CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie beantwoording zienswijzen en ambtelijke wijzigingen

Raadsvergadering 4 april 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel'38.882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

20

van de bevolking en vraag naar nieuwe woningen dan achteraf gezien werkelijk is gebleken. In de Structuurvisie is aangegeven dat, gelet op de economische recessie en de woningbouwproblematiek, Schijndel beleidsmatig wordt gezien als een landelijke gemeente met een gelijkblijvende bevolking. De beleidsinschatting destijds is niet juist gebleken. De bevolking is blijven groeien en ook in Schijndel is om die reden veel vraag naar woningen. Daarnaast zijn er binnen de Structuurvisie in 2012 zoekgebieden voor woningbouwontwikkeling benoemd. Deze gebieden zijn (nog) niet ontwikkeld terwijl er wel een grote vraag is naar woningen. Het is niet mogelijk om deze woningen allemaal binnen de kern van Schijndel te realiseren. Dat zou ook ten koste gaan van de beschikbare groene ruimte binnen de kern en dit is beleidsmatig niet gewenst. Om die reden is er op zoek gegaan naar uitbreidingslocaties aan de randen van Schijndel. Mede vanwege deze grote vraag naar woningen is in 2020 de notitie ‘De Ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel’ opgesteld. Deze notitie betreft een actualisatie van het ruimtelijk beleid van Schijndel. Met de sterk toegenomen woningbehoefte was ook behoefte aan een herijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid.

In de notitie is middels een ruimtelijke, landschappelijke en maatschappelijke analyse onderzocht op welke wijze in de woningbehoefte kan worden voorzien en tegelijkertijd een compacte kern van Schijndel kan worden behouden. Uit een analyse van de potentiële inbreidingslocaties komt naar voren dat er nog enige ruimte is om inbreiding en transformatie te kunnen realiseren in Schijndel maar dat dit onvoldoende is om te voorzien in de woningbouwbehoefte in Schijndel. Om die reden is het plan Grote Braeck in het 'Actieplan woningbouw – Woningbouwoffensief Meierijstad' (paragraaf 4.3.4 van de toelichting) opgenomen in het versnellingsprogramma. In dit actieplan is de keuze gemaakt om ook op enkele uitbreidingslocaties te bouwen zodat beter kan worden voldaan aan de woningbouwbehoefte. Door het plan wordt de lobbenstructuur versterkt en wordt een lange dorpsrand gecreëerd waarmee het buitengebied nooit ver weg is en de relatie met het landschap blijft bestaan. Zie ook paragraaf 4.3.2. ‘De Ruimtelijke Bouwsteen voor Schijndel’ uit de toelichting van het bestemmingsplan. Verder blijkt uit de lagenbenadering (die uitgebreider in de toelichting is opgenomen) dat een stedelijke ontwikkeling binnen het plangebied voorstelbaar is. De aanwezige waarden en structuren in en om het plangebied dienen daarbij in acht te worden genomen.

In het stedenbouwkundig plan voor deze uitbreiding is rekening gehouden met de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden binnen het plangebied. De ligging van het zandpand Teeuwishoek, de kenmerkende laanbeplanting en de oorspronkelijke strokenverkaveling haaks op deze weg zijn daarom de basis voor het ontwerp geweest. Vanuit de Teeuwishoek is nog steeds een doorkijk naar het agrarische gebied. Het landschappelijke karakter van de omgeving wordt doorgezet in de openbare ruimte en architectuur. Ook de vele sloten blijven behouden en worden geïntegreerd in het nieuwe watersysteem. Hiermee worden diverse kenmerkende cultuurhistorische elementen in het ontwerp geïntegreerd. In de Structuurvisie staat aangegeven dat er bij voorkeur ook geïnvesteerd dient te worden in kwaliteitsverbetering in het omliggende gebied. Vanuit de notitie ‘De ruimtelijke bouwsteen van Schijndel’ is het gewenst om een totale aanpak van een groene lob te bewerkstelligen. Dit vraagt nog om een nadere uitwerking en plan van aanpak. Daarnaast is de landschappelijke inpassing binnen het plangebied nader beschreven in de toelichting.

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

21

Zienswijzen reclamant 6.12 Paragraaf 5.2.2. en 5.2.2.3 van de toelichting: De analyse en conclusie die in deze paragraaf wordt getrokken is niet correct. Er worden weliswaar een paar elementen die waardevol zijn gerespecteerd waaronder de laanstructuur. Het Kleinschalig landschap, bestaande zichtlijnen, diversiteit en openheid van het landschap worden groot geweld aangedaan in de verkaveling en woningbouw. Antwoord reclamant 6.12 Behoud van alle waarden in het Cultuurhistorisch waardevol gebied gaat niet samen met de gewenste ontwikkeling van een woonwijk. De opgave is om cultuurhistorische waardevolle elementen te integreren, dat is wat deze plek uniek maakt. De ligging van het zandpand Teeuwishoek, de kenmerkende laanbeplanting en de oorspronkelijke strokenverkaveling haaks op deze weg zijn daarom de basis voor het ontwerp geweest. Vanuit de Teeuwishoek is nog steeds een doorkijk naar het agrarische gebied. Het landschappelijke karakter van de omgeving wordt doorgezet in de openbare ruimte en architectuur. Ook de vele sloten blijven behouden en worden geïntegreerd in het nieuwe watersysteem. Hiermee worden diverse kenmerkende cultuurhistorische elementen in het ontwerp geïntegreerd.

Zienswijzen reclamant 6.13 Paragraaf 5.3.2.1 van de toelichting: Het is niet duidelijk hoe groot de wateropvang in het gebied dient te worden en zo ja, op welke wijze de afvoer van het gebied plaats gaat vinden. In het plan staat dat dit onderzocht gaat worden als het basisrioleringsplan voor deze ontwikkeling wordt opgesteld. Indien de beoogde afvoer niet mogelijk is, zal dat tot gevolg hebben dat de aan te leggen voorzieningen in het plangebied groter gedimensioneerd dienen te worden. Dit zal mogelijk een groter ruimtebeslag gaan vragen. Hiermee is het dus onduidelijk of het plangebied voldoende ruimte biedt voor de wateropgaven. Het uitgaan van een standaard norm van 60 mm is niet voldoende om een besluit te nemen voor een plangebied van deze omvang met zijn directe omgeving. Er dient een volledig waterhuishoudkundig plan te worden opgesteld, waarin duidelijk wordt welke effecten en risico’s er zijn voor de omgeving en welke maatregelen er worden genomen. De conclusie dat de waterhuishouding geen belemmering vormt kan nog niet getrokken worden. Antwoord reclamant 6.13 Ten behoeve van de planologische borging van de aanleg van voldoende waterberging is het waterschap akkoord gegaan met een voorwaardelijke verplichting voor 60 mm berging. Tegelijkertijd met de planologische procedure worden diverse aspecten nader uitgewerkt waaronder het aspect water.

In aanvulling op het reeds opgestelde waterhuishoudkundig onderzoek is ook een basisrioleringsplan voor deze ontwikkeling opgesteld. De waterberging is hierin verder uitgewerkt. Het rioleringsplan is in haar definitieve versie is medio november 2023 afgerond en akkoord bevonden door zowel gemeente als waterschap. Het is aangevuld met berekeningen over de hoeveelheid water die bij extremere buien, meer dan 60 mm, overstort op oppervlaktewater en wat voor consequenties dit heeft voor het ontvangende oppervlaktewater. Het rioleringsplan laat zien dat er binnen het plangebied voldoende ruimte is voor waterberging en dat het ontvangende oppervlaktewater bij verschillende typen buien de overstortende hoeveelheid water kan verwerken. Gemeente en waterschap staan achter het plan dat er nu ligt en het wateraspect is voldoende onderbouwd.

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

22

Zienswijzen reclamant 6.14 Paragraaf 8.1 van de toelichting: In deze paragraaf is omschreven dat de initiatiefnemer actief omwonenden geïnformeerd en betrokken heeft bij de planvorming en dat er een dialoog heeft plaats gevonden. Dit is niet juist. Het traject met de omgeving mag niet de naam dialoog hebben. Vanaf de start van het initiatief is er consequent alleen beperkt informatie gedeeld waarop gereageerd kon worden. Er is niet actief naar de omwonenden geluisterd of gevraagd wat de wensen zijn. De bewoners in de omgeving van het plan zijn door de initiatiefnemer niet serieus behandeld in hun wensen en belangen. De informatiebijeenkomsten die plaats hebben gevonden met de beperkte communicatie van de initiatiefnemer voldoet niet aan een omgevingsdialoog. Het participatieniveau (intensieve participatie) wat volgens het beleid van de gemeente Merierijstad bij dit plan hoort heeft niet plaats gevonden. Het college van B&W heeft gehandeld tegen het eigen beleid in door met het principeverzoek in te stemmen voordat er een omgevingsdialoog heeft plaats gevonden. Dit hebben de initiatiefnemers gebruikt om de omgeving minimaal te betrekken. De vragen die zijn ingediend zijn nog niet beantwoord en er is ook geen reactie op gekomen. Ik zie weliswaar onderdelen terug in het uiteindelijke plan, maar dat mag de definitie van een dialoog niet dragen.

Een mooi voorbeeld is dat er, na maanden van radiostilte, het plan ineens ter inzage lag. De pers wist het eerder dan de omwonenden. Later die dag ontvingen we een nieuwsbrief, typerend voor het proces. Antwoord reclamant 6.14 Zie antwoord bij reactie 6.2 Zienswijzen reclamant 6.15 De hoogte 10 – 12 meter van de bouwblokken aan de noordwestgrens gelegen naast perceel Plein 19A zijn van omvang en hoogte dat deze zorgen voor aantasting van onze privacy. Daarnaast tasten ze de zichtlijnen op het landelijk gebied aan die we hebben vanuit onze woning. Deze bouwhoogte past ook niet in deze landelijke omgeving. Antwoord reclamant 6.15 Het betreft een nieuwe woonwijk met reguliere bouwhoogtes van 10-12 m. Omdat de woning van de reclamant momenteel in de invloedssfeer van het agrarisch bedrijf op Plein 21 ligt wordt de reclamant op dit moment al geconfronteerd met een bebouwing van dat bouwvlak. De bouwhoogtes van de bedrijfsgebouwen mogen maximaal 10 meter bedragen. In de nieuwe situatie zal er een verbetering optreden omdat sprake is van meer afwisselende bebouwing. Daarnaast wordt het uitzicht van de reclamant al afgeschermd door de beplanting op het perceel tussen de gronden van de ontwikkeling en het perceel van reclamant. Zienswijzen reclamant 6.16 Voor de groene omzooming is marginaal ruimte in het plan opgenomen. Deze omzooming is ca 2 tot ca 8 meter.

In deze tot 8 meter stroken zijn ook nog routes langzaam verkeersvoorzieningen opgenomen. Deze omzooming dient veel robuuster uitgevoerd te worden om een goede ruimtelijke inpassing van het plan te creëren. De robuuste verbinding bestemd als groen is te mager om als robuust te typeren. Met name in het midden van het plangebied neemt de voorziening verkeer en wonen veel van de robuustheid weg. Er zal geknipt dienen te worden in de bebouwing.

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

23

Antwoord reclamant 6.16 Zie antwoord 6.7. Aanvullend hierop is er een onderscheidt te maken tussen het bestaande groen dat de huidige groene omzoming definieert en nieuwe groen dat de huidige groene omzoming versterkt. Het bestaande groen staat op gronden van derden, hier kan niets aan het groen zelf worden gedaan. Wat wel gedaan wordt, is het vrijhouden van de aangrenzende grond en deze in te richten als openbare ruimte. Daarmee is er per definitie al een bescherming tegen bebouwing en ongewenst gebruik. Voor het nieuwe groen dat bijdraagt aan de groene omzoming geldt een aanplant- en beheersverplichting (aanduiding ‘landschappelijke inpassing’ op de verbeelding). Aangaande de aanduiding landschappelijke inpassing wordt ook verwezen naar het beeldkwaliteit plan. Bij de inrichting van de nieuwe wijk is nadrukkelijk gekozen om het overgrote deel van het groen in de wijk ter hoogte van de Teeuwishoek te leggen om zo de verbinding van het groen aan Plein, met het groen van het buitengebied (de groene lob) te leggen. De beschikbare ruimte die hiervoor is gemaakt, is ten opzichte van de omliggende wijken zeker robuust te noemen. De bouwblokken staan met een voet in de groenstructuur en gaan daarmee een relatie aan met het groen. Het doel is hier niet om natuurontwikkeling te plegen, maar om een woonlandschap te creëren waarin natuur en landschap de ruimte krijgen.

Daar wordt met het ontwerp in voorzien. De beoogde verkeersvoorzieningen hinderen op microniveau mogelijk de directe aaneensluiting, maar doen geen afbreuk aan de groenstructuur op wijkniveau.

6.7

Zienswijzen reclamant 7

Zienswijzen reclamant 7.1 Reclamanten weten dat een omgevingsdialoog vormvrij is, zijn zij van mening dat de omgevingsdialoog uitermate teleurstellend en onzorgvuldig is verlopen. Reeds in 2020 gingen er geruchten over woningbouwplannen voor de hoek Langstraat – Plein - Teeuwishoek. Reclamanten hebben destijds diverse malen aantoonbaar (o.a. per brief van 5 november 2020) bij uw gemeente geïnformeerd, maar kregen telkens nul op rekest. Vervolgens moesten zij notabene via het Brabants Dagblad vernemen dat er inmiddels een principebesluit was genomen waarmee medewerking werd verleend aan de woningbouwplannen. Een en ander was geheel in strijd met het stappenplan dat uw eigen gemeente hanteerde bij de behandeling van principeverzoeken en waar elke andere initiatiefnemer strikt aan werd gehouden. Immers, uw eigen beleid had als voorwaarde dat bij het ontbreken van een omgevingsdialoog een principeverzoek niet eens in behandeling werd genomen. Het stuitte reclamanten ten zeerste tegen de borst dat juist bij een omvangrijk plan als het onderhavige de omgevingsdialoog werd overslagen en de omwonenden werden gepasseerd. En dit terwijl dit plan zeer ingrijpend is voor de woon- en leefomgeving van Reclamanten. Vervolgens werd door initiatiefnemer een “omgevingsdialoog” opgetuigd.

In tegenstelling tot wat in het plan wordt aangegeven, merken reclamanten op dat de bewoners van de Spoorlaan geheel niet in dit traject zijn betrokken. Geen enkele bewoner van de Spoorlaan is hiervoor ooit benaderd, ook niet met een flyer zoals in het plan staat vermeld. Daarbij komt dat overige Reclamanten de gang van zaken in deze geenszins als dialoog hebben ervaren, maar als een eenzijdige informatiestroom waarbij de input van Reclamanten telkenmale terzijde werd gelegd zonder dat daar een inhoudelijke (belangen)afweging plaatsvond. En dat blijkt ook uit alle correspondentie die tussen Reclamanten en initiatiefnemer heeft plaatsgevonden. Daarin worden telkens de procesmatige stappen aangegeven en ontbreekt elke inhoudelijke afweging. Een en ander maakt dat terdege kan worden gesteld dat de omgevingsdialoog onzorgvuldig heeft plaatsgevonden.

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

24

Antwoord reclamant 7.1 Zie beantwoording 6.2 Zienswijzen reclamant 7.2 De grondslag voor onderhavig plan lijkt telkenmale te zijn gestoeld op de Structuurvisie Ruimte Schijndel uit 2012 en hetgeen in de Ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel uit maart 2020 wordt beschreven. Reclamanten zijn van mening dat deze Ruimtelijke bouwsteen oneigenlijk tot stand is gekomen en juridisch geen enkele status toekomt. Reclamanten bestrijden namelijk de stelling van gemeentewege dat de Ruimtelijke bouwsteen een uitwerking zou zijn van de Structuurvisie. Het betreft geenszins een uitwerking, maar een koerswijziging. Immers, op pagina 27 van deze visie staan de definitieve keuzes voor zoekgebieden voor verstedelijking opgenomen, namelijk tussen Wijbosch en Schijndel (Loosbraak) en ten zuiden van Schijndel (Hooghekke). Op pagina 43 worden deze keuzes nader toegelicht. Op diverse kaarten uit deze Structuurvisie is te zien waar de betreffende zoekgebieden waren/zijn voorzien en de Eind Analysekaart (pagina 28) geeft heel duidelijk weer waar woningbouw en waar andere functies waren/zijn voorzien.

Op de onderhavige planlocatie was in het geheel geen woningbouw voorzien, maar wateropvang. En gezien de hedendaagse (landelijke) wateropgave is het des te meer onbegrijpelijk dat ter plaatse nu niet in wateropvang maar in verharding wordt voorzien. Jarenlang is deze Structuurvisie het uitgangspunt en geeft het de burgers van Schijndel rechtszekerheid. Totdat in maart 2020 het college van burgemeester en wethouders afwijkt van deze Structuurvisie middels de vaststelling van “De ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel”. Zonder enige vorm van inspraak. Met dit document wordt het zoekgebied verstedelijking “Hooghekke” verlaten en wordt een geheel nieuw gebied aangewezen, namelijk “Plein” oftewel de huidige planlocatie. En zoals gezegd is dit géén uitwerking, maar een koerswijziging van de Structuurvisie. Artikel 2.1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad de structuurvisie vaststelt, waarin de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid zijn vastgelegd. Voor zover een structuurvisie ontwikkelingen omvat, gaat die structuurvisie in op de wijze waarop de gemeenteraad zich voorstelt die ontwikkelingen te doen verwezenlijken. Ingevolge artikel 2.1 Wro is de gemeenteraad in deze het bevoegde orgaan en niet het college. Het college mag

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

25

enkel de Structuurvisie aanpassen indien er sprake is van delegatie en/of mandaat. Noch in de Mandaatregeling, noch in de Delegatieregeling is sprake van het doorschuiven van deze bevoegdheid aan het college. Aldus kan worden gesteld dat het college niet de bevoegdheid had om af te wijken van de Structuurvisie en ”De ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel” helemaal niet vast had mogen stellen. En dat is een van de redenen waarom Reclamanten zich in deze gehele kwestie niet gehoord voelen. Immers, zij hebben geen enkele vorm van inspraak gehad. Normaliter geldt bij het voornemen of de vaststelling van een structuurvisie dat burgers een inspraakreactie kunnen geven. Dat is door het vaststellen van de bouwsteen geheel niet gebeurd. Artikel 2.1.1 Bro bepaalt dat bij een structuurvisie wordt aangegeven op welke wijze burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding daarvan zijn betrokken. In de Nota van Toelichting op het Bro staat dat het nadrukkelijk gewenst is dat burgers en maatschappelijke organisaties worden betrokken bij de totstandkoming van structuurvisies. Als reden hiervoor wordt genoemd dat door betrekken en meedenken in een vroeg stadium draagvlak ontstaat. Omdat de locatie “Plein” niet in de structuurvisie is opgenomen, had eerst een partiële herziening van de structuurvisie plaats dienen te vinden.

Aldus is onderhavig ontwerpbestemmingsplan in strijd met de Structuurvisie en kan derhalve geen standhouden. Antwoord reclamant 7.2 Zie beantwoording 6.11. Zienswijzen reclamant 7.3 In paragraaf 4.3.7 van de Toelichting op onderhavig plan wordt gesteld dat dit plan past binnen het Groenbeleidsplan Schijndel. Reclamanten kunnen dit niet volgen. Immers, in dit Groenbeleidsplan blijft de westzijde van Schijndel helemaal groen. Er is ter plaatse sprake van een “Groene wig” alsmede “Open/kleinschalig landschap”. Het Groenbeleidsplan komt ook terug in de Structuurvisie Ruimte. Zie onderstaande afbeelding:

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

26

Op pagina 29-31 van deze Structuurvisie staat letterlijk: Uit de genoemde punten uit het Groenbeleidsplan mag duidelijk zijn dat de betreffende gebieden niet bedoeld zijn om vol te bouwen en dat verstedelijking van overige delen van Schijndel alleen gebeurt volgens het principe inbreiding voor uitbreiding. [..] Concreet moet de natuur robuuster worden gemaakt (vrijere uitwisseling voor de planten- en dierenwereld van Schijndel en omgeving) en moet het landelijk gebied in worden gezet als wateropvanglocatie met een dubbelfunctie (wandel- en/of laarzenpaden). Hierdoor wordt de wateroverlast in de kern beperkt en ontstaat er een gezonder en stabielere ecologische omgeving, die tegelijk een aantrekkelijker buitengebied vormt. Het is dan ook onbegrijpelijk dat in de Toelichting wordt gesteld dat onderhavig plan past binnen het Groenbeleidsplan. Antwoord reclamant 7.3 Zoals in de beantwoording bij zienswijze 6.11 is beschreven kan de woningbehoefte dusdanig wijzigen dat herijking van de visie op de ruimtelijke structuur van een kern noodzakelijk is. De onderliggende beleidsstukken, zoals het Groenbeleidsplan, kunnen daardoor niet meer geheel worden opgevolgd. Echter zijn in de Structuurvisie en het Groenbeleidsplan niet alleen feitelijke locaties aanwezig voor de verschillende functies, maar zijn er ook algemenere beleidsuitgangspunten geformuleerd.

Met deze ontwikkeling kan niet voldaan worden aan de feitelijke aanwijzing van groenstructuren, maar wel aan het behoud en versterking van de bestaande groenstructuren. Binnen het plangebied wordt daarmee invulling gegeven aan het Groenbeleidsplan. Zienswijzen reclamant 7.4 Op grond van artikel 5.3 van de IOV kan het college van burgemeester en wethouders aan Gedeputeerde Staten verzoeken om de grenzen van de werkingsgebieden te wijzigen. GS kunnen onder voorwaarden medewerking verlenen. Zo moet deze passen binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, moet dit nodig zijn vanwege een stedelijke ontwikkeling die tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige of landschappelijke kwaliteit leidt en moet de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar zijn of de behoefte aan de uitbreidingsrichting moet zijn vervallen. Uit de stukken blijkt geenszins dat aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Er is absoluut geen sprake van een verbetering van de landschappelijke kwaliteit. Immers, de tot op heden altijd zo belangrijke cultuurhistorische waarde van het gebied wordt volledig teniet gedaan door deze grond vol te bouwen met maar liefst 241 woningen. Ook de duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige kwaliteit wordt door Reclamanten niet ingezien.

Aldus zijn Reclamanten van mening dat geen medewerking kan worden verleend aan de herbegrenzing. Voorts is een dergelijke wijziging alleen mogelijk indien uit de toepassing van de Ladder blijkt dat de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is of de behoefte aan de uitbreidingsrichting is vervallen. Zoals hieronder nader zal worden aangegeven, is daarvan geen blijk gegeven. Sterker nog, er heeft niet eens een deugdelijke toets aan de Ladder plaatsgevonden. Antwoord reclamant 7.4 De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is toegepast in paragraaf 4.1.3. van de toelichting van het bestemmingsplan. Zoals beschreven in het Actieplan Wonen (paragraaf 4.3.5. van de toelichting van het bestemmingsplan) is er behoefte aan het vergroten en het versnellen van de woningbouwopgave in de gemeente.

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

27

Zoals aangegeven bij de beantwoording van zienswijzen 6.11 is er ten tijden van het opstellen van de Structuurvisie 2012 nog geen rekening gehouden met woningbouw ter plaatse van het plangebied. Bij het opstellen van deze structuurvisie is er rekening gehouden met een lagere groeifactor van de bevolking en vraag naar nieuwe woningen dan achteraf gezien werkelijk is gebleken. In de Structuurvisie is aangegeven dat gelet op de economische recessie en de woningbouwproblematiek Schijndel beleidsmatig wordt gezien als een landelijke gemeente met een beperkt groeisaldo. De beleidsinschatting destijds is niet juist gebleken. De bevolking in Nederland is blijven groeien en ook in Schijndel is om die reden veel vraag naar woningen. In de Structuurvisie in 2012 zijn zoekgebieden voor woningbouwontwikkeling benoemd. Deze gebieden kunnen door de aanleg van de Structuurweg ook niet volledig benut worden. dit terwijl er wel een grote vraag is naar woningen. Het is niet mogelijk om deze woningen allemaal binnen de kern van Schijndel te realiseren. Om die reden is op zoek gegaan naar uitbreidingslocaties aan de rand van Schijndel. Hiertoe is de Ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel opgesteld. Deze ruimtelijke bouwsteen beschrijft de kaders om te komen tot een duurzame en evenwichtige uitbreiding van de kern Schijndel. Onderhavig plan past binnen de kaders van deze ruimtelijke bouwsteen.

Voor een uitgebreidere onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 4.3.2. ‘De Ruimtelijke Bouwsteen voor Schijndel’ uit de toelichting van het bestemmingsplan. Middels onder andere de lagenbenadering, die in hoofdstuk 2 van de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen, is aangetoond waarom woningbouw op deze locatie aanvaardbaar is. Daarnaast wordt er wel degelijk stedenbouwkundige- en landschappelijke winst gerealiseerd met de ontwikkeling. Vanuit de Ruimte voor Ruimte regeling wordt er, naast het inbreng van de titels waar eerder voor gesloopt is, en rechten zijn opgekocht, ook middels de stimuleringsregeling een bijdrage geleverd aan kwaliteitsverbetering van het buitengebied. De procedure tot wijziging van de werkingsgebieden is verder afgestemd met de provincie NoordBrabant. Zienswijzen reclamant 7.5 De provinciale Interim Omgevingsverordening bepaalt dat er sprake moet zijn van zorgvuldig ruimtegebruik. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, tenzij (onder meer en voor zover in deze relevant) er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en de Ladder voor duurzame verstedelijking is toegepast. In paragraaf 4.1.3 van de Toelichting op onderhavig plan komt de Ladder voor Duurzame Verstedelijking aan de orde.

Het staat vast dat onderhavig plan een stedelijke ontwikkeling betreft. In een dergelijk geval dient het betreffende plan een nadrukkelijke motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Een dergelijke nadrukkelijke motivering ontbreekt. In de Toelichting staat vermeld dat met dit plan wordt voorzien in een kwantitatieve behoefte, maar dan houdt het op. En dat is opmerkelijk, want bij een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is een nadrukkelijke motivering nodig. Dat is namelijk bepaald in artikel 3.1.6 Bro. In de aanleiding van de Toelichting op onderhavig ontwerpbestemmingsplan wordt aangegeven dat dit plan voorziet in een divers woningbouwprogramma voor diverse doelgroepen. In paragraaf 4.3.3 van de Toelichting (Woonvisie Meierijstad 2018) wordt geschreven dat in de afgelopen jaren het bouwen van woningen achter is gebleven bij de behoefte en dat dat heeft geleid tot tekorten op de woningmarkt. Verder wordt geschreven dat bij de realisatie van nieuwe woningbouwplannen de gemeente Meierijstad prioriteit geeft aan inbreidings- en transformatieplannen boven uitbreidingsplannen, waarbij kwaliteitsverbetering het uitgangspunt is. Onderhavig plan staat volgens Reclamanten haaks op deze uitgangspunten en alternatieve locaties zijn allerminst onderzocht.

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

28

Antwoord reclamant 7.5 Zoals in de onderbouwing van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking in de toelichting van het bestemmingsplan benoemt is er een grote behoefte aan woningbouw in Schijndel waarbij het niet mogelijk is om dit allemaal binnen stedelijk gebied te realiseren. Dat geldt ook voor het huidige plan waar het gezien het oppervlakte van het plangebied en de omvang van het plan niet mogelijk is om dit binnen het bestaande stedelijke gebied te realiseren. Dit geldt ook voor toekomstige ontwikkelingen. In 2021 is het Actieplan Woningbouw vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin is invulling gegeven aan de fors toegenomen woningbehoefte op basis van de provinciale behoeftecijfers. Voor de kern Schijndel is toen vastgesteld dat in 2035 nog bijna 1500 woningen moeten worden gerealiseerd. Binnenstedelijk en met bestaande plannen is dit niet te realiseren. Er is daarom gekozen om Wvg te vestigen op een aantal percelen aan de Noordwest kant van Schijndel om hier ongeveer 600 woningen te kunnen realiseren. Echter na een haalbaarheidsonderzoek bleek deze locatie niet geschikt als woningbouwlocatie en is deze komen te vervallen. Hiermee is de noodzaak voor de locaties uit de Ruimtelijke Bouwsteen Schijndel alleen maar toegenomen. De ontwikkeling van al deze locaties is nodig om in de woningbehoefte van Schijndel te kunnen voorzien.

Inmiddels heeft de provincie vorig jaar wederom een nieuwe provinciale prognose gepubliceerd. Hieruit blijkt voor Meierijstad tot 2040 nog een behoeftestijging van 2000 woningen. Hiervan zal ook een deel in Schijndel landen. Er is dus een forse noodzaak voor woningbouw voor de kern Schijndel en ook voor de ontwikkeling van de Grote Braeck. Zienswijzen reclamant 7.6 In de provinciale Interim omgevingsverordening zijn rondom Schijndel zoekgebieden voor woningbouw aangewezen (verstedelijking afweegbaar). Zie hiervoor de paars gearceerde gebieden op onderstaande afbeelding:

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

29

Onderhavig plangebied ligt niet in een dergelijk gebied, maar heeft de aanduiding “Cultuurhistorisch waardevol gebied”. Voor dergelijke gebieden heeft de verordening bepaald dat er sprake moet zijn van behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart. Het mag duidelijk zijn dat de bouw van meer dan 200 woningen hier geheel haaks op staat. Voorts bevreemdt het Reclamanten ook dat onderhavige locatie voor woningbouw wordt ingezet, aangezien eerder al (reeds in 2020) sprake was van een concreet initiatief van Stal Vermulst. Deze locatie is gelegen aan Hooghekke 7 en wèl gelegen in zoekgebied “Verstedelijking afweegbaar”. Zie hiervoor een artikel uit het Algemeen Dagblad van 7 maart 2020 met de kop “Stal Vermulst in Schijndel wil ruimte maken voor zeker 250 woningen”. De tekst van dit artikel is als Bijlage 1 bijgevoegd. Reclamanten hebben initiatiefnemer diverse malen hierop gewezen en daarbij nog meerdere concrete alternatieven en oplossingen aangedragen. Zie voor een voorbeeld hiervan Bijlage 2. Reclamanten hebben meerdere malen aangegeven dat diverse inbreidingslocaties binnen de bebouwde kom van Schijndel concrete mogelijkheden bieden om woningen te realiseren. Ook hier is niets inhoudelijks mee gedaan.

Reclamanten geven aan dat initiatiefnemer weliswaar langskwam om het gesprek te voeren, maar dit betrof uiteindelijk in feite niets anders dan het aanhoren en ophalen van informatie om dit vervolgens terzijde te leggen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in uitspraken uit 2018 en 2020 aangegeven dat de raad voor- en nadelen van aangedragen alternatieven zorgvuldig dient af te wegen. De raad dien bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met aangedragen alternatievenbetreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld. In de meest recente uitspraak wordt nog eens bevestigd dat er niet te lichtvaardig met alternatieven om mag worden gegaan, hetgeen in casu wel is gebeurd. Op geen enkele wijze hebben Reclamanten een deugdelijk gemotiveerde reactie op hun voorstellen gekregen. Alleen al hierom kan het onderhavige plan geen standhouden. Antwoord reclamant 7.6 In het verslag van de omgevingsdialoog, welke bijgevoegd is bij het bestemmingsplan, is ingegaan op het voorstel voor de alternatieve planuitwerking, hier is per punt een reactie op gegeven.

De opmerking van reclamant dat alternatieven niet beschouwd zijn wordt niet onderschreven. De opmerkingen over alternatieve locaties van het plan wordt ook niet gedeeld. Er zijn voor de aangehaalde locaties ook plannen in voorbereiding. De woningbouwbehoefte is dusdanig dat deze ontwikkelingen naast elkaar kunnen worden gerealiseerd. Zienswijzen reclamant 7.7 Cliënten hebben van begin af aan al bij initiatiefnemer en gemeente aangegeven dat het op de Langstraat al zeer druk is met verkeer en er met enige regelmaat ongelukken gebeuren. Wanneer het nog drukker wordt, is de reële verwachting dat het aantal ongevallen toeneemt. Cliënten voelen zich totaal niet serieus genomen in hun zorgen. Cliënten zijn van mening dat het verkeerskundig rapport onvolledig en te kort door de bocht is. Immers, het rapport ziet hoofdzakelijk op de directe omgeving van het onderhavige plan, terwijl er meerdere invloeden bij onderhavige ontwikkeling van toepassing zijn. Cliënten en dan met name de bewoners van de Spoorlaan maken zich ernstige zorgen over de toekomstige situatie op de kruising Spoorlaan – Europalaan. Cliënten vrezen hier voor opstopping van het verkeer en voor de situatie met de Parallelweg. Het is daar nu al gevaarlijk met oversteken.

In het verkeerskundig rapport wordt beaamd dat de Europalaan reeds een drukke weg betreft en dat door onderhavige ontwikkeling de verkeersintensiteit toeneemt. Tevens wordt aanbevolen om de gevolgen van de woningbouwontwikkeling in bredere context te onderzoeken, maar daar blijft het bij. Cliënten pleiten dan ook voor

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

30

een concrete uitwerking in de vorm van bijvoorbeeld aanpassing van deze kruising. In het verkeerskundig rapport wordt vermeld dat onderhavige ontwikkeling voor een relatief forse toename van de verkeersintensiteit op de Spoorlaan zorgt. Er wordt ook aangegeven dat er geen knelpunten worden verwacht. Dit staat haaks op hetgeen hierboven is aangegeven en cliënten begrijpen dit dan ook niet. Het is nu al moeilijk om de weg daar op te komen, laat staan als er straks sprake is van nog meer verkeer. Het verkeerskundig rapport spreekt over “ontsluiting van enkele bedrijfspercelen”, maar er is sprake van een serieus bedrijventerrein en waar aldus sprake is van veel industrieel verkeer (vrachtverkeer). Cliënten zijn van mening dat hier onvoldoende rekening mee wordt gehouden. Immers, niet alleen het vrachtverkeer zelf, maar ook het laden en lossen zorgt voor verminderde doorstroming, opstopping en gevaarlijke situaties, zeker in combinatie met fietsers. Cliënten hebben verscheidene malen aangegeven dat gezien het vrachtverkeer in combinatie met de fietser de weg te smal is om dit soort verkeer te kunnen verzetten. Dit is eenvoudigweg vragen om moeilijkheden en (dodelijke) verkeersongevallen. Zo vragen cliënten zich af hoe de veiligheid van fietsers en voetgangers zal worden gewaarborgd.

Er is namelijk sprake van veel schooljeugd welke gedurende de gehele dag – ook vanuit Sint-Oedenrode – door de Spoorlaan richting Plein via het rode pad naar het Elde College aan de Putsteeg fietst. Daar komt ook nog eens bij dat alle leerlingen van het Elde College verplichte sportlessen volgen op de sportvelden aan de Rooiseheide, waardoor er dagelijks vele fietsers in groepen door de Langstraat komen. Gezien de leeftijdscategorie van deze fietsers, is het zeer aannemelijk dat zij met meer dan twee naast elkaar fietsen. Dat gebeurt namelijk nu ook al. Uit het verkeersrapport kunnen cliënten geenszins opmaken dat hiermee rekening is gehouden. Daarbij komt ook nog eens dat aan de Langstraat een kinderdagverblijf is gelegen, waardoor juist ook in de spits extra veel verkeer over de Langstraat komt. Uit het verkeersonderzoek kunnen cliënten niet opmaken dat hiermee rekening is gehouden. Antwoord reclamant 7.7 Op het betreffende gedeelte (westelijk) van de Langstraat waar het iets drukker wordt, heeft in de periode van 2014 tot en met 2023 één ongeval plaatsgevonden die geregistreerd is door de hulpdiensten. In 2015 vond dit ongeval plaats. De oorzaak van dit ongeval lag aan het feit dat een bestelbus vanaf een uitrit geen voorrang verleende aan het verkeer op de Langstraat en heeft dus niet te maken met de inrichting van de Langstraat zelf.

Zoals het verkeersonderzoek van Kragten heeft aangetoond, kan de Langstraat de toename in verkeer veilig afwikkelen wanneer aanpassingen gedaan worden op een deel van de Langstraat (oostelijk) waar het echt drukker wordt. Deze aanpassingen worden meegenomen in het plan. Mochten bewoners aan de Langstraat behoefte hebben aan een verkeersspiegel om het zicht op de eigen uitrit te verbeteren kunnen ze hiervoor een aanvraag indienen bij de gemeente en op eigen kosten een verkeersspiegel laten plaatsen door de gemeente. De gemeente heeft in de duurzame mobiliteitsvisie opgenomen dat de vormgeving, functie en het gebruik van het tracé Rooiseweg/Europalaan/Hoofdstraat/Boschweg beter op elkaar afgestemd moeten worden. Er worden momenteel verkenningen gedaan naar hoe dit zo goed mogelijk kan. Onderdeel hiervan zijn de kruisingen op het tracé, waaronder de kruising Spoorlaan – Europalaan. De breedte van de weg is juist afgestemd op het uitgangspunt dat verkeer veilig afgewikkeld kan worden op een weg waar ook vrachtverkeer rijdt en/of stilstaat. Voor een dergelijke weg is normaal gesproken de ideale breedte 5,8m, gebaseerd op een personenauto als ontwerpvoertuig in combinatie met tweerichtingsverkeer voor fietsers. In deze situatie is de weg ca 6,5m breed gemaakt om de combinatie van vrachtwagens en fietsers op de weg veilig af te kunnen wikkelen.

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

31

De inrichting van de weg biedt alle verkeersdeelnemers de mogelijkheid om veilig over de weg te rijden. Zoals eerder gezegd, is het profiel van de weg afgestemd op vrachtverkeer en fietsers in twee richtingen. Alle weggebruikers hebben dus hun eigen plek binnen het dwarsprofiel waarbinnen ze zich veilig kunnen verplaatsen over de weg. Daarnaast zijn er diverse snelheid remmende maatregelen op de weg waarmee de gewenste snelheid op de weg wordt afgedwongen.

Zienswijzen reclamant 7.8 Cliënten hebben hun bedenkingen bij de locaties waar de verkeersmetingen zijn gehouden en worden gehouden. Zo is er sprake van een meting voor het verkeer in de Spoorlaan, maar volgens cliënten had dit meetpunt vooraan in de straat moeten liggen (komende vanuit de Europalaan). Antwoord reclamant 7.8 Het meetpunt ligt nu op de ideale plek om niet alleen de hoeveelheid verkeer maar ook snelheid van het verkeer te meten. Meten aan het begin of aan het eind van de straat levert een marginaal verschil op in de gemeten hoeveelheid verkeer. Zienswijzen reclamant 7.9 Het verkeerskundig rapport geeft met betrekking tot sluipverkeer wel een en ander aan met betrekking tot Plein, maar cliënten vinden in het rapport niets terug over het sluipverkeer op de Langstraat en Spoorlaan. Cliënten verwachten namelijk hier een forse toename van het sluipverkeer vanuit Boxtel, omdat het centrum verkeersluw wordt gemaakt. Antwoord reclamant 7.9 Het verkeerskundig rapport richt zich hoofdzakelijk op het effect van de beoogde woningbouwontwikkeling op de ontsluitende wegen. Verwacht wordt dat slechts een klein deel van het extra verkeer als gevolg van het plan gebruik zal maken van ‘sluiproutes’, gezien de ligging dicht bij de Europalaan.

In bredere context is het dan wenselijk om te onderzoeken of er maatregelen op netwerkniveau mogelijk zijn om de hoeveelheid doorgaand verkeer op de wegen in het buitengebied van de gemeente terug te dringen. In het kader van dit plan wordt het centrum van Schijndel niet verkeersluw gemaakt. Er wordt slechts een ‘knip’ op Plein gerealiseerd voor gemotoriseerd verkeer om enerzijds het aantal (doorgaande) gemotoriseerde verkeersbewegingen te reduceren en anderzijds de snelheid omlaag te brengen. Daarnaast zijn in het verkeersonderzoek de verkeersstromen onderzocht. Er is een inschatting gemaakt van de verkeersverdeling over de drie belangrijkste ontsluitingsroutes. Verwacht wordt dat bestemmingsverkeer van en naar het plangebied hoofdzakelijk via de route Langstraat, Spoorlaan, Europalaan zal afwikkelen en slechts voor een klein deel over de overige wegen. Zienswijzen reclamant 7.10 Cliënten maken uit de stukken niet op of er een plan is gemaakt voor het bouwverkeer. Hoewel dat in principe een tijdelijke situatie betreft, kan deze situatie wel degelijk een fors lang tijdsbestek hebben. Er zullen dan nog meer gevaarlijke situaties ontstaan door zwaar vrachtverkeer. Antwoord reclamant 7.10

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

32

Voor het minimaliseren van de overlast tijdens de bouwfase zal samen met de ontwikkelaar een verkeersplan voor de bouw worden opgesteld. Dit plan zal tijdens een informatieavond met de belanghebbenden worden besproken. Zienswijzen reclamant 7.11 Tevens vrezen cliënten voor trillingen van het vrachtverkeer. De woningen aan de Spoorlaan zijn oude woningen uit de jaren ’30 en ’40. Cliënten zien in de onderzoeken niets hierover terug en zouden graag vernemen hoe hiermee zal worden omgegaan. Cliënten zijn voornemens om een verkeerskundig tegenadvies te overhandigen en behouden zich derhalve het recht voor om dit nog in een later stadium aan te leveren. Antwoord reclamant 7.11 Zie beantwoording zienswijzen 5.8 Zienswijzen reclamant 8.12 Cliënten verwachten door de verkeerstoename meer geluidsoverlast en luchtvervuiling door uitlaatgassen. Verder maken zij zich zorgen over privacy, aangezien zij juist vanwege deze aspecten in dit gebied zijn gaan wonen: landelijk, rustig en weids uitzicht. Met onderhavig plan wordt niet enkel aan de ter plaatse geldende waarden geweld gedaan, maar blijkt onvoldoende hoe initiatiefnemer rekening heeft gehouden met dergelijke aspecten waardoor er een ondeugdelijke belangenafweging heeft plaatsgevonden. Antwoord reclamant 7.12 Zie beantwoording zienswijzen 4.5

6.8

Zienswijzen reclamant 8

Zienswijzen reclamant 8.1 In het bouwplan van de Groote Braeck die als dorps en groen omschreven wordt staat een tekening en een omschrijving opgenomen van 2 woonblokken met appartementen. Deze hebben op iedere laag 8 appartementen en worden 3 woonlagen hoog. De laatste woonlaag zou gedeeltelijk in de schuine kap vallen en daardoor minder kolossaal ogen. Ik kan me in dit idee en ontwerp vinden omdat het in een wijk met een dorpse stijl niet hoger zou passen. Omdat de hoogte van het te bouwen appartementencomplex van 3 woonlagen met een 3e laag in de schuine kap een goothoogte nodig zal hebben van tussen de 8 en 9 meter met een daarbij behorende nokhoogte van 10 a 10.5 meter lijkt het me logisch dat hier dan ook de passende goot -en nokhoogtes van in het bestemmingsplan worden opgenomen. Een goot -en nokhoogte van beiden 12 meter zoals nu opgenomen suggereert en biedt de mogelijkheid tot het uiteindelijk bouwen van 4 woonlagen met een plat dak. We gaan ervanuit dat de impressies die we van de wijk te zien krijgen en de omschrijvingen over de wijk kloppen. Ook het voornemen van de 8 appartementen per bouwlaag en gecombineerd met 24 wooneenheden per complex wijzen op 3 bouwlagen.

De aanpassing die wij graag zouden zien om het dorpse en groene uiterlijk van de wijk te bewaken zijn dus: een maximale goothoogte van 9 meter of zoveel lager als mogelijk met een nokhoogte van 10.5 meter of zoveel lager als mogelijk. Dit sluit aan bij de voorgenomen bouwplannen en lijkt dus meer dan redelijk. Antwoord reclamant 8.1

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

33

Het betreft een nieuwe woonwijk met reguliere bouwhoogtes van 10-12 m. Omdat de woning van de reclamant momenteel in de invloedssfeer van het agrarisch bedrijf op Plein 21 ligt wordt de reclamant op dit moment al geconfronteerd met bebouwing van dat bouwvlak. De bouwhoogtes van de bedrijfsgebouwen mogen maximaal 10 meter bedragen. In de nieuwe situatie zal er een verbetering optreden omdat sprake is van meer afwisselende bebouwing. Omdat tijdens deze procedure nog sprake is van het planologische mogelijk maken van bebouwing zijn nog niet alle bouwplannen uitgewerkt en is het niet gewenst de bouwmogelijkheden voor dit bouwvlak te veel te beperken. Ook liggen de desbetreffende bouwvlakken centraal in het plangebied, waarvoor in het Beeldkwaliteitplan uitgangspunten voor de uitstraling van de bebouwing zijn opgenomen. Voor de appartementen is opgenomen dat deze maximaal 3 lagen mogen zijn, waarbij de 3e laag een flauwe kap (ca. 30 graden) dient te zijn. Hiermee wordt de dorpse uitstraling behouden. Zienswijzen reclamant 8.2 In het plan wordt een ruimte beschreven met een maatschappelijke functie. Het zou gaan om een ruimte waar gemeenschapsactiviteiten kunnen worden georganiseerd. Er wordt in het plan uitgegaan van een gemeenschappelijke glazen tuinders kas om bijvoorbeeld groente en fruit te laten telen door omwonenden.

Een heel leuk idee wat een verbindend effect kan hebben op de omwonenden. Na een overleg met de heer Suijkerbuijk op 24 mei jl. werd me duidelijk dat het niet de bedoeling is om in dit soort ruimtes met een maatschappelijke functie ’s avonds met regelmaat activiteiten te organiseren maar is de invulling van dit idee nog dusdanig onduidelijk dat er nog weinig over gezegd kan worden. Reclamant is bezorgd om wat er uiteindelijk wordt gebouwd en wat de leef -en gebruiksregels van deze ruimte zullen zijn. Aangezien het een plek is waar meerdere mensen zich kunnen verzamelen, wat zou kunnen lijden tot andere vormen van last en geluid ten opzichte van een enkele buurman aangrenzend aan mijn perceel zou ik graag van de mogelijkheid gebruik maken om een aantal leef -en gebruiksregels toe te voegen aan artikel 7. Deze hebben betrekking op de maatschappelijke functie en de richtlijnen voor het gebruik. Het liefst zou reclamant dit in goed overleg doen met de gemeente (mondeling toelichten) omdat reclamant denkt dat dit de beste manier is om hier mijn “zorg” duidelijk te maken/uit te spreken. Dit komt vooral door de onduidelijkheid m.b.t. het gebruik/bedoeling/invulling van deze ruimte/plek. (Op dit moment) Enkele toevoegingen m.b.t. het gebruik zouden mijn inziens bijv.

kunnen zijn: Maximale openingstijd van ma t/m vr 8:00 tot 18:00 en za t/m zo van 9:00 t/m 18:00; Beperking van het gebruik van geluidsinstallaties buiten en eventueel ook binnen; Dat het geen plek wordt om repeterende feesten van bewoners te organiseren. Zou er met het plaatsen van de accommodatie bijvoorbeeld rekening gehouden kunnen worden met de zijde van de entree? De mogelijkheid om deze aan de andere zijde dan de kant aangrenzend aan het perceel van reclamant te plaatsen zou al meer rust geven. Antwoord reclamant 8.2 In de regels van het bestemmingsplan is de definitie voor maatschappelijke voorzieningen opgenomen waarin de mogelijkheden zijn gedefinieerd: ‘het uitoefenen van activiteiten gericht op de ontmoeting en binding binnen de wijk, waar onder andere onder wordt verstaan het realiseren van een moestuin, pluktuin gezamenlijke kas, kleinschalige ontmoetingsruimte. Zoals ook opgenomen in de regels van het bestemmingsplan is het dus niet de insteek dat hier in de avondperiode repeterende feesten met geluidsinstallaties worden gehouden. De voorgestelde toevoegingen zijn echter te gedetailleerd om nu in de bestemmingsplanregels op te nemen. Dit detailniveau komt aan de orde in

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

34

het kader van vergunningverlening zodra er meer duidelijkheid is over het gebruik en de invulling van de maatschappelijke ruimte In het kader van deze vergunning zal er wederom overleg gevoerd worden met de omgeving.

6.9

Zienswijzen reclamant 9

Zienswijzen reclamant 9.1 Op uitnodiging van Ruimte voor Ruimte heeft reclamant op 10 mei j.l. de inloopbijeenkomst bezocht. Er waren drie “tafels” ingericht waar enkel aandacht was voor onderwerpen voor toekomstige bewoners. De belangen van omwonenden, zoals “ontsluiting”, kwamen niet aan bod. De betreffende adviseur van Kragten heeft reclamant niet kunnen spreken. Na het lezen van deze stukken was reclamant onaangenaam verrast. Het betreft in eerste instantie de Knip in Plein; Zowel het rapport van Kragten (23/9/2021) alsook de hand-out van de inloopbijeenkomst van sept 2021, geven aan dat de “Plein-knip” ter hoogte van het hertenkamp (dus ten noorden van de kruising Teewishoek/ Plein) zou komen. De reden waarom in 2021 voor deze locatie was gekozen wordt in dat rapport van Kragten duidelijk verwoord: “Een maatregel die bijdraagt aan het terugbrengen van gemotoriseerd verkeer is het aanbrengen van een knip voor gemotoriseerd verkeer. Deze knip zorgt ervoor dat Plein alleen nog beschikbaar is voor het gemotoriseerd verkeer met een bestemming aan Plein, waardoor de verkeersveiligheid voor de fietsers alsmede de leefbaarheid verbeterd. Verkeerskundig gezien is de locatie van een knip op Plein tussen Verdipad en Teeuwishoek de meest logische. Daarmee is Plein niet meer begaanbaar als doorgaande route voor het gemotoriseerde verkeer”.

Bovenstaand werd tijdens de inloopbijeenkomst van 23/9/2021 nogmaals door de adviseur van Kragten bevestigd. Reclamant was verbaasd. In het huidige plan is de “Plein-knip” ter hoogte van locatie Plein 23 i.p.v. Plein 21 geplaatst (dus ten zuiden van de kruising Teewishoek/ Plein). Tijdens de inloopsessie van 10 mei j.l. werd dat door Carlijn Crooijmans (Gemeente Meierijstad) bevestigd. De doelstellingen in het plan van 2021 zijn hierdoor van tafel geveegd. In plaats van het reduceren van het gemotoriseerd verkeer op Plein zal dit alleen maar toenemen. Mede gelet op de huidige, maar ook (wellicht) de toekomstige verkeersplannen in het centrum van Schijndel, is voor (een deel van) het gemotoriseerd verkeer de route via plein en Teewishoek meer voor de hand liggend. Naast deze extra belasting van Plein en Teewishoek, ontstaat bij de kruising Teewishoek/ Verdipad een nog gevaarlijkere situatie. Door de veel te hoge hegpartijen is deze kruising voor zowel auto’s als fietsers onoverzichtelijk. De conclusie van reclamant is dat het plan van Kragten uit 2021, inzake de Plein “knip” de beste oplossing biedt, en dat, als aanvulling op het plan, de kruising Teewishoek/ Verdipad moet worden onderzocht. Antwoord reclamant 9.1 Zie beantwoording zienswijzen 3.1 Zienswijzen reclamant 9.2 Een ander punt van aandacht is de situatie tijdens de bouwfase.

De voorliggende rapporten hebben vooral betrekking op de periode na de bouwfase. Reclamant neemt aan dat de verkeersmaatregelen (incl de Plein-knip) vóór de bouwfase zullen worden geïmplementeerd. Antwoord reclamant 9.2 Zie beantwoording zienswijzen 5.8.

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

35

6.10 Zienswijzen 10 Het Groene Hart Zienswijzen reclamant 10.1 Het doel van de ruimtelijke ordening bij een stedenbouwkundige ontwikkeling is om deze dusdanig te sturen dat ze in de gegeven omstandigheden een zo goed mogelijk woon- en leefmilieu kan bieden. Een belangrijke, zo niet de allerbelangrijkste component van het woon- en leefmilieu is de ruimte die per hoofd van de bevolking beschikbaar is. Met name geldt dit voor het voorhanden zijn van groene en onbebouwd areaal als tegenhanger van de verstedelijkte gebieden. Hoe meer groen areaal per hoofd beschikbaar is, des te meer kan de milieudruk die de verstedelijking met zich meebrengt worden opgevangen. En het is evident dat ook de recreatieve behoefte dan beter bedient kan worden. Helaas neemt de omvang van ruimtelijke component als onderdeel van het woon- en leefmilieu nog steeds schrikbarend af door een steeds groter beslag voor verstelijking en infrastructuur. Sinds 1900 is de ruimte per hoofd van de bevolking met circa 80% afgenomen! Het welvaartspeil in de consumptieve zin moge dan sterk toegenomen zijn, ruimtelijk gezien is het welvaartspeil gedecimeerd.

Nog erger is het dat in de overgebleven niet-stedelijke ruimte van stad en dorpen (buitengebieden) de functie als tegenhanger van de verstedelijking vergaand verloren is gegaan door een sterke afname van de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van een hoge toename van de verstening ten behoeve van agrarische maar vooral ook nietagrarische doeleinden. Meer specifiek gaat het dan om de volgende (niet volledig) ontwikkelingen: o Sterk verlies aan buitengebiedsareaal t.b.v. verstedelijk en infrastructuur; o Hoge mate van verstening binnen de buitengebieden zelf door nieuwvesting van agrarische en nietagrarische bedrijven en woningbouw. Enorme schaalvergroting van bestaande en nieuwe bedrijfsbebouwingen; o Vergaande versnippering van de gebiedssamenhang door willekeurig verspreid gelegen nieuwbouw; o Verrommeling door de willekeurige planzone situering en menging van bebouwing en niet agrarische functies; o Beduidende afname van de landschappelijke ecologische en natuurwaarden; o Verlies van historisch landschapskarakteristiek door kaalslag van landschapselementen, aangejaagd door ruilverkaveling; o Intensivering grondgebruik door overbemesting, inzet van landbouwvergif en uitputting organisch gehalte; o Dramatische afname van de biodiversiteit; o Verdroging door grondwaterstandverlaging. Opmerking: Verstening, versnippering en verrommeling kunnen als hoofdoorzaak gezien worden.

Soms wordt de mate van verstening gerelativeerd door erop te wijzen dat slechts 15% van ons land is bebouwd en dus nog 85% overblijft. Dit zou hout snijden indien die 15% in een grote agglomeratie zou zijn geconcentreerd. De werkelijkheid is echter dat die 15% gebiedsdekkend over het hele land zijn verspreid in de vorm van kleine en grote kernen, steden en infrastructuur. In de buitengebieden zijn ontelbare locaties te vinden ten koste van het verlies van de natuurlijke samenhang van de ruimte. Grotere samenhangende arealen zonder bebouwing zijn een zeldzaamheid geworden. Dit alles gaat ten koste van de natuurwaarden en landschappelijk kwaliteit. Behoud en herstel van de ruimtelijke kwaliteit dient daarom te beginnen met het terugdringen van de verrommeling. Een ander misverstand is dat het alleen om de bebouwing zelf als milieu beïnvloedende factor zou gelden. Echter: De gevolgen door verlies van rust en stilte die rondom een bouwlocatie optreedt is nog zeker zo funest en beïnvloed een veelvoud aan oppervlak ten nadele van het ecologische functioneren.

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

36

Het gevolg van dit alles is een decimering van de basiskwaliteit van de ruimte in algemene zin en in het bijzonder van die van buitengebieden. Dat dit negatief uitwerkt op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving hoeft verder geen betoog. Dit proces gaat nog steeds door. Het verdere ruimtebeslag van toekomstige voorziene woningbouw en bedrijventerreinen zal het buitengebiedsareaal nog verder in belangrijke mate verkleinen. Dit gaat dan weer ten koste van de basiskwaliteit van het milieu die iedere inwoner raakt. Als het toekomstige areaalverlies voor stedelijk expansie als een niet te ontkomen gegeven wordt opgevat, dan gaat dit ten koste van de afname van het groene areaal. Per hoofd van de bevolking neemt dit verder af en daarmee ook dat van de kwaliteit van het woon- en leefmilieu. Omdat dit ruimteverlies niet te compenseren valt wegens de eindigheid van ons landoppervlak, kan alleen nog door het middel van ruimtelijk kwaliteitsverbetering van het buitengebied in te zetten. Te beginnen met de kernrandzones die als stedelijk uitloopgebied belangrijk zijn voor de stille recreatie direct in de woonomgeving. Gelet op de dichte spreiding van de kernen en bebouwingsconcentraties met hun uitwaaierende lintbebouwing, kan overigens vrijwel het hele buitengebied als uitloopgebied beschouwd worden.

Het manco van het huidige ruimtelijk beleid: Uit de plantoelichting blijkt niet de visie dat het buitengebied als tegenhanger van de overweldigende verstedelijking van de kern wordt gezien. Dit komt tot uiting in de nog vrijwel ongelimiteerde mogelijke verdere verstening en verrommeling die in het buitengebied zijn toegestaan. Er leeft klaarblijkelijk geen besef dat de huidige ontwikkeling niet valt te verenigen met het belang van een goede leefomgeving van de overgrote meerderheid van de bevolking die in de kernen wonen. De verdere degradatie van de omgevingskwaliteit kan onmogelijk als een gewenste en goede ruimtelijke ordening gezien worden. Dit proces dient dan ook zo snel als mogelijk te worden aangepakt en gestopt. Men kan nu eenmaal niet twee ontwikkelingen naast elkaar laten bestaan als die elkaar in de weg zitten. De actuele en nog te verwachten flinke kerngroei en de daardoor groeiende behoefte aan een landschappelijk aantrekkelijke omgeving, vereist ter compensatie een ruimtelijke kwaliteitsverbetering die alleen in het buitengebied gevonden kan worden. Dit is echter onmogelijk door tegelijkertijd het buitengebied verder vol te laten lopen met nieuwe bedrijven en woonfuncties.

Als voorwaarde voor de realisering van dit bestemmingsplan dient daarom een harde voorwaarde daaraan verbonden te worden van een daadwerkelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied en door de kosten daarvan in de planexploitatie op te nemen. Te denken valt aan landschapsherstel in een brede randzone (stedelijk uitloopgebied) rond het nieuwe bestemmingsplan dat tevens het verlies van het bestaande oude cultuurlandschap compenseert. Reclamant verzoekt de raad die voorwaarde alsnog aan een vaststellingsbesluit te koppelen. Antwoord reclamant 10.1 Zie de nadere onderbouwing van de ruimtelijke bouwsteen (zienswijze 5.1) en de lagenbenadering die hiertoe behoort, zoals omschreven in de toelichting van het bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan betreft een reguliere woningbouwontwikkeling. Om tegemoet te komen aan de opgave van de provincie Noord-Brabant om historische kosten als gevolg van investeringen in omgevingskwaliteit terug te verdienen, is in de anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer vastgelegd dat er 10 provinciale Ruimte voor Ruimte titels in de grondexploitatie worden ingezet. De inzet van deze ruimte-voor-ruimte titels is economisch gemotiveerd en maakt geen onderdeel uit van de planologische onderbouwing. De inzet van deze titels wordt door Ruimte voor Ruimte intern administratief geregistreerd.

Tussen gemeente en provincie Noord-Brabant zijn afspraken gemaakt over verkrijgen van een bijdrage voor de toerekening van de Ruimte voor Ruimte-titels (de zogenaamde stimuleringsbijdrage), die geïnvesteerd moet worden in versterking van de

Notitie beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel

37

omgevingskwaliteit. Deze bijdrage wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied in de gemeente Meierijstad. Met betrekking tot de zogenaamde 1%-regeling staan wordt gesteld dat hier ruimschoots aan wordt voldaan. De inzet van de 10 Ruimte voor Ruimte-titels vertegenwoordigt een waarde van € 1.250.000,-- van in de in het verleden behaalde kwaliteitswinst door het opkopen van rechten en het sloop van stallen, hetgeen het betreffende percentage van de waarde van de uitgeefbare m² ruimschoots overstijgt. Daarnaast wordt er middels de stimuleringsregeling nog geïnvesteerd in kwaliteit van het landschap.

Binnen de kern van Schijndel is het niet realistisch om een dergelijke ontwikkeling te realiseren. Dit zou theoretisch wellicht wel mogelijk zijn qua aantallen woningen maar dit zou dan betekenen dat er juist in de nu nog groene gebieden binnen de kern moet worden ontwikkeld. Dit is in paragraaf 4.1.3 (Ladder voor Duurzame Verstedelijking) nader onderbouwd. Om die reden is op zoek gegaan naar uitbreidingslocaties aan de rand van Schijndel. Hiertoe is de Ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel opgesteld. Deze ruimtelijke bouwsteen beschrijft de kaders om te komen tot een duurzame en evenwichtige uitbreiding van de kern Schijndel. Onderhavig plan past binnen de kaders van deze ruimtelijke bouwsteen. Voor een uitgebreidere onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 4.3.2. ‘De Ruimtelijke Bouwsteen voor Schijndel’ uit de toelichting van het bestemmingsplan. Middels onder andere de lagenbenadering, die in hoofdstuk 2 van de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen, is nader gemotiveerd waarom woningbouw op deze locatie aanvaardbaar is.

6.11 Zienswijzen 11 Provincie Noord-Brabant Zienswijzen reclamant 11.1 De gemeente heeft een verzoek ingediend om de werkingsgebieden te wijzigen die op de locatie liggen in de Interim omgevingsverordening. U verzoekt om de locatie aan te wijzen als ‘verstedelijking afweegbaar’ conform de vooroverlegreactie van 30 juni 2022. Op dit punt is echter door een uitspraak van de Raad van State duidelijk geworden dat strikter getoetst dient te worden aan de voorwaarde in artikel 5.3 lid 4 onder c van de Interim omgevingsverordening. Hierdoor kan feitelijk voor een stedelijke uitbreiding zoals onderhavig plan, deze mogelijkheid niet meer toegepast worden. Wij beschouwen uw verzoek dan ook als een verzoek om op de locatie het werkingsgebied te wijzigen in ‘stedelijk gebied’. Antwoord reclamant 11.1 Het is inderdaad de wens om op de locatie het werkingsgebied te wijzigen in ‘stedelijk gebied’. De procedure om het werkingsgebied in ‘stedelijk gebied’ te wijzigen is afgestemd met de provincie. Zienswijzen reclamant 11.2 In het ontwerpbestemmingsplan lijkt de lagenbenadering niet te zijn toegepast. In paragraaf 4.4.2 staat: “Uit de lagenbenadering blijkt…”. In de toelichting en de bijlagen is daarvan echter niets terug te vinden. Wij adviseren u de Ruimtelijke Bouwsteen Schijndel hierbij te betrekken. Hierin is veel informatie opgenomen die gebruikt kan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=a7770cbe-d9c0-4c3f-945e-235d0000048f