Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad - Toelichting
Tekst van het document
Daarbij maken we onderscheid in grondopstellingen voor eigen gebruik en grondopstellingen voor grootschalige opwek, hierna: zonneparken. Bij een grondopstelling worden zonnepanelen op een constructie op de grond geplaatst. Een grondopstelling voor eigen gebruik wordt toegestaan bij wonen en bedrijvigheid in het buitengebied, mits sprake blijft van goede ruimtelijke ordening. Windturbines voor eigen gebruik Voor de opwekking van energie uit wind wordt gebruik gemaakt van windturbines. Windturbines kunnen (bij voldoende wind) zowel overdag als ’s nachts energie opwekken. De opbrengst van een windturbine is sterk afhankelijk van de hoogte. Op grotere hoogte waait het meer. In het afwegingskader wordt onderscheid gemaakt in windturbines voor eigen gebruik en windturbines voor grootschalige opwek, hierna: windparken. In dit bestemmingsplan wordt uitsluitend voorzien in een regeling voor de windturbines voor eigen gebruik, mits sprake blijft van goede ruimtelijke ordening . Als we spreken van windturbines voor eigen gebruik dan hebben we het over kleine windturbines.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 68 van 118
Datum:
Kleine windturbines hebben doorgaans een tiphoogte tussen de 3 en 25 meter en een relatief laag vermogen. De tiphoogte is de masthoogte plus de helft van de rotordiameter. In het buitengebied kunnen ze geplaatst worden bij solitair gelegen (agrarische) bedrijven. Het plaatsen van een windturbine ten behoeve van een woning is niet toegestaan. Bij woningen heeft het gebruik van zonnepanelen op dak of grond de voorkeur. 3.3.11 Waardevol Water in Meierijstad (VGRP+ 2017-2022) De gemeente Meierijstad heeft een nieuw water- en rioleringsplan (VGRP+ Meierijstad) vastgesteld per september 2017. In het plan streeft de gemeente dat nieuwbouwplannen hydrologish neutraal worden uitgevoerd. Als voorkeursvolgorde hanteert de gemeente: infiltreren bergen - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar riolering. In het VGRP+ blijkt dat de gemeente Meierijstad ook voor ontwikkelingen onder de 2.000 m2 (0 tot 10.000 m2) compenserende maatregelen benodigd acht. Hiervoor wordt de bergende eis van 60 millimeter gehanteerd. 3.3.12 Afwegingskader teeltondersteunende voorzieningen (concept) De Gemeente Meierijstad heeft een groot buitengebied.
Op dit moment vindt er in het buitengebied een ontwikkeling plaats waarbij tuinbouwbedrijven (vollegronds- en/of substraatteelt), onder andere om te kunnen voldoen aan de hoge kwaliteits- en milieueisen van de markt (afnemer en consument), steeds grotere oppervlakten teeltondersteunende voorzieningen nodig hebben. Deze voorzieningen kunnen (ook door de veelal minder geslaagde inpassing in de omgeving) in meer of mindere mate afbreuk doen aan de kwaliteit en beleving van het buitengebied. Voor het gebruik van teeltondersteunende voorzieningen zijn in de bestemmingsplannen 'Buitengebied' van de voormalige gemeente Veghel en de voormalige gemeente Sint-Oedenrode, als in het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied' van de voormalige gemeente Schijndel regels opgenomen. Deze regels zijn niet eenduidig. Ook is er geen rekening gehouden met de toenemende vraag en diversiteit aan teeltondersteunende voorzieningen. Met de fusie en de aanstaande invoering van de Omgevingswet is behoefte ontstaan aan nieuw beleid. Vandaar dat er behoefte is aan een adequaat afwegingskader. Op dit moment ligt er een conceptversie, maar nog geen vastgesteld stuk. Het doel van het afwegingskader voor het gebruik van teeltondersteunende voorzieningen, is het streven naar een goede balans tussen het menselijk, natuurlijk en economisch kapitaal (oftewel people, planet en profit).
Er moet voldoende ruimte blijven om de economische positie van de tuinbouwsector in onze gemeente te behouden en te versterken (profit). Daar staat tegenover dat de kwaliteit (planet) en uitstraling/beleving (people) van het buitengebied behouden moet blijven. Dit doel sluit aan bij de ambitie zoals geformuleerd in de Mijlpalen van Meierijstad. Hierin is opgenomen dat gemeente Meierijstad een aantrekkelijke, duurzame en gezonde omgeving is om te wonen, te werken en te recreëren. Een ruimtelijke balans tussen wonen, werken en leven. In het afwegingskader wordt onder andere gekeken naar de verschijningsvorm, de impact op de omgeving en de kwaliteitsimpuls.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 69 van 118
Datum:
Hoofdstuk 4
Verantwoording en onderzoek
Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient bij het opstellen van een bestemmingsplan te worden verantwoord dat er geen nadelige gevolgen zijn voor de huidige planologische- en milieuhygiënische situatie. Zeker wanneer door middel van een bestemmingsplan wordt voorzien in een nieuwe ontwikkeling. Onderstaand geeft per milieutechnisch aspect een korte samenvatting per planlocatie. Voor de uitgebreidere motiveringen wordt verwezen naar de afzonderlijke ruimtelijke onderbouwingen. 4.1 Bodem In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. In principe moet er bij het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan een bodemonderzoek conform NEN 5740 worden uitgevoerd.
Er zijn situaties dat de gemeente vrijstelling kan verlenen voor het uitvoeren van een bodemonderzoek. Dit is ondermeer het geval als het bestaande feitelijke gebruik gehandhaafd blijft, als met de wijziging niet wordt voorzien in de oprichting van een woon- of verblijfsfunctie (ruimte waar meer dan 2 uur per dag mensen aanwezig zijn) of als de locatie op de regionale bodemkwaliteitskaart is aangemerkt als 'schone grond' (natuur en landbouw). Onderstaande tabel geeft een korte samenvatting van het aspect 'bodem' per planlocatie. 1. Bolst 1 en het Broek 5 Uit het historisch onderzoek blijkt dat er geen verdachte bodemlocaties aanwezig zijn. Het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie wordt niet noodzakelijk geacht. 2. Bolstweg 12/12a Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect bodem. 3. Bus 10 Voor onderhavig initiatief is er sprake van een ruimtelijk plan waarbij de agrarische bestemming wordt gewijzigd in een reguliere bedrijfsbestemming en tevens een aantal voormalige agrarische bedrijfsgebouwen worden gesloopt. De te slopen gebouwen bevatten asbesthoudende golfplaten als dakbedekking. Er is daarom opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend asbest-en-bodemonderzoek. Hieruit blijkt dat de grenswaarden niet worden overschreden. 4. Bus 16 De wijziging van wonen naar bedrijf is qua bodemgebruik minder gevoelig.
In het verleden was een deel van de stallen omgeven door braakliggend terrein. Inmiddels is het hele terrein rondom de gebouwen verhard. Eventueel aanwezige asbestvezels ten gevolge van verwering van de asbesthoudende golfplaten daken is niet meer terug te vinden. Voor de realisatie van de woning met tuin zal een van de stallen worden gesloopt en de verharding worden verwijderd. Na de sloop van de stal en verwijdering van de erfverharding moet een bodemonderzoek conform NEN5740 worden uitgevoerd.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 70 van 118
Datum:
5.
De Horstjens 12
6.
Gemondseweg 41
7.
Heikampenweg 12
8.
Hoeves 3
9.
Hoogstraat 27
10. Hulst 1
Er wordt een woning toegevoegd op een bestaande woonbestemming in een bestaand pand. Het gebruik wordt door de splitsing van de boerderij niet gevoeliger. Een bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Voor wat betreft de realisatie van de twee bijgebouwen verandert de bestemming van ‘Agrarisch met Waarden’ naar ‘Wonen’. Hier is wel sprake van een gevoeliger gebruik. Derhalve is het formulier 'Historische toets t.b.v. vrijstelling bodemonderzoek' ingevuld. Onderhavige locatie betreft een woonboerderij wat vroeger de bedrijfswoning bij een agrarisch bedrijf was. De opstallen van dit bedrijf waren gevestigd op andere percelen die al eerder zijn omgezet naar wonen en reeds bebouwd zijn. Voor deze gronden is destijds een bodemonderzoek uitgevoerd. Het betreft een perceel dat feitelijk in gebruik is als woonperceel en enkele jaren geleden per abuis is gewijzigd naar 'Maatschappelijk' en wordt hersteld en bestemd naar 'Wonen'. De bestemming 'Wonen' wordt mogelijk gemaakt binnen een bestaand pand. Een bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk. De locatie is momenteel al in gebruik als woning, zonder dat er bodemvervuilende activiteiten of functies hebben plaatsgevonden dan wel aanwezig zijn geweest. De activiteiten vinden plaats in bestaande bebouwing. Een bodemonderzoek is voor onderhavig initiatief dan ook niet aan de orde.
Voor wat betreft het aspect bodem zijn er geen belemmeringen. De activiteiten vinden plaats in bestaande bebouwing. Een bodemonderzoek is voor onderhavig initiatief dan ook niet aan de orde. Voor wat betreft het aspect bodem zijn er geen belemmeringen. Voor onderhavig initiatief is er geen sprake van de oprichting van nieuwe bebouwing of van enig grondverzet. Een bodemonderzoek is voor onderhavig initiatief dan ook niet aan de orde. Voor wat betreft het aspect bodem zijn er geen belemmeringen voor de vormverandering van het bouwvlak. Voor onderhavig initiatief is er geen sprake van de oprichting van nieuwe bebouwing of van enig grondverzet. Een bodemonderzoek is voor onderhavig initiatief dan ook niet aan de orde. Voor wat betreft het aspect bodem zijn er geen belemmeringen voor de vergroting van het bouwvlak.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 71 van 118
Datum:
11. Kremselen 7
12. Leinserondweg 24-24a
13. Liempdseweg 24
14. Nieuwe Veldenweg 17
15. Ollandseweg 143
Het initiatief betreft het wijzigen van de bestemming 'Agrarisch met waarden – Landschapswaarden' naar de bestemming 'Bedrijf' ten behoeve van het aannemers-/timmerbedrijf. In dit geval wordt er geen nieuw gebruik gerealiseerd waarin mensen 2 uur of langer gaan verblijven. De bestaande bedrijfswoning mag reeds als zodanig worden gebruikt. De vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen worden gebruikt voor het aannemers/timmerbedrijf, opslag en hobbymatige agrarische doeleinden, zoals het opslaan van werktuigen en het hobbymatig houden van enkele paarden. Dit gebruik is vergelijkbaar met het huidige gebruik als stal en dus niet gericht op het verblijf van mensen voor een periode van 2 uur of langer. Een nader onderzoek naar de bodemgesteldheid is dan ook niet noodzakelijk. Dit planvoornemen behelst de wijziging van een agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming. Omdat de functie van de gronden conform het Besluit bodemkwaliteit gevoeliger wordt is het in het kader van het bestemmingsplan een bodemonderzoek noodzakelijk. Echter zijn de agrarische gronden al geruime tijd als woonfunctie. Derhalve is het formulier ‘Historische toets t.b.v. vrijstelling bodemonderzoek’ van de Omgevingsdienst Brabant Noord ingevuld en ingediend.
Hieruit blijkt dat de locatie feitelijk sinds 2003 hoofdzakelijk als wonen in gebruik is geweest en dat er geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Het uitgevoerde bodemonderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de locatie. Ter plaatse zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten en concentraties aangetoond. Uit het asbestonderzoek blijken geen gehalten boven de grenswaarde voor nader asbestonderzoek te zijn aangetoond. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. In 2020 is een veldinspectie uitgevoerd waarbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Uit het onderzoek is gebleken dat er in het verleden ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Er bestaat geen aanleiding te vermoeden dat ter plaatse van de planlocaties sprake is van bodemverontreiniging. Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect bodem.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 72 van 118
Datum:
16. Pater Visserslaan 16
17. Plaggensteeg 1a, Hoogstraat 57, Nieuwstraat 32
18. Rijtvenweg 3a
19. Rooiseweg 17
20. Schrijvershoef 11-11a
Het bodemonderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse van het voormalig koeienvanghok (boring 07) is een verontreiniging met PAK aangetoond. Aangezien de verontreiniging ontstaan is na 1987, betreft de verontreiniging een nieuw geval van bodemverontreiniging. Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt saneringsplicht. De verontreiniging dient middels een indiening van een plan van aanpak bij het bevoegd gezag (gemeente Meierijstad) te worden gesaneerd. Algemeen wordt opgemerkt dat dit verkennend bodemonderzoek geen bewijsmiddel is zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond kan een partijkeuring (AP04) noodzakelijk zijn. Voor de planlocatie Plaggensteeg 1A is op in 2017 een bodemonderzoek uitgevoerd voor de bouw van de bedrijfswoning. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding voor verder bodemonderzoek dan wel een bodemonderzoek op analytische grondslag. Op de planlocatie Hoogstraat 57 is momenteel bedrijfsbebouwing aanwezig voor: kantoor/bespreekruimte, kantine, wasruimte en voor het klaarmaken van verzendingen. Het plan ziet toe op het vergroten van het bouwvlak zodat nieuwe bedrijfsbebouwing kan worden opgericht.
Omdat in de nieuw te realiseren bedrijfsgebouwen niet voortdurend of nagenoeg geen mensen verblijven is een bodemonderzoek op de locatie niet noodzakelijk. Op de planlocatie was in het verleden een varkenshouderij gevestigd. Deze varkenshouderij is inmiddels beëindigd. In de gewenste situatie wordt een gedeelte van de bestaande bebouwing, maximaal 1.000 m2, in gebruik genomen ten behoeve van statische opslag. De agrarische bestemming wordt hiertoe gewijzigd in een bedrijfsbestemming. Ten behoeve van deze bestemmingswijziging is het formulier ‘Historische toets t.b.v. vrijstelling bodemonderzoek’ ingevuld. In 2012 heeft bij aankoop van de locatie een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Conclusie van dit onderzoek luidde dat enkel ter plaatse van de aanwezige inrit een fractie asbest aangetroffen is die als nihil beoordeeld kan worden. Voor het overige is op het perceel geen verontreiniging in de bodem aangetroffen. Ten behoeve van deze locatie is een vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse is een licht verhoogde concentratie molybdeen in het grondwater aangetoond. Op basis van de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt geacht dat geen belemmeringen aanwezig zijn voor het huidige en toekomstige gebruik van de locatie.
Asbest is zowel zintuiglijk als analytisch niet aangetroffen. Vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 73 van 118
Datum:
21. Sweenslag 20
22. Villenbraken 18
23. Veluwe 15 24. Bossteeg 4
25. Schijndelseweg 75
Een bodemonderzoek is gezien de aard van deze bestemmingsplanaanpassing niet aan de orde, mede omdat de aanpassing als zodanig niet leidt tot een fysieke ingreep. Uit het onderzoeksrapport van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in de zwak tot matig baksteen-, puin- en asfalthoudende bovengrond (BG1) zijn gehaltes aan koper, zink, lood, PAK, PCB en minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarden. Het gehalte aan zink is aangetoond boven de tussengrenswaarde (190 mg/kgds) en vormt daarmee aanleiding voor aanvullend onderzoek van de separate deelmonsters uit het mengmonster BG1. Voor deze locatie wordt op dit moment nog een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Voor vaststelling van het plan moet dit aspect akkoord zijn. Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect bodem Gezien de resultaten van de uitgevoerde historische bodemtoets, wordt het instellen van een bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de bodem verontreinigd is op deze locatie. De bodemkwaliteit van de locatie Bossteeg 4 te Veghel vormt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect bodem
Tabel 4: Aspect bodem 4.2 Geluid Ten aanzien van het aspect geluid zijn het wegverkeer en de bedrijven van belang. Voor het wegverkeerslawaai vormt de Wet geluidhinder het toetsingskader en voor de bedrijven de Wet milieubeheer (waaronder het Activiteitenbesluit). Daarnaast moet in het kader van de Wet ruimtelijke ordening sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wegverkeerslawaai Ingevolge de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij een ruimtelijke planontwikkeling ter waarborging van een akoestisch goed woon- en leefklimaat in verblijfsobjecten rekening te worden gehouden met het aspect wegverkeerslawaai. Op basis van de Wgh hebben alle wegen een geluidzone met uitzondering van wegen waar een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. In de Wgh is aangegeven dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan, een wijzigings- of uitwerkingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die zijn gelegen in een zone van een weg rekening wordt gehouden met de geluidsbelasting van deze weg op gevels van woningen, andere geluid-gevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen. Industrielawaai Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds.
Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluidsproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 74 van 118
Datum:
Onderstaande tabel geeft een korte samenvatting van het aspect 'geluid' per planlocatie. 1.
Bolst 1 en het Broek 5
2.
Bolstweg 12/12a
3.
Bus 10
4.
Bus 16
5.
De Horstjens 12
6.
Gemondseweg 41
7.
Heikampenweg 12
8.
Hoeves 3
Onderhavige ontwikkeling aan de Bolst 1 voorziet in de vergroting van het bouwvlak zodat realisering van geluidsgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder binnen het plangebied mogelijk gemaakt worden. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van het aspect geluid geen belemmeringen veroorzaakt. Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect geluid. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten in de zin van de Wgh opgericht waardoor een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet benodigd is. Omliggende geluidgevoelige objecten zullen daardoor in de nieuwe situatie geen extra hinder ondervinden van het aspect geluid ten opzichte van de huidige vigerende situatie binnen het plangebied. Vanwege de geringe verkeersintensiteit en de afstand tussen de te bouwen RvR woning en de weg mag worden gesteld dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet wordt overschreden als gevolg van het wegverkeerslawaai op de zoneplichtige wegen. Met een standaard geluidwering van 20 dB zal in de woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden behaald van 33 dB. Een nader onderzoek is niet nodig. Uit het uitgevoerde akoestiek onderzoek blijkt dat er nadere geluidsreducerende maatregelen genomen dienen te worden voor een acceptabel woon- en leefklimaat.
Tevens dienen voor deze locatie hogere waarden op basis van de Wet geluidhinder vastgesteld te worden. Het planvoornemen voorziet in de functiewijziging van pand dat feitelijk al jaren in gebruik is als woning, maar per omissie is gewijzigd in een maatschappelijke bestemming. Aan de huidige feitelijke situatie wijzigt niets. Het uitvoeren van een geluidonderzoek is niet noodzakelijk. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten in de zin van de Wgh opgericht waardoor een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet benodigd is. Omliggende geluidgevoelige objecten zullen daardoor in de nieuwe situatie geen extra hinder ondervinden van het aspect geluid ten opzichte van de huidige vigerende situatie binnen het plangebied. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten in de zin van de Wgh opgericht waardoor een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet benodigd is. Omliggende geluidgevoelige objecten zullen daardoor in de nieuwe situatie geen extra hinder ondervinden van het aspect geluid ten opzichte van de huidige vigerende situatie binnen het plangebied.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 75 van 118
Datum:
9.
Hoogstraat 27
10. Hulst 1
11. Kremselen 7
12. Leinserondweg 24-24a
13. Liempdseweg 24
14. Nieuwe Veldenweg 17
15. Ollandseweg 143 16. Pater Visserslaan 16
Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten in de zin van de Wgh opgericht waardoor een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet benodigd is. Omliggende geluidgevoelige objecten zullen daardoor in de nieuwe situatie geen extra hinder ondervinden van het aspect geluid ten opzichte van de huidige vigerende situatie binnen het plangebied. Voor wat betreft het industrielawaai blijkt dat voor de omliggende woningen ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstand voor geluid tot de rand van het bouwvlak van de boomkwekerij. Voor wat betreft het aspect geluid zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Met de beoogde ontwikkeling wordt echter geen nieuw geluidsgevoelig object opgericht. In het akoestisch wordt aangetoond dat het bedrijf vergelijkbaar is met een categorie 2 bedrijf op basis van het geluidsaspect. Het plan heeft geen belemmeringen voor de omgeving. Met de ontwikkeling wordt de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ gewijzigd in ‘Wonen’. Bestaande bedrijfswoningen worden bestemd als burgerwoningen. Er worden geen nieuwe geluidsgevoelige functies toegevoegd. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is derhalve niet noodzakelijk. Met voorliggende aanvraag wordt geen nieuw geluidsgevoelig object gecreëerd.
De in het plan opgenomen woningen zijn reeds bestaande woongebouwen en het beoogde recreatiegebouw (logiesfunctie) is geen gevoelig object in de zin van de Wgh. Volledigheidshalve is toch nog gekeken naar de aanwezige openbare weg. De weg die van invloed zou kunnen zijn heeft ter plaatse een snelheidsregime van 60 km/uur. Gelet op de afstand tot de weg van het beoogde logiesgebouw (ca. 25 meter uit het hart van de weg), is geen invloed te verwachten. Een nader akoestiek onderzoek is niet aan de orde. Met de ontwikkeling wordt geen nieuw geluidsgevoelig object opgericht. Voor de bestaande burgerwoning is reeds bepaald dat er ter plaatse sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Daarnaast zorgt de ontwikkeling er niet voor dat de geluidsbelasting op andere omliggende woningen toeneemt. Een nader akoestisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect geluid. Met de ontwikkeling wordt de agrarische bestemming gewijzigd in ‘Wonen’. De bestaande bedrijfswoning wordt bestemd als burgerwoning. Er worden geen nieuwe geluidsgevoelige functies toegevoegd. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is derhalve niet noodzakelijk. De activiteiten met betrekking tot het bedrijf aan huis zullen inpandig in het atelier plaatsvinden.
Het pand is daarnaast geïsoleerd waardoor industrielawaai op omliggende woningen uit te sluiten valt.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 76 van 118
Datum:
17. Plaggensteeg 1a, Hoogstraat 57, Nieuwstraat 32 18. Rijtvenweg 3a
19. Rooiseweg 17
20. Schrijvershoef 11-11a
21. Sweenslag 20 22. Villenbraken 18
23. Veluwe 15 24. Bossteeg 4
25. Schijndelseweg 75
Met de beoogde ontwikkeling wordt echter geen nieuw geluidsgevoelig object opgericht. Het plan heeft geen belemmeringen voor de omgeving. De woning op de locatie Rijtvenweg 3a te Sint-Oedenrode betreft een bestaande woning en daarmee een bestaand geluidgevoelig object. Nadere toetsing van de geluidsbelasting ter plaatse hoeft in dit kader niet plaats te vinden. Voor de statische opslag geldt een richtafstand van 30 meter voor geluid. Er wordt voldaan aan de richtafstand. Ten aanzien van het aspect industrielawaai is derhalve geen verder onderzoek noodzakelijk. Bij de ontwikkeling wordt geen nieuwe bebouwing opgericht en hiermee wordt dus ook geen geluidgevoelig object in de zin van de Wgh toegevoegd. Voor onderhavig initiatief is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai dan ook niet aan de orde. Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat het aspect akoestiek wegverkeerslawaai geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen. Omliggende geluidgevoelige objecten zullen daardoor in de nieuwe situatie geen extra hinder ondervinden van het aspect geluid ten opzichte van de huidige vigerende situatie binnen het plangebied. Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect geluid. Onderhavige ontwikkeling ziet niet toe op het toevoegen van een geluidgevoelig object, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder.
De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Een akoestisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect geluid. Het doel van de bestemmingswijziging is het wijzigen van de agrarische bestemming naar een bedrijfsbestemming. Er wordt geen geluidgevoelig object mogelijk gemaakt met onderhavig initiatief. Eveneens wordt de geluidbelasting van het bedrijf minder door wijziging van bedrijfsactiviteiten. Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect geluid.
Tabel 5: Aspect geluid Hogere Waarden Geluid Door middel van een besluit hogere waarden kan door het bevoegd gezag een hogere geluidsbelasting (hogere waarden) worden toegestaan. Deze verhoging is mogelijk tot een maximaal toelaatbare waarde. De hoogte van deze maximaal toelaatbare waarde is afhankelijk van verschillende factoren, zoals bijvoorbeeld de ligging van de geluidsgevoelige bestemming in binnenstedelijk of buitenstedelijk gebied. Voor de locatie De Horstjens 12 dienen hogere waarden te worden vastgesteld op basis van de Wet geluidhinder. 4.3 Geur Per 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader bij vergunningverlening voor geur veroorzaakt door veehouderijbedrijven. Voor een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of:
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 77 van 118
Datum:
Bestaande bedrijven door het plan niet worden belemmerd in huidige of toekomstige bedrijfsvoering; Er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij nieuwe planologische projecten in het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient te worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. In de Wgv zijn voor verschillende dieren geuremissienormen opgenomen die de maximale geurbelasting op een gevoelig object bepalen. Als de geuremissie van een dier niet bekend is, stelt de wet minimumafstanden tussen een veehouderij en een geurgevoelig object. Als die geuremissie wel bekend is, dan moet de geurbelasting worden berekend. De emissie van geurstoffen uit een veehouderijbedrijf wordt uitgedrukt in geureenheden. De berekende geurbelasting wordt getoetst aan de norm (de maximale belasting die het bedrijf mag veroorzaken). Gemeenten mogen, binnen bepaalde bandbreedten, van deze wettelijke normen afwijken als er een gebiedsvisie is opgesteld en een geurverordening is vastgesteld. Onderstaande tabel geeft een korte samenvatting van het aspect 'geur' per planlocatie. 1. Bolst 1 en het Broek 5 De planlocatie ligt in de zone 5–10 ou/m3, het woon- en verblijfsklimaat voor deze zone wordt als goed beschouwd. 2.
Bolstweg 12/12a Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect geur. 3. Bus 10 Binnen 100 meter van de rand van het bouwvlak van het plangebied is op basis van de gegevens van Web-BVB geen veehouderij meer actief. De voormalige intensieve veehouderijen aan Bus 6 en Bus 16 zijn reeds enkele jaren geleden beëindigd, waarbij de bestemming is gewijzigd naar Wonen. De achtergrondbelasting ter plaatse van de uit te breiden woning valt in de categorieën 1-3 ou/m³ en 4-8 ou/m³. Het woon- en leefklimaat ten gevolge van de achtergrondbelasting kan dan ook als zeer goed tot goed worden beoordeeld. 4. Bus 16 Voor wat betreft het aspect geur is in beeld gebracht dat er geen belemmeringen zijn en dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De maximale voor- en achtergrondbelasting vanuit de omliggende veehouderijen zijn weliswaar niet exact berekend maar bedragen beiden minder dan 5 ou/m3 (o.b.v. Regionale geurkaart ODBN-regio 2020.1) en de afstand vanaf de buitenzijde van het geurgevoelig object tot het dichtstbijzijnde emissiepunt dan wel begrenzing van een dierenverblijf is meer dan 100 meter. Hiermee wordt voldaan aan zowel het wettelijk kader als de gezondheidskundige advieswaarde. 5. De Horstjens 12 Bij de ontwikkeling van een woning is sprake van een geurgevoelig object.
Derhalve dient gekeken te worden naar de geurhinder veroorzaakt door omliggende veehouderijen. De voorgrondbelasting komt in dit geval niet voor, er is namelijk geen geurgevoelig object wat een dominante geurbelasting heeft op de woonboerderij. Ten behoeve van de achtergrondbelasting is nader onderzoek gedaan. De hoogst berekende geurbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt ongeveer 1,1 ou/m3. Dit komt overeen met een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. Ten aanzien van de achtergrondbelasting kan worden gesteld dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De achtergrondbelasting vormt geen belemmering voor het plan.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 78 van 118
Datum:
6.
Gemondseweg 41
7.
Heikampenweg 12
8.
Hoeves 3
9.
Hoogstraat 27
10. Hulst 1
11. Kremselen 7
12. Leinserondweg 24-24a
In de omgeving van het plangebied zijn geen veehouderijen te vinden die een negatieve invloed zouden kunnen hebben op het woon- en leefklimaat. De veehouderijen liggen allemaal op voldoende afstand. De twee rundveehouderijen aan het Elde, nummer 2 en 3 liggen op een afstand van meer dan 185 meter. Ook worden er geen veehouderijen belemmerd door de realisatie van de woningen. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het aspect geurhinder geen belemmering vormt voor onderhavig plan. Bij opslag voor partyverhuur en catering gaat het om (zeer) lichte bedrijfsactiviteiten, die geen gevolgen hebben voor de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen. In verband met de beoogde niet-agrarische bedrijfsactiviteiten is geen sprake van milieuhygiënische belemmeringen. Er wordt geen geurgevoelig object toegevoegd. Uit de onderbouwing blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor omliggende veehouderijen en dat er ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De vormverandering van het bouwvlak voorziet niet in de oprichting van een nieuw geurgevoelig object. Daarnaast komt het bouwvlak verder af te liggen van het meest dichtbij gelegen agrarisch bedrijf aan Hoogstraat 32A, waarmee de afstand tussen het bedrijf en een eventueel in de toekomst op te richten geurgevoelig object enkel wordt vergroot.
Het aspect geurhinder behoeft hiermee geen nadere toetsing en vormt dan ook geen belemmering voor voorliggend initiatief. De vergroting van het bouwvlak voorziet niet in de oprichting van een nieuw geurgevoelig object. Daarnaast is bij de boomkwekerij logischerwijs geen sprake van het bedrijfsmatig houden van dieren. Het aspect geurhinder behoeft hiermee geen nadere toetsing en vormt dan ook geen belemmering voor voorliggend initiatief. De dichtstbijzijnde veehouderij is gelegen op 150 meter ten opzichte van de projectlocatie. Er wordt hiermee voldaan aan de gestelde vaste afstanden. Om het woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geur ter plaatse van de projectlocatie nader te beschouwen wordt aansluiting gezocht bij de regionale geurkaart 2020.1 ODBN-regio waarop de waarop de geurcontouren zijn weergegeven. Hieruit is op te maken dat ter plaatse, op basis van een percentage geurgehinderden van 5-10%, sprake is van een goed en dus acceptabel woon- en leefklimaat. Ter plaatse van het plangebied is de gecumuleerde geurbelasting 5 -10 ou/m³ is, waardoor sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 79 van 118
Datum:
13. Liempdseweg 24
14. Nieuwe Veldenweg 17
15. Ollandseweg 143 16. Pater Visserslaan 16
17. Plaggensteeg 1a, Hoogstraat 57, Nieuwstraat 32 18. Rijtvenweg 3a
Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een recreatieve functie en wonen. Hiermee wordt geen geurhinder veroorzaakt richting de omgeving. Hiermee zal de voorgenomen ontwikkeling niet leiden tot een toename van de geurbelasting aan gevoelige objecten in de omgeving. In de zin van de wet geurhinder en veehouderij wordt er met onderhavige ontwikkeling geen nieuw geurgevoelig object opgericht. Voor de bestaande burgerwoning is reeds bepaald dat ter plaatse van het bestemmingsvlak 'Wonen' met betrekking tot het aspect geur sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Deze woning vormt dan ook geen belemmering voor eventuele uitbreidingsmogelijkheden voor omliggende veehouderijen. Het aspect geur vormt dus geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect geur. Ter plaatse van de beoogde ontwikkeling aan de Pater Visserslaan 16 te Mariaheide voldoet de voorgrond geurbelasting die onder de 14,0 ou/m3 ligt, aan de norm. De maatgevende veehouderij aan de Pater Visserslaan 12 te Mariaheide wordt door de beoogde ontwikkeling niet in zijn belangen geschaad. Tevens wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd.
Het leefklimaat als gevolg van de achtergrondbelasting voldoet aan de toetswaarde van 20,0 ou/m3 in het buitengebied, derhalve wordt ter plaatse van de beoogde ontwikkeling een aanvaardbaar woonen leefklimaat gegarandeerd. Aan de vaste afstanden vanuit de Pater Visserslaan 16 tot aan de meest dichtbij gelegen veehouderij (bouwblok) en aan de gevel-gevel afstand wordt voldaan. Gelet op bovenstaande kan worden geconcludeerd dat in de omgeving van de Pater Visserslaan 16 te Mariaheide niemand onevenredig in zijn belangen geschaad wordt en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd wordt. Van agrarische geurhinder is geen sprake. In de directe omgeving van de plangebieden zijn geen niet-agrarische bedrijven gelegen die hinder tot gevolg hebben. In de beoogde situatie is sprake van een bedrijf met statische opslag. Op het bedrijf worden niet langer dieren gehouden. Hierdoor hoeft niet langer getoetst te worden aan de Wet geurhinder en veehouderij. Omliggende veehouderijen worden door de beoogde ontwikkeling niet extra beperkt omdat het reeds een bestaand geurgevoelig object is die wat betreft beoordeling niet veranderen. Verder onderzoek naar de geurbelasting van omliggende veehouderijen op deze locatie zijn derhalve niet noodzakelijk.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 80 van 118
Datum:
19. Rooiseweg 17
20. Schrijvershoef 11-11a
21. Sweenslag 20
22. Villenbraken 18
23. Veluwe 15 24. Bossteeg 4
25. Schijndelseweg 75
Het meest dichtbij gelegen agrarisch bedrijf is op ruim 350 meter van de planlocatie gelegen. Aan de richtafstand van 50 meter voor wat betreft het aspect geur wordt ruimschoots voldaan. Hiermee kan aangenomen worden dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft geur. De dichtstbijzijnde veehouderij met enige geuremissie ligt op een afstand van meer dan 300 meter van het plangebied. Op voorhand kan worden gesteld dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied als het gaat om voorgrondbelasting en achtergrondbelasting. Omdat bestaande geurgevoelige objecten zijn gelegen tussen het plangebied en deze veehouderijen worden de veehouderijen niet in hun belangen geschaad. Binnen de geldende bestemming is bij recht een woning met bijgebouwen alsmede een dierenartspraktijk toegestaan. Er is dus geen sprake van het toestaan van een nieuwe geurgevoelige functie. De bestaande woning blijft gehandhaafd en de aanpassing van het bestemmingsplan voorziet alleen in uitbreiding van de maximale oppervlakte aan bijgebouwen. Uit het uitgevoerde geuronderzoek volgt dat er ten aanzien van afstanden sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat veehouderijen niet in hun belangen worden geschaad.
Indien een geurgevoelige ruimte wordt opgericht buiten de geurcontour van 14 ou/m3 is sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat ten aanzien van de voorgrondbelasting. Aangezien bestaande geurgevoelige objecten in de richting van het plangebied dichterbij de veehouderij aan Villenbraken 15 liggen, wordt deze veehouderij niet in haar belangen geschaad. Ten aanzien van de achtergrondbelasting sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geurhinder van veehouderijen vormt geen belemmering voor het plan indien een geurgevoelige ruimte wordt opgericht buiten de geurcontour van 14 ou/m3. In de planregels en op de verbeelding is een zone opgenomen waarbinnen geen geurgevoelige ruimtes zijn toegestaan. Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect geur. Er vindt geen wijziging plaats in de geurgevoelige objecten, zowel in de huidige als toekomstige situatie is sprake van dezelfde (ongewijzigde locatie van) geurgevoelige objecten. De wijziging van ‘Agrarisch met Waarden’ naar ‘Bedrijf’ heeft hier geen invloed op. Agrarische bedrijven in de omgeving worden niet belemmerd door de beoogde bestemmingswijziging. Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect geur.
Tabel 6: Aspect geur
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 81 van 118
Datum:
4.4 Bedrijven en Milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Deze milieuzonering dient aldus twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor milieugevoelige functies; het bieden van voldoende ruimte en zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen. Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Scheiding van milieubelastende en milieugevoelige functies met behulp van milieuzonering is in de omgeving van sterk milieubelastende activiteiten zonder meer noodzakelijk. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009).
De twee belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten in bijlage 1 van de VNG-publicatie. Voor een scala aan milieubelastende activiteiten (lijst 1) en opslagen en installaties (lijst 2) zijn richtafstanden aangegeven ten opzichte van een rustige woonwijk. In de lijsten wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Daarbij omvat categorie 1 de lichtste en categorie 6 de zwaarste vormen van bedrijvigheid. De richtafstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). De richtafstanden in bijlage 1 van de VNG-publicatie zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor.
Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. De richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG-publicatie gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. De afstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 82 van 118
Datum:
Tabel: Richtafstanden conform VNG Onderstaande tabel geeft een korte samenvatting van het aspect 'bedrijven en milieuzonering' per planlocatie. 1. Bolst 1 en het Broek 5 In de directe omgeving van Bolst 1 zijn een aantal bedrijven aanwezig, deze bedrijven zijn getoetst aan de grootste richtafstanden welke voor het bedrijf zijn opgesteld. Geconcludeerd kan worden dat de uitbreiding van het bouwvlak van Bolst 1 buiten de richtafstanden van de omliggende bedrijven blijft. 2. Bolstweg 12/12a Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect bedrijven en milieuzonering. 3. Bus 10 Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt een agrarische bestemming met de aanduiding 'veehouderij' gewijzigd in een reguliere bedrijfsbestemming. De bedrijfsactiviteiten die hierbij mogelijk worden gemaakt zijn een 'bedrijvenhotel' en een beperktere oppervlakte aan 'cursussen, trainingen en life coaching'. Aan het bedrijvenhotel wordt door de gemeente Meierijstad als voorwaarde gesteld dat enkel bedrijven in milieucategorie 1 en 2 gehuisvest mogen worden in de bedrijfsbebouwing. De bedrijfsactiviteiten 'cursussen, trainingen en life coaching' vallen op basis van de VNG Handreiking onder milieucategorie 2. De maatgevende (grootste) richtafstand voor bedrijven in milieucategorie 2 binnen het omgevingstype 'rustig buitengebied' bedraagt 30 meter.
Voor wat betreft het aspect bedrijven en milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 83 van 118
Datum:
4.
Bus 16
5.
De Horstjens 12
6.
Gemondseweg 41
7.
Heikampenweg 12
In dit geval zijn in de directe omgeving van de planlocatie woningen en een aantal (agrarische) bedrijven gelegen waardoor gesproken kan worden van een gebied met functiemenging. Voorgenomen ontwikkeling bestaat naast de realisatie van de RvR-woning uit het omzetten van de woonbestemming aan de Bus 16 in een bedrijfsbestemming. Er dient dus getoetst te worden of de ontwikkeling invloed heeft op milieugevoelige objecten in de directe omgeving. Ter plaatse van de Bus 16 wordt een bedrijf tot maximaal milieucategorie 2 gerealiseerd. Gezien de ligging in een gemengd gebied dient een afstand van minimaal 10 meter tot milieugevoelige objecten in de omgeving aangehouden te worden. Het dichtstbijzijnde milieugevoelige object, de beoogde RvR-woning aan de Bus ongenummerd is gelegen op 15 meter afstand waardoor voldaan kan worden aan de richtafstanden. Op circa 330 meter ten oosten van het plangebied is een intensieve melkrundveehouderij gelegen. Voor een dergelijke veehouderij geldt een richtafstand van 50 meter buiten de bebouwde kom, waar ruim aan wordt voldaan. Op circa 195 meter van het plangebied is een nutsbedrijf gelegen en op 585 meter ten westen van het plangebied is een houthandel gelegen. Vanwege de afstand tot het plangebied hebben deze bedrijven geen negatieve effecten op onderhavige ontwikkeling.
Daarnaast zijn er tussen het plangebied en de bedrijven al andere gevoelige objecten (woningen) gelegen, waardoor onderhavige ontwikkeling geen beperkingen zal opleveren voor de bedrijven in de omgeving en waardoor aangenomen kan worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter hoogte van het plangebied. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. De dichtstbijzijnde bedrijven zijn twee rundveehouderijen aan het Elde, nummer 2 en 3. Voor rundveehouderijen geldt een richtafstand van 100 meter. De bedrijven liggen op een afstand van minstens 185 meter van het plangebied en vormen derhalve geen belemmering. Ten opzichte van de huidige feitelijke situatie, wordt de afstand tot de omliggende bedrijvigheid niet groter of kleiner. Gezien er tussen het plangebied aan de Gemondseweg 41 en de bedrijven in de omgeving al andere gevoelige objecten (woningen) zijn gelegen, zal onderhavige ontwikkeling geen beperkingen opleveren voor de bedrijven in de omgeving en hierdoor aangenomen kan worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter hoogte van het plangebied. Bij opslag voor partyverhuur en catering gaat het om (zeer) lichte bedrijfsactiviteiten, die geen gevolgen hebben voor de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
In verband met de beoogde niet-agrarische bedrijfsactiviteiten is geen sprake van milieuhygiënische belemmeringen.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 84 van 118
Datum:
8.
Hoeves 3
9.
Hoogstraat 27
10. Hulst 1
11. Kremselen 7
In en nabij de planlocatie zijn geen bedrijven gelegen die conform de richtafstanden uit de VNG-brochure een belemmering vormen voor de planvorming (en andersom). Uit akoestisch onderzoek blijkt dat de beoogde bedrijfactiviteiten naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met een bedrijf van milieucategorie 2. Als gevolg van de vormverandering van het bouwvlak komt het bouwvlak op grotere afstand te liggen van het naastgelegen perceel aan Hoogstraat 29. De afstand van de bedrijfswoning aan Hoogstraat 29 (gevoelige functie) tot de nieuwe rand van het bouwvlak aan Hoogstraat 27 (uiterste situering bedrijfsbebouwing) bedraagt 52 meter. De richtafstand van 30 meter wordt hiermee ruimschoots in acht genomen. De voorgenomen vergroting van het agrarisch bouwvlak vindt plaats in westelijke richting. Ten westen van het bedrijfsperceel is aangrenzend een burgerwoning gelegen aan Hulst 5. De afstand tussen de 'nieuwe' rand van het bouwvlak van Boomkwekerij Vullings tot de meest dichtbij gelegen gevel van deze burgerwoning bedraagt 100 meter. De richtafstand van 30 meter wordt hiermee ruimschoots in acht genomen. Er kan dan ook worden aangenomen dat ter plaatse van de woning aan Hulst 5 sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de boomkwekerij aan Hulst 1. Voor wat betreft het aspect bedrijven en milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
Ten aanzien van de beoogde ontwikkelingen, het wijzigen van de bestemming 'Agrarisch met waarden – Landschapswaarden' naar 'Bedrijf' ten behoeve van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten, wordt de veehouderij beëindigd. Met omschakelen van de rundvee- en varkenshouderij naar een aannemers-/timmerbedrijf wordt de milieucategorie ter plaatse van de projectlocatie verlaagd van maximaal 4.1 naar milieucategorie 3.1. De bijbehorende richtafstanden ten aanzien van milieuzonering worden hierbij ook verlaagd. Dit houdt in dat de milieubelasting op de directe omgeving wordt verlaagd. Het aspect 'geluid' is de belangrijkste factor die een rol speelt bij deze categorie. Daarom is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor dit project. Hieruit blijkt dat de aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met milieucategorie 2. Voor een bedrijf in de milieucategorie geldt een richtafstand van 10 meter voor het aspect 'geluid'. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden vanuit de grensinrichting tot woningen van derden.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 85 van 118
Datum:
12. Leinserondweg 24-24a
13. Liempdseweg 24
14. Nieuwe Veldenweg 17
15. Ollandseweg 143
Op ruim 350 meter van het plangebied is een bedrijf gelegen, het betreft een auto/motorreparatie-, service- en handelsbedrijf. Op basis van de VNG publicatie valt een dergelijk bedrijf in milieucategorie 2, hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter. De bedrijf heeft derhalve geen invloed op de planontwikkeling en vice versa. De dichtstbijzijnde intensieve varkenshouderijen liggen op een afstand van minstens 460 meter van het plangebied. Vanwege de afstand tot het plangebied hebben deze veehouderijen geen negatieve effecten op onderhavige ontwikkeling. Daarnaast zijn er op kortere afstand van het plangebied en de bedrijven al andere gevoelige objecten (woningen) gelegen, waardoor onderhavige ontwikkeling geen extra beperkingen zal opleveren voor de bedrijven in de omgeving en waardoor aangenomen kan worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter hoogte van het plangebied. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Het plangebied van onderhavig initiatief kan aangemerkt worden als ‘gemengd gebied’. Uit toetsing blijkt dat alle bedrijven die in de omgeving aanwezig zijn kan worden voldaan aan de minimum richtafstanden. Het aspect 'Bedrijven en milieuzonering' vormt dan ook geen belemmering voor voorgestane ontwikkeling. Het bouwen van een bijgebouw betreft niet het toevoegen van een gevoelig object.
Voor de bestaande woning is reeds bepaald dat er sprake is van een acceptabele situatie waardoor het aspect 'Bedrijven en milieuzonering' dan ook geen belemmering vormt voor voorgestane ontwikkeling. Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect bedrijven en milieuzonering.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 86 van 118
Datum:
16. Pater Visserslaan 16
17. Plaggensteeg 1a, Hoogstraat 57, Nieuwstraat 32 18. Rijtvenweg 3a
19. Rooiseweg 17
20. Schrijvershoef 11-11a
Formeel kan niet worden voldaan aan de afstand tot de varkenshouderij aan de Pater Visserslaan 15. De varkenshouderij aan de Pater Visserslaan 15 neemt echter deel aan de saneringsregeling varkenshouderij waarbij herbestemming van de locatie als voorwaarde voor deelname aan deze regeling wordt gesteld. Bij de herbestemming dient juridisch geborgd te worden dat heroprichting van de varkenshouderij onmogelijk wordt gemaakt. Aangezien het bedrijf in de toekomst zal verdwijnen, hoeft er dus niet aan de minimumafstanden van deze varkenshouderij te worden getoetst. Daarnaast dient de invloed van het nieuwe plan op de directe omgeving te worden getoetst. Voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het omzetten van de agrarische bestemming in een woonbestemming waarop een bedrijf aan huis wordt gerealiseerd. Het bedrijf aan huis bestaat uit een kleinschalig ontwikkelatelier ten behoeve van landbouwmechanisatie. Formeel kan het bedrijf aan huis tot milieucategorie 2 gerekend wordt. Bedrijven in milieucategorie 2 hebben een richtafstand van 30 meter. De afstand tot de woning aan de Pater Visserslaan 15 bedraagt 15 meter waardoor niet aan de richtafstand kan worden voldaan.
Gezien de kleinschaligheid van het ontwikkelatelier, de ondergeschiktheid aan de woonbestemming en het feit dat de werkzaamheden voornamelijk inpandig plaats zullen vinden heeft het ontwikkelatelier ten behoeve van landbouwmechanisatie een lagere milieubelasting dan de beschreven dienstverlenende bedrijven t.b.v. de landbouw uit milieucategorie 2. Er kan dus geconcludeerd worden dat er een voldoende ruimtelijke scheiding bestaat tussen het beoogde ontwikkelatelier en de woning aan de Pater Visserslaan 15. Voor de bedrijven in de omgeving kan worden voldaan aan de minimum richtafstanden. Het aspect 'Bedrijven en milieuzonering' vormt dan ook geen belemmering voor voorgestane ontwikkeling. In de nabije omgeving van Rijtvenweg 3a zijn enkele (agrarische) bedrijven en enkele burgerwoningen gelegen. De statische opslag, zijnde caravans, betreft milieucategorie 2. Hiervoor geldt een afstand vanwege geluid van minimaal 30 meter (10 meter in gemengd gebied). De overige richtafstanden betreffen 0 meter. Aan deze afstanden wordt voldaan. Uit de toetsing aan de richtafstanden blijkt dat voor alle milieuaspecten ruimschoots aan de richtafstanden ten opzichte van de woning aan Rooiseweg 17 wordt voldaan. Er kan dan ook worden aangenomen dat ter plaatse van de woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de omliggende bedrijvigheid.
Daarnaast is sprake een bestaande woning en blijven de reeds aanwezige afstanden intact. De te realiseren woning ligt buiten de richtafstanden behorende bij de aspecten stof, geluid en gevaar van inrichtingen in de omgeving. De bovengenoemde aspecten vormen geen belemmering voor de realisatie van de woning.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 87 van 118
Datum:
21. Sweenslag 20
In de nabije omgeving zijn geen agrarische of niet-agrarische bedrijven gevestigd. Het perceel grenst aan een perceel dat eveneens de bestemming Wonen heeft. Verder grenst het perceel aan een beek en onbebouwde agrarische gronden. 22. Villenbraken 18 Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief. Wel is er een aanvullend geuronderzoek uitgevoerd ten aanzien van de melkveehouderij aan de Villenbraken 18. Aan de grenswaarden kan worden voldaan. 23. Veluwe 15 Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect bedrijven en milieuzonering. 24. Bossteeg 4 Op basis van de VNG-uitgave wordt de activiteit aangemerkt als een categorie 2 inrichting waarvoor een grootste richtafstand van 30 meter geldt voor het aspect geluid. Door de omschakeling van bedrijfstype verandert de milieucategorie niet, maar wel het type geluid. Waar voor een tuinbouwbedrijf continu ofwel dag en nacht bedrijvigheid uitgegaan wordt van geluidsbelasting, is dit voor een aannemersbedrijf met werkplaats niet het geval. Dit betekent een vermindering in geluidbelasting naar de omgeving. Het dichtstbijzijnde milieugevoelige object betreft de bedrijfswoning aan het bedrijf tegenover Bossteeg 4. Deze woning is gelegen op een afstand van ruim 40 meter uit het bouwperceel van initiatiefnemer.
Derhalve wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand van 30 meter. 25. Schijndelseweg 75 Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect bedrijven en milieuzonering. Tabel 7: Aspect bedrijven en milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; Het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd.
Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: Het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; Het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2µg/m3). Onderstaande tabel geeft een korte samenvatting van het aspect 'luchtkwaliteit' per planlocatie.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 88 van 118
Datum:
1.
Bolst 1 en het Broek 5
2.
Bolstweg 12/12a
3.
Bus 10
4.
Bus 16
5.
De Horstjens 12
6.
Gemondseweg 41
Voorliggend plan heeft betrekking op het realiseren van permanente teeltondersteunende voorzieningen, het vergroten van het bouwvlak en verharden van een weg bij een tuinbouwbedrijf. Permanente en niet-verwarmde opstanden van glas of van kunststof voor het telen van gewassen worden aangemerkt als een inrichting die 'niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Met het vergroten van het bouwvlak wordt de mogelijkheid gecreëerd om een nieuw huisvestingsgebouw te realiseren. Dit huisvestingsgebouw zorgt niet voor een toename in slaapplekken maar enkel dat de arbeidsmigranten per twee op een kamer kunnen liggen. De geplande activiteit heeft zodoende geen verkeersaantrekkende werking, er is geen sprake van een verslechtering van de luchtkwaliteit in de directe omgeving. Het uitvoeren van een onderzoek naar de luchtkwaliteit kan dan ook achterwege worden gelaten. Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect luchtkwaliteit. De bestemmingswijziging van agrarisch naar bedrijf heeft een bijdrage van niet in betekende mate op de luchtkwaliteit. De conclusie is dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit. Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
Om te bepalen of er ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat is de achtergrondwaarde voor fijnstof en stikstofdepositie bepaald met behulp van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN). Hieruit blijkt dat nu en in de toekomst de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) ruim beneden de norm liggen. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de luchtkwaliteit in het plangebied nu en in de nabije toekomst aanvaardbaar is. Onderhavig plan maakt middels een woningsplitsing één nieuwe woning mogelijk. Met deze ontwikkeling is er sprake van een zeer geringe toename van verkeersbewegingen. Het plan draagt daardoor niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied wordt acceptabel geacht. Het aspect luchtkwaliteit zorgt niet voor belemmeringen voor dit plan. Onderhavig plan voorziet in een bestemmingswijziging naar het feitelijke gebruik. Met deze ontwikkeling is geen sprake van een toename van verkeersbewegingen. Het plan draagt daardoor niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied wordt dan ook acceptabel geacht. Het aspect luchtkwaliteit zorgt niet voor belemmeringen voor dit plan.