Meierijstad Toekomstvisie OER - Foto van de leefomgeving
Tekst van het document
BJ9389-FvdL-RP-03
58
Projectgerelateerd
voorkomen door het voeren van concentratiebeleid. Nieuwe detailhandelsontwikkelingen worden in- of aansluitend aan perspectiefrijke winkelgebieden ontwikkeld. Clustering van voorzieningen kan er zo voor zorgen dat maatschappelijke voorzieningen een bestaansrecht behouden. Gemeentelijk beleid In 2019 heeft de gemeente Meierijstad de Detailhandelvisie vastgesteld [Gemeente Meierijstad, 2019]. In deze visie defineert de gemeente drie verschillende typen winkelgebieden. 1. Hoofdwinkelgebied: centrum van Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel. Inwoners uit de gemeente kunnen in deze centra terecht voor een zo breed mogelijk pakket aan winkels en overige voorzieningen, waaronder horeca en diensten. 2. Wijk-/dorpscentrum: Erp centrum, Schijndel ’t Zuid en Veghel De Bunders. Deze centa vormen een aanvulling op de hoofdwinkelgebieden. De basis wordt gevormd door ten minste één supermarkt, aangevuld met een drogisterij en diverse overige (dagelijkse) winkels en voorzieningen (horeca, maatschappelijk, sport, etc.). 3. Buurtsteunpunt: Schijndel ‘t Noord, Sint-Oedenrode Kienehoef en Veghel De Boekt. De buurtcentra bestaan uit een (kleine) supermarkt en hoogstens enkele (vers)speciaalzaken en overige buurtvoorzieningen (o.a. café of cafetaria).
Op basis van deze typering heeft de gemeente voor elk gebied een gewenste ontwikkeling geformuleerd: • Schijndel centrum: het centrum van Schijndel vormt in de toekomst de aantrekkelijke aankoop-, verblijfs- en ontmoetingsplek in het dorp. Dit hoofdwinkelgebied heeft in de toekomst primair een functie voor het eigen dorp en het omliggende buitengebied (waaronder Wijbosch). • Sint-Oedenrode centrum: het centrum van Sint-Oedenrode vormt in de toekomst dé aantrekkelijke aankoop-, verblijfs- en ontmoetingsplek in het dorp. Dit hoofdwinkelgebied heeft in de toekomst primair een functie voor het eigen dorp en het omliggende buitengebied (waaronder Nijnsel, Boskant en Olland). • Veghel centrum: het centrum van Veghel vormt in de toekomst dé aankoop-, verblijfs- en ontmoetingsplek van Veghel én omliggende kernen (Mariaheide, Zijtaart, Eerde). Er is een compleet boodschappenaanbod, aangevuld met een divers pakket niet-dagelijks (modisch) aanbod, horeca, dienstverlening en ambachten. Voor een goed functioneren is een meer compacte en overzichtelijke structuur nodig en zal leegstand moeten worden teruggedrongen.
• Erp centrum: het aanbod in Erp wordt zoveel mogelijk ondersteund, ten behoeve van behoud van voorzieningen in het dorp, maar actieve versterking (in de vorm van nieuwe winkels) is niet gewenst • Schijndel ’t Zuid: niet-dagelijks aanbod verplaatst idealiter op termijn naar het hoofdwinkelgebied, waarbij enig versaanbod in ’t Zuid toegevoegd zou kunnen worden. Uitbreiding van de supermarkt is ongewenst (en niet nodig gelet op zijn huidige omvang). • Veghel De Bunders: dit wijkcentrum blijft in de toekomst fungeren als boodschappenlocatie dicht bij huis, met name voor de wijken De Bunders en ’t Ven. De Jumbo-supermarkt is, gezien het verzorgingsgebied, aan de krappe kant. Beperkte schaalvergroting is mogelijk om het winkelcentrum te versterken. • Schijndel Noord: ’t Noord behoudt zijn huidige positie. Indien de mogelijkheid zich aandient om de supermarkt te verplaatsen naar een locatie aan de Boschweg en in de directe nabijheid van de versspeciaalzaken, dan is dat een gewenste ontwikkeling. • Sint-Oedenrode Kienehoef: dit buurtsteunpunt ligt enigszins verscholen in de woonwijk en heeft vooral een lokale verzorgingsfunctie. Gelet op de omvang van het verzorgingsgebied blijft er in de toekomst ruimte bestaan voor behoud van dit buurtsteunpunt, met een supermarkt, snackbar en bloemist dicht bij huis.
Indien gewenst vanuit de supermarkt, is enige modernisering van de supermarkt mogelijk. Verdere versterking van de supermarkt dan wel het overige aanbod is ongewenst.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
59
Projectgerelateerd
•
Veghel De Boekt: dit buurtsteunpunt heeft een beperkte boodschappenfunctie voor de inwoners van Veghel ten zuiden van de Corridor/Rembrandtlaan. Gelet op de nabijheid tot het centrum, is er geen aanleiding het huidige beperkte aanbod uit te breiden.
Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, met een gelijkblijvende trend ten opzichte van de huidige situatie. Door on- line winkelen en vergrijzing komen maaschappelijke voorzieningen onder druk te staan. De provincie zet zich daarom in om voorzieningen te clusteren. De gemeente Meierijstad is voornemens om de bestaande voorziening- en winkelgebieden in ieder geval te behouden en (waar daar behoefte aan is en het kan) uit te breiden.
6.2.4
Doorkijk 2040
Hoe de afstand tot voorzieningen zich na 2030 ontwikkelt is afhankelijk van de ontwikkelingen met betrekking tot online winkelen en e-consults. De kans bestaat dat fysieke voorzieningen verdwijnen waardoor de afstand tot voorzieningen toe zal nemen.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
60
Projectgerelateerd
6.3
Maatschappelijke deelname
6.3.1
Indicatoren en kwaliteitsniveaus
Maatschappelijke deelname
Status gebruikte informatie
Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief/kwalitatief • Percentage volwassenen dat vrijwilligerswerk doet • Percentage volwassenen dat veel sociale cohesie ervaart • Percentage volwassenen dat eenzaamheid ervaart • Percentage volwassenen dat lid is van een (sport)vereniging of -club • Percentage mantelzorgers • Jeugdigen met jeugdhulp • Opinie buurtbewoners over aantal onmoetingsplekken • Aantal uitkeringsgerechtigden Benchmark van het percentage volwassenen dat vrijwilligerswerk doet, veel sociale cohesie ervaart, eenzaamheid ervaart, lid is van een (sport)vereniging of -club, mantelzorger is en het aantal jeugdigen met jeugdhulp invergelijking met het landelijke gemiddelde.
Schaallat kwaliteitsniveaus Op alle indicatoren (vrijwilligerswerk, sociale cohesie, eenzaamheid, lidmaatschap (sport)vereniging of -club, mantelzorgers, jeugdigen met jeugdhulp) scoort Meierijstad beter dan landelijk of provinciaal gemiddeld. Op één tot vijf indicatoren (vrijwilligerswerk, sociale cohesie, eenzaamheid, lidmaatschap (sport)vereniging of -club, mantelzorgers, jeugdigen met jeugdhulp) scoort Meierijstad slechter dan landelijk of provinciaal gemiddeld. Op alle indicatoren (vrijwilligerswerk, sociale cohesie, eenzaamheid, lidmaatschap (sport)vereniging of -club, mantelzorgers, jeugdigen met jeugdhulp) scoort Meierijstad slechter dan landelijk of provinciaal gemiddeld.
Groen Oranje Rood
6.3.2
Huidige situatie
Maatschappelijke deelname houdt in dat inwoners actief meedoen aan het maatschappelijke leven, als leerling, werknemer, ondernemer, vrijwilliger en/of mantelzorger. Mensen met gezondheidsproblemen doen over het algemeen minder mee aan de maatschappij dan gezonde mensen. Ze kunnen bijvoorbeeld niet werken of raken in een sociaal isolement. Andersom kan meedoen aan de maatschappij een positief effect hebben op gezondheid. Dat geldt bijvoorbeeld voor school en werk. Daarnaast hebben sociale contacten een positieve invloed op de gezondheid [RIVM, 2021c]. Tabel 6.6 geeft weer hoe in de gemeente Meieijstad maatschappelijke deelname ervoor staat, specifiek op het gebied van vrijwilligerswek, sociale cohesie, eenzaamheid, lidmaatschap (spot)verenigingen of -club, mantelzorg, jeugdigen met jeugdhulp. Dit is uitgedrukt in percentages die vergeleken zijn met het gemiddelde van Nederland of de provincie Noord-Brabant (afhankelijk van de aanwezige beschikbare informatie. De uitkomsten uit deze tabel worden vervolgens verder toegelicht. Tabel 6.6: Maatschappelijke participatie in de gemeente Meierijstad ten opzichte van de provincie Noord-Brabant en Nederland [GGD, 2020; Kenniscentrum Sport & Bewegen, 2022; CBS, 2023a]
Gemeente Meierijstad
Provincie Noord-Brabant
Nederland
% volwassenen dat vrijwilligerswerk doet (2020)
28,5 %
-
25,4 %
Sociale cohesie
% volwassenen dat veel sociale samenhang ervaart in de buurt (2022)
17 %
14 %
-
Eenzaamheid
% volwassenen dat ernstig/zeer ernstig eenzaam is (2020)
8,2 %
-
11,0 %
Indicator
Omschrijving
Vrijwilligerswerk
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
61
Projectgerelateerd
Gemeente Meierijstad
Provincie Noord-Brabant
Nederland
% volwassenen dat lid is van een (sport)vereniging of -club (2022)
46 %
45%
-
% volwassenen dat mantelzorg geeft (2020)
14,4 %
-
13,5 %
% jongeren met jeugdzorg (2023)
10,6 %
10,8 %
10,8 %
% jongeren met jeugdhulp (2023)
10,4 %
10,6 %
10,5 %
% jongeren in jeugdbescherming (2023)
0,9 %
1,0 %
1,1 %
Indicator
Omschrijving
Lidmaatschap (sport)vereniging of -club Mantelzorg
Jeugdigen met jeugdhulp
Vrijwilligerswerk Vrijwilligerswerk is werk dat men onbetaald en onverplicht doet, voor anderen of voor de samenleving. In de gemeente Meierijstad is het percentage vrijwilligers hoger dan het landelijk gemiddelde [GGD, 2020]. Sociale cohesie Sociale cohesie gaat over naar de mate waarin (groepen) mensen zich met elkaar en met de omgeving verbonden voelen, en naar het gedrag dat hieraan invulling geeft. In de gemeente Meierijstad ervaren volwassenen gemiddeld meer sociale cohesie dan gemiddeld in de provincie [GGD, 2022]. Eenzaamheid Ernstige of zeer ernstige eenzaamheid komt in de gemeente Meierijstad minder vaak voor dan gemiddeld in Nederland [GGD, 2020]. Lidmaatschap (sport)vereniging of -club In de gemeente Meierijstad zijn volwassenen iets vaker lid van een (sport)vereniging of -club dan gemiddeld in de provincie Noord-Brabant [GGD, 2022]. Mantelzorg Mantelzorg is onbetaalde en vaak langdurige zorg voor zieke familieleden of vrienden. Het percentage volwassenen dat mantelzorg geeft is in Meierijstad hoger dan landelijk gemiddeld. Het percentage volwassenen in Meierijstad dat zich tamelijk zwaar belast voelt door het geven van mantelzorg is met 8,0% ook behoorlijk lager dan het landelijk gemiddelde van 13,5% [GGD, 2020].
Jeugdigen met jeugdhulp Jeugdhulp is hulpverlening die bestemd is voor jongeren met problemen, veelal in de vorm van het bieden van bescherming en opvang, of van extra begeleiding en opvoeding. In de gemeente Meierijstad zijn er gemiddeld minder jeugdigen met jeugdhulp in vergelijking met het provinciaal en landelijk gemiddelde. Alleen het percentage jongeren met jeugdhulp met verblijf is iets hoger dan het gemiddelde in de provincie Noord-Brabant en Nederland [CBS, 2023a]. Er zijn geen gegevens over het percentage jongeren in jeugdreclassering. Ontmoetingsplekken In 2022 is onderzocht hoe bewoners in gemeente Meierijstad de leefbaarheid en veiligheid ervaren [Companen, 2023]. In Figuur 6.7 is weergegeven of bewoners vinden dat in hun buurt voldoende ontmoetingsplekken zijn. Bijna 50% is het daar (helemaal) mee eens en zo’n 20% is het daar (helemaal) mee oneens.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
62
Projectgerelateerd
Figuur 6.7 Percentage bewoners in de gemeente Meierijstad dat vindt dat er in de buurt voldoende ontmoetingsplekken zijn [Companen, 2023]
Aantal uitkeringsgerechtigden Het aantal personen met een bijstands(gerelateerde) uitkering is in Meierijstad 12,5 per 1.000 inwoners. Bij de meeste gemeenten ligt dit cijfer tussen 10 tot 15 [CBS, 2023d]. Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘groen’, omdat Meierijstad op alle indicatoren (vrijwilligerswerk, sociale cohesie, eenzaamheid, lidmaatschap (sport)vereniging of -club, mantelzorgers, jeugdigen met jeugdhulp) beter scoort dan landelijk of provinciaal gemiddeld.
6.3.3
Autonome ontwikkeling
Algemene trend Het aantal ouderen neemt de komende decennia naar verwachting fors toe. Het zwaartepunt van de vergrijzing ligt tussen 2025 en 2040. Met name het aantal oude ouderen zal meer dan verdubbelen. De kloof tussen zorgvraag en beschikbare (mantel)zorg neemt hierdoor dramatisch snel toe. De organisatie van betaalbare zorg en ondersteuning aan ouderen thuis vormt een grote uitdaging voor de toekomst. Als samenleving zullen we tot (creatieve) oplossingsrichtingen moeten komen die vaak buiten de zorg liggen. Een andere grote uitdaging is om mensen in staat te (blijven) stellen mee te kunnen doen aan de samenleving. Er ontstaat sluipenderwijs een tweedeling tussen mensen die wel en niet mee kunnen blijven doen. Bepalende factoren zijn hierbij de vaardigheden (bijv. digitaal), de toegankelijkheid van de openbare voorzieningen en het beschikbaar hebben van sociaal, cultureel en economisch kapitaal. Landelijk beleid Gemeenten en GGD’en, zorgverzekeraars en VWS werken samen aan een gezond en actief leven voor iedereen. In het GALA-akkoord staat hoe in 2040 een gezonde generatie opgroeit in een gezonde leefomgeving met een sterk sociaal netwerk. En welke stappen gezet worden om dat te bereiken. In het GALA staan een aantal resultaten die het rijk wil behalen. Een van die resultaten is: ‘Het versterken van (de verbinding met) de sociale basis’.
Op dit resultaat te behalen zijn er acties voor gemeenten geformuleerd. De acties zijn: • • • •
Gemeenten versterken nog nadrukkelijker de inzet van de sociale basis en de algemene voorzieningen als passende laagdrempelige maatschappelijke ondersteuning. Elke gemeente heef uiterlijk in 2024 een beleidsvisie op de sociale basis. De gemeente Meierijstad heeft dat gedaan met de gezondheidsnota ‘samen gezonder telt!’ Gemeenten gaan in de periode 2023 – 2026 mantelzorgers extra ondersteunen bij het uitvoeren van hun zorgtaken. Gemeenten werken aan het versterken en doorontwikkelen van hun respijtzorgaanbod om in samenspraak met de mantelzorgers in de periode 2023-2026 het respijtzorgaanbod beter aan te laten sluiten op de vraag en behoefe van de mantelzorgers.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
63
Projectgerelateerd
•
•
Gemeenten gaan in regionaal verband via de samenwerkingsagenda actief de dialoog aan met zorgverzekeraars en zorgkantoren over een domeinoverstijgend aanbod van zwaardere vormen van respijtzorg om waar passend een aantal pilots te kunnen starten. Gemeenten zeten in op een lokale aanpak eenzaamheid langs de vijf pijlers: bestuurlijk commitment, een sterk netwerk creëren, mensen met gevoelens van eenzaamheid zelf betrekken, aan een duurzame aanpak werken en monitoring en evaluatie organiseren. Conclusie De autonome ontwikkeling is net als de huidige situatie beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘groen’, Vanwege toenemende vergrijzing en tweedeling tussen burgers die wel en niet ‘mee kunnen doen’ en het ontbreken van bestaand daar op gericht concreet beleid, is er een risico op een verslechterende trend.
6.3.4
Doorkijk 2040
Door ontwikkelingen als vergrijzing en groeiende concurrentie tussen steden kan het aantal (vrijwillig) werkzame mensen na 2030 afnemen. Of dit ook het geval is in Meierijstad is afhankelijk van de verdere invulling van het beleid van de gemeente na 2030.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
64
Projectgerelateerd
7
Bodem en water
In onderstaande tabel is een samenvatting van de beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen van de aspecten binnen het thema ‘bodem en water’. Kwaliteitsniveau
Beoordelingsaspect
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Bodem
↘
Grondwater
↘
Oppervlaktewater
=
7.1
Bodem
7.1.1
Indicatoren en kwaliteitsniveaus
Bodem Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief en kwalitatief • Bodemkwaliteit (omgevingsdienst) en bodemverontreiniging • Bodemdaling Expert judgement op basis van bodemdaling, bodemkwaliteit en bodemverontreiniging
Schaallat kwaliteitsniveaus Groen
Er is geen sprake van bodemdaling en er zijn vrijwel geen bodemverontreinigingen.
Oranje
Er is nauwelijks sprake van bodemdaling en er zijn meerdere bodemverontreinigingen.
Rood
Er is sprake van bodemdaling en er zijn veel bodemverontreinigingen.
7.1.2
Huidige situatie
De gemeente Meierijstad bestaat voornamelijk uit dekzandgebied, met in het noorden lichte klei. De klimaatonderlegger van de provincie Noord-Brabant laat dit op kaart zien. De gemeente staat van oudsher bekend als gebied waar diffuse verontreiniging door zware metalen heeft plaatsgevonden. Bovendien is, volgens de gemeente, in het verleden veel landbouwgrond ontgrond en daardoor fosfaatverzadigd geraakt. Ook zijn de nodigde residuen van bestrijdingsmiddelen in de bodem te vinden. Bodemkwaliteit De bodemfunctieklassen- en bodemkwaliteitskaart zijn de instrumenten bij de uitvoering van het duurzame en efficiënte grondstromenbeleid. Op de bodemfunctieklassenkaart zijn de functies ‘wonen’ en ‘industrie’ weergegeven. Ook is overig landgebruik zoals landbouw, natuur en oppervlaktewater op de kaart weergegeven. De bodemkwaliteitskaart geeft voor de gemeenten de te verwachten chemische bodemkwaliteit aan van voor bodemverontreiniging niet-verdachte locaties voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2 meter diepte. In Figuur 7.1 is de bodemfunctieklassenkaart van de gemeente Meierijstad weergegeven. Logischerwijs is in een groot deel van de gemeente sprake van klasse ‘landbouw/natuur’. De kernen hebben de klasse ‘wonen’ en de klasse ‘industrie’. In Figuur 7.2 is de bodemkwaliteitszonekaart van de gemeente Meierijstad weergegeven.
Hieruit blijkt dat in een groot deel van de gemeente sprake van zone ‘overig gebied’. De kernen zijn deels aangewezen als overige historische bebouwing. Nergens in Meierijstad is sprake van een bodemkwaliteitszone industrie. 6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
65
Projectgerelateerd
Figuur 7.1: Bodemfunctieklassen gemeente Meierijstad (bron: omgevingsdienst Brabant Noord, 2019)
Figuur 7.2: Bodemkwaliteitszonekaart (bron: omgevingsdienst Brabant Noord, 2019)
In 2023 werd door meerdere gemeenten, waaronder Meierijstad en de omgevingsdienst Brabant Noord de Nota Bodembeheer (opnieuw) vastgesteld. Als onderdeel hiervan zijn meerdere kaarten opgesteld die de kwaliteit van de boven – en ondergrond weergeven. Uit de ontgravingskaart blijkt voor de meeste 6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
66
Projectgerelateerd
bodemkwaliteitszones dat de grond die vrijkomt uit zowel de boven- als de ondergrond, voldoet aan de eisen voor schone grond (zo blijkt uit het raadsvoorstel Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart) [Gemeente Meierijstad, 2022]. Een schone grond verklaring is een verklaring dat de bodem niet ernstig verontreinigd is. Er zijn in de regio Brabant Noord een aantal uitzonderingen. Voor de gemeente Meierijstad geldt alleen dat er verontreiniging is geconstateerd in wegbermen (bovengrond) van de doorgaande gemeentelijk wegen in het buitengebied en bij de voormalige stortplaats Vlagheide. Bovendien blijkt uit de bodemkwaliteitskaart PFAS dat het gehalte aan PFAS in de bodem in Meierijstad ruim onder de norm zit. PFAS vormt derhalve geen probleem voor grondverzet. Bij de aanleg van een waterbergingsgebied in het Ham-Havelt zijn door de gemeente hoge natuurlijke achtergrondwaarden van onder andere arseen in het Aa-dal, ten zuid-oosten van Veghel geconstateerd. De reden voor de hoge waarden die ook ondiep worden gemeten ligt mogelijk in het lokaal voorkomen van geologische breuken. Op een aantal plaatsen in de gemeente zijn nog zinkassen, een afvalproduct van de zinkindustrie uit de twintigste eeuw. Zinkassen bevatten zware metalen die in contact met water kunnen oplossen en uitspoelen in de bodem. Te grote hoeveelheden van die metalen zijn schadelijk voor mens en milieu.
Op Figuur 7.3 hieronder is te zien op welke locaties zinkassen voor kunnen komen. Met rode lijnen worden gebieden aangegeven waar zinkassen wel voorkomen en met groene lijnen worden gebieden aangegeven waar geen zinkassen voorkomen. In de gemeente zijn enkele zinkassen aanwezig.
Figuur 7.3: Locaties zinkassen (ODZOB, jaartal onbekend].
In Noord-Brabant zijn ongeveer 600 voormalige stortplaatsen met een gemiddelde grootte van 1,5 hectare. Deze stortplaatsen zijn de afgelopen jaren bijna allemaal meerdere malen onderzocht op milieu-hygiënische aspecten. Een deel van de oude stortplaatsen is ondertussen gesaneerd of heeft een nieuwe bestemming 6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
67
Projectgerelateerd
gekregen. In de kaart hieronder zijn de stortplaatsen in de gemeente Meierijstad te zien. Nagenoeg alle stortplaatsen vallen onder de categorie ‘standaard’. Dit zijn bestaande locaties die nog niet zijn verwijderd of hergebruikt. Twee locaties zijn gedeeltelijk hergebruikt. De gemeente vermoedt dat er (illegale) stortplaatsen liggen aan weerszijden van het Duits Lijntje in de bebouwde kom van Veghel. Mogelijk ligt een deel (zuidwesten) van de Buunders op een voormalige stort. Nader onderzoek zal dat uit moeten wijzen. Stortplaatsen
Figuur 7.4: Locaties stortplaatsen [Provincie Noord-Brabant, jaartal onbekend]
Bodemverontreiniging Bij gebruik van de bodem kan bodemverontreiniging ontstaan. Ook bij het hergebruik van grond, bouw- en reststoffen kunnen stoffen in de bodem terecht komen. Bij activiteiten op, in en met de bodem wordt rekening gehouden met de mogelijke gevolgen zodat de effecten op mens en dier minimaal zijn. Zo wordt ongewenste achteruitgang van de bodem voorkomen. Bodemverontreiniging kan mogelijk gezondheidsrisico’s veroorzaken, de exacte risico’s van bodemverontreiniging hangen af van de mate van blootstelling aan de verontreiniging. Voor verontreinigingen die ontstaan zijn na 1 januari 1987 geldt dat de verontreiniging volledig weggenomen of ongedaan gemaakt moet worden. Bij een voorval waardoor er verontreiniging ontstaat moet de veroorzaker de bodem zo snel mogelijk saneren. Bij het achterblijven van (rest-)verontreinigingen na een sanering geldt een nazorgplicht. De locaties met onaanvaardbare risico’s bij het huidige gebruik, zijn in het bodemsaneringsbeleid gedefinieerd als spoedlocaties. Er wordt onderscheid gemaakt in drie soorten spoedlocaties. Bij humane spoedlocaties is er sprake van onaanvaardbare risico’s voor de mens. Spoedlocaties verspreiding zijn locaties waarbij verontreinigingen zich verspreiden via het grondwater. Tenslotte zijn spoedlocaties ecologische locaties waarbij het ecosysteem wordt bedreigd [CLO, 2015].
In 2023 waren er drie spoedlocaties aanwezig in de gemeente Meierijstad: Boschweg in Schijndel, N.C.B-Laan in Veghel, Lage Landstraat in Veghel en de Lelielaan in Veghel. Op al deze locatie is de sanering gestart en zijn de risico’s beheerst [Provincie Noord-Brabant, 2023a].
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
68
Projectgerelateerd
Bodemdaling In grote delen van Nederland daalt de bodem door menselijke activiteit. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het verlagen van het grondwaterpeil om onze voeten droog te houden en het bouwen van woonwijken en wegen op slappe bodems. Daarnaast speelt het winnen van gas, olie, en zout een belangrijke rol. Vooral in delen van Nederland met veel klei en veen in de ondergrond is bodemdaling een probleem, omdat we het grondwaterpeil daar kunstmatig laag houden en de grond zeer samendrukbaar is. Bodemdaling komt in Nederland voornamelijk voor in de provincie Groningen en Zuid-Holland. In mindere mate komt bodemdaling voor in de provincie Noord-Brabant en Meierijstad. Volgens de gemeente is er sprake van lichte bodemdaling in het beekdal van de Aa, binnen de bebouwing van Veghel en in Erp, vanwege het lokaal voorkomen van veen – en kleilagen. In Figuur 7.5 is de mate van verzakking van de bodem in de gemeente te zien.
Figuur 7.5: Bodemdaling in Nederland (bron: Atlas van de Leefomgeving, Nederlands Centrum voor Geodesie en geo-informatica, 2019)
Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat er meerdere verontreinigde locaties zijn (‘zinkassen’). Er is weinig tot geen sprake van bodemdaling.
7.1.3
Autonome ontwikkeling
In november 2022 is er vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een Kamerbrief Water en Bodem Sturend gepubliceerd. Daarin maakte het kabinet 33 structurerende keuzes die richting geven aan beleid om het water- en bodemsysteem meer sturend te maken. ‘’De processen van bodemdaling, zeespiegelstijging en extremer weer kunnen we niet beheersen. In plaats van ons land en water aan te passen aan ons en onze wensen, is het daarom nodig dat wij ons gaan aanpassen aan de grenzen van bodem en water’’. De structurerende keuzes in deze kamerbrief zijn: 1. Versterken van de regie op de inrichting van de ondergrond. 6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
69
Projectgerelateerd
2. Streven om bij verstedelijking en infrastructuur zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van ruimte. De bodem wordt zo min mogelijk afgedekt en hersteld waar mogelijk. 3. Sturen in bestaand bebouwd gebied op vermindering van onnodige bodemafdekking en herstellen van de bodem inzetten op stedelijk groen. 4. Behouden van de toekomstige waardevolle landbouwgronden door maatregelen uit te werken voor het beheer van landbouwgronden op het gebied van materieel, nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen etc. 5. Bodemverstoring door ontgraving tegengaan en hoogwaardige grond hergebruiken om de gezonde en vitale bodems te behouden. 6. Herijken van de aanpak van bestaande en diffuse bodemverontreiniging. Provinciaal en regionaal beleid De provincie geeft richting aan ‘water en bodem sturend’ in haar Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022 – 2027 [Provincie Noord-Brabant, 2022g]. Doel van het RWP 2022-2027 is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit (de verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied) erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. De principes zijn: 1. De watervoorraad in balans 2. Elke druppel telt 3. Niet alles kan overal 4.
Brabant is in staat extreme weerssituaties op te vangen 5. Bescherming van water - en bodemkwaliteit 6. Gebruikers zijn maximaal verantwoordelijk 7. Circulair denken en doen Gemeentelijk beleid De Nota bodembeheer 2019-2024 is gericht op het huidige sectorale beleid (gericht op de chemische kwaliteit). Daarnaast is voorgesorteerd op de Omgevingswet, die zich richt op het duurzaam en efficiënt beheren en gebruiken van de bodem en ondergrond. Met genoemde Nota wordt hierop geanticipeerd. Maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie en de energietransitie vragen om ruimtelijke ingrepen, waarbij grondstromen ontstaan. Grondstromen die de Regio op een duurzame en efficiënte wijze wil hergebruiken. Doordat de deelnemende gemeenten, waaronder Meierijstad, de voorliggende Nota bodembeheer vaststellen en het beheergebied verruimen tot de regio wordt hiervoor de basis gelegd. Bodemdaling In Figuur 7.6 is de bodemdaling tussen 2020 en 2050 volgens het hoge scenario met sterke klimaatverandering weergegeven. De verwachting is dat rondom de kern Sint-Oedenrode sprake kan zijn van vrij sterke bodemdaling (20-40 cm).
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
70
Projectgerelateerd
Figuur 7.6: Bodemdaling verwachting 2020 - 2050 [Deltares; WenR; TNO, 2024]
Bodemkwaliteit Noord-Brabant streeft naar een Vitale Bodem in 2030. Een vitale bodem is schoon, gezond en weerbaar. Dit is niet alleen essentieel voor een gezonde bedrijfsvoering en een toekomstbestendige agrarische sector. Een vitale bodem is een bodem die vruchtbaar is, biodiversiteit (de verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied.) huisvest, ziektes weert, water bergt en voedingsstoffen vasthoudt en gedoseerd afgeeft. In het Regionaal Water- en Bodemprogramma (RWP) [Provincie Noord-Brabant, 2022g] is aangegeven dat een vitale bodem van belang is voor een goede waterkwaliteit en het verhogen van de biodiversiteit. Naast een RWP, is in 2019 de Nota Bodembeheer vastgesteld. De Nota kent twee doelen: • Het stellen van een kader voor het duurzaam en efficiënt hergebruik van grond binnen de regio; • Het beleidsmatig verankeren van het zogenaamde meersporenbeleid. Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, met een verslechtering ten opzichte van de huidige situatie. Dit heeft te maken met het hoge klimaatscenario, waarin er in de toekomst mogelijk in Sint-Oedenrode sprake kan zijn van toename van bodemdaling. Daarnaast bevat het huidige beleid geen concrete maatregelen gericht op bodemverontreinigingen vanwege zinkassen.
7.1.4
Doorkijk naar 2040
Volgens het scenario ‘hoog’ in de klimaateffectatlas (in de kaart van Deltares, TNO-geologische dienst Nederland en Wageningen Environmental Research) is er een kans dat bodemdaling tussen 2020 – 2050 zal plaatsvinden, en mogelijk dus ook na 2030. Het werken volgens het principe van ‘water en bodem sturend’ zal steeds vaker worden toegepast, maar de daadwerkelijke effecten hangen af van concrete maatregelen die hieruit voortvloeien.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
71
Projectgerelateerd
7.2
Grondwater
7.2.1
Indicatoren en kwaliteitsniveaus
Grondwater Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief en kwalitatief • Gemiddelde laagste en hoogste grondwaterstand (GLG/GHG) • Kwaliteit van het grondwater • Grondwaterbeschermingsgebieden Expert judgement op basis van grondwaterstanden (GHG/GLG) en de kwaliteit van het grondwater (mate van kwel)
Schaallat kwaliteitsniveaus De gemiddelde grondwaterstand in het bebouwde gebied ligt overal of bijna overal tussen de -0,6mmv (GHG) en -1,5m-mv (GLG), de kwaliteit van het grondwater is goed en in lijn met de KRW-richtlijn De gemiddelde grondwaterstand in het bebouwde gebied ligt voor een deel tussen de -0,6m-mv (GHG) en -1,5m-mv (GLG), de kwaliteit van het grondwater is matig en niet geheel in lijn met de KRW-richtlijn De gemiddelde grondwaterstand in het bebouwde gebied ligt vrijwel nergens tussen de -0,6m-mv (GHG) en -1,5m-mv (GLG), de kwaliteit van het grondwater is slecht en niet in lijn met de KRWrichtlijn
Groen Oranje Rood
7.2.2
Huidige situatie
Grondwaterstanden Grondwater is het water dat zich in de grond bevindt. De hoogte van het grondwater wordt de grondwaterstand genoemd. Als de grondwaterstand niet optimaal is kan er sprake zijn van grondwateroverlast of grondwateronderlast. Bij grondwateroverlast ligt de grondwaterstand te hoog, dit kan leiden tot overlast en schade in de vorm van natte kelders en kruipruimten. Overlast kan veroorzaakt worden door een natuurlijke oorzaak zoals extreme neerslag of de samenstelling van de bodem. Bij grondwateronderlast is er sprake van een te lage grondwaterstand. Dit heeft gevolgen voor onder andere funderingen van huizen gebouwen en leiden tot bijvoorbeeld paalrot en verzakkingen van huizen en gebouwen. Een grondwaterstand tussen de 0,6 meter en 1,5 meter onder het maaiveld kan als een optimum gezien worden in het bebouwde gebied. Boven de 0,6 meter is er verhoogd risico op het onderlopen van kelders of kruipruimtes, onder de 1,5 meter is er risico op het droogvallen van paalfunderingen. De grondwaterstanden worden weergeven in Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) en de Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG). In Figuur 7.7 is de GHG in de gemeente Meierijstad te zien en in Figuur 7.8 de GLG [Klimaateffectatlas en Nationaal Water Model, 2019a].
Uit de figuren kan afgeleid worden dat de GHG in Meierijstad dieper dan twee meter is op de hoger gelegen delen en in bebouwd gebied. In de lagergelegen delen is de GHG hoger (dichter bij het maaiveld). Bij veel van deze lagergelegen delen ligt de GHG zelf minder dan 2 meter onder het maaiveld. De GLG ligt voornamelijk tussen de 1 en dieper dan 2 meter. De ligging en het bijhorend dekzandlandschap zorgen van nature al voor lage grondwaterstanden, wat de kwetsbaarheid voor droogtegevoeligheid vergroot.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
72
Projectgerelateerd
Figuur 7.7: Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) [Nationaal Water Model, 2019a]
Figuur 7.8: Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG) [Nationaal Water Model, 2019a]
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
73
Projectgerelateerd
Kwaliteit grondwater Het grondwater moet voldoen aan richtlijnen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Brabant kent twee grote grondwaterlichamen: het ondiepe grondwaterlichaam ‘Zand Maas’ en het daaronder gelegen ‘Slenk Diep’. Zand Maas beslaat vrijwel de hele provincie, Slenk Diep beperkt zich tot Midden- en Oost-Brabant. Voor de algemene chemische kwaliteit wordt door Brabant in Zicht een oordeel geveld op basis van de concentraties van: • Nitraat • Totaal fosfaat • Chloride • Bestrijdingsmiddelen • Vier zware metalen Over het algemeen kan worden gesteld dat de kwaliteit van het grondwater in Nederland over het algemeen nog (zeer) goed is. Grondwater heeft over het algemeen een vrij constante temperatuur en samenstelling [tekst afkomstig van Informatiepunt Leefomgeving]. Op de kaart hieronder is de algemene, chemische kwaliteit van het grondwater in het stroomgebied van de Maas te zien. Ook voor het stroomgebied geldt dat het grondwater over het algemeen van goede kwaliteit is en voldoet aan de KRW-richtlijnen. Uit deeltoetsen is gebleken dat het grondwater op sommige locaties mogelijk niet van goede kwaliteit is (paarse lijnen). De exacte locaties zijn op de kaart niet benoemd. Van ecologische kwaliteit van het grondwater is geen data (op kaart) beschikbaar.
Figuur 7.9: Kaart kwaliteit grondwater stroomgebeid Maas [Brabant in Zicht, 2021]
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
74
Projectgerelateerd
Kwel Uittreden van grondwater heet kwel. Kwel beperkt zich doorgaans tot diepe polders en de lage randen van heuvels, duinen en plateaus. Het stroomt daar naartoe vanuit hoger gelegen gebieden, waar water in de grond infiltreert. Hoogteverschillen en de bodemopbouw zorgen voor een wisselwerking tussen kwel en infiltratie. Door menselijk ingrijpen kan de ‘flux’ tussen kwel en infiltratie veranderen, bijvoorbeeld door grondwaterwinningen. Kwel kan nadelig zijn voor de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, bijvoorbeeld door zout en nutriënten. Kwel kan ook van zeer goede kwaliteit zijn, zoals het water dat aan de rand van de Veluwe uittreedt. Als zoute kwel via de bodem verplaatst is er sprake van verzilting. Verzilting is in Meierijstad niet aan de orde. Wel is er langs rivieren in Meierijstad sprake van kwel. In Figuur 7.10 is de kwel – en infiltratiekaart te zien.
Figuur 7.10: Kwel en infiltratiekaart (bron: Provincie Noord-Brabant)
Grondwaterbeschermingsgebied Grondwater is de belangrijkste grondstof voor ons drinkwater. Om het grondwater te beschermen en verontreiniging te voorkomen wijzen de provincies beschermingszones aan (waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied en/of boringsvrije zone). In de beschermingszones worden beperkingen gesteld aan de menselijke activiteiten om zo de kans op verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Sommige gebieden zijn waterwingebieden of grondwaterbeschermingsgebied. Een grondwaterbeschermingsgebied is de buitenste schil rondom een waterwingebied. Voor het grondwaterbeschermingsgebied gelden regels om het grondwater niet te vervuilen. Binnen deze gebieden zijn woningen, wegen en bedrijven toegestaan, maar er gelden wel wettelijke regels om vervuiling van het grondwater te voorkomen. Dit wordt ook wel de 25-jaarszone genoemd. In zeer kwetsbare grondwaterbeschermingsgebieden (waar beschermende kleilagen ontbreken) is de 25-jaarszone bovendien omgeven door een 100-jaarszone. Mocht er iets misgaan (bijvoorbeeld door lozingen die in de grond komen), dan is er voldoende tijd om maatregelen te nemen om de zuivering van het drinkwater aan te passen. Op Figuur 7.11 is te zien dat er binnen de gemeente Meierijstad een aantal drinkwaterwingebieden zijn, inclusief een aantal boringsvrije zones. Er zijn geen grondwaterbeschermingsgebieden.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
75
Projectgerelateerd
Figuur 7.11: Drinkwaterwingebieden voor menselijke consumptie en boringsvrije zones [Kaartbank Provincie Noord-Braban]
Volgens de gemeente zijn de gevolgen van wateroverlast al merkbaar in de gemeente. De gemeente heeft te maken met sterfte van planten door langdurig hoge grondwaterstanden. Dit komt doordat planten de afgelopen jaren vanwege de droogte een diepgaander wortelgestel gekregen. Bij hoge grondwaterstanden sterven deze wortels af door zuurstoftekort [informatie afkomstig van de gemeente intern]. Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, omdat de gemiddelde grondwaterstand (GLG en GHG) in het bebouwde gebied veelal onder de -1,5m-mv ligt. Verdroging is daardoor een risico. De kwaliteit van het grondwater is over het algemeen goed.
7.2.3
Autonome ontwikkeling
In november 2022 is er vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een Kamerbrief Water en Bodem Sturend gepubliceerd [Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2022]. Daarin maakte het kabinet 33 structurerende keuzes die richting geven aan beleid om het water- en bodemsysteem meer sturend te maken. De processen van bodemdaling, zeespiegelstijging en extremer weer kunnen we niet beheersen. In plaats van ons land en water aan te passen aan ons en onze wensen, is het daarom nodig dat wij ons gaan aanpassen aan de grenzen van bodem en water. De relevante structurerende keuzes voor voldoende water zijn: 1. Op basis van het huidige klimaatscenario, is de ambitie voor het hoofdwatersysteem om weerbaar te zijn tegen een droogte, die bij een scenario van grote klimaatverandering en sterke groei van economie en bevolking gemiddeld eens in de 20 jaar voorkomt. 2. De omvang van alle grondwateronttrekkingen wordt in beeld gebracht om toe te werken naar een robuust 3. Werken aan nieuwe en diverse drinkwaterbronnen voor voldoende drinkwaterbronnen van voldoende kwaliteit.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
76
Projectgerelateerd
Provinciaal en regionaal beleid Waterschappen en overheden in Noord-Brabant sloten een grondwaterconvenant en droogteagenda [2021] met elkaar. Gewenste effect van dit convenant is dat (regen)water in hoger gelegen gebieden niet wordt afgevoerd, maar zoveel als het kan wordt vastgehouden en geïnfiltreerd naar het grondwater, waardoor grondwaterstanden structureel hoger zijn en kwelstromen zich herstellen. In 2027 moet de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand ten opzichte van 2002 10 centimeter hoger liggen in de lagere, peilgestuurde delen van Noord-Brabant, tot zeker 35 centimeter op de hoger gelegen infiltratiegebieden. Verder is er GGOR-beleid met maatregelen in bijvoorbeeld het beekdal van de Leigraaf (waterschap Aa en Maas) en zet het waterschap Aa en Maas in op het verondiepen van beekbodems. De provincie geeft richting aan ‘water en bodem sturend’ in haar Regionaal Water en Bodem Programma 2022 – 2027. Doel van het RWP 2022-2027 is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit (de verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied) erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. De principes zijn: 1. De watervoorraad in balans 2.
Elke druppel telt 3. Niet alles kan overal 4. Brabant is in staat extreme weerssituaties op te vangen 5. Bescherming van water - en bodemkwaliteit 6. Gebruikers zijn maximaal verantwoordelijk 7. Circulair denken en doen Gemeentelijk beleid In het Programma Water en Riolering [Gemeente Meierijstad, 2022c] beschrijft de gemeente dat de gemeente volgens de Waterwet een zorgplicht heeft met betrekking tot grondwater. ‘’De zorgplicht heeft het karakter van een inspanningsverplichting. Dat wil zeggen dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied, maar alleen een regierol vervult.’’ De gemeente geeft hierin aan dat zij, om invulling te geven aan de grondwaterzorgplicht’ richt op het zorgen dat grondwater de bescherming van een gebied niet structureel belemmert. Ook faciliteert zij bij grondwaterproblemen. Alleen in bepaalde gevallen neemt de gemeente maatregelen. Grondwaterstand De verwachting is dat als gevolg van klimaatverandering er meer extreme neerslag zal vallen gedurende de winters en er een groter watertekort ontstaat gedurende droge en warme zomers. Als gevolg van klimaatverandering zal de GHG in Meierijstad met name stijgen in het zuidwesten van de gemeente. In Figuur 7.12 is dit te zien. De GLG laat een daling zien in en rondom Schijndel. In Figuur 7.13 is dit te zien.
Autonome daling van de grondwaterstand kan hier schade aan de natuur, landbouw en fundering aanrichten. Voor de autonome situatie is uitgegaan van de ontwikkelingen tot 2035. Er kan aangenomen worden dat grondwaterstijging en -daling tot 2030 zal plaatvinden, in mindere mate dan is weergegeven in de figuren.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
77
Projectgerelateerd
Figuur 7.12: Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand hoog scenario 2050 [Nationaal Water Model, 2019a]
Figuur 7.13:Gemiddelde Laagste Grondwaterstand hoog scenario 2050 [Nationaal Water Model, 2019a]
Grondwaterbeschermingsgebieden De vraag naar drinkwater zal tot zeker 2030 stijgen. Door klimaatverandering en verontreiniging staat het aanbod ervan onder druk. Om later genoeg drinkwater te hebben, heeft de provincie Noord-Brabant gebieden gereserveerd voor drinkwaterwinning. In deze gebieden wordt nog geen water gewonnen, maar ze moeten al wel beschermen worden om ervoor te zorgen dat het grondwater geschikt blijft voor toekomstige drinkwaterwinning. In Figuur 7.14 zijn deze zogeheten attentiezones te zien.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
78
Projectgerelateerd
Figuur 7.14: Attentiezones waterhuishouding (Kaartbank Provincie Noord-Brabant)
Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘oranje’, met een verslechtering ten opzichte van de huidige situatie. Als gevolg van klimaatverandering zal er meer extreme neerslag vallen gedurende de winters en er een groter watertekort ontstaat gedurende droge en warme zomers. Dit heeft een negatieve doorwerking op de grondwaterstanden in Meierijstad.
7.2.4
Doorkijk 2040
Richting 2040 zullen extreme regenval en droogte verergeren. Dit is negatief voor de grondwaterkwantiteit en -kwaliteit. Als er geen beleid opgesteld wordt of maatregelen genomen worden zal het aspect grondwater richting 2040 verder verslechteren (negatieve trend).
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
79
Projectgerelateerd
7.3
Oppervlaktewater
7.3.1
Indicatoren en kwaliteitsniveaus
Toe Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief • Chemische toestand oppervlaktewater • Ecologische toestand of potentieel oppervlaktewater De chemische en de ecologische toestand van wateren op basis van de KRW-doelstellingen voor 2027
Schaallat kwaliteitsniveaus Groen
De chemische en ecologische toestand van het oppervlaktewater is goed (voldoet aan de KRW) . De chemische of ecologische toestand van het oppervlaktewater is goed (de helft voldoet aan de KRW). De chemische en ecologische toestand van het oppervlaktewater is ontoereikend/slecht (voldoet niet aan de KRW).
Oranje Rood
7.3.2
Huidige situatie
Chemische en ecologische toestand oppervlaktewater Een goede oppervlaktewaterkwaliteit is belangrijk voor mens, natuur en bedrijvigheid. Industrie en landbouw stellen steeds hogere eisen aan de kwaliteit van het water. Het gaat dan om water waar niet te veel voedingsstoffen en geen vervuilende stoffen in zitten. Om een goede oppervlaktewaterkwaliteit te realiseren en te borgen is de Kaderrichtlijn Water (KRW) opgesteld. De KRW is een Europese richtlijn die voorschrijft dat de waterkwaliteit van de Europese wateren vanaf 2015 aan bepaalde eisen moest voldoen. Daarnaast zijn er waterkwaliteitsdoelen geformuleerd. In 2027 moet deze opgave gerealiseerd zijn. Het thema waterkwaliteit is gemeentegrens overstijgend. Dat betekent dat de gemeente meestal niet de volledige regie heeft op de kwaliteit van de KRW-wateren. Het doel van KRW is om chemisch schoon en ecologisch gezond water te realiseren. De chemische en ecologische toestand wordt op basis van verschillende parameters (stoffen) bepaald. De chemische toestand van het oppervlaktewater wordt in de KRW-beoordeling bepaald door de aanwezigheid van 53 stoffen of groepen van stoffen. Een onvoldoende kwaliteit wordt meestal veroorzaakt doordat één of twee stoffen niet aan de norm voldoen. De ecologische toestand laat zien in hoeverre een waterlichaam een goed leefklimaat biedt voor planten en dieren.
De ecologische toestand (en het potentieel) wordt beoordeeld op basis van vier biologische kwaliteitselementen en een aantal biologische ondersteunende parameters. De ecologische toestand wordt per parameter gerapporteerd in klassen: goed, matig, ontoereikend en slecht. Een parameter in de klasse “goed” voldoet aan de KRW-doelstelling voor die parameter [Rijksoverheid 2017]. In de tabel hieronder is de chemische en ecologische toestand van KRW-waterlichamen weergegeven in en rondom de gemeente Meierijstad. In de tabel is te zien dat geen enkel KRWwaterlichaam in de gemeente voldoet wat betreft ecologie. Twee KRW-waterlichamen voldoen wat betreft chemische toestand, de overige waterlichamen niet [Brabant in Zicht, z.d.].
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
80
Projectgerelateerd
#
Water
Chemische toestand
Ecologische toestand of potentieel
1
De Dommel
Voldoet niet
Matig
2
Biezenloop
Voldoet niet
Matig
3
Beeksche waterloop
Voldoet
Matig
4
Dungense loop
Voldoet niet
Ontoereikend
5
Beekgraaf
Voldoet niet
Ontoereikend
6
Grote waterloop
Voldoet
Matig
7
Goorloop (Aa)
Voldoet niet
Matig
8
Landmeersche Loop
Voldoet niet
Ontoereikend
Figuur 7.15: Ecologische toestand (totaal) wateren in Noord-Brabant [Brabant in Zicht, z.d.]
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
81
Projectgerelateerd
Figuur 7.16: Chemische kwaliteit (totaal) wateren in Noord-Brabant [Brabant in Zicht, z.d.]
Tekorten oppervlaktewater Vele functies in Nederland zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van zoetwater. Door de ligging in een delta en door het gematigd klimaat, is er jaarrond voldoende water beschikbaar. Tijdelijke watertekorten kunnen optreden als de neerslag en aanvoer via de grote rivieren en kanalen kleiner is dan de vraag, óf als het aangevoerde water van onvoldoende kwaliteit is [op basis van informatie uit de Klimaateffectatlas]. In een gemiddeld droge zomer treden er vrijwel nergens oppervlaktewatertekorten op, met uitzondering van een paar gebieden in Brabant, Zeeland en noord Friesland en Groningen waar het regionale watersysteem ‘te krap’ is. Ook in de gemeente Meierijstad treden in een gemiddeld droge zomer oppervlaktewatertekorten op, voornamelijk aan de oostkant. Aan de zuidwestelijke zijde van de gemeente zijn er in een gemiddeld jaar geen problemen te verwachten. In Figuur 7.17 is te zien op welke plekken mogelijk tekorten kunnen ontstaan in droge zomers. Volgens de gemeente Meierijstad worden tekorten van oppervlaktewater in het beheergebied van Waterschap Aa en Maas zoveel mogelijk tegemoetgekomen door de aanvoer van oppervlaktewater uit Midden-Limburg en door de inlaat van effluent uit de Rioolwaterzuiveringsinstallaties van het waterschap.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
82
Projectgerelateerd
Figuur 7.17: Oppervlaktewatertekorten in een gemiddeld droge zomer [Nationaal Water Model, 2019]
Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘rood’, omdat de meeste waterlichamen wat betreft chemische en ecologische toestand niet voldoet aan de KRW-doelstellingen.
7.3.3
Autonome ontwikkeling
Provinciaal en regionaal beleid Met monitoring probeert de provincie Noord-Brabant het rijksbeleid voor stoffen in grond- en oppervlaktewater (het KRW) te evalueren om zo te kijken of het leidt tot de gewenste waterkwaliteitsverbetering. Echter, autonome ontwikkelingen zoals klimaatverandering (lange periodes van droogte bijvoorbeeld) kunnen ook grote negatieve invloed hebben op de kwantiteit en kwaliteit van het oppervlaktewater. Naast de provincie is ook het waterschap voornemens om de oppervlaktewaterkwaliteit te verbeteren. Het Waterschap de Dommel geeft vorm aan het programma Schoon Water langs drie sporen: •
•
•
Verbeteren van de ecologische waterkwaliteit in waterlichamen: In 2027 heeft het waterschap KRW-maatregelen genomen voor verbetering van de waterkwaliteit en ecologie in de waterlichamen en het grondwater. Onderdeel hiervan in het aanpakken van overstorten. Verbeteren van de waterkwaliteit en nuttig inzetten van effluent (gezuiverd afvalwater): De waterkwaliteit van het effluent wordt verder verbeterd door een verdergaande zuivering. Benedenstrooms wordt het effluent hergebruikt (een pilot) en bovenstrooms wordt het gebruikt als belangrijke voeding voor de beken. Doelen stellen voor en acties richten op overige wateren: Verbeteren van de waterkwaliteit van de overige wateren door doelen te stellen binnen de gebiedsgerichte aanpak en samen met partners acties hierop richten.
Waterschap Aa en Maas heeft de doelen voor de komende jaren (tot 2027) uitgewerkt in een waterbeheerplan. Het Waterschap werkt aan schoon water, onder andere door bij alle zuiveringen processen te optimaliseren we de processen. En maatregelen te nemen gericht op extra zuivering op stoffen in het water zoals stikstof en fosfor als bijdrage aan het halen van de KRW-doelen (Kaderrichtlijn Water) in het oppervlaktewater (water in sloten en beken).
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
83
Projectgerelateerd
De provincie geeft richting aan ‘water en bodem sturend’ in haar Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022 – 2027 [Provincie Noord-Brabant, 2022g]. Doel van het RWP 2022-2027 is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit (de verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied) erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. De principes zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
De watervoorraad in balans Elke druppel telt Niet alles kan overal Brabant is in staat extreme weerssituaties op te vangen Bescherming van water - en bodemkwaliteit Gebruikers zijn maximaal verantwoordelijk Circulair denken en doen
Gemeentelijk beleid In het Programma Water en Riolering [gemeente Meierijstad, 2022c] beschrijft de gemeente dat samen met de waterschappen wordt gewerkt aan het verder behalen van de KRW-doelstellingen. Wanneer er zich waterkwaliteitsknelpunten voordoen oordelen ze samen met de waterbeheerder over de noodzaak van maatregelen. De gemeente draagt bij aan het signaleren van negatieve gevolgen van riooloverstorten op de kwaliteit van het oppervlaktewater. De gemeente werkt aan het installeren van meetapparatuur, zodat de waterkwaliteit beter kan worden bijgehouden. Volgens de gemeente is het bergen van water in de gemeente uitdagend, omdat de bodemopbouw in de gemeente zodanig is dat oplossingen voor waterberging mogelijk hoge kosten met zich meebrengen. Bovendien legt waterberging een belasting op de fysieke ruimte. Tekorten oppervlaktewater Autonoom kan worden verwacht dat er in de toekomst een tekort kan ontstaan aan oppervlaktewater wanneer er extreem droge periodes zijn. In Figuur 7.18 is te zien wat de verwachte tekorten aan oppervlaktewater zullen zijn in een extreem droog jaar en in een gemiddeld jaar. Er is te zien dat er in extreem droge periodes tekort ontstaat aan de beschikbaarheid van water in het hoofdsysteem.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
84
Projectgerelateerd
Figuur 7.18: Verwachte tekorten oppervlaktewater extreem droge periodes [Nationaal Water Model, 2019]
Temperatuur oppervlaktewater De temperatuur van oppervlaktewater is bepalend voor de kwaliteit en ecologische toestand van het water. Wanneer de temperatuur boven de 20°C uitkomt daalt de oplosbaarheid van zuurstof in water, neemt de consumptie van zuurstof in het water toe en botulisme, en groeit blauwalg veel beter. Ook groeien in opgewarmd water ziekteverwekkers beter en verspreiden ziekten sneller in warm water. De grens van 20°C is daarmee een ‘tipping point’ voor waterkwaliteit van oppervlaktewater. Op Figuur 7.19 is het risico op opwarming van het oppervlaktewater weergegeven. Voor elk jaar is de maximale lengte (in dagen) van periodes bepaald waarin de watertemperatuur zonder onderbreking hoger is dan 20°C. De gemiddelde maximale periode is weergegeven op de kaart.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
85
Projectgerelateerd
Figuur 7.19: Opwarming van oppervlaktewater in dagen (Klimaateffectatlas, kaart opgesteld door Wageningen Environmental Research, WEnR en TAUW, 2017)
Conclusie De autonome ontwikkeling is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘rood’, met een gelijkblijvende trend ten opzichte van de huidige situatie. De provincie, gemeente en waterschappen zijn voornemens om de (ecologische) waterkwaliteit te verbeteren, maar het is nog onduidelijk welke maatregelen ze precies gaan nemen en in hoeverre het beleid anticipeert op toekomstige tekorten en opwarming van oppervlaktewater.
7.3.4
Doorkijk 2040
Of er na 2030 sprake is van een kering van de trend richting een verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit is afhankelijk van het dan vigerend beleid.
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
86
Projectgerelateerd
8
Natuur
In onderstaande tabel is een samenvatting van de beoordelingen van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen van de aspecten binnen het thema ‘natuur’. Kwaliteitsniveau
Beoordelingsaspect
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Natura 2000
↗
Natuurnetwerk Brabant
↗
Biodiversiteit
↗
8.1
Natura 2000
Voor de mogelijke gevolgen van de Toekomstvisie voor beschermde Natura 2000-gebieden wordt een passende beoordeling opgesteld. Daarin wordt ook de huidige staat van de Natura 2000-gebieden beschreven, en hoe zich dat ontwikkelt in de toekomst. Voor de volledigheid van deze Foto van de leefomgeving wordt beknopt ingegaan op Natura 2000. Een uitgebreide beschouwing van Natura 2000 komt in de passende beoordeling.
8.1.1
Indicatoren en kwaliteitsniveaus
Natura 2000 Status gebruikte informatie Beschikbare referentiewaarden
Kwantitatief • Instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000 • Mate van overschrijding van de kritische depositiewaarde (KDW) stikstof Natura 2000 • Uitstoot NH3 en NOx van bronnen binnen Meierijstad Expert judgement op basis van het behalen van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen en de overschrijding van de kritische depositiewaarde stikstof
Schaallat kwaliteitsniveaus De instandhoudingsdoelstellingen bevinden zich allen in een gunstige staat van instandhouding en er is geen sprake van een overschrijding van de kritische depositiewaarde van stikstof in Natura 2000 gebieden. De instandhoudingsdoelstellingen bevinden zich deels in een gunstige staat van instandhouding en er is sprake van een matige overschrijding van de kritische depositiewaarde van stikstof in Natura 2000 gebieden. Geen enkele instandhoudingsdoelstelling bevindt zich in een gunstige staat van instandhouding en in alle gebieden is sprake van een sterke overschrijding van de kritische depositiewaarde van stikstof in Natura 2000 gebieden.
Groen Oranje Rood
8.1.2
Huidige situatie
Natura 2000 is het samenhangende netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie, bestaande uit Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden. De Europese afspraken zijn in Nederland vastgelegd in de Omgevingswet. Het biedt de juridische basis voor de aanwijzing van Natura 2000-gebieden en stelt de kaders voor de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve effecten hebben op de in voornoemde gebieden geformuleerde instandhoudings-doelstellingen. In zogenoemde aanwijzingsbesluiten is de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch vastgelegd. In een aanwijzingsbesluit wordt onder meer vermeld voor welke soorten en/of habitattypen het gebied van
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
87
Projectgerelateerd
belang is en welke doelen per soort of habitattype worden nagestreefd (‘instandhoudingsdoelstellingen’). De instandhoudingsdoelstellingen vormen de specifieke doelstellingen die in een gebied gelden en zijn gericht op het in gunstige staat van instandhouding brengen of houden van habitattypen en soorten. Natura 2000-gebieden zijn in beheer bij de provincies, die beheerplannen opstellen voor de Natura 2000gebieden binnen hun grondgebied. In de beheerplannen wordt aangegeven op welke wijze, waar, wanneer de ‘instandhoudingsdoelstellingen’ gehaald gaan worden. Vaak zijn er voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen zowel interne als externe maatregelen nodig. Beheerplannen zijn tevens het uitgangspunt en toetsingskader voor handhaving en vergunningverlening. In de gemeente Meierijstad liggen geen Natura 2000-gebieden. Binnen een straal van 10 kilometer rondom Meierijstad liggen twee Natura 2000-gebieden. Dit zijn de gebieden Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (op 5 km afstand) en Kampina & Oisterwijkse Vennen (op 6 km afstand). Deze gebieden zijn aangewezen als Habitatrichtlijn. Daarnaast is een deel van het gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen aangewezen onder Habitat- en Vogelrichtlijn. De ligging van de Natura 2000-gebieden binnen een straal van 10 kilometer rondom Meierijstad is weergegeven in Figuur 8.1.
De gebieden binnen een straal van 10 tot 25 kilometer zijn: • Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen (11 km) • Kempenland-West (12 km) • Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux (12 km) • Stabrechtse Heide & Beuven (12 km) • Deurnsche Peel & Mariapeel (15 km) • Rijntakken (16 km) • Langstraat (23 km) • Oeffelter Meent (23 km) • Boschhuizerbergen (24 km) • Sint Jansberg (24 km) • Maaduinen (24 km) Vlijmens Ven, Moerputten & Bosche Broek (897 ha)
Natura 2000-gebieden
Kampina & Oisterwijke Vennen (2,278 ha)
Figuur 8.1: Ligging van natura 2000-gebieden binnen en straal van 10 kilometer rondom de gemeente Meierijstad [Ministerie van Economische Zaken, 2018]
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
88
Projectgerelateerd
Ontwikkelingen in Meierijstad kunnen van invloed zijn op de kwaliteit van nabijgelegen Natura 2000gebieden, bijvoorbeeld vanwege uitstoot van stikstof dat neer kan slaan in Natura 2000-gebieden of de onttrekking van water die tot verstoring (verdroging) binnen het Natura 2000-gebied kan leiden. Instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000 De actuele staat van de Brabantse Natura 2000-gebieden is opgenomen in Natuurdoelanalyses [Provincie Noord-Brabant, 2023b]. Daaruit blijkt dat de natuur in de Brabantse Natura 2000-gebieden verslechtert. De problemen worden veroorzaakt door een mix van verzuring, vermesting en verdroging, dat per gebied verschilt. Een diversiteit aan planten en bomen hebben hieronder te lijden en verdwijnen langzaam maar zeker uit de gebieden. Dat heeft onder meer tot gevolg dat het aantal insecten vermindert, waardoor in sommige gebieden bepaalde vogels en andere dieren niet meer kunnen leven. De instandhoudingsdoelstellingen worden in de huidige situatie in geen enkel Brabants Natura 2000-gebied behaald. Stikstofdepositie Op basis van de gegevens in AERIUS Monitor 2024 blijkt dat er in alle Brabantse Natura 2000-gebieden sprake is van actuele overschrijding van de kritische depositiewaarde 12 . Deze depositie is niet alleen afkomstig uit Brabant en Nederland.
Ongeveer 50% komt uit het buitenland, 17% uit andere Nederlandse provincies en 33% vanuit bronnen in Noord-Brabant. Van de bronnen in Noord-Brabant komt gemiddeld ongeveer 75% van de stikstofdepositie die in de Brabantse Natura 2000-gebieden neerslaat vanuit de landbouw. [Provincie Noord-Brabant, 2024e] Als gekeken wordt naar stikstofbronnen in Meierijstad, dan laat onderstaande Tabel 8.1 zien dat de meeste uitstoot van ammoniak (NH3) vanuit de landbouw komt, en de meeste uitstoot van stikstofoxiden (NOx) vanuit verkeer en vervoer. 13 Tabel 8.1 Emissie van ammoniak en stikstof per bron in de gemeente Meierijstad in 2022 [Rijksoverheid, 2022a]
Ammoniak
Stikstofoxiden
Afvalverwijdering
39,32
3,69
Bouw
0,04
0,43
-
0,06
2,84
13,57
Landbouw
1.060,24
188,61
Verkeer en vervoer
22,27
505,18
Bron
[NH3]
Chemische industrie Handel diensten en overheid (HDO)
Natuur
4,26
Energiesector
-
0,09
Drinkwatervoorziening
-
0,02
Riolering en waterzuiveringsinstallaties
-
0,004
1.169,27
803,13
Totaal
12 13
[NOx]
De KDW is een wetenschappelijke maatstaf die aangeeft hoeveel stikstof de natuur aan kan, zonder risico op verslechtering. De meeste stikstofdepositie is afkomstig van ammoniak (NH3), zie https://www.rivm.nl/stikstof/wat-is-stikstof/stikstofdepositie
6 december 2024
BJ9389-FvdL-RP-03
89
Projectgerelateerd
Conclusie De huidige situatie is beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘rood’. In de Natura 2000-gebieden rondom Meierijstad worden de instandhoudingsdoelstellingen in de huidige situatie niet behaald. De stikstofdeposities in die gebieden liggen boven de kritische depositiewaarden.