn gericht op bescherming van waarden, zoals natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Zorgvuldig ruimtegebruik Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten.
Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
26
worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een verbijzondering voor stedelijke ontwikkeling is dat er toepassing gegeven moet zijn aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze voorwaarde geldt rechtstreeks vanuit de nationale wetgeving. Regionale afstemming - omgevingsagenda In de verordening is aangegeven dat de uitwerking van de gezamenlijke ambities en hoofdopgaven in integrale gebiedsontwikkelingen en concrete programmering plaatsvindt op een schaal die past bij de ruimtelijk-functionele relaties van de opgave zoals opgenomen in de Regionale omgevingsagenda. De afspraken over duurzame verstedelijking, over de ontwikkeling, herbestemming en/of transformatie van locaties voor wonen, werken en voorzieningen:
maken duidelijk hoe het (sub-)regionale woningbouwprogramma en de behoefte aan werklocaties, zowel in kwantitatieve, kwalitatieve als ruimtelijke zin, de komende jaren worden ingezet;
zijn gericht op zorgvuldig ruimtegebruik en op een realistische, flexibele en vraaggerichte planning en programmering van woningbouw, werklocaties en voorzieningen;
zijn er op gericht overprogrammering te voorkomen en gaan waar nodig in op deprogrammering;
worden gemaakt, rekening houdend met (toekomstige) binnenstedelijke transformatieopgaven en het aanpakken en voorkomen van leegstand;
de werkwijzen die gehanteerd worden, de voorwaarden waaraan voldaan moet worden, en het (sub)regionale besluitvormingsproces dat doorlopen wordt om nieuwe locaties voor wonen, werken en voorzieningen te ontwikkelen of bestaande locaties van functie te laten veranderen.
Doorwerking plangebied Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van een woon-zorgcomplex mogelijk. Er is sprake van een geringe intensivering van bouwmogelijkheden en verruiming van de activiteiten binnen de reeds bestaande maatschappelijke bestemming. Daarnaast wordt met dit plan het landschap behorende bij de planlocatie voorzien van een kwaliteitsimpuls en wordt het bestemmingsvlak ‘Maatschappelijk’ aanmerkelijk verkleind. Onderstaand wordt het plan getoetst ten aanzien van de relevante thema’s en aanduidingen uit de verordening. Landelijk gebied – Groenblauwe mantel – Natuurnetwerk Brabant De planlocatie ligt in het landelijk gebied binnen de groenblauwe mantel. Aan de randen van de planlocatie behoort een deel van de gronden tot het Natuurnetwerk Brabant. In de huidige situatie heeft de gehele planlocatie de bestemming “Maatschappelijk”. In de nieuwe situatie wordt het Natuurnetwerk Brabant bestemd als “Bos”, waarmee de bestemming beter in lijn met de Omgevingsverordening is en de regels uit deze verordening planologisch (beter) worden verankerd. De bebouwing en bijbehorende voorzieningen zoals parkeren worden buiten het Natuurnetwerk Brabant gesitueerd. Hiermee strekt de beoogde bestemmingsregeling tot het behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken in het gebied, zoals in art.
3.32 van de Iov is voorgeschreven voor bestemmingsplannen binnen de groenblauwe mantel. Er is middels een voorwaardelijke verplichting een koppeling gemaakt tussen het in gebruik nemen van de gronden voor maatschappelijke doeleinden en het aanleggen van inrichtingsmaatregelen ter bevordering van de kwaliteit van het landschap. Vestiging/uitbreiding niet-agrarische functie Het geldende bestemmingsplan laat een religieuze instelling toe en er is daarom een maatschappelijke bestemming opgenomen. Met het planvoornemen worden er 40 zorgwoningen gerealiseerd waardoor de
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
27
functie veranderd. Er is sprake van de vestiging van een niet-agrarische functie. Artikel 3.73 Vestiging nietagrarische functie in Landelijk gebied is van toepassing. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een nietagrarische functie op een bestaand bouwperceel als de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Er dient rekening te worden gehouden met het volgende: Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied – Lid 1 a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. b. er vindt geen splitsing (IOV) plaats van het bouwperceel; c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking.
Belangrijke randvoorwaarde voor het toelaten van dergelijke functies is dus dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waar de locatie ligt. Om de afweging te kunnen maken in een concreet geval is het nodig dat een gemeente beleid uitwerkt waarin een ontwikkelingsrichting voor de verschillende typen gebied is opgenomen. Dat voorkomt gelegenheidsplanologie en biedt duidelijkheid naar zowel initiatiefnemers als omwonenden. Ontwikkelingsrichting van het gebied De gemeente Meierijstad heeft de ontwikkelrichtingen voor gebieden nog niet specifiek uitgeschreven. Wel heeft de gemeente Meierijstad het rapport ‘Kansen voor Kwaliteit’ opgesteld, wat dient als afwegingskader voor de herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bebouwing. Er is tevens een kaart met gebiedstypologieën in het buitengebied van de gemeente opgesteld. In par. 3.3.3 is de ontwikkelingsrichting van het gebied op basis van dit beleidsstuk beschreven en is ingegaan op de passendheid van de ontwikkeling in het gebied. Op basis van de overwegingen in de betreffende paragraaf, wordt geconcludeerd dat het initiatief past binnen de ontwikkelingsrichting die de gemeente met het gebied rondom het plangebied voorstaat.
Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied – Lid 2 Het bestemmingsplan dat de vestiging van een niet-agrarische functie mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; c.
dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen;
d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang.
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
28
Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied – Lid 3 Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: (…) een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. De ontwikkeling voorziet in een woon-zorgcomplex met 40 zorgwoningen. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd waaraan het beoogde gebouw moet voldoen, waarbij aandacht is besteed aan een aantal specifieke kenmerken en randvoorwaarden vanuit het terrein en de omgeving, zodat er sprake is van een bij de omgeving passende omvang. Op basis van deze randvoorwaarden en uitgangspunten, is een bouwvlak van circa 1.930 m² bepaald en opgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Dit mag voor maximaal 80% worden bebouwd. De toename van het aantal motorvoertuigen per etmaal en de publieksaantrekkende werking is zeer beperkt. Er is een maatwerkbestemming opgenomen voor het beoogde woon-zorgcomplex, waarin zorg in combinatie met wonen mogelijk is (met uitzondering van verslavingszorg). Hiertoe is de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk – zorgwonen’ opgenomen en is er vastgelegd welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan. Er is geen sprake van buitenopslag en –stalling. De ontwikkeling biedt ruimte voor maximaal 40 zorgwoningen, deze maximale toegestane omvang wordt niet overschreden.
Voormalige stortplaats Zuidwestelijk van de planlocatie ligt een gebied dat is aangeduid als ‘voormalige stortplaats’. Een zeer kleine zone reikt over de planlocatie binnen de toekomstige bestemming “Bos”. De verordening bevat een verbod om werken te realiseren of in stand te houden, stoffen/voorwerpen de storten, plaatsen, laten liggen, e.d. en enige andere handelingen te verrichting of na te laten, die de aanleg van nazorgvoorzieningen kunnen verhinderend of aanwezige nazorgvoorzieningen kunnen schaden. Met het plan zijn ter plaatse van de voormalige stortplaats geen werken of handelingen aan de orde, die in strijd met dit verbod zijn. Omgevingskwaliteit De IOV bevat een zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (artikel 3.5 IOV). Bij de evenwichtige toedeling van functies speelt de balans tussen beschermen en benutten een belangrijke rol. Dat verschilt per ontwikkeling, per onderwerp, per gebied en in de tijd. De Brabantse leefomgeving kent een grote verscheidenheid. Die omgeving bestaat zowel uit waarden die in een gebied aanwezig zijn als uit de aanwezige functies. Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied.
De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit omvat een aantal basisprincipes in combinatie met een diepe en ronde manier van kijken, die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie:
zorgvuldig ruimtegebruik;
toepassing van de lagenbenadering;
meerwaardecreatie.
Zorgvuldig ruimtegebruik Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het landelijk gebied. Eén van de manieren om dit doel te bereiken is hergebruik van leegkomende locaties in zowel stedelijk als landelijk gebied, zoals in onderhavig geval. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Het plan geeft hier invulling aan door een bestaand bouwperceel, dat reeds voor maatschappelijke doeleinden is bestemd maar waarvan de bestaande bebouwing niet meer courant is voor deze functie, een passende nieuwe invulling te geven. De toekomstige functie is in lijn met de huidige bestemming. Er is sprake van een intensivering en optimalisering van het gebruik enerzijds en een
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
29
verkleining van het bouwperceel ten gunste van groen en bebossing anderzijds. Daarbij wordt met dit plan het landschap behorende bij de projectlocatie voorzien van een kwaliteitsimpuls. Er is sprake van zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik. Lagenbenadering De lagenbenadering omvat de effecten op de volgende lagen in samenhang bezien:
de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden.
de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer.
de occupatie laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.
Er is een lagenbenadering opgesteld om af te wegen of de ontwikkeling een passende ontwikkeling is op de betreffende locatie. Er wordt aangegeven wat het effect van de ontwikkeling is op de lagen afzonderlijk en op de lagen in onderlinge samenhang. De volledige lagenbenadering is opgenomen in hoofdstuk 3 van bijlage 12 ‘Kavelpaspoort: Ruimtelijke & landschappelijke uitgangspunten, beeldkwaliteitseisen’. Op basis van de verschillende lagen is de voorgenomen ontwikkeling voorstelbaar. Er zijn wel enkele beperkingen waar rekening mee moet worden gehouden in de planvorming of waar compensatie is vereist. Uit de lagenbenadering blijkt dat het effect van het planvoornemen op de afzonderlijke lagen zich beperkt tot aandacht voor:
De hydrologische situatie: het waterbergingsgebied wordt geraakt, dit dient te worden gecompenseerd door de toevoeging van oppervlaktewater. Daarnaast wordt er ook verhard oppervlak toegevoegd, hier wordt in de plannen van de landschappelijke inpassing rekening mee gehouden door middel van compenserende maatregelen (o.a. aanleg van wadi’s).
Het aansluiten van wegen op de huidige infrastructurele knooppunten en het regionale wandel- en fietsnetwerk;
Rekening houden met het NNN-gebied: NNN gebied mag niet geraakt worden door de ontwikkeling en de landschappelijke maatregelen moeten ingaan op het versterken van de natuur;
Het in acht nemen van de cultuurhistorische laanbeplantingen en andere beplantingsstructuren in het plangebied;
De ontwikkeling past in beginsel bij de omliggende aanwezige geologische structuren en gebruiken. De planlocatie ligt namelijk aan de rand van het beekdal, waar van oudsher werd gebouwd en gewoond. De landschappelijke inpassing voorziet in aansluiting op de landschappelijke structuren. De inpassingsmaatregelen passen bij het karakter van het gebied. De positionering en omvang van de bebouwing is nader uitgewerkt in het kavelpaspoort (zie bijlage 12). Hierbij is een afweging gemaakt tussen de verschillende lagen, te weten voldoende afstand tot Nijnselseweg, de aanwezige leidingen, het NNB, het minimaliseren van bebouwing in het regionale waterbergingsgebied en voldoende ruimte voor een robuuste en zorgvuldige landschappelijke inpassing. Meerwaardecreatie De ontwikkeling ter plaatse draagt niet alleen bij aan de realisatie van een woon-zorgcomplex, maar biedt Sint-Oedenrode ook een aantrekkelijke ‘toegangspoort’ naar de omvangrijke omliggende natuur. Deze publieke meerwaarde is enkel realiseerbaar met de komst van het woon-zorgcomplex.
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
30
De ontwikkeling creëert een aantoonbare meerwaarde op de onderscheidende plek, die vanwege de ligging aan de rand van een bosgebied en op een afgeschermd perceel een goede omgevingskwaliteit biedt voor een specifieke zorgbehoevende, kwetsbare doelgroep. Het plan geeft een passende invulling aan de bestaande bestemming op deze locatie, met nieuwe duurzame bebouwing die aan alle huidige eisen voldoet. Daarbij wordt met dit plan het landschap behorende bij de projectlocatie voorzien van een kwaliteitsimpuls en wordt het Natuurnetwerk Brabant planologisch beter verankerd. Het initiatief creëert in meerdere samenhangende opzichten een meerwaarde, omdat zowel de maatschappelijke opgave tot het creëren van voldoende en goede zorgvoorzieningen als de opgave tot kwaliteitsverbetering van het landschap worden ingevuld en is daarmee in lijn met de zorgplicht en meerwaardecreatie. Kwaliteitsverbetering van het landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt landelijk gebied, zoals met onderhavig plan aan de orde is, moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. In dit geval is er sprake van een functieverbreding met een toename van het maximum bebouwd oppervlak van 650 m² naar ca. 1.544 m².
Integraal onderdeel van de planvorming is een landschappelijk inrichtingsplan, dat voorziet in behoud en versterking van de bestaande landschappelijke waarde alsmede in inpassing van de nieuwe bebouwing in de landschappelijke omgeving. De interactie tussen bebouwing en landschap wordt bovendien sterk verbeterd ten opzichte van de huidige situatie. Het landschappelijk inrichtingsplan is opgenomen in bijlage 12. In dat kader is relevant dat in het bestemmingsplan zoals aangegeven een bebouwd oppervlak van ca. 1.544 m² (=80% van het opgenomen bouwvlak) wordt toegestaan, ten opzichte van 650 m² in de huidige situatie. Echter is het bestaande bouwperceel met de bestemming “Maatschappelijk” aanzienlijk verkleind. Een aanzienlijk deel van de gronden in het plangebied wordt afgewaardeerd van een maatschappelijke bestemming naar “Bos” en “Groen”. Er is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld, waarbij is ingegaan op de kwaliteitsverbetering van het landschap. Regionaal waterbergingsgebied Het plangebied ligt aan de rand van een regionaal waterbergingsgebied. De grens van dit gebied reikt juist over het plangebied (zie figuur 3.2) en over een beperkt gedeelte van de beoogde nieuwbouw (zie figuur 3.3). In totaal ligt ca. 112 m² van de nieuwbouw binnen de regionale waterbergingscontour.
Daarvan is slechts 30 m² gelegen beneden het verwachte waterpeil van 10,8 m +NAP (oranje contour in figuur 3.3).
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
31
Figuur 3.2: ligging gebied Regionale waterberging in Interim omgevingsverordening
Figuur 3.3: deel nieuwbouw dat binnen contour Regionale waterberging in Interim omgevingsverordening ligt (blauwe contour), met gedeelte beneden het verwachte waterpeil (oranje contour)
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
32
Binnen het Regionaal waterbergingsgebied is het uitsluitend toegestaan een gebouw ter dienste van de waterberging te realiseren (art. 3.35 lid 2). Ook zijn er beperkingen aan het ophogen van gronden. Een bestemmingsplan kan bouwwerken, geen gebouw zijnde, toestaan als het plan een onderbouwing bevat dat hierdoor het waterbergend vermogen van het gebied niet wordt belemmerd. Omwille van een efficiënte terreinindeling, het kunnen bouwen van een courante bouwmassa en het kunnen aanhouden van voldoende afstand tussen de Nijnselseweg en de daaronder gelegen leidingen, zal een klein gedeelte van het complex (maximaal 112 m²) worden gebouwd binnen het regionale waterbergingsgebied. Om het waterbergend vermogen van het gebied te handhaven wordt het bebouwen (en gedeeltelijk ophogen van dit deel) gecompenseerd met een verlaging van een deel van het plangebied. Het gaat hierbij om een zeer geringe compensatie van ca. 6 m³ waterbergend vermogen. Dit zal aansluitend westelijk nabij de bestaande poel gecompenseerd worden. In het waterhuishoudkundig plan is een voorstel gedaan hoe kan worden omgegaan met het behouden van voldoende bergingscapaciteit, in combinatie met het toevoegen van bergingscapaciteit vanwege het aanbrengen van nieuwe verharding, zie nader par. 4.10.
In de bouwregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, gekoppeld aan het aanduidingsvlak ‘specifieke bouwaanduiding – behoud waterbergend vermogen’. Ter plaatse van het regionaal waterbergingsgebied geldt in beginsel een bouwverbod en is geen afwijkingsmogelijkheid opgenomen om gebouwen te realiseren. Vandaar dat wordt gekozen voor een aanpassing van het werkingsgebied Regionaal waterbergingsgebied. In de planregels en op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan is de herbegrenzing opgenomen. Herbegrenzing is in dit geval aanvaardbaar te achten om de volgende redenen:
Voor de regio is er een grote maatschappelijke behoefte aan woon-zorgvoorzieningen. Hiervoor wordt een bestaand bouwperceel benut.
Voor het specifieke woon-zorgconcept dat beoogd is, zijn bijzondere locaties nodig, waar voldoende rust en beslotenheid aanwezig is. De planlocatie biedt die aspecten.
Het voornemen zorgt voor een duidelijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering ten opzichte van de bestaande situatie.
Het voorgestelde bouwvlak is het meest logische bouwvlak in relatie tot andere belemmerings- en aandachtzones in en rond het gebied (externe veiligheid, vrijwaringszones van leidingen en NNB).
Het verlies aan overstroombaar oppervlak/ bergend vermogen is minimaal (slechts ca. 6 m³) en wordt 1 op 1 gecompenseerd door binnen/direct aan deze overstromingszone middels een verlaging van het maaiveld boven de lokale GHG toe te passen.
Het initiatief is na deze herbegrenzing en met inachtneming van de compensatieplicht in dit opzicht in overeenstemming met de omgevingsverordening.
Gemeentelijk beleid 3.3.1
Visie Meierijstad
In de ‘Visie Meierijstad’ wordt de toekomst van de gemeente Meierijstad beschreven. Hierin is de volgende algemene visie opgenomen: Het is 2025: een gemeente met een missie en ambities In het belang van haar inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen is een ambitieuze en bestuurskrachtige gemeente noodzakelijk. Elke inwoner telt mee en kan mee doen binnen sterke sociale
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
33
netwerken en een rijk vrijwilligers en verenigingsleven. Meierijstad maakt zich samen met het bedrijfsleven sterk voor een gezonde lokale en regionale economie met voldoende werkgelegenheid. Food is de verbindende factor: de productie in het buitengebied, de voedingsindustrie en nieuwe productontwikkeling. In Meierijstad is het genieten in de vele restaurants en op de terrassen. De beroepsbevolking is aan het werk. Wonen en werken in Foodcapital trekt jeugd aan. Er is een goede ruimtelijke balans tussen werken, wonen en leven. Meierijstad koestert de unieke waarden van natuur, landschap, cultuur en onderwijs. Daarnaast is voor het ruimtelijke aspect onderscheid gemaakt tussen verschillende onderdelen, waaronder bijvoorbeeld: landschap, wonen en bedrijvigheid. Voor het aspect wonen is het volgende beschreven: Onze inwoners verblijven in een veilige woon en werkomgeving. Zij zijn betrokken en hebben direct invloed op de woonomgeving en de eigen woning. Maatwerk is de norm, met flexibiliteit en ruimte voor nieuwe ideeën. Er is een duurzame leefomgeving en een divers woningaanbod: koop, huur, meergeneratie-wonen (levensloopbestendig) en zorgconcepten. Het (hoogwaardig) openbaar vervoer is verbeterd en daardoor is de bereikbaarheid tussen de kernen goed.
Doorwerking plangebied Onderhavig plan voorziet in de realisatie van een goed bereikbaar, op loopafstand van een centrum en toch midden in de natuur gelegen woon-zorgcomplex voor mensen met een zorgvraag. Het complex voorziet in een behoefte aan dit type combinatie van zorg en wonen, zorgt voor een veilige woonomgeving en draagt in die zin bij aan de verbetering en verduurzaming van de leefomgeving in dit deel van de gemeente. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met de uitgangspunten uit de Visie Meierijstad. 3.3.2
Woonvisie Meierijstad
In de ‘Woonvisie Meierijstad’ wordt er richting gegeven aan wonen binnen de gemeente. Meierijstad wil een ambitieuze en bestuurskrachtige gemeente zijn met een goede balans tussen werken, wonen en leven. De gemeente Meierijstad wilt bestaande woningen en leeggekomen vastgoed goed benutten om vraag en aanbod op de woningmarkt goed op elkaar af te stemmen. In de Woonvisie van de gemeente Meierijstad wordt er focus gelegd op vier thema’s: 1. De dynamiek van de woningmarkt: “er moet een continue afstemming zijn tussen vraag en aanbod”. 2. Wonen, welzijn en zorg: “de samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving. 3. Duurzaamheid: “aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed”; 4. Leefbaarheid: “een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. De gemeente Meierijstad wil een passende woning voor alle inwoners. Door de dynamiek van de woningmarkt zal de bestaande woningvoorraad zo goed mogelijk benut dienen worden om in alle woonwensen te voorzien.
Nieuwbouw voorziet naast de bestaande woningvoorraad, in de woningen die onvoldoende in de bestaande woningvoorraad aanwezig zijn. In de ‘Woonvisie Meierijstad’ staat dat vrijkomend vastgoed benut dient te worden, indien geschikt, voor woningbouw. Daarnaast wordt er door de gemeente prioriteit gegeven aan inbreidingsplannen boven uitbreidingsplannen. De bevolking vergrijst en ouderen wonen langer zelfstandig thuis. Voor de groeiende groep meer of minder zorgbehoevende ouderen zijn er meer passende (kleinere, gelijkvloerse) woningen nodig. Tegelijkertijd leidt de extramuralisering van de zorg tot een grotere groep mensen met een psychiatrische zorgvraag, met een
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
34
verstandelijke beperking of met fysieke problemen die hun zorg thuis in plaats van in een instelling krijgen. Deze mensen blijven of komen in de reguliere woningen te wonen. Voor zover ze niet in hun eigen woning blijven wonen, doen zij veelal een beroep op specifiek voor ouderen geschikte woningen of op kleinere sociale huurwoningen. Het gaat hier om de groep kwetsbaren in onze samenleving. Groepen die passende huisvesting zoeken bij de situatie of bij de levensfase waarin ze zitten. Een te grote concentratie kwetsbaren heeft invloed op de woonomgeving, vanwege het beroep dat wordt gedaan op het draagvlak van die omgeving. De komende jaren zal een ingrijpende verschuiving plaatsvinden in de balans tussen vrijwillige en professionele zorg. Informele zorgnetwerken zijn nodig. Dit vraagt onder andere:
Sociale bereidheid in de gemeenschappen en een stevig vrijwilligersnetwerk.
Lokale initiatieven in de directe nabijheid waar ouderen elkaar kunnen ontmoeten en helpen.
Passend aanbod aan maatwerkvoorzieningen Wmo (huishoudelijke ondersteuning, woonvoorziening, begeleiding, hulpmiddelen et cetera).
Dagbesteding en respijtzorg om mantelzorgers te ontlasten.
De behoefte naar verzorgd wonen neemt toe, het gaat om ouderen met een lagere zorgbehoefte dan die bij ouderen in verpleeghuizen. Het betreft 420 - 650 woningen waar ook zorg geleverd kan worden, anders dan in de eigen woning. Voor wat betreft vernieuwende woonvormen voor ouderen en mensen met een beperking is er een behoefte aan zelfstandig wonen (woning met oppervlakte van circa 45 m²), geclusterd in een complex met een zorgsteunpunt in de directe nabijheid en/of een gezamenlijke ruimte binnen het complex. Doorwerking plangebied Dit plan voorziet in de realisatie van een woon-zorgcomplex, waar zorgbehoevenden zelfstandig kunnen wonen, al dan niet met 24-uurs zorg. Naast zorgwoningen voorziet het initiatief ook in dagbesteding en gezamenlijke ruimten. Beoogd wordt om het terrein rondom het woon-zorgcomplex openbaar te maken waardoor recreatief gebruik en daarmee ontmoeting wordt gestimuleerd. Het initiatief voorziet hiermee ook in een ontmoetingslocatie en kan vereenzaming en het bijkomende negatieve effect op gezondheid en zelfredzaamheid voorkomen. De gemeente wil meer ruimte bieden aan nieuwe woonvormen voor diverse doelgroepen. Dit draagt ook bij aan een inclusieve samenleving, waarin deze doelgroepen individueel of door middel van groepswonen aan de samenleving kunnen deelnemen.
Onderhavig initiatief faciliteert woon-zorgvormen voor diverse doelgroepen en kan hieraan dus bijdragen. Het zorgconcept, dat een sterke binding heeft met de natuur, is vernieuwend in Sint-Oedenrode en omgeving. Het is belangrijk dat er onder de toenemende vraag naar zorg ook keuzevrijheid is waar en welke zorg men wil. Dit concept draagt daaraan bij door haar onderscheidende karakter in de regio. In de Laddertoets in bijlage 1 bij deze toelichting is uitgebreid ingegaan op de relatie van het plan tot de Woonvisie. Voor het overige wordt naar deze bijlage verwezen. Het initiatief sluit naadloos aan op de in de Woonvisie beschreven behoefte naar verzorgd wonen en de vraag naar vernieuwende woonvormen voor ouderen en mensen met een beperking. 3.3.3
Ontwikkelingsrichting van de omgeving van het plangebied
Het buitengebied in gemeente Meierijstad heeft door de beëindiging van veehouderijen, de komende jaren te maken met toenemende leegstand, verrommeling, botsende belangen en oprukkende verstedelijking. De gemeente Meierijstad heeft de ontwikkelrichtingen voor gebieden nog niet specifiek uitgeschreven. Wel heeft de gemeente Meierijstad het rapport ‘Kansen voor Kwaliteit’ opgesteld, wat dient als afwegingskader
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
35
voor de herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bebouwing. Er is tevens een kaart met gebiedstypologieën in het buitengebied van de gemeente opgesteld. Het doel van deze rapportage is om te komen tot een afwegingskader voor de herontwikkeling van vrijkomende bebouwing, waarbij de (directe) omgeving leidend is, een verbetering van de kwaliteit vereist is en de direct omwonenden en andere belanghebbenden worden betrokken. In het rapport ‘Kansen voor Kwaliteit’ wordt onderscheid gemaakt in 3 verschillende functies, namelijk gebiedsgebonden, gebiedspassende en gebiedsstrijdige functies. Onderhavige ontwikkeling kan worden gezien als een gebiedspassende functie. Gebiedspassende functies zijn namelijk functies die op zich horen binnen de bebouwde kom (of op een bedrijventerrein), maar die ruimtelijk verantwoord passen of in te passen zijn in (delen van) het buitengebied. Het plangebied is gelegen binnen de gebiedstypologie Landelijk gebied, verweving van functies, zie figuur 3.4. Het gebied binnen de gebiedstypologie Landelijk gebied, verweving van functies betreft een gebied waarbinnen bedrijfsfuncties, agrarische functies en wonen zich afwisselen.
De realisatie van een woonzorgcomplex, waarbij er ook investeringen worden gedaan in het landschap is een passende ontwikkeling binnen de beleidsnotitie ‘Kansen voor Kwaliteit’ en de gebiedstypologie Landelijk gebied, verweving van functies.
Figuur 3.4 Uitsnede kaart Gebiedstypologieën gemeente Meierijstad (bron: Gemeente Meierijstad)
De vraag naar zorg- en maatschappelijke functies in het buitengebied neemt toe. Er dient een afweging gemaakt te worden of iedere gevraagde zorg- en maatschappelijke functie passend en/of gewenst is in het buitengebied en op welke plek de gemeente die wil toestaan. Als wordt gekeken om welke functies het gaat, dan zijn dat met name functies waarbij dagbesteding, wonen met zorg of kinderopvang gerealiseerd worden. Hierbij kan gedacht worden aan zorgboerderijen en beschermd wonen voor mensen met een beperking. Zorg- en maatschappelijke functies kunnen nieuwe economische dragers zijn in het buitengebied. Een aandachtspunt is dat solitaire zorg- en maatschappelijke functies ertoe kunnen leiden dat omliggende agrarische bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd worden, maar dat is bij onderhavig planvoornemen niet het geval (zie ook paragraaf 4.4 en 4.5). Binnen het gebiedstype ‘verweving van functies’ speelt de landbouw een belangrijke rol. Maar in deze gebieden zijn de agrarische bedrijven niet de enige gebruikers. Door de tijd hebben agrarische bedrijven
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
36
plaatsgemaakt voor nieuwe functies. In het gebied ‘verweving van functies’ zijn in principe alle functies mogelijk. Of een functie daadwerkelijk op een specifieke locatie haalbaar is, hangt af van de impact op de (directe) omgeving. Er wordt geen beperking opgelegd in maatvoering, milieucategorie en ligging binnen een bebouwingsconcentratie. De impact op de (directe) omgeving is bepalend voor de omvang, milieucategorie, e.d. die kan worden toegestaan in de verwevingsgebieden. De aanvaardbaarheid van een initiatief is dus afhankelijk van de impact van de nieuwe activiteit op de omgeving. Voor het bepalen van deze impact wordt gekeken naar de effecten van de beoogde activiteit op de ondergrond (bodem, grondwater en archeologische waarden), de netwerken (alle vormen van zichtbare en onzichtbare infrastructuur) en de occupatie (ruimtelijke patronen ten gevolge van menselijk gebruik). Voor de beoordeling van de effecten is het van belang om in ieder geval te weten: a. Wat is de omvang van de beoogde functie; b. Wat is de aard van de beoogde functie; c. Wat is de aard van de (directe) omgeving; d. Wat is de uitstraling van de beoogde functie Met onderhavige ontwikkeling wordt er een woon-zorgcomplex met dagbesteding gerealiseerd met een maximaal BVO van 2.900 m 2. Het aantal zorgwoningen wordt gemaximaliseerd op 40 zorgwoningen.
Daarnaast is er (binnen de 2.900 m 2 BVO) ruimte voor dagbesteding en algemene (gezamenlijke) ruimten (o.a. woonkamer, bergingsruimte, slaapwacht e.d.). De functie betreft wonen met zorg, in combinatie met zorg in de vorm van dagbesteding. Zorgwonen is enkel toegestaan voor zorgbehoevenden. Het plangebied heeft en krijgt een maatschappelijke bestemming met bebouwingsmogelijkheden. In de omgeving betreft het plangebied het enige bouwperceel dat niet aangeduid is als bestaand stedelijk gebied dan wel ‘verstedelijking afweegbaar’, maar als landelijk gebied en groenblauwe mantel (en een deel NNB), zie figuur 3.5.
Figuur 3.5: ligging plangebied tussen twee zones bestaand stedelijk gebied in
Het plangebied vormt ruimtelijk en functioneel in samenhang met de (woon)percelen aan de overzijde van de Nijnselseweg een uitloper van de woonkern van Sint-Oedenrode (wijk Dommelrode, direct westelijk van de planlocatie). De meer natuurlijke grens tussen de uitlopers van de kern Nijnsel en de uitlopers van de kern Sint-Oedenrode ligt ter hoogte van het Diependaal, oostelijk van het plangebied. Tussen de oude kern van Sint-Oedenrode en de strook bedrijvigheid langs de A50 en langs de Nijnselseweg is morfologisch gezien niet echt landelijk. Er is sprake van een min of meer aaneengesloten bebouwingsstructuur en zeker wanneer
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
37
naar de overzijde van de weg wordt gekeken, kan de planomgeving als ‘stedelijk’ worden gezien. Daarnaast ligt de locatie ook binnen de verkeerskundige bebouwde kom. Inpassing planinitiatief in ruimtelijk-functionele structuur Evident is dat niet alle maatschappelijke functies direct in een centrumgebied of woonwijk thuis horen en dat geldt zeker voor het met het plan beoogde woon-zorgcomplex. Het plan creëert een aantoonbare meerwaarde op deze onderscheidende plek, die vanwege de ligging aan de rand van de kern enerzijds, en anderzijds direct tegen een bosgebied aan op een afgeschermd perceel een goede omgevingskwaliteit biedt voor een specifieke zorgbehoevende, kwetsbare groep. De locatie is bij uitstek geschikt voor de beoogde functie en in dit opzicht onderscheidend. Het plan geeft een passende invulling aan de bestaande bestemming op deze locatie, met nieuwe duurzame bebouwing die aan alle huidige eisen voldoet. Daarbij wordt met dit plan het landschap behorende bij de projectlocatie voorzien van een kwaliteitsimpuls en wordt het Natuurnetwerk Brabant planologisch beter verankerd.
Het initiatief creëert in meerdere samenhangende opzichten een meerwaarde, omdat zowel de maatschappelijke opgave tot het creëren van voldoende en goede zorgvoorzieningen als de opgave tot kwaliteitsverbetering van het landschap worden ingevuld en is daarmee in lijn met de zorgplicht vanuit de provinciale (interim) omgevingsverordening. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan de beleving en kwaliteit van het gebied. Eén van de manieren om dit doel te bereiken is hergebruik van leegkomende locaties, zoals in onderhavig geval. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Het plan geeft hier invulling aan door een bestaand bouwperceel, dat reeds voor maatschappelijke doeleinden is bestemd maar waarvan de bestaande bebouwing niet meer courant is voor deze functie, een passende nieuwe invulling te geven. De toekomstige functie is in lijn met de huidige bestemming. Er is sprake van een intensivering en optimalisering van het gebruik enerzijds en een verkleining van het bouwperceel (bestemmingsvlak ‘Maatschappelijk’) ten gunste van groen en bebossing anderzijds. Daarbij wordt met dit plan het landschap behorende bij de projectlocatie voorzien van een kwaliteitsimpuls. Er is sprake van zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik.
Het perceel aan de Nijnselseweg 24a was tot voor kort (eind 2023) reeds bebouwd, maar deze bebouwing was in dusdanige slechte staat dat enkel sloop en vervangende nieuwbouw mogelijk is geacht en de bebouwing, mede naar aanleiding van een brand in 2023, inmiddels is gesloopt. De beoogde herontwikkeling voorziet daarmee in een aanzienlijke kwaliteitsverbetering van het terrein ten opzichte van de voorgaande situatie. Enerzijds door het beoogde woon-zorgcomplex, anderzijds door de investeringen in het landschap. Integraal onderdeel van de planvorming is een landschappelijk inpassingsplan dat bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit (zie ook figuur 2.4 en bijlage 12). Bij de planvorming van het woon-zorgcomplex is nadrukkelijk rekening gehouden met de omgeving en het omliggende landschap. Dit wordt o.a. beoogd door de open architectuur van het woon-zorgcomplex aangrenzend aan een bos- en parkachtige omgeving en parkherstel rondom het complex. De beoogde ontwikkeling heeft geen nadelig effect op aspecten als mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders. Deze aspecten zijn in deze toelichting nader onderbouwd. Het beoogde woon-zorgcomplex is passend gelet op de omgeving, waarbij tevens een bijdrage wordt geleverd om verdere leegstand binnen het landelijk gebied te voorkomen. Hierbij wordt de bestaande verpauperde bebouwing gesloopt.
Er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel en tevens wordt er geen vestiging mogelijk gemaakt voor kantoren, lawaaisport en/of mestbewerking.
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
38
4
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald. Het plan wordt aan deze elementen getoetst. Een en ander dient ter onderbouwing waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening bij realisatie van de in het plan opgenomen planologische mogelijkheden.
Verkeer en parkeren 4.1.1
Toetsingskader
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bepaald wat de verkeersaantrekkende werking van het plangebied is. Om te bepalen wat de effecten van het plan op de verkeersaantrekkende werking van het plangebied zijn, kan gebruik worden gemaakt van de CROW-kengetallen (publicatie 381). Deze kengetallen geven een indicatie van de met het plan gepaard gaande extra verkeersgeneratie. Ook bieden ze richtlijnen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen. Gemeenten kunnen er echter ook voor kiezen om zelf parkeernormen vaststellen. De gemeente Meierijstad heeft dat gedaan in de ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’. 4.1.2
Onderzoek
Parkeren Het toekomstige woon-zorgcomplex krijgt een bestemming, gericht op zorgwonen en dagbesteding. De bruto vloeroppervlakte bedraagt maximaal 2.900 m² en het aantal mogelijke zorgwoningen maximaal 40. De dagbesteding omvat maximaal 300 m² BVO. De gemeente Meierijstad heeft in de ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ de gemeentelijke parkeernormen vastgelegd. Deze nota is ook van toepassing conform het ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’. Het plangebied behoort tot de ‘rest bebouwde kom/buitengebied’ van Sint-Oedenrode. In het kader van het plan zijn de volgende parkeernormen relevant: Aanleunwoning: 1,3 parkeerplaatsen per zorgwoning (waarvan 0,3 parkeerplaats voor bezoekers en 1,0 voor bewoners); Dagbesteding (buurthuis/wijkcentrum): maximaal 3,0 parkeerplaats per 100 m² BVO. Voor een gezondheidscentrum geldt een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per behandelkamer. Vanuit een worst case benadering is uitgegaan van een norm van 3,0 parkeerplaatsen per 100 m² BVO. In het plan is uitgegaan van een mix van reguliere zorgwoningen (parkeernorm 1,3) en dagbesteding (parkeernorm 3,0 per 100 m² BVO). Daarbij is er sprake van maximaal 40 zorgwoningen met een parkeernorm van (40 x 1,3 =) 52. Plus (maximaal) 300 m² BVO voor dagbesteding wat een parkeerbehoefte oplevert van 9 (300/100 x 3).
Wanneer gekeken wordt naar de aanwezigheidspercentages en dubbelgebruik (zie de tabel hierna), dan dienen er ten minste 47 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Deze zijn nodig op het maatgevende tijdstip werkdag avond:
Bewonersaandeel zorgwoningen overig: 90% van 40 parkeerplaatsen = 36 parkeerplaatsen;
Bezoekersaandeel zorgwoningen overig: 80% van 12 parkeerplaatsen = 9,6 parkeerplaatsen;
Dagbesteding (sociaal medisch): 10% van 9 parkeerplaatsen = 0,9 parkeerplaatsen.
In het landschappelijk inpassings- en inrichtingsplan is ruimte voor ten minste 47 parkeerplaatsen opgenomen. Hiermee kan worden voldaan aan de parkeernormen.
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
39
Tabel 4.1: aanwezigheidspercentages conform Nota Parkeernormen gemeente Meierijstad 2018 Daarbij zullen géén parkeerplaatsen binnen het Natuurnetwerk Brabant worden gerealiseerd. In de bestemming “Bos” worden parkeervoorzieningen expliciet uitgesloten. In de planregels is een parkeerregeling opgenomen, waarmee is verzekerd dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op het moment van een omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen of bij een gebruikswijziging. Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat het aspect parkeren geen belemmeringen voor het plan oplevert. Verkeer Voor het in beeld brengen van de verkeersgeneratie is “CROW-tool” gehanteerd. De ontwikkeling betreft de realisatie van een woon-zorgcomplex met maximaal 40 zorgwoningen. Er gelden geen specifieke cijfers voor de verkeersgeneratie van een woon-zorgcomplex. Hierdoor worden de CROW-kengetallen van een ‘serviceflat’ aangehouden. Voor de categorie aanleunwoning/serviceflat, in een weinig stedelijke gemeente in de rest bebouwde kom geldt per woning een verkeersgeneratie van 2,2 tot 3,0 mvt/etmaal. Voor de 40 zorgwoningen zou er sprake zijn van een gemiddelde verkeersgeneratie van 104 mvt/etmaal. Voor de dagbesteding is in de CROW-richtlijnen geen specifieke verkeersgeneratiekencijfer gegeven. De dagbesteding kent deels een ontmoetings- en deels een behandelfunctie.
Daarom is vanuit een worst case benadering2 gerekend met de kencijfers van een gezondheidscentrum. Voor een gezondheidscentrum geldt een verkeersgeneratie van 18,0 tot 22,1 mvt/etmaal (per behandelkamer). Voor 300 m² BVO (3 behandelkamers) zou er sprake zijn van een gemiddelde verkeersgeneratie van 60 mvt/etmaal.
2
Bij toepassing van de categorie buurthuis/wijkcentrum wordt ingeschat dat de 9 benodigde parkeerplaatsen gemiddeld 3x per dag worden gebruikt. Dit resulteert in een verkeersgeneratie van ca. 54 mvt/etmaal.
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
40
Huidige functie
Verkeersgeneratie
Religieuze instelling
42 mvt/etmaal
Toekomstige functie
Verkeersgeneratie
Woon-zorgcomplex (max. 40 zorgwoningen)
104 mvt/etmaal
Dagbesteding (gezondheidscentrum 300 m² BVO / 3 behandelkamers)
60 mvt/etmaal
Maximale verkeerstoename
122 mvt/etmaal
Tabel 4.2: Verkeersgeneratie
In de huidige situatie is het plangebied bestemd voor een ‘religieuze instelling’ met een maximale oppervlakte van 650 m². Er zijn bij de CROW-tool geen toepasbare kencijfers voor een dergelijke instelling voorhanden. Wanneer een dergelijke instelling gelijk wordt gesteld met een crematorium (eenmalig gelegenheidsbezoek, nauwelijks frequente gebruikers/bezoekers), kan worden gesteld dat een redelijke inschatting van de huidige verkeersgeneratie ca. 42 verkeersbewegingen per gelegenheid per etmaal bedraagt. De omliggende wegen beschikken over genoeg capaciteit om de extra verkeersbewegingen op te vangen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de bestaande ontsluiting op de Houtsestraat/Zuidelijke Randweg. De ontsluiting op de Nijnselseweg dient enkel voor calamiteiten. Het verkeer kan op veilige wijze worden afgewikkeld. 4.1.3
Conclusie
Er kunnen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd en de omliggende wegen kunnen de extra verkeersbewegingen in voldoende mate opvangen. Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.
Geluid 4.2.1
Toetsingskader
Wegverkeer Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor:
de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg;
de aanleg van een nieuwe weg;
de reconstructie van een bestaande weg.
De breedte van de zone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken, het stedelijk gebied en de maximumsnelheid. In een akoestisch onderzoek kunnen wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt in beginsel buiten beschouwing worden gelaten, tenzij het meenemen van deze wegen noodzakelijk wordt geacht in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Tabel: Breedte geluidszones langs wegen
Stedelijk gebied
Buiten stedelijk gebied
Aantal rijstroken
Zone breedte
1 of 2
200 meter
3 of meer
350 meter
1 of 2
250 meter
3 of 4
400 meter
5 of meer
600 meter
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
41
In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor dient middels een ontheffing een hogere waarde te worden vastgesteld. Tabel: Maximale ontheffingswaarden Situatie
Maximale ontheffingswaarde
Artikel
Stedelijk gebied
Nieuwe woningen
63 dB
Artikel 83, lid 2 Wgh
Vervangende nieuwbouw
68 dB
Artikel 83, lid 5 Wgh
Buiten stedelijk gebied
Nieuwe woningen
53 dB
Artikel 83, lid 1 Wgh
Agrarische bedrijfsbebouwing
58 dB
Artikel 83, lid 4 Wgh
Vervangende nieuwbouw
58 dB
Artikel 83, lid 7 Wgh
Vervangende nieuwbouw* binnen de zone van
63 dB
Artikel 83, lid 6 Wgh
een autoweg of autosnelweg *Met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur en een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogte 100 woningen.
4.2.2
Onderzoek
Aangezien het plan geluidgevoelige bestemmingen mogelijk maakt en nabij het plangebied enkele wegen met een geluidszone liggen, is een akoestisch onderzoek 3 uitgevoerd en is de situatie beoordeeld aan de hand van de Wet geluidhinder en het gemeentelijke geluidbeleid. Doel van dit onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting binnen het plangebied voor zover deze wordt veroorzaakt door het relevante wegverkeer. Hieronder zijn de conclusies weergegeven. Voor een volledige weergave wordt verwezen naar het als bijlage opgenomen onderzoek. De nieuwe geluidgevoelige objecten waarin een gebruik gelijk te stellen aan de functie ‘wonen’ mogelijk is, liggen binnen de bebouwde kom, in de geluidzone van de Nijnselseweg, de Zuidelijke Randweg en de Houtsestraat. De maximaal toegestane rijsnelheid op de Nijnselseweg en de Zuidelijke Randweg is voor alle voertuigcategorieën 50 km/uur. De maximale toegestane rijsnelheid op de Houtsestraat is voor alle voertuigcategorieën 60 km/uur. De overige wegen liggen op grotere afstand van het plangebied en/of de verkeersintensiteit is er dusdanig gering, dat deze wegen niet relevant zijn met betrekking tot de geluidbelasting. Uit het onderzoek blijkt dat de nieuwe geluidgevoelige objecten een geluidbelasting zullen ondervinden van maximaal 51 dB ten gevolge van de onderzochte wegen.
Dit is hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Er zal een hoger waardenprocedure worden gevolgd. De geluidbelasting overschrijdt de voorkeursgrenswaarde uitsluitend vanwege de Nijnselseweg. De optredende waarde overschrijdt de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet. Maatregelen worden niet doelmatig geacht, het verlenen van een hogere waarde blijkt mogelijk.
3
De Roever Omgevingsadvies, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Nijnselseweg 24a Sint-Oedenrode, 18 oktober 2023.
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
42
De gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van de onderzochte wegen, bedraagt maximaal 56 dB. Dit betekent dat de karakteristieke geluidwering van de verblijfsgebieden minimaal 23 dB moet bedragen. Normaliter wordt met moderne standaard bouwmaterialen voldaan aan de minimale geluidwering van de gevels. Daarmee is voldoende aannemelijk dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er is bovendien sprake van een gezamenlijke geluidluwe buitenruimte. Een nader onderzoek naar de gevelwering wordt op voorhand niet noodzakelijk geacht. Op basis van de voorgaande overwegingen kan een hogere waarde redelijkerwijs worden verleend. 4.2.3
Conclusie
Het aspect “geluid” vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Het doorlopen van een hogere waarde procedure is weliswaar noodzakelijk, maar een hogere waarde kan redelijkerwijs worden verleend. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is voldoende geborgd.
Luchtkwaliteit 4.3.1
Toetsingskader
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan (minstens) één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.
Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.
Het project draagt op zichzelf niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.
Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.
Om te bepalen of een project niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging:
Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM.
Het project zorgt voor een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m³).
4.3.2
Onderzoek
NIBM Gelet op de anticumulatiebepaling uit artikel 5 van het Besluit NIBM dient voor het project als geheel te worden bekeken in hoeverre sprake is van (niet) in betekenende mate bijdragen aan luchtvervuiling. In onderhavig geval bestaat het project uit twee verschillende typen functies, namelijk woningen en een bedrijfspand. Aangezien niet op voorhand kan worden gesteld dat sprake is van niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) aan luchtvervuiling, dient middels een berekening met de NIBM-tool in beeld te worden gebracht wat de effecten van het project op de luchtkwaliteit zijn. De resultaten die volgen uit deze berekening zijn als volgt:
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
43
Uit de berekening met de NIBM-tool volgt dat geen sprake is van in betekende mate bijdragen aan luchtvervuiling. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat Het is in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang om ook te bekijken of er ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat met betrekking tot luchtkwaliteit. Hierover kunnen uitspraken gedaan worden aan de hand van achtergrondwaarden voor NO 2, PM10 en PM2.5. Die konden tot voorkort worden bepaald aan de hand van de NSL-monitoringstool. Vanaf 1 januari 2023 is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) echter het te gebruiken instrument voor de monitoring van luchtkwaliteit4. Voor acht van de meest nabijgelegen toetspunten is bekeken wat de achtergrondwaarden voor NO2, PM10 en PM2.5 zijn en wat het aantal PM10-overschrijdingsdagen is. In onderstaande figuur is aangegeven waar betreffende toetspunten zijn gesitueerd.
Figuur 4.1 Meetpunten achtergrondwaarden
4
https://www.cimlk.nl/kaart
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
44
NO2 ug/m3
PM10 ug/m3
PM10 overschrijdingsdagen
PM2.5 ug/m3
222307
12,926
17,925
6,43
10,464
2
222308
12,926
17,925
6,43
10,464
3
222310
12,926
17,925
6,44
10,464
4
222311
12,926
17,925
6,45
10,464
5
222312
12,926
17,925
6,45
10,464
6
222055
12,926
17,925
6,38
10,464
7
222056
12,926
17,925
6,38
10,464
8
222309
12,926
17,925
6,44
10,464
40
40
35
25
Meetpunt
Id
1
Norm
Gelet op de uitkomsten uit de NIBM-tool is het geheel onwaarschijnlijk dat de verkeersgeneratie die samenhangt met de functies binnen het plangebied leidt tot een overschrijding van de gestelde grenswaarden. 4.3.3
Conclusie
Er bestaan geen belemmeringen ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit.
Bedrijven en milieuzonering 4.4.1
Toetsingskader
Milieuzonering is het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling moet rekening gehouden worden met milieuzonering om zo de kwaliteit van het woon en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast moeten bedrijven echter ook voldoende zekerheid hebben dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijk gebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woonwerkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs
Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, Nijnselseweg 24A
45
stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. 4.4.2
Onderzoek
In de nabije omgeving van het plangebied zijn enkele bedrijven gelegen. Ten noordoosten van het plangebied op circa 95 meter ligt een veehouderij (leghennen). Dit bedrijf behoort op basis van de VNG brochure: Bedrijven en milieuzonering tot milieucategorie 4.1 (indicatieve afstand 200 m). Gezien de fysieke afstand vormen de bedrijfsactiviteiten mogelijk een belemmering voor het woon-zorgcomplex als het gaat om het aspect ‘’geur’’. In paragraaf 4.5 is nader onderzocht dat de geurbelasting van het leghennenbedrijf ten hoogste ca. 8,7 ouE/m³ bedraagt. Daarmee komt het overeen met een ‘redelijk goed’ woon- en leefklimaat en vormt het geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Daarnaast is er in zuidoostelijke richting een bedrijfslocatie gelegen op ongeveer 200 meter van de locatie. Ter plaatse is een distributiecentrum (Nijnselseweg 26) toegestaan. Dit bedrijf behoort op basis van de VNG brochure: Bedrijven en milieuzonering, respectievelijk tot milieucategorie 3.1 (indicatieve afstand 50 m). Gezien de fysieke afstand vormen de bedrijfsactiviteiten van deze bedrijven geen belemmering voor de realisering van het woon-zorgcomplex. Meer zuidelijk, op een afstand van meer dan 400 meter van het plangebied, is aan de Leemputtenweg 1 een betonwarenfabriek (zonder persen) gevestigd. Dit bedrijf valt onder milieucategorie 4.1 (indicatieve afstand 200 m).