CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlagenboek

Raadsvergadering 24 juni 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Pastoor Smitsstraat 19, Olland’21.267 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

humus code h1 h2

omschrijving licht humeus matig humeus

aard gr code ge di ab

omschrijving geleidelijk diffuus abrupt

bori bovengr NAPdikt ng ens (mv) hoogte e 1 0 9 10 10 8,9 10 20 8,8 35 55 8,45 15 70 8,3 20 90 8,1 5 95 8,05 30 115 7,85 2 0 9,1 15 15 8,95 25

3

4

5

40 70 75 80 110 115 0 15 40 55 65 70 75 100 105 0 20 40 50 75 100 0 15

8,7 8,4 8,35 8,3 8 7,95 9,1 8,95 8,7 8,55 8,45 8,4 8,35 8,1 8,05 9 8,8 8,6 8,5 8,25 8 9 8,85

aard gr ge ge ab di ab ab

kleur dgrbr brgr brgr lbrgr dge gegr ge

lithologi e zs1 zs1 zs1 zs1 zs1 lz1 zs1

mediaan zandfractie zf zf zf zf zf zf zf

humusgeh alte h2 h2 h1

ge

grbr br

zs1 zs1

zf zf

h2 h2

30 5 5 30 5

ge ge ge di ab

lbr lbr lbrgr dge gegr

zs1 zs1 zs1 lz1 lz1

zf zf zf zf zf

h1

15 25 15 10 5 5 25 5

ge di ge ge ge ge ab

grbr dbr br dge lbrgr gr grge lgegr

zs1 zs1 zs1 zs1 zs1 zs1 zs1 lz1

zf zf zf zf zf zf zf zf

h2 h2 h1

20 20 10 25 25

ge ge ge ab

dgrbr dbr br lbrgr ge

zs1 zs1 zs1 zs1 zs1

zf zf zf zf zf

h2 h2 h1

15 30 ge

dgrbr dbr

zs1 zs1

zf zf

h2 h2

vlekke n ge ge fe1 ge fe1 fe1 fmn1 fe1 ge ge ge hv fe1 fe1 fe1 fe1 fmn1 ge fe1 ge fe1 ge hv fe1 fe1 lgrge fe1 fmn1

hv

ge fe1 ge fe1 dge fe1 fe1 ge fe1 ge 30

horizo nt

plantenres ten dw

c c c c

pr1

overige bestanddelen

dw pr1

interpreta tie bv esd esd dza dza leemlaag dza

zwak lemig matig lemig matig lemig

bv esd

c c c c c

dza dza dza leemlaag dza dw

opmerkingen

pu1

c c c c c dw

bv esd esd dza dza dza dza leemlaag bv esd esd dza dza

pr1 c c dw pu1

bv esd

matig lemig matig lemig

zwak lemig matig lemig sterk lemig sterk lemig

zwak lemig

6

45 60 85 95 120 125 0 15 20

8,55 8,4 8,15 8,05 7,8 7,75 9 8,85 8,8

15 25 10 35 5

ge di di ge ab

brgr dg gr grge gr

zs1 zs1 zs1 zs1 lz1

zf zf zf zf zf

h2

75 85 90 115

8,25 8,15 8,1 7,85

fe1 ge hv fe1 fe1 fe1 fmn1

15 5 ge 55 ge

dgrbr dbr dbrgr

zs1 zs1 zs1

zf zf zf

h2 h2 h2

ge fe1 ge fe1

10 ge 30 ab 5 ab

brgr lgrge grge

zs1 lz1 zs1

zf zf zf

h1

fe1 ge fe1 fe1

31

esd dza dza dza leemlaag

c c c c dw

pu1 pu1, hk

c c

zwak lemig sterk lemig sterk lemig

bv bv esd esd leemlaag dza

verploegde onderkant esdek

32

33

Bijlage 3 Quickscan flora en fauna

NL.IMRO.1948.OLL000BP0022020-VG01

Pagina: 46 van 177

Datum:

Advies Quickscan flora en fauna ´Pastoor Smitsstraat´ te Olland

project Quickscan flora en fauna ´Pastoor Smitsstraat´ te Olland datum 9 april 2020 opdrachtgever Mvr. H. van Hoof projectnummer P02004 opgesteld door RdM Interne controle MvdS

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

1

Inleiding

Werkwijze quickscan flora en fauna

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van twee vrijstaande eengezinswoningende realisatie van twee vrijstaande eengezinswoningen aan de Pastoor Smitsstraat te Olland, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving.

In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016.

De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 9 april 2020 tussen 9.00 – 10.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 14°C, licht bewolkt, zonder neerslag, met een noordoostenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiele aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

1

Quickscan flora en fauna ´Pastoor Smitsstraat´ te Olland

Planbeschrijving Het plangebied is 200 meter ten zuiden van de kern van Olland, en 4 kilometer ten noordwesten van Sint-Oedenrode. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een agrarisch perceel, gelegen tussen Pastoor Smitsstraat 17 en 21. Langs de noord- en westrand van het plangebied is de Ollandse Waterloop gelegen.

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. Toekomstige situatie Binnen het plan worden twee vrijstaande woningen gerealiseerd. Het achterterrein krijgt een kwaliteitsverbetering en landschapsinvestering. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied

donderdag 9 april 2020

2

Quickscan flora en fauna ´Pastoor Smitsstraat´ te Olland

Figuur 5: Straatzijde perceel

Figuur 6: grens met Ollandse waterloop in westen plangebied

Figuur 4: Ollandse waterloop gezien vanaf straatzijde

Figuur 7: Zuidwestelijke hoek plangebied

donderdag 9 april 2020

Figuur 8: Zuidrand plangebied richting westen

Figuur 9: Zuidrand plangebied richting oosten

3

Quickscan flora en fauna ´Pastoor Smitsstraat´ te Olland

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid

De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig.

Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kampina en Oisterwijkse vennen”, bevindt zich op circa 7,5 kilometer afstand ten westen van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, en het hier de bouw van een enkele woning betreft, is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten. Volledige zekerheid omtrent het aspect stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS Calculator.

donderdag 9 april 2020

Figuur 10: Ligging NNN (groen) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 180 meter ten zuidwesten van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

4

Quickscan flora en fauna ´Pastoor Smitsstraat´ te Olland

Toetsing beschermde houtopstanden

Toetsing soortenbescherming

De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud.

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:

Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden verloren gaan is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

donderdag 9 april 2020

  

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Tabel 1

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven.

Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

-

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

-

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

5

Quickscan flora en fauna ´Pastoor Smitsstraat´ te Olland

De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.

De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief

donderdag 9 april 2020

effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 14 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’). Op het terrein is geen bebouwing aanwezig. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus en gierzwaluw worden uitgesloten. In de opgaande beplanting rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil.

Door het kale maar kleinschalige karakter zijn er eveneens geen nestlocaties van soorten zonder jaarrond beschermde nesten te verachten op de akker. Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet

jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en watervleermuis. Door het ontbreken van bebouwing en bomen zijn verblijfplaatsen van vleermuizen hier redelijkerwijs uitgesloten.

Er is geen sprake van het verwijderen van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien er geen aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen verwijderd worden. Toetsing Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen. Wel is het van belang dat licht gericht en uitschijnend op de Ollandse waterloop wordt vermeden.

6

Quickscan flora en fauna ´Pastoor Smitsstraat´ te Olland

Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt in zeer beperkte mate geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Een soort als veldmuis kan in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, bunzing, boommarter, eekhoorn, das en bever voor. Gezien de beperkte omvang en het volledig kale habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende marterachtigen.

Daarnaast wordt voor de kleine marterachtigen bij voorbaat geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht, aangezien het plangebied kleiner dan 1 hectare betreft en bij de werkzaamheden geen leefgebied in potentie doorsneden wordt (Bouwens, 2017). Er zijn geen holen of nesten in de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuil- of nestplaats voor deze soorten. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van

donderdag 9 april 2020

het plangebied door de das. De bever kan hooguit incidenteel in de naastgelegen watergang voorkomen, door de inrichting wordt deze locatie geschikter voor deze soort.

meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.

Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.

Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

Reptielen

Vissen

Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis en hazelworm. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.

Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten.

Ongewervelde diersoorten

Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde poelkikker, Alpenwatersalamander en poelkikker bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.

In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart en bosbeekjuffer. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Eu-

7

Quickscan flora en fauna ´Pastoor Smitsstraat´ te Olland

ropese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van dreps. Deze soort stelt echter zeer specifieke eisen aan zijn standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

donderdag 9 april 2020

Conclusie

Aanbevelingen

Op basis van deze quickscan wordt vervolgonderzoek naar het voorkomen van verschillende soortgroepen of effecten op beschermde gebieden niet noodzakelijk geacht. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag voor overtreding van verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming ten aanzien van soorten dan wel een vergunningsaanvraag in het kader van gebiedsbescherming. Het onderdeel houtopstanden is bij dit plan niet aan de orde.

Het plangebied biedt in de huidige situatie geen vaste nesten verblijfsmogelijkheden voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen, terwijl de ligging en omgeving van het plangebied zich hier wel voor lenen. Met een geringe inspanning, bijvoorbeeld door het inbouwen van neststenen of vleermuiskasten en/of de dakranden/spouwmuren toegankelijk te maken, kan de nieuwbouw wel gaan fungeren als vaste rust- en verblijfplaats voor huismussen, gierzwaluwen en/of vleermuizen. Gelet op het steeds verder verdwijnen van broed- en verblijfsgelegenheid kunnen relatief eenvoudige maatregelen een positief effect hebben op de lokale populatie van een soort.

Met betrekking tot foerageer- en vliegroutefuncties voor vleermuizen dient verlichting gericht en uitschijnend op de Ollandse waterloop te worden vermeden; Ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soorten dient de zorgplicht in acht te worden genomen.

Vogelbescherming Nederland heeft samen met BAM Utiliteitsbouw een checklist ontwikkeld, waarmee een bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. Door middel van het beantwoorden van enkele ja/nee vragen, kunnen eenvoudige maatregelen worden toegepast die goed zijn voor de stadsnatuur en speciaal voor vogels. Deze checklist is voor iedereen gratis te downloaden van de website van Vogelbescherming (www.vogelbescherming.nl/checklist/). Daarnaast is er tevens een brochure beschikbaar omtrent het vleermuisvriendelijk bouwen. Deze brochure is onder andere te vinden op de website van de Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl/brochureverschenen-over-vleermuisvriendelijk-bouwen/).

8

Quickscan flora en fauna ´Pastoor Smitsstraat´ te Olland

Samenvatting In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Tabel 3

Tabel 2

Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 7,5 km

Nee

-

Geen externe verstorende factoren

Natuurnetwerk Nederland

Ca. 180 m

Nee

-

Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk

Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Overzicht (potentiele) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Algemeen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf

Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

-

-

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

-

-

Foerageerhabitat

Ja

Te voorkomen

Vliegroutes

Ja

Te voorkomen

Licht gericht en uitschijnend op opgaand groen vermijden

Verlichting kan negatieve effecten hebben op foerageeren vliegroutefuncties

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de egel

Broedvogels

Vleermuizen

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

donderdag 9 april 2020

9

Quickscan flora en fauna ´Pastoor Smitsstraat´ te Olland

Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.

Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)

Provinciale bronnen  Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant  Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant)  Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in NoordBrabant)  Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)

Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)

donderdag 9 april 2020

10

Bijlage 4 Waterparagraaf

NL.IMRO.1948.OLL000BP0022020-VG01

Pagina: 57 van 177

Datum:

Beknopte waterparagraaf Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) Olland

Opdrachtgever BRO Bosscheweg 107 5282 W V BOXTEL

Projectnummer Aeres Milieu projectnummer AM20156 Status rapport Definitief Contactgegevens

Autorisatie

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

Opsteller rapport:

paraaf

Dhr. M. Vrolix, bc. Kwaliteitscontrole: Ing. T.K.P.G. Thijssen

datum 24 juni 2020

paraaf

datum 24 juni 2020

Beknopte waterparagraaf Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) Olland/ AM20156

INHOUDSOPGAVE

Inhoud 1. INLEIDING.................................................................................................................................. 3 2.

WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM .................................................................................... 6 2.1

Algemeen..................................................................................................................................................6

2.2

Watersystemen .......................................................................................................................................7 Grondwater ................................................................................................................. 7 Oppervlaktewater ........................................................................................................ 8 Hemel- en afvalwater .................................................................................................. 9

2.3

Samenvatting.......................................................................................................................................... 10

3. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN ............................................................................................ 11

Bijlagen: 1 Topografische overzichtskaart en kadastrale situatie 2 Situatietekening 3 Overzicht geraadpleegde literatuur

Pagina 2 van 11

Beknopte waterparagraaf Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) Olland/ AM20156

1.

INLEIDING

In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een beknopte waterparagraaf opgesteld voor een ontwikkeling van twee woningen aan de Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) te Olland (gemeente Meierijstad). In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een akkerland. Algemeen Coördinaten Oppervlakte Peil maaiveld Gemiddeld grondwaterpeil Waterschap Huidig gebruik plangebied Toekomstig gebruik plangebied

: X = 168.391 / Y = 404.455 2 : circa 1.510 m : circa 9 m +NAP : circa 7-8 m +NAP : De Dommel : weiland : wonen met tuin en natuur

De onderzoekslocatie ligt ten zuidoosten van het centrum van Olland. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Sint Oedenrode, sectie I, nrs 6647 (ged.) en 6648 (ged.). Ter plaatse wil men nieuwbouw realiseren (zie blauwe omlijning). De rode contour betreft het gehele bestemmingsoppervlak. Op onderstaande luchtfoto is de globale afbakening weergegeven. Zie bijlage 1 voor een topografische overzichtskaart en de kadastrale situatie.

Afbeelding 1: Luchtfoto met globale afbakening onderzoekslocatie (Bron:PDOK-viewer)

Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van deze waterparagraaf is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging voor de bouw van twee woningen op het plangebied en de verplichting hierbij ten minste hydrologisch neutraal te ontwikkelen. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de primaire watergang. Het achterste (westelijke) gedeelte van het perceel heeft momenteel de bestemming ‘agrarisch met waarden’ en wordt bestemd naar ‘natuur’. Afbeelding 2 geeft het planvoornemen weer, zie ook bijlage 2.

Pagina 3 van 11

Beknopte waterparagraaf Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) Olland/ AM20156

Afbeelding 2: Planinvulling onderzoekslocatie (Bron:opdrachtgever)

Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven van de manier waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van de voorgenomen herinrichting van het plangebied voor de waterhuishouding. Het doel is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Beleid Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In aansluiting op het landelijk beleid hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht behoort te worden hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater. Hierbij worden de afwegingsstappen “hergebruik – infiltratie – buffering – afvoer” (afgeleid van de trits “vasthouden – bergen – afvoeren” doorlopen. De waterhuishoudkundige situatie van het plangebied is onderzocht in het kader van de watertoets. In het waterhuishoudkundige onderzoek is beknopt aandacht besteed aan de huidige bodemkundige- en (geo)hydrologische situatie, de gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden, en de (on)mogelijkheden om neerslag in de toekomstige situatie te bergen en te infiltreren.

Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. De adviezen in dit rapport voldoen aan vigerende wet- en regelgeving van lokaal tot en met Europees niveau (zie bijlage 3). De Europese Commissie verplicht alle lidstaten elke zes jaar over het watersysteem te rapporteren in een beheerplan per stroomgebied, het SGBP. Naast dit beleidskader is in het Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant (2016–2021) ook het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgenomen. In Nederland wordt dit uitgeoefend door de diverse waterschappen die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. In aansluiting op het landelijk beleid is er een eigen waterbeheerplan ‘Waardevol Water’ opgesteld. Dit is gericht op een veilig een bewoonbaar beheergebied met voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Pagina 4 van 11

Beknopte waterparagraaf Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) Olland/ AM20156

De waterbeheerders werken daarvoor integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te halen. Voor de periode 2016-2021 is een nieuw Waterbeheerplan (WBP) opgesteld met de te bereiken doelen, hoe te bereiken en met welke partners (gemeenten, ondernemers, natuurverenigingen, de provincie en het Rijk). Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. De drie Brabantse waterschappen Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben een gezamenlijke Keur opgesteld. De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken. Meestal is een vergunning noodzakelijk. In sommige gevallen volstaat een melding. De uitzonderingen staan beschreven in de Algemene regels. Het waterschap maakt bij het beoordelen van plannen met een toenemend verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen.

Op planniveau is voor de herontwikkeling vanuit het waterschap geen compensatie vereist. De gemeente Meierijstad (waartoe Olland behoort) heeft een nieuw VGRP 2017-2022 en W aterplan ‘W aardevol water in Meierijstad’ opgesteld. Het is een functioneel beleidsdocument, waarin de gewenste toekomstige situatie is beschreven en verbeeld in acht streefbeelden op strategisch/tactisch niveau: Het watersysteem zo natuurlijk mogelijk laten functioneren zonder technische maatregelen. Water voor natuurdoelstellingen, waterconservering, berging van water. Overtollig water bovenstrooms vasthouden, water tijdelijk bergen in retentiegebieden langs waterlopen, als het echt niet anders kan pas afvoeren. Zelfreinigend vermogen toegenomen, weinig verontreinigingsbronnen (geen maaswater, geen chemische onkruidbestrijding, gescheiden rioleringssysteem. Zo min mogelijk vermenging van schoon en afvalwater Waterlopen als ecologische verbindingszone, natuurvriendelijke oevers, struweel, ruigtekruiden, poelen en bergingsvijvers in het stedelijk gebied ingericht als ecologische verbindingszone. W el toegankelijk met een recreatieve functie. Het aanleggen van retentiegebieden om piekafvoeren op te kunnen vangen. Grondwateroverlast komt niet meer voor. De natuurlijke aanwezigheid van water wordt gerespecteerd en is waar mogelijk benadrukt.

De huidige en toekomstige inwoners zijn actief bij het water in hun wijk en de omgeving betrokken. De planontwikkeling mag niet leiden tot verhoging of verlaging van de grondwaterstand en de afvoer naar het oppervlaktewater, ook niet bij extremere omstandigheden. Op particulier terrein is primair de eigenaar verantwoordelijk voor de verwerking van het afgekoppelde water, bij voorkeur door infiltratie in de bodem. Door middel van een waterparagraaf wordt het planvoornemen hydrologisch beschreven, waarna toetsing plaatsvindt door het bevoegd gezag. Eventueel benodigde vergunningen worden niet met deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. W anneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing/infiltratie of werkzaamheden in de buurt van een watergang), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen/meldingen aangevraagd worden via de gebruikelijke procedure. Leeswijzer In hoofdstuk 2 is het aanwezige watersysteem beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de afwegingen en eventuele belemmeringen voor de voorgenomen realisatie beschreven. In hoofdstuk 4 tenslotte worden nog enige aandachtspunten opgesomd.

Pagina 5 van 11

Beknopte waterparagraaf Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) Olland/ AM20156

2. 2.1

WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM Algemeen

De nieuwbouwlocatie is in gebruik als akkerland. Noord- en westelijk van het perceel stroomt de Ollandse Waterloop. Hieronder zijn de belangrijkste afwegingen en hydrologische aspecten voor de onderzoekslocatie toegelicht. Aan de hand hiervan en de wensen van de opdrachtgever is beoordeeld welke gevolgen het bestemmingsplanvoornemen heeft op het bestaande waterhuishoudkundige systeem. In hoofdstuk 2.3 is een samenvatting opgenomen. Belangrijk aspect bij het voorkomen van grondwateroverlast is de hoogteligging. Het plangebied kent een licht hoogteverschil. De onderzoekslocatie ligt op eenzelfde hoogte als de weg op ca. 9 meter +NAP behoudens de iets lager gelegen westzijde op ca. 8,7 m +NAP. Op basis van de hoogtekaart ligt de omliggende bebouwing op ca. 9,2-9,3 m +NAP. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de hoogtekaart weer. Hierop zijn bovengenoemde hoogteverschillen duidelijk zichtbaar.

Afbeelding 3: Uitsnede hoogtekaart met aanduiding plangebied [bron: AHN3 dynamisch Nederland] Pagina 6 van 11

Beknopte waterparagraaf Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) Olland/ AM20156

2.2

Watersystemen

De (water)systemen zoals die in het plangebied en omgeving voorkomen, worden onderverdeeld in grondwater, oppervlaktewater, hemelwater en afvalwater. Grondwater Op basis van reeds gekende gegevens en gegevens uit de bodematlas Noord-Brabant en bodemdata ligt het plangebied in een intermediair gebied. Geomorfologisch gezien ligt het plangebied op een dekzandvlakte (weinig hoogteverschil). Uit de bodemkaart van Nederland blijkt dat ter plaatse een Gooreerdgrond (lemig fijn zand met een oude klei tussen 0,4-1,2 m-mv) te verwachten is. De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.1. Diepte [m-mv]

Lithostratigrafie

Lithologie

0–2

Formatie van Boxtel, 2e zandige eenheid en laagpakket van Liempde

Zandige eenheid, bestaande uit fijn zand en een leemlaag

0 – 23,4

Formatie van Boxtel

3e zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand

23,4 – 27,0

Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, weinig klei, veen en grof zand

27,0 – 32,0

4e Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind

33,0 – 53,7

Formatie van Sterksel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zanden grind

Tabel 2.1: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)

De stroming van het freatisch grondwater is globaal westelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 7-8 m +NAP (1-2 m-mv). De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied. Uit de gegevens van bodematlas blijkt dat de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand ter plaatse op ca. 60 cm-mv te verwachten en de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand dieper op 180-200 cm-mv te verwachten. Voor de tuin is de G HG 20- 40 tot 40- 60 cm -m v. Voor voldoende drooglegging is ophoging ter plaats e van de woningen aangeraden. Voor de onderzoekslocatie is de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand naar verwachting op 8,6 m +NAP waarbij rekening gehouden dient te worden met de watergang.

Afbeelding 4: Uitsnede GHG met aanduiding plangebied [bron: Bodematlas Noord-Brabant] Pagina 7 van 11

Beknopte waterparagraaf Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) Olland/ AM20156

Het bebouwd perceel zal derhalve licht opgehoogd dienen te worden. Voor de nieuwbouwwoningen dient voldaan te worden aan de ontwateringsdiepte van 50-70 cm t.o.v. het bouwpeil (bij voorkeur geen kruipruimte). Voor de woningen is een bouwpeil van ca. 20 cm boven de weg geadviseerd (=9,2 m +NAP) waardoor dan ook geen grondwateroverlast te verwachten is. Voor zover bekend bevindt zich op en in de directe omgeving van het plangebied geen (geval van een) ernstige grondwaterverontreiniging. Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij andere ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing of werkzaamheden in de buurt van een watergang (zie ook § oppervlaktewater), moeten in het kader van de W aterwet vergunningen/meldingen aangevraagd worden volgens de daarvoor geldende procedure (omgevingsloket). Oppervlaktewater Noord- en westelijk van het plangbied loopt De Ollandse Waterloop, zie afbeelding 6. Dit is een A-watergang met een inrichtingsopgave Natuurvriendelijke oever welke zuidwestelijk afvoert richting de Dommel. Het waterschap heeft in de Legger een beschermingszone opgenomen van 5 meter vanaf de insteek van de Ollandse Waterloop. Indien ter plaatse een natuurvriendelijke oever aangelegd zou worden, wordt hiervoor een strook van 10 meter geadviseerd. Verder stroomafwaarts is een schuifstuw aanwezig met een laagste doorlaat van 6,81 m +NAP.

Voor het planvoornemen heeft reeds vooroverleg plaatsgevonden met het waterschap in verband met een eerdere wens tot een natuurvriendelijke oever met wandelpad met een brug over de A-watergang. Met de sterk onder invloed van de stuw staande peilen, het gemengde overstort van het rioolgemaal nabij de brug, het gebiedsvreemde water afkomstig van het Wilhelminakanaal en het eventueel ernaast te realiseren wandelpad verwacht het waterschap niet dat op deze locatie hoogwaardige natuur gerealiseerd kan worden. Ter plaatse gaat de voorkeur uit naar een bloem- en kruidenrijke 5 meter brede strook die aantrekkelijk is voor insecten en bijen. Binnen deze 5 meter strook zijn geen bebouwing of obstakels toegestaan rekening houdend met het feit dat er aan overzijde geen ruimte over is om het onderhoud uit te voeren. Dit is zo ook opgenomen in het ontwerpplan, zie afbeelding 2. Vanwege wisselende peilen kan de oever van de Ollandse W aterloop onderlopen. Uit de statische modellering van waterschap De Dommel blijkt dat een klein gebied aan de noordwestkant langs de Ollandse W aterloop eens in de 100 jaar overstroomt, zie afbeelding 5. Ter plaatse is geen bebouwing gepland. Tevens wordt ter plaatse van de nieuwbouw licht opgehoogd waardoor geen inundatie in het gebouw vanuit de watergang te verwachten is.

Afbeelding 5: Uitsnede statische regenbui met aanduiding plangebied [bron: waterschap De Dommel]

Pagina 8 van 11

Beknopte waterparagraaf Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) Olland/ AM20156

Afbeelding 6: Uitsnede Watertoetskaart met aanduiding plangebied [bron: waterschap De Dommel]

Hemel- en afvalwater De locatie is onbebouwd (grasland). Het hemelwater infiltreert in de bodem en wordt afgevoerd naar de aanwezige watergang. De omliggende bebouwing is aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Direct bij de brug Pastoor Smitsstraat komt een gemengde overstort uit in de Ollandse Waterloop afkomstig van het rioolgemaal Olland. Dit rioolgemaal transporteert het afvalwater van Olland richting de RWZI van Sint Oedenrode. De ligging van het rioolgemaal en de bijbehorende gemengde overstort kan voor geurhinder zorgen. In de algemene regel wordt een geurhindercirkel van 30 meter aangehouden voor rioolgemalen. Er kan hier onderbouwd van worden afgeweken. In de directe omgeving zijn momenteel ook reeds woningen aanwezig. Bij de nieuwbouw wordt een gescheiden stelsel aangelegd. De verwachte hoeveelheid afvalwater voor 2 3 woningen bedraagt ca. 0,6 m /dag. Dit kan op het bestaande riool worden aangesloten. Voor de aansluiting van het afvalwater naar het gemeentelijk stelsel is ten tijde een vergunning van de gemeente Meierijstad noodzakelijk. Zover bekend is geen wateroverlast op het plangebied aanwezig. Ter plaatse van de onderzoekslocatie wil men 2 woningen realiseren met elk 3 parkeerplaatsen, zie bijlage 2. Westelijk wordt ingericht als tuin met aan de achterzijde een bosje.

In onderstaande tabel is een overzicht van de bestaande en toekomstige verharde oppervlakken maximaal opgenomen. 2

2

Bruto( verharde) oppervlakten

Huidige situatie [m ]

Toekomstige situatie [m ]

Dak oppervlakte, totaal, circa

0

190

Overig verharde oppervlakten (ontsluitingsweg / paden, parkeren), circa Verhard oppervlak, circa

0

300

0

490

Tabel 1: Toe- of afname verhard oppervlak binnen het plangebied

Voor het waterschap is geen compensatie vereist en kan aangesloten worden op het oppervlaktewater. Vanuit het gemeentelijk beleid van de gemeente Meierijstad is een hemelwaterneutrale ontwikkeling en dus hemelwaterverwerking binnen het plangebied verplicht. Pagina 9 van 11

Beknopte waterparagraaf Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) Olland/ AM20156

Het hemelwater dient separaat gehouden te worden. Het beleid van de gemeente Meierijstad schrijft voor dat in de mate van het mogelijke 60 mm per vierkante meter verharding ter plaatse verwerkt wordt. Voor het verhard oppervlak dient (zonder aanvullende maatregelingen) binnen het perceel een 3 hemelwatervoorziening van ca. 29,5 m aangelegd te worden. Opgemerkt wordt dat dit een inschatting betreft. Eventueel kan water hergebruikt worden of (een gedeelte zoals een carport) voorzien worden van een groendak. Het oppervlak aan groendak wordt als onverhard oppervlak gezien. Landschappelijk en kostentechnisch is dit niet altijd mogelijk/wenselijk. Het tussenplaatsen van een hemelwaterput of regenwaterton op particulier initiatief wordt aangemoedigd. De benodigde retentie of afvoersnelheid kan verder beperkt worden door bovengronds afvoeren middels het gebruik van een halfverharding zoals grind of een waterpasserende bestrating. Gezien de GHG is bovengrondse verwerking noodzakelijk. Mogelijke bovengrondse voorzieningen voor het plangebied zijn de ver werk ing in de iets lager gelegen tuin / bosje, de aanleg van een slootje of in overleg m et het watersc hap r ec htstr eek s aansluiten op de A-watergang. De voorkeur gaat uit naar afstroom op eigen terrein waarna het nog kan overlopen naar het oppervlaktewater.

Uit zorg voor een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater wordt bij de bouw afgezien van het gebruik van uitlogende (bouw)materialen (bouwen conform het Bouwstoffenbesluit) en dient voldaan te worden aan de in de waterparagraaf opgenomen milieuhygiënische randvoorwaarden, zie ook hoofdstuk 3. Hierdoor zal de aanvoer van afgekoppelde neerslag zal niet leiden tot verslechtering van de kwaliteit van het uiteindelijk ontvangende grond- en oppervlaktewater. Bij de uiteindelijke bouwtekeningen dient een op het uiteindelijk aangelegde oppervlak aangepaste voorziening opgenomen te worden.

2.3

Samenvatting

Voor de nieuwbouwwoningen is een bouwpeil van minimaal 20 cm boven de weg geadviseerd (=9,2 m +NAP of hoger). Door de hogere ligging van de woningen is geen grondwateroverlast te verwachten binnen het plangebied. Langs de watergang is een 5 meter brede strook vrijgehouden. Op het achterterrein waar inundatie bij een statische bui te verwachten is, wordt een bosje en tuin aangelegd. Samen met het hogere bowpeil is ter plaatse van de woningen geen overlast te verwachten. Het omliggende maaiveld zal zo aangelegd worden dat het hemelwater kan afstromen naar de lager gelegen tuin of groenplek of slootje met een bovengrondse noodoverloop naar het oppervlaktewater. De belangen en beperkingen zijn in deze rapportage weergegeven. Door de te nemen maatregelingen is door de planontwikkeling geen (grond)wateroverlast te verwachten en wordt hydrologisch neutraal ontwikkeld. Een definitieve oplossing dient bij de nadere planuitwerking toegelicht te worden voorafgaand aan de aanleg van de verhardingen. Tevens is de uiteindelijke voorziening afhankelijk van de kosten, eigen voorkeur en verwerkingsmogelijkheid ter plaatse. Gezien de open ruimte op het perceel nabij de A-watergang vormt het hemelwater geen belemmering ter plaatse.

Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij andere ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing of werkzaamheden in de buurt van een watergang, moeten in het kader van de Waterwet ten tijde voorafgaan aan de realisatie vergunningen/meldingen aangevraagd te worden volgens de daarvoor geldende procedure (omgevingsloket).

Pagina 10 van 11

Beknopte waterparagraaf Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) Olland/ AM20156

3.

OVERIGE AANDACHTSPUNTEN

Eventueel benodigde vergunningen worden niet met deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij andere ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing / infiltratie of werkzaamheden in de buurt van een watergang), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen / meldingen worden aangevraagd via de gebruikelijke procedure (omgevingsvergunning). Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om verwerkt te worden. Mocht niet aan de randvoorwaarden voldaan kunnen of willen worden, zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk om vervuiling van het oppervlakte- en grondwater te voorkomen. Bij ondergrondse voorzieningen dient rekening gehouden te worden met voldoende ontluchtings- en noodoverlaatpunten en het eventueel voorplaatsen van een zuiverende voorziening. Toe te passen duurzame bouwmaterialen zijn natuurlijke of gebakken materiaal of beton. Voor de regenafvoer worden niet uitloogbare of gecoate systemen geadviseerd om afgifte door verwering naar de natuur te voorkomen.

In de afvoersystemen moeten voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve het reinigen en het onderhoud. Dit kan gecombineerd worden met een overloopconstructie (bij voorkeur bovengronds). Deze dient aangelegd te worden zodat overtollig water op gecontroleerde wijze kan wegstromen bij extreme omstandigheden (naar bijvoorbeeld een laagte op eigen perceel). Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet te allen tijde worden voorkomen dat wateroverlast bij de woningen en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van een eventuele voorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een hemelwatervoorziening worden aangesloten. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken.

Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat b.v. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd. Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Geadviseerd wordt alternatieve middelen te gebruiken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder gewenst, aangezien zout met het hemelwater afstroomt naar de bodem of het oppervlaktewater. Indien toepassing benodigd is, wordt geadviseerd dit zo effectief mogelijk te doen.

Pagina 11 van 11

Beknopte waterparagraaf Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) Olland/ AM20156

BIJLAGE 1 Topografische overzichtskaart en kadastrale situatie

Beknopte waterparagraaf Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) Olland/ AM20156

BIJLAGE 2 Concept plantekening toekomstig plangebied

Investering landschap

A - aanleg knip/scheerheg (145m1 ca. 7 stuks per m1) B - aanplant hakhoutbos/ vogelbosje C - aanplant landschapsboom (plantmaat 18/20) D - aanleg bloemrijk/kruidenrijk grasland ter plaatse van schouwpad E - afwaardering van de gronden B en D naar natuur-of groenbestemming

C

Stedenbouwkundige uitgangspunten

5m

1

7m

2 D

3m

A E

3

op 3m

1 - schouwpad langs watergang 5m (vanaf de insteek van de Ollandse Waterloop) 2 - 7m- bebouwingsvrijezone (vanaf de insteek van de Ollandse Waterloop) en 3m vanaf zijdelingse perceelgrenzen 3 - zone hoofdgebouwen 4 - open voortuinen conform huidige straatbeeld 5 - woning iets terugleggen in aansluiting op open ruimte met kastanjes en orientatie in lijn met de waterloop 6 - ruimte voor 3 parkeerplaatsen op eigen terrein

5

n zo

oo eh

fd

en

en in tr u o vo

en w u bo ge

B

Postbus 4 5280 AA Boxtel

Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing Pastoor Smitsstraat ong. te Olland Gemeente Meierijstad

4

Bosscheweg 107 Boxtel

datum: februari 2020

schaal: 1:500

www.bro.nl

getekend: R.T.

formaat: A3

tekening nr.: 4

project nr.: P02004

info@bro.nl

telefoon +31 (0)411 85 04 00 fax +31 (0)411 85 04 01

Beknopte waterparagraaf Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) Olland/ AM20156

m 170

BIJLAGE 3 Overzicht geraadpleegde literatuur

Wettelijke kaders - Waardevol water in Meijerijstad; Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan, 2017-2022; - Waterbeheerplan 2016-2021, Waterschap De Dommel; - Keur, Waterschap De Dommel; - Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant (2016-2021); - Provinciale Milieuverordening Noord-Brabant (PMV); - Anders omgaan met hemelwater in bestaand stedelijk gebied, Brochure Ministerie van VROM, 2002; - Handreiking watertoets, Publicatie: Ministerie van Verkeer en Waterstaat; e e - Waterbeleid voor de 21 eeuw, Commissie Waterbeheer 21 eeuw; - Besluit op de ruimtelijke ordening, 2010; - Nationaal Bestuurakkoord Water, Publicatie Nederland leeft met water, 2003, actualisatie 2008; - Waterwet, Rijksoverheid; - Het Nationaal Waterplan, 2016-2021, Rijksoverheid.

Aanvullende informatie - Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten, 2006; - Webviewer De Dommel; - Bodematlas provincie Noord-Brabant.

Internet http://www.ruimtelijkeplannen.nl http://www.meierijstad.nl http://www.dommel.nl http://www.brabant.nl/

Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek

NL.IMRO.1948.OLL000BP0022020-VG01

Pagina: 75 van 177

Datum:

Verkennend bodemonderzoek Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) Olland

Verkennend bodemonderzoek Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) te Olland Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=caa87383-e000-4d86-b4d1-85468003b261