CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlagenboek

Raadsvergadering 24 juni 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Pastoor Smitsstraat 19, Olland’21.267 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Bijlagenboek

Pastoor Smitsstraat 19, Olland

Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48

Bijlagen bij toelichting Betreffende

Pastoor Smitsstraat 19, Olland

Planstatus

vastgesteld

Projectnummer

NL.IMRO.1948.OLL000BP0022020-VG01

Datum

24 juni 2021

Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

6

Bijlage 2

Archeologisch bureau- en veldonderzoek

12

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

46

Bijlage 4

Waterparagraaf

57

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek

75

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek

139

Bijlage 7

Klic Melding

168

NL.IMRO.1948.OLL000BP0022020-VG01

Pagina: 3 van 177

Datum:

NL.IMRO.1948.OLL000BP0022020-VG01

Pagina: 4 van 177

Datum:

Bijlagen bij toelichting

NL.IMRO.1948.OLL000BP0022020-VG01

Pagina: 5 van 177

Datum:

Bijlage 1 Landschappelijke inpassing

NL.IMRO.1948.OLL000BP0022020-VG01

Pagina: 6 van 177

Datum:

Advies

advies

Landschapelijke en stedenbouwkundige inpassing Pastoor Smitsstraat ong. te Olland

project Landschapelijke en stedenbouwkundige inpassing Pastoor Smitsstraat ong. te Olland datum 28 oktober 2020 opdrachtgever Fam. Van Hoof projectnummer P02004 opgesteld door GvdS/RT i.a.a.

Aanleiding en doel Aan de pastoor Smitsstraat te Olland, tussen de woonpercelen van nummer 17 en 21, ligt het onbebouwde perceel van de familie van Hoof (hierna initiatiefnemer). Het voornemen met dit perceel is om het te bebouwen met twee vrijstaande eengezinswoningen. Nadat een principeverzoek is ingediend heeft de gemeente Meierijstad laten weten onder voorwaarden mee te willen werken aan de bestemmingsplanherziening. Voorwaarde is onder andere dat het voornemen wordt uitgewerkt in een stedenbouwkundig en landschappelijk inrichtingsplan. Iedere ontwikkeling dient namelijk bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het betrokken gebied en de naaste omgeving. De landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing richt zich op de uitstraling en de verankering van de twee woningen in hun context en tevens op de interne ordening en inrichting van het perceel. Aspecten zoals oriëntatie, ligging, ontsluiting en toe te passen groenelementen worden hierin meegenomen. Hierna worden de ruimtelijke context en de planuitgangspunten beschreven, waarna de landschappelijke en stedenbouwkundige inrichtingsmaatregelen worden uitgewerkt.

Figuur 3: Ligging planlocatie (luchtfoto Google Maps)

Figuur 1: Past. Smitsstraat t.h.v. de kruising met de waterloop.

Ruimtelijke context

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

De planlocatie ligt aan de Pastoor Smitsstraat te Olland, tussen nummer 17 en 21, tegenover nummer 36. Het betreft een onbebouwd perceel dat momenteel een agrarische functie heeft. In het bestemmingsplan heeft het echter reeds een woonbestemming (met aanduiding ‘tuin’). De Pastoor Smitsstraat betreft een gedeelte van een bebouwingslint dat Figuur 2: Past. Smitsstraat met rechts de planlocatie.

1

Advies Landschapelijke en stedenbouwkundige inpassing Pastoor Smitsstraat ong. te Olland

van de kern van Sint-Oedenrode door het buitengebied tot in de kern van Olland loopt. Ten westen van Olland loopt het lint vervolgens door tot aan de provinciale weg N618. De bebouwingsdichtheid van het lint is ten westen van Olland is echter aanzienlijk lager dan het gedeelte tussen Olland en Sint-Oedenrode. Ook ter hoogte van de planlocatie is sprake van nagenoeg aaneengesloten lintbebouwing met vrijstaande-, twee-onder-eenkap- en rijwoningen. Het landschap ten zuiden van de het bebouwingslint wordt gekenmerkt door agrarische percelen met weidegronden, akkers en boomgaarden. Het agrarisch landschap wordt doorsneden door rivier de Dommel, welke zich meanderend een weg door het landschap baant. In het beekdal zijn vele landschapselementen terug te vinden, zoals afgesneden rivierarmen, poelen, en graslanden, omzoomd met houtsingels, struweelhagen en kleine bospercelen. Op diverse plaatsen vertakt de Dommel zich in kleinere watergangen, waarvan de aan het planperceel grenzende Ollandse Waterloop er een is.

Uitgangspunten en randvoorwaarden planvoornemen Het voornemen op de planlocatie betreft de oprichting van twee vrijstaand eengezinswoningen aan de straatzijde, en een landschappelijke zone aan de zuidwestzijde. Dit laatste wordt gerealiseerd ten behoeve van de overgang tussen de woonpercelen en het achterliggend agrarisch (beekdal-)landschap. De uitgangspunten en randvoorwaarden vanuit beleid, gemeente en waterschap zijn als volgt: 

Er mogen maximaal twee vrijstaande eengezinswoningen worden opgericht;

woensdag 28 oktober 2020

 

Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. Volgens de gemeentelijke norm betekent dit 2,4 parkeerplaats per vrijstaande woning, wat vanzelfsprekend neerkomt op 3 parkeerplaatsen per woning; De woonpercelen dienen landschappelijk te worden ingepast; Langs de Ollandse Waterloop dient er een schouwpad van 5 meter (gemeten vanaf de insteek) te worden aangelegd; Daarnaast dient een strook van 7 meter langs de waterloop vrij te blijven van bebouwing (bebouwingsvrijezone); De rooilijn van de woning aan de zijde van de waterloop dient terug te worden gelegd ten opzichte van de rooilijn van belendende woningen.

Figuur 4: De Ollandse Waterloop met links het plangebied.

Realisatie van de woningen op het perceel De twee vrijstaande woningen krijgen een oriëntatie op het bebouwingslint, i.c. de Pastroor Smitsstraat. Gezien de beperkte breedte van de percelen is gekozen voor de toepassing van twee kopgevels aan de straatzijde. Hierdoor wordt het minimum van 3 meter tussen de hoofdmassa en de zijdelingse perceelsgrenzen gehandhaafd. Daarnaast blijft zodoende ruimte over voor opritten, parkeerruimte en eventueel toegang tot (achterliggende) bijgebouwen. De woning aan de zijde van de Ollandse Waterloop krijgt een terugliggende rooilijn ten opzichte van de andere woning en de woningen op de belendende percelen. Hierdoor wordt ruimte gecreëerd ter plaatse van de kruising van de waterloop met de straat en de ruime boomkronen van de volwassen kastanjes aan de overzijde van de straat. Tevens draagt deze teruglegging van de voorgevel bij aan de diversiteit van het bebouwingslint en de daarmee gepaard gaande verspringende rooilijn. Tenslotte kan door de ontstane ruimte een

Figuur 4: Woning en kastanjes overzijde plangebied.

Figuur 5: Ruime open voortuinen aan het lint.

2

Advies Landschapelijke en stedenbouwkundige inpassing Pastoor Smitsstraat ong. te Olland

landschapsboom op de hoek van het perceel worden aangebracht. Eenmaal volwassen markeert de boom de kruising van de weg met de waterloop en draagt het bij aan het groenbeeld van de straat. Aan de straatzijde blijft een zone van circa 7 meter vrij van hoge opgaande beplanting en bebouwing. In deze zone wordt een open voortuin aangelegd, passend bij de aangrenzende voortuinen en de karakteristieken van het bebouwingslint als geheel. In deze zone wordt uitsluitend het gedeelte van de opritten bestraat. Deze opritten leiden naar de individuele woonpercelen waar vervolgens ruimte is voor twee geparkeerde auto’s per woning. De eventuele derde auto (het bezoekersaandeel van de parkeernorm) kan op de oprit worden geparkeerd. Deze zal immers uitsluitend gebruikt worden door bezoekers.

te bewerkstelligen, wordt een hoogstam fruitboomgaard aangeplant. De boomgaard is een passend landschapselement voor in de dorpsmantel. De boomgaard blijft vrij van (opgaande) onderbeplanting; uitsluitend extensief beheerd grasland) is een passende ondergroei. Langs de Ollandse Waterloop wordt een strook van 5 meter vrijgehouden voor de onderhoudswerkzaamheden van het waterschap (een zgn. schouwpad). De strook wordt ingezaaid met bloemrijk grasland.

Landschappelijke maatregelen De oprichting van de woningen dient gepaard te gaan met een landschappelijke inpassing, teneinde een goede inbedding in het dorpslint en landschap te waarborgen. Aan de zijde van het lint betekent dit toepassing van de kenmerkende landschapselementen, zoals geschoren hagen op de perceelsgrenzen, waarbij deze aan de straatzijde niet hoger dienen te worden dan 1.2 meter. Aan de achterzijde kunnen de hagen uitgroeien tot 2.0 meter ten behoeve van de privacy in de achtertuinen. Op de hoek aan de straatzijde nabij de waterloop, en twee hoeken aan de achterzijden van de woonpercelen, worden landschapsbomen aangeplant. De bomen markeren de hoeken van de percelen en aan de voorzijde, de kruising van de waterloop met de straat. Aan de zuidwestzijde grenzen de woonpercelen aan het achterliggende beekdallandschap. Om hier een goede overgang Figuur 6: Inrichtingsplan past. Smitsstraat ong. te Olland (zie bijlage voor groter exemplaar).

woensdag 28 oktober 2020

3

Advies Landschapelijke en stedenbouwkundige inpassing Pastoor Smitsstraat ong. te Olland

Beplantingsoverzicht Knip- en scheerhagen

Bloemrijk grasland

     

 

Totaal 154 strekkende meter; Aanplant 7 stuks per strekkende meter; Plantmaat bij aanplant 80-100cm; Eindhoogte voorzijde: max 1.2 meter hoog; Eindhoogte achterzijde (tuinen): max 2.0 meter hoog; Toepassen van haagbeuk of gewone beuk (één soort).

Mengsel met diverse soorten; Extensief beheer. Twee maal per jaar maaien. Maaisel laten liggen tot het droog is, schudden (zaden af laten vallen) en daarna al het maaisel afvoeren.

Solitaire bomen

Eerste jaren na aanplant 2x per jaar knippen. In de periode eind mei tot half juni en najaar rond september

  

Totaal 3 stuks; Inheems soort van de 1e grootte; Plantmaat bij aanplant: 18-20cm stamomtrek.

Hoogstam fruitboomgaard

    

Aanbrengen van boompalen en boomband bij aanplant ten behoeve van rechte stamgroei (te verwijderen 5 jaar na aanplant); 1 maal per 2 jaar netheidssnoei en begeleidingssnoei ten behoeve van opkronen en kroonvorming in de winterperiode; Bij eventuele uitval de betreffende boom in het voorjaar vervangen.

     

Minimaal 13 stuks; Minimaal 8 meter h.o.h.; Plantmaat bij aanplant: 10-12cm stamomtrek; Aanplant in wildverband; Inheemse hoogstam, appel, peer kers (of ander inheemse soorten).

Plantgat graven ca. 60x60cm, 50cm diep; Aanplantperiode: november - april tijdens vorstvrije perioden; Voorzien van eiken boompalen aan de zuidwestzijde. Eerste 5 jaar boomspiegel onkruidvrij houden; Na aanplant gesteltakken met 1/3 oorspronkelijke lengte terugsnoeien; Snoei eerste 4 jaar om gewenste vorm te krijgen (bolvorm).

woensdag 28 oktober 2020

4

Investering landschap

A - aanleg knip/scheerheg (145m1 ca. 7 stuks per m1) B - aanplant hoogstamfruitboomgaard met extensief beheerd grasland C - aanplant landschapsbomen (plantmaat 18/20) D - aanleg bloemrijk/kruidenrijk grasland ter plaatse van schouwpad

C 5

Stedenbouwkundige uitgangspunten

6m

2m

5m

1

7m

2

4m

D

5m

3m

op

m

A

2,5

C

3 3m

1 - schouwpad langs watergang 5m (vanaf de insteek van de Ollandse Waterloop) 2 - 7m- bebouwingsvrijezone (vanaf de insteek van de Ollandse Waterloop) en 3m vanaf zijdelingse perceelgrenzen 3 - zone hoofdgebouwen 4 - open voortuinen conform huidige straatbeeld 5 - woning iets terugleggen in aansluiting op open ruimte met kastanjes en orientatie in lijn met de waterloop - ruimte voor parkeerplaatsen op eigen terrein

4m

n zo

oo eh

fd

en

en in tr u o vo

en w u bo ge

C B

Postbus 4 5280 AA Boxtel

Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing Pastoor Smitsstraat ong. te Olland Gemeente Meierijstad

4

Bosscheweg 107 Boxtel

datum: oktober 2020

schaal: 1:500

www.bro.nl

getekend: R.T.

formaat: A3

tekening nr.: 4

project nr.: P02004

info@bro.nl

telefoon +31 (0)411 85 04 00 fax +31 (0)411 85 04 01

Bijlage 2 Archeologisch bureau- en veldonderzoek

NL.IMRO.1948.OLL000BP0022020-VG01

Pagina: 12 van 177

Datum:

Olland, Pastoor Smitsstraat (ongenummerd), gemeente Meierijstad. Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O)

Rapport 352

N. de Vries & M. Soldaat

Olland, Pastoor Smitsstraat (ongenummerd), gemeente Meierijstad Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O)

N. de Vries & M. Soldaat

Rapport 352

Colofon Olland, Pastoor Smitsstraat (ongenummerd), gemeente Meierijstad Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O)

Een onderzoek in opdracht van BRO

Salisbury Archeologisch Rapport 352

N. de Vries & M. Soldaat

Beheer en plaats van documentatie Salisbury Archeologie b.v.

Versie 2.1, 23 april 2020 (concept)

Autorisatie —

W.A. Ytsma

(Senior KNA-prospector)

Status bevoegd gezag— in concept aangeleverd (M. van den Broek)

SalisburyArcheologie bv Vestiging Noord-Nederland Vaart z.z. 7a 9401 GE Assen 085-3031540 www.salisburybv.nl info@salisburybv.nl

ISSN 2468-4538

Inhoud Inhoud

6

Administratieve gegevens

7

Locatiegegevens

8

Samenvatting resultaten

9

1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding voor het onderzoek Onderzoekskader Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie Begrenzing onderzoeks- en plangebied Doel van het onderzoek Onderzoeksvragen

11 11 12 13 13 13

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Bureauonderzoek Gebruikte bronnen Aardwetenschappelijke gegevens Bekende archeologische waarden Historische waarden Bekende verstoringen Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel en advies

14 14 14 17 21 22 22

3.1 3.2

Resultaten veldonderzoek Beschrijving onderzoeksmethode Beschrijving onderzoeksresultaten

23 23 23

4.1 4.2 4.3

Conclusie en aanbevelingen Conclusies Beantwoording onderzoeksvragen Selectieadvies

25 25 25 26

2

3

4

Literatuur

27

Lijst van afbeeldingen

27

Lijst van tabellen

27

Lijst van bijlagen

28

Bijlage 1

29

Boorbeschrijvingen

Administratieve gegevens Projectnaam

Olland, Pastoor Smitsstraat (ong.)

Projectcode

20202745

Type onderzoek

Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek (BO en IVO-O)

OM-nummer

4824047100

Projectleider

N. de Vries Senior KNA Archeoloog

Contact

T: 085-3031540 M: 06-28388928 E: nynke.de.vries@salisburybv.nl

Opdrachtgever

BRO

Contact

M. van Dooren Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T: +31 (0)411 850 400 E: mirte.van.dooren@bro.nl

Bevoegde overheid

Gemeente Meierijstad M. van den Broek Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel T: 0413 38 18 38

Uitvoering onderzoek

E: info@meierijstad.nl Maart-april 2019

Beheer en locatie documentatie

Salisbury Archeologie b.v. en e-depot

Illustraties

Auteur(s) tenzij anders vermeld

Medewerkers

N. de Vries M. Soldaat

Salisbury Archeologie Salisbury Archeologie

7

35497661 43333040

Locatiegegevens Projectnaam

Olland, Pastoor Smitsstraat (ong.)

Plaats

Olland

Gemeente

Meierijstad

Provincie

Noord-Brabant

Kaartblad

51B

Kadastrale gegevens

ODR01 - I – 6648, ODR01 - I - 6647

Coördinaten

Centrumcoördinaat: 156.553 / 398.946

Oppervlakte

Circa 605 m2

NAP-hoogte maaiveld

Circa 9,07 m+NAP

8

Samenvatting resultaten Aanleiding

Bestemmingsplanwijziging ten behoeve van realisatie nieuwbouwwoningen.

Vraagstelling

Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering op de archeologische resten kunnen hebben? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?

Plangebied

zie afb. 1

Aardwetenschappelijke gegevens

Het plangebied bevindt zich in een dekzandvlakte binnen het Noord-Brabantse zandgebied. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een bebouwd gebied, maar wanneer er geëxtrapoleerd wordt, ligt het plangebied in een dekzandvlakte. Op de bodemkaart is de bodem gekarteerd als gooreerdgronden bestaande uit lemig fijn zand. Deze gronden komen onder andere voor in vlak gelegen gebieden met oud dekzand.

Bekende archeologische waarden

Het plangebied ligt binnen AMK-terrein 16856. Het betreft een terrein met de oude dorpskern van Olland met Middeleeuwse bewoning van voor 1250. Uit onderzoeken in de omgeving van het plangebied blijkt dat er archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd in het onderzoeksgebied voorkomen.

Historische waarden

Olland is als bebouwingslint ontstaan langs de doorgaande weg van SintOedenrode naar Sint-Michielsgestel . Deze weg loopt evenwijdig aan het Dommeldal en ligt op de overgang van de hoger gelegen gronden en het beekdal. De naam Olland is ontstaan uit onland = onvruchtbaar land. In de middeleeuwen was er geen sprake van een kern zoals tegenwoordig. Er waren slechts een aantal verspreide boerderijen in een gebied dat bekendstond als de 'Bodem van Elde'. Bestuurlijk en kerkelijk was dit gebied verdeeld onder diverse plaatsen en parochies. De Bodem van Elde werd in 1802 over diverse gemeenten verdeeld, en wel Liempde, Sint-Michielsgestel, Schijndel en SintOedenrode. Op het Minuutplan is het plangebied onbebouwd. De Ollandse waterloop is aangegeven als smal stroompje wat aansluit op de Dommel. Op later kaartmateriaal blijft het plangebied onbebouwd.

Verwachting

Op basis van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied een middelhoge verwachting geld voor de top van de Pleistocene afzettingen. Hierin kunnen resten vanaf het Paleolithicum – Middeleeuwen worden verwacht. Vondsten uit deze periodes kunnen voorkomen in de B-horizont. Sporen worden verwacht in de C-horizont van het dekzand. Resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum zullen bestaan uit vuursteenverspreidingen die te maken hebben met een hoog mobiele levenswijze. Vanaf het Neolithicum doet landbouw zijn intrede en wordt men plaatsvast. Resten uit de periode Neolithicum – Middeleeuwen kunnen bestaan uit resten van huisplattegronden, bijgebouwen, waterputten, afvalkuil, landinrichting, aardewerk, bewerkt (vuur)steen, metaal en verbrand bot. Ook kunnen begravingen voorkomen. Resten kunnen in principe vanaf maaiveld, in een eventueel aanwezig esdek, voorkomen. Voor resten uit de Nieuwe tijd geldt een lage verwachting. Er is op historisch kaartmateriaal geen aanwijzing voor bebouwing en het plangebied lijkt met name als akker in gebruik te zijn geweest. Het ploegen wat daarmee gepaard gaat, kan voor verstoring van archeologische resten gezorgd hebben.

Methode veldonderzoek

Er is een verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied, waarbij 6 boringen regelmatig verspreid over het plangebied zijn gezet. Alle boringen zijn gezet met een edelmanboor (7 cm Ø) tot een diepte van 1 – 1,25 m beneden maaiveld (7,75 - 8,05 m +NAP). De posities van de boringen zijn ingemeten met 9

behulp van een meetlint ten opzichte van de bebouwing; de maaiveldhoogtes zijn bepaald aan de hand van het AHN3. Het opgeboorde materiaal is met de hand onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn beschreven conform de NEN 5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB 2.0). De boringen zijn digitaal beschreven. Resultaten veldonderzoek

Bij het verkennend booronderzoek is een bodemopbouw van verstoring op dekzand aangetroffen. In één van de boringen is een restant van een esdek aangetroffen. Ook de verstoorde humeuze bovengrond in het plangebied is zeer waarschijnlijk door middel van ophoging met plaggen in het plangebied terecht gekomen. De verstoring is veroorzaakt door recente landbouwactiviteiten. Ook de top van het dekzand is daarbij verstoord geraakt. Uit het veldonderzoek blijkt dat in het plangebied sprake is geweest van overwegend natte omstandigheden. Het Brabants Leem dat op 0,85 – 1,2 m beneden maaiveld is aangetroffen is onder natte omstandigheden afgezet, het hierop gelegen eolisch afgezette dekzand laat tekenen van hoge grondwaterstanden zien, waarbij de top van het dekzand regelmatig onder water moet hebben gestaan. De kans dat er bewoning heeft plaatsgevonden vanaf het Laat-Paleolithicum t/m de Middeleeuwen op het dekzand is daarom zeer klein. Een dergelijk laag gebied kan wel tijdelijk in gebruik zijn geweest als exploitatiegebied door jagers en verzamelaars, dit laat echter geen diepe sporen achter in het landschap. Een eventuele vondstlaag uit deze periodes is niet meer in het plangebied aanwezig; de verstoring door recente landbewerking rijkt in vrijwel het gehele gebied tot in de top van de C-horizont van het dekzand.

De middelhoge archeologische verwachting voor de periodes Laat-Paleolithicum t/m Middeleeuwen kan daarom worden bijgesteld naar laag. In slechts een van de boringen zijn nog een onverstoord restant van een esdek en eerste ontginningslaag aanwezig. Eventuele behoudenswaardige sporen van bewoning uit de Nieuwe tijd worden daarom ook niet meer verwacht in het plangebied. Daarmee blijft de lage archeologische verwachting voor deze periode in stand.

Selectieadvies en aanbevelingen

Op basis van de resultaten van het hier gerapporteerde onderzoek adviseert Salisbury Archeologie het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen plannen. Op basis van het verkennend booronderzoek is de middelhoge archeologische verwachting die in het bureauonderzoek is opgesteld, bijgesteld naar laag. Op basis van dit onderzoek adviseert Salisbury Archeologie ook de verwachting op de gemeentelijke beleidsadvieskaart voor het plangebied bij te stellen naar laag. Er worden geen archeologische resten meer verwacht in het plangebied. Ook in een vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Over de bevindingen en aanbevelingen uit dit onderzoek dient contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Meierijstad.

10

1 Aanleiding voor het onderzoek 1.1

Onderzoekskader

In opdracht van BRO heeft Salisbury Archeologie b.v. een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O, verkennende fase) uitgevoerd met betrekking tot het plangebied Pastoor Smitsstraat in Olland (afb. 1). In het plangebied zullen twee woningen worden gerealiseerd. Hiervoor dient een bestemmingsplanwijziging plaats te vinden. Het plangebied ligt in een akker, tussen de lintbebouwing langs de Pastoor Smitsstraat en de Ollandse Waterstroom. Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente St. Oedenrode (uit 2007, een verwachtingskaart voor de nieuwe gemeente Meierijstad is in de maak) valt het plangebied geheel binnen een zone met categorie 6, wat overeenkomt met een middelhoge archeologische verwachting (afb. 2). In dit gebied dient, voorafgaand aan ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm -mv, archeologisch onderzoek plaats te vinden.1 Het plangebied is 605 m2 groot en daarmee overschrijdt het de vrijstellingsgrenzen en is archeologisch onderzoek noodzakelijk. De verstoringsdiepte is ten tijde van het schrijven van dit rapport nog niet bekend. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1) en het archeologiebeleid van de gemeente Meierijstad en aanvullende eisen en richtlijnen zoals geformuleerd in het voor dit onderzoek opgestelde PvA. Het onderzoek is uitgevoerd in april 2020.

Afb. 1. Ligging plangebied met globale ligging onderzoeksgebied

1

Archeologische verwachtingskaart gemeente St. Oedenrode, 2007.

11

Afb. 2. Uitsnede van de gemeentelijke beleidsadvieskaart (bron: Archeologische verwachtingskaart gemeente St. Oedenrode, 2007).

1.2

Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie

Op dit moment is het plangebied in gebruik als akker. De opdrachtgever heeft het voornemen in het gebied twee woningen met parkeerplaats en tuin te realiseren (afb. 3). Achter de woningen wordt een stukje natuur gerealiseerd. De verstoringsdiepte is nog onbekend.

Afb. 3. Huidige (links) en toekomstige (rechts) situatie plangebied. (bron: bouwplan aangeleverd door opdrachtgever) 12

1.3

Begrenzing onderzoeks- en plangebied

begrenzing plangebied In dit rapport wordt een onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Met het plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de plannen van de opdrachtgever betrekking hebben. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord door de voorgenomen ingrepen. begrenzing onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te verkrijgen van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Het onderzoeksgebied is veelal groter dan het plangebied en verschilt al naar gelang het te onderzoeken aspect. Gemiddeld is een straal van 500 m rond het plangebied aangehouden

1.4

Doel van het onderzoek

Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden om en in de omgeving (onderzoeksgebied) van het plangebied. Op basis van de verkregen informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Hierin wordt beschreven of er archeologische resten aanwezig (kunnen) zijn in het plangebied, wat de potentiële aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden zijn en of deze een bedreiging vormen voor het bodemarchief. Indien dit het geval is, wordt geadviseerd op welke wijze hiermee in het vervolgtraject van de plannen rekening dient te worden gehouden. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de gespecificeerde verwachting.

1.5

Onderzoeksvragen

Voor het bureau- en inventariserend onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: ▪

Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen?

▪

Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten?

▪

Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten?

▪

In welke mate stemmen de resultaten van het booronderzoek overeen met de verwachtingen uit het bureauonderzoek?

▪

Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?

13

2 Bureauonderzoek 2.1

Gebruikte bronnen

Voor het bureauonderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Actueel hoogtebestand Nederland (AHN, http://www.ahn.nl) De bodemkaart van Nederland (https://zoeken.cultuureelerfgoed.nl) De geomorfologische kaart van Nederland (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl) De archeologische monumentenkaart (AMK: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl) Provinciaal en/of landelijk beleid Gemeentelijk beleid Bonneblad 1900 (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl) Historisch kaartmateriaal (http://www.topotijdreis.nl) Google Earth (https://www.google.nl/intl/nl/earth/) Ondergrondgegevens (https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens) Verstoringen (http://www.bodemloket.nl) Kadastrale Minuut (http://zoeken.cultureelerfgoed.nl) Kadastrale gegevens (https://www.kadaster.nl)

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

2.2

Aardwetenschappelijke gegevens

Het plangebied is gelegen in een Pleistoceen dekzandlandschap2. De ondergrond wordt doorsneden door een aantal zuidoost-noordwest georiënteerde breuken, die de Roerdalslenk en het Peelblok begrenzen. Het plangebied ligt in het stijgingsgebied van het Peelblok. In dit als gevolg van tektonische bewegingen hoog gelegen gebied ligt een betrekkelijk dunne laag (dek)zand op middenpleistoceen rivierzand. In het plangebied bevindt zich het rivierzand in de diepere ondergrond. De laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 115.000 tot 11.755 jaar geleden), is van invloed geweest op de vorming van het huidige landschap in en rond het plangebied. Volgens de geologische kaart liggen in de ondergrond afzettingen die in deze periode zijn afgezet, namelijk Brabantse leem bedekt met dekzand. In het Weichselien bereikte het landijs Nederland niet, maar de zeespiegel daalde sterk en het klimaat werd steeds kouder en droger. Tijdens een zeer koude periode, het Pleniglaciaal (ca. 75.000 tot 15.700 jaar geleden), was de ondergrond permanent bevroren en moest het regen- en sneeuwsmeltwater over het oppervlak afstromen. Hierdoor werden fluvioperiglaciale afzettingen gevormd en (bestaande) dalen uitgesleten. Ten zuiden van het plangebied ligt een dal dat in deze periode is gevormd.

De fluvioperiglaciale afzettingen zijn zeer divers en bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend. In deze regio wordt volgens de geologische kaart binnen de fluvioperiglaciale afzettingen de zogenaamde Brabantse leem onderscheiden (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Liempde). Deze leem ontstond doordat zeer fijn sediment door (smelt)water naar laagten in het terrein werd getransporteerd. In deze laagten met stilstaand of zwak stromend water is het fijne sediment afgezet, waarbij leemlagen van enkele decimeters dik werden gevormd. Volgens de geologische kaart wordt de Brabantse leem binnen 2 m beneden maaiveld aangetroffen. Later zijn de fluvioperiglaciale afzettingen bedekt met dekzand. In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name tijdens het Laat-Pleniglaciaal (ca. 26.000 tot 15.700 jaar geleden) en het Laat-Glaciaal (ca. 15.700 tot 11.755 jaar geleden), was de vegetatie vrijwel verdwenen. Hierdoor kon op grote schaal verstuiving optreden, waarbij dekzand is afgezet. Dit (vaak lemige) zand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm), goed afgerond, goed gesorteerd en arm aan grind. De dekzanden worden tot het Laagpakket van Wierden gerekend, dat een onderdeel is van de Formatie van Boxtel. Het dekzandpakket in het plangebied is dunner dan 2 m.

Het reliëf dat tijdens de afzetting is ontstaan wordt gekenmerkt door vlaktes, depressies en dekzandkopjes, afgewisseld met langgerekte ruggen. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een bebouwd gebied, maar wanneer er geëxtrapoleerd wordt, ligt het plangebied in een dekzandvlakte (kaartcode 2M13; afb. 3). De bovengenoemde depressies en kopjes zijn hierop ook te zien (kaartcodes 2R2 en 3K14). Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN; afb. 4) is tevens te zien dat Olland in een hoger deel van de dekzandvlakte ligt.

2

Mosterd, 2013

14

In het Holoceen (ca. 11.755 jaar geleden tot heden) werd het klimaat warmer en vochtiger en is het landschap door geologische processen weinig veranderd. Het dekzand werd door de toenemende vegetatie vastgelegd en beken sneden in. De beken volgden vaak de natuurlijke laagten in het landschap, zoals de eerder gevormde dalen uit het Pleniglaciaal. Een voorbeeld hiervan is de rivier de Dommel, die tegenwoordig ca. 750 ten zuiden van het plangebied stroomt. Verder ligt de Ollandse loop, een kleiner beekje, aangrenzend aan het plangebied. Op de bodemkaart is de bodem gekarteerd als gooreerdgronden bestaande uit lemig fijn zand (kaartcode pZn23; afb. 5). Deze gronden komen onder andere voor in vlak gelegen gebieden met oud dekzand. Tot ca. 70 cm diepte wordt veelal sterk of zeer sterk lemig, zeer fijn zand aangetroffen. Daaronder ligt meestal zwak lemig fijn zand. Op veel plaatsen is de ondergrond cryoturbaat gevormd (het vermengen van bodemmateriaal uit verschillende bodemhorizonten door afwisselend bevriezen en ontdooien). Bij de dorpen komt vaak een ca. 40 cm dikke, humushoudende bovengrond voor, die is ontstaan door bemesting met materiaal uit de potstal. Deze bemesting vond plaats vanaf ongeveer 800 na Chr. en diende ter aanrijking van de arme zandgronden ten behoeve van de landbouw. Hierbij werd mest uit potstallen vermengd met plaggen van ontgonnen heidegronden.

De vermengde plaggen werden op de akkers op de arme dekzandgronden aangebracht om zo de vruchtbaarheid op peil te houden. Deze techniek leidde tot het ontstaan van steeds dikkere homogene, humushoudende bovengronden (ook wel esdekken genoemd). Vaak hebben deze esdekken een beschermend effect op eventueel eronder gelegen archeologische sporen en resten. Doordat de grond is opgehoogd is het oorspronkelijke loopniveau beschermd tegen latere bodemingrepen. Een eventuele vondstlaag kan juist zijn aangetast en door ploegen in de basis van het dek zijn opgenomen, dan resteert er slechts een sporenvlak waarin de diepere delen van ingravingen nog zichtbaar zijn. De grondwatertrap in het plangebied is gekarteerd als Vb. Dit houd in dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand tussen 25 en 40 cm -mv staat en de gemiddelde laagste grondwaterstand dieper dan 120 cm mv staat. Ten aanzien van organische archeologische resten betekend dit dat deze waarschijnlijk alleen in diepe, waterverzadigde contexten goed bewaard zullen zijn gebleven.

Afb. 4. Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied en de directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).

15

Afb. 5. Het plangebied en omgeving op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3, gefilterd; bron: https://www.ahn.nl).

Afb. 6. Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied en directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). 16

2.3

Bekende archeologische waarden

Gemeentelijke beleidskaart Op de archeologische verwachtingskaart van de voormalige gemeente St. Oedenrode valt het plangebied geheel binnen een zone met categorie 6, wat overeenkomt met een middelhoge archeologische verwachting. In dit gebied dient, voorafgaand aan ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm -mv , archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het plangebied is 605 m2 groot en daarmee overschrijdt het de vrijstellingsgrenzen en is archeologisch onderzoek noodzakelijk. De verstoringsdiepte is ten tijde van het schrijven van dit rapport nog niet bekend. Archeologische waarden Als onderdeel van het bureauonderzoek zijn de AMK (archeologische monumentenkaart)-terreinen, archeologische waarnemingen en eerder uitgevoerd onderzoek (onderzoeksmeldingen) in het onderzoeksgebied geïnventariseerd (afb. 6). De AMK-terreinen, de bekende archeologische waarnemingen en de onderzoeksmeldingen zijn geraadpleegd via ARCHIS 3.3

Archeologische monumenten (AMK-terreinen) Het plangebied is in een AMK-terrein gelegen. Het betreft AMK-terrein 16856, een terrein met een hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein met de oude dorpskern van Olland met middeleeuwse bewoning van voor 1250. Op de AMK-Noord Brabant zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De selectie en begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 16de-eeuwse (Van Deventer) en vroeg 20e-eeuwse kaarten (Bonnebladen). Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laat middeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet per se hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning. In het onderzoeksgebied liggen nog twee AMK-terreinen, namelijk terrein 2136 en 2151. AMK-terrein 2136 betreft een terrein met vermoedelijk sporen van begraving uit de periode Late Bronstijd IJzertijd en sporen van bewoning uit de Romeinse tijd.

Het betreft een voormalig terrein van Archeologische Betekenis, dat in het kader van het project IWAT (een nadere waardering van terreinen van Archeologische Betekenis in de provincie Noord-Brabant, uitgevoerd in 2003 – begin 2004) niet kon worden verkend. De beschikbare gegevens van met name het aangrenzende monument gaven aanleiding tot een opwaardering van het terrein tot de huidige status, mede omdat er sprake is van een esdek. AMK-terrein 2151 betreft een terrein met sporen van begraving (crematiegraven) uit de periode Late Bronstijd IJzertijd, alsook sporen van bewoning uit de Late Middeleeuwen. Het terrein heeft een archeologische waarde. Bij opgravingen werden onder meer 2 crematiegraven, een huisplattegrond en een waterput aangetroffen. Het betreft een voormalig terrein van Archeologische Betekenis, dat in het kader van het project IWAT (een nadere waardering van terreinen van Archeologische Betekenis in de provincie Noord-Brabant, uitgevoerd in 2003 - begin 2004) niet kon worden verkend. De beschikbare Archis-gegevens gaven aanleiding tot een opwaardering van het terrein tot de huidige status, mede omdat men verwacht dat de aangetroffen sporen zich voortzetten onder het esdek.

3

https://archis.cultureelerfgoed.nl

17

Afb. 7. AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondstlocaties (bron: ARCHIS 3). Onderzoekslocaties en waarnemingen Binnen het plangebied zijn geen onderzoeksmeldingen of vondstmeldingen bekend. Binnen het onderzoeksgebied zijn vier onderzoeksmeldingen en twee vondsmeldingen bekend. Binnen het plangebied staan twee onderzoeksmeldingen geregistreerd, binnen het onderzoeksgebied staan nog 22 verdere onderzoeksmeldingen geregistreerd. De beschikbare relevante resultaten van de onderzoeken worden in deze paragraaf kort besproken. Tabel 1. Onderzoeksmeldingen (ARCHIS3) zaakidentificatie

toponiem

uitvoerder

meldingsdatum

verwerving

2292943100

Pastoor Smitsstraat

Synthegra BV

2010-07-06

archeologisch: boring

2328129100

Olland

BAAC BV

2011-05-05

archeologisch: opgraving

2313070100

Olland

BAAC BV

2011-01-05

Aeres Milieu

2017-02-20

archeologisch: proefputten/proefsleuven archeologisch: boring

4035536100

Tabel 2. Archeologische vondsten (bron: ARCHIS3) zaakidentificatie

materiaal

complex

datering

2884835100

Aardewerk, gedraaid

Waterput

Late Middeleeuwen

3178208100

Aardewerk, gedraaid

Onbekend

Late MIddeleeuwen 18

Zaaknummer 2292943100 betreft een booronderzoek uitgevoerd door Synthegra in 2010. Het rapport is niet beschikbaar. Zaaknummer 2328129100 betreft een opgraving uitgevoerd door BAAC in 20114. Het betreft een onderzoek naar aanleiding van het door Synthegra uitgevoerde booronderzoek. Er is eerst een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (zaaknummer 2313070100). Tijdens het proefsleuvenonderzoek dat werd uitgevoerd door BAAC BV zijn meerdere greppels en (paal)kuilen aangetroffen. Op basis van het tijdens de aanleg van de vlakken aangetroffen vondstmateriaal werd de aanwezigheid vermoed van nederzettingssporen uit de Late Middeleeuwen B of de Nieuwe tijd (1300-1600). Naar aanleiding van de resultaten van deze onderzoeken is besloten dat de archeologische waarden ex situ behouden moeten worden door middel van een definitieve opgraving. Tijdens de definitieve opgraving werd 1060 m² opgegraven en 213 m² tweede vlak aangelegd. Hierbij werden sporen aangetroffen van vier fasen van agrarisch gebruik. In de eerste twee fasen, die beiden waarschijnlijk in de 14e tot de 16e eeuw zijn te dateren, was er binnen het onderzoeksgebied een hopveld aanwezig. Van de eerste fase werden twee rijen paalkuilen aangetroffen met aan weerszijden twee smalle greppels. Deze sporen waren NO-ZW georiënteerd. In de tweede fase veranderde de oriëntatie van de palenrijen en greppels naar NW-ZO.

Een brede NO-ZW georiënteerde greppel vormt de noordwestelijke grens van het hopveld in fase 2. Het hopveld bestaat uit greppeltjes waarin staken zijn geplaatst waartussen draden zijn gespannen om de hopplanten langs te laten groeien. De derde fase dateert tussen de 15e en 17e eeuw en bestaat uit kuilen die waarschijnlijk zijn gegraven voor het winnen van leem. Enkele kleinere kuilen zijn waarschijnlijk ontstaan bij grondverbetering en het aanleggen van moesbedden voor gewassen. De jongste sporen binnen het onderzoeksgebied worden gevormd door noordwest-zuidoost georiënteerde greppels. Deze sporen zijn ook ontstaan door agrarische activiteiten vanaf de 17e eeuw. Opvallend is dat ook deze sporen de brede noordoost-zuidwest georiënteerde greppel niet oversnijden. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw is op de locatie van de greppel een perceelscheiding zichtbaar. Op dit moment was het onderzoekgebied in gebruik als bosland. In vier kuilen werd het complete skelet van een schaap aangetroffen. De dieren zijn zeer waarschijnlijk begraven tijdens de uitbraak van een dierziekte in de 20e eeuw. Binnen het onderzoeksgebied zijn geen bewoningssporen aangetroffen, het gebied heeft een agrarische functie gehad. Zaaknummer 4035536100 betreft een booronderzoek uitgevoerd door Aeres Milieu in 20175.

Op basis van het bureauonderzoek is een middelhoge verwachting voor de periode laat-paleolithicum – Nieuwe tijd vastgesteld. Op basis van het booronderzoek bleek dat de bodem in het plangebied volledig verstoord is. De bodem is tot in de C-horizont verstoord. Onder de verstoring zijn aanwijzingen voor een nat milieu aangetroffen. Dit maakt dat de gronden ongeschikt waren voor bewoning. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen.

4 5

Mostert, 2013 Van Diepen en Hagens 2018

19

Afb. 8. Het plangebied op een uitsnede van de kadastrale minuut 1811-1832. (bron: http://zoeken.cultureelerfgoed.nl).

Afb. 9. Het plangebied op een kaart uit ca. 1900. (bron: http://www.topotijdreis.nl/). 20

Afb. 10. Het plangebied op een uitsnede van de topografische kaart uit ca. 1975 (bron: https://www.topotijdreis.nl)

2.4

Historische waarden

Olland is als bebouwingslint ontstaan langs de doorgaande weg van Sint-Oedenrode naar Sint-Michielsgestel6. Deze weg loopt evenwijdig aan het Dommeldal en ligt op de overgang van de hoger gelegen gronden en het beekdal. De bebouwing heeft zich in de loop der tijd langs dit lint verdicht. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw is door een stedenbouwkundige ingreep bij de kerk een pleintje langs de weg gelegd. Op deze manier is geprobeerd Olland een centrale plek te geven. Vanaf de jaren tachtig in de vorige eeuw is dit centrale punt versterkt door de realisering van een uitbreidingswijk aan de noordoostzijde van het plein. De naam Olland is ontstaan uit onland = onvruchtbaar land (onherbergzaam / moerassig / onbewerkbaar). Dit gedeelte van Meierijstad werd waarschijnlijk zo genoemd in tegenstelling tot Eerschot wat ‘beploegd land’ betekend. In de Middeleeuwen was er geen sprake van een kern zoals tegenwoordig. Er waren slechts een aantal verspreide boerderijen in een gebied dat bekendstond als de 'Bodem van Elde'. De naam is afkomstig van het buurtschap Elde. Het was een moeilijk te ontginnen gebied door de sterk leemhoudende bodem, en tot ca. 1800 bestond het nog grotendeels uit woeste grond. Bestuurlijk en kerkelijk was dit gebied verdeeld onder diverse plaatsen en parochies. In 1314 kregen de bewoners gemeenterechten van Jan III van Brabant.

In 1462 werd ook pootrecht verleend. Tegenover het recht om bomen te planten stond de betaling van een zogenaamde 'houtschat'. De Bodem van Elde werd in 1802 over diverse gemeenten verdeeld, en wel Liempde, Sint-Michielsgestel, Schijndel en Sint-Oedenrode. In de 19e eeuw groeide de wens om een zelfstandige parochie op te richten. In 1865 werd de Sint-Martinuskerk ingewijd en was de wens werkelijkheid geworden. De kerk werd in 1944 echter door de bezetter opgeblazen, waarna in 1951 een nieuwe kerk tot stand kwam, die ook nu nog bestaat.

6

https://www.skonolland.nl/over-olland/

21

Op het Minuutplan is het plangebied onbebouwd. De Ollandse waterloop is aangegeven als smal stroompje wat aansluit op de Dommel. Op later kaartmateriaal blijft het plangebied onbebouwd (afb. 8-10).

2.5

Bekende verstoringen

Binnen het plangebied zijn geen saneringen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke bekend waardoor archeologische resten mogelijk verloren zijn gegaan. In Dinoloket zijn alleen boringen ten behoeve van de bodemkaart bekend in de omgeving van het plangebied. In het plangebied zijn geen boringen of ontgravingen bekend.

2.6

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel en advies

Op basis van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied een middelhoge verwachting geld voor de top van de Pleistocene afzettingen. Hierin kunnen resten vanaf het Paleolithicum – Middeleeuwen worden verwacht. Vondsten uit deze periodes kunnen voorkomen in de B-horizont. Sporen worden verwacht in de Chorizont van het dekzand. Resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum zullen bestaan uit vuursteenverspreidingen die te maken hebben met een hoog mobiele levenswijze. Vanaf het Neolithicum doet landbouw zijn intrede en wordt men plaatsvast. Resten uit de periode Neolithicum – Middeleeuwen kunnen bestaan uit resten van huisplattegronden, bijgebouwen, waterputten, afvalkuil, landinrichting, aardewerk, bewerkt (vuur)steen, metaal en verbrand bot. Ook kunnen begravingen voorkomen. Resten kunnen in principe vanaf maaiveld, in een eventueel aanwezig esdek, voorkomen. Voor resten uit de Nieuwe tijd geldt een lage verwachting. Er is op historisch kaartmateriaal geen aanwijzing voor bebouwing en het plangebied lijkt met name als akker in gebruik te zijn geweest. Het ploegen wat daarmee gepaard gaat, kan voor verstoring van archeologische resten gezorgd hebben. De verwachting wordt getoetst door middel van een verkennend booronderzoek.

22

3 Resultaten veldonderzoek 3.1

Beschrijving onderzoeksmethode

Conform het advies in § 2.6 is een verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied, waarbij 6 boringen regelmatig verspreid over het plangebied zijn gezet (zie afb. 10). Alle boringen zijn gezet met een edelmanboor (7 cm Ø) tot een diepte van 1 – 1,25 m beneden maaiveld (7,75 - 8,05 m +NAP). De posities van de boringen zijn ingemeten met behulp van een meetlint ten opzichte van de bebouwing; de maaiveldhoogtes zijn bepaald aan de hand van het AHN3.7 Het opgeboorde materiaal is met de hand onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals baksteenpuin, houtskool en aardewerk. De boringen zijn beschreven conform de NEN 5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB 2.0).8 De boringen zijn digitaal beschreven (zie bijlage 1).

Afb. 11. Gezette boringen in het plangebied.

3.2

Beschrijving onderzoeksresultaten

Op basis van de verkennende boringen zijn de volgende lagen en pakketten onderscheiden en van boven naar beneden beschreven. Bouwvoor/verstoring

7 8

https://ahn.arcgisonline.nl/ Bosch, 2008.

23

Aan de top van de boringen is een matig humeus pakket aangetroffen van zeer fijn, zwak siltig en zwak lemig zand. De bovenste 10 tot 20 cm van het pakket zijn sterk doorworteld. In boringen 1 t/m 5 is deze humeuze bovenlaag tot op 50 – 70 cm diep sterk verrommeld. Door het gehele pakket zijn (grijs)gele vlekken aanwezig die iets lemiger van samenstelling zijn dan het humeuze zand. Het gaat om kleine brokjes die vermoedelijk afkomstig zijn van de onderliggende natuurlijke ondergrond en daarmee wijzen op een relatief diepe verploeging van de bovengrond. Aangezien het plangebied tegenwoordig in gebruik is als akker zal het om recente verploeging gaan. Alleen in boring 6 is deze verstoring maar tot 20 cm beneden maaiveld waargenomen. Esdek In boring 6 is van 20 – 85 cm beneden maaiveld een pakket van (donker)bruingrijs, zwak siltig, zeer fijn en metig humeus zand aangetroffen met hierin ijzeroxidevlekken. Ook zijn er enkele puinspikkels van rood baksteen en enkele houtskoolspikkels in dit pakket aangetroffen. Het pakket is geïnterpreteerd als esdek. Dit doet vermoeden dat de humeuze bovengrond in de overige vijf boringen ook ooit door middel van ophoging met plaggen in het plangebied ontstaan, en er dus in het hele plangebied sprake is van een esdek.

Aan de onderkant van het esdek in boring 6 is en 5 cm dikke laag aanwezig van humeus zand dat is vermengd met het grijsgele zand van de natuurlijke ondergrond. Dit is de eerste ontginningslaag. Dekzand Direct onder de humeuze bovengrond ligt een pakket van matig tot sterk lemig, zeer fijn, zwak siltig zand. Het pakket is opgebouwd uit verschillende lagen die variëren in mate van lemigheid en die wisselen in kleur tussen lichtbruin, lichtbruingrijs, (donker)geel en (licht)geelgrijs. Door het gehele pakket zijn ijzeroxidevlekken waargenomen. In boringen 1, 2, 3, 5 en 6 is op een diepte tussen 0,85 en 1,2 m beneden maaiveld een 5 cm dikke leemlaag aangetroffen. Het matig tot sterk lemige dekzand kan gerekend worden tot de Formatie van Boxtel, Laagpaket van Wierden en is onder eolische omstandigheden afgezet. De op grotere diepte aangetroffen leemlaag behoort tot het Laagpakket van Liempde en valt onder de fluvioperiglaciale afzettingen (Brabants Leem). De leemlagen in de ondergrond zorgen voor een slechte afwatering en de relatief hoog aangetroffen ijzeroxidevlekken wijzen inderdaad op een hoge grondwaterstand. Ook de grijze kleur van het dekzand wijst op natte omstandigheden. De grijze kleur treedt op door reductie ten gevolge van het permanent onder water staan.

Bijgestelde archeologische verwachting Op basis van het bureauonderzoek is een middelhoge archeologische verwachting opgesteld voor de top van het dekzand. Hierin werden resten uit het Laat-Paleolithicum – Middeleeuwen verwacht. Voor de periode Nieuwe tijd is een lage verwachting opgesteld. De verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied in een dekzandvlakte. Uit het veldonderzoek blijkt dat in het plangebied sprake is geweest van overwegend natte omstandigheden. Het Brabants Leem dat op 0,85 – 1,2 m beneden maaiveld is aangetroffen is onder natte omstandigheden afgezet (zie omschrijving § 2.2), het hierop gelegen eolisch afgezette dekzand laat tekenen van hoge grondwaterstanden zien, waarbij de top van het dekzand regelmatig onder water moet hebben gestaan. De kans dat er bewoning heeft plaatsgevonden vanaf het Laat-Paleolithicum t/m de Middeleeuwen op het dekzand is daarom zeer klein. Een dergelijk laag gebied kan wel tijdelijk in gebruik zijn geweest als exploitatiegebied door jagers en verzamelaars, dit laat echter geen diepe sporen achter in het landschap. Een eventuele vondstlaag uit deze periodes is niet meer in het plangebied aanwezig; de verstoring door recente landbewerking rijkt in vrijwel het gehele gebied tot in de top van de Chorizont van het dekzand.

De middelhoge archeologische verwachting voor de periodes Laat-Paleolithicum t/m Middeleeuwen kan daarom worden bijgesteld naar laag. Op het dekzand ligt een esdek dat vrijwel volledig verploegd is door recente landbouwactiviteit. In slechts een van de boringen is nog een restant van een esdek en eerste ontginningslaag aanwezig. Eventuele behoudenswaardige sporen van bewoning uit de Nieuwe tijd worden daarom ook niet meer verwacht in het plangebied. Daarmee blijft de lage archeologische verwachting voor deze periode in stand.

24

4 Conclusie en aanbevelingen 4.1

Conclusies

Het plangebied bevindt zich in het Noord-Brabantse zandgebied, in een dekzandvlakte. Op basis van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied een middelhoge verwachting geld voor de top van het dekzand. Hierin kunnen resten vanaf het Paleolithicum – Middeleeuwen worden verwacht. Resten kunnen in principe vanaf het maaiveld voorkomen. Ook wordt op basis van het bureauonderzoek een esdek verwacht in het plangebied. Voor resten uit de Nieuwe tijd geldt een lage verwachting. Er is op historisch kaartmateriaal geen aanwijzing voor bebouwing en het plangebied lijkt met name als akker in gebruik te zijn geweest. Het ploegen wat daarmee gepaard gaat, kan voor verstoring van archeologische resten gezorgd hebben. Bij het verkennend booronderzoek is een bodemopbouw van verstoring op dekzand aangetroffen. In één van de boringen is een restant van een esdek aangetroffen. Ook de verstoorde humeuze bovengrond in het plangebied is zeer waarschijnlijk door middel van ophoging met plaggen in het plangebied terecht gekomen. De verstoring is veroorzaakt door recente landbouwactiviteiten. Ook de top van het dekzand is daarbij verstoord geraakt. Uit het veldonderzoek blijkt dat in het plangebied sprake is geweest van overwegend natte omstandigheden.

Het Brabants Leem dat op 0,85 – 1,2 m beneden maaiveld is aangetroffen is onder natte omstandigheden afgezet, het hierop gelegen eolisch afgezette dekzand laat tekenen van hoge grondwaterstanden zien, waarbij de top van het dekzand regelmatig onder water moet hebben gestaan. De kans dat er bewoning heeft plaatsgevonden vanaf het Laat-Paleolithicum t/m de Middeleeuwen op het dekzand is daarom zeer klein. Een dergelijk laag gebied kan wel tijdelijk in gebruik zijn geweest als exploitatiegebied door jagers en verzamelaars, dit laat echter geen diepe sporen achter in het landschap. Een eventuele vondstlaag uit deze periodes is niet meer in het plangebied aanwezig; de verstoring door recente landbewerking rijkt in vrijwel het gehele gebied tot in de top van de Chorizont van het dekzand. De middelhoge archeologische verwachting voor de periodes Laat-Paleolithicum t/m Middeleeuwen kan daarom worden bijgesteld naar laag. In slechts een van de boringen zijn nog een onverstoord restant van een esdek en eerste ontginningslaag aanwezig. Eventuele behoudenswaardige sporen van bewoning uit de Nieuwe tijd worden daarom ook niet meer verwacht in het plangebied. Daarmee blijft de lage archeologische verwachting voor deze periode in stand.

4.2

Beantwoording onderzoeksvragen

Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? In het plangebied is een bodemopbouw aanwezig van verstoring door ploegen op dekzand. In een van de boringen is een esdek aangetroffen. Ook de verstoorde humeuze bovengrond is zeer waarschijnlijk ooit door ophogen met plaggen in het plangebied terecht gekomen en later verstoord geraakt door recente landbouwactiviteit. Daarbij is ook de top van het dekzand door verploeging verstoord. Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van archeologische resten in het plangebied. Uit het booronderzoek blijkt dat het plangebied te nat is geweest voor bewoning. Ook is de top van het dekzand verstoord door recente verploeging, waardoor een eventueel vondstenniveau voor de periodes Laat-Paleolithicum – Middeleeuwen niet meer intact in het plangebied aanwezig is. Ook het esdek, waarin mogelijk resten uit de Nieuwe tijd kunnen voorkomen is grotendeels verstoord. Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten? Op basis van het bureauonderzoek is geconcludeerd dat in het plangebied een middelhoge archeologische verwachting geldt voor resten uit de periodes Laat-Paleolithicum - Middeleeuwen. Deze kunnen voorkomen in de top van het dekzand.

Het plangebied ligt in een dekzandvlakte en uit het booronderzoek blijkt dat de vlakte veelal onder water heeft gestaan, waardoor het gebied niet geschikt was voor bewoning. Ook zijn het esdek en de top van het dekzand verstoord geraakt door recente landbouwactiviteiten. Er worden daarom geen archeologische resten in het plangebied verwacht. Naar verwachting zullen de voorgenomen plannen geen consequenties hebben voor archeologische resten. Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan? Voor de aanbevelingen zie hieronder.

25

4.3

Selectieadvies

Op basis van de resultaten van het hier gerapporteerde onderzoek adviseert Salisbury Archeologie het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen plannen. Op basis van het verkennend booronderzoek is de middelhoge archeologische verwachting die in het bureauonderzoek is opgesteld, bijgesteld naar laag. Op basis van dit onderzoek adviseert Salisbury Archeologie ook de verwachting op de gemeentelijke beleidsadvieskaart voor het plangebied bij te stellen naar laag. Er worden geen archeologische resten meer verwacht in het plangebied. Ook in een vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Over de bevindingen en aanbevelingen uit dit onderzoek dient contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Meierijstad.

26

Literatuur Diepen, van, L., Hagens, D., 2018, Rapport Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen De Misse te Olland. Aeres Milieu projectnummer AM17002, Roermond. Mosterd, M., 2013, Olland, Pastoor Smitsstraat. Definitieve Opgraving. BAAC rapport A-11.0134, ’s-Hertogenbosch. Bosch, J.H.A., 2008: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2. (Deltares-rapport | 2008-U-R0881/A.) Deltares, Utrecht. Vos, P.L. & S. de Vries, 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Geraadpleegde websites webadres

laatst bezocht op

https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl

30-3-20

https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens

30-3-20

https://www.dinoloket.nl/nomenclator-ondiep

30-3-20

https://www.google.com/intl/nl/earth/

30-3-20

https://zoeken.cultureelerfgoed.nl

30-3-20

http://www.ahn.nl

30-3-20

http://www.pdok.nl

30-3-20

http://www.topotijdreis.nl

30-3-20

https://www.skonolland.nl/over-olland/

30-3-20

Lijst van afbeeldingen Afb. 1. Afb. 2. Afb. 3. Afb. 4. Afb. 5. Afb. 6. Afb. 7. Afb. 8. Afb. 9. Afb. 10. Afb. 11.

Ligging plangebied met globale ligging onderzoeksgebied ....................................................................................... 11 Uitsnede van de gemeentelijke beleidsadvieskaart (bron: Archeologische verwachtingskaart gemeente St. Oedenrode, 2007). ................................................................................................................................................................... 12 Huidige (links) en toekomstige (rechts) situatie plangebied. (bron: bouwplan aangeleverd door opdrachtgever) ................................................................................................................................................................................ 12 Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied en de directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). ........................................................................................................................................ 15 Het plangebied en omgeving op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3, gefilterd; bron: https://www.ahn.nl). ....................................................................................................................................................................... 16 Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied en directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).

........................................................................................................................................ 16 AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondstlocaties (bron: ARCHIS 3). ....................................................... 18 Het plangebied op een uitsnede van de kadastrale minuut 1811-1832. (bron: http://zoeken.cultureelerfgoed.nl). .......................................................................................................................................... 20 Het plangebied op een kaart uit ca. 1900. (bron: http://www.topotijdreis.nl/). ................................................... 20 Het plangebied op een uitsnede van de topografische kaart uit ca. 1975 (bron: https://www.topotijdreis.nl) ........................................................................................................................................................ 21 Gezette boringen in het plangebied....................................................................................................................................... 23

Lijst van tabellen Tabel 1. Tabel 2.

Onderzoeksmeldingen uit ARCHIS 3 ...................................................................................................................................... 18 Archeologische vondsten (ARCHIS 3) .................................................................................................................................... 18 27

Lijst van bijlagen Bijlage 1. Boorbeschrijvingen…………………………………………………………………………………………………………………………………29

28

Bijlage 1 textuur code L… Z… …s1 …z1 vlekken code Fe1 fmn1 ge lgrge dge hv

Boorbeschrijvingen

omschrijving leem zand licht siltig licht zandig

omschrijving enkele ijzeroxidevlekjes enkele ijzer- en mangaanoxidevlekjes gele vlekken licht grijsgele vlekken donkergele vlekken met humusvlekken

mediaan zandfractie code omschrijving zf zeer fijn kleur code br ge gr l…

omschrijving bruin geel grijs licht

d…

donker

planten code pl1 dw

omschrijving enkele plantenresten doorworteld

29

interpretatie code bv esd dza

omschrijving bouwvoor esdek dekzand

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=caa87383-e000-4d86-b4d1-85468003b261