CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad - Toelichting

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad'31.055 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01

Pagina: 89 van 118

Datum:

7.

Heikampenweg 12

8.

Hoeves 3

9.

Hoogstraat 27

10. Hulst 1

11. Kremselen 7

12. Leinserondweg 24-24a

13. Liempdseweg 24

Bij opslag voor partyverhuur en catering gaat het om (zeer) lichte bedrijfsactiviteiten, die geen gevolgen hebben voor de gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen. In verband met de beoogde niet-agrarische bedrijfsactiviteiten is geen sprake van milieuhygiënische belemmeringen. Verder blijkt dat de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) ruim beneden de norm liggen. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de luchtkwaliteit in het plangebied nu en in de nabije toekomst aanvaardbaar is. Het betreft hier lichte bedrijfsactiviteiten, die geen gevolgen hebben voor de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen. In verband met de beoogde niet-agrarische bedrijfsactiviteiten is geen sprake van milieuhygiënische belemmeringen. Verder blijkt dat de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) ruim beneden de norm liggen. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de luchtkwaliteit in het plangebied nu en in de nabije toekomst aanvaardbaar is. De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van de planlocatie ligt tussen de 18-20 µg/m3, de norm bedraagt 40 µg/m3 en op basis van de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant 31,2 µg/m3. De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van de planlocatie ligt tussen de 15 en 20 µg/m3, de norm bedraagt 40 µg/m3.

De conclusie is dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit. De uitbreiding van het bouwvlak leidt niet tot een toename van het aantal verkeersbewegingen. Het initiatief heeft een bijdrage van niet in betekende mate op de luchtkwaliteit. Nadere toetsing van het effect van onderhavig plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. De beoogde ontwikkeling heeft geen significant negatieve effecten op de luchtkwaliteit in de omgeving. Er kan worden geconcludeerd dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het initiatief. Onderhavig plan wijzigt de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ in ‘Wonen’ in combinatie met het behouden van bijgebouwen. Met deze ontwikkeling is er geen sprake van een toename van verkeersbewegingen. Het plan draagt daardoor niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied wordt acceptabel geacht. Het aspect luchtkwaliteit zorgt niet voor belemmeringen voor dit plan. De beoogde ontwikkeling heeft geen significant negatieve effecten op de luchtkwaliteit in de omgeving. Er kan worden geconcludeerd dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het initiatief.

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01

Pagina: 90 van 118

Datum:

14. Nieuwe Veldenweg 17

15. Ollandseweg 143 16. Pater Visserslaan 16

17. Plaggensteeg 1a, Hoogstraat 57, Nieuwstraat 32

18. Rijtvenweg 3a

19. Rooiseweg 17

20. Schrijvershoef 11-11a

21. Sweenslag 20

22. Villenbraken 18

De ontwikkeling is niet in betekenende mate van invloed op de kwaliteit van de lucht. De Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland tonen daarnaast aan dat de achtergrondwaarden nu en in de toekomst ruim beneden de norm blijven. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de luchtkwaliteit in het plangebied aanvaardbaar is. Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect luchtkwaliteit. De Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland tonen aan dat de achtergrondwaarden nu en in de toekomst ruim beneden de norm blijven. Daarnaast heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de luchtkwaliteit. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de luchtkwaliteit in het plangebied aanvaardbaar is. De ontwikkeling is niet in betekenende mate van invloed op de kwaliteit van de lucht. De Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland tonen daarnaast aan dat de achtergrondwaarden nu en in de toekomst ruim beneden de norm blijven. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de luchtkwaliteit in het plangebied aanvaardbaar is. De ontwikkeling is niet in betekenende mate van invloed op de kwaliteit van de lucht. Voor het aspect luchtkwaliteit kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de ontwikkeling.

De bedrijven in de omgeving hebben nog voldoende uitbreidingsmogelijkheden wat luchtkwaliteit betreft. De bestemmingswijziging naar Wonen leidt niet tot een toename van het aantal verkeersbewegingen. Het initiatief heeft een bijdrage van niet in betekende mate op de luchtkwaliteit. Nadere toetsing van het effect van onderhavig plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. Het betreft hier lichte bedrijfsactiviteiten, die geen gevolgen hebben voor de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen. In verband met de beoogde niet-agrarische bedrijfsactiviteiten is geen sprake van milieuhygiënische belemmeringen. Verder blijkt dat de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) ruim beneden de norm liggen. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de luchtkwaliteit in het plangebied nu en in de nabije toekomst aanvaardbaar is. Het juridisch regelen van de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen leidt niet tot uitbreiding van activiteiten die invloed hebben op de luchtkwaliteit. Door onderhavige ontwikkeling zal de verkeersgeneratie binnen het gebied afnemen. De bestaande planologische mogelijkheid om een agrarisch bedrijf te vestigen wordt omgezet naar een woonbestemming met een VAB-aanduiding. Per saldo is dus sprake van een verbetering van de juridisch-planologische situatie.

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01

Pagina: 91 van 118

Datum:

23. Veluwe 15 24. Bossteeg 4

25. Schijndelseweg 75

Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect luchtkwaliteit. Een luchtkwaliteitsonderzoek is in dit geval niet noodzakelijk aangezien sprake is van een project dat ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het gewenste plan. Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect luchtkwaliteit.

Tabel 8: Aspect luchtkwaliteit 4.6 Externe Veiligheid Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's die mensen lopen door het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen), het vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor, weg en water (transportroutes) en het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen in hun omgeving. De meest effectieve manier om die risico's te beperken is het ruimtelijk scheiden van risicobron (inrichtingen, transportroutes, buisleidingen en luchthavens) en risico-ontvanger (kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object). Hiertoe zijn voor inrichtingen, in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi), normeringen opgenomen. Voor transportroutes zijn deze normeringen vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In alle gevallen worden bij de normeringen twee kernbegrippen onderscheiden: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico (PR) Bij het PR gaat het om de kans per jaar, die één persoon loopt om op een bepaalde plek dodelijk getroffen te worden door een ongeluk met gevaarlijke stoffen bij een bedrijf of transportas.

Voor het PR geldt een 'harde' grenswaarde van 10-6/jaar (PR10-6) die op een kaart kan worden aangeduid met een contour. Binnen deze contour mogen geen kwetsbare objecten worden gebouwd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt het PR niet als grenswaarde, maar als richtwaarde. Dit betekent dat op grond van zwaarwegende motieven van de norm kan worden afgeweken. Groepsrisico (GR) Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet op kaart worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve. Het gemeentebestuur heeft beleidsruimte bij het toepassen van de hoogte van het GR bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor het GR geldt echter wel een verantwoordingsplicht.

Het bevoegd gezag (vrijwel altijd gemeentebestuur) dient binnen het invloedsgebied een afweging te maken tussen het belang van de ruimtelijke ontwikkeling ten opzichte van het risico dat een groep mensen komt te overlijden als gevolg van een ramp of incident met gevaarlijke stoffen. Ook eventueel te nemen maatregelen en restrisico's dienen in de verantwoording opgenomen te worden.

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01

Pagina: 92 van 118

Datum:

Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten De wetgeving verdeelt gevoelige objecten in beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten. Deze verdeling is gemaakt om bepaalde groepen mensen in het bijzonder te beschermen. Dit onderscheid resulteert enerzijds in een aantal criteria en anderzijds in met naam genoemde objecten. Onderstaand volgt een korte omschrijving van beide objecten. Kwetsbare objecten Kwetsbare objecten zijn woningen en gebouwen, waarin (of waarbij) groepen personen verblijven gedurende een aaneengesloten tijd. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen verminderd zelfredzaam zijn (bv. ziekenhuizen, bejaardenhuizen, kinderdagverblijven, etc.). Beperkt kwetsbare objecten Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende een langere aaneengesloten tijd verblijven. In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Wanneer verantwoorden Wanneer verantwoorden? Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb) Spoor-, Rijks- en waterwegen (Bevt)

Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Altijd wanneer binnen invloedgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.

In artikel 7 van het Bevt is opgenomen dat bij het toevoegen van nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten een verantwoording van het groepsrisico dient plaats te vinden. Indien de verantwoordingsplicht niet juist is uitgewerkt terwijl dit wel verplicht is, kan dit tot vernietiging van het ruimtelijk besluit door de Raad van State leiden. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat de benodigde veiligheidverhogende maatregelen genomen zijn. Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1. Wro) ook getoetst worden aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations' enzovoort. Voor de gemeente Meierijstad is nog geen nieuwe beleidsvisie 'Externe Veiligheid' vastgesteld. Getoetst is aan de wettelijke kaders. Onderstaande tabel geeft een korte samenvatting van het aspect 'externe veiligheid' per planlocatie. 1. Bolst 1 en het Broek 5 Er bevinden zich in de nabije omgeving van het plangebied geen inrichtingen of transport welke van invloed zijn op de externe veiligheid. De dichtstbijzijnde risicobron (ten oosten van het plangebied) betreft een hoge druk aardgasleiding.

Het invloedsgebied van deze buisleiding reikt niet tot het plangebied en hoeft derhalve niet verder beschouwd te worden.

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01

Pagina: 93 van 118

Datum:

2.

Bolstweg 12/12a

3.

Bus 10

4.

Bus 16

5.

De Horstjens 12

6.

Gemondseweg 41

7.

Heikampenweg 12

8.

Hoeves 3

9.

Hoogstraat 27

10. Hulst 1

Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspecte externe veiligheid Met behulp van de risicokaart is nagegaan of er risicobronnen aanwezig zijn die van invloed zijn op het plangebied. Het plangebied ligt op ruime afstand van een drietal buisleidingen. De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. De planlocatie ligt buiten het invloedsgebied van de genoemde buisleidingen. Een verantwoording van het groepsrisico is niet aan de orde. Er zijn hiermee geen belemmeringen vanuit het aspect externe veiligheid voor onderhavig initiatief. Uit de risicokaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen in risicocontouren (PR 10-6 contour en invloedsgebied) van inrichtingen, buisleidingen en transportroutes. De dichtstbijzijnde buisleiding en risicovolle inrichting is gelegen op respectievelijk 1150 en 1480 meter afstand van de planlocatie gelegen. In de directe omgeving bevinden zich verder geen risicovolle inrichtingen. In het kader van de externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor het voorgenomen initiatief. Uit een inventarisatie op basis van de risicokaart zijn de risicobronnen in de omgeving geïnventariseerd die van invloed kunnen zijn op het plangebied. Op 585 meter ten westen van het plangebied is een houthandel gelegen.

Vanwege de afstand tot het plangebied zal dit geen negatieve invloed hebben op de veiligheid ter plaatse van de woonboerderij. Op circa 520 meter ten oosten van het plangebied ligt een bedrijf waar groene en fruit wordt verwerkt, hiervoor geldt geen PR-contour. Uit een inventarisatie op basis van de risicokaart zijn de risicobronnen in de omgeving geïnventariseerd die van invloed kunnen zijn op het plangebied. Hieruit zijn geen belemmeringen gebleken. Uit een inventarisatie op basis van de risicokaart zijn de risicobronnen in de omgeving geïnventariseerd die van invloed kunnen zijn op het plangebied. Hieruit blijken geen belemmeringen. Uit een inventarisatie op basis van de risicokaart zijn de risicobronnen in de omgeving geïnventariseerd die van invloed kunnen zijn op het plangebied. Tevens is een onderzoek naar het groepsrisico opgesteld. Hieruit zijn geen belemmeringen gebleken. De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. De planlocatie ligt binnen het invloedsgebied van de A50. Het groepsrisico is verantwoord en wordt aanvaardbaar geacht. Er zijn hiermee geen belemmeringen vanuit externe veiligheid voor onderhavig initiatief. De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Een verantwoording van het groepsrisico is hierdoor niet aan de orde.

Er zijn hiermee geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Aangaande de initiatieflocatie zijn er volgens de risicokaart geen risico's aanwezig. Onderhavig initiatief ondervindt geen belemmeringen op het gebied van externe veiligheid.

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01

Pagina: 94 van 118

Datum:

11. Kremselen 7

12. Leinserondweg 24-24a

13. Liempdseweg 24

14. Nieuwe Veldenweg 17

15. Ollandseweg 143 16. Pater Visserslaan 16

17. Plaggensteeg 1a, Hoogstraat 57, Nieuwstraat 32

Aangaande de initiatieflocatie zijn er volgens de risicokaart geen risico's aanwezig. Onderhavig initiatief ondervindt geen belemmeringen op het gebied van externe veiligheid. Daarnaast vormt de wijziging naar de functie 'Bedrijf' geen belemmeringen op basis van veiligheid voor de omgeving. De beoogde ontwikkeling vormt dus geen belemmering voor wat betreft de externe veiligheid. Uit een inventarisatie op basis van de risicokaart zijn de risicobronnen in de omgeving geïnventariseerd die van invloed kunnen zijn op het plangebied. Er bestaat vanuit extern veiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling. Nabij de locatie bevinden zich geen risicovolle inrichtingen. Tevens worden bij de voorgenomen ontwikkeling geen installaties en/of inrichtingen opgericht die vallen onder het Bevi en/of waarvoor veiligheidsafstanden van toepassing zijn vanuit het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Er is daarmee geen sprake van een inrichting of installatie die mogelijk zal leiden tot risico's aan de omgeving. Nabij de locatie is verder geen transportweg of buisleiding gelegen. Uit de risicokaart blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen, risicovol transport en buisleidingen in de omgeving van het plangebied zijn gelegen welke voor hinder zouden kunnen zorgen voor de ontwikkeling. In het kader van de externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor het voorgenomen initiatief.

Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspecte externe veiligheid. Uit de risicokaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen in risicocontouren (PR 10-6 contour) van inrichtingen, buisleidingen en transportroutes. In het kader van de externe veiligheid zijn er geen belemmeringen voor het voorgenomen initiatief. De planlocaties zijn niet gelegen in een invloedsgebied van een risicobron en/of transportroute. De dichtst gelegen risicobron is de buisleiding gelegen op 50 meter van het plangebied Plaggensteeg 1A. Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat met de voorgenomen ontwikkeling geen belemmeringen of aanvullende risico's op het gebied van externe veiligheid optreden.

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01

Pagina: 95 van 118

Datum:

18. Rijtvenweg 3a

Uit de risicokaart blijkt, dat in de omgeving van het plangebied geen wegen, vaarwegen, spoorlijnen of inrichtingen aanwezig zijn, waarvan een risicocontour over het plangebied is gelegen. Wel is een buisleiding met bijbehorend risicocontour gedeeltelijk over het plangebied gelegen. In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat binnen de bestemming ‘Leiding’ uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. Enkel gebouwen ten dienste van de leiding(en) zijn toegestaan. Tevens is opgenomen dat binnen de ‘veiligheidszone – leiding’ de bouw van kwetsbare objecten niet zijn toegestaan. In de beoogde situatie worden geen gebouwen of bouwwerken gerealiseerd binnen de bestemming ‘Leiding’ dan wel binnen de ‘veiligheidszone – leiding’. Enkel het gebruik van de bestaande gebouwen wordt gewijzigd en er wordt een gebouw gedeeltelijk gesloopt. 19. Rooiseweg 17 De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. De planlocatie ligt daarnaast niet binnen het invloedsgebied van de propaantanks en de aardgasbuisleiding, waarmee een verantwoording van het groepsrisico niet benodigd is. Er zijn hiermee geen belemmeringen vanuit het aspect externe veiligheid voor onderhavig initiatief. 20.

Schrijvershoef 11-11a Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van risicobronnen in de omgeving. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het plan. Er wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. 21. Sweenslag 20 Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspecte externe veiligheid. 22. Villenbraken 18 Middels de Risicokaart is beoordeeld of er in de nabijheid van het plangebied sprake is van risicobronnen. Het blijkt dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt oor de uitvoering van het gewenste plan. 23. Veluwe 15 Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspecte externe veiligheid. 24. Bossteeg 4 Middels de Risicokaart is beoordeeld of er in de nabijheid van het plangebied sprake is van risicobronnen. Het blijkt dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt oor de uitvoering van het gewenste plan. 25. Schijndelseweg 75 Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspecte externe veiligheid. Tabel 9: Aspect externe veiligheid 4.7 Flora en Fauna De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortbescherming.

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01

Pagina: 96 van 118

Datum:

activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Gezien de geruime afstanden van de locaties tot een Natura 2000-gebied is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten. Dit komt overeen met de publicatie van de Rijksoverheid “Handreiking woningbouw en AERIUS” (januari 2020). Hierin staat vermeldt dat voor zowel de aanleg als het gebruik van tot 50 woningen op minimaal 7 kilometer afstand van een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied de toename aan stikstofdepositie onder gemiddelde omstandigheden 0,00 mol/ha/j betreft. De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom.

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming); Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wet natuurbescherming); Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming). Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. In het kader van het bewonen van een bestaande woonboerderij zal nader bezien worden of er sprake is van beschermde soorten. Er zal in ieder geval gehandeld worden volgens de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Onderstaande tabel geeft een korte samenvatting van het aspect 'flora en fauna' per planlocatie. 1.

Bolst 1 en het Broek 5 De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is sterk gerelateerd aan de aanwezigheid van bepaalde kleine landschapselementen (bosjes, wielen/poelen, heggen/hagen e.d). Gezien het intensieve gebruik van de gronden (als landbouwgrond en weg) is het niet aannemelijk dat beschermde soorten zich permanent op de locatie hebben gevestigd. Verder ecologisch onderzoek is niet noodzakelijk. 2. Bolstweg 12/12a Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect flora en fauna. 3. Bus 10 Uit het Flora en Fauna onderzoek blijkt dat een ontheffing op grond van de Wet Natuurbescherming met betrekking tot aantasting van beschermde soorten niet benodigd is. 4. Bus 16 De verouderde varkensstallen op het perceel zouden als verblijfsplaats voor dieren kunnen fungeren. Aangezien één stal zal worden gesloopt, dient vóór de sloop te worden vastgesteld of dit een negatief effect heeft op eventueel aanwezige dier- en plantensoorten. In het kader van de sloopmelding zal dus worden onderzocht of er beschermde dier- en/of plantensoorten aanwezig zijn en of er al dan niet mitigerende maatregelen moeten worden genomen.

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01

Pagina: 97 van 118

Datum:

5.

De Horstjens 12

6.

Gemondseweg 41

7.

Heikampenweg 12

8.

Hoeves 3

9.

Hoogstraat 27

10. Hulst 1

11. Kremselen 7

Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vindt geen sloop van bebouwing plaats waarin beschermde soorten gehuisvest kunnen zijn. Hiermee zijn er geen directe of indirecte negatieve effecten op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vindt geen sloop van bebouwing plaats waarin beschermde soorten gehuisvest kunnen zijn. Daarnaast betreft de voorgenomen ontwikkeling een bestemmingswijziging waarbij geen nieuwe bebouwing wordt opgericht en tevens geen nieuwe verharding wordt aangebracht. Hiermee zijn er geen directe of indirecte negatieve effecten op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vindt geen sloop van bebouwing plaats waarin beschermde soorten gehuisvest kunnen zijn. Daarnaast betreft de voorgenomen ontwikkeling een bestemmingswijziging waarbij geen nieuwe bebouwing wordt opgericht en tevens geen nieuwe verharding wordt aangebracht. Hiermee zijn er geen directe of indirecte negatieve effecten op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vindt geen sloop van bebouwing plaats waarin beschermde soorten gehuisvest kunnen zijn. Daarnaast betreft de voorgenomen ontwikkeling een bestemmingswijziging waarbij geen nieuwe bebouwing wordt opgericht en tevens geen nieuwe verharding wordt aangebracht.

Hiermee zijn er geen directe of indirecte negatieve effecten op de staat van instandhouding van beschermde soorten. De ontwikkeling betreft de vormverandering van een bestaand bouwvlak zonder vergroting van de oppervlakte of de (reeds toegestane) bouwmogelijkheden en heeft derhalve geen significante impact op het aspect flora en fauna. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vindt geen sloop van bebouwing plaats waarin beschermde soorten gehuisvest kunnen zijn. Daarnaast zijn de gronden die worden toegevoegd aan het bouwvlak sinds jaar en dag volledig in gebruik voor de boomkwekerij. De gronden zijn bovendien volledig gedraineerd, waardoor er geen sprake is van geschikte leefomstandigheden voor beschermde soorten. Hiermee zijn er geen directe of indirecte negatieve effecten van het plan op de staat van instandhouding van beschermde soorten te verwachten. De beoogde activiteiten vinden plaats in de bestaande gebouwen op de projectlocatie. Er worden geen bestaande gebouwen gesloopt en geen nieuwe gebouwen opgericht. Derhalve kan er geconcludeerd worden dat er geen eventuele beschermde natuurwaarden verstoord worden.

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01

Pagina: 98 van 118

Datum:

12. Leinserondweg 24-24a Ten behoeve van de sloop van de overtollige bijgebouwen zal te zijner tijd eerst duidelijk moeten worden of er sprake is van mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en of een ontheffingsprocedure inclusief het treffen van passende maatregelen aan de orde is. Er zal in ieder geval gehandeld worden volgens de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’. Op de locatie zijn geen streng beschermde natuurwaarden te verwachten. Door middel van de bestemmingswijziging komt er geen flora en fauna in het geding. De waarde van het gehele plangebied zal door het plan niet worden aangetast. 13. Liempdseweg 24 Het voorgenomen initiatief voorziet in de planologische sanering van een agrarisch bedrijf alsmede de ontwikkeling en inrichting 3,5 ha nieuwe natuur in het Dommeldal, onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Aangenomen kan worden dat aspecten van flora- en fauna en meer in het bijzonder waarden vanuit de Wnb er op vooruit gaan en niet verder niet in de weg staan aan de voorgenomen planontwikkeling. Van nieuwe of extra stikstofdepositie is daarmee geen sprake. 14. Nieuwe Veldenweg 17 Het uitbreiden van het bestemmingsvlak en het realiseren van het bijgebouw brengt de voorkomende planten- en diersoorten niet in gevaar.

Bij de uitbreiding van het bestemmingsvlak 'Wonen' en de bouw van het bijgebouw vormt het aspect Natuur dus geen belemmering. 15. Ollandseweg 143 Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect flora en fauna. 16. Pater Visserslaan 16 Ten behoeve van de locatie is een Quickscan uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er vanuit het aspect flora en fauna geen belemmeringen zijn. 17. Plaggensteeg 1a, Het voorliggend initiatief heeft geen nadelige gevolgen voor flora en Hoogstraat 57, fauna, er is geen ontheffing noodzakelijk is in het kader van de Wet Nieuwstraat 32 natuurbescherming. Het aspect flora en fauna staat de uitvoerbaarheid van het plan dan ook niet in de weg. 18. Rijtvenweg 3a Op de planlocatie wordt een gedeelte van de bestaande bebouwing gesloopt. Er worden geen nieuwe gebouwen opgericht. De oude stal die gedeeltelijk gesloopt gaat worden is compleet dicht uitgevoerd waardoor geen beschermde fauna in het gebouw gehuisvest kan zitten. Met het slopen van een gedeelte van de oude bebouwing zullen dan ook geen verblijfplaatsen van beschermde soorten verstoord worden. 19. Rooiseweg 17 Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vindt geen sloop van bebouwing plaats waarin beschermde soorten gehuisvest kunnen zijn.

Daarnaast betreft de voorgenomen ontwikkeling een bestemmingswijziging waarbij geen nieuwe bebouwing wordt opgericht en tevens geen nieuwe verharding wordt aangebracht. Hiermee zijn er geen directe of indirecte negatieve effecten op de staat van instandhouding van beschermde soorten.

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01

Pagina: 99 van 118

Datum:

20. Schrijvershoef 11-11a

Op basis van een quickscan wordt vervolgonderzoek naar effecten op beschermde gebieden (Natura 2000/NNN) niet noodzakelijk geacht. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag ten aanzien van houtopstanden dan wel een vergunningsaanvraag in het kader van gebiedsbescherming. 21. Sweenslag 20 Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vindt geen sloop van bebouwing plaats waarin beschermde soorten gehuisvest kunnen zijn. Daarnaast betreft de voorgenomen ontwikkeling een bestemmingswijziging waarbij geen nieuwe bebouwing wordt opgericht en tevens geen nieuwe verharding wordt aangebracht. Hiermee zijn er geen directe of indirecte negatieve effecten op de staat van instandhouding van beschermde soorten. 22. Villenbraken 18 Ten behoeve van de locatie is een Quickscan uitgevoerd. Op basis van deze quickscan wordt vervolgonderzoek naar het voorkomen van verschillende soortgroepen of effecten op beschermde gebieden niet noodzakelijk geacht. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag voor overtreding van verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming ten aanzien van soorten dan wel een vergunningsaanvraag in het kader van gebiedsbescherming. 23. Veluwe 15 Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect flora en fauna. 24.

Bossteeg 4 Ten behoeve van de locatie is een Quickscan uitgevoerd. De Natuurbeschermingswet, het beleid voor wat betreft het Brabants Natuurnetwerk en de Flora- en faunawet vormen geen belemmering voor de uitvoering van het project. Wel dient wat betreft de Flora- en faunawet rekening gehouden te worden met de broed- en nestperiode van vogels. 25. Schijndelseweg 75 Het betreft een ambtshalve correctie die geen betrekking heeft op het aspect flora en fauna. Tabel 10: Aspect flora en fauna Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de gemeenteraad in de zogenaamde 'voortoets' te bezien of een passende beoordeling van het plan moet worden gemaakt. Dit is het geval indien het risico bestaat dat het plan, al dan niet in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen heeft voor een of andere meerdere Natura 2000-gebieden. Er is geen sprake van significante effecten op Natura 2000-gebieden als de stikstofdepositie niet meer bedraagt dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit kan worden aangetoond middels een AERIUS-berekening. Voor dit plan is een integrale AERIUS-berekening opgesteld, waarin alle (relevante) locaties zijn opgenomen. Deze integrale berekening is als bijlage bij de regels opgenomen.

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01

Pagina: 100 van 118

Datum:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=cd6d6d7e-2b61-4010-be83-05178497fc36