BP Schijndel Hoofdstraat 154 Bijlagen toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan
Bestemmingsplan Schijndel Centrum 2009, herziening Hoofdstraat 152-154 Meierijstad
DATUM IMRO IDN
NL.IMRO.1948.SCH001BP0022020P-VG01
PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
20192071
AUTEUR STATUS
vastgesteld
Inhoudsopgave Bijlagen toelichting
5
Bijlage 1
Archeologisch bureau en verkennend booronderzoek
7
Bijlage 2
Memo stikstof
65
Bijlage 3
Stikstofberekening aanlegfase
69
Bijlage 4
Stikstofberekening gebruiksfase
75
Bijlage 5
Quickscan flora en fauna
81
Bijlage 6
Aanvullend soortgericht onderzoek
115
Bijlage 7
Bomen Effect Analyse
139
Bijlage 8
Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem
153
Bijlage 9 en puin
Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in bodem
Bijlage 10
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
265
Bijlage 11
Akoestisch onderzoek geluidwering
307
Bijlage 12
Ruimtelijk Economisch onderzoek
335
Bijlage 13
Akoestisch onderzoek omgevingslawaai
367
Bijlage 14
Parkeeronderzoek uitbreiding Aldi Schijndel
443
Bijlage 15
Verslag omgevingsdialoog
451
Bijlage 16
Nota beantwoording zienswijzen
459
3/488
179
4/488
Bijlagen toelichting
5/488
6/488
Bijlage 1
7/488
Archeologisch bureau en verkennend booronderzoek
ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN VERKENNEND BOORONDERZOEK HOOFDSTRAAT 154 TE SCHIJNDEL GEMEENTE MEIERIJSTAD
archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Hoofdstraat 154 te Schijndel Opdrachtgever
Rho Adviseurs voor leefruimte Torenallee 20 5617 BC Eindhoven
Rapportnummer
12606.002
Versienummer1
2
Datum
22 juli 2020
Vestiging
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
drs. M. Stiekema
Paraaf
Kwaliteitscontrole
drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Swalmen Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid. 1
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
12606.002
Toponiem
Hoofdstraat 154
Opdrachtgever
Rho Adviseurs voor leefruimte
Gemeente
Meierijstad
Plaats
Schijndel
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale gegevens
Gemeente Schijndel, sectie G, perceel 2170, 3566, 3866, 3867 en 3880-3891
Omvang plangebied
circa 3.800 m2
Kaartblad
45 D
Coördinaten centrum plangebied
X: 158.350/Y: 403.230
Bevoegde overheid
Gemeente Meierijstad Postbus 10001 5460 DA Veghel
Contactpersoon: dhr. M. van den Broek T: 14 0413 E:mvandenbroek@meierijstad.nl
Deskundige namens de bevoegde overheid
Dhr. S. Molenaar Afdeling SO/Erfgoed v/d gemeente ’s-Hertogenbosch Postbus 12345 5200 GZ ‘s-Hertogenbosch
T: 06 – 46971394 E: s.molenaar@s-hertogenbosch.nl
ARCHIS3
Bureauonderzoek 4858132100
Booronderzoek 4858140100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
Archeoregio NOaA
Brabants zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Swalmen/ Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant
Uitvoerder
Econsultancy, drs. M. Stiekema
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Rho Adviseurs voor leefruimte een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Hoofdstraat 154 te Schijndel in de gemeente Meierijstad. De initiatiefnemer is voornemens een nieuwe supermarkt in het plangebied te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen.
Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek De kans op het voorkomen van archeologische resten is landschappelijk gezien laag voor het Paleolithicum en Mesolithicum. Er zijn in de omgeving van Schijndel echter wel enkele vondsten gedaan van jagers en verzamelaars, waaronder opvallend genoeg zelfs vuurstenen werktuigen van Neanderthalers. Op basis van deze vondsten geldt er voor het plangebied een middelhoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum. In de omgeving van Schijndel zijn met name vondsten vanaf de IJzertijd gedaan, en plaatselijk ook vondsten uit het Neolithicum of Bronstijd. Het plangebied heeft daarom een middelhoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum en de Bronstijd en een hoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit de IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd.
Het plangebied ligt verder aan de oostelijke rand van de historische kern van Schijndel. Uit de historische kaarten lijkt naar voren te komen dat het plangebied tot begin 19 e eeuw iets ten oosten van de kern lag, en pas sinds midden 19e eeuw onderdeel uitmaakt van de kern van Schijndel. Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in het plangebied nog deels een eerddek aanwezig is. De top van de dekzandafzettingen in het plangebied is licht tot matig verstoord. Dit kan samenhangen met de huidige inrichting van het plangebied, maar het kan ook niet uitgesloten worden dat een deel van de bodemverstoringen zijn veroorzaakt door de ligging van het plangebied op de oostelijke rand van de historische kern van Schijndel. Op basis van de waargenomen lichte tot matige bodemverstoringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden van jagers en verzamelaars uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum niet meer in situ worden verwacht.
Rapport 12606.002 versie 2
Voor archeologische waarden van landbouwers uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd, alsmede waarden die samenhangen met de historische kern van Schijndel kan de middelhoge tot hoge gespecificeerde verwachtingswaarde op basis van het verkennend booronderzoek voor de delen buiten de reeds bekende verstoorde delen van het plangebied blijven gehandhaafd. Advies Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek voor delen van het plangebied die niet al als verstoord zijn geregistreerd. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Selectieadvies Gemeente Meierijstad Gezien het voorgaande kan de gemeente instemmen met de inhoud en strekking van het rapport en met het door Econsultancy gegeven advies om in het kader van de lopende AMZ-cyclus eerst nog een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk te achten.
Voor dit proefsleuven onderzoek dient eerst een PvE te worden opgesteld, dat vooraf goedgekeurd moet zijn door de gemeente (bevoegde overheid).
Rapport 12606.002 versie 2
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 12 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 3 Archeologische waarden .................................................................................................. 5 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 7 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 10 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 12
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 12 Methoden ........................................................................................................................ 12 Resultaten ....................................................................................................................... 13 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................... 13
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 14
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 15 BRONNEN .......................................................................................................................................... 16
Rapport 12606.002 versie 2
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13.
Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de Historische Tiendkaart uit 1757 Situering van het plangebied binnen de Kadastrale Minuut uit 1811-1832 Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1901 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1956 Boorpuntenkaart
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp Boorprofielen
Rapport 12606.002 versie 2
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Rho Adviseurs voor leefruimte een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Hoofdstraat 154 te Schijndel in de gemeente Meierijstad (zie figuur 1). De initiatiefnemer is voornemens een nieuwe supermarkt in het plangebied te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in mei 2020 door drs. M. Stiekema (Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA Archeoloog).
2
BUREAUONDERZOEK
2.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2
Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 2 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: 2
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
SIKB.
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 1 van 17
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: 2.3
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische verwachtingskaarten van de (voormalige) gemeente Schijndel; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Meierijstad; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging. Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.3 Het plangebied (circa 3.800 m2) ligt aan de Hoofdstraat 154, in de kern van Schijndel in de gemeente Meierijstad (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 10 meter +NAP. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel bebouwd met een supermarkt, een woning, twee schuren en acht garageboxen. De rest van het plangebied is in gebruik als verharde parkeerplaats en tuin (zie figuur 3). Vigerend beleid Het plangebied valt binnen het Bestemmingsplan Centrum 2009. Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming archeologie.
Volgens de bijbehorende planregels dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. 4
Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied. 4 Ruimtelijkeplannen.nl 3
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 2 van 17
Huidig milieuonderzoek Gelijktijdig met het archeologisch bureauonderzoek is er voor het plangebied een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer: 12606.001). De resultaten van het milieuhygiënisch bodemonderzoek waren ten tijde van het uitvoeren van dit archeologisch bureauonderzoek nog niet bekend. 2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is na de sloop van de huidige bebouwing de bouw van een nieuwe supermarkt gepland. Hierbij zal een gebied met een oppervlakte van 2.000 m2 worden bebouwd. Verder zullen er nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw is nog niet bekend (zie bijlage 7). 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie5
Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6)
Geomorfologie6
Bebouwd gebied
Bodemkunde7
Bebouwd gebied
Grondwatertrap
Onbekend (bebouwd gebied)
Landschappelijke ontwikkeling Gedurende de laatste ijstijd had de wind vrij spel in het verplaatsen van zand en silt. In deze periode werd over een groot deel van Nederland, waaronder ook de omgeving van het plangebied, een pakket dekzand afgezet. De dekzanden zijn onderverdeeld in het Oude en Jonge dekzand. Het Oude dekzand is tijdens het Pleniglaciaal afgezet in horizontaal gelaagde pakketten. Door verspoeling komen er vaak lemige of (zwak) grindige banden in het Oude dekzand voor. Het Jonge dekzand is tijdens het Laat Glaciaal afgezet in de vorm van dekzandruggen. Het Jonge dekzand is uitsluitend eolisch afgezet en bevat daardoor geen leem- en grindfractie. Het Jonge dekzand wordt ook wel het Laagpakket van Wierden genoemd, welke behoort tot de Formatie van Boxtel waaronder ook het Oude dekzand valt. Volgens de geologische kaart bevindt het plangebied zich in een uitgestrekt gebied met afzettingen van de Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6). 8 De Mulder et al., 2003. Altera, 2003 7 Stichting voor Bodemkartering, 1969. 8 De Mulder et al. 2003, Berendsen, 2008. 5 6
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 3 van 17
In het Holoceen (vanaf circa 10.000 jaar geleden) zijn door verwaaiing van de dekzanden lokaal stuifzandgebieden gevormd. Bij het ontstaan hiervan speelde de mens een belangrijke rol, door beweiding, afbranden en het steken van plaggen op de heidevelden dat voornamelijk plaatsvond in de Nieuwe tijd.9 De stuifzanden worden gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk, welke behoort tot de Formatie van Boxtel. Op drie kilometer ten oosten van het plangebied bevindt zich het dichtstbijzijnde stuifduinencomplex. Daarnaast zijn er in (lokale) beekdalen in de omgeving van Schijndel afzettingen gevormd bestaande uit leem, veen en zand. Deze afzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Singraven, welke tevens behoren tot de Formatie van Boxtel. Het dichtstbijzijnde beekdal, het dal van de Steegsche Loop, bevind zich op circa 800 meter ten noorden van het plangebied. DINO10 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO.
In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd. 11 Hieruit blijkt dat de bovenste 2,5 meter van de ondergrond bestaat uit zandafzettingen op dieper gelegen leemlagen. Geomorfologie12 De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Schijndel bevindt, is de geomorfologie niet gekarteerd (zie figuur 4). Uit extrapolatie van geomorfologische gegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied op een dekzandruggencomplex ligt. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)13 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het plangebied in een gebied dat van noordoost naar zuidwest geleidelijk op loopt. Binnen het plangebied ligt het noorden daardoor een kleine meter lager dan het zuiden. De hoogteverschillen lijken sterk samen te hangen met het bebouwingslint langs de Hoofdstraat (zie figuur 5). Bodemkunde14 Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Schijndel bevindt, is de bodemopbouw niet gekarteerd (zie figuur 6).
Uit extrapolatie van bodemgegevens buiten het plangebied is het aannemelijk dat het plangebied binnen een gebied met hoge zwarte enkeerdgronden ligt. Enkeerdgronden zijn oude bouwlanden, die vanaf de Late Middeleeuwen op de Pleistocene zandgronden zijn ontstaan door het opbrengen van mest (uit potstallen) vermengd met plaggen, die gestoken werden op de woeste gronden (zoals heide, bossen en beekdalen). Dergelijke gronden zijn eerst ontstaan op de hogere delen van het landschap en hebben zich later uitgebreid tot de lagere delen. Ze bestaan uit dikke lagen leemarme en humusrijke gronden. Het belang van een enkeerdgrond ligt Berendsen, 2008 www.dinoloket.nl. 11 DINO boornummers B45D0293 en B45D1162 12 Alterra, 2003 13 www.ahn.nl. 14 Stichting voor Bodemkartering, 1969. 9
10
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 4 van 17
in de beschermende kwaliteiten van het dek. Eventuele archeologische waarden worden in de regel door het dikke dek beschermd tegen verstoring door onder andere agrarische activiteiten. Sinds de jaren ‘80 van de 20e eeuw is er een grotere en meer systematische aandacht voor plaggenbodems in Nederland. In veel gevallen bleken de betreffende terreinen een hoge dichtheid aan verhoudingsgewijs goed geconserveerde archeologische overblijfselen te bevatten, soms zelfs complete archeologische landschappen. De vaak opmerkelijke resultaten vormen de belangrijkste bron voor de beschrijving van de bewoning en het landgebruik in de zandlandschappen voor de periode vanaf de Midden-Bronstijd tot in de Nieuwe tijd. Veel hiervan representeert de vroegere geschiedenis van de dorpen die tussen de 9e en de 12e eeuw naast de essen kwamen te liggen. De rijkheid aan archeologische resten heeft er toe geleidt dat de hoger en droger gelegen plaggendekken of enkeerdgronden over het algemeen een hoge indicatieve archeologische waarde kregen.15 Boringen en/of sonderingen In het plangebied zijn in het kader van andere bodemonderzoeken (nog) geen boringen dan wel sonderingen gezet waarvan de resultaten gebruikt kunnen worden voor dit bureauonderzoek. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan.
De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Schijndel bevindt, is de grondwatertrap niet gekarteerd. 2.6
Archeologische waarden
Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).16 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 meter weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant In de CHW-kaart van de provincie Noord-Brabant heeft de provincie het provinciaal ‘belang aangeduid’. Dit belang bestaat uit 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen. In de 21 cultuurhistorische landschappen heeft de provincie verschillende cultuurhistorische vlakken gedefinieerd. De 16 archeologische landschappen hebben tot doel om het bodemarchief in de bewuste gebieden duurzaam en in samenhang te behouden.
Het plangebied ligt niet in een cultuurhistorisch of archeologisch landschap.
15 16
Doesburg et al., 2007. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 5 van 17
Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (voormalige) gemeente Schijndel17 Sinds 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg van kracht (WAMZ). Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Volgens de archeologische verwachtingen- en waardenkaart van de (voormalige) gemeente Schijndel ligt het plangebied grotendeels binnen een Archeologisch waardevol gebied, samenhangend met de historische kern van Schijndel. Een groot deel van de huidige bebouwing (de huidige supermarkt, de garageboxen en een deel van de schuren) is gekarteerd als Verstoord gebied (zie figuur 7). AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied18 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland.
De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt geheel binnen een AMK-terrein dat samenvalt met de historische kern van Schijndel. Binnen het onderzoeksgebied liggen verder geen AMK-terreinen (zie bijlage 2 en figuur 8). In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 19 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal twintig archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken, booronderzoeken, archeologische begeleidingen en een proefsleuvenonderzoek (zie bijlage 3 en figuur 8). De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat een deel van de gebieden een sterke bodemverstoring kent, maar dat er ook delen van de histoirsche kern van Schijndel relatief licht verstoord zijn waardoor archeologische resten nog intact bleken te zijn.20 Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied21 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd.
Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan 18 vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 4 en figuur 8). De vondsten die rondom het plangebied zijn gedaan laten zien dat er met name menselijke activiteiten hebben plaats gevonden in het onderzoeksgebied in de perioden IJzertijd - Nieuwe tijd. Plaatselijk zijn er echter ook vondsten gedaan uit het Mesolithicum, Neolithicum en de Bronstijd, zei het beduidend minder dan uit de latere perioden. Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn er buiten de reeds genoemde publicaties geen aanvullende wetenschappelijke publicaties geraadpleegd, aangezien er geen relevante publicaties gevonden zijn.
Berkvens, 2013 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 19 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 20 Tump, 2013; Schorn, 2014 en Hanemaaijer, 2015 21 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort 17 18
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 6 van 17
Heemkunde Vereniging Voor aanvullende informatie is in 2019 al contact gezocht met de archeologische werkgroep van de Heemkundekring Schijndel i.v.m. een archeologisch ondrzoek op 200 meter ten oosten van het plangebied.22. Bij de archeologische werkgroep zijn geen waarnemingen bekend die niet al vermeld staan in ARCHIS.23 In het gebied ten noorden en oosten van Schijndel zijn tussen 1998 en 2015 meerdere vondsten gedaan uit het Midden Paleolithicum. Het betreffen verschillende vuurstenen werktuigen van Neanderthalers en botten van mammoeten, reuzenherten en wolharige neushoorns. De vondsten zijn onder andere gedaan op vijf locaties bij onder andere graafwerkzaamheden voor de verbreding van de Zuid-Willemsvaart en de aanleg van een fietstunnel en het industrieterrein Duin, waarschijnlijk op grote diepte. De vondsten binnen de voormalige gemeente Schijndel zijn ook in ARCHIS aangemeld.24 De vondstlocaties liggen in een zone die zich uitstrekt van 4 kilometer ten noorden van het plangebied tot 4 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. De dichtstbijzijnde waarneming ligt op iets meer dan een kilometer ten oosten van het plangebied.25 2.7
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. Korte bewoningsgeschiedenis van Schijndel In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5. In 1299 wordt Schijndel voor het eerst genoemd als Skinle, toen Hertog Jan II van Brabant toestemming gaf tot de bouw van de Koeveringse molen. Skinle is een samenstelling van skin, wat ‘schors’ betekent, en loo dat voor ‘bos’ staat. De betekenis van de naam Schijndel is dan ook waarschijnlijk schorsbos of eikenbos.
Het gebied ten westen en zuiden van Schijndel, behorende tot de Meierij van ’s-Hertogenbosch, was vóór het jaar 1000 niet voor permanente bewoning geschikt omdat vanwege de lemigheid van de ondergrond de omstandigheden te nat waren. Vanaf de 18 e eeuw heeft hier op grote schaal populierenteelt plaatsgevonden voor de productie van klompen. De leemhoudende en drassige bodem rond Schijndel was zeer geschikt voor de populierenteelt. 26 In de Tweede Wereldoorlog is er zwaar gevochten in en rond Schijndel, waarbij in het najaar van 1944 meer dan 300 woningen verwoest of zwaar beschadigd zijn. 27
Stiekema, 2019 Mondelinge mededeling dhr. G. van Kaathoven, 24 januari 2019 24 ARCHIS-vondstnummers (van noord naar zuid): 4039343100, 4039287100 en 4039327100 25 www.heemkundeschijndel.nl; www.gerarddenbosch.nl 26 De Bont, 1993/www.bhic.nl 27 www.historisch-schijndel.nl 22 23
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 7 van 17
Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel II.
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal
Bron
Periode
Kaartblad
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
Tiendkaart28
1757
-
1:11.520
Akkerland ten oosten van de kern van Schijndel
Hoofdstraat al aanwezig
Kadastrale minuut29
1811-1832
Gemeente Schijndel, Sectie D, Blad 02
1:2.500
Bouwland
Hoofdstraat staat bekend als Weg naar St. Oedenrode
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1868
608
1:50.000
Twee gebouwen langs de Hoofdstraat met daarachter akkerland/tuin/erf
-
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1900
608
1:50.000
Twee gebouwen langs de Hoofdstraat met daarachter akkerland/tuin/erf
Hoofdstraat verhard en in gebruik door de stoomtram ’s-Hertogenbosch – Eindhoven.
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1910
608
1:50.000
Twee gebouwen langs de Hoofdstraat met daarachter akkerland/tuin/erf
-
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1919
608
1:50.000
Eén gebouw langs de Hoofdstraat met daarachter akkerland/tuin/erf
-
Militaire topografische kaart (veldminuut)
1928
608
1:25.000
Eén gebouw langs de Hoofdstraat met daarachter akkerland/tuin/erf
-
Topografische kaart
1956
45D
1:25.000
Eén gebouw langs de Hoofdstraat met daarachter akkerland/tuin/erf
-
Topografische kaart
1967
45D
1:25.000
Twee gebouwen langs de Hoofdstraat met daarachter tuin/erf
Woonwijk ten noorden en oosten van het plangebied gerealiseerd.
Topografische kaart
1978
45D
1:25.000
Aaneengesloten bebouwing langs de Hoofdstraat met daarachter tuin/erf
-
Topografische kaart
1988
45D
1:25.000
Aaneengesloten bebouwing langs de Hoofdstraat met daarachter tuin/erf
-
Topografische kaart
2006
45D
1:25.000
Huidige bebouwing en parkeerplaats gerealiseerd
-
Uit de historische kaarten vanaf midden 18e eeuw blijkt dat de omgeving van het plangebied zich kenmerkte door een kleinschalige, grotendeels regelmatige verkaveling. De historische kern van Schijndel lag direct ten westen van het plangebied. Midden 18 e eeuw was het plangebied onderdeel van het akkercomplex ten oosten van de kern van Schijndel. De huidige Hoofdstraat was in de 18 e eeuw al aanwezig als de doorgaande weg naar Sint-Oedenrode. Tussen 1898 en 1934 heeft over de Hoofdstraat de tramlijn ’s-Hertogenbosch-Eindhoven gelopen.30
De Weijer, 1750 Beeldbank Cultureelerfgoed 30 www.historisch-schijndel.nl 28 29
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 8 van 17
Het plangebied is tot midden 19e eeuw als akkerland in gebruik geweest, totdat in het zuiden van het plangebied aan de Hoofdstraat twee gebouwen (vermoedelijk woonhuizen) werden gebouwd. Tot ver in de 20e eeuw is er weinig veranderd aan dit beeld. Tussen 1919 en 1956 staat er één woning weergegeven aan de Hoofdstraat, daarna weer twee. De huidige bebouwing in het plangebied (op de woning en schuur in het westen na) is grotendeels rond 2000 gerealiseerd (zie figuur 9-12). Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Een gemeente kan verder besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Dit gebeurt als een pand geen nationale betekenis heeft, maar wel van plaatselijk of regionaal belang is. De gemeente legt haar monumentenbeleid vast in de gemeentelijke monumentenverordening. Naast het gemeentelijk monument is er ook nog het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). De MIP Gemeentebeschrijvingen vormen een verzameling beschrijvingen van de historischgeografische, sociaaleconomische, architectuurhistorische, bouwhistorische en stedenbouwkundige ontwikkelingen van gemeenten in de periode 1850-1940.
Deze beschrijvingen zijn samengesteld in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Dit project was een initiatief van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur om een landelijk overzicht te krijgen van de bouwkunst en stedenbouw uit de periode 1850-1940. Het MIP werd in de periode 1987-1994 uitgevoerd door de provincies en de vier grote steden, in samenwerking met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Binnen de 50 meter attentiezone liggen geen gemeentelijke monumenten of MIPmonumenten. Direct ten westen van het plangebied bevinden zich wel drie Rijksmonumenten: Hoofdstraat 146, 148 en 15031: Hoofdstraat 146: Huis onder dwars schilddak, met geprofileerde kroonlijst. Zesdelige schuiframen met boogvormige bovenlichten en waaierzwikken. Eerste helft 19e eeuw. Monumentnummer 33565. Hoofdstraat 148: Kleine woning onder zadeldak met zij-topgevel. Zesdelige schuiframen met boogvormige bovenlichten. Eerste helft 19e eeuw. Monumentnummer 33566. Hoofdstraat 150: Nederlands-Hervormde kerk. Classicistisch zaalgebouw met driezijdige sluitingen aan de korte zijden en geblokte pilasters. Gebouwd in 1810. Monumentnummer 33567. Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Meierijstad is het gemeentelijk archief geraadpleegd (contactpersoon mevr- M. Willems), wat geen aanvullende relevante informatie heeft opgeleverd.
Bij het raadplegen van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) van de bestaande bebouwing blijkt dat de woning in het westen van het plangebied (Hoofdstraat 152) is gebouwd in 1942 en de achterliggende schuur in 1979. Volgens de huidige eigenaar van Hoofdstraat 152 is de woning voor een klein deel onderkelderd. De rest van de bebouwing in het plangebied is gebouwd in 1999 en 2000. De gegevens van de drie rijksmonumenten ten westen wijken iets af de gegevens van de rijksmonumenten. Hoofdstraat 146 is volgens de BAG gebouwd in 1776, Hoofdstraat 148 in 1900 en Hoofdstraat 150 (de kerk) in 1808.32
31 32
cultureelerfgoed.nl Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 9 van 17
Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 33 Uit deze bronnen blijkt dat in het plangebied archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog te verwachten zijn. Tijdens de oorlog hebben in Schijndel met name in september en oktober 1944 intensieve gevechtshandelingen plaatsgevonden rond operatie Market-Garden. Schijndel lag dicht aan de corridor van Eindhoven naar Nijmegen en is enkele malen ver- en heroverd. In enkele weken tijd zijn er hierbij tienduizenden granaten op Schijndel afgevuurd, waarbij circa 300 huizen verwoest zijn. 2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel III.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
Gespecificeerde verwachting/Complextype
Te verwachten resten en/of sporen
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
Paleolithicum
Middelhoog
Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top en onder de dekzandafzettingen
Mesolithicum
Middelhoog
Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Neolithicum
Middelhoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Bronstijd
Middelhoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
IJzertijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Romeinse tijd
Hoog
Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Vroege-Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaal¬resten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwer¬pen
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Late-Middeleeuwen
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwer-
Onder het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Amersfoort & Kamphuis, 1990/De Jong, 1969 – 1994/ikme.nl/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990/www.heemkundekringschijndel.nl. 33
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 10 van 17
pen Nieuwe tijd
Hoog
Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
Onder maaiveld/in het antropogeen eerddek en in de top van de dekzandafzettingen
Uit de landschappelijke ligging in een gebied bestaande uit dekzandruggen, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum bewoonbaar is geweest voor jagers en verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waar genomen uit het Midden Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd, maar met name uit de IJzertijd tot Nieuwe tijd. De kans op het voorkomen van archeologische resten is, vanwege de ligging ver van een gradiëntzone naar een beekdal, landschappelijk gezien laag voor Paleolithicum en Mesolithicum. Een gradiëntzone was vanwege de nabijheid van stromend water en daarmee samenhangend goede jachtlocaties een gunstig leefgebied voor jagers en verzamelaars. Er zijn in de omgeving van Schijndel echter wel enkele vondsten gedaan van jagers en verzamelaars, waaronder opvallend genoeg zelfs vuurstenen werktuigen van Neanderthalers. Op basis van deze vondsten geldt er voor het plangebied een middelhoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum. Voor landbouwers vanaf het Neolithicum werd de geschiktheid van gronden voor akkerbouw een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens.
De eerste akkergronden werden op de van nature vruchtbaarste gronden aangelegd. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. In de omgeving van Schijndel zijn met name vondsten vanaf de IJzertijd gedaan, en plaatselijk ook vondsten uit het Neolithicum of Bronstijd. Het plangebied heeft daarom een middelhoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum en de Bronstijd en een hoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit de IJzertijd tot en met de Nieuwe tijd. Het plangebied ligt verder aan de oostelijke rand van de historische kern van Schijndel. Uit de historische kaarten lijkt naar voren te komen dat het plangebied tot begin 19e eeuw iets ten oosten van de kern lag, en pas sinds midden 19e eeuw onderdeel uitmaakt van de kern van Schijndel. De archeologische resten worden verwacht onder het eerddek en zowel onder (Midden Paleolithicum) als in de top van dekzandafzettingen. De vondstenlaag is opgenomen onder in het eerddek; hier wordt ook wel van ‘cultuurlaag’ gesproken: een doorwerkte oude bodem tussen het eerddek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen en houtskool. Archeologische sporen worden verwacht tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont. Aan en direct onder het maaiveld worden archeologische resten verwacht uit de Nieuwe tijd.
Organische resten en metaal zullen slecht zijn geconserveerd door de relatief droge en zure bodemomstandigheden boven het hoogste grondwaterpeil (1 meter -mv). Andere type indicatoren (aardewerk) zijn waarschijnlijk matig goed geconserveerd. Het complextype en de omvang van eventuele archeologische resten kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven.
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 11 van 17
Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als akkerland, tuin/erf, de afgelopen 150 jaar deels bebouwd met woningen en de laatste 20 jaar met een supermarkt en een parkeerplaats. Door ploegen en bouw- en graafactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan. 2.9
Conclusie bureauonderzoek
Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Gezien de omvang van het plangebied en de aanwezigheid van een hoge zwarte enkeerdgrond is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met een om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn. Op de gemeentelijke verwachtingskaart staat een deel van het plangebied aangegeven als verstoord. Deze zones komen overeen met de huidige (moderne) bebouwing in het plangebied. Het verkennend booronderzoek kan zich daarom het beste toespitsen op de delen van het plangebied met een hoge verwachtingswaarde (zie figuur 7).
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK
3.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. 3.2
Methoden
Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 15 mei 2020 door drs. M. Stiekema (Senior KNA Prospector) een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld. Het gehele plangebied was vrij toegankelijk. De boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet. Bij het zetten van de boringen is rekening gehouden met de aanwezige gebouwen en kabels en leidingen. In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter 7 cm) vijf boringen tot maximaal 2 meter -mv gezet (figuur 13). De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven. 34 De boringen zijn met meetlinten ingemeten (x- en y-waarden). Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door 34
Bosch, 2005.
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 12 van 17
middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. Vanwege het gebruik van het plangebied (verharding, bebouwing en tuin) was het niet mogelijk een oppervlaktekartering uit te voeren. 3.3
Resultaten
Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 8 weergegeven. De bodemopbouw kan als volgt worden beschreven: Bij alle boringen zijn zwak siltige, matige fijne zandafzettingen aangetroffen. Boringen 1 en 2 zijn in de voor- en achtertuin van de woning van Hoofdstraat 152 geplaatst. Bij de boringen 1 en 2 is aan het maaiveld een zwak humeus eerddek (Aa-horizont) van respectievelijk 150 cm en 70 cm dik aangetroffen. Bij beide boringen is het eerddek matig baksteenhoudend. Bij boring 1 is onder het eerddek een 10 cm dikke scherp gevlekte, verstoorde laag aangetroffen, met daaronder de onverstoorde Cghorizont bestaande uit onverstoord dekzand. Het dekzand is bij boring 2 zwak gleyhoudend. Bij boring 2 is onder het eerddek een 20 cm dikke smoezelige laag aangetroffen, welke mogelijk een mollenlaag betreft, met hieronder gleyloze onverstoorde dekzandafzettingen (C-horizont). Boringen 3 en 4 zijn op de parkeerplaats achter de huidige supermarkt geplaatst. Beide boringen vertonen onder de verharding een verstoord dek, deels bestaande uit een puinlaag met daaronder een gevlekte verstoorde zandlaag. Onder de verstoorde lagen zijn bij de boringen 3 en 4 onverstoorde gleyhoudende dekzandafzettingen (Cg-horizont) aangetroffen.
De top van de onverstoorde dekzandafzettingen bevindt zich bij boring 3 en 4 op respectievelijk 150 en 100 cm -mv. Boring 5 is op een parkeerplaats in het noordwesten van het plangebied gezet. Hier is onder de tegelverharding en een 20 cm dikke laag funderingszand een 65 cm dik eerddek aangetroffen. Onder het eerddek bevinden zich vanaf 90 cm mv onverstoorde gleyloze dekzandafzettingen (C-horizont). In geen van de boringen zijn resten van een (voormalig) podzolprofiel waargenomen. Hoewel de diepte waarop de top van de onverstoorde dekzandafzettingen in de boringen is aangetroffen varieert van 90 tot 160 cm –mv, blijkt dit verschil deels te zijn veroorzaakt door de wisselende hoogte van het maaiveld in het plangebied. De hoogteverschillen in het plangebied hangen sterk samen met de huidige bebouwing en de ligging aan de Hoofdstraat. De NAP-hoogtes van de top van het dekzand, gecorrigeerd voor de maaiveldhoogteverschillen in het plangebied, vertonen een kleiner verschil: Bij de boringen 1, 2 en 5 is de top van het dekzand op 9,0 en 9,2 meter +NAP aangetroffen en bij de boringen 3 en 4 op 8,7 en 8,8 meter +NAP. Hieruit blijkt dat de dekzandafzettingen onder de parkeerplaats vermoedelijk circa 30-50 cm dieper zijn afgetopt dan de nauwelijks verstoorde boringen 1, 2 en 5. Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen.
Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen. 3.4
Conclusie veldonderzoek
Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in het plangebied
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 13 van 17
nog deels een eerddek aanwezig is. De top van de dekzandafzettingen in het plangebied is licht tot matig verstoord. Dit kan samenhangen met de huidige inrichting van het plangebied, maar het kan ook niet uitgesloten worden dat een deel van de bodemverstoringen zijn veroorzaakt door de ligging van het plangebied op de oostelijke rand van de historische kern van Schijndel. 4
CONCLUSIE EN ADVIES
Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is er aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de waargenomen lichte tot matige bodemverstoringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden van jager-verzamelaars uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum niet meer in situ worden verwacht. Voor archeologische waarden van landbouwers uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd, alsmede waarden die samenhangen met de historische kern van Schijndel kan de middelhoge tot hoge gespecificeerde verwachtingswaarde op basis van het verkennend booronderzoek voor de delen buiten de reeds bekende verstoorde delen van het plangebied (zie figuur 7) blijven gehandhaafd. Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek voor delen van het plangebied die niet al als verstoord zijn geregistreerd (zie figuur 7).
Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Selectieadvies Gemeente Meierijstad35 Gezien het voorgaande kan de gemeente instemmen met de inhoud en strekking van het rapport en met het door Econsultancy gegeven advies om in het kader van de lopende AMZ-cyclus eerst nog een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk te achten. Voor dit proefsleuven onderzoek dient eerst een PvE te worden opgesteld, dat vooraf goedgekeurd moet zijn door de gemeente (bevoegde overheid).
35
Gemeente Meierijstad, Selectieadvies AMZ 390, 14 juli 2020
Rapport 12606.002 versie 2
Pagina 14 van 17
LITERATUUR Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Berendsen, H.J.A. 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berkvens, R. 2013. Schijndels erfgoed 2013 Toelichting op de erfgoedkaart van de gemeente Schijndel. Gemeente Schijndel. Bont, Chr. De, 1993: ‘…Al het merkwaardige in bonte afwisseling…’, een historische geografie van Midden- en Oost-Brabant, Waalre Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Deeben, J.H.C. (red.) 2008: De Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, derde generatie, Rapportage Archeologische Monumentenzorg 155, Amersfoort. Doesburg, J. van, e.a. red., 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort 2007. Hanemaaijer, M., 2015: Bureau voor Archeologie Rapport 204. Hoofdstraat 162-164, Schijndel, gemeente Schijndel: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen, Utrecht. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Kars, H. & Smit, A. (red.) 2003: Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erfgoed.
Degradatiemechanismen in sporen en materialen. Monitoring van de conditie van het bodemarchief. Amsterdam (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies, 1). Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsema, I.L., Westerhoff, W.E., Wong, T.E. 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Schorn, E.A., 2014: Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek. Kloosterstraat te Schijndel, gemeente Schijndel. Synthegra Rapport S110113, Valkenswaard Stichting voor Bodemkartering, 1969: Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, blad 45 West. Stiekema, M., 2019: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Hoofdstraat 190 te Schijndel, gemeente Meierijstad. Econsultancy-rapport 8909.002, Swalmen