Ontwerpbestemmingsplan Veghelsedijk 10a Erp (toelichting en regels)
Tekst van het document
Echter dient advies van de GGD en een hierop volgende afweging vanuit de gemeente uitsluitsel te geven over de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling in het kader van de volksgezondheid. Stap 6: De aanwezigheid van mestbe- of verwerking (verder mestbewerking) Er is geen sprake van mestbe- of verwerking bij omliggende (agrarische) bedrijven (al dan niet als nevenactiviteit). Stap 7. Ongerustheid bij omwonenden Vanuit de omgeving is verder niet naar voren gekomen dat er sprake is van ongerustheid over de volksgezondheid.
Hoofdstuk 4
52
Spuitzones gewasbeschermingsmiddelen In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient er ook te worden ingegaan op de afstand van het plangebied tot de percelen die in gebruik zijn door de tuinbouwbedrijven en de daarbij behorende spuitzones. Voor afstanden tot locaties waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt gelden geen wettelijk vastgelegde eisen. In de jurisprudentie (rechterlijke uitspraken) wordt echter uitgegaan van een spuitzone van 50 meter. Binnen deze zone mag in beginsel geen gevoelige functie worden gerealiseerd. Direct ten noorden van het plangebied liggen trayvelden behorende bij tuinbouwbedrijf Van den Elzen Veghelsedijk 16 te Erp. Dit bedrijf is een zogenaamde type-B inrichting en is meldingsplichtig in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Op 30 april 2018 is een melding Activiteitenbesluit milieubeheer ingediend. In het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling zijn voorschriften opgenomen, waaronder voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, waaraan het bedrijf moet voldoen. In de melding wordt het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of bestrijdingsmiddelen en vloeibare meststoffen aangegeven, maar niet gespecificeerd is welke middelen dit betreft. Zorgvuldigheidshalve is tussen de trayvelden en de woningbouw (inclusief tuinen) een robuuste groenstrook met opgaande beplanting geprojecteerd.
Deze voorwaardelijk verplicht gestelde groenstrook zorgt voor reductie van eventuele drift omdat deze de eventuele resten van de gewasbeschermingsmiddelen kan tegenhouden. In tegenstelling tot spuitinvloeden bij bomenteelt of fruitteelt in bomen is er bij het eventueel spuiten op trayvelden nauwelijks sprake van een spuitnevel. Daarnaast is voorzien in een verlaging van de grond aan de zijde waar het plan grenst aan de trayvelden. Deze verlaging komt tevens eventuele drift van spuitnevel ten goede. Om ook planologisch te borgen dat er nabij de trayvelden geen gevoelige objecten worden opgericht, is een milieuzone (gebiedsaanduiding) opgenomen waarbinnen dergelijke objecten niet zijn toegestaan. In onderstaande figuur 4.7 is deze milieuzone weergegeven (oranje omkaderd). Tevens is er ook een milieuzone opgenomen in het zuidwestelijke deel van het plangebied (rood uitgelijnd), om planologisch te verankeren dat geen gevoelige objecten binnen de geurzone van de zuidelijk gelegen veehouderij worden opgericht.
Hoofdstuk 4
53
Figuur 4.7 milieuzones
Hoofdstuk 4
54
Hoogspanningslijnen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van bovengrondse hoogspanningslijnen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijken aanwijzingen dat langdurig verblijf in de buurt van hoogspanningslijnen mogelijk invloed heeft op de gezondheid van kinderen, namelijk een verhoogde kans op het krijgen van leukemie. Gedacht wordt dat de magneetvelden van de bovengrondse hoogspanningslijnen hiervan de oorzaak zouden kunnen zijn. Het is overigens niet aangetoond dat de magneetvelden van hoogspanningslijnen hiervan écht de oorzaak zijn. Wél is er een advies van het Rijk uit 2005 over bovengrondse hoogspanningslijnen. Hierin staat dat het niet wenselijk is dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven binnen de magneetveldzones van hoogspanningslijnen. Via dit voorzorgsbeleid dient zo veel als mogelijk te worden vermeden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven binnen de magneetveldzones van bovengrondse hoogspanningslijnen. Dit voorzorgbeleid heeft betrekking op nieuwe objecten waarin kinderen langdurig verblijven, zoals nieuwe woningen, scholen, kinderdagverblijven en crèches. De magneetveldzone is het gebied waar het (jaargemiddeld) magneetveld hoger is dan 0,4 microTesla.
In de ‘Verordening Fysieke Leefomgeving Meierijstad’ (VFL) is de regelgeving omtrent hoogspanningslijnen voor de gemeente Meierijstad vastgelegd. Hierin is bepaald dat het verboden is binnen een binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen opgaand houtgewas of objecten die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben. Voor onderhavig plan is van belang dat hoogspanningslijnen niet in de omgeving aanwezig zijn. Geitenhouderijen Uit landelijk onderzoek blijkt dat er binnen een straal van 2 kilometer van geitenhouderijen meer longontsteking bij mensen voorkomt dan daarbuiten. De GGD-Brabant heeft hierover in een advies haar zorgen geuit en mede daarom heeft de provincie Noord-Brabant sinds juli 2017 een bouwstop voor geitenhouderijen afgekondigd. Dit zou kunnen betekenen dat nieuwe ontwikkelingen binnen 2 kilometer van een geitenhouderij niet als ruimtelijk aanvaardbaar worden aangemerkt. Naast de verhoogde gezondheidsrisico’s kan een geitenhouder zich ook benadeeld voelen bij ontwikkelingen binnen 2 km van zijn geitenhouderij. De verschillende Brabantse omgevingsdiensten hebben gezamenlijk de ‘handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ opgesteld (d.d. 30 april 2018).
Deze handreiking omvat een stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. In onderhavig project worden zeven nieuwe wooneenheden gerealiseerd. De gemeente Meierijstad moet een zorgvuldige afweging maken of er sprake is van een aanvaardbaar volksgezondheidsrisico. Het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad heeft op 13 maart 2018 een afwegingskader vastgesteld met betrekking tot ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen. Concreet houdt dit afwegingskader in dat in de gemeente Meierijstad voorlopig als volgt gehandeld wordt: 1) Een uitbreiding van het aantal geiten in bestaande stallen of gebouwen wordt niet toegestaan, tenzij er geen gezondheidskundige bezwaren daarvoor zijn. 2) Binnen een straal van 2 km rondom geitenhouderijen doet zich, vooralsnog, een extra risico voor. Daarom hanteert het college daar een extra zorgvuldigheid. Dat betekent dat met plannen voor het huisvesten of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen sowieso terughoudend omgegaan wordt. Er bestaat géén hard afwegingskader voor de toetsing van bouwplannen. Loca-
Hoofdstuk 4
55
tie, omgeving, het soort bedrijf en het soort ontwikkeling zijn telkens anders en vragen om maatwerk. Het gezondheidsbelang wordt daarbij afgezet tegen bijvoorbeeld volkshuisvestelijke, sociale, economische en financiële belangen. 3) Aanvragers van plannen en nieuwe potentiele bewoners in het gebied worden geïnformeerd over het risico. Ook wordt hen gevraagd een verklaring daarover te ondertekenen. Kortom, op grond van een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk is er wellicht ruimte om ruimtelijke ontwikkelingen wél toe te staan binnen een straal van 2 km rondom een geitenhouderij. Voor onderhavig plangebied geldt dat binnen een straal van 2 kilometer rondom het plangebied geen geitenhouderij aanwezig is.
4.13 Verkeer en parkeren Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op de parkeervraag en het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op de parkeervraag en de verkeersgeneratie. De gemeente Meierijstad heeft haar parkeerbeleid geregeld middels het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’, vastgesteld op 31 januari 2019. Het 'Paraplubestemmingsplan parkeren' heeft tot doelstelling om voor de bestemmingsplannen van de gemeente Meierijstad, de juridische link te leggen met “geldend parkeerbeleid” waar gemeentelijke parkeernormen onderdeel vanuit maken. Er dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden. Voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, te worden gevolgd. Doorwerking plangebied Parkeren Volgens de beleidsregel ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ zijn er voor een vrijstaande woning 2,4 (waarvan 0,3 aandeel bezoekers) parkeerplaatsen nodig voor een vrijstaande woning in ‘niet stedelijk gebied’ en ‘rest bebouwde kom en buitengebied’. Deze zelfde norm geldt ook voor twee-onderéén-kap woningen.
Voor zeven vrijstaande woningen/twee-kappers zijn dus 16,8 parkeerplaatsen (afgerond 17) parkeerplaatsen benodigd. Wanneer de bestaande woning ook wordt meegerekend zijn er afgerond 20 parkeerplaatsen nodig. Het erf is voldoende groot om aan deze parkeernorm te voldoen. Per nieuw te ontwikkelen woning worden 2 parkeerplaatsen op het terrein van de woning gerealiseerd. Daarnaast zal er een gezamenlijke parkeerstrook worden ingepast waarop plek is voor 8 parkeerplaatsen. In totaal is er ruimte voor 24 parkeerplaatsen in het plangebied. In figuur 4.8 is het landschappelijk inpassingsplan weergegeven, waarop de parkeerplaatsen zijn ingetekend. Het aspect parkeren zal geen belemmering vormen voor onderhavige ontwikkeling.
Hoofdstuk 4
56
Figuur 4.8 Landschappelijk Inpassingsplan
Verkeer Er worden zeven nieuwe woningen (waaronder minstens één twee-kapper) gerealiseerd. Deze woningen ontsluiten op de Veghelsedijk. Het totale aantal verkeersbewegingen bedraagt (op basis van een ‘niet stedelijk’ gebouwd in het buitengebied’) afgerond 65 ritten per etmaal (zie onderstaande tabel). Functie
Verkeersgeneratie per
Aantal
woning (gemiddeld) ‘Koop, huis, vrijstaand’
8,2
‘Koop, huis, twee-onder-
7,8
Totale verkeersgeneratie
6 (incl. bestaande wo-
49,2
ning) 2
15,6
een-kap’
Bovenstaande verkeersgeneratie is geen absolute toename aangezien in de huidige situatie reeds
Hoofdstuk 4
57
verkeer wordt gegenereerd. In de huidige situatie is sprake van in totaal 6.077 m 2 aan agrarische bedrijfsbebouwing. Deze bedrijfsactiviteiten die momenteel worden uitgevoerd kunnen geschaard worden onder de functie ‘bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)’ met een gemiddelde verkeersgeneratie van 4,8 per 100 m2 bvo. De verkeersgeneratie van de huidige functies bedraagt 292 motorvoertuigen per etmaal. De totale verkeersgeneratie zal in de feitelijke situatie minder bedragen, maar van agrarische bedrijven zijn geen CROW-kengetallen voor handen. Daarbij komt dat in de huidige situatie sprake is van een aanzienlijk deel aan zwaar verkeer. Dit zwaar verkeer zorgt een grote belasting op de doorstroming van de Erpseweg en blokkeert met name bij het uitrijden het vrijliggende fietspad dat tussen de Erpseweg en het plangebied ligt. Uitrijdend verkeer moet vrij ver naar voren rijden om goed zicht te krijgen op de Erpseweg in verband met de aanwezige bomenrijen. Het aandeel vrachtverkeer zal aanzienlijk afnamen in de toekomstige situatie. Er zullen dan ook enkel positieve effecten ontstaan op de verkeersdrukte en met name de verkeersveiligheid vanwege het grotendeels verdwijnen van het vrachtverkeer op de Veghelsedijk en de wegen in de omgeving. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
4.14 Stikstof Natura2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen (Vogel- en Habitatrichtlijn). Per Natura2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. De stikstofdepositie is de belangrijkste factor die voor verstoring in de natuurgebieden kan zorgen. De verstoring heeft betrekking op verzuring en/of vermesting van het desbetreffende gebied. Tijdens de gebruiksfase van een ontwikkeling kan sprake zijn van stikstofdepositie op omliggende Natura2000gebieden. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied betreft Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek en is gelegen op een afstand van circa 20,6 kilometer van het plangebied.
Met behulp van het rekenprogramma Aerius Calculator is de stikstofdepositiebijdrage als gevolg van het plan berekend ter plaatse van nabijgelegen gevoelige habitattypen in de voor het plan relevante Natura 2000-gebieden. Uit de berekening blijkt dat vanwege het project geen sprake is van een stikstofdepositie op Natura2000-gebieden die hoger is dan de drempelwaarde van 0,00 mol/ha/jaar. Aangezien de drempelwaarde van 0,00 mol N/ha/jaar niet wordt overschreden, geldt in onderhavige situatie geen vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. De ontwikkeling leidt niet tot significante negatieve effecten op omliggende Natura2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie.
Hoofdstuk 4
58
5.
JURIDISCHE PLANOPZET In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan beschreven.
5.1 Inleiding Het bestemmingsplan is een juridisch bindend plan dat bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, waarbij de regels de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden regelen en de verbeelding de rol heeft van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave, verantwoording en onderbouwing van het bestemmingsplan en als uitleg bij de verbeelding en regels. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat het bestemmingsplan langs elektronische weg beschikbaar wordt gesteld. Dit brengt met zich mee dat het bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan het bestemmingsplan moet voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld in overeenstemming met de SVBP 2012 en wordt op de voorgeschreven wijze digitaal beschikbaar gesteld.
5.2 Plansystematiek Het voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de realisatie van twee vrijstaande woningen met bijbehorende percelen en landschappelijke inrichting, zoals beschreven in hoofdstuk 2, juridisch-planologisch mogelijk te maken. De regels en de verbeelding zijn zodanig opgesteld dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvoor een juridisch kader bieden. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4.
inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels.
Hoofdstuk 1: inleidende regels Dit hoofdstuk bestaat uit de begripsbepalingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van diverse in het bestemmingsplan gebruikte begrippen/termen. De begripsbepalingen zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlakten, percentages, hoogte, diepte, breedte en dergelijke. Hiermee kan op een eenduidige manier toepassing worden gegeven aan de regels.
Hoofdstuk 5
59
Hoofdstuk 2: bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen opgenomen (enkel- en dubbelbestemmingen). De opbouw van de bestemmingen is als volgt (met dien verstande dat een specifieke bestemming niet alle genoemde elementen hoeft te bevatten): bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid. De in het plangebied aanwezige bestemmingen zijn met bestemmingsvlakken op de verbeelding aangegeven. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Ook kunnen aanduidingen die betrekking hebben op het gebruik (functieaanduidingen) zijn opgenomen. Middels deze functieaanduidingen is een specifiek gebruik ter plaatse bestemd of uitgesloten. Daarnaast wordt in de regels per bestemming bepaald waar en onder welke voorwaarden gebouwen mogen worden gebouwd. Dit is met een bouwvlak en aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering (maximale goot- en of bouwhoogte, onbebouwde zone) op de verbeelding aangeven. In de volgende paragraaf worden de in het plan opgenomen bestemmingen per bestemming nader beschreven.
Hoofdstuk 3: algemene regels Algemene regels zijn regels die gelden voor meerdere bestemmingen, dan wel een algemene strekking hebben. Deze bestaan uit de volgende onderdelen: anti-dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. algemene bouwregels: hier zijn algemene regels ten aanzien van het ondergronds bouwen opgenomen met bijbehorende maatvoering. Ook is hierin geregeld wanneer overschrijding van bouwen bestemmingsgrenzen door ondergeschikte bouwdelen is toegestaan. algemene gebruiksregels: in deze regels is opgenomen welke vormen van gebruik in ieder geval als strijdig gebruik worden beschouwd. Tevens is een parkeerbepaling opgenomen, inhoudende dat voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of openbaar gebied conform de Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ aanwezig dient te zijn. Deze bepaling vormt een toetsingskader bij de omgevingsvergunning voor het bouwen.
algemene afwijkingsregels: deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels van dit bestemmingsplan ten behoeve van nietingrijpende gebruiks- en/of bouwactiviteiten. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. algemene wijzigingsregels: deze regels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven.
Hoofdstuk 5
60
Hoofdstuk 4: overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht voor bouwen en gebruik en de slotregel met daarin de citeertitel van de planregels.
5.3 Bestemmingen Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende bestemmingen. Agrarisch Het westelijke gedeelte van het plangebied krijgt de bestemming ‘Agrarisch’ zonder bouwvlak. Voor deze bestemming is aangesloten bij het vigerende bestemmingsplan, waarbij uitsluitend de relevante bepalingen in de nieuwe situatie zijn opgenomen. Binnen de bestemming ‘Agrarisch’ zijn de gronden bestemd voor agrarisch grondgebruik en extensief dagrecreatief medegebruik. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. Ten dienste van de hierboven genoemde activiteiten zijn enkele bouwregels opgenomen met betrekking tot de maximale bouwhoogte. Groen – Landschapselement Het achterste deel van het plangebied (en oostelijke gedeelte) wordt landschappelijk ingericht conform het inrichtingsplan en heeft de bestemming ‘Groen – Landschapselement’ gekregen. Deze gronden zijn bestemd voor behoud, herstel en/of duurzame ontwikkeling van de ter plaatse voorkomende ecologisch, landschappelijk en/of cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen, extensief dagrecreatief medegebruik, groenvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op deze gronden mogen enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
Voorts geldt een omgevingsvergunningstelsel voor het uitvoeren van een aantal categorieën van werken (geen bouwwerken zijnde) en werkzaamheden. Wonen Merendeel van het plangebied is bestemd als ‘Wonen’. Deze gronden zijn bestemd voor het wonen in woningen, al dan niet in combinatie met een beroep aan huis onder voorwaarden. Daarnaast zijn onder meer bij de woningen behorende tuinen en erven, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Bouwpercelen dienen een minimale omvang te hebben van 750 m2. Binnen het totale plangebied zijn maximaal 8 woningen toegestaan, dit is op de verbeelding aangeduid. De inhoud van eenwoning mag maximaal 750 m 3 en de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken maximaal 150 m 2. Voor een tweetal percelen, met de aanduiding sba – 1 en sba – 2 is een specifieke regeling opgenomen ten aanzien van de maatvoeringen. De maximale goot- en bouwhoogte zijn in de regels aangegeven.
Hoofdstuk 5
61
Ten aanzien van het in gebruik nemen van woningen, geldt als voorwaardelijke verplichting dat tijdig de landschappelijke inpassing en inrichting conform de bijlage moet worden gerealiseerd. Na realisatie dient deze in stand te worden gehouden. Milieuzones Er zijn twee milieuzones opgenomen ter borging van een goed woon- en leefklimaat enerzijds en anderzijds de bescherming van de belangen van omliggende bedrijven. Binnen deze zone mogen geen gevoelige objecten worden opgericht. Het gaat om objecten die gevoelig zijn voor geur en voor de drift van bestrijdingsmiddelen (spuitzone).
Hoofdstuk 5
62
6.
UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid De uitvoering van de ontwikkeling is volledig voor rekening en risico van een particuliere initiatiefnemer. Met deze initiatiefnemer heeft de gemeente een anterieure grondexploitatieovereenkomst gesloten zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 2 Wro juncto artikel 6.24 Wro. Met die overeenkomst is verzekerd dat alle wettelijk te verhalen kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op de initiatiefnemer. Eventuele kosten voor de inrichting en overige voorzieningen zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
6.2 Maatschappelijk Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: Vooroverleg; Vaststellingsprocedure. 6.2.1 Omgevingsdialoog Met directe omwonenden (eigenaren van de adressen Veghelsedijk 10, 11, 5, 7 en 12) heeft in het kader van de bestemmingsplanprocedure een omgevingsdialoog plaatsgevonden. De eigenaren van bovengenoemde adressen zijn op de hoogte gesteld van de plannen. Er is door de eigena(a)r(en) van het perceel Veghelsedijk 12 aangegeven dat er niet akkoord wordt gegaan met het bouwen van een huis op de grond gelegen tussen het bouwvlak behorende bij het perceel Veghelsedijk 10a en het bouwvlak behorende bij het perceel Veghelsedijk 12, aangezien zich hier ingevolge het vigerende bestemmingsplan geen bouwvlak bevindt. Met de laatst vermelde reactie is rekening gehouden.
Waar de plannen zich origineel richtten op een woning tussen de Veghelsedijk 10a en Veghelsedijk 12, is het nieuwe plan gericht op een compactere bebouwingscluster geheel binnen de contouren van het bouwvlak van het te saneren agrarische bedrijf. 6.2.2 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
Hoofdstuk 6
63
De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd. Er heeft vooroverleg plaats gevonden met de provincie Noord-Brabant in het kader van het principeverzoek. In het kader van vooroverleg is het plan voorgelegd aan het Waterschap Aa en Maas en (nogmaals) de provincie Noord-Brabant. De provincie heeft een vooroverlegreactie gegeven waarbij de provincie enkele aandachtspunten heeft meegegeven: Samenhang saneringslocaties - Aangegeven is dat de provincie graag de samenhang tussen de saneringslocaties Dieperskant 6 en Veghelsedijk 10a in planologische zin geborgd wil zien. Er is nader overleg gevoerd met de provincie waarbij op basis van een gebiedsvisie (zie bijlagen) is aangegeven dat de ontwikkeling op de locatie Veghelsedijk 10a past binnen de ontwikkelingsrichting die de gemeente met dit gebied voor ogen staat. Daarmee is een planologische koppeling tussen de locaties niet uitsluitend de legitimering en motivering dat op de locatie Veghelsedijk 10a een transformatie naar een boerenerf met 7 nieuwe woningen aanvaardbaar is. Overigens vindt op de locatie Dieperskant 6 wel degelijk feitelijke sloop van bebouwing plaats en zijn initiatiefnemers bezig met een plan voor herontwikkeling van deze locatie waarbij geen sprake meer is van een agrarische hoofdactiviteit.
Stedenbouwkundig ontwerp – Aangegeven is dat de provincie meerdere erven achter elkaar geen bij het gebied passende invulling vindt. Het plan is naar aanleiding van de vooroverlegreactie aangepast, waarbij er geen sprake meer is van twee achter elkaar liggende erven. Ook is de bebouwing compacter geordend en wordt er ingestoken op een gedifferentieerd beeld door minimaal één keer een twee-kapper voor te schrijven. Ruimte-voor-ruimte dossier: Aangegeven is dat niet inzichtelijk gemaakt is waar de slooplocaties van de in te zetten ruimte-voor-ruimte titels zijn, dan wel dat de bewijsstukken geleverd zijn dat voldoende ruimte-voor-ruimte titels zijn aangekocht. Initiatiefnemer heeft reeds ruimte-voor-ruimte titels aangekocht. De bewijsstukken hiervoor zijn geanonimiseerd opgenomen in de bijlagen. De originele bewijsstukken zijn bij de provincie bekend. Het waterschap heeft per email gereageerd. Zij gaven aan dat de voorgestelde waterbergingsvoorkeursvariant door het hemelwater naar de oostelijk gelegen bestaande sloot af te voeren, niet conform het waterschapsbeleid is. De voorkeursvariant is hierop aangepast, in die zin dat er in de inpassing rekening is gehouden met de aanleg van wadi’s, greppels en verlagingen om het hemelwater op eigen terrein te borgen. 6.2.3 Inspraak De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak.
Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. De gemeente Meierijstad heeft geen inspraakverordening. Gekozen is om geen inspraak toe te passen, dit omdat er al een omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden. 6.2.4 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening.
Hoofdstuk 6
64
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 3: Aanmeldingsnotitie Bijlage 4: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 5: Waterparagraaf Bijlage 6: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 7: Geuronderzoek Bijlage 8: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 9: Stikstofonderzoek Bijlage 10: Omgevingsdialoog Bijlage 11: RvR Bouwtitels (geanonimiseerd) Bijlage 12: Beleidskader ontwikkelingsrichting Erp Bijlage 13: Advies veiligheidsregio
Inhoudsopgave Regels
5
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
6
Artikel 1
Begrippen
6
Artikel 2
Wijze van meten
16
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
17
Artikel 3
Agrarisch
17
Artikel 4
Groen - Landschapselement
19
Artikel 5
Wonen
21
Artikel 6
Waarde - Archeologie 4
28
Hoofdstuk 3
Algemene regels
30
Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
30
Artikel 8
Parkeerregels
31
Artikel 9
Algemene bouw regels
32
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
33
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
34
Artikel 12
Algemene afw ijkingsregels
35
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
36
Artikel 13
Overgangsrecht
36
Artikel 14
Slotregel
37
Bijlagen bij regels
39
Bijlage 1
40
Landschappelijke inpassing
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 3 van 41
Datum:23-09-2022
Regels
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 Plan het bestemmingsplan Veghelsedijk 10a te Erp met identificatienummer NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01 van de gemeente Meierijstad. 1.2 Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 Aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 Beroep of bedrijf aan huis het beroepsmatig of bedrijfsmatig verlenen van diensten of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet zijnde detailhandel (met uitzondering van internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom), horeca en seksuele dienstverlening en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend. 1.6 Afhankelijke woonruimte een onderdeel van het hoofdgebouw of bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.
1.7 Agrarische activiteiten bij wijze van hobby activiteiten gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren ondergeschikt aan de hoofdbestemming en in een omvang die niet als een bedrijfsmatige agrarische activiteit kan worden beschouwd. 1.8 Agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder agrarische houtteelt, en/of het houden, fokken of veredelen van dieren. 1.9 Agrarisch grondgebruik Gebruik van grond dat gericht is op het bedrijfsmatig voorbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder agrarische houtteelt, en/of door middel van het houden van dieren.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 6 van 41
Datum:23-09-2022
1.10 Archeologische waarden Waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen. 1.11 Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.12 Bebouwingscluster vlakvormige verzameling van bebouwing, gelegen buiten de bebouwde kom. 1.13 Bebouwingsconcentratie kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster. 1.14 Bebouwingslint min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg buiten de bebouwde kom. 1.15 Bed & breakfast een kleinschalige verblijfsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt. 1.16 Bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.17 Bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig produceren, bewerken, installeren, inzamelen, herstellen, verhuur, opslag en distributie van goederen, alsmede het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen en bedrijven daaronder niet begrepen.
1.18 Bedrijfsactiviteit handelingen en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de uitoefening van een bedrijf. 1.19 Bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.20 Bedrijfsgebouw, agrarisch een gebouw dat dient voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. 1.21 Bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) de totale binnen een gebouw en/of een terrein beschikbare vloeroppervlakte inclusief die van eventuele verdiepingen (exclusief geheel onder het peil liggende kelders en ruimtes), die gebruikt wordt voor de uitoefening van een bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief (binnen)opslag, rust- en rookruimten, administratieruimten en dergelijke.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 7 van 41
Datum:23-09-2022
1.22 Bedrijfsvloeroppervlakte bij aan huis gebonden beroepen en aan huis gebonden bedrijven de totale vloeroppervlakte van de ruimten die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, een bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag-, wacht- en administratieruimten en dergelijke. 1.23 Bestaande situatie a. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning; b. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden. 1.24 Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.25 Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.26 Bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; aangebouwd bijgebouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; vrijstaand bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het
hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 8 van 41
Datum:23-09-2022
1.27 Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.28 Bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.29 Bouwperceel aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan. 1.30 Bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. 1.31 Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.32 Bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.33 Detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.34 Detailhandel, ondergeschikte niet-zelfstandige detailhandel, in een aan de hoofdfunctie of nevenactiviteit ondergeschikte aard, verschijningsvorm en omvang. 1.35 Dove gevel a. Een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en: 1. 33 dB voor wegverkeerslawaai b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. 1.36 Erfbeplanting Afschermende (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bestemmingsvlak of bouwperceel van een bedrijf of een woning.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 9 van 41
Datum:23-09-2022
1.37 Erf Al dan niet bebouwd perceel, of gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en voor zover een bestemmingsplan of een verordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.38 Escortbedrijf De natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices en bemiddelingsbureaus. 1.39 Extensief recreatief medegebruik Die vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, picknicken, kanoën en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie. 1.40 Functie doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.41 Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.42 Geluidsgevoelige ruimte Als geluidsgevoelige ruimte van een woning wordt aangemerkt: een ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2.
1.43 Geurgevoelige objecten Een geurgevoelig object is een gebouw dat is bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Het gebouw moet hiervoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze worden gebruikt, zoals bepaald in artikel 1 Wet geurhinder en veehouderij. 1.44 Hoofdgebouw een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.45 Huishouden een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; eigen kamer, maar gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer; personen worden niet door instelling geplaatst, er vindt geen behandelingstraject plaats.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 10 van 41
Datum:23-09-2022
Bedrijfsmatige kamerverhuur valt niet onder het begrip 'huishouden'. 1.46 Kernrandzone overgangszone van bestaand stedelijk gebied de stedenbouwkundige bebouwde kom naar het buitengebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar met een toenemende menging van functies. 1.47 Nevenfunctie/nevenactiviteit activiteit uitgeoefend in aanvulling op en ondergeschikt aan de hoofdfunctie zoals recreatieve functies, agrarisch verwante functies, agrarisch technische functies, statische (binnen)opslag en verbrede landbouw, niet zijnde een aan huis gebonden beroep of bedrijf. 1.48 Ondergeschikte bouwdelen ondergeschikte delen aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte dakopbouwen. 1.49 Koffie- / theetuin Het al dan niet bedrijfsmatig verlenen van diensten in de vorm van het openstellen van en/of rondleiden door privétuinen binnen de bestemming "Wonen" inclusief het verstrekken van niet alcoholische dranken en de daarbij behorende versnapering.
1.50 Landschappelijke inpassing Het optimaal op elkaar afstemmen van bebouwing en beplanting, rekening houdend met de ter plaatse voorkomende landschappelijke en cultuurhistorische waarden om zo te komen tot een landschappelijke inpassing van nieuwe bebouwing die recht doet aan de kwaliteit en de beleving van het landschap. 1.51 Mestbewerking De toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest. 1.52 Mestverwerking Het bewerken van mest ten behoeve van het exportwaardig maken daarvan. 1.53 Nieuwbouw van een woning Het bouwen van een woning. 1.54 Normaal onderhoud en/of gebruik Tot het normaal onderhoud en/of gebruik behoren onder andere: a. maaien, beweiden en bemesten van grasland; b. verbeteren van grasland door het scheuren van de grasmat buiten het broedseizoen van weidevogels en het direct opnieuw inzaaien; c. ploegen en cultiveren van bouwland niet dieper dan de bouwvoor; d. verbouwen van akkerbouwgewassen, zoals maïs in wisselteelt; e. maaien en schonen van sloot en slootkant; f. vervangen van en onderhoud aan drainage; g. normaal landschapsonderhoud, waaronder:
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 11 van 41
Datum:23-09-2022
h. periodiek uitdunnen en snoeien van houtwal of singel; i. knotten van bomen; j. opvullen van open plekken in houtwal of singel; k. normaal bosbeheer, waaronder; l. uitdunnen; m. verwijderen van dode bomen; n. opslag van agrarische producten en gewassen tussen oogst en afvoer voor een periode van 2 weken; o. opbrengen van houtsnippers; p. niet-bedrijfsmatige opslag van organisch materiaal in het kader van kringloopbeheer waarbij voldaan moet worden aan de bepalingen van het Activiteitenbesluit Milieubeheer en de Activiteitenregeling Milieubeheer. 1.55 Overkapping/carport een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw.
1.56 Peil voor hoofdgebouwen: het bouwkundige peil dat gelijk is aan de wegkruin van de voorliggende weg of, indien niet direct aan een weg gebouwd wordt, de bestaande gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein; voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw; in overige gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil. 1.57 Productiegebonden detailhandel beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een (agrarisch) bedrijf dat die goederen teelt/vervaardigt/produceert, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.58 Perceelsgrens De bouwperceelsgrens.
1.59 Permanente bewoning Het gebruik van een gebouw of ander onderkomen als woonruimte op een wijze, die ingevolge de bepalingen van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, noopt tot inschrijving van de bewoner(s) in het bevolkingsregister van de gemeente waarin dat gebouw is gelegen; of indien betrokkene op meer dan één adres woont, het gebruik van het gebouw of ander onderkomen als verblijf waar betrokkene naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten met dien verstande dat van permanente of tijdelijke bewoning voorts wordt geacht sprake te zijn wanneer buiten het zomerseizoen (dat loopt van 1 mei tot 1 oktober) in een kalenderjaar ter plaatse door betrokkene meer dan 70 maal nachtverblijf wordt gehouden en door betrokkene niet aannemelijk is of kan worden gemaakt, dat elders over een hoofdwoonverblijf kan worden beschikt.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 12 van 41
Datum:23-09-2022
1.60 Prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding. 1.61 Raamprostitutie Een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee/prostitué tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen. 1.62 Schuilgelegenheid een overdekte ruimte die direct, hetzij indirect, met de grond is verbonden waarvan het/de betreffende dier(en) in geval van weidegang uit oogpunt van dierwelzijn gebruik moet(en) kunnen maken door vrij in en uit te lopen, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter. 1.63 Showroom uitstallingsruimte ten behoeve van het te koop aanbieden, verkopen, en/of leveren van goederen. 1.64 Statische (binnen)opslag (binnen)opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke, niet zijnde opslag in brandgevaarlijke goederen. 1.65 Tiphoogte de masthoogte plus de helft van de rotordiameter. 1.66 twee-aaneen gebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen, waarbij het hoofdgebouw aan één zijde op de zijdelingse perceelsgrens gebouwd mag worden.
1.67 ruimte voor ruimtewoning Een woning als bedoeld in artikel 3.79 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant dan wel de rechtsopvolger daarvan. 1.68 Seksinrichting Een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.69 Semi-vrijstaande woning een woning die hoogstens door middel van de bijbehorende bouwwerken met een andere woning verbonden is en waarvan één van de beide zijgevels van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelgrens staan.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 13 van 41
Datum:23-09-2022
1.70 Straatprostitutie Het door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken. 1.71 Teeltondersteunende voorzieningen (teelt)ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf(stak), boom- of vaste plantenteeltbedrijf(stak) en die gebruikt worden om de bedrijfsvoering te optimaliseren; hierdoor vindt (een deel van) de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden plaats, waardoor gezorgd kan worden voor een verbetering van de productiekwaliteit en/of arbeidsomstandigheden, teeltvervroeging of –verlating en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffengebruik. teeltondersteunende kas: een teeltondersteunende voorziening, bestaande uit een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden. teeltondersteunende voorzieningen, permanent: teeltondersteunende voorzieningen die op een locatie voor onbepaalde tijd worden gebruikt.
Deze permanente voorzieningen, niet zijnde een (teeltondersteunende) kas, een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter, hebben een directe relatie met het grondgebruik zoals een containerveld, stellingenteelt en regenkappen. teeltondersteunende voorzieningen, tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, voor een aaneengesloten periode van maximaal 8 maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. hoge (teelt)ondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen, anders dan teeltondersteunende kassen, die in de regel hoger zijn dan 1,5 m.
Hieronder worden in ieder geval verstaan: teeltbakken in stellingen of teelttafels, eventueel met regenkappen; plastic-/foliekassen, -tunnels en -regenkappen; lage (teelt)ondersteunende voorzieningen: (teelt)ondersteunende voorzieningen voor plantaardige teelten, die op nabij de grond worden aangebracht, met een maximale hoogte van 1,5 m Hieronder wordt in ieder geval verstaan: containervelden (een geheel verharde ondergrond veelal van niet-opneembare/gesloten verhardingen, zoals beton; of antiworteldoek met daartussen opneembare of open verhardingen, zoals betonplaten, tegel- of klinkerbestratingen) lage tunnels (halfronde bogen waarover plastic of gaasdoek wordt gespannen) insectengaas, afdekfolies, acryldoek, vlakveldfolies en vraatnetten. teeltondersteunende voorzieningen, overig: een (teelt)ondersteunende voorziening in de vorm van een boomteelthek. 1.72 Tuin Omheind of afgeperkt stuk grond, behorende bij een hoofdgebouw en/of woning, dat is ingericht met (open) water en/of waterhuishoudkundige voorzieningen, groen en/of groenvoorzieningen en/of verharding(en) ten behoeve van het gebruiksgenot en ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw en/of woning. 1.73 Vervangende nieuwbouw Nieuw te realiseren gebouw dat een bestaand gebouw direct vervangt op vrijwel dezelfde plaats en waardoor op die plaats geen wezenlijke wijziging van de stedebouwkundige structuur ontstaat.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 14 van 41
Datum:23-09-2022
1.74 Voorgevelrooilijn De op de weg georienteerde gevel van een hoofdgebouw waaraan de hoofdentree van de woning gesitueerd is. 1.75 Vrijstaande woning een woning die hoogstens door middel van de bijbehorende bouwwerken met een andere woning verbonden is en waarvan geen van de beide zijgevels van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelgrens staan. 1.76 Waterhuishoudkundige voorzieningen Voorzieningen, die het belang van de waterhuishouding dienen, zoals watergangen, waterlopen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop en dergelijke. 1.77 Werk Een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde. 1.78 Woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.79 (Woon)boerderij een voormalige agrarische bedrijfswoning met in de bouwmassa opgenomen voormalige agrarische bedrijfsruimten, die samen een geïntegreerde eenheid (bouwkarakteristiek waarbij woon- en bedrijfsgedeelte van oudsher aan elkaar verbonden zijn) vormen, bijvoorbeeld een langgevelboerderij of kortgevelboerderij. 1.80 Zijdelingse (bouw)perceelsgrens de perceelsgrenzen van een bouwperceel, niet zijnde de begrenzing van het perceel aan de achter- of voorzijde.
1.81 Zorgvuldige landschappelijke inpassing het aanbrengen van gebiedseigen beplanting, het gebruik van gebiedseigen natuurlijke materialen op grond van een goedgekeurd landschapsinrichtingsplan en waarbij bij de situering zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij bestaande landschapselementen, perceelsafscheidingen of aangrenzende bebouwing om de bebouwing minder nadrukkelijk in het landschap te plaatsen. 1.82 ZZP/Zelfstandige zonder personeel Een zzp’er/zelfstandige zonder personeel is een ondernemer die geen personeel in dienst heeft en voor eigen rekening en risico werkzaamheden verricht, in overwegende mate uitvoering van werkzaamheden op locatie bij derden, gericht op het perspectief van het maken van winst. Voorts is het ondernemerschap bekend gemaakt en wordt gestreefd naar meerdere opdrachtgevers. Daarnaast is er sprake van zelfstandigheid bij de inrichting van de eigen werkzaamheden en het uitvoeren daarvan en wordt gehandeld middels een geldige VAR/dga of VAR/wuo.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 15 van 41
Datum:23-09-2022
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 Afstand tussen gebouwen de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen. 2.2 Afstand tot de zijdelingse perceelsgrens De kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. 2.3 Bebouwd oppervlak van een bouwperceel De oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 2.4 Bebouwingspercentage Het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 2.5 Dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.7 De breedte, lengte, diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidsmuren). 2.8 Goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.9 De inhoud van een bouwwerk Tussen de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.10 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.11 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 16 van 41
Datum:23-09-2022
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik uitsluitend als weidegrond; b. extensief dagrecreatief medegebruik; c. agrarische activiteiten bij wijze van hobby, in de vorm van het weiden van dieren en het kweken van fruit in de vorm van een hoogstamboomgaard zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels. met de daarbij behorende: d. waterpartijen, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. parkeervoorzieningen; g. voorzieningen van algemeen nut. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de volgende algemene regels: a. op of in de in 3.1 genoemde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. b. het bouwen van overkappingen is niet toegestaan. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van beheer en extensief dagrecreatief medegebruik (banken, informatiepanelen, e.d.), erf- en terreinafscheidingen mogen gebouwd worden, met dien verstande dat (tijdelijke) lage teeltondersteunenden voorzieningen en overkappingen niet zijn toegestaan; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van beheer en extensief recreatief medegebruik mag niet meer bedragen dan 2,5 meter; c. post- en brievenbussen ten behoeve van omliggende bestemmingen waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 meter. d. opstelplaats voor vuilcontainers ten behoeve van omliggende bestemmingen waarvan de maximale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 15 m2; e. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1,5 meter; 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 17 van 41
Datum:23-09-2022
a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van nevenactiviteiten; 3.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak conform de bestemming 'Agrarisch' is alleen toegestaan indien de landschappelijke inpassing binnen maximaal 2 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is aangelegd en aldus in stand wordt gehouden conform het als Bijlage 1 aan de regels toegevoegde landschappelijke inpassingsplan (Landschappelijke inpassing).
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 18 van 41
Datum:23-09-2022
Artikel 4
Groen - Landschapselement
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - Landschapselement' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en/of duurzame ontwikkeling van de ter plaatse voorkomende ecologisch, landschappelijk en/of cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen; b. extensief dagrecreatief medegebruik; met de daarbij behorende: c. waterpartijen, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. (onverharde) wegen, paden en verkeersvoorzieningen; f. voorzieningen van algemeen nut. 4.2 Bouwregels Op of in de in 4.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van extensief dagrecreatief medegebruik, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken worden gebouwd met een maximale hoogte van 2,5 meter. Overkappingen zijn niet toegestaan. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Verbod Het is verboden op of in de in 4.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²; b. het ophogen, verlagen, afgraven, egaliseren of anderszins wijzigen van het maaiveldniveau; c.
het vellen en/of rooien van waardevolle beplanting en/of bomen; d. het aanleggen, vergraven of dempen van waterlopen en andere waterpartijen; e. het mengen, woelen, diepploegen of uitvoeren van andere grondbewerkingen; f. het aanbrengen of verwijderen van transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het aanbrengen van onderbemaling of anderszins wijzigen van de grondwaterstand. 4.3.2 Uitzonderingen Het in lid 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud, beheer en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; d. noodzakelijk zijn voor de realisatie en uitvoering van het in Bijlage 1 opgenomen inrichtingsplan.