CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek_Dijksteegje Sint-Oedenrode

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Dijksteegje 46 en ongenummerd, Sint-Oedenrode'21.766 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

woensdag 14 juli 2021

3

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen aan het Dijksteegje, ten noorden van de kern Sint-Oedenrode. Aan de noord-, oost- en zuidzijde van het plangebied zijn woningen gelegen. Aan de westzijde grenst het plangebied aan het Dijksteegje en natuur. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Het noordelijk deel van het plangebied betreft een terrein van circa 3.110 m2 wat momenteel onder andere in gebruik is ten behoeve van wonen en tuin/grasland. In het westen is een vrijstaande woning met aangrenzende garage aanwezig, in het oosten een schuur. Het zuidelijk gedeelte van het plangebied betreft een grasveld. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. Toekomstige situatie In totaal voorziet het ruimtelijk initiatief in het amoveren van de huidige bebouwing en schuur op de locatie Dijksteegje 46 om ruimte te creëren voor de realisatie van één nieuwe vrijstaande woning. Daarnaast zal het foutief geplaatste bouwvlak worden verplaats naar de locatie van Dijksteegje ongenummerd. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied

woensdag 14 juli 2021

4

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode

Figuur 5: Zuidelijk gedeelte plangebied, thans een grasveld

Figuur 6: Zuidelijk gedeelte plangebied, thans een grasveld

Figuur 4: Plangebied gezien vanuit het noordwesten

Figuur 7: Binnenzijde schuur

woensdag 14 juli 2021

Figuur 8: Schuur in het noordoosten van het plangebied

Figuur 9: Woonhuis in het noordwesten van het plangebied

5

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode

3

Toetsing gebiedsbescherming

Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kampina & Oisterwijkse Vennen”, bevindt zich op circa 11,2 kilometer afstand ten westen van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een woning betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten.

Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten.

woensdag 14 juli 2021

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10).

Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 775 meter ten zuiden van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Figuur 10: Ligging NNB (groen) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

6

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode

Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

woensdag 14 juli 2021

7

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode

4

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:   

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde

woensdag 14 juli 2021

soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.

Tabel 1

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de

Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

-

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

-

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

8

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode

jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.

Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 14 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

woensdag 14 juli 2021

Het woonhuis heeft aan zadeldak belegd met pannen. De gevelpannen sluiten goed aan op de dakrand, en geven geen toegang tot achterliggende ruimten. Tevens is er vogelschroot aanwezig onder de eerste rij dakpannen. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als huismus en gierzwaluw worden uitgesloten. De opstal heeft een dak van golfplaten, zonder dakbeschot. Hierdoor zijn er geen ruimten onder het dak aanwezig welke kunnen dienen als broedlocatie voor een huismus of gierzwaluw. Tevens zijn er geen openingen aanwezig welke soorten als steenuil of kerkuil toegang verlenen tot de binnenruimte. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen. Op het zuidelijke deel van het plangebied zijn geen gebouwen of bomen aanwezig, waardoor de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten op voorhand kan worden uitgesloten. Gezien het ontbreken van opgaand groen, kan de aanwezigheid van nesten van “algemene” soorten tevens worden uitgesloten. Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd.

Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een

broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en watervleermuis. Op het noordelijk deel van het plangebied zijn meerdere gebouwen aanwezig. Het woonhuis heeft een pannendak, welke goed aansluiten op de dakrand. Er zijn geen kieren of andere openingen aanwezig langs de dakrand. Tevens zijn er geen open stootvoegen of andere openingen naar ruimten in de spouw. De opstal heeft een dak van golfplaten, zonder dakbeschot. Hierdoor zijn er geen ruimten onder het dak aanwezig. De opstal bevat tevens geen open stootvoegen of andere openingen naar achterliggende ruimten. De aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats van gebouwbewonende vleermuizen kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten.

De bomen hebben geen holten, kieren of loshangende stukken schors die als rust- of verblijfplaats van een boombewonende vleermuissoort kunnen dienen. Op het zuidelijke deel van het plangebied zijn geen gebouwen of bomen aanwezig, waardoor de aanwezigheid van een rust- of verblijfplaats op voorhand kan worden uitgesloten. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als

9

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode

grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen. Toetsing Het plangebied bevat geen potentiële verblijfplaatsen. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rustof verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied.

Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, bunzing, boommarter, steenmarter, eekhoorn, das en bever voor. Gezien de binnenstedelijke ligging, de beperkte omvang en het relatief kale habitat, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterachtigen. Daarnaast wordt voor de kleine marterachtigen bij voorbaat geen

woensdag 14 juli 2021

vervolgonderzoek noodzakelijk geacht, aangezien het plangebied kleiner dan 1 hectare betreft en bij de werkzaamheden geen leefgebied in potentie doorsneden wordt (Bouwens, 2017). Er zijn geen holen of nesten in de grond of in de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuilof nestplaats voor deze soorten. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. De aanwezigheid van bever en andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis en hazelworm.

De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.

Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde boomkikker, poelkikker, heikikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten.

10

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode

Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart, beekrombout, gevlekte witsnuitlibel en speerwaterjuffer. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, vermiljoenkever, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten vaatplanten. Gezien het aanwezige biotoop en binnenstedelijke ligging van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

woensdag 14 juli 2021

11

5 Conclusie Quickscan flora en fauna Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode

5

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: 

Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

woensdag 14 juli 2021

Aanbevelingen Het plangebied biedt in de huidige situatie geen vaste nesten verblijfsmogelijkheden voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen, terwijl de ligging en omgeving van het plangebied zich hier wel voor lenen. Met een geringe inspanning, bijvoorbeeld door het inbouwen van neststenen of vleermuiskasten en/of de dakranden/spouwmuren toegankelijk te maken, kan de nieuwbouw wel gaan fungeren als vaste rust- en verblijfplaats voor huismussen, gierzwaluwen en/of vleermuizen. Gelet op het steeds verder verdwijnen van broed- en verblijfsgelegenheid kunnen relatief eenvoudige maatregelen een positief effect hebben op de lokale populatie van een soort. Vogelbescherming Nederland heeft samen met BAM Utiliteitsbouw een checklist ontwikkeld, waarmee een bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. Door middel van het beantwoorden van enkele ja/nee vragen, kunnen eenvoudige maatregelen worden toegepast die goed zijn voor de stadsnatuur en speciaal voor vogels. Deze checklist is voor iedereen gratis te downloaden van de website van Vogelbescherming (www.vogelbescherming.nl/checklist/). Daarnaast is er tevens een brochure beschikbaar omtrent het vleermuisvriendelijk bouwen. Deze brochure is onder andere te vinden op de website van de Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl/brochureverschenen-over-vleermuisvriendelijk-bouwen/).

12

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode

6

Samenvatting

Tabel 2

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Tabel 3

Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 11,2 km

Nee

-

Geen externe verstorende factoren

Natuurnetwerk Nederland

Ca. 775 m

Nee

-

Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk

Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Algemeen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf

Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

-

-

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

-

-

Foerageerhabitat

Nee

Nee

-

-

Vliegroutes

Nee

Nee

-

-

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de egel

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Broedvogels

Vleermuizen

woensdag 14 juli 2021

13

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode

Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.

Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)

Provinciale websites  Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant  Brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant)  Dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in NoordBrabant)  Kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)

Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)

woensdag 14 juli 2021

14

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen

www.bro.nl | info@bro.nl

woensdag 14 juli 2021

T +31 (0)77 373 06 01

15

Bijlage 4 Stikstofdepositie onderzoek

NL.IMRO.1948.OED001BP0032022P-VG01

Pagina: 69 van 250

Datum:15-12-2022

Notitie

notitie

AERIUS-berekening Hezelstraat

project AERIUS-berekening Hezelstraat datum 14 juli 2021 opdrachtgever Particulier projectnummer P03434 opgesteld door RGr i.a.a. JRi

1. Inleiding De ontwikkeling voorziet in de transformatie van een braakliggend terrein ten behoeve van het amoveren en herbouwen van een nieuwe woning aan Dijksteegje 46 en het verplaatsen van een bouwvlak van de locatie Dijksteegje 46 naar de locatie Dijksteegje ongenummerd. In verband met de te volgen juridisch planologische procedure is het van belang om inzicht te hebben of met onderhavige ontwikkeling sprake is van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden waarbij een vrijstelling geldt voor stikstofuitstoot tijdens de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten waardoor het makkelijker is een vergunning te krijgen voor de bouw van initiatieven waarbij in de gebruiksfase weinig stikstofuitstoot plaatsvindt. Op basis van voorgaande gaat voorliggende notitie uitsluitend in op de gebruiksfase van de locatie Dijksteegje.

2. Wettelijk kader Natura 2000-gebieden

kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Verder geldt dat een plan, dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, door een bestuursorgaan pas vastgesteld kan worden indien een passende beoordeling is gemaakt (artikel 2.7 lid 1 Wet natuurbescherming). Voor alle Natura 2000-gebieden geldt verder, op basis van artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, een zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze gebieden. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor deze gebieden zoveel mogelijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Uit de Memorie van Toelichting blijkt, dat de Wet natuurbescherming, buiten de zorgplicht, al voldoende instrumenten bevat om schadelijke handelingen in Natura 2000gebieden te beperken. Deze zorgplicht is daarmee primair bedoeld om de eigen verantwoordelijkheid vast te leggen, die een ieder heeft voor een zorgvuldige omgang met de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden.

Wettelijk kader

BRO Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl www.bro.nl

Op grond van artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming kunnen natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna, door de Minister worden aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn, de zogeheten Natura 2000-gebieden. Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/of habitats vastgesteld. Conform artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming is het verboden om projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op deze instandhoudingsdoelstelling van een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten kunnen verslechteren, of een significant verstorend effect

Doorwerking plangebied Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ is gelegen op circa 11,2 kilometer ten zuiden van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling het amoveren en herbouwen van een nieuwe vrijstaande woning aan de locatie Dijksteegje 46 en het verplaatsen van het bouwvlak van

1

Notitie AERIUS-berekening Hezelstraat

het achterterrein van Dijksteegje 46 naar Dijksteegje ongenummerd betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden vanwege het planvoornemen niet op voorhand worden uitgesloten. Derhalve is het uitvoeren van een stikstofdepositieberekening benodigd. 11,2 km

3. Het planvoornemen De planlocatie is gelegen in het noorden van de kern SintOedenrode. Momenteel bestaat het plangebied uit een woning met bijgebouw en braakliggende grond en tuin. Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande woning aan het Dijksteegje 46 te amoveren om ruimte te creëren voor één nieuwe vrijstaande woning. Het bouwvlak op het achterterrein van de locatie Dijksteegje 46 wordt verplaatst naar de locatie Dijksteegje 46.

Figuur 1 Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 gebied (Bron: Natura 2000 Network Viewer)

Het plangebied staat kadastraal bekend als Sint-Oedenrode, sectie S, perceelnummers 353, 941 en 1339. Het totale oppervlak van het plangebied betreft circa 3.110 m2. Figuur 2 geeft de ligging van het bouwvlak voor de locatie Dijksteegje ongenummerd weer. Figuur 3 geeft het schetsontwerp van de locatie Dijksteegje 46 weer.

Figuur 2 Ligging bouwvlak Dijksteegje ongenummerd

woensdag 14 juli 2021

Figuur 3 Schetsontwerp Dijksteegje 46

2

Notitie AERIUS-berekening Hezelstraat

4. AERIUS-berekening Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUSberekening uitgevoerd. Uit deze berekening blijkt dat bij de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de bijlagen is de door AERIUS gegenereerde rapportage voor de gebruiksfase opgenomen. In het voorliggende document worden de ingevoerde gegevens kort toegelicht.

Gebruiksfase De herbouwde woning aan het Dijksteegje 46 en de toekomstige vrijstaande woning aan het Dijksteegje ongenummerd zullen volledig gasloos opgeleverd en zorgen dan ook niet voor stikstofemissie. De verkeersbewegingen die met de gebruiksfase samenhangen zorgen hier echter wel voor. Voor de berekening van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de minimale verkeersgeneratie in de publicatie “Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie” uitgegeven door het CROW (381).

twee richtingen zijn ingevoerd. Hierbij zijn dus meer bewegingen gemodelleerd dan daadwerkelijk plaats gaan vinden, waardoor onzekerheid over de richting van de bewegingen wordt opgevangen. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage. Extra rekenpunt Omdat het dichtstbijzijnde Nederlandse Natura-2000 gebied (Deurnsche Peel & Mariapeel) buiten de ‘5km-zone’ is gelegen hebben de ingevoerde lijnbronnen geen effect op de stikstofgevoelige habitattypen in het Natura-2000 gebied. Zodoende is er een extra emissiepunt (bron 5 ‘bouwverkeer totaal’) ingevoerd op een afstand van circa 4,6 kilometer om te bepalen of de lijnbronnen zorgen voor een overschrijding. Conclusie Het rekenresultaat met de ingevoerde verkeersbewegingen is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. Zodoende kan geconcludeerd worden dat er ook geen overschrijding zal plaatsvinden om de stikstofgevoelige habitattypen van de omliggende Natura2000 gebieden.

5. Resultaat en conclusie Voor vrijstaande koopwoningen is de verkeersgeneratie in rest bebouwde kom, weinig stedelijk gebied per woning gemiddeld 8.2 per woning. Voor 2 vrijstaande koopwoningen is de verkeersgeneratie 16.2 motorvoertuigen per etmaal. In totaal bedraagt de verkeersgeneratie hiermee op 17 motorvoertuigen per etmaal. Voor de volledigheid zijn eveneens 8 zware vrachtbewegingen per maand meegenomen (bewegingen voor bijvoorbeeld een ophaaldiensten en vuilniswagens).

Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Omdat significant negatieve gevolgen zijn uitgesloten, hoeft voor de ontwikkeling geen passende beoordeling opgesteld te worden. Omdat er van het project geen significant negatieve gevolgen te verwachten zijn, geldt ook geen vergunningplicht van de Wet natuurbescherming.

De bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd per deelgebied, waarbij 100% van de bewegingen in

woensdag 14 juli 2021

3

Bijlage 1 Stikstofdepositieberekening Gebruiksfase

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de berekende stikstofbijdragen op eigen gedefinieerde rekenpunten. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S5nLQQcfewYD (14 juli 2021) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

BRO

Dijksteegje 46 en ongenummerd, - Sint-Oedenrode

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Dijksteegje

S5nLQQcfewYD

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

14 juli 2021, 15:57

2022

Berekend met eigen rekenpunten

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

1,54 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Bijdrage

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Gebruiksfase van twee woningen (een herbouwde vrijstaande woning en een nog te realiseren vrijstaande woning).

Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd

S5nLQQcfewYD (14 juli 2021) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd

Emissie Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

-

-

Wegverkeer gebruiksfase route 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Wegverkeer gebruiksfase route 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd Wonen en Werken | Woningen

Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd

S5nLQQcfewYD (14 juli 2021) pagina 3/6

Resultaten

Rekenpunten

Resultaten

Label

Positie

Situatie 1

Afstand tot dichtstbijzijnde bron

Rekenpunt noord

159790, 403220

0,00

4.530 m

Rekenpunt oost

164961, 398550

0,00

4.644 m

Rekenpunt zuid

160745, 393913

0,00

4.377 m

Rekenpunt west

155658, 398197

0,00

4.555 m

Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd

S5nLQQcfewYD (14 juli 2021) pagina 4/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam

Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd

Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Wegverkeer gebruiksfase route 1 160206, 398579 < 1 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

17,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

8,0 / maand NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd 160279, 398511 1,0 m 0,3 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie

Wegverkeer gebruiksfase route 2 160215, 398454 < 1 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

17,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

8,0 / maand NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd

S5nLQQcfewYD (14 juli 2021) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd

S5nLQQcfewYD (14 juli 2021) pagina 6/6

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RosWAhzbvXQv (14 juli 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

BRO

Dijksteegje 46 en ongenummerd, - Sint-Oedenrode

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Dijksteegje

RosWAhzbvXQv

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

14 juli 2021, 15:59

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

1,54 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Gebruiksfase van twee woningen (een herbouwde vrijstaande woning en een nog te realiseren vrijstaande woning).

Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd

RosWAhzbvXQv (14 juli 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd

Emissie Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

-

-

Wegverkeer gebruiksfase route 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Wegverkeer gebruiksfase route 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd Wonen en Werken | Woningen

Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd

RosWAhzbvXQv (14 juli 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam

Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd

Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Wegverkeer gebruiksfase route 1 160206, 398579 < 1 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

17,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

8,0 / maand NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd 160279, 398511 1,0 m 0,3 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie

Wegverkeer gebruiksfase route 2 160215, 398454 < 1 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

17,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

8,0 / maand NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd

RosWAhzbvXQv (14 juli 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Gebruiksfase Dijksteegje 46 en ongenummerd

RosWAhzbvXQv (14 juli 2021) pagina 5/5

Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek

NL.IMRO.1948.OED001BP0032022P-VG01

Pagina: 85 van 250

Datum:15-12-2022

Verkennend bodemonderzoek Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode

Verkennend bodemonderzoek Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

: AM21096 : Definitief (versie 1) : 19 juli 2021

Opdrachtgever

: BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel

Opgesteld door Paraaf

: BEd L. Koomen :

Gecontroleerd door Paraaf

: ing. J.M.G. Reuver :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

2001 + 2002

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2 AM21096

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING..............................................................................................................................................................................................................4

2.

VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................5 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5

2.2

Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................5

2.3

Historisch overzicht en omgeving ...........................................................................................................................................................6

2.4

Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie .........................................................................................................................................................8

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................8

2.7

Asbest ................................................................................................................................................................................................................9

2.8

Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost Brabant................................................................................................................................9

2.9

Onderzoekshypothese .................................................................................................................................................................................9

3.

ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................................................................................................................. 10 3.1

Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 10

3.2

Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................................................................. 10

4.

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 11 4.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 11

4.2

Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 11

4.3

Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 12

5.

LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 13 5.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 13

5.2

Grond(meng)monster(s)............................................................................................................................................................................ 13

5.3

Grondwatermonster(s) .............................................................................................................................................................................. 14

5.4

Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 15

6.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................................... 16

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7

Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monster(s) Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster(s)

Pagina | 3 AM21096

1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode

Gemeente

: Meierijstad

Kadastrale registratie

: Sint Oedenrode, sectie S, nrs. 353 en 941

Oppervlakte

: circa 3.150 m²

Huidig gebruik van de locatie

: wonen met tuin en grasland

Toekomstig gebruik

: wonen met tuin

Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.

Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen (her)ontwikkeling van de onderzoekslocatie. Ter plaatse is woningbouw voorzien.

Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.

Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-

en

grondwateronderzoek)

beschreven.

Hoofdstuk

5

beschrijft

de

laboratoriumwerkzaamheden

en

de

onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in juni 2021. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).

Pagina | 4 AM21096

2. VOORONDERZOEK 2.1

Inleiding

Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •

de opdrachtgever;

•

het kadaster;

•

topotijdreis.nl;

•

gemeente Meierijstad;

•

omgevingsdienst Brabant Noord;

•

het dinoloket;

•

terreininspectie.

In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.

2.2

Topografische beschrijving

De onderzoekslocatie ligt aan de Dijksteegje 46 te Sint-Oedenrode. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Sint Oedenrode, sectie S, nrs. 353 en 941. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 160.276/ Y = 398.500. Zie bijlage 1 voor een kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.

Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (Bron luchtfoto: PDOK-Viewer) Pagina | 5 AM21096

2.3

Historisch overzicht en omgeving

In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie Dijksteegje 46 tot circa 1973 onbebouwd was. Vanaf 1973 zijn een woning en garage en een schuur op deze locatie zichtbaar. Zuidelijk is de onderzoekslocatie niet eerder bebouwd geweest. Van de kaart uit 1928 is af te leiden dat een stoomtram op of vlakbij de onderzoekslocatie heeft gereden. Op de kaart uit 2009 is te zien hoe ten noorden en ten oosten en ten zuiden van de onderzoekslocatie woningbouw heeft plaatsgevonden. Op de kaart uit 2011-2020 is een waterpartij ten noorden van de locatie zichtbaar; deze situatie komt overeen met de huidige situatie.

1900

1928

1973

1998

2009

2011-2020

Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl)

2.4

Dossieronderzoek

Via de website van de omgevingsdienst Brabant Noord is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. Uit de rapportage blijkt dat er aan het Dijksteegje 46 Sint-Oedenrode een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd (zie tabel 2.1). Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 15 april 2021 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Meierijstad. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwetof milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties.

Pagina | 6 AM21096

Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GenX. Door de gemeente en omgevingsdienst zijn geen bouw-, sloop en/of milieu-dossiers beschikbaar gesteld. Binnen het plangebied is het in tabel 2.1 weergegeven bodemonderzoek uitgevoerd. Kenmerk

Bijzonderheden

Verkennend bodemonderzoek

Aanleiding voor het onderzoek is de door de opdrachtgever voorgenomen nieuwbouw van een tweetal

Locatie nabij Dijksteegje 46

woningen op een deel van het perceel.

te Sint Oedenrode, Lankelma,

In zowel de grond als het grondwater werd geen verhoging van de onderzochte stoffen aangetoond,

opdrachtnr.: 60499,

derhalve dient formeel de onderzoekshypothese te worden aanvaard.

d.d.: 03-03-2004

Er bestaan uit bodemkwaliteitsoogpunt geen beperkingen ten aanzien van de geplande nieuwbouw. Zie afbeelding 3 voor een situatietekening met boorpunten.

Afbeelding3: situatietekening met boorpunten locatie nabij Dijksteegje 46 (Bron tekening: Lankelma) Tabel 2.1: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken

Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen calamiteiten, ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden.

Pagina | 7 AM21096

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie

De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2. Diepte [m-mv]

Lithostratigrafie

Lithologie

0 – 2,2

Formatie van Boxtel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind.

2,2 – 4,0

Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit leem, weinig fijn en midden zand en een spoor veen en grof zand.

4,0 – 24,0

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind.

24,0 – 26,2

Formatie van Beegden

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken

Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket, identificatie B51E0317)

Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 11,2 m+NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal noordwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 9,6m+NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie

Op 21 juni 2021 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Vóór de woning met garage van Dijksteegje 46 is een tuin voorzien van gras aanwezig. Om het huis en ten zuiden van het huis is een grindweg aanwezig. Achter het huis ligt een klein terras en een grasveld. Op het oostelijk deel van het terrein is een schuur gelegen. Deze schuur is voorzien van een asbestverdachte dakbedekking zonder goot. Naast en achter de schuur is eveneens grasveld aanwezig. Zuidelijk bestaat de onderzoekslocatie uit grasland. Er zijn verder geen bijzonderheden aangetroffen. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door openbaar groen, aan de oostzijde door woningen met tuin, aan de zuidzijde door de Dreesstraat en aan de westzijde door het Dijksteegje.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=450b4395-a78b-4531-afee-a4069e1feb83