CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek BP Veghelsedijk 10a Erp

Raadsvergadering 26 januari 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Veghelsedijk 10a, Erp24.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5

Advies Waterparagraaf Veghelsedijk 10a

2.2.3

Afvalwater

In onderhavig ruimtelijk initiatief wordt voorzien in de realisatie van circa 7 Ruimte-voor-Ruimte woningen. Voor nieuwbouwplannen geldt dat er een gestreefd dient te worden naar een scheiding van vuil- en (schoon) hemelwater. Voorliggend plan zal derhalve worden aangesloten op het gescheiden rioolstelsel. 2.2.4

Hemelwater

In het plangebied zijn momenteel enkele grootschalige schuren aanwezig. Daarnaast is een deel van het terrein braakliggend. Het hemelwater infiltreert deels in de ondergrond en stroomt deels af naar de nabij gelegen B-watergang en sloot/groenstrook aan de voorzijde van het plangebied. Voor zover bekend heeft er geen wateroverlast plaatsgevonden in het verleden binnen het plangebied. Een eventuele toekomstige hemelwatervoorziening dient boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand aangelegd te worden. Uit zorg voor een goede kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater wordt bij voorkeur afgezien van het gebruik van uitlogende (bouw)materialen (bouwen conform het Bouwstoffenbesluit) en dient voldaan te worden aan de in de waterparagraaf opgenomen milieuhygienische randvoorwaarden (zie hoofdstuk 3). De aanvoer van afgekoppelde neerslag zal niet leiden tot een verslechtering van de kwaliteit van het ontvangende grondof oppervlaktewater (eveneens hoofdstuk 3). Ter plaatse van de onderzoekslocatie is het planvoornemen acht seniorenwoningen te realiseren. Een globaal bouwplan is opgesteld en te zien in afbeelding 2. Op basis hiervan zijn

vrijdag 8 juli 2022

de toekomstige verharde oppervlakken ingeschat in onderstaande tabel. Bij het overige oppervlak is rekening gehouden met de aanleg van een terras nabij de woning. Bruto (verharde) oppervlakten

Huidige situatie (m²)

Toekomstige situatie (m²)

Dakoppervlak, totaal, circa

5.560

935

Overige verharde oppervlakten (ontsluitingsweg/paden, terras), circa

5.263

2.149

Verhard oppervlak, circa

10.823

3.084

Tabel 2 Huidig en toekomstig verhard oppervlak

Bij de planontwikkeling bedraagt het toekomstig verhard oppervlak ca. 3.084 m2. Doordat het ruimtelijk initiatief voorziet in een wezenlijke afname van het verhard oppervlak en de ligging buiten hydrologisch beschermd gebied is geen aanvullend overleg met het waterschap noodzakelijk. Doordat er in het voorgestelde plan 7 nieuwe woningen worden aangelegd, dient hemelwater ter plaatse verwerkt te worden. Bij nieuwbouwwoningen wordt een gescheiden stelsel aangelegd waarbij het afvalwater op het drukriool aangesloten dient te worden. Voor de aansluitingen op het gemeentelijk stelsel dient voor de woningen een aansluitingsvergunning van de gemeente Meierijstad aangevraagd te worden. Voor een bui van T = 60 bedraagt de benodigde waterberging zonder aanvullende maatregelen circa 185,04 m3. Ter plaatse is geen minderingsfactor van toepassing.

der beperkt worden door bovengronds afvoeren in een grindgoot of middels het gebruik van een halfverharding zoals grind of een waterpasserende bestrating. Binnen het plangebied is een goed infiltratiesnelheid te verwachten. Gezien de verwachte GHG op 9,8 – 10,2 (circa 60100 cm-mv) dient hemelwater bovengronds verwerkt te worden. Er zal een greppel/wadi of andere verlaging worden aangelegd aan de noordzijde van het plangebied waar een groot deel van de te bergen hemelwateropgave kan worden opgevangen (ca. 420 m2/ca. 210 m3). Daarnaast kan het overtollige hemelwater via een greppel worden afgevoerd richting deze wadi. De verlaging van de grond komt tevens eventuele drift van spuitnevel ten goede. Een overloop kan worden aangebracht naar de oostelijk gelegen watergang. Tot de mogelijkheden voor bovengrondse opvangen van water behoren verder onder andere de aanleg van een verlaagde tuin maar ook een natuurlijke tuin, een se-dum- of waterdak, regenwaterton of –schutting, wadi, infiltratiekratten en waterdoorlatende verhar-ding/parkeerplaatsen. Binnen het perceel is voldoende ruimte aanwezig om water bovengronds te verwerken. In deze rapportage zijn de belangen en beperking ten aanzien van de voorgestelde ruimtelijke ontwikkeling uitgelicht. Het daadwerkelijke ruimtebeslag met oppervlakte van verhard gebied van de voorzieningen is afhankelijk van de planinvulling.

Bij wijzigingen aan de bouwtekening of de overige verharding dient ten tijde de voorziening hierop aan te passen. Gezien de ligging en het planvoornemen zijn geen wateroverlast gerelateerde problemen te verwachten.

Eventueel kan water hergebruikt worden voor de besproeiing van de tuin met opgevangen water in een regenton/regenschutting. De benodigde retentie of afvoersnelheid kan ver-

6

Advies Waterparagraaf Veghelsedijk 10a

3. Overige aandachtspunten Via deze waterparagraaf worden geen vergunningen verleend. Hiervoor dient de reguliere procedure doorlopen te worden. Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij andere ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing / infiltratie of werkzaamheden in de buurt van een watergang), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen / meldingen worden aangevraagd via de gebruikelijke procedure (omgevingsvergunning). Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om verwerkt te worden. Mogelijk kan het hemelwater naar de koeienweide ten westen van het plangebied worden geleid voor directe infiltratie in de ondergrond. Mocht niet aan de randvoorwaarden voldaan kunnen of willen worden, zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk om vervuiling van het oppervlakte- en grondwater te voorkomen. Bij ondergrondse voorzieningen dient rekening gehouden te worden met voldoende ontluchtings- en noodoverlaatpunten en het eventueel voorplaatsen van een zuiverende voorziening. Mocht er gekozen worden voor bovengrondse afvoersystemen, dan moeten voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden.

Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve het reinigen en het onderhoud. Mogelijk in combinatie met een overloopconstructie (bij voorkeur bovengronds naar een lagere gelegen deel op eigen perceel). Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen

vrijdag 8 juli 2022

blijven functioneren. Wanneer er gekozen wordt voor maatregelen waarbij het water wordt opgeslagen voordat het wordt gebruikt of afgevoerd, zal ook aan deze maatregelen onderhoud gepleegd dienen te worden. Denk hierbij aan een sedum- of waterdak, regenwaterton of –schutting of infiltratiekratten

verharde oppervlakken. Geadviseerd wordt alternatieve middelen te gebruiken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder gewenst, aangezien zout met het hemelwater afstroomt naar de bodem of het oppervlaktewater. Indien toepassing benodigd is, wordt geadviseerd dit zo effectief mogelijk te doen.

Wanneer onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet te allen tijde worden voorkomen dat wateroverlast bij de woningen en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van een eventuele voorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een hemelwatervoorziening worden aangesloten. Wanneer er voor gekozen wordt om de buitenverharding af te koppelen mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat b.v. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd.

Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de

7

Advies Waterparagraaf Veghelsedijk 10a

Bijlagen Bijlage 1: Topografische overzichtskaart Bijlage 2: (concept) tekening planontwikkeling Bijlage 3: Geraadpleegde literatuur

vrijdag 8 juli 2022

8

Advies Waterparagraaf Veghelsedijk 10a

Bijlage 1: Topografische overzichtskaart

vrijdag 8 juli 2022

9

Advies Waterparagraaf Veghelsedijk 10a

Bijlage 2: (concept) tekening planontwikkeling

vrijdag 8 juli 2022

10

Advies Waterparagraaf Veghelsedijk 10a

Bijlage 3: Geraadpleegde literatuur Wettelijke kaders Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan, VGRP+ 2017-2022, Gemeente Meierijstad; Waterbeheerplan 2016-2021, Waterschap Aa en Maas; Keur, Brabantse Waterschappen; Aa en Maas; Legger oppervlaktewateren, Waterschap Aa en Maas; Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant (2016-2021); Provinciale Milieuverordening Noord-Brabant (PMV); Anders omgaan met hemelwater in bestaand stedelijk gebied, Brochure Ministerie van VROM, 2002; Handreiking watertoets, Publicatie: Ministerie van Verkeer en Waterstaat; Waterbeleid voor de 21e eeuw, Commissie Waterbeheer 21e eeuw; Besluit op de ruimtelijke ordening, 2010; Nationaal Bestuurakkoord Water, Publicatie Nederland leeft met water, 2003, actualisatie 2008; Waterwet, Rijksoverheid; Het Nationaal Waterplan, 2016-2021, Rijksoverheid.

Internet http://www.meierijstad.nl http://www.aaenmaas.nl http://www.brabant.nl/

Aanvullende informatie Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten, 2006; Hemelwater binnen de perceelsgrens, ISSO/SBR publicatie 70-1, Rotterdam, september 2000; Bodematlas provincie Noord-Brabant. DINOloket

vrijdag 8 juli 2022

11

%LMODJH 9HUNHQQHQGERGHPRQGHU]RHN

NL.IMRO.1948.BGV000BP0072022P-ON01

Pagina: 83 van 328

Datum:23-09-2022

Rapport verkennend bodemonderzoek Veghelsedijk 10a te Erp Gemeente Erp, sectie R, nummer 1575

Bezoekadres Postcode en plaats Telefoon e-mail internet

Projectnaam Projectnummer Opdrachtgever Postadres

Contactpersoon Status Versie Aantal pagina’s Datum Samenstelling rapport en kwaliteitscontrole

Paraaf

Veghelsedijk 10a te Erp B2733 Van Doorn Varkensbedrijven Veghelsedijk 10a 5469 SJ Erp Dhr R. van Doorn Definitief 1 16 (exclusief bijlagen) 21 juli 2021 dhr. M. Gloudemans

Jekschotstraat 12 5465 PG Veghel 0413 287068 info@bodem-inzicht.nl www.bodem-inzicht.nl

Inhoudsopgave 1 INLEIDING ................................................................................................................................................................. 3

2

3

4

5

1.1

Algemeen ................................................................................................................................................................ 3

1.2

Aanleiding en doel van het onderzoek.................................................................................................................... 3

1.3

Partijdigheid ............................................................................................................................................................ 3

1.4

Opbouw van het rapport ........................................................................................................................................ 3

VOORONDERZOEK .................................................................................................................................................... 4 2.1

Beschrijving onderzoekslocatie ............................................................................................................................... 4

2.2

Voormalig gebruik ................................................................................................................................................... 4

2.3

Huidig gebruik ......................................................................................................................................................... 5

2.4

Toekomstig gebruik................................................................................................................................................. 5

2.5

Beschikbare onderzoeksgegevens .......................................................................................................................... 5

2.6

Bodem- en geohydrologische gegevens ................................................................................................................. 7

2.7

Hypothese en onderzoeksstrategie ........................................................................................................................ 7

UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................ 8 3.1

Veldwerkzaamheden .............................................................................................................................................. 8

3.2

Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen .......................................................................................................... 8

3.3

Meetgegevens grondwater ..................................................................................................................................... 9

3.4

Chemische analyse en monsterselectie .................................................................................................................. 9

3.5

Geselecteerde grondmonsters en chemische analyses ........................................................................................ 10

3.6

Overzicht grondwatermonsters en chemische analyses ....................................................................................... 11

3.7

Monstersamenstelling en analyses asbest ............................................................................................................ 11

3.7.1 Aangetroffen asbestverdacht materiaal ...................................................................................................... 11 3.7.2 Samenstelling mengmonsters grond ........................................................................................................... 11 RESULTATEN ........................................................................................................................................................... 12 4.1

Toetsingskader ...................................................................................................................................................... 12

4.2

Toetsing analyseresultaten grond en grondwater ................................................................................................ 12

4.3

Wijze van beoordeling en toetsing asbest ............................................................................................................ 12

4.4

SEM-analyse .......................................................................................................................................................... 13

4.5

Analyseresultaten grond- en grondwatermonsters en interpretatie .................................................................... 13

4.6

Analyseresultaten inspectiegaten ......................................................................................................................... 14

4.7

Analyseresultaten plaatmateriaalmonster ........................................................................................................... 14

CONCLUSIES EN ADVIES .......................................................................................................................................... 15

BIJLAGEN Bijlage 1: Topografische ligging onderzoekslocatie Bijlage 2: Situatietekening met boorpunten Bijlage 3: Boorprofielbeschrijvingen Bijlage 4: Getoetste tabellen grond en grondwater Bijlage 5: Analysecertificaten Bijlage 6: veldwerkrapportage en fotoblad asbestonderzoek

rapport B2733 Veghelsedijk 10a te Erp

2

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van Van Doorn Varkensbedrijven te Erp heeft Bodeminzicht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Veghelsedijk 10a te Erp (gemeente Meijerijstad). Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen zoals deze zijn opgesteld in NEN 5725 en NEN 5740. De NEN 5725 (versie oktober 2017) beschrijft de werkwijze voor het uitvoeren van het vooronderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van verontreinigingen in en de verwachte milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem. Daarnaast dient het milieuhygiënisch vooronderzoek als basis voor de hypothese over veld- en laboratoriumonderzoek. De NEN 5740+A1 (versie april 2016) beschrijft de werkwijze voor het opstellen van een onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De NEN 5707+C2 (versie december 2017) beschrijft de werkwijze voor het opstellen van een onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van asbest. Indien meer dan 50% puin (v/v) in de bodem wordt aangetroffen, is de NEN5897 (versie augustus 2015) van toepassing. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 2000.

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 2000, protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”, protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. Bodeminzicht is gecertificeerd volgens dit procescertificaat onder nummer EC-SIK-20303. 1.2

Aanleiding en doel van het onderzoek

Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging en bouw van woningen op de onderzoekslocatie. Het doel van het onderzoek is tweeleding, namelijk: het bepalen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie; het verkrijgen van een toetsingsgrondslag met het oog op mogelijke bodemverontreiniging voortvloeiend uit verrichtte bedrijfsactiviteiten (Wm of Activiteitenbesluit). Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn aannames gedaan over het al dan niet aanwezig zijn van potentiële verontreinigingsbronnen en is een onderzoekshypothese opgesteld. 1.3

Partijdigheid

Bodeminzicht en partijen die een bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van dit rapport hebben op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en zijn geen belanghebbenden bij de onderzochte locatie. Bodeminzicht garandeert hiermee derhalve dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek is uitgevoerd. 1.4

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: Vooronderzoek (hoofdstuk 2) Uitgevoerde werkzaamheden (hoofdstuk 3) De resultaten van het onderzoek (hoofdstuk 4) Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5)

rapport B2733 Veghelsedijk 10a te Erp

3

2

VOORONDERZOEK

Onderdeel van een verkennend bodemonderzoek op basis van de NEN 5740 vormt een vooronderzoek, uit te voeren conform de NEN 5725 [Nederlandse norm, oktober 2017]. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: A. Opdrachtgever B. Het milieu-archief van de gemeente Meijerijstad C. Kadastrale kaarten D. Topografische kaarten (topotijdreis) E. Grondwaterkaarten F. Omgevingsrapportage Noord-Brabant G. Locatiebezoek

2.1

Beschrijving onderzoekslocatie

adres onderzoekslocatie kadastrale registratie oppervlakte ligging onderzoekslocatie huidige functie en gebruik beschrijving bebouwing

beschrijving maaiveld

omgeving

2.2

bron A C A D A,G G

bijlage 1 1 2 1

G

2

D

1

bron A,B

aanpassing strategie Nee

D

Nee

A,B

Nee

D

Nee

A,B,G

Nee

Veghelsedijk 10a te Erp Gemeente Erp, sectie R nummer 1575 23.855 m² buiten bebouwde kom Woning met stallen en landbouwgrond Op de locatie is sprake van een woonhuis met varkensstallen. Het woonhuis is opgetrokken uit bakstenen en voorzien van dakpannen. De varkensstallen zijn opgetrokken uit gemetselde muren en voorzien van golfplaten. Het erf is verhard met klinkers, de spoelplaats is verhard met een vloeistofdichte vloer (50 m²) en het overig deel van de onderzoekslocatie is onverhard noord: Akkerland oost: Weiland zuid: Openbare weg (Veghelsedijk) en aan de overzijde akkerland west: woning

2

Voormalig gebruik

voormalig gebruik locatie algemeen

(sloot-)dempingen ophogingen voormalige bebouwing voormalige bodembedreigende activiteiten, opslag van (brand-)stoffen

Tot circa 1980 is de locatie in gebruik geweest als landbouwgrond. Daarna is een woonhuis (1979) en varkensstal (= huidige dekstal) (1978) gebouwd. In 1997 is de huidige biggenstal gebouwd en de huidige dekstal gerenoveerd. In 2010 is het bedrijf uitgebreid met de meest noordelijke stal (voor kraamzeugen en gespeende biggen). De dekstal is voorzien van asbesthoudende golfplaten met goot en hemelwaterafvoer. Voor zover bekend hebben ter plaatse geen dempingen plaatsgevonden. Voor zover bekend hebben ter plaatse geen ophogingen plaatsgevonden. Voor 1980 is voor zover bekend geen bebouwing aanwezig geweest Voor zover bekend zijn op de onderzoekslocatie geen boven- of ondergrondse opslagtanks aanwezig (geweest).

rapport B2733 Veghelsedijk 10a te Erp

4

2.3

Huidig gebruik bron

bodembedreigende activiteiten bodembedreigende activiteiten, opslag van bodembedreigende (brand-)stoffen

puin op maaiveld aanwezig

2.4

A,G

Inpandig in de dekstal (zuidoostelijk gelegen stal) is een werkplaats (< 100 m²) aanwezig. Tevens is een spoelplaats (ca. 40 m²) en noodstroomaggregaat ca. 10 m² aanwezig en was een luchtwasser met spuiwateropslagsilo en zuurvat aanwezig (recent opgeruimd). Milieutekeningen uit 2009, 2013 en 2019 zijn ingezien, de verdachte deellocaties bevinden zich echter niet exact op de op milieutekening aangegeven locaties.. Ter plaatse van de oost en noordzijde van de stallen is sprake van een verhardingslaag van gebroken puin, aangebracht in 2010.

A,G

ja

A,G

Nee

bron A

aanpassing strategie nee

A

Nee

bron B

aanpassing strategie Nee

B

Nee

A

Nee

Toekomstig gebruik

bestemming bodembedreigende activiteiten, opslag van bodembedreigende (brand-)stoffen 2.5

Woonhuis met varkenshouderij (4 stallen).

aanpassing strategie Nee

Wonen, beoogd wordt de stallen te saneren en woningen op te richten. Voor zover bekend zijn op de locatie geen toekomstige bodembedreigende activiteiten gepland.

Beschikbare onderzoeksgegevens

onderzoek op locatie

In 1994 is, door SGS EcoCare, een verkennend bodemonderzoek (kenmerk EF 851.992 d.d. 16-11-1994) verricht op de huidige onderzoekslocatie in het kader van een bouwvergunningaanvraag voor een varkensstal. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de boven- en ondergrond geen verhoogde gehaltes aan onderzochte stoffen bevatten. In het grondwater is een licht verhoogde gehalte aan koper, lood en trichlooretheen gemeten. Geconcludeerd wordt dat de resultaten van het onderzoek geen belemmering vormen voor de geplande nieuwbouw van een varkensstal. In 2006 is, door Bijvelds milieutechnisch onderzoek, een verkennend bodemonderzoek (kenmerk 0206060, d.d. 27-072006) uitgevoerd ter plaatse van de geplande uitbreiding van de varkenshouderij. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de boven- en ondergrond geen verhoogde gehaltes aan de onderzochte parameters bevatte. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan chroom gemeten. Geconcludeerd wordt dat de resultaten van het onderzoek geen belemmering vormen voor de geplande uitbreiding van de varkenshouderij. In oktober 2020 is een asbestinventarisatie verricht (CSI, kenmerk 20-5469SJ.10a). Daaruit blijkt dat de dekstal voorzien is van asbesthoudende golfplaten met goten en hemelwaterafvoer..

rapport B2733 Veghelsedijk 10a te Erp

5

onderzoek in directe omgeving

In 2009 is, door Bijvelds milieutechnisch onderzoek, een verkennend en aanvullend bodemonderzoek verricht aan Veghelsedijk 12 (kenmerk 0208092, d.d. 12-02-2009) in het kader van aankoop en de voorgenomen bouw van een woonhuis met bijgebouwen. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat in één mengmonster van de bovengrond een licht verhoogd gehalte aan cadmium is gemeten. In de overige mengmonsters van de bovenen de ondergrond zijn geen verhoogde gehaltes aan de onderzochte parameters aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan barium gemeten. Geconcludeerd wordt dat de resultaten van het onderzoek geen belemmering vormen voor de voorgenomen aankoop en nieuwbouw ter plaatse. In 2009 is, door Bijvelds milieutechnisch onderzoek, een actualisatie bodemonderzoek op hetzelfde adres (kenmerk 0208092, d.d. 26-05-2009) uitgevoerd naar aanleiding van de sloop van de (voormalige) woning met werkplaats en kippenstal. Tevens is een deel van de betonverharding verwijderd. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de boven- en de ondergrond geen verhoogde gehaltes aan de onderzochte parameters bevatte. Het grondwater is in dit onderzoek niet onderzocht. Geconcludeerd wordt dat de resultaten van het onderzoek geen belemmering vormen voor de geplande nieuwbouw ter plaatse.

rapport B2733 Veghelsedijk 10a te Erp

B

Nee

B

Nee

6

2.6

Bodem- en geohydrologische gegevens

deklaag eerste watervoerend pakket scheidende laag

Bodemopbouw fijn tot matig grof zand. Plaatselijk komt leem, klei en veen voor. matig tot zeer grove grindrijke zanden, met plaatselijk een kleilaag. kleihoudende afzettingen

Nuenengroep

0-18 m-mv

Formatie van Sterksel/Veghel Kedichem/Tegelen

18-65 m-mv 65-117 mmv

hydrologie diepte freatisch grondwater stromingsrichting 2.7

Ca 2,5 m-mv Westelijk

Hypothese en onderzoeksstrategie

NEN5740: op basis van het vooronderzoek worden de spoelplaats, werkplaats, noodstroomaggregaat en voormalige spuiwateropslagsilo als verdachte deellocaties met een duidelijke verontreinigingkern beschouwd (VEP, tabel 6). Het overige terrein wordt als onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL, tabel 3) beschouwd. (deel)-locatie opperhypoboringen analyses vlakte these A: Spoelplaats 40 m² VEP 2 tot 0,5 m-mv 1 standaardpakket grond 1 peilbuis 1 standaardpakket grondwater B: werkplaats <100 m² VEP 2 tot 0,5 m-mv 1 standaardpakket grond 1 peilbuis 1 standaardpakket grondwater C: noodstroomag- 10 m² VEP 2 tot 0,5 m-mv 1 Minerale olie grond gregaat 1 peilbuis 1 Minerale olie grondwater D: luchtwasser <100 m² VEP 2 tot 0,5 m-mv 1 standaardpakket grond met spuiwaterop1 peilbuis 1 standaardpakket grondwater slag en zuurvat E: overig terrein 23.850 m² ONV 24 tot 0,5 m-mv 7 standaardpakket grond 7 tot 2,0 m-mv/grondwater 3 peilbuis 3 standaardpakket grondwater Op basis van het vooronderzoek is de locatie onverdacht voor aanwezigheid van asbest in de bodem. Een asbestonderzoek conform NEN5707 maakt derhalve geen deel uit van de onderzoeksstrategie. De bodem wordt visueel beoordeeld op aanwezigheid bijmenging van puin, baksteen en asbestverdachte fragmenten. Zo nodig wordt de strategie bijgesteld op basis van veldbevindingen.

rapport B2733 Veghelsedijk 10a te Erp

7

3

UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN

3.1

Veldwerkzaamheden

verricht onder procescertificaat BRL SIKB 2000 conform protocol 2001 ja datum 28 juni 2021 veldmedewerker(s) M. Gloudemans, Bodeminzicht certificaat EC-SIK-20303 B. van de Sande afwijkingen bijzonderheden Ter plaatse van meetpunten 3 en 4 wordt bijmenging van puin aangetroffen. conform protocol 2002 datum veldmedewerker(s) afwijkingen bijzonderheden

ja 7 juli 2021 M. Gloudemans, Bodeminzicht certificaat EC-SIK-20303 -

conform protocol 2018 ja datum 7 juli 2021 veldmedewerker(s) M. Gloudemans, Bodeminzicht certificaat EC-SIK-20303 afwijkingen bijzonderheden Door aanwezigheid van straatwerk wordt maaiveldinspectie niet zinvol geacht. • In bijlage 2 is de plaats van de meetpunten in de situatietekening opgenomen. • Voor de gedetailleerde boorprofielbeschrijvingen per boring wordt verwezen naar bijlage 3. • In bijlage 6 zijn de veldwerkrapportages opgenomen 3.2

Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen

boring

diepte boring (m -mv) 3,40 0,60 1,00

traject soort waargenomen bijzonderheden (m -mv) 2a 0,00 - 0,10 volledig asfalt 2b 0,00 - 0,08 volledig asfalt 2c 0,00 - 0,10 volledig asfalt 0,50 - 0,70 Zand resten baksteen 3 2,00 0,15 - 0,50 Zand zwak puinhoudend 4 0,85 0,08 - 0,35 Zand matig puinhoudend 17 0,70 0,00 - 0,20 volledig asfalt 0,20 - 0,70 Zand sporen baksteen 18 0,70 0,00 - 0,20 volledig asfalt 0,20 - 0,70 Zand sporen baksteen 19 1,80 0,00 - 0,25 volledig menggranulaat 20 0,65 0,00 - 0,15 volledig menggranulaat 21 2,00 0,00 - 0,30 volledig menggranulaat 1,10 - 1,50 Zand resten baksteen 23a 3,20 0,40 - 0,80 Zand matig puinhoudend 23b 0,80 0,00 - 0,30 volledig menggranulaat 23c 0,75 0,00 - 0,25 volledig menggranulaat 24 0,50 0,00 - 0,50 Zand resten wortels 25 0,80 0,00 - 0,30 volledig menggranulaat 26 0,70 0,00 - 0,20 volledig menggranulaat 27 0,70 0,00 - 0,20 volledig menggranulaat 35 0,50 0,20 - 0,50 Zand resten beton, resten asbest, 1,41kg>20 2xgolf 77gr 36 0,45 0,20 - 0,45 Zand resten baksteen, brokken asfalt, 0,61kg>20 37 0,50 0,20 - 0,50 Zand resten puin, 0,3kg>20 De aangetroffen bijmenging van baksteen en puin worden als bodemvreemd beschouwd en de puinbijmenging vormt aanleiding gegeven voor aanpassing van de onderzoeksstrategie. Het aangetroffen menggranulaat is onder certificaat geleverd en aangebracht in 2010 en derhalve niet als asbestverdacht beschouwd.

Inspectie van het maaiveld en het beoordelen van opgeboorde grond ter plaatse van meetpunten 3 en 4 vormden aanleiding voor het verrichten van asbestonderzoek conform NEN5707. De aangetroffen sporen baksteen (meetpunten 17, 18 en 21) worden niet als asbest verdacht beschouwd. rapport B2733 Veghelsedijk 10a te Erp

8

3.3

Meetgegevens grondwater

filterdiepte grondwaterstand zuurgraad (pH) EC in µS/cm troebelheid in NTU (m-mv) (m-mv) 1a 2,20 - 3,20 1,40 6,5 982 2,9 2a 2,40 - 3,40 1,53 5,8 320 30,7 23a 2,20 - 3,20 1,25 6,8 2.773 44,1 31 1,70 - 2,70 0,61 5,7 1.609 5,4 De gemeten waardes worden niet als afwijkend beschouwd voor de regio en geven geen indicatie voor de aanwezigheid van verontreinigingen in het grondwater. 3.4

Chemische analyse en monsterselectie

De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters geven informatie over de feitelijke aanwezigheid en concentraties van onderzochte stoffen of groepen stoffen. De chemische analyses zijn uitgevoerd volgens het door de door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium Al-West B.V. in Deventer. Het laboratorium werkt volgens de meest van toepassing zijnde normen van het Nederland Normalisatie Instituut (NNI).

rapport B2733 Veghelsedijk 10a te Erp

9

3.5

Geselecteerde grondmonsters en chemische analyses

Analysemonster BG1 wasplaats

Traject (m -mv) 0,08 - 0,90

BG2 noodstroomaggregaat/werkplaats BG3 spuiwateropslag BG4 overig erf

0,10 - 0,60

0,25 - 0,80

Deelmonsters

Analysepakket1

reden/motivatie

1a (0,40 - 0,90) 1b (0,08 - 0,50) 1c (0,08 - 0,50) 2a (0,10 - 0,60) 2b (0,10 - 0,60) 2c (0,10 - 0,50)

NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en voorb. (AS3000)

wasplaats

NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en voorb. (AS3000)

aggregaat werkplaats

23b (0,30 - 0,80) 23c (0,25 - 0,75)

pH-CaCl2 (AS3000) - FS

spuiwateropslag

en

23a (0,40 - 0,80) NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en puinhoudende 3 (0,15 - 0,50) voorb. (AS3000) bovengrond 4 (0,08 - 0,35) BG5 overig erf 0,00 - 0,70 10 (0,00 - 0,50) NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en visueel schone 11 (0,00 - 0,25) voorb. (AS3000), pH-CaCl2 (AS3000) - FS bovengrond 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,40 - 0,70) 6 (0,08 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50) BG6 overig erf 0,00 - 0,80 17 (0,20 - 0,70) NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en plaatselijk bak18 (0,20 - 0,70) voorb. (AS3000) steenhoudende 20 (0,15 - 0,65) bovengrond 21 (0,30 - 0,80) 22 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 25 (0,30 - 0,80) 26 (0,20 - 0,70) 27 (0,20 - 0,70) BG7 weiland 0,00 - 0,50 28 (0,00 - 0,50) NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en visueel schone 29 (0,00 - 0,45) voorb. (AS3000) bovengrond 30 (0,00 - 0,50) 31 (0,00 - 0,50) 32 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,30) 34 (0,00 - 0,50) OG1 erf 0,50 - 1,50 11 (0,70 - 1,20) NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en visueel schone 1a (0,90 - 1,20) voorb. (AS3000) ondergrond 1b (0,70 - 1,00) 21 (1,10 - 1,50) 2a (0,60 - 1,10) 3 (0,50 - 1,00) OG2 erf 1,00 - 1,90 11 (1,20 - 1,70) NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en visueel schone 19 (1,50 - 1,80) voorb.

(AS3000) ondergrond 1a (1,20 - 1,70) 23a (1,10 - 1,50) 2a (1,30 - 1,80) 3 (1,40 - 1,90) 9 (1,00 - 1,50) OG3 weiland 0,30 - 1,20 29 (0,80 - 1,20) NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en visueel schone 31 (0,50 - 1,00) voorb. (AS3000) ondergrond 31 (1,00 - 1,20) 33 (0,30 - 0,70) 33 (0,70 - 1,00) 1)Het NEN 5740 standaardpakket bodem bestaat uit de volgende parameters: droogrest, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s, PAK, minerale olie.

0,08 - 0,80

De analyseresultaten hebben geen aanleiding gegeven individuele monsters separaat te analyseren.

rapport B2733 Veghelsedijk 10a te Erp

10

3.6

Overzicht grondwatermonsters en chemische analyses Peilbuis 1a-1-1 2a-1-1 23a-1-1 31-1-1

Filterdiepte in m-mv 2,20 - 3,20 2,40 - 3,40 2,20 - 3,20 1,70 - 2,70

Analysepakket NEN 5740gw standaardpakket (AS3000) NEN 5740gw standaardpakket (AS3000) NEN 5740gw standaardpakket (AS3000) NEN 5740gw standaardpakket (AS3000)

1)Het standaardpakket grondwater bestaat uit de volgende parameters: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie.

Alle geanalyseerde grondwatermonsters zijn voorbehandeld conform AS 3000 zoals per 1 januari 2008 is voorgeschreven. 3.7

Monstersamenstelling en analyses asbest

Ten behoeve van het verkennend onderzoek asbest zijn van de gaten en boringen mengmonsters samengesteld en is asbestverdacht materiaal verzameld uit de maaiveldinspectie en inspectie van de bodem. 3.7.1

Aangetroffen asbestverdacht materiaal

Een maaiveldinspectie ter plaatse van het asbestverdachte erf is door aanwezigheid van een bestrating met straatklinkers niet verricht. Tijdens het graven en zeven van grond uit de inspectiegaten is asbestverdacht materiaal aangetroffen in proefgat 35. Locatie omschrijving monster gewicht (g) traject in m-mv Analysepakket proefgat 35 2x golfplaat 77 0,20 - 0,50 asbest verzamelplaatmateriaal (AS3000) 3.7.2

Samenstelling mengmonsters grond

omschrijving monster 35-1

geselecteerde inspectiegaten 35

rapport B2733 Veghelsedijk 10a te Erp

traject in m-mv 0,20 - 0,50

Bijzonderheden <20% bodemvreemde bijmenging

Analysepakket asbest grond NEN5898 (<20mm) 1015 kg (AS3000)

11

4 4.1

RESULTATEN Toetsingskader

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en grondwater aan de achtergrondwaardes grond en streefwaarden grondwater en de interventiewaarden grond en grondwater. De achtergrondwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een “geval van ernstige bodemverontreiniging” te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. In onderhavig rapport worden de volgende termen gebruikt om de mate van verontreiniging aan te geven: -

-

-

niet verontreinigd: de concentratie aan verontreiniging is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde; licht verontreinigd: de concentratie aan verontreiniging is hoger dan de achtergrondwaarde maar lager dan of gelijk aan de halve som van de achtergrond- en interventiewaarde, index ((GSSD - AW) / (I - AW)) groter dan 0,0 maar kleiner dan 0,5; matig verontreinigd: de concentratie aan verontreiniging is hoger dan de halve som van de achtergrond- en interventiewaarde maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde, index ((GSSD - AW) / (I - AW)) groter dan 0,5 maar kleiner dan 1,0; sterk verontreinigd: de concentratie aan verontreinigingen is hoger dan de interventiewaarde, index ((GSSD - AW) / (I - AW)) groter dan 1,0.

Uit de NEN 5740 kan het volgende worden afgeleid. Uitvoering van vervolgonderzoek is in de meeste gevallen alleen noodzakelijk wanneer de concentratie van een stof de halve som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde overschrijdt (index > 0,5). Deze waarde wordt ook in de Leidraad Bodembescherming gehanteerd als de concentratiegrens waarboven een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Bij overschrijding van de interventie-waarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. 4.2

Toetsing analyseresultaten grond en grondwater

De analyseresultaten van de grond zijn getoetst aan de achtergrond- (A) en interventiewaarden (I) uit de circulaire streef- en interventiewaarden bodemsanering [Staatscourant 2000-39]. In de toetsingstabel zijn zowel de achtergrondwaarden (A) als de interventiewaarden (I) voor microverontreinigingen opgenomen. De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van het (gemeten) lutum- en organisch stofgehalte van de bodem. De analyseresultaten van het grondwater zijn getoetst aan de streef- (S) en interventiewaarden (I). De gemeten waarden van de onderzochte (meng-)monsters met overschrijdingstabellen zijn in bijlage 4 weergegeven. In bijlage 5 zijn de analysecertificaten opgenomen.

4.3

Wijze van beoordeling en toetsing asbest

De beoordeling en interpretatie van de analyseresultaten van de grondmonsters geschiedt op basis van het Besluit Bodemkwaliteit. De hoogte van zowel de interventiewaarde, de hergebruikwaarde, als de rest-concentratienorm voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. De berekening voor de toetsing aan deze norm wordt op de volgende wijze uitgevoerd: (10x gehalte ambifool asbest)+(gehalte serpentijn asbest)=<100 mg/kg d.s. Per (deel)locatie en per (verdachte) bodemlaag moeten alle indicatieve resultaten worden getoetst aan de interventiewaarde, volgens onderstaande criteria. • Gaten 30 cm x 30 cm: indien voor een (deel)locatie en bodemlaag het gewogen gehalte aan asbest (hoogste gehalte) kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is verder onderzoek niet noodzakelijk en is het statistisch aannemelijk dat de interventiewaarde ook niet in een nader onderzoekstraject zal worden overschreden; • Gaten 30 cm x 30 cm; indien voor een (deel)locatie en bodemlaag het gewogen gehalte aan asbest (hoogste gehalte) groter is dan de helft van de interventiewaarde is nader onderzoek noodzakelijk; • Boringen (< 35 cm): indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend onderzoek verplicht.

Er kan worden gekozen voor een volledig verkennend onderzoek met behulp van gaten of er kan direct worden overgegaan tot nader onderzoek. • Boringen(< 35 cm): indien in geen van de boringen binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is nader onderzoek niet verplicht. Bij toetsing is de hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie en bodemlaag bepalend.

rapport B2733 Veghelsedijk 10a te Erp

12

4.4

SEM-analyse

Analyse op de respirabele asbestvezels is aan te raden als er een specifieke verdenking voor respirabele vezels is vanuit het vooronderzoek of Als de reguliere asbestanalyse (fracties 0,5-20 mm) aanwijzingen geeft op asbest in de fractie <0,5 mm. •

locaties waar asbesthoudend isolatiemateriaal is gebruikt zoals bovengrondse leidingstraten of procesinstallaties die geërodeerd kunnen zijn locaties bij geërodeerde asbestdaken locaties waar met asbest verontreinigd havenslib is toegepast

• •

Afhankelijk van de situatie is het daarbij aan te raden om bij het onderzoek uit te gaan van een dunnere laag dan 0,5 meter, als deze specifiek verdacht op het voorkomen van respirabele vezels. Een voorbeeld hiervan is de toplaag van de bodem onder een geërodeerd asbestdak waarbij geen dakgoot aanwezig is. Dit gehalte moet opgeteld worden bij het gehalte zoals is bepaald uit de fractie 0,5-20 mm (grondmengmonster) en >20 mm (verzamelmonster grovere delen) om te bepalen of de interventiewaarde wordt overschreden. Daarnaast moet bij bodemonderzoek gericht op het bepalen van de ernst en de spoedeisendheid van een verontreiniging dit gehalte separaat getoetst worden aan de risiconorm van 10 mg/kg zoals genoemd in het protocol asbest in bijlage 3 van de Circulaire bodemsanering om te bepalen of sprake is van spoedeisendheid.

4.5

Analyseresultaten grond- en grondwatermonsters en interpretatie

(deel)locatie

monster

traject

vaste bodem wasplaats

BG1 wasplaats

0,08 - 0,90

aggregaat en werkplaats

BG2 noodstroomaggregaat/werkplaats

0,10 - 0,60

spuiwateropslag puinhoudende bovengrond

BG3 spuiwateropslag BG4 overig erf

0,25 - 0,80 0,08 - 0,80

visueel schone bovengrond

BG5 overig erf

0,00 - 0,70

plaatselijk baksteenhoudende bovengrond visueel schone bovengrond visueel schone ondergrond

BG6 overig erf

0,00 - 0,80

BG7 weiland OG1 erf

0,00 - 0,50 0,50 - 1,50

visueel schone ondergrond visueel schone ondergrond grondwater wasplaats aggregaat en werkplaats

OG2 erf OG3 weiland

1,00 - 1,90 0,30 - 1,20

1a-1-1 2a-1-1

2,20 - 3,20 2,40 - 3,40

spuiwateropslag

23a-1-1

2,20 - 3,20

weiland

31-1-1

1,70 - 2,70

overschrijding achtergrondof streefwaarde

overschrijding interventiewaarde

PCB (som 7) (0,44) PAK 10 VROM (-) Minerale olie C10 - C40 (0,28) Zink (0,01) Cadmium (0,01) pH 6,9 Minerale olie C10 - C40 (0,15) PAK 10 VROM (0,18) PAK 10 VROM (0,01) pH 6,6 -

-

Koper (0,06) Minerale olie C10 - C40 (0,01) -

-

Barium (0,19) Koper (0,03) Barium (0,09) Koper (0,1) Barium (0,33)

-

-

-

-

-

pH 6,8

1Index

Koper (0,47) Cadmium (0,01) Barium (0,57)

-

(GSSD - AW) / (I - AW)

Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksgegevens dient, gezien de gehanteerde strategie (gebaseerd op de Nederlandse Norm NEN 5740) welke is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening te worden gehouden met een zeker restrisico.

rapport B2733 Veghelsedijk 10a te Erp

13

Een bodemonderzoek is een momentopname waarbij steekproefsgewijs boringen worden verricht en peilbuizen worden geplaatst op een veelal willekeurige, maar meest voor de hand liggende locatie. Derhalve kan nooit uitgesloten worden dat op de onderzoekslocatie verontreinigingen aanwezig zijn die bij dit onderzoek niet zijn aangetoond. Bodeminzicht kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. 4.6

Analyseresultaten inspectiegaten

monster

inspectiegaten

traject in m-mv

analyse

35-1

35

0,20 - 0,50

NEN5898

4.7

analyseresultaten verhoogde para- hecht-gebonden meter chrysotiel hecht en niet-hechtgebonden

gewogen concentratie (mg/kg d.s.) 39

Analyseresultaten plaatmateriaalmonster

Tijdens het graven en zeven van grond uit de inspectiegaten wordt visueel beoordeeld of mogelijk sprake is van asbesthoudend plaatmateriaal. Verdacht materiaal wordt per vindlocatie (maaiveld/inspectiegat) verzameld en geanalyseerd op gehalte aan asbest. Tijdens het verkennend asbestonderzoek is asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen in proefgat 35. locatie codemassa stuks en omschrijhecht-gebondenasbestgehalte (%) en massa (mg) ring (g) ving heid serpentijn amfibool chrysotiel amocrosiet cidoliet proefgat 35-avm 63,5 2x golfplaat goed 12,5 7.900 35 Berekening gewogen gehalte proefgat 35 op basis aangetroffen fragmenten en uitgezeefde grond: Afmetingen inspectiegat (lxbxd): 0,3x0,3x0,3 m Soortelijk gewicht grond en %ds: 1.850 kg/m³ en 91% Berekening kg ds: 0,027 m³ x 1.850 x 0,91 = 45,5 kgds Berekening gewogen asbestgehalte: 7.900 mg/45,5 kgds + 39 = 201 mg/kgds Tijdens inspectie van gaten is asbestverdacht plaatmateriaal visueel waargenomen in proefgat 35. Analyse van de fractie kleiner dan 20mm en groter dan 20mm heeft plaatsgevonden. In het geanalyseerde grondmengmonster 35-1 is een concentratie asbest aangetroffen. Uit de berekening van het gewogen gehalte blijkt een gehalte van 201 mg/kgds. Dit gehalte vormt aanleiding voor nader asbestonderzoek.

Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksgegevens dient, gezien de gehanteerde strategie (gebaseerd op de Nederlandse Norm NEN 5740) welke is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening te worden gehouden met een zeker restrisico. Een bodemonderzoek is een momentopname waarbij steekproefsgewijs boringen/inspectiegaten worden verricht/gegraven en peilbuizen worden geplaatst op een veelal willekeurige, maar meest voor de hand liggende locatie. Derhalve kan nooit uitgesloten worden dat op de onderzoekslocatie verontreinigingen aanwezig zijn die bij dit onderzoek niet zijn aangetoond. Bodeminzicht kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.

rapport B2733 Veghelsedijk 10a te Erp

14

5

CONCLUSIES EN ADVIES

In opdracht van Van Doorn Varkensbedrijven te Erp heeft Bodeminzicht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Veghelsedijk 10a te Erp (gemeente Meijerijstad). De locatie bestaat uit een agrarisch erf met een bedrijfswoning en varkensstallen met naastgelegen weiland. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging en bouw van woningen op de onderzoekslocatie. Op basis van het vooronderzoek worden de spoelplaats, werkplaats, noodstroomaggregaat en voormalige spuiwateropslagsilo als verdachte deellocaties met een duidelijke verontreinigingskern beschouwd. Het overige terrein wordt als onverdachte niet-lijnvormige locatie beschouwd. Resultaten NEN5740 Tijdens het verrichten van veldwerk is een bijmenging van baksteen en puin aangetroffen. De bijmenging van baksteen en puin worden als bodemvreemd beschouwd en de puinbijmenging vormt aanleiding gegeven voor aanpassing van de onderzoeksstrategie. Het aangetroffen menggranulaat is onder certificaat geleverd en aangebracht in 2010 en derhalve niet als asbestverdacht beschouwd. Inspectie van het maaiveld en het beoordelen van opgeboorde grond ter plaatse van meetpunten 3 en 4 vormden aanleiding voor het verrichten van asbestonderzoek conform NEN5707. De aangetroffen sporen baksteen (meetpunten 17, 18 en 21) worden niet als asbest verdacht beschouwd.

In het mengmonster BG1 van de bovengrond ter plaatse van de wasplaats zijn gehaltes aan PCB’s en PAK gemeten boven de achtergrondwaarden. De gehaltes zijn mogelijk gerelateerd aan het gebruik van de wasplaats door de jaren heen. De gehaltes vormen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek. In het grondwater ter plaatse van de wasplaats (peilbuis 1a) is een gehalte aan barium gemeten boven de streefwaarde. Het gehalte aan barium is regionaal verhoogd en vormt geen aanleiding voor nader onderzoek. In het mengmonster BG2 van de bovengrond ter plaatse van de werkplaats en aggregaat zijn gehaltes aan minerale olie, zink en cadmium gemeten boven de achtergrondwaarden. De gehaltes zijn mogelijk gerelateerd aan het gebruik van de werkplaats door de jaren heen. De gehaltes vormen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek. In het grondwater ter plaatse van de werkplaats (peilbuis 2a) zijn gehaltes aan barium en koper gemeten boven de streefwaarde. De gehaltes aan zware metalen worden als regionaal verhoogd beschouwd en vormen geen aanleiding voor nader onderzoek. Van de bovengrond ter plaatse van de spuiwateropslag (BG3) en bovengrond van overig erf (BG5) is de zuurgraad in het lab bepaald. Uit analyse van mengmonsters BG3 en BG5 blijkt respectievelijk een pH van 6,9 en 6,6. Deze zijn vergelijkbaar en vormen geen aanleiding voor nader onderzoek.

De zuurgraad van het grondwater uit peilbuis 23a wijkt niet af van de pHmetingen van grondwater elders op het perceel. In mengmonster BG4 van puinhoudende bovengrond zijn gehaltes aan minerale olie en PAK gemeten boven de achtergrondwaarden. De gehaltes zijn gerelateerd aan de aangetroffen bijmenging en vormen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek. In het mengmonster BG5 van visueel schone bovengrond is een gehalte aan PAK gemeten boven de achtergrondwaarde. In het mengmonster BG6 van baksteenhoudende bovengrond zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In mengmonster BG7 van visueel schone bovengrond (weiland) is een gehalte aan koper gemeten boven de achtergrondwaarde. In het mengmonster OG1 van visueel schone ondergrond (erf) is een gehalte aan minerale olie gemeten boven de achtergrondwaarde. In de mengmonsters OG2 en OG3 van visueel schone ondergrond (erf en weiland) zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 31 (weiland) zijn gehaltes aan koper, cadmium en barium gedetecteerd boven de streefwaarden. De verhogingen aan metalen zijn toe te schrijven aan natuurlijk verhoogde achtergrondwaardes en vormen geen aanleiding voor nader onderzoek.

Resultaten NEN5707 Het bestrate erf tussen de twee oudste stallen is als asbestverdacht beschouwd door het aantreffen van een bijmenging van puin in de bovengrond tijdens het verkennend bodemonderzoek. Tijdens inspectie van gaten is asbestverdacht plaatmateriaal visueel waargenomen in proefgat 35. Analyse van de fractie kleiner dan 20mm en groter dan 20mm heeft plaatsgevonden. In het geanalyseerde grondmengmonster 35-1 is een concentratie asbest aangetroffen. Uit de berekening van het gewogen gehalte blijkt een gehalte van 201 mg/kgds. Dit gehalte vormt aanleiding voor nader asbestonderzoek.

rapport B2733 Veghelsedijk 10a te Erp

15

Conclusie en advies De resultaten van het onderzoek stemmen niet geheel overeen met de hypothese. Het aangetoonde gewogen gehalte aan asbest ter plaatse van proefgat 35 vormt aanleiding voor nader onderzoek. De overige onderzoeksresultaten vormen geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. Geadviseerd wordt het erf met een oppervlakte van circa 500 m² tussen de twee oude stallen nader te onderzoeken op aanwezigheid van asbest in de bovengrond onder het straatwerk.

rapport B2733 Veghelsedijk 10a te Erp

16

Bijlage 1 Topografische ligging onderzoekslocatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=c6ce4102-809a-4134-82e1-80d5bbc298a1