Ontwikkelplan sanering varkenshouderij_Regels
Tekst van het document
8.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning Voor bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bestaande uit aangebouwde- en vrijstaande bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken dienen binnen het bestaande bouwvlak óf, indien er geen bouwvlak aanwezig is, binnen het bestaande bouwperceel opgericht te worden; b. de gezamenlijke bebouwde oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 175 m2; c. de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 m; d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m; e. de bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; f. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning bedraagt maximaal 15 m;
8.2.5 Bouwwerken, geen gebouw zijnde bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m; b. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3m. met uitzondering van: 1. lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 6 m mag bedragen, mits geplaatst achter de achtergevellijn van de woning; 2. nestgelegenheden voor vogels, waarvan de hoogte maximaal 8 m mag bedragen.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 76 van 114
Datum:
d. voor het bouwen van een overkapping gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 5 m; 2. een overkapping mag geen grotere oppervlakte hebben 30 m²; 3. overkappingen mogen niet voor de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan worden gesitueerd. e. voor het bouwen van onoverdekte zwembaden bij een (bedrijfs)woning gelden de volgende bepalingen: 1. onoverdekte zwembaden dienen binnen het bouwvlak of, indien aanwezig, binnen de aanduiding 'bijgebouwen' te worden gebouwd. 2. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²; 3. de afstand tot (bedrijfs)woningen van derden mag niet minder bedragen dan 15 m; 4. onoverdekte zwembaden mogen niet voor de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan worden gesitueerd. f. de bouwhoogte van antennes voor zendamateurs mag niet meer bedragen dan 12 m, met dien verstande dat: 1. antennes niet mogen worden gesitueerd voor de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan; 2. antennes dienen te worden gesitueerd op of aan de woning dan wel op een afstand van maximaal 15 m van de woning.
8.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of bijbehorende bouwwerken zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter, met uitzondering van: 1. lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 6 meter mag bedragen; 2. vlaggenmasten, waarvan de hoogte maximaal 6 meter mag bedragen.
8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1 Herbouw van een bestaande bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.3. sub b voor het herbouwen van een bestaande bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de herbouw vindt plaats binnen hetzelfde bestemmingsvlak; b. de situering levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; c. de situering is zowel vanuit milieuoogpunt als vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar; d. de sloop van de bestaande woning is verzekerd; e. de maatvoering en situering van de bedrijfswoning sluit aan op het bepaalde in lid 8.2.1. en 8.2.3.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 77 van 114
Datum:
8.3.2 Grotere afstand tussen woning en bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van 8.2.4 en bijbehorende bouwwerken op een afstand van maximaal 30 m van de woning toestaan als er redenen zijn van stedenbouwkundige, architectonische, cultuurhistorische of bouwtechnische aard.
8.4
Specifieke gebruiksregels
8.4.1 gebruiksregels a. Binnen het bestemmingsvlak horeca is ten hoogste één bedrijf toegestaan b. Voor de horecactiviteiten (ontvangen van groepen) gelden de volgende beperkingen - maximale groepsomvang 150 personen (dagperiode 9:00 en 19:00); - maximale groepsomvang 100 personen (avondperode 19:00 en 22:00); - geen horcea-activteiten toegestaan tussen 22.00 en 9:00; - het ruimtebeslag binnen gebouwen, te gebruiken voor horecadoeleinden, mag ten hoogste 420 m2 bedragen.
8.4.2 Strijdig gebruik a. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, grind en brandstoffen, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; b. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats van al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; c. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats, dan wel staan- of ligplaats voor onderkomens, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; d. het gebruiken of laten gebruiken van woningen voor enige vorm van detailhandel (uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom in het kader van aan-huis-verbonden bedrijvigheid; e. het gebruiken of laten gebruiken van een gedeelte van een bedrijfsgebouw of bijbehorend bouwwerk bij een (bedrijfs)woning als woonruimte; f. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie; g.
handelingen en / of activiteiten waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar). 8.4.3 Gebruik van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent,
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 78 van 114
Datum:
tevens de hoofdbewoner van de woning is. c. het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; d. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; e. het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein. f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, hiervoor gelden de regels van de welstandsnota; g. het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); h. het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; i. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; j. het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; k. er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; l.
beroepen of bedrijven aan huis in vorm van detailhandel, uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom en productiegebonden detailhandel als nevenfunctie bij agrarische bedrijfswoningen, of in de vorm van horeca (uitgezonderd ondersteunende horeca als nevenactiviteit bij agrarische bedrijfswoningen) zijn niet toegestaan
8.4.4 Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak conform de bestemming Horeca is alleen toegestaan indien het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in onderstaande tabel binnen de genoemde termijnen worden aangelegd en in stand worden gehouden. Locatie Kraanmeer 28
Bijlage regels Bijlage 5
Termijn Binnen 1 jaar na ingebruikname c.q. gereedmelding van de ontwikkeling zoals beschreven in bijlage 5 van de toelichting.
8.4.5 Voorwaardelijk verplichting- bijdrage Fonds Kwaliteitsverbetering Buitengebied Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden ter plaatse van bestemmingsvlak conform de bestemming Horeca is alleen toegestaan als voor de ingebruikname een bedrag ter hoogte van € 13.018,00 is gestort in het Fonds Kwaliteitsverbetering Buitengebied.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 79 van 114
Datum:
8.5
Afwijken van gebruiksregels
8.5.1 Aanpassing landschappelijke inpassing - verlenging termijn Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 8.4.3. voorwaardelijke verplichting -landschappelijke inpassing voor het gewijzigd uitvoeren van de landschappelijke inpassing en/of het verlengen van de termijn mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het aangepaste landschapsplan in kwalitief en kwantitief opzicht een vergelijkbaar resultaat oplevert; b. verlening van de termijn voor aanleg bedraagt niet meer dan 6 maanden.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 80 van 114
Datum:
Artikel 9
Wonen
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, conform de definitie 'woning'; b. aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven; c. de volgende, als nevenactiviteit door de hoofdbewoners uit te voeren bedrijfsactiviteiten: 1. inpandige statische opslag met een maximum van 260 m2 ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van wonen – statische opslag 01 2. inpandige stalling en opslag ten behoeve van akkerbouwactiviteiten met een omvang van maximaal 400 m2 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – stalling en opslag voor akkerbouwactiviteiten 1' Bovengenoemde activiteiten kunnen naar aard en invloed op de omgeving worden gelijkgesteld aan activiteiten in de categorieën 1 en 2 in de Staat van bedrijfsactiviteiten (zoals opgenomen als bijlage bij de regels), waarbij de uitoefening van het activiteiten geen betrekking hebben op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. d. behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; e. behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorisch waardevolle bebouwing'; f. landschappelijke inpassing, zoals opgenomen als bijlagen bij de regels; met de daarbij behorende: g. waterpartijen, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. groenvoorzieningen; i.
(onverharde) wegen, paden en verkeersvoorzieningen; j. parkeervoorzieningen; k. tuinen, erven en terreinen; l. voorzieningen van algemeen nut.
9.2
Bouwregels
9.2.1 Algemeen a. het bestaande aantal woningen mag niet toenemen; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorisch waardevolle bebouwing' en de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimtewoning' woningen worden toegevoegd met dien verstande dat het op de verbeelding aangegeven maximum aantal wooneenheden niet mag worden overschreden. c. herbouw van woningen mag uitsluitend op de bestaande fundering plaatsvinden; nieuwbouw als bedoeld onder b mag uitsluitend plaatsvinden binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. d. de afstand van bouwwerken tot de weg waaraan wordt gebouwd, uitgezonderd erf- en terreinafscheidingen, mag niet minder bedragen dan 10 meter; daar waar een bouwvlak is opgenomen dient het hoofdgebouw binnen het bouwvlak opgericht te worden;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 81 van 114
Datum:
e. per bestemmingsvlak is maximaal één woning toegestaan, tenzij anders is bepaald; f. afwijking van het voorgaande geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' het aangegeven maximale aantal wooneenheden het toegestane maximale aantal woningen is; g. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' zijn uitsluitend twee-aaneengebouwde woningen toegestaan; h. ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (3,5 m¹ onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de woning en de verder binnen het bestemmingsvlak of bestaand bouwperceel toegestane gebouwen, met uitzondering van gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van dieren. De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw; i. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden 9.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende bepalingen: a. de inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m3. Indien de bestaande inhoud van de woning reeds groter is, geldt deze inhoud als maximum; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m.; d.
de dakhelling mag niet minder bedragen dan 12º.; e. de dakhelling mag niet meer bedragen dan 60º; f. in afwijking van het bepaalde onder a. geldt voor woningen, die deel uitmaken vaneen bestaande (woon)boerderij, bij gehele of gedeeltelijke herbouw van een(woon)boerderij, indien de bestaande inhoud van de (woon)boerderij reeds meer dan 750m³ bedraagt, de bestaande inhoud als maximum toegestane inhoud van de woning; g. in afwijking van het bepaalde onder a. geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van woning - ruimte voor ruimte woning' de inhoud van de woning 900 m3 mag bedragen; h. in afwijking van het bepaalde onder a, geldt dat ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximaal volume' de inhoud van de woning inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, niet meer mag bedragen dan aangegeven. i. in afwijking van het bepaalde onder b. en c. geldt dat, daar waar op de verbeelding een hogere goot- of bouwhoogte is opgenomen, deze goot- of bouwhoogte als maximum; j. de afstand van woningen tot de zijdelingse bestemmingsgrens bedraagt minimaal 5 m, indien een bouwvlak op de verbeelding is opgenomen dan gelden de bouwvlakgrenzen als minimumafstand. k. in afwijking van het voorgaande geldt ter plaatse van aanduiding 'cultuurhistorisch waardevolle bebouwing' de bestaande maatvoering van het gebouw, als minimum en maximummaatvoering.
9.2.3 Bouwen van bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken bij een woning bestaande uit aangebouwde- en vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouwen uitgesloten' geen vrijstaande of aangebouwde bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan; b. de gezamenlijke bebouwde oppervlakte per woning bedraagt maximaal 150 m2, met dien verstande dat:
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 82 van 114
Datum:
1. indien de aanduiding ´maximum bebouwd oppervlak´ opgenomen is, geldt de ter plaatse aangegeven oppervlakte als maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken; 2. ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van wonen – statische opslag 01 maximaal 410 m2 aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan; 3. ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van wonen – stalling en opslag voor akkerbouwactiviteiten 1, maximaal 400 m2 aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken is toegestaan en maximaal 55 m2 aan aangebouwde bijbehorende bouwwerken; c. de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 m; d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m; e. in afwijking van het bepaalde onder c en d, geldt ter plaatse van de functieaanduiding specifieke vorm van wonen – stalling en opslag voor akkerbouwactiviteiten 1 een goothoogte van 3,5 m en een nokhoogte van 7 m als maximum; g. de bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; h. in afwijking van het bepaalde onder g, mogen ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorisch waardevolle bebouwing' uitsluitend vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden opgericht achter de achtergevel van de woonboerderij. De naar de Krijtenburg gekeerde zijde wordt in deze situatie aangemerkt als voorgevel van het hoofdgebouw. i.
de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de woning bedraagt maximaal 15 m; j. in afwijking van het bepaalde onder h geldt dat : 1. ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van wonen – statische opslag 01 een afstand van maximaal 42 meter tot de woning mag worden aangehouden; 2. ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van wonen stalling en opslag voor akkerbouwactiviteiten 1 een afstand van maximaal 20 meter tot de woning mag worden aangehouden: 3. op de locatie Weverspad 1 te Sint-Oedenrode een afstand van maximaal 43 meter tot de woning mag worden aangehouden.
9.2.4 bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij woningen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m; b. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m met uitzondering van: 1. lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 6 m mag bedragen, mits geplaatst achter de achtergevellijn van de woning; 2. nestgelegenheden voor vogels, waarvan de hoogte maximaal 8 m mag bedragen; d. voor het bouwen van een overkapping gelden de volgende bepalingen: 1. overkappingen dienen binnen het bouwvlak of op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd, met dien verstande dat binnen de bouwaanduiding ''bijgebouwen uitgesloten' geen overkappingen zijn toegestaan; 2. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 5 m; 3. een overkapping mag geen grotere oppervlakte hebben 30 m²; e. voor het bouwen van onoverdekte zwembaden bij een woning gelden de volgende bepalingen:
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 83 van 114
Datum:
1. onoverdekte zwembaden dienen binnen het bouwvlak of op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd. 2. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m². 3. de afstand tot (bedrijfs)woningen van derden mag niet minder bedragen dan 15 m; f. de bouwhoogte van antennes voor zendamateurs mag niet meer bedragen dan 12 m, met dien verstande dat: 1. antennes niet mogen worden gesitueerd voor de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan; 2. antennes dienen te worden gesitueerd op of aan de woning dan wel op een afstand van maximaal 15 m van de woning;
9.3
Afwijken van de bouwregels
9.3.1 Herbouw van een woning buiten de bestaande fundamenten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.2.1. voor het herbouwen van een bestaande woning buiten de bestaande fundamenten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de herbouw vindt plaats het bestaande bouwvlak of bouwperceel; b. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig, landschappelijk en milieukundig aanvaardbaar, waaronder dat moet worden voldaan aan de Wet geluidhinder; c. de situering levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven of onevenredige aantasting van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden; d. de in het gebied aanwezige waarden worden niet onevenredig aangetast; e. de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); f. er sprake is van een goed woon- en leefklimaat; g. er geen sprake is van een toename van het aantal woningen; h. de sloop van de bestaande woning is verzekerd; i. de maatvoering van de woning sluit aan op het bepaalde in artikel 9.2.2; j. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan.
9.3.2 Grotere afstand tussen woning en bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van 9.2.3 en bijbehorende bouwwerken op een afstand van maximaal 30 m van de woning toestaan als er redenen zijn van stedenbouwkundige, architectonische, cultuurhistorische of bouwtechnische aard.
9.3.3 Grotere inhoud van een woning (sloop -bonus) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.2, en een grotere inhoud van een woning toestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is geen sprake meer van een agrarisch of niet-agrarisch bedrijf, uitgezonderd bedrijven aan huis; b. alle voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen worden gesloopt;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 84 van 114
Datum:
c. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is uitgezonderd van verplichte sloop; d. voor de eerste 750 m2 aan bebouwing die gesloopt wordt, geldt dat per m2 sloop er een vergroting van de maximale inhoud van de woning plaats kan vinden van 0,5 m3; e. voor iedere m2 boven de 750 m2 aan bebouwing die gesloopt wordt, geldt dat per m2 sloop er een vergroting van de maximale inhoud van de woning plaats kan vinden van 0,35 m3; f. de maximale inhoud van een woning na toepassing van deze regeling (uitgezonderd de hoeveelheid bij recht toegestane bijbehorende bouwwerken), bedraagt 1.000 m3.
9.3.4 Grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken (sloop-bonus) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.3, en een grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken toestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. alle voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen worden gesloopt; b. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is uitgezonderd van verplichte sloop; c. voor iedere m2 aan bebouwing die gesloopt wordt, geldt dat per m2 sloop er een vergroting van de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken plaats kan vinden van 0,5 m2; d. de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij een woning na toepassing van deze regeling bedraagt 300 m2; e. de overige bepalingen uit 9.2.3 blijven onverminderd van toepassing.
9.3.5 Groter oppervlakte van bijbehorende bouwwerken (sloop-bonus) voor hobbymatig houden van vee Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.2.3 voor extra oppervlak aan bijbehorende bouwwerken voor het hobbymatig houden van vee, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de woning heeft een bouwperceel met een minimale oppervlakte van 1 hectare; b. het aantal bijbehorende bouwwerken voor het hobbymatig houden van dieren dat toegestaan wordt op grond van deze regeling, bedraagt niet meer dan 1 per woning; c. het betreft een dierenverblijf voor het hobbymatig houden van vee; d. er wordt vrijgekomen (agrarische) bebouwing gesloopt waarbij 50% van de gesloopte oppervlakte mag worden teruggebouwd; e. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is uitgezonderd van verplichte sloop; f. de maximale oppervlakte van het bijbehorende bouwwerk (dierenverblijf) bedraagt niet meer dan 50 m²; g. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op het bouwperceel bedraagt na realisatie van het bijbehorende bouwwerk niet meer dan de maximale oppervlakte van 150 m2, dan wel de toegelaten maximale oppervlakte van 300 m², indien er toepassing gegeven is aan 9.3.4; h. de goothoogte bedraagt niet meer dan 3 m; i. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 4,5 m; j.
er is voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een uitvoerbaar beplantingsplan, dat is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken; k. de overige bepalingen uit 9.2.3 blijven onverminderd van toepassing 9.3.6 Algemene bepalingen voor de toepassing van Sloop-Bonus a. de bevoegdheden bedoeld in artikel 9.3.3, 9.3.4 en 9.3.5 mogen gecombineerd toegepast worden;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 85 van 114
Datum:
b. voor iedere m2 die gesloopt wordt, geldt dat deze slechts voor één van de sloop-bonus regelingen ingezet mag worden, ter voorkoming van dubbeltelling; c. sloop op eigen terrein ten behoeve van de regelingen als bedoeld in lid 1 kan gecombineerd worden met sloop elders, mits zeker is gesteld dat de elders gesloopte bebouwing niet herbouwd kan worden; d. er mag niet tevens gebruik gemaakt zijn of worden van een provinciale of nationale subsidieregeling voor het slopen van deze bebouwing; e. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is uitgezonderd van verplichte sloop;
9.3.7 Ondergronds bouwen buiten de gevelgrenzen van gebouwen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.1 voor het toestaan van ondergrondse gebouwen van maximaal één bouwlaag (3,5 m onder peil) buiten de gevelgrenzen van de gebouwen mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte mag maximaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak of van een bestaand bouwperceel bedragen met een absoluut maximum van 150 m²; b. de afstand tot de as van de weg dient minimaal 15 m te bedragen behalve als de bestaande gebouwen dichter op de as van de weg staat; dan is deze afstand bepalend; c. het bouwwerk dient geheel onder het maaiveld te worden gebouwd; d. afhankelijk van de situatie kan een landschappelijke inpassing worden geëist; e. de inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud.
9.3.8 Ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot 10 meter bouwdiepte Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 9.2.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 m onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
9.3.9 Woningsplitsing Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 9.2.1 een omgevingsvergunning verlenen voor een toename van het bestaande aantal woningen, ten behoeve van de splitsing van de voormalige boerderij in maximaal twee woningen, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. splitsing is uitsluitend toegestaan bij panden die aangetoond cultuurhistorische of monumentale waarden hebben, al dan niet aangeduid in een bestemmingsplan, met uitzondering van het bouwwerk aan de Krijtenburg (nabij nr. 9) met de aanduiding 'cultuurhistorisch waardevolle bebouwing' dit pand mag niet worden gesplitst. b. er dient met behulp van een bouwhistorisch onderzoek aangetoond te worden dat de splitsing bijdraagt aan de instandhouding of het versterken van de aanwezige cultuurhistorische waarden; hiervoor wordt advies gevraagd een deskundigen, zoals de Monumentencommissie; c. het bestaande architectonische karakter en de daaraan te onderkennen cultuurhistorische waarden, mogen niet worden aangetast; d. de bouwmassa van de voormalige agrarische bedrijfswoning dient een inhoud te hebben van ten minste 900 m³; e. de woningen dienen (na de splitsing) een inhoud te hebben van minimaal 450 m3 per woning;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 86 van 114
Datum:
f. de bestaande bebouwde oppervlakte van de woonboerderij (inclusief de inpandige stal/het inpandig deel) mag niet worden vergroot; g. er wordt een bouwperceel op maat gerealiseerd, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing; h. 9.2.3 is hier van toepassing voor het toegestane oppervlakte bijbehorende bouwwerken per woning; i. voor de overmaat aan bebouwing geldt dat deze moet worden gesloopt. De generieke sloop-bonus regeling voor vergroten oppervlakte bijbehorende bouwwerken (sloop-bonus) is hier van toepassing; j. aangetoond dient te worden dat voldaan wordt aan de relevante (milieuhygiënische) wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid op het gebied van gezondheid, geluid, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geurhinder, hinder van bedrijfsactiviteiten, flora en fauna, externe veiligheid, water en archeologie; k. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan;
9.4
Specifieke gebruiksregels
9.4.1
Gebruik van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis
Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is. c. het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; d. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; e. het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein. f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, hiervoor gelden de regels van de welstandsnota; g. het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); h. het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; i.
de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; j. het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; k. er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; l. beroepen of bedrijven aan huis in vorm van detailhandel, uitgezonderd internetwinkels zonder
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 87 van 114
Datum:
afhaalpunt of showroom en productiegebonden detailhandel als nevenfunctie bij agrarische bedrijfswoningen, of in de vorm van horeca (uitgezonderd ondersteunende horeca als nevenactiviteit bij agrarische bedrijfswoningen) zijn niet toegestaan.
9.4.2
Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing
Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak conform de bestemming Wonen is alleen toegestaan indien de landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in onderstaande tabel binnen de genoemde termijnen worden aangelegd en in stand worden gehouden. Locatie Krijtenburg 9 Veghel
bijlage regels bijlage 2
Pater Visserslaan 15 Veghel
Bijlage 3
Trentweg 24 Erp
Bijlage 4
De Kuilen 12a -13 Veghel
Bijlage 7
Liempdseweg 19 en 21 Sint-Oedenrode
Bijlage 8
Weverspad 1 Sint-Oedenrode
Bijlage 9
Espendonk 15 Sint-Oedenrode Bijlage 10
Termijn Binnen 1 jaar na ingebruikname c.q. gereedmelding van de ontwikkeling zoals beschreven in bijlage 2 van de toelichting Binnen 1 jaar na ingebruikname c.q. gereedmelding van de ontwikkeling zoals beschreven in bijlage 3 van de toelichting Binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan 'Ontwikkelplan sanering varkenshouderij' Binnen 1 jaar na ingebruikname c.q. gereedmelding van de ontwikkeling zoals beschreven in bijlage 7 van de toelichting Binnen 1 jaar na ingebruikname c.q. gereedmelding van de ontwikkeling zoals beschreven in bijlage 8 van de toelichting Binnen 1 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan Ontwikkelplan sanering varkenshouderij' Binnen 1 jaar na ingebruikname c.q. gereedmelding van de ontwikkeling zoals beschreven in bijlage 10 van de toelichting
9.4.3 voorwaardelijke verplichting - renovatie cultuurhistorisch waardevolle boerderij (Krijtenburg) a. Een omgevingsvergunning voor het verbouwen van het gebouw ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorisch waardevolle bebouwing' tot woning wordt alleen verleend, als: 1. uit de aanvraag blijkt dat renovatie plaatsvindt met het behoud en herstel van de aanwezige cultuurhistorische waardevolle elementen en met in acht name van de aanbevelingen zoals beschreven in het rapport 'Bouwhistorische verkenning en waardenstelling en aanbeveling' (bijlage 16 regels); 2. door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden en de daarbij te hanteren voorwaarden, te beoordelen aan de hand van een schriftelijk in te winnen advies bij een deskundige op het terrein van cultuurhistorische bebouwing. b. Gebruik van het gebouw met de aanduiding 'cultuurhistorisch waardevolle bebouwing' conform
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 88 van 114
Datum:
de bestemming Wonen is pas toegestaan, na uitvoering van de werkzaamheden zoals omschreven in de omgevingsvergunning als bedoeld onder a. 9.4.4 Voorwaardelijke verplichting - uitstraling /vormgeving De Kuilen 12a en 13 Veghel a. omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen ter plaatse van aanduidingen 'specifieke vorm van woning – ruimte voor ruimtewoning' en 'twee-aaneen' wordt alleen verleend als de nieuwbouw een landelijke uitstraling heeft en de 'twee-onder-éénkapwoningen' de uitstraling hebben van een langgevelboerderij , waarbij de ontwerpkaders zoals opgenomen in de beeldkwaliteitsparagraaf zoals opgenomen in bijlage 8 van de toelichting in acht genomen dienen te worden.
9.4.5 voorwaardelijk verplichting - herbouw woning De Kuilen 13 Veghel a. omgevingsververgunning voor de vervangende nieuwbouw van de woning op de locatie De Kuilen 13 wordt alleen verleend als uit de aanvraag voor een omgevingsvergunning blijkt dat: - de woninginhoud inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet groter is dan 1000 m3; - de oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen niet groter is dan 300 m2; - alle overige gebouwen worden afgebroken. 9.4.6 Voorwaardelijke verplichting bodemkwaliteit De gronden ter plaatse van de bestemming Wonen mogen voor deze bestemming in gebruik worden genomen, mits na de sloop en verwijdering van de ter plaatse aanwezige bebouwing inclusief (erf) verhardingslagen middels een bodemonderzoek volgens de NEN 5740 en indien de locatie asbestverdacht is aangevuld met een asbestonderzoek volgens de NEN 5707 of NEN 5897, is aangetoond dat: a. deze gronden milieuhygienisch geschikt zijn voor het beoogde gebruik en het bevoegde gezag het/de betreffende onderzoeken heeft goedgekeurd. b. eventueel aangetoonde verontreinigingen, waardoor de gronden milieuhygiënisch ongeschikt zijn voor de beoogde functie, zijn gesaneerd op een door het bevoegde gezag goedgekeurde wijze.
De locatie wordt als asbestverdacht beschouwd indien er sprake is van (erf)verhardingslagen, aanwezig van ongedefinieerd puin in de bodem en/of als sprake is van een zogenaamde drupzone (bij afwezigheid van regengoten bij asbesthoudende daken). Deze verplichting geldt uitsluitend voor de locaties: Krijtenburg 9 Erp De Kuilen 12a en 13 Veghel 9.4.7 voorwaardelijke verplichting - Bijdrage Fonds Kwaliteitsverbetering Buitengebied Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden ter plaatse van de locatie Weverspad 1 conform de bestemming Wonen is alleen toegestaan als binnen 3 maanden na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan een bedrag ter hoogte van € 1823,35 is gestort in het Fonds Kwaliteitsverbetering Buitengebied.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 89 van 114
Datum:
9.5
Afwijking van de gebruiksregels
9.5.1 Statische opslag bij woningen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.1, voor het gebruik van bestaande bijbehorende bouwwerken voor de binnenopslag van statische goederen, met uitzondering van (brand)gevaarlijke goederen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is geen sprake van een agrarisch of niet-agrarisch bedrijf; b. de opslag dient zich te beperken tot statische binnenopslag in bestaande gebouwen, waarbij buitenopslag niet is toegestaan; c. de oppervlakte aan bestaande bijbehorende bouwwerken te gebruiken voor de binnenopslag van statische goederen mag niet groter zijn dan 400 m2, waarbij bijbehorende bouwwerken boven de 400 m2 worden aangemerkt als overtollige bebouwing, die als vorm van kwaliteitsverbetering moet worden verwijderd; d. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is uitgezonderd van verplichte sloop; e. opslag ten behoeve van een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf is niet toegestaan. f. detailhandel is niet toegestaan. g. er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen. h. de nevenactiviteit 'statische opslag' leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen. i. de nevenactiviteit 'statische opslag' mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben; j.
de nevenactiviteit 'statische opslag' gaat gepaard met een gedegen landschappelijke inpassing middels erfbeplanting (met voor het landschap kenmerkende soorten); de kwaliteitswinst blijkt uit een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan. Het erfinrichtingsplan maakt onderdeel uit van de aanvraag om afwijking van het bestemmingsplan; k. parkeren moet op het eigen terrein plaatsvinden 9.5.2 Huisvesting in afwijkiing van het begrip 'woning' (kamerverhuur) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.1 en bewoning in afwijking van het begrip 'woning' toestaan voor kamerverhuur, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de huisvesting vindt plaats in een bestaande woning, die reeds aanwezig is ten tijde van terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan; b. bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mogen, indien er een huishouden in de woning woont, naast dit huishouden maximaal 3 kamerhuurders in de woning te worden gehuisvest. Indien er geen huishouden woonachtig is, mogen er maximaal 4 kamerhuurders worden gehuisvest; c. bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mag huisvesting alleen plaatsvinden op de begane grond en op de eerste verdieping; d.
er mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking optreden dat deze leidt of kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; e. er ontstaat geen onevenredige aantasting van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en nabijgelegen bedrijven; f. er dient te worden aangetoond dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefmilieu/klimaat;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 90 van 114
Datum:
g. in een straal van 75 meter wordt voor niet meer dan één perceel/gebouw een omgevingsvergunning verleend voor kamerverhuur 9.5.3 Aanpassing landschappelijk inpassingsplan - verlenging termijn Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 9.4.2. voorwaardelijke verplichting – landschappelijke inpassing voor het gewijzigd uitvoeren van de landschappelijke inpassing en/of het verlengen van de termijn mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het aangepaste landschapsplan in kwalitief en kwantitief opzicht een vergelijkbaar resultaat oplevert: b. verlenging van de termijn voor aanleg bedraagt niet meer dan 6 maanden.
9.6
Omgevingsvergunnning slopen van een bouwwerk
9.6.1 Verbod Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorisch waardevolle bebouwing' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 9.6.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 9.6.1 is niet van toepassing op: a. werkzaamheden die al in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan; b. werkzaamheden die het normale onderhoud betreffen; c. werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een al verleende omgevingsvergunning. 9.6.3 Toelaatbaarheid Het geheel of gedeeltelijk slopen van de in lid 9.6.1 bedoelde bouwwerken is slechts toelaatbaar indien: a. het delen van een bouwwerk betreft, die op zichzelf niet als cultuurhistorisch waardevol zijn aan te merken en door sloop ervan geen aantasting plaatsvindt van de hoofdvorm van het gebouw; b. het bouwwerk of delen van het bouwwerk niet te handhaven zijn vanwege de slechte bouwkundige staat; c. er vooraf advies is ingewonnen bij de Monumentencommissie.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 91 van 114
Datum:
Artikel 10
Waarde archeologie 1
10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde – Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de hoge archeologische verwachtingswaarden van de gronden.
10.2 Bouwregels a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m² en dieper dan 0,5 m, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: . 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen. 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c. Het bepaalde in sub a en b is niet van toepassing binnen het bouwvlak en binnen de bestemmingsvlakken van de bestemmingen 'Bedrijf' en 'Wonen'. d.
Het bepaalde onder sub a en b is niet van toepassing indien door middel van een onafhankelijk document kan worden aangetoond dat de beoogde gronden voor het bouwen reeds verstoord zijn 10.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 10.2 sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.4.1 Verboden werken of werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 200 m² per perceel en met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, met uitzondering van de situatie waarin een ontgrondingsvergunning is vereist; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen over meer dan 200 m² en dieper dan 0,50 m onder maaiveld, met uitzondering van de vervanging van aanwezige ondergrondse leidingen;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 92 van 114
Datum:
c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren.
10.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 10.4.1. vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, zoals boomteeltactiviteiten waarbij de grond niet dieper dan 50 cm onder maaiveld wordt bewerkt danwel wordt verstoord als gevolg van aanplant/ontgraven/wortelontwikkeling; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. binnen het bouwvlak, en/of het differentiatievlak of binnen de bestemmingsvlakken van de bestemmingen 'Bedrijf' en 'Wonen' plaats vinden; d. door middel van een onafhankelijk document kan worden aangetoond dat de gronden reeds verstoord zijn en dat als gevolg van de werken/werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden; e. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreffen die te maken hebben met het plant- en zaaiklaar maken en oogsten, overeenkomstig het huidig gebruik ten behoeve van de laanboomteelt.
10.4.3 Toelaabaarheid a. De in artikel 10.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. c. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. d. Voor wat betreft de verdere afwegingsaspecten en beoordelingscriteria geldt de 'Tabel ingrepen / effect BP Buitengebied' (Bijlage 16).
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 93 van 114
Datum:
Artikel 11
Waarde archeologie 2
11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde – Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de middelhoge archeologische verwachtingswaarden van de gronden.
11.2 Bouwregels a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 0,5 m, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumenten c.
Het bepaalde in sub a en b is niet van toepassing binnen het bouwvlak en binnen de bestemmingsvlakken van de bestemmingen 'Bedrijf' en 'Wonen'. d. Het bepaalde onder sub a en b is niet van toepassing indien door middel van een onafhankelijk document kan worden aangetoond dat de beoogde gronden voor het bouwen reeds verstoord zijn.
11.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 11.2 sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.4.1 Verboden werken of werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 500 m² per perceel en met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, met uitzondering van de situatie waarin een ontgrondingsvergunning is vereist; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen over meer dan 500 m² en dieper dan
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 94 van 114
Datum:
0,50 m onder maaiveld, met uitzondering van de vervanging van aanwezige ondergrondse leidingen; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren 11.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 11.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. binnen het bouwvlak, en/of het differentiatievlak of binnen de bestemmingsvlakken van de bestemmingen 'Bedrijf' en 'Wonen' plaats vinden.
11.4.3 Toelaatbaarheid a. De in artikel 11.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. c. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. d. Voor wat betreft de verdere afwegingsaspecten en beoordelingscriteria geldt de 'Tabel ingrepen / effect BP Buitengebied' (Bijlage 16)
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 95 van 114
Datum:
Artikel 12
Waarde archeologie 3
12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3 (Buitengebied Veghel)' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden te verwachten archeologische waarden 12.2 Bouwregels Op of in de in lid 13.1 genoemde gronden mogen, in afwijking van hetgeen elders in deze planregels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemming(en) van deze gronden, geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of veranderd en niet dieper dan de bestaande fundering wordt gebouwd; b. de bouw van een bouwwerk tot maximaal 250 m² of de uitbreiding van een bestaand bouwwerk tot maximaal 250 m²; c. de bouw van een bouwwerk, waarbij geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld.
12.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.2 voor het bouwen krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad, of; c. er is door technische maatregelen of een archeologische opgraving gegarandeerd dat de op basis van archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld en/of beschermd.
12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde , of van werkzaamheden
12.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in lid 13.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het ophogen, verlagen, afgraven, vergraven, egaliseren of anderszins wijzigen van het maaiveldniveau; d. het rooien en/of vellen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 96 van 114
Datum:
e. het graven, verbreden, verdiepen, dempen of anderszins wijzigen van oppervlaktewateren; f. het aanbrengen of verwijderen van transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem; h. het mengen, ontginnen, woelen, diepploegen of uitvoeren van andere grondbewerkingen; i. het aanbrengen van onderbemaling of het anderszins verlagen van de grondwaterstand.
12.4.2 Uitzonderingen Het in lid 13.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud, beheer en/of gebruik betreffen; b. een oppervlakte hebben die niet meer bedraagt dan 250 m²; c. een diepte hebben die niet meer bedraagt dan 0,3 meter; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; e. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning. 12.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 13.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. er op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. er op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad, of; c. er door technische maatregelen of een archeologische opgraving is gegarandeerd dat de op basis van archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld en/of beschermd.
12.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, conform artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, de bestemming 'Waarde - Archeologie 3 (Buitengebied Veghel) geheel of gedeeltelijk te verwijderen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat te plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat bescherming en veiligstelling van archeologische waarden niet meer noodzakelijk is.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 97 van 114
Datum:
Artikel 13
Waarde archeologie 4
13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden te verwachten archeologische waarden.
13.2 Bouwregels Op of in de in lid 14.1 genoemde gronden mogen, in afwijking van hetgeen elders in deze planregels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemming(en) van deze gronden, geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of veranderd en niet dieper dan de bestaande fundering wordt gebouwd; b. de bouw van een bouwwerk tot maximaal 10.000 m² of de uitbreiding van een bestaand bouwwerk tot maximaal 10.000 m²; c. de bouw van een bouwwerk, waarbij geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld.
13.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.2 voor het bouwen krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad, of; c. er is door technische maatregelen of een archeologische opgraving gegarandeerd dat de op basis van archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld en/of beschermd.
13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk , geen gebouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in lid 14.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het ophogen, verlagen, afgraven, vergraven, egaliseren of anderszins wijzigen van het maaiveldniveau;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 98 van 114
Datum:
d. het rooien en/of vellen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; e. het graven, verbreden, verdiepen, dempen of anderszins wijzigen van oppervlaktewateren; f. het aanbrengen of verwijderen van transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem; h. het mengen, ontginnen, woelen, diepploegen of uitvoeren van andere grondbewerkingen; i. het aanbrengen van onderbemaling of het anderszins verlagen van de grondwaterstand. 13.4.2 Uitzonderingen Het in lid 14.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud, beheer en/of gebruik betreffen; b. een oppervlakte hebben die niet meer bedraagt dan 10.000 m²; c. een diepte hebben die niet meer bedraagt dan 0,3 meter; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; e. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning. 13.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 14.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. er op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b.
er op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad, of; c. er door technische maatregelen of een archeologische opgraving is gegarandeerd dat de op basis van archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld en/of beschermd.
13.5 Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan, conform artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, de bestemming 'Waarde - Archeologie 4 (Buitengebied Veghel)' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat te plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat bescherming en veiligstelling van archeologische waarden niet meer noodzakelijk is.