Meierijstad Toekomstvisie OER - Foto van de leefomgeving
Tekst van het document
Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat de concentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) in de hele gemeente onder de actuele wettelijke grenswaarden liggen, maar boven de WHO-advieswaarden uitkomen.
4.2.3
Autonome ontwikkeling
Algemene trends De kwaliteit van de lucht is grotendeels afhankelijk van landelijke en internationale ontwikkelingen op het gebied van wetgeving en technologische ontwikkelingen. Ontwikkelingen met betrekking tot een veranderd klimaat hebben invloed op de luchtkwaliteit. Extreme weeromstandigheden kunnen leiden tot pieken in de verslechtering van luchtkwaliteit. Klimaatmaatregelen kunnen daarentegen een positief effect hebben op de luchtkwaliteit, maar het is onzeker hoe groot die effecten zijn. Het gebruik van andere vormen van mobiliteit (bijvoorbeeld elektrisch vervoer) een positief effect hebben. Door onder andere de verwachte toenemende bevolkingsdichtheid, voortgaande verstedelijking en groei van het verkeer zullen naar verwachting meer mensen worden blootgesteld aan een relatief hogere concentratie van luchtverontreiniging [RIVM, 2023].
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
28
Projectgerelateerd
Provinciaal en gemeentelijk beleid De overheid heeft het Schone Lucht Akkoord (SLA) opgesteld met het doel de gezondheidsschade door luchtvervuiling in 2030 te beperken met minimaal 50% ten opzichte van 2016. Rijksoverheid [2020]. De gemeente Meierijstad heeft het SLA ondertekend, net als de provincie Noord-Brabant. De Provincie NoordBrabant ondersteund gemeenten bij het treffen van maatregelen [Provincie Noord-Brabant, 2023]. Gemeenten die meedoen aan het SLA zijn verplicht elk jaar bekend te maken welke vorderingen zij hebben gemaakt. Binnen het SLA wil Meierijstad meedoen aan een pilot waarin wordt onderzocht wat erbij komt kijken om een wijk houtstookvrij of houtstookarm te maken; vooral gericht op particuliere haarden en kachels binnenshuis. Daarnaast wil Meierijstad meedoen in een pilot waarbij het RIVM meetstations uit het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit beschikbaar stelt. Inwoners en bedrijven kunnen dan sensoren plaatsen om lokaal de luchtkwaliteit te meten en de gegevens uit te wisselen [Omroep Meierij, 2020]. Aanscherping van grenswaarden Zoals eerder aangegeven is er 14 oktober 2024 een nieuwe Europese richtlijn voor luchtkwaliteit aangenomen, met per 2030 strengere grenswaarden dan de huidige wettelijke normen. Eind 2026 moeten de lidstaten hun nationale regels in lijn gebracht hebben met de richtlijn.
Als de nieuwe normen niet gehaald dreigen te worden, dan moet een lidstaat vóór 2030 een routekaart opstellen. Daarin moeten beleidslijnen en maatregelen staan om op tijd aan de grenswaarden te voldoen. Als er na 2030 toch nog overschrijdingen zijn, dan moeten binnen 2 jaar na constatering aanvullende maatregelen vastgelegd worden in een luchtkwaliteitsplan. De huidige Europese grenswaarden zijn in Nederland als rijksomgevingswaarden in het Besluit kwaliteit leefomgeving opgenomen. Deze moeten uiterlijk 2026 aangepast zijn naar de nieuwe Europese grenswaarden. Bij een (dreigende) overschrijding van een (rijks)omgevingswaarde schrijft de Omgevingswet 6 voor dat de overheid een programma met maatregelen op moet stellen, om te zorgen dat voldaan wordt aan de betreffende omgevingswaarde. Als er na implementatie van de Europese grenswaarden in de Nederlandse wetgeving in Meierijstad sprake is van een (dreigende) overschrijding van een rijksomgevingswaarde, dan moet er rekening mee gehouden worden dat er een gemeentelijk programma opgesteld moet worden. Het traject van implementatie van de nieuwe grenswaarden in de Nederlandse wetgeving moet daar duidelijkheid over geven. Dat is aan de Rijksoverheid. Prognoses in CIMLK In het CIMLK zijn prognoses voor de concentraties PM10, PM2,5 en NO2 opgenomen in 2030, op basis van het huidige vastgestelde beleid (Europees, nationaal, regionaal).
PM10 In Tabel 4.11 zijn de prognoses voor gemiddelde en maximale waarden voor PM10 in Meierijstad in 2030 weergegeven conform het CIMLK van het RIVM [RIVM, 2024]. Uit de tabel volgt dat de prognoses voor zowel de gemiddelde als de maximale waarden in Meierijstad lager liggen dan in de huidige situatie, en daarmee nog steeds ook onder de actuele wettelijke grenswaarden. Als naar de voorgestelde nieuwe grenswaarden gekeken wordt, dan liggen de prognoses voor gemiddelde en maximale jaargemiddelde waarden daaronder. Gemiddeld genomen liggen de prognoses voor de jaargemiddelde waarden in 2030 op het niveau van de WHO-advieswaarde, de maximale waarden liggen daarboven. Het is onzeker of in 2040 overal in Meierijstad onder de WHO-advieswaarde gekomen wordt.
6
Art. 3.10 Omgevingswet.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
29
Projectgerelateerd
Tabel 4.11: PM10 in 2030 in Meierijstad (achtergrondconcentratie + lokale bronbijdrage, zonder zeezoutcorrectie) [RIVM, 2024]
Stof
Gemiddeld 7
Maximaal 8
Langs wegen
Bij veehouderijen
Langs wegen
Bij veehouderijen
PM10 jaargemiddeld
15 μg/m3
15 μg/m3
19 μg/m3
19 μg/m3
PM10 etmaalgemiddeld
6 overschrijdingen
7 overschrijdingen
7 overschrijdingen
27 overschrijdingen
PM2,5 In Tabel 4.12 zijn de prognoses voor de gemiddelde en maximale waarden voor PM2,5 in Meierijstad in 2030 weergegeven conform het CIMLK van het RIVM [RIVM, 2024]. Uit de tabel volgt dat de prognoses voor zowel de gemiddelde als de maximale waarden in Meierijstad lager liggen dan in de huidige situatie, en daarmee nog steeds ook onder de actuele wettelijke grenswaarden. Als naar de voorgestelde nieuwe grenswaarden gekeken wordt, dan liggen de prognoses voor de maximale jaargemiddelde waarden daarboven. De geprosnoticeerde gemiddelde en maximale waarden in 2030 liggen boven het niveau van de WHOadvieswaarde. Aangezien de maximale waarde in 2040 meer dan gehalveerd moet zijn ten opzichte van 2030, is het op basis van de huidige inzichten niet aannemelijk dat in 2040 overal in Meierijstad onder de WHO-advieswaarde uitgekomen wordt. Tabel 4.12: PM2,5 in 2030 in Meierijstad (achtergrondconcentratie + lokale bronbijdrage) [RIVM, 2024] Stof
PM2,5 jaargemiddeld
Gemiddeld
Maximaal
Langs wegen
Langs wegen
8 μg/m3
11 μg/m3
NO2 In Tabel 4.13 zijn de prognoses voor de gemiddelde en maximale waarden voor NO2 in Meierijstad in 2030 weergegeven conform het CIMLK van het RIVM [RIVM, 2024]. Uit de tabel volgt dat de prognoses voor zowel de gemiddelde als de maximale waarden in Meierijstad lager liggen dan in de huidige situatie, en daarmee nog steeds ook onder de actuele wettelijke grenswaarden. Als naar de voorgestelde nieuwe grenswaarden gekeken wordt, dan liggen de prognoses voor de maximale jaargemiddelde waarden daarboven. De geprosnoticeerde gemiddelde en maximale waarden in 2030 liggen boven het niveau van de WHOadvieswaarde. Aangezien de maximale waarde in 2040 meer dan gehalveerd moet zijn ten opzichte van 2030, is het op basis van de huidige inzichten niet aannemelijk dat in 2040 overal in Meierijstad onder de WHO-advieswaarde uitgekomen wordt.
7 8
Gemiddelde waarde van alle toetspunten in CIMLK binnen Meierijstad. Maximale waarde van alle toetspunten in CIMLK binnen Meierijstad.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
30
Projectgerelateerd
Tabel 4.13: NO2 in 2030 in Meierijstad (achtergrondconcentratie + lokale bronbijdrage) [RIVM, 2024]
Stof
Gemiddeld
Maximaal
Langs wegen
Langs wegen
13 μg/m3
27 μg/m3
NO2 jaargemiddeld
Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, met een verbeterende trend: de concentraties nemen naar verwachting af, maar het is niet aannemelijk dat in Meierijstad in 2030 overal onder de WHO-advieswaarden gekomen wordt.
4.2.4
Doorkijk 2040
Het is aannemelijk dat technologische ontwikkelingen met betrekking tot onder andere schone mobiliteit ook na 2030 doorzetten. De verwachting is dat door aangescherpte grenswaarden, technologische ontwikkelingen en beleid op verschillende niveaus zal leiden tot een verdere verbetering van de luchtkwaliteit tot 2040.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
31
Projectgerelateerd
4.3
Geurhinder
4.3.1
Indicatoren en kwaliteitsniveaus
Geurhinder Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief • Achtergrondbelasting geur • Percentage geurgehinderden per bron Geurhinderkaart veehouderijen getoetst aan de GGD-richtlijnen
Schaallat kwaliteitsniveaus Groen
De achtergrondbelasting bij woonfuncties en gemengde functies voldoet aan de GGD-normen De achtergrondbelasting bij woonfuncties en gemengde functies voldoet op een aantal locaties niet aan de GGD-normen De achtergrondbelasting bij woonfuncties en gemengde functies voldoet op veel locaties niet aan de GGD-normen
Oranje Rood
4.3.2
Huidige situatie
Geurhinder door veehouderijen Geurhinder kan optreden door langdurige blootstelling aan een geur of (kortdurende) blootstelling aan onaangename geuren. In de gemeente Meierijstad bevindt zich meerdere veehouderijen. Veehouderijen zijn mogelijke bronnen voor geurhinder en daarom gelden voor veehouderijen regels met betrekking tot aan te houden afstanden tot voor geurhinder gevoelige objecten zoals woningen. De GGD heeft voor geurhinder van veehouderijen advieswaarden opgesteld. Bij woonfuncties acht de GGD meer dan 12% geurhinder onacceptabel (dit komt overeen met maximaal 2 OU/m3 in de woonkern). Bij gemengde functies (wonen en werken) zijn hogere geurhinderpercentages denkbaar. Hoger dan 20% geurhinder vindt de GGD onacceptabel (dit komt overeen met maximaal 10 OU/m3 in het buitengebied). Tabel 4.14: GGD-beoordeling geurhinder van veehouderijen [RIVM, 2022e]
Percentage geurgehinderden
Geurbelasting (OU/m3) Voorgrond
Achtergrond
Woonfuncties (12%)
2
5
Gemengde functies (20%)
5
10
Een regel over geurbelasting door veehouderij op een geurgevoelig object in een gemeentelijke verordening is bij inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel geworden van het tijdelijk omgevingsplan. De Verordening geurhinder en veehouderij Veghels Buiten staat een maximale waarde van 5 ouE/m3 toe voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied ‘Veghels Buiten’. Dit sluit aan bij de adviezen van de GGD voor acceptabele geurnormen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in gemengd gebied [Gemeente Meierijstad, 2023a]. In Figuur 4.9 is de geursituatie in Meierijstad weergegeven. In de kaart is de achtergrondbelasting door veehouderijen in OU/m3 weergegeven. Op een aantal locaties in het buitengebied de achtergrondbelasting hoog/(heel) slecht (>11 OU/m3). Op deze locaties is daarom sprake van een slechte geursituatie bij geurgevoelige objecten (gebouwen bestemd voor wonen of verblijf). De slechte geursituaties bevindt zich met name in de kern Nijnsel en (vanzelfsprekend) in het buitengebied (waar relatief weinig woningen zijn ten opzichte van de kernen).
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
32
Projectgerelateerd
Achtergrondbelasting geur en ernstige geurhinder door veehouderijen
Figuur 4.9: Achtergrondbelasting geur en ernstige geurhinder door veehouderijen [GGD, 2022 & ODZOB, 2023]
In onderstaande tabel is het percentage volwassenen (18+) weergegeven dat in 2022 ernstige geurhinder heeft ervaren. Uit deze tabel blijkt dat in Nijnsel, Boskant, Olland en Veghel-noord de meeste geurhinder wordt ervaren. Het percentage komt niet boven de 12% (GGD-richtlijn) Tabel 4.15: Percentage geurgehinderden door veehouderijen in verschillende wijken in Meierijstad (18+) [GGD, 2022]
Percentage ernstig geurgehinderden (18+) Wijk
Door veehouderijbedrijven
Door mest uitrijden
Door opslag/productie van veevoer
Veghel-midden
0
2
0
Veghel-noord
5
5
4
Veghel-oost
2
3
1
Veghel-west
1
3
2
Schijndel-centrum
2
1
1
Schijndel-west
4
2
2
Schijndel-oost, Wijbosch
3
6
2
Sint-Oedenrode
4
2
0
Nijnsel, Boskant, Olland
9
5
2
Gemeente Meierijstad
3
3
2
Geurhinder door overige bronnen Naast veehouderijen zijn er ook andere bronnen die geurhinder kunnen veroorzaken. In onderstaande tabel zijn deze andere bronnen weergegeven. In Meierijstad ervaart in 14% van de volwassenen (18+) ernstige geurhinder. Dit komt deels door veehouderijen, zoals hierboven al toegelicht. Maar ook vliegverkeer en
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
33
Projectgerelateerd
open haard/allesbrand veroorzaken relatief veel geurhinder in Meierijstad. In 2022 zijn in Meierijstad 91 klachten van geuroverlast binnengekomen bij de Milieuklachtencentrale [Brabant in Zicht, 2022]. Tabel 4.16: Percentage geurgehinderden door overige bronnen in Meierijstad (18+) [GGD, 2022]
Percentage ernstig geurgehinderden (18+)
Gemeente Meierijstad
Totaal
Door riolering/zuivering
Door bedrijven/industrie
Door vliegverkeer
Door open haard/allesbrand
14
1
2
5
4
Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat de achtergrondbelasting voor geur op een aantal locaties met woonfuncties en gemengde functies niet voldoet aan de GGD-normen.
4.3.3
Autonome ontwikkeling
Het beëindigen van veehouderijen staat sinds het uitbreken van de ‘stikstofcrisis’ volop in de belangstelling. Het vorige kabinet reserveerde miljarden euro’s om veehouderijen te sluiten om zo de stikstof-, natuur-, klimaat- en wateropgaven in het landelijk gebied te realiseren [Planbureau voor de Leefomgeving, 2022]. Bij het sluiten van veehouderijen zal ook de geurhinder in de omgeving afnemen. Op dit moment is niet bekend in hoeverre er in Meierijstad veehouderijen tot uiteindelijke overeenstemming met het Rijk en de provincie komen voor bedrijfsbeëinding conform de huidige regelingen als Lbv en Lbv-plus. Met de routekaart stalaanpassingen 2024 wil de provincie Noord-Brabant veehouderijen sturen en helpen bij het verduurzamen van de stallen. Dit wil de provincie doen door het vergunningsverleningsproces te optimaliseren, te zorgen dat de financiële ondersteuning van het Rijk snel bij de veehouder terecht komt en door de veehouder goed te informeren. Onder de stalaanpassingen zijn technieken bekend die geurhinder kunnen verminderen [Provincie Noord-Brabant, 2022f]. Het huidige kabinet heeft aangeveven het door het vorige kabinet ingezette NPLG en daaronder vallende provinciale programma’s niet verder uit te werken. Er is nog geen nieuw beleid bekend gemaakt wat het NPLG moet gaan vervangen.
Het toekomstbeeld voor veehouderijen is hierdoor onzeker en daarmee is de ontwikkeling van geurhinder de komende jaren ook nog onzeker. In 2023 is de Verordening geurhinder en veehouderij Veghels Buiten vastgesteld. In verordening geldt voor Veghels Buiten een vaste afstand tot veehouderijen van 50 meter (ook bij veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld) en een geurnorm van 5 OU/m3 aan voorgrondbelasting. Deze voorgrondbelasting is strenger dan die uit het voorgaande geurbeleid. Daar was de norm 8 OU/m3. Met de nieuwe norm wil de gemeente enerzijds recht doen aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en anderzijds aan het gemengde karakter van het gebied. Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, met een gelijkblijvende trend. Het is onduidelijk in hoeverre stalaanpassingen de komende jaren gaan zorgen voor een vermindering van geurhinder.elingen als Lbv en Lbv-plus.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
34
Projectgerelateerd
4.3.4
Doorkijk 2040
De ontwikkeling van geurhinder na 2040 is in grote mate afhankelijk van landelijk beleid op het gebied van landbouw en veehouderij onder invloed van opgaven voor klimaat, water en natuur. Op dit moment is niet bekend hoe dat beleid eruit gaat zien.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
35
Projectgerelateerd
5
Veiligheid
In onderstaande tabel is een samenvatting van de beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen van de aspecten binnen het thema ‘veiligheid’. Kwaliteitsniveau
Beoordelingsaspect
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Omgevingsveiligheid
↗
Sociale veiligheid
=
Verkeersveiligheid
=
5.1
Omgevingsveiligheid
5.1.1
Indicatoren en kwaliteitsniveaus
Omgevingsveiligheid Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief • Aantal kwetsbare objecten binnen plaatsgebonden risicocontour • Hoeveelheid bebouwing binnen brand- en explosieaandachtsgebied Aanwezigheid van kwetsbare gebouwen binnen 10-6 per jaar PR-contour conform Bkl en aanwezigheid brand- en explosieaandachtsgebied conform Bkl
Schaallat kwaliteitsniveaus Groen Oranje Rood
Er zijn geen kwetsbare gebouwen aanwezig binnen een 10-6 per jaar PR-contour en er is sprake van een beperkt aandeel bebouwing binnen een brand- en explosieaandachtsgebied Er zijn één of meer kwetsbare gebouwen aanwezig binnen een 10-6 per jaar PR-contour of er is wel sprake van een redelijk aandeel bebouwing binnen brand- en explosieaandachtsgebied Er zijn één of meer kwetsbare gebouwen aanwezig binnen een 10-6 per jaar PR-contour en er is sprake van een redelijk aandeel bebouwing binnen brand- en explosieaandachtsgebied
Omgevingsveiligheid (beter bekend onder de naam externe veiligheid) betreft de beschouwing en afweging van de risico’s voor de leefomgeving ten gevolge van een ongeval bij de opslag, het transport en de productie van gevaarlijke stoffen waarbij dodelijke slachtoffers kunnen vallen. Risicobronnen in het kader van omgevingsveiligheid zijn onder andere autosnelwegen, spoorlijnen, vaarwegen en buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Ook bedrijven die grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen gebruiken/ produceren vallen onder omgevingsveiligheid. In het omgevingsveiligheidsbeleid staat de beperking van mogelijke effecten van gevaarlijke activiteiten voor de omgeving centraal. Beleidsverandering ten gevolge van de Omgevingswet Tot de komst van de Omgevingswet bestaat het wettelijk kader uit verschillende besluiten en regelingen. De belangrijkste zijn het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Daarnaast zijn er voor verschillende activiteiten veiligheidsafstanden vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Onder de Omgevingswet wordt het externe-veiligheidsbeleid gemoderniseerd en wordt gesproken van omgevingsveiligheidsbeleid.
Het omgevingsveiligheidsbeleid wordt verankerd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De essentie van het beleid verandert: daar waar onder de vigerende wetgeving het groepsrisico en het plaatsgebonden risico centraal staan, wordt er onder de Omgevingswet uitgegaan van aandachtsgebieden en voorschriftengebieden, in plaats van het 6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
36
Projectgerelateerd
groepsrisico. Hier zal later in het hoofdstuk verder op ingegaan worden. Een aantal termen gaat wijzigen en een deel van het beleid wordt anders ingericht. Dit laatste heeft gevolgen bij ruimtelijke planvorming zoals de invulling van de Toekomstvisie en het omgevingsplan. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico (PR) is het risico op een plaats nabij een transportroute, buisleiding of inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats verblijft, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval met de buisleiding, op de transportroute of binnen de inrichting, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. De weergave van het PR is in de vorm van risicocontouren op een geografische ondergrond weer te geven. Onder de vigerende wetgeving is de 10-6 per jaar PR-contour de grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Onder de Omgevingswet geldt: de 10-6 per jaar PRcontour als grenswaarde voor (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties en als standaardwaarde voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties. Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Het groepsrisico wordt uitgedrukt met een oriëntatiewaarde welke wordt weergegeven in een zogenoemde fN-curve. Op basis van de hoogte van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde en de procentuele stijging ten gevolge van een ruimtelijke ontwikkeling is de mate van verantwoording bepaald. De verantwoording groepsrisico is een afweging van bevoegd gezag, waarbij advies wordt ingewonnen bij de veiligheidsregio, hoe om te gaan met de gevaren en bijbehorende veiligheidsrisico’s. Aandachtsgebieden In plaats van het groepsrisico uit te drukken in een fN-curve, komen er aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn gebieden rond infrastructuur (met transport van gevaarlijke stoffen) of een activiteit (met gevaarlijke stoffen) waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren die in de omgeving kunnen optreden. Dat betekent dat zich, bij een ongeval, nog levensbedreigende gevolgen voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen drie soorten gevaren voor de omgeving: • • •
Warmtestraling (brand) Overdruk (explosie) Concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk)
Het bepalen van een aandachtsgebied maakt direct zichtbaar welke gevaren in een gebied kunnen optreden. Hierdoor vormt het aandachtsgebied een instrument voor bedrijf, bestuurder en burger om het gesprek over veiligheid en bescherming te starten. De gemeente moet in het omgevingsplan binnen deze aandachtsgebieden rekening houden met het groepsrisico. Deze wordt getoetst aan hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Binnen een aandachtgebied zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen toegestaan mits dit goed onderbouwd is (bijvoorbeeld omdat er effect- of kansreducerende maatregelen zijn getroffen). Voor maatregelen ten aanzien van de gevaren van brand en explosie kan de gemeente dat doen door voorschriftengebieden aan te wijzen. Voor nieuwe en bestaande zeer kwetsbare gebouwen is het aanwijzen van een
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
37
Projectgerelateerd
voorschriftengebied verplicht. Onder bestaande zeer kwetsbare gebouwen wordt ook verstaan wat al in het omgevingsplan mogelijk wordt gemaakt.
5.1.2
Huidige situatie
Figuur 5.1 geeft de milieubelastende activiteiten met een extern veiligheidsrisico binnen de gemeente Meierijstad weer. Uit dit figuur kan afgeleid worden dat er meerdere risicobronnen aanwezig zijn. Zo zijn er meerdere locaties waar een tank met brandstof of gas aanwezig is. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met de aanwezigheid van een tankstation of een camping met een gastank. Activiteiten met gevaarlijke stoffen hebben een plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans per jaar dat een persoon, die altijd aanwezig is op die plaats, overlijdt door een ongeval met een gevaarlijke stof. De meeste milieubelastende activiteiten met een extern veiligheidsrisico hebben een PR van 10-6 (één op de miljoen per jaar). Ook geldt voor de meeste milieubelastende activiteiten een aandachtsgebied voor explosie- en/of brandgevaar.
Figuur 5.1: Milieubelastende activiteiten [Atlas van de Leefomgeving, kaart opgesteld door Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2024a]
Aandachtsgebieden zijn gebieden waarbinnen mensen in gebouwen, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Denk bij gebouwen bijvoorbeeld aan woningen, winkels of scholen. Bij nieuwbouwplannen in aandachtsgebieden heeft de gemeente extra aandacht voor de veiligheid van personen. Het type aandachtsgebied maakt direct zichtbaar door welke gevaren (brand, explosie of gifwolk) de omgeving kan worden getroffen. Op Figuur 5.2 is te zien waar de aandachtsgebieden in de gemeente liggen. Door de gemeente lopen meerdere buisleidingen. Verschillende aardgasstations zijn hiermee verbonden. Voor de buisleidingen geldt een PR van 10-8 (één op de 100 miljoen per jaar) en een aandachtsgebied voor brandgevaar. Omdat de buisleidingen deels door de plaatsen lopen, zijn er woningen die binnen het aandachtsgebied voor brandgevaar vallen. Dit speelt met name bij Veghel, Sint-Oedenrode, Havelt en Eerde. Bij de aardgasstations in Eerde en Veghel geldt een PR van 10-6 en een aandachtsgebied voor brandgevaar. Er liggen geen woningen in deze zones.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
38
Projectgerelateerd
Figuur 5.2: Aandachtsgebieden explosie of brandgevaar gemeente Meierijstad [Atlas van de Leefomgeving, kaart opgesteld door Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2024b]
Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat er sprake is van een redelijk aandeel bebouwing binnen een brand- en explosieaandachtsgebied. Er zijn geen kwetsbare gebouwen aanwezig binnen een 10-6 per jaar PR-contour.
5.1.3
Autonome ontwikkeling
In het Beleidskader Milieu 2030 is te lezen welke ambities de provincie op het gebied van externe veiligheid heeft. De provincie wil ten minste voldoen aan de wettelijke normen voor externe veiligheid voor activiteiten die vallen onder provinciaal bevoegd gezag. Denk daarbij bijvoorbeeld aan taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving bij risicorelevante bedrijven en aan de ruimtelijke inpassing van risicorelevante activiteiten. Naast het uitvoeren van haar wettelijke taken investeert de provincie in ondersteunende taken. Denk aan kennis delen over, samenwerken bij en monitoring van de effecten op omgevingsveiligheid. Als hulpmiddel heeft de provincie een stappenplan ontwikkeld [Provincie NoordBrabant, 2024d]. Dit stappenplan helpt gemeenten om de juiste afweging te maken bij ontwikkelingen binnen aandachtsgebieden. Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, met een verbeterende trend. Dit omdat de provincie, veiligheidsregio’s, omgevingsdiensten en andere partners samenwerken om kansen en belemmeringen tijdig te signaleren.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
39
Projectgerelateerd
5.1.4
Doorkijk 2040
Voor omgevingsveiligheid is het aannemelijk dat de geschetste trend in 2030 zich voortzet richting 2040. Of het kwaliteitsniveau nog verbetert van ‘oranje’ naar ‘groen’ is afhankelijk van ontwikkelingen in wet- en regelgeving en de exacte beleidsinvulling na 2030.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
40
Projectgerelateerd
5.2
Sociale veiligheid
5.2.1
Indicatoren en kwaliteitsniveaus
Sociale veiligheid Status gebruikte informatie
Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief • Sociale veiligheidsindex [CBS Veiligheidsmonitor, 2021 en gemeentelijke veiligheidsmonitor, 2022]: o Onveiligheidsgevoelens o Ervaren van overlast o Preventie Benchmarking sociale veiligheid (onveiligheidsgevoelens en ervaren van overlast) en beleving sociale onveiligheid ten opzichte van de provincie Noord-Brabant en geheel Nederland.
Schaallat kwaliteitsniveaus De sociale veiligheidsindex ligt voor alle categorieën (onveiligheidsgevoelens, ervaren van overlast en preventie) en beleving sociale onveiligheid lager dan het landelijk gemiddelde en het gemiddelde van de provincie Noord-Brabant. De sociale veiligheidsindex ligt voor één of meerdere categorieën (onveiligheidsgevoelens, ervaren van overlast en preventie) en beleving sociale onveiligheid hoger dan of gelijk aan het landelijk gemiddelde en het gemiddelde van de provincie Noord-Brabant. De sociale veiligheidsindex ligt voor alle categorieën (onveiligheidsgevoelens, ervaren van overlast en preventie) en beleving sociale onveiligheid hoger dan of gelijk aan het landelijk gemiddelde en het gemiddelde van de provincie Noord-Brabant.
Groen
Oranje
Rood
5.2.2
Huidige situatie
Om de sociale veiligheid te beoordelen, wordt gekeken naar de onveiligheidsgevoelens, het ervaren van overlast en preventie. Samen vormen deze indicatoren de veiligheidsbeleving. De waarde van de indicatoren is gebaseerd op stellingen uit de veiligheidsmonitor [CBS, 2023e]. De indicatoren zijn gepresenteerd als percentages. Onveiligheidsgevoel ‘Onveiligheidsgevoelens’ zijn een meting van hoe onveilig mensen zich voelen. Onveiligheidsgevoelens, zijn gebaseerd op een beoordeling van criminaliteit en veiligheid, inschatting van kans om slachtoffer te worden van criminaliteit, respectloos gedrag en discriminatie. In Figuur 5.3 zijn de onveiligheidsgevoelens van de gemeente Meijerijstad, de provincie Noord-Brabant en Nederland te zien. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen hoe veilig bewoners zich over het algemeen voelen en hoe veilig bewoners zich in buurten voelen. In de gemeente Meijerijstad geven minder bewoners aan zich onveilig te voelen dan in NoordBrabant en Nederland. Ten opzichte van het jaar 2021 zijn bewoners zich in de gemeente Meijerstad minder veilig gaan voelen in het jaar 2023. Datzelfde geldt voor Noord-Brabant en geheel Nederland. In 2021 gaf 28.7% van de bewoners in Meijerijstad aan zich weleens onveilig te voelen in het algemeen. In 2023 was dat 29,2%. In 2021 gaf 7,8% aan zich weleens onveilig te voelen in de buurt. In 2023 was dat 9,4%.
De gemeente Meierijstad houdt ook zelf een monitor over de gemeente bij. Zij geven als gemiddeld rapportcijfer voor veiligheid in de buurt een 7,9. Informatie per buurt is in de gemeentelijke leefbaarheidsmonitor [Gemeente Meierijstad, 2022a] te lezen.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
41
Projectgerelateerd
Onveiligheidsgevoel 40 35 30 25 20 15 10 5 0
Nederland
Nederland
Noord-Brabant (PV)
Noord-Brabant (PV)
2023
2021
2023
2021
Meierijstad (GM) Meierijstad (GM) 2023
2021
Veiligheidsbeleving|Onveiligheidsgevoel in het algemeen|Voelt zich weleens onveilig % Veiligheidsbeleving|Onveiligheidsgevoel in het algemeen|Voelt zich vaak onveilig % Veiligheidsbeleving|Onveiligheidsgevoel in de buurt|Voelt zich weleens onveilig in buurt % Veiligheidsbeleving|Onveiligheidsgevoel in de buurt|Voelt zich vaak onveilig in buurt % Figuur 5.3: Veiligheidsmonitor [CBS, 2023e]. Gevoel van onveiligheid over het algemeen en in buurten
Ervaren van overlast Onder het ervaren van overlast valt fysieke verloedering, sociale overlast, verkeersoverlast en milieuoverlast. Fysieke verloedering heeft betrekking op meerdere onderwerpen, waaronder rommel op straat en bekladde muren. Sociale overlast heeft onder meer betrekking op overlast door dronken mensen op straat, drugshandel en lastiggevallen worden op straat. Verkeersoverlast heeft bijvoorbeeld betrekking op parkeerproblemen en te hard rijden. Milieuoverlast heeft bijvoorbeeld betrekking op geluidsoverlast en stankoverlast. In Figuur 5.4 is te zien dat bewoners in de gemeente Meijerijstad minder vaak aangeven vormen van overlast ervaren dan in Noord-Brabant en in Nederland. Ten opzichte van 2021 ervoeren in 2023 minder bewoners overlast. In Meijerijstad gaf in 2021 37% van de bewoners aan weleens overlast te ervaren. In 2023 was dat 35,7%.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
42
Projectgerelateerd
Ervaren van overlast 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0
Nederland
Nederland
Noord-Brabant (PV)
2023
2021
2023
Noord-Brabant Meierijstad (GM) Meierijstad (GM) (PV) 2021
2023
2021
Ervaart een of meer vormen van overlast % veel overlast Figuur 5.4: Veiligheidsmonitor [CBS, 2023e]. Ervaren van overlast in buurten
Preventief gedrag Preventie gaat over voorzorgsmaatregelen tegen criminaliteit. Het gaat om preventief gedrag, zoals lampen laten branden in woningen bij afwezigheid, preventievoorzieningen in/rond de woning, zoals waardevolle spullen meenemen bij afwezigheid, buurtpreventie en digitale gegevensbescherming. De somscore 'preventief gedrag' (0-4) is samengesteld op basis van de antwoorden van respondenten op de vraag of en hoe vaak ze preventieve maatregelen nemen, waarbij het getal 1 staat voor ‘altijd’ en het geval 5 voor ‘nooit’.
Preventief gedrag 2.45 2.4 2.35 2.3 2.25 2.2 2.15 2.1 2.05 2 1.95
Nederland
Nederland
Noord-Brabant (PV)
2023
2021
2023
Noord-Brabant Meierijstad (GM) Meierijstad (GM) (PV) 2021
2023
2021
Preventie|Preventief gedrag|Preventief gedrag - somscore somscore (0-4) Figuur 5.5: Veiligheidsmonitor [CBS, 2023e] Preventief gedrag
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
43
Projectgerelateerd
Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘groen’, omdat de gemeente Meijerijstad op alle indicatoren beter scoort dan Noord-Brabant en Nederland. Een aandachtspunt is dat het gevoel van onveiligheid in 2023 licht steeg ten opzichte van 2021.
5.2.3
Autonome ontwikkeling
De gemeente Meierijstad werkt samen aan de integrale veiligheid met de gemeentes Heusden, Boxtel, SintMichielsgestel en Vught. Hiervoor is een integraal veiligheidsplan 2023-3026 opgesteld. Hierin worden een aantal trends en ontwikkelingen gesignaleerd [Meierij, 2022]: Een nagenoeg gelijkblijvend aantal misdrijven; Een toename van het aantal meldingen overlast jeugd, jongeren staan in de huidige maatschappij onder druk; Een enorme toename van incidenten met kwetsbare- en/of personen met onbegrepen gedrag; Een daling van het aantal woninginbraken en kans op slachtofferschap (traditionele criminaliteit); Het aantal misdrijven op het gebied van horizontale fraude/digitale oplichting stijgt; Een verharding van ondermijnende criminaliteit; Een toename van maatschappelijke en sociale onrust; Een dalend vertrouwen in de overheid; Meer maatschappelijke vraagstukken worden bij de gemeente neergelegd, veelal (deels) bij veiligheid; De huidige maatschappelijke ontwikkelingen (stijging energiekosten, inflatie) zorgen voor een toename van de druk op een grotere groep inwoners en creëren nieuwe risico’s voor veiligheidsproblematiek.
• • • • • • • • • •
Op basis van deze trends en ontwikkelingen hebben de vijf gemeentes besloten extra aandacht te geven de komen vier jaar aan de volgende overkoepelende strategische thema’s [Meierij, 2022]: 1) Het verstevigen van zorg en veiligheid voor kwetsbare inwoners en huishoudens en jongeren, onder andere door:
Kwetsbare inwoners en huishoudens - Verstevigen van de ketensamenwerking tussen het sociaal domein en veiligheidsinstanties, waarbij (eigen) verantwoordelijkheden, het benutten van mogelijkheden en integraliteit centraal staan. Kwetsbare inwoners en huishoudens - Maatschappelijke coalities verstevigen met bijvoorbeeld woningbouwcoöperaties, in het kader van (vroeg-) signalering en integraliteit. Jongeren - Intensiever samenwerken met ouders/opvoeders, wijk- en maatschappelijke partners (zoals het onderwijs of welzijnsinstanties) om jongeren op een positieve manier onderdeel te laten zijn en blijven van een vertrouwde, veilige buurt. Jongeren - Stevige regie op de ketensamenwerking vanuit de gemeente: (vroegtijdig) investeren in integrale groepsaanpak middels het 7-stappen model (methodiek) en een structurele overlegstructuur.
2) Het vergroten van de digitale veiligheid, onder andere door:
Het eigen huis op orde brengen en houden op het gebied van informatiebeveiliging, zodat we aan het basisniveau voldoen. Investeren op bewustwording en deskundigheidsbevordering van de eigen gemeenten. Integrale voorbereiding op cyberincidenten- en crises bijvoorbeeld met ketenpartners (Veiligheidsregio BrabantNoord, politie en OM); hieronder valt ook de voorbereiding op online aangejaagde ordeverstoringen.
3) Het tegengaan van polarisatie en voorkomen maatschappelijke onrust, onder andere door:
Investeren in sociale cohesie in onze wijken en dorpen, met name gericht op jeugdigen en kwetsbare(n). Investeren in stevige lokale netwerken en het aangaan van andere coalities. Het opzetten van een netwerk van sleutelfiguren om beter in contact te staan met de diverse gemeenschappen.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
44
Projectgerelateerd
4) Het tegengaan van ondermijning/georganiseerde criminaliteit, onder andere door:
We werken in de aanpak van ondermijning integraal samen met de partners binnen het basisteam Meierij. Alleen door samen op te trekken, is het mogelijk een vuist te maken tegen de georganiseerde criminaliteit en ondermijning. Een samenhangende aanpak van preventie, weerbaarheid en verstoring is nodig. Voorop staat het realiseren van impact. We werken aan het voorkomen van jonge aanwas en zetten in op het weerbaar maken van jeugdigen. Investeren op weerbare ondernemers en het bouwen van sterke coalities. Daarnaast gaan we werken aan barrières, om een eerlijk ondernemersklimaat te creëren.
Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘groen’, gelijk aan de huidige situatie. Dit omdat de gemeente inzet op het behouden van een veilige samenleving.
5.2.4
Doorkijk 2040
Als de gemeente Meierijstad het huidige beleid na 2030 voortzet en verder concretiseert is het aannemelijk dat de onveiligheidsbeleving ook na 2030, (positief) beïnvloed wordt. In hoeverre dit leidt tot een verandering in kwaliteitsniveau na 2030 is afhankelijk van het dan vigerende beleid.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
45
Projectgerelateerd
5.3
Verkeersveiligheid
5.3.1
Indicatoren en kwaliteitsniveaus
Verkeersveiligheid Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief • Aantal verkeersdoden per 100.000 inwoners • Aantal verkeersongevallen per 100.000 inwoners Benchmarking aantal verkeersdoden en verkeersongevallen ten opzichte van het gemiddelde van de provincie Noord-Brabant.
Schaallat kwaliteitsniveaus Groen
Oranje
Rood
Het aantal verkeersongevallen en verkeersdoden per 100.000 inwoners is lager dan het aantal verkeersongevallen en verkeersdoden per 100.000 inwoners bij weinig stedelijke gemeenten, de provincie Noord-Brabant en Nederland. Het aantal verkeersongevallen en verkeersdoden per 100.000 inwoners is gelijk aan het aantal verkeersongevallen en verkeersdoden per 100.000 inwoners bij weinig stedelijke gemeenten, de provincie Noord-Brabant en Nederland. Het aantal verkeersongevallen en verkeersdoden per 100.000 inwoners is hoger dan het aantal verkeersongevallen en verkeersdoden per 100.000 inwoners bij weinig stedelijke gemeenten, de provincie Noord-Brabant en Nederland.
De verkeersveiligheid wordt beïnvloed door de fysieke infrastructuur en het gedrag van verkeersdeelnemers. De meeste ongelukken in het verkeer gebeuren als gevolg van menselijke fouten. Afleiding speelt een rol bij het ontstaan van 68% van de ongevallen. Eén van de bronnen van afleiding is het gebruik van een smartphone of andere apparatuur tijdens verkeersdeelname. Het aantal ernstig verkeersgewonden is de afgelopen tien jaar landelijk gezien gestegen met gemiddeld 2,5% per jaar. In de afgelopen 10 jaar is het aantal verkeersdoden onder fietsers niet duidelijk afgenomen en het aantal verkeersdoden onder fietsers laat zelfs een stijgende trend zien. Het is aannemelijk dat de vergrijzing hierbij een rol speelt. Ook worden de wegen steeds drukker met de diverse vormen van vervoer (speed pedelecs en elektrische fietsen), waardoor de kans op ongelukken wordt vergroot [CBS, 2024a]. In 2023 nam het aantal verkeersdoden landelijk af ten opzichte van 2022 [CBS, 2024a]. Met name het aantal dodelijke slachtoffers onder fietsers, automobilisten en brom- en snorfietsers en brommobielen nam af. Het aantal dodelijke slachtoffers onder voetgangers en gemotoriseerd invalidenvoertuigen nam juist toe. Fietsongevallen komen voornamelijk voor onder 60+’ers, terwijl auto-ongelukken voornamelijk voorkomen bij slachtoffers jonger dan 40 jaar.
Figuur 5.6: Aantal verkeersdoden [CBS, 2024b]
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
46
Projectgerelateerd
5.3.2
Huidige situatie
Verkeersdoden Het aantal verkeersdoden nam landelijk in 2021 in totaal af ten opzichte van de jaren 2018 tot en met 2020. In 2022 was er weer een stijging van aantal verkeersdoden tot het hoogste aantal vanaf het jaar 2018. In dat jaar was de voornaamste stijging te zien in de leeftijdscategorieën vanaf de 60. Vooral het aantal dodelijke ongelukken met personenauto’s en fietsen steeg. In 2023 nam het aantal dodelijke verkeersslachtoffers weer af. In de gemeente Meierijstad neemt het aantal verkeersdoden sinds 2018 toe, met een piek in 2020. Het aantal verkeersdoden ligt in Meierijstad hoger ten opzichte van de provincie Noord-Brabant, Nederland en weinig stedelijke gemeenten In Figuur 5.7 is het aantal verkeersdoden door de jaren heen te zien.
Figuur 5.7: Verkeersongevallen met dodelijke afloop [SWOV, 2023]
Verkeersongevallen In Figuur 5.8 is het aantal verkeersongevallen, met letsel als gevolg, per 100.000 inwoners in de periode 2018-2022 in de gemeente Meierijstad weergeven ten opzichte van weinig stedelijke gemeenten, de provincie Noord-Brabant en Nederland. Een groot deel van de ongelukken gebeurt op de provinciale weg. De gemeente heeft hier dus geen invloed op. Uit de figuur blijkt dat het aantal ongevallen, met letsel als gevolg, per 100.000 inwoners in de gemeente Meierijstad sinds 2018 lager ligt dan het aantal per 100.000 inwoners van weinig stedelijke gemeenten en
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
47
Projectgerelateerd
Nederland. Voor zowel Meierijstad, de provincie, Nederland als matig stedelijke gebieden geldt dat het aantal verkeersongevallen vanaf 2021 een stijgende lijn heeft.
Figuur 5.8: Aantal verkeersongevallen [SWOV, 2023]
Ervaren overlast verkeer Het ervaren van verkeersoverlast heeft betrekking op parkeerproblemen, overlast door te hard rijden en overlast door agressief rijgedrag. In Figuur 5.9 is te zien dat er minder verkeeroverlast wordt ervaren in de gemeente Meierijstad dan in de provincie Noord-Brabant en geheel Nederland. Wel is te zien dat er in 2023 een toename was van verkeeroverlast ten opzichte van 2021.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
48
Projectgerelateerd
Ervaren verkeersoverlast 35 30 25 20 15 10 5 0
Nederland
Nederland
Noord-Brabant (PV)
Noord-Brabant (PV)
2023
2021
2023
2021
Meierijstad (GM) Meierijstad (GM) 2023
2021
Leefbaarheid en overlast in woonbuurt|Overlast in buurt|Verkeersoverlast|Parkeerproblemen % veel overlast Leefbaarheid en overlast in woonbuurt|Overlast in buurt|Verkeersoverlast|Te hard rijden % veel overlast Leefbaarheid en overlast in woonbuurt|Overlast in buurt|Verkeersoverlast|Agressief gedrag in verkeer % veel overlast Leefbaarheid en overlast in woonbuurt|Overlast in buurt|Verkeersoverlast|Een of meer vormen van verkeersoverlast % veel overlast Figuur 5.9: Ervaren verkeersoverlast [CBS, 2024b]
Verkeersveiligheid De gemeente Meierijstad kreeg in 2021 een rapportcijfer van een 3,26 op het thema verkeersveiligheid. Noord-Brabant kreeg een 3,75, net iets hoger dan de gemeente Meierijstad. Het Nederlandse rapportcijfer was een 4,06. Daarmee scoort de gemeente Meierijstad net iets lager dan Noord-Brabant en Nederland. Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘rood’, omdat de gemeente Meierijstad wat betreft aantal verkeersdoden en verkeersongevallen slechter scoort ten opzichte van Noord-Brabant en Nederland.
5.3.3
Autonome ontwikkeling
De voertuigverliesuren en -kilometers voor het gemotoriseerd verkeer nemen tussen 2015 en 2035 in de gemeente Meierijstad waarschijnlijk toe [Gemeente Meierijstad, 2021]. De ontsluitingsstructuur zorgt richting de toekomst in onvoldoende mate voor een goede bereikbaarheid van het gebied. Er zijn aanvullende maatregelen nodig om de woongebieden en de bedrijventerreinen ook in de toekomst bereikbaar, veilig, leefbaar en gezond te houden. De gemeente Meierijstad zet in op drie hoofdambities, namelijk: 1. Bereikbaar Meierijstad “werken aan een economisch vitale stad” 2. Leefbaar Meierijstad “zorg dragen voor een prettige en veilige leefomgeving” 3. Duurzaam en gezond Meierijstad “transitie naar een duurzame, gezonde en slimme mobiliteit”
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
49
Projectgerelateerd
Er wordt ingezet op meerdere deelprogramma’s om de hoofdambities te bereiken. Eén van deelprogramma’s zet in op het zorgdragen voor een prettige en veilige leefomgeving. In dit deelprogramma worden risicolocaties aangepakt en wordt de verkeersveiligheid verbeterd. Specifieke locaties worden in de visie benoemd en er wordt ingezet op mensgerichte maatregelen, zoals verkeersexamens en buurtbegeleidingstrajecten. Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘rood’, met een gelijkblijvende trend ten opzichte van de huidige situatie. De gemeente noemt in haar mobiliteitsvisie (2021) een aantal risicolocaties die zij wil aanpakken, daarbij worden concrete maatregelen genoemd om de verkeersveiligheid te verbeteren. Het is onzeker of deze maatregelen voldoende gaan zijn om het toenemend verwachte aantal verkeersbewegingen het hoofd te bieden en de trend van het toenemend aantal verkeersongevallen de afgelopen jaren te doen keren.
5.3.4
Doorkijk 2040
De huidige mobiliteitsvisie geeft een doorkijk naar het jaar 2030. Ontwikkelingen als diversificatie van verkeersdeelnemers en autonoom rijden zullen naar verwachting na 2030 verder ontwikkeld zijn dan daarvoor. De mate waarin het verkeersbeleid daarin is mee ontwikkeld en in staat is om het risico op verkeersongevallen te verminderen is echter onzeker.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
50
Projectgerelateerd
6
Welzijn
In onderstaande tabel is een samenvatting van de beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen van de aspecten binnen het thema ‘welzijn’. Kwaliteitsniveau
Beoordelingsaspect
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Beweegvriendelijke leefomgeving
↘
Maatschappelijke basisvoorzieningen
=
Maatschappelijke deelname
↘
6.1
Beweegvriendelijke leefomgeving en leefstijl
6.1.1
Indicatoren en kwaliteitsniveaus
Beweegvriendelijke leefomgeving Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief • Kernindicator beweegvriendelijke leefomgeving • Opinie buurtbewoners over sport- en speelvoorzieningen • Voldoende beweging en overgewicht Landelijke benchmark op basis van kernindicator beweegvriendelijke omgeving van het RIVM en het percentage mensen met overgewicht ten opzichte van het streven in het Nationale Preventieakkoord
Schaallat kwaliteitsniveaus De score voor de kernindicator beweegvriendelijke omgeving is 65 of hoger, het aantal volwassenen met overgewicht is minder dan 38% De score voor de kernindicator beweegvriendelijke omgeving ligt boven de 55 en de onder de 65, het aantal volwassenen met overgewicht ligt tussen de 38-50% De score voor de kernindicator beweegvriendelijke omgeving is 55 of lager, het aantal volwassenen met overgewicht is meer dan 50%
Groen Oranje Rood
6.1.2
Huidige situatie
Kernindicator beweegvriendelijke leefomgeving “Een beweegvriendelijke omgeving faciliteert, stimuleert en daagt uit om te bewegen en te sporten. Denk hierbij aan voldoende wandel- en fietspaden, speeltuinen, parken en bos. Het beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte is primair een lokale verantwoordelijkheid.” [Sociaal Cultureel Planbureau, 2018]. Het RIVM heeft een kernindicator beweegvriendelijke omgeving ontwikkeld [RIVM, 2022d]. De beweegvriendelijke omgeving is één van de 20 kernindicatoren voor het landelijk monitoren van sport en bewegen. Het laat voor alle gemeenten in Nederland zien hoe de publieke ruimte in de fysieke woonomgeving scoort op de mogelijkheid voor mensen om te bewegen en te sporten. De kernindicator wordt bepaald door vier deelindicatoren 9: 1. Sportaccommodaties: diversiteit en nabijheid voetbalvelden, hockeyvelden, tennisbanen, sporthallen, fitnessvoorzieningen en zwembaden; 9
Per gemeente wordt de absolute score (gebaseerd op objectieve registraties) op de onderliggende elementen omgerekend naar een score tussen de 0 en 100. De score wordt per deelindicator berekend door de score op alle onderliggende elementen te middelen. Het gemiddelde van de scores op de vier deelindicatoren is uiteindelijk de waarde voor de kernindicator.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
51
Projectgerelateerd
2. Sport- en speelplekken: nabijheid sport- en speelplekken in de openbare ruimte; 3. Recreatief groen- en blauw: nabijheid van oppervlakten parken, water geschikt voor recreatief gebruik, en; 4. Nabijheid van voorzieningen: gemiddelde afstand tot voorzieningen van algemeen dagelijks gebruik, zoals supermarkten en scholen. In Tabel 6.1 is te zien dat de gemeente Meierijstad iets slechter scoort op de kernindicator beweegvriendelijke leefomgeving dan gemiddeld in Nederland in 2022. De waarde van de kernindicator is het gemiddelde van de scores op de vier deelindicatoren. Op de deelindicatoren sportaccomodaties, recreatief groen-blauw en nabijheid voorzieningen scoort Meierijstad slechter dan gemiddeld in Nederland. Met name op nabijheid voorzieningen scoort Meierijstad aanmerkelijk lager. Op de deelindicator speelplekken scoort Meierijstad juist hoger dan landelijk gemiddeld. Tabel 6.1: Score beweegvriendelijke leefomgeving gemeente Meierijstad ten opzichte van Nederland (2022) [RIVM, 2022d]
Kernindicator
Deelindicator
Beweegvriendelijke omgeving
1. Sportaccommodaties
2. Speelplekken
3. Recreatief groen-blauw
4. Nabijheid voorzieningen
Nederland
65
58
80
62
63
Gemeente Meierijstad
62
53
91
56
48
Sportaccomodaties (1) en speelplekken (2) Zoals hierboven toegelicht scoort de gemeente Meierijstad bovengemiddeld op de deelindicator speelplekken. In Figuur 6.1 zijn de speel en sportlocaties in de gemeente Meierijstad weergegeven. Meierijstad heeft ruim 240 speelplekken met in totaal ongeveer 1300 (speel)toestellen. Sport- en speelplaatsen
Figuur 6.1: Sport en speelplaatsen in de gemeente Meierijstad [Gemeente Meierijstad, 2024a]
In 2022 is onderzocht hoe bewoners in gemeente Meirijstad de leefbaarheid en veiligheid ervaren [Companen, 2023]. In Figuur 6.2 en Figuur 6.3 is weergegeven of bewoners vinden dat er in hun buurt 6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
52
Projectgerelateerd
goede speelplekken en voldoende sportvoorzieningen zijn. Meer dan de helft van de bewoners is het hier (helemaal) mee eens. Buurten die er negatief uitspringen zijn Schijndel, Scheifelaar & Veghels Buiten, Leest en Veghel Centrum.
Figuur 6.2 Percentage bewoners in de gemeente Meierijstad dat vindt dat er in de buurt speelplekken voor kinderen zijn [Companen, 2023]
Figuur 6.3 Percentage bewoners in de gemeente Meierijstad dat vindt dat er in de buurt voldoende sportvoorzieingen zijn [Companen, 2023]
Recreatief groen-blauw (3) Voor het dagelijks gebruik van groen (spelen, ommetjes, luieren en sporten) en het vergroten van de mentale weerstand zijn openbare groengebieden binnen een afstand van 500 meter van de woning van belang. Europees onderzoek adviseert een maximale afstand van 300 meter tot stedelijke groen met een minimale afmeting van 1 hectare [Van den Bosch et al., 2016]. De gemiddelde afstand tot openbaar groen ligt in Meierijstad op 500 meter. Dit is verder dan de aanbevolen afstand uit Europees onderzoek, maar is gelijk aan het landelijk en provinciaal gemiddelde. Nabijheid voorzienigen (4) De nabijheid van voorzieningen is verder behandeld onder het volgende aspect ‘maatschappelijke basisvoorzieningen’. Gezond gedrag inwoners Een gezonde leefstijl bestaat uit onder anderen uit voldoende bewegen en gezonde voeding. In Tabel 6.2 is weergegeven hoeveel procent van de volwassenen en kinderen genoeg beweegt en hoeveel procent overgewicht (inclusief obesitas) heeft. Onder de volwassenen voldoet 44% aan de beweegrichtlijn: ten minste 2,5 uur per week matig intensieve inspanning en ten minste 2x per week spier- en botversterkende activiteiten. Onder kinderen (4 tot 11 jaar) voldoet 46% aan de Nederlandse norm voor gezond bewegen: 7 dagen per week minimaal 1 uur per dag sporten/bewegen. De helft van de volwassenen in Meierijstad heeft overgewicht.
Dit is vrijwel gelijk aan het provinciale gemiddelde. Onder kinderen van 2 tot 11 jaar heeft 11% overgewicht in Meierijstad. Met het Nationale Preventieakkoord streeft de Nederlandse overheid ernaar om in 2040 het aantal mensen met overgewicht terug te brengen van 50 naar 38 procent [NOS, 2022].
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
53
Projectgerelateerd
Tabel 6.2: Gezonde leefstijl onder volwassenen en kinderen in de gemeente Meierijstad [GGD, 2021; GGD, 2022]
Gemeente Meieijstad
Provincie Noord-Brabant
Voldoet aan de beweegrichtlijnen 10
44%
45%
Sport ten minste 1 dag in de week
56%
54%
Volwassenen met overgewicht (incl. obesitas)
50%
52%
Nederlandse norm gezond bewegen 11 (4-11 jaar)
46%
45%
Kinderen met overgewicht (incl. obesitas) (2-11 jaar)
11%
12%
Volwassenen (18+) – 2022
Kinderen (t/m 11 jaar) – 2021
Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat de score voor de kernindicator beweegvriendelijke omgeving met 62 boven de 55 en onder de 65 ligt. Daarnaast heeft 50% van volwassenen overgewicht terwijl het streven in het Nationale Preventieakkoord is om dit percentage terug te brengen naar 38%.
6.1.3
Autonome ontwikkeling
Algemene trends Autonoom staan de deelindicatoren die vallen onder de kernindicator ‘beweegvriendelijke leefomgeving’ onder druk. Ruimteclaims voor woningbouw en energietransitie vormen risico’s voor speelplekken, sportvoorzieningen en de nabijheid van groen en buitengebieden. Doordat meer mensen ouder worden, neemt ook het aantal mensen met een chronische ziekte, sociale problemen en eenzaamheid toe. Er zal vaker sprake zijn van een opeenstapeling van gezondheids- en sociale problemen bij kwetsbare groepen [RIVM, 2018b]. De komende jaren zal door vergrijzing, migratie en het toenemende belang van de beleving van sport een verschuiving plaatsvinden naar andere typen sport, vooral naar meer individuele (zelfgeorganiseerde) sporten of alternatieven op bestaande sporten. Voorbeelden hiervan zijn hardlopen en bootcampen in zelfgeorganiseerde groepjes, maar ook wandelvoetbal voor ouderen, kitesurfen en klimmen. Landelijke trends en ontwikkelingen in de sport laten zien dat Nederlanders in 2035 minder vaak lid zijn van een sportvereniging. Dit heeft naar verwachting gevolgen voor de manier waarop sport georganiseerd wordt, waarbij de openbare ruimte vaker gebruikt zal worden om te sporten [Sociaal Cultureel Planbureau, 2018]. Gemeentelijk beleid De gemeente heeft een speelvisie opgesteld.
Conclusie De autonome ontwikkeling is net als de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, met een verslechtere trend ten opzichte van de huidige situatie. Vanwege het ontbreken van concreet beleid gericht op een beweegvriendelijke leefomgeving is er een risico op een verslechterende trend.
10 11
Ten minste 2,5 uur per week matig intensieve inspanning en ten minste 2x per week spier- en botversterkende activiteiten 7 dagen per week minimaal 1 uur per dag sporten/bewegen
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
54
Projectgerelateerd
6.1.4
Doorkijk 2040
Of en hoe de beweegvriendelijkheid van de leefomgeving zich ontwikkelt na 2030 is sterk afhankelijk van het beleid van de gemeente Meierijstad. Verwacht kan worden dat de druk op de beweegvriendelijke leefomgeving verder zal toenemen.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
55
Projectgerelateerd
6.2
Maatschappelijke basisvoorzieningen
6.2.1
Indicatoren en kwaliteitsniveaus
Maatschappelijke basisvoorzieningen Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief • Gemiddelde afstand tot voorzieningen (horeca & winkels, culturele & recreatieve voorzieningen, gezondheidszorg) • Opinie buurtbewoners over nabijheid voorzieningen Benchmarking op basis van de afstand tot maatschappelijke voorzieningen (horeca en winkels, culturele voorzieningen, gezondheidszorg en welzijn) ten opzichte van het provinciale gemiddelde
Schaallat kwaliteitsniveaus De afstand tot alle typen maatschappelijke voorzieningen (horeca & winkels, culturele & recreatieve voorzieningen, gezondheidszorg) is kleiner dan het provinciale gemiddelde De afstand tot één of twee typen maatschappelijke voorzieningen (horeca & winkels, culturele & recreatieve voorzieningen, gezondheidszorg) is groter dan het provinciale gemiddelde De afstand tot alle typen maatschappelijke voorzieningen (horeca & winkels, culturele & recreatieve voorzieningen, gezondheidszorg) is groter dan het provinciale gemiddelde
Groen Oranje Rood
6.2.2
Huidige situatie
Adequate voorzieningen zijn maatschappelijke voorzieningen waartoe eenieder toegang zou moeten hebben. Het gaat om voorzieningen op wijk, stad en regionaal niveau. Onder het aspect maatschappelijke basisvoorzieningen beschouwen we horecavoorzieningen, winkels, culturele voorzieningen en gezondheidszorg. Een andere belangrijke basisvoorziening is onderwijs. Dit is behandeld onder een apart aspect (zie hoofdstuk 13.4). Horeca en winkels In Tabel 6.3 is weergegeven wat de gemiddelde afstand tot horeca en winkels is in Meierijstad. Ten opzichte van het provinciale gemiddelde liggen grote supermarkten, voorzieningen voor dagelijkse levensmiddelen, cafetaria’s, restaurants en hotels gemiddeld verder weg in Meierijstad. Enkel de afstand tot warenhuizen is kleiner. Tabel 6.3: Afstand tot horecavoorzieningen en winkels in gemeente Meierijstad (in km, 2021) [CBS, 2021]
Type voorziening
Gemeente Meierijstad
Provincie Noord-Brabant
Grote supermarkt
1,2
0,9
Overige dagelijkse levensmiddelen
1,0
0,8
Warenhuis
2,2
2,6
Cafés
1,0
1,0
Cafetaria's
0,8
0,7
Restaurants
1,0
0,8
Hotels
4,3
2,4
In 2022 is onderzocht hoe bewoners in gemeente Meirijstad de leefbaarheid en veiligheid ervaren [Companen, 2023]. In Figuur 6.4 is weergegeven of bewoners vinden dat in hun buurt voldoende winkels voor dagelijkse boodschappen zijn. Meer dan 70% is het daar (helemaal) mee eens en 20% is het daar (helemaal) mee oneens. Buurten die er negatief uitspringen zijn Nijnsel (66% oneens), Olland (66% oneens), Eerde (68% oneens), Wijbosch (68% oneens), Boerdonk (78% oneens) en Zijtaart (86% oneens).
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
56
Projectgerelateerd
Figuur 6.4: Percentage bewoners in de gemeente Meierijstad dat vindt dat er in de buurt voldoende winkels voor dagelijkse boodschappen zijn [Companen, 2023]
Culturele en recreatieve voorzieningen Veel culturele en recreatieve voorzieningen zijn in de gemeente Meierijstad dichterbij aanwezig dan gemiddeld in de provincie Noord-Brabant (zie Tabel 6.4), zoals de bibliotheek, het zwembad en de bioscoop. Tabel 6.4: Afstand tot culturele voorzieningen in gemeente Meierijstad (in km, 2021) [CBS, 2021]
Type voorziening
Gemeente Meierijstad
Provincie Noord-Brabant
Bibliotheek
1,8
2,2
Zwembad
2,5
3,4
Museum
4,1
4,2
Podiumkunsten (excl. festivals)
3,5
4,9
Poppodium
11,4
9,8
Bioscoop
3,7
6,8
Sauna
11,5
6,8
Attractie
6,4
5,3
In Figuur 6.5 is weergegeven hoe bewoners in Meierijstad denken over de hoeveelheid culturele voorzieningen. De helft van de bewoners vindt dat er in de buurt voldoende culturele activiteiten zijn. Van de bewoners vindt 19% het aantal culturele activiteiten in de buurt onvoldoende.
Figuur 6.5: Percentage bewoners in de gemeente Meierijstad dat vindt dat er in de buurt voldoende culturele activiteiten zijn [Companen, 2023]
Gezondheidszorg De gezondheidszorg in Meierijstad ligt gemiddeld verder weg dan in de provincie Noord-Brabant (zie Tabel 6.5). Enkel de brandweerkazerne ligt iets dichterbij.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
57
Projectgerelateerd
Tabel 6.5: Afstand tot gezondheidszorg in gemeente Meierijstad ten opzichte van provincie Noord-Brabant (in km, 2021) [CBS, 2022a]
Gemeente Meierijstad
Provincie Noord-Brabant
Huisartsenpraktijk
1,3
1,0
Huisartsenpost
12,0
6,7
Apotheek
1,6
1,4
Ziekenhuis (incl. buitenpolikliniek)
9,7
5,2
Ziekenhuis (excl. buitenpolikliniek)
12,0
7,2
Brandweerkazerne
1,9
2,0
In Figuur 6.6 is weergegeven hoe bewoners in Meierijstad denken over de hoeveelheid voorzieningen voor gezondheidszorg. Meer dan de helft van de bewoners vindt dat er in de buurt voldoende voorzieningen voor gezondheidszorg zijn. Onder de bewoners vindt 20% het aantal voorzieningen voor gezondheidszorg in de buurt onvoldoende. De buurten die er negatief uitspringen komen overeen met de buurten die slecht scoren op voldoende winkels voor dagelijkse boodschappen. Respectievelijk zijn dit Wijbosch (58% oneens), Nijnsel (64% oneens), Zijtaart (66% oneens), Olland (68% oneens), Boerdonk (68% oneens) en Eerde (75% oneens).
Figuur 6.6: Percentage bewoners in de gemeente Meierijstad dat vindt dat er in de buurt voldoende voorzieningen voor gezondheidszorg zijn [Companen, 2023]
Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat de afstand tot voorzieningen voor horeca & winkels en gezondheidszorg in Meierijstad groter is dan het provinciale gemiddelde. De afstand tot culturele & recreatieve voorzieningen is in Meierijstad wel kleiner dan provinciaal gemiddeld.
6.2.3
Autonome ontwikkeling
Algemene trends Het is de verwachting dat de druk op voorzieningen (zoals zorg) in Nederland toe zal nemen door toename in de bevolking en verandering van de bevolkingssamenstelling met een toename in vergrijzing. De vraag naar fysieke winkelruimte zal in de komende jaren verder afnemen, onder andere vanwege de opkomst van het online winkelen. Met name in de landelijke gebieden zal het aantal voorzieningen onder druk komen te staan, waardoor de leefbaarheid van de (kleinere) kernen risico loopt. Provinciaal beleid De provincie Noord-Brabant heeft in mei 2024 het Beleidskader Wonen en Werken vastgesteld. Dit beleidskader verwoord waar de ontwikkeling van ‘sterke steden en vitale kernen’ rekening mee moet houden. Het beleidskader benoemd dat detailhandel, horeca en voorzieningen een essentieel onderdeel zijn van de leefbaarheid van de Brabantse steden en dorpen. De provincie streeft er daarom naar om detailhandelsontwikkelingen in een breder regionaal kader te plaatsen en verspreide detailhandel te 6 december 2024