Notitie zienswijzen
Tekst van het document
Het kan toch niet zo zijn dat de initiatiefnemers bepalen waar het bouwblok exact ligt? Dat is toch aan de gemeente, op advies van de Stedenbouwkundigen (in dit geval BRO)? Het belang van de inrichting en het aanzicht van de Eerdse dorpskern moet toch prevaleren boven het (onduidelijke) belang van de initiatiefnemer? Het zou al een aanzienlijke verbetering zijn als de “pastorie” 4 meter dichter bij de kerk zou staan. De monumentale boom nr. 6 zou door het verplaatsen van de pastorie naar de originele locatie niet in het gedrang komen (deze boom heeft een geknotte vorm, en heeft dus geen grote kroon).
Notitie beantwoording zienswijzen
30
Wij zijn ervan overtuigd dat een nadere beschouwing door deskundigen zal resulteren in aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan zoals wij voorstaan. Beantwoording zienswijze 3.9: Zoals in het aangehaalde citaat uit de toelichting wordt aangegeven, wordt met de nieuwbouw gerefereerd aan het beeld uit de historie. In tegenstelling tot de opvatting van reclamant, is het echter nooit de intentie geweest om een exacte kopie van de in het verleden aanwezige pastorie te bouwen. Ook is het nooit de opzet geweest om dit bouwdeel op exact de zelfde locatie van de gesloopte pastorie te realiseren. Met betrekking tot hetgeen reclamant aanvoert ten aanzien van de stedenbouwkundige opzet van het plan, wordt op deze plaats volstaan met de verwijzing naar de beantwoording door de gemeente van zienswijze 3.5. Wat de gemeente betreft is het voorliggende plan, dat met het ontwerpbestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar en voegt het plan terdege ruimtelijke kwaliteit aan het gebied toe. Zienswijze 3:10: 3.1 Rijksbeleid Doorwerking plangebied Citaat van biz. 16; Geen onaanvaardbare effecten Naar verwachting leidt de beoogde ontwikkeling niet tot onaanvaardbare (ruimtelijke effecten). Allereerst gaat het om een relatief kleinschalig project van maximaal 25 woningen, die deels bovendien worden gesitueerd in bestaand vastgoed.
Hier wordt een verwachting uitgesproken. Een dergelijk ingrijpend plan dient echter niet op verwachtingen maar op feiten, kennis en wetenschap te worden gebaseerd. Er wordt geen enkele basis voor deze verwachting aangegeven. Wij verzoeken u dan ook om in het ontwerpbestemmingsplan de ruimtelijke effecten degelijk te analyseren, knelpunten aan te geven, en aan te geven hoe deze worden opgelost. Slechts 3 appartementen (+ optioneel 3 na sluiting v.d. kapel) worden in bestaand vastgoed (het kerkgebouw) gesitueerd. Er worden dus maximaal 19 appartementen in nieuwbouw gesitueerd. Er wordt hier een onjuiste voorstelling van zaken gegeven omdat dus slechts maximaal 6 van de 25 appartementen in bestaand vastgoed kunnen komen. De rest is gewoon nieuwbouw, die verstening van de woonomgeving veroorzaakt. Van het hele plan is dus vooralsnog 88% nieuwbouw, die wel degelijk grote ruimtelijke effecten heeft. Het bebouwde oppervlak wordt ruim verdubbeld t.o.v. de huidige situatie. Bovendien wordt het aanwezige park in tweeën gedeeld door de nieuwbouw, en aanzienlijk (50%) smaller. Een grote aantasting van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit, die zou kunnen worden behouden en versterkt door het hele gebied als centrumpark voor het dorp in te richten (met een school van maximaal één bouwlaag).
Dat zou kunnen omdat de grond immers al eigendom van de gemeente is, en is aangekocht met middelen die al meer dan 20 jaar geleden werden gereserveerd voor de aanleg van een evenemententerrein in Eerde (dat er nooit is gekomen). De financiering was daardoor begrotings-neutraal. Naast het ruimtebeslag van de nieuwbouw veroorzaakt dit bestemmingsplan (door het grote aantal appartementen) een grote behoefte aan parkeerplaatsen, met ook weer veel ruimtebeslag. Er zijn nu in het plangebied 35 parkeerplaatsen in openbaar gebied aanwezig. Daarbij is niet gerekend op de mogelijkheid om langs de weg te parkeren, in de bermen, terwijl dat in Eerde overal is toegestaan! Door het plan moeten er volgens de rapportage 45 extra parkeerplaatsen worden aangelegd. Dat betekent dat er in het centrum van Eerde totaal 90 parkeerplaatsen zouden moeten zijn! In het Eerdse centrum is al veel verstening door bestaande parkeerplaatsen, (want het parkeerterrein Antoniusplein met ± 40 parkeerplaatsen is buiten beschouwing gebleven).
Notitie beantwoording zienswijzen
31
Eerde, een dorp van ±1300 inwoners heeft dan 130 parkeerplaatsen in of direct zichtbaar vanuit openbaar gebied? Dit vormt een aantasting van de woonomgeving, die alle perken te buiten gaat. We begrijpen dat er parkeernormen zijn, waar aan moet voldaan. Maar de hier gekozen oplossingen veroorzaken dat het straatbeeld nog meer dan nu vervuild wordt door geparkeerd blik in het centrum van Eerde. De dorpskern zou er mooi en vriendelijk uit moeten zien, in plaats van een aaneenschakeling van grote en kleine parkeerterreinen. In de gemeentelijke parkeernota wordt een aantal parkeerplaatsen vereist, die op eigen terrein moeten worden gerealiseerd. Het achterliggende doel daarvan is natuurlijk dat er geparkeerd gaat worden achter de bebouwing, uit het zicht. Er werd immers steeds meer geageerd tegen de groeiende hoeveelheid parkeerplaatsen in de openbare ruimte, die de openbare ruimte steeds meer veranderden in parkeerplaatsen, in plaats van bewegingsruimte en ontmoetingsruimte voor mensen. Maar in Eerde gebeurt het tegenovergestelde. AHe nieuwe parkeerplaatsen komen direct aan de openbare weg, volledig in het zicht te liggen. Wij zien dit als een grove aantasting van het straatbeeld in ons dorp, en vinden dan ook dat hiervoor andere oplossingen worden gezocht, waarbij uit het zicht wordt geparkeerd. We denken daarbij aan een parkeerkelder onder de school of onder het park.
Het ruimtelijk effect van het plan is, door de gekozen parkeeroplossingen, dan ook aanzienlijk groter dan hier wordt gesuggereerd. De problemen en de aantasting van de woonomgeving wordt gebagatelliseerd. Wij vinden dat het ruimtelijk effect van het plan correct en volledig moet worden bekeken, en voor het knelpunt “parkeren” betere oplossingen moeten worden gezocht. Het toevoegen van zoveel parkeerplaatsen aan de Bernard van Damstraat is zinloos, omdat: Citaat uit de Parkeernota 2018: Er zijn situaties waarin een rechtstreekse koppeling tussen woningen en parkeerplaatsen ontbreekt tenzij deze expliciet wordt vastgelegd. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan een appartementencomplex met een parkeergarage. Om te voorkomen dat dergelijke woningen worden gekocht of gehuurd zonder een bijbehorende parkeerplaats, is het belangrijk een koppeling te regelen tussen de koop- of huurovereenkomst en de voor de functie bedoelde parkeerplaatsen. De koppeling tussen de parkeerplaats aan de Bernard van Damstraat en de appartementen is echter onmogelijk omdat de loopafstand tussen de voordeur van het appartementengebouw en de parkeerplaats voor de bewoners van de nieuwe appartementen te groot is (aanzienlijk meer dan 100 meter, terwijl 100 meter het maximum is volgens de Nota parkeernormen Meierijstad 2018).
Citaat uit de Parkeernota 2018: Loopafstanden Een oplossing voor parkeren moet duurzaam zijn. Dat betekent onder meer dat de parkeervoorzieningen zich op een acceptabele loopafstand van de functie moeten bevinden. De loopafstand wordt gemeten vanaf de eerste deur van een complex. Bij een woning is dat de voordeur, bij een kantoren- pand de hoofdingang etc. Het betreft hier geen hemelsbrede afstanden. De afstanden moeten op de situatie op straat worden geprojecteerd, rekening houdend met barrières zoals sloten en snelwegen. Bij etagewoningen zal kritisch moeten worden gekeken naar de situering van de parkeerplaatsen ten opzichte van de ingang van een complex. Als deze niet gunstig liggen, kan het voorkomen dat bewoners gebruik maken van parkeercapaciteit in de openbare ruimte, terwijl parkeergelegenheid op eigen terrein (al dan niet openbaar toegankelijk) onbenut blijft.
Notitie beantwoording zienswijzen
32
De bewoners van de appartementen zullen de parkeerplaatsen op het kerkplein en naast de Esdonkstraat gebruiken, en anders in de bermen gaan parkeren (dat is immers toegestaan). De parkeerplaatsen aan de Bernard van Damstraat zijn alleen te gebruiken voor het personeel van de basisschool en het KDV. Daarvoor zou volgens tabel 5 in bijlage tb12 van het ontwerpbestemmingsplan 5 parkeerplekken voldoende zijn. De kiss & ride van de school komt aan het kerkplein. Er dient voor te worden gezorgd dat deze plekken buiten schooltijden niet als parkeerplaats kunnen worden gebruikt. De parkeerfunctie moet beperkt blijven tot kiss & ride. Het aanzicht van het kerkplein en het aangrenzende park zou daardoor nog meer worden aangetast. Bovendien moeten deze kis & ride plaatsen worden uitgevoerd zonder bestrating, zodat ze visueel bij het park blijven behoren, en geen verbreding van het kerkplein worden. Het kerkplein is een parkeerplaats in ons dorpscentrum, en deze grote stenen vlakte met het geparkeerde blik verstoort nu al het straatbeeld en het aanzicht van onze mooie kerk. (geldt ook voor het St. Antoniusplein). Beantwoording zienswijze 3.10: Afstanden ingangen woningen tot aan parkeerplaatsen is < 100 meter. Als er gemeten wordt vanaf de ingang nieuwbouwappartement (tussen KDV en pastorie) richting noordoosten is de afstand tot het parkeerterrein Bernard van Damstraat 65 meter.
Voor de appartementen boven de basisschool is er een ingang aan de noordoostzijde, de afstand van deze ingang tot het parkeerterrein Bernard van Damstraat is 80 meter. Voor de 3 appartementen in de kerk is de afstand (30 meter) aangegeven tot de parkeerplaatsen op het kerkplein en de Esdonkstraat. Voor deze 3 appartementen kan er geparkeerd worden aan de Esdonkstraat en het kerkplein. Zienswijze 3.11: 3.3 Gemeentelijk beleid Citaat blz. 22, 2e alinea Op dit moment zijn er niet veel inbreidingslocaties in Eerde bekend waardoor het in ruimtelijk- planologisch opzicht verdedigbaar is om onderhavig plan met 16 (met uitbreiding tot maximaal 25) extra wooneenheden in de vorm van appartementen op een inbreidingslocatie in procedure te brengen. De toevoeging van de woningen van onderhavige ontwikkeling past binnen de kaders van de woonvisie en ook binnen de provinciale behoefteraming van september 2020. De harde en zachte plancapaciteit is lager dan de behoefte. De gemeente heeft sinds het plan “Eerdse Erven” absoluut niets meer ondernomen om bouwen in Eerde mogelijk te maken. Het is wel heel goedkoop van de gemeente om die nalatigheid nu als argument te gebruiken om dit plan, dat alleen bestaat uit appartementen voor de verkeerde doelgroepen, te omarmen. Drie Jaar geleden is er een enquête gehouden naar de woonbehoefte in Eerde. Daar kwam het volgende uit:
Notitie beantwoording zienswijzen
33
Er zijn in Eerde starterswoningen nodig en mediorenwoningen zodat doorstroming ontstaat. Beide groepen zoeken geschikte grondgebonden woningen. Er is geen behoeft aan appartementen. (We zijn immers dorpsmensen, die willen niet in een appartement opgehokt worden) Ter illustratie: alle appartementen die onlangs zijn opgeleverd aan de Kapelstraat 25 worden bewoond door niet-Eerdenaren. Beantwoording zienswijze 3.11: In de toelichting op het (ontwerp)bestemmingsplan is uiteengezet wat de kwantitatieve woonbehoefte is in Meierijstad. Tot 2028 bestaat er in de kern Eerde een behoefte aan 49 woningen (Woonvisie 2018, gemeente Meierijstad). In 2018 en 2019 zijn 26 woningen gerealiseerd, waardoor er een restantbehoefte bestaat van 23 woningen. In de periode 2020-2024 zijn verder 9 woningen in plannen opgenomen, waarmee er kwantitatief gezien voldoende behoefte bestaat voor de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen woningaantal. De gemeente is daarnaast van oordeel dat er kwalitatief gezien voldoende behoefte bestaat aan appartementen. Deze zijn namelijk met name ook geschikt voor starters op de woningmarkt (waarvan het de verwachting is dat deze op termijn ook weer vanuit de appartementen zullen doorstromen naar een grotere woning) en voor senioren.
Verder is de gemeente van oordeel dat niet te bouwen woningen in Eerde, of om het even in ieder willekeurige kern van Meierijstad, niet alleen gebouwd (hoeven te) worden voor bewoners uit de betreffende kern. Ook woningzoekenden die van elders komen daarvoor in aanmerking. Uiteindelijk komt ook dat de leefbaarheid ten goede. Zienswijze 3.12: 4.3 Archeologie en cultuurhistorie Doorwerking plangebied cultuurhistorie Citaat bIz 26 Op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van Provincie Noord-Brabant is de Kapelstraat als historisch geografische lijn met redelijke hoge waarde aangeduid. Het initiatief heeft geen invloed op de Kapelstraat. De Heilige Antonius Abtkerk is aangeduid als MIP pand en is een gemeentelijk monument. De ontwikkeling draagt bij aan een passende nieuwe invulling van het kerkgebouw waarbij de cultuurhistorische waarden van het gebouw behouden blijven. Met de ontwikkeling wordt leegstand, verval en eventuele sloop van de kerk voorkomen. De cultuurhistorische waarde van het kerkgebouw wordt door dit plan ernstig aangetast. Dat blijkt uit de onderstaande opsomming van de meest ingrijpende aantastingen: • De gehele zijgevel van de noordelijke zijbeuk verdwijnt uit het zicht omdat de nieuwbouw daar over de volledige lengte en hoogte tegenaan wordt geplakt. • In de zijgevel van de noordelijke zijbeuk worden 3 doorbraken gemaakt onder de ramen.
• In de zijgevel van de noordelijke zijbeuk wordt een gebrandschilderd raam doorgebroken t.b.v. een doorgang naar de nieuwbouw op de eerste verdieping. Er worden ten minste 2 andere gebrandschilderde ramen dichtgemaakt. Deze waardevolle originele ramen uit 1891 zijn onlangs nog gerestaureerd, met financiële ondersteuning en vrijwilligersinzet van Eerdse parochianen. • In de zijgevel van de zuidelijke zijbeuk worden onder de ramen 6 raamsleuven gemaakt. • In de zijgevel van de zuidelijke zijbeuk wordt een toegangsdeur gemaakt voor de kapel. • In 5 van de 6 traveeën van het middenschip van de kerk wordt op 450cm hoogte een verdiepingsvloer gelegd, met daarboven nog een aantal appartementen met verdiepingsvloeren.
•
Er komt een hoge scheidingswand in het middenschip en de zijbeuken, dwars door de kerk, van vloer tot gewelven. Alleen de kleine kapelruimte behoudt de volledige hoogte. De rest van de indrukwekkende en monumentale kerkruimte verdwijnt uit het zicht en wordt in kleine hokjes opgedeeld.
Notitie beantwoording zienswijzen
34
•
In vrijwel het hele kerkgebouw, uitgezonderd de kleine kapel, verdwijnen alle wanden achter geïsoleerde voorzetwanden, omdat anders niet aan de eisen van het bouwbesluit kan worden voldaan die gelden voor de nieuwe bestemmingen. • De hele vloer van de kerk wordt gesloopt. • De hele Inrichting wordt verwijderd, uitgezonderd t.p.v. de kapel. Het is onmogelijk dat alles (beelden, kruiswegstaties, preekstoel e.d.) een nieuwe plaats krijgt in de kleine kapel. Dat wordt beloofd, maar daar is gewoon geen ruimte voor. In de praktijk zullen dus veel van deze kunstschatten verloren gaan. Er is noch bij het parochiebestuur, noch bij de gemeente, noch bij SHAAK enige aandacht voor deze zaken die door onze voorouders met pijn en moeite bij elkaar zijn gespaard. Het zijn in dit voorheen arme boerendorpje de enige historische kunstschatten zijn die Eerde heeft. De gemeente zou zich dit serieus aan moeten trekken en de teloorgang van dit erfgoed moeten voorkomen. Wij vinden de manier waarop de “herbestemming” van onze kerk wordt aangepakt een enorme aantasting van de monumentale waarde van het kerkgebouw, en een aanval op het Eerdse erfgoed. Zowel het exterieur als het interieur van het monument wordt geweld aangedaan. De aantastingen gaan alle perken te buiten! Wij begrijpen best dat er aanpassingen nodig zijn voor een herbestemming. De herbestemming tot school vinden wij een prima idee.
Maar door er ook nog zoveel appartementen aan toe te voegen, loopt het helemaal uit de hand. Het is een totaal overladen project geworden, waarbij maar één zaak leidend is: financieel gewin voor de initiatiefnemers! Stapje voor stapje komen er steeds weer zaken bij. Recentelijk werden er opeens 12 extra woningen toegevoegd in een nieuw te maken bestemmingsplan t.p.v. de huidige school. Alles om z.g. het financiële plaatje rond te krijgen. Maar ondanks deze gigantische uitbreiding van het plan (en het verdienmodel van SHAAK) wordt toch nog steeds het hele kerkinterieur opgeofferd en omgebouwd tot appartementen. Dit is geen monumentenzorg, dit is gewoon afbraak! En iedere keer gaat de gemeente met de ontwikkelaar mee, en geeft weer toe. Uit angst dat de initiatiefnemers zich terugtrekken! Hoe lang laat de gemeente zich nog voor dit karretje spannen? Ten koste van de Eerdse kerk. Ten gunste van de geldbuidel van SHAAK! Wij verzoeken u daarom als hoogste bestuursorgaan van de gemeente, hierop in te grijpen. Beantwoording zienswijze 3.12: Om monumenten een nieuwe toekomst te geven is herbestemming vaak onontkoombaar en dienen deze monumenten en zijn bouwkundige ingrepen noodzakelijk om deze geschikt te maken voor deze nieuwe bestemming.
Het college laat zich door de monumentencommissie adviseren over de wijze waarop deze ingrepen plaatsvinden en of er sprake is van een onevenredige aantasting van het gemeentelijke monument. Met betrekking tot het interieur behoren niet alle aangehaalde delen tot het gemeentelijke monument omdat deze enerzijds niet specifiek staan benoemd in de redengevende monumentenbeschrijving en anderzijds niet aard- en nagelvast met het monument zijn verbonden. In die gevallen is sprake van losse interieur elementen / roerende goederen en vallen deze niet per definitie onder de kwalificatie gemeentelijk monument. De door reclamant aangehaalde inrichting van de nieuwe kapel gaat in samenspraak met de Parochie Heilige Franciscus. Zienswijze 3.13: Citaat van blz 26 Daarnaast staat er in het plangebied een monumentale rode beuk en andere beeldbepalende bomen. Ten behoeve van het inzichtelijk krijgen of negatieve effecten op het duurzame behoud van 16 bomen in en rondom het plangebied te verwachten zijn is door Pius Floris Boomverzorging een Boom Effect Analyse (BEA)
Notitie beantwoording zienswijzen
35
uitgevoerd. De BEA is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. De BEA voorziet in randvoorwaarden ten behoeve van het duurzaam behoud van de bomen gedurende de werkzaamheden. Het definitieve planontwerp is aangepast met inachtneming van de resultaten uit de BEA. Met de gewenste ontwikkelingen worden de monumentale bomen behouden en de ontwikkeling doet geen afbreuk aan deze bomen in en rondom het plangebied. In bijlage II bij tb8 staat weergegeven dat de nieuwbouw vast tegen de kroonprojectie, en dus binnen de groeiruimte van boom 1, de monumentale rode beuk komt te staan. Volgens de advisering van Pius Floris mag er binnen de groeiruimte van de boom, de grijs aangegeven rand rondom de kruinprojectie, niet worden gebouwd om de groeiruimte van de boom veilig te stellen. Wij eisen dat de nieuwbouw wordt ingekort, om de vereiste afstand tot boom 1 te respecteren. Daarnaast zal dezelfde boom de lichttoetreding in de nieuwbouw verhinderen via de ramen aan de noordoostzijde van de nieuwbouw.
De lichtinval bij de rood gemerkte ramen wordt verminderd/sterk beperkt door de beuk nr. 1. Deze te verwachten problemen mogen nooit reden zijn tot snoei van de beukenboom. Deze zijn immers nu al, bij de planvorming bekend. De initiatiefnemers dienen er zelf voor te zorgen dat er via andere daglichtopeningen voldoende lichttoetreding is in de betreffende ruimtes. Een van deze ruimtes is nota bene een klaslokaal van de school, waar volop daglicht een vereiste is. (leslokaal 5). Het ontwerp zal daarom alsnog moeten worden aangepast. Beantwoording zienswijze 3.13: Het is niet de bedoeling dat er met het bouwplan gebouwd gaat worden binnen de aangegeven groeibuffer van de monumentale Rode Beukenboom. Hoewel uit de bouwplantekeningen (zie onderstaande afbeelding) blijkt dat het bouwplan de groeizone in acht neemt, is het toegekende bouwvlak aan deze zijde iets ruimer. Ter voorkoming van onduidelijkheden zal het bouwvlak worden ingekort zodat er geen overlap meer bestaat tussen de beschermingszone (inclusief de groeizone) en het bouwvlak. De verbeelding wordt derhalve aangepast
Notitie beantwoording zienswijzen
36
waarmee de groeibuffer van de monumentale rode beukenboom buiten het bouwvlak komt te liggen. De groeibuffer van de boom wordt hiermee veilig gesteld.
De Beuk hoeft niet gesnoeid te worden voor daglichttoetreding een normaal snoeiregime wat voor boom en omgeving noodzakelijk is kan door de gemeente worden toegepast. De toetsing of sprake is van voldoende lichttoetreding volgt uit het Bouwbesluit en is in het kader van het bestemmingsplan niet relevant. Overigens zal er voldoende licht van buiten en indirect via binnen, de lichtstraat en vide komen om aan de daglichteisen te voldoen. Dit geldt voor het klaslokaal in het tussenlid dat ook aan de binnenzijde ramen heeft. Ook voor het appartement erboven, dat ook een lichtstraat heeft, geldt dit. Hierin valt vooral noorderlicht en geen direct zonlicht zodat van hinderlijke opwarming geen sprake is. De boom is ook geen belemmering voor het vereiste in het bouwbesluit. Voor het appartement dat ook nog gericht is op het speelterrein geldt dat aan de zijde van het speelterrein al voldoende daglichtopeningen aanwezig zijn. De boom kan ook gezien worden als een natuurlijke zonlichtwering, in de zomer met bladeren geeft het gefilterd licht door. In de winter geeft de boom meer licht door vanwege de gevallen bladeren dit is ideaal omdat de lichtniveaus dan lager zullen zijn.
Zienswijze 3.14: Citaat uit tb8, biz. 9pdf (onderaan) Binnen de kroonprojecties van de beuken is het niet toegestaan om verhardingen aan te brengen. Binnen de stabiliteitskluit in stand houden onder begroeiing ten behoeve van nalevering organische component en het beperken van betreding is een sterke aanbeveling. Deze krachtige en duidelijk aanbeveling dient in het bestemming opgenomen te worden. Het aangeduide gebied dient de binnen de bestemming groen extra beschermd te worden, door alle activiteiten binnen dit gebied te verbieden. Er dient een zodanige onder begroeiing onder de bomen te zijn dat betreden van dit gebied onmogelijk is. Wij eisen dat deze aanbevelingen van Plus Floris onverkort in het bestemmingsplan worden opgenomen. Dit betekent ook dat moet worden voorkomen dat (school)kinderen dit gebied betreden, en daardoor schade aan de onder begroeiing, ondergrond, boomwortels of boomstammen aan kunnen richten. Het plaatsen van boombanken rondom deze beukenbomen, zoals meermaals is gesuggereerd dient achterwege te blijven. De toegangsdeuren aan de achterzijde van het gebouw kunnen en mogen geen functionele ingangen of uitgangen zijn. Er mag geen bestrating naar deze deuren of langs de gevels worden aangelegd, omdat dit gebied binnen de kroonprojectie van boom 1 ligt. Het bouwvlak op de plantekening (zie plankaart op de
Notitie beantwoording zienswijzen
37
volgende bladzijde) moet dan ook dienovereenkomstig worden verkleind. De betreffende strook dient bij het groene gebied te worden gevoegd, met de bescherming conform de bovenstaand geciteerde krachtige aanbeveling van Pius Floris. (ons lijkt dat deze deuren alleen de functie van nooduitgang zouden kunnen hebben. Er wordt dus buiten geen bestrating aangebracht van deze deuren naar de speelplaats. Hier is n.l. de door Pius Floris genoemde onder begroeiing noodzakelijk t.b.v. de beukenboom nr 1.) Wij verzoeken u dringend de bovenstaande zaken aan te passen c.q. te verwerken in het ontwerpbestemmingsplan. Beantwoording zienswijze 3.14: In het aangehaalde citaat uit de boom effect analyse is inderdaad aangegeven, dat het niet is toegestaan om binnen de kroonprojecties van de beuken verhardingen aan te brengen. Voor de door reclamant aangehaalde beuk (nr. 1) geldt echter dat binnen de kroonprojectie zich ook een deel van het kerkgebouw bevindt. Met de aanwezigheid van deze bebouwing zal ook in het onderhoud van beuk nr. 1 rekening moeten worden gehouden, waardoor de kroon van deze beuk in omvang begrenst moet worden. Daarmee wordt voorkomen dat de beuk volledig uit verhouding gaat groeien. Verder voorziet het (ontwerp)bestemmingsplan naar het oordeel van de gemeente reeds in een beschermingszone van de beuken, met in art.
8 (Waarde - Monumentale en beeldbepalende bomen) de daarbij behorende beschermingsregels. In art. 8 is onder meer opgenomen dat het niet is toegestaan om verhardingen aan te brengen, zulks indien de oppervlakte van de aan te brengen verharding meer bedraagt dan 10 m². Onder andere daarmee is de bescherming van de beuken in het plangebied naar het oordeel van de gemeente voldoende geborgd. Zienswijze 3.15: In het gebied, met name in en onder de rode beukenbomen worden met enige regelmaat eekhoorns gezien, die daar lijken te foerageren. Een reden temeer om dit gebied ongemoeid te laten, en betreden door mensen te voorkomen. Hierover wordt in het bestemmingsplan en de onderliggende rapporten geen melding gemaakt. Dit dient alsnog te worden toegevoegd.
Notitie beantwoording zienswijzen
38
Het paars aangeduide gebied moet de bestemming groen met bescherming krijgen, in plaats van bouwvlak. Er mag geen bestrating worden aangebracht, de onderbegroeiing moet in stand blijven. Betreden door mensen moet worden voorkomen. Beantwoording zienswijze 3.15: Voor het antwoord op deze zienswijze wordt kortheidshalve door de gemeente verwezen naar de beantwoording van zienswijze 3.14. Zienswijze 3.16: Citaat blz. 55 3e alinea: Voorde bewoners van de appartementen worden o.a. fietsparkeervoorzieningen gerealiseerd in een fietsenberging. Deze fietsenberging dient, conform de fietsparkeernormen van de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018', te voorzien in minstens 33 fietsparkeervoorzieningen. De inrichting van het plangebied met ook de locatie van de fietsenberging wordt in overleg met de dorpsraad uitgewerkt in een inrichtingsschets. Middels een afwijkingsbevoegdheid in voorliggend bestemmingsplan is het vervolgens mogelijk om een bouwwerk te realiseren binnen de bestemming ‘Groen’ ten behoeve van fietsenstalling/berging voor wonen (tot een maximale bouwhoogte van 4 meter en een oppervlakte van maximaal 75 m2). Wij verzoeken u dringend: De afmetingen en bouwblok/locatie van de fietsenberging in het bestemmingsplan vast te leggen.
Allereerst bevreemd het ons zeer dat de fietsenbergingen van de woningen blijkbaar niet op eigen terrein behoeven te worden gebouwd, maar in het openbaar gebied (op gemeentegrond) worden toegelaten! (Dat krijgt geen enkele particulier voor elkaar, zijn fietsenschuur op gemeentegrond bouwen!).
Notitie beantwoording zienswijzen
39
Hiervoor dient bij voorbaat een bouwblok te worden vastgesteld in de reguliere bestemmingsplanprocedure (75m2 is het oppervlak van een ruim woonhuis!). Een gebouw van 75m2 is van grote invloed op de (beleving van de) openbare ruimte. Op de in dit bestemmingsplan voorgestelde manier (overleg met de dorpsraad) kan niemand er een zienswijze op geven (inspraakrecht van burgers wordt ontnomen). Hiermee wordt er een groot risico opengelaten voor verrommeling van de omgeving van onze kerk. Het is al te gemakkelijk om dit af te schuiven op “in overleg met de dorpsraad”. Deze functioneert in Eerde al niet meer sinds de eerste vergadering over dit plan (dorpsraad stapte op, nieuwe dorpsraad zijn allemaal nieuwelingen, voorzitter is ook al weer opgestapt) Er zijn geen openbare vergaderingen meer, er is geen informatievoorziening meer vanuit de dorpsraad naar het dorp. De dorpsraad is niet deskundig op dit gebied (stedenbouwkunde) en heeft duidelijk gemaakt dat ze snelle realisatie van de school veel belangrijker vindt dan al het andere. Ze zullen dan ook direct meegaan met de wensen/eisen van de initiatiefnemers, om vertraging te voorkomen. Eerde is verdeeld in voor- en tegenstanders van de huidige dorpsraad, vanwege hun lijdzaam toezien bij de uitwerking van dit bestemmingsplan.
Door de beslissingen hierover bij de Dorpsraad neer te leggen, worden de tegenstellingen in Eerde alleen maar aangewakkerd. Beantwoording zienswijze 3.16: Inmiddels is de positie van de fietsenberging bepaald. De verbeelding wordt aangepast zodat duidelijk wordt waar de fietsenberging kan worden gerealiseerd. Onderstaande figuur toont de inrichting van het plangebied met tevens de locatie van de fietsenberging.
Notitie beantwoording zienswijzen
40
Deze zienswijze van reclamant leidt tot een aanpassing van de bij het bestemmingsplan behorende verbeelding, inhoudende dat hierop het bouwblok van de fietsenberging is aangegeven. De afwijkingsbevoegdheid is bewust opgenomen om nog te kunnen sturen op de exacte positie van de berging en deze ruimtelijk-stedenbouwkundig nader af te wegen. Zienswijze 3.17: In beide paragrafen, noch in de akoestische rapportages tb4 en tb11 wordt met geen woord gerept over de akoestische problemen die ontstaan in het kerkgebouw, door de 3 daarin geplande functies; kapel/kerk, school, appartementen/wonen. Er is alleen onderzocht dat de school geluidshinder veroorzaakt voor de appartementen in de nieuwbouw. Maar hetzelfde soort problematiek doet zich voor bij de 3 functies in het kerkgebouw. Er wordt in de school geluid gemaakt, dat hinderlijk is voor de bewoners van de woningen in het kerkgebouw, en hinderlijk is voor de bezoekers van de kapel (deze is elke dag open als stilte- en bezinningsruimte. Er wordt in de kapel geluid gemaakt (tijdens de vieringen, zang en orgelspel), dat hinderlijk kan zijn voor de bewoners van de woningen in het kerkgebouw. Er wordt in de woningen geluid gemaakt (TV, muziek, stofzuiger enz.) dat hinderlijk is voor de bezoekers van de kapel (deze is elke dag open als stilte- en bezinningsruimte.
Wij vragen u dan ook dringend het onderstaande aan het ontwerpbestemmingsplan toe te voegen: Een gedegen akoestisch onderzoek naar de hierboven omschreven problematiek, zoals dat ook is gebeurd t.a.v. de appartementen in de nieuwbouw. Deze problematiek wordt niet afdoende door het bouwbesluit geregeld, met name m.b.t. de kapel. In de kapel is vanwege het bijzondere karakter een veel lagere geluidsbelasting toelaatbaar dan in welke ander type gebruiksfunctie dan ook (zals b.v. wonen). In de rapportage moeten ook de vereiste (bouwkundige) voorzieningen worden benoemd die nodig zijn om het vereiste resultaat van een serene stilteruimte te kunnen bereiken. Beantwoording zienswijze 3.17: Er is door De Roever omgevingsadvies een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 4 toegevoegd bij de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan. Daarbij is onderzoek gedaan naar spelende kinderen van de basisschool inclusief kinderdagverblijf en peuterspeelzaal, installaties op het dak en personenwagens (personeel en halen & brengen kinderen). De conclusie van dit rapport is dat hinder geen belemmering vormt voor de bestaande bebouwing. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de bestaande woningen/appartementen. De kapel is geen geluidgevoelige functie en hoeft derhalve ook niet getoetst te worden.
Geluid vanuit de school naar aanpandige woningen is geregeld in het Bouwbesluit. Tevens worden de ruimten t.b.v. de school bouwkundig afgescheiden van de woningen. In basis zal het Bouwbesluit zorgen voor voldoende geluidwering tussen de kapel en de woningen in de kerk. Om deze planologisch nader te borgen, zal een voorwaardelijke verplichting opgenomen worden welke er voor zorgdraagt dat er een afdoende bouwkundige afscheiding in het kerk- en schoolgebouw moet worden aangebracht op het moment dat daar woningen worden gerealiseerd. Voorwaardelijke verplichting: Woningen en andere geluidgevoelige functies mogen in gebruik worden genomen met dien verstande dat deze bouwkundig afgescheiden dienen te zijn van ruimtes die bedoeld voor functies zoals beschreven in artikel 3.1 (artikel 3 Gemengd). De school is ook een geluidgevoelige functie.
Notitie beantwoording zienswijzen
41
Tevens wordt er een definitie opgenomen voor bouwkundige afscheiding: Onder bouwkundig afgescheiden moet worden verstaan dat de panden los van elkaar dienen te staan of dat er andere bouwkundige voorzieningen getroffen zijn waardoor milieubelasting voorkomen wordt op vergelijkbare wijze als bij bouwkundige afscheiding. De kapel is geen geluidgevoelige functie. Woningen zijn geen milieubelastende functies. Overlast van buren onderling is nooit helemaal te voorkomen. Ervan uitgaande dat voldaan wordt aan de regels uit het Bouwbesluit is het geluid dat gemaakt wordt in woningen geen reden om nader onderzoek te verlangen. Tevens zullen gezien bovenstaande de woningen bouwkundige afgescheiden van de kapel worden gebouwd. De kapel is geen geluidgevoelige functie. Woningen zijn geen milieubelastende functies. Overlast van buren onderling is nooit helemaal te voorkomen. Ervan uitgaande dat voldaan wordt aan de regels uit het Bouwbesluit is het geluid dat gemaakt wordt in woningen geen reden om nader onderzoek te verlangen. Tevens zullen gezien bovenstaande de woningen bouwkundige afgescheiden van de kapel worden gebouwd. Menging van functies is het uitgangspunt binnen het planconcept. Het gebied / gebouwencomplex moet daarom beschouwd worden als een gebied met functiemening volgens VNG.
Hierbij gelden niet zozeer de richtafstanden maar wordt uitgegaan van mate van bouwkundige scheiding. De toelichting wordt aangevuld/verduidelijking met een planologische onderbouwing waarin wordt ingezoomd op een gebied/gebouwencomplex met functiemenging. De toelaatbaarheid van milieubelastende functies in gebieden met functiemenging wordt beoordeeld aan de hand van de volgende drie ruimtelijk relevante milieucategorieën: • categorie A: activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. • categorie B: activiteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden; • categorie C: de activiteiten zoals genoemd onder B, waarbij door de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Scholen en religieuze gebouwen behoren beide tot categorie B. Het betreffen dus activiteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend naast, boven of onder woningen wanneer deze bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden.
In basis zal het Bouwbesluit zorgen voor voldoende geluidwering tussen de kapel en de woningen in de kerk. Om deze planologisch nader te borgen, zal een voorwaardelijke verplichting opgenomen worden welke er voor zorgdraagt dat er een afdoende bouwkundige afscheiding in het kerk- en schoolgebouw moet worden aangebracht op het moment dat daar woningen worden gerealiseerd. Zienswijze 3.18: Citaat van blz. 61: Voorafgaand aan de formele planologische procedure hebben bijeenkomsten plaatsgevonden. Reeds in maart 2018 zijn de inwoners van Eerde op de hoogte gebracht van de plannen voorde herbestemming van de kerk. Tijdens een dorpsvergadering en in daaropvolgend overleg is altijd aangegeven dat initiatiefnemer open staat voorgesprekken en/of zienswijzen en deze graag direct van omwonenden vernam. Hieraan is gevolg gegeven en naast deze collectieve bijeenkomst is er daarom regelmatig overleg gevoerd met, en e-mail contact geweest tussen, de omwonenden en initiatiefnemer. Mede naar aanleiding van dit overleg zijn de plannen aangepast. Er zijn onder andere afspraken gemaakt over de erf afscheiding en het gebruik van de grond in eigendom van initiatiefnemer door een omwonende. Nu de plannen verder gevorderd zijn wordt er een omgevingsdialoog georganiseerd.
Opdrachtgever is voornemens deze omgevingsdialoog te organiseren in het kerkgebouw, de direct omwonenden worden voor deze omgevingsdialoog uitgenodigd. Te zijner tijd wordt, voor de vaststelling van het bestemmingsplan, een
Notitie beantwoording zienswijzen
42
verslag van de omgevingsdialoog opgenomen als bijlage bij deze toelichting en worden eventuele uitkomsten verwerkt in het bestemmingsplan. Het hele bovenstaande citaat is een leugen! Behalve wellicht een afspraak over (tijdelijk) gebruik van grond van de initiatiefnemers door de schoonvader van een van de initiatiefnemers (de toekomstige parkeerplaats aan de Bernard van Damstraat). Er is geen sprake van dat Eerde/ de Eerdenaren zijn betrokken bij een omgevingsdialoog. Er zijn een aantal openbare dorpsraadsvergaderingen geweest waar over het plan is gesproken. Maar er werd alleen door de initiatiefnemers een uiteenzetting gegeven, die diverse malen zelfs al achterhaald was. Cruciale informatie werd achtergehouden. Er kon alleen in het openbaar over de plannen worden gesproken. Kritiek werd kortaf afgeblaft door de initiatiefnemer. In een bijeenkomst heeft hij letterlijk gezegd: “ik wil wel overleggen met jullie, maar ik heb alleen te maken met de Gemeente, SKIPOV en het Parochiebestuur. Dus ik zie het nut er niet van in”. (Als bewijs is hiervan desgewenst een geluidsopname beschikbaar.) Initiatiefnemer heeft ook steeds afwijzend of zwijgend gereageerd op opmerkingen en suggesties. Er lijken alleen aanpassingen te zijn gedaan op verzoek van de bovengenoemde 3 organisaties.
Alle pogingen tot constructief overleg vanuit Eerde, zowel vanuit onze Stichting, als vanuit de Dorpsraad zijn door initiatiefnemer gefrustreerd. In maart 2020 heeft de Dorpsraad een werkgroep opgericht met daarin vertegenwoordigers van de meest betrokken organisaties in Eerde: De Beheersgroep van Eerdse geloofsgemeenschap, de Ouderraad van de school, en de Stichting Vrienden van de Eerdse Kerk. Deze werkgroep “Kerk en Dorpskern" heeft een aantal malen overleg gehad met de initiatiefnemers, en daar leken positieve resultaten uit te komen. Er werden alternatieven bekeken en zelfs uitgetekend door de architect van SHAAK. Begin mei 2020 werd door de initiatiefnemers tegen de werkgroep gezegd dat ze met de verdere uitwerking zouden stoppen, tot de gemeenteraad over het krediet had gestemd (ze zouden zich weer gaan richten op hun andere plannen, “die wel gewenst zijn en resultaat opleveren”). Maar achteraf bleek dat er intussen, achter de rug van de werkgroep om, tot twee keer toe een gewijzigd plan door SHAAK werd ingediend, waarin niets van de besproken alternatieven terug te vinden is. Blijkbaar was dit een poging om de werkgroep voor het voldongen feit van een goedgekeurd plan te plaatsen. Bij de werkgroep werd de indruk gewekt dat er werd geluisterd naar de wensen en opmerkingen vanuit Eerde.
Maar in de praktijk bleek dat dus allemaal maar toneel, voor de bühne, om de werkgroep koest te houden. Toen de werkgroep het bedrog ontdekte, was dat voor de meerderheid van de werkgroeps- leden aanleiding om het overleg te staken. Begrijpelijk want ze werden immers alleen maar zoet gehouden met praatjes en plaatjes, waarmee vervolgens niets werd gedaan. Onze stichting, en ook de andere deelnemers aan de Werkgroep Kerk en Dorpskern, zijn door de initiatiefnemers doelbewust misleid. Er is onjuiste en achterhaalde informatie verstrekt aan de werkgroep. Alle wensen en voorstellen van de werkgroep zijn stuk voor stuk in de prullenbak van SHAAK beland. We hebben geen vertrouwen in de omgevingsdialoog met de omwonenden, die nog steeds niet heeft plaatsgevonden. Een omgevingsdialoog moet worden gevoerd als je een plan aan het maken bent, om suggesties, voorstellen of wensen van omwonenden in je plannen te kunnen verwerken. Dat de initiatiefnemers de omgevingsdialoog pas in dit stadium aankondigen, getuigt van onwil om nog in te spelen op wensen of bezwaren van omwonenden. Nu de plannen zover zijn gevorderd, is het onmogelijk nog iets te veranderen zonder dat dit grote (financiële) gevolgen heeft. Inspraak, die door de omgevingsdialoog mogelijk zou moeten worden, is nu verworden tot het afhandelen van een formaliteit achteraf.
Zo verzekeren de initiatiefnemers zich er van dat er geen gevolgen voor het plan meer uit kunnen komen. Onze organisatie heeft begin van dit jaar een aantal malen gesproken met de architect van SHAAK, met als toehoorder dhr. Kinderdijk van de gemeente. Dit moest per internet, vanwege Corona. Dat maakte het overleg erg lastig. Er zijn nog veel van onze vragen onbeantwoord gebleven. We willen daarom dit overleg z.s.m.
Notitie beantwoording zienswijzen
43
hervatten, omdat we hopen dat we nog invloed kunnen hebben op de indeling en inrichting van het kerkgebouw, om daarmee tenminste nog iets van ons erfgoed kunnen redden. Op al onze vragen en suggesties over de nieuwbouw, die beeldbepalend is voor het aanzicht van het kerkgebouw, kregen we 0 op rekest. Er kon niets meer worden veranderd. Het werd zelfs buiten alle proporties opgespeeld in de pers, als we met een suggestie/vraag kwamen en die ook aan de wethouder voor durfden te leggen (omdat de architect deze niet kon beantwoorden). Beantwoording zienswijze 3.18: Uit deze zienswijze leidt de gemeente af, dat reclamant van oordeel is dat de omgevingsdialoog niet of onvoldoende heeft plaatsgevonden. Reclamant geeft daarbij aan dat er alleen in het openbaar over de plannen kon worden gesproken en is van mening dat ingebrachte reacties op het plan niet of onvoldoende door initiatiefnemer zijn meegenomen bij de verdere uitwerking van het plan. In zijn algemeenheid is een omgevingsdialoog is er op gericht om in een vroegtijdig stadium (nog voordat het concrete plan vastligt) kennis te nemen van eventuele bezwaren, wensen en belangen vanuit de omgeving, zodat deze reacties bij de uitwerking van het plan kunnen worden betrokken.
De omgeving is daarbij geen vastomlijnd (wettelijk) begrip, maar is sterk afhankelijk van de gewenste ontwikkeling en de effecten die daarmee gepaard gaan op de omgeving. Initiatiefnemer moet daarbij ook serieus aandacht besteden aan de inbreng van belanghebbenden. Het is de gemeente bekend dat de initiatiefnemer veelvuldig het plan aan de bewoners van Eerde heeft gepresenteerd, onder andere tijdens een aantal openbare vergaderingen van de dorpsraad Eerde waarvoor het onderwerp ook concreet is geagendeerd. De agenda van de dorpsraadvergaderingen is daarbij huis aan huis verspreid. Ook heeft een aantal keren een presentatie van het plan door de initiatiefnemer plaatsgevonden direct aansluitend aan een vergadering van de dorpsraad. Daarnaast heeft initiatiefnemer regelmatig overleg gevoerd met een speciaal daartoe door de dorpsraad in het leven geroepen werkgroep (kerk en dorpskern) en er is tot voor kort regelmatig overleg gevoerd met de Stichting Vrienden van de Eerdse Kerk. De gemeente is van oordeel dat initiatiefnemer zich in voldoende mate heeft ingespannen om omwonenden en overige belanghebbenden in kennis te stellen van het plan en daarbij ook voldoende gelegenheid heeft geboden hierop te reageren. De stelling van reclamant, dat er alleen in het openbaar over het plan kon worden gesproken is daarmee naar het oordeel van de gemeente onjuist.
Met betrekking tot de stelling van reclamant, dat op het plan ingebrachte reacties niet of onvoldoende door initiatiefnemer zijn meegenomen bij de verdere uitwerking van het plan, merkt de gemeente op dat het uiteindelijk aan initiatiefnemer zelf is om te beoordelen of reacties al dan niet worden verwerkt in het plan. De gemeente heeft in dat kader slechts een toetsende rol, waarbij onder meer wordt nagegaan of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is in onderhavig geval naar het oordeel van de gemeente sprake. Zienswijze 3.19: De regiekaart (bijlage 1 bij het ontwerpbestemmingsplan): Op de regiekaart staat “(zie visie “Hart van Eerde”) ingeschreven t.p.v. de inrichting van het kerkplein. Wat is dit voor een stuk, wie heeft het gemaakt, wat is de status van dit stuk? Waarom is dit niet toegevoegd aan de stukken, er wordt immers naar verwezen? Naast het verharde kerkplein wordt ook in het groen een brede strook aangegeven als “parkeren”. Wij hebben hier grote bezwaren tegen. Een kiss & ride t.p.v. op het bestaande trottoir is acceptabel. Maar meer ook niet! Dat er tot tussen de monumentale bomen in het park kan worden geparkeerd is absoluut onwenselijk, en brengt deze bomen in gevaar. Beantwoording zienswijze 3.19: Het aangehaalde document heeft planologisch gezien geen enkele status.
Naar het oordeel van de gemeente betreft het een denkrichting (vlekkenplan) voor de inrichting van het gebied.
Notitie beantwoording zienswijzen
44
Zienswijze 3.20: Op de plankaart zijn de bouwblokken van kerk en patronaat met rechte lijnen aan elkaar geplakt. Nu is er een open ruimte tussen kerkgebouw en patronaat aan de zuidoostzijde. Dit gedeelte mag naar onze mening niet bebouwd worden.
Op de tekening hiernaast is dit in rood aangegeven. Vanwege de monumentale status van de gebouwen moet deze “inham” onbebouwd blijven. Door de totale aantasting van het aanzicht aan de noordwestkant, moet de (nog volledig originele) zuidoostkant met extra voorzichtigheid worden behandeld, en moeten (moderne) toevoegingen worden voorkomen. Bovendien zou het bebouwen van dit vlak de kerk en het patronaat visueel aan elkaar klonteren tot één gebouw. Visueel zijn het nu duidelijk twee losse gebouwen, die enkel zijn verbonden door een ver naar achteren geplaatst tussenlid met plat dak. Wij verzoeken u dringend het bouwblok aan te passen conform de huidige gebouwcontouren. Beantwoording zienswijze 3.20: De begrenzing van het bouwvlak aan deze zijde van het kerkgebouw komt overeen met het bouwvlak, zoals dat is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan “Kom Eerde”. De door reclamant bedoelde inham maakt in het vigerende bestemmingsplan reeds onderdeel uit van het bouwvlak. Zienswijze 3.21: Het Heilig Hart beeld dat direct voor de kerk staat maakt onderdeel uit van het gemeentelijk monument. Echter, het beeld staat niet op de plankaart in het bestemmingsplan, en wordt ook niet genoemd. Wij verzoeken u dringend het Heilig Hart beeld in het bestemmingsplan op te nemen als gemeentelijk monument, en op de huidige locatie op de plankaart aan te gegeven.
Notitie beantwoording zienswijzen
45
Rondom het beeld dient voldoende ruimte (zoals nu, maar zo mogelijk meer) te worden vrijgehouden zodat het beeld er waardig uitziet, en niet als een parkeerwachter op een parkeerplaats staat. Op deze locatie dient de bestemming parkeren te worden vervangen door een bestemming “groen’ met als dubbelbestemming “monument”. De calvarieberg met kruisbeeld op het kerkhof maakt ook onderdeel uit van het gemeentelijk monument H. Antonius Abt kerk. Wij verzoeken u ook de calvarieberg, en de daarvoor gelegen pastoorsgraven (waaronder het graf van de bouwpastoor van onze kerk) op de plankaart aan te geven met de dubbelbestemming “monument”. Tevens verzoeken we u de calvarieberg en de pastoorsgraven met spoed op te nemen op de lijst van gemeentelijke monumenten. Beantwoording zienswijze 3.21: Het Heilig Hart beeld wordt in de redengevende monumentenbeschrijving specifiek omschreven. In de redengevende monumentenbeschrijving worden het kruisbeeld en de calvarieberg niet benoemd, deze maken dan ook geen deel uit van het gemeentelijke monument. Wel wordt over het kerkhof in de redengevende omschrijving gesteld: Bijgebouwen, erf en beplanting Op korte afstand van de koorsluiting staat het patronaatsgebouw dat onder Esdonkstraat 4 wordt beschreven. Ten noorden achter de kerk ligt het kerkhof met fraaie oude bomen.
Ook de bomen terzijde van de kerk en van het priesterkoor en voor de ingang van het kerkhof zijn van belang voor de belevingswaarde van het kerkgebouw. Hierdoor wordt er wellicht enige waarde toegekend aan dit kerkhof maar niet in de mate dat kan worden gesteld dat dit deel uitmaakt van het gemeentelijk monument. Ook ontbreekt de beschrijving van de aangehaalde calvarieberg en het kruisbeeld in de redengevende omschrijving. Wel kan worden gesteld dat er mogelijk sprake is van een begripsverwarring, in de gemeentelijke monumentenlijst staat dit als volgt opgenomen: • G0042 Gemeentelijk monument Esdonkstraat 2 5466 RX Eerde R.K. Kerk St. Antoniusabt + kruisbeeld • G0043 Gemeentelijk monument Esdonkstraat 4 5466 RX Eerde Patronaatsgebouw Per abuis wordt hier verwezen naar het Kruisbeeld i.p.v. het Heilig Hartbeeld, echter worden ook hier het kerkhof en onderdelen ervan niet benoemd. In het recent door het college vastgestelde uitvoeringsplan behorende bij de Erfgoedvisie is als actiepunt voor de komende jaren opgenomen het harmoniseren en actualiseren van de gemeentelijke Monumentenlijsten. In dit proces zal naar voren moeten komen of de aangehaalde objecten in aanmerking komen voor de status gemeentelijk monument. Zienswijze 3.22: De gemeente gaat een te groot deel van de kerk herbestemmen tot school.
Op zich is de gedeeltelijke herbestemming tot school een goed plan, omdat het kerkbezoek ook in Eerde terugloopt, en de kerk te groot is. Maar het slaat door! De resterende ruimte voor de kapel wordt te klein om succesvol te kunnen functioneren voor (wekelijkse) kerkdiensten. We hebben in Eerde nog een kerkbezoek van tussen de 50 en 100 kerkgangers per weekendviering. De gemeente zou, door één travee meer over te laten voor de kapelfunctie, de levensvatbaarheid van de geloofsgemeenschap in Eerde heel positief kunnen beïnvloeden. Door de veel te kleine kapel kunnen er te weinig kerkgangers de vieringen bijwonen, waardoor er mensen wegblijven, waardoor het financiële draagvlak te klein wordt. De gemeente kan dit niet alleen overlaten aan het centrale Parochiebestuur! Dat is er alleen op uit om zoveel mogelijk geld te krijgen voor de het kerkgebouw. Doel is: het vullen van de centrale geldpot, ook al gaat dat ten koste van de Eerdse parochianen. Onze stichting hecht grote waarde aan het behoud van de kerkfunctie in kerk
Notitie beantwoording zienswijzen
46
van Eerde. Dat is van essentieel belang voor het behoud van tenminste nog iets van het culturele erfgoed dat zich in de kerk bevindt. In dit ontwerpbestemmingsplan wordt geschreven dat er 80 zitplaatsen in de kapel komen. Was het maar waar! DAT IS ONMOGELIJK. Los van de huidige Corona-maatregelen kunnen er nooit 80 zitplaatsen in het resterende kapelletje. Hoe je het ook inricht. Al zet je alles vol met stoelen! Er blijft zelfs geen ruimte voor het plaatsen van een kerststal of een paaskaars. Ook is er geen ruimte om rollators te parkeren. Er blijft nauwelijks loopruimte over om de zitplaatsen te bereiken. Er is geen ruimte voor een zangkoor en voor een orgel. O ja, er moet ook nog ergens een altaar staan, met wat ruimte eromheen. Nee, er kunnen maximaal 50 mensen zitten, en dan nog bijna tegen elkaar. Dat is veel te weinig, en betekent een snel einde van deze kapel. Dat kan niet de bedoeling zijn. Ook de gemeente zou het als een erezaak moeten zien om dit unieke idee, waarbij een kapel in een herbestemde kerk in gebruik blijft, levensvatbaar te maken door ervoor te zorgen dat er voor deze kapelfunctie voldoende ruimte beschikbaar is. Het zou eenvoudig op te lossen zijn door de travee die wordt ingenomen door 2 bergruimtes en het “toneel” van de school alsnog bij de kapel te voegen. De kapel zou daardoor ook visueel veel betere afmetingen en verhoudingen krijgen.
En zoveel meer ruimte dat de geloofsgemeenschap er levensvatbaar door zou zijn. Daarnaast ontstaat ook de mogelijkheid om het kerkinterieur en met name de beelden en de kruiswegstaties op een waardige manier een nieuwe plek in de kapel te geven. De enige manier om deze te behouden voor Eerde! De werkgroep had al met SHAAK (als tussenoplossing) afgesproken dat deze 4® travee als wisseltravee zou worden ingericht die zowel door school als door geloofsgemeenschap kan worden gebruikt. De kerkdiensten zijn immers in het weekend, als de school dicht is. Dan is er tenminste ruimte voor de weekenddiensten in de kapel. Maar we hebben er geen vertrouwen in dat dit is afgekaart met SKIPOV en met het Parochiebestuur in Veghel. Uiteraard is dit geen oplossing voor het behoud van de beelden en kruiswegstaties. Maar beter iets dan niets. De gemeente zou met de initiatiefnemers, SKIPOV en het parochiebestuur om tafel moeten om het hoogst haalbare voor elkaar te krijgen. Er zijn vanuit Eerde mogelijkheden om aan eventuele meerkosten van deze 4® travee voor de kapel serieus bij te dragen. Onze stichting wil daaraan ook een bijdrage leveren. Als we de kans maar krijgen. Als een vierde travee toch onhaalbaar zou blijken, dan moet er tenminste een wisseltravee school/kerk t.p.v. deze 4e travee worden voorzien.
Aan deze wisseltravee zijn voor geen van de partijen kosten verbonden, het is alleen een kwestie van willen en van samenwerken. Wij verzoeken u daarom eerst en vooral deze wisseltravee op de regiekaart van het bestemmingsplan op te nemen en te vermelden. Gemeenteraad, alstublieft, neem hiertoe het initiatief! U hebt hiertoe de mogelijkheden in handen. De Stichting Vrienden van de Eerdse Kerk en de bovenal de Eerdse geloofsgemeenschap zullen u er dankbaar voor zijn. Volgens het bestemmingsplan worden de appartementen die in het kerkgebouw worden toegestaan, verkoopappartementen. Ongelofelijk! Verkoop van deze appartementen maakt het voor de toekomst ONMOGELIJK om de kerkruimte nog ooit in de originele staat terug te brengen. Het wordt onmogelijk om deze opdeling in hokken ongedaan te maken. Er komen immers meerdere eigenaren, die je nooit meer zover kunt krijgen dat ze tegelijkertijd hun appartement voor een redelijke prijs verkopen. Het wordt dus onbetaalbaar om die appartementen nog ooit uit het kerkgebouw weg te slopen, en de originele grote sacrale ruimte te herstellen. Een nieuwe herbestemming voor openbaar of publiek gebruik wordt daarmee voorgoed onmogelijk. Het enige wat van het kerkgebouw resteert is de casco- bouwmassa, ontdaan van alle schoonheid aan de binnenzijde en aan de westkant ingepakt door nieuwbouw. Beantwoording zienswijze 3.22:
Notitie beantwoording zienswijzen
47
Reclamant is van oordeel dat een te groot deel van de kerk wordt herbestemd tot school. In het ontwerpbestemmingsplan is echter ter plaatse van de kerk de bestemming ‘Gemengd’ opgenomen. De voor ‘Gemengd’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. wonen in woningen met een beroep of bedrijf aan huis, waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan aangegeven op de verbeelding en de woningen uitsluitend binnen de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ mogen worden gerealiseerd; c. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd - uitsluitend wonen’: uitsluitend voor woningen en bijbehorende voorzieningen; Er wordt ten aanzien van de maatschappelijke voorzieningen in het bestemmingsplan echter op geen enkele wijze een verdeling gemaakt tussen de school- en de kapelfunctie. De stelling van reclamant dat de gemeente een te groot deel van de kerk gaat herbestemmen tot school is daarmee onjuist. Zienswijze 3.23: Wat een schandalig staaltje herbestemming van een monument! Wat onze Stichting betreft betekent dit het einde voor de Eerdse Kerk als trots middelpunt van ons dorp. Er resteert alleen een skelet, dat ons blijft herinneren aan het mooie dat het eens was. Zelfs sloop van de kerk was beter geweest dan dit “behoud” als kolossaal appartementengebouw.
......Dan hadden we om onze kerk kunnen treuren en het verlies kunnen gaan verwerken. Nu blijft het een open wond, midden in ons dorp. Dan had er een fatsoenlijke school gebouwd kunnen worden in plaats van dit gekunstelde plan waarbij er tijdelijk een school wordt ondergebracht in een appartementencomplex. Dan hadden er fraaie woningen rondom een mooi centraal park kunnen komen. Dit plan verminkt het dorpshart van Eerde voor tenminste de komende 100 jaar. Met “dank" aan SMAAK, Parochiebestuur, Gemeente Meierijstad en natuurlijk “dank” aan het Veghelse Parochiebestuur! Allemaal organisaties van buiten Eerde, die zich niets gelegen laten liggen het realiseren van een mooie dorpskern, of aan het behoud van een monumentale kerk. Alles wordt opgeofferd aan eigen belangen van individuen en aan de honger naar nog meer geld... in eigen zak. Dat dat ten koste gaat van de woonomgeving van de Eerdenaren, schijnt niet te boeien. Wij hopen dat de gemeenteraad zich alsnog bedenkt, het hele plan naar de prullenbak verwijst, en op eigen initiatief, zonder inmenging van een projectontwikkelaar, de school in en aan de kerk onderbrengt. Alleen dan kan deze kerk opnieuw een trots middelpunt van onze dorpsgemeenschap worden. Beantwoording zienswijze 3.23: Bovenstaande behelst geen nadere zienswijze op (de inhoud van) het bestemmingsplan, in welk verband er ook geen verdere reactie is vereist.
Notitie beantwoording zienswijzen
48
6.4: Zienswijze 4: Reclamant 4 Zienswijze 4.1: De publicatie in gemeenteblad is onjuist. De aantallen appartementen kloppen niet. Er worden er 14 genoemd, maar het zijn er tenminste 16 met een extra uitbreidingsmogelijkheid van nog 9 meer. Tot maximaal 25 appartementen. Belanghebbenden zijn hierdoor al bij voorbaat verkeerd geïnformeerd! De publicatie wekt de indruk dat het om een relatief klein plan gaat, waarvan de effecten op de omgeving ook beperkt zijn (14 appartementen). De effecten zijn echter veel groter, er zijn b.v. 24 parkeerplaatsen meer nodig voor de “verzwegen” 11 appartementen. Effecten zoals het ruimtebeslag, de extra verkeersdruk, en de aantasting van de woonomgeving door extra parkeerplaatsen. Beantwoording zienswijze 4.1: Het bestemmingsplan maakt maximaal 16 woningen direct mogelijk. Daarvoor is onderzocht of er voldaan wordt aan goede ruimtelijke ordening, er geen onevenredige aantasting van de belangen van omwonenden en nabijgelegen bedrijven is en er sprake is van een verantwoord woon- en leefmilieu/klimaat. In de onderbouwing (toelichting) van het bestemmingsplan is te lezen dat hier aan voldaan wordt. Daarnaast is er in het bestemmingsplan ook een mogelijkheid opgenomen om middels een afwijking van de gebruiksregels extra woningen (maximaal 9 woningen) mogelijk te maken met een omgevingsvergunning.
Hiervoor dient ondermeer opnieuw onderzocht te worden of er voldaan kan worden aan goede ruimtelijke ordening, er geen onevenredige aantasting van de belangen van omwonenden en nabijgelegen bedrijven is en er sprake is van een verantwoord woon- en leefmilieu/klimaat. De 9 woningen zijn daarom niet zondermeer toegestaan. Zienswijze 4.2: Welke gronden heeft initiatiefnemer gekocht van de parochie H. Franciscus en welke gronden van de gemeente Meierijstad? De koop van kerk en gronden van de parochie is onder voorbehoud dat er een bouwvergunning wordt verkregen, dus staat deze waarschijnlijk nog niet in het Kadaster verwerkt. Beantwoording zienswijze 4.2: De vraag van reclamant kan niet worden gezien als een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan. Niettemin kan de gemeente aangeven dat de initiatiefnemer onderstaande perceelsgedeelten van de gemeente aankoopt:
Notitie beantwoording zienswijzen
49
De overige voor de realisatie van het plan benodigde gronden heeft de initiatiefnemer van de huidige eigenaar gekocht. Zienswijze 4.3: Met de direct betrokken omwonenden is totaal niet gesproken/gecommuniceerd. In het kader van de procedure zou een omgevingsdialoog moeten worden gehouden met de in de buurt van het plangebied gelegen bedrijven en woningen. Deze dialoog heeft niet plaatsgevonden. In geen enkele fase van de planontwikkeling zijn de omwonenden erbij betrokken. Initiatiefnemers hebben het planvoornemen nooit toegelicht bij de bewoners van de aangrenzende adressen: Kapelstraat 49, 52, 54, Esdonkstraat 1, 3, 5, 7, 9, 11, 15, 17, 19, Bernard van Damstraat 26, 28, 29, 30, 32. Den Binnen 1 t/m 5. Uiteraard kunnen de initiatiefnemers niet aantonen dat er wel een omgevingsdialoog is gevoerd met de omwonenden. Dan zouden er tenminste schriftelijke bevestigingen van moeten zijn. Ik eisen dat er met de omwonenden alsnog een serieuze omgevingsdialoog wordt gevoerd. Gezien de omvang van het plan en de impact ervan op het hele dorp en op de directe omgeving, moet aan de bovengenoemde omwonenden de mogelijkheid worden geboden het plan in een persoonlijk gesprek te bespreken. Omdat het plan in Eerde omstreden is, en er in dit kleine dorp zelfs 2 “kampen” zijn ontstaan, is bespreken in een openbare bijeenkomst niet mogelijk.