Notitie zienswijzen
Tekst van het document
Gevolg: iedereen zwijgt, want alle kritiek op het plan wordt meteen vertaald in “je bent tegen de nieuwe school”. Mensen kunnen in het openbaar niet vrijelijk hun visie kenbaar maken, omdat je daarmee direct in een van de 2 kampen wordt geplaatst. Tijdens de tweede dorpsraadsvergadering, waarin het plan werd gepresenteerd, ontstonden die 2 kampen. Door de reacties van de initiatiefnemers op de gestelde vragen. Gesteund door de toenmalige voorzitter van de dorpsraad (tevens bestuurslid van de Franciscusparochie, die de kerk wil verkopen). En dat onder het toeziend oog van de wethouder. Dit maakt de gemeente medeplichtig aan het ontstaan van deze 2 kampen. De wethouder greep niet in, toen mensen als tegenstanders van de school werden weggezet, terwijl ze alleen kritiek uitten op de manier waarop deze school gerealiseerd zou gaan worden. Het aanwezige publiek werd wijs gemaakt dat er geen nieuwe school zou
Notitie beantwoording zienswijzen
50
komen, als dit plan niet door zou gaan. En dat geloven veel Eerdenaren nog steeds. De omgevingsdialoog kan dan ook alleen in persoonlijke gesprekken met de omwonenden worden gevoerd, buiten de openbaarheid. Zodat alle omwonenden vrijuit hun visie op de plannen kunnen geven. Daarbij dient een onpartijdige verslaglegging te worden gegarandeerd, en er dient vertrouwelijk met de informatie te worden omgegaan. Beantwoording zienswijze 4.3: Reclamant stelt samengevat dat er geen of althans onvoldoende omgevingsdialoog door initiatiefnemer is gevoerd. Hierover merkt de gemeente het volgende op: In zijn algemeenheid is een omgevingsdialoog is er op gericht om in een vroegtijdig stadium (nog voordat het concrete plan vastligt) kennis te nemen van eventuele bezwaren, wensen en belangen vanuit de omgeving, zodat deze reacties bij de uitwerking van het plan kunnen worden betrokken. De omgeving is daarbij geen vastomlijnd (wettelijk) begrip, maar is sterk afhankelijk van de gewenste ontwikkeling en de effecten die daarmee gepaard gaan op de omgeving. Initiatiefnemer moet daarbij ook serieus aandacht besteden aan de inbreng van belanghebbenden. Het is de gemeente bekend dat de initiatiefnemer veelvuldig het plan aan de bewoners van Eerde heeft gepresenteerd, onder andere tijdens een aantal openbare vergaderingen van de dorpsraad Eerde waarvoor het onderwerp ook concreet is geagendeerd.
De agenda van de dorpsraadvergaderingen is daarbij huis aan huis verspreid. Ook heeft een aantal keren een presentatie van het plan door de initiatiefnemer plaatsgevonden direct aansluitend aan een vergadering van de dorpsraad. Daarnaast heeft initiatiefnemer regelmatig overleg gevoerd met een speciaal daartoe door de dorpsraad in het leven geroepen werkgroep (kerk en dorpskern) en er is tot voor kort regelmatig overleg gevoerd met de Stichting Vrienden van de Eerdse Kerk. De gemeente is van oordeel dat initiatiefnemer zich in voldoende mate heeft ingespannen om omwonenden en overige belanghebbenden in kennis te stellen van het plan en daarbij ook voldoende gelegenheid heeft geboden hierop te reageren. De stelling van reclamant, dat een omgevingsdialoog alleen in persoonlijke gesprekken met de omwonenden kan worden gevoerd, buiten de openbaarheid, is overigens onjuist. Zienswijze 4.4: In het ontwerpbestemmingsplan wordt er prat op gegaan dat een belangrijk deel van het plan in bestaand vastgoed wordt gerealiseerd, waardoor de impact op de omgeving beperkt is. Echter; Slechts 3 appartementen (+ optioneel 3 na sluiting v.d. kapel) worden in bestaand vastgoed gesitueerd. Er wordt in het ontwerpbestemmingsplan dus een onjuiste voorstelling van zaken gegeven omdat slechts 12% en misschien ooit in de verre toekomst nog eens 12% in bestaand vastgoed wordt gerealiseerd.
Van het hele plan is dus vooralsnog 88% nieuwbouw, die wel degelijk grote ruimtelijke effecten heeft. Het bebouwde oppervlak wordt ruim verdubbeld t.o.v. de huidige situatie. Het aanwezige park wordt ook nog eens in tweeën gedeeld door de nieuwbouw, en aanzienlijk (50%) smaller. Een grote aantasting van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit die zou kunnen worden behouden en versterkt door het hele gebied als centrumpark voor het dorp in te richten. Dat zou kunnen omdat de grond immers al eigendom van de gemeente is, en is aangekocht met middelen die al meer dan 20 jaar geleden werden gereserveerd voor de aanleg van een evenemententerrein in Eerde (dat er nooit is gekomen). De financiering van dit park was daardoor begrotingsneutraal. Naast het ruimtebeslag van de nieuwbouw omvat dit bestemmingsplan bestemmingen met een grote parkeerbehoefte, met ook weer veel ruimtebeslag. In het centrum is al veel verstening aanwezig door parkeerplaatsen. Het ruimtelijk effect van het plan is dan ook aanzienlijk groter dan hier wordt gesuggereerd. De problemen en de aantasting van de woonomgeving worden gebagatelliseerd. Ik eis dat het ruimtelijk effect van het plan correct en volledig wordt bekeken. Dat is nu niet gebeurd.
Notitie beantwoording zienswijzen
51
Beantwoording zienswijze 4.4: Reclamant gaat in zijn zienswijze voorbij aan het feit, dat het plan naast appartementen nog een ander programma kent. Het plan omvat ook de realisatie van een kinderdagopvang en een basisschool. Ook deze basisschool wordt voor een groot deel in het kerkgebouw gerealiseerd. In het kader van de totstandkoming van het ontwerpbestemmingsplan zijn zowel de effecten van de nieuwbouw, als de effecten van de herbestemming van het kerkgebouw onderzocht; ook de effecten met betrekking tot het parkeren. Met betrekking tot de zienswijze over het ruimtebeslag van de nieuwbouw merkt de gemeente op, dat met de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Dorpshart Eerde’ het bouwvlak (en dus het ruimtebeslag) aanzienlijk wordt verkleind ten opzichte van het in het vigerende bestemmingsplan (‘Kom Eerde’). Zienswijze 4.5: Tevens eis ik dat de totale parkeerbehoefte in het hele centrum van Eerde wordt bekeken, voordat er in dit plan extra parkeerplaatsen worden toegevoegd. Daarbij moeten de aanwezige parkeerplaatsen op het St. Antoniusplein worden meegenomen. Er is nu een fors overschot aan parkeerplaatsen. Dit overschot kan voor de nieuwe bestemmingen worden benut. Het toevoegen van zoveel parkeerplaatsen aan de Bernard van Damstraat is zinloos, omdat: De loopafstand voor de bewoners van de nieuwe appartementen te groot is.
Zij zullen de parkeerplaatsen op het kerkplein en naast de Esdonkstraat gebruiken, en anders in de bermen gaan parkeren (dat is immers toegestaan). De parkeerplaatsen aan de Bernard van Damstraat zijn alleen te gebruiken voor het personeel van de basischool en het KDV. Daarvoor zouden 5 parkeerplekken al volstaan (i.p.v. 42). Beantwoording zienswijze 4.5: De parkeerplaatsen op het St. Antoniusplein liggen op een loopafstand van ruim 200 meter van de appartementen. Hierdoor worden deze niet meegenomen bij deze ontwikkeling. De loopafstand naar de nieuwe parkeerplaatsen in de Bernard van Damstraat is circa 140 meter. Dit is verder dan de maximale loopafstand van 100 meter zoals opgenomen in ons parkeerbeleid. Hierdoor neemt de kans toe dat de nieuwe bewoners parkeren op dichterbij gelegen openbare parkeerplaatsen. Zienswijze 4.6: De kiss & ride van de school komt aan het kerkplein. Er dient voor te worden gezorgd dat deze plekken buiten schooltijden met als parkeerplaats kunnen worden gebruikt. De parkeerfunctie moet beperkt blijven tot kiss & ride. Het aanzicht van het kerkplein en het aangrenzende park zou daardoor nog meer worden aangetast. Bovendien moeten deze kis & ride plaatsen worden uitgevoerd zonder bestrating, zodat ze visueel bij het park blijven behoren, en geen verbreding van het kerkplein worden.
Het kerkplein is geen dorpsplein, maar een parkeerplaats in ons dorpscentrum. Deze grote stenen vlakte met het geparkeerde blik verstoort nu al het straatbeeld en het aanzicht van onze mooie kerk. Een herinrichting met meer groen en leuke verblijfsmogelijkheden zou beter zijn. Beantwoording zienswijze 4.6: Buiten de schooltijden is er geen behoefte aan een kiss & ride strook. Vandaar dat in de parkeerbalans van deze ontwikkeling deze 6 parkeerplaatsen buiten de schooltijden reguliere parkeerplaatsen zijn. Zienswijze 4.7:
Notitie beantwoording zienswijzen
52
De energieopwekking is gepland met zonnepanelen boven de parkeerplaats aan de Bernard van Damstraat. De mogelijkheid om deze op het dak van de school te plaatsen wordt niet benut. Daarmee is er ongewenst extra ruimtebeslag door de zonnepanelen. Hiervoor wordt immers een speciale constructie gebouwd boven de parkeerplaats, waardoor de ecologische footprint van de zonnepanelen te groot wordt om nog duurzaam genoemd te kunnen worden. Daarnaast is er nog het negatieve esthetisch aspect van deze constructie midden in de dorpse woonomgeving. Het moet uiteraard mogelijk zijn om in het park een aantal bomen te planten. Zonder bomen is het geen park! Die bomen zullen op termijn de zon op de zonnepanelen gaan blokkeren. Op die grond is het situeren van zonnepanelen aan de noordkant van het park, dus achter de toekomstige bomen zeer onverstandig te noemen. Wij eisen dat deze constructie met zonnepanelen vervalt. Deze dienen op het dak van de school te worden geplaatst. Als dat toch te weinig rendement op zou leveren, zou het dak van gemeenschapshuis De Brink uitkomst kunnen bieden. Daar is volop ruimte, dat dak heeft geen schaduw, het gebouw is eigendom van de gemeente.
Dus, doe eens slim en benut de mogelijkheden die je als gemeente hebt om je school energieneutraal te maken, (en tegelijk ook De Brink te verduurzamen) Beantwoording zienswijze 4.7: In tegenstelling tot reclamant acht de gemeente het plaatsen van een open constructie ten behoeve van het plaatsen van zonnepanelen ter plaatse van de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - 1’ planologisch voorstelbaar en aanvaardbaar. Het plaatsen van zonnepanelen op het dak van de school, zal gezien de stand van de zon en het aanwezige kerkgebouw (schaduwwerking) niet leiden tot een optimale opbrengst van de zonnepanelen. Daarnaast is het zo, dat de gemeente voorstander is van meervoudig ruimtegebruik. Het aan de Bernard van Damstraat aan te leggen parkeerterrein zal ook ten behoeve van de opwekking van energie worden ingezet. Ten overvloede merkt de gemeente op, dat niet is gekozen om zonnepanelen op gemeenschapshuis ‘De Brink’ te plaatsen voor dit plan. Op dit dak kunnen zo mogelijk nog zonnepanelen worden geplaatst om bijvoorbeeld het gebouw zelf verder te verduurzamen. Zienswijze 4.8: De cultuurhistorische waarde van het kerkgebouw wordt door dit plan ernstig aangetast.
Dat blijkt uit de onderstaande opsomming van de meest ingrijpende aantastingen: De gehele zijgevel van de noordelijke zijbeuk verdwijnt uit het zicht omdat de nieuwbouw daar over de volledige lengte en hoogte tegenaan wordt geplakt. In de zijgevel van de noordelijke zijbeuk worden 3 doorbraken gemaakt onder de ramen. In de zijgevel van de noordelijke zijbeuk wordt een gebrandschilderd raam doorgebroken t.b.v. een doorgang naar de nieuwbouw op de eerste verdieping. Er worden ten minste 2 andere gebrandschilderde ramen dichtgemaakt. Deze waardevolle originele ramen uit 1891 zijn onlangs nog gerestaureerd, met financiële ondersteuning en vrijwilligersinzet van Eerdse parochianen. In het middenschip van de kerk wordt op 450cm hoogte een verdiepingsvloer gelegd, met daarboven nog een aantal appartementen met verdiepingsvloeren. Er komt een hoge scheidingswand in het middenschip en de zijbeuken, dwars door de kerk, van vloer tot gewelven. Alleen de kleine kapelruimte behoudt de volledige hoogte. De rest van de indrukwekkende en monumentale kerkruimte verdwijnt uit het zicht en wordt in kleine hokjes opgedeeld. In vrijwel het hele kerkgebouw, uitgezonderd de kleine kapel, verdwijnen alle wanden achter geïsoleerde voorzetwanden, omdat anders niet aan de eisen van het bouwbesluit kan worden voldaan die gelden voor de nieuwe bestemmingen.
Notitie beantwoording zienswijzen
53
De hele vloer van de kerk wordt gesloopt. De hele inrichting wordt verwijderd, uitgezonderd t.p.v. de kapel. Voor al de benodigde technische installaties zullen op ontelbare plaatsen gaten, sparingen, daken muurdoorvoeren en dergelijke voorzieningen nodig zijn om ervoor te zorgen dat de ruimtes van school en woningen voldoen aan de eisen van het huidige bouwbesluit. Met name voor de woningen zijn veel van dergelijke voorzieningen nodig. Voor de woningen zal het b.v. ook noodzakelijk zijn dat er ramen open kunnen. Nu is al het glas in lood als enkele vaste beglazing uitgevoerd. Kortom: de aantastingen van het monumentale kerkgebouw zijn nog niet te overzien. De initiatiefnemers geven daarover natuurlijk nog geen enkele duidelijkheid. Daarmee wordt gewacht tot het bestemmingsplan rond is, en deze aantastingen door het bestemmingsplan gelegitimeerd zijn. Niemand kan deze ingrepen dan nog voorkomen. Het is onmogelijk dat alles (beelden, kruiswegstaties, preekstoel e.d.) een nieuwe plaats krijgt in de kleine kapel. Dat wordt beloofd, maar daar is gewoon geen ruimte voor. In de praktijk zullen dus veel van deze kunstschatten verloren gaan. Ze belanden in de opslag ergens in een leegstaande kerk, en gaan daarna naar het buitenland of bij het vuilnis.
Er is geen aandacht voor dat deze zaken door onze voorouders met pijn en moeite bij elkaar zijn gespaard, en in dit voorheen arme boerendorpje de enige historische kunstschatten zijn die we hebben. De gemeente zou zich dit serieus aan moeten trekken en de teloorgang van dit erfgoed moeten voorkomen. Beantwoording zienswijze 4.8: Om monumenten een nieuwe toekomst te geven is herbestemming vaak onontkoombaar en dienen deze monumenten en zijn bouwkundige ingrepen noodzakelijk om deze geschikt te maken voor deze nieuwe bestemming. Het college laat zich door de monumentencommissie adviseren over de wijze waarop deze ingrepen plaatsvinden en of er sprake is van een onevenredige aantasting van het gemeentelijke monument. Met betrekking tot het interieur behoren niet alle aangehaalde delen tot het gemeentelijke monument omdat deze enerzijds niet specifiek staan benoemd in de redengevende monumentenbeschrijving en anderzijds niet aard- en nagelvast met het monument zijn verbonden. In die gevallen is sprake van losse interieur elementen / roerende goederen en vallen deze niet per definitie onder de kwalificatie gemeentelijk monument. De door reclamant aangehaalde inrichting van de nieuwe kapel gaat in samenspraak met de Parochie Heilige Franciscus.
Ten aanzien van de door reclamant beschreven ingrijpende aantastingen merkt de gemeente op, dat hetgeen hieromtrent door reclamant naar voren wordt gebracht niet kan worden gezien als een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan. Of bepaalde ingrepen al dan niet aanvaardbar zijn dient in het kader van de aanvraag omgevingsactiviteit bouwen te worden beoordeeld. Daarbij zal ook de welstand- en monumentencommissie een rol vervullen.
Zienswijze 4.9: Er staat in het plangebied twee monumentale rode beuken en andere monumentale en beeldbepalende bomen. Ten behoeve van het inzichtelijk krijgen of negatieve effecten op het duurzame behoud van 16 bomen in en rondom het plangebied te verwachten zijn is door Pius Floris Boomverzorging een Boom Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. De beschrijving in het ontwerpbestemmingsplan is te vrijblijvend, en sluit onvoldoende aan op de adviezen in de BEA..
Notitie beantwoording zienswijzen
54
De adviezen die in de rapportage van Pius Floris Boomverzorging (tb8) staan moeten onverkort als bindende voorwaarden in het bestemmingsplan worden opgenomen. Tevens dient hierbij een hoge boeteclausule te worden opgenomen. Ik weet inmiddels dat de initiatiefnemer geen respect heeft voor monumenten, ongeacht of het natuurmonumenten of cultuurmonumenten zijn. Extra aandacht is vereist, zeker omdat het algemeen bekend is dat de handhaving in de gemeente Meierijstad veel te wensen overlaat! Ook de initiatiefnemers weten dat. In bijlage II bij tb8 staat weergegeven dat de nieuwbouw vast tegen de kroonprojectie, en dus binnen de groeiruimte van boom 1, de monumentale rode beuk komt te staan. Volgens de advisering van Pius Floris mag er binnen de groeiruimte van de boom, de grijs aangegeven rand rondom de kruinprojectie, niet worden gebouwd om de groeiruimte van de boom veilig te stellen. Ik eis dat de nieuwbouw wordt ingekort, om de vereiste afstand tot boom 1 te respecteren.
Het paars aangeduide gebied moet de bestemming groen met bescherming krijgen, in plaats van bouwvlak. Er mag geen bestrating worden aangebracht, de onderbegroeiing moet in stand blijven.
Binnen de kroonprojecties van de beuken is het niet toegestaan om verhardingen aan te brengen. Binnen de stabiliteitskluit in stand houden onderbegroeiing ten behoeve van nalevering organische component en het beperken van betreding is een sterke aanbeveling van Pius-Floris. Deze krachtige en duidelijk aanbeveling dient in het bestemming opgenomen te worden. Het aangeduide gebied dient de binnen de bestemming groen extra beschermd te worden, door alle activiteiten binnen dit gebied te verbieden. Er dient een zodanige onderbegroeiing onder de bomen te zijn dat betreden van dit gebied onmogelijk of ten minste onaantrekkelijk is.
Notitie beantwoording zienswijzen
55
Ik eis dat deze aanbevelingen van Pius Floris onverkort in het bestemmingsplan worden opgenomen. Dit betekent ook dat moet worden voorkomen dat (school)kinderen dit gebied betreden, en daardoor schade aan de onder begroeiing, ondergrond, boomwortels of boomstammen aan kunnen richten. Het plaatsen van boombanken rondom de beukenbomen, zoals meermaals is gesuggereerd dient achterwege te blijven. Betreding van het gebied onder de beukenbomen moet tot het uiterst noodzakelijke worden beperkt De toegangsdeuren aan de achterzijde van het gebouw kunnen daarom geen functionele ingangen of uitgangen zijn. Er mag zeker geen bestrating naar deze deuren of langs de gevels worden aangelegd, omdat dit gebied binnen de kroonprojectie van boom 1 ligt. Het bouwvlak op de plantekening (zie plankaart op de volgende bladzijde) moet dan ook dienovereenkomstig worden verkleind. De betreffende strook dient bij het groene gebied te worden gevoegd, met de bescherming conform de bovenstaand geciteerde krachtige aanbeveling van Pius Floris. (deze deuren mogen alleen de functie van nooduitgang krijgen. Er mag dus buiten geen bestrating aangebracht worden van deze deuren naar de speelplaats. Hier is n.l. de door Pius Floris genoemde onderbegroeiing noodzakelijk t.b.v.
de beukenboom nr 1.) In het gebied, met name in en onder de rode beukenbomen worden met enige regelmaat eekhoorns gezien, die daar foerageren. Een reden temeer om dit gebied ongemoeid te laten, en betreden door mensen te voorkomen. Beantwoording zienswijze 4.9: In de boom effect analyse is inderdaad aangegeven, dat het niet is toegestaan om binnen de kroonprojecties van de beuken verhardingen aan te brengen. Voor de door reclamant aangehaalde beuk (nr. 1) geldt echter dat binnen de kroonprojectie zich ook een behoorlijk deel van het kerkgebouw bevindt. Met de aanwezigheid van deze bebouwing zal ook in het onderhoud van beuk nr. 1 rekening moeten worden gehouden, waardoor de kroon van deze beuk in omvang begrenst moet worden. Daarmee wordt voorkomen dat de beuk volledig uit verhouding gaat groeien. Verder voorziet het (ontwerp)bestemmingsplan naar het oordeel van de gemeente reeds in een beschermingszone van de beuken, met in art. 8 (Waarde - Monumentale en beeldbepalende bomen) de daarbij behorende beschermingsregels. In art. 8 is onder meer opgenomen dat het niet is toegestaan om verhardingen aan te brengen, zulks indien de oppervlakte van de aan te brengen verharding meer bedraagt dan 10 m². Onder andere daarmee is de bescherming van de beuken in het plangebied naar het oordeel van de gemeente voldoende geborgd.
Gezien de in het bestemmingsplan opgenomen bescherming van deze beuk bestaat er naar het oordeel van de gemeente geen noodzaak de bestemming voor de door reclamant paars aangeduide strook te wijzigen naar groen. De gemeente merkt in dat verband nog op dat de betreffende beuk zich in het vigerende bestemmingsplan volledig binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ (en zelfs binnen het bouwvlak) bevindt (en ook nu voldoende bescherming geniet). Op pagina 7 en 8 van de Boom Effect Analyse zijn adviezen en randvoorwaarden beschreven waarmee wordt geborgd dat negatieve gevolgen voor de duurzame instandhouding van deze beuk worden voorkomen. Deze adviezen en randvoorwaarden kunnen worden opgenomen in de omgevingsvergunning activiteit bouwen. Met betrekking tot hetgeen reclamant inbrengt betreffende het opnemen van sancties in het bestemmingsplan, merkt de gemeente op dat overtredingen van regels uit een bestemmingsplan reeds vallen onder de Wet economische delicten en er vanuit die wet (strafrechtelijk) kan worden opgetreden.
Zienswijze 4.10: Het park naast de school loopt af in de richting van mijn kavel Kapelstraat 49. Dit kavel ligt op ca 10,40 meter +NAP. Het vloerpeil van de kerk (ca 11,20 meter +NAP) wordt doorgetrokken in de nieuwbouw (inclusief de speelplaats van de school). De rand van de speelplaats komt daardoor op ruim 11,00 meter +NAP. Het
Notitie beantwoording zienswijzen
56
hoogteverschil tussen speelplaats en mijn kavelgrens komt op ruim 60cm. De afstand van gebouw tot perceelsgrens wordt amper 20 meter. Dat hoogteverschil betekent een groot risico op wateroverlast op mijn kavel, mijn bedrijfsterrein en in mijn bedrijfsgebouwen. Het is onjuist dat de kerk en het openbaar gebied aangesloten zijn op het gemeentelijk rioolstelsel. Verre van dat! Alleen de hemelwaterafvoeren van de kerk aan de kant van de Esdonkstraat zijn op het gemeenteriool aangesloten. Dat is de helft van het kerkdak. Het is niet duidelijk of dit zo blijft, of dat deze ook afgekoppeld moeten worden met een infiltratievoorziening. De rest van het hemelwater van de kerk, en al het hemelwater van wegen en bebouwing aan Esdonkstraat en Capellevelt is (inclusief het hele plein voor de kerk) aangesloten op een infiltratiekoffer onder de (open) wegbestrating. Al dat regenwater moet dus al infiltreren in dit gebied. Infiltratie in het park is onvoldoende als er geen aanvullende maatregelen worden getroffen. Het tussen de nieuwbouw en mijn kavelgrens gelegen gedeelte van het park ligt deels laag (vanaf achterkant muziekkiosk) en is vrijwel ingesloten tussen hoger gelegen percelen/wegen. Nu is er al regelmatig wateroverlast (vorming van plassen tegen mijn perceelsgrens).
Dit wordt alleen maar erger door de toegevoegde daken en verhardingen, en door gedeeltelijke ophoging van het terrein nabij school en kerk. Verbetering van de afwateringsmogelijkheden voor het hele ontwikkelingsbied is nodig, incl. het kerkhof en de nieuwe parkeerplaatsen achter het kerkhof. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de steeds vaker voorkomende hevige regenbuien die in korte tijd heel veel water aanvoeren (er is gerekend op buien van 60mm., maar onlangs viel er in Limburg 150mm in één bui! Deze hevige en langdurige buien komen steeds vaker voor. Daarom dient het plan daarop aangepast te worden. Het uitgangspunt van 60mm is dan volstrekt onvoldoende, en moete naar 150mm worden verhoogd. Nu is er alleen afvoer via een greppel tussen bestaand parkeerterrein en park, die afvoert naar de sloot langs de Eerdsebaan. Door hoge waterstanden werkt dat ook niet goed (de sloot langs Eerdsebaan dient ook als overstort van het gemeenteriool van een groot deel van de bebouwde kom van Eerde. De wegen Esdonkstraat (incl. het kerkplein) en de straat Capelleveld hebben een infiltratiekoffer onder het wegdek, waarin het regenwater van de weg en van de woningen moet infiltreren. Dit geeft al regelmatig problemen van wateroverlast. De infiltratie van de nieuwbouw moet dus nog worden toegevoegd aan de hoeveelheid te infiltreren regenwater. Er zijn geen overstorten aanwezig.
Er zijn in het plan ook geen nieuwe of extra overstorten opgenomen. Omdat het park waarin wordt geïnfiltreerd laag ligt, zal een overstort nodig zijn om te voorkomen dat het water aan willekeurige kanten (laagste kant eerst) gaat overlopen in het aangrenzende woongebied. Vanwege de onjuiste uitgangspunten van deze paragraaf, dient deze opnieuw deskundig te worden beschouwd en aangepast te worden opgenomen in het bestemmingsplan. Zijn de nieuwe parkeerplaatsen aan de Bernard van Damstraat en de Esdonkstraat meegerekend in de m2 nieuw verhard terrein+ gebouwen voor de afvoer van het regenwater? Zo niet, dan dient dat alsnog te gebeuren. Zijn de fietsenstalling van de school, de fietsenstallingen voor de bewoners, speeltoestellenberging, klikoruimtes e.d. bijgebouwen meegerekend bij de m2 gebouwen die regenwater lozen? Ik eis dat de afvoer van regenwater zodanig wordt verbeterd dat wateroverlast op mijn kavel door regenwater vanaf kerk, school en park is uitgesloten.. De infiltratievoorziening moet zodanig worden uitgevoerd dat deze nooit in de richting van mijn kavel kan overstromen (lagere overstort elders). Bovendien moet deze voldoende capaciteit krijgen dat deze een bui van 150mm regen kan opvangen zonder over te lopen. Beantwoording zienswijze 4.10: Reclamant uit in deze zienswijze zijn zorgen over mogelijke wateroverlast ten gevolge van hemelwater.
Notitie beantwoording zienswijzen
57
In de waterparagraaf, opgenomen in de toelichting op het bestemmingsplan en het onderzoek van Aeres Milieu (d.d. 2 oktober 2020) is – conform het bepaalde in art. 3.6.1 °b Bro – inzichtelijk gemaakt wat de gevolgen zijn voor de waterhuishouding. Daarbij is rekening gehouden met het vigerende beleid. Er is berekend wat de toename is van de verharding en de in dat kader noodzakelijkerwijs te realiseren waterberging. Voor wat betreft de omvang van de waterberging is overeenkomstig het geldende beleid van het waterschap rekening gehouden met 60 mm per vierkante meter verharding. Er is ook inzichtelijk gemaakt wat de omvang dient te zijn van de waterberging indien alle (dus ook reeds bestaande verharding) verhardingen worden meegerekend. In het onderzoeksrapport en de paragraaf in de toelichting zijn daarbij ook verschillende mogelijkheden beschreven hoe en op welke locaties deze waterberging zou kunnen worden gerealiseerd. Er is daarbij ook aangegeven dat dit onderwerp zal zijn van de nadere uitwerking van het plan. Overigens is in de waterparagraaf uitgegaan van de feitelijke toename van de verharding. Zoals eerder aangegeven zal de planologisch te realiseren verharding in omvang afnemen. Zienswijze 4.11: Mijn bedrijf aan de Kapelstraat 49 wordt wel degelijk beperkt door het plan.
Aan de “open” zijde van de bedrijfsgebouwen is de meeste hinder van het bedrijf te verwachten omdat daar de inrit ligt, de aan- en afvoer en buitenopslag plaats vindt. Regelmatig wordt er buiten geladen en gelost, en materialen verplaatst, wat ook geluid veroorzaakt. Juist aan die open zijde ligt dit plan, met nu ook een woonbestemming eraan toegevoegd. Een deel van de woonbestemming komt zelfs daar waar nu de bestemming “Groen” is. Bovendien komen er woningen op de eerste verdieping waardoor mijn geluiddempende schutting op de perceelsgrens niet hoog genoeg is om eventuele hinder te beperken. Extra benodigde maatregelen dienen door initiatiefnemers of de gemeente te worden vergoed. Tevens dient de ermee samenhangende planschade door de initiatiefnemer te worden vergoed. Ook het bedrijf Bernard van Damstraat 29 grenst aan het plangebied. Hier wordt in het bestemmingsplan met geen woord over gerept, dus ook geen rekening mee gehouden. Terwijl voor dit bedrijf grotendeel hetzelfde geld als voor het bedrijf aan de Kapelstraat 49. De nieuwe bebouwing van het plan komt weliswaar verder van de kavelgrens, maar wordt aanzienlijk hoger dan de voormalige bebouwing. Bovendien wordt er een woonfunctie toegevoegd, die gevoeliger is voor geluids- en geurhinder dan de voormalige maatschappelijke bestemming.
Ook dit categorie 2 bedrijf wordt wel degelijk beperkt door het plan, met name door de toegevoegde woonbestemming. Extra benodigde maatregelen dienen door initiatiefnemers of de gemeente te worden bekostigd, en de ermee samenhangende planschade dient door de initiatiefnemer te worden vergoed. Het op Bernard van Damstraat 29 gevestigde bedrijf dient dan ook meegenomen te worden bij beschouwing van de doorwerking van het plangebied. Bovendien is het niet uit te sluiten dat de gedeeltes met bedrijfsbestemming van beide kavels, die voorheen door één bedrijf werden gebruikt, opnieuw tot één bedrijfsterrein worden samengevoegd en door één bedrijf worden gebruikt. Ofwel vanaf de Bernard van Damstraat, ofwel vanaf de Kapelstraat. Beide woningen zijn immers bedrijfswoningen. Die optie mag door dit ontwerpbestemmingsplan nooit worden gehinderd. Beantwoording zienswijze 4.11: Voor zover reclamant van mening is dat sprake is van planschade dan bestaat de mogelijkheid om via een afzonderlijke procedure (artikel 6.1 Wro die los staat van de bestemmingsplanprocedure), een verzoek tot planschade in te dienen op basis van het vastgestelde bestemmingsplan. Voor de meeste omliggende bedrijven en voorzieningen ligt het plangebied op voldoende afstand. Het bedrijf Kapelstraat 49 grenst aan het plangebied.
De nieuwe geluidgevoelige functies worden echter op minstens 30 meter vanaf het bedrijfsperceel opgericht. Aangrenzend aan het bedrijfsperceel komt de bestemming ‘Groen’. Bovendien is er in het vigerende bestemmingsplan een maatschappelijke bestemming
Notitie beantwoording zienswijzen
58
mogelijk en ligt dit bouwvlak op nog geen meter van het plangebied. Dit bouwvlak wordt met onderhavig bestemmingsplan gewijzigd en komt op grotere afstand van het bedrijf te liggen. Onderhavige ontwikkeling vormt geen extra of nieuwe belemmering voor het bedrijf. Bovendien zijn er op kortere afstand, aangrenzend aan het bedrijfsperceel reeds burgerwoningen toegestaan, die al een beperkende werking hebben op het bedrijf, waardoor onderhavige ontwikkeling niet zal leiden tot meer belemmeringen. Volgens het bestemmingsplan “Kom Eerde” zijn de woningen Kapelstraat 49 en Bernard van Damstraat 29 burgerwoningen en geen bedrijfswoningen. Ze hebben namelijk de bestemming “Wonen”. Er is in het bestemmingsplan rekening gehouden met de gehele bedrijfsbestemming ter plaatse van Kapelstraat 49 (en Bernard Damstraat 29) aangrenzend aan het plangebied, zie onderstaand rood omkaderd gebied. Er is gemeten vanaf deze bedrijfsbestemming tot aan het bouwvlak van de nieuwe gevoelige functies en deze afstand is 30 meter, hiermee wordt er ruim voldaan aan de richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Zoals indiener zelf aangeeft, geldt voor het bedrijf Bernard Damstraat 29, hetzelfde als voor het bedrijf aan de Kapelstraat 49. Het bedrijf / de bedrijfsbestemming vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen, er wordt voldaan aan de richtafstanden.
Er is geen sprake van nieuwe/extra belemmeringen voor de bedrijfsbestemming. Bovendien zijn er op kortere afstand, aangrenzend aan het bedrijfsperceel reeds burgerwoningen toegestaan, die al een beperkende werking hebben op het bedrijf, waardoor onderhavige ontwikkeling niet zal leiden tot meer belemmeringen. Volledigheidshalve zal de toelichting (paragraaf ‘bedrijven en milieuzonering’) worden aangevuld met het bedrijf Bernard Damstraat 29.
Zienswijze 4.12: Het park dient voor de akoestische berekeningen bij het oppervlak van de school te worden meegenomen als het park ( of een afgerasterd deel daarvan) als speel- en/of leerruimte door de school wordt gebruikt. De richtafstand moet dan worden gemeten vanaf de bovengenoemde afrastering van de speelruimte, of anders vanaf de kavelgrenzen van het park. Alleen als de school de groene ruimte van het park NOOIT gebruikt als hierboven omschreven, mag vanaf de rand van de verharde speelplaats worden gerekend. Dat betekent ook dat er in het park geen speeltoestellen mogen staan die vanwege de school worden gebruikt. Tevens betekent het dat er niet in het park wordt gespeeld, gevoetbald enz. door de schoolkinderen en/of het personeel van de school. Volgens de akoestische rapportage komt en geen fietsenstalling en komen er ook geen speeltoestellen bij de school. Die komen immers in de rapportage niet voor, en kunnen dus ook niet worden geplaatst. Noch op de verharde speelplaats, noch in het groene gebied van het park. Buiten de speelplaats (= in het park) is
Notitie beantwoording zienswijzen
59
immers geen enkele geluidsbron meegenomen in de berekeningen. Iedereen weet dat juist bij de fietsenstalling en de speeltoestellen veel geluid wordt geproduceerd door de kinderen. Ik eis dat er duidelijkheid komt over de exacte ruimte die de school als speelruimte voor de kinderen gebruikt. Die ruimte moet worden afgescheiden (hek) van het park, zodat het voor iedereen, voor de leerkrachten en voor de kinderen, duidelijk is hoever ze mogen komen. Ik eis dat ten minste de fietsenberging, maar ook eventuele andere bergruimtes die als gebouw worden uitgevoerd, op de plattegrondtekening worden opgenomen. Deze gebouwen zijn van zodanige aard en omvang, en zo beeldbepalend t.o.v. het park, dat het niet aan de willekeur van de SMAAK en/of SKIPOV kan worden overgelaten waar deze worden gebouwd. Ik eis dat de speeltoestellen, fietsenberging e.d. in de akoestische berekeningen worden opgenomen omdat dit locaties zijn waar veel kinderen samenkomen en geluid produceren. Als het schoolgebied groter is dan de in het huidige plan getekende verharde speelplaats, dan eis ik een aangepast en correct nieuw akoestisch onderzoek. Daarin moeten de geluidsbronnen (kinderen) over de hele door de school te gebruiken buitenruimte worden verdeeld, met concentraties op de plaats van de speeltoestellen en de fietsenberging. Als er de mogelijkheid wordt gegeven om b.v.
te voetballen in het park, dan dient ook op die plek geluidstechnisch rekening te worden gehouden met een hoge geluidsproductie. GELUID volgens tb4 Er wordt uitgegaan van geluidsoverlast door spelende (school)kinderen op de verharde speelplaats. Er wordt geen rekening gehouden met het gebruik van het park door spelende (school)kinderen Er wordt geen rekening gehouden met geluidsoverlast vanuit het park door voetgangers fietsers, brommers e.d. die het park als korte verkeersroute gebruiken. Er wordt uitgegaan van geluid van installaties op het schooldak, maar reflecties daarvan door de gevel van het kerkgebouw zijn niet meegenomen in de berekening. Er is niet gerekend op geluidsoverlast van de tot het plan behorende parkeerplaats aan de Bernard van Damstraat. De parkeerplaats zelf is een geluidsbron door de verkeersbewegingen en autoportieren op de parkeerplaats. Er is niet gerekend op geluidsoverlast van de tot het plan behorende extra parkeerplaatsen aan het kerkplein. De parkeerplaatsen zelf zijn een geluidsbron door de verkeersbewegingen en autoportieren op de parkeerplaats. Maar er komt ook geluidsoverlast van de kiss & ride, door aan- en afrijdende auto’s, slaande portieren en roepende ouders en kinderen. Er is van uitgegaan dat de bewoners van de nieuwe appartementen gaan parkeren op een nieuwe parkeerplaats aan de Bernard van Damstraat.
Deze ligt echter meer dan 100 meter van de ingang van het appartementencomplex. Daardoor zal deze parkeerplaats niet worden gebruikt, en zal er veel parkeeroverlast gaan ontstaan in de nabijheid van mijn woning. Bovendien is deze afstand te groot volgens de Nota Parkeernormen Meierijstad 2018. Ik eis dat er een daadwerkelijk oplossing wordt gecreëerd, b.v. een parkeerkelder onder het appartementengebouw/school. Er is geen rekening gehouden met de reflectie van al het geproduceerde geluid tegen het hoge kerkgebouw dat “achter” het schoolgebouw staat en zo fungeert als een gigantisch klankbord. Dat klankbord staat "gericht” op mijn kavel. Dat ervaar ik nu al als er een paar kinderen in het huidige park spelen, of als er een hond wordt uitgelaten (die blaft). Waar komt de fietsenstalling van de school? Die vormt ook een geluidsbron. Het akoestisch rapport vermeldt geen fietsenstalling. Waar komen de speeltoestellen en geen zandbak. Dat zijn ook geluidsbronnen. Volgens het akoestisch rapport zijn deze er niet. Geluid v.d. school cumuleert en weerkaatst tegen harde vlakken (speelplaats, gevels)
Notitie beantwoording zienswijzen
60
Er is geen onderzoek gedaan naar gecumuleerde geluidshinder vanuit school, appartementen, verkeer en activiteiten/verkeer in het park naar de bestaande bebouwing (mijn woning en ook andere woningen die dicht bij het park staan.) Ik eis dat de fietsenstallingen, speeltoestellen, opstelplaatsen voor kliko’s op grote afstand van mijn perceel worden geplaatst en/of van afdoende akoestische geluidsweringen worden voorzien, zodat we er geen (geluids)hinder van kunnen hebben. De geluidsbelasting zit al aan de grens van “aanvaardbaar”. Er kan dus niets bij. De geluidsbelasting zit tegen of op de wettelijke grenzen. Er kunnen dus geen activiteiten meer bij binnen het plangebied. Ik eis dat in het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat er in het park geen evenementen, buitenschoolse activiteiten, buurtfeestjes e.d. zijn toegestaan. Daar is geen ruimte meer voor binnen de grenzen van het toelaatbare: “alle extra geluid is onaanvaardbaar”. Er is geen rekening gehouden met al die cumulatie van geluid en geluidshinder. Door al deze geluidsbronnen tezamen zal, als daar de geluidshinder van dit plan nog bij komt, de hinder t.p.v. mijn woning aanzienlijk boven de wettelijk geldende normen uitkomen. Ik eis dat het plan zodanig wordt aangepast dat de gecumuleerde geluidshinder ruimschoots onder de norm blijft, zodat mijn woonomgeving goed blijft.
De kwalificatie “aanvaardbaar” is een verslechtering t.o.v. de huidige situatie, en dus voor mij onacceptabel. Uiteraard dienen alle nodige maatregelen te worden genomen om het bovenstaande te bereiken, op kosten van initiatiefnemer en/of gemeente. Volgens het ontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van indirecte hinder aan de richtwaarde voldaan. Indirecte hinder zou geen belemmering vormen voor het plan, omdat er nog een aanvaardbaar woon- en leefklimaat resteert ter plaatse van de nieuwe en bestaande woningen/appartementen. Dit betekent een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Nu wordt het gekenschetst als “goed tot zeer goed”. Door dit bestemmingsplan verslechtert het naar “aanvaardbaar”. Dat zijn de omschrijvingen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Ik eis dat mijn woon- en leefklimaat NIET wordt aangetast door dit plan. Daarvoor dienen de initiatiefnemers alle mogelijke maatregelen te treffen. Het is hun plicht om te voorkomen dat hun plan het leefklimaat van anderen negatief beïnvloedt/aantast. Gezien alle gebreken, fouten en manco’s in de akoestische onderzoeken (tb4 en tb11) eis ik dat de onderzoeken geheel opnieuw worden uitgevoerd, maar dan met alle juiste uitgangspunten. Beantwoording zienswijze 4.12: Er is door De Roever omgevingsadvies een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd.
Dit onderzoek is als bijlage 4 toegevoegd bij de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan. Daarbij is onderzoek gedaan naar spelende kinderen van de basisschool inclusief kinderdagverblijf en peuterspeelzaal, installaties op het dak en personenwagens (personeel en halen & brengen kinderen). De conclusie van dit rapport is dat hinder geen belemmering vormt voor de bestaande bebouwing. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de bestaande woningen/appartementen. Zienswijze 4.13: In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van een foutieve maximum snelheid op de Eerdsebaan. De toegestane maximum snelheid op de Eerdsebaan bedraagt 80km/uur. in plaats van 70. Door dit onjuiste uitgangspunt klopt de hele berekening niet, en zullen een aantal nieuwe appartementen boven de grenswaarde uitkomen (die nu net onder of op de grenswaarde uitkomen). Het onderzoek dient opnieuw te worden uitgevoerd, met de correcte uitgangspunten. Uiteraard heeft dit ook gevolgen voor de berekening van mijn woning.
Notitie beantwoording zienswijzen
61
Het lawaai van vliegverkeer is in de rapportage niet meegenomen. Er komen hier dagelijks tientallen vliegtuigen laag overvliegen, die gaan landen op Eindhoven airport. Ze vliegen vrijwel recht over mijn woning en over het plangebied. Er is aanzienlijke overlast van het geluid, ook voor de bewoners van de nieuwe appartementen. Ook komen er vrijwel dagelijks straaljagers overvliegen van de Vliegbasis Volkel. Ook die vliegen laag, en maken erg veel geluid. De geluidshinder door vliegverkeer dient in de rapportage te worden meegenomen. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om een of meer appartementen om te zetten in klaslokalen. Voor de huidige 80 schoolgaande kinderen zijn 5 lokalen beschikbaar. Er wordt rekening gehouden met groei tot 120 kinderen. Dat is 50% meer. Dan zijn er ook 2,5 lokaal meer nodig. Dat betekent ook extra verkeersbewegingen. Met deze verkeersaantallen dient te worden gerekend (worst-case scenario). Dus uitgaan van totaal 8 klaslokalen en 16 appartementen. De aansluitingen tussen de Esdonkstraat (= het kerkplein met 2 aansluitingen) op de Kapelstraat zijn gevaarlijke kruisingen. Ze liggen beiden in de onoverzichtelijke bocht voor ’t Hooghuys. Voor de verkeersveiligheid (vooral vanwege lopende en fietsende kinderen die willen oversteken) zullen deze kruisingen aangepast moeten worden. Dit moet in het ontwerpbestemmingsplan worden meegenomen.
Beantwoording zienswijze 4.13: Ten aanzien van wegverkeerslawaai: Reclamant stelt dat in het akoestisch onderzoek uitgegaan is van een onjuiste maximum snelheid op de Eerdsebaan. Deze constatering is juist. Er is uitgegaan van 70 km/u terwijl hier 80 km/u geldt. Er is daarom een nieuwe berekening uitgevoerd (welke is bijgevoegd als bijlage bij onderhavige notitie), waarbij wel de juiste snelheid voor de Eerdsebaan is opgenomen. Op basis van deze nieuwe berekening kan worden geconcludeerd dat op geen gevel sprake is van een overschrijding van de voorkeurswaarde van 48 dB. Vanuit wegverkeerslawaai bestaat er dus geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling, er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.. Ten aanzien van vliegverkeerslawaai: Het plan ligt niet binnen een zogeheten 35 KE-geluidzone, zodat voor dit aspect geen toetsing aan de Luchtvaartwet en de bij de Wet geluidhinder behorende besluiten nodig is. Ten aanzien van het aantal appartementen/groepslokalen: Het akoestisch onderzoek toont aan dat nergens op de gevels sprake is van een overschrijding van de voorkeurswaarde. Dit staat los van het aantal woningen of groepslokalen die in het gebouw worden gerealiseerd.
Zienswijze 4.14: Er is van uitgegaan dat de bewoners van de nieuwe appartementen gaan parkeren op een nieuwe parkeerplaats aan de Bernard van Damstraat. Deze ligt echter meer dan 100 meter van de ingang van het appartementencomplex. Daardoor zal deze parkeerplaats niet worden gebruikt, en zal er veel parkeeroverlast gaan ontstaan in de nabijheid van mijn woning. Bovendien is deze afstand te groot volgens de Nota Parkeernormen Meierijstad 2018. Ik eis dat er een echte oplossing wordt gecreëerd in plaats van deze schijnvertoning. Bijvoorbeeld een parkeerkelder onder het appartementengebouw/ school.
Notitie beantwoording zienswijzen
62
Beantwoording zienswijze 4.14: Het gebouw heeft verschillende (hoofd)ingangen. De verschillende functies (KDV, basisschool, kapel en woningen) delen ingangen maar voor de woningen zijn er ook weer aparte ingangen voorzien, er is dus geen sprake van één hoofdingang. Afstanden ingangen woningen tot aan parkeerplaatsen is < 100 meter. Als er gemeten wordt vanaf de ingang nieuwbouwappartement (tussen KDV en pastorie) richting noordoosten is de afstand tot het parkeerterrein Bernard van Damstraat 65 meter. Voor de appartementen boven de basisschool is er een ingang aan de noordoostzijde, de afstand van deze ingang tot het parkeerterrein Bernard van Damstraat is 80 meter. Voor de 3 appartementen in de kerk is de afstand (30 meter) aangegeven tot de parkeerplaatsen op het kerkplein en de Esdonkstraat. Voor deze 3 appartementen kan er geparkeerd worden aan de Esdonkstraat en het kerkplein. Dit betekent niet dat nu al vaststaat dat er parkeeroverlast ontstaat nabij de woning van de indiener van de zienswijze. De kans neemt wel toe dat bewoners ervoor kiezen in de nabij de ingang van het appartementencomplex te parkeren omdat deze loopafstand korter is. Hierdoor ligt het in de rede dat de parkeerplaatsen aan de Esdonkstraat en de plaatsen op het plein voor de kerk eerder benut zullen worden dan het terrein aan de Bernard van Damstraat.
Zienswijze 4.15: Voor de bewoners van de appartementen worden o.a. fietsparkeervoorzieningen gerealiseerd in een fietsenberging. Volgens het ontwerpbestemmingsplan zijn er 45 fietsparkeerplekken nodig. De plaats en afmetingen van de fietsenberging moet in het bestemmingsplan als bouwblok worden vastgelegd in de reguliere bestemmingsplanprocedure (75m2 is het oppervlak van een ruim woonhuis!). Op de in dit bestemmingsplan voorgestelde manier kan niemand er een zienswijze op geven (inspraakrecht van burgers wordt ontnomen). Hiermee wordt de verrommeling van de groene omgeving en het dorpscentrum al bij voorbaat ingebouwd. Het is al te gemakkelijk om dit af te schuiven op “in overleg met de dorpsraad”. Er is met de beste wil van de wereld geen geschikte plek te bedenken voor zo’n fietsenstalling. En dan is er nog geen oplossing voor b.v. de plaatsing van kliko's. Allemaal losse eindjes, die in deze situatie waarbij de gebouwen alzijdig aan de openbare ruimte grenzen, niet goed op te lossen zijn. Er is nergens ruimte “achter de gebouwen” waar je dergelijke onooglijke/hinderlijke/stinkende voorzieningen kunt plaatsen. Voor al deze voorzieningen zou een kelder onder het appartementengebouw/ school een goede oplossing zijn. Beantwoording zienswijze 4.15: Ten tijde van het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan was de positie van de fietsenberging nog niet bekend.
Dit is uiteindelijke integraal met de inrichting van het gehele groen/park ingetekend. De afwijkingsbevoegdheid is bewust opgenomen om nog te kunnen sturen op de positie van de berging en deze ruimtelijk-stedenbouwkundig nader af te wegen. Inmiddels is de positie van de fietsenberging bepaald. De verbeelding wordt aangepast zodat duidelijk wordt waar de fietsenberging kan worden gerealiseerd. Onderstaande figuur toont de inrichting van het plangebied met tevens de locatie van de fietsenberging.
Notitie beantwoording zienswijzen
63
Het systeem van afvalverzameling is geen bestemmingsplanaangelegenheid. Daarnaast is er nu nog geen duidelijkheid over. Dit aspect zal in later stadium met de collega’s van afvalverwerking uitgewerkt worden. Zienswijze 4.16: Deze functioneert in Eerde al niet meer sinds de eerste vergadering over dit plan (dorpsraad stapte op, nieuwe dorpsraad zijn allemaal nieuwelingen, voorzitter is ook al weer opgestapt) Er zijn geen vergaderingen meer, er is geen informatievoorziening meer vanuit de dorpsraad. Het dorp is verdeeld in voor- en tegenstanders van de huidige dorpsraad, vanwege hun lijdzaam toezien bij de uitwerking van dit bestemmingsplan. De dorpsraad is niet gekozen door de Eerdenaren. Het is een zelfbenoemd clubje, dat steeds weer zelf de opvolgers benoemd. Andersdenkenden hebben geen toegang. Ook de huidige dorpsraad is samengesteld door 2 oud-voorzitters van de dorpsraad. De huidige dorpsraad zou geen enkele invloed mogen hebben op dit plan. Deze club is bevooroordeeld, en heeft duidelijk stelling genomen achter SHAAK te staan. Kritiek wordt niet gehonoreerd, kritische vragen worden niet beantwoord. Beantwoording zienswijze 4.16: De gemeente herkent in hetgeen reclamant naar voren brengt met betrekking tot het functioneren van de dorpsraad geen zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan en zal hier verder ook niet op (kunnen) reageren.
Zienswijze 4.17: Voorafgaand aan de formele planologische procedure zouden bijeenkomsten hebben plaatsgevonden. Reeds in maart 2018 zijn de inwoners van Eerde op de hoogte gebracht van de plannen voor de herbestemming van de kerk. Tijdens een dorpsvergadering en in daaropvolgend overleg is altijd aangegeven dat initiatiefnemer open staat voor gesprekken en/of zienswijzen en deze graag direct van omwonenden vernam. Er is geen sprake van dat de omwonenden zijn betrokken bij een omgevingsdialoog. Er zijn een aantal openbare dorpsraadsvergaderingen geweest waar over het plan is gesproken. Maar er werd alleen door de
Notitie beantwoording zienswijzen
64
initiatiefnemers een uiteenzetting gegeven, die diverse malen zelfs al achterhaald was. Cruciale informatie werd achtergehouden. Er kon alleen in het openbaar over de plannen worden gesproken. Kritiek werd kortaf afgeblaft door de initiatiefnemer. In een bijeenkomst heeft hij letterlijk gezegd: “ik wil wel overleggen met jullie, maar ik heb alleen te maken met de Gemeente, SKIPOV en het Parochiebestuur. Dus ik zie het nut er niet van in”. Initiatiefnemer heeft ook steeds afwijzend of zwijgend gereageerd op opmerkingen. Er zijn alleen aanpassingen gedaan op verzoek van de bovengenoemde 3 organisaties. Er is ons nooit gevraagd wat ik als directe buur van het plan vindt. Noch mondeling, noch schriftelijk. Alle pogingen tot serieus overleg zijn door initiatiefnemer gefrustreerd. Beantwoording zienswijze 4.17: Voor de beantwoording van deze zienswijze verwijst de gemeente kortheidshalve naar haar antwoord op zienswijze 4.3. Zienswijze 4.18: Mijn woongenot neemt af, en mijn bedrijfsvoering wordt door het plan gehinderd/beperkt door: Een verhoogd risico op wateroverlast vanaf het plangebied; Extra geluidsoverlast door verkeer, parkeren en lawaai van de school en de appartementen; Een toename van de gebruiksintensiteit van het park, ook los van het gebruik dat met de school samenhangt. Het gebied naast mijn perceel wordt een openbaar gebied, met bovendien een doorgaande verkeersroute.
In het vigerende bestemmingsplan was het een afgesloten achtertuin van een gebouw met een maatschappelijke bestemming, die niet tot de openbare ruimte behoort; Er ontstaat directe inkijk op mijn bedrijfsterrein, met name vanaf de appartementen op de 1e verdieping. Dit is een inbreuk op mijn privacy, en daarnaast zouden mijn bedrijfsactiviteiten door de bewoners van deze appartementen als hinderlijk kunnen worden ervaren. Dat betekent dat ze dan naar mij gaan klagen over lichtof geluidsoverlast. Ik kan u bij voorbaat beloven dat ik ze rechtstreeks naar de gemeente zal verwijzen, omdat mijn bedrijf de oudste rechten heeft en die onverkort opeis. Mijn familie heeft op deze locatie al meer dan 100 jaar ons bedrijf gevestigd, en ik laat me niet wegpesten!!! De luchtkwaliteit verslechtert, bij voorbeeld door toename van verkeer; Het huidige fraaie uitzicht op ons majestueuze kerkgebouw gaat voor een belangrijk deel verloren: de groene ruimte naast mijn woning wordt ernstig aangetast door verstening en verstedelijking. Een grootschalige hoge stedelijke bebouwing, die veel te dicht bij mijn perceel komt te staan! Het dorpse karakter van de woonomgeving wordt hierdoor ernstig aangetast.
Beantwoording zienswijze 4.18: Er is onderzocht of er voldaan wordt aan goede ruimtelijke ordening, er geen onevenredige aantasting van de belangen van omwonenden en nabijgelegen bedrijven is en er sprake is van een verantwoord woon- en leefmilieu/klimaat. In de onderbouwing (toelichting) van het bestemmingsplan is te lezen dat hier aan voldaan wordt. Zienswijze 4.19: De gemeente gaat een te groot deel van de kerk herbestemmen tot school. Op zich is de gedeeltelijke herbestemming tot school een goed plan. Ook in Eerde loopt het kerkbezoek terug, en de kerk lijkt nu te groot te zijn. Maar het slaat door! De resterende ruimte voor de kapel wordt te klein om succesvol te kunnen functioneren voor (wekelijkse) kerkdiensten. We hebben in Eerde nog een kerkbezoek van tussen de 50 en 100 kerkgangers
Notitie beantwoording zienswijzen
65
per weekendviering. De gemeente zou, door één travee meer over te laten voor de kapelfunctie, de levensvatbaarheid van de geloofsgemeenschap in Eerde doorslaggevend positief kunnen beïnvloeden. Door de te kleine kapel kunnen er te weinig kerkgangers de vieringen bijwonen, waardoor er mensen wegblijven, waardoor het financiële draagvlak te klein wordt. De gemeente kan dit niet alleen overlaten aan het centrale Parochiebestuur! Dat is er alleen op uit om zoveel mogelijk geld te krijgen voor de het kerkgebouw. Doel is: het vullen van de centrale geldpot, ook al gaat dat ten koste van de Eerdse parochianen (die moeten maar naar Veghel naar de kerk komen). Maar een kerk is geen winkel. Kerk ben je met de mensen waar je tussen woont en leeft, niet met vreemden, op een vreemde plek, buiten je woonomgeving! Alle Eerdenaren hebben groot belang bij het behoud van de kerkfunctie in Eerde. In dit bestemmingsplan wordt geschreven dat er 80 zitplaatsen in de kapel komen. Was het maar waar! DAT IS ONMOGELIJK. Los van de huidige Corona-maatregelen kunnen er nooit 80 zitplaatsen in het resterende kapelletje. Hoe je het ook inricht. Al zetje alles vol met stoelen! Er blijft dus zeker geen ruimte voor het plaatsen van een kerststal of een paaskaars. Ook is er geen ruimte om rollators te parkeren of een rolstoel te plaatsen. Er blijft nauwelijks loopruimte over om de zitplaatsen te bereiken.
Er is geen ruimte voor een zangkoor en voor een orgel. Er kunnen maximaal 50 mensen zitten, en dan nog bijna tegen elkaar. Dat is veel te weinig en betekent een snel einde van deze kapel. Dat kan niet de bedoeling zijn. De gemeente zou het als een erezaak moeten zien om dit unieke idee, waarbij een kapel in een herbestemde kerk in gebruik blijft, levensvatbaar te maken. Door ervoor te zorgen dat er voor deze kapelfunctie voldoende ruimte beschikbaar is. De Eerdse geloofsgemeenschap zal u er dankbaar voor zijn. De ruimte die voor de aula is gepland is meer dan groot genoeg. Die kan gerust 30m2 kleiner worden. De 2 bergingen die nu in de 4e travee van de kerk zijn getekend, kunnen gemakkelijk elders worden gemaakt. Dan zou de 4e travee gewoon bij de kapel kunnen blijven. Daardoor zou de Eerdse geloofsgemeenschap worden gered. Echt, het voortbestaan van kerk en geloofsgemeenschap in Eerde hangt daarvan af. De geplande kapel is gedoemd tot een snelle sluiting. Is dat wat de gemeente wil? Beantwoording zienswijze 4.19: Reclamant is van oordeel dat een te groot deel van de kerk wordt herbestemd tot school. In het ontwerpbestemmingsplan is echter ter plaatse van de kerk de bestemming ‘Gemengd’ opgenomen. De voor ‘Gemengd’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b.
wonen in woningen met een beroep of bedrijf aan huis, waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan aangegeven op de verbeelding en de woningen uitsluitend binnen de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ mogen worden gerealiseerd; c. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd - uitsluitend wonen’: uitsluitend voor woningen en bijbehorende voorzieningen; Er wordt ten aanzien van de maatschappelijke voorzieningen in het bestemmingsplan echter op geen enkele wijze een verdeling gemaakt tussen de school- en de kapelfunctie. De stelling van reclamant dat de gemeente een te groot deel van de kerk gaat herbestemmen tot school is daarmee onjuist.
Notitie beantwoording zienswijzen
66
6.5
Zienswijze 5: Reclamant 5
Zienswijze 5.1: Cliënten zijn het niet eens met het ontwerpbestemmingsplan “Dorpshart Eerde” Cliënten bewonen de eerste woning pal ten noordwesten van het gemeentelijke monument de Heilige Antonius Abtkerk en hebben een fraai uitzicht op de gave noordwest gevel van het monument, welk uitzicht als gevolg van het project dat dit ontwerpbestemmingsplan mogelijk maakt ingrijpend wijzigt. Beantwoording zienswijze 5.1: Er bestaat geen recht op een vrij uitzicht. Het aanzicht op de kerk en de nieuwbouw zal voor een deel veranderen. De afstand tot de kerk en de nieuwbouw is minimaal 60 meter waardoor het vrije zicht niet beperkt wordt. Zienswijze 5.2: Dit plan heeft voor cliënten nog veel meer nadelige gevolgen. Het plan is naar ons oordeel niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. Stedenbouwkundige opzet van het plan en cultuurhistorie. De Toelichting vermeld dat de naast het gemeentelijke monument de Heilige Antonius Abtkerk gelegen pastorie werd gesloopt en dat op deze locatie lang een dag activiteitencentrum heeft gestaan voor de zorginstelling Dichterbij. De bebouwing van dit zorgcentrum stond aan de linkerzijde ruim 5 meter vrij van het kerkgebouw. Wat ook te zien is aan de bestemming ‘Maatschappelijk’ met het grote bouwvlak in het vigerende bestemmingsplan. Naar de mening van cliënten past grootschalige bebouwing niet in het kleine dorp Eerde.
Het dorpse karakter wordt er door aangetast. De sloop van de pastorie, en de grootschalige bebouwing van de pastorietuin wordt in Eerde algemeen als een grote stedenbouwkundige misser gezien. De kans om het nu beter te doen wordt slecht benut. Opnieuw slecht benut. De Monumentencommissie noemde het al “een overladen plan”, (overigens zonder daar de logische consequenties aan te verbinden door het plan formeel af te keuren) Ook nu wordt weer te grootschalig gebouwd. Er ontstaat opnieuw een gebouw met een groot vloeroppervlak, dat niet past in een klein Brabants dorp als Eerde. Het vloeroppervlak van de nieuwbouw is zelfs groter dan het gesloopte gebouw van Dichterbij. Door de stapeling in 2 en op plaatsen zelfs 3 etages resulteert het weliswaar in minder grondbeslag, maar door de hoogte wordt het toch een massaal gebouw. De toepassing van een bouwvorm met plat dak voor de hoofdmassa is totaal vreemd in het Eerdse dorpscentrum. Alle aangrenzende bestemmingsplannen laten dit niet toe. Het zou de stedenbouwkundige kwaliteit enorm verbeteren als hier voor een bouwvorm met hellende dakvlakken zou zijn gekozen, waarbij de 1e verdieping in/achter de dakschuintes zou zijn ondergebracht. De nieuwbouw zou er dan minder stedelijk uitzien, en minder uit de toon vallen ten opzichte van het nog goeddeels aanwezige dorpse bebouwingsbeeld.
De Toelichting vermeldt dat de beoogde ontwikkeling naar verwachting niet tot onaanvaardbare (ruimtelijke) effecten leidt. “Allereerst gaat het om een relatief kleinschalig project van maximaal 25 woningen, die deels bovendien worden gesitueerd in bestaand vastgoed.” Cliënten merken hierover op dat slechts 3 appartementen (+ optioneel 3 na sluiting v.d. kapel) in bestaand vastgoed worden gesitueerd. Er wordt hier niet een juiste voorstelling van zaken gegeven omdat slechts 12% en misschien ooit in de verre toekomst nog eens 12% in bestaand vastgoed wordt gerealiseerd. Van het hele plan is dus vooralsnog 88% nieuwbouw, die wel degelijk grote ruimtelijke effecten heeft. Het bebouwde oppervlak wordt ruim verdubbeld t.o.v. de huidige situatie. Het aanwezige park wordt immers in tweeën gedeeld door de nieuwbouw, en aanzienlijk (50%) smaller. Een grote aantasting van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit.
Notitie beantwoording zienswijzen
67
De ruimtelijke kwaliteiten zouden kunnen worden behouden en zelfs kunnen worden versterkt door het hele gebied als centrumpark voor het dorp in te richten. Dat zou kunnen omdat de grond immers al eigendom van de gemeente is, en is aangekocht met middelen die al meer dan 20 jaar geleden werden gereserveerd voor de aanleg van een evenemententerrein in Eerde (dat er nooit is gekomen). De Toelichting stelt dat de ontwikkeling bijdraagt aan een passende nieuwe invulling van het kerkgebouw waarbij de cultuurhistorische waarden van het gebouw behouden blijven. De cultuurhistorische waarde van het kerkgebouw wordt door dit plan echter ernstig aangetast. Dat blijkt uit de onderstaande opsomming van de meest ingrijpende aantastingen: De gehele zijgevel van de noordelijke zijbeuk verdwijnt uit het zicht omdat de nieuwbouw daar over de volledige lengte en hoogte tegenaan wordt geplakt; In de zijgevel van de noordelijke zijbeuk worden 3 doorbraken gemaakt onder de ramen; In de zijgevel van de noordelijke zijbeuk wordt een gebrandschilderd raam doorgebroken t.b.v. een doorgang naar de nieuwbouw op de eerste verdieping. Er worden ten minste 2 andere gebrandschilderde ramen dichtgemaakt.