CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

De Horstjens 12 - Ruimtelijke onderbouwing + bijlagen

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad'23.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hoofdstuk 4

25

 

het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO 2 en PM10 (1,2μg/m3).

Doorwerking plangebied Onderhavig plan maakt middels een woningsplitsing één nieuwe woning mogelijk. Met deze ontwikkeling is er sprake van een zeer geringe toename van verkeersbewegingen. Het plan daagt daardoor niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Wel moet worden aangetoond wat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied is. De achtergrondwaarden kunnen bepaald worden met behulp van de NSL-monitoringstool. Deze staan weergegeven in tabel 4.1. Uit de tabel kan geconcludeerd worden dat de achtergrondwaarden ter plaatse van een maatgevend meetpunt in de omgeving ruim onder de norm liggen. De luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied wordt dan ook acceptabel geacht. Het aspect luchtkwaliteit zorgt niet voor belemmeringen voor dit plan. Meetpunt 15860541 15860523 15860530 15860521 15860517 15860531 Norm

NO2 μg/m3 19.5 19.8 18.5 19.6 19.9 17.5 40

PM10 μg/m3 18.7 18.7 18.5 18.7 18.7 18.4 40

PM10 overschrijdingsdagen 6.7 6.7 6.5 6.7 6.7 6.5 35

PM2.5 μg/m3 11.4 11.4 11.3 11.4 11.4 11.3 25

Jaar 2020 2020 2020 2020 2020 2020

Tabel 4.1: Achtergrondwaarden (Bron: NSL-monitoringstool)

4.11 Externe veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. In de landelijke wet- en regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met:  activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen;  transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen;  transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens ook de externe veiligheid in ogenschouw genomen. De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Via het plaatsgebonden risico wordt

Hoofdstuk 4

26

een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. Bij het groepsrisico wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Samen met de hoogte van groepsrisico moet andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze argumentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans, per jaar, op overlijden van een onbeschermd individu ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid van een persoon is fictief. Niet wordt beoordeeld hoe groot de kans op de aanwezigheid van een persoon feitelijk is. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen het slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt ook beschouwd als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting.

Doorwerking plangebied Uit een inventarisatie op basis van de risicokaart zijn de risicobronnen in de omgeving geïnventariseerd die van invloed kunnen zijn op het plangebied (zie figuur 4.1).

Figuur 4.1 Uitsnede risicokaart met plangebied blauw omcirkeld (bron: risicokaart.nl)

Op 585 meter ten westen van het plangebied is een houthandel gelegen. Vanwege de afstand tot het plangebied zal dit geen negatieve invloed hebben op de veiligheid ter plaatse van de woonboerderij. Op circa 520 meter ten oosten van het plangebied ligt een bedrijf waar groene en fruit wordt verwerkt, hiervoor geldt geen PR-contour.

Hoofdstuk 4

27

Buisleidingen Ten westen van het plangebied ligt op een afstand van circa 330 meter een gasleiding. Hiervoor gelden een 100%- en een 1%-letaliteitsgrens van respectievelijk 180 en 430 meter. Het besluitgebied ligt binnen de 1%-letaliteitsgrenscontour. Er dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Beperkte verantwoording groepsrisico Het maatgevend scenario is een fakkelbrand. De kans op een fakkelbrand is zeer klein en alleen voorstelbaar als het gevolg van graafschade. Een fakkelbrand gaat gepaard met zeer hoge hittestraling. Zelfredzaamheid De woning wordt niet door verminderd of niet-zelfredzame personen bewoond. In het scenario van een fakkelbrand is vluchten het beste handelingsperspectief. Er dient dan richting het oosten gevlucht te worden, aangezien de gasleiding ten westen van het plangebied is gelegen. Bij een fakkelbrand is het gevaar onmiddellijk goed waarneembaar. De zelfredzaamheid is redelijk goed. Bestrijdbaarheid Een fakkelbrand is niet te bestrijden door de zeer hoge hittestraling, het vuur dooft na het afsluiten van de gastoevoer. De mogelijkheden van de brandweer om op te treden zijn niet groot, en kan alleen op grote afstand. De bestrijdbaarheid van een fakkelbrand is daarom laag. De bestemmingswijziging leidt niet tot veranderingen ten aanzien van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.

De personendichtheid in landelijke gebieden is veelal zeer laag en de boerderijsplitsing leidt hooguit tot een marginale toename van het groepsrisico. Tevens kunnen in een ongeval met een buisleiding de woningen snel en eenvoudig worden geëvacueerd. De bewoners worden geïnformeerd over de aanwezige risico’s. Uit het oogpunt van ruimtelijke ordening bestaan er geen belemmeringen met betrekking tot het groepsrisico. Transport van gevaarlijke stoffen A50 Op circa 850 meter ten oosten van het plangebied worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het betreft de A50: afrit 10 (Eerde) - A58 (Eindhoven), wegvak B132. Het invloedsgebied van deze weg is 880 meter en het plangebied valt hier dus binnen. Beperkte verantwoording groepsrisico Bestrijding en beperking van de omvang van de ramp Voor de bestrijdbaarheid is het van belang het (de) relevante scenario(’s) te onderscheiden. Gezien de afstand van het plangebied tot de A50 is het vrijkomen van een toxische wolk het maatgevende scenario. Bij (zeer) toxische vloeistoffen is het scenario dat ten gevolge van een ongeval de tankwagen lek raakt en een vloeistofplas vormt. Vervolgens verdampen deze toxische vloeistoffen waardoor een gaswolk ontstaat (met dezelfde gevolgen als een gaswolk van toxisch gas). Bij een ongeval met een toxisch gas ontstaat direct een toxische gaswolk.

Bij een percentage aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment.

Hoofdstuk 4

28

De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Gezien de aard en de activiteiten van de bestemming mag aangenomen worden dat de mate van zelfredzaamheid van de personen van het plangebied goed is. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote calamiteiten bij een incident te voorkomen. Voor het toxische scenario geldt schuilen als beste handelingsperspectief. Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden. Via de lokale infrastructuur kan snel afstand worden genomen van de risicobronnen. De scenario’s zijn snel waarneembaar waardoor men zich snel bewust is van het risico. Mocht vluchten noodzakelijk zijn, dan is het plangebied naar meerdere zijden te ontvluchten. Ontvluchten kan in alle gevallen van de risicobron af. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt slechts een extra woning gerealiseerd.

Derhalve leidt het planvoornemen slecht gering toe extra personen ter plaatse van het plangebied. Er bestaat vanuit extern veiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Eerdsebaan Daarnaast vindt over de Eerdsebaan (N622) ook transport plaats van gevaarlijke stoffen (GF3, LF1 en LF21). Het vervoer van gevaarlijke stoffen uit de categorie GF3 heeft een invloedsgebied van 355 meter. Derhalve is het plangebied gelegen binnen het invloedsgebied (BLEVE) van deze weg. Omdat het plangebied binnen 200 meter van de transportroute ligt en is in principe volgens art. 8 Bevt een volledige verantwoording groepsrisico noodzakelijk. Volgens de vuistregels van het HART gezien wordt in dit geval het groepsrisico niet overschreden en is een beperkte verantwoording voldoende. Kijkend naar de vuistregels moet zowel de oriëntatiewaarde als de 10% van de oriëntatiewaarde getoetst worden. Voor beide geldt vuistregel 1 dat de tankwagens geen stoffen bevatten uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 anders dient er een berekening gemaakt te worden. In deze zaak is dit niet het geval. Vuistregel 2 richt zich op de drempelwaarde GF3 vervoer voor overschrijding van de oriëntatiewaarde of de 10% van de oriëntatiewaarde. Dit is te controleren in tabel 1-6 in bijlage 1 van het HART4.

Op basis van een dichtheid van 10 ha en 30 meter afstand van de as van de weg is er geen overschrijding van de oriëntatiewaarde. Op basis van deze resultaten wordt volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Beperkte verantwoording groepsrisico Bestrijding en beperking van de omvang van de ramp Voor de bestrijdbaarheid is het van belang het (de) relevante scenario(’s) te onderscheiden, voor deze weg gelden de scenario’s plasbrand en BLEVE. Plasbrand Een maatgevend scenario is de plasbrand van een zeer brandbare vloeistof als gevolg van het instantaan falen van een tankwagon op de route vervoer gevaarlijke stoffen. Bij het instantaan falen van een tank met zeer brandbare vloeistoffen zal een plas met zeer brandbare vloeistoffen ontstaan die bij ontsteking tot een plasbrand leidt. De ontwikkeling van dit scenario zal vrij snel plaats vinden waardoor vluchten niet altijd mogelijk is. Slachtoffers zullen vooral vallen onder de mensen in de plas of in de

4

RIVM (2017) Handreiking Risicoanalyse Transport

Hoofdstuk 4

29

directe omgeving van de plas. Daarnaast bestaat er de kans op brandoverslag naar gebouwen die in de directe omgeving van het incident zijn gelegen. Gezien de snelle ontwikkeltijd en de hittestraling van dit scenario is bronbestrijding niet mogelijk. De effectbestrijding zal daarom gericht zijn op het blussen van de plasbrand met een schuimvormend blusmiddel en het blussen van eventuele secundaire branden in de omgeving. Koude BLEVE Een koude BLEVE ontstaat doordat de inhoud van een tankwagon met brandbaar gas, bijvoorbeeld door een botsing, ineens vrijkomt en direct ontsteekt in de vorm van een vuurbal. De vuurbal geeft zowel een drukgolf als een intense warmtestraling. Personen die zich binnen de vuurbal bevinden zullen komen te overlijden. Mensen buiten de vuurbal en buiten de 35 kW/m 2 -contour kunnen komen te overlijden als gevolg van warmtestraling als ze zich buiten bevinden (dus niet in een gebouw). De koude BLEVE treedt plots op als gevolg van bijvoorbeeld een mechanische beschadiging van de tankauto en heeft een snelle ontwikkeltijd. Hierdoor zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. De effectbestrijding zal daarom gericht zijn op het bestrijden van secundaire branden. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Het plangebied laat geen objecten toe die bestemd zijn voor verminderd zelfredzame personen.

Dit betekent dat de aanwezigen in het plangebied instaat zijn zichzelf in veiligheid te brengen/vluchten zonder hulp van anderen. Plasbrand De ontwikkeling van dit scenario zal vrij snel plaats vinden waardoor vluchten niet altijd mogelijk is. Slachtoffers zullen vooral vallen onder de mensen in de plas of in de directe omgeving van de plas. Daarnaast bestaat er de kans op brandoverslag naar gebouwen die in de directe omgeving van het incident zijn gelegen. Koude BLEVE Voor een koude BLEVE zijn geen mogelijkheden voor zelfredzaamheid, aangezien dit scenario in principe geen ontwikkeltijd kent. Aangezien een koude BLEVE geen ontwikkeltijd kent en maar enkele seconden duurt, is het niet mogelijk om voor het incident het gebied te ontvluchten en/of te schuilen. De inrichting van het plangebied is daardoor niet bepalend voor de zelfredzaamheid bij dit type scenario. Derhalve is het niet nodig om extra eisen te stellen aan de inrichting van het gebied ten gevolge van een koude BLEVE. Conclusie Het bestemmingsplan voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Uit het voorgaande blijkt dat het groepsrisico geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling. De Veiligheidsregio Brabant Noord wordt om advies gevraagd (in het kader van art.

7 en 9 Bevt) over de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en bestrijdbaarheid van de gevolgen van een ramp in het invloedsgebied. Dit advies zal t.z.t verwerkt worden in de verantwoording van het groepsrisico. Daarnaast is het advies opgenomen in de bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing.

Hoofdstuk 4

30

4.12 Hoogspanningslijnen Op een afstand van ongeveer 250 meter ligt een hoogspanningslijn. Gelet op deze afstand vormt dit aspect geen belemmering. Volgens de Netkaart van het RIVM geldt langs deze hoogspanningslijn een indicatieve zone van 100 meter. Het plangebied ligt hierbuiten. Hoogspanningslijnen vormen geen belemmering.

4.13 Spuitzones gewasbescherming In de directe omgeving van het plangebied zijn geen percelen aanwezig met een spuitzone gewasbescherming. Spuitzones vormen geen belemmering voor het plan.

4.14 Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Of daadwerkelijk advies wordt ingewonnen bij de GGD is een afweging van het bevoegd gezag. Doorwerking plangebied Met dit plan wordt geen veehouderij mogelijk gemaakt. Het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 is toch doorlopen. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Er is met dit plan geen toename van geur, fijnstof en/of ammoniak. De planlocatie is gelegen in een gebied met een acceptabele geurbelasting (geursituatie optimaal, de hoogst berekende geurbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt ongeveer 1,1 ouE/m3). De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van een varkensbedrijf en een pluimveebedrijf bedraagt meer dan 100 meter.

Geitenhouderijen liggen op meer dan 2 kilometer afstand. De planlocatie is eveneens niet gelegen binnen een afstand van 1 km van een pluimveebedrijf. Ook overige veehouderijen liggen buiten 250 meter afstand. Er is geen sprake van een mestbewerkings- of verwerkingsbedrijf (al dan niet als nevenactiviteit). Vanuit de omgevingsdialoog is niet naar voren gekomen dat er sprake is van ongerustheid over de volksgezondheid. Het stappenplan is hiermee volledig doorlopen. Een advisering van de GGD hoeft niet te worden gevraagd voor dit plan. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico op deze locatie. Dit onderdeel zorgt dan ook niet voor belemmeringen.

Hoofdstuk 4

31

4.15 Verkeer en parkeren Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op de parkeervraag en het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op de parkeervraag en de verkeersgeneratie. De gemeente Meierijstad heeft haar parkeerbeleid geregeld middels het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’, vastgesteld op 31 januari 2019. Het 'Paraplubestemmingsplan parkeren' heeft tot doelstelling om voor de bestemmingsplannen van de gemeente Meierijstad, de juridische link te leggen met “geldend parkeerbeleid” waar gemeentelijke parkeernormen onderdeel vanuit maken. Er dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden. Voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, te worden gevolgd. Doorwerking plangebied Volgens de beleidsregel ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ zijn er voor een 2-onder-1 kap woning in het buitengebied 2,4 parkeerplaatsen nodig per woning. De noodzakelijke 5 parkeerplaatsen volgens de parkeernormen van de gemeente Meierijstad worden gerealiseerd op eigen terrein.

Middels een boerderijsplitsing wordt er één nieuwe woning toegevoegd. Het aantal verkeersbewegingen zal hiermee zeer beperkt toenemen, het omliggende wegennetwerk kan dit prima verwerken. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

Hoofdstuk 4

32

5.

JURIDISCHE PLANOPZET De ontwikkeling wordt meegenomen in het ‘Ontwikkelplan Buitengebied’ van de gemeente Meierijstad. De woningen worden bestemd als ‘Wonen’ met de aanduiding maximaal 2 wooneenheden. In de bouwregels binnen de bestemming ‘Wonen’, en eventueel op de verbeelding, worden de maximale goot- en bouwhoogte van de woning en bijbehorende bouwwerken vastgelegd. Daarnaast wordt er voor de woning de aanduiding ‘karakteristiek’ opgenomen. Hier wordt een verbod/vergunningsplicht op (gedeeltelijke) sloop en structurele verandering van de boerderij aan gekoppeld. Ter borging van een goed woon- en leefklimaat in de te splitsen boerderij is voorwaardelijk verplichtend opgenomen dat de naar de Eerdsebaan gekeerde gevel van begane grond van de nieuwe woning als dove gevel dient te worden uitgevoerd en ook dat de naar de Eerdsebaan gekeerde gevel van de verdieping(en) van de nieuwe woning als dove gevel dient te worden uitgevoerd, tenzij aan deze zijde geen geluidgevoelige ruimtes zijn gelegen. De gronden die landschappelijk worden ingericht krijgen een bij dit gebruik passende bestemming. Middels een voorwaardelijke verplichting wordt geborgd dat de landschappelijke inpassingsmaatregelen zoals beschreven in paragraaf 2.2 ook daadwerkelijk uitgevoerd moeten worden.

Hiermee wordt met het plan bijgedragen aan het behoud en herstel van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en het erf waarop deze bebouwing gesitueerd is. Wat betreft overige gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden wordt aangesloten bij de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Wel dient binnen de bestemming ‘Wonen’ in de specifieke gebruiksregels een voorwaardelijke verplichting te worden opgenomen ter juridische zekerstelling / waarborging van de landschappelijke inpassing. Daarnaast blijven de in paragraaf 1.3 genoemde dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’ en de gebiedsaanduidingen van toepassing.

Hoofdstuk 5

33

6.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de economische uitvoerbaarheid. De ontwikkelingskosten zullen geheel door initiatiefnemer worden gedragen. De kosten welke door de gemeente gemaakt worden voor het opnemen van deze ontwikkeling in de herziening van de bestemmingplannen voor de bebouwde kommen zullen worden verhaald bij de initiatiefnemer middels een anterieure overeenkomst. In deze anterieure overeenkomst wordt ook verzekerd dat eventuele uit te betalen tegemoetkomingen in planschade niet voor rekening van het gemeentebestuur komen.

Hoofdstuk 6

34

7.

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de maatschappelijke uitvoerbaarheid. De ontwikkeling aan De Horstjens 12 in Eerde wordt opgenomen in het ‘Ontwikkelplan Buitengebied’, de herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Meierijstad. Voor deze bestemmingsplanherziening is de procedure op basis van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. Het plan doorloopt op deze manier de formele juridische procedure. Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft de naaste bewoners geïnformeerd over de beoogde bestemmingswijziging. De omgevingsdialoog is geanonimiseerd opgenomen in de bijlagen. Vooroverleg Er vindt vooroverleg plaats met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken.

Gedurende deze periode kan een ieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Het plan zal daarna, al dan niet gewijzigd, ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad. Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

Hoofdstuk 7

35

8.

CONCLUSIE Aan de voorwaarden, die zowel het rijks-, provinciaal als gemeentelijk beleid stelt, wordt met de ontwikkeling voldaan. Daarnaast wordt de ontwikkeling niet belemmerd door aanwezige omliggende functies en treedt andersom geen onevenredige overlast voor omliggende functies op. Met het initiatief zal geen schade wordt toegebracht aan omringende natuur- of landschapselementen en -structuren. De ontwikkeling wordt niet belemmerd door aanwezige, storende milieuaspecten of doordat hinder veroorzaakt wordt op de omgeving. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling vanuit ruimtelijk oogpunt niet bezwaarlijk is past in het beginsel van een goede ruimtelijke ordening.

Hoofdstuk 8

36

BIJLAGEN

Hoofdstuk 8

37

Bijlage 1: Landschappelijke inpassing

Hoofdstuk 8

38

Landschappelijke inpasssing De Horstjens 12 De Horstjens 12 te Eerde, Gemeente Meierijstad

colofon

projectnaam Landschappelijke inpassing De Horstjens 12 te Eerde datum Juni 2021 projectnummer P00991 opdrachtgever De heer Sijbers BRO projectleider Jr projectteam Jr, MvDn, RT en IB bron kaft BRO

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

“Succes komt als je het lef hebt ergens aan te beginnen.” Mansal

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding en initiatief 1.2 Kaders en uitgangspunten 1.3 Ruimtelijke situatie

4 4 4 5

2

Inpassingsplan 2.1 Inrichtingsmaatregelen

8 9

Bijlagen

Juni 2021

3

Inleiding

Landschappelijke inpasssing De Horstjens 12

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en initiatief

Initiatiefnemer is eigenaar van de woning aan de locatie De Horstjens 12 in Eerde. Het betreft een langgevelboerderij aan een bestaand bebouwingslint. De langgevelboerderij staat op een perceel met een totale oppervlakte van 6.525 m2. De initiatiefnemer wenst de woonboerderij te splitsen in twee wooneenheden. Hiervoor is een separate vergunningsaanvraag gedaan. Naast de boerderijsplitsing wordt er bij iedere woning een bijgebouw opgericht van maximaal 150 m2. Op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’, vastgesteld door de voormalige gemeente Veghel op 22 oktober 2015, is de splitsing in twee wooneenheden niet toegestaan en ook de positie van de bijgebouwen wijkt af van het aangegeven bestemmingsvlak voor bijbehorende bouwwerken bij de bestemming wonen. De splitsing van de woonboerderij is op grond van het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen, Laaghangend Fruit’ onder voorwaarden en via een afwijkingsvergunning mogelijk en als zodanig aangevraagd. Voor de bijgebouwen dient het bestemmingsplan te worden herzien. Deze herziening is in het ‘Ontwikkelplan Buitengebied’ meegenomen. In dit ‘Ontwikkelplan’ worden diverse ontwikkelingen samengenomen in een gezamenlijk bestemmingsplan. Om onderhavige ontwikkeling mee te laten lopen in het ‘Ontwikkelplan Buitengebied’ en juridisch planologisch mogelijk te maken is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld.

En in dit kader is ook een landschappelijke inpassing opgesteld en een voorstel voor kwaliteitsverbetering gedaan.

Juni 2021

Kaders en uitgangspunten

Het plan voldoet in beginsel aan de kaders vanuit het vigerende beleid dat relevant is voor de landschappelijke inpassing en aan de eisen/wensen vanuit het planvoornemen. Plangebied Het plangebied betreft de locatie De Horstjens 12 te Eerde en staat kadastraal bekend als VHL00 - R -803. Het gehele perceel heeft een oppervlakte van 6.525 m2. Het gedeelte van het plangebied dat van bestemming wijzigt (van agrarisch naar wonen) heeft een oppervlakte van circa 765 m2. Het plangebied ligt in een overgangsgebied tussen de zuidelijk gelegen kern Eerde het open agrarisch gebied aan de noordzijde. In deze zone is sprake van een functiemenging van wonen en agrarische bedrijven. De Horstjens is een oude plattelandsweg waaraan van oudsher enkele boerderijen lagen die onderdeel waren van de kern Eerde. Planvoornemen Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande woonboerderij te splitsen in twee wooneenheden. De splitsing komt ten goede aan het behoud en herstel van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Zo blijft de hoofdvorm van het gebouw behouden. Daarnaast is de zichtbaarheid van het onderscheid tussen woon- en bedrijfsdeel nog niet verloren gegaan, dit zal met de boerderijsplitsing behouden blijven. Voor de boerderijsplitsing is een separate vergunningsaanvraag gedaan. Naast de boerderijsplitsing wordt er bij iedere woning een bijgebouw opgericht van maximaal 150 m2.

Met de planontwikkeling wordt de bestaande kwaliteit van het gebied benut en verder versterkt

Bestemmingsplan Voor het gedeelte van het plangebied dat van bestemming wijzigt is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ het geldende juridische kader. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Veghel op 22 oktober 2015. In dit plan heeft het plangebied gedeeltelijk de bestemming ‘Wonen’, en is er maximaal één woning toegestaan. Het zuidelijke deel heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’. Daarnaast geldt de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie 3’. De volgende gebiedsaanduidingen liggen op het perceel: ‘gebiedsaanduiding – oude akkers’; ‘gebiedsaanduiding – toerisme’; ‘gebiedsaanduiding – reconstructiewetzone – verwevingsgebied 2’; gebiedsaanduiding – vrijwaringszone – molenbiotoop’ en ‘gebiedsaanduiding – vrijwaringszone – radar’. Naast bovengenoemd bestemmingsplan is ook het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’, vastgesteld op 31 januari 2019 door gemeente Meierijstad, van kracht. Tevens geldt het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen Laaghangend Fruit’. Dit plan is op 27 januari 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In dit bestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor de boerderij splitsing. Hiervoor is een separate vergunningsaanvraag gedaan, waarbij voorliggend plan als zorgvuldige landschappelijke inpassing dient.

4

Inleiding

Landschappelijke inpasssing De Horstjens 12

•

•

•

Figuur 1: Vigerend bestemmingsplan, (Bron: Ruimtelijke plannen)

1.2

1.2.1

Ruimtelijke situatie Historische kenschets

Landschapstype Het plangebied ‘De Horstjens 12’ is gelegen in het oude zandontginningen landschap. De ontstaansgeschiedenis van dit landschap gaat ver terug. Bepalend was de intrede van de landbouw en veeteelt. De hooggelegen en droge gronden waren het meest geschikt voor de agrarische activiteiten. Het landschap van de oude zandontginningen is een halfopen, kleinschalig landschap met een onregelmatig, organisch gevormd wegen- en verkavelingspatroon. Binnen het landschap is er een grote diversiteit aan landschapselementen, waaronder lanen, bomen(rijen), houtsingels, solitaire bomen, droge en natte boscomplexen en kleinere hakboutbosjes. Door de diversiteit aan landschapselementen zijn de ruimtes binnen dit landschap gevarieerd in omvang en vorm. Zo komen er besloten en open landschapsdelen voor. Grote structuren ontbreken echter in dit landschap. Wel zijn er lokale verschillen in openheid. Dit mede door de hoeveelheid aanwezige bebouwing of bosschages. Kwaliteiten die bij dit landschap horen zijn: Juni 2021

• • •

• •

• •

• •

Het oude agrarisch kampenlandschap met oude graslanden kent een kleinschalig afwisselend beeld met een kamerstructuur; De onregelmatige blokvormige percelen worden vaak omsloten door hagen en heggen en kunnen in gebruik zijn als zowel grasland als bouwland; De ondergrond van dit landschap is licht golvend van karakter en bestaat uit zandgronden met een humusrijk dek waarbij de grondwaterstand relatief diep ligt. Als dit (door mensen) opgebrachte dek dikker is dan 50 centimeter spreken we van hoge enkeerdgronden. Als deze hun authentieke vorm nog hebben zijn deze te herkennen als relatief hoger gelegen akkers, die vrij van bebouwing en beplanting zijn; In de oude ontginningen is het wegenpatroon kronkelig en loopt om de oude essen heen; Enkele wegen zijn beplant met eik, beuk; Karakteristiek zijn de kavelgrensbeplantingen van houtsingels en wallen en de vele diverse erfbeplantingen, met esdoorn, beuken en haagbeukenhagen; Verschillende oude veldwegen zijn nog van zand en zijn al dan niet begeleid door bomen; De oude bouwlanden en oude boerderijen staan op de hogere plekken in het landschap,vaak in de buurt of aan de rand van beken en in de nabijheid van voormalige woeste gronden als heide, velden en broeklanden; De verkaveling is kleinschalig en onregelmatig organisch gegroeid; Met verspreide bebouwing aan transparante linten dan wel in clusters (boerderijzwermen) verspreid in

het landschap; Half open tot besloten van karakter door opgaande kleine landschapselementen (coulisselandschap); Vanaf de bebouwingslinten op de randen van beekdalen is tussen de bebouwing en de erfbeplanting door het

•

• •

beekdal zichtbaar; Vanuit dit kleinschalige landschap zijn verrassende subtiele doorkijkjes op de nabije kernen, waarvan de kerktoren dan boven de beplanting uit steekt; Zachte overgangen binnen dit oude kampenlandschap en naar de beekdalen toe; Duidelijk contrast met de jonge ontginningen die veel opener van karakter zijn, grootschaliger en met rechte lijnen in plaats van kromme gebogen lijnen;

(Landschapsanalyse Meierijstad, 2019)

Figuur 2: Oude ontginningen, (Bron: Landschapsanalyse Meierijstad, gemeente Meierijstad, 2019)

Het plangebied is gelegen op een dekzandrug. De hooggelegen delen van het dekzandgebied waren geschikt voor de landbouw. De omgeving van Eerde werd ook voor de akkerbouw benut. Door het potstalsysteem, ontstond er een dikke, bruine toplaag op de grond (esdek). Deze grondsoort wordt ook wel enkeerdgrond genoemd.

5

 

Ruimtelijke onderbouwing

Landschappelijke inpasssing De Horstjens 12

Het pand De Horstjens 12 is in of omstreeks 1865 gebouwd. In het begin van de jaren 80 is de boerderij “opgeknapt” naar de inzichten van die tijd: er is een strooien dakbedekking aangebracht en het oorspronkelijke metselwerk is bedekt met een halfsteens muur van moderne stenen. Bij het ommuren heeft men wel de oorspronkelijke details overgenomen: het vlechtwerk in de topgevels, de muizentanden in de fries, de hanekammen boven gevelopeningen, zelfs boven het kelder  raampje.

Figuur 3: Bodemkaart (zandgronden) (bron: Stiboka, 1976)

(Cultuurhistorisch advies De Horstjens Eerde, Cuijpers advies, 2019)

de oude verbindingsweg tussen Eerde en Veghel. De voormalige langgevelboerderij is gelegen nabij de kruising met de Eerdsebaan, ten westen van De Horstjens op ruime afstand van de straat. De boerderij dateert uit de tweede helft van de 19e eeuw, waarschijnlijk uit het laatste kwart van die eeuw. Het plangebied ligt als het ware in een overgangsgebied tussen de zuidelijk gelegen kern Eerde het open agrarisch gebied aan de noordzijde. In deze zone is sprake van een functiemenging van wonen en agrarische bedrijven. De Horstjens is een oude plattelandsweg waaraan van oudsher enkele boerderijen lagen die onderdeel waren van de kern Eerde.

Geschiedenis De betekenis van de naam Eerde is: ‘beploegde grond,   bouwland’. Al in de vijftiende eeuw was Eerde een zelfstan              dig dorp binnen Veghel en beschikte over een eigen kapel.  In 1966 is door middel van een gemeentelijke herindeling het dorpsgebied in Veghel komen te liggen. gehele 

De woonboerderij is oorspronkelijk tot stand gekomen in of omstreeks 1865 en sindsdien meerdere malen verbouwd. De hoofdvorm en het dak met wolfseinden zijn daarbij behouden gebleven. De woonboerderij is ingedeeld in een woongedeelte en een stalgedeelte. De boerderij is een voorbeeld van een agrarisch gebouw op het Brabantse platteland uit  de tweede helft van de negentiende eeuw. Het dak is gedekt    Boerderij Horstjens 12 met riet met een spiegel van Hollandse pannen over de ge  boerderij    De voormalige Horstjens 12 is gelegen te midden     hele lengte. In het interieur draagt de aanwezigheid van een  van enkele burgerwoningen.

Opvallend is, dat de andere kelder met opkamer en vooral de aanwezigheid van de oude  historische bebouwing in de omgeving gekenmerkt wordt              buitenmuur en de houten spanten uit de bouwperiode, bij aan door een situering parallel aan de straat, terwijl deze  boerde  de cultuurhistorische waarde. De rieten dakbedekking heeft rij  van oudsher schuin de  straat gesitueerd  stond. Het 4: Het oorspronkelijk woongedeelte met 12 ruit     op  Figuur   nogal geleden door de tijd en is plaatselijk zwaar beschadigd.  vensters; de luiken zijn vast aan het muurwerk verankerd; is vooralsnog niet duidelijk wat hiervan de achtergrond was.            Daarom zijn als tijdelijke maatregel zeilen gespannen. het kelderraampje heeft diefijzers. (Bron: Cultuurhistorisch

  

 De Horstjens 12 is een boerderij uit de tweede helft van de 19e eeuw. Het gebouw bezit kenmerken van een langgevelboerderij uit die tijd (onder meer de dwarsdeel en het feit dat de gebinten rusten op de zijgevels en er geen staanders  zijn), maar lijkt door zijn breedte ook op een kortgevelboerderij (met de hoofdingang in de korte gevel). Juni 2021

          advies De Horstjens Eerde, Cuijpers advies, 2019)           

1.2.2

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen aan De Horstjens 12 te Eerde, onderdeel van de gemeente Meierijstad. De Horstjens ligt ten noorden van de dorpskern Eerde en loopt in oost-westelijk richting in een boog van de Eerdsebaan tot Den Dubbelen,



6

Ruimtelijke onderbouwing

Landschappelijke inpasssing De Horstjens 12

Figuur 5: Globale ligging plangebied

Figuur 7: 1950, (Bron: Topotijdreis)

Figuur 9: 2000, (Bron: Topotijdreis)

Figuur 6: 1900, (Bron: Topotijdreis)

Figuur 8: 1980, (Bron: Topotijdreis)

Figuur 10: 2020, (Bron: Topotijdreis)

Juni 2021

7

Inpassingsplan

Landschappelijk inpassingsplan de Horstjens 12

2

Inpassingsplan

Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleidskaders en de kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. Naaststaande schets illustreert de voorgestelde maatregelen, gevolgd door een argumentatie. Concreet zijn de volgende ingrepen voorgesteld: A1: Aanplant solitaire landschapsbomen, voor een aantrekkelijk zicht vanaf De Horstjens; A2: Behoud van inheemse bomen langs de zijdelingseperceelsgrens, aanvullen met inheemse bomen en struiken voor een dichte groenstructuur; B: Aanleg hoogstamfruitgaard ter versterking van het kleinschalig landschap; C: Aanplanten lage knip- en scheerhagen op de perceelsgrens t.b.v. groene erfafscheidingen en een waarborging van de privacy D: Lage knip- en scheerhagen aan de voorzijde van de percelen max. 1 m hoog; E: Behoud (struweel)haag op de perceelsgrens; F: Aanplant hoge haag tussen de tuinen (max. 2 m hoog) t.b.v. de privacy; G: Geschoren hagen aanplanten ter inpassing van de bijgebouwen. Het zicht op de bijgebouwen wordt hiermee gebroken. Daarnaast blijft de nadruk op de boerderij liggen; H: Aanplanten solitaire landschapsbomen, vormen de hoekaccenten op het perceel, hierbij wordt er diepte gecreëerd op het erf; I: zicht openhouden vanaf de Eerdsebaan op de boerderij.

Figuur 11: Landschappelijke inpassing (Zie bijlage 2 voor het inpassingsplan op schaal.)

Juni 2021

8

Inrichtingsmaatregelen

Landschappelijk inpassingsplan de Horstjens 12

2.1

Inrichtingsmaatregelen

Aanplant solitaire landschapsbomen, voor een aantrekkelijk zicht vanaf De Horstjens Aan de noordzijde van de boerderij worden twee erf/ landschapsbomen aangeplant. Door de aanplant van deze bomen wordt de boerderij groen aangekleed zonder het gebouw uit het zicht te nemen. Daarnaast zorgen de bomen voor een mooi accent op het voorterrein en is het een passend landschapselement binnen het oude zandontginningen landschap. Behoud van inheemse bomen langs de zijdelingseperceelsgrens, aanvullen met inheemse bomen en struiken voor een dichte groenstructuur De bestaande bomen langs de zijdelingseperceelsgrens worden behouden. Deze structuur wordt daarnaast versterkt door de aanplant van inheemse boom- en struikvormers. Door de aanplant van nieuwe groenvoorzieningen ontstaat er een dichte structuur wat leidt tot een geschikte en passende overgang naar het buurperceel. Tevens zorgt de toevoeging van verschillende soorten voor een verhoging van de biodiversiteit. Aanleg hoogstamfruitgaard ter versterking van het kleinschalig landschap Om de variatie in ruimten i.r.t. de open- en beslotenheid te versterken wordt er een hoogstamfruitgaard aangeplant. De hoogstamfruitgaard is niet alleen een passend element binnen het landschap, ook wordt hierbij het zich op het nieuwe bijgebouw vanuit het buurperceel weggenomen.

Door een diverse soorten samenstelling is de boomgaard aantrekkelijk voor verschillende soorten fauna. Daarnaast wordt dit versterkt door de aanleg van kruiden- en bloemrijkgrasland als onderbegroeiing.

Juni 2021

Aanplanten knip- en scheerhagen op de perceelsgrens t.b.v. groene erfafscheidingen en een waarborging van de privacy ca. 1,5 meter hoog. Aan de noord-oostzijde van het plangebied wordt een knipen scheerhaag aangeplant van ca. 1,5 meter. Dit biedt een goede overgang naar het naast gelegen perceel. Door de aanplant van hagen wordt het perceel ingekaderd en brengt het door middel van kleinschalige landschapselementen de kleinschaligheid terug.

Geschoren hagen aanplanten ter inpassing van de bijgebouwen. Om de nieuwe bijgebouwen te kunnen inpassen wordt er aan de zuidzijde een haag aangeplant. Door een lage haag toe te passen wordt het zicht op de bijgebouwen gebroken, terwijl de nadruk op de boerderij blijft liggen, hiermee zijn de bijgebouwen ondergeschikt aan de boerderij, wat karakteristiek is voor een boerenerfinrichting.

Lage knip- en scheerhagen aan de voorzijde van de percelen max. 1 m hoog Aan de voorzijde is gekozen voor een lage knip- en scheerhaag. Door een groene lage erfafscheiding wordt duidelijk waar men zich op privé terrein bevindt. Daarnaast blijft het zicht op de karakteristieke boerderij behouden en blijft het weidse uitzicht richting het noorden gewaarborgd.

Aanplanten solitaire landschapsbomen, vormen de hoekaccenten op het perceel, hierbij wordt er diepte gecreëerd op het erf Op het perceel worden daarnaast enkele hoekaccenten aangebracht in de vorm van solitaire landschapsbomen. Hierbij ontstaat er een mooie diepte werking op het erf en dient het als oriëntatiepunt van buitenaf.

Behoud (struweel)haag op de perceelsgrens Aan de zuid-westzijde bevindt zich in de huidige situatie een (struweel)haag, deze haag dient behouden te blijven en samen met de voorliggende boomvormers een houtsingel te vormen. Hiervoor worden nieuwe struikvormers aangeplant.

Zicht openhouden vanaf de Eerdsebaan op de boerderij Door de aanplant van kleinschalige landschapselementen kan het zicht op de boerderij behouden blijven. Dit zowel vanuit De Horstjens als vanaf de Eerdsebaan. De inpassingsmaatregelen zijn ter versterking van het coulisselandschap en de bijhorende karakteristieke kamerstructuur toegepast. Door een juiste positionering wordt er binnen dit kleinschalige landschap gezorgd voor verrassende en subtiele doorkijkjes op de nabije omgeving. De mate in open- en geslotenheid past hiermee binnen het landschap en laat de beoogde ontwikkeling bijdragen aan deze landschapsversterking.

Aanplant hoge haag tussen de tuinen (max. 2 m hoog) t.b.v. de privacy Voor de splitsing van de boerderij wordt er tussen de wooneenheden in de achtertuin een hoge haag aangeplant van ca. 2 meter hoog. Deze haag zorgt voor voldoende privacy. Aangezien de aangrenzende groenstructuren en landschapselementen transparant worden ingericht blijft ook het zicht richting het zuiden gewaarborgd, waardoor deze locatie een prettige verdeling van open- en beslotenheid kent.

9

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

Bijlage 2

Kwaliteitsbijdrage

Kwaliteitsbijdrage Waardebepaling De Horstjens 12 - ruimtelijke onderbouwing - landschappelijke inpassing 29-6-2021 Categorie 3: Grote impact Tot deze categorie behoren alle ruimtelijke ontwikkelingen die niet onder categorie 1 of categorie 2 vallen; dit betreft onder andere de volgende ontwikkelingen Uitbreiding bestemmingsvlak Bedrijf, Wonen (>1500 m2), Horeca, Recreatie etc. Vanuit de regeling extra ruimtelijke ontwikkeling. Investeringsbijdrage: Huidig Agrarisch bestemmingsvlak Totaal plangebied

765 m2 765

7 € €

Toekomstig Wonen bestemmingsvlak groter dan 2000 m2 Wonen bestemmingsvlak groter dan 1500 < dan 2000 Totaal plangebied

533 m2 232 m2 765

25 € 13.325,00 50 € 11.600,00 € 24.925,00

5.355,00 5.355,00

Waardevermeerdering: 20% voor landschappelijke inpassing:

€ €

19.570,00 3.914

€

8.122,03

€

-4.208,03

Tegenprestatie Aanleg inrichting Aanplant hoogstamfruitboom Beheer hoogstamboomgaard 42,89 per jaar, 428,9 per 10 jaar Aanplant inheems bosplantsoen Houtwal en houtsingel - jaarlijks beheer 1.267,61 per ha. -> 0,126761 per m2, (per 10 jaar = 1,26761 euro Knip- of scheerheg - jaarlijks scheren/knippen = 0,96 euro per meter per jaar, per 10 jaar 9,60 euro Bomenrij en solitaire boom - cyclisch beheer diameter < 20 cm = 15,10 euro per jaar, 151 euro per 10 jaar

9 st 9 st 85 st

€ € €

76,77 € 428,90 € 1,85 €

690,93 3.860,10 157,25

85 m2 €

1,27 €

107,75

250 m1 €

9,60 €

2.400,00

6 st

151,00 €

906,00

Plan voldoet

€

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94

www.bro.nl | info@bro.nl

5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01

Bijlage 2: Akoestisch onderzoek

Hoofdstuk 8

39

Akoestisch onderzoek optredende gevelbelastingen Wegverkeerslawaai De Horstjes 12 te Eerde Rapportnr. M20 082.401.1

M20 082.401

Opdrachtgever

Adviseur

2

:

:

BRO Bosscheweg 107 Tel: 0411 - 850 400

5282 WV Boxtel

Contactpersoon:

Mevr. M. van Dooren

K+ Adviesgroep bv Jodenstraat 6 Postbus 224 Tel: 0475 – 470 470 E-mail: info@k-plus.nl Behandeld door:

Datum

:

26 oktober 2020

Referentie

:

TE/GE/M20 082.401.1

6101 AS Echt 6100 AE Echt

mw. T.J.M. Eykenboom BSc

M20 082.401

3

Inhoudsopgave Hoofdstuk

Titel

Blad

1

Inleiding

4

2 2.1 2.2 2.2.1 2.3

Uitgangspunten Ruimtelijke gegevens Verkeersgegevens Wegverkeerslawaai Toegepaste rekenmethode

5 5 5 5 6

3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7 3.2

Normstelling Wet geluidhinder Wegverkeerslawaai Algemeen Omvang geluidzones langs wegen Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder Aftrek stille banden Stedelijk en buitenstedelijk gebied Nieuwe situaties Maximaal toelaatbare geluidbelasting Bouwbesluit 2012

7 7 7 7 7 8 8 9 9 9

4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.2

Berekeningsresultaten Wegverkeerslawaai Eerdsebaan De Horstjens Cumulatie en Bouwbesluit

10 10 10 11 11

5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3

Evaluatie Rekenresultaten & Conclusie Algemeen Wet geluidhinder Algemeen Eerdsebaan De Horstjens

12 12 12 12 12 13

Bijlage(n): Bijlage I Bijlage II Bijlage III

Figuren akoestisch model Berekeningsgegevens en –resultaten optredende gevelbelasting Verstrekte verkeersgegevens

M20 082.401

1

4

INLEIDING In opdracht van BRO is, in het kader van een boerderijsplitsing aan De Horstjens 12 te Eerde, gemeente Meierijstad, door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse. In figuur 1.1 is een overzicht van de huidige situatie opgenomen, in bijlage I is de situatie opgenomen.

Figuur 1: Situatie (bron: Google maps) Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de Eerdsebaan en De Horstjens. De berekeningen zijn gebaseerd op: - de “Wet geluidhinder”; - het “Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012”; - het “Besluit Geluidhinder”.

M20 082.401

5

2

UITGANGSPUNTEN

2.1

Ruimtelijke gegevens Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van een door de opdrachtgever verstrekte situatietekening, kaartmateriaal van de Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2) en Google Streetview. In bijlage I is de gehanteerde situatietekening opgenomen. Naast de Eerdsebaan en de zuidelijk gelegen woonwijk is een geluidscherm aanwezig. Volgens de toelichting bij het bestemmingsplan, te weten “Bestemmingsplan “Kom Eerde” behoeft het scherm een minimale hoogte van 3,5 meter boven maaiveld. Uit navraag bij de gemeente Meierijstad blijkt het scherm ook daadwerkelijk 3,5 meter boven maaiveld is. Het scherm is gemodelleerd in het akoestisch model.

2.2

Verkeersgegevens

2.2.1

Wegverkeerslawaai De verkeersgegevens voor de N622 Eerdsebaan zijn aangereikt door de Provincie NoordBrabant. De gegevens hebben betrekking op 2030. Voor De Horstjens heeft de gemeente Meierijstad telgegevens van een werkdag in 2019 aangeleverd. Deze gegevens zijn door middel van de standaard verdelingen omgeleid tot weekdag cijfers. Om te komen tot het maatgevende jaar 2030 is rekening gehouden met een groeipercentage van 1%. In tabel 2.1 is een overzicht opgenomen van de gehanteerde verkeersgegevens. Tabel 2.1: Overzicht verkeersgegevens 2030. Straat

Etmaalintensiteit

Eerdsebaan Deel 1

13.128

Eerdsebaan Deel 2

13.364

De Horstjens

211 (2019) 235 (2030)

Periode verdeling D 6,69% A 3,10% N 0,92% D 6,69% A 3,10% N 0,92% D 6,52% A 3,31% N 1,07%

Verdeling per voertuigcategorie Qlv Qmv Qzv 83,86% 12,59% 3,55% 88,41% 8,93% 2,66% 84,44% 11,84% 3,73% 84,49% 12,10% 3,41% 88,89% 8,56% 2,55% 85,06% 11,37% 3,58% 63,39% 32,79% 3,83% 51,61% 45,16% 3,23% 45,00% 50,00% 5,00%

Snelheid km/h

Wegdek

80

79

80

79

60

01/80

Hierbij is: Periode: gemiddelde uuraandeel betreffende periode in procenten van de etmaalintensiteit. Qlv: gemiddeld uuraandeel lichte motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Qmv: gemiddeld uuraandeel middelzware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Qzv: gemiddeld uuraandeel zware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Snelheid: ter plaatse toegestane maximum snelheid. Wegdek: type 01: Glad asfalt. type 79: Oppervlaktebewerking CROW316. type 80: Elementenverharding in keperverband (CROW316).

M20 082.401

6

Voor nadere informatie inzake de in- en uitvoerparameters wordt verwezen naar de in bijlage II opgenomen rekenbladen. De verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage III. 2.3

Toegepaste rekenmethode De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaard Rekenmethode II”, zoals deze is beschreven in het “Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012”. Bij de modellering van het akoestisch rekenmodel is gebruik gemaakt van het pakket WinHavik als ontwikkeld door dirActivity.

M20 082.401

7

3

NORMSTELLING WET GELUIDHINDER

3.1

Wegverkeerslawaai

3.1.1

Algemeen In de Wet geluidhinder dient met betrekking tot de geluidbelasting van een weg in nieuwe situaties de geluidbelasting in Lden in dB te worden bepaald. Dit is een gemiddeld geluidniveau over de dag-, avond- en nachtperiode en wordt bepaald met de volgende formule: day evening night 1  10 10 Lden = 10 lg 12 *10 + 4 *10 + 8 *10 10 24 

L

3.1.2

L

+5

L

+10

   

Omvang geluidzones langs wegen Krachtens de Wet geluidhinder worden aan weerszijden van een weg zones aangegeven (art. 74 Wgh). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten de zones worden geen eisen gesteld. Een weg is niet zoneplichtig indien er sprake is van: − wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied (art. 74 lid 2a. Wgh) of; − wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/h geldt (art. 74 lid 2b. Wgh). De breedte van de geluidzones als functie van het aantal rijstroken van de weg en het soort gebied is weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: Breedte geluidzones aan weerszijde van de weg in meters. Gebied Stedelijk Buitenstedelijk

3.1.3

1 of 2 rijstroken 3 of meer rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Breedte (m) geluidzones (art. 74) 200 350 250 400 600

Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder Op grond van verdere ontwikkelingen in de techniek en het treffen van geluid reducerende maatregelen aan de motorvoertuigen, is te verwachten, dat het wegverkeer in de toekomst minder geluid zal produceren dan momenteel het geval is. Binnen de Wet geluidhinder is middels artikel 110g de mogelijkheid geschapen om deze vermindering van de geluidsproductie in de geluidbelasting door te voeren. Deze aftrek mag alleen worden toegepast bij het toetsen van de geluidbelasting aan de normstelling en niet bij het bepalen van het binnenniveau (artikel 3.4 Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012). De hoogte van de aftrek is afhankelijk van de representatieve snelheid voor lichte motorvoertuigen. In tabel 3.2 is een overzicht opgenomen van de hoogte van de aftrek.

M20 082.401

8

Tabel 3.2: Overzicht aftrek 110 g Wet geluidhinder (artikel 3.4 RMV2012). Representatieve snelheid < 70 km/h  70 km/h  70 km/h  70 km/h

Aftrek artikel 110g Wgh 5 dB 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 110g Wgh 57 dB bedraagt 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 110g Wgh 56 dB bedraagt 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting

3.1.4 Aftrek stille banden In artikel 3.5 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is een aftrek opgenomen voor stille banden. Deze aftrek geldt alleen bij wegen met rijsnelheden van 70 km/h en hoger. Standaard is de aftrek 2 dB. In de volgende situaties is de aftrek 1 dB: Zeer Open Asfalt Beton; 2-laags ZOAB, met uitzondering van 2-laags ZOAB-fijn; Uitgeborsteld beton; Geoptimaliseerd uitgeborsteld beton; Oppervlaktebewerking. Een overzicht van de stille bandenaftrek is opgenomen in tabel 3.3. Tabel 3.3: Overzicht stille banden aftrek. Representatieve snelheid < 70 km/h  70 km/h

 70 km/h

3.1.5

Wegverharding Alle ZOAB, 2-laags ZOAB, uitgeborsteld beton, geoptimaliseerd uitgeborsteld beton, oppervlaktebewerking Alle andere verhardingen dan bovenstaand vermeld

Correctie artikel 3.5 (stille banden aftrek) 0 dB 1 dB

2 dB

Stedelijk en buitenstedelijk gebied Gebieden binnen de bebouwde kom, met uitzondering van de gebieden binnen de bebouwde kom gelegen binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, worden als stedelijk aangemerkt. Als buitenstedelijke gebieden worden gebieden buiten de bebouwde kom, alsmede de bovengenoemde uitgezonderde gebieden binnen de bebouwde kom aangemerkt.

M20 082.401

3.1.6

9

Nieuwe situaties In al die gevallen waar in de aanleg van een geluidgevoelig object en/of een zoneplichtige weg door vaststelling of herziening van een bestemmingsplan wordt voorzien, is er sprake van 'nieuwe situaties'.

3.1.7

Maximaal toelaatbare geluidbelasting Normen met betrekking tot de geluidbelasting in 'nieuwbouw situaties' zijn in artikel 82 t/m 87 van de Wet geluidhinder vermeld. In eerste instantie wordt ervan uitgegaan dat een zogenaamde voorkeursgrenswaarde niet mag worden overschreden. Indien de voorkeursgrenswaarde wel maar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden, kan onder bepaalde voorwaarden bij Algemene Maatregel van Bestuur ontheffing worden verleend voor een hogere toelaatbare geluidbelasting. Wanneer de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden is onder zeer strikte regels nieuwbouw mogelijk. Het plan dient dan te voorzien in zogenaamde dove-gevels. In de Wet geluidhinder worden voor nog niet geprojecteerde woningen buitenstedelijk gebied de volgende eisen gesteld: - voorkeursgrenswaarde: 48 dB (art. 82 lid 1) - maximale ontheffingswaarde buitenstedelijk gebied 53 dB (art. 83 lid 1) Niet geprojecteerd betekent dat het vigerende bestemmingsplan geen woonbebouwing toestaat of dat de huidige locatie geen woonbebouwing heeft zodat het bestemmingsplan moet worden herzien. In het kader van de Wet geluidhinder is sprake van een nieuwe situatie.

3.2

Bouwbesluit 2012 In het Bouwbesluit 2012 zijn in afdeling 3.1 voorschriften opgenomen voor bescherming tegen geluid van buiten. Als bij industrie-, weg- en spoorweglawaai de betreffende voorkeursgrenswaarde wordt overschreden stellen gemeenten op basis van de Wet geluidhinder een zogenoemd hogere-waardenbesluit vast, waarin plaatselijk hogere geluidbelastingen worden toegestaan («hoogst toelaatbare geluidbelasting») die in het bestemmingsplan worden opgenomen. In dergelijke zones mag alleen worden gebouwd wanneer de door de aanvrager van een omgevingvergunning te realiseren karakteristieke geluidwering hoger is dan de in artikel 3.2 gegeven minimum waarde van 20 dB. Wanneer dergelijke zones niet zijn vastgesteld, zoals bij 30 km/h wegen dan dient overeenkomstig artikel 3.2 te worden voldaan aan de minimum eis van 20 dB.

M20 082.401

4

10

BEREKENINGSRESULTATEN Uitgaande van voornoemde uitgangspunten zijn de te verwachten toekomstige optredende gevelbelastingen bepaald. Als waarneemhoogte is uitgegaan in het midden van de gevel, een en ander afhankelijk van het aantal bouwlagen en de gebouwhoogte. De ligging van de waarneempunten is opgenomen in de in bijlage I opgenomen figuren. Navolgend is per weg aangegeven het waarneempunt, de waarneemhoogte, de berekende waarde, de gehanteerde aftrek artikel 110g, de toetsingswaarde, de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde. De bijbehorende rekenbladen zijn opgenomen in bijlage II. De toetsingswaarden zijn tegen een gekleurde achtergrond weergegeven. De betekenis hiervan is als volgt: Groen: de voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden in het kader van de Wet geluidhinder worden geen restricties opgelegd. Geel: de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Aan de hand van door de gemeente vastgestelde beleidsregels kan onder bepaalde voorwaarden ontheffing worden verleend voor een hogere toelaatbare geluidbelasting. Oranje: de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. Voor de betreffende gevel kan geen hogere toelaatbare grenswaarde worden vastgesteld. Woningbouw is niet toegestaan of het plan moet ter plaatse voorzien in een “dove” gevel.

4.1

Wegverkeerslawaai

4.1.1

Eerdsebaan Tabel 4.1: Berekeningsresultaten Eerdsebaan (in dB). Waar- Waar- Berekende neem- neemwaarde punt hoogte 1 1.5 57 1 4.5 57 2 1.5 60 2 4.5 60 3 1.5 48 3 4.5 48

Aftrek Toetsingsartikel waarde 110g Wgh Wgh 4 53 4 53 2 58 2 58 2 46 2 46

Bestemming

wonen wonen wonen wonen wonen wonen

VoorkeursMaximale grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh 48 53 48 53 48 53 48 53 48 53 48 53

M20 082.401

4.1.2

11

De Horstjens Tabel 4.2: Berekeningsresultaten De Horstjens (in dB). Waar- Waar- Berekende neem- neemwaarde punt hoogte 1 1.5 53 1 4.5 53 2 1.5 44 2 4.5 45 3 1.5 51 3 4.5 51

4.2

Aftrek Toetsingsartikel waarde 110g Wgh Wgh 5 48 5 48 5 39 5 40 5 46 5 46

Bestemming

wonen wonen wonen wonen wonen wonen

VoorkeursMaximale grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh 48 53 48 53 48 53 48 53 48 53 48 53

Cumulatie en Bouwbesluit Om te bezien of sprake is van een goede ruimtelijke ordening zijn de geluidbelastingen van alle wegen gecumuleerd. Het resultaat is weergegeven in tabel 4.3. De genoemde waarden zijn exclusief aftrek artikel 110g Wgh. Het Bouwbesluit stelt alleen eisen aan de gevelgeluidwering voor situaties waar een Hogere Waarde is verleend. Dit betekent dat geen eisen gelden bij 30 km/uur wegen die een verhoogde geluidbelasting veroorzaken. In de kolom eis Bouwbesluit is de benodigde karakteristieke gevelgeluidwering opgenomen gebaseerd op de hoogste geluidbelasting per gezoneerde weg. In de kolom comforteis is de karakteristieke gevelgeluidwering opgenomen wanneer men uitgaat van de gecumuleerde geluidbelasting. Tabel 4.3: Gecumuleerde geluidbelasting (in dB). Waar- Waarneem- neempunt hoogte 1 1 2 2 3 3

1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5

Eerdse baan

Berekende waarde De Horstjens

57 57 60 60 48 48

53 53 44 45 51 51

Totaal wvl

Eis Bouw besluit

Comfort Eis

59 58 60 61 53 53

24 24 27 27 20 20

26 25 27 28 20 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=d57a25e4-f901-4baf-aa7d-844047c08756