Meierijstad Toekomstvisie OER - Foto van de leefomgeving
Tekst van het document
RAPPORT Omgevingseffect Rapport (OER) bij Toekomstvisie Meierijstad 2040 Foto van de leefomgeving Klant:
Gemeente Meierijstad
Referentie: BJ9389-FvdL-RP-03 Status:
Definitief/01
Datum:
6 december 2024
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 88 348 20 00 Fax: +31 33 463 36 52 Email: info@rhdhv.com Website: royalhaskoningdhv.com
Titel document: Omgevingseffect Rapport (OER) bij Toekomstvisie Meierijstad 2040 OndertitelReferentie: BJ9389-FvdL-RP-03 Status: 01/Definitief Datum: 6 december 2024 Projectnaam: OER Meierijstad Projectnummer: BJ9389
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
1
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Introductie
4
1.1
Wat is een ‘foto van de leefomgeving’?
4
1.2
Wat wordt er gedaan met de informatie uit de ‘foto van de leefomgeving’?
4
2
Hoe is de ‘foto van de leefomgeving’ gemaakt?
6
2.1
Het beoordelingskader
6
2.2
Welke wetten, regels en beleid worden meegenomen in de ‘foto van de leefomgeving’? 10
2.3
Wat wordt er al ontwikkeld in de gemeente Meierijstad?
11
3
Wat blijkt er uit de Foto van de leefomgeving?
12
3.1
Kwaliteitsniveaus, knelpunten en aandachtspunten
13
3.2
Aandachtspunten voor verdere uitwerking van de Toekomstvisie
13
4
Omgeving
16
4.1
Geluidhinder
16
4.2
Luchtkwaliteit
24
4.3
Geurhinder
32
5
Veiligheid
36
5.1
Omgevingsveiligheid
36
5.2
Sociale veiligheid
41
5.3
Verkeersveiligheid
46
6
Welzijn
51
6.1
Beweegvriendelijke leefomgeving en leefstijl
51
6.2
Maatschappelijke basisvoorzieningen
56
6.3
Maatschappelijke deelname
61
7
Bodem en water
65
7.1
Bodem
65
7.2
Grondwater
72
7.3
Oppervlaktewater
80
8
Natuur
87
8.1
Natura 2000
87
8.2
Natuurnetwerk Brabant
92
8.3
Biodiversiteit
95
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
2
Projectgerelateerd
9
Landschap en cultureel erfgoed
99
9.1
Landschappelijke waarden
99
9.2
Archeologie en cultuurhistorische waarden
101
10
Klimaat
106
10.1
Broeikasgassen
106
10.2
Hittestress
110
10.3
Droogte
116
10.4
Hemelwateroverlast
122
11
Duurzaamheid
126
11.1
Grondstoffen en circulariteit
126
11.2
Duurzame energieopwekking en warmtebronnen
129
11.3
Energiebehoefte en besparing
132
11.4
Energiezuinige woningen
134
12
Wonen
137
12.1
Woningaanbod en -behoefte
137
13
Economie
144
13.1
Werkgelegenheid
144
13.2
Agrarische sector
147
13.3
Werklocaties en bedrijventerreinen
152
13.4
Onderwijs en innovatie
157
13.5
Vrijetijdseconomie
160
14
Mobiliteit
162
14.1
Autobereikbaarheid en doorstroming
162
14.2
Fiets- en wandelnetwerk
165
14.3
Openbaar vervoer
169
14.4
Duurzame mobiliteit
172
Referentielijst
6 december 2024
175
BJ9389-FvdL-RP-03
3
Projectgerelateerd
1
Introductie
De gemeente Meierijstad werkt aan een integrale strategische visie voor de toekomst: de Toekomstvisie Meierijstad 2035. In de Toekomstvisie worden strategische uitspraken op zowel het sociaalmaatschappelijke, het economische, het ruimtelijke als het bestuurlijke domein. De Toekomstvisie wordt formeel ook als gemeentelijke Omgevingsvisie conform de Omgevingswet vastgesteld. In dat kader wordt ook een m.e.r.-procedure doorlopen, resulterend in de een Omgevingseffect Rapport (OER). In het OER wordt beschreven wat de huidige staat is van de leefomgeving van Meierijstad in brede zin, hoe die zich in de toekomst ontwikkelt met het huidige beleid, en hoe het nieuwe beleid in de Toekomstvisie dat beïnvloedt. Dat wordt gedaan op basis van beoordelingsaspecten zoals opgenomen in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Daarbij wordt de leefomgeving in brede zin opgevat, waarbij ook sociaal-economische en sociaal-maatschappelijke aspecten betrokken worden – voor zover die raakvlak hebben met de leefomgeving. De huidige staat van de leefomgeving en de toekomstige ontwikkeling met het huidige beleid worden beschreven in de voorliggende ‘Foto van de leefomgeving’.
1.1
Wat is een ‘foto van de leefomgeving’?
De ‘foto van de leefomgeving’ is de referentiesituatie die gebruikt wordt in het OER. Het beschrijft hoe de leefomgeving er nu voor staat, dit wordt de huidige situatie genoemd. Ook is in beeld gebracht hoe de leefomgeving naar verwachting ontwikkelt in de toekomst (2030-2040). Dit wordt de autonome ontwikkeling genoemd. De autonome ontwikkeling is de verwachte toekomstige situatie bij voortzetting van het huidige beleid, rekening houdend met autonome trends (bijvoorbeeld klimaatverandering) en al genomen besluiten over ingrepen in de leefomgeving. Per beoordelingsaspect wordt de huidige situatie en de autonome ontwikkeling beschreven. Op die manier brengt de ‘foto van de leefomgeving’ in beeld wat de kwaliteit is van de verschillende aspecten van de leefomgeving in Meierijstad. Ook laat de ‘foto van de leefomgeving’ zien bij welke leefomgevingsaspecten er, nu en in de toekomst, problemen en knelpunten optreden en welke autonome trends er daarin te verwachten zijn. Deze informatie vormt belangrijke input voor de Toekomstvisie. Door tijdig te weten waar knelpunten of problemen zich voordoen kan er in de Toekomstsvisie een keuze gemaakt worden voor nieuw strategisch beleid dat daar op gericht is.
1.2
Wat wordt er gedaan met de informatie uit de ‘foto van de leefomgeving’?
Zoals hierboven beschreven vormt de ‘foto van de leefomgeving’ de basis voor het OER bij de Toekomstvisie van de gemeente Meierijstad. In het OER wordt het nieuwe beleid uit de Toekomstvisie getoetst op effecten in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten ten opzichte van de referentielijst. Het OER heeft een abstract karakter en de effecten worden daarom kwalitatief beoordeeld. Door het nieuwe beleid uit de Toekomstvisie te beoordelen in het OER ontstaat een beeld van de te verwachten impact van het nieuwe beleid, inclusief mate van invloed dat het nieuwe (strategische) beleid heeft op autonome trends en ontwikkelingen ten opzichte van het bestaande beleid. In het OER wordt een samenvatting opgenomen van de ‘foto van de leefomgeving’. Basis voor monitoring De horizon voor de Toekomstvisie is 2040 en het karakter is abstract. Dat maakt dat het nog onduidelijk is hoe het beleid uit de Toekomstvisie precies wordt uitgevoerd. Daarnaast is er onzekerheid over de 6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
4
Projectgerelateerd
implicaties die het beleid op lange termijn heeft voor de fysieke leefomgeving. Daarom is het belangrijk dat er vroegtijdig wordt ingezet op monitoring van de kwaliteit van de leefomgeving. Gezien deze onzekerheden is het belangrijk om met monitoring de ‘vinger aan de pols te houden’. Dit wordt gedaan tijdens de periode dat het beleid uitgevoerd wordt. Op die manier kan er bij eventuele onvoorziene omstandigheden tijdig bijgestuurd worden. Ook voor deze monitoring is het belangrijk om een beeld te hebben van de uitgangssituatie waartegen autonome ontwikkelingen en het optreden van effecten, kansen en risico’s kunnen worden afgezet. Deze beschrijving van de ‘foto van de leefomgeving’ biedt daarom ook een basis voor toekomstige monitoring.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
5
Projectgerelateerd
2
Hoe is de ‘foto van de leefomgeving’ gemaakt?
2.1
Het beoordelingskader
De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de Toekomstvisie worden in beeld gebracht aan de hand van het beoordelingskader (zie tabel 2.1). Het beoordelingskader volgt de brede en integrale benadering uit de Omgevingswet [Aan de slag met de Omgevingswet, 2019]. Dit betekent dat naast de thema’s binnen de fysieke leefomgeving het beoordelingskader ook sociale en economische thema’s bevat. Het beoordelingskader voor Meierijstad staat in onderstaande tabel. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is een eerste versie van het beoordelingskader gepubliceerd. Onderstaand beoordelingskader is ten opzichte van de NRD verder aangescherpt, waarbij sommige beoordelingsaspecten zijn opgesplitst, samengevoegd of toegevoegd. Tabel 2.1: Beoordelingskader zoals gehanteerd in deze ‘foto van de leefomgeving’
Thema
Beoordelingsaspect
Omgeving
Geluidhinder, luchtkwaliteit, geurhinder
Veiligheid
Omgevingsveiligheid, sociale veiligheid, verkeersveiligheid
Welzijn
Beweegvriendelijke leefomgeving, maatschappelijke basisvoorzieningen, maatschappelijke deelname
Bodem en water
Bodem, grondwater, oppervlaktewater
Natuur
Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Brabant, biodiversiteit
Landschap en cultureel erfgoed
Landschappelijke waarden, archeologie en cultuurhistorische waarden
Klimaat
Broeikasgassen, hittestress, droogte, hemelwateroverlast
Duurzaamheid
Grondstoffen en circulariteit, duurzame energieopwekking en warmtebronnen, energiebehoefte en besparing, energiezuinige woningen
Wonen
Woningaanbod en -behoefte
Economie
Werkgelegenheid, agrarische sector, werklocaties en bedrijventerreinen, onderwijs en innovatie, vrijetijdseconomie
Mobiliteit
Autobereikbaarheid en doorstroming, fiets- en wandelnetwerk, openbaar vervoer, duurzame mobiliteit
Definitie beoordelingsaspecten In het beoordelingskader zijn per thema en sub-thema beoordelingsaspecten opgenomen. Per beoordelingsaspect is een beoordelingscriterium gedefinieerd. Voor de invulling van het beoordelingscriterium kunnen meerdere indicatoren gebruikt zijn.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
6
Projectgerelateerd
Voorbeeld beoordelingsaspect, -criterium en indicatoren Binnen het thema ‘welzijn’ is het beoordelingsaspect ‘beweegvriendelijke leefomgeving en leefstijl’. Het beoordelingscriterium daarbij is de mate van een de beweegvriendelijkheid van de leefomgeving. De gebruikte indicatoren bij het beoordelen van dit criterium is de mate van beweegvriendelijkheid van de leefomgeving op basis van de indicator van het RIVM. Deze indicator laat per gemeente zien hoe de publieke ruimte in de fysieke woonomgeving scoort op de mogelijkheid voor mensen om te bewegen en te sporten. De indicator wordt bepaald door vier deelindicatoren: sportaccommodaties, sport- en speelplekken, recreatief groen- en blauw, nabijheid van voorzieningen. Voor elk beoordelingsaspect wordt de huidige situatie en autonome ontwikkeling beschreven. Op basis daarvan wordt er een conclusie getrokken over hoe het gesteld is met de kwaliteit van de leefomgeving. Dit wordt het kwaliteitsniveau genoemd. Belangrijk daarbij is de waardering van de kwaliteit van de leefomgeving. Aan de hand van de beoordelingsaspecten zijn de leefomgevingskwaliteiten navolgbaar en reproduceerbaar. Resultaten van beoordeling: kwaliteitsniveaus De beoordeling van de aspecten resulteert per aspect in een kwaliteitsniveau: groen, oranje of rood. Per aspect is een schaallat gedefinieerd voor de toekenning van een kwaliteitsniveau.
In het algemeen geldt: bij kwaliteitsniveau groen is sprake van een overwegend goede kwaliteit, er is geen sprake van overschrijding van wettelijke of beleidsnormen, knelpunten of anderszins. Bij rood is sprake van overwegend slechte kwaliteit, dat wil zeggen: er is sprake van overschrijding van normen of knelpunten. Bij oranje is er in zijn algemeenheid sprake van risico op normoverschrijding of knelpunten, de kwaliteit zit dan tussen groen en rood in. Voor het zo objectief, navolgbaar en reproduceerbaar mogelijk toekennen van kwaliteitsniveaus zijn twee aspecten bepalend: a) Beschikbare informatie en de status daarvan; b) Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van kwaliteitsniveau groen, oranje, rood. Per beoordelingsaspect is een schaallat voor de kwaliteitsniveaus gedefinieerd op basis van bovenstaande twee aspecten. De schaallat is gebaseerd op indicatoren die het meest tot de kern van het beoordelingsaspect behoren en waar goede informatie beschikbaar voor is om er een kwaliteitsniveau aan toe te kennen. Het kan voorkomen dat er indicatoren zijn bij een beoordelingsaspect die wel in de beschrijving van de huidige situatie terugkomen, maar niet expliciet in de schaallat voor het kwaliteitsniveau.
In dat geval behoort de indicator niet tot de kern van het beoordelingsaspect en/of is de beschikbare informatie niet voldoende geschikt om het te vertalen naar een schaallat. In enkele gevallen is er te weinig informatie aanwezig om een goede schaallat te maken, in dat geval is het beoordelingsaspect kwalitatief ingevuld zonder dat er een score aan toegekend is. Beschikbare informatie en status daarvan Hierbij is onderscheid in: 1) Kwantitatieve informatie: dit betreft cijfermatige informatie, bijvoorbeeld data uit rekenmodellen of meetgegevens. 2) Kwalitatieve informatie: dit betreft niet-cijfermatige informatie, bijvoorbeeld kaartmateriaal met landschapstypen. 3) Expert-judgement: in dit geval is er geen kwantitatieve of kwalitatieve informatie beschikbaar en wordt teruggevallen op het oordeel van een specialist.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
7
Projectgerelateerd
Over het algemeen geldt dat kwantitatieve informatie het meest objectief, navolgbaar en reproduceerbaar is, en expert-judgement het minst. Kwalitatieve informatie zit er tussenin. Er is daarom gestreefd om de beoordeling zoveel mogelijk op basis van kwantitatieve informatie te baseren. Bij aspecten waar dat niet beschikbaar is, is teruggevallen op kwalitatieve informatie. Daar waar ook geen kwalitatieve informatie beschikbaar is, is teruggevallen op expert-judgement. Bronvermelding De leefomgevingskwaliteiten voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling zijn in beeld gebracht op basis van beschikbare (cijfermatige en kwalitatieve) informatie bij de gemeente Meierijstad, de provincie Noord-Brabant, de GGD Noord-Brabant, Waterschap Aa en Maas, Waterschap De Dommel en openbare bronnen. Per thema en beoordelingsaspect is in de navolgende hoofdstukken aangegeven welke bronnen specifiek zijn gebruikt. In de beschouwing van de autonome ontwikkeling zijn de gevolgen van verschillende trends en ontwikkelingen voor de verschillende beoordelingsaspecten meegewogen, zoals technologische ontwikkelingen (zoals in mobiliteit en digitalisering), maatschappelijke ontwikkelingen (zoals ontwikkeling van de economie en het aantal huishoudens) en andere autonome trends die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden (zoals klimaatverandering).
Ook is meegewogen wat de verwachte invloed is als het bestaande beleid wordt voortgezet. Waar mogelijk worden belangrijke onzekerheden expliciet benoemd (denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van schone, emissieloze voertuigtechnologie). Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van groen, oranje, rood Onder referentiewaarde wordt hier verstaan een waarde waaraan een kwaliteitsniveau wordt gerelateerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in: 1) Wettelijke normen; 2) Vastgestelde beleidsnormen of -doelstellingen; 3) Advieswaarden van instituten (bijvoorbeeld GGD, RIVM, WHO); 4) Vraag versus aanbod (vanuit maatschappij, markt); 5) Benchmark ten opzichte van gemeentelijke doelstellingen/ambities; 6) Benchmark ten opzichte van landelijk gemiddelde, tijdreeksen (ontwikkelingen van de indicator over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (cijfers en trends van vergelijkbare gemeenten of de provincie Noord-Brabant); 7) Expert judgement. Bovenstaande opsomming moet als rangorde gezien worden in objectiviteit, navolgbaarheid en reproduceerbaarheid. Per beoordelingsaspect is deze rangorde afgelopen als een ladder, te beginnen bij 1 en eindigen bij 7. Als er wettelijke normen beschikbaar zijn, zijn die gehanteerd. Bij afwezigheid van wettelijke normen is teruggevallen op vastgestelde beleidsnormen en zo verder.
Daar waar geen enkele andere referentie beschikbaar is om een kwaliteitsniveau aan te relateren, is teruggevallen op expertjudgement. In de hoofdstukken met de resultaten van de beoordeling zijn telkens aan het begin de gehanteerde informatie en referentiewaarde gedefinieerd.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
8
Projectgerelateerd
Voorbeeld schaallat kwaliteitsniveau: luchtkwaliteit Binnen het thema ‘aangenaam leven’ en sub-thema ‘milieu’ is één van de beoordelingsaspecten ‘luchtkwaliteit’. Het beoordelingscriterium daarbij is de concentratie van en blootstelling aan fijnstof (PM10, PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). Beschikbare informatie: kwantitatief, concentratiekaarten op basis van modelberekeningen. Referentiewaarde: wettelijke normen (rijksomgevingswaarden Besluit kwaliteit leefomgeving) en gezondheidskundige advieswaarden (WHO). Hiermee is voor dit aspect kwantitatieve informatie beschikbaar en wettelijke normen en gezondheidskundige advieswaarden als referentiewaarden voor de definitie van kwaliteitsniveaus. Op basis hiervan is de onderstaande schaallat voor kwaliteitsniveaus toegekend. Kwaliteitsniveau Groen Oranje Rood
Luchtkwaliteit Wettelijke grenswaarden worden overal behaald en WHO-advieswaarden worden (zo goed als) overal behaald. Wettelijke grenswaarden worden overal of bijna overal behaald, WHO-advieswaarden worden niet gehaald Op meerdere locaties worden wettelijke grenswaarden overschreden.
Op basis van de beschikbare kwantitatieve informatie en de gedefinieerde schaallat is het kwaliteitsniveau toegekend voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. Het toegekende kwaliteitsniveau is een gemeentebreed beeld, daar waar er specifieke relevante afwijkingen zijn van het gemeente brede beeld wordt dat in de onderbouwende beschrijving benoemd. De toegekende kwaliteitsniveaus zijn voor alle beoordelingsaspecten in het Rad van de leefomgeving toegekend, zoals onderstaand weergegeven. Figuur 2.1: Algemene schaallat van de indicatoren zoals visueel weergegeven in een uitsnede van het Rad van de leefomgeving.
Waardering autonome ontwikkeling Bij de beschouwing van indicatoren is een waardering gegeven aan de autonome ontwikkeling, op basis van een kwalitatieve inschatting van ontwikkelingen die optreden als gevolg van: • De mate waarin autonome trends en ontwikkelingen leiden tot een vooruitgang of achteruitgang van de huidige situatie, zoals demografische veranderingen, klimaatveranderingen en veranderingen in de woningmarkt. • De mate waarin voortzetting van bestaand (gemeentelijk) beleid leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. 6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
9
Projectgerelateerd
•
De mate waarin besluiten over plannen, programma’s en projecten die worden geïnitieerd door andere partijen zoals het Rijk, Rijkswaterstaat, waterschap en omliggende gemeenten leidt tot een vooruitgang of achteruitgang.
Toekomstjaar autonome ontwikkeling De Toekomstvisie Meierijstad is gericht op 2040. Omdat de meeste beschikbare informatie over autonome trends of prognoses voor leefomgevingsaspecten niet verder gaan dan 2030 of omdat de onzekerheidsmarge na 2030 groot wordt, is in het OER 2030 in beginsel als toekomstjaar gehanteerd. Aanvullend is een doorkijk gegeven richting 2040.
2.2
Welke wetten, regels en beleid worden meegenomen in de ‘foto van de leefomgeving’?
Bij het opstellen van de Toekomstvisie is rekening gehouden met regelgeving en beleid van andere overheden. Daarbij gaat het om beleid en besluiten die onderdeel zijn van de volgende plannen en programma’s: • Europese regelgeving: mer-richtlijn, Vogel- en Habitatrichtlijn, NEC-richtlijn, Kaderrichtlijn water, Richtlijn luchtkwaliteit, Europese Richtlijn Overstromingsrisico’s, Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB), Verdrag van Malta, Verdrag van Granada. • Nationale regelgeving en beleid: o Wetten: Omgevingswet (Ow), Klimaatwet, Erfgoedwet 2016, Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn); o Besluiten: Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); o Nota’s: Nationale Omgevingsvisie (NOVI), Nationaal waterplan 2022-2027, Structuurvisie buisleidingen (2012-2035), Waterbeleid 21e Eeuw, Klimaatakkoord, Water en Bodem Sturend, Energieakkoord, Schone Lucht Akkoord, GALA-akkoord, Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering (PSN), Nationaal Isolatieprogramma (2022); • Regionaal: Actieplan Geluid 2024-2029, Routekaart Stalaanpassingen 2024, Beleidskader Wonen en Werken (2024), Natuurnetwerk Brabant Natuurbeheerplan, Maatregelenkaart Biodiversiteit, Beleidskader Landbouw en Voedsel 2030, Verkenning toeristisch-recreatieve samenwerking Noordoost-Brabant (2024), Beleidskader Milieu 2030, Integraal Veiligheidsplan 2023-3026 (gemeentes
Meierijstad, Heusden, Boxtel, Sint-Michielsgestel & Vught), Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022 – 2027, Nota Bodembeheer (2019), Grondwaterconvenant en Droogteagenda (2021), Programma Schoon Water Waterschap de Dommel, Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas (2027), Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS), Energieagenda 2019 – 2030, Visie Klimaatadaptatie, Regionale Energiestrategie (RES), Beleidskader Landbouw en Voedsel 2030, Beleidskader Mobiliteit Koers 2030, Regionale Mobiliteitsprogramma’s; • Gemeentelijk: Verordening geurhinder en veehouderij Veghels Buiten (2023), Detailhandelvisie (2019), Biodiversiteitsbeleid 2022-2030, Woonzorgvisie (2024), Mobiliteitsvisie (2021), Nota Bodembeheer 2019-2024, Programma Water en Riolering (2022), Erfgoedverordening (2018), Erfgoedvisie 2020 – 2030, Beleidskader Duurzame Dnergie 2030, Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2023 – 2026, Actieplan Energiebesparing (2023).
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
10
Projectgerelateerd
2.3
Wat wordt er al ontwikkeld in de gemeente Meierijstad?
Op dit moment vinden er ook ruimtelijke ontwikkelingen plaats in de gemeente Meierijstad of zijn deze vastgesteld. Dit is relevant om mee te nemen omdat het onderdeel uitmaakt van de autonome ontwikkeling. Het gaat om de onderstaande fysiek ruimtelijke ingrepen. Veghels Buiten Veghels Buiten is een woonlandschap, waar wonen in een landelijke groene omgeving centraal staat. In totaal worden er circa 2.200 woningen gebouwd, verspreid over verschillende buurten die worden ingepast in het landschap. De eerste 1.000 woningen zijn inmiddels gebouwd, de voorbereiding voor de ontwikkeling van het laatste deelgebied (Veghels Buiten Noordoost, maximaal 1.250 woningen) is op dit moment gaande. Grote Braeck Grote Braeck is een nieuwe woningbouwlocatie aan de zuidzijde van Schijndel tussen Plein, Langstraat en Venushoek. Er zullen circa 240 woningen gerealiseerd worden in diverse prijsklassen en categorieën (tweekappers, rijwoningen, levensloopbestendige woningen (‘rug-aan-rug’), appartementen en zelfbouwkavels). Sint-Oedenrode woningbouwplannen De gemeenteraad heeft op 24 juni 2021 ingestemd met het Actieplan woningbouw “Bouwoffensief Meierijstad”. Het actieplan heeft de onder andere de ambitie om de realisatie van woningbouw in SintOedenrode te versnellen voor tenminste 550 extra woningen.
Uitgangspunt in het actieplan voor de versnelling: ‘woningen waar volgens de prognoses behoefte aan is in minder tijd te realiseren; niet uiterlijk 2040, maar minimaal vijf jaar eerder’. Foodpark Veghel Aan de zuidkant van Veghel, gelegen aan de A50, ontwikkelt de gemeente Meierijstad een nieuw, 70 hectare groot uitgeefbaar bedrijventerrein. De eerste drie fasen (met een totale oppervlakte aan uitgeefbaar bedrijventerrein van circa 51 ha) zijn inmiddels in ontwikkeling genomen en nagenoeg volledig verkocht. De vierde en laatste fase is momenteel in ontwikkeling.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
11
Projectgerelateerd
3
Wat blijkt er uit de Foto van de leefomgeving?
De resultaten van de Foto van de leefomgeving zijn samengevat weergegeven in het Rad van de leefomgeving gemeente Meierijstad (zie onderstaand figuur). De witte lijn geeft de huidige situatie weer, de witte stippellijn de autonome ontwikkeling in 2030. Het verschil tussen de autonome ontwikkeling en de huidige situatie geeft weer in hoeverre er sprake is van een negatieve of positieve autonome trend voor de verschillende indicatoren. De positie van de lijnen in het Rad (de doorgetokken lijn en de stippellijn) is per indicator bepaald aan de hand van de definitie en de gehanteerde schaallat voor de waardering van de huidige en autonome situatie, zoals in de hoofdstukken per thema en beoordelingsaspect beschreven en verantwoord is. 1
Figuur 3.1: Rad van de leefomgeving gemeente Meierijstad. 1
Voor een aantal aspecten is vanwege veelal onvoldoende passende informatie geen kwaliteitsniveau toegekend. Die aspecten worden in de Foto van de leefomgeving kwalitatief beschreven. Voor de zichtbaarheid en compleetheid zijn ze wel in het Rad van de leefomgeving opgenomen, maar dan als zwarte punten – die respresenteren geen kwaliteitsniveau.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
12
Projectgerelateerd
Onderstaand worden voor de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen beknopte samenvattingen gegeven. De volgende hoofdstukken bevatten de volledige beschrijvingen voor alle beoordelingsaspecten.
3.1
Kwaliteitsniveaus, knelpunten en aandachtspunten
Huidige situatie: wisselend kwaliteitsbeeld De huidige staat van de fysieke leefomgeving in Meierijstad laat een wisselend beeld zien. Vooral voor de aspecten sociale veiligheid, maatschappelijke deelname, broeikasgassen, energiebesparing en -behoefte, energiezuinige woningen en werkgelegenheid staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor (‘groen’). Leefomgevingsaspecten met een laag kwaliteitsniveau (‘rood’) zijn verkeersveiligheid, oppervlaktewater, Natura 2000, Natuurnetwerk Brabant, hemelwateroverlast, duurzame energieopwekking en warmtebronnen, fiets- en wandelnetwerk, openbaar vervoer en deelmobiliteit en duurzame mobiliteit. Autonome ontwikkeling 2030: negatieve en positieve trends De autonome ontwikkeling in Meierijstad laat wisselende trends zien in de kwaliteit van de leefomgeving. Bij de meeste aspecten die in de huidige situatie ‘in het rood’ staan, wordt ook bij autonome ontwikkeling (2030) een laag kwaliteitsniveau verwacht. Daarbij wordt voor hemelwateroverlast een verslechterende trend verwacht (binnen kwaliteitsniveau ‘rood’). Ook voor droogte wordt een verslechterende trend verwacht, van ‘oranje’ naar ‘rood’. Voorverkeersveiligheid, oppervlaktewater, duurzame energieopwekking en duurzame mobiliteit wordt een gelijkblijvend kwaliteitsniveau verwacht, waarmee bij autonome ontwikkeling nog steeds sprake is van ‘rood’.
Voor openbaar vervoer en deelmobiliteit wordt een verbeterende autonome trend verwacht, maar niet voldoende om ‘uit het rood’ te komen. Vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij alle bovengenoemde aspecten de belangrijkste opgaven voor de Toekomstvisie. De aspecten beweegvriendelijke leefomgeving, bodem, grondwater, hittestress en werklocaties en bedrijventerreinen zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, en laten autonoom een verslechterende trend zien. Ook voor deze aspecten liggen belangrijke opgaven voor de Toekomstvisie. Daarentegen zijn de aspecten natuurnetwerk Brabant en fiets- en wandelnetwerk in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘rood’, maar is de verwachting dat deze autonoom verbeteren naar kwaliteitsniveau ‘oranje’. De aspecten geurhinder, maatschappelijke voorzieningen, woningaanbod en behoefte en autobereikbaarheid en doorstroming zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, en laten autonoom geen verandering zien. De aspecten luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid en biodiversiteit zijn in de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en laten autonoom een verbetering binnen ‘oranje’ zien. De aspecten maatschappelijke deelname en werkgelegenheid laten een autonome verslechterende trend zien binnen kwaliteitsniveau ‘groen’.
Sociale veiligheid, broeikasgassen, energiebehoefte en -besparing, energiezuinige woningen en laten een gelijkblijvende autonome trend zien binnen kwaliteitsniveau ‘groen’.
3.2
Aandachtspunten voor verdere uitwerking van de Toekomstvisie
De beoordelingsaspecten die in de huidige situatie en autonome ontwikkeling beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en ‘oranje met verslechterende trend’ zijn aangemerkt als knelpunt en aandachtspunt. Vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij deze aspecten de belangrijkste opgaven voor de Toekomstvisie. De aspecten waar het om gaat en specifieke aandachtspunten zijn hieronder omschreven. 6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
13
Projectgerelateerd
Knelpunten Knelpunten zijn de aspecten die in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en autonoom ‘in het ‘rood’ blijven of van ‘oranje’ naar ‘rood’ verslechteren. Hemelwateroverlast Op veel plekken in de stedelijke gebieden is sprake van water op straat na een extreme bui (eens per 100 jaar) en het percentage verhard oppervlak in de bebouwde omgeving van de gemeente is overwegend groter dan 70%. Droogte Bijna overal in de gemeente is sprake van zeer grote droogtegevoeligheid van de natuur, de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) ligt overal of bijna overal in de gemeente te diep onder het maaiveld (meer dan 1,5 meter). Verkeersveiligheid Het aantal verkeersongevallen en verkeersdoden per 100.000 inwoners in Meierijstad is hoger dan andere weinig stedelijke gemeenten, de provincie Noord-Brabant en Nederland. Oppervlaktewater De meeste waterlichamen voldoen wat betreft chemische en ecologische toestand niet aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Duurzame energieopwekking en warmtebronnen Het aandeel duurzaam opgewekte energie voldoet niet aan de doelen uit het klimaatakkoord van Parijs zoals opgesteld door de Europese Unie.
Duurzame mobiliteit Alle indicatoren (energieverbruik, aantal deelauto’s per 100.000 inwoners, aantal elektrische auto’s per 1.000 inwoners, aantal (semi)publieke laadpalen en modal split fiets) liggen in Meierijstad lager dan het provinciale gemiddelde. Openbaar vervoer De gemiddelde afstand tot een treinstation en een andere OV-halte is in Meierijstad groter dan het landelijk gemiddelde en de ontsluitingskwaliteit is slechter dan gemiddeld genomen over Nederland. Aandachtspunten Aandachtspunten zijn de aspecten die in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’ en autonoom verbeteren naar ‘oranje’ of in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en autonoom verslechteren binnen ‘oranje’. Natuurnetwerk Brabant Het doel van de provincie Noord-Brabant is om uiterlijk in 2027 alle nieuwe natuur en ontbrekende schakels voltooid te hebben, het is onzeker of dat overal in Meierijstad gaat lukken
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
14
Projectgerelateerd
Fiets- en wandelnetwerk De score van het fietsnetwerk van de Fietsersbond ligt in Meierijstad voor nagenoeg alle indicatoren (onder andere beleving, onderhoud, netwerk) onder het landelijke gemiddelde en er is in grotere mate sprake van ontbrekende schakels in het fiets- en wandelnetwerk. Bestaand gemeentelijk beleid voorziet in verbeteren van het fiets – en wandelnetwerk, maar zal vooral de subjectieve indicatoren (zoals beleving) van de fietsscore van de Fietsersbond positief beïnvloeden. Beweegvriendelijke leefomgeving De score voor de kernindicator beweegvriendelijke omgeving van het RIVM is in Meierijstad matig. Daarnaast heeft 50% van volwassenen overgewicht, terwijl het streven in het Nationale Preventieakkoord is om dit percentage terug te brengen naar 38%. Bodem De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat er meerdere verontreinigde locaties zijn (‘zinkassen’). In de toekomst is in Sint-Oedenrode sprake van risico op toename van bodemdaling. Grondwater De kwaliteit van het grondwater is over het algemeen goed, maar de gemiddelde grondwaterstand is van dien aard dat sprake is van risico op verdroging. Onder invloed van klimaatverandering kan dat dat richting 2030 toenemen.
Hittestress Het stedelijk hitte eiland effect is op enkele plekken binnen de bebouwde kom matig (tussen de 1°C en 2°C) en er sprake is van nachtelijke hittestress van maximaal een week. Er is risico dat bestaand beleid niet genoeg is om toename van hittestress vanwege klimaatverandering te verminderen. Werklocaties en bedrijventerreinen Het aanbod aan werklocaties en bedrijventerreinen kan niet volledig voorzien in de marktvraag, op korte termijn wordt een tekort verwacht. Met name voor doorgroei en uitbreiding van bestaande bedrijven is weinig plek. Het harde aanbod aan werklocaties en bedrijventerrein is bij autonome ontwikkeling in 2030 in het segment modern-gemengd niet in evenwicht met met de provinciale vraagraming. Naast bovenstaande aandachtspunten geldt dat de aspecten geurhinder, maatschappelijke basisvoorzieningen en autobereikbaarheid en doorstroming in de huidige situatie beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘oranje’ en autonoom geen verbetering of verslechtering laten zien. Ook hier liggen opgaven voor de Toekomstvisie.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
15
Projectgerelateerd
4
Omgeving
In onderstaande tabel is een samenvatting van de beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen van de aspecten binnen het thema ‘omgeving’. Kwaliteitsniveau
Beoordelingsaspect
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Geluidhinder
=
Luchtkwaliteit
↗
Geurhinder
=
4.1
Geluidhinder
4.1.1
Indicatoren en kwaliteitsniveaus
Geluidhinder Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief • Geluidbelasting (wegverkeer, vliegverkeer en cumulatie) • Aantal geluidbelaste woningen langs provinciale wegen • Percentage volwassenen dat ernstige geluidhinder ondervindt Wettelijk toegestane waarden voor geluid bij woningen volgens de Omgevingswet en WHOadvieswaarden.
Schaallat kwaliteitsniveaus In vrijwel alle woongebieden wordt voldaan aan de wettelijke standaardwaarde voor geluid bij woningen en aan de WHO-advieswaarden. De wettelijke grenswaarde wordt niet overschreden. In meerdere woongebieden is sprake van overschrijding van de wettelijke standaarwaarde en de WHO-advieswaarden. De wettelijke grenswaarde wordt niet of niet meer dan op enkele plekken overscheden. In meerdere woongebieden wordt niet voldaan aan de wettelijke grenswaarde voor geluid bij woningen.
Groen Oranje Rood
4.1.2
Huidige situatie
Omgevingsgeluid kan een grote bijdrage leveren aan de beleving van de leefomgeving. Te veel geluid is vaak onwenselijk of zelfs schadelijk. Gezondheidseffecten als slaapverstoring, gehoorschade, risico op harten vaatziekten of verminderd prestatievermogen en leerproblemen bij kinderen willen we uiteraard zoveel mogelijk voorkomen. Een belangrijke basis voor de afweging in het kader van het aspect geluid is de Omgevingswet. Deze wet biedt geluidgevoelige functies (zoals wonen) bescherming tegen geluid van wegverkeer, spoorwegen en industrie door middel van zonering. De wettelijke standaard- en grenswaarden die doorgaans gelden op de gevels van woningen zijn in Tabel 4.1 weergegeven. In de wettelijke standaard- en grenswaarden wordt onderscheid gemaakt tussen Lden en Lnight. Lden is het geluid gedurende een geheel etmaal over een heel jaar gemiddeld. Bij het berekenen van de Lden-waarde geldt dat het geluid in de avond (19.00-23.00 uur) en de nacht (23.00-07.00 uur) extra zwaar telt. De Lnightwaarde is het gemiddelde geluid over een heel jaar, waarbij alleen het geluid in de nacht (23.00-07.00 uur) telt.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
16
Projectgerelateerd
Tabel 4.1: Wettelijke grenswaarden geluid bij woningen volgens de Omgevingswet [Overheid.nl, 2024a]
Bron
Standaardwaarde
Grenswaarde bestaande geluidgevoelige gebouwen
Grenswaarde nieuwe geluidgevoelige gebouwen
Provinciale wegen en rijkswegen
50 dB Lden
65 dB Lden
60 dB Lden
Gemeentewegen
53 dB Lden
70 dB Lden
70 dB Lden
Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen
55 dB Lden
70 dB Lden
65 dB Lden
Industrieterreinen
50 dB Lden 40 dB Lnight
60 dB Lden 50 dB Lnight
55 dB Lden 45 dB Lnight
Omdat geluidshinder invloed heeft op de gezondheid, heeft de Europese Unie besloten de richtlijn omgevingslawaai op te stellen. Deze richtlijn is verwerkt in de Omgevingswet. Op basis van de richtlijn omgevingslawaai maakt de provincie elke 5 jaar een geluidbelastingkaart en een Actieplan. Het ontwerp Actieplan Geluid 2024-2029 van de provincie Noord-Brabant is vastgesteld op 2 juli 2024 en is gebaseerd op de geluidbelastingkaart (peiljaar 2022). De provincie wil bij het aanleggen en onderhouden van provinciale wegen de geluidshinder voor bewoners in de directe omgeving beperken. De geluidsdrempel is daarbij vastgesteld op 60 dB. De provincie wil zo geluidsbelastingen hoger dan 60 dB voorkomen of verhelpen. 50 dB is de standaardwaarde voor provinciale wegen die wordt gehanteerd in de Omgevingswet. Bij deze waarde is het geluid volgens de Omgevingswet aanvaardbaar en is de kans op gezondheidsschade klein [Provincie Noord-Brabant, 2024a]. In 2018 heeft de WHO (World Health Organization) nieuwe gezondheidskundige richtlijnen voor geluid gepubliceerd: Environmental Noise Guidelines for the European Region (2018). De richtlijn geeft aanbevelingen voor weg-, rail-, vliegverkeer, windturbines en recreatiegeluid en is gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke inzichten (tot en met 2014). In Tabel 4.2 zijn de WHO-advieswaarden weergegeven ten aanzien van weg-, rail- en vliegverkeer.
De WHO-advieswaarden zijn zonder aftrek conform art. 110g Wet geluidhinder. Tabel 4.2: WHO-advieswaarden [2018] m.b.t. jaargemiddelde en nachtelijke blootstelling aan geluid door weg-, rail-, en vliegverkeer [RIVM, 2018a]
Bron
Jaargemiddelde blootstelling
Onderbouwing
Nachtelijke blootstelling
Onderbouwing
Wegverkeer
53 dB Lden
10% ernstige hinder
45 dB Lnight
3% ernstige slaapverstoring
Railverkeer
54 dB Lden
10% ernstige hinder
44 dB Lnight
3% ernstige slaapverstoring
Vliegverkeer
45 dB Lden
10% ernstige hinder
40 dB Lnight
11% ernstige slaapverstoring
Wegverkeer De wettelijke grenswaarde voor wegverkeer is 70 dB op de gevel van een woning (voor gemeentewegen). De standaardwaarde is 53 dB (voor gemeentewegen). In Figuur 4.1 is het geluid door wegverkeer (Lden) in de gemeente Meierijstad weergegeven. Dit zijn zowel de rijkswegen, provinciale wegen als de gemeentewegen. In de figuur is te zien dat het meeste geluid wordt geproduceerd op de A50, de N279, de N617/Structuurweg, de N618, de N637 en de N622/Corridor/Udenseweg. Langs deze wegen is sprake van een overschrijding van de standaardwaarde (50 dB provinciale wegen en rijkswegen en 53 dB gemeentewegen) en de WHO6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
17
Projectgerelateerd
advieswaarde (53 dB) op de gevels van woningen. De dorpen en woningen die dicht langs deze routes liggen zullen de meeste geluidhinder ervaren. Geluid door wegverkeer (Lden) 2021
Figuur 4.1: Geluid van wegverkeer (Lden) in de gemeente Meierijstad in 2021 [RIVM, 2021a]
In 2019 heeft de provincie Noord-Brabant met geluidmodellen het aantal geluidbelaste woningen door provinciale wegen berekend. In Tabel 4.3 is weergegeven hoeveel woningen in de gemeente Meierijstad blootgesteld worden aan geluidniveaus door verkeer op provinciale wegen. De wettelijke grenswaarde voor wegverkeer op provinciale wegen is 65 dB op de gevel van een bestaande woning. Uit onderstaande tabel blijkt dat langs de N279, de N617, de N622 en de N637 deze grenswaarden overschreden worden. Voor deze situaties is de provincie Noord-Brabant het bevoegd gezag. Wettelijk gezien is er geen noodzaak om een overschrijding van de grenswaarde bij bestaande woningen weg te nemen, tenzij sprake is van een saneringssituatie. In het Actieplan Geluid 2024-2029 van de provincie Noord-Brabant is te zien dat er langs deze wegen zogenaamde ‘saneringswoningen’ gelegen zijn, die wat betreft geluid nog niet gesaneerd zijn [Provincie Noord-Brabant, 2024a]. De betreffende woningen moeten wat betreft geluid uiterlijk in 2039 gesaneerd zijn. 2
2
Saneren wat betreft geluid wil zeggen dat er onderzocht moet worden of geluidbeperkende maatregelen mogelijk zijn waarmee bepaalde streefwaarden behaald kunnen worden. Als die gehaald kunnen worden, dan moeten de betreffende maatregelen getroffen worden. Bij provinciale wegen is de provincie daarvoor het bevoegde gezag, waarbij de rijksoverheid de maatregelen financiert.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
18
Projectgerelateerd
Tabel 4.3: Aantal geluidbelaste woningen Lden langs provinciale wegen in 2019 [Provincie Noord-Brabant, 2022a]
Aantal geluidbelaste woningen Lden in dB Weg
55-60
60-65
65-70
70-75
>75
N279
124
63
15
9
1
N617
9
15
5
0
0
N618
39
8
0
0
0
N622
37
19
2
0
0
N637
6
15
9
0
0
Naast de jaargemiddelde blootstelling (Lden) wordt volgens de WHO-advieswaarden ook getoetst aan de nachtelijke blootstelling (Lnight). Voor wegverkeer is de advieswaarde 45 dB Lnight. Figuur 4.2 geeft de nachtelijke blootstelling door wegverkeergeluid in de gemeente Meierijstad weer. De WHO-advieswaarden worden overschreden op de gevels van woningen. Dit vindt plaats langs wegen die hierboven opgenoemd zijn. Geluid door wegverkeer (Lnight) 2021
Figuur 4.2 Geluid van wegverkeer (Lnight) in de gemeente Meierijstad in 2021 [RIVM, 2021b]
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
19
Projectgerelateerd
In Tabel 4.4 is weergegeven hoeveel woningen in de gemeente Meierijstad ’s nachts blootgesteld worden aan geluidniveaus door verkeer op provinciale wegen. De WHO-advieswaarden (45 dB Lnight) worden op alle provinciale wegen in de gemeente overschreden. Tabel 4.4: Aantal geluidbelaste woningen Lnight in Meierijstad langs provinciale wegen in 2019 [Provincie Noord-Brabant, 2022a]
Aantal geluidbelaste woningen Lnight in dB Weg
55-60
60-65
65-70
70-75
>75
N279
83
44
13
5
0
N617
13
5
2
0
0
N618
18
0
0
0
0
N622
32
5
0
0
0
N637
14
12
1
0
0
Vliegverkeer Rondom de gemeente Meieijstad liggen twee luchthavens: Volkel en Eindhoven. Beide luchthavens dienen als militaire vliegbasis. Eindhoven is naast militaire vliegbasis ook in gebruik als civiel vliegveld. Het luchtvaartgeluid in Nederland moet binnen vastgelegde grenzen blijven. Deze grenzen zijn per luchthaven vastgesteld in een luchthavenbesluit in de vorm van geluidcontouren. De contouren van twee luchthavens vallen niet over het grondgebied van de gemeente Meierijstad heen [Overheid.nl, 2024b; Overheid.nl, 2024c]. Ondanks dat is er in de gemeente Meierijstad toch sprake van geluid(hinder) door vliegverkeer. Dit is te zien in Figuur 4.3. De vliegbasis Volkel veroorzaakt een jaargemiddelde geluidbelasting van 46-55 dB Lden in oostelijke grondgebied van Meierijstad, boven Erp. De WHO-advieswaarde (45 dB Lden) wordt hiermee overschreden. Vliegbasis Volkel
Geluid door vliegverkeer (Lden) 2020
Gemeente Meierijstad
Eindhoven Airport en vliegbasis Eindhoven Figuur 4.3: Geluid door vliegverkeer (Lden) in en rondom de gemeente Meierijdstad [RIVM, 2020a]
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
20
Projectgerelateerd
Industrie Rondom veel industrieterreinen is een geluidzone opgenomen. Dit betekent dat de bedrijven op dat industrieterreinen samen een bepaalde hoeveelheid geluid produceren. Deze hoeveelheid geluid is hoger dan in een woonwijk. Voor industrieterreinen geldt een wettelijke grenswaarde van 60 dB Lden en 50 dB Lnight op woningen. Cumulatie van geluid Het gecumuleerd geluid op de gevel is het geluid van verschillende geluidbronnen tezamen op de gevel van een woning. Het gaat hier om het gemiddelde geluidsniveau per jaar van wegverkeer, treinverkeer, vliegtuigen, industrie en windturbines. Treinverkeer en windturbines zijn er niet in de gemeente Meierijstad. De berekening van cumulatie van geluid houdt rekening met verschillen in hinderlijkheid van verschillende geluidbronnen. In Figuur 4.4 is de cumulatie van geluid (Lden) weergegeven in de gemeente Meierijstad. Zoals uit bovenstaande paragrafen al duidelijk is geworden is die het hoogst langs de hoofdwegen en vliegroute van vliegbasis Volkel. Daarnaast laat de kaart zien dat de geluidbelasting op industrieterreinen hoger is. Geluid cumulatief (Lden) 2020
Figuur 4.4: Cumulatie van geluid (Lden) in de gemeente Meierijstad in 2020 [RIVM, 2020b]
Ervaring van geluidhinder In de Gezondheidsmonitor Volwassenen & Ouderen van de GGD is gevraagd naar de geluidhinder die werd ervaren in de gemeente Meierijstad in 2022. De resultaten hiervan zijn te zien in Tabel 4.5. Hieruit blijkt dat de grootste bron ernstige geluidhinder verkeer en bedrijven/industrie is. Hieropvolgens ervaren veel bewoners geluidhinder van vliegverkeer (12%). Opvallend is dat dit percentage veel hoger is dan het provinciale gemiddelde (4%). De ervaren geluidhinder is in Meierijstad sinds 2020 voor bijna alle bronnen toegenomen (zie rode pijlen in de tabel).
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
21
Projectgerelateerd
Tabel 4.5: Percentage volwassenen dat in de afgelopen 12 maanden ernstige geluidhinder geeft ervaren (minimaal 8 op een schaal van 0-10) [GGD, 2022]
Meierijstad 2020
Meierijstad 2022
Provincie NoordBrabant 2022
Matig stedelijke gemeenten 2022
Verkeer > 50 km/u
4
5↑
6
5
Verkeer max. 50 km/u
4
8↑
8
7
Vliegverkeer
11
12 ↑
4
6
Brommers/scooters
6
8↑
10
8
Buren
5
4↓
5
5
Bedrijven/industrie
1
2↑
1
1
17
20 ↑
19
17
Verkeer bedrijven/industrie
en
Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’. Op meerdere plekken is sprake van overschrijding van de wettelijke standaarwaarde en de WHO-advieswaarden. De wettelijke grenswaarde wordt op enkele plekken langs provinciale wegen overscheden, voornamelijk de N279.
4.1.3
Autonome ontwikkeling
Algemene trends Autonoom zijn er trends en ontwikkelingen die mogelijk zorgen voor meer geluidhinder: • Ontwikkeling van windmolens. • Toename airco’s. • Toename warmtepompen met buitenunits (ventilatoren). • Bevolkingsgroei waarvoor er meer verkeer bijkomt. Het groeiend aantal elektrische voertuigen kan juist voor een vermindering van geluidhinder zorgen. Aangezien bij hogere snelheid het bandengeluid bepalend is (bij personen- en bestelauto’s vanaf plm. 30 km/u, bij vrachtauto’s vanaf plm. 70 km/u), heeft het elektrisch rijden ter hoogte van rijkswegen en provinciale wegen naar verwachting geen effect op de mate van geluidoverlast. Provinciaal beleid Het Actieplan Geluid 2024-2029 van de provincie Noord-Brabant is vastgesteld op 2 juli 2024. Voor het actieplan heeft de provincie een plandrempel vastgesteld. Dat is de grens van de geluidbelasting op woningen waarvan de provincie vindt dat deze niet wenselijk is. Na afweging van belangen en op basis van gezondheid, haalbaarheid en betaalbaarheid hanteren de provincie als plandrempel een geluidbelasting van 60 dB. Uit de geluidbelastingkaart van de provincie blijkt dat bij een groot aantal woningen de geluidbelasting meer bedraagt dan deze drempelwaarde. In het Actieplan heeft de provincie maatregelen opgenomen. De belangrijkste zijn het toepassen van stil asfalt bij regulier groot onderhoud.
Met de MGR-methode (Milieugezondheidsrisico) wordt de milieugezondheid in beeld gebracht. De MGR geeft een gezondheidskundige beoordeling van de milieukwaliteit. Met dit instrument worden locaties geïdentificeerd waar (toekomstige) bewoners op basis van de gecumuleerde milieubelasting een hoog risico lopen op gezondheidseffecten. De provincie geeft aan zich te realiseren dat de geluidbelasting buiten niet altijd afdoende te reduceren is naar een situatie onder de plandrempel. Daarom wil de provincie de bewoners waar een geluidsaneringsproject speelt middels een subsidieregeling tegemoetkomen in de kosten om ten minste een goed binnenniveau te 6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
22
Projectgerelateerd
realiseren. De provincie verwacht dat na het treffen van de in de periode 2024-2029 voorgenomen maatregelen het aantal gehinderden met circa 2% en het aantal slaapgestoorden met 5% zal afnemen. Daarbij wordt opgemerkt dat met de voorgenomen maatregelen, de geluidbelasting bij 14% van de gehinderden in een lagere geluidklasse terecht zullen komen. Wanneer ook de bovenwettelijke gevelmaatregelen worden meegewogen zal het aantal gehinderden volgende de provincie verder afnemen. [Provincie Noord-Brabant, 2024a]. In de gemeente Meierijstad zullen er maatregelen genomen gaan worden bij twee provinciale wegen: N617 en N637. Bij beide wegen zal bij onderhoud geluidreducerend asfalt aangelegd worden. Onderhoud aan de N637 zal in 2025 plaatsvinden en onderhoud aan de N617 zal voor 2027 plaatsvinden. Geluid vanwege provinciale wegen gaat vallen onder het regime van provinciale ‘geluidproductieplafonds’ (gpp) zoals opgenomen in de Omgevingswet. Een gpp geeft aan hoeveel geluid is toegestaan op ‘geluidreferentiepunten’ 3. Met een gpp bewaakt de provincie het geluid door provinciale wegen. Bij toelaten van een geluidgevoelig gebouw in het geluidaandachtsgebied is het geluid gelijk aan het geluid bij volledige benutting van het gpp.Hetzelfde geldt voor Rijkswegen, waarvoor de Rijksoverheid de gpp’s moet vaststellen en industrieterreinen, waarvoor gemeenten de gpp’s moeten vaststellen.
Gemeentelijk beleid De gemeente Meierijstad heeft op dit moment geen vigerend geluidbeleid. Onder de Omgevingswet gaat de gemeente te maken krijgen met de zogenaamde ‘basisgeluidemissie’ (bge). Dat houdt in dat de gemeente van alle wegen in haar beheer met meer dan 2.500 motorvoertuigen per etmaal, vast moet leggen wat het bronvermogen van de betreffende wegen is (uitgedrukt in Lden). Na het vastleggen van deze bge in een geluidregister moet de gemeente de ontwikkeling van het geluid iedere 5 jaar monitoren. Als daarbij blijkt dat de geluidemissie op een weg met meer dan 1,5 dB is toegenomen, dan moet de gemeente verplicht maatregelen afwegen. Een gemeente mag zelf bepalen voor wel jaar zij de bge vastlegt, zolang het niet later is dan 2026. Op dit moment is niet bekend wanneer gemeenten hun bge vastgesteld moeten hebben. In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn vereisten opgenomen over het betrekken van het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel en de aanvaarbaarheid van het gecumuleerde geluid op een geluidgevoelig object. Om te voorkomen dat deze afweging in elk individueel geval opnieuw gemaakt moet worden (bijvoorbeeld bij het realiseren van woningen), is het raadzaam om hier een generiek gemeentelijk afwegingskader voor op te stellen.
Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, met een gelijkblijvende trend ten opzichte van de huidige situatie. Enerzijds kan de mate van geluidhinder toenemen door ontwikkelingen rondom de energietransitie en autonome toename van verkeer. Anderzijds kan de mate van geluidhinder afnemen door de maatregelen aan provinciale wegen in het provinciale Actieplan Geluid en in bebouwde kommen met een lage rijsnelheid door het groeiend aantal elektrische voertuigen. Al met al is daarbij een gelijkblijvende trend te verwachten.
4.1.4
Doorkijk 2040
Bij een verwacht toenemend bevolkingsaantal na 2030 kan de potentiële groep ernstig gehinderden door geluid grote worden. Kwaliteitsniveau oranje lijkt hierdoor ook na 2030 aannemelijk. In hoeverre de trend wijzigt is afhankelijk van ontwikkelingen in geluidreducerende technieken bij bijvoorbeeld motorvoertuigen en van de mate waarin de gemeente Meierijstad na 2030 maatregelen treft om de geluiddeken te reduceren. 3
Virtuele punten aan weerszijden van alle provinciale wegen, iedere 100 meter.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
23
Projectgerelateerd
4.2
Luchtkwaliteit
4.2.1
Indicatoren en kwaliteitsniveaus
Luchtkwaliteit Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief • Concentraties fijnstof (PM10 PM2.5) en stikstofdioxide (NO2) • Incidentie astma, hart- en vaatziekten, longkanker en vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging • Mate van bezorgdheid over de luchtkwaliteit Wettelijke grenswaarden (rijksomgevingswaarden) Besluit kwaliteit leefomgeving en WHOadvieswaarden (PM10, PM2.5 en NO2)
Schaallat kwaliteitsniveaus De concentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) zijn in de hele gemeente onder de wettelijke grenswaarden en WHO-advieswaarden De concentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) zijn in de hele gemeente onder de wettelijke grenswaarden, maar boven de WHO-advieswaarden De concentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) overschrijden de wettelijke grenswaarden
Groen Oranje Rood
4.2.2
Huidige situatie
De afgelopen decennia is de lucht in Nederland een stuk schoner geworden en voldoet nu vrijwel overal aan de Europese normen. Het huidige beleid is gericht op het halen van wettelijke grenswaarden. Hoewel de luchtkwaliteit grotendeels aan de normen voldoet, veroorzaakt luchtverontreiniging nog steeds aanzienlijke gezondheidsschade. Fijnstof in de lucht leidt in Nederland tot een levensduurverkorting van naar schatting twaalf maanden. Volgens de Gezondheidsraad leiden concentraties fijnstof, stikstofdioxide en ozon in de lucht naar schatting tot 12.000 vroegtijdige sterfgevallen per jaar [Gezondheidsraad, 2018]. Naast wettelijke grenswaarden zijn er ook de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit. Deze waarden liggen lager dan de wettelijke grenswaarden en zijn gericht op het creëren van een gezonde leefomgeving. Eind 2021 zijn de WHO-advieswaarden bijgesteld. De waarden zijn fors lager geworden ten opzichte van de advieswaarden uit 2005. In Tabel 4.6 zijn de wettelijke grenswaarden en de WHOadvieswaarden voor luchtkwaliteit weergegeven. Voorstel voor aanscherping van Europese grenswaarden De Europese Raad en het Europees Parlement hebben voorjaar 2024 ingestemd met een voorstel voor aanscherping van EU-luchtkwaliteitsnormen. Die zijn opgenomen in een nieuwe Europese richtlijn voor luchtkwaliteit die op 14 oktober 2024 formeel is aangenomen door de Europese Raad.
Dat betekent dat er vanaf 2030 strengere eisen gaan gelden voor fijn stof (PM10, PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). De nieuwe regels gelden voor alle lidstaten van de Europese Unie en vormen de basis voor bijvoorbeeld de grenswaarden in de nationale wetgeving. Eind 2026 moeten de lidstaten hun nationale regels in lijn gebracht hebben met de richtlijn [Informatiepunt Leefomgeving, 2024]. Tot die tijd gelden de huidige wettelijke grenswaarden zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving. In deze Foto van leefomgeving is primair gekeken naar de actuele wettelijke grenswaarden, en is voor de autonome ontwikkeling aanvullend een doorkijk gemaakt naar de concentraties in Meierijstad in relatie tot de voorgestelde nieuwe grenswaarden.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
24
Projectgerelateerd
Tabel 4.6: Grenswaarden en WHO-advieswaarden PM10, PM2,5, NO2.
Stof
Toetsingsperiode
Actuele wettelijke grenswaarde
Voorgestelde nieuwe grenswaarde
WHO-advieswaarde
Fijnstof PM10
Jaargemiddeld
40 µg/m3
20 µg/m3
15 µg/m3
Etmaalgemiddeld
50 µg/m3, mag max. 35 keer per jaar overscheden worden
45 µg/m3, mag max. 18 keer per jaar overscheden worden
45 µg/m3
Fijnstof PM2,5
Jaargemiddeld
25 µg/m3
10 µg/m3
5 µg/m3
Stikstofdioxide NO2
Jaargemiddeld
40 µg/m3
20 µg/m3
10 µg/m3
Fijnstof (PM10 en PM2,5) Fijnstof is onderverdeeld in PM10 en PM2,5. De cijfers staan voor een verschil in de grootte van de stof. Hoe kleiner de diameter van het stof, hoe dieper dit het menselijk lichaam binnen kan dringen en schadelijk kan zijn voor de gezondheid. PM10 In Tabel 4.7 zijn de gemiddelde en maximale waarden voor PM10 in Meierijstad in 2022 weergegeven conform het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) van het RIVM [RIVM, 2024]. Uit de tabel volgt dat zowel de gemiddelde als de maximale waarden in Meierijstad onder de huidige wettelijke grenswaarden liggen (jaargemiddeld en etmaalgemiddeld). De hoogste maximale etmaalgemiddelde waarde is bij veehouderijen te zien. De gemiddelde en maximale waarden in Meierijstad liggen boven de WHO-advieswaarden. Tabel 4.7: PM10 in 2022 in Meierijstad (achtergrondconcentratie + lokale bronbijdrage, zonder zeezoutcorrectie) [RIVM, 2024].
Stof
Gemiddeld 4
Maximaal 5
Langs wegen
Bij veehouderijen
Langs wegen
Bij veehouderijen
PM10 jaargemiddeld
18 μg/m3
18 μg/m3
23 μg/m3
23 μg/m3
PM10 etmaalgemiddeld
7 overschrijdingen
7 overschrijdingen
11 overschrijdingen
32 overschrijdingen
In Figuur 4.5 zijn de jaargemiddelde concentraties PM10 in 2022 in een kaart weergegeven. De hoogste concentraties PM10 bevinden zich rond de N279 – industriegebied De Dubbelen en bij industriegebied Molenakker bij Erp. De concentraties zijn hoger in de kernen en langs de hoofdwegen ten opzichte van het buitengebied. PM2,5 In Tabel 4.8 zijn de gemiddelde en maximale waarden voor PM2,5 in Meierijstad in 2022 weergegeven conform het CIMLK van het RIVM [RIVM, 2024]. Uit de tabel volgt dat de gemiddelde en maximale waarden in Meierijstad onder de huidige wettelijke grenswaarden liggen. De gemiddelde en maximale waarden in Meierijstad liggen boven de WHO-advieswaarden. Tabel 4.8: PM2,5 in 2022 in Meierijstad (achtergrondconcentratie + lokale bronbijdrage) [RIVM, 2024].
Stof
PM2,5 jaargemiddeld
4 5
Gemiddeld
Maximaal
Langs wegen
Langs wegen
10 μg/m3
14 μg/m3
Gemiddelde waarde van alle toetspunten in CIMLK binnen Meierijstad. Maximale waarde van alle toetspunten in CIMLK binnen Meierijstad.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
25
Projectgerelateerd
In Figuur 4.6 zijn de concentraties PM2.5 in 2022 weergegeven. De hoogste concentraties bevinden zich rond de N279 – industriegebied De Dubbelen. De concentraties zijn hoger in de kernen en langs de hoofdwegen ten opzichte van het buitengebied. Fijnstof PM10 concentraties In µg/m3 – 2022, jaargemiddeld (zonder zeezoutcorrectie)
Figuur 4.5: Concentraties fijnstof (PM10) in de gemeente Meierijstad in 2022 [RIVM, 2022a]
Fijnstof PM2,5 concentraties In µg/m3 – 2022, jaargemiddeld
Figuur 4.6: Concentraties fijnstof (PM2,5) in de gemeente Meierijstad in 2022 [RIVM, 2022b]
Stikstofdioxide (NO2) Naast fijnstof is stikstofdioxide (NO2) van invloed op de volksgezondheid. In Tabel 4.9 zijn de gemiddelde en maximale waarden voor NO2 in Meierijstad in 2022 weergegeven conform het CIMLK van het RIVM 6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
26
Projectgerelateerd
[RIVM, 2024]. Uit de tabel volgt dat de gemiddelde en maximale waarden in Meierijstad onder de huidige wettelijke grenswaarden liggen. De gemiddelde en maximale waarden in Meierijstad liggen boven de WHOadvieswaarden. Tabel 4.9: NO2 in 2022 in Meierijstad (achtergrondconcentratie + lokale bronbijdrage) [RIVM, 2024].
Stof
NO2 jaargemiddeld
Gemiddeld
Maximaal
Langs wegen
Langs wegen
17 μg/m3
29 μg/m3
In Figuur 4.7 zijn de NO2 concentraties weergeven. De hoogste concentraties zijn te zien langs de hoofdwegen. Stikstofdioxide NO2 concentraties In µg/m3 – 2022, jaargemiddeld
Figuur 4.7: Concentraties stikstofdioxide (NO2) in de gemeente Meierijstad in 2022 [RIVM, 2022c]
Gezondheid Zoals al eerder benoemd is de luchtverontreiniging gelinkt aan gezondheidsschade. In Tabel 4.10 is de incidentie van astma, hart- en vaatziekten, longkanker en vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging in 2019 weergegeven. Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit in de gemeente Meierijstad zeker een aandeel heeft in het voorkomen van deze aandoeningen, maar dat dit niet veel afwijkt van de mate waarin dit voorkomt in de provincie.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
27
Projectgerelateerd
Tabel 4.10: Incidentie astma, hart- en vaatziekten, longkanker en vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging in 2019 [GGD, 2019]
Incidentie
Gemeente Meierijstad
Provincie Noord-Brabant
Kinderen (0-18 jaar) met astma veroorzaakt door luchtverontreiniging (NO2)
19%
20%
Patiënten met hart- en vaatziekten (40+ jaar) veroorzaakt door luchtverontreiniging (NO2)
22%
23%
Longkankerpatiënten (50+ jaar) veroorzaakt door luchtverontreiniging (PM10)
16%
15%
362 dagen
358 dagen
Vroegtijdige sterfte veroorzaakt door luchtverontreiniging (PM10 en NO2)
In Figuur 4.8 is weergegeven in welke mate volwassenen bezorgd zijn over de luchtkwaliteit in de gemeente Meierijstad. Uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen & Ouderen van de GGD blijkt dat het overgrote deel (70%) van de volwassenen in Meierijstad niet bezorgd is over de luchtkwaliteit. 30% is wel bezorgd en 3% is heel of extreem bezorgd over de luchtkwaliteit. Mate van bezorgdheid over de luchtkwaliteit in de Gemeente Meierijstad % volwassenen 3%
Heel of extreem bezorgd over de luchtkwaliteit
27%
Bezorgd over de luchtkwaliteit Niet bezorgd over de luchtkwaliteit
70%
Figuur 4.8: Mate van bezorgdheid over de luchtkwaliteit in de Gemeente Meierijstad in percentage volwassenen [GGD, 2022]