Notitie zienswijzen
Tekst van het document
Deze waardevolle originele ramen uit 1891 zijn onlangs nog gerestaureerd, met financiële ondersteuning en vrijwilligersinzet van Eerdse parochianen; In het middenschip van de kerk wordt op 450cm hoogte een verdiepingsvloer gelegd, met daarboven nog een aantal appartementen met verdiepingsvloeren; Er komt een hoge scheidingswand in het middenschip en de zijbeuken, dwars door de kerk, van vloer tot gewelven. Alleen de kleine kapelruimte behoudt de volledige hoogte. De rest van de indrukwekkende en monumentale kerkruimte verdwijnt uit het zicht en wordt in kleine hokjes opgedeeld; In vrijwel het hele kerkgebouw, uitgezonderd de kleine kapel, verdwijnen alle wanden achter geïsoleerde voorzetwanden, omdat anders niet aan de eisen van het bouwbesluit kan worden voldaan die gelden voor de nieuwe bestemmingen; De hele vloer van de kerk wordt gesloopt; Voor al de benodigde technische installaties zullen op ontelbare plaatsen gaten, sparingen, dak- en muurdoorvoeren en dergelijke voorzieningen nodig zijn om ervoor te zorgen dat de ruimtes van school en woningen voldoen aan de eisen van het huidige bouwbesluit. Met name voor de woningen zijn veel van dergelijke voorzieningen nodig. Voor de woningen zal het b.v. ook noodzakelijk zijn dat er ramen open kunnen. Nu is al het glas in lood als enkele vaste beglazing uitgevoerd.
Kortom: de aantastingen van het monumentale kerkgebouw zijn legio; De hele inrichting wordt verwijderd, uitgezonderd ter plaatse van de kapel. Het is onmogelijk dat alles (beelden, kruiswegstaties, preekstoel e.d.) een nieuwe plaats krijgt in de kleine kapel. Dat wordt beloofd, maar daar is gewoon geen ruimte voor. In de praktijk zullen dus veel van deze kunstschatten voor Eerde verloren gaan. Ze belanden in de opslag ergens in een leegstaande kerk, en gaan daarna naar het buitenland of bij het vuilnis. Er is geen aandacht voor dat deze zaken door onze voorouders met pijn en moeite bij elkaar zijn gespaard, en in dit voorheen arme boerendorpje de enige historische kunstschatten zijn die we hebben. De gemeente zou zich dit serieus aan moeten trekken en de teloorgang van dit erfgoed moeten voorkomen; De meeste en grootste ingrepen hebben enkel te maken met de 3 appartementen die boven de aula van de school in het kerkgebouw zijn gepland. Zouden deze 3 appartementen vervallen, dan blijft het kerkgebouw verschoond van grote, onomkeerbare ingrepen. Een gigantisch verschil vanuit het oogpunt van monumentenzorg. Cliënten zijn dan ook van mening dat de mogelijkheid om appartementen in het kerkgebouw te realiseren in het bestemmingsplan moet komen te vervallen.
Ter financiële compensatie zijn er elders in Eerde volop mogelijkheden om te bouwen (bijvoorbeeld: de locatie van de oude school). Beantwoording zienswijze 5.2
Notitie beantwoording zienswijzen
68
Uit deze zienswijze leidt de gemeente af, dat reclamant van oordeel is dat de op basis van het ontwerpbestemmingsplan te realiseren bebouwing te grootschalig is en niet past binnen de kern Eerde. In tegenstelling tot reclamant is de gemeente van oordeel dat het ontwerpbestemmingsplan een bebouwing toestaat, die stedenbouwkundig gezien op deze locatie als passend kan worden aangemerkt. Ook de onafhankelijke welstandscommissie deelt deze opvatting. Verder is het zo, dat het huidige bestemmingsplan reeds een forse(re) bouwmassa toestaat. Het bouwvlak in het vigerende bestemmingsplan (Kom Eerde) is ca. 3.180 m² groot, ten opzichte van ca. 980 m² dat op basis van het ontwerpbestemmingsplan naar de kerk kan worden gerealiseerd. In het huidige bestemmingsplan is weliswaar een maximaal bebouwingspercentage van 70% opgenomen, maar dat houdt niet in dat niet nagenoeg de gehele contour van het bouwvlak bebouwd kan worden. Zelfs al zou er een geheel aaneengesloten gebouw worden gerealiseerd, dan kan deze nog altijd een oppervlakte hebben van ca. 2.226 m². Deze bebouwing kan ook veel dichter bij het perceel van reclamant worden gerealiseerd. Ook is er wel degelijk rekening gehouden met de mogelijkheid om in de toekomst een park naast de bebouwing te realiseren. Juist om die reden is in het ontwerpbestemmingsplan op die plaats de bestemming groen opgenomen.
Voor wat betreft de hoogte van de toegestane bebouwing is voor het nieuwbouwdeel school een maximale bouw- en goothoogte opgenomen van 7,7 m. In het geldende bestemmingsplan geldt voor het gehele bouwvlak een maximale bouw- en goothoogte van 7 m. In het ontwerpbestemmingsplan is voor wat betreft de te ‘herbouwen pastorie’ een hogere bouwhoogte toegelaten. Daar geldt een maximale goothoogte van 10 m en een maximale bouwhoogte van 14 m. Deze massa acht de gemeente, mede gezien de gewenste referentie naar de oorspronkelijk aanwezige pastorie, passend. Ten aanzien van de door reclamant beschreven ingrijpende aantastingen merkt de gemeente op, dat hetgeen hieromtrent door reclamant naar voren wordt gebracht niet kan worden gezien als een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan. Of bepaalde ingrepen al dan niet aanvaardbar zijn dient in het kader van de aanvraag omgevingsactiviteit bouwen te worden beoordeeld. Daarbij zal ook de welstand- en monumentencommissie een rol vervullen. Zienswijze 5.3: Begraafplaats en parkeren De Toelichting beschrijft dat de begraafplaats achter de kerk gelegen is en vermeldt dat de begraafplaats is opgenomen in onderhavig bestemmingsplan, maar dat er niets wordt gewijzigd in de gebruiksfuncties.
Een deel van het huidige bestemmingsvlak met de gebruiksfunctie begraafplaats verdwijnt echter in het ontwerp, zodat uitbreiding van de begraafplaats niet langer mogelijk zal zijn, en maakt plaats voor een 24 uurs toegankelijk overdekt openbaar parkeerterrein; overdekt om plaats te bieden aan zonnepanelen. De begraafplaats verliest de bestemming maatschappelijk en krijgt de bestemming groen. Vervolgens krijgt het de functieaanduiding specifieke vorm van maatschappelijk. Er wijzigt alleen dan niets als het de bestemming maatschappelijk behoudt. Uit de VNG-brochure volgt dat voor een autoparkeerterreinen een afstand van 30 meter tot geluidsgevoelige functies moet worden aangehouden, maar het parkeerterrein begint op zo’n 15 meter van de woning van cliënten. Verzuimd is met name de akoestische gevolgen in kaart te brengen van de verandering in de functie parkeren en zo vast te stellen wat de gevolgen voor de leefbaarheid zullen zijn. Het voorliggende plan heeft tot gevolg dat voorzien moet worden in een forse parkeerbehoefte. In het plan neemt dat (te) veel ruimte in. In het centrum is al veel verstening aanwezig door parkeerplaatsen. Het ruimtelijk
Notitie beantwoording zienswijzen
69
effect van het plan kan aanmerkelijk worden ingeperkt en de aantasting van de woonomgeving kan aanmerkelijk worden verkleind. In de huidige Toelichting worden die effecten overigens niet volledig en niet juist in kaart gebracht. Wij zin van mening dat eerst de totale parkeercapaciteit in het centrum van Eerde moet wordt bekeken, voordat er in dit plan extra parkeerplaatsen worden toegevoegd. Er is in het centrum sprake van een fors overschot aan parkeerplaatsen. Dit overschot kan voor de nieuwe bestemmingen worden benut. Het toevoegen van zoveel parkeerplaatsen aan de Bernard van Damstraat is zinloos, omdat: de loopafstand voor de bewoners van de nieuwe appartementen te groot is (het terrein ligt op meer dan de maximaal toelaatbare afstand van 100 meter van de hoofdingang van het appartementencomplex: in de praktijk moeten er dan nog tientallen meters gelopen worden in het gebouw om het appartement te bereiken): zij zullen de parkeerplaatsen op het kerkplein en naast de Esdonkstraat gebruiken, en anders in de bermen gaan parkeren (dat is immers toegestaan); de parkeerplaatsen aan de Bernard van Damstraat zijn alleen te gebruiken voor het personeel van de basisschool en het KDV. Dan zou een tiental plekken zeker volstaan (i.p.v. 42).
Beduidend minder parkeerplaatsen voorkomt ook problemen omdat de Bernard van Damstraat de extra verkeersdruk niet kan verwerken omdat: Er veel parkeerplaatsen zijn gepland aan het einde van deze doodlopende straat. Er beperkte ruimte is om de auto te keren t.p.v. de parkeerplaats. Direct bij de uitrit van de parkeerplaats komt een voet- en fietspad uit op de rijbaan. Dit is potentieel gevaarlijk. Ook vanwege de wandelende bejaarden die wonen in Den Binnen. De Bernard van Damstraat een smalle straat is waar veel geparkeerd wordt langs/op de weg. Als er geparkeerde auto’s staan kunnen er geen 2 tegemoetkomende auto’s tegelijk passeren. De extra verkeersdruk ontstaat op de haal- en brengmomenten (in korte tijd pieken). Door de pieken in de verkeersdruk zullen er verkeersproblemen ontstaan, en schade (of erger). Bovendien is de Bernard van Damstraat ook de meest gebruikte toegang naar de school voor fietsende en lopende kinderen vanuit de nieuwe jonge wijk Geronimoplein, Shermanstraat en Pastoor Willenborgstraat. Deze fietsende en lopende kinderen lopen in deze smalle straat zonder trottoir of voetpad veel risico. Ook door de vele geparkeerde auto’s langs de weg. Vooral omdat de weg doodloopt kan er geen doorstroming van verkeer plaatsvinden. Deze aspecten zijn niet belicht in de verkeersparagraaf van het bestemmingsplan.
Onder de noemer duurzaamheid is voorzien in zonnepanelen boven de parkeerplaats. De mogelijkheid om deze op het dak van de school te plaatsen wordt niet benut. Daarmee is er ongewenst extra ruimtebeslag door de zonnepanelen. Hiervoor wordt immers een speciale constructie gebouwd boven de parkeerplaats, waardoor de ecologische footprint van de zonnepanelen te groot wordt om nog oprecht duurzaam genoemd te kunnen worden. Daarnaast is er nog het negatieve esthetisch aspect van deze constructie midden in de dorpse woonomgeving. Bovendien is overlast te verwachten door lichtreflectie, geluid bij regen en hagel, geluidsreflectie vanaf de school. Het moet uiteraard mogelijk zijn om in het park een aantal bomen te planten. Zonder bomen is het geen park! Die bomen zullen op termijn de zon op de zonnepanelen gaan blokkeren. Op die grond is het situeren van zonnepanelen achter het park (noordkant, dus achter de toekomstige bomen) onverstandig te noemen. Wij menen dat zonnepanelen op het dak van de school dienen te worden geplaatst. Een ander alternatief vormt het dak van gemeenschapshuis De Brink. Ook daar is volop ruimte en het gebouw is van de gemeente. Beantwoording zienswijze 5.3: De Bernard van Damstraat is een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom. Op dit type weg is een trottoir niet verplicht en kunnen voetgangers, fietsers en motorvoertuigen gebruik maken van dezelfde rijbaan.
Uit de berekening van de extra verkeersgeneratie ten behoeve van het appartementencomplex, het kinderdagverblijf
Notitie beantwoording zienswijzen
70
en de school blijkt dat de extra verkeerstoename 278 verkeersbewegingen per etmaal bedraagt. Voor het appartementencomplex zijn dit 94 verkeersbewegingen per etmaal. De bezoekers van de basisschool gaan hoogstwaarschijnlijk gebruik maken van de kiss & ride strook voor de school. Hierdoor parkeren alleen de bewoners en bezoekers van het appartementencomplex en medewerkers van de school en kinderdagverblijf op het parkeerterrein in de Bernard van Damstraat. In totaal is de toename van het aantal verkeersbewegingen in de Bernard van Damstraat circa 110 verkeersbewegingen. Vanuit verkeerskundig oogpunt voorzien wij met de huidige inrichting en verkeersstromen geen problemen qua verkeersveiligheid en/of doorstroming in de Bernard van Damstraat. Zienswijze 5.4: Bomen, positionering en natuur De Toelichting vermeldt onder 1.3 op pagina 5: “Tot slot geldt er ter plaatse van twee bomen de bestemming ‘dubbelbestemming – natuurmonument’”.
En onder 2.1 op pagina 8 “De kerk, het kerkplein met het omliggende groen en de monumentale bomen wordt gezien als een sterk punt in de kern Eerde” en tot slot onder 2.2 op pagina 10 “Alle monumentale bomen worden gerespecteerd en er is voldoende groeiruimte ook voor de nabij gelegen monumentale beuk.” De Toelichting vermeldt dat er ter plaatse van twee bomen de bestemming ‘dubbelbestemming – natuurmonument’ geldt; in werkelijkheid staan op de huidige plankaart 9 cirkels met de bestemming ‘dubbelbestemming – natuurmonument’. De Toelichting vermeldt dat alle monumentale bomen worden gerespecteerd; in werkelijkheid verdwijnen 2 van de 9 cirkels op de verbeelding. Er sneuvelen minstens 2 bomen, waarvan 1 monumentaal en beeldbepalend is. Deze hebben in bijlage tb8 de nummers 4 en 5, en zijn met rood aangegeven op het laatste blad van de Boom effect analyse, de overzichtskaart. Daaruit blijkt dat het bovenstaande citaat uit de Toelichting niet correct is. Als het onmogelijk blijkt om deze 2 bomen (monumentale witte beuk en jonge kronkelacacia) te handhaven op de huidige plaats, dan zouden deze wat ons betreft verplaatst moeten worden naar het achterste deel van het park. Het achterste deel van het park, dat nu kaal is, krijgt meteen een volwassen uitstraling door deze 2 grote bomen (boomnummers 4 en 5).
De witte beuk (nr 5) is een prachtige aanvulling op de 2 monumentale rode beuken (nrs 1 en 3), en heeft de potentie net zo groot en indrukwekkend te worden. De Co2 reductie die deze bomen geven is in de huidige tijd van betekenis. Er zijn tientallen jonge bomen nodig om hetzelfde te bereiken. Ook het planten van jonge bomen is duur, en heeft veel ruimtebeslag. Technisch is het mogelijk deze bomen te verplanten. Vereiste hierbij is dat er snel mee wordt begonnen, Er is tijd nodig om de bomen voor te bereiden op hun verplanting (wortelkluit, snoei). Verplanten moet in ieder geval gebeuren in het seizoen dat de bomen geen blad hebben, denkelijk dus in de periode november 2021 tot maart 2022. De Toelichting vermeldt dat er in het plangebied een monumentale rode beuk staat en andere beeldbepalende bomen. Ten behoeve van het inzichtelijk krijgen of negatieve effecten op het duurzame behoud van 16 bomen in en rondom het plangebied te verwachten zijn is door Pius Floris Boomverzorging een Boom Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. De Toelichting stelt dat de BEA voorziet in randvoorwaarden ten behoeve van het duurzaam behoud van de bomen gedurende de werkzaamheden en voorts dat het definitieve planontwerp is aangepast met inachtneming van de resultaten uit de BEA.
“Met de gewenste ontwikkelingen worden de monumentale bomen behouden en de ontwikkeling doet geen afbreuk aan deze bomen in en rondom het plangebied.” De adviezen die in de BEA staan moeten onverkort en bindend in het bestemmingsplan worden opgenomen, bij voorbeeld in de vorm van een voorwaardelijke instandhoudingsverplichting. In bijlage II bij de BEA staat weergegeven dat de nieuwbouw vast tegen de kroonprojectie, en dus binnen de groeiruimte van boom 1, de monumentale rode beuk komt te staan. Volgens de advisering van Pius Floris mag er binnen de groeiruimte van de boom, de grijs aangegeven rand rondom de kruinprojectie, niet worden gebouwd om de groeiruimte van de boom veilig te stellen.
Notitie beantwoording zienswijzen
71
Wij stellen vast dat de nieuwbouw niet werd ingekort, om de vereiste afstand tot boom 1 te respecteren. Daarnaast zal dezelfde boom de lichttoetreding in de nieuwbouw verhinderen via de ramen aan de noordoostzijde van de nieuwbouw. (Een paar aanvullingen en correcties: In bijlage I van de BEA zijn de nummeringen van boom nummer 2 en 3 met elkaar verwisseld t.o.v. de nummering elders in de rapportage en in bijlage II. Boom nummer 14 is grotendeels dood. Wij denken dat deze boom veel heeft geleden na de sloop van de oude bebouwing, toen is het terrein ter plaatse verlaagd om het gat t.p.v. de gesloopte bebouwing te dichten. Nu staat de boom op een “terp”, en is waarschijnlijk verdroogd. De bomen nummers 15 en 16 zijn in slechte staat. Ze vormen nauwelijks gezond blad, en zijn in de zomer vrijwel kaal. De bomen staan binnen 2 meter van de perceelsgrens van Kapelstraat 49, en hebben ook daardoor weinig groei- en overlevingskansen.)
De lichtinval bij de rood gemerkte ramen wordt verhinderd/sterk beperkt door de beuk nr 1 Deze voorzienbare problemen mogen nooit reden zijn tot snoei van de monumentale beukenboom. Deze gevolgen zijn immers nu al, bij de planvorming bekend. De initiatiefnemers dienen er zelf voor te zorgen dat er via andere daglichtopeningen voldoende lichttoetreding is in de betreffende ruimtes. Een van deze ruimtes is nota bene een klaslokaal van de school, waar volop daglicht een vereiste is. (leslokaal 5). Het ontwerp zal daarom moeten worden aangepast. De BEA stelt dat het binnen de kroonprojecties van de beuken niet is toegestaan om verhardingen aan te brengen. Binnen de stabiliteitskluit dient onder begroeiing ten behoeve van nalevering organische component in stand worden gehouden en het beperken van betreding is een sterke aanbeveling. Deze krachtige en duidelijk aanbevelingen dient in het bestemming verankerd te worden. Het aangeduide gebied dient de binnen de bestemming groen extra beschermd te worden, door alle activiteiten binnen dit gebied te verbieden. Er dient een zodanige onder begroeiing onder de bomen te zijn dat betreden van dit gebied onmogelijk of ten minste onaantrekkelijk is.
Notitie beantwoording zienswijzen
72
Wij menen dat deze aanbevelingen van Pius Floris onverkort in het bestemmingsplan dienen te worden opgenomen. Dit betekent ook dat moet worden voorkomen dat (school)kinderen dit gebied betreden, en daardoor schade aan de onder begroeiing, ondergrond, boomwortels of boomstammen aan kunnen richten. Het plaatsen van boombanken rondom de beukenbomen, zoals in een van de dorpsraadsvergaderingen is gesuggereerd dient achterwege te blijven. De toegangsdeuren aan de achterzijde van het gebouw mogen geen functionele ingangen of uitgangen zijn. Er mag geen bestrating naar deze deuren of langs de gevels worden aangelegd, omdat dit gebied binnen de kroonprojectie van boom 1 ligt. Het bouwvlak op de plantekening moet dan ook dienovereenkomstig worden verkleind. De betreffende strook dient bij het groene gebied te worden gevoegd, met de bescherming conform de bovenstaand geciteerde krachtige aanbeveling van Pius Floris. (Ons lijkt dat deze deuren alleen de functie van nooduitgang zouden kunnen hebben. Er wordt dus buiten geen bestrating aangebracht van deze deuren naar de speelplaats. Hier is n.l. de door Pius Floris genoemde onder begroeiing noodzakelijk t.b.v. de beukenboom nr 1.)
Het paars aangeduide gebied moet de bestemming groen met bescherming krijgen, in plaats van bouwvlak. Er mag geen bestrating worden aangebracht, de onder begroeiing moet in stand blijven. Als het u menens is dat de kerk, het kerkplein met het omliggende groen en de monumentale bomen worden gezien als een sterk punt in de kern Eerde, waarom wordt er dan toegelaten dat er een monumentale boom moet verdwijnen voor dit plan? Waarom wordt toegelaten dat er zo groot wordt gebouwd, en dat deze nieuwbouw het park in tweeën deelt. Waarom wordt toegelaten dat de nieuwbouw de monumentale rode beuken aan het oog onttrekt, wat immers als sterk punt van de kern van Eerde worden aangegeven. Dit was zelfs een belangrijk punt voor de Monumentencommissie, die dit naderhand zonder enige toelichting of
Notitie beantwoording zienswijzen
73
verklaring heeft laten varen. De nieuwbouw neemt voor ons volledig het zicht weg op het kerkgebouw vanaf de westkant. De afstand tussen de kerk en de “herbouwde pastorie” is het dubbele van de oorspronkelijke afstand. De pastorie en kerk vormden een historisch ensemble in het centrum van Eerde. Door de pastorie in het plan dubbel zo ver (16 i.p.v. 8 meter) van de kerk af te herbouwen, en ook de nieuwbouw daar prominent tussen te situeren wordt dit ensemble volledig verstoord. Bouwtechnisch en qua gebouw-indeling is het eenvoudig mogelijk om de “herbouwde pastorie” veel dichter bij de kerk te herbouwen, waardoor de hoofdmassa van de nieuwbouw daar achter schuil gaat. Dit zou de stedenbouwkundige situatie bijzonder sterk verbeteren. Cliënten doen daarom het dringende verzoek om, los van de “wensen” van de initiatiefnemers, dit te heroverwegen en verzoeken om het huidige plan te vergelijken met de foto’s en plattegronden (kadaster) van de originele situatie van kerk en pastorie. Naar de mening van cliënten dient het belang van het aanzicht van de Eerdse dorpskern te prevaleren. Het zou al een aanzienlijke verbetering zijn als de “pastorie” 4 meter dichter bij de kerk zou staan. De monumentale boom nr 6 zou daardoor ook niet in het gedrang komen (deze boom wordt regelmatig geknot, en heeft dus geen grote kroon).
In het gebied, met name in en onder de rode beukenbomen, worden met enige regelmaat eekhoorns gezien, die daar ten minste foerageren. Een reden temeer om dit gebied zoveel mogelijk ongemoeid te laten, en betreden door mensen te voorkomen. Beantwoording zienswijze 5.4: Reclamant geeft aan, dat als het onmogelijk is om de bomen met nummers 4 en 5 te handhaven deze wat reclamant betreft verplaatst moeten worden naar het achterste deel van het park. De gemeente herkent in deze reactie geen zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan, maar zal de suggestie van reclamant in overweging nemen. Met betrekking tot de beuk met nummer 1 geeft reclamant dat volgens het advies van Pius Floris er binnen de groeiruimte van deze boom niet mag worden gebouwd om de groeiruimte van de boom veilig te stellen. Reclamant stelt dat de nieuwbouw niet werd ingekort, om de vereiste afstand tot boom met nummer 1 te respecteren. Reclamant geeft daarnaast aan dat deze boom de lichttoetreding in de nieuwbouw zal verhinderen via de ramen aan de noordoostzijde van nieuwbouw. In de basis klopt het, dat het advies van Pius Floris aangeeft dat er niet binnen de kroonprojectie van deze boom mag worden gebouwd. Hier wordt naar het oordeel van de gemeente ook rekening mee gehouden.
Het advies stelt, in tegenstelling tot hetgeen reclamant hierover aangeeft, is door Pius Floris niet aangegeven dat in de grijze rand rondom de kroonprojectie (de groeibuffer) niet gebouwd mag worden. De gemeente hecht er in dat verband aan op te merken, dat het kerkgebouw en het patronaatsgebouw zich reeds binnen de kroonprojectie bevinden. Pius Floris heeft in Boom Effect Analyse een aantal uitgangspunten meegegeven (paragraaf 4.3) om (onder andere) deze boom ook tijdens de werkzaamheden te beschermen. Verder voorziet het (ontwerp)bestemmingsplan naar het oordeel van de gemeente reeds in een beschermingszone van de beuken, met in art. 8 (Waarde - Monumentale en beeldbepalende bomen) de daarbij behorende beschermingsregels. In art. 8 is onder meer opgenomen dat het niet is toegestaan om verhardingen aan te brengen, zulks indien de oppervlakte van de aan te brengen verharding meer bedraagt dan 10 m². Onder andere daarmee is de bescherming van de beuken in het plangebied naar het oordeel van de gemeente voldoende geborgd. Ten aanzien van hetgeen reclamant stelt met betrekking tot de lichttoetreding, merkt de gemeente op dat bij het ontwerp van het gebouw inderdaad rekening dient te worden gehouden met de aanwezigheid van boom
Notitie beantwoording zienswijzen
74
nummer 1 en dat in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen zal worden getoetst of er voldoende licht in het gebouw treedt. Dit aspect wordt niet getoetst in het licht van voorliggende bestemmingsplan. Reclamant stelt dat het paars aangeduide gebied de bestemming groen met bescherming dient te krijgen, in plaats van bouwvlak. Er mag naar het oordeel van reclamant geen bestrating worden aangebracht en de onder begroeiing moet volgens reclamant in stand blijven. De gemeente merkt ten aanzien van dit punt (nogmaals) op, dat in het bestemmingsplan reeds regels zijn opgenomen ter bescherming van (onder andere) de boom met nummer 1. Om die reden bestaat er naar het oordeel van de gemeente geen noodzaak de bestemming van de door reclamant paars aangeduide strook te wijzigen naar groen. De gemeente merkt in dat verband nog op dat de betreffende beuk zich in het vigerende bestemmingsplan volledig binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ (en zelfs binnen het bouwvlak) bevindt (en ook nu voldoende bescherming geniet). Voor wat betreft de locatie van de ‘pastorie’, merkt de gemeente op dat dit gebouw ‘refereert’ naar de oorspronkelijk aanwezige pastorie. Het is geenszins de opzet geweest om de in het verleden aanwezige bebouwing exact en op exact de zelfde locatie terug te bouwen.
Stedenbouwkundig gezien acht de gemeente de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen positie van de nieuwbouw aanvaardbaar. Ook de welstandcommissie heeft voor wat betreft het nieuwbouwdeel inmiddels een positief advies uitgebracht. Tot slot merkt de gemeente (ten aanzien van de door reclamant ingebrachte aanwezigheid van eekhoorns) op, dat er ten behoeve van het beoogde project een quick scan flora en fauna is uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn als bijlage bij het ontwerpbestemmingplan gevoegd. Op basis van de quickscan wordt vervolgonderzoek naar het voorkomen van verschillende soortgroepen of effecten op beschermde gebieden niet noodzakelijk geacht. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag voor overtreding van verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming ten aanzien van soorten. Zienswijze 5.5: Flexibiliteit: omzetten van woningen in klaslokalen Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dat voorzien kan worden in een grotere behoefte aan klaslokalen door daar woonruimte voor aan te wenden. Voor het omzetten van ruimten met een maatschappelijke functie in de bestemming wonen gelden voorwaarden die een goede ruimtelijke ordening beogen te waarborgen.
Om omgekeerd woonruimte voor een maatschappelijke functie als onderwijs in gebruik te nemen gelden echter buiten de vlakken die enkel voor wonen mogen worden aangewend geen beperkingen, terwijl de gehele ruimtelijke onderbouwing/de Toelichting uitgaat van een beperkter ruimtebeslag voor maatschappelijke doeleinden. Daarmee is een goede ruimtelijke ordening (denk bij voorbeeld aan geluid en parkeren) onvoldoende verzekerd. Beantwoording zienswijze 5.5: Wat betreft het omzetten wonen naar een maatschappelijke functie (dus bv. meer klaslokalen): De bebouwing binnen de bestemming ‘gemengd’ mag inderdaad in zijn geheel worden aangewend voor maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van de bebouwing binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd - uitsluitend wonen’. In opdracht van de gemeente Meierijstad heeft Pronexus in januari 2019 een nieuwe prognose opgesteld. Uit deze prognose komt naar voren dat de school een groei zal doormaken van 84 leerlingen in 2020 en naar een
Notitie beantwoording zienswijzen
75
top van 113 leerlingen in 2029. In de periode daarna tot 2039 (=einde prognoseperiode) schommelt het leerlingenaantal tussen de 111 en 112 leerlingen. In samenspraak met het schoolbestuur is vastgesteld, dat voor wat de onderwijshuisvesting uitgegaan wordt van een stabiel leerlingenaantal van 110 leerlingen. In het akoestisch onderzoek industrielawaai is uitgegaan van een representatieve bedrijfssituatie, welke redelijkerwijs ook als planologische representatieve situatie kan worden aangehouden: De basisschool heeft ruimte voor circa 125 kinderen (5 groepen). Voor de peuterspeelzaal wordt uitgegaan van maximaal 16 kinderen. Voor het kinderdagverblijf wordt uitgegaan van maximaal 24 kinderen. De schooltijden zullen ongeveer als volgt worden ingedeeld: - woensdag van 08.30 uur tot 12.00 uur; - overige doordeweekse dagen van 08.30 uur tot 12.00 uur en 13.15 uur tot 15.15 uur. Kinderen hebben zelf de keuze om op school te lunchen of om dit thuis te doen; - het kinderdagverblijf is geopend van 07.30 tot 19.00 uur. De geluidrelevante activiteiten beperken zich enkel tot de dagperiode. De geluidbronnen worden in de komende paragrafen toegelicht. Voor de bronvermogens is gebruik gemaakt van bureau-ervaringscijfers, die goed overeenkomen met de huidige akoestische adviespraktijk.
Er is daarnaast dus gerekend met een hoger aantal leerlingen, circa 125 dan er volgens de prognoses wordt verwacht (ca. 110 leerlingen). Ter waarborging van een goed woon- en leefklimaat, wordt er een extra voorwaardelijke verplichting voor geluid opgenomen in het vastgestelde bestemmingsplan (zie hiervoor ook beantwoording zienswijze 3.1). Woningen en andere geluidgevoelige functies mogen in gebruik worden genomen met dien verstande dat deze bouwkundig afgescheiden dienen te zijn van ruimtes die bedoeld zijn voor functies zoals beschreven in artikel 3.1 (artikel 3 Gemengd). De school is hierbij ook een geluidgevoelige functie, dus onderling zal er gezorgd moeten worden voor voldoende bouwkundige scheiding. Met bovenstaande voorwaardelijke verplichting wordt dat (extra) geborgd, naast hetgeen op grond van het Bouwbesluit al verplicht gesteld is. Tevens wordt er een definitie opgenomen voor bouwkundige afscheiding: Onder bouwkundig afgescheiden moet worden verstaan dat de panden los van elkaar dienen te staan of dat er andere bouwkundige voorzieningen getroffen zijn waardoor milieubelasting voorkomen wordt op vergelijkbare wijze als bij bouwkundige afscheiding.
Bij het invullen van het pand, dus ook bij het eventueel omzetten van ruimten die op dit moment voorzien zijn voor woningen naar maatschappelijke voorzieningen dient er daarnaast in ieder geval voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid. Hiertoe is in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen, welke borgt dat er voldoende parkeerplaatsen dienen te worden gerealiseerd: Artikel 14.1 Normstelling parkeren a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw
Notitie beantwoording zienswijzen
76
en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden; b. Voor de in lid a genoemde voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' in acht genomen te worden. c. Indien deze beleidsregels e/of de bijlagen gedurende worden gewijzigd door het bevoegd gezag, dient rekening gehouden te worden met deze wijziging. De parkeernormen uit de beleidsregels en/of bijlagen zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag worden toegepast. Daarbij is het zo dat de parkeerbehoefte bij een omzetting van een woning in een klaslokaal de parkeerbehoefte afneemt en dat ook op de tijdstippen dat de parkeerbehoefte volgens de berekening het hoogst is er door de omzetting naar een klaslokaal de parkeerbehoefte juist daalt. De omzetting zal dan ook niet tot negatieve parkeereffecten leiden. Zienswijze 5.6: Waterhuishouding Het park naast de school loopt af in de richting van het kavel Bernard van Damstraat 29. Dit kavel ligt op ca 10,40 meter +NAP. Het vloerpeil van de kerk (ca 11,20 meter +NAP) wordt doorgetrokken in de nieuwbouw (inclusief de speelplaats van de school). De rand van de speelplaats komt daardoor op ruim 11,00 meter +NAP.
Het hoogteverschil tussen speelplaats en kavelgrens Bernard van Damstraat 29 komt op ruim 60 cm. De afstand van speelplaats tot perceelsgrens wordt 35 meter. Dat hoogteverschil betekent een groot risico op wateroverlast op Bernard van Damstraat 29. Dit is namelijk het laagstgelegen aangrenzende kavel, en het maaiveld loopt in die richting af. Daar zal al het overtollig regenwater naar toe lopen. In de Toelichting is gesteld dat het plangebied in een infiltratiegebied ligt. “Binnen het plangebied bevinden zich momenteel geen hemelwatervoorzieningen. In de bestaande situatie is de kerk en het openbaar gebied aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel.” Dit klopt volgens onze informatie niet. Alleen de hemelwaterafvoeren van de kerk aan de kant van de Esdonkstraat zijn op het gemeenteriool aangesloten. Dat is de helft van het kerkdak. Het is niet duidelijk of dit zo blijft, of dat deze ook afgekoppeld moeten worden met een infiltratievoorziening. De rest van het hemelwater van de kerk, en al het hemelwater van wegen en bebouwing aan Esdonkstraat en Capellevelt is inclusief het hele plein voor de kerk aangesloten op een infiltratiekoffer onder de (open) wegbestrating. Ook stelt de Toelichting dat het gemeentelijk beleid algemeen gericht is op het zoveel mogelijk ter plaatse verwerken van hemelwater.
“De benodigde hemelwaterretentie voor de toename aan verharding bedraagt circa 86 m3. Voor het pand en de buitenruimte bedraagt de totaal benodigde waterberging voor een bui van 60 mm circa 139 m3 en voor het gehele toekomstig verhard oppervlak circa 277 m3.” Hierover merken cliënten het volgende op: “Het tussen school en onze kavelgrens gelegen gedeelte van het park ligt laag en is vrijwel ingesloten tussen hoger gelegen percelen/wegen. Nu is er al regelmatig wateroverlast (vorming van plassen tegen onze perceelsgrens) en hoge grondwaterstanden waardoor er water via het raam in onze kelderkoekoek dreigt binnen te lopen in onze kelder. Nu al moeten we regelmatig water uit de kelderkoekoek pompen. Dit wordt alleen maar erger door de toegevoegde daken en verhardingen, en door gedeeltelijke ophoging van het terrein nabij school en kerk. Verbetering van de afwateringsmogelijkheden voor het hele ontwikkelingsbied is nodig, inclusief het kerkhof en de nieuwe parkeerplaatsen achter het kerkhof. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de steeds vaker voorkomende hevige regenbuien die in korte tijd heel veel water aanvoeren (er is gerekend op buien van 60mm., maar onlangs viel er in Limburg 150mm in één bui! Deze hevige en langdurige buien komen steeds vaker voor. Daarom dient het plan daarop aangepast te worden. Het uitgangspunt van 60mm is dan volstrekt onvoldoende.
Nu is er alleen afvoer via een greppel
Notitie beantwoording zienswijzen
77
tussen bestaand parkeerterrein en park, die afvoert naar de sloot langs de Eerdsebaan. Door hoge waterstanden werkt dat ook niet goed (de sloot langs Eerdsebaan dient ook als overstort van het gemeenteriool van een groot deel van de bebouwde kom van Eerde.) zie afbeelding hieronder:
Notitie beantwoording zienswijzen
78
In het verleden hebben we al diverse malen meegemaakt dat deze greppel in een natte periode eerder een wateraanvoer dan een waterafvoer was. Water uit de sloot langs de Eerdsebaan liep over in het park, dus werkte deze als wateraanvoer in plaats van -afvoer.” De Toelichting vermeldt dat de hemelwaterverwerking op enkele manieren kan plaatsvinden. Deze zijn als volgt toegelicht: bovengrondse afvoer naar een verlaagde groenzone westelijk (komvorm van circa 1200 m2 x 5 cm diepte volstaat voor de uitbreiding en 10 cm voor de gehele bebouwing); oostelijk een hemelwatervoorziening nabij de Esdonkstraat, al dan niet in combinatie met een westelijke hemelwatervoorziening; aanleg IT-kratten / IT-buis (ondergrondse infiltratie, specifiek oostelijk i.v.m. de hoge GHG westelijk); aanleg waterpasserende bestrating voor de buitenruimte en/of het openbaar gebied; in overleg met de gemeente afvoeren op het (toekomstig te scheiden) rioolstelsel; een combinatie voor bovenstaande oplossingen; Cliënten merken hierover op dat de wegen Esdonkstraat (incl. het kerkplein) en de straat Capelleveld een infiltratiekoffer onder het wegdek hebben, waarin het regenwater van de weg en van de woningen moet infiltreren. Dit geeft al regelmatig problemen van wateroverlast. De infiltratie van de nieuwbouw moet dus nog worden toegevoegd aan de hoeveelheid te infiltreren regenwater.
Er zijn geen overstorten aanwezig. Er zijn in het plan ook geen nieuwe of extra overstorten opgenomen. Omdat het park waarin wordt geïnfiltreerd laag ligt, zal een overstort nodig zijn om te voorkomen dat het water aan willekeurige kanten (laagste kant eerst) gaat overlopen in het aangrenzende woongebied. Vanwege de onjuiste uitgangspunten van deze paragraaf, dient deze opnieuw deskundig te worden beschouwd en aangepast te worden opgenomen in het bestemmingsplan. Daarbij is het de vraag of de nieuwe (overdekte!) parkeerplaatsen aan de Bernard van Damstraat en de Esdonkstraat meegerekend in de m2 nieuw verhard terrein en gebouwen voor de afvoer van het regenwater? Zo niet, dan dient dat alsnog te gebeuren. En zijn de fietsenstalling van de school, de fietsenstallingen voor de bewoners, speeltoestellenberging, kliko-ruimtes e.d. bijgebouwen meegerekend bij de m2 gebouwen die regenwater lozen? Wij verlangen dat de afvoer van regenwater zodanig wordt verbeterd dat wateroverlast op het erf van cliënten door regenwater vanaf kerk, school en park is uitgesloten. Ook dient het overlopen van de sloot langs de Eerdsebaan via de bestaande greppel voorkomen te worden. De infltratievoorziening moet zodanig worden uitgevoerd dat deze nooit in de richting van ons kavel kan overstromen (lagere overstort elders).
Bovendien moet deze voldoende capaciteit krijgen dat deze een bui van 150 mm regen kan opvangen zonder over te lopen.” Beantwoording zienswijze 5.6: De zienswijze van reclamant wordt door de gemeente als volgt samengevat; reclamant maakt zich zorgen over eventuele wateroverlast en stelt dat een te realiseren waterberging een dusdanige capaciteit dient te krijgen, dat deze een bui van 150 mm kan opvangen. De gemeente is van oordeel dat met het uitgevoerde infiltratie-/wateronderzoek (conform het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1 van het Bro) voldoende inzicht is gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt en de verschillende wijzen waarop met de berging van het hemelwater kan worden omgegaan. Daarbij wordt voldaan aan de geldende eis, dat de berging een bui van 60 mm kan opvangen. De minimaal te realiseren berging dient (gezien de toename in verharding) een omvang te krijgen van 86 m³. Een dergelijke berging kan eenvoudig worden gerealiseerd in het
Notitie beantwoording zienswijzen
79
westelijk van de nieuwbouw gelegen groen. Daarmee is naar het inzicht van de gemeente voldoende aannemelijk gemaakt, dat het bouwplan niet tot wateroverlast leidt. Reclamant heeft overigens in deze zienswijze ook niet onderbouwd waarom het uitgevoerde infiltratie-/ wateronderzoek niet juist zou zijn uitgevoerd/opgesteld. Zienswijze 5.7: Geluid De Toelichting stelt dat met onderhavige ontwikkeling een basisschool wordt gerealiseerd binnen het plangebied. “Een basisschool kan invloed hebben op nieuwe en bestaande omliggende gevoelige functies (woningen). De richtafstand voor een basisschool bedraagt 30 meter in een rustige woonwijk en 10 meter in een gemengd gebied. De omgeving van het plangebied wordt in het kader van de bestaande woningen aangemerkt als een rustige woonwijk.” Het park dient naar onze menig voor de akoestische berekeningen bij het beschouwen van de (akoestische) gevolgen van de school te worden meegenomen als het park ( of een afgerasterd deel daarvan) als speel- en/of leerruimte door de school wordt gebruikt. De richtafstand moet dan worden gemeten vanaf de bovengenoemde afrastering van de speelruimte, of anders vanaf de kavelgrenzen van het park. Alleen als de school de groene ruimte van het park NOOIT gebruikt als hierboven omschreven, kan vanaf de rand van de verharde speelplaats worden gerekend.
Dat betekent ook dat er in het park geen speeltoestellen mogen staan die vanwege de school worden gebruikt. Tevens betekent het dat er niet in het park wordt gespeeld, gevoetbald enz. door de schoolkinderen en/of het personeel van de school. Dat moet dan wel in de bestemmingsplanvoorschriften worden verankerd. Volgens de akoestische rapportage komt er geen fietsenstalling en komen er ook geen speeltoestellen bij de school. Die komen immers in de rapportage niet voor, en kunnen dus ook niet worden geplaatst. Noch op de verharde speelplaats, noch in het groene gebied van het park. Buiten de speelplaats is immers geen enkele geluidsbron meegenomen in de berekeningen. Iedereen weet dat juist bij de fietsenstalling en de speeltoestellen veel geluid wordt geproduceerd door de kinderen. Cliënten verlangen dat er duidelijkheid komt over de exacte ruimte die de school als speelruimte voor de kinderen gebruikt. Tevens willen zij dat die ruimte wordt afgescheiden van het park, zodat het voor iedereen, voor de leerkrachten en voor de kinderen, duidelijk is hoever ze mogen komen. Cliënten vragen om de locatie en effecten van speeltoestellen, fietsenberging e.d. in de akoestische berekeningen op te nemen omdat dit locaties zijn waar veel kinderen samenkomen en geluid produceren.
Als het schoolgebied groter is dan de in het huidige plan getekende verharde speelplaats, dan vereist dat een aangepast en correct nieuw akoestisch onderzoek. Daarin moeten de geluidsbronnen (zoals met name het menselijk stemgeluid) over de hele door de school te gebruiken buitenruimte worden verdeeld, met concentraties op de plaats van de speeltoestellen en de fietsenberging. Als er de mogelijkheid wordt gegeven om b.v. te voetballen in het park, dan dient ook op die plek geluidstechnisch rekening te worden gehouden met een hoge geluidsproductie. Er wordt uitgegaan van geluidsoverlast door spelende (school)kinderen op de verharde speelplaats. Er wordt geen rekening gehouden met het gebruik van het park door spelende (school)kinderen Er wordt geen rekening gehouden met geluidsoverlast vanuit het park door voetgangers fietsers, brommers e.d. die het park als kortere verkeersroute gebruiken Er wordt uitgegaan van geluid van installaties op het schooldak, maar reflecties daarvan door de gevel van het kerkgebouw zijn niet meegenomen in de berekening. Er is niet gerekend op geluidsoverlast van de tot het plan behorende parkeerplaats aan de Bernard van Damstraat. De parkeerplaats zelf is een geluidsbron door de verkeersbewegingen en slaande portieren op de parkeerplaats.
Maar er komt ook geluidsoverlast in de Bernard van Damstraat door: Verkeersbewegingen halen/brengen kinderen en personeel via de Bernard van Damstraat;
Notitie beantwoording zienswijzen
80
Verkeersbewegingen door bewoners van de appartementen die parkeren aan de Bernard van Damstraat. Er is geen rekening gehouden met de reflectie van al het geproduceerde geluid tegen het hoge kerkgebouw dat “achter” het schoolgebouw staat en zo fungeert als een gigantisch klankbord. Dat klankbord staat “gericht” op de woning van cliënten. Dat ervaren zij nu al als er een paar kinderen in het huidige park zijn, of als er een hond wordt uitgelaten (die natuurlijk blaft). Er is geen rekening gehouden met reflectie van geluid door de zonnepanelen die boven de nieuwe parkeerplaats aan de Bernard van Damstraat komen. Door meer oppervlakteverhardingen, gebouwen en ook zonnepanelen komt er extra weerkaatsing van geluid. Er is geen rekening gehouden met de bestaande geluidsbelasting op de woning van cliënten door het verkeer op de Eerdsebaan (er is geen geluidsscherm en een grote opening tussen de bebouwing langs die weg die het geluid doorlaat naar deze woning). Zelfs het verkeer op de A50, die 7 meter boven maaiveld ligt en slechts gedeeltelijk door geluidsschermen wordt afgeschermd, is buiten altijd duidelijk hoorbaar. Ook daarmee is geen rekening gehouden. Geluid van de Eerdsebaan komt over onbebouwd veld naar de woning van cliënten:
Cliënten menen dat de bescherming van hun woon- en leefklimaat met zich meebrengt dat de fietsenstallingen, speeltoestellen, opstelplaatsen kliko’s op grote afstand van hun perceel worden geplaatst en/of van afdoende akoestische geluidsweringen worden voorzien, zodat zij er geen (geluids)hinder van kunnen hebben. De geluidsbelasting zit tegen of op de wettelijke grenzen. Er kunnen dus geen activiteiten meer bij binnen het plangebied. Ook vragen cliënten dat in het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat er in het park geen evenementen, buitenschoolse activiteiten, buurtfeestjes e.d. zijn toegestaan. Daar is geen ruimte meer voor binnen de grenzen van het toelaatbare: “alle extra geluid is onaanvaardbaar”.
Notitie beantwoording zienswijzen
81
Er is geen rekening gehouden met al die cumulatie van geluid en geluidshinder. Door al deze geluidsbronnen tezamen zal, als daar de geluidshinder van dit plan nog bij komt, de hinder ter plaatse van de woning en tuin van cliënten aanzienlijk boven de wettelijk geldende normen uitkomen. Cliënten vragen om het plan zodanig aan te passen dat de gecumuleerde geluidshinder ruimschoots onder de norm blijft, zodat hun woonomgeving niet slechts “aanvaardbaar” is maar zo optimaal mogelijk wordt geborgd. Hier dient nog te worden opgemerkt dat In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van een foutieve maximum snelheid op de Eerdsebaan. Het rapport stelt dat de toegestane snelheid op de Eerdsebaan N622 70 km/uur bedraagt. De toegestane maximum snelheid op de Eerdsebaan bedraagt echter 80 km/uur. Het onderzoek dient opnieuw te worden uitgevoerd, met de correcte uitgangspunten. Uiteraard heeft dit ook gevolgen voor de berekening van de woning Bernard van Damstraat 29. Dat de cumulatieve gevolgen voor de geluidshinder voor de woning van cliënten en zeker ook hun erf door de Eerdsebaan, plus de daarbij komende hinder door de school niet is berekend vinden cliënten een serieus manco. Er zullen aanvullende maatregelen nodig zijn. De geluidswering van bestaande gevels en de situering van de tuin achter de woning Bernard van Damstraat 29 dempen het geluid van de Eerdsebaan.
De woning is zodanig ontworpen dat de uitbouw aan de achterzijde het geluid van de Eerdsebaan afschermt t.b.v. de achtertuin. Maar het extra geluid van de school dringt vanaf de zijkant in de achtertuin. In de Toelichting en in de onderliggende rapportage is het lawaai van vliegverkeer niet meegenomen. Er komen hier dagelijks tientallen vliegtuigen laag overvliegen, die gaan landen op Eindhoven airport. Ze vliegen recht over de woning van cliënten en over het plangebied. Zij ondervinden overlast van het geluid, maar ook de bewoners van de nieuwe appartementen. Ook komen er vrijwel dagelijks straaljagers overvliegen van de Vliegbasis Volkel. Ook die vliegen laag, en maken erg veel geluid. Ook de geluidhinder door vliegverkeer dient in de rapportage te worden meegenomen. Beantwoording zienswijze 5.7: Ten aanzien van wegverkeerslawaai: Reclamant stelt dat in het akoestisch onderzoek uitgegaan is van een onjuiste maximum snelheid op de Eerdsebaan. Deze constatering is juist. Er is uitgegaan van 70 km/u terwijl hier 80 km/u geldt. Er is daarom een nieuwe berekening uitgevoerd (welke is bijgevoegd als bijlage bij onderhavige notitie), waarbij wel de juiste snelheid voor de Eerdsebaan is opgenomen. Op basis van deze nieuwe berekening kan worden geconcludeerd dat op geen gevel sprake is van een overschrijding van de voorkeurswaarde van 48 dB.
Vanuit wegverkeerslawaai bestaat er dus geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling, er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ten aanzien van vliegverkeerslawaai: Het plan ligt niet binnen een zogeheten 35 KE-geluidzone, zodat voor dit aspect geen toetsing aan de Luchtvaartwet en de bij de Wet geluidhinder behorende besluiten nodig is.
Zienswijze 5.8: Fietsparkeren Voor de bewoners van de appartementen worden o.a. fietsparkeervoorzieningen gerealiseerd in een fietsenberging. Deze fietsenberging dient, conform de fietsparkeernormen van de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018', te voorzien in minstens 33 fietsparkeervoorzieningen. De inrichting van het plangebied met ook de locatie van de fietsenberging wordt in overleg met de dorpsraad uitgewerkt in een inrichtingsschets. Middels een afwijkingsbevoegdheid in voorliggend bestemmingsplan is het vervolgens
Notitie beantwoording zienswijzen
82
mogelijk om een bouwwerk te realiseren binnen de bestemming ‘Groen’ ten behoeve van fietsenstalling/berging voor wonen (tot een maximale bouwhoogte van 4 meter en een oppervlakte van maximaal 75 m2). Cliënten vragen u te voorkomen dat dit bouwwerk lukraak in het park kan worden opgericht en de exacte locatie in het bestemmingsplan vast te leggen, omdat een gebouw van 75m2 van grote invloed is op de beleving van de openbare ruimte. Hiervoor dient bij voorbaat een bouwblok te worden vastgesteld in de reguliere bestemmingsplanprocedure (75m2 is het oppervlak van een ruim woonhuis!). Op de in dit bestemmingsplan voorgestelde manier kan niemand voorafgaande aan besluitvorming er een zienswijze op geven (inspraakrecht van burgers wordt ontnomen). Hiermee ontstaat een risico op verrommeling van de groene omgeving. Het is al te gemakkelijk om dit af te schuiven op “in overleg met de dorpsraad”. Deze functioneert in Eerde al niet meer sinds de eerste vergadering over dit plan (dorpsraad stapte op, nieuwe dorpsraad zijn allemaal nieuwelingen, voorzitter is ook al weer opgestapt) Er zijn geen vergaderingen meer, er is geen informatievoorziening meer vanuit de dorpsraad. Het dorp is verdeeld in voor- en tegenstanders van de huidige dorpsraad, niet in de laatste plaats vanwege hun lijdzaam toezien bij de uitwerking van dit bestemmingsplan.
Beantwoording zienswijze 5.8: Ten tijde van het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan was de positie van de fietsenberging nog niet bekend. Dit is uiteindelijke integraal met de inrichting van het gehele groen/park ingetekend. De afwijkingsbevoegdheid is bewust opgenomen om nog te kunnen sturen op de positie van de berging en deze ruimtelijk-stedenbouwkundig nader af te wegen. Inmiddels is de positie van de fietsenberging bepaald. De verbeelding wordt aangepast zodat duidelijk wordt waar de fietsenberging kan worden gerealiseerd. Onderstaande figuur toont de inrichting van het plangebied met tevens de locatie van de fietsenberging
Notitie beantwoording zienswijzen
83
Deze zienswijze van reclamant leidt tot een aanpassing van de bij het bestemmingsplan behorende verbeelding, inhoudende dat hierop het bouwblok van de fietsenberging is aangegeven. Zienswijze 5.9: Omgevingsdialoog De Toelichting stelt dat er een omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden. Met de direct betrokken omwonenden is totaal niet gesproken/gecommuniceerd. In het kader van de procedure zou een omgevingsdialoog moeten worden gehouden met de in de buurt van het plangebied gelegen bedrijven en woningen. Deze dialoog heeft niet plaatsgevonden. In geen enkele fase van de planontwikkeling zijn de omwonenden erbij betrokken. Initiatiefnemers hebben het planvoornemen nooit toegelicht bij de bewoners van de aangrenzende adressen: Kapelstraat 49, 52, 54, Esdonkstraat 1, 3, 5, 7, 9, 11, 15, 17, 19, Bernard van Damstraat 26, 28, 29, 30, 32. Den Binnen 1 t/m 5. Uiteraard kunnen de initiatiefnemers niet aantonen dat er wel een omgevingsdialoog is gevoerd met de omwonenden. Dan zouden er tenminste schriftelijke bevestigingen van moeten zijn. Cliënten verlangen dat er met de omwonenden alsnog een serieuze omgevingsdialoog wordt gevoerd. Gezien de omvang van het plan en de impact ervan op het hele dorp en op de directe omgeving, moet aan de bovengenoemde omwonenden de mogelijkheid worden geboden het plan in een persoonlijk gesprek te bespreken.
Omdat het plan in Eerde omstreden is, en er in dit kleine dorp zelfs 2 “kampen” zijn ontstaan, is bespreken in een openbare bijeenkomst niet mogelijk. Gevolg: iedereen zwijgt, want alle kritiek op het plan wordt meteen vertaald in “je bent tegen de nieuwe school”. Mensen kunnen in het openbaar niet vrijelijk hun visie kenbaar maken, ook omdat je daarmee direct in een van de 2 kampen wordt geplaatst. Dat het plan moet doorgaan, koste wat kost hebben cliënten al direct bij de eerste presentatie van de plannen met kerk en school in maart 2019 persoonlijk ervaren. Beantwoording zienswijze 5.9: In zijn algemeenheid is een omgevingsdialoog is er op gericht om in een vroegtijdig stadium (nog voordat het concrete plan vastligt) kennis te nemen van eventuele bezwaren, wensen en belangen vanuit de omgeving, zodat deze reacties bij de uitwerking van het plan kunnen worden betrokken. De omgeving is daarbij geen vastomlijnd (wettelijk) begrip, maar is sterk afhankelijk van de gewenste ontwikkeling en de effecten die daarmee gepaard gaan op de omgeving. Initiatiefnemer moet daarbij ook serieus aandacht besteden aan de inbreng van belanghebbenden. Het is de gemeente bekend dat de initiatiefnemer veelvuldig het plan aan de bewoners van Eerde heeft gepresenteerd, onder andere tijdens een aantal openbare vergaderingen van de dorpsraad Eerde waarvoor het onderwerp ook concreet is geagendeerd.
De agenda van de dorpsraadvergaderingen is daarbij huis aan huis verspreid. Ook heeft een aantal keren een presentatie van het plan door de initiatiefnemer plaatsgevonden direct aansluitend aan een vergadering van de dorpsraad. Daarnaast heeft initiatiefnemer regelmatig overleg gevoerd met een speciaal daartoe door de dorpsraad in het leven geroepen werkgroep en is tot voor kort regelmatig overleg gevoerd met de Stichting Vrienden van de Eerdse Kerk. De gemeente is van oordeel dat initiatiefnemer zich in voldoende mate heeft ingespannen om omwonenden en overige belanghebbenden in kennis te stellen van het plan en daarbij ook voldoende gelegenheid heeft geboden hierop te reageren. Zienswijze 5.10: SHAAK De Toelichting beschrijft initiatiefnemer als een Stichting: (Contactpersoon opdrachtgever: Shaak (Stichting Heilige Antonius Abt Kerk)). Initiatiefnemer is echter een besloten vennootschap waarvoor voor de benaming weliswaar voor dezelfde letters is gekozen, maar niet alleen is het wettelijk niet toegestaan om het woord
Notitie beantwoording zienswijzen
84
Stichting in de naam van de vennootschap op te nemen, het kan ook voeding geven aan de misvatting dat sprake is van een ideële instelling. Shaak BV is evenwel een op winst gerichte ondernemer. Beantwoording zienswijze 5.10: Het is juist dat de rechtsvorm van initiatiefnemer geen stichting maar een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid betreft. Ten onrechte wordt deze in de toelichting als stichting geduid. Zienswijze 5.11: Hartekreet Cliënten verzochten mij tot slot het onderstaande aan u over te brengen: “De gemeente gaat een te groot deel van de kerk herbestemmen tot school. Op zich is de gedeeltelijke herbestemming tot school een goed plan, omdat het kerkbezoek ook in Eerde terugloopt, en de kerk te groot is. Maar het slaat door! De resterende ruimte voor de kapel wordt te klein om succesvol te kunnen functioneren voor (wekelijkse) kerkdiensten. We hebben in Eerde nog een kerkbezoek van tussen de 50 en 100 kerkgangers per weekendviering. De gemeente zou, door één travee meer over te laten voor de kapelfunctie, de levensvatbaarheid van de geloofsgemeenschap in Eerde heel positief kunnen beïnvloeden. Door de te kleine kapel kunnen er te weinig kerkgangers de vieringen bijwonen, waardoor er mensen wegblijven, waardoor het financiële draagvlak te klein wordt.
De gemeente kan dit niet alleen overlaten aan het centrale Parochiebestuur! Dat is er alleen op uit om zoveel mogelijk geld te krijgen voor de het kerkgebouw. Doel is: het vullen van de centrale geldpot ten koste van de Eerdse parochianen. Wij zijn regelmatige kerkgangers, die nauw betrokken zijn bij de Eerdse geloofsgemeenschap (vrijwilligerswerk). Wij, en met ons alle Eerdenaren, hebben groot belang bij het behoud van de kerkfunctie in Eerde. In dit bestemmingsplan wordt geschreven dat er 80 zitplaatsen in de kapel komen. Was het maar waar! DAT IS ONMOGELIJK. Los van de huidige Corona-maatregelen kunnen er nooit 80 zitplaatsen in het resterende kapelletje. Hoe je het ook inricht. Al zet je alles vol met stoelen! Er blijft dus zeker geen ruimte voor het plaatsen van een kerststal of een paaskaars. Ook is er geen ruimte om rollators te parkeren. Er blijft nauwelijks loopruimte over om de zitplaatsen te bereiken. Er is geen ruimte voor een zangkoor en voor een orgel. Er kunnen maximaal 50 mensen zitten, en dan nog bijna tegen elkaar. Dat is veel te weinig, en betekent een snel einde van deze kapel. Dat kan niet de bedoeling zijn. Ook de gemeente zou het als een erezaak moeten zien om dit unieke idee, waarbij een kapel in een herbestemde kerk in gebruik blijft, levensvatbaar te maken door ervoor te zorgen dat er voor deze kapelfunctie voldoende ruimte beschikbaar is.
Dat zou al kunnen door de 4e travee van de kerk als wisseltravee in te richten, die zowel door school als door geloofsgemeenschap kan worden gebruikt. De kerkdiensten zijn immers in het weekend, als de school dicht is. De gemeente zou met de initiatiefnemers, SKIPOV en het parochiebestuur om tafel moeten om dit voor elkaar te krijgen. Er zijn voor geen van de partijen kosten aan verbonden, het is een kwestie van willen en van samenwerken. Gemeente, alstublieft, neem hiertoe het initiatief. De Eerdse geloofsgemeenschap zal u er dankbaar voor zijn.” Beantwoording zienswijze 5.11: Reclamant is van oordeel dat een te groot deel van de kerk wordt herbestemd tot school. In het ontwerpbestemmingsplan is echter ter plaatse van de kerk de bestemming ‘Gemengd’ opgenomen. De voor ‘Gemengd’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen;
Notitie beantwoording zienswijzen
85
b. wonen in woningen met een beroep of bedrijf aan huis, waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan aangegeven op de verbeelding en de woningen uitsluitend binnen de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ mogen worden gerealiseerd; c. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd - uitsluitend wonen’: uitsluitend voor woningen en bijbehorende voorzieningen; Er wordt ten aanzien van de maatschappelijke voorzieningen in het bestemmingsplan echter op geen enkele wijze een verdeling gemaakt tussen de school- en de kapelfunctie. De stelling van reclamant dat de gemeente een te groot deel van de kerk gaat herbestemmen tot school is daarmee onjuist.
Notitie beantwoording zienswijzen
86
7.
Ambtelijke wijzigingen
In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van een onjuiste maximum snelheid op de Eerdsebaan. Deze constatering is juist. Er is uitgegaan van 70 km/u terwijl hier 80 km/u geldt. Er is daarom een nieuwe berekening uitgevoerd (welke is bijgevoegd als bijlage bij onderhavige notitie)
Notitie beantwoording zienswijzen
87
8. Conclusie en advies Voorgestelde wijzigingen en verduidelijkingen: Verbeelding: - Aanpassen bouwvlak gemengd zodat geen overlap met beschermingszone voor de monumentale boom ontstaat; - In de verbeelding zal een aanduiding/bouwvlak worden opgenomen ten behoeve van de fietsenberging. Regels: - Toevoegen voorwaardelijke verplichting ter borging van voldoende bouwkundige afscheiding tussen woningen en niet-woonfuncties binnen de bestemming ‘Gemengd’; - In de regels zullen bepalingen worden opgenomen ten behoeve van de fietsenberging; - In de regels wordt een definitie opgenomen voor bouwkundige afscheiding. Toelichting: - Het plangebied grenst ook aan de Esdonkstraat. Deze straat wordt nu ook genoemd in de toelichting paragraaf 4.16; - Verduidelijking paragraaf ‘bedrijven en milieuzonering’ m.b.t. het bedrijf Bernard van Damstraat 29; - Verduidelijking paragraaf ‘bedrijven en milieuzonering’ m.b.t. de aanvaardbaarheid van de toegelaten functiemening binnen het totale concept van school, kapel en woningen; - De rechtsvorm van initiatiefnemer is geen stichting maar een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid betreft. Dit wordt aangepast.
Notitie beantwoording zienswijzen
88