Ontwerpbestemmingsplan Veghelsedijk 10a Erp (toelichting en regels)
Tekst van het document
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 19 van 41
Datum:23-09-2022
4.3.3 Toelaatbaarheid De in lid genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien er is aangetoond dat de werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden geen belemmering vormen voor het behoud, herstel en/of duurzame ontwikkeling van de ecologisch, landschappelijk en/of cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 20 van 41
Datum:23-09-2022
Artikel 5
Wonen
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen conform de definitie 'Woning', met dien verstande dat: 1. uitsluitend bestaande woningen zijn toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimtewoning' nieuwe woningen in de vorm van ruimte voor ruimtewoning zijn toegestaan; 3. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' niet meer woningen zijn toegestaan dan is aangegeven op de verbeelding; b. het uitoefenen van beroepen en bedrijven aan huis; met de daarbij behorende: c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. groen- en speelvoorzieningen; e. parkeervoorzieningen; f. tuinen, erven, paden en terreinen; g. voorzieningen van algemeen nut. h. woonstraten, verkeersvoorzieningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - buurtontsluitingsweg' zijn toegestaan met dien verstande dat: 1. een ontsluitingsweg een minimale breedte van 6 meter dient te hebben; 2. dat verkeersvoorzieningen tevens zijn toegestaan tot maximaal 3 m¹ aan weerszijden van de aanduiding; 5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. op of in de in lid 5.1 genoemde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd; b. herbouw van woningen mag uitsluitend op de bestaande fundering plaatsvinden; c. nieuwbouw in afwijking van het bepaalde in sub b mag uitsluitend plaatsvinden binnen de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimtewoning'; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - buurtontsluitingsweg' zijn geen hoofdgebouwen toegestaan; e. bouwpercelen dienen een minimale omvang te hebben van 750 m2; 5.2.2 Hoofdgebouw Voor het bouwen van woningen gelden de volgende bepalingen: a. De inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m3, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' de inhoud van de woning niet meer dan 862 m3 mag bedragen; 2. indien de bestaande inhoud van de woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' reeds groter is, geldt deze inhoud als maximum; b. als woningtype van woningen zijn toegestaan vrijstaande, semi-vrijstaand en twee-aaneen gebouwde woningen, met dien verstande dat binnen het plangebied minimaal 2 woningen als twee-aaneen gebouwde woningen dienen te worden gebouwd; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m;
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 21 van 41
Datum:23-09-2022
d. e. f. g.
de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m.; de dakhelling mag niet minder bedragen dan 12º.; de dakhelling mag niet meer bedragen dan 60º; ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (3,5 m¹ onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de (bedrijfs)woning en de verder binnen het bestemmingsvlak of bestaand bouwperceel toegestane gebouwen, met uitzondering van gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van dieren. De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw; h. de afstand van hoofdgebouwen tot de weg, voor zover deze gesitueerd zijn aan de ontsluitingweg zoals bedoeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer buurtontsluitingsweg', mag niet meer bedragen dan 1,5 meter, met dien verstande: 1. dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' geldt dat de afstand van de oostelijke gevel tot de ontsluitingweg zoals bedoeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - buurtontsluitingsweg', maximaal 9 meter mag bedragen; 2.
dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' geldt: dat indien de bestaande afstand tot de Veghelsedijk reeds groter is, deze afstand als minimum geldt; dat de afstand tot de ontsluitingweg zoals bedoeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - buurtontsluitingsweg', tenminste 2 meter dient te bedragen; 3. dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' geldt dat de afstand van de westelijke gevel tot de ontsluitingweg zoals bedoeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - buurtontsluitingsweg', maximaal 9 meter mag bedragen; i. de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 5 meter, met uitzondering van: 1. bij twee-aaneengebouwde en semi-vrijstaande woningen waarbij de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens aan één zijde nihil mag zijn; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' waarbij de afstand van hoofdgebouwen tot de westelijke perceelsgrens tenminste 2 meter dient te bedragen, mits de afstand aan de oostelijke perceelsgrens tenminste 5 meter bedraagt; j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' geldt: 1. de oostelijke gevel van het hoofdgebouw, gekeerd naar de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - buurtontsluitingsweg' als voorgevel wordt beschouwd, al dan niet in afwijking van artikel 1.74; 2.
ongeacht het bepaalde in sub i, dat de afstand van het hoofdgebouw tot de perceelsgrenzen minimaal 1 m tot de bestemmingen 'Agrarisch' mag bedragen. 5.2.3 Dove gevel Indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' een woning wordt gebouwd met geluidsgevoelige ruimten op een hoogte van 7,5 m of meer, dient het naar de Veghelsedijk gekeerde dakvlak als dove gevel/dakvlak te worden uitgevoerd en in stand te worden gehouden. 5.2.4 Bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken bij een woning bestaande uit aangebouwde- en vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken dienen binnen het bouwperceel opgericht te worden; b. de gezamenlijke bebouwde oppervlakte per woning bedraagt maximaal 150 m², met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' de gezamenlijke bebouwde oppervlakte maximaal 300 m2 mag bedragen;
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 22 van 41
Datum:23-09-2022
c. de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 m; d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m; e. de bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; f. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de woning bedraagt maximaal 15 m. 5.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde op een bouwperceel Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde op een bouwperceel, bij woningen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m; b. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, met uitzondering van: 1. lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 6 meter mag bedragen, mits geplaatst achter de achtergevellijn van de woning; 2. nestgelegenheden voor vogels, waarvan de hoogte maximaal 8 m mag bedragen; d. voor het bouwen van een overkapping gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 5 m; 2. een overkapping mag geen grotere oppervlakte hebben 30 m²; 3. een overkapping dient op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; e.
voor het bouwen van onoverdekte zwembaden bij een woning gelden de volgende bepalingen: 1. onoverdekte zwembaden dienen binnen het bouwperceel te worden gebouwd; 2. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m². 3. de afstand tot woningen van derden mag niet minder bedragen dan 15 m; 4. een onoverdekte zwembad dient op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd, f. de bouwhoogte van antennes voor zendamateurs mag niet meer bedragen dan 12 m, met dien verstande dat: 1. antennes niet mogen worden gesitueerd voor de voorgevelrooilijn van de woning en het verlengde daarvan; 2. antennes dienen te worden gesitueerd op of aan de woning dan wel op een afstand van maximaal 15 m van de woning; g. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden. 5.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijde voor buurtontsluitingsweg In afwijking van lid 5.2.5 zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan buiten een bouwperceel ten behoeve van buurtontsluitingswegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - buurtontsluitingsweg'. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: a.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 1 m; b. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, met uitzondering van: 1. lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 6 meter mag bedragen;
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 23 van 41
Datum:23-09-2022
2. nestgelegenheden voor vogels, waarvan de hoogte maximaal 8 m mag bedragen; d. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Grotere inhoud van een woning (sloop-bonus) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2, en een grotere inhoud van een woning toestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is geen sprake meer van een agrarisch of niet-agrarisch bedrijf, uitgezonderd bedrijven aan huis; b. alle voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen worden gesloopt; c. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is uitgezonderd van verplichte sloop; d. voor de eerste 750 m2 aan bebouwing die gesloopt wordt, geldt dat per m2 sloop er een vergroting van de maximale inhoud van de woning plaats kan vinden van 0,5 m3; e. voor iedere m2 boven de 750 m2 aan bebouwing die gesloopt wordt, geldt dat per m2 sloop er een vergroting van de maximale inhoud van de woning plaats kan vinden van 0,35 m3; f. de maximale inhoud van een woning na toepassing van deze regeling (uitgezonderd de hoeveelheid bij recht toegestane bijbehorende bouwwerken), bedraagt 1.000 m3. 5.3.2 Grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken (sloop-bonus) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.4 onder b, en een grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken toestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. alle voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen worden gesloopt; b.
cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is uitgezonderd van verplichte sloop; c. voor iedere m2 aan bebouwing die gesloopt wordt, geldt dat per m2 sloop er een vergroting van de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken plaats kan vinden van 0,5 m2; d. de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij een woning na toepassing van deze regeling bedraagt 300 m2; e. de overige bepalingen uit artikel 5.2 blijven onverminderd van toepassing. 5.3.3 Grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken (sloop-bonus) voor hobbymatig houden van vee a. Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.4 onder b voor extra oppervlak aan bijbehorende bouwwerken voor het hobbymatig houden van vee, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: b. de woning heeft een bouwperceel met een minimale oppervlakte van 1 hectare; c. het aantal bijbehorende bouwwerken voor het hobbymatig houden van dieren dat toegestaan wordt op grond van deze regeling, bedraagt niet meer dan 1 per woning; d. het betreft een dierenverblijf voor het hobbymatig houden van vee; e. er wordt vrijgekomen (agrarische) bebouwing gesloopt waarbij 50% van de gesloopte oppervlakte mag worden teruggebouwd; f. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is uitgezonderd van verplichte sloop; g.
de maximale oppervlakte van het bijbehorende bouwwerk (dierenverblijf) bedraagt niet meer dan 50 m²; h. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op het bouwperceel bedraagt na
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 24 van 41
Datum:23-09-2022
realisatie van het bijbehorende bouwwerk niet meer dan de maximale oppervlakte van 150 m2, dan wel de toegelaten maximale oppervlakte van 300 m², indien er toepassing gegeven is aan artikel 5.3.2; i. de goothoogte bedraagt niet meer dan 3 meter; j. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 4,5 meter; k. er is voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een uitvoerbaar beplantingsplan, dat is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken; l. de overige bepalingen uit artikel 7.4 blijven onverminderd van toepassing. 5.3.4 Algemene bepalingen voor de toepassing van Sloop-Bonus a. de bevoegdheden bedoeld in artikel 5.3.1, 5.3.2 en 5.3.3 mogen gecombineerd toegepast worden; b. voor iedere m2 die gesloopt wordt, geldt dat deze slechts voor één van de sloop-bonus regelingen ingezet mag worden, ter voorkoming van dubbeltelling; c. sloop op eigen terrein ten behoeve van de regelingen als bedoeld in lid 1 kan gecombineerd worden met sloop elders, mits zeker is gesteld dat de elders gesloopte bebouwing niet herbouwd kan worden; d. er mag niet tevens gebruik gemaakt zijn of worden van een provinciale of nationale subsidieregeling voor het slopen van deze bebouwing; e. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is uitgezonderd van verplichte sloop.
5.3.5 Afwijkingsbevoegdheid herbouw van een woning buiten de bestaande fundamenten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.1 sub b, voor het herbouwen van een bestaande woning buiten de bestaande fundamenten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de herbouw vindt plaats binnen het bestaande bouwperceel; b. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig, landschappelijk en milieukundig aanvaardbaar, waaronder dat moet worden voldaan aan de Wet geluidhinder; c. de situering levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven of onevenredige aantasting van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden; d. de in het gebied aanwezige waarden worden niet onevenredig aangetast; e. de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); f. er sprake is van een goed woon- en leefklimaat; g. er geen sprake is van een toename van het aantal woningen. h. de sloop van de bestaande woning is verzekerd; i. de maatvoering van de woning sluit aan op het bepaalde in artikel 5.2; j. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan. 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Beroep of bedrijf aan huis Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de woning en/of bijbehorende bouwwerken; b. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 25 van 41
Datum:23-09-2022
c. d.
e. f. g. h. i. j.
k. l.
hoofdbewoner van de woning is; het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de woning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, hiervoor gelden de regels van de welstandsnota; het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven.
de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; beroepen of bedrijven aan huis in vorm van detailhandel, uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom en productiegebonden detailhandel als nevenfunctie bij agrarische bedrijfswoningen, of in de vorm van horeca (uitgezonderd ondersteunende horeca als nevenactiviteit bij agrarische bedrijfswoningen) zijn niet toegestaan.
5.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming, zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan dat als Bijlage 1 bij de regels van dit bestemmingsplan is gevoegd, alsmede de sloop van het bestaande kantoor ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1'; b. In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 2 jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen landschappelijk inpassingsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. 5.4.3 Strijdig gebruik Het is verboden om ruimten in gebruik te nemen als geluidsgevoelige ruimte op een hoogte van 7,5 m of meer, tenzij de naar het Veghelsedijk gekeerde dakvlak als dove gevel/dakvlak is uitgevoerd en in stand wordt gehouden. 5.5
Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Afwijken ten behoeve van Bed & Breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 5.1 voor het gebruiken van een deel van een woning voor logies in de vorm van een Bed & Breakfast, onder de volgende voorwaarden: a. het betreft maximaal 4 bedden en 2 slaapkamers;
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 26 van 41
Datum:23-09-2022
b. het uitoefenen van een Bed & Breakfast mag uitsluitend plaatsvinden bij grondgebonden woningen; c. de Bed & Breakfast dient in bestaande bebouwing gerealiseerd te worden; d. maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken mag ten behoeve van een Bed & Breakfast in gebruik zijn; e. de woonfunctie dient als hoofdfunctie behouden te blijven; f. bedoeld gebruik mag geen hinder voor het woonmilieu opleveren en geen onevenredige afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; g. permanente bewoning is niet toegestaan; h. bedoeld gebruik mag geen belemmering voor de omliggende bedrijven opleveren; i. het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of een bijbehorend bouwwerk uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is; j. er mag geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan; k. de ontwikkeling mag niet leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 27 van 41
Datum:23-09-2022
Artikel 6
Waarde - Archeologie 4
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden te verwachten archeologische waarden. 6.2 Bouwregels Op of in de in lid 6.1 genoemde gronden mogen, in afwijking van hetgeen elders in deze planregels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemming(en) van deze gronden, geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of veranderd en niet dieper dan de bestaande fundering wordt gebouwd; b. de bouw van een bouwwerk tot maximaal 10.000 m² of de uitbreiding van een bestaand bouwwerk tot maximaal 10.000 m²; c. de bouw van een bouwwerk, waarbij geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld. 6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 voor het bouwen krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b.
er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad, of; c. er is door technische maatregelen of een archeologische opgraving gegarandeerd dat de op basis van archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld en/of beschermd. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in lid 6.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het ophogen, verlagen, afgraven, vergraven, egaliseren of anderszins wijzigen van het maaiveldniveau; d. het rooien en/of vellen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; e. het graven, verbreden, verdiepen, dempen of anderszins wijzigen van oppervlaktewateren; f. het aanbrengen of verwijderen van transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem;
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 28 van 41
Datum:23-09-2022
h. het mengen, ontginnen, woelen, diepploegen of uitvoeren van andere grondbewerkingen; i. het aanbrengen van onderbemaling of het anderszins verlagen van de grondwaterstand. 6.4.2 Uitzonderingen Het in lid 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud, beheer en/of gebruik betreffen; b. een oppervlakte hebben die niet meer bedraagt dan 10.000 m²; c. een diepte hebben die niet meer bedraagt dan 0,3 meter; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; e. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning. 6.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 6.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. er op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. er op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad, of; c. er door technische maatregelen of een archeologische opgraving is gegarandeerd dat de op basis van archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld en/of beschermd.
6.5 Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag zijn bevoegd, conform artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat te plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat bescherming en veiligstelling van archeologische waarden niet meer noodzakelijk is.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 29 van 41
Datum:23-09-2022
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 30 van 41
Datum:23-09-2022
Artikel 8
Parkeerregels
8.1 Normstelling parkeren a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden. b. Voor de in lid a genoemde voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, in acht genomen te worden. c. Indien deze beleidsregels en/of de bijlagen gedurende worden gewijzigd door het bevoegd gezag, dient rekening gehouden te worden met deze wijziging. De parkeernormen uit de beleidsregels en/of bijlagen zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag worden toegepast. 8.2 Manoeuvreerruimte en ruimte voor laden en lossen bij parkeren a. Er dient voldoende manoeuvreerruimte beschikbaar te zijn voor het kunnen functioneren van de parkeerplaatsen; b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel waarbij een behoefte bestaat voor ruimte voor het laden of lossen van goederen wordt slechts verleend, indien is aangetoond dat op het betreffende bouwperceel in voldoende mate ruimte voor het laden of lossen van goederen is of zal worden aangebracht.
8.3 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.1 en 8.2 indien: a. er in voldoende parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien op een andere wijze; of; b. het ruimtelijk gezien niet wenselijk is de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte op eigen terrein te voorzien; en; c. er voldoende openbare parkeerplaatsen binnen een acceptabele afstand aanwezig zijn; en; d. er een parkeertelling aanwezig is die aantoont dat er voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig zijn die benut kunnen worden, of; e. aangetoond kan worden dat volstaan kan worden met een lagere parkeernorm.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 31 van 41
Datum:23-09-2022
Artikel 9
Algemene bouwregels
9.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel-, goot- en kroonlijsten, luifels, erkers, entrees, stoeptreden, dorpels, dakkapellen, balkons en overstekende daken en soortgelijke bouwdelen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwhoogten, bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 2 meter bedraagt. 9.2
Ondergronds bouwen
9.2.1 Algemeen Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 9.2.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a. de ondergrondse bouwdiepte bedraagt niet meer dan 4 meter onder peil. 9.2.3 Afwijken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.2 sub a voor het bouwen van bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte tot maximaal 10 meter onder peil, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de waterhuishouding wordt niet verstoord; b. er wordt geen afbreuk gedaan aan archeologische waarden.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 32 van 41
Datum:23-09-2022
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
10.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, grind en brandstoffen, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; b. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats van al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; c. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats, dan wel staan- of ligplaats voor onderkomens; d. het gebruiken of laten gebruiken van woningen voor enige vorm van detailhandel en/of horeca, e. het gebruiken of laten gebruiken van bouwwerken ten behoeve van een bedrijf aan huis; f. het gebruiken of laten gebruiken van een gedeelte van een bedrijfsgebouw of bijbehorend bouwwerk bij een (bedrijfs)woning als afhankelijke woonruimte (inwoning); g. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie. 10.2
Beroep aan huis
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 33 van 41
Datum:23-09-2022
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
11.1 Boringsvrije zone De gronden ter plaatse van de aanduiding 'boringsvrije zone' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening. 11.1.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden a. Het is verboden om boringen of grondwerkzaamheden te verrichten zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden, als de diepte meer is dan 10m beneden maaiveld; b. De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de werkzaamheden de beschermende kleilaag kunnen aantasten. 11.2 Milieuzone - geur a. Al dan niet in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 geldt dat ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - geur' geen nieuwe geurgevoelige objecten mogen worden gerealiseerd of (bestaande) bouwwerken in gebruik genomen als geurgevoelig object; b. Het bevoegd gezag kan het bestemmingsplan wijzigen door de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - geur': 1. te verwijderen indien de aanwezige geurhinderlijke inrichting gesaneerd is danwel uit nader onderzoek is gebleken dat de aanwezige geurhinderlijke inrichting buiten werking is gesteld; 2. te verkleinen indien uit nader onderzoek is gebleken dat de aanwezige geurhinderlijke inrichting kleiner is geworden. 11.3 Milieuzone - spuitzone a.
Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - spuitzone' zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de gezondheid van personen op nabijgelegen verblijfslocaties: het oprichten van bouwwerken of in gebruik nemen van (bestaande) bouwwerken voor langdurig verblijf is niet toegestaan, tenzij de 'Milieuzone - spuitzone' door gewijzigde exploitatie dan wel wet- en regelgeving vervalt; b. in afwijking van het bepaalde in sub a kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van het oprichten van bouwwerken bedoeld voor langdurig verblijf binnen de 'Milieuzone - spuitzone' indien uit onderzoek is gebleken dat de spuitzone kan worden verkleind, al dan niet in combinatie met het treffen van maatregelen die de drift beperken ten behoeve van het bereiken van een aanvaard woon- en leefklimaat. 11.4 Vrijwaringszone - radar De maximale hoogte van bouwwerken in een radarverstoringsgebied wordt bepaald door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf een punt op de top van de radarantenne, waarvan de hoogteligging ten opzichte van NAP is opgenomen in bijlage 8 van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (voor Volkel 49 meter ten opzichte van N.A.P.), oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf voornoemde radarantenne.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 34 van 41
Datum:23-09-2022
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
12.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. de bestemmingsbepalingen, niet zijnde de bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geven; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 5 meter; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken en zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; e.
de bouw van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor voorzieningen van algemeen nut, zoals telefooncellen, transformatorhuisjes, onderhoudsgebouwtjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken, voor zover deze bouwwerken geen grotere oppervlakte hebben dan 20 m² en geen grotere hoogte hebben dan 3 meter. 12.2 Bedrijf aan huis Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.1 sub e voor het toestaan van een bedrijf aan huis, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het bedrijf aan huis vindt plaats in de (bedrijfs)woning en/ of bijbehorende bouwwerken; b. het bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het bedrijf aan huis in de (bedrijfs)woning inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de (bedrijfs)woning is; c. maximaal 40% van het brutovloeroppervlak van de (bedrijfs)woning inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen is in gebruik ten behoeve van het bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; d. het bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); e. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; f.
het bedrijf aan huis is niet milieuvergunningsplichtig; g. er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het bedrijf aan huis; h. het parkeren ten behoeve van het bedrijf aan huis vindt plaats binnen het bestemmingsvlak of (waar voorkomend) het bouwvlak.
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 35 van 41
Datum:23-09-2022