BP Schijndel Hoofdstraat 154 Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 15 van 17
Tump, M., 2013: Schijndel - Mieke de Brefstraat. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven en Archeologische Begeleiding. BAAC rapport A-13.0082. ‘s-Hertogenbosch Weijer, J. Fr. De, 1750: Kaarten figuratief van landmeter Jan Fr de Weijer in opdracht van dorpsbestuurders, copieën. http://www.archieven.nl/ Weijer, J. van de, 2019: Rapportage verkennend en nader bodemonderzoek, Hoofdstraat 190 te Schijndel. Econsultancy-rapport 8909.001, Boxmeer Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.
BRONNEN AHN; internetsite, mei 2020. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, mei 2020. https://archis.cultureelerfgoed.nl Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), internetsite, mei 2020. http://bagviewer.kadaster.nl Bodemloket, internetsite, mei 2020. http://www.bodemloket.nl Beeldbank Vrije Universiteit; internetsite, mei 2020. http://imagebase.ubvu.vu.nl/cdm/compoundobject/collection/krt/id/5629/rec/1 Beeldbank Cultureelerfgoed; internetsite, mei 2020 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Brabants Historisch Informatiecentrum; internetsite, mei 2020. http://www.bhic.nl Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant; internetsite, mei 2020. http://www.brabant.nl/kaarten.aspx Dinoloket; internetsite, mei 2020. http://www.dinoloket.nl/ Gerard Monté; internetsite, mei 2020. www.gerarddenbosch.nl Heemkunde Schijndel; internetsite, mei 2020. www.heemkundeschijndel.nl; Historisch Schijndel; internetsite, mei 2020.
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 16 van 17
www.historisch-schijndel.nl Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, mei 2020. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, mei 2020. http://www.topotijdreis.nl/ Ruimingskaart; internetsite, mei 2020. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, mei 2020. http://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, mei 2020. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 17 van 17
Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland
Hoofdstraat 154 te Schijndel. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied
Rapport 12606.002 versie 2
Figuur 2. Detailkaart van het plangebied
Hoofdstraat 154 te Schijndel. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied
Rapport 12606.002 versie 2
Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied
Hoofdstraat 154 te Schijndel. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied
Rapport 12606.002 versie 2
Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart36
Hoofdstraat 154 te Schijndel. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Plangebied
36
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 12606.002 versie 2
Figuur 5. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 37
Hoofdstraat 154 te Schijndel. Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda Plangebied
37
AHN
Rapport 12606.002 versie 2
Figuur 6. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart38
Hoofdstraat 154 te Schijndel. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Legenda Plangebied
38
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 12606.002 versie 2
Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart
Hoofdstraat 154 te Schijndel. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart gemeente Meierijstad Legenda Plangebied
Rapport 12606.002 versie 2
Figuur 8. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied 39
Hoofdstraat 154 te Schijndel. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3) Plangebied
39
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 12606.002 versie 2
Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de Historische Tiendkaart uit 175740
Hoofdstraat 154 te Schijndel. Situering van het plangebied binnen de historische Tiendkaart uit 1757 Legenda Plangebied
40
De Weijer, 1750
Rapport 12606.002 versie 2
Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de Kadastrale Minuut uit 1811-183241
Hoofdstraat 154 te Schijndel. Situering van het plangebied binnen de kadastrale minuut uit 1811-1832 Legenda Plangebied
41
RCE Beeldbank
Rapport 12606.002 versie 2
Figuur 11. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1901 42
Hoofdstraat 154 te Schijndel. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart (veldminuut) uit 1901 Legenda Plangebied
42
Kadaster Topotijdreis
Rapport 12606.002 versie 2
Figuur 12. Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 195643
Hoofdstraat 154 te Schijndel. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1956
Legenda Plangebied
43
Kadaster Topotijdreis
Rapport 12606.002 versie 2
Figuur 13. Boorpuntenkaart
Hoofdstraat 154 te Schijndel. Boorpuntenkaart Legenda Plangebied Boorpunt met nummer
Rapport 12606.002 versie 2
Bijlage 1 Ouderdom in jaren
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Chronostratigrafie
MIS
Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
29.000
50.000
75.000
1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
130.000
370.000 410.000
Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000
Lithostratigrafie
3
4
Formatie van Beegden
5b 5c 5d 5e
Saalien (ijstijd)
6
Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
850.000
Cromerien (warme periode)
Pre-Cromerien 2.600.000
Rapport 12606.002 versie 2
Formatie van Boxtel
5a
Eemien (warme periode)
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr.
14
C jaren
Chronostratigrafie
0
1950
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Pollen zones
Vb1 Va
800
815
2650
Subboreaal koeler droger
2000
3755
5300
8240
IVa
5000
4900
7020
IVb
8000
9000
8800 11.755
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas Bølling
35.000
LW I
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
300.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum
loofbos
Saalien (ijstijd) Vroeg-Paleolithicum
Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Rapport 12606.002 versie 2
Bijlage 2 AMK nr. 16858
AMK-terreinen
Locatie
Datering
Waarde en omschrijving
In en om het plangebied Schijndel te Schijndel Gemeente Schijndel Coördinaat: 158258/403317
Late Middeleeuwen Nieuwe tijd
Toponiem: Schijndel Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met de oude dorpskern van Schijndel. Middeleeuwse bewoning voor 1250. Op de AMK-Noord Brabant zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De selectie en begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 16e-eeuwse (Van Deventer) en vroeg 20e-eeuwse kaarten (Bonnebladen). Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet per se hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.
Rapport 12606.002 versie 2
Bijlage 3 Zaaknummer (OMnummer) 3294468100
2329036100 (46676)
Onderzoeksmeldingen
Locatie
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
25 meter ten zuidoosten van het plangebied te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158473/403174 75 meter ten zuiden van het plangebied Kloosterstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158383/403121
Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Schijndel Uitvoerder: Bureau voor Archeologie Datum: 28-7-2015 Resultaat: Bodemprofiel is sterk verstoord. Geadviseerd is om het terrein vrij te geven. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Kloosterstraat Schijndel Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 23-5-2011 Resultaat: Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats. Daarom kan de hoge verwachting om archeologische waarden aan te treffen voor het plangebied worden bijgesteld naar laag. Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BILAN Datum: 1-6-1996 Resultaat: Onderzoek uit 1996 door ITHO (latere Bilan). Was nog niet eerder in ARCHIS aangemeld. - Booronderzoek n.a.v. de aanleg van de Mieke de Brefstraat door de voormalige kloostertuin. Verdere resultaten onbekend. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Markt Schijndel Uitvoerder: Archaeological Research en Consultancy Datum: 30-6-2011 Resultaat: De onderzoekslocatie ligt op de Markt in het historische centrum van Schijndel, een archeologisch monument van hoge waarde. De onderzoekslocatie heeft een hoge trefkans op intacte archeologische resten en/of sporen uit de periode Laat Paleolithicum Nieuwe tijd met de nadruk op de periode Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd.
Op het oostelijke deel van de Markt is in 2008 een archeologische begeleiding uitgevoerd, waarbij graven zijn aangetroffen rond de St. Servatiuskerk. De grens van het kerkhof is in de richting van onderhavige onderzoekslocatie niet bepaald. Het bodemarchief is op het westelijke deel van de onderzoekslocatie waarschijnlijk aangetast door de bouw en sloop van bebouwing langs de oostzijde van de Hoofdstraat. Uit het inventariserend veldonderzoek blijkt dat op de locatie een sterk gelaagd antropogeen pakket aanwezig is met daaronder de onverstoorde C-horizont. Op het oostelijke deel van de onderzoeklocatie is een zwarte sterk humeuze laag met antropogene insluitsels aangetroffen, die is geïnterpreteerd als cultuurlaag. De bovenliggende lagen zijn waarschijnlijk aangetast door recente vergraving. Dit valt echter niet met zekerheid te zeggen. De laag is op het westelijke terreindeel niet aangetroffen; waarschijnlijk is deze laag hier vergraven tijdens de sloop van de bebouwing langs de Hoofdstraat na de Tweede Wereldoorlog. Mogelijk aanwezige archeologische waarden zijn op dit deel van de onderzoekslocatie waarschijnlijk sterk aangetast. De grens van deze vergraving kon tijdens het onderzoek niet exact bepaald en moet worden vastgesteld tijdens een vervolgonderzoek.
Aanbeveling: Uit het bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek blijkt dat op de onderzoekslocatie waarschijnlijk archeologische waarden aanwezig zijn, die bedreigd worden door de voorgenomen werkzaamheden. Een vervolgonderzoek is noodzakelijk om de aard en omvang van deze archeologische vindplaats te bepalen. Omdat de bouwput geheel wordt ontgraven, wordt een proefsleuvenonderzoek met de mogelijkheid tot een doorstart naar een definitieve opgraving aanbevolen. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 3-4-2012 Resultaat: BAAC bv adviseert op basis van de resultaten van dit onderzoek (hoge specifieke verwachting, grotendeels intacte begraven bodem, plaggendek, archeologische indicatoren en omgevingsvondsten) voor het intacte deel van het plangebied (0,5 ha) een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: BAAC BV Datum: 10-6-2013 Resultaat: Diepte van het archeologisch niveau ligt ter hoogte van de vindplaatsen tussen de 8,10 en 8,60 m + NAP. Bij een veiligheidsmarge van 25 cm betekent dit dat bij verstoringen dieper dan 8,35 à 8,85 m + NAP een opgraving dient plaats te vinden. De verstoringen reiken tot 8,80 m + NAP. Er wordt dus net tot in de veiligheidsmarge verstoord.
De bevoegde overheid heeft daarom besloten, dat de graafwerkzaamheden begeleid moesten worden door de Heemkunde kring Schijndel. Hierbij zijn geen vondsten of sporen gevonden. Het archeologisch niveau is dus daadwerkelijk niet bereikt. De vindplaats is dus nog in situ aanwezig onder de nieuwe bebouwing. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij toekomstige ontwikkelingen van het terrein (bijvoorbeeld bij de sloop van het nu gebouwde pand). De bouwput is tot 8,80 m + NAP ontgraven, hieronder bevinden zich nog de archeologische vindplaatsen. Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Vicaris Aertsweg Schijndel Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 1-6-2011 Resultaat: Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat voor het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt voor vindplaatsen (archeologische resten) van landbou-
2382950100 (53787)
75 meter ten zuidwesten van het plangebied Kloosterstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158322/403164
2333572100 (47336)
120 meter ten noordwesten van het plangebied Markt te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158277/403320
2363729100 (51289)
120 meter ten zuidwesten van het plangebied Mieke De Brefstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158263/403145
2408092100 (57072)
120 meter ten zuidwesten van het plangebied Schijndel, Mieke De Brefstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158254/403145
2334163100 (47418)
150 meter ten noorden van het plangebied Vicaris Aertsweg te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158400/403427
Rapport 12606.002 versie 2
2184598100 (26669)
2172333100 (24888)
2191555100 (27635)
4663165100 en 4663173100
3218538100
2040943100 (5166)
150 meter ten westen van het plangebied Mieke De Brefstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158220/403217 200 meter ten noorden van het plangebied Vicaris Aertsweg te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158400/403446 200 meter ten noordwesten van het plangebied Markt, Vicaris Van Alphenstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158257/403370 200 meter ten zuidoosten van het plangebied te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158633/403098
250 meter ten noordwesten van het plangebied Hoofdstraat 102-104 te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158225/403360 300 meter ten noordwesten van het plangebied Vicaris Van Alphenstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158287/403511
2149962100 (21702)
300 meter ten noordwesten van het plangebied Kluisstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158186/403443
2238170100 (34253)
300 meter ten noordwesten van het plangebied Kluisstraat-Project Hermetage te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158186/403443
Rapport 12606.002 versie 2
wers (Neolithicum tot heden), met name gerelateerd aan de historische kern van Schijndel. De kans op het voorkomen van intacte vindplaatsen van jager-verzamelaars wordt echter laag ingeschat vanwege de verstoring van het oorspronkelijke bodemprofiel. Voorgesteld wordt om de verwachte archeologische waarden te beschermen in het nieuwe bestemmingsplan. Indien de bodemingrepen meer dan 100 m² bedragen, wordt vervolgonderzoek aanbevolen. Bij volledige ontgraving van de bouwput kan dit bestaan uit een proefsleuvenonderzoek, eventueel met doorstart naar een opgraving binnen de grenzen van de bouwput. Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Mieke De Brefstraat Schijndel Uitvoerder: BAAC BV Datum: 31-1-2008 Resultaat: Proefsleuven op een deel van het terrein Type onderzoek: archeologische begeleiding Toponiem: Vicaris Aertsweg Schijndel Uitvoerder: BAAC BV Datum: 11-10-2007 Resultaat: onbekend. Type onderzoek: archeologische begeleiding Toponiem: Markt, Vicaris Van Alphenstraat Schijndel Uitvoerder: Archaeological Research en Consultancy Datum: 17-3-2008 Resultaat: Naast de opgravingen zijn begeleidingen uitgevoerd. De meeste sporen/structuren zijn te relateren aan het kerkhof rondom de R.K. Sint Servatiuskerk.
Type onderzoek: bureauonderzoek en booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 24-1-2019 Resultaat: De kans op het voorkomen van archeologische resten is landschappelijk gezien laag voor het Paleolithicum en Mesolithicum. Er zijn in de omgeving van Schijndel echter wel enkele vondsten gedaan van jager-verzamelaars, waaronder opvallend genoeg zelfs vuurstenen werktuigen van Neanderthalers. Op basis van deze vondsten geldt er voor het plangebied een middelhoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum. In de omgeving van Schijndel zijn met name vondsten vanaf de IJzertijd gedaan, en plaatselijk ook vondsten uit het Neolithicum of Bronstijd. Het plangebied heeft daarom een middelhoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum en de Bronstijd en een hoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit de IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen in zes van de zeven boringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden, op resten uit het Midden Paleolithicum na, niet meer in situ worden verwacht.
De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden vanaf het Laat Paleolithicum. Resten uit het Midden Paleolithicum betreffen echter toevalvondsten, zodat hier geen duidelijke verwachting voor kan worden gegeven. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: particulier Datum: onbekend. Resultaat: onbekend. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: SOB Research Datum: 12-9-2003 Resultaat: Tijdens de uitvoering van het booronderzoek werden in alle boringen archeologische indicatoren aangetroffen. Aale archeologische indicatoren werden echter in verstoorde context aangetroffen. Het grootste deel bestond uit puin in verschillende vormen dat in de vestoorde top van het dekzand werd aangetroffen. Er is slechts één fragment aardewerk gevonden, een fragment steengoed uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd. Aanvullend archeologisch onderzoek binnen het plangebied wordt niet noodzakelijk geacht. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: particulier Datum: 27-3-2007 Resultaat: Tijdens het veldonderzoek is geconstateerd dat het plangebied op een dekzandrug in de dorpskern van Schijndel ligt.
Naast de aangetroffen resten uit de Nieuwe tijd kunnen er mogelijk nog resten aanwezig zijn uit de periode Mesolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Op basis van de resultaten van het Inventariserend Veldonderzoek wordt geadviseerd om vervolgonderzoek uit te laten voeren. Gezien de aanwezigheid van historische fundamenten, terreindelen met een onverstoorde bodemopbouw en de mogelijke aanwezigheid van sporen op grotere diepte onder de verstoringen is het aan te bevelen dit vervolgonderzoek te laten bestaan uit een directe opgraving van het hele terrein nadat de huidige bebouwing is gesloopt. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: BILAN Datum: 15-4-2009 Resultaat: In het plangebied werd een vindplaats uit de NTB - NTC aangetroffen die bestond uit kuilen/vergravingen, funderingsresten en een vloer. Er worden twee fases onderscheiden. Fase 1 (voor 1800) wordt gekenmerkt door gewasbedden of zandwinningskuilen. Het plangebied was waarschijnlijk voor 1800 in gebruik als erf of moestuin. Fase 2 (circa begin 19e tot 20e eeuw) wordt gekenmerkt door funderingsresten en een vloer. De bakstenen uit de vloer en fundering zijn gedateerd in de periode 1800-1950. Op basis van het onderzoek wordt de vindplaats, gezien de lage inhoudelijke en fysieke kwaliteit, als niet-
2054940100 (8073)
350 meter ten noorden van het plangebied De Steeg: De Beemd te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158552/403605
4597150100
400 meter ten noordwesten van het plangebied te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158054/403460 500 meter ten noordwesten van het plangebied te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158055/403598 500 meter ten noordwesten van het plangebied te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 157984/403534
2105905100 (15422)
2444007100 (61646)
Rapport 12606.002 versie 2
behoudenswaardig gewaardeerd en wordt geen behoud in of ex situ geadviseerd. onderzoek: booronderzoek Toponiem: De Steeg: De Beemd Schijndel Uitvoerder: BAAC BV Datum: 5-11-2004 Resultaat: Het plangebied heeft een lage archeologische verwachting, gezien de lage ligging en vochtige omstandigheden. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die op de aanwezigheid van een vindplaats duiden. Geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Bureau voor Archeologie Datum: 9-4-2018 Resultaat: Nog niet afgerond/afgemeld. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: SOB Research Datum: 13-1-2006 Resultaat: Nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 13-5-2014 Resultaat: De werkzaamheden die in de tot nu toe ongeroerde grond gaan plaatsvinden, zijn zeer beperkt van omvang en blijven ver onder de vrijstellingsgrens die de gemeente Schijndel voor dit gebied hanteert in het kader van een goede archeologische monumentenzorg. Archeologisch onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht. Omdat de kans op een verstoorde ondergrond in een aanzienlijk deel van het plangebied groot is, acht de gemeente Schijndel het een te zwaar middel een archeologisch vervolgonderzoek te eisen.
Wel dient het aanbeveling de heemkundekring van Schijndel toe te staan tijdens de werkzaamheden waarnemingen te verrichten.
Bijlage 4
Vondstmeldingen
Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 2184598100 (423532)
Locatie
Omschrijving
120 meter ten westen van het plangebied Mieke De Brefstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158296/403267 120 meter ten westen van het plangebied Kloosterstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158300/403200
Neolithicum - Nieuwe tijd : - fragmenten van huttenleem/verbrande leem
2954187100 (44167)
3148846100 (44166)
120 meter ten westen van het plangebied Kloosterstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158300/403200
Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Instituut voor Toegepast Historisch Onderzoek Mesolithicum : - vuursteen afval - fragment van een vuursteen spits IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Middeleeuwen : - handgevormd aardewerk Late Middeleeuwen : - fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragmenten van steengoed - fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk Nieuwe tijd : - fragmenten van faience aardewerk - fragmenten van majolica lood- en tingeglazuurd aardewerk Type onderzoek: graafwerkzaamheden Uitvoerder: particulier IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk IJzertijd - Nieuwe tijd : - greppel/sloot - 10 grondsporen, - paalgat
2172333100 (410366)
2191555100 (413117)
2408092100 (437799)
190 meter ten noorden van het plangebied Vicaris Aertsweg te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158402/403444 200 meter ten noordwesten van het plangebied te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158300/403400
200 meter ten zuidwesten van het plangebied Mieke De Brefstraat, Kloostertuin te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158229/403140
Middeleeuwen : - fragmenten van keramische vaatwerk Nieuwe tijd : - kuilen Nieuwe tijd : - 33 fragmenten van steengoed - 39 fragmenten van witbakkend geglazuurd aardewerk - 13 fragmenten van glazen flessen - 17 graven, inhumatie - 7 kuilen, - muurrestanten - 32 fragmenten van keramische kleipijpen - 107 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - 16 fragmenten van leisteen dakbedekking - 8 fragmenten van faience aardewerk - 6 greppels/sloten - 3 fragmenten van majolica lood- en tingeglazuurd aardewerk - 4 fragmenten van porselein - fragmenten van keramische speelgoed Late Middeleeuwen : - fragmenten van gedraaid aardewerk - kuil, - paalgat - fragment van een plattegrond Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - greppels/sloten
3161821100
3161862100 (401482)
3218538100 (403448)
Rapport 12606.002 versie 2
200 meter ten noordwesten van het plangebied De Kluis te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158290/403400 200 meter ten westen van het plangebied te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158190/403220 250 meter ten noordwesten van het plangebied Hoofdstraat 102-104 te Schijndel Gemeente Meierijstad
Nieuwe tijd : - muurrestanten - gracht - fragment van een messing hanger - grondsporen, Type onderzoek: onbekend Uitvoerder: particulier Late Middeleeuwen : - stenen funderingen Type onderzoek: veldkartering Uitvoerder: particulier Neolithicum : - fragment van een vuursteen kling Bronstijd - Romeinse tijd : - 12 paalgaten
Coördinaat: 158225/403360
Late Middeleeuwen : - fragment van een maalsteen Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragment van leisteen dakbedekking
2040943100 (412210)
2238170100 (419562)
3159968100 (401283)
2040295100 (421353)
300 meter ten noordwesten van het plangebied Vicaris Van Alphenstraat/Kluisstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158315/403505 300 meter ten noordwesten van het plangebied Kluisstraat-Project Hermetage te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158185/403440 300 meter ten noordwesten van het plangebied Hoofdstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158150/403400 350 meter ten noordwesten van het plangebied Hoofdstraat-Groeneweg te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158130/403414
Nieuwe tijd : - botmateriaal - 5 fragmenten van steengoed - 2 fragmenten van bronzen objecten, beslag - fragment van een stenen object, - fragment van een glazen kelk - 17 kuilen, - 5 fragmenten van keramische kleipijpen - 67 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - bot, dierlijk afval - 2 fragmenten van glazen bekers - fragment van een tegel - 4 fragmenten van dakpannen - mortel/specie - 23 bakstenen - fragment van een faience bord/schotel - 2 fragmenten van roodbakkend geglazuurde borden/schotels - fragment van een roodbakkend geglazuurde vergiet - 3 fragmenten van roodbakkend geglazuurde grapen - fragment van een roodbakkend geglazuurde kom/(voetschaal) - fragment van een roodbakkend geglazuurde - 6 fragmenten van roodbakkend geglazuurde tuitpotten - fragment van een keramisch speelgoed - 2 fragmenten van ijzeren spijkers - 2 fragmenten van spinsteentjes - fragment van een geglazuurde steengoed mineraalwaterfles - 2 fragmenten van geglazuurde steengoed kannen - fragment van een geglazuurde steengoed kruik - 10 fragmenten van vensterglas - ijzeren onderdeel van een vuurwapen - waterput - fragment van een witbakkend geglazuurd aardewerk beker/kop Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragment van steengoed geglazuurd Nieuwe tijd : - fragment van steengoed - fragment van roodbakkend geglazuurd aardewerk - fragment van een stenen vloer - 4 bakstenen - stenen funderingen
Nieuwe tijd : - 3 fragmenten van geglazuurde steengoed kruik Type onderzoek: onbekend Uitvoerder: AWN - Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Late Middeleeuwen : - 10 fragmenten van gedraaid aardewerk - proto-steengoed - 5 paalgaten Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 872 fragmenten van gedraaid aardewerk - botmateriaal - 229 fragmenten van steengoed - 41 fragmenten van metalen gespen - 115 metalen munten, - glazen afval - 35 metalen onderdelen van riemen - 58 fragmenten van metalen schietloden Nieuwe tijd : - 22 fragmenten van witbakkend geglazuurd aardewerk - 5 graven, grafkuil - plantaardig, hout onderdeel van een kist - 126 fragmenten van keramische kleipijpen - 103 fragmenten van faience aardewerk - stenen funderingen - 150 fragmenten van industrieel wit (Maastrichts/Regout) - 24 fragmenten van porselein - fragmenten van leren schoeisel (onderdeel) - 8 waterputten
Rapport 12606.002 versie 2
2054940100 (53141)
2910754100 (37000)
3230922100 (410904)
2772033100 (14352)
350 meter ten noorden van het plangebied De Steeg ("De Beemd") te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158539/403598
400 meter ten zuiden van het plangebied Plein 9; Spoorpad 2 te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158550/402800 400 meter ten zuiden van het plangebied 'T Hof (Schootsestraat/Bartokstraat) te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158310/402801
450 meter ten zuidoosten van het plangebied Spoorpad te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158640/402780
- waterput Vroege Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragment van een metalen reliekschrijn Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragment van steengoed Nieuwe tijd : - aardewerk Type onderzoek: onbekend Uitvoerder: particulier Romeinse tijd : - fragment van een grafsteen/grafpijler Type onderzoek: graafwerkzaamheden Uitvoerder: particulier Late Middeleeuwen : - fragment van Elmpter aardewerk - 9 fragmenten van steengoed kannen - fragment van een Elmpter kom/schaal - fragment van een grijsbakkend gedraaide grape Type onderzoek: graafwerkzaamheden Uitvoerder: particulier Late Middeleeuwen : - fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 2 fragmenten van steengoed geglazuurd
2924638100 (39273)
Rapport 12606.002 versie 2
450 meter ten zuidwesten van het plangebied Kloosterstraat te Schijndel Gemeente Meierijstad Coördinaat: 158000/403000
Nieuwe tijd : - fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - 30 fragmenten van steengoed geglazuurd Type onderzoek: onbekend Uitvoerder: particulier Romeinse tijd : - fragment van een bronzen kan
Bijlage 5
Bewoningsgeschiedenis van Nederland
Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het LaatPaleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.
Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.
Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een halfagrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had
Rapport 12606.002 versie 2
wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het LaatNeolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen ('Celtic fields').
Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker.
In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege-Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen.
De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Ro-
Rapport 12606.002 versie 2
meinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriele revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20e eeuw uit in de kunsten.
Rapport 12606.002 versie 2
Bijlage 6
AMZ-cyclus
Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.
Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.
De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.
Rapport 12606.002 versie 2
Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.
De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.
Rapport 12606.002 versie 2
Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ ▼ Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de Bescherming van de archeologische archeologie door resten door archeoplanaanpassing logen (variant begeleiding)
► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.
► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.***
► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen.*** ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).
* Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid. ****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.
Rapport 12606.002 versie 2
Bijlage 7
Rapport 12606.002 versie 2
Planontwerp
Bijlage 8
Rapport 12606.002 versie 2
Boorprofielen
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
zand
Klei, sterk zandig
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Rapport 12606.002 versie 2
64/488
Bijlage 2
65/488
Memo stikstof
memo Aan:
ALDI Best B.V.
Onderwerp:
Stikstofberekening aanleg- en gebruiksfase Aldi te Schijndel
Datum:
31-03-2020
Auteur:
S.E.H. Lie MSc.
Postbus 150, 3000 AD Rotterdam Telefoon: 010-2018555 E-mail: info@rho.nl
Inleiding Het voornemen bestaat om het bestaande pand van Aldi aan de Hoofdstraat 152 te Schijndel met 655 m2 bvo uit te breiden naar 1.450 m2 bvo. Om dit mogelijk te maken worden de naastgelegen woning en opstallen gesloopt. Ter plaatse van die woning zullen 2 appartementen en een commerciële ruimte van circa 80 m 2 gerealiseerd worden. De realisatie en de toename van verkeer zouden kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. Met deze memo is gekeken naar de stikstofdepositie als gevolg van de aanleg- en gebruiksfase. De ligging van de locatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden is weergegeven in figuur 1. De afstand bedraagt circa 10,4 kilometer tot het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek en circa 10,8 kilometer tot het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen. Met het programma AERIUS Calculator is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming.
Figuur 1 Planlocatie (rood omcirkeld) ten opzichte van Natura 2000-gebied
Aanlegfase Inzet materieel Voor de inzet van het materieel is gebruik gemaakt van de aanleggegevens van een andere Aldi en is het rekenjaar 2021 gehanteerd. De bouwperiode duurt 175 werkdagen, 8 uur per dag. Voor het verbruik van de in te zetten machines wordt worst-case uitgegaan van 30 liter per uur. Omdat de machines verspreid over de locatie worden ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron. Een overzicht is in tabel 1 weergegeven. Tabel 1 Materieel inzet tijdens de bouw Machine Stage klasse Sloopkraan
IV, 130-300 kW, bouwjaar 2014
80
Brandstofgebruik in liter/uur 30
Graafmachine
IV, 130-300 kW, bouwjaar 2014
80
30
2.400
Telekraan
IV, 130-300 kW, bouwjaar 2014
120
30
3.600
Hoogwerker
IV, 130-300 kW, bouwjaar 2014
120
30
3.600
Machinaal Straatwerk Heimachine
IV, 130-300 kW, bouwjaar 2014
160
30
4.800
IV, 300-560 kW, bouwjaar 2014
80
30
2.400
Dieplader
IV, 130-300 kW, bouwjaar 2014
200
30
6.000
Betonmixer
IV, 130-300 kW, bouwjaar 2014
80
30
2.400
Totaal
Uren
920 uur
Totaal brandstofgebruik in liter 2.400
27.600 liter
Voor het aan- en afvoeren van materialen binnen het project is gerekend met in totaal 4 vrachtwagenbewegingen per dag. Dat zijn 700 vrachtbewegingen in een jaar in de bouwfase. Daarnaast is er sprake van lichte verkeersbewegingen van werknemers. Hierbij gaat het om 16 verkeersbewegingen per dag. In totaal zijn dit 2.800 verkeersbewegingen in een jaar. Dit is als lijnbron ingevoerd. Het verkeer wikkelt af via de Akkerstraat naar de Hoofdstraat. Een indicatie van de verkeersintensiteiten is te vinden op de NSL-monitoringstool 2020 (www.nsl-monitoring.nl/viewer/). Volgens de tool bedroegen de dagelijkse verkeersintensiteiten in 2020 voor deze weg 5.871 voor licht verkeer en 221 voor zwaar verkeer per etmaal. Op de Hoofdstraat gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor Aerius 2019A (juli 2020) zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Het onderhavige project voegt in de aanlegfase maximaal 0,13% licht verkeer en 0,87% zwaar verkeer toe aan het verkeer op de Hoofdstraat.
Gebruiksfase
Voor de gebruiksfase is het rekenjaar 2022 gehanteerd. Er is worst-case uitgegaan dat de nieuwe Aldi en commerciële ruimte een gasaansluiting zullen behouden. De woningen zullen wel gasloos worden en kennen derhalve geen gebouwemissies. De uitbreiding van de supermarkt en de commerciële ruimte vallen onder de categorie ‘Kantoren en Winkels’ waarbij de emissie 0,16 NOx kg/jaar per m2 vloeroppervlakte is. De Aldi zal worden uitgebreid met 655 m2 bvo en de commerciële ruimte betreft 80 m2 bvo waardoor de totale emissie op 117,6 NOx kg/jaar komt. Dit is als vlakbron ingevoerd. Ook de bijbehorende verkeersbewegingen leiden tot extra stikstofemissie. Voor de beoogde ontwikkeling wordt de verkeersgeneratie op basis van kencijfers uit CROW publicatie 317 (kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) bepaald. Het kencijfer wordt bepaald aan de hand van de stedelijkheid (adressendichtheid), Schijndel heeft een "weinig stedelijk" karakter. Het plangebied ligt in het gebied "schil centrum". De verkeersgeneratie is in tabel 2 weergegeven. Er is worst-case ervan uitgegaan dat 2% van de verkeersgeneratie zwaar verkeer betreft. De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling komt hiermee uit op 14 zware motorvoertuigen per etmaal en 679 licht motorvoertuigen per etmaal.
Tabel 2 Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling Situatie Functie Aantal Kencijfer CROW 381 2 Huidig Supermarkt 768 m bvo 110,7 per 100 m² bvo Koop, huis, vrijstaand 1 woning 8,1 per woning Totaal huidig Toekomstig Supermarkt 1.380 m2 bvo 110,7 per 100 m² bvo Commerciële 80 m2 bvo 13,65 per 100 m² bvo dienstverlening Koop, appartement, midden 2 woningen 5,9 per woning Totaal toekomstig Toename
Verkeersgeneratie 850,176 8,1 858 mvt/etmaal 1.527,66 10,92 11,8 1.551 mvt/etmaal 693 mvt/etmaal
Het verkeer wikkelt af via de Akkerstraat, Hoofdstraat, Wijbosscheweg, Structuurweg en Nieuwe Eerdsebaan naar de Eerdsebaan. Een indicatie van de verkeersintensiteiten is te vinden op de NSL-monitoringstool 2020(www.nsl-monitoring.nl/viewer/). Volgens de tool bedroegen de dagelijkse verkeersintensiteiten in 2020 voor deze weg 10.623 voor licht verkeer en 525 zwaar verkeer. Op de Eerdsebaan gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor Aerius (juli 2020) zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Het onderhavige project voegt in de gebruiksfase maximaal 6,4% en 2,7% zwaar verkeer toe aan het verkeer op de Eerdsebaan.
Resultaten Uit een berekening met AERIUS Calculator (2020) blijkt dat er in de aanleg- en gebruiksfase geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het huidige Aerius-model verkeersemissies op >5 km van Natura 2000gebieden buiten beschouwing laat. Met andere woorden: aangezien de maatgevende wegvakken op meer dan 5 kilometer van verzuringsgevoelige Natura 2000-gebieden zijn gelegen, zal nooit een depositietoename worden berekend ten gevolge van de verkeersemissies. Uit een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat een dergelijk afstandscriterium zonder nadere onderbouwing juridisch niet houdbaar is. Naar verwachting zal er naar aanleiding van deze uitspraak een aanpassing in het rekenmodel worden doorgevoerd. Om een beeld te krijgen van de mogelijke gevolgen van het meenemen van de verkeerseffecten op meer dan 5 km is het verkeer in de huidige versie van het Aerius-model op een andere wijze gemodelleerd (als bron in de categorie ‘anders’ zodat het model ook verder dan 5 kilometer de gevolgen voor de depositie berekend). Hieruit blijkt dat ook dan geen sprake is van een toename van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr.
Gezien de relatief beperkte verkeerstoenames en de ruime afstand tot de maatgevende Natura 2000-gebieden heeft de uitspraak van de Afdeling naar verwachting dus geen gevolgen voor de resultaten tijdens de gebruiksfase mochten deze alsnog anders berekend of ingevoerd moeten worden.
Conclusie Op basis van de berekening zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in de aanleg- en gebruiksfase uitgesloten. De ontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. De bijgevoegde uitkomsten van de AERIUS berekening dienen 5 jaar te worden bewaard, zodat bij controle kan worden aangetoond dat dit aspect is onderzocht.
Bijlage 3
69/488
Stikstofberekening aanlegfase
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RqutSUg8wcxh (31 maart 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Rho
Hoofdstraat 152, 5481 AJ Schijndel
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Aldi Schijndel aanleg- en gebruiksfase
RqutSUg8wcxh
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
31 maart 2021, 16:40
2021