Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad - Toelichting
Tekst van het document
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen die voor ons liggen. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Belangrijk uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zodat er in gebieden betere en meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) in werking getreden. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving.
Ook vervangt de structuurvisie de ruimtelijke doelen en uitspraken, zoals opgenomen in de Tweede Structuurschema Militaire Terreinen, de Agenda Landschap, de Agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. De structuurvisie schetst de doelen, belangen en opgaven van het Rijk tot 2028 en de ambities tot 2040. Hierbij wil het Rijk zich niet meer met alles bemoeien, maar strategisch op hoofdlijnen sturen. Onder het motto: 'decentraal wat kan, centraal wat moet' hebben decentrale overheden (provincies en gemeenten) meer ruimte gekregen om hun eigen weg te gaan. Het Rijk gaat uit van de volgende drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Deze hoofddoelen zijn vertaald naar de volgende 13 nationale belangen: 1. een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; 2.
ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; 3. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. efficiënt gebruik van de ondergrond;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 48 van 118
Datum:
5. een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6. betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; 7. het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; 8. verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9. ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van floraen faunasoorten; 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. De juridische borging van deze belangen vindt plaats in het Barro. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang.
In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt.
Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 49 van 118
Datum:
1.
Bolst 1 en het Broek 5
2.
Bolstweg 12/12a
3.
Bus 10
4.
Bus 16
5.
De Horstjens 12
6.
Gemondseweg 41
7.
Heikampenweg 12
8.
Hoeves 3
9.
Hoogstraat 27
10. Hulst 1
11. Kremselen 7
Bij voorliggend initiatief wordt de bedrijfsbebouwing niet uitgebreid, waarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde. Het betreft hier een ambtshalve correctie door de aanduiding twee-aaneen te herstellen. Het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet noodzakelijk. Onderhavig initiatief betreft de omzetting van een agrarisch bedrijf naar een niet-agrarisch bedrijf middels een in het moederplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid, waarbij de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing en de oppervlakte van het bouwvlak afnemen. Jurisprudentie heeft uitgewezen dat hierbij geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde. Planologische gebruikswijzigingen zonder een toename van bouwmogelijkheden kwalificeren in deze niet als ladderplichtige stedelijke ontwikkelingen. De gebruikswijziging van burgerwoning naar bedrijfswoning kwalificeert in dit geval dus niet als een ladderplichtige stedelijke ontwikkeling. Ook het toevoegen van een Ruimte-voor-Ruimtewoning is niet ladderplichtig. Met deze ontwikkeling is sprake van de (planologische) toevoeging van slechts één woning. Er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet noodzakelijk.
Het betreft hier een ambtshalve correctie door de woonbestemming te herstellen. Het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet noodzakelijk. Onderhavig initiatief betreft de omzetting van een agrarisch bedrijf naar een bedrijfsbestemming middels een in het moederplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid, waarbij de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing gelijk blijft en het bouwvlak wordt verkleind. Jurisprudentie heeft uitgewezen dat hierbij geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde. Onderhavig initiatief betreft de legalisering van kleinschalige bedrijfsactiviteiten, waarbij de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing gelijk blijft. Hierbij is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde. Bij voorliggend initiatief wordt de bedrijfsbebouwing niet uitgebreid, waarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde. Bij voorliggend initiatief vindt geen uitbreiding van bedrijfsbebouwing plaats, waarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde. Er wordt op onderhavige initiatieflocatie gebruik gemaakt van een bestaand bouwperceel en de bestaande bedrijfsbebouwing. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 50 van 118
Datum:
12. Leinserondweg 24-24a
13. Liempdseweg 24
14. Nieuwe Veldenweg 17
15. Ollandseweg 143
16. Pater Visserslaan 16
17. Plaggensteeg 1a, Hoogstraat 57, Nieuwstraat 32 18. Rijtvenweg 3a
19. Rooiseweg 17
20. Schrijvershoef 11-11a
21. Sweenslag 20
22. Villenbraken 18
Met voorliggend planvoornemen is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, het betreft het omzetten van de agrarische bestemming naar een woonbestemming. Het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet noodzakelijk. De bestemmingswijziging betreft geen stedelijke ontwikkeling en dat derhalve de behoefte aan deze ontwikkeling niet verder behoeft te worden aangetoond in dit kader. In onderhavig initiatief worden er geen nieuwe woningen gerealiseerd. De bestaande burgerwoning blijft ongewijzigd behouden. Het reduceren of verplaatsen van bijgebouwen wordt niet gezien als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. De Ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet relevant voor dit plan. Het betreft hier een ambtshalve correctie waarbij het bestemmingsvlak wonen minimaal wordt gewijzigd ten behoeve van een mantelzorgwoning. Het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet noodzakelijk. Bij voorliggend initiatief wordt een bestaande agrarische bedrijfswoning omgezet naar burgerwoning, waarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde. De bestemmingswijziging betreft geen stedelijke ontwikkeling en dat derhalve de behoefte aan deze ontwikkeling niet verder behoeft te worden aangetoond in dit kader.
Bij voorliggend initiatief vindt geen uitbreiding van bedrijfsbebouwing plaats, waarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde. Bij voorliggend initiatief wordt een bestaande bedrijfswoning omgezet naar burgerwoning, waarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde. Met deze ontwikkeling is sprake van het legaliseren van bestaande bedrijfsactiviteiten bij een bestaande woning. Er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet noodzakelijk. Met deze ontwikkeling is sprake van het legaliseren van bestaande bedrijfsactiviteiten bij een bestaande woning. Er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet noodzakelijk. Bij voorliggend initiatief wordt een bestaande bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning, waarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 51 van 118
Datum:
23. Veluwe 15
Het betreft hier een ambtshalve correctie waarbij de inhoud van de woonboerderij wordt hersteld. Het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet noodzakelijk. 24. Bossteeg 4 In geval van functiewijziging zonder ruimtebeslag is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 25. Schijndelseweg 75 Het betreft hier een ambtshalve correctie waarbij de vorm van het bouwvlak wordt hersteld. Het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet noodzakelijk. Tabel 2: Ladder voor duurzame verstedelijking 3.1.5 Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In de aard en omvang van de nationale waterproblematiek doen zich structurele veranderingen voor. Klimaatveranderingen, zeespiegelstijging, bodemdaling en verstedelijking maken een nieuwe aanpak in het waterbeleid noodzakelijk. In februari 2001 sloten daarom Rijk, Interprovinciaal Overleg, Unie van Waterschappen en Vereniging van Nederlandse Gemeenten de Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw. Daarmee werd de eerste stap gezet in het tot stand brengen van de noodzakelijke gemeenschappelijke aanpak. Twee jaar later worden de resultaten van die samenwerking en van voortschrijdende kennis en inzicht neergelegd in dit Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW).
Met dit NBW akkoord leggen de overheden vast op welke wijze, met welke middelen en langs welk tijdspad zij gezamenlijk de grote wateropgave voor Nederland in de 21e eeuw willen aanpakken. Het akkoord benadrukt de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het op orde krijgen en houden van het totale watersysteem. Het geeft aan welke instrumenten ingezet worden om de opgave te realiseren, welke taken en verantwoordelijkheden iedere partij daarbij heeft en hoe partijen elkaar in staat willen stellen hun taken uit te voeren. 3.1.6 Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan (NWP) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Het beleid met betrekking tot waterveiligheid en zoetwater is met de vastgestelde deltabeslissingen in 2014 fundamenteel veranderd. Het rijksbeleid dat voortvloeit uit de voorstellen voor deze deltabeslissingen, is in 2014 met een tussentijdse wijziging verankerd in het Nationaal Waterplan 2009-2015 en opgenomen in dit nieuwe Nationaal Waterplan voor de periode 2016–2021.
Het kabinet heeft de afgelopen jaren over verschillende beleidsterreinen afspraken gemaakt die raakvlakken hebben met water, zoals afspraken over energie (Energieakkoord), natuur (Natuurvisie), internationale inzet en vernieuwde bestuurlijke verhoudingen (onder meer Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Bestuursakkoord Water en Deltaprogramma). Deze afspraken zijn verwerkt in dit Nationaal Waterplan. De betreffende beleidsdocumenten blijven van kracht. Met de vaststelling van dit NWP voldoet Nederland tevens aan de Europese eisen om actuele plannen en maatregelenprogramma’s op te stellen volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM).
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 52 van 118
Datum:
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie ‘Kwaliteit van Brabant’ Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daarin ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, namelijk wat is er nodig is om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de provincie Noord-Brabant als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels uit de verschillende verordeningen zijn samengevoegd. Deze Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is op 25 oktober 2019 vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies.
De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er alleen inhoudelijke wijzigingen zijn doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid. De gemeenteraad moet bij het vaststellen van een bestemmingplan de regels uit de Interim omgevingsverordening respecteren. Concreet betekent dat de Verordening de maximale speelruimte bepaalt die een gemeente heeft bij het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning voor initiatieven (de afwegingsruimte). De Verordening start met het centraal stellen van de kwaliteitsopgave in Brabant. Voor elke ontwikkeling geldt dat niet alleen onderbouwd moet worden hoe het plan bijdraagt aan de zorg voor behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, maar dat zelfs elke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. Ongeacht de ontwikkeling, dient in ieder geval zorgvuldig ruimtegebruik als uitgangspunt te worden gehanteerd én het bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit in brede zin. In de Interim omgevingsverordening zijn twee typen regels opgenomen. De zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten gelden voor burgers en bedrijven.
Deze regels bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. De zogenaamde instructieregels gelden voor bestuursorganen van de overheid. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Num Locatie mer
Ligging
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Nadere aanduidingen
Pagina: 53 van 118
Relatie tot de Interimverordening
Datum:
1.
Bolst 1 en het Broek 5
Gemengd landelijk Boringvrije zone gebied
2.
Bolstweg 12-12a Gemengd landelijk Geen aanduiding gebied van toepassing
3.
Bus 10
Groenblauwe mantel
Geen aanduiding van toepassing
4.
Bus 16
Groenblauwe mantel
Geen aanduiding van toepassing
5.
De Horstjens 12
Gemengd landelijk Geen aanduiding gebied van toepassing
6.
Gemondseweg 41
Gemengd landelijk Geen aanduiding gebied van toepassing
7.
Heikampenweg 12
Gemengd landelijk Boringvrije zone gebied
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 54 van 118
Diverse agrarische ontwikkelingen ten behoeve van teeltondersteunende voorzieningen en arbeidsmigranten. Betreft een categorie 2 en 3 ontwikkeling in het kader van kwaliteitsverbetering van het landschap. Het betreft een ambtshalve correctie door de aanduiding twee-aaneen op te nemen. Deze is in het meest recente plan 'Buitengebied Veghel' abusievelijk niet overgenomen uit het voorgaande plan. Wijziging agrarische bestemming naar een bedrijfsbestemming ten behoeve van verhuur van bedrijfsruimte met een oppervlakte van 496 m2. Betreft een categorie 3 ontwikkeling in het kader van kwaliteitsverbetering van het landschap. Omschakeling wonen-vab naar een bedrijfsbestemming ten behoeve van een reparatiebedrijf van auto's en daarbij behorende opslagcapaciteit en het realiseren van een ruimte-voor-ruimte woning. Betreft een categorie 3 ontwikkeling in het kader van kwaliteitsverbetering van het landschap. Splitsing van een woonboerderij met cultuurhistorische waarden. Het initiatief is voorzien van een landschapsplan. Omschakeling bestemming 'Maatschappelijk' naar 'Wonen'. Het betreft een ambtshalve correctie. Omschakeling voormalig Agrarische bedrijf naar een bedrijfsbestemming. Het initiatief is voorzien van een landschapsplan.
Datum:
8.
9.
10.
11.
12.
13.
Hoeves 3
Gemengd landelijk Geen aanduiding gebied van toepassing
Het realiseren van een functieaanduiding meubelmakerij bij een woonbestemming. Het initiatief is voorzien van een landschapsplan. Hoogstraat 27 Gemengd landelijk Geen aanduiding Vormverandering van het gebied van toepassing bestemmingsvlak bedrijf en het bouwvlak. Het initiatief is voorzien van een landschapsplan. Hulst 1 Groenblauwe Attentiezone Vergroting bouwvlak naar 1,5 mantel waterhuishouding hectare ten behoeve van een boomkwekerij. Daarnaast wordt aansluitend aan het bouwvlak een differentiatievlak voor teeltondersteunende voorzieningen opgenomen. Het initiatief is voorzien van een landschapsplan. Kremselen 7 Groenblauwe Geen aanduiding Omschakelen agrarische mantel van toepassing bestemming naar de bestemming bedrijf ten behoeve van een aannemersbedrijf en opslag. Betreft een categorie 3 ontwikkeling in het kader van kwaliteitsverbetering van het landschap. Leinserondweg Gemengd landelijk Boringvrije zone, Omschakelen van de agrarisch 24-24a gebied sanerings- en bestemming naar wonen. verplaatsingslocati Daarmee worden de twee e (bedrijfs)woningen (ontstaan uit woningsplitsing) omgezet naar twee burgerwoningen. Daarnaast wordt er een ruimer aantal m2 aan bijgebouwen toegestaan. Het initiatief is voorzien van een landschapsplan.
Liempdseweg 24 Groenblauwe Attentiezone Voormalige agrarische mantel waterhuishouding, bedrijfslocatie (met inmiddels de cultuurhistorisch bestemming wonen) wordt gebied, gesaneerd en er wordt aardkundig verblijfsrecreatie in samenloop waardevol gebied, met natuurontwikkeling verbod uitbreiding ontwikkeld ter plaatse. Het veehouderij initiatief is voorzien van een landschapsplan.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 55 van 118
Datum:
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
Nieuwe Veldenweg 17
Gemengd landelijk Geen aanduiding gebied op toepassing
Nieuwbouw bijgebouw bij de woning boven de reguliere maat aan m2 wat het bestemmingsplan toestaat. Het initiatief is voorzien van een landschapsplan. Ollandseweg 143 Groenblauwe Verbod uitbreiding Kleine vormwijziging van het mantel veehouderij, bestemmingsvlak Wonen ten cultuurhistorisch behoeve van een waardevol gebied, mantelzorgwoning (ambtshalve attentiezone correctie). waterhuishouding, beperking veehouderij Pater Gemengd Geen aanduiding Omschakelen voormalige Visserslaan 16 landelijke gebied op toepassing bedrijfslocatie naar wonen met functieaanduiding bedrijf aan huis. Het initiatief is voorzien van een landschapsplan. Plaggensteeg 1a, Gemengd landelijk Beperking Herontwikkeling tuinbouwbedrijf Hoogstraat 57, gebied veehouderij, die op drie locaties is gevestigd. Nieuwstraat 32 verbod uitbreiding De locatie Nieuwstraat 32 wordt veehouderij volledig gesaneerd en het bouwvlak wordt bij de locatie Hoogstraat 57 toegevoegd. Op locatie Plaggensteeg worden de varkensstallen gesaneerd en de aantal m2 worden gedeeltelijk bijgevoegd aan locatie Hoogstraat 57. Het initiatief is voorzien van een landschapsplan. Rijtvenweg 3a Gemengd landelijk Geen aanduiding Omschakeling voormalig gebied van toepassing agrarisch bedrijf (varkenshouderij) naar bedrijf ten behoeve van binnenopslag van statische goederen. Er is sprake van een categorie 3 ontwikkeling.
Rooiseweg 17 Gemengd landelijk Cultuurhistorisch Omschakeling bestemming gebied waardevol gebied bedrijf (met bedrijfswoning) naar bestemming wonen. Het initiatief is voorzien van een landschapsplan. Schrijvershoef Gemengd Cultuurhistorisch Bedrijfsactiviteiten bij een 11-11a landelijke gebied waardevol gebied woonbestemming en herbouw van de woning. Het initiatief is voorzien van een landschapsplan.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 56 van 118
Datum:
21.
Sweenslag 20
Gemengd landelijk Boringvrije zone gebied
Het meer toestaan van het aantal m2 aan bijgebouwen bij een woonbestemming met een functieaanduiding ten behoeve van een paardenpraktijk aan huis. 22. Villenbraken 18 Groenblauwe Sanerings- en Omschakelen voormalige mantel verplaatsingslocati agrarische bedrijfslocatie naar e RBV, wonen met VAB. 400m2 wordt cultuurhistorisch ingezet als technisch werkatelier waardevol gebied, en 1000m2 aan statisch opslag. aardkundig Betreft een categorie 3 waardevol gebied, ontwikkeling in het kader van attentiezone kwaliteitsverbetering van het waterhuishouding landschap. 23. Veluwe 15 Groenblauwe Geen aanduiding Kleine ambtshalve correctie voor mantel van toepassing het toestaan van een grote inhoud van de bedrijfswoning. 24. Bossteeg 4 Gemengd landelijk Geen aanduiding Het omschakelen van een gebied van toepassing voormalige teeltbedrijf naar een bedrijfsbestemming. Daarnaast worden velden met teeltondersteunende voorzieningen losgekoppeld van het bedrijfsperceel. Betreft een categorie 3 ontwikkeling in het kader van kwaliteitsverbetering van het landschap. 25. Schijndelseweg Gemengd Landelijk Cultuurhistorisch Kleine ambtshalve correctie voor 75 gebied waardevol gebied het corrigeren van het bouwvlak.
Tabel 3: Interim Omgevingsverordening Kwaliteitsverbetering Voor elke ontwikkeling in het buitengebied van Noord-Brabant geldt dat, op basis van de Provinciale beleidskaders, deze gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. Ongeacht de ontwikkeling, dient in ieder geval zorgvuldig ruimtegebruik als uitgangspunt te worden gehanteerd én het bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit in brede zin. Artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (Kwaliteitsverbetering) verplicht dat een ruimtelijke ontwikkeling in het Landelijk Gebied gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. In dit artikel is opgenomen dat de verbetering van landschappelijke kwaliteit de volgende aspecten kan omvatten: De op grond van de verordening verplichte landschappelijke inpassing (basisinspanning); Het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; Het herstel of behoud van cultuurhistorische waardevolle bebouwing of terreinen; Het wegnemen van verharding; Het slopen van bebouwing;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 57 van 118
Datum:
De realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; Het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. De mate van kwaliteitsverbetering is afhankelijk van het ruimtelijke effect van de ontwikkeling op de omgeving. Hiertoe worden dezelfde drie categorieën gehanteerd die de regio Noordoost Brabants in het afsprakenkader hanteert: Bij geen effect op het landschap wordt er niets extra’s verwacht: Categorie 1; Bij een beperkt effect, dan wordt een basisinspanning, door middel van een erfinrichtingsplan verwacht: Categorie 2; Bij een groot effect, dan worden naast een basisinspanning, ook aanvullende kwaliteitsprestaties verwacht: Categorie 3. De afzonderlijke beplantingsplannen cq kwaliteitsverbeteringen per locatie zijn als bijlagen bij de regels van onderhavig plan gevoegd. Waardevolle gebieden Bij het opstellen van een bestemmingsplan zijn gemeenten verplicht aansluiting te zoeken bij de wezenlijke ecologische kenmerken en waarden die in het natuurbeheerplan zijn beschreven. Deze waarden en kenmerken zijn per gebied vastgelegd in een Provinciale beheertypenkaart en in een ambitiekaart. Beide kaarten vormen de kern van het natuurbeheerplan. De beheertypenkaart brengt in beeld wat de actuele situatie is. De ambitiekaart geeft de gewenste eindsituatie (ambitie) aan.
Zolang er geen sprake is van een significante aantasting, is er vanwege het Natuur Netwerk Brabant (NNB) geen grond om de activiteit tegen te houden. Wel wordt de activiteit uiteraard nog getoetst aan ander (ruimtelijk) beleid of regelgeving. Naast behoud en ontwikkeling van ecologische waarden en kenmerken streeft de provincie binnen het NNB ook behoud na van cultuurhistorische waarden en andere wezenlijke kenmerken zoals rust en stilte. Op provinciaal niveau zijn de cultuurhistorische waarden en kenmerken vastgelegd op de Cultuurhistorische Waardenkaart van Noord-Brabant en waar nodig vertaald in deze verordening. Daarnaast stelt de Provinciale Interim Omgevingsverordening nog regels voor onder andere ecologische verbindingzones, watersystemen en aardkundige-, cultuurhistorische- en landschappelijke waarden. Waar bij onderhavige locaties sprake is van dusdanige waardevolle gebieden, dan is dit verankerd op de plankaart, de regels (artikel 31) en beschreven in de afzonderlijke onderbouwingen.
3.2.3 Ruimte voor Ruimte Met de Ruimte voor Ruimte regeling van de provincie Noord-Brabant is het mogelijk om, in ruil voor de sloop van (agrarische) bebouwing, een nieuwe woning te ontwikkelen. Agrarische ondernemers ontvangen een financiële vergoeding voor het slopen van stallen, schuren of overige (agrarische) bedrijfsbebouwing. Op deze manier wordt het gebied ontdaan van ongewenste bedrijfsbebouwing en wordt verval voorkomen. Het doel van de Ruimte voor Ruimte regeling is kwaliteitsverbetering van het landschap. Met name het verbeteren van de ruimtelijke en milieukundige kwaliteit in het buitengebied. De Ruimte voor Ruimte regeling is geschikt voor zowel de stoppende veehouderij als voor particulieren die een woning in het buitengebied willen ontwikkelen. Om een nieuwe woning te ontwikkelen, dient men in het bezit te zijn van een bouwtitel. Een bouwtitel kan alleen vrijkomen wanneer aan alle voorwaarden van de Ruimte voor Ruimte regeling wordt voldaan. De vrijkomende bouwtitel wordt daarom ook wel een Ruimte voor Ruimte titel genoemd. Met een bouwtitel mag één nieuwe woning worden ontwikkeld. Dit kan op de locatie
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 58 van 118
Datum:
zijn waar de stallen worden gesloopt, maar de bouwtitel mag ook elders binnen de provincie Noord-Brabant worden ingezet om op een daarvoor geschikte locatie een Ruimte voor Ruimte woning te ontwikkelen. De volgende locaties binnen dit plan maken gebruik van de Ruimte-voor-Ruimte regeling: 1. Bus 16 Voor de locatie Bus 16 is een bouwtitel Ruimte-voor-Ruimte aangekocht. Deze is als bijlage aan de regels verbonden. 3.2.4
Ontwikkelrichtingen
De gemeente Meierijstad heeft de ontwikkelrichtingen voor gebieden nog niet specifiek uitgeschreven. Voor de niet-agrarische bedrijven uit het plan is per locatie gemotiveerd waarom dat het initiatief passend is in de omgeving en waarom gesteld kan worden dat het initititief niet op een bedrijventerrein thuishoort. Hierbij is gebruik gemaakt van de kaart voor Gebiedstyplogien van de Gemeente Meierijstad. Tevens is voor de desbetreffende initiatieven ingegaan op de Gemeentelijke beleidsnotitie 'Kansen voor Kwaliteit'. In deze notitie wordt onderscheid gemaakt in 3 verschillende functies, namelijk gebiedsgebonden, gebiedspassende en gebiedsstrijdige functies. Gebiedspassende functies zijn namelijk functies die op zich horen op een bedrijventerrein of binnen de bebouwde kom, maar die ruimtelijk verantwoord passen of in te passen zijn in (delen van) het buitengebied. Gebiedspassende functies worden niet uitgesloten. Vestiging op een voormalige agrarische locatie is toelaatbaar voor zover de aard en schaal van die bedrijven niet voorschrijven dat deze op een bedrijventerrein of in het centrum thuishoren. Als bedrijvigheid die de gemeente passend acht in het buitengebied wordt o.a. genoemd: statische opslag, dienstverlening en ambachtelijke werkplaatsen (bewerking en vervaardiging van producten en materialen), mits niet te grootschalig en passend in de omgeving.
Op het moment dat bedrijven niet meer in het buitengebied passen als gevolg van aard en omvang en/of milieueisen, moeten ze alsnog verhuizen naar een bedrijventerrein. Als gebiedsstrijdige functies zijn niet toegestaan, hieronder wordt verstaan o.a. detailhandel, showrooms, kantoren met baliefunctie, bedrijven met een industriële uitstraling c.q. bedrijven die qua aard en omvang thuishoren op een bedrijventerrein; bedrijven die veel verkeer genereren, Op zichzelf staande mestbewerking en/of –verwerking en structurele buitenopslag en grootschalige (licht) reclame. Daarmee is er een afbakening opgenomen in de notitie, van niet-agrarische bedrijvigheid, die de gemeente niet gewenst acht in het buitengebied. De aanvaardbaarheid van een initiatief is dus afhankelijk van de impact van de nieuwe activiteit. Voor het bepalen van deze impact wordt gekeken naar de effecten van de beoogde activiteit op de ondergrond (bodem, grondwater en archeologische waarden), de netwerken (alle vormen van zichtbare en onzichtbare infrastructuur) en de occupatie (ruimtelijke patronen ten gevolge van menselijk gebruik). Voor de beoordeling van de effecten is het van belang om in ieder geval te weten: a. Wat is de omvang van de beoogde functie; b. Wat is de aard van de beoogde functie; c. Wat is de aard van de (directe) omgeving; d. Wat is de uitstraling van de beoogde functie.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 59 van 118
Datum:
In de ruimtelijke onderbouwingen van de hiervoor relevante locaties is een beschrijving opgenomen, waarin nader wordt toegelicht waarom bij het desbetreffende initiatief sprake is van een gebiedspassende functie. Ook wordt toegelicht waarom verplaatsing naar een bedrijventerrein niet aan de orde is. 3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Kansen voor Kwaliteit (een afwegingskader voor herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bebouwing) De gemeente Meierijstad is qua oppervlakte de op één na grootste gemeente van Noord-Brabant en bestaat uit 13 kernen en een groot buitengebied. Een buitengebied dat van oorsprong hoofdzakelijk een agrarische functie heeft. Veel agrarische bedrijven hebben zich verspreid in het buitengebied van Meierijstad gevestigd en ontwikkeld. In de afgelopen jaren zijn veel van deze agrarische bedrijven gestopt en ook de komende jaren zullen naar verwachting nog veel bedrijven gaan stoppen. Dit zorgt voor steeds meer vrijkomende agrarische bebouwing. Volgens een onderzoek van Wageningen Environmental Research (WENR) is Meierijstad in Brabant met afstand de nummer één als het gaat om het verwachte aantal vierkante meters vrijkomende agrarische bebouwing de komende 10 jaar. Leegstand van deze vrijkomende bebouwing kan grote gevolgen hebben voor de kwaliteit van het buitengebied, maar biedt ook kansen om het buitengebied leefbaar en vitaal te houden. In het rapport 'Kansen voor Kwaliteit' is gekomen tot een afwegingskader voor de herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bebouwing, waarbij de (directe) omgeving leidend is, een verbetering van de kwaliteit vereist is en de direct omwonenden en andere belanghebbenden worden betrokken.
De gemeente staat dus open voor nieuwe initiatieven ('nodigt uit'), maar stelt tegelijk eisen aan (het behoud en de versterking van) de omgevingskwaliteit. Hierbij is de uitdaging om een goede balans te vinden tussen (duurzame) economische functies en een veilige en kwalitatieve
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 60 van 118
Datum:
leefomgeving. De Gemeente wil hergebruik faciliteren, daar waar dit passend is, en sloop stimuleren. De aanpak sluit aan bij de ambitie zoals geformuleerd in de Mijlpalen van Meierijstad. Hierin is opgenomen dat gemeente Meierijstad een aantrekkelijke, duurzame en gezonde omgeving is om te wonen, te werken en te recreëren. Een ruimtelijke balans tussen wonen, werken en leven. De gemeente geeft behalve aan de agrarische sector als belangrijke economische drager, ruimte aan andere vormen van economie in het buitengebied, passend bij de aard, schaal en gewenste kwaliteit van het landelijk gebied. 3.3.2 Richtlijnen landschappelijke inpassing en regeling kwaliteitsverbetering Landschap Meierijstad De Gemeente Meierijstad is bezig met het opstellen van de rapportage 'Richtlijnen landschappelijke inpassing en regeling kwaliteitsverbetering Landschap Meierijstad'. De kaders uit deze rapportage zullen de afzonderlijke regelingen voor kwaliteitsverbetering van de voormalige gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel gaan vervangen. De gemeente Meierijstad vindt het belangrijk dat een initiatief bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Daarmee wordt voortgeborduurd op het beleid van de provincie Noord-Brabant, die een belangrijke rol speelt bij de (her)ontwikkeling van het Brabantse buitengebied.
Een belangrijk regelinstrument hiervoor is de Provinciale Interim Omgevingsverordening. Tegelijkertijd heeft de gemeente Meierijstad recent het afwegingskader “Kansen voor Kwaliteit” opgesteld om invulling te kunnen geven aan specifiek de binnen de gemeente vrijvallende Agrarische bebouwing (VAB). Nadere uitwerking van deze rapportage dient nog plaats te vinden. Op dit moment ligt er een vergaande conceptversie. 3.3.3 Landschapsanalyse Meierijstad Het buitengebied van Meierijstad is groot en divers. Binnen het buitengebied zijn er verschillende landschappen die allemaal eigen, unieke kenmerken, kwaliteiten en gevoeligheden hebben. Deze landschappen staan onder druk. Een aantal ontwikkelingen (o.a. de energie- en landbouwtransitie) zullen leiden tot nieuwe ruimteclaims. Het doel van de analyse is het vastleggen van de huidige feiten (kenmerken, kwaliteiten en gevoeligheden). Om daarna deze feiten (analyse) te kunnen gebruiken in de afweging welke ontwikkelingen waar en onder welke voorwaarden mogelijk zijn. De analyse wordt gebruikt als fundament voor de opstelling van de verschillende kwaliteitskaders (vrijkomende agrarische bebouwing, opwekking duurzame energie, enz.). Het landschap is daarbij leidend in plaats van "lijdend". 3.3.4 Woonvisie Visie Meierijstad Meierijstad wil een ambitieuze en bestuurskrachtige gemeente zijn.
Elke inwoner telt mee en kan meedoen binnen sterke sociale netwerken en een rijk vrijwilligers- en verenigingsleven. Wonen en werken trekt jeugd aan. Er is een goede ruimtelijke balans tussen werken, wonen en leven. De inwoners van de gemeente Meierijstad zijn gemoedelijk, gastvrij, saamhorig, betrokken en actief. Het is vooral daardoor plezierig wonen, werken en verblijven in onze gemeente. Samen zorgen de inwoners van elke kern voor een eigen identiteit, die herkenbaar en voelbaar is. Bourgondisch, coöperatief, no-nonsens. Iedereen, van jong tot oud, neemt actief deel aan de gemeenschap. In de gemeente Meierijstad zijn stad en buitengebied met elkaar verweven. Het gebied kenmerkt zich door drie hoofdkernen met daar omheen tien kerkdorpen, elk met hun eigen karakter en identiteit. Er is duidelijk onderscheid tussen de bebouwde en groene omgeving. Maatwerk is de norm, met flexibiliteit en ruimte voor nieuwe ideeën. Er is een duurzame leefomgeving en een
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 61 van 118
Datum:
divers woningaanbod: koop, huur, meer-generatie-wonen (levensloopbestendig) en zorgconcepten. Duurzaam ruimtegebruik is het uitgangspunt. De gemeente Meierijstad stimuleert afwisselend ontwikkelingen, stelt kaders, biedt experimenteerruimte en bewaakt de overall kwaliteit. Wonen De gemeente Meierijstad is qua aantal inwoners een middelgrote stad met aantrekkelijke dorpen en kernen om te wonen in het groen, met relatief bijzonder veel arbeidsplaatsen per inwoner en met meer stedelijke kenmerken in de kern Veghel. Enerzijds het dorpse karakter waar mensen dicht bij elkaar zijn, elkaar kennen, met een sterke regionale binding en voor elkaar zorgen. Anderzijds stedelijke voorzieningen en toonaangevende (internationale) bedrijven die als een sterke economische motor dienen. De Gemeente wil de bestaande woningen en leegkomend vastgoed goed benutten en inzetten om vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Indien niet anders mogelijk ook in tijdelijke, flexibele woonvormen, met minder regels, maar wel met waarborgen van een basiskwaliteit. En met aandacht voor duurzaamheid, betaalbaarheid en kwetsbare burgers. Thema's Uitdagingen liggen er ook in de maatschappelijke opgave. Waar de vergrijzing, de gezinsverdunning en de inclusieve samenleving, waar iedereen meedoet en tot zijn recht komt, om aandacht vragen.
Waar we duurzaam en zorgvuldig gebruik maken van onze ruimte en bestaand vastgoed. Een woonbeleid wat toekomstbestendig is en haar basis vindt in de woningbehoefte van de woningzoekenden. Om te voorzien in de diversiteit van woningbehoeften en wensen van de inwoners en van hen die zich in Meierijstad al dan niet tijdelijk willen vestigen, geeft de Gemeente ruimte aan woningbouwplannen. Voor de woningbehoefte wordt niet alleen naar de korte maar ook naar de lange termijn gekeken. Waar het goede van het landelijk wonen wordt behouden en de meer stedelijke kern aantrekkelijker wordt gemaakt en versterkt.
In de visie ligt de focus op vier thema’s: de dynamiek van de woningmarkt: een continue afstemming van de vraag naar passende woningen en het aanbod (bestaand en nieuw) in relatie tot de behoefte op de langere termijn onder wisselende omstandigheden; wonen, welzijn en zorg: de samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving; duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed; leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. Realisatiekracht De woonvisie is tot stand gekomen in samenwerking met huurdersgroepen, woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen, ontwikkelaars, ondernemers en bewoners in Meierijstad. Tijdens meerdere bijeenkomsten hebben belanghebbenden op het gebied van wonen bijgedragen aan de ontwikkeling van de woonvisie. Met de woonvisie wordt een dynamisch fundament gelegd voor de uitwerking van de visie voor Meierijstad in specifiek woonbeleid.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 62 van 118
Datum:
3.3.5 Beleidsnotitie 'Huisvesting arbeidsmigranten: maak er werk van!' De Gemeenteraad van Meierijstad heeft op 6 juni 2019 de beleidsnotitie 'Huisvesting arbeidsmigranten: maak er werk van!' vastgesteld. Die biedt een beleidskader voor structurele huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten in de gemeente Meierijstad. Hierbij wordt enerzijds voldoende ruimte aan de markt geboden om de opgave van Meierijstad zoveel mogelijk te realiseren en anderzijds kwalitatief goede en verantwoorde huisvesting voor zowel de arbeidsmigranten als de omgeving mogelijk gemaakt. Meierijstad heeft de wil actief de huisvesting van arbeidsmigranten te faciliteren. Door de huisvesting te faciliteren voorkomt de gemeente een deel van de strijdige huisvestingssituaties en draagt bij aan veiligere huisvestingssituaties. Daarnaast stimuleert zij de economische groei als zij meerdere huisvestingsmogelijkheden faciliteert. Het beleid richt zich op de huisvesting van 'shortstay arbeidsmigranten': arbeiders uit het buitenland die maximaal 78 weken in Nederland verblijven om te werken en daaruit inkomen te genereren. Deze werknemers hebben bij aanvang doorgaans geen intentie om zich in Nederland (specifiek Meierijstad) te vestigen. Expats worden niet gerekend tot deze groep werknemers.
In de beleidsnotitie zijn de planologische kaders aangegeven voor huisvesting in reguliere woningen, gebouwen met een tijdelijk karakter, bij hergebruik van bestaand vastgoed en voor nieuwbouw. De beleidsnotitie richt zich deels ook op ontwikkelingen in het Buitengebied. 3.3.6 Richtlijn Plattelandswoningen In de gemeente Meierijstad komen regelmatig verzoeken binnen om een bedrijfswoning van een veehouderij om te zetten naar een zogenoemde 'plattelandswoning' via een planologische verankering in de vorm van een herziening van het bestemmingsplan of een verlening van een omgevingsvergunning. De plattelandswoning houdt in dat een voormalige agrarische bedrijfswoning door derden wordt bewoond die geen functionele relatie hebben met het agrarisch bedrijf op die locatie. Derhalve was het wenselijk beleid vast te stellen over hoe met deze verzoeken om te gaan. Met name is het van belang te bepalen wat gezien wordt als een acceptabel woon- en leefklimaat bij een plattelandswoning. Deze richtlijn is alleen van toepassing op agrarische bedrijfswoningen die nog bestemd zijn binnen het agrarische bouwperceel en waarop nog een functionerend agrarisch bedrijf aanwezig is.
Er moet voor het toestaan van een plattelandswoning vastgelegd worden welke milieubelastende waarden aanvaardbaar worden geacht met betrekking tot geur, geluid, fijnstof en endotoxine, en onder welke omstandigheden de aanwezigheid van een geitenhouderij in de directe omgeving een belemmering vormt. Hierbij zijn de volgende voorwaarden geformuleerd in de richtlijn: Geen nieuwe bedrijfswoning(en); Alleen bij een levensvatbaar agrarisch bedrijf ; Er dient sprake te zijn een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; Voor bouwmogelijkheden wordt aangesloten bij het bestemmingsplan 'Harmonisatie van diverse regelingen ('laaghangend fruit')'; Daar waar mogelijk dient te worden voorzien in een kwaliteitsverbetering voor de omgeving. Borging daarvan via een landschappelijk inpassingsplan is verplicht. Er dient een omgevingsdialoog te worden gevoerd.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 63 van 118
Datum:
3.3.7 Erfgoedvisie 2020-2030 'Verbindend Erfgoed' De voormalige gemeenten gingen ieder op hun eigen wijze met het erfgoed om. Waar de gemeente Sint-Oedenrode met een Erfgoedplan een ambitieniveau nastreefde voor het behoud en de ontwikkeling van erfgoed, werd in de gemeente Schijndel het erfgoed via een cultuurhistorische waardenkaart vooral via het bestemmingsplan geborgd. De gemeente Veghel zette in op de bescherming van historische panden en groenelementen door ze de status van gemeentelijke monument te geven. De cultuurhistorische waarden van de bosgebieden (rapport Maes) werden vastgelegd in het bosbeheerplan. Samen heeft dit geleid tot een omvangrijk erfgoedbestand met maar liefst 125 rijksmonumenten, drie archeologische Rijksmonumenten, bijna 300 gemeentelijke monumenten, vier beschermde dorpsgezichten en ruim 850 beeldbepalende en cultuurhistorisch waardevolle objecten. Behalve het inventariseren en beschermen van waardevolle objecten besteedden de gemeenten ook aandacht aan de bescherming van het bodemarchief en het landschappelijk erfgoed, bijvoorbeeld via een archeologische waarden- en verwachtingenkaart en/of een cultuurhistorische waardenkaart. Het Erfgoedplan van Sint-Oedenrode voorzag daarnaast in het zichtbaar en beleefbaar maken van het erfgoed, bijvoorbeeld via erfgoededucatie, toerisme en recreatie en uiteenlopende projecten.
In de omgevingsvisie van Meierijstad krijgt het erfgoed een plek als onderdeel van het DNA van Meierijstad. De erfgoedvisie vormt een bouwsteen voor de Omgevingsvisie en zal worden meegenomen in het proces. Deze ontwikkelingen vragen om een nieuwe en brede aanpak voor de omgang met erfgoed. Kort samengevat is een integrale en brede erfgoedvisie nodig en nuttig om: Het erfgoedbeleid te harmoniseren; Ambities te bepalen voor het nieuwe erfgoedbeleid; Kaders te kunnen geven voor het behoud en ontwikkeling van het erfgoed van Meierijstad; Richting en invulling te geven aan het maatschappelijk, economisch en ruimtelijk aantrekkelijker maken van de gemeente Meierijstad voor inwoners, ondernemers en bezoekers; Te kunnen inspelen op de wettelijke en maatschappelijke ontwikkelingen en te kunnen voorsorteren op de Omgevingswet; De erfgoedidentiteit van Meierijstad te kunnen definiëren met daarbij aandacht voor 'Eenheid in verscheidenheid'. 3.3.8 Detailhandelsvisie en - beleid Gemeente Meierijstad Op 20 december 2018 heeft de gemeenteraad de centrumvisie voor Meierijstad vastgesteld. Deze centrumvisie vormde de basis voor een detailhandelsvisie en gemeentebreed detailhandelsbeleid (vastgesteld 19 september 2019). In dit visiedocument wordt beschreven hoe in Meierijstad, vanuit een economisch perspectief, gedacht wordt over detailhandel en hoe hiermee de komende jaren om wordt gegaan.
Daar horen beleidsregels bij en vervolgacties die gevolgd dienen te worden om de ambities op dit gebied te realiseren. De volgende beleidskeuzes zijn bepalend voor de ruimtelijke structuur en de mogelijkheden die geboden worden via het bestemmingsplan: a. We kiezen voor dagelijkse boodschappen op redelijke afstand; b. We versterken detailhandel op haalbare locaties maar maken daarmee ook de keuze om dit op andere locaties niet te doen; c. Winkels zijn geclusterd in aangewezen gebieden; d. Buiten de winkelconcentratiegebieden bieden we mogelijkheden voor omzetten van
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 64 van 118
Datum:
winkelruimte naar andere bestemmingen, als dit meer toekomstperspectief heeft. Internetverkoop Detailhandel betreft het bedrijfsmatig te koop aanbieden (en tonen), verkopen en/of leveren van goederen aan particuliere consumenten. In toenemende mate vindt deze activiteit plaats via internet. Er ontstaan nieuwe vormen van detailhandel: naast de traditionele winkel zijn er allerlei vormen van internetverkoop en afhaalpunten. Voor het ruimtelijke detailhandelsbeleid en de planologische vertaling in bestemmingsplannen zijn vooral de ruimtelijke effecten (beoogde detailhandelsstructuur, verkeer) en verschijningsvorm (ruimtegebruik, uitstraling) relevant. De betaling ter plaatse (voorheen een belangrijke onderscheidend criterium tussen een ‘toonzaal’ en een ‘winkel’) is met de toenemende mogelijkheden voor betaling op een andere (virtuele) locatie, steeds minder van toepassing in het ruimtelijk beleid. In dit licht wordt in het detailhandelsbeleid onderscheid gemaakt tussen drie hoofdvormen van internetverkoop: internetverkoop zonder consument ter plaatse: alle handelingen (bestelling, betaling, levering) vinden plaats zonder aanwezigheid van consumenten. Er is geen fysieke, voor de consument toegankelijke locatie, er worden ter plaatse geen goederen getoond en er is ook geen afhaalpunt ter plaatse voor consumenten.
De detailhandelsactiviteit heeft geen aan deze activiteit gerelateerde ruimtelijke verschijningsvorm. Deze vorm van internetverkoop is passend binnen een bestaande bestemming (wonen, opslag/logistiek, kantoor, agrarisch). Dit laat onverlet dat afgewogen moet worden of eventuele activiteiten als opslag of laden/lossen ruimtelijk en verkeerskundig gewenst zijn op betreffende locatie; internetverkoop met afhaallocatie waar goederen worden getoond aan de consument: activiteiten van detailhandel via internet vinden plaats in combinatie met het ter plaatse tonen van goederen ten verkoop aan consumenten (winkel). Het kan gaan om afhaallocaties van ‘webshops’ in winkels of om afhaalpunten van andere bedrijven in winkels. Ook vormen van internetverkoop waar het afhalen in combinatie met het tonen van goederen plaatsvindt bij andere functies (zoals magazijn) vallen hieronder. Deze vorm van internetverkoop wordt in planologisch opzicht beschouwd als winkel en is alleen toegestaan in panden met een detailhandelsbestemming; internetverkoop met afhaallocatie voor de consument, zonder tonen van goederen: activiteiten van detailhandel via internet vinden niet plaats in combinatie met het ter plaatse tonen van goederen aan de consument, er is dus geen sprake van een winkel. Het is wel een vorm van detailhandel, want er worden ter plaatse goederen geleverd aan consumenten.
Het kan gaan om een afhaalpunt in combinatie met andere functies, niet-zijnde winkels (zoals afhaalpunt in magazijn), om afhaalpunten op trafficlocaties (bij tankstation, treinstation) of om solitaire afhaalpunten (soms op solitaire locaties). Deze vorm van internetverkoop wordt in planologisch opzicht beschouwd als een afhaalpunt (vorm van detailhandel) en is alleen toegestaan binnen de bestemming detailhandel. In het bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen ('laaghangend fruit') wordt de mogelijkheid geboden om een 'internetwinkel zonder consument ter plaatse' uit te oefenen als aan-huis-verbonden bedrijf. Detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit Van oudsher vindt detailhandel (de bedrijfsmatige verkoop van producten aan consumenten) plaats als ondergeschikte nevenactiviteit bij andere bedrijfsactiviteiten. De vraag die zich daarbij vaak voordoet is in hoeverre de detailhandelsactiviteit ondergeschikt is en/of deze noodzakelijk en/of gebruikelijk is voor de hoofdactiviteit. Evenals bij internetverkoop zijn voor het detailhandelsbeleid en de planologische vertaling in bestemmingsplannen vooral de ruimtelijke effecten (beoogde
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 65 van 118
Datum:
detailhandelsstructuur, verkeer) en verschijningsvorm (ruimtegebruik, uitstraling) relevant. Hiervan is vooral sprake indien verkoop plaatsvindt vanuit of in combinatie met een fysieke uitstalruimte die gericht is op en/of toegankelijk is voor consumenten (een winkelruimte). Bij een agrarisch, industrieel of groothandelsbedrijf of een trafficlocatie is, onder voorwaarden, in beperkte mate detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit toegestaan. De grens waarbinnen detailhandel een ondergeschikte nevenactiviteit blijft, kan worden bepaald met de volgende aspecten: Aanbod: De detailhandel staat in directe relatie met de aanwezige bedrijfsvoering. Het betreft de verkoop van door het bedrijf zelf geproduceerde of bewerkte producten of (in het geval van groothandels) artikelen die reeds in het gevoerde assortiment aanwezig zijn. In het geval van trafficlocaties (bijvoorbeeld een tankstation) dient het assortiment gericht te zijn op de behoeftes van de reiziger (bijvoorbeeld motorolie, flesje drinken en broodje voor onderweg); Oppervlak: Het oppervlak aan detailhandelsruimte is een klein deel van de totale bedrijfsoppervlakte (uitgedrukt in procenten), met een absoluut maximum (aangeduid in m² wvo). Wij stellen voor de totale bedrijfsoppervlakte die voor detailhandel wordt gebruikt te maximeren op 10%, met een maximale omvang van 50 m² wvo.
Indien de detailhandelsfunctie van een bedrijf aan het oppervlakte- en aanbodcriterium voldoet, betreft de detailhandelsfunctie een onderschikte activiteit van een andere hoofdactiviteit. Dit kan binnen de bestaande bestemming van de hoofdactiviteit worden ontplooid. In het bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen ('laaghangend fruit') is voor agrarische bedrijven in het buitengebied een regeling opgenomen, waarmee het uitoefenen van (productiegebonden) detailhandel mogelijk is als ondergeschikte nevenactiviteit. 3.3.9 Horecavisie en horecabeleid gemeente Meierijstad In december 2018 heeft de gemeenteraad de centrumvisie voor Meierijstad vastgesteld. Deze centrumvisie vormt de basis voor een horecavisie en breed en toekomstgericht integraal horecabeleid. De horecavisie geeft aan hoe we aankijken tegen onze horecavoorzieningen, waar en hoe de verschillende soorten horeca kunnen inspelen op behoeften en motieven van diverse bezoekersgroepen en hoe horeca kan bijdragen aan een aantrekkelijk woon- en leefklimaat, vitale centra en een aantrekkelijk buitengebied. De beleidskaders hebben we nodig bij de beoordeling van ontwikkelingen (vanuit een economisch perspectief) en ze scheppen duidelijkheid voor zowel ondernemers als inwoners.
Horeca-categorieën in de bestemmingsplannen Het is wenselijk om in bestemmingsplannen onderscheid te kunnen maken tussen lichte en zware vormen van horeca. Een ontwikkeling die door het lichte karakter gewenst is, kan anders door bestemmingsplannen worden tegengehouden. Door bij herziening van bestemmingsplannen categorieën aan te geven kunnen we ruimte bieden waar dat kan en sturen waar dit wenselijk is.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 66 van 118
Datum:
In principe is er binnen het gehele publieksgerichte centrumgebied in Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel ruimte voor (versterking van) horeca-activiteiten. Vermenging van horeca met bijvoorbeeld detailhandel of dienstverlening is hier mogelijk, mits passend binnen de Drank- en Horecawet. In de centrumvisie zijn tevens kansrijke verblijfs- en horecalocaties aangegeven waar bundeling of uitbreiding van horeca-activiteiten met name gewenst is ten behoeve van een aantrekkelijk en compleet dorpscentrum. Deze concentratiegebieden helpen daarnaast de overlast van het (uitgaans)publiek tot een kleiner gebied te beperken. In de overige centrumstraten is alleen een lichtere vorm van (dag)horeca gewenst. Bed & Breakfast Een bed & breakfast is een kleinschalige overnachtingsaccommodatie voor toeristisch en veelal kortdurend verblijf, met ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis en wordt geëxploiteerd door de bewoners. De hoofdfunctie (bestemming) is ‘wonen’ en de horecafunctie
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 67 van 118
Datum:
‘logies met ontbijt’ is een ondergeschikte nevenfunctie. Hiervan is in principe sprake bij maximaal vier bedden en twee slaapkamers. Gelet op de marktontwikkelingen (met o.a. Airbnb en arbeidsmigratie) is het gewenst het ondergeschikte karakter van het betaald overnachten in een woning strikt na te leven. In aanvulling op het horecabeleid voorziet de regeling in bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen ('laaghangend fruit') ook in de mogelijkheid om een Bed & Breakfast uit te oefenen in een bijbehorend bouwwerk die bij de woning hoort. Ondersteunende horeca in het buitengebied In principe worden er geen horeca-ontwikkelingen toegestaan buiten de kansrijke locaties uit de horecavisie (‘stippen op de kaart’), omdat een te grote verspreiding en/of vergroting van het horeca-aanbod buiten deze gebieden niet bijdraagt aan het behalen van de gemeentelijke ambities. Horeca kan echter een belangrijke toegevoegde waarde hebben als ondersteunende functie bij (recreatieve) nevenactiviteiten van agrarische of recreatieve bedrijven (met name in het landelijke buitengebied van de gemeente). In lijn met het advies van KHN voor horeca in het buitengebied in Noord-Brabant zijn in Meierijstad in de Horecavisie regels opgenomen voor ondersteunende horeca op niet-horecabestemmingen (recreatie, agrarisch, wonen).
Het gaat daarbij om een begrenzing in ruimte van maximaal 100 m² separaat afgebakende binnenruimte en maximaal 100 m² terras. Beëindiging van horeca-activiteiten en/of nevenfunctie om uiterlijk 19.00 uur. Per vestiging is maximaal 4 keer per jaar ontheffing van deze sluitingstijd mogelijk na schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders. 3.3.10 Afwegingskader "De toekomst van zon en wind" De gemeente Meierijstad heeft als doelstelling om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Dat betekent dat er per saldo geen CO2 wordt uitgestoten. Dit wordt bewerkstelligt door een combinatie van energiebesparing, duurzame opwekking en compensatie van onze CO2-uitstoot. Energiebesparing is de eerste stap. Energie die je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken. Daarnaast is ook de opwekking van duurzame energie nodig. Initiatieven voor het plaatsen van duurzame energiebronnen zijn in opkomst. Zo worden in Meierijstad steeds meer daken van gebouwen (woningen en bedrijfsgebouwen) voorzien van zonnepanelen. Grondopstellingen voor zonnepanelen De opwekking van energie uit zon kent vele verschijningsvormen. Zonnepanelen zijn zowel op daken/gevels als op gronden toe te passen. Het afwegingskader richt zich specifiek op grondopstellingen, en gaat dus niet nader in op ‘zon op dak/gevel’.