CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwikkelplan sanering varkenshouderij_Regels

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Ontwikkelplan sanering varkenshouderij'35.925 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Specifieke gebruiksregels

5.4.1 Gebruiksregels a. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - veehouderij 01 het houden van vee is toegestaan conform onderstaande tabel: Diersoort Schapen Zoogkoeien Leghennen

aantal maximaal 50 maximaal 38 maximaal 249

5.4.2 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het geheel of gedeeltelijk in gebruik nemen van bouwwerken die niet in gebruik zijn voor de huisvesting van vee of in gebruik zijn voor de opslag en stalling ten behoeve van de veehouderij danwel niet vergund zijn voor het huisvesten van vee, in gebruik te nemen voor het huisvesten van vee; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van opslag; c. het gebruiken of laten gebruiken van voorzieningen voor opslag en installaties, anders dan ten behoeve van het eigen agrarische bedrijf; d. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen voor het bewerken van agrarische producten, behoudens activiteiten welke ondergeschikt zijn aan het agrarisch bedrijf; e. een toename van ammoniakemissie als gevolg van wijziging van aanwezige dieraantallen, diersoorten en/of stalsystemen is niet toegestaan; f. handelingen en / of activiteiten waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 53 van 114

Datum:

(mol/ha/jaar); g. het gebruiken of laten gebruiken van meer dan één bouwlaag van een gebouw ten behoeve van het houden van dieren, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden; h. het gebruiken of laten gebruiken van een bedrijfswoning als plattelandswoning; i. het gebruiken of laten gebruiken van gronden buiten het bouwvlak ten behoeve van rijbakken, tenzij er sprake is van de aanduiding 'rijbak'; j. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van mestzakken; k. het gebruiken van gronden voor het racen of crossen met gemotoriseerde voertuigen; l. het gebruik van agrarische gronden, buiten bouwvlakken als tuin. 5.4.3 Gebruik van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis Binnen een (bedrijfs)woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de (bedrijfs)woning is; c.

het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; d. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de (bedrijfs)woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; e. het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein; f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, hiervoor gelden de regels van de welstandsnota; g. het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); h. het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. i. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; j. het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; k. er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; l.

beroepen of bedrijven aan huis in vorm van detailhandel, uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom en productiegebonden detailhandel als nevenfunctie bij agrarische bedrijfswoningen, of in de vorm van horeca (uitgezonderd ondersteunende horeca als nevenactiviteit bij agrarische bedrijfswoningen) zijn niet toegestaan. 5.4.4 Nevenfuncties Bij agrarische bedrijven zijn nevenfuncties toegestaan in de vorm van productiegebonden detailhandel en statische opslag, niet zijnde opslag in brandgevaarlijke goederen, binnen bestaande bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat de totale bedrijfsvloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan: a. 50 m² voor productiegebonden detailhandel, met dien verstande dat ter plaatse van een bebouwingsconcentratie productiegebonden detailhandel is toegestaan tot een oppervlakte

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 54 van 114

Datum:

van 100 m²; b. 1000 m² voor statische opslag. c. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waardenzorgboerderij', als nevenactiviteit bij de agrarische bedrijfsvoering zorgactiviteiten is toegestaan mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: - de oppervlakte van de nevenactiviteit niet meer dan 350 m2 bedraagt; - de nevenactiviteit uitsluitend het aanbieden van dagbesteding voor ouderen en/of personen met een lichamelijke of geestelijke beperking betreft (alle leeftijdsgroepen); - niet meer dan 20 cliënten gelijktijdig worden ontvangen. d. ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van agrarisch met waarden- gebruiksgerichte paardenhouderij 1, een gebruiksgerichte paardenhouderij als nevenactiviteit bij de agrarische bedrijfsvoering is toegestaan mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: - de oppervlakte maximaal 735 m2 bedraagt; - maximaal 50 paarden en maximaal 10 pony's worden gehouden.

5.4.5 Mestbewerking a. een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking is verboden; b. uitgezonderd van het bepaalde onder a. zijn: 1. mestbewerking van ter plaatse geproduceerde mest binnen een bouwvlak voor een veehouderij. De bewerking van ter plaatse geproduceerde mest maakt deel uit van de agrarische bedrijfsvoering; 2. mestbewerking van elders geproduceerde mest, indien er sprake is van mestvergisting van samenwerkende melkrundveehouders tot een maximale capaciteit van 25.000 ton/jaar. Hierbij gelden de voorwaarden dat: de locatie goed is ontsloten; de op- , overslag en verwerking van producten niet in de openlucht plaatsvindt; in de gevallen waarbij er een verdere bewerking van de mest plaatsvindt, moet worden voldaan aan het vereiste dat ten minste 50% van het volume van de mest wordt omgezet in loosbaar water teneinde vrachtbewegingen te beperken en de ontwikkeling inpasbaar is in de omgeving.

5.4.6 Voorwaardelijjke verplichting - landschappelijke inpassing Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak conform de bestemming Agrarisch met waarden - landschapswaarden is alleen toegestaan indien de landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in onderstaande tabel binnen de genoemde termijnen worden aangelegd en in stand worden gehouden. Locatie Liempdseweg 19-21

bijlage regels bijlage 8

Weverspad 1

Bijlage 9

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 55 van 114

Termijn Binnen 1 jaar na ingebruikname c.q. gereedmelding van de ontwikkeling zoals beschreven in bijlage 8 van de toelichting Binnen 1 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan Ontwikkelplan sanering varkenshouderij'

Datum:

Espendonk 15

Bijlage 10

Zijtaartseweg 12

Bijlage 12

Donte 9

Bijlage 13

Binnen 1 jaar na ingebruikname c.q. gereedmelding van de ontwikkeling zoals beschreven in bijlage 10 van de toelichting Binnen 1 jaar na ingebruikname c.q. gereedmelding van de ontwikkeling zoals beschreven in bijlage 12 van de toelichting Binnen 1 jaar na ingebruikname c.q. gereedmelding van de ontwikkeling zoals beschreven in bijlage 13 van de toelichting

5.4.7 voorwaardelijke verplichting bodem De gronden ter plaatse van de bestemming Agrarisch met waarden-Landschapswaarden mogen voor deze bestemming in gebruik worden genomen, mits na de sloop en verwijdering van de ter plaatse aanwezige bebouwing inclusief (erf) verhardingslagen middels een bodemonderzoek volgens de NEN 5740 en indien de locatie asbestverdacht is aangevuld met een asbestonderzoek volgens de NEN 5707 of NEN 5897, is aangetoond dat: a. deze gronden milieuhygienisch geschikt zijn voor het beoogde gebruik en het bevoegde gezag het/de betreffende onderzoeken heeft goedgekeurd. b. eventueel aangetoonde verontreinigingen, waardoor de gronden milieuhygiënisch ongeschikt zijn voor de beoogde functie, zijn gesaneerd op een door het bevoegde gezag goedgekeurde wijze. De locatie wordt als asbestverdacht beschouwd indien er sprake is van (erf)verhardingslagen, aanwezig van ongedefinieerd puin in de bodem en/of als sprake is van een zogenaamde drupzone (bij afwezigheid van regengoten bij asbesthoudende daken). Deze voorwaarde geldt uitsluitend voor de locatie Donte 9 Sint-Oedenrode. 5.5

Afwijken van de gebruiksregels

5.5.1 Huisvesting in afwijking van het begrip 'woning' (kamerverhuur) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1 en bewoning in afwijking van het begrip 'woning' toestaan voor kamerverhuur, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de huisvesting vindt plaats in een bestaande (bedrijfs)woning, die reeds aanwezig is ten tijde van terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan; b. bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mogen, indien er een huishouden in de woning woont, naast dit huishouden maximaal 3 kamerhuurders in de (bedrijfs)woning te worden gehuisvest. Indien er geen huishouden woonachtig is, mogen er maximaal 4 kamerhuurders worden gehuisvest;

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 56 van 114

Datum:

c. bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mag huisvesting alleen plaatsvinden op de begane grond en op de eerste verdieping; d. er mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking optreden dat deze leidt of kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; e. er ontstaat geen onevenredige aantasting van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en nabijgelegen bedrijven; f. er dient te worden aangetoond dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefmilieu/klimaat; g. in een straal van 75 meter wordt voor niet meer dan één perceel/gebouw een omgevingsvergunning verleend voor kamerverhuur. 5.5.2 Afwijken ten behoeve van nevenfuncties Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.4 voor het toestaan van nevenfuncties bij agrarische bedrijven, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de agrarische functie op het bouwvlak blijft als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar; b. nevenfuncties mogen uitsluitend worden uitgeoefend binnen het bouwvlak; c. detailhandel in het kader van/ten behoeve van de nevenfuncties, anders dan productiegebonden detailhandel, is niet toegestaan; d. de volgende nevenfuncties zijn toegestaan: 1.

agrarisch technisch hulpbedrijven, agrarische verwante bedrijven tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 600 m², tenzij het agrarische bedrijf ligt binnen de Groenblauwe mantel; 2. zorgboerderijen, kinderboerderijen, maatschappelijke en culturele voorzieningen tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 500 m²; 3. dagrecreatie tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 500 m²; 4. niet-agrarische activiteiten in de milieucategorieën 1 en 2 tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 600 m²; 5. ondersteunende horeca met een oppervlakte van niet meer dan 30% van het totale overdekte en omsloten bruto vloeroppervlakte van de hoofdactiviteit met een maximum van 100 m² separaat afgebakende binnenruimte. Beëindiging van horeca-activiteiten en/of nevenfunctie vindt plaats om uiterlijk 19.00 uur. Per vestiging is maximaal 4 keer per jaar ontheffing van deze sluitingstijd mogelijk na schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders; 6. een (boeren)terras bij ondersteunende horeca met een maximale oppervlakte van 100 m². e. bij cumulatie van meerdere vormen van nevenfuncties mag de totale oppervlakte aan nevenfuncties, exclusief statische opslag, niet meer bedragen dan 1.200 m²; f. buitenopslag ten behoeve van de nevenfunctie is niet toegestaan; g. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; h.

er is geen sprake van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; i. de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiksenontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen; j. er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen. 5.5.3 Gebruik bedrijfswoning als plattelandswoning Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het gebruik van een bedrijfswoning bij een agrarisch bedrijf als plattelandswoning, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 57 van 114

Datum:

a. herbestemming tot de bestemming 'Wonen' is niet mogelijk vanwege de milieusituatie van het bijbehorende eigen bedrijf (ook een bedrijf met een mengvorm van agrarische activiteiten gecombineerd met verbrede activiteiten valt hieronder); b. er is sprake van een legale situatie, zowel voor de bedrijfswoning(en) als het agrarisch bedrijf; c. er is sprake van een bestaand en in gebruik zijnde levensvatbaar agrarisch bedrijf, hetzij zelfstandig, hetzij als onderdeel van een ander agrarisch bedrijf; d. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de plattelandswoning. Ten behoeve van de toetsing van de normen voor geur en geluid stelt het bevoegd gezag een beleidsregel vast; e. de milieueffecten van de omliggende bedrijven mogen op het moment van de aanvraag gelet op het woon- en leefklimaat, geen belemmering vormen voor een eventuele omzetting naar burgerwoning op een later moment; f. de toekenning van de aanwijzing tot plattelandswoning mag niet leiden tot het oprichten van een extra bedrijfswoning (cumulatie); g. nieuwe bedrijfsgebouwen en/of nieuwe emissiepunten zijn uitsluitend toegestaan op een afstand van minimaal 25 m van de gevel van de plattelandswoning; h. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan.

5.5.4 Buitenopslag Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor het toestaan van (permanente) buitenopslag, niet zijnde opslag in brandgevaarlijke goederen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het toepassen van de afwijking mag geen onevenredige beperking opleveren van de bestaande bedrijfsvoering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven tot gevolg hebben; b. er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; c. ten minste 10% van de oppervlakte wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan; d. De hoogte mag niet meer bedragen dan 5 m. 5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.6.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zoals aangegeven in onderstaande tabel: Tabel omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden 'Awg' Aardkundig waardevol gebied 'Chwa' Cultuurhistorisch waardevolle akker 'Chwg' Cultuurhistorisch waardevol gebied 'Lgd' Leefgebied dassen 'Wb' Waardevol beekdal 'Lgs' Leefgebied struweelvogels' Aanduiding Werken en werkzaamheden

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Awg Chwa Chw g

Pagina: 58 van 114

Lgd Wb Lgs

Datum:

1. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld OV over meer dan 100 m² of met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, m.u.v. waterpoelen tot een oppervlakte van 200 m² en een diepte van 1,5 m of indien een ontgrondingvergunning is vereist 2. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen OV dieper dan 0,50 m onder maaiveld, m.u.v. de vervanging van ondergrondse leidingen 3. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van OV drainage of bemaling en/of bronnering 4. het verlagen van de grondwaterstand door het aanleggen, OV dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren 6. het wijzigen van de bergingscapaciteit via het ophogen van gronden en het aanleggen van dammen, dijken of kaden 7. het verwijderen of rooien(vellen) van bos en/of andere grote houtopstanden 8. het verwijderen of rooien (vellen) van natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie 9. het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand houtgewas met agrarische productiefunctie 10. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie 11. het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur 12.

het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting OV komend in greppels, sloten, waterlopen of steilranden en het verwijderen van paden en onverharde wegen 13. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, geen containervelden zijnde en indien meer dan 100 m² per perceel 14. het omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur

OV

OV

OV OV -

OV

OV

OV -

-

-

OV OV -

-

OV

OV OV -

-

-

-

NVT

NVT

OV

OV

NV NV NVT T T OV OV OV

OV

-

-

NT -

OV

OV

-

OV -

-

-

OV OV -

OV

OV

OV OV OV

OV

OV

OV -

-

-

-

-

-

-

OV

OV -

OV = omgevingsvergunning vereist NT = niet toegestaan NVT = niet van toepassing - = toegestaan zonder omgevingsvergunning 5.6.2 Uitzonderingen Het in artikel 5.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vastgesteld projectplan en/of een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of plaatsvinden in het kader van de aanleg van één van de landschappelijke

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 59 van 114

Datum:

inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen bij deze regels; c. binnen het bouwvlak en/of het differentiatievlak plaatsvinden; 5.6.3 Toelaatbaarheid a. De in artikel 5.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden. b. Voor wat betreft de verdere afwegingsaspecten en beoordelingscriteria geldt de 'Tabel ingrepen / effect BP Buitengebied'. 5.7

Wijzigingsbevoegdheden

5.7.1 Vormverandering bouwvlak Het bevoegd gezag is bevoegd om een bouwvlak van een grondgebonden en overig niet-grondgebonden bedrijf te veranderen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte van het bouwvlak wordt niet vergroot; b. er zijn aantoonbare ruimtelijk-economische belangen voor de lange termijn aanwezig die noodzaken tot verandering van het bouwvlak; c. er is aangetoond dat de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen het bestaande bouwvlak te doen plaatsvinden; d. de verandering is zowel vanuit milieuoogpunt, in het bijzonder wat betreft ammoniak, geur, fijn stof en gezondheid voor mensen, als vanuit ruimtelijk oogpunt, in het bijzonder wat betreft natuur, landschap en cultuurhistorie, aanvaardbaar; e. de verandering levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; f. er is voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een uitvoerbaar beplantingsplan, dat is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken; g. wijziging is niet mogelijk binnen de Ecologische Hoofdstructuur (Natuurnetwerk Brabant) en binnen 10 m van het hart van een ecologische verbindingszone er is vooraf advies ingewonnen bij de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB) over het bepaalde onder b en c. h.

de wijziging leidt niet tot een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar); i. ten behoeve van de vormverandering van de aanduiding 'bouwvlak' gelden ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderijen' en 'intensieve veehouderij' naast het bepaalde onder d, de navolgende aanvullende voorwaarden: 1. de ontwikkeling is vanuit een goede leefomgeving en gelet op de volksgezondheid, inpasbaar in de omgeving; 2. er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; 3. er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 µg/ m³. 5.7.2 Vergroten van het bouwvlak voor het bouwen van sleufsilo's, kuilvoerplaten of andere voorzieningen Het bevoegd gezag kan het bestemmingsplan wijzigen in de vorm van een

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 60 van 114

Datum:

vergroting van het bouwvlak van agrarische bedrijven, voor het oprichten van sleufsilo's, kuilvoerplaten of andere voorzieningen voor de opslag van ruwvoer buiten een bouwvlak. Daarbij moet voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het bedrijf vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate is aangewezen op de opslag van ruwvoer; b. de bouw noodzakelijk is in het kader van een doelmatige en duurzame agrarische bedrijfsvoering of -ontwikkeling; c. er is aangetoond dat de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de sleufsilo's, kuilvoerplaten of voorzieningen voor de opslag van ruwvoer binnen het bestaande bouwvlak op te richten; d. de afstand van kuilvoerplaten en/of sleufsilo's tot het bestaande bouwvlak niet meer mag bedragen dan 25 m; e. de gezamenlijke oppervlakte van kuilvoerplaten, en/of sleufsilo's niet meer mag bedragen dan 0,5 ha; f. het wijzigingsplan borgt dat de desbetreffende oppervlakte, van maximaal 0,5 ha, uitsluitend gebruikt wordt ten behoeve van voorzieningen -geen gebouwen zijnde- voor de opslag van ruwvoer; g. de oppervlakte van het bouwvlak mag, nadat toepassing is gegeven aan de wijzigingsbevoegdheid, niet meer bedragen dan 2 ha; h. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter; i.

deze bevoegdheid alleen mag worden toegepast mits dit gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; j. er geen sprake is van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; k. de bouw zowel vanuit milieuoogpunt als vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is; l. de afstand tot de weg niet minder dan 10 meter bedraagt; m. de afstand tot de bouwperceelsgrens bedraagt niet minder dan 3 meter; n. de afwijking niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen; o. de wijziging leidt niet tot een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar); p. toepassing van de afwijkingsbevoegdheid niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperking veehouderij', tenzij aangetoond is dat er sprake is van een grondgebonden veehouderij waarbij tevens maatregelen dienen te worden getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; q.

de sleufsilo's, kuilvoerplaten of andere voorzieningen voor de opslag van ruwvoer niet komen te liggen binnen de aanduidingen: 'wro-zone - zoekgebied voor ecologische verbindingszone', 'wro-zone - zoekgebied behoud en herstel watersystemen' of ´ecologische hoofdstructuur´. 5.7.3 Wijziging naar de bestemming 'Wonen' Het bevoegd gezag is bevoegd om het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de bestemming 'Wonen', indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er wordt een bestemmingsvlak en bouwvlak op maat gerealiseerd, waarbij rekening wordt gehoud met de te slopen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en het bestemmingsvlak wordt verkleind tot de voormalige agrarische bedrijfswoning en bijbehorende tuinen, erven en verhardingen; b. de oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij de voormalige agrarische bedrijfswoning dient door sloop van overtollige bedrijfsbebouwing teruggebracht te worden tot een

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 61 van 114

Datum:

c. d. e. f. g. h.

i.

j.

gezamenlijke oppervlakte van 150 m², tenzij toepassing wordt gegeven aan de regeling in lid c of toepassing wordt gegeven aan de sloopbonusregel zoals opgenomen in artikel 9.3.4 op basis waarvan de oppervakte maximaal cultuurhistorisch waardevolle gebouwen dienen te allen tijde gehandhaafd dienen te blijven. de woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat; het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik is niet langer mogelijk; er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; de woning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen; de wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied overeenkomstig de regeling kwaliteitsverbetering landschap Meierijstad; aan de gronden die met toepassing van deze wijziging vallen buiten het bestemmingsvlak wonen, wordt de gebiedsbestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' toegekend; de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.

5.7.4 Wijziging naar de bestemming 'Wonen' ten behoeve van boerderijsplitsing Het bevoegd gezag kanhet bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van de splitsing van de voormalige boerderij in maximaal twee woningen, door de aanduiding 'twee-aaneen' (tae) aan deze bestemming toe te voegen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. splitsing is uitsluitend toegestaan bij panden die aangetoond cultuurhistorische of monumentale waarden hebben, al dan niet aangeduid in een bestemmingsplan; b. er dient met behulp van een bouwhistorisch onderzoek aangetoond te worden dat de splitsing bijdraagt aan de instandhouding of het versterken van de aanwezige cultuurhistorische waarden; hiervoor wordt advies gevraagd een deskundigen, zoals de Monumentencommissie; c. het bestaande architectonische karakter en de daaraan te onderkennen cultuurhistorische waarden, mogen niet worden aangetast; d. de bouwmassa van de voormalige agrarische bedrijfswoning dient een inhoud te hebben van ten minste 900 m³; e. de woningen dienen (na de splitsing) een inhoud te hebben van minimaal 450 m3 per woning; f. de bestaande bebouwde oppervlakte van de woonboerderij (inclusief de inpandige stal/het inpandig deel) mag niet worden vergroot; g. er wordt een bouwperceel op maat gerealiseerd, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing; h.

5.2.6 is hier van toepassing voor het toegestane oppervlakte bijbehorende bouwwerken per woning; i. voor de overmaat aan bebouwing geldt dat deze moet worden gesloopt. De generieke sloop-bonus regeling voor vergroten oppervlakte bijbehorende bouwwerken (sloop-bonus) is hier van toepassing ; j. aangetoond dient te worden dat voldaan wordt aan de relevante (milieuhygiënische) wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid op het gebied van gezondheid, geluid, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geurhinder, hinder van bedrijfsactiviteiten, flora en fauna, externe veiligheid, water en archeologie; k. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 62 van 114

Datum:

l.

erfinrichtingsplan; splitsing van een woning is alleen toegestaan, indien het agrarische of niet-agrarische bedrijf wordt beëindigd. Dit geldt niet voor bedrijven aan huis.

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 63 van 114

Datum:

Artikel 6

Bedrijf

6.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. niet-agrarische bedrijven die zijn opgenomen in de 'Tabel Bedrijven' met bijbehorende voorzieningen; b. bedrijfswoningen zoals aangegeven in de 'Tabel Bedrijven'; c. ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van bedrijf- Bu01, buitenopslag ten behoeve van een hoveniersbedrijf, in de vorm van grond, grind, stenen en snoei- en groenafval, tot een hoogte van maximaal 5 meter. d.. aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven; e. (onverharde) paden en wegen en parkeervoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; h. de aanleg en instandhouding van groenvoorzieningen en landschappelijke inpassingsplannen; tabel bedrijven Aanduiding Adres

Functie(s)

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Bedrijfswoning Oppervlakte bedrijfsbebouwing (m2) (exclusief bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning)

Pagina: 64 van 114

Datum:

'specifieke vorm van bedrijf -1'

Boterpad 1 Stalling en opslag ten 1 Veghel behoeve van akkerbouwactiviteiten uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – stalling en opslagakkerbouwbedrijf' Statische opslag uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf- statische opslag' Bedrijfsverzamelgebouw uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf –bedrijfsverzamelgebouw'

Totaal max. 1190 m2, met dien verstande dat: Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf –stalling en opslag akkerbouwbedrijf'' de bebouwing maximaal 275 m2 mag bedragen;

Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm – van bedrijf –statische opslag' de bebouwing maximaal 915 m2 mag bedragen.

Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijfbedrijfsverzamelgebouw' de bebouwing niet meer dan 500 m2 mag bedragen (*) (*)de functieaanduidingen specifieke vorm van bedrijf -bedrijfsverzamelgebouw en specifieke vorm van bedrijf - statische opslag overlappen elkaar deels. Binnen de maximaal toegestane bouwmogelijkheden /gebruiksfuncties dient derhalve een keuze gemaakt te worden.

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 65 van 114

Datum:

'specifieke vorm van bedrijf -2'

6.2

Hoogstraat Hoveniersbedrijf 65 Sint-Oedenrode

1

612 m2

Bouwregels

6.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. per bestemmingsvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één bedrijf toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf- bedrijfsverzamelgebouw', bedrijfsruimten worden gerealiseerd voor de verhuur aan derden met dien verstande dat de maximale omvang per bedrijfsunit niet groter mag zijn dan 250 m2 en het maximum aantal bedrijfsunits niet meer bedraagt dan 5; c. gebouwen zijn uitsluitend binnen het bestaande bestemmingsvlak toegestaan of wanneer er een bouwvlak of is aangegeven binnen het bestaande bouwvlak; d. in afwijking van het bepaalde onder c geldt dat op het perceel Boterpad 1 met de functieaanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf –stalling en opslag akkerbouwbedrijf', 'specifieke vorm van bedrijf- statisch opslag' en 'specifieke vorm van bedrijf- bedrijfsverzamelgebouw' uitsluitend ter plaatse van deze functieaanduidingen mag worden gebouwd, b. de afstand van bouwwerken tot de weg waaraan wordt gebouwd, uitgezonderd erf- en terreinafscheidingen, niet minder mag bedragen dan 10 m; c.

in afwijking van de in de planregels voorgeschreven dakhelling mag, indien een gebouw wordt voorzien van een kap, maximaal 40% van een gebouw worden voorzien van een platte afdekking; in dat geval is de aangegeven goothoogte tevens de maximale hoogte van de platte afdekking. d. de planologische gebruiksactiviteit mag niet gewijzigd worden; e. herbouw van (bedrijfs)woningen mag uitsluitend op de bestaande fundering plaatsvinden; f. ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (3,5 m¹ onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de (bedrijfs)woning en de verder binnen het bestemmingsvlak of bestaand bouwperceel toegestane gebouwen, met uitzondering van gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van dieren. De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw; g. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 m onder peil gebouwd mag worden. 6.2.2

Bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan in de 'Tabel bedrijven' onder 'Oppervlakte bedrijfsbebouwing. (m²)' is aangegeven. Voor de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen/overkappingen tellen de bedrijfswoning en bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning, als bedoeld in artikel 6.2.4 en 6.2.5, niet mee; b. de goothoogte bedraagt niet meer dan 4 m; c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 8 m;

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 66 van 114

Datum:

d. de dakhelling bedraagt minimaal 12°.

6.2.3 Bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m; b. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten bedraagt maximaal 6 m; d.. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; e. reclame-uitingen zijn toegestaan in de vorm van een reclamebord (naam en aard van het bedrijf), daarbij gelden de criteria uit de Welstandsnota 2018 Meierijstad of een nieuwere welstandsnota die deze vervangt 6.2.4 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. Het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan is aangegeven in de 'Tabel Bedrijven'; b. De inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3, Indien de bestaande inhoud van de bedrijfswoning reeds groter is, geldt deze inhoud als maximum; c. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m; d. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m; e. De dakhelling mag niet minder bedragen dan 12º.; f. De dakhelling mag niet meer bedragen dan 60º; g. In afwijking van het bepaalde onder b.

geldt voor (bedrijfs)woningen, die deel uitmaken van een bestaande (woon)boerderij, bij gehele of gedeeltelijke herbouw van een (woon)boerderij, indien de bestaande inhoud van de (woon)boerderij reeds meer dan 750 m³ bedraagt, de bestaande inhoud als maximum toegestane inhoud van de woning; h. In afwijking van het bepaalde onder b. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximale inhoud (m³)' of 'maximum volume' die in geldende bestemmingsplannen opgenomen is, de inhoud van de woning niet meer bedragen dan is aangeduid;

6.2.5 Bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning Voor bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bestaande uit aangebouwde- en vrijstaande bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken dienen binnen het bestaande bouwvlak óf, indien er geen bouwvlak aanwezig is, binnen het bestaande bouwperceel opgericht te worden; b. de gezamenlijke bebouwde oppervlakte per bedrijfswoning bedraagt maximaal 150 m2, c. de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 m; d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m; e. de bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; f. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning bedraagt maximaal 15 m;

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 67 van 114

Datum:

6.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij de bedrijjfswoning Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m; b. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3m. met uitzondering van: 1. lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 6 m mag bedragen, mits geplaatst achter de achtergevellijn van de woning; 2. nestgelegenheden voor vogels, waarvan de hoogte maximaal 8 m mag bedragen. d. voor het bouwen van een overkapping gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 5 m; 2. een overkapping mag geen grotere oppervlakte hebben 30 m²; 3. overkappingen mogen niet voor de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan worden gesitueerd. e. voor het bouwen van onoverdekte zwembaden bij een (bedrijfs)woning gelden de volgende bepalingen: 1. onoverdekte zwembaden dienen binnen het bouwvlak of, indien aanwezig, binnen de aanduiding 'bijgebouwen' te worden gebouwd. 2. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²; 3.

de afstand tot (bedrijfs)woningen van derden mag niet minder bedragen dan 15 m; 4. onoverdekte zwembaden mogen niet voor de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan worden gesitueerd. f. de bouwhoogte van antennes voor zendamateurs mag niet meer bedragen dan 12 m, met dien verstande dat: 1. antennes niet mogen worden gesitueerd voor de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan; 2. antennes dienen te worden gesitueerd op of aan de woning dan wel op een afstand van maximaal 15 m van de woning.

6.3

Afwijken van bouwregels

6.3.1 Vergroten van de oppervlakte bedrijfsbebouwing Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.2. voor het vergroten van de maximaal toegestane bebouwde oppervlakte, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de vergroting vindt plaats binnen het bestaande bestemmingsvlak of wanneer er een bouwvlak is aangegeven binnen het bestaande bouwvlak; b. de vergroting is noodzakelijk uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering of -ontwikkeling van het bedrijf of de vergroting vormt een aanmerkelijke verbetering in landschappelijk en/of milieuhygiënisch opzicht, doordat bestaande buitenopslag of bedrijvigheid die plaatsvindt in de openlucht, ondergebracht kan worden in bedrijfsbebouwing; c. er is aangetoond dat de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de vergroting binnen bestaande bebouwing te doen plaatsvinden; d. de vergroting is zowel vanuit milieuoogpunt als vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar;

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 68 van 114

Datum:

e. de vergroting niet meer bedraagt dan 15% van de maximaal toegestane bebouwde oppervlakte; f. agrarisch-technische hulpbedrijven en agrarische-verwante bedrijven mogen uitbreiden met maximaal 25% van de aangegeven bebouwde oppervlakte; g. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; h. er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; i. de vergroting leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); j. deze bevoegdheid mag alleen worden toegepast mits dit gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; 6.3.2 Herbouw van een bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.1, voor het herbouwen van een bestaande woning buiten de bestaande fundamenten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de herbouw vindt plaats het bestaande bouwvlak of bouwperceel; b.

de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig, landschappelijk en milieukundig aanvaardbaar, waaronder dat moet worden voldaan aan de Wet geluidhinder; c. de situering levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven of onevenredige aantasting van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden; d. de in het gebied aanwezige waarden worden niet onevenredig aangetast; e. de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); f. er sprake is van een goed woon- en leefklimaat; g. er geen sprake is van een toename van het aantal woningen; h. de sloop van de bestaande woning is verzekerd; i. de maatvoering van de woning sluit aan op het bepaalde in artikel 6.2.4; j. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan. 6.3.3 Grotere afstand tussen bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van 6.2.5 en bijbehorende bouwwerken op een afstand van maximaal 30 meter van de (bedrijfs)woning toestaan als er redenen zijn van stedenbouwkundige, architectonische, cultuurhistorische of bouwtechnische aard.

6.3.4 Ondergronds bouwen buiten de gevelgrenzen van gebouwen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.1 voor het toestaan van ondergrondse gebouwen van maximaal één bouwlaag (3,5 m onder peil) buiten de gevelgrenzen van de gebouwen mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte mag maximaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak of van een bestaand bouwperceel bedragen met een absoluut maximum van 150 m²; b. de afstand tot de as van de weg dient minimaal 15 m te bedragen behalve als de bestaande gebouwen dichter op de as van de weg staat; dan is deze afstand bepalend;

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 69 van 114

Datum:

c. het bouwwerk dient geheel onder het maaiveld te worden gebouwd; d. afhankelijk van de situatie kan een landschappelijke inpassing worden geëist; e. de inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud.

6.3.5 Ondergrondse bouwwerken, geen gebouw zijnde tot 10 m bouwdiepte Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 6.2.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden 6.4

Specifieke gebruiksregels

6.4.1 Algemeen a. per bestemmingsvlak het gebruik ten behoeve van maximaal één bedrijf is toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-bedrijfsverzamelgebouw', de bedrijfsbebouwing worden gebruikt voor de verhuur aan derden, met een maximum van 5 bedrijven, waarbij de oppervlakte per afzonderlijk bedrijf niet groter mag zijn dan 250 m2 en de gezamenlijke oppervlakte niet meer dan 500 m2 mag bedraagt; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-bedrijfsverzamelgebouw' uitsluitend ambachtelijke bedrijven zijn toegestaan in maximaal milieucategorie 1 en 2, zoals opgenomen in de staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen in de bijlagen bij deze regels.

6.4.2 Strijdig gebruik a. het gebruiken of laten bruiken van gronden ten behoeve van buitenopslag; behoudens ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-BU01'; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijf-BU01' voor andere goederen/stoffen en hoogte dan beschreven onder 6.1 sub c; c. het gebruiken of laten gebruiken van woningen voor enige vorm van detailhandel (uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom in het kader van aan-huis-verbonden bedrijvigheid e. het gebruiken of laten gebruiken van een gedeelte van een bedrijfsgebouw of bijbehorend bouwwerk bij een bedrijfswoning als woonruimte; f. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie; g. handelingen en/of activiteiten waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar).

6.4.3 Gebruik ten behoeve van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis Binnen een bedrijfswoning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken; b. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent,

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 70 van 114

Datum:

tevens de hoofdbewoner van de bedrijfswoning is; c. het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; d. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; e. het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein; f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, hiervoor gelden de regels van de welstandsnota; g. het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); h. het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; i. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; j. het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; k.

er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; l. beroepen of bedrijven aan huis in vorm van detailhandel, uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom, of van horeca zijn niet toegestaan.

6.4.4

Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing

Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak conform de bestemming Bedrijf is alleen toegestaan indien de landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in onderstaande tabel binnen de genoemde termijnen worden aangelegd en in stand worden gehouden. Locatie Boterpad 1

Bijlage regels Bijlage 1

Hoogstraat 65 Sint-Oedenrode

Bijlage 11

Termijn Binnen 6 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan Ontwikkelplan sanering varkenshouderij Binnen 1 jaar na ingebruikname c.q. gereedmelding van de ontwikkeling zoals beschreven in bijlage 11 van de toelichting

6.4.5 Voorwaardelijke verplichting - bodem De gronden ter plaatse van de locatieaanduiding Bedrijf mogen ten behoeve van deze bestemming in gebruik worden genomen, mits na sloop en verwijdering van de ter plaatse aanwezige bebouwing inclusief (erf) verhardingslagen middels een bodemonderzoek volgens de NEN 5740 en indien de locatie asbestverdacht is aangevuld met een asbestonderzoek volgens de NEN 5707 of NEN 5897, is aangetoond dat: a. deze gronden milieuhygiënisch geschikt zijn voor het beoogde gebruik en het bevoegde gezag het/de betreffende onderzoek(en) heeft goedgekeurd. b. eventueel aangetoonde verontreiniging, waardoor de gronden milieuhygiënisch ongeschikt

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 71 van 114

Datum:

zijn voor het beoogde functie, zijn gesaneerd op een door het bevoegd gezag goedgekeurde wijze. Hoogstraat 65 Sint-Oedenrode 6.5

Afwijken van de gebruiksregels

6.5.1 Andere bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.1 voor het vestigen van een ander soort bedrijf en/of bedrijfsactiviteit dan is opgenomen in de 'Tabel Bedrijven', waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte bedrijfsbebouwing mag niet worden vergroot; b. het nieuw te vestigen bedrijf mag naar aard en invloed niet meer milieuhinder voor de omgeving opleveren dan de oorspronkelijk toegestane bedrijfssoort; c. uitsluitend bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (opgenomen als bijlage bij de regels), alsmede bedrijven in categorie 3.1 voor zover deze naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met bedrijven in de categorieën 1 of 2, zijn toegestaan, met uitzondering van bedrijven met agrarische activiteiten; d. het toepassen van de afwijking mag geen onevenredige beperking opleveren van de bestaande bedrijfsvoering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven tot gevolg hebben; e. het nieuw te vestigen bedrijf mag geen grotere publieks- en/of verkeersaantrekkende werking hebben dan de oorspronkelijk toegestane bedrijfssoort; f. er mag geen uitbreiding van bestaande detailhandel of nieuwvestiging van detailhandel plaatsvinden;

6.5.2 Buitenopslag Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning het afwijken van de regels voor het toestaan van (permanente) buitenopslag, niet zijnde opslag in brandgevaarlijke goederen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het toepassen van de afwijking mag geen onevenredige beperking opleveren van de bestaande bedrijfsvoering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven tot gevolg hebben; b. er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; c. ten minste 10% van de oppervlakte wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan; d. de hoogte mag niet meer bedragen dan 5 m. 6.5.3 Aanpassing landschappelijk inpassingsplan - verlenging termijn Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 6.4.4. voorwaardelike verplichting - landschappelijke inpassing, voor het gewijzigd uitvoeren van de landschappelijke inpassing en/of het verlengen van de termijn mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het aangepaste landschapsplan in kwalitief en kwantitief opzicht een vergelijkbaar resultaat oplevert: b. verlenging van de termijn voor aanleg bedraagt niet meer dan 6 maanden.

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 72 van 114

Datum:

Artikel 7

Groen

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, als onderdeel van het landschapsplan zoals opgenomen in bijlage 5 van de planregels; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. verhardingen t.b.v. toegang en onderhoud tot een oppervlakte van maximaal 100 m2. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen Op of in de in 7.1 genoemde gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: 1. Terrein- en erfafscheidingen tot een hoogte van maximaal 2 meter, met dien verstande dat de afscheiding een open karakter dient te hebben; 2. Nestgelegenheden voor vogels, waarvan de hoogte maximaal 8 meter mag bedragen. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werrkzaamheden 7.3.1 Verbod Het is verboden op of in de in 7.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²; b. het ophogen, verlagen, afgraven, egaliseren of anderszins wijzigen van het maaiveldniveau; c. het vellen en/of rooien of anderszins verwijderen van beplanting en/of bomen aangeplant voor de realisatie van het landschapsplan zoals opgenomen in bijlage 5 van de planregels; d.

het aanleggen, vergraven of dempen van waterlopen en andere waterpartijen; e. het mengen, woelen, diepploegen of uitvoeren van andere grondbewerkingen; f. het aanbrengen of verwijderen van transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het aanbrengen van onderbemaling of anderszins wijzigen van de grondwaterstand 7.3.2 Uitzonderingen Het in 7.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden welke: a. gericht zijn op de aanleg en instandhouding van het landschapsplan zoals opgenomen in bijlage 5 van de planregels; b. het normale onderhoud, beheer en/of gebruik betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 7.3.3 Toelaatbaarheid De in 7.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien er is aangetoond dat de werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden geen belemmering vormen voor het behoud, herstel en/of duurzame ontwikkeling van het landschapsplan zoals opgenomen in bijlage 5 van de planregels.

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 73 van 114

Datum:

7.4

Specifieke gebruiksregels

7.4.1 Strijdig gebruik a. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, grind en brandstoffen, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; b. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats van al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; c. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats, dan wel staan- of ligplaats voor onderkomens, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; d. handelingen en / of activiteiten waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar).

7.4.2 Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak conform de bestemming Groen is alleen toegestaan indien het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in onderstaande tabel binnen de genoemde termijnen worden aangelegd en in stand worden gehouden. Locatie Kraanmeer 28

7.5

Bijlage regels Bijlage 5

Termijn Binnen 1 jaar na ingebruikname c.q. gereedmelding van de ontwikkeling zoals beschreven in bijlage 5 van de toelichting.

Afwijken van de gebruiksregels

7.5.1 Aanpassing landschappelijk inpassingsplan - verlenging termijn Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 7.4.2. voorwaardelike verplichting - landschappelijke inpassing, voor het gewijzigd uitvoeren van de landschappelijke inpassing en/of het verlengen van de termijn mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het aangepaste landschapsplan in kwalitief en kwantitief opzicht een vergelijkbaar resultaat oplevert: b. verlenging van de termijn voor aanleg bedraagt niet meer dan 6 maanden.

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 74 van 114

Datum:

Artikel 8

Horeca

8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een horeca- en evenementenverhuurbedrijf, waarbij de horecafunctie bestaat uit een ontvangstruimte voor het houden van bijeenkomsten, zoals bruiloften en uitvaartceremonies voor groepen tot maximaal 150 personen in de dagperiode en maximaal 100 personen in de avondperiode (19:00- 22.00); b. wonen in een bedrijfswoning conform definities woning en bedrijfswoning; c. aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven, met de daarbij behorende; d. waterpartijen, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. groenvoorzieningen/landschappelijke inpassing; f. (onverharde) wegen, paden en verkeersvoorzieningen; g. parkeervoorzieningen; h. tuinen, erven, terreinen en terrassen, met dien verstande dat binnen de aanduiding 'specifieke vorm van horeca- extensief' maximaal 500 m2 verharding mag worden aangelegd. i. voorzieningen van algemeen nut.

8.2

Bouwregels

8.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de volgende algemene regels: a. op of in de in 8.1 genoemde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd; b. gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht, uitgezonderd erf- en terreinafscheidingen, c. de bebouwde oppervlakte mag, exclusief de oppervlakte van bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen, niet meer bedragen dan 1200 m2, waarbij de voor de horecafunctie te gebruiken bedrijfsbebouwing (inclusief toiletten, keuken e.d.) niet groter dan 420 m2 mag zijn.

8.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. horecagebouw (tuinbouwkas): - de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter; - de nokhoogte mag niet meer bedragen dan 8.1 meter; b. Overige bedrijfsruimten - de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter; - de nokhoogte mag niet meer bedragen dan 9 meter;

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 75 van 114

Datum:

8.2.3 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. Per bestemmingsvlak is maximaal het bestaande aantal bedrijfswoningen toegestaan;. b. Bedrijfswoningen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de bestaande funderingen en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend; c. De inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3, Indien de bestaande inhoud van de bedrijfswoning reeds groter is, geldt deze inhoud als maximum; d. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m; e. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m; f. De dakhelling mag niet minder bedragen dan 12º.; g. De dakhelling mag niet meer bedragen dan 60º; h. In afwijking van het bepaalde onder b. geldt voor (bedrijfs)woningen, die deel uitmaken van een bestaande (woon)boerderij, bij gehele of gedeeltelijke herbouw van een (woon)boerderij, indien de bestaande inhoud van de (woon)boerderij reeds meer dan 750 m³ bedraagt, de bestaande inhoud als maximum toegestane inhoud van de woning; i. In afwijking van het bepaalde onder b. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximale inhoud (m³)' of 'maximum volume' die in geldende bestemmingsplannen opgenomen is, de inhoud van de woning niet meer bedragen dan is aangeduid;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=1ec38699-d378-46a4-ad0a-a3fde6046227