Bijlagenboek BP Veghelsedijk 10a Erp
Tekst van het document
Datum:23-09-2022
Aanmeldingsnotitie Veghelsedijk 10a Gemeente Meierijstad Concept
colofon
titel rapport Aanmeldingsnotitie Veghelsedijk 10a datum 8 juli 2022 projectnummer P03876 opdrachtgever van Doorn Varkensbedrijven BRO Projectleider JR Projectteam LvK bron Kaft BRO
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Inleiding 1.2 Toetsing besluit m.e.r. 1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 1.4 Leeswijzer
3 3 3 3 3
2
Effecten op milieu 2.1 Inleiding 2.2 Kenmerken van het project 2.3 Plaats van het project 2.4 Kenmerken van het potentiële effect
4 4 5 6 8
3
VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING
9
vrijdag 8 juli 2022
2
1 Inleiding Aanmeldingsnotitie Veghelsedijk 10a
1
Inleiding
1.1
Inleiding
Het voornemen bestaat om aan het adres Veghelsedijk 10a te Erp het aldaar gesitueerde varkensbedrijf te saneren en in het kader van de SVR regeling op deze locatie zeven ruimtevoor-ruimtewoningen te realiseren. Op basis van het vigerend bestemmingpslan ‘Buitengebied’ is deze ontwikkeling niet mogelijk. Momenteel rust er een agrarische bestemming op de gronden.
1.2
Toetsing besluit m.e.r.
Toetsingskader Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn.
vrijdag 8 juli 2022
De ontwikkeling van de ruimte-voor-ruimte woningen is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling zoals opgenomen in het Besluit m.e.r.. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D 11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling (met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterreinen).” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldings-notitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer.
1.3
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 vormt de aanmeldingsnotitie, hoofdstuk 3 vormt de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: a. de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o.a. in relatie tot gevoelige gebieden ; b. de kenmerken van de activiteit ; c. de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. d. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie).
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld. Procedure De initiatiefnemer dient de aanmeldingsnotitie in bij de gemeente. De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een MER gemaakt moet worden.
3
2 Effecten op milieu Aanmeldingsnotitie Veghelsedijk 10a
2
Effecten op milieu
2.1
Inleiding
In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect.
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.
Tabel 1 Kenmerken van het project Kenmerken van het project
Omvang van het project Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke grondstoffen Productie van afvalstoffen Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën
Plaats van het project
Bestaand grondgebruik Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Kenmerken van het potentiële project
Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) Grensoverschrijdende karakter van het effect Waarschijnlijkheid van het effect Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
vrijdag 8 juli 2022
4
2 Effecten op milieu Aanmeldingsnotitie Veghelsedijk 10a
2.2 Tabel 2
Kenmerken van het project Kenmerken van het project
Criteria
Toets
Omvang van het project
Het plangebied heeft een oppervlakte van 23.935 m2. Het project betreft de realisatie van 7 ruimte-voor-ruimte woningen met bijbehorende parkeeren groenvoorzieningen.
Cumulatie met andere projecten
n.v.t.
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen
N.v.t. Bij de ontwikkeling wordt niet permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen.
Productie van afvalstoffen
Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.
Verontreiniging en hinder
De ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied. Tijdens de aanlegfase is er mogelijk sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. Na de aanleg zijn er woningen, met bijbehorende parkeer- en groenvoorzieningen aanwezig in het plangebied. Deze veroorzaken geen verontreiniging en hinder buiten de reguliere effecten van een woongebied. Akoestiek wegverkeer: Er heeft een akoestisch onderzoek plaatsgevonden. In dit onderzoek is de geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai op de gewenste woningen aan de Veghelsedijk 10A in Erp berekend. Er worden bij acht beoordelingspunten geluidbelastingen van de Veghelsedijk boven de voorkeursgrenswaarde berekend (meerdere hoogtes). Maatregelen worden niet doelmatig geacht. Het verlenen van hogere waarden wordt mogelijk geacht. Hiervoor zal een afzonderlijke procedure doorlopen worden welke parallel loopt aan de bestemmingsplanprocedure. Luchtkwaliteit: Er is onderzoek uitgevoerd naar het effect op de luchtkwaliteit door de ontwikkeling van de woningen. Uit het onderzoek volgt dat ruimschoots wordt voldaan aan de normstelling voor luchtkwaliteit die is opgenomen in de Wet milieubeheer. De ontwikkeling van de woningen draagt niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.
Externe veiligheid: Het plangebied bevindt zich niet binnen risicocontouren van inrichtingen, transportlijnen of buisleidingen. In het kader van de verantwoording groepsrisico worden geen ruimtelijke beperkingen aan het plan gesteld. Ecologie: Op basis van de uitgevoerde quickscan flora en fauna is er geen aanleiding om direct een aanvullend flora- of faunaonderzoek uit te voeren. Er kan zonder voorziene problemen begonnen worden de geplande werkzaamheden, het slopen van de varkensstallen op het kavel. Anno oktober 2021 zijn de stallen dan ook gesloopt.
vrijdag 8 juli 2022
5
2 Effecten op milieu Aanmeldingsnotitie Veghelsedijk 10a
Criteria
Toets Stikstofdepositie: Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied betreft Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek en is gelegen op een afstand van circa 20,6 kilometer van het plangebied. Met behulp van het rekenprogramma Aerius Calculator is de stikstofdepositiebijdrage als gevolg van het plan berekend ter plaatse van nabijgelegen gevoelige habitattypen in de voor het plan relevante Natura 2000-gebieden. Uit de berekening blijkt dat vanwege het project geen sprake is van een stikstofdepositie op Natura2000-gebieden die hoger is dan de drempelwaarde van 0,00 mol/ha/jaar. Aangezien de drempelwaarde van 0,00 mol N/ha/jaar niet wordt overschreden, geldt in onderhavige situatie geen vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Water: Uit de opgestelde waterparagraaf blijkt dat er geen belemmeringen zijn vanuit het aspect water. Het verhard oppervlak neemt in de toekomstige situatie af. Het te verwerken hemelwater kan worden gebord in een aan te leggen greppel tussen de koeienweide en de woningen of in een wadi, welke kan ontstaan door het verlagen van de grond aan de noordzijde van het plangebied. Bodem: De algemene milieuhygiënische bodemconditie vormt geen belemmering voor de planontwikkeling m.u.v. één deellocatie. In een proefgat tussen de voormalige stallen is een gehalte asbest gevonden. Dit gehalte vormt aanleiding voor nader onderzoek.
De overige onderzoeksresultaten vormen geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. Geadviseerd wordt het erf met een oppervlakte van circa 500 m² tussen de twee oude stallen nader te onderzoeken op aanwezigheid van asbest in de bovengrond onder het straatwerk. Dit vervolgonderzoek zal separaat aan de bestemmingsplanprocedure worden uitgevoerd. Geur: Met betrekking tot het woon- en leefklimaat in relatie tot geur kan gesteld worden dat er is sprake van een zeer goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied. De realisatie van de woningen is in het kader van de geurhinder in relatie tot omliggende veehouderijbedrijven aanvaardbaar.
Risico van ongevallen
2.3
Tabel 3
Er is met de realisatie van de woningen aan de Veghelsedijk 10a geen sprake van een nieuwe risicobron
Plaats van het project
Plaats van het project
Criteria
Toets
Bestaand grondgebruik
Het plangebied heeft momenteel ook een agrarische functie, en is in gebruik als varkenshouderij. Het grootste gedeelte van de bebouwing betreft dan ook stallen. Aan de zuidzijde van het perceel bevindt zich een bedrijfswoning.
vrijdag 8 juli 2022
6
2 Effecten op milieu Aanmeldingsnotitie Veghelsedijk 10a
Criteria
Toets
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
N.v.t.
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, bergen bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden)
Natura 2000-gebieden liggen op een te grote afstand (meest nabijgelegen op circa 20,6 kilometer). Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn niet aan de orde.
gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden
Het plangebied ligt niet in de omgeving van gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden.
gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid
Het plangebied ligt niet in een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid.
landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
Archeologie: Op de locatie Veghelsedijk 10a rust de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Voor de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 30 centimeter ten opzichte van het maaiveld. Het bouwplan overschrijdt deze maten niet. Een groot deel van het te bebouwen perceel is namelijk gevrijwaard van bebouwing aangezien deze groen ingericht zal worden. Daarbij is een groot deel van de grond reeds verstoord door de bouw van de stallen. Onder de stallen zijn namelijk ook putten aangelegd van 0,5 tot 2,0 meter diep. Een archeologisch onderzoek zal niet noodzakelijk zijn. Zorgvuldigheidshalve wordt de dubbelbestemming behouden.
In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden.
vrijdag 8 juli 2022
7
2 Effecten op milieu Aanmeldingsnotitie Veghelsedijk 10a
Tabel 4
Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.)
Gevoelig gebied
Toets
Beschermd natuurmonument
Er is geen sprake van een beschermd natuurmonument
Habitat en vogelrichtlijngebieden
Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een Habitat of vogelrichtlijngebied.
Watergebied van internationale betekenis
Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een watergebied van internationale betekenis.
Natuurnetwerk Nederland / Natuur-netwerk Brabant (NNB) (voormalige EHS)
Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB, het dichtstbijzijnde deel van het NNB ligt op circa 800 m.
Landschappelijk waardevol gebied
Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied.
Waterwinlocaties. waterwingebieden, en grondwaterbeschermingsgebieden
Er is geen sprake van een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.
Beschermd monument
In het plangebied zijn geen beschermde monumenten aanwezig.
Belvedère-gebied
Het plangebied betreft geen Belvedère-gebied.
2.4
Tabel 1
Kenmerken van het potentiële effect
Kenmerken van het potentiële effect
Criteria
Toets
Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)
Op de locatie wordt een woongebied gerealiseerd. De effecten van de aanleg zijn beperkt tot de locatie zelf. De effecten zijn daarmee zeer beperkt.
Grensoverschrijdende karakter van het effect
Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect.
Waarschijnlijkheid van het effect
Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake.
Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
Er is sprake van een woongebied. De effecten zijn blijvend. Zoals echter al verwoordt in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.
vrijdag 8 juli 2022
8
3 VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING Aanmeldingsnotitie Veghelsedijk 10a
3
VORMVRIJE M.E.RBEOORDELING
Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Wij bevelen u aan - na nadere kennisname van deze beoordeling - een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan ‘Veghelsedijk 10a, Erp’, gemeente Meierijstad geen milieueffectrapportage wordt vereist.
vrijdag 8 juli 2022
9
3 VORMVRIJE M.E.R-BEOORDELING Aanmeldingsnotitie Veghelsedijk 10a
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen
www.bro.nl | info@bro.nl
vrijdag 8 juli 2022
T +31 (0)77 373 06 01
10
%LMODJH 4XLFNVFDQIORUDHQIDXQD
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 53 van 328
Datum:23-09-2022
24-9-2020
QuickScan flora en fauna Veghelsedijk 10a, Erp
R.J.L. Bijvelds (Rik) ECOLOOG BNL ADVIES Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna, op en rondom de te slopen stallen op de locatie: Veghelsedijk 10a, Erp
BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl
Opdrachtgever:
Van Doorn Varkensbedrijven Dhr. L.W.A.M. van Doorn Veghelsedijk 10a 5469 SJ Erp
Status: Versie: Datum: Auteur:
definitief 20102.QFF01 24-9-2020 Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)
© copyright BNL advies 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage. Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Opgesteld door:
1
Colofon:
Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.
Inleiding .............................................................................................4
2.
Toelichting onderzoekskader .....................................................................5 2.1 Wet natuurbescherming .........................................................................5 2.1.1 Bescherming van gebieden .................................................................5 2.1.2 Bescherming van soorten ...................................................................5 2.1.3 Bescherming van houtopstanden ..........................................................5 2.2 Verordening ruimte ..............................................................................5
3.
Omschrijving plangebied ..........................................................................7 3.1
Algemeen.......................................................................................7
3.2
Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................8
3.2.1 Bestaande oude stallen .....................................................................8 3.2.3 Beplantingen in directe omgeving ........................................................9 3.2.1
Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 11 4.1
Algemeen..................................................................................... 11
4.2
Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 11
4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten .............................................. 11 4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ....................... 12 4.2.3 Algemene broedvogels ................................................................... 12 4.2.4 Werken binnen het broedseizoen ....................................................... 12 4.3
Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 13
4.3.1 Vleermuizen ................................................................................ 13 4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten ........................................................ 13 4.4 Nationaal beschermde soorten ............................................................... 13 4.4.1 Amfibieën en reptielen .................................................................. 13 4.4.2 Libellen ..................................................................................... 14 4.4.3 Dagvlinders ................................................................................. 14 4.4.4 Vaatplanten ................................................................................ 14
2
4.4.4 Effectbeoordeling en toetsing ........................................................... 14 Pagina
4.
Vooronderzoek ............................................................................ 10
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
5. Conclusies en aanbevelingen ..................................................................... 15 5.1 Soorten Vogelrichtlijn ......................................................................... 15 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten .............................................. 15 5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ....................... 15 5.1.3 Algemene broedvogels .................................................................... 15 5.2 Soorten Habitatrichtlijn ....................................................................... 15 5.2.1 Vleermuizen ................................................................................ 15 5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten ......................................................... 16 5.3 Nationaal beschermde soorten ............................................................... 16
Pagina
3
5.4 Conclusie ........................................................................................ 16
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
1. Inleiding Aanleiding. Op verzoek van dhr. L.W.A.M. van Doorn, is op woensdag 16 september 2020, een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel. Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie: Veghelsedijk 10a in Erp. De werkzaamheden betreffen het slopen van de bestaande varkensstallen en het mogelijk verwijderen van beplantingen nabij de stallen op het kavel. In- en nabij de bebouwing en beplantingen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Doormiddel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.
Pagina
4
De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.
2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijen bomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.
2.2 Verordening ruimte
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Naast het ‘Natuurnetwerk Brabant’, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.
5
In de Verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Noord-Brabant het ‘Natuurnetwerk Brabant’ (NNB) genaamd. De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van de goudgroene natuurzone kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van de goudgroene natuurzone.
Pagina
6
Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied is gelegen ten noordwesten van Erp, in de gemeente Meierijstad, liggende in de provincie Noord-Brabant (zie afbeelding 1).
Afbeelding 1: De projectlocatie ten noordwesten van Erp, is globaal weergegeven binnen de rode cirkel. Bron: Kadviewer, datum: 21-09-2020
De locatie is gelegen in het buitengebied van Erp. Binnen het plangebied is het vigerend bestemmingsplan de bestemming ‘agrarisch met waarden’ van kracht. Ter plaatse is een woning met bijgebouwen en diverse varkenstallen aanwezig welke momenteel nog in gebruik zijn. Het plangebied / de onderzochte omliggende gronden, zijn in afbeelding 2 weergegeven. Het betreft een kavel met een woonhuis met bijgebouwen en diverse varkensstallen. Rondom de woning, bijgebouwen en stallen is een tuin met diverse soorten bomen, hagen, heesters en kruidachtige begroeiing aanwezig.
Pagina
7
Tijdens het veldbezoek is een quickscan uitgevoerd op de projectlocatie en is gezocht naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de daarbij behorende vaste rust- en verblijfplaatsen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 2: Het kavel met kavelnummer: 1575, welke bezocht en onderzocht is op de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna, is weergegeven binnen het rood kader. De gebouwen welke onderzocht zijn op aanwezige (beschermde) soorten worden aangegeven met de paarse lijn. Bron: Kadviewer, datum: 21-09-2020
3.2 Voorgenomen ontwikkeling De werkzaamheden betreffen het slopen van de bestaande varkensstallen, welke momenteel ook nog volop in gebruik zijn. In- en nabij de bebouwing en beplantingen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
De bestaande varkensstallen (zie afbeelding 3, 4, 5 en 6) gaan gesloopt worden. In de bestaande stallen kunnen diverse beschermde dier- en vogelsoorten voor komen, zoals uilen, huismussen en vleermuizen. Maar ook andere vogelsoorten kunnen de stallen gebruiken binnen het broedseizoen om te nestelen.
8
3.2.1 Bestaande oude stallen
Afbeelding 3, 4, 5 en 6: Bestaande te slopen stallen op het kavel. Bron: R.J.L. Bijvelds 16-09-2020
3.2.3 Beplantingen in directe omgeving Aangrenzend, verspreid en op het kavel zijn hagen, landschapsbomen en diverse heesterbeplanting aanwezig (zie afbeelding 7 en 8). Tijdens de rondgang dienen deze beplantingen goed gecontroleerd te worden op bestaande nesten in bomen en beplantingen en holtes/ spleten in bomen, welke gebruikt kunnen worden door vogels en vleermuizen. Beoordeeld moet worden of de geplande werkzaamheden een negatief effect hebben op (beschermde) soorten flora en fauna op het kavel.
Afbeelding 7 en 8: Aanwezige beplanting op het kavel nabij de te slopen stallen. Bron: Rik Bijvelds Datum: 16-09-2020 Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
9
Dit zal afhankelijk zijn van de soorten die voor komen, en op welke wijze zij het gebied gebruiken (groeiplaats, voortplantingsplaats, verblijfplaats of foerageerplaats). Elke functie kent een ander beschermingsregime.
3.2.1 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen het kilometerhok 169-401. Het belangrijkste wat opviel is dat in de directe omgeving (atlasblok van 5x5 km) diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen. Beoordeeld moet worden door middel van een veldbezoek of beschermde soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Tabel 2. Mogelijk aanwezige zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied. Bron: Verspreidingsatlas NDFF Datum: 14-09-2020
10
Gezien de ligging van het perceel en de aanwezigheid van beplantingen in de directe omgeving, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van zoogdieren en vogelsoorten.
4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen Het kavel en omliggende gronden zijn op woensdag 16 september visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten: -
Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de directe omgeving van het projectgebied Holtes en spleten/ scheuren in bomen welke door vogels gebruikt worden Holtes en spleten/ scheuren in bebouwingen welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Mogelijke verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen onder het dak of achter gevelbekleding. Beschermde plantsoorten rondom de te slopen bebouwingen Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen
4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied (de te slopen stallen) zijn mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Huismus. Voor de huismus zijn geen geschikte verblijfplaatsen gevonden in de te slopen stallen. Dit aangezien de daken afgesloten zijn doormiddel vogelschroot (zie afbeelding 9 en 10). Ook waren er tijdens het veldbezoek geen huismussen hoor- of zichtbaar aanwezig rondom de stallen. De aanwezigheid van huismussen in de te slopen stallen is dus uitgesloten en naderonderzoek wordt dan ook niet nodig geacht. Afbeelding 9: Daken met vogelschroot om de toegang te versperren. De aanwezigheid van huismussen is uitgesloten door het ontbreken van geschikte verblijfplaatsen. Bron: Rik Bijvelds Datum: 16-09-2020
Pagina
11
Gierzwaluw. Voor gierzwaluwen is het projectgebied zelf niet geschikt. Gierzwaluwen komen niet/ nauwelijks voor in een buitengebied en hebben de voorkeur voor lintbebouwing in dorpen en steden nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Uilen. De aanwezigheid van steenuil en kerkuil kan redelijkerwijs worden uitgesloten wegens het ontbreken van geschikte invliegopeningen naar afgesloten donkere zolders van de stallen. Ook ontbreken er voor de steenuil geschikte broedholen in oude bomen in de directe omgeving. De locatie is verder niet geschikt als voortplantings- en verblijfplaats, er zijn ook geen braakballen of prooiresten aangetroffen welke er op kunnen wijzen dan er uilen actief zijn binnen het gebied. Overige soorten. In omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten- of sporen van boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als boomvalk, buizerd, havik, sperwer, ransuil en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid, voor deze soorten is het plangebied ook niet geschikt.
4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5 soorten). Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in gebouwen, zoals spreeuw, boerenzwaluw, zwarte roodstaart, koolmees en pimpelmees. Wanneer buiten het broedseizoen (15 juli – 15 augustus) gewerkt wordt (slopen van de stallen), kunnen geen negatieve effecten ontstaan. Voor deze soorten geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.
4.2.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene broedvogels. De heesters en de bomen binnen het plangebied zijn een geschikte nestplaats. Dit betreft soorten als zanglijster, houtduif en merel. Gezien de geplande ontwikkelingen vormen deze in geen enkele vorm een bedreiging voor deze soorten, wanneer buiten het broedseizoen (15 juli – 15 augustus) gewerkt wordt (slopen van de stallen). Hiervoor geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.
4.2.4 Werken binnen het broedseizoen Werken binnen het broedseizoen (slopen van de stallen) is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en nesten van algemene broedvogels. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Op aanwijzing van de betreffende persoon dient het werk te worden uitgevoerd teneinde in gebruik zijnde nesten van vogels niet te verstoren.
Pagina
12
Voorafgaand aan de werkzaamheden dienen eventuele aanwezige ongebruikte nesten te worden verwijderd en wordt kort (maximaal 1 week) voor aanvang van de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd of er aanwezige nesten gebruikt worden. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd of uitgesteld op aanwijzingen van de ecoloog.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4.3 Soorten Habitatrichtlijn 4.3.1 Vleermuizen De bebouwing in het plangebied, is gezien het bureauonderzoek, potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Te denken valt dan aan de laatvlieger, de ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en in mindere mate de gewone grootoorvleermuis. Uit de verspreidingsatlas (NDFF) kwam naar voren dat deze vleermuissoorten eerder gezien zijn in de directe omgeving. De varkensstallen. De varkensstallen zijn gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van vleermuizen. Aangezien de stallen niet beschikken over geschikte openingen (zoals scheuren en open stootvoegen) naar de spouw in de muur, achter een boeiboord, overstek of anderzijds mogelijk geschikte verblijfslocaties, zijn de stallen voor de aanwezigheid van vleermuizen niet geschikt bevonden. Ook zijn er tijdens het veldbezoek geen sporen van vleermuizen aangetroffen in de vorm van uitwerpselen en prooidieren. Onder daken (tussen golfplaten en isolatiepanelen) van varkensstallen worden vleermuizen (voortkomend uit eerder onderzoek) niet verwacht, dit door de grote temperatuurverschillen welke zomer en winter voorkomen. Beplantingen. Ook in de beplantingen direct grenzend aan de stallen zijn geen geschikt openingen/ holen/ spleten en scheuren in bomen aangetroffen wat de aanwezigheid van vleermuizen mogelijk zou maken.
Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten Het plangebied is ongeschikt voor overige habitatrichtlijnsoorten die volgens de Habitatrichtlijn beschermd zijn. Gezien de geplande werkzaamheden en de afwezigheid van water/ geschikt habitat is nader onderzoek op overige habitatrichtlijn soorten niet nodig.
4.4 Nationaal beschermde soorten Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en als functioneel leefgebied voor grondgebonden zoogdieren waarvoor in de provincie Noord-Brabant geen vrijstelling geldt zoals de steenmarter. Geschikte opening en potentiële verblijfplaatsen zoals oude zolders, en vlieringen zijn voor de steenmarter afwezig. Het plangebied is potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats en als functioneel leefgebied voor algemene soorten als egel, konijn en (spits)muizen waarvoor in Noord-Brabant een provinciale vrijstelling geldt.
4.4.1 Amfibieën en reptielen
Pagina
13
Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor amfibieën en reptielen waarvoor in de provincie Noord-Brabant geen vrijstelling geldt, zoals de alpenwatersalamander en kamsalamander. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4.4.2 Libellen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten libellen door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.3 Dagvlinders Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten dagvlinders. Het bronnen- en veldonderzoek hebben ook geen (mogelijke) aanwezigheid aangetoond. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.4 Vaatplanten Potenties voor nationaal beschermde plantensoorten zijn binnen het plangebied afwezig. Binnen het plangebied zijn voedselarme of kalkrijke bodem en akkerreservaten afwezig.
4.4.4 Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt: egel, konijn en verschillende soorten (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
Pagina
14
Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
5. Conclusies en aanbevelingen 5.1 Soorten Vogelrichtlijn 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten, namelijk de huismus, gierzwaluw, steenuil en kerkuil. Nader onderzoek naar het voorkomen/ gebruik van deze soorten in/ van het gebied wordt niet nodig geacht. Nader onderzoek naar boombewonende soorten welke volgens de vogelrichtlijn beschermd dienen te worden wordt niet nodig geacht door het ontbreken van een geschikt habitat.
5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten, waaronder boerenzwaluw, spreeuw, koolmees, pimpelmees en zwarte roodstaart. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus).
Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog.
5.1.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de bomen en struiken welke aanwezig zijn binnen het plangebied. Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.
De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb niet worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt niet nodig geacht. Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
5.2.1 Vleermuizen
15
5.2 Soorten Habitatrichtlijn
Indien onverhoopt vleermuizen tijdens sloop werkzaamheden aangetroffen worden en een overtreding van een verbodsbepaling niet kan worden voorkomen, dient eerst door een deskundige/ ecoloog onderzocht te worden om welke soorten vleermuizen het gaat en zal een ontheffing of vergunning nodig zijn om de werkzaamheden voort te kunnen zetten.
5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikte habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
5.3 Nationaal beschermde soorten In het plangebied zijn geen nationaal beschermde soorten aanwezig, waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt. Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt als egel, konijn en (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op egel en (spits)muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.
5.4 Conclusie Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanleiding om direct een aanvullend flora- of faunaonderzoek uit te voeren. Er kan op dit moment zonder voorziene problemen begonnen worden de geplande werkzaamheden, het slopen van de varkensstallen op het kavel. Tijdens werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, verblijf ik.
Met vriendelijke groet, Ing. R.J.L. Bijvelds Ecoloog BNL advies
Pagina
16
21-09-2020
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
%LMODJH :DWHUSDUDJUDDI
NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01
Pagina: 71 van 328
Datum:23-09-2022
Advies
advies
Waterparagraaf Veghelsedijk 10a
project Waterparagraaf Veghelsedijk 10a datum 8 juli 2022 opdrachtgever Van Doorn Varkensbedrijven projectnummer P03876 opgesteld door RGr i.a.a. JRi
1. Inleiding Voor de ontwikkeling van zeven Ruimte-voor-Ruimtewoningen op het perceel aan de Veghelsedijk 10a is er een onderbouwing van het wateraspect opgesteld. Het oppervlak van het perceel bedraagt 23.855 m² en is gelegen in Erp, gemeente Meierijstad. Vanuit de historie heeft dit perceel voornamelijk in stedelijk (verhard) gebied gelegen. De aanleiding voor het opstellen van deze onderbouwing is de voorgenomen wijziging van de bestemming voor het bouwen van zeven Ruimte-voor-Ruimtewoningen en de verplichting om hydrologisch neutraal te ontwikkelen. Middels deze onderbouwing wordt een beschrijving gegeven over de manier waarop er rekening wordt gehouden met de gevolgen van het voorgenomen plan op de waterhuishouding. Het doel is om zo water (en klimaatgerelateerde) gevolgen zoals wateroverlast en verdroging tegen te gaan.
1.1
Figuur 1 Ligging plangebied
Plangebied
Kadastraal Coördinaten
:Gemeente Meierijstad :X = 51.603389 Y = 5.592428 Oppervlakte :circa 3.620 m² Peil maaiveld :circa 10.8 m +NAP Gemiddelde grondwaterstand :circa 9.75 m +NAP Waterschap : Aa en Maas
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl 1
Advies Waterparagraaf Veghelsedijk 10a
1.2
Beleid
In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening is het sinds 1 november 2013 wettelijk verplicht om een watertoets (of waterparagraaf) te verrichten bij een ruimtelijk ontwikkelingsproject. In de toelichting van de bij de bij ruimtelijke plannen waarbij de watertoets van toepassing is, is het noodzakelijk te beschrijven hoe er in de ruimtelijke ontwikkeling rekening is gehouden met de waterhuishouding. Waterschap Aa en Maas sluit in haar beleid voor nieuwe ruimtelijke plannen aan bij het landelijke beleid waarbij de afwegingsstappen ‘’hergebruik-infiltratie-buffering-afvoeren’’ wordt doorlopen. In het kader van de watertoets voor de voorgestelde ontwikkeling is de waterhuishoudkundige situatie van het plan onderzocht. Hierin is beknopt aandacht besteed aan de huidige bodemkundige- en (geo)hydrologische situatie, de gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden, en de (on)mogelijkheden om neerslag in de toekomst te kunnen bergen en infiltreren. Het onderzoek is zorgvuldig uitgevoerd volgens de algemene gebruikelijke inzichten en methoden. In bijlage 3 zijn de vigerende wet- en regelgeving van zowel lokale overheden, als Europees niveau, welke gebruikt zijn voor dit onderzoek opgesomd. Europees beleid De Europese Commissie verplicht alle lidstaten elke zes jaar over het watersysteem te rapporteren in een beheerplan per stroomgebied, het SGBP.
Provinciaal beleid Naast het Europees en landelijk beleidskader is in het Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant (2016 – 2021) ook het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere
vrijdag 8 juli 2022
overheden op het gebied van water opgenomen. Het ‘PMWP’ staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Om dit te realiseren, zijn er in Nederland diverse waterschappen actief die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De waterbeheerders werken daarvoor integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te halen. Waterschapsbeleid Het plangebied valt onder het beheergebied van Waterschap Aa en Maas. Voor waterschap Aa en Maas gaat dit om het SGBP voor het Nederlandse deel van het Maasstroomgebied. Het tweede SGBP is van kracht van 2016 tot en met 2021. Naast dit beleidskader is in het Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant ook het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgenomen. In Nederland wordt dit uitgeoefend door de diverse waterschappen die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie.
Voor planontwikkelingen wordt tevens de gemeente betrokken omdat deze meestal het beheer over het lokale (opper)vlaktewater hebben. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Vanaf 1 maart 2015 geldt de nieuwe Keur van de drie Brabantse waterschappen Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta. De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en
water uit sloten en andere watergangen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken. Bij voldoen aan de Algemene Regel is geen vergunning noodzakelijk (wel meldingsplichtig). Indien niet voldaan wordt, is een watervergunning benodigd voor de eventueel voorgenomen werkzaamheden. Het waterschap maakt bij het beoordelen van plannen met een toenemend verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Voor plannen met een bijkomend verhard oppervlak kleiner dan 500 m2, zoals het plangebied, geldt vanuit het waterschap een vrijstelling tot realisatie van compensatie. Gemeentelijk en waterschapsbeleid De gemeente Meierijstad (waartoe Erp behoort) en waterschap Aa en Maas hebben een beleidsdocument opgesteld, namelijk het VGRP+ 2017-2022, Waardevol water in Meierijstad). Het verbreed gemeentelijk rioleringsplan is een geschikt planinstrument om mee te kunnen bewegen met de veranderingen om ons heen. Zo is er bijvoorbeeld sprake van verandering in wetgeving, meer neerslag door klimaatverandering, een veranderende verhouding tussen overheid en burgers en meer focus op beheer in plaats van nieuwbouw. Door de huidige situatie af te zetten tegen toekomstige ontwikkelingen ontstaat een opgave.
Op basis van de kernkwaliteiten van de gemeente Meierijstad, de Watervisie samenwerkingsregio As50+ en de Visie Meierijstad is een gezamenlijke visie opgesteld over de toekomstige invulling van de watertaken. Om de visie te kunnen verwezenlijken zijn in het document een aantal speerpunten en aandachtsvelden bij de uitvoering van de reguliere werkzaamheden van belang.
2
Advies Waterparagraaf Veghelsedijk 10a
Om dit te bereiken betrekken we zoveel als mogelijk de maatschappij. Op particulier terrein liggen namelijk nog veel kansen en een hoger waterbewustzijn leidt tot meer acceptatie en aangepast gedrag. Binnen de waterketen en het watersysteem benutten we de economische potentie om duurzaam om te gaan met energie/grondstoffen en water te (her)gebruiken voor recreatie en toerisme. Bij (her)ontwikkelingen en reconstructies dient zo goed mogelijk de boven- en ondergrondse ruimte benut te worden. Dit kan alleen door intensief samen te werken met de waterpartners. Een planontwikkeling mag niet leiden tot verhoging of verlaging van de grondwaterstand en de afvoer naar het oppervlaktewater, ook niet bij extremere omstandigheden. Op particulier terrein is primair de eigenaar verantwoordelijk voor de verwerking van het afgekoppelde water, bij voorkeur door infiltratie in de bodem. Door middel van een onderbouwing of waterparagraaf wordt het planvoornemen hydrologisch beschreven, waarna toetsing plaatsvindt door het bevoegd gezag. Eventueel benodigde vergunningen worden niet met deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden.
Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing/infiltratie of werkzaamheden in de buurt van een watergang), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen/meldingen aangevraagd worden via de gebruikelijke procedure (omgevingsloket).
vrijdag 8 juli 2022
3
Advies Waterparagraaf Veghelsedijk 10a
2. Waterhuishoudkundig systeem 2.1. Algemeen
Tabel 1 Bodemopbouw
In deze paragraaf worden de belangrijkste afwegingen en hydrologische aspecten voor de onderzoekslocatie toegelicht. Aan de hand van deze aspecten en de wensen van de opdrachtgever is beoordeeld welke gevolgen het planvoornemen heeft op het bestaande huishoudkundige systeem. De hoogteligging van het plangebied is hierbij van essentieel belang, met name bij nieuwbouwprojecten. Het plangebied kent een licht hoogteverschil. In het zuidoosten van het gebied (aan de Veghelsedijk 12) bedraagt de hoogte 10.2 m +NAP welke oplopend is in oostelijke richting waar de hoogte 10.7 m +NAP bedraagt op de grens van Hezelstraat 11. De zijde aan de Veghelsedijk 12 is tevens het laagstgelegen deel van het plangebied. Figuur 3 geeft een uitsnede van de hoogtekaart weer. Hierop zijn de hierboven genoemde hoogteverschillen zichtbaar.
2.2. Watersystemen Voor het onderdeel watersystemen word er naar vier onderwerpen welke per onderwerp toegelicht zullen worden in dit hoofdstuk: Grondwater; oppervlaktewater; hemelwater; afvalwater. 2.2.1
Grondwater
Op basis van gegevens uit onder andere Bodemdata Nederland, Bodematlas Noord-Brabant en DINO-loket is te concluderen dat het plangebied in een infiltratie tot intermediar gebied ligt. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied op
vrijdag 8 juli 2022
Figuur 2 Uitsnede hoogtekaart met aanduiding plangebied (bron: AHN3 Nederland)
de overgang van een beekdalbodem naar een dalvormige laagte met weinig leemgrond. Volgens de bodemkaart Nederland ligt het plangebied in Beekeerdgronden. De bodem bestaat uit een voedselrijke humuslaag die overgaat in een voedselarme laag van dekzand. Beekeerdgrond komt voor in gebieden met een fluctuerende grondwaterstand. In de bodem treedt daardoor oxidatie op. De bodem bestaat naar verwachting uit voornamelijk leemarme grond en bestaat daarnaast uit fijn tot matig grof zand (Nuenengroep). De toplaag bestaat op dit moment deels uit grasland en deels uit (bedrijfs)bebouwing. Daarnaast is er onder deze laag een fijne, matig humeus en siltige zandgrond. Deze grondsoort is zeer goed waterdoorlatend. De bodemopbouw van de onderzoekslocatie is schematisch weergegeven in tabel 1
Diepte (m-mv)
Lithostratigrafie
Lithologie
0 - 18
Nuenengroep
fijn tot matig grof zand. Plaatselijk komt leem, klei en veen voor
18 – 65
Formatie van Sterksel/Veghel
matig tot zeer grove grindrijke zanden, met plaatselijk een kleilaag
65 - 117
Kedichem/Tegelen
Kleihoudende afzetting
De stroming van het grondwater is lokaal westelijk gericht en bevindt zich gemiddeld op circa 2,5 m-mv (circa 8,3 meter +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zicht niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied. Op basis van de verwachte bodemopbouw is een goede/matige (voornamelijk horizontale) doorlatendheid aanwezig. Plaatselijk komt leem, klei en veen voor waardoor mogelijk hogere grondwaterstanden te verwachten zijn. Uit gegevens van bodematlas Noord-Brabant is ter plaatse een grondwatertrap van (VI en VII) te verwachten. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand is ter plaatse gelegen tussen de 60 – 100 cm en de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand op 140-180 cm-mv te verwachten. Dit komt overeen met een verwachte hoogste grondwaterstand op ca. 9,8-10,2 meter +NAP. Voor de nieuwbouwwoning dient voldaan te worden aan een drooglegging van 1
4
Advies Waterparagraaf Veghelsedijk 10a
meter t.o.v. het bouwpeil. Hierdoor is het noodzakelijk om de grond ter plaatse op te hogen. Als er daarnaast nog een hoger vloerpeil wordt aangehouden, dan is er geen grondwateroverlast te verwachten binnen het plangebied. Voor zover bekend bevindt zich op en in de directe omgeving van het plangebied geen (geval van een) ernstige grondwaterverontreiniging. Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij andere ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing of werkzaamheden in de buurt van een watergang (zie ook § oppervlaktewater), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen/meldingen aangevraagd worden volgens de daarvoor geldende procedure (omgevingsloket). 2.2.2
Oppervlaktewater
Op de leggerkaart van het Waterschap Aa en Maas is te zien dat er in de omgeving van het plangebied verschillende Awatergangen gelegen zijn. Daarnaast grenst het plangebied direct aan een B-watergang. Aan de overzijde van de Veghelsedijk 10a is eveneens een B-watergang gelegen. In het plangebied zijn verder geen waterstaatswerken, waterwegen, greppels of sloten aanwezig. De B-watergang met code 01160 is aflopend in zuidelijke richting. De watergang eindigt halverwege het plangebied.
vrijdag 8 juli 2022
Figuur 3 Uitsnede leggerkaart met aanduiding plangebied in rood (bron: waterschap Aa en Maas)