CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlagenboek

Raadsvergadering 24 juni 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Pastoor Smitsstraat 19, Olland’21.267 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

: AM20156 : Definitief (versie 1) : 23 juni 2020

Opdrachtgever

: BRO Bosscheweg 107 5282 WV BOXTEL

Opgesteld door Paraaf

: :

M. Vrolix, bc

Gecontroleerd door Paraaf

: :

ing. J.M.G. Reuver

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

2001 + 2002

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2 AM20156

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................4 2.

3.

4.

5.

VOORONDERZOEK ..................................................................................................................................................................................................5 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5

2.2

Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................5

2.3

Historisch overzicht en omgeving .........................................................................................................................................................6

2.4

Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie .......................................................................................................................................................7

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................7

2.7

Asbest ................................................................................................................................................................................................................7

2.8

Bodemkwaliteitskaart regio Noord-oost-Brabant .............................................................................................................................8

2.9

Onderzoekshypothese .................................................................................................................................................................................8

ONDERZOEKSSTRATEGIE .....................................................................................................................................................................................9 3.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................9

3.2

Onderzoeksstrategie ....................................................................................................................................................................................9

VELDWERKZAAMHEDEN .................................................................................................................................................................................... 10 4.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 10

4.2

Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 10

4.3

Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 10

LABORATORIUMONDERZOEK .......................................................................................................................................................................... 12 5.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 12

5.2

Grond(meng)monster(s)............................................................................................................................................................................ 12

5.3

Grondwatermonster(s) .............................................................................................................................................................................. 13

5.4

Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 14

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 15

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8

Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monster(s) Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster(s) Bodeminformatie omgevingsdienst

Pagina | 3 AM20156

1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Pastoor Smitsstraat (naast nr. 17) te Olland

Gemeente

: Meierijstad

Kadastrale registratie

: Sint Oedenrode, sectie I, nrs 6647 (ged.) en 6648 (ged.)

Oppervlakte bodemonderzoek

: circa 2.000 m2

Huidig gebruik van de locatie

: agrarisch bouwland

Toekomstig gebruik

: woning met tuin

Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.

Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen bouw van een woning met tuin.

Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.

Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-

en

grondwateronderzoek)

beschreven.

Hoofdstuk

5

beschrijft

de

laboratoriumwerkzaamheden

en

de

onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in mei-juni 2020. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Synlab Analytics en Services te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).

Pagina | 4 AM20156

2. VOORONDERZOEK 2.1

Inleiding

Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit:        

de opdrachtgever; het kadaster; topotijdreis.nl; gemeente Meierijstad; omgevingsdienst Brabant Noord; het dinoloket; het bodemloket; terreininspectie.

In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel < 10 m breed is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.

2.2

Topografische beschrijving

De onderzoekslocatie ligt aan de Pastoor Smitsstraat, zuidoostelijk van het centrum van Olland. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Sint Oedenrode, sectie I, nrs. 6647 (ged.) en 6648 (ged.). De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 156.541 / Y = 398.942. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie in rood weergegeven. De blauwe contour krijgt de bestemming wonen en ter plaatse is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Zie bijlage 1 voor een topografische en kadastrale situatie.

Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (Bron luchtfoto: PDOK-viewer )

Pagina | 5 AM20156

2.3

Historisch overzicht en omgeving

In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie altijd in gebruik is geweest als akker of weiland. Op de verschillende kaarten is goed de toename van bebouwing rondom de onderzoekslocatie waar te nemen. Direct noordelijk van het plangebied is de Ollandse waterloop aanwezig.

1910l

1963

1984

2007

2011

2017

Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl)

2.4

Dossieronderzoek

Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 7 april 2020 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Meierijstad. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwetof milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX. Via de website van de omgevingsdienst Brabant Noord is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 8. Uit de rapportage blijkt dat er voor de onderzoekslocatie geen gegevens beschikbaar zijn. Het perceel is altijd agrarisch in gebruik geweest. Op de locatie zijn niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Pagina | 6 AM20156

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie

Geomorfologisch gezien ligt het plangebied op een dekzandvlakte (weinig hoogteverschil). Uit de bodemkaart van Nederland blijkt dat ter plaatse een Gooreerdgrond (lemig fijn zand met een oude klei tussen 0,4-1,2 m-mv) te verwachten is. De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.1. Diepte [m-mv]

Lithostratigrafie

Lithologie

0–2

Formatie van Boxtel, 2 zandige eenheid en laagpakket van

Zandige eenheid, bestaande uit fijn zand en een

Liempde

leemlaag

Formatie van Boxtel

3e zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit

e

0 – 23,4

midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand 23,4 – 27,0

Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, weinig klei, veen en grof zand

27,0 – 32,0

4e Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind

33,0 – 53,7

Formatie van Sterksel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zanden grind

Tabel 2.1: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)

Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 9 m +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal westelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 7-8 m+ NAP (1-2 m-mv). De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie

Op 18 mei 2020 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. De onderzoeklocatie is in gebruik als agrarisch bouwland, ingezaaid met mais. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of

bronnen van

verontreinigingen. De onderzoekslocatie wordt aan de noord -en westzijde begrensd door een beek, aan de oostzijde door de Pastoor Smitsstraat en aan de zuidzijde door een woning met tuin aan de Pastoor Smitstraat 17. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2.

2.7

Asbest

Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is geen informatie naar voren gekomen dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.

Pagina | 7 AM20156

2.8

Bodemkwaliteitskaart regio Noord-oost-Brabant

Op de bodemkwaliteitskaart van de regio Noordoost-Brabant (rapport Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost Brabant, Lievense Milieu B.V., d.d. 28 februari 2019, kenmerk 16M1041.RAP001) blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘landbouw/natuur’ geldt voor zowel de bovengrond als de ondergrond.

2.9

Onderzoekshypothese

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (onverdacht).

Pagina | 8 AM20156

3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1

Inleiding

Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond van het Nederlands Normalisatie-Instituut.

3.2

Onderzoeksstrategie

In overleg met de gemeente Meijerijstad is bepaald dat voor de herontwikkeling tot woningbouw de bestemming ‘Wonen’ , zie blauwe contour op afbeelding 1, onderzocht dient te worden in verband met de geplande grondwerkzaamheden. Het achterterrein zal gebruikt worden als tuin en wordt derhalve buiten beschouwing gelaten bij het verkennend bodemonderzoek. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV' Aantal boringen oppervlakte (m²) 2.000

Aantal te onderzoeken (meng)monsters tot 0,5 m

èn tot 2 m

èn met peilbuis

bovengrond

ondergrond

grondwater

8

2

1

2

1

1

NEN-grond incl. lutos

NEN-grond incl. lutos

NEN-grondwater

Analysepakket Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV’. Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m. Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte

De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’:  drogestof-bepaling  9 zware metalen  10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen  7 polychloorbifenylen (PCB)  minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’:  9 zware metalen  8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen)  21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen  minerale olie AM20156

Pagina | 9

4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1

Algemeen

Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.

4.2

Grondbemonstering

Op 18 mei 2020 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar. De heer van den Tillaar is erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018.

De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater is een boring afgewerkt met een peilbuis (zie bijlage 2). Deze is centraal op de onderzoekslocatie geplaatst, ter plaatse van boorpunt 1. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuis is geen werkwater gebruikt. De boorpuntlocaties zijn opgenomen in bijlage 3.

Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4).

In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.

4.3

Grondwatermonstername

De peilbuis is een week na plaatsing op 26 mei 2020 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer L. Koomen.

Pagina | 10 AM20156

Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.1 samengevat. Peilbuis 1

Filterdiepte (m-mv.) 2,5-3,5

Grondwaterstand (m-mv. 1,60

pH (-) 6,66

Ec (µS/cm) 704

Troebelheid (NTU) 77,2

Tabel 4.1: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername

De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.

In het grondwater uit alle peilbuizen is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5, zie toetsing in bijlage 7. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.

Pagina | 11 AM20156

5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1

Algemeen

De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Synlab Analytics en Services te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.

5.2

Grond(meng)monster(s)

In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie.

Analysemonster MM1

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50

Deelmonsters

Analysepakket

01 (0,00 - 0,50)

Standaardpakket incl. lu/os

02 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) MM2

0,00 - 0,50

03 (0,00 - 0,50)

Standaardpakket incl. lu/os

04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) MM3

0,90 - 2,00

01 (0,90 - 1,40)

Standaardpakket incl. lu/os

02 (1,50 - 2,00) 03 (1,25 - 1,75) Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket

De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.

*

Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

Pagina | 12 AM20156

In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.

In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6 voor het analyserapport. (Meng)monster

Zintuiglijke waarnemingen

MM1

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50

--

Verhoogde component --

Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing ---

MM2

0,00 - 0,50

--

--

--

--

MM3

0,90 - 2,00

--

--

--

--

Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat in de zowel de bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 (dieptetraject 0-0,5 m-mv.) als in ondergrondmengmonster MM3 (dieptetraject 0,9-2,0 m-mv.) geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten zijn.

5.3

Grondwatermonster(s)

De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.

*

Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of

gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde; **

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor het analyserapport. Peilbuis 1

Filtertraject [m-mv] 2,5-3,5

Grondwaterstand [m-mv.]

Verhoogde component

1,6

Barium

Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 67 *

Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 licht verhoogd is met barium ten opzichte van de streefwaarde. Het licht verhoogde gehalte aan barium wordt waarschijnlijk gedeeltelijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd, aangezien in de ondergrondmonsters geen verhoogde concentraties gemeten zijn. Op de locatie zijn ook geen verontreinigingsbronnen aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met het verhoogd aangetroffen gehalte aan barium. Opgemerkt wordt dat barium vaker licht verhoogd en van nature voorkomt in het freatisch grondwater. Pagina | 13 AM20156

5.4

Toetsing van de gestelde hypothese

Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de grond en het grondwater behoudens het licht verhoogd gehalte aan barium in overeenstemming zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is gelet op de aangetroffen componenten en gemeten concentraties niet noodzakelijk geacht.

Pagina | 14 AM20156

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in zowel de bovengrond als in de ondergrond geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten zijn. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met barium. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.

De

milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Het freatische grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.

Pagina | 15 AM20156

aeres milieu

Bijlage 1 Kadastrale situatie

AM20156

Kadastrale kaart

Uw referentie: AM20156-GR

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 1000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Sint Oedenrode I 6647

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 24 juni 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

aeres milieu

Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie

AM20156

AM20156

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

AM20156

Foto 7

Foto 8

Foto 9

Foto 10

Foto 11

Foto 12

aeres milieu

Bijlage 3 Situatietekening met boorpuntlocaties

AM20156

156476

156501

156526

156551

398975

398975

156451

156576

Legenda Plangebied Plangebied vooronderzoek Bodemonderzoek Foto's

398950

398950

Boringen boring tot 0,50 m - mv. boring tot 2,00 m - mv. peilbuis

398925

398925

Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK

Boorpuntenkaart 398900

398900

AM20156 Olland Pastoor Smitsstraat Schaal

v1.0_20-5-2020_LK

N

156451

156476

156501

156526

156551

156576

aeres milieu

Bijlage 4 Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen

AM20156

getekend volgens NEN 5104

Boring:

01

Boring: 0

0

akker

0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

50 2

90

3

50

50

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

2 100

100

Leem, sterk zandig, matig roesthoudend, grijsoranje, Edelmanboor

3 140

Leem, zwak zandig, sporen roest, neutraalgrijs, Edelmanboor

150

150

150

4

Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor, Spoor leembrokjes

4 200

200

akker Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, donker oranjebruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, grijscreme, Edelmanboor

100

02

200

200 Zand, uiterst fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig

250

300

350

350

Boring:

03

Boring: 0

0

akker

0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

04 akker Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

50 2 90

100

3 125

150

Leem, matig zandig, zwak roesthoudend, grijsoranje, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor, Zwak leembrokjes

4 175

200

Leem, sterk zandig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

0

akker

5 200

Boring:

05

0

Boring:

50

50

Boring:

akker

50

08 0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

50

50

Boring: 0

akker Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

akker Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

07

0

0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

06

50

Projectnaam: Pastoor Smitsstraat, Olland Projectcode: AM20156

Opdrachtgever: BRO

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=caa87383-e000-4d86-b4d1-85468003b261