GoFlo Achter-de-kerk te Olland 300126
Tekst van het document
Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.” Gemengd gebied “Een gemengd gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.”
- 31 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
Het projectgebied is gelegen in de bebouwde kom van Olland. Het projectgebied kan aangemerkt worden als omgevingstype ‘rustige woonwijk’. In onderhavig hoofdstuk wordt de aanwezigheid van milieubelastende functies in de nabijheid van het projectgebied onderzocht. Aangegeven wordt welke afstanden uit de VNG brochure van toepassing zijn en getoetst wordt of hieraan kan worden voldaan. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt of ter plaatse van de te realiseren woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Milieuzonering In de directe omgeving van het projectgebied zijn twee bedrijfsmatige functies gelegen. Het betreft de multifunctionele accommodatie (MFA) aan Pastoor Smitsstraat 40 en de begraafplaats aan Pastoor Smitsstraat 44. De H. Martinus kerk is recent getransformeerd naar een woonfunctie met elf appartementen. Voor de MFA aan Pastoor Smitsstraat 40 geldt dat de functie ‘basisschool’, die binnen dit gebouw aanwezig is, als meest milieubelastende acitviteit kan worden aangemerkt. De van toepassing zijnde richtafstanden voor beide functies zijn onderstaand opgenomen in figuur 5.1. Betreffende richtafstanden zijn gemeten vanaf de grens van het perceel waarop de bestemming ‘Maatschappelijk’ rust tot de meest dichtbij gelegen gevel van de nieuw op te richten woningen binnen het projectgebied. Bedrijf adres 1.
Past. Smitsstraat 44
2.
Past. Smitsstraat 40
Richtafstand in meters bestemming – functie Maatschappelijk – begraafplaats Maatschappelijk – basisschool (MFA)
Afstand
geur
stof
geluid
gevaar
Feitelijk
0
0
10
0
10 m.
0
0
30
0
0 m.
Figuur 5.1: Overzicht en toetsing richtafstanden.
Uit figuur 5.1 blijkt dat bij de te bouwen woningen binnen het projectgebied voor alle aspecten voldaan wordt aan de richtafstanden tot de begraafplaats aan Pastoor Smitsstraat 44. Hiermee kan gevoeglijk worden aangenomen dat ter plaatse van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de begraafplaats én dat de begraafplaats niet wordt beperkt in haar gebruiksmogelijkheden als gevolg van voorliggend initiatief. Daarnaast blijkt uit figuur 5.1 dat voor de te bouwen woningen binnen het projectgebied niet voldaan wordt aan de richtafstand van 30 meter voor het aspect ‘geluid’ ten opzichte van de MFA aan Pastoor Smitsstraat 40. In hoofdstuk 5.6 alsmede in het akoestisch onderzoek zoals opgenomen als bijlage bij voorliggende onderbouwing, is daarom het aspect ´geluid´ afkomstig van de activiteiten van de MFA nader onderzocht.
- 32 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van de beoogde woningen, door de toepassing van een geluidsscherm, sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat als gevolg van geluid afkomstig van de activiteiten van de MFA. Doordat ter plaatse van de beoogde woningen voldaan wordt aan van de geldende geluidsnormen ten gevolge van de huidige activiteiten van de MFA, wordt de MFA niet beperkt in haar gebruiksmogelijkheden als gevolg van voorliggend initiatief. Conclusie Vanuit het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’ is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.3
Geur De vergunningverlener moet bij het beoordelen van het aanvaardbaar geurhinderniveau rekening houden met het omgevingsplan. Zo staat in het omgevingsplan wat de geurgevoelige gebouwen en locaties zijn. Ook kunnen in het omgevingsplan andere regels voor geur staan (of een omgevingswaarde voor geur). Voor een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of: ➢ Bestaande bedrijven door het plan niet worden belemmerd in huidige of toekomstige bedrijfsvoering; ➢ Er binnen het projectgebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het eerste punt wordt de zogenaamde toets op de ‘omgekeerde werking’ toegepast. Voor het tweede punt moet worden getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Omgevingsverordening Noord-Brabant of het gemeentelijk omgevingsplan, Belemmering veehouderijen De te bouwen woningen binnen het projectgebied betreffen geurgevoelige gebouwen. In de directe omgeving van het projectgebied zijn echter geen veehouderijen gelegen. Het projectgebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Olland, omringd door woonbestemmingen. Veehouderijen worden hiermee dan ook niet gehinderd in hun bedrijfsvoering als gevolg van de bouw van de 11 woningen, daar andere geurgevoelige objecten eerder maatgevend zijn voor de uitbreidingsruimte van deze veehouderijen.
Er worden als gevolg van voorliggend initiatief dan ook geen veehouderijen beperkt in hun bedrijfsvoering. Woon- en leefklimaat Door de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) is de achtergrondbelasting voor wat betreft geur in kaart gebracht. Figuur 5.2 geeft een uitsnede van de geurkaart met daarop het projectgebied weergegeven. De achtergrondbelasting geur ter plaatse van nagenoeg het gehele projectgebied bedraagt minder dan 3 ouₑ/m³. Enkel ter plaatse van de toegangsweg is sprake van een achtergrondbelasting van 3 tot 7 ouₑ/m³. Het woon- en leefklimaat binnen het
- 33 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
projectgebied als gevolg van de gecumuleerde geurbelasting (achtergrondbelasting) kan dan ook worden aangemerkt als zeer goed.
projectgebied
Figuur 5.2: Uitsnede geurkaart achtergrondbelasting (bron: ODZOB).
Conclusie Vanuit het aspect ‘geur’ is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.4
Gezondheid in relatie tot veehouderijen Door middel van toetsing aan het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) kan beoordeeld worden of voor een specifieke situatie er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen worden onderstaand stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Het stappenplan 2.0 wordt hieronder weergegeven, waarbij per stap een nadere toetsing plaatsvindt. 1. Voor varkens en pluimveebedrijven: endotoxine richtafstand. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de blootstelling aan endotoxine heeft de Gezondheidsraad een advieswaarde van 30 EU/m3 vastgesteld. De advieswaarde van de Gezondheidsraad voor endotoxine is een instrument ter bescherming van de gezondheid van omwonenden van veehouderijen.
- 34 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
Binnen een straal van 1,0 kilometer afstand van het projectgebied bevinden zich géén varkenshouderijen en/of pluimveehouderijen. 2. Toename in emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak; De voorgenomen ontwikkeling betreft de bouw van 11 burgerwoningen. Hierbij vindt geen toename in emissies van geur, fijnstof en/of ammoniak plaats. 3. Geurbelasting; toetsen aan een aanvaardbaar woon-/leefklimaat; a. Wettelijke uitgangspunten In hoofdstuk 5.3 van voorliggende onderbouwing heeft een toetsing van de voorgenomen ontwikkeling aan de Wgv plaatsgevonden. Aannemelijk is dat binnen het projectgebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft geur. b. Gezondheidskundige uitgangspunten Naast een toets op sec de wettelijke aspecten kan ook gekeken worden naar een gezondheidskundige beoordeling ten aanzien van het aspect geur. De GGD hanteert het standpunt dat het onderzoek van Geelen et al. (2015) op dit moment het best beschikbare beeld geeft voor deze gezondheidskundige beoordeling. Bij de beoordeling van de geurbelasting hanteert de GGD het uitgangspunt dat maximaal 12% (woonkern) en 20% (buitengebied) geurgehinderd mag zijn. Dit betekent dat de gezondheidskundige advieswaarden voor de woonkern door de GGD landelijk wordt gesteld op respectievelijk 2,0 OU/m3 voor de voorgrond en 5,0 OU/m3 voor de achtergrond.
Op basis van de toetsing in hoofdstuk 5.3 is aannemelijk dat aan deze advieswaarden wordt voldaan. 4. Bij meerdere bedrijfsmatig gehouden diersoorten, de aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij; Niet van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot nieuwe situaties van het (gemengd) houden van dieren. 5. Geitenhouderij: binnen een straal van 2 kilometer van een gevoelige bestemming; of pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer van een gevoelige bestemming; of overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter liggen woon- of verblijfsruimten van derden; a. Geitenhouderijen Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. De provincie heeft een verbod van uitbreiding van
- 35 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
geitenhouderijen ingevoerd. In het kader van de omgekeerde werking (gevoelige functies rond geitenhouderijen) wordt bekeken of er zich binnen 2 kilometer van het plan bedrijven met geiten bevinden. Binnen een straal van 2 kilometer van het projectgebied bevinden zich een tweetal geitenhouderijen waar meer dan 50 geiten gehouden worden op de locaties Pastoor Smitsstraat 55 en Schootsedijk 47. b. Pluimveehouderijen Ook voor pluimveehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen. Uit het VGO-3 rapport blijkt namelijk dat er binnen een straal van 500 meter rondom één pluimveehouderij omwonenden een verhoogd risico op longontsteking hebben. Echter moet worden benadrukt dat het hier om een hypothese gaat, en dat causaliteit nog niet door onderzoekers is vastgesteld. Met deze onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden bij de ontwikkeling en uitbreiding van pluimveehouderijen of de bouw van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van pluimveehouderijen. Binnen een straal van 500 meter afstand van het projectgebied zijn geen pluimveehouderijen gelegen. c. Overige veehouderijen Ook voor overige veehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen, namelijk 250 meter ten opzichte van gevoelige functies. De meeste dichtbij het projectgebied gelegen veehouderij betreft de schapenhouderij aan Jenne Akkers 8.
Deze veehouderij is, op basis van de Kernregistratie Dierenverblijven (KRD), met haar emissiepunt gelegen op 300 meter afstand van de rand van het projectgebied. 6. De aanwezigheid van mestbewerking en mestverwerking; Niet van toepassing. 7. De ongerustheid bij omwonenden; Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. De voorgenomen bouw van enkele woningen is geen ontwikkeling die leidt tot een toenemende onrust over de volksgezondheid. Uit de toetsing aan de afwegingsaspecten blijkt dat er voor wat betreft stap 5a specifieke omstandigheden aan de orde zijn. Voor het initiatief is een GGD-advies opgevraagd, dat als bijlage is opgenomen aan voorliggende onderbouwing. De gemeente Meierijstad maakt mede op basis van dit GGD-advies een
- 36 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
zorgvuldige afweging of bij voorliggend initiatief sprake is van een aanvaardbaar volksgezondheidsrisico. Afwegingskader geitenhouderijen Meierijstad Het college van B&W van Meierijstad heeft op 13 maart 2018 een afwegingskader vastgesteld met betrekking tot ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen. Op 12 september 2018 heeft de gemeente nadere invulling gegeven aan de maatwerkaanpak voor woningbouwinitiatieven in de omgeving van geitenhouderijen. De insteek hierbij is een zorgvuldige afweging van belangen aan de hand van een maatwerkaanpak. Locatie, omgeving, het soort bedrijf en het soort ontwikkeling zijn immers telkens anders. Het gezondheidsbelang staat in de afweging voorop. Dit belang dient te worden afgezet tegen belangen van volkshuisvestelijke, sociale, financiële en economische aard. Samengevat betekent dit dat in de gemeente Meierijstad voorlopig als volgt gehandeld wordt: ▪
Conform het collegeprogramma wordt waar mogelijk medewerking verleend aan kleinschalige woningbouwprojecten. Daaronder wordt hier verstaan de oprichting van maximaal 11 woningen op één locatie. Bij voorliggende ontwikkeling worden binnen het projectgebied 11 woningen toegevoegd, waarmee sprake is van een kleinschalig woningbouwproject.
▪
Bij zowel kleine als grootschalige ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de afstand van de woningbouwlocatie tot de geitenhouderij. Uitgangspunt is dat in principe geen medewerking wordt verleend aan bouwplannen die de bestaande afstand van woningen tot een geitenhouderij verkleinen. Uitzondering hierop moet mogelijk blijven indien er sprake is van een verwaarloosbare verkleining van de bestaande afstand. Het gezondheidsrisico dat nieuwe bewoners lopen, mag niet groter zijn dan de risico’s bij personen die nu al nabij een geitenhouderij wonen. De huidige gezondheidsrisico’s voor bestaande woningen worden vooralsnog aanvaard. Voorliggend initiatief betreft de toevoeging van 11 burgerwoningen. Binnen een straal van 2 kilometer van het projectgebied zijn twee geitenhouderijen gevestigd aan Pastoor Smitsstraat 55 en Schootsedijk 47, op respectievelijk 420 meter en 480 meter (rand bouwvlak) van de nieuw te bouwen woningen. De afstand van de nieuwe woningen tot de geitenhouderijen is aanzienlijk en het aantal blootgestelden binnen het projectgebied neemt als gevolg van voorliggend initiatief slechts beperkt toe.
▪
Er zal binnen een straal van 2.000 meter rondom een geitenhouderij in principe niet worden meegewerkt aan ontwikkelingen gericht op voorzieningen waar grote groepen meer kwetsbare mensen gebruik van maken. Te denken valt hierbij aan een verzorgingstehuis, een school of kinderopvang.
- 37 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
Bij voorliggende ontwikkeling worden binnen het projectgebied 11 woningen toegevoegd, waarmee geen sprake is van de oprichting van een voorziening waar grote groepen meer kwetsbare mensen gebruik van maken. ▪
Sluitstuk van de maatwerkaanpak is een verplichting vanuit de gemeente om initiatiefnemers actief te informeren over de risico’s die kunnen voorvloeien uit het bouwen van woningen binnen een straal van 2000 meter rondom een geitenhouderij. Op basis daarvan kunnen de initiatiefnemers hun eigen afweging maken over het al dan niet doorzetten van hun plannen. Initiatiefnemer is op de hoogte van de mogelijke risico’s die spelen rondom het langdurig verblijven in de buurt van geitenhouderijen. De hierover door de gemeente Meierijstad overhandigde informatie is door initiatiefnemer tot zich genomen en de ‘verklaring bouwen binnen 2 kilometer van geitenhouderijen’ is door hem ondertekend.
Conclusie Vanuit het aspect ‘volksgezondheid in relatie tot veehouderijen’ is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.5
Luchtkwaliteit De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10). Soms wordt hier een rijksomgevingswaarde overschreden. Of de achtergrondconcentratie is zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project alsnog een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. De vergunningverlener beoordeelt een aanvraag op het effect op de luchtkwaliteit in de leefomgeving Het projectgebied is niet gelegen in een aandachtsgebied. Toetsing aan de omgevingswaarden kan achterwege blijven indien de activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de stikstofdioxide- (NO2) of fijnstof- (PM10) concentraties. Deze regeling is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren of vertragen. De specifieke beoordelingsregels voor luchtkwaliteit staan in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Een aantal veelvoorkomende activiteiten draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Voor de volgende activiteiten geeft het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in artikel 5.54 grenzen aan. Als een activiteit binnen deze grenzen valt, is geen toetsing nodig aan de rijksomgevingswaarden voor (NO2) en fijnstof (PM10).
De activiteit draagt in dat geval per definitie niet in betekende mate bij aan de luchtverontreiniging. Het gaat om:
- 38 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
a. b. c. d. e.
Gemeente Meierijstad
Woningen. Kantoren. Een combinatie van woningen en kantoren. Het telen van gewassen. Het aanleggen of wijzigen van een spoorwegemplacement.
De toevoeging van 11 burgerwoningen leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het plan valt binnen een van de standaardgevallen uit artikel 5.54 van het Bkl. Nadere toetsing van het effect van onderhavig plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde.
Figuur 5.3: GCN-kaart RIVM fijnstof PM10 (bron: geodata.rivm.nl)
Figuur 5.4: GCN-kaart RIVM fijnstof PM2,5 (bron: geodata.rivm.nl)
- 39 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
Figuur 5.5: GCN-kaart RIVM stikfstofdioxide NO2 (bron: geodata.rivm.nl)
Woon- en leefklimaat Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit binnen het projectgebied zelf. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. Het plan maakt de bouw van 11 woningen en daarmee gevoelige objecten mogelijk. De achtergrondconcentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het projectgebied zijn dermate laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden uit de GCN-kaarten van het RIVM zoals opgenomen in figuren 5.3 t/m 5.5. De achtergrondconcentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het projectgebied zijn dermate laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden uit de GCN-kaarten van het RIVM zoals opgenomen in figuren 5.4 t/m 5.6. Er wordt bij het initiatief (ruim) voldaan aan de gestelde grenswaarden: - 40 μg/m3 jaargemiddelde concentratie NO2 - 40 μg/m3 jaargemiddelde concentratie PM10 - 25 μg/m3 jaargemiddelde concentratie PM2,5 - 35 overschrijdingsdagen per jaar van de gemiddelde concentratie PM 10 Conclusie Vanuit het aspect ‘luchtkwaliteit’ is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.6
Geluid Het Rijk beschermt personen die ergens wonen tegen geluid. Om die reden wijst het Besluit kwaliteit leefomgeving gebouwen met een woonfunctie meestal aan
- 40 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
als geluidgevoelige gebouwen met daarin geluidgevoelige ruimten. Overheden passen deze instructieregels voor geluidgevoelige gebouwen toe bij het uitvoeren van hun wettelijke taken zoals het opstellen van een omgevingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). De instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). Weg- en spoorweglawaai Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai moet worden uitgevoerd indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een weg. De nieuw te bouwen woningen zijn gelegen in het geluidsaandachtsgebied van de gemeentewegen Het Binneveld, Pastoor Smitsstraat en Roest. Hiermee is voor onderhavig initiatief een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai aan de orde. Door initiatiefnemer is opdracht versterkt aan Tritium Advies B.V.
voor het uitvoeren van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai ten behoeve van de bouw van de 11 woningen binnen het projectgebied. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende onderbouwing. De conclusies van dit onderzoek is hieronder opgenomen en luidt als volgt:
Samenvatting en conclusie In opdracht van Kastelijn Ruimtelijk Advies is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde nieuwbouw van “Achterde-kerk” te Olland. Beoogd wordt 11 woningen te realiseren op het perceel. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de hiervoor noodzakelijke ruimtelijke procedure. Voor wegverkeerslawaai is de ontwikkeling gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de gemeentewegen Het Binneveld, Pastoor Smitsstraat, Roest, Schoolstraat, Den Hof, Den Dries, Dorpsplein en Jenneakkers. Voor de gemeentewegen geldt dat het geluid op de gevels van de nieuwe woningen de standaardwaarde van 53 dB nergens overschrijdt. Derhalve kan worden geconcludeerd dat het geluid op de nieuwe woningen ten gevolge van deze geluidbronsoort aanvaardbaar is.
- 41 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
De nieuwe woningen wordt beoogd in het geluidaandachtsgebied van gemeentewegen. Tevens is het plan gelegen binnen de invloed van de activiteiten van basisschool “De Sprongh”. In het onderzoek omgevingslawaai is de geluidreductie door het toepassen van een geluidscherm op de westzijde van het schoolterrein onderzocht. Het gecumuleerd geluid is bepaald voor zowel exclusief als inclusief toepassing van dit geluidsscherm. Het gecumuleerd geluid op de gevels van de beoogde nieuwe woningen bedraagt maximaal 62 dB en minimaal 41 dB (exclusief scherm). Conform de methode Miedema kan het gecumuleerd geluid worden gekwalificeerd als “tamelijk slecht” tot “zeer goed”. Het gecumuleerde geluid na toepassing van het scherm zoals in het onderzoek omgevingslawaai wordt hetzelfde gekwalificeerd. Het bevoegd gezag dient te beoordelen of het geluid op de woning aanvaardbaar is. Het gezamenlijk geluid op de gevels van de beoogde nieuwe woningen bedraagt maximaal 60 dB. Het gezamenlijk geluid na het toepassen van het scherm zoals in het onderzoek omgevingslawaai bedraagt ook maximaal 58 dB. Voor onderhavige woningen bedraagt het gezamenlijk geluid meer dan 53 dB. Middels een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels dient te worden aangetoond dat aan de voornoemde nieuwbouweis kan worden voldaan.
Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een aanvaardbaar geluidbinnenniveau gewaarborgd.
Industrielawaai Voor wat betreft het industrielawaai ter plaatse van het projectgebied afkomstig van de bedrijven die rondom het projectgebied gelegen zijn, wordt zoals aangegeven in hoofdstuk 5.2 niet voldaan aan de van toepassing zijnde richtafstanden van 30 meter voor het aspect ‘geluid’ ten opzichte van de multifunctionele accommodatie (MFA) aan Pastoor Smitsstraat 40. Om deze reden is aan Tritium B.V. opdracht verleend voor het uitvoeren van een akoestisch onderzoek omgevingslawaai waarbij de geluidimmissie van de MFA op de te ontwikkelen woningen in beeld is gebracht. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende onderbouwing. De conclusie van het onderzoek is hieronder samengevat opgenomen en luidt als volgt:
- 42 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
Samenvatting en conclusies In opdracht van Kastelijn Ruimtelijk Advies is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidemissie van de activiteiten van basisschool “De Sprongh” aan de Pastoor Smitsstraat 40 te Olland, gemeente Meierijstad. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de beoogde nieuwbouw van “Achterde-kerk” te Olland. Beoogd wordt 11 woningen te realiseren op het perceel. Het perceel ligt aangrenzend ten noordwesten van de basisschool. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de hiervoor noodzakelijke ruimtelijke procedure. De geluidemissie als gevolg van de representatieve situatie is beoordeeld aan de opgestelde geluideisen. Aan de hand hiervan is bepaald of er in de toekomstige situatie ter plaatse van de nieuwbouwwoningen sprake is van een akoestisch verantwoord woon- en leefklimaat en een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: •
Met betrekking tot het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidsniveau kan er in de avond- en nachtperiode voldaan worden aan de instructieregels uit het Bkl.
•
Met betrekking tot het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) kan worden gesteld dat in de dagperiode niet op alle nieuwe geluidgevoelige gebouwen in de nabijheid van de school voldaan wordt aan de gestelde standaardwaarde van 50 dB(A) uit de instructieregels van het Bkl. De overschrijding is ten hoogste 10 dB.
•
Na het toepassen van een geluidsscherm op de perceelsgrens van de school aan de noordwestzijde van het terrein kan er worden voldaan aan de geluidseisen conform de instructieregels uit het Bkl. De totale lengte waar afscherming benodigd is, is circa 22 meter. De afscherming dient een massa te hebben van minimaal 10 kg/m2, kierdicht te worden uitgevoerd en een hoogte te hebben van minimaal 2,3 m. Eventuele poorten of deuren in het scherm dienen hier tevens aan te voldoen. Voorbeelden van mogelijke geluidafschermende voorzieningen zijn een steenachtige (gemetselde) tuinmuur of een Kokowall geluidscherm.
•
Met betrekking tot het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidsniveau (LAmax) kan worden gesteld dat er voldaan kan worden aan de geluidseisen uit het omgevingsplan gemeente Meierijstad. De situatie na realisatie wordt daarmee vergunbaar geacht.
- 43 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
In onderliggend rapport zijn de geluidniveaus tijdens de representatieve situatie berekend, inzichtelijk gemaakt en tevens getoetst aan de gestelde geluideisen. Voor een basisschool is een locatie in de kern van een gemeente niet ongewoon en geniet dit vaak de voorkeur in het kader van bereikbaarheid. Bij een hogere geluidbelasting dan de streefwaarde uit de instructieregels dient bepaald te worden of het geluid aanvaardbaar is. In de huidige situatie zijn er ook al woningen gesitueerd aan de noordzijde van het speelplein. De afstand tot deze woningen is groter dan de afstand tot de meest oostelijk gelegen woningen van het woningbouwplan. Echter, kan gesteld worden dat ook in de huidige situatie op de bestaande woningen niet voldaan zou kunnen worden aan de waarde zoals deze volgt uit de instructieregels. Dit geldt in ieder geval voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus die volgen uit de berekeningen op basis van spelende kinderen. De huidige school is al een langer bestaande situatie en er is in het verleden kennelijk geen aanleiding geweest voor klachten en/of handhaving in het milieuspoor. Tevens vinden de overschrijdingen alleen plaats in de dagperiode. Van nachtrustverstoring is daarom geen sprake. De woonbestemmingen liggen op zeer korte afstand van de speelterreinen.
Middels een berekening is aangetoond dat bij het toepassen van een geluidsscherm er wel kan worden voldaan aan de instructieregels uit het Bkl. Beoordeeld dient te worden of het aanleggen van een geluidsscherm gericht op het reduceren van de geluidbelasting geen overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundig en/of landschappelijk bezwaar. Doordat rondom de planlocatie bestaande woonbestemmingen en andere gebouwen liggen, is het vergroten van de afstand tussen de bron en de ontvanger in de onderhavige situatie niet mogelijk. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan zonder maatregelen, dient het de aanvaardbaarheid grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. De geluidcumulatie en het gezamenlijk geluid is beschouwd in het onderzoek wegverkeerslawaai. Het gecumuleerd en gezamenlijk geluid is bepaald voor zowel de situatie exclusief als inclusief scherm. In onderliggend rapport zijn de geluidniveaus tijdens de representatieve situatie berekend, inzichtelijk gemaakt en tevens getoetst aan de gestelde geluideisen. Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat mogelijk is, en dat de school niet wordt belemmerd in haar activiteiten.
Uiteindelijk dient het bevoegd gezag te beoordelen of het geluid door de school aanvaardbaar is.
- 44 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
Toevoegen motivering inzake beperking lengte geluidsscherm: - Stedenbouwkundige overwegingen - Veiligheidsoogpunt i.v.m. open houden calamiteitenroute - Ontsluiting van het schoolplein naar Het Binneveld voor scholieren - Technische oplossing in kopgevel van eindwoning.
Conclusie Vanuit het aspect ‘geluid’ is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.7
Trillingen Het aspect trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Als gevolg van voorliggend initiatief is geen sprake van het ontstaan van nieuwe trillingen die worden veroorzaakt in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw. Conclusie Vanuit het aspect ‘trillingen’ is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.8
Bodem Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit.
- 45 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
Als gevolg van voorliggend initiatief wordt een gedeelte van de gronden binnen het projectgebied gebruik voor het oprichten van 11 woningen. Dit betreft een gevoeliger gebruik. Er moet worden bepaald of de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan. Hiertoe is aan Lankelma B.V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende onderbouwing. De conclusie van het onderzoek is hieronder samengevat opgenomen en luidt als volgt:
Conclusie en aanbeveling In opdracht van Hurks B.V. heeft Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de nabij de Pastoor Smitsstraat te Olland, gemeente Meierijstad. De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen transactie van deze locatie. Als gevolg hiervan is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. Daarnaast is door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Conclusie Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 4,5 m-mv overwegend uit matig fijn, matig siltig zand, afgewisseld met lagen zwak zandige leem. Met name de bovengrond is humushoudend. In de uitkomende grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. Grond In de grondmengmonsters MM01 en MM02 (bovengrond) en in MM03 (ondergrond) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden.
Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van de boven- en ondergrond indicatief als klasse AW2000 beschouwd worden. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB01 zijn analytisch geen verhoogde concentraties aangetoond.
- 46 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
Asbest in grond In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een indicatieve inspectie van het terrein plaatsgevonden. In de vrijkomende grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Toetsing hypothese De hypothese ‘onverdacht’ kan op basis van de resultaten worden aanvaard. Nader bodemonderzoek Op basis van voornoemde samenvatting en conclusies is nader bodemonderzoek vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien niet aan de orde. Resumé en aanbeveling Middels onderhavig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er, ons inziens, vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve geen belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen transactie van deze locatie. Wanneer men (graaf)werkzaamheden en/of wijzigingen uit gaat voeren, dient men rekening te houden met de volgende zaken: - wanneer men grond van de locatie wil afvoeren dient men rekening te houden met afzetkosten.
Een acceptant van de grond kan een aanvullend onderzoek eisen (lees partijkeuring). Op basis van dit onderzoek zijn de boven- en ondergrond indicatief als zijnde klasse AW2000 bestempeld; - het verlenen van een omgevingsvergunning is ter competentie aan het bevoegd gezag.
Conclusie Vanuit het aspect ‘bodem’ is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.9
Omgevingsveiligheid Wettelijk kader Omgevingsveiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes
- 47 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
(wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: •
Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.
• • •
Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • • • •
Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl).
Beschouwing risicobronnen Met behulp van de kaart Atlas Leefomgeving is nagegaan of er risicobronnen aanwezig zijn die van invloed zijn op het projectgebied. In figuur 5.6 is een uitsnede van de signaleringskaart opgenomen, met daarop het projectgebied aangemerkt. Uit de kaart blijkt dat ca. 150 meter ten zuiden van de te realiseren woningen de hogedruk aardgasleiding Z-544-01 loopt. Deze aardgasleiding heeft een diameter van 14,5 inch en een druk van 40,0 bar. Verder is de
- 48 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
projectgebied niet gelegen in de directe nabijheid van risicovolle inrichtingen of wegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.
projectgebied
Figuur 5.6: Uitsnede kaart Atlas Leefomgeving (bron: Atlas Leefomgeving).
Uit artikel 5.18 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) volgt dat een buisleiding een belemmeringengebied heeft, gemeten vanuit het hart van de buisleiding van 4 meter als door de buisleiding aardgas wordt vervoerd met een druk van 1.600 tot en met 4.000 kPa. Uit artikel 5.19 Bkl volgt dat het binnen het belemmeringengebied niet is toegestaan om (zeer) kwetsbare gebouwen op te richten. Tevens dient te worden gewaarborgd dat de veiligheid van de buisleiding niet wordt geschaad bij het oprichten van bouwwerken en activiteiten die van invloed kunnen zijn op de integriteit en werking van de buisleiding. Werkzaamheden binnen deze zone mogen alleen op basis van een omgevingsvergunning met instemming van de Gasunie plaats vinden. Daarnaast kan bij buisleidingen sprake zijn van een brandaandachtsgebied. Het brandaandachtsgebied is een fakkelbrand die wordt begrensd door een intensiteit van 10 kW/m2. Op basis van een diameter van 14,5 inch en een druk van 40,0 bar geldt voor de aardgas buisleiding Z-544-01 een brandaandachtsgebied van 160 meter. Plaatsgebonden risico Uit de risicokaart blijkt dat de leiding Z-544-01 geen 10-6 risicocontour heeft. Het plaatsgebonden risico van de leiding vormt derhalve geen belemmering voor het plan.
- 49 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
Groepsrisico Bij HD-aardgasleidingen wordt het maatgevend scenario gevormd door een beschadiging van de transportleiding. Hierdoor komt gas vrij, dat na ontsteking een fakkelbrand vormt met een grote warmtestraling tot gevolg. De middels voorliggend initiatief te realiseren woningen zijn gelegen op ca. 300 meter van het hart van de aardgasleiding Z-544-01. Het projectgebied is hiermee niet gelegen binnen het brandaandachtsgebied van de leiding. Een verantwoording van het groepsrisico kan hiermee achterwege blijven. Conclusie Vanuit het aspect ‘omgevingsveiligheid’ is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.10
Spuitzones In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan een locatie kan het noodzakelijk zijn om een spuitvrije zone aan te houden tussen enerzijds gevoelige bestemmingen (zoals woningen) en anderzijds percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voor-geschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Hierbij komen uit jurisprudentie de volgende aandachtspunten naar voren: ▪ ▪ ▪ ▪
Wat wordt planologisch mogelijk gemaakt? Welke gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt? Wat zijn de effecten van de gewasbeschermingsmiddelen voor de mens bij blootstelling en het gebruik van driftreducerende middelen? Wat is de overheersende windrichting?
Binnen een afstand van 50 meter van het projectgebied zijn geen gronden gelegen waarop open teelt (waarbij mogelijk gewasbeschermingsmiddelen gebruikt mogen worden) plaatsvindt. Conclusie Vanuit het aspect ‘spuitzones’ is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.11
Hoogspanningslijnen Bij het opstellen van omgevingsplannen moet rekening gehouden worden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. De laatste jaren is
- 50 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
hier meer aandacht voor, mede omdat er statistische aanwijzingen zijn (dus geen aangetoond oorzakelijk verband) dat de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk van invloed kunnen zijn op de gezondheid van kinderen. Het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen is gebaseerd op het voorzorgprincipe. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 microTesla. Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens overschreden. Aanvullend hierop adviseert het Rijk, vanuit het voorzorgprincipe, om zoveel als mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen (tot 15 jaar) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen van meer dan 0,4 microTesla. In het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de magneetveldzone. Dit betekent dat, zoals hierboven reeds aangegeven is, voorkomen moet worden dat er gevoelige functies binnen een zone van een hoogspanningslijn komen te liggen. Is dit wel het geval, dan moet een zorgvuldige afweging plaatsvinden. Het RIVM heeft een kaart ontwikkeld waarop indicatieve zones voor magneetvelden van alle bovengrondse hoogspanningslijnen zijn opgenomen. De indicatieve zones zijn de meest ruime afstanden waar rekening mee moet worden gehouden.
Uit deze kaart blijkt dat het projectgebied op een ruime afstand van circa 6 kilometer van hoogspanningslijnen is gelegen, buiten de indicatieve zone. Conclusie Vanuit het aspect ‘hoogspanningslijnen’ is er hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.12
Kabels en leidingen In en in de directe omgeving van het projectgebied zijn volgens de provinciale risicokaart en het bestemmingsplan geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Voorliggend plan betreft de realiastie van 11 woningen. Initiatiefnemer is verplicht zorg te dragen dat de door de nutsbedrijven aan te brengen gebruikelijke voorzieningen waarop de woning dient te worden aangesloten (water, elektra, data e.d.) worden getroffen. Initiatiefnemer zal aan de nutsbedrijven de hiertoe benodigde opdrachten verstrekken. De kleinere leidingen worden voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden middels een KLIC-melding in kaart gebracht. Conclusie Vanuit het aspect ‘kabels en leidingen’ is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
- 51 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
5.13
Gemeente Meierijstad
Flora en fauna In Nederland zijn flora en fauna beschermd via gebiedsbescherming en via soortenbescherming. De Wet natuurbescherming (Wnb) is per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het huidige normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Omgevingswet. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit op een nader te bepalen datum. Hier vindt, vooralsnog, dus geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. Soortenbescherming Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vindt geen sloop van bebouwing plaats. Desondanks blijft de mogelijkheid bestaan dat binnen het projectgebied beschermde soorten gehuisvest kunnen zijn. Om deze reden is aan Exlan B.V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een quickscan Flora en Fauna. Deze quickscan is als bijlage opgenomen aan voorliggende onderbouwing.
De conclusie van het onderzoek is hieronder samengevat opgenomen en luidt als volgt: Conclusie Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Alle sloop- en rooiwerkzaamheden dienen bij voorkeur verricht te worden buiten het broedseizoen (15 maart t/m 15 juli). Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een Omgevingswetvergunning voor de activiteit flora en fauna is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Omgevingsverordening voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing.
- 52 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
De zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. Wat kort gezegd inhoudt dat al het mogelijke gedaan moet worden om het doden van dieren te voorkomen en eventueel aanwezige individuen te laten vluchten als zij verstoord worden.
Gebiedsbescherming Er zijn geen Natura 2000-gebieden in de directe omgeving van het projectgebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Kampina en Oisterwijkse Vennen’. Dit gebied ligt op een afstand van ca. 7,5 kilometer van het projectgebied. Daarnaast maakt het projectgebied ook geen onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De effecten die voortvloeien uit het plan (zoals onder andere verstoring door licht, geluid en optische verstoring) zorgen, gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, niet voor significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Het projectgebied is daarnaast niet gelegen in de directe nabijheid van gebieden die behoren tot het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Het meest nabijgelegen NNB gebied betreft het rivier- en beekbegeleidend bos op 250 meter afstand ten noordoosten van het projectgebied. Stikstofdepositie Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de gemeenteraad in de zogenaamde ‘voortoets’ te bezien of een passende beoordeling van het plan moet worden gemaakt. Dit is het geval indien het risico bestaat dat het plan – al dan niet in combinatie met andere plannen of projecten – significante gevolgen heeft voor één of andere meerdere Natura 2000-gebieden. Er is geen sprake van significante effecten op Natura 2000-gebieden als de stikstofdepositie niet meer bedraagt dan 0,00 mol/ha/jaar.
Dit kan worden aangetoond middels een AERIUS-berekening. Aanlegfase Voor wat betreft de aanlegfase is bij de ontwikkeling sprake van bouw van 11 woningen en het verdere woonrijp maken van het openbaar gebied binnen het projectgebied. Middels haar uitspraak van 31 oktober 2022 heeft de Raad van State geoordeeld dat de bouwvrijstelling uit de Wet en het Besluit stikstofreductie en natuur-verbetering (Stikstofwet) niet langer mag worden toegepast bij nieuwbouwprojecten. Voor de aanlegfase kan onderscheid gemaakt worden in stikstofemissie als gevolg van een tweetal type bronnen namelijk: ➢ mobiele werktuigen op de bouwsite ➢ verkeersbewegingen van en naar de bouwsite.
- 53 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Klasse Type werktuig Mobiele kraan Minigraver Verreiker Betonpomp
Gemeente Meierijstad
Verbruik/dag (L)
n-dagen
Totale verbruik (L)
150
20
3.000
90
40
3.600
120
20
2.400
160
10
1.600
Stage IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01 Cat. R Stage IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01 Cat. R Stage III B, 75-560 kW, bouwjaar 2012/01 Cat. M Stage III B, 75-560 kW, bouwjaar 2011/01 Cat. L
Totaal
10.600
Figuur 5.7: Stikstofemissie materieel aanlegfase.
Mobiele werktuigen Voor het gebruik van mobiele werktuigen zijn de machines en draaiuren gehanteerd zoals opgenomen in figuur 5.7. Als uitgangspunt voor de berekening van de stikstofdepositie is gerekend met materieel dat kan voldoen aan STAGEklasse III B (materieel met een bouwjaar van 2011 of jonger), zoals bedoeld in het TNO-rapport 'EMMA' (kenmerk TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML). Verkeersbewegingen Voor de verkeersaantrekkende werking van de aanlegfase wordt rekening gehouden met het transport (aan- en afvoer) van materialen en personen (bouwvakkers). De bouwfase zal ongeveer 12 maanden in beslag nemen. Omdat de precieze uitvoer van de plannen nog niet bekend is, wordt gerekend met zogenaamde ‘worst-case’ aannames. Voor wat betreft de verkeersaantrekkende werking geldt: ▪
Transport personeel: 10 ritten met licht verkeer per dag (zowel aankomst als vertrek) gedurende 12 maanden, betreft 2.600 verkeersbewegingen.
▪
Aanvoer materiaal: 10 ritten met middelzwaar verkeer per week (zowel levering materiaal als ‘leeg’ terug) gedurende 12 maanden, betreft 520 verkeersbewegingen
▪
Afvoer materiaal: 4 ritten met zwaar verkeer per week voor afvoer bouwen sloopafval gedurende de bouwfase (zowel aan- als afvoer containers), betreft 208 ritten.
Het verkeer rijdt over Het Binneveld en de Pastoor Smitsstraat. De lengte van de rijlijn bedraagt ca. 830 meter. Wanneer het verkeer op de Ollandseweg komt, is het uitgangspunt dat het verkeer van en naar het plan opgenomen is in het heersende verkeersbeeld. Berekening Op basis van de gegevens uit figuur 5.8 m.b.t. de inzet van materieel en de verkeersbewegingen is middels het programma AERIUS Calculator 2024.2.1 de berekening uitgevoerd voor de mogelijke toename van de stikstofdepositie als
- 54 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
gevolg van de aanlegfase. De gehanteerde ‘grenswaarde’ bedraagt 0,00 mol/ha/j. Een hogere waarde wordt beschouwd als een overschrijding. De berekening en bijbehorende uitkomsten zijn toegevoegd als bijlage aan voorliggende onderbouwing. Uit de berekeningen van de aanlegfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op de omliggende Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat door de aanlegfase de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Er is geen sprake van een significante verslechtering van Natura 2000-gebieden door de aanlegfase van het plan. Gebruiksfase Voor wat betreft de gebruiksfase dient wel een stikstofberekening te worden uitgevoerd. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) afkomstig van het projectgebied vinden in de gebruiksfase plaats door een tweetal type bronnen namelijk: ➢ verkeersbewegingen van en naar het projectgebied; ➢ de stookinstallaties binnen het projectgebied. Ten behoeve van het in beeld brengen van de stikstofdepositie voor de gebruiksfase dient uitgegaan te worden van de maximale planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Voorliggend initiatief wordt mogelijk gemaakt middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) en ziet enkel toe op het bouwen en in gebruik hebben van de beoogde 11 woningen.
Het vigerende omgevingsplan blijft onverkort van kracht, waarmee de maximale planologische mogelijkheden (behoudens het te vergunnen initiatief) niet wijzigen. Verkeersbewegingen Binnen het projectgebied worden 11 woningen toegevoegd c.q. opgericht. Het betreffen 11 tussen- en hoekwoningen in de vorm van een blok van 7 woningen en een blok van 4 woningen. Op basis van de gemiddelde kencijfers van de CROW-publicatie 381 voor een gebied dat ‘weinig stedelijk’ is en behoort tot ‘rest bebouwde kom’ bedraagt het aantal verkeersbewegingen 7,4 per woning (tussen/hoek). Dit leidt tot een gezamenlijk aantal verkeersbewegingen van afgerond 82 stuks in de nieuwe situatie. Voor de stikstofdepositie berekening wordt uitgegaan van deze toename van 82 verkeersbewegingen binnen het projectgebied als gevolg van voorliggend initiatief. Stookinstallaties De nieuw te bouwen woningen dient te voldoen aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Bbl stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. Eén van de belangrijkste eisen bij nieuwbouw is dat de
- 55 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
te realiseren woning gasloos wordt opgericht. Hiermee is geen sprake maar van NOx uitstaat als gevolg van het verwarmen van de woningen. Berekening Op basis van bovenstaande gegevens m.b.t. de verkeersbewegingen is middels het programma AERIUS Calculator 2024.2.1 de berekening uitgevoerd voor de mogelijke toename van de stikstofdepositie als gevolg van de gebruiksfase. De gehanteerde ‘grenswaarde’ bedraagt 0,00 mol/ha/j. Een hogere waarde wordt beschouwd als een overschrijding. De berekening en bijbehorende uitkomsten zijn toegevoegd als bijlage aan voorliggende onderbouwing. Uit de berekeningen van de gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op de omliggende Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat door de gebruiksfase de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Er is geen sprake van een significante verslechtering van Natura 2000-gebieden door de gebruiksfase van het plan. Conclusie Vanuit het aspect ‘flora en fauna’ is hiermee sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.14
Water Om ervoor te zorgen dat de waterbelangen een goede plek krijgen en evenwichtig worden afgewogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de watertoets uitgevoerd. Ook onder de omgevingswet is dit proces vastgelegd maar dan onder de noemer 'weging van het waterbelang'. Het projectgebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het Waterschap een aantal beleidsmatige uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze bij het project rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. In hoofdstuk 4.3.1 van voorliggende onderbouwing is het beleid van waterschap De Dommel nader beschreven. Onderstaand wordt het gemeentelijk beleid voor hydrologisch neutraal ontwikkelen beschreven en vindt een nadere uitwerking van de wateropgave plaats. Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026 De gemeente Meierijstad heeft per september 2017 het Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026 vastgesteld. In het plan streeft de gemeente ernaar dat nieuwbouwplannen hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Als voorkeursvolgorde hanteert de gemeente: infiltreren - bergen - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar riolering. De gemeente Meierijstad acht
- 56 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
hierbij ook voor ontwikkelingen onder de 500 m2 compenserende maatregelen benodigd. Hiervoor wordt de bergende eis van 60 millimeter gehanteerd.
Figuur 5.8: Uitgangspunten hemelwater bij nieuwbouw (bron: PWR Meierijstad 2022-2026).
Kenmerken huidige watersysteem Het projectgebied is gelegen in de kern van Olland. Voor de kenmerken van het projectgebied is gebruik gemaakt van de Legger van waterschap De Dommel, de viewer Weging van Waterbelang van waterschap De Dommel en de Klimaateffectatlas. Bodem en grondwater De bodem in het projectgebied bestaat uit gooreerdgronden, opgebouwd uit lemig fijn zand. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt op een diepte van circa 40-60 centimeter beneden maaiveld. De Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) ligt op een diepte van 180-200 centimeter onder maaiveld. In figuur 5.9 is een uitsnede van de viewer Weging van het Waterbelang opgenomen, met daarop de GHG ter plaatse van het projectgebied weergegeven. Oppervlaktewater In het projectgebied zelf zijn geen oppervlaktewateren in de vorm van watergangen aanwezig. Op basis van de viewer Weging van het Waterbelang van waterschap De Dommel, zoals in figuur 5.9 weergegeven, betreft de meest dichtbij het projectgebied gelegen watergang de A-watergang (de Dommel) ten oosten het projectgebied op ca. 100 meter afstand. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen nadelige consequenties voor de waterkundige waarden ter plaatse van deze watergang. Riolering Binnen het projectgebied en haar directe omgeving is een gemengd rioleringsstelstel (beton 300 mm) aanwezig. Vuilwater wordt afgevoerd via deze riolering.
De riolering heeft een beperkte capaciteit en is daarom niet geschikt voor de afvoer van hemelwater. In de bruidsschat is in artikel 6.4 vastgelegd dat het verboden is vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein. Daarnaast is vastgelegd dat de eigenaar van een perceel verplicht is het hemelwater op eigen terrein te verwerken. Hij heeft daarbij de vrije keuze tussen de toe te passen voorziening(en), waarbij het volgende geldt: ➢ de te realiseren hemelwatervoorziening dient minimaal 60 mm (per m2 verhard oppervlak) te kunnen verwerken;
- 57 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
projectgebied
Figuur 5.9: Uitsnede kaart Weging van het Waterbelang (bron: Waterschap De Dommel).
Nadere uitwerking wateropgave Middels voorliggend initiatief worden binnen het projectgebied 11 woningen toegevoegd. Daarnaast is sprake van de toevoeging van verhard oppervlak in de vorm van een ontsluitingsweg, parkeervakken, voetpaden en dergelijke. De totale toename van het verhard oppervlak als gevolg van voorliggend initiatief is onderstaand nader weergegeven in figuur 5.10. Type verharding
Oppervlakte
Vrijstaand geschakeld en twee-onder-één-kap-woningen - Woning - Bijgebouw - Erfverharding Totaal (4 stuks)
500 m2 000 m2 370 m2 870 m2
Rij- en hoekwoningen - Woning - Bijgebouw - Erfverharding Totaal (7 stuks)
380 m2 040 m2 340 m2 760 m2
Openbare ruimte - Ontsluitingsweg - Parkeervakken - Voetpaden
470 m2 200 m2 240 m2 910 m2 2.540 m2
Totale toename verhard oppervlak Figuur 5.10: Toename verhard oppervlak projectgebied.
- 58 -
GoFlo ‘Achter-de-Kerk te Olland (Sint-Oedenrode)’
Gemeente Meierijstad
Het hemelwater wordt in nieuwe situatie gescheiden van het huishoudelijk afvalwater. Het huishoudelijk afvalwater van de nieuwe woningen wordt aangesloten op de bestaande drukrioolaansluiting. Voor de berging van het hemelwater dient te worden voorzien in een voorziening van: 2.540 m2 * 60 millimeter = 152,40 m3. Voor de benodigde waterberging wordt gekozen voor het realiseren van een wadi. Bij de opvang en infiltratie van het hemelwater dient rekening gehouden te worden met de gemiddeld hoogste grondwaterstand. Hiermee kan enkel de bovenste 40 centimeter beneden maaiveld benut worden voor infiltratie. De te realiseren wadi wordt gesitueerd aan de zuidzijde van het projectgebied. De situering en van de wadi is nader weergegeven in onderstaande figuur 5.11. De Waterschapsverordening stelt regels voor het aanleggen van poelen. De wadi heeft een oppervlakte van ca. 250 m2, waarbij het middengedeelte van de wadi 80 centimeter diep is. Hiervan kan enkel de bovenste 40 centimeter benut worden voor waterberging. De wadi heeft een overloop op het speelveld. Voor wat betreft de taludhellingen wordt aangesloten bij de eisen conform artikel 2.110 Wsv. Een juiste taludhelling is van belang zodat natuurlijke oeverbegroeiing zich kan ontwikkelen, wat bijdraagt aan de biodiversiteit in de poel en de waterkwaliteit.