CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA-ETFAL Rooiseweg 8 Schijndel

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Afgifte positief advies voor voornemen tot verlening omgevingsvergunning voor woningbouwontwikkeling ter plaatse van Rooiseweg 8 in Schijndel25.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Aangezien in onderhavig geval geldt dat er geen sprake is van een attentiezone waterhuishouding, is er ook geen sprake van feitelijke bescherming. Doorwerking plan(locatie) De aanduidingen ‘Beperkingen veehouderij’, ‘Diep grondwaterlichaam’ en ‘Geen attentiezone waterhuishouding’ hebben geen invloed op onderhavig planvoornemen. Andersom zullen de voorgenomen activiteiten in de vorm van de oprichting van ruim 50 geen invloed hebben op de beide aanduidingen. Basiskaart Stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant Binnen het kaartbeeld ‘Basiskaart Stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant’ is de planlocatie aangeduid als ‘Landelijk gebied’ en ‘Beperking grootschalige logistiek’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

36

De provincie verwacht van gemeenten dat zij bij de ontwikkeling van woningbouwlocaties en het opstellen van gemeentelijke ruimtelijke plannen daarvoor rekening houden met de afspraken in het regionaal ruimtelijk overleg. Dit artikel bevat regels over de verantwoording bij omgevingsplannen en andere planologische besluiten. Hierbij is het nodig ook een relatie te leggen naar de bestaande harde plancapaciteit. Tevens moet uitdrukkelijk een relatie gelegd worden met regionale afspraken over de nieuwbouw van woningen De provincie vraagt gemeenten om het principe van zorgvuldig ruimtegebruik toe te passen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Conform artikel 3.6 van de TAM-Omgevingsverordening wordt het doel benoemd om hierbij bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Pas als dat niet kan, wordt gezocht naar de beste plek in het buitengebied om nieuwe ruimte te gebruiken. Daarnaast wil de provincie verouderde locaties in stedelijk gebied opnieuw invullen en ongewenste functies in het buitengebied saneren. Voorbeelden van dergelijke ongewenste functies zijn glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden of veehouderijen rondom de natuur en stedelijke gebieden. In de TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant is verder bepaald dat ruimtelijke plannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling, in principe alleen in bestaand stedelijk gebied mogen vallen.

Onder voorwaarden zijn ontwikkelingen in hiermee samenhangende zoekgebieden, zoals bebouwingsconcentraties, mogelijk. Artikel 5.77 Wonen Lid 1 Een omgevingsplan ter plaatse van Landelijk gebied: a. bepaalt dat een toename van het aantal woningen is verboden;

37

b. c.

bepaalt dat zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten; kan een andere gebruiksactiviteit dan wonen toestaan bij een woning als: 1. dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, als bedoeld in Artikel 5.12; 2. dit past binnen de voorwaarden die voor die gebruiksactiviteit zijn opgenomen in dit hoofdstuk; en 3. bij het toelaten van een bouwactiviteit, elders een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen, feitelijk en juridisch, is gesloopt.

Lid 2 In afwijking van het eerste lid, onder a, is een toename van het aantal burgerwoningen mogelijk als dit past binnen de ontwikkelingsrichting van een gebied, bedoeld in Artikel 5.12, en in de volgende gevallen: a. de woningen worden gerealiseerd met toepassing van Artikel 5.14 of Afdeling 5.5; b. het de omzetting van een voormalige bedrijfswoning naar burgerwoning betreft en is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; en 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt.

Als er vanuit kwaliteit of kwantiteit in Stedelijk gebied onvoldoende ruimte aanwezig is, dan bestaat er de mogelijkheid dat een stedelijke ontwikkeling binnen de locatie Landelijk gebied wordt gerealiseerd. Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit Paragraaf 5.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar welk gebied daarvoor in aanmerking komt en onder welke voorwaarden. Voor het realiseren van een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit wordt toepassing gegeven aan: a. zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in Artikel 5.8 ; b. de lagenbenadering, bedoeld in artikel 5.9 ; en c. meerwaardecreatie als bedoeld in artikel 5.10 . Bij de afweging van nieuwe stedelijke ontwikkellocaties is vanuit voorzorg en klimaatrobuust ontwikkelen een goede toepassing van de lagenbenadering en het principe van water en bodem sturend essentieel. De voorgenomen ontwikkeling is op grond van de Omgevingsverordening aangemerkt als landelijk gebied waar niet rechtstreeks een stedelijke ontwikkeling als de onderhavige mogelijk is. Artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen, werken of voorzieningen , wijst daarvoor een locatie aan binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a.

de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken ; en b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Artikel 5.56 Afwijkende regels stedelijke ontwikkeling

38

Lid 1 In afwijking van Artikel 5.55, eerste lid, aanhef, kan een omgevingsplan voorzien in een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen, ter plaatse van Landelijk gebied als: a. binnen Stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of ander geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied, bedoeld in Artikel 5.12; d. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2; e. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting is afgestemd op de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving, waaronder de met deze verordening te beschermen en te ontwikkelen waarden; en f. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting houdt rekening met een duurzame afronding van het Stedelijk gebied. Lid 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een planmatige ontwikkeling ten behoeve van een samenhangende stedelijke structuur, die voorziet in de reguliere opvang van de woon- of werkbehoefte van een kern maar die vanwege de omvang niet als stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt. Lid 3 Artikel 5.8, eerste lid onder a, is niet van toepassing op dit artikel.

Artikel 5.12 Ontwikkelingsrichting Lid 1 Een omgevingsplan dat de uitbreiding mogelijk maakt van een bestaande activiteit of dat een nieuwe functie of activiteit toedeelt in Landelijk gebied, bevat een onderbouwing dat die ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Een ontwikkelingsrichting wordt opgesteld met toepassing van de basisprincipes, bedoeld in Paragraaf 5.1.2 , en gaat in ieder geval in op de volgende aspecten: a. welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving; b. welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten, waaronder een veilige en gezonde leefomgeving , de te beschermen waarden, bedoeld in Afdeling 5.2 , mobiliteit, agrarische ontwikkeling, stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; c. op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden, mede gericht op de toepassing van artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap ; en d. op welke wijze de sloop van leegstaande of overtollige bebouwing wordt gerealiseerd. Lid 2 Bij het opstellen van een ontwikkelingsrichting worden deskundigen betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie Noord-Brabant werkzaam is.

Artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een omgevingsplan dat de ontwikkeling van activiteiten mogelijk maakt in Landelijk gebied bepaalt dat die ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2 Het omgevingsplan onderbouwt dat de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied, bedoeld in artikel 5.12, en dat de uitvoering is geborgd door: a. financiële, juridische en feitelijke vastlegging in het plan; of b. nakoming van de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan de volgende aspecten omvatten:

39

a. b.

de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; het behoud of herstel van cultuurhistorische waarden en kenmerken; het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing ; de realisering van het Natuur Netwerk Brabant of een ecologische verbindingszone ; of het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.

c. d. e. f. g. Lid 4 Als toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, onder b, wordt een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds verzekerd en wordt over de besteding van dat fonds periodiek verslag gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken.

Doorwerking plan(locatie) Voorliggend plan voorziet in het realiseren van een woonlocatie met in totaal 58 woningen in het buitengebied van Schijndel. Hiermee is er sprake van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. Het planvoornemen moet worden gezien als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Met het realiseren van in totaal 58 woningen wordt ingespeeld op de provinciale behoefte om 120.000 nieuwe woningen in Noord-Brabant te realiseren. Specifiek voor Schijndel draagt het plan bij aan de woningbehoefte van 1250 woningen in Schijndel. Het plan is in lijn met de uitgangspunten en doelstellingen van het 'Actieplan woningbouw – Woningbouwoffensief Meierijstad' waarbij ook op uitbreidingslocaties mag worden gebouwd om op korte termijn te voldoen aan de woningbouwbehoefte. Het planvoornemen kent een divers programma voor verschillende doelgroepen. Tot 2035 ligt er een opgave om binnen de kern Schijndel circa 1250 woningen te realiseren. De ruimte ontbreekt voor het realiseren van de benodigde aantallen woningen binnen de kern. Eerder is daarom al aangegeven dat naar uitbreidingslocaties tegen de kern moet worden gezocht om in de woningbouwbehoefte te kunnen voorzien.

Vanwege de grote vraag om woningen te realiseren in Schijndel is in de Structuurvisie Schijndel uit 2012 en de Ruimtelijke Bouwsteen voor Schijndel uit 2020 de locatie benoemd als potentiële uitbreidingslocatie voor woningbouw. Door het saneren van de overige bebouwing ter plaatse van Rooiseweg is het mogelijk om aan de zuidrand van Schijndel een afronding te creëren richting de Structuurweg en het buitengebied. Het programma sluit aan op de gewenste verdeling in nieuwbouwprojecten, zoals genomen in de Woonzorgvisie. Meer dan 50% van het woningbouwprogramma bestaat uit sociale huur of goedkope koop.

40

Onderhavig plangebied ligt aan de zuidzijde van de kern Schijndel en grenst direct aan het bestaande stedelijke gebied en ‘overschrijft’ grotendeels als het ware een bestaande woonbestemming. Hoewel bij het realiseren van nieuwe woningen de voorkeur bij inbreidings- en transformatielocaties in bestaand stedelijk gebied ligt, is dit bij voorliggend initiatief, gezien de aard en omvang, niet mogelijk. Een ontwikkeling van deze omvang is niet mogelijk binnen inbreidings- en transformatielocaties. Aangezien de ontwikkeling voorziet in een groot deel van de woningbehoefte binnen Schijndel, Meijerijstad en Noord-Brabant, wordt de planlocatie toch als een geschikte locatie gezien. Voorliggend plangebied is bovendien gelegen in de 'Ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel' aangemerkt als gebied met 'Visie woninguitbreiding toekomst'. Het plan doet geen afbreuk aan de doelstellingen en uitgangspunten, zoals verwoord in de beleidsstukken van de gemeente Meierijstad. Het voorliggende woningbouwplan is derhalve in overeenstemming met de gemeentelijke prioriteiten, beleidsdoelstellingen en uitgangspunten. Verwezen wordt naar paragraaf 4.4 (gemeentelijk beleid). De woonwensen en de leefbaarheid in de dorpen en steden, de behoefte aan gebiedseigenheid en identiteit van stad, dorp en landschap en klimaatverandering staan in de volle aandacht.

De provincie Noord-Brabant wil blijven ontwikkelen, maar de provincie stelt ook meer eisen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Vanwege een zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik is het wenselijk om geen nieuwe ruimte aan te boren om woningbouw te laten plaatsvinden. Echter ligt er ook een landelijke, provinciale en lokale woningbouwopgave. Om hier aan te kunnen voldoen zullen ook gronden buiten bestaande stads- en dorpskernen dienen te worden aangeboord om het wonen een plek te bieden. Het provinciale beleid, opgenomen in de provinciale structuurvisie en de verordening, is gericht op het zoveel mogelijk concentreren van stedelijke ontwikkelingen in het bestaand stedelijk gebied. Er wordt aansluiting gevonden op artikel 5.8 zorgvuldig ruimtegebruik door te nieuw aan te boren ruimte zorgvuldig in te richten. Dat betekent dat er compact wordt gebouwd, maar dat er voldoende ruimte is voor groen om kleinschalige landschapsontwikkeling te bevorderen, uitstraling van de nieuwe wijk te optimaliseren, wateroverlast te voorkomen en bestaande kwaliteiten te integreren in de nieuwbouwlocatie.

41

Het is van belang om te weten hoe de omgeving in elkaar steekt en te kijken naar alle lagen. Tussen deze lagen bestaat een wisselwerking. Iedere laag kent zijn eigen dynamiek, verschillende veranderingssnelheid en mate van omkeerbaarheid bij ingrepen. Voor een aantal aspecten die bij de lagenbenadering betrokken worden, bevat de Omgevingsverordening Noord-Brabant specifieke regels, zoals het Natuur Netwerk, de groenblauwe mantel, cultuurhistorische- en aardkundige waarden, stiltegebied en delen van het watersysteem. Geen van deze aspecten is op voorhand specifiek van toepassing op onderhavig plangebied. Er dient rekening gehouden te worden met de laag dynamische ondergrond, maar ook met de effecten op de andere lagen en met toekomstige effecten. Bij de afweging gaat het niet alleen om de effecten op de omliggende functies in het gebied maar ook op effecten van een ontwikkeling elders. Niet alleen de effecten nu maar ook de effecten naar de toekomst. Ten behoeve van deze ontwikkeling is de lagenbenadering uitgevoerd. Uit de lagenbenadering blijkt dat een stedelijke ontwikkeling binnen het plangebied voorstelbaar is. De aanwezige waarden en structuren in en om het plangebied zijn daarbij in acht genomen. In het stedenbouwkundig (structuur)plan voor deze uitbreiding is rekening gehouden met de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden binnen het plangebied.

Daarbij wordt tevens aangesloten op waarden en structuren uit de directe omgeving. Het stedenbouwkundig plan is middels zorgvuldige afweging tot stand gekomen. Verder zijn in hoofdstuk 5 van deze toelichting de effecten op onder andere de bodem, het grondwater, archeologische waarden, infrastructuur, natuurnetwerk, water, cultuurhistorische waarden en landschappelijke waarden beschreven. Hieruit blijkt dat met de beoogde ontwikkeling geen nadelige effecten aanwezig zijn. Hiermee is de lagenbenadering onderbouwd en zijn de principes van water en bodem sturend en is tevens de klimaatonderlegger betrokken. Vanuit deze onderbouwing kan ook nader worden ingegaan op deze locatiekeuze voor woningbouw. De nieuw te realiseren woonlocatie wordt landschappelijk ingepast, waarbij er rekening is gehouden met ecologische-,landschappelijke- en milieutechnische waarden en kwaliteiten. Daarnaast zijn de woningen zodanig gesitueerd, dat de randen van het plangebied een open karakter behouden en er overal het landschap beleefbaar is. Artikel 5.11 bepaalt dat een plan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Deze verbetering moet financieel, juridisch en feitelijk zijn geborgd in het plan.

42

Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan de volgende aspecten omvatten: • de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; • het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; • het behoud of herstel van cultuurhistorische waarden en kenmerken; • het wegnemen van verharding; • het slopen van bebouwing ; • de realisering van het Natuur Netwerk Brabant of een ecologische verbindingszone ; of • het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. De ontwikkeling betreft een stedelijke ontwikkeling. Dat betekent dat vanuit kwaliteitsverbetering van het landschap een investering van 1% van de gronduitgifteprijs geïnvesteerd dient te worden in het landschap. Voor de berekening van 1% van de uitgifteprijs van de grond wordt verwezen naar navolgende tabel welke is opgenomen in het plan van Buro Lubbers (zie bijlage 1). Onderhavig planvoornemen betreft een transformatie van een bestaande locatie, waarbij een stedelijke functie in de vorm van woningen wordt ingepast als nieuwe, gepaste invulling van de bestaande dorpsrand. Hiermee wordt dus aangesloten bij het uitgangspunt van de provincie om zorgvuldig om te gaan met de beschikbare ruimte binnen een landelijke kern, stedelijk gebied.

De aanduiding ‘Beperking grootschalige logistiek’ is niet van toepassing. Instructieregels gemeenten: specifieke ontwikkelingen en maatwerk in Landelijk gebied Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: specifieke ontwikkelingen en maatwerk in Landelijk gebied’ is de planlocatie aangeduid als ‘stalderingsgebied’ en ‘beperkingen veehouderij’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

43

De aanduidingen ‘stalderingsgebied’ en ‘beperkingen veehouderij’ hebben enkel invloed op bestaande agrarische bedrijven. Onderhavig plan betreft de oprichting van ruim 50 woningen in bestaande stedelijk gebied van Schijndel. De uitgangspunten en regeling ten aanzien van staldering en beperkingen veehouderij hebben hier geen invloed op, en andersom doet onderhavig planvoornemen geen afbreuk aan deze beleidsregels. Doorwerking plan(locatie) De aanduidingen binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: specifieke ontwikkelingen en maatwerk in Landelijk gebied’ zijn niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en berging’ is de planlocatie aangeduid als ‘norm wateroverlast buiten stedelijk gebied’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

44

Elke plek heeft een aanduiding welke iets regelt ten aanzien van omgang met water. Onderhavig projectgebied is gelegen buiten het stedelijke gebied van Schijndel. De norm ten aanzien van wateroverlast buiten het stedelijk gebied is hier dan ook op van toepassing. Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt buiten stedelijk gebied, als norm een overstromingskans van: a. 1/100 per jaar voor gebieden met de ruimtelijke bestemming hoofdinfrastructuur en spoorwegen; b. 1/50 per jaar voor gebieden met glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw; c. 1/25 per jaar voor gebieden met akkerbouw; d. 1/10 per jaar voor grasland en overige gebieden. De gestelde norm betreft een inspanningsverplichting. Doorwerking plan(locatie) De genoemde inspanningsverplichting is van toepassing op onderhavig planvoornemen. Er is sprake van transformatie binnen de planlocatie waarbij nieuwbouw plaatsvindt. In hoofdstuk 5 wordt aandacht besteed aan de omgang met hemelwater binnen de planlocatie. De watertoets als geheel is als bijlage 7 aan deze motivering toegevoegd. Instructieregels gemeenten, waterschappen en Gedeputeerde Staten: infrastructuur Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten, waterschappen en Gedeputeerde Staten: infrastructuur’ is de planlocatie aangeduid als ‘attentiezone geluid provinciale weg’.

Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

45

Vanuit de bescherming van een goed woon- en leefklimaat en het voorkomen van saneringssituaties gelden er voorwaarden aan het oprichten van geluidgevoelige gebouwen langs provinciale wegen. Bij een geluidbelasting tot 55 dB Lden is een geluidgevoelig gebouw altijd toegestaan. De geluidbelasting wordt hierbij conform de geldende meet- en rekenvoorschriften bepaald op representatieve waarneemhoogtes. Een omgevingsplan ter plaatse de Attentiezone geluid provinciale weg laat alleen geluidgevoelige gebouwen toe met een geluidsbelasting tussen de 55 dB Lden en 60dB Lden als is geborgd dat ten minste bij één geluidgevoelige ruimte een geluidluwe zijde aanwezig is met ten minste één te openen deel. Doorwerking plan(locatie) Ten aanzien van onderhavig planvoornemen geldt dat via een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai de mogelijke geluidbelasting in beeld gebracht moet worden. In onderhavig geval is door De Roever Omgevingsadvies een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd, waarvan de resultaten zijn opgenomen in 5.10 van deze motivering en het volledige onderzoeksrapport als bijlage 10 aan deze motivering is toegevoegd. Brabantse Agenda Wonen Toetsingskader Op 19 september 2017 hebben de Provinciale Staten de Brabantse Agenda Wonen vastgesteld.

De Brabantse Agenda Wonen is gericht op het versnellen van de woningbouw, het vernieuwen en verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en het op zorgvuldige

46

wijze ruimtelijk inpassen van de behoefte aan nieuwe woonruimte. Middels deze agenda wordt aangegeven welke accenten er de komende jaren liggen bij het bouwen en wonen en hoe de provincie zich hiervoor gaat inzetten. De Brabantse woningmarkt kent grote uitdagingen. De afgelopen jaren zijn te weinig woningen gebouwd. Zo moet de woningvoorraad de komende 10 tot 15 jaar met zo'n 120.000 woningen toenemen. Bovendien verandert de vraag naar woonruimte sterk. Zo bestaat ruim 40% van de huishoudens in 2040 uit eenpersoonshuishoudens en is er een grote behoefte aan kleinere, betaalbare woonruimten. Ook het bouwen van voldoende woningen voor het middensegment op de woningmarkt, betaalbare koop en middeldure huur, blijft een punt van aandacht. Uitbreidingslocaties Om in te spelen op bovengenoemde prognoses en ambities dient het planaanbod, zowel kwalitatief, kwantitatief als ruimtelijk, regionaal afgewogen te worden. De Brabantse Agenda Wonen legt het accent op duurzame verstedelijking en op ‘goede woningbouwplannen’ die in lijn hiermee worden ontwikkeld. Hoewel inbreidings- en transformatielocaties hierbij de voorkeur hebben, kan slechts met transformatie en inbreiding binnen bestaand stedelijk gebied niet worden voldaan aan de prognoses, ambities en vraag naar woningen, waardoor uitbreiding onontkoombaar is.

Een duurzaam verstedelijkingsbeleid vraagt hierbij om regionale afweging én afspraken over de meer grootschalige gebiedsontwikkelingen én uitbreidingslocaties (richtinggevend principe). Hierbij dient ook rekening te worden gehouden de ruimtelijke-kwalitatieve opgaven en de veranderende vraag op de woningmarkt. Voor wie, wat én waar te bouwen zijn vragen die hierbij spelen. De 'Ruimte-voor-Ruimte-regeling' sluit aan bij een duurzaam verstedelijkingsbeleid, waarbij in ruil voor de sloop van (agrarische) bebouwing een nieuwe woning in het buitengebied ontwikkeld kan worden. Doorwerking plan(locatie) Voorliggend plan voorziet in het realiseren van een woonlocatie met in totaal 58 woningen in de kernrandzone van Schijndel. Het planvoornemen kent een divers programma voor verschillende doelgroepen. Met de toevoeging van in totaal 58 woningen draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan de concrete behoefte van 120.000 nieuwe woningen. Hoewel bij het realiseren van nieuwe woningen de voorkeur bij inbreidings- en transformatielocaties in bestaand stedelijk gebied ligt, is dit bij voorliggend initiatief, gezien de aard en omvang, niet mogelijk. Desondanks is het plangebied een geschikte locatie, aangezien voorliggend plangebied in de kernrandzone, direct grenzend aan het stedelijk gebied.

47

Middels een Ladderonderbouwing is tevens onderbouwd dat de voorgenomen ontwikkeling aan de behoefte naar nieuwe woningen, met bijbehorend programma, tegemoet komt en er sprake is van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Met de realisatie van in totaal 58 woningen wordt invulling gegeven aan de ambities en uitgangspunten van de provincie. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten, zoals verwoord in de Brabantse Agenda Wonen. De ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid van onderhavige ontwikkeling wordt gemotiveerd in de hoofdstuk 5. 4.4 Gemeentelijk beleid De provinciale ruimtelijke beleidskaders zijn of moeten worden vertaald in het gemeentelijke ruimtelijke beleid. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het Actieplan Woningbouw (2021), de Ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel, het Actieplan woningbouw – Woningbouwoffensief Meierijstad, de Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Meierijstad, Woonzorgvisie 2024, het Paraplu-omgevingsplan parkeren, de Welstandsnota Meierijstad 2018 en het Programma Water en Riolering Meierijstad (PWR, 2022). Daarnaast is er al uitgebreid aandacht besteed aan de vigerende bestemming met daartoe behorende regels in paragraaf 1.3 van deze plantoelichting.

Actieplan Woningbouw (2021) Toetsingskader Meierijstad wil een stad zijn met een aantrekkelijk woonklimaat en een woningaanbod voor iedereen. Gestreefd wordt, naast vitale wijken en kernen, naar een gevarieerd woningaanbod in aantrekkelijke, leefbare buurten om ruimte en kansen te bieden aan alle bevolkingsgroepen en leefstijlen. Waar de vergrijzing, de gezinsverdunning en de inclusieve samenleving, waar iedereen meedoet en tot zijn recht komt, om aandacht vragen. Waar de gemeente duurzaam en zorgvuldig gebruik maakt van de ruimte en bestaand vastgoed. Een woonbeleid wat toekomstbestendig is en haar basis vindt in de woningbehoefte van de woningzoekenden. Om te voorzien in de diversiteit van woningbehoeften en wensen van eigen inwoners en van hen die zich in Meierijstad al dan niet tijdelijk willen vestigen, geeft de gemeente ruimte aan woningbouwplannen. Voor de woningbehoefte wordt niet alleen gekeken naar de korte maar

48

ook naar de lange termijn. Waar het goede van het landelijk wonen wordt behouden en de meer stedelijke kern aantrekkelijker wordt gemaakt en wordt versterkt. En waar de gemeente samenwerkt met plaatselijke partners en inwoners, maar ook met de regio. De gemeente richt de aandacht op vier thema’s en de realisatiekracht van deze visie: 1. de dynamiek van de woningmarkt: een continue afstemming van de vraag naar passende woningen en het aanbod (bestaand en nieuw) in relatie tot de behoefte op de langere termijn onder wisselende omstandigheden; 2. wonen, welzijn en zorg: de samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving; 3. duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed; 4. leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. De gemeente Meierijstad geeft prioriteit aan inbreidingsplannen boven uitbreidingsplannen. De gemeente geeft tevens aan meer ruimte te willen bieden aan nieuwe woonvormen voor ouderen die willen doorstromen.

Daarbij wil de gemeente de doorstroming van ouderen, eventueel met een zorgbehoefte, naar meer geschikte woningen stimuleren. De gemeente legt het accent op het bouwen voor de doorstroming door goede alternatieven te realiseren voor ouderen (de woonwensen van ouderen in met name de kleinere kernen) en dure scheefwoners (in met namen de grotere kernen). Daarbij wordt ingezet op inbreiding in bestaande kernen met aandacht voor kwaliteitsverbetering en zorgvuldig ruimtegebruik en behoud van de kracht van de kern. Een dergelijke kwaliteitsverbetering, die ook kan resulteren in unieke woonconcepten op unieke plekken is bijvoorbeeld wenselijk voor vastgoed dat niet meer voor het oorspronkelijke doel wordt gebruikt, leeg staat of al gesloopt is. Doorwerking plan(locatie) De 58 woningen zijn divers van karakter: in uitstraling, opbouw, verkoopprijs en type (sociaal en koop). Navolgend is de gewenste verdeling van de woningen weergegeven naar sociaal en koop en mogelijke prijscategorie.

49

Het op de markt brengen van de op te richten woningen kan zorgen voor een stimulans op de doorstroming binnen de woningmarkt binnen de kern Schijndel en de gemeente Meierijstad. Het planvoornemen is daarmee in lijn met het streven van de gemeente Meierijstad naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, betaalbare, goede, gevarieerde en passende woningen. Het plan komt tegemoet aan een actuele behoefte. Het plan sluit expliciet aan bij de ambitie en wens die gemeente Meierijstad uitspreekt in haar Woonvisie Meierijstad. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in het Actieplan Woningbouw uit 2021. De Ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel Toetsingskader Op 24 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad De Ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel vastgesteld. Dit beleidsdocument legt de gewenste en verwachte ruimtelijke ontwikkeling tot 2028 voor de kern Schijndel in grote lijnen vast. In de notitie is middels een ruimtelijke, landschappelijke en maatschappelijke analyse onderzocht op welke wijze in de woningbehoefte kan worden voorzien en tegelijkertijd een compacte kern van Schijndel kan worden behouden. De Ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel vormt de opmaat naar de omgevingsvisie.

Als vervolg op de Structuurvisie Ruimte uit 2012 van de voormalige gemeente Schijndel en als input voor de Omgevingsvisie is er voor Schijndel een ruimtelijke analyse en functionele ‘update’ gemaakt. In de Woonvisie uit 2018 is de kwantitatieve woningbehoefte voor Schijndel opgenomen. In deze Bouwsteen wordt onder meer ingegaan op de kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte gekoppeld aan ruimtelijke kwaliteitskaders.

50

Aanleiding wijziging ruimtelijke visie De druk op de Schijndelse woningmarkt is groot. Tot 2028 ligt er een opgave om binnen de kern Schijndel circa 700 woningen te realiseren. Deze woningen kunnen niet binnen de bestaande kern worden gerealiseerd. Deze Bouwsteen richt zich vooral op de ruimtelijke kwaliteiten van Schijndel en hoe deze kwaliteiten ook in de toekomst met de gevraagde opgaven kunnen worden behouden. Het gaat daarbij om het aangeven van ontwikkelingsrichtingen, kwalitatieve en kwantitatieve behoefte en ruimtelijke kwaliteitskaders. Zo gaat het in dit beleidsdocument bijvoorbeeld meer om de vraag welke soort woningen op welke plaats kunnen worden gebouwd, dan om het vastleggen van de aantallen te bouwen woningen per jaar. Analyse In de ruimtelijke analyse van Schijndel zien we dat dit dorp zich lineair ontwikkeld heeft op een hoger gelegen zandrug tussen de Dommel en de Aa. De centrale dorpsweg, de Hoofdstraat heeft drie kernen gekend rondom drie kerken, waar woonbebouwing en voorzieningen gesitueerd waren. Vanuit deze kernen is Schijndel gegroeid aan weerszijden van de bebouwing langs de hoofdweg op de iets lager gelegen gronden achter de zandrug. Die ontwikkeling is zo gegaan dat er steeds groene ruimte tussen de bebouwing open bleef, met bospercelen en agrarische grond.

Hier werden de groene voorzieningen voor de nieuwe woonbuurten in gesitueerd, zoals sportvelden en parken. Zo zijn de voor Schijndel kenmerkende 'groene wiggen' ontstaan, die door de bewoners van Schijndel als een belangrijke kwaliteit gezien worden. Dorp en land zijn sterk verweven. Iedereen woont dicht bij het landschap; veel mensen wonen aan het groen door de grote randlengte van de wiggen én vanuit de groene wiggen wandel of fiets je via de wiggen naar het buitengebied toe. Althans tot het jaar 2000, toen de Structuurweg gereed kwam, die als een ceintuur langs de noord-oost en oostzijde van Schijndel is gelegd. De fysieke relaties met het dal van de Aa zijn toen op een aantal plaatsen opgeheven in verband met de doorstroomcapaciteit en verkeersveiligheid. Door de aanleg van een geluidswal langs de Structuurweg is ook de visuele relatie, vanuit het dorp met het landschap en omgekeerd, verbroken. De woonbebouwing is door gezet tot aan de geluidswal. De verwevenheid van dorp en land bestaat hier niet meer. Daarom is niet overwogen om voor uitbreidingslocaties verder in noordoostelijke richting te zoeken.

51

Daarbij kwam dat Wijbosch al flink is gegroeid in de richting van Schijndel en dat Meierijstad wil voorkomen dat de afzonderlijke kleine kernen met cultuurhistorische kwaliteiten onderdeel worden van de grote kernen. Meierijstad onderscheidt zich van andere steden door de aanwezigheid van cultuurhistorisch waardevolle plekken verspreid in de hele gemeente, bestaande bij de gratie van de wisselwerking tussen dorps en landelijk gebied, en wil dat graag zo houden. De nabijheid van het landschap is een belangrijke waarde voor de afzonderlijke kernen van Meierijstad. Voor de toekomstige uitbreidingen is daarom ook gekeken naar de zuidwestelijke rand van Schijndel. Ook hier bestaat een meanderende rafelige dorpsrand en dringen groene wiggen diep in het dorp door. Voor nieuwbouw wordt prioriteit gegeven aan inbreiding van de bestaande kern met aandacht voor kwaliteitsverbetering, zorgvuldig ruimtegebruik en behoud van de kracht van de kern. Initiatieven met betrekking tot woningbouw moeten voldoen aan ruimtelijke kwaliteitscriteria. De elf kernwaarden van Schijndel dragen er toe bij dat Schijndel haar eigen specifieke dorpse identiteit behoudt. In deze Bouwsteen worden 11 kernkwaliteiten voor ontwikkelingen benoemd: 1. Compacte bebouwingsopzet op de smalle dekzandrug; 2. Groene wiggen, die diep doordringen tot in de bebouwde kom van het dorp; 3.

Robuuste bomenstructuur, langs wegen en paden in het dorp die naar het omliggende landschap leiden en van cultuurhistorische waarde kunnen zijn, maar ook vanuit ecologie, klimaatadaptatie en tegengaan van hittestress van belang zijn; 4. Compacte dorpskern: huiskamer van Schijndel; 5. 't Noord en 't Zuid; 6. Compleet aanbod van onderwijsvoorzieningen; 7. Bloeiend verenigingsleven; 8. Kunst en Cultuur; 9. Kleinschalige bedrijventerreinen in gebied in de dorpsstructuur; 10. Dorpse bebouwing; 11. Zorgvuldige inrichting van de openbare ruimte. De juiste woningen moeten op de juiste plaats worden gebouwd. Toekomstbestendig bouwen betekent doorstroming bevorderen, zodat de bestaande woningvoorraad zo goed mogelijk benut blijft. Transformatie van vrijkomende bebouwing, mits geschikt, kan eveneens worden benut. Hoewel inbreidings-en transformatielocaties de prioriteit hebben, is er ook

52

gezien de behoefte op korte termijn aan nieuwbouw, uitbreiding nodig. Uit de analyse is immers gebleken dat alleen met inbreiding niet in de volledige opgave kan worden voorzien. Dorpsuitbreiding Schijndel Dorpsuitbreiding is alleen dan aan de orde, wanneer naast de andere genoemde opties versnelling noodzakelijk blijkt. Het is dan denkbaar dat er aan de rand van het dorp een uitbreiding van woningen komt. Ook hiervoor geldt dat dit bij voorkeur op locaties gebeurt waar ruimtelijke/milieu knelpunten worden opgelost en ruimtelijke kwaliteit wordt toegevoegd. In deze recente visie op de uitbreidingslocaties is bij de keuzes van de uitbreidingslocaties er vanuit gegaan dat een nieuwe uitbreiding vanzelfsprekend moet aansluiten op het bestaande dorpse weefsel met een optimale bereikbaarheid voor langzaam verkeer. Ook moet de locatie een bijdrage leveren aan de verlenging van de rand van het dorp en de vorming van landschappelijke lobben. Voor uitbreiding komen de locaties in aanmerking die een kwalitatieve verbetering voor het dorp betekenen. In de Bouwsteen is het eikenblad gebruikt als symbool van de ruimtelijke basisstructuur van Schijndel. Hier kunnen we duurzame woonbuurten maken, die de bestaande wiggen vergroten door erlangs te gaan bouwen richting buitengebied.

Door deze tevens te situeren aan bestaande wegen richting de Hoofdweg in Schijndel, die nog voldoende capaciteit hebben om toename van dorpsverkeer te verwerken, de Langstraat, de Schootsestraat, en de Putsteeg, is er geen Structuurweg nodig langs deze kant van het dorp en kan de verwevenheid van dorp en land blijven bestaan. Voor de nieuwe woonbuurten is alleen de aanleg van een interne verkeersstructuur nodig, waardoor de hoeveelheid te realiseren verharding beperkt kan blijven. Vanuit duurzaamheidsperspectief is dit een belangrijke overweging. In alle toekomstige ontwikkelingen is de 'eikenbladstructuur' leidend. Dit houdt in dat de rafelrand en groene wiggen behouden dienen te blijven. Daarnaast dient bij nieuwe ontwikkelingen de randlengte met het landschap zo groot mogelijk houden. Dat betekent dat de groene lobben gehandhaafd dienen te worden. Op onderstaande kaart zijn onder meer de dorpsuitbreidingslocaties aangegeven. De planlocatie is hierin globaal rood omcirkeld.

53

Uitgangspunten woningbouwopgaven Voor de woningbouwopgave dient rekening te worden gehouden met de volgende uitgangspunten: • ‘Bij alles wat we doen rekening houden met de effecten op ‘elders’ en ‘later’’ (duurzaamheidsvisie); • Bij alle nieuwbouw moet worden aangesloten op de Woonvisie van Meierijstad. • Nieuwe woonbebouwing wordt ontwikkeld tezamen met nieuwe groenvoorzieningen, voldoende parkeren, rekening houden met voetgangers, sociale veiligheid, verlichting, waterberging en voldoende ruimte voor boomclusters, straten met groen en bomen en groene erfscheidingen tussen private domein en het publieke domein.

54

•

• •

• • • • • •

Waar mogelijk worden bestaande boomstructuren versterkt. Bij de inrichting biodiversiteit nastreven aansluitend op de Duurzaamheidsvisie Meierijstad; Nieuwbouw past binnen het karakteristieke Schijndelse dorpse bouwen: kleine bebouwingskorrel met afwisselend programma op relatief grote kavels. Voortuinen en groene erfafscheidingen. De kavels liggen met hun voorzijde aan openbaar gebied. De openbare ruimtestructuur van nieuwbouwbuurten sluit op een vanzelfsprekende manier aan op het bestaande netwerk van Schijndel. Nieuwbouw bevordert, waar mogelijk, versterking van het fijnmazig netwerk van openbaar gebied in het dorp . Daarbij worden historische paden die verloren zijn gegaan, zoals kerkpaden, waar mogelijk hersteld. Uitbreiding versterkt de groenstructuur van Schijndel: de meanderende dorpsrand en de structuur van groene wiggen. De relatie vanuit de bebouwing met het landschap blijft bij uitbreiding aanwezig. Waar mogelijk continuïteit aanbrengen in de langzaam verkeerverbindingstructuur tussen het dorp en het buitengebied. Bestaande wegen, die een andere functie krijgen door de realisatie van nieuwbouw, krijgen tegelijkertijd een aangepaste inrichting. De gemeentelijke sneltoetscriteria van Meierijstad zijn van toepassing. De Schijndelse spelregels op straatniveau zijn van toepassing voor een duurzame, leefbare, mooie leefomgeving met toekomstwaarde.

Doorwerking plan(locatie) De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 58 woningen in het buitengebied van Schijndel, in een kernrandzone, direct grenzend aan het bestaand stedelijk gebied. Gezien de aard en omvang kan deze voorgenomen ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd worden. Daarom zullen deze 58 woningen in het buitengebied, aangrenzend aan de kern Schijndel verwezenlijkt worden. Feitelijk betekent de oprichting van de woningen een intensivering van het gebruik van een nieuwe stedelijke locatie. Middels voorliggende ontwikkeling wordt de 'eikenbladstructuur' met de groene wiggen versterkt. Naast de landschappelijke inpassing van het naastgelegen plan, is zowel binnen openbare ruimte als het perceel waarop onderhavig ontwikkeling betrekking heeft groen voorzien in de vorm van groene hagen, bomen, wadi's en grasvelden. Op deze manier wordt er gestreefd naar biodiversiteit, dat aansluit bij de Duurzaamheidsvisie van de Gemeente Meierijstad. Tegelijkertijd ontstaat middels deze groene inrichting een woonwijk met een landelijk karakter. Bij de onderhavige planontwikkeling worden ook onderstaande waarden versterkt:

55

• • • • •

traditie van zorgvuldig ruimtegebruik doorzetten waterbergend vermogen ter compensatie van de toegenomen verharding. Een nieuwbouwwoning welke zal voldoende aan kwaliteitseisen van de gemeente Een afdoende ontsluiting en parkeeroplossing van en op het terrein. Het respecteren van landschappelijke en cultuurhistorisch waarden.

Op basis van de provinciale en gemeentelijke woonvisie is met een ladderonderbouwing de vraag naar woningen en de behoefte naar een divers woningbouwprogramma in de regio aangetoond. Middels dit plan wordt zowel voldaan aan de kwalitatieve als de kwantitatieve woningbehoefte in Schijndel. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in De Ruimtelijke Bouwsteen voor Schijndel. Actieplan woningbouw – Woningbouwoffensief Meierijstad Toetsingskader In 2021 heeft de gemeenteraad het 'Actieplan woningbouw - Woningoffensief Meierijstad' vastgesteld. Dit actieplan woningbouw 2021 geeft aan hoe om te gaan met de hogere woningbouwprognoses die door de provincie voor de gemeente zijn afgegeven en hoe deze prognoses gecombineerd kunnen worden met het versnellen van de woningbouwproductie. Dit plan is geen nieuwe woonvisie. Die is in 2018 al geformuleerd. Wel wordt hier beschreven welke uitgangspunten uit de Woonvisie 2018 aanpassing behoeven om zo de doelen uit dit actieplan te realiseren. Dit plan heeft als voornaamste doel om het aantal woningen dat jaarlijks gebouwd wordt te vergroten. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet die nodig is om de woningmarkt in Meierijstad beter te laten functioneren. Er wordt daarbij gefocust op de acties en maatregelen die hiervoor nodig zijn.

Separaat aan dit actieplan worden aanvullende punten opgepakt waarbij een volgende stap gezet kan worden in het verbeteren van de woningmarkt. Denk daarbij aan de betaalbaarheid en de typologieën en de kwalitatieve verdeling van woningen. Woningbouw is onderdeel van integraal ontwikkelbeleid. In een toekomstvisie of Omgevingsvisie wordt dit integraal ontwikkelbeleid vorm gegeven. In de gebiedsontwikkelingen van de gemeente, waar de woningbouw een plek moet krijgen, is de integrale afweging verder getoetst en uitgewerkt.

56

Om deze versnellingsdoelstelling mogelijk te maken, wordt in dit actieplan de focus gelegd op nieuwbouw door middel van uitbreidingslocaties (instrument 1). Daarnaast wordt gekeken naar sturingsmogelijkheden bij nieuwbouw door huidige knelpunten in het traject van bouwaanvragen weg te nemen (instrument 2). Nieuwbouw De nieuwbouw voor binnenstedelijke permanente woningen betreft voornamelijk de harde en zachte plannen in de bestaande bouwplannen. De actie is hier vooral gericht op continue doorbouwen en doorstroming houden in de plannen. De gemeente wil daarbij het huidige gemiddelde van zo’n 400 woningen per jaar handhaven voor de komende jaren en bevorderen dat dit aantal in elk geval wordt gehaald. Bouwtempo De verwachte bouwplannen variëren niet alleen in hardheid, maar ook in de fasering van de plannen en in het mogelijke bouwtempo. In de staaf 'bouwtempo' heeft de gemeente het programma uit de programma-staaf onderverdeeld in de categorieën gerealiseerd 2020 (420), kleinere, reguliere plannen die nu ook voornamelijk ontwikkeld worden en die met name inbreiding zijn (2.983) én de bouwplannen waarvan verwacht wordt dat die een extra impuls kunnen geven aan de versnellingsopgave (2.185). Deze laatste groep betreft bouwplannen van meer dan 20 woningen in bestaande uitlegplannen die ingezet kunnen worden voor de versnellingsopgave.

De plannen spelen in verschillende kernen met als zwaartepunt Veghel (Veghels Buiten NO), Schijndel en Erp. De gemeente verwacht dat de kleinere, reguliere plannen in een zelfde bouwtempo als nu zullen worden voortgezet. Daarmee moet het huidige gemiddelde van zo’n 400 nieuwe woningen per jaar gerealiseerd kunnen worden. Daar blijft de gemeente op sturen en dat betekent ook dat de gemeente, nog nadrukkelijker dan voorheen, bouwplannen die maar niet tot definitief plan en/of ontwikkeling willen komen actiever gaat benaderen. Versnellingsacties De bestaande uitbreidingsplannen worden nog aangevuld met extra versnellingsacties. In deze versnellingsacties wordt voor 1.645 woningen gezocht naar bouwmogelijkheden, waarbij een realisatie binnen 10 jaar nagestreefd wordt. Deze woningen zullen grotendeels in de kernen Schijndel en Sint-Oedenrode worden gepland. Met deze 1.645 woningen uit de extra versnellingsacties, bovenop de 2.185 woningen uit de bestaande uitbreidingslocaties, wordt gestreefd naar een duurzaam gelijkmatig hoger bouwtempo van minimaal 600 woningen per jaar voor de minimaal komende acht tot tien jaar.

57

Doorwerking plan(locatie) Voorliggend plan voorziet in het realiseren van een woonlocatie met in totaal 58 woningen in het buitengebied van Schijndel. Het toevoegen van 58 woningen draagt bij aan de kwantitatieve behoefte naar minimaal 600 woningen per jaar in de gemeente Meierijstad. Door het realiseren van de woningen wordt een extra impuls kunnen geven aan de versnellingsopgave. Op deze manier wordt bijgedragen aan de 5.750 woningen waar volgens de prognose in 2040 behoefte aan is. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten, zoals verwoord in het Actieplan woningbouw Woningoffensief Meierijstad. Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Meierijstad Toetsingskader Met een doelgroepenverordening borgt de gemeente dat de segmenten sociale huur, middenhuur, sociale koop en sociale middeldure koop voor de beoogde doelgroep ontwikkeld worden en behouden blijven. Met een koppeling aan het omgevingsplan kan bij nieuwbouw geborgd worden dat de nieuwe woningen voor de beoogde doelgroep worden gerealiseerd en in stand blijven. Doorwerking plan(locatie)

58

Conclusie Het initiatief heeft een mooie verdeling van de woningen over sociale huur en koop, en een mooie verdeling van de woningwaarden over de diverse prijscategorieën. Alle typen woningen zijn voldoende vertegenwoordigt in het planvoornemen. Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten, zoals verwoord in de Verordening doelgroepen woningbouw gemeente Meierijstad. Woonzorgvisie 2024 Toetsingskader Wettelijk kader verandert: relatie met Omgevingswet en Wet versterking regie volkshuisvesting. Gemeenten worden met de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) vanaf 2026 verplicht een Woonzorgvisie op te stellen. In de visie moeten zij aangeven hoe ze invulling geven aan de vraag naar woonruimte van ouderen. Vergrijzing zet door, aantal jongeren daalt We zien dat het aandeel mensen in de leeftijd 30-54 jaar globaal op peil blijft. Zij zorgen met name voor aanwas van de jongste categorie 0-14 jarigen. Vooral het aandeel ouderen boven 75 jaar neemt stevig toe. Die trend van de afgelopen tien jaar zet voorlopig door, met ruim een verdubbeling van het aantal ouderen boven 85 jaar. Er komen meer ouderen met vermogen en een relatief hoger inkomen. Ze pakken meer regie over hun eigen leven. Dit heeft effect op de woonopgave voor ouderen.

Ouderen willen wel willen verhuizen, maar het alternatieve, geschikte aanbod ontbreekt. Integraal Actieplan Doorstroming De gemeente zet in op het op gang krijgen van doorstroming op de woningmarkt en dan vooral van ouderen uit eengezinswoningen naar levensloopbestendige woningen. Daarmee komen eengezinswoningen vrij voor bijvoorbeeld (startende) gezinnen en expats. Hierbij is er oog voor de sociale component: doorstroming in eigen buurt of kern, met het oog op bestaande sociale verbanden. Levensloopbestendig woning is de norm. Daarmee wordt tevens gewerkt aan een flexibele woningvoorraad voor de langere termijn. Bij binnenstedelijke ontwikkelingen zet de gemeente in op levensloopbestendige- en seniorenwoningen (rollatorgeschikt) en doorstroming in de eigen wijk en ligt de focus op seniorenwoningen (rollatorgeschikt) om doorstroming in eigen wijk/kern op gang te brengen.

59

Doorwerking plan(locatie) Het op de markt brengen van de op te richten woningen kan zorgen voor een stimulans op de doorstroming binnen de woningmarkt binnen de kern Schijndel en de gemeente Meierijstad. Het planvoornemen is daarmee in lijn met het streven van de gemeente Meierijstad naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, gevarieerde en passende woningen. Het plan komt tegemoet aan een actuele behoefte. Het plan sluit expliciet aan bij de ambitie en wens die gemeente Meierijstad uitspreekt in haar Woonzorgvisie. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten, zoals verwoord in de Woonzorgvisie 2024. Parapluomgevingsplan parkeren / Nota Parkeernormen Meierijstad 2018 Toetsingskader Vanaf 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening komen te vervallen. Eén van de consequenties van het vervallen van de stedenbouwkundige voorschriften is dat vanaf dat moment bij het verlenen van een omgevingsvergunning niet meer op basis van de Bouwverordening getoetst kan worden aan de gemeentelijke parkeernormen. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om via het omgevingsplan regels te stellen over parkeernormen. De gemeente Meierijstad is voornemens om alle huidige omgevingsplannen aan te laten sluiten bij de doelstellingen van deze wetswijziging.

Dit betekent dat de parkeernormen bij (bouw)plantoetsing nu aan de omgevingsplannen gekoppeld gaan worden. Geldende omgevingsplannen die in de regels reeds verwijzen naar het parkeerbeleid en/of waarvoor geldt dat in de regels reeds parkeernormen zijn opgenomen, hoeven strikt genomen niet te worden herzien, maar het kan wel. Voor de uniformiteit is ervoor gekozen om de normen op alle ruimtelijke plannen van toepassing te verklaren. Het plan bevat daarnaast een mogelijkheid voor het bevoegd gezag om bij een omgevingsvergunning af te wijken van de normen, mits aangetoond wordt dat dit niet zal leiden tot onvoldoende parkeergelegenheid. Het niet in stand houden van parkeerplaatsen wordt bovendien aangemerkt als zijnde strijdig met het omgevingsplan. Doorwerking plan(locatie) Verwezen wordt naar hoofdstuk 3 en hoofdstuk 5 paragraaf 14.

60

Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in het Paraplu-omgevingsplan Parkeren / Nota Parkeernormen Meierijstad 2018.

Welstandsnota Meierijstad 2018 Toetsingskader De Welstandsnota Meierijstad 2018 is vastgesteld op 5 juli 2018. De welstandsnota heeft de ambitie om bij te dragen aan een hoogwaardige woon- en leefomgeving voor iedereen in Meierijstad en geeft daarom nuttige aanwijzingen bij nieuw- en verbouwplannen. De nota is gebaseerd op bestaand welstandsbeleid uit de nota’s van Schijndel, Veghel en SintOedenrode, aangevuld met het actuele thema duurzaamheid. De verschillen in de nota’s zijn genivelleerd door nog meer delen van het grondgebied welstandsvrij te verklaren. In die gebieden is voor nieuwe bouwinitiatieven wel een welstandsbeoordeling van toepassing. Met het nieuwe voorstel wordt de gebiedsgerichte welstandsbeoordeling beperkt tot de gebieden met een beeldkwaliteitsplan. In de overige gebieden blijft de welstandsbeoordeling beperkt tot de ‘objectbeoordeling’ (onder andere monumenten) of ‘themabeoordeling’(reclames). De welstandsbeoordeling wordt niet volledig afgeschaft, maar wel overal waar het verantwoord is. De welstandsbeoordeling blijft beperkt tot: • de centrumgebieden van Schijndel, Veghel, Sint-Oedenrode en Erp; • monumenten; • beeldbepalende en cultuurhistorisch waardevolle panden; • bijzondere bebouwing en ensembles; • gebieden met een beeldkwaliteitseisen; • nieuwbouw in de overige gebieden.

Zodoende is er geen welstandsbeoordeling meer nodig voor de volgende initiatieven: • Veel voorkomende (kleinere) vergunningplichtige bouwwerken. Deze werden voorheen beoordeeld aan de zogenaamde sneltoetscriteria. De initiatiefnemers krijgen nu dus meer vrijheden, maar tegelijkertijd ook een grotere verantwoordelijkheid voor behoud van de ruimtelijke kwaliteit. • Vergunningplichtige verbouwingen in alle kerkdorpen en de historische linten in de drie kernen. Nieuwe bouwinitiatieven op deze plaatsen worden wel beoordeeld aan de criteria nieuwbouw of de beoordelingscriteria in het op te stellen

61

• •

beeldkwaliteitsplan. Samen met de regels in het omgevingsplan stimuleren we het behoud van identiteit en karakter van deze gebieden. Vergunningplichtige bouwinitiatieven anders dan nieuwbouw in de overige gebieden. Vergunningvrije bouwactiviteiten in gebieden met een beeldkwaliteitsplan.

Doorwerking plan(locatie) In het kader van de vergunningverlening buigt de Welstandscommissie zich over het plan. Het stedenbouwkundig plan en de impressies – zie bijlage 1 en 3 – maken onderdeel uit van onderhavige motivering en dient als uitgangspuntendocument en inspiratiebron te worden ingezet bij het verdere ontwerp van de woningen en de openbare ruimte binnen dit gebied. Tevens dient het stuk als toetsingskader voor de welstandcommissie bij de beoordeling van de omgevingsvergunning(en). De voorgestane ontwikkeling steunt zodoende de waarborging van de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en daarmee de ruimtelijke karakteristiek en identiteit ter plaatse. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in het welstandsbeleid. Programma Water en Riolering Meierijstad (PWR, 2022) Toetsingskader Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)komen te vervallen. Hiervoor in de plaats is het Programma Water en Riolering (PWR) gekomen. Doorwerking plan(gebied) Voor de waterparagraaf die ten behoeve van onderhavig bouwplan is opgesteld, wordt verwezen naar paragraaf 5.5 van deze ruimtelijke motivering en de hieraan gekoppelde watertoets (bijlage 7).

Conclusie Vanuit het oogpunt van hydrologie zijn er geen belemmeringen voor het (bouw)plan. 4.5 Conclusie De voorgenomen herontwikkeling past binnen het vigerend ruimtelijke beleid van het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Meierijstad.

62

5. ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De beleidsvelden groeien naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de afweging van het al dan niet toelaten van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Tevens is het van belang milieubelastende functies, zoals bedrijfsactiviteiten, ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies, zoals woningen. Ten behoeve van onderhavig planvoornemen is door De Roever Omgevingsadvies een milieuscan uitgevoerd naar de milieu-hygiënische gevolgen van het plan op de omgeving en andersom. Daar waar expliciete verdieping in de materie heeft plaatsgevonden, middels het uitvoeren van een nader (deel)onderzoek, is dat als zodanig vermeld. In de milieuscan, welke als bijlage 3 aan deze motivering is toegevoegd, wordt aandacht besteed aan de aspecten (ondergrondse) infrastructuur, kabels en (buis)leidingen, activiteiten en milieuzonering, geur, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid en volksgezondheid. 5.1 Gezondheid als basis Ruimtelijke inrichting dient de gezondheid te beschermen.

De volgende kernwaarden zijn daarin belangrijk voor een gezonde woonomgeving: • Dat wonen en druk verkeer gescheiden zijn, • dat functies (wonen, werken en voorzieningen) goed gemengd zijn • en overlastgevende bedrijven op afstand staan. Onder gevoelige bestemmingen verstaat de GGD (anders dan in ‘besluit gevoelige bestemmingen’) niet alleen kinderdagverblijven, scholen en verzorgings- en verpleegtehuizen, maar ook (voormalige bedrijfs- en plattelands)woningen. Luchtkwaliteit Blootstelling aan fijnstof (PM2,5-PM10), stikstofdioxide (NO ) en andere luchtverontreinigende stoffen kan leiden tot luchtwegklachten, acute klachten van ogen, neus en bovenste luchtwegen, verminderde longfunctie, hart- en vaatziekten en vervroegde sterfte. Voor kinderen, ongeboren baby’s, ouderen en mensen die al ziek zijn (denk aan astma en COPD), is het risico groter dan voor gezonde mensen. Verschillende bronnen van luchtverontreiniging (zoals wegverkeer, vliegverkeer en industrie) stoten ook ultrafijnstof uit. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat langdurige blootstelling aan ultrafijnstof een negatieve invloed heeft op de gezondheid, met name op de luchtwegen, hart en bloedvaten en de

63

ontwikkeling en groei van de foetus. Dit komt bovenop de effecten van andere componenten van luchtverontreiniging. Er zijn nog geen gezondheidskundige advieswaarden vastgesteld voor ultrafijnstof. Het is bekend dat de wettelijke grenswaarden voor o.a. fijnstof niet voldoende beschermen tegen de schadelijke gezondheidseffecten van luchtverontreiniging; ook ónder deze grenswaarden treden er gezondheidseffecten op. Geur Geuren kunnen (ernstige) hinder en daarmee samenhangend klachten als stress, misselijkheid, hoofdpijn, prikkeling van slijmvliezen, irritatie van ogen en neus, en slaapproblemen veroorzaken. Dit kan het dagelijks leven behoorlijk verstoren, bijvoorbeeld doordat mensen ramen altijd gesloten willen houden of bijvoorbeeld niet graag thuis willen zijn. Het ruiken van een geur kan ook een waarschuwing zijn voor gevaarlijke situaties. Of en in welke mate mensen hinder en andere klachten ervaren hangt af van demografische, sociaaleconomische, persoonsgebonden en cognitieve factoren. Ook wanneer voldaan wordt aan de geurnormen, betekent dit niet automatisch dat niemand hinder ervaart. Dat toch hinder kan ontstaan ligt bijvoorbeeld aan het moment waarop de stank voorkomt (in de avond als mensen thuis zijn) of door weersomstandigheden (windstil).

Bij geur van veehouderij bleek uit evaluaties dat ook de systematiek van de wetgeving en het V-stacks model bijdraagt aan meer hinder dan wenselijk. Daarnaast zijn niet-geur gerelateerde factoren zoals in de tekst hierboven van invloed op de manier waarop geur ervaren wordt. Geluid & trillingen Het horen van (te)veel geluid kan leiden tot hinder, stress, slaapverstoring, hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten. Het RIVM heeft berekend dat geluid van wegverkeer in Nederland elk jaar bij ongeveer 750 mensen hart- en vaatziekten veroorzaken. Ongeveer 65 mensen overlijden daar elk jaar aan. Geluidsbelasting kan het gevolg zijn van verschillende bronnen, zowel binnen als buiten, zoals weg-, trein- en vliegverkeer of industrie. Laagfrequent geluid is geluid dat over grote afstanden hoorbaar is. Het is moeilijk vast te stellen uit welke richting het komt. Voorbeelden van bronnen van laagfrequent geluid zijn: bastonen uit muziek, wasmachines, verwarmingspompen, zwaar vrachtverkeer en vliegtuigen. Laagfrequent geluid kan leiden tot lichamelijke klachten als hoofdpijn, druk op de borst, zwaar gevoel in het hoofd, slapeloosheid, vermoeidheid, hartkloppingen, irritatie en

64

stress. Het bestaan van laagfrequent geluid kan als aandachtspunt meegenomen worden bij de bouw van een nieuwe gevoelige bestemming. Verschillende bronnen kunnen naast (laagfrequent) geluid ook trillingen veroorzaken. Denk daarbij aan weg- en spoorverkeer, industrie en bouwwerkzaamheden. Trillingen verplaatsen zich door de bodem en bouwmaterialen heen en de sterkte neemt af als de afstand tot de bron groter wordt. Het kan – net als geluid – leiden tot hinder, stress en verstoring van de slaap en/of dagelijkse activiteiten. Bodem Een bodemverontreiniging (grond en grondwater) kan alleen een gezondheidsrisico opleveren als je met de stof in contact komt (de blootstelling). In de meeste gevallen is de blootstelling van mensen aan een bodemverontreiniging zo laag, dat er geen nadelige gevolgen voor de gezondheid verwacht worden. Bij blootstelling aan bodemverontreiniging zijn de aard en mate van verontreiniging en gebruik van de bodem bepalend voor de eventuele gezondheidsrisico’s. Als de interventiewaarde wordt overschreden, dan is het verstandig om te laten beoordelen of er sprake is van gezondheidsrisico’s. De interventiewaarde geeft aan bij welke concentratie sprake is van een (dreigende) ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=aaf56393-8c63-4b33-9a60-63cde8a08b4a