CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek BP Markt-Kapittelhof te Sint - Oedenrode

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan 'Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode'23.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Deze waarnemingen zijn echter indicatief. Het vaststellen van een broedgeval geschiedt door het waarnemen van een in- of uitvliegende vogel. De exacte locatie van de nestopening dient daarbij te worden vastgelegd.

3.3 Huismussen Werkwijze Er zijn een tweetal inventarisatiebezoeken gebracht aan de planlocatie op respectievelijk 2 en 15 mei 2017. De weersomstandigheden tijdens de inventarisatiebezoeken waren goed (grotendeels droog en niet te koud, zie tabel 1), met op het einde van het eerste veldbezoek regen. Tijdens de inventarisaties is bij het plangebied gepost vanaf meerdere overzichtspunten en gelet op broedende en/of broedverdachte (zingende) vogels. Daarnaast is gelet op het gebruik van het plangebied door huismussen als foerageergebied en/of schuilgelegenheid. Waarnemingen in en direct rondom het plangebied zijn vervolgens op kaart ingetekend. De gevolgde onderzoeksmethode voor huismus is gestoeld op de door RVO (Min. EZ) uitgebrachte soortenstandaard voor huismus1.

1

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Soortenstandaard Huismus Passer domesticus. Versie 2.0, december 2014

Hoofdstuk 3

9

Volgens de soortenstandaard kan de aanwezigheid van een nest van een huismus als volgt worden aangetoond: 1. een nestindicatieve waarneming: o een nest of nestbouw of o bezoek van een huismus aan een waarschijnlijke nestplaats (nest zelf vaak niet zichtbaar, maar grassprieten of veertjes steken uit) of o transport van voedsel of ontlastingpakketjes of o bedelende jongen in nest (vlak voor uitvliegen goed te horen, steken kopjes uit nestopening). 2. min. 1 waarneming in potentieel broedbiotoop in de periode 10 maart t/m 20 juni van: o een zingend mannetje (veelal op de dakrand) of o aanwezigheid van een paartje bij een potentiële nestplaats of o balts. Afwezigheid van broedende huismussen is aangetoond, als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei (met tien dagen tussen beide veldbezoeken) of tijdens vier gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni geen aanwezigheid kan worden aangetoond.

Hoofdstuk 3

10

Tabel 1 Bezoeken i.v.m. vleermuis- en gierzwaluw en huismusinventarisaties Datum

Type onderzoek

02-05-2017

Huismus;

15-05-2017

Tijdsduur

Zon op/ on-

onderzoek

der

09.45-10.45

06.07/ 21.08

Temp.

Wind gemiddeld 2 Bft

10 ºC

zingende mannetjes, nest-

Geheel bewolkt

plaatsen en schuilplaatsen

Laatste deel regen

Huismus;

09.00-10.00

05.45/ 21.30

zingende mannetjes, nest-

Gierzwaluw:

Wind gemiddeld 2 Bft

15 ºC

Licht bewolkt

plaatsen en schuilplaatsen 06-06-2017

Weer

Geen neerslag 20.00 -24.00

05.21/ 21.58

Wind gemiddeld 4 Bft

Nestplaatsen

Geheel bewolkt

Vleermuizen:

Geen neerslag tijdens

Inspectie plangebied,

waarnemingen

14.1ºC

Kraamverblijf- en zwermplaats, zomerverblijf, vliegroute, foerageergebied 07-06-2017

18-06-2017

Vleermuizen:

03.20-05.20

05.20/ 21.59

Wind gemiddeld 2 Bft

Kraamverblijf- en zwerm-

Vrijwel geheel bewolkt

plaats, zomerverblijf, vlieg-

Geen neerslag tijdens

route, foerageergebied

waarnemingen

Gierzwaluw:

20.00 -24.00

05.18/ 22.06

Nestplaatsen

Wind gemiddeld 1 Bft

14,0ºC

20.8ºC

Half bewolkt. Geen neerslag

07-07-2017

Gierzwaluw;

20,00-24.00

05.28/ 22.02

Wind gemiddeld 2 Bft

Nestplaatsen

Vrijwel geheel bewolkt

Vleermuizen:

Geen neerslag

20,6ºC

Kraamverblijf- en zwermplaats, zomerverblijf, vliegroute, foerageergebied 27-08-2017

Vleermuizen:

20.30-22.30

06.44/ 20.37

Wind gemiddeld 1 Bft

Paarverblijf- en zwerm-

Half bewolkt

plaats, zomer- en winter-

Geen neerslag

17,8ºC

verblijf, vliegroute, foerageergebied 20-09-2017

Vleermuizen:

19.40-21.40

07.23/ 19.42

Wind gemiddeld 2 Bft

Paarverblijf- en zwerm-

Geheel bewolkt

plaats, zomer- en winter-

Geen neerslag

13,5ºC

verblijf, vliegroute, foerageergebied

Hoofdstuk 3

11

4.

RESULTATEN 4.1 Vleermuizen per soort Tijdens het eerste avondonderzoek op 6 juni 2017 zijn minimaal vier foeragerende gewone dwergvleermuizen en twee ruige dwergvleermuizen waargenomen op de parkeerplaats en in de tuin (haag) ten zuiden van het Rabobankgebouw. Ook werd er door twee gewone dwergvleermuizen gefoerageerd op de hoek van de Kapittelhof en het Leerlooierspad. Het ochtendonderzoek op 7 juni gaf een vergelijkbaar beeld. Er waren minimaal twee gewone dwergvleermuizen foeragerend op de parkeerplaats van het Kapittelhof, Verderop langs het Leerlooierspad werden nog eens twee gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Tijdens het tweede avondbezoek op 7 juli wederom hetzelfde beeld, zeker vier gewone dwergvleermuizen en een keer een ruige dwergvleermuis op de parkeerplaats van de Kapittelhof en langs het Leerlooierspad. Er zijn in totaal twee soorten vastgesteld, te weten de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de Ruige dwergvleermuis (Pipistrallus nathusii) Tijdens het eerste avondbezoek op 6 juni 2017 werd vanaf 22.00 uur een gewone dwergvleermuis foeragerend aangetroffen op de parkeerplaats. Rond 22.10 uur kwam er een tweede gewone dwergvleermuis bij vanuit de richting van de kerk. Deze twee bleven foerageren tot 23.00 uur. Rond 22.10 uur kwam er een gewone dwergvleermuis aanvliegen vanaf de Markt, tussen de gebouwen door richting de parkeerplaats.

Hij bleef even tussen de bomen op de parkeerplaats foerageren om vervolgens verder te gaan richting het kerkhof. Op het kerkhof, direct ten zuidoosten van de parkeerplaats, werd overigens vanaf 22.00 uur tot aan het einde van de waarneemtijd druk gefoerageerd door minimaal 5 gewone dwergvleermuizen. Rond 22.30 uur kwam een gewone dwergvleermuis foerageren op de hoek Kapittelhof-Leerlooierpad. Hier werden tussen 22.20 uur en 23.10 uur eveneens twee ruige dwergvleermuizen aangetroffen. Op de Kapittelhof, tussen de woningen, zelf zijn in het geheel geen vleermuizen waargenomen. Tijdens het tweede bezoek op 7 juni ‘s ochtends vroeg werd vanaf 03.20 uur, het begin van de inventarisatie, op de parkeerplaats gefoerageerd, door drie gewone dwergvleermuizen. Ze verdwenen rond 4.50 uur. Op de hoek Kapittelhof-Leerlooierspad werden twee gewone dwergvleermuizen foeragerend aangetroffen. Ook deze verdwenen rond dezelfde tijd, ongeveer 4.50 uur. Daarna zijn ’s morgens geen vleermuizen meer waargenomen. Er is geen zwermgedrag geconstateerd. Tijdens het derde bezoek, op 7 juli ’s avonds zijn wederom vanaf 22.00 uur meerdere gewone dwergvleermuizen waargenomen. Op de parkeerplaats werd vanaf 22.00 uur door drie gewone dwergvleermuizen gefoerageerd tot 22.40 uur. Op de hoek Kapittelhof-Leerlooierspad werden vanaf 22.10 uur twee ruige dwergvleermuizen foeragerend aangetroffen.

Op het kerkhof werd vanaf 22.00 uur tot het einde van de inventarisatietijd, om 24.00 uur wederom druk gefoerageerd door minimaal zes gewone dwergvleermuizen.

Hoofdstuk 4

12

Op 27 augustus was er, ondanks het niet helemaal optimale weer, redelijk veel vleermuisactiviteit. Vanaf 20.40 uur kwamen twee gewone dwergvleermuizen foerageren onder de bomen op de parkeerplaats. Vanaf 21.15 uur kwam er nog een derde exemplaar van de gewone dwergvleermuis bij. Deze bleef ook foerageren op de parkeerplaats onder de bomen. Tussen de lage huisjes aan de Kapittelhof, ten noordoosten van de parkeerplaats zijn geen vleermuizen waargenomen, en zijn ook geen sociale geluiden gehoord. Wel zijn sociale geluiden gehoord aan de zuidoostkant van het Rabobankgebouw. Vanaf de zuidoostzijde, vanuit de muur van het Rabobankgebouw werd vanaf 21.00 uur tot aan de eindtijd om 22.30 uur, zeer regelmatig een roepend mannetje gehoord. Het ging vermoedelijk om een enkel exemplaar. Op 20 september is met behulp van de Elekon batlogger op het pleintje geïnventariseerd en is met de Petterson D240 rondgelopen in en om het plangebied. Op het pleintje waren de activiteiten vergelijkbaar met die van de vorige avonden. Vanaf 19.50 uur foerageerden er twee gewone dwergvleermuizen nagenoeg constant, tot de eindtijd van de waarnemingen. Rond 20.30 uur kwamen er twee gewone dwergvleermuizen bij, die bleven foerageren rondom de bomen van de parkeerplaats.

In een van de muren van het Rabobankgebouw werd vanaf 20.30 uur tot aan het einde van de waarneemtijd om 21.40 uur, wederom het geluid waargenomen van een regelmatig roepend mannetje van de gewone dwergvleermuis. In de lage huizen aan de Kapittelhof werden geen sociale geluiden of roepende mannetjes waargenomen. In Tabel 2 zijn de waarnemingen van foeragerende en passerende vleermuizen per avond weergegeven. Tabel 2 Totaal nachtelijke waarnemingen in het veld van passerende en foeragerende vleermuizen in en om het plangebied

4.2 Vleermuizen per functie

06-06-

07-06-

07-07-

27-08-

20-09-

2017

2017

2017

2017

2017

Avond

Ochtend

Avond

Wetenschappelijke naam

Passerend

Foeragerend

Passerend

Foeragerend

Passerend

Foeragerend

Passerend

Passerend

Totaal

naam

Foeragerend

Foeragerend

Nederlandse

Gewone dwerg-

Pipistrellus

9

0

4

0

8

0

3

0

4

0

28

vleermuis

pipistrellus

Ruige dwerg-

Pipistrellus

2

0

0

0

2

0

0

0

0

0

4

vleermuis

nathusii

Kraamverblijven Er is in het voorjaar 2017 wel relatief veel vleermuisactiviteit geconstateerd, maar er is geen zwermgedrag geconstateerd. Er is met zekerheid geen kraamverblijf aanwezig in de bebouwing binnen het plangebied.

Hoofdstuk 4

13

Foerageergebieden en vliegroutes In het voorjaar en in de nazomer zijn er zowel tijdens de ochtendronde als tijdens de avondrondes minimaal drie tot 4 foeragerende vleermuizen aangetroffen op de parkeerplaats van het Kerkplein, en in het voorjaar ’s avonds steeds minimaal twee foeragerende gewone dwergvleermuizen rond de bomen op de hoek Kapittelhof-Leerlooierspad. Er is sprake van een foerageergebied, maar gezien de grote hoeveelheid groen in de directe omgeving gaat het hier niet om een essentiële foerageerplaats. Er is geen vliegroute geconstateerd.

Figuur 11. Vliegroutes en foerageergebieden. De rode ovalen geven de plaatsen aan waar gefoerageerd werd. De rode dubbele pijl geeft aan waarlangs de gewone dwergvleermuis vloog. De gele pijl geeft aan waar de paarplaats zich bevindt (zie ook figuur 11).

Paarverblijven In het najaar zijn op beide avonden in de nazomer roepende mannetjes gehoord vanuit de zuidwestzijde van het Rabobankgebouw, hetgeen duidt op een paarplaats in de zuidwestzijde van dit gebouw (zie figuur 11).

Hoofdstuk 4

14

4.3 Gierzwaluwen Op zowel 6 juni, 18 juni als 7 juli zijn ‘s avonds hoogvliegende gierzwaluwen waargenomen tussen 20.30 en 22.30 uur. De eerste en tweede avond waren er ongeveer tien en de derde avond ongeveer vijftien. Ze vlogen hoog boven het plangebied. Er kwamen geen zwaluwen naar beneden in de buurt van het plangebied. Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen aangetroffen in het onderzoeksgebied. Er kan om die reden redelijkerwijze aangenomen worden dat er geen vaste rust- en verblijfplaatsen voor gierzwaluwen aanwezig zijn binnen het plangebied.

4.4 Huismussen Tijdens de inventarisaties zijn op een tweetal locaties nestindicatieve waarnemingen gedaan van de huismus binnen het plangebied. Een bezette nestplaats bevindt zich onder een dakpan van de hoekwoning Kapittelhof nr. 5 en een zingend mannetje werd aangetroffen op de noordelijke dakrand van Kapittelhof nr. 9. Daarnaast bevinden zich enkele nestlocaties van huismussen onder het dak van de woning op huisnummer 1 van het Leerlooierspad. De mannetjes op deze locatie zingen ook vanuit de opgaande, met klimop begroeide boom binnen het plangebied ten zuiden van de woning. Belangrijke schuilgelegenheden voor huismussen vormen de aan het plangebied grenzende begroeide tuinmuur (met klimop en laurier) langs de zuid- en westzijde van Leerlooierspad nr 1, en de opgaande dichte bamboe in de tuin daar ten westen van. Tijdens de regenperiode aan het einde van het eerste veldbezoek doken hier zo goed als alle in het plangebied en directe omgeving verblijvende huismussen in. Huismussen werden tijdens de veldbezoeken ook aangetroffen in de aanwezige opgaande bomen en beplanting binnen het plangebied, echter deze lijken niet te worden gebruikt als primaire schuilgelegenheid (waarschijnlijk door de minder dichte bebladering).

Foeragerende huismussen zijn grotendeels aangetroffen in de tuinen grenzend aan de noordzijde van het plangebied, maar ook eenmaal in de achtertuin van Kapittelhof nr 20 (waar ook tijdelijk vertoefd wordt in de aanwezige hulststruik).

Hoofdstuk 4

15

5.

EFFECTENBEOORDELING 5.1 Vleermuizen Er is geen sprake van kraamverblijven. Er is wel sprake van een paarverblijf in de zuidwestgevel van het Rabobankgebouw (zie figuur 11). Door de ingreep gaat een paarplaats van de gewone dwergvleermuis verloren. Het plangebied, met name de parkeerplaats en de randen langs het naastliggende kerkhof worden door vleermuizen intensief gebruikt als foerageergebied, er zijn gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen aangetroffen op beide avonden in het voorjaar en eveneens gewone dwergvleermuizen tijdens een ochtendinventarisatie. Ook zijn hier in de nazomer foeragerende gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Er is echter geen sprake van essentieel foerageergebied, er is in de directe omgeving van het plangebied, met name op het kerkhof ruim voldoende foerageergebied voor vleermuizen aanwezig.

5.2 Gierzwaluwen De gevonden resultaten wijzen niet op een mogelijke aanwezigheid van nestlocaties van gierzwaluwen binnen het plangebied. De aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen van gierzwaluwen is redelijkerwijze uit te sluiten.

5.3 Huismussen De gevonden resultaten wijzen op de aanwezigheid van een tweetal nestlocaties van huismussen binnen het plangebied. Door voorafgaand aan de sloop tijdelijke alternatieve nestlocaties in de directe omgeving aan te bieden (bijv. in de vorm van nestkasten) en de nieuwbouw te voorzien van nestgelegenheden voor huismus, kunnen negatieve effecten voor nestverblijfplaatsen uitgesloten worden. Als van belang zijnde overige vaste rust- of verblijfplaats binnen het plangebied komt enkel de opgaande met klimop begroeide boom, grenzend aan de tuin van Leerlooierspad nr 1, in aanmerking. De overige vegetatie binnen het plangebied maakt wel onderdeel uit van het leefgebied voor huismussen, maar vormt naar verwachting geen essentieel onderdeel van het leefgebied. De in de toekomst te verwachten grasvegetatie binnen het plangebied zal dienen als alternatief foerageergebied. Indien in de toekomstige situatie er opgaande beplanting die schuil- en rustgelegenheid kan bieden langs de oost- en noordrand van het plangebied geplant wordt, zijn negatieve effecten voor huismus uit te sluiten.

Hoofdstuk 5

16

6.

TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING 6.1 Vleermuizen Door de sloop van het Rabobankgebouw zal een paarplaats van de gewone dwergvleermuis verdwijnen. Hiervoor zullen mitigerende maatregelen moeten worden voorgesteld aan de Provincie NoordBrabant en er dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd voor de gewone dwergvleermuis.

6.2 Gierzwaluwen Binnen het plangebied zijn geen nest- of foerageerplaatsen van gierzwaluw aanwezig. Het realiseren van de gewenste ontwikkeling zal, mits de zorgplicht in acht genomen wordt, niet leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming, in verband met gierzwaluw. Omdat het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de aanwijzingen in de Soortenstandaard Gierzwaluw Apus apus Versie 2.0, december 2014, kan worden gesteld dat het plangebied afdoende is geïnventariseerd voor gierzwaluw.

6.3 Huismussen Indien de aanwezige nestplaatsen het plangebied te allen tijde gewaarborgd door tijdelijke en permanente voorzieningen en de overige belangrijke vaste verblijfplaats weer binnen het plangebied aangeplant wordt, zal de gewenste ontwikkeling naar verwachting niet leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming voor wat betreft huismus. Omdat het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de aanwijzingen in de Soortenstandaard Huismus Passer domesticus. Versie 2.0, december 2014, kan worden gesteld dat het plangebied afdoende is geïnventariseerd voor huismus.

6.4 Volledigheid inventarisatie De inventarisatie is een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methodes en inspanningen wordt/is dan ook voldoende invulling gegeven aan artikel 1.10 (Zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Wat betreft dit onderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden voor vaste rust en verblijfplaatsen, zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroute(s), zodra het volledig onderzoek is afgerond.

Hoofdstuk 6

17

7.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 7.1 Conclusies Vleermuizen Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geen aantasting van essentiële vliegroutes en/of essentiële foerageergebieden van de gewone dwergvleermuis of ruige dwergvleermuis verwacht. Door de ingreep zullen gebouwen, waaronder het Rabobankgebouw, verdwijnen, en daarmee een vaste rust- en verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Hiervoor zullen in dat geval mitigerende maatregelen genomen moeten worden voorgesteld aan de provincie Noord-Brabant en er dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd voor de gewone dwergvleermuis. Gierzwaluwen Binnen het plangebied zijn tijdens de inventarisaties geen broedende en/of territorium houdende gierzwaluwen aangetroffen in de te slopen bebouwing binnen het plangebied. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het leefgebied van de gierzwaluw. Negatieve effecten voor de gierzwaluw worden dan ook uitgesloten. Huismus Er zijn twee nestlocaties van huismus binnen het plangebied aanwezig. Hiervoor zullen mitigerende maatregelen moeten worden getroffen en er zal een ontheffing moeten worden aangevraagd voor huismus.

7.2 Aanbevelingen Advies voor vleermuizen In verband met het feit dat er in het Rabobankgebouw een paarplaats aanwezig is van de gewone dwergvleermuis, wordt geadviseerd om zo snel mogelijk, maar in elk geval voor 15 februari 2018 mitigerende maatregelen te nemen, in verband met het tijdig aanvragen van een ontheffing. Hiervoor dienen 4 vleermuiskasten in de directe omgeving van het pand (maximaal 100 m afstand) opgehangen te worden op minimaal 3,5 m hoogte. De kasten dienen geschikt te zijn als paarverblijf. Advies voor huismus Er zal te allen tijde in de aanwezigheid van geschikte nestplaatsen moeten worden voorzien. Voor plaatsing van tijdelijke nestkasten dient een gewenningstijd in acht te worden gehouden van tenminste drie maanden. Voor de aanplant van opgaande begroeiing kan gekozen voor enkele bomen en (groenblijvende en/of dichte) struiken. Ondanks het nemen van deze maatregelen is verstoring van vaste verblijfplaatsen niet geheel te voorkomen. Hier zal een ontheffing voor moeten worden aange-

Hoofdstuk 7

18

vraagd, waarbij in de aanvraag aangegeven dient te worden welke (mitigerende) maatregelen waar en wanneer worden genomen.

Hoofdstuk 7

19

8.

BRONNEN

Buiten aan het Werk. Houd Tijdig rekening met beschermde planten en dieren! Brochure www.zoogdiervereniging.nl/vleermuizen www.vleermuizenindestad.nl Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Soortenstandaard Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 2.0, december 2014 Kennisdocument gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, Versie 1.0. BIJ12, Juli 2017 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Soortenstandaard Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 2.0, december 2014 Kennisdocument ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii, Versie 1.0. BIJ12, Juli 2017 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Soortenstandaard Gewone gierzwaluw Apus apus. Versie 2.0, december 2014 Kennisdocument Gewone gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0. BIJ12, Juli 2017

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Soortenstandaard Huismus Passer domesticus. Versie 2.0, december 2014

Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0. BIJ12, Juli 2017

Hoofdstuk 8

20

BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl

Hoofdstuk 0

2

Bijlage 3 Waterparagraaf

NL.IMRO.1948.OED001BP0012022P-ON01

Pagina: 64 van 492

Datum:04-04-02022

Beknopte waterparagraaf Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode

Opdrachtgever BRO Bosscheweg 107 5282 WV BOXTEL

Projectnummer Aeres Milieu projectnummer AM17025

Status rapport Concept 3

Contactgegevens

Autorisatie

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

Opsteller rapport:

paraaf

Dhr. M. Vrolix, bc. Kwaliteitscontrole: ing. T.K.P.G. Thijssen

datum 25 februari 2022

paraaf

datum 25 februari 2022

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

INHOUDSOPGAVE

1. INLEIDING

3

2. WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM

6

2.1 2.2 2.3

Algemeen .................................................................................................................................... 6 Watersystemen ......................................................................................................................... 7 Andere aspecten ..................................................................................................................... 11

3. AFWEGING EN REALISATIE

13

4. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN

15

Bijlagen: 1 Topografische overzichtskaart en kadastrale situatie 2 Tekening van de toekomstige situatie 3 Literatuurlijst

Pagina 1 van 15

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

1.

INLEIDING

In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een beknopte waterparagraaf opgesteld voor de herontwikkeling van een gebied gelegen aan Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode (gemeente Meierijstad). Het project is ook bekend onder de naam ‘Hart van Rooi’. Algemeen Kadastrale registratie Coördinaten Oppervlakte Peil maaiveld Gemiddeld grondwaterpeil Waterschap Huidig gebruik plangebied Toekomstig gebruik plangebied

: sectie G, nrs. 4194, 4195, 4319, 4320, 4859 (ged.) : X = 160.143 / Y = 397.185 : circa 6.200 m2 : circa 12,5-11,4 m +NAP : circa 9,8 m +NAP : De Dommel : bebouwd met huurwoningen, kantoor Rabobank en parkeerterrein : herontwikkeling met commerciële ruimten en appartementen

Op onderstaande luchtfoto is de globale grens van de onderzoekslocatie aangegeven. Zie bijlage 1 voor een topografische overzichtskaart en de kadastrale situatie.

Afbeelding 1: Luchtfoto 2016 en topografische ondergrond met rood omlijnd de onderzoekslocatie [Bron luchtfoto: PDOK-viewer]

Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van deze waterparagraaf is de voorgenomen (her)ontwikkeling van het plangebied en de verplichting hierbij ten minste hydrologisch neutraal te ontwikkelen.

Pagina 3 van 15

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

In aansluiting op het landelijk beleid hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht behoort te worden hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater. Hierbij worden de afwegingsstappen “hergebruik – infiltratie – buffering – afvoer” (afgeleid van de trits “vasthouden – bergen – afvoeren” doorlopen. Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven van de manier waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van de voorgenomen herinrichting van het plangebied voor de waterhuishouding. Het doel is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Beleid Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie. Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De waterhuishoudkundige situatie van het plangebied is onderzocht in het kader van de watertoets.

In het waterhuishoudkundige onderzoek is beknopt aandacht besteed aan de huidige bodemkundige- en (geo)hydrologische situatie, de gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden, en de (on)mogelijkheden om neerslag in de toekomstige situatie te bergen en te infiltreren. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. De adviezen in dit rapport voldoen aan vigerende wet- en regelgeving van lokaal tot en met Europees niveau (zie bijlage 3). De Europese Commissie verplicht alle lidstaten elke zes jaar over het watersysteem te rapporteren in een beheerplan per stroomgebied, het SGBP. Naast het Europees en landelijk beleidskader is in het Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant (2016 – 2021) ook het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgenomen. Het ‘PMWP’ staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. In verband met de overgang met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is reeds een interim omgevingsverordening Noord-Brabant opgesteld waarin de regels ter bescherming van het watersysteem overgenomen zijn. Om dit te realiseren, zijn er in Nederland diverse waterschappen actief die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen.

De waterbeheerders werken tevens integraal samen met gemeenten, die het beheer over de lokale ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. In aansluiting op het landelijk beleid hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht behoort te worden hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater. Hierbij worden de afwegingsstappen “hergebruik – infiltratie – buffering – afvoer” doorlopen. De doelen van het waterschap voor de periode van 2022 tot 2027 staan beschreven in het waterbeheerprogramma ‘Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving’ en zijn gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Ten behoeve van het beheer is een Keur opgesteld. De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken.

Afhankelijk van de geplande werkzaamheden kan een vergunning noodzakelijk zijn. De gemeente Meierijstad (waartoe Sint-Oedenrode behoort) en de twee waterschappen De Dommel en Aa en Maas hebben een beleidsdocument opgesteld, namelijk het VGRP+ 2017-2022, Waardevol water in Meierijstad). Het verbreed gemeentelijk rioleringsplan is een geschikt planinstrument om mee te kunnen bewegen met de veranderingen om ons heen. Zo is er bijvoorbeeld sprake van verandering in wetgeving, meer neerslag door klimaatverandering, een veranderende verhouding tussen overheid en burgers en meer focus op beheer in plaats van nieuwbouw.

Pagina 4 van 15

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

Op basis van de kernkwaliteiten van de gemeente Meierijstad, de Watervisie samenwerkingsregio As50+ en de Visie Meierijstad is een gezamenlijke visie opgesteld over de toekomstige invulling van de watertaken. Om de visie te kunnen verwezenlijken zijn in het document een aantal speerpunten en aandachtsvelden bij de uitvoering van de reguliere werkzaamheden van belang. Om dit te bereiken wordt zoveel als mogelijk de maatschappij hierbij betrokken. Op particulier terrein liggen namelijk nog veel kansen en een hoger waterbewustzijn leidt tot meer acceptatie en aangepast gedrag. Bij (her)ontwikkelingen en reconstructies dient zo goed mogelijk de boven- en ondergrondse ruimte benut te worden. Dit kan alleen door intensief samen te werken met de waterpartners. Een planontwikkeling mag niet leiden tot verhoging of verlaging van de grondwaterstand en de afvoer naar het oppervlaktewater, ook niet bij extremere omstandigheden. Op particulier terrein is primair de eigenaar verantwoordelijk voor de verwerking van het afgekoppelde water, bij voorkeur door infiltratie in de bodem. Door middel van een onderbouwing of waterparagraaf wordt het planvoornemen hydrologisch beschreven, waarna toetsing plaatsvindt door het bevoegd gezag. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten.

Het waterschap maakt bij het beoordelen van plannen met een toenemend verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Op planniveau geldt voor de herontwikkeling met een bijkomend verhard oppervlak kleiner dan 500 m2 of afkoppeling kleiner dan 10.000 m 2 vanuit het waterschap een vrijstelling tot realisatie van compensatie. De gemeente kan echter wel een voorziening eisen bij aansluiting op hun stelsel. Uitgangspunt is dat de planontwikkeling minimaal hemelwaterneutraal plaatsvindt. Door middel van een waterparagraaf wordt het planvoornemen hydrologisch beschreven, waarna toetsing plaatsvindt door het bevoegd gezag. Leeswijzer In hoofdstuk 2 is het aanwezige watersysteem kort beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de afwegingen en eventuele belemmeringen voor de voorgenomen realisatie beschreven. In hoofdstuk 4 tenslotte worden nog enige aandachtspunten opgesomd.

Pagina 5 van 15

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

2.

WATERHUISHOUDKUNDIG SYSTEEM

2.1

Algemeen

De onderzoekslocatie ligt in het centrum tussen de Markt en de begraafplaats bij de Sint Martinuskerk. Momenteel is het terrein ingericht met enkele huurwoningen, een vestiging van de Rabobank en een parkeergelegenheid met groenstroken. Het parkeerterrein is bekend onder de naam Kapittelhof. In de omgeving zijn diverse open ruimten/pleinen aanwezig. Ten noorden zijn tuintjes bij woningen en diverse horeca/winkels gesitueerd. Oostelijk is een vijver gelegen. Na sloop van de huidige bebouwing wil men een meerlaagse nieuwbouw met commerciële ruimten en appartementen realiseren (zie afbeelding 2). Westelijk wordt een ingesloten tuin aangelegd. Het bestaande parkeerterrein wordt grotendeels verwijderd voor groen. Parkeren wordt uit het zicht ingepast (noordoost- en zuidelijk met westelijk een ondergelegen parkeerkelder). Een grotere tekening van het plangebied zijn opgenomen in bijlage 2.

Afbeelding 2: Schetsontwerp plangebied d.d. 09-02-2022 (bron: Opdrachtgever)

Het plangebied kent een hoogteverschil. Het maaiveldniveau is aflopend vanaf de Markt (ca. 12,5 m +NAP), centraal ca. 12,2 m +NAP en oostelijk 11,4 meter +NAP. Op onderstaande afbeelding 3 is het verschil in maaiveldniveau goed zichtbaar. De bestaande panden zijn deels onderkelderd of voorzien van een kruipruimte.

Pagina 6 van 15

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

Afbeelding 2: Uitsnede hoogtekaart met globale afbakening plangebied [bron: Actueel Hoogtebestand Nederland]

2.2

Watersystemen

Zoals zichtbaar op de hoogtekaart en bijlage 1 ligt het plangebied hooggelegen in het centrum. Direct ten westen, noorden en oosten hiervan bevindt zich het beekdal van de Dommel. De (water)systemen zoals die in het plangebied en omgeving voorkomen, worden onderverdeeld in grondwater, oppervlaktewater, hemelwater en afvalwater. Grondwater Volgens gegevens uit “Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO)”, Bodemdata Nederland en de wateratlas van Noord-Brabant ligt de gemiddelde hoogste grondwaterstand naar verwachting op 10,5 meter +NAP (ca. 1,7 centimeter beneden maaiveld). De verwachte grondwatertrap is door de ligging in stedelijk gebied waarschijnlijk VII of VIII. Ter plaatse van het plangebied is geen kwel te verwachten.

Afbeelding 3: Grondwatergegevens peilbuis 20 meter zuidelijk van het plangebied (Bron: Dino-loket)

Sint-Oedenrode ligt in het zuidelijk zandgebied binnen de Centrale Slenk. De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2.

Pagina 7 van 15

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

De ondergrond wordt doorsneden door een aantal zuidoost-noordwest georiënteerde breuken, die de Centrale Slenk en de Peelhorst begrenzen. Op deze wijze is het dal van de Dommel ontstaan dat ten noorden, oosten en zuidoosten van het plangebied ligt. Deze rivier heeft zich in de ondergrond ingesneden en ter plaatse zijn beekafzettingen afgezet. Deze afzettingen bestaan uit matig fijn tot zeer grof, soms grindhoudend zand en zwak zandige leem, klei en veen. Het wordt gerekend tot het Laagpakket van Singraven van de Formatie van Boxtel. De ondergrond bestaat uit fijnkorrelig zand en arm aan grind en wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend. Het reliëf dat tijdens de dekzandafzetting is ontstaan, wordt gekenmerkt door vlaktes met depressies en dekzandruggen of dekzandkoppen waarbij het plangebied op een noordelijke uitloper van een dekzandrug gelegen is. Diepte [m-mv] 0–3 3–4 4 – 29 29 – 70

Lithostratigrafie Formatie van Boxtel Formatie van Boxtel , laagpakket van Liempde Formatie van Boxtel Formatie van Sterkel

Lithologie Zandige tot lemige afzettingen Kleilaag zandige tot grindige afzettingen Grof zandig met grindlagen

Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)

De grondwaterstromingsrichting is westelijk gericht. Het plangebied is niet gelegen in een (grond)waterbeschermingsgebied. Ter plaatse is voldoende drooglegging aanwezig (minimaal 70 cm ter plaatse van de woningen). De toekomstige parkeerkelder dient waterdicht uitgevoerd te worden gezien de diepte (3,2 m-mv bovenkant vloer). Voorts zijn een drempel bij de inrit en een goed gedimensioneerde pompput geadviseerd om hemelwater tegen te houden of af te voeren. Door de bebouwing minimaal 10 cm boven het bestaande maaiveld aan te leggen wordt instroom tegengegaan. Bij de herontwikkeling is geen grondwateroverlast te verwachten is. De kwaliteit van het grondwater binnen en in de omgeving van het plangebied is onbekend. Voor zover bekend is op en in de directe omgeving van het plangebied geen (geval van een) ernstige grondwaterverontreiniging. In de omgeving zijn zover ons bekend geen grootschalige grondwateronttrekkingen aanwezig. Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij andere ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing / infiltratie of werkzaamheden in de buurt van een watergang), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen/meldingen worden aangevraagd via de daarvoor bedoelde procedure (omgevingsloket). Ter plaatse wil men naar duurzaamheid toe bodemenergie gebruiken voor de verwarming en koeling van de nieuwbouw.

Dit is een bewezen duurzame techniek voor het energiezuinig koelen en verwarmen van o.a. gebouwen. Een Warmte-Koude-Opslag (WKO) wisseld middels een warmtewisselaar koude en warmte uit met de bodem en het grondwater. Hiervoor zijn grondwaterputten nodig die tot in een waterhoudende zanden/of kiezellaag reiken. Deze zijn vanaf ca. 29 meter te verwachten. De maximale boordiepte voor overige grondwateronttrekkingen bedraagt voor het plangebied 96 m-mv. (dommel.nl). Aan bijna alle WKO’s wordt een warmtepomp gekoppeld, eventueel nog met een andere warmteopwekker, om de juiste temperatuur voor het gebouw te produceren. De temperatuur van het grondwater wordt als bron gebruikt om de lucht in het gebouw af te koelen of op te warmen. Door het gebruik van de warmtepomp en passieve koeling wordt bespaart op verwarmings- en koelingsenergie. In de winter wordt het gebouw verwarmd met een warmtepomp die warmte onttrekt aan het opgepompte grondwater uit de warme bron. Het grondwater koelt af en wordt weer teruggepompt in de koude bron. In de zomer wordt dit afgekoelde water weer opgepompt en gebruikt als passieve koeling. Het daardoor opgewarmde water wordt weer teruggebracht in de warme bron. De cyclus is daarmee doorlopen. Binnen de WKO-wereld wordt onderscheid gemaakt tussen gesloten en open systemen (zie afbeelding 4).

Er kan sprake zijn van separate of 1 bron(nen) afhankelijk van de benodigde warmtepompcapaciteit.

In een gesloten WKO systeem wordt gebruik gemaakt van een gesloten systeem van water en antivires, dat wordt rondgepompt in de bodem. Gesloten systemen zijn doorgaans kleinschaliger dan open systemen. De energiebesparing die met WKO kan worden behaald, hangt sterk af van de geologie van het gebied.

Pagina 8 van 15

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

Afbeelding 4: Verschil open en gesloten systeem (Bron: Bodemmasterplan Breda 2030)

Zover bekend is de locatie zeer geschikt voor de toepassing van een WKO. Voor de planontwikkeling is een quickscan uitgevoerd middels een webapplicatie (wkotool.nl). Deze globale inschatting is opgenomen in bijlage 3. In de volgende fase is een haalbaarheidsstudie noodzakelijk om de werkelijke mogelijkheden van bodemenergie ter plaatse in kaart te brengen. Ook zijn voor de aanleg vergunningen noodzakelijk. Hemelwater De locatie is momenteel grotendeels verhard en aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. Een klein gedeelte van de neerslag wordt oppervlakkig afgevoerd naar de oostelijke vijver. Er zijn zover ons bekend ter plaatse geen infiltratiemetingen uitgevoerd. Op basis van de verwachte bodemopbouw en grondwaterstand is ter plaatse voornamelijk horizontale infiltratie mogelijk. Verticale infiltratie wordt belemmerd door een verwachte kleilaag op ca. 3-4 m-mv. Het hemelwater dient bij ontwikkelingen verplicht gescheiden gehouden te worden. Bij herontwikkelingen in het stedelijk gebied dient een hemelwatervoorziening in de mate van het mogelijke gerealiseerd te worden door middel van een reeds in de gemeente Meierijstad met succes toegepast bergingssysteem. Een toekomstige voorziening dient boven de GHG aangelegd te worden. In hoofdstuk 3 van deze rapportage is een nadere toelichting voor de planontwikkeling opgenomen.

De aanvoer van afgekoppelde neerslag zal niet leiden tot verslechtering van de kwaliteit van het ontvangende grondwater, mits de milieuhygiënische maatregelen in acht worden genomen (zie ook hoofdstuk 4).

Pagina 9 van 15

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

Oppervlaktewater Zoals eerder aangegeven stroomt op enige afstand rondom het plangebied de Dommel. Oostelijk van het centrum is een oude arm van de Dommel aanwezig. Deze is in het verleden bij de ontwikkeling van plan Dotterbloem terug voorzien van stroming. Oostelijk van het plangebied is een geïsoleerd oppervlaktewater aanwezig. Zuidelijk hiervan is een Bwatergang aanwezig welke middels een gemaal water afvoerd naar de Dommel. Bij de planontwikkeling zijn geen ingrepen in het bestaande oppervlaktewaterstelsel gepland.

Afbeelding 5: Uitsnede legger met onderzoekslocatie [bron: Ontwerplegger oppervlaktewater 2018 waterschap De Dommel]

Afvalwater Het afvalwater van de bestaande panden binnen de onderzoekslocatie is aangesloten op het gemengd gemeentelijk rioolstelsel onder de Kapittelhof en Markt, vanwaar het naar de RWZI wordt getransporteerd (zie afbeelding 6). Westelijk onder de Markt is een gemengd en een HWA-stelsel aanwezig. De nog niet afgekoppelde panden aan de Markt zullen naar verwachting omstreeks 2028 afgekoppeld worden (langjarige planning vervanging riolering Sint-Oedenrode). De woningen aan het Leerlooierspad zijn reeds voorzien van een gescheiden (vuilwater)rioolstelsel en wordt verpompt naar de noordelijke Passtraat. Bij de geplande nieuwbouw / herontwikkeling dient minimaal een gescheiden stelsel aangelegd te worden. De afweging met mogelijkheden voor het hemelwater bij de planontwikkeling is opgenomen in hoofdstuk 3. Door de planontwikkeling zal de hoeveelheid afvalwater naar verwachting licht toenemen (kantoor naar woningen). Bij een woningbezetting van 2,5 personen bedraagt de verwachte DWA-afvoer ca. 1,8 m3/uur (57 woningen en commerciele ruimte). Door de scheiding van het rioolstelsel en de nieuwbouw zal een nieuwe DWA-leiding aangelegd worden. Voor het bestaande, gemengde rioolstelsel zal de verwachte lichte toename aan afvalwater geen belemmering vormen.

Voor de mogelijkheden en wijzigingen aan de aansluiting is bij de nadere uitwerking van het plan een vooroverleg met de gemeente Meierijstad geadviseerd. Voor de

Pagina 10 van 15

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

aansluiting is een vergunning benodigd.

Afbeelding 6: Uitsnede ligging voorzieningen Sint-Oedenrode (VGRP Sint-Oedenrode 2012-2016)

2.3

Andere aspecten

Verdroging en ecosystemen Binnen het plangebied zijn geen karakteristieke grondwater afhankelijke ecologische systemen aanwezig, zodat geen beschermende maatregelen noodzakelijk zijn. Het plangebied behoort niet tot een Vogelrichtlijnof Habitatrichtlijngebied en valt ook niet onder de Natuurbeschermingswet. Zover bekend is geen nadelige invloed door de voorgenomen planontwikkeling te verwachten. Archeologie Ter plaatse is een gespecificeerde archeologische verwachtingsmodel opgemaakt (archeologisch bureauonderzoek Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode, Aeres Milieu; AM17025 d.d. 27-11-2017). Hieruit blijkt dat voor het plangebied een hoge verwachting geldt voor alle perioden, zowel de jagersverzamelaars als de meer sedentaire perioden die daarop volgen. Met name voor de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd geldt een hoge verwachting, gezien de ligging in de historische bewoningskern van Sint-Oedenrode. Lokaal is het plangebied diep(er) verstoord, maar gezien de verwachte antropogene ophogingslaag, kunnen archeologische resten tot grote diepte (tot meerdere meters diep) aanwezig zijn. Ter plaatse van de huidige bebouwing zal het plangebied tot zekere diepte verstoord zijn geraakt. Dit geldt ook voor de locaties van de voormalige bebouwing uit de 20e eeuw.

In afbeelding 7 staan de verschillende funderingsdiepten van de huidige bebouwing aangegeven evenals de ligging van de nutsvoorzieningen (kabels en leidingen). Ter plaatse van de groene arceringen is sprake van een normale funderingsdiepten van 0,8 m-mv. Het gaat hierbij om het oorspronkelijke gebouw van de Rabobank uit 1968 en de woningen aan het Kapittelhof (1983). In 1983 vonden uitbreidingen van het Rabobank gebouw plaats. Door enkele kelders zijn hierbij diepere verstoringen aanwezig. Met de blauwe, oranje en rode gearceerde kleuren zijn de afwijkende funderingsdiepten aangegeven. Met name langs en aan de straten Kerkplein en aan Kapittelhof (noordelijke en noordoostelijke deel) staan veel kabels en leidingen ingetekend. Ter plaatse zal de bodem ook tot tenminste 60 cm –mv verstoord zijn geraakt, hoewel het hierbij wel om zeer lokale verstoringen gaat (smalle vergravingen).

Pagina 11 van 15

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

LEGENDA Groen Blauw Oranje Rood Lijnen (rood, groen en geel)

: 0,8 – 0,85 meter -mv : 1,85 meter –mv : 2,7 meter –mv : 3,52 meter –mv : nutsvoorzieningen (kabels en leidingen)

Afbeelding 7: Verstoringskaart van het plangebied (Bron: Archieftekeningen en info aangeleverd door opdrachtgever).

Archeologische sporen kunnen diep in de bodem aanwezig zijn en onverstoord zijn, mede gezien de verwachte antropogene ophoging en de aanwezigheid van een beschermend plaggendek. Dit geldt voor latere sedentaire bewoning en met name sporen uit historische perioden, waarvan sporen robuuster van aard zijn en diep gelegen kunnen zijn. Te denken valt aan resten gerelateerd aan het omgrachte burchtterrein (bijgebouwen, oorspronkelijke Odakerk): funderingsresten, grachten, greppels, waterputten, beerputten en paalkuilen. Dergelijke sporen kunnen meerdere meters diep reiken. De kans is relatief groot dat ter plaatse van de dieper reikende verstoringen onder het Rabobankgebouw (oranje en rode zones) archeologische resten zullen zijn verdwenen. Resten zijn niet uit te sluiten bij deze kansarmere zones. Bij de herontwikkeling dient hiermee rekening gehouden te worden. Afhankelijk van de ontwikkeling is nader onderzoek noodzakelijk geacht. Gemeentelijke voorkeur De voorkeur bij herontwikkeling gaat uit naar hydrologisch neutraal ontwikkelen. Dit wil zeggen dat schoonen vuilwater minimaal gescheiden aangeleverd worden en dat in de mate van het mogelijke 60 mm regenwater binnen het plangebied (en/of in het aansluitend openbaar gebied) verwerkt word. Hierbij dient ook bekeken te worden of het overtollig hemelwater naar het oppervlaktewater kan lozen.

Toekomstige parkeerplaatsen dienen net zoals de openbare parkeerplaatsen (half) open verhard te zijn, zodat water in de bodem kan infiltreren en eventueel opgevangen en hergebruikt kan worden. Daarnaast dient in het kader van de bouwplanontwikkeling onderzoek gedaan te worden naar extra mogelijkheden om duurzame bouw te bewerkstelligen. Deze maatregelen hebben met name betrekking op hergebruik van materiaal, energiebesparing (zoals warmte onttrekken via warmtewisselaars uit het douche- en badwater), plaatsing van zonnepanelen, waterbesparing, isolatie en duurzame materiaalkeuze.

Pagina 12 van 15

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

3.

AFWEGING EN REALISATIE

Bij de herontwikkeling wordt de bestaande bebouwing en verharding gesloopt. Onder de westelijke nieuwbouw is een parkeerkelder gepland. Zuidoostelijk wordt groen ingericht. Een ontwerptekening is opgenomen in afbeelding 2 en bijlage 2. In onderstaande tabel is een overzicht van de (toekomstige) verharde oppervlaktes weergegeven. Bruto (verharde) oppervlakten

Huidige situatie [m2]

Toekomstige situatie [m2]

Totaal oppervlakte plangebied, circa

6.200

6.200

Dak oppervlakte, circa

2.000

2760

3.650

565+2050

550

825

Overig verhard oppervlak (wegen, parkeren), circa Onverharde oppervlakte, circa Totaal verhard oppervlak

5.650 Tabel 3.1: Toe - afname verhard oppervlak binnen het plangebied

5.375 (-825)

Uit de tabel is af te leiden dat het verhard oppervlak door de planontwikkeling afneemt. Opgemerkt wordt dat genoemde hoeveelheden maximaal berekend zijn op een concepttekening en aannames. De gemeente Meierijstad stelt dat ontwikkelingen hydrologisch neutraal ontwikkeld dienen worden en afgekoppeld hemelwater in de mate van het mogelijke op eigen terrein verwerkt dient te worden. Conform het gemeentelijk beleid tot klimaatbestendig herontwikkelen dient gestreefd te worden naar een waterberging van ca. 5375 m2 x 60mm= ca. 322 m3 op eigen terrein (zonder compenserende maatregelen). Bij de nieuwbouw wordt een gescheiden stelsel aangelegd. Uit zorg voor een goede kwaliteit van het gronden oppervlaktewater zal bij de bouw afgezien worden van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen (zie ook hoofdstuk 4). Het afgekoppelde hemelwater kan dan rechtstreeks afgevoerd worden via bovengrondse lijnafwatering (geulen) of traditioneel afvoermateriaal. Hieronder zijn de mogelijkheden voor het toekomstige hemelwatersysteem besproken. Hergebruik kan overwogen worden maar is geen strikte eis. Het eventueel hergebruiken van hemelwater voor toiletspoeling vraagt een hogere investering en is vanuit milieu hygiënisch opzicht niet aangeraden.

Het toepassen van vegetatiedaken geeft een verminderde en vertraagde afvoer van afgekoppelde neerslag maar vraagt een hogere investeringskost en is voor de planontwikkeling niet geadviseerd. Bij hergebruik dient in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en mag geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaan. Het westelijke pand wordt voorzien van een parkeerkelder. Hierop is een binnentuin gepland. Afhankelijk van de dikte van het substraat kan dit oppervlak aan daktuin of groendak als onverhard oppervlak beschouwd worden. Het (hemel)water in de parkeerkelder dient via een olie-waterafscheider te passeren of op het DWA-stelsel aangesloten te worden. Voor het afvalwater dient een nieuwe DWA-aansluiting aangelegd te worden naar het gemeentelijk rioolstelsel onder de Markt. Voor aanpassingen aan de aansluiting dient een vergunning aangevraagd te worden bij de gemeente Meierijstad. Door de afkoppeling van het hemelwater en de afname van het verhard oppervlak kan de verwachte lichte toename aan afvalwater zonder aanpassingen verwerkt kunnen worden door het bestaande rioolstelsel. Door de onverstoorde archeologische bodem ter plaatse van het plangebied is ter plaatse niet veel waterverwerking op het overige terrein inpasbaar/wenselijk geacht.

Hieronder is een opsomming van de retentiemogelijkheden binnen het plangebied opgenomen: - Daktuin op parkeerkelder, ca. 170 m 2. Aanvullend kan dit ook op het overige platte dak toegepast worden. Hoeveelheid retentie is afhankelijk van de landschappelijke inpassing, hoeveelheid en substraatdikte/type invulling (10-100 mm/m2). Reductie ca. 10 m3 tot 165 m3. - Aanleg waterpasserende bestrating t.p.v de parkeervakken; 525 m2. Omdat noordoostelijk ook ca. 160 m2 bodem verstoord is tot ca. 0,8 m-mv (gebouw), zou ter plaatse een ondergrondse waterberging (IT-krattenveld) aangelegd kunnen worden van ca. 160 m 2 (ca. 65 m3).

Pagina 13 van 15

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

-

Aanleg waterberging (kratten, waterkelder) centraaloostelijk onder verhoogd terras. Dit is nu ook bebouwd, ca. 75 m2 (ca. 30 m3). In het tussenliggend groen kan al dan niet ondergronds bijkomende benodigde waterberging ingepast worden. Archeologie vormt hier afhankelijk van de verstoringdiepte een belemmering. Aansluiten op de oostelijk gelegen droogvallende vijver (afhankelijk van voldoende capaciteit / afvoermogelijkheid); Aanleg waterberging middels HWA-stelsel onder de toegangsweg richting het hemelwaterriool in de Markt.

Gezien de beperkte mogelijkheden tot waterberging binnen de verstoorde terreindelen, de beperkte infiltratie in de bodem en de voorkeur tot een robuust stelsel gaat de voorkeur voor het afgekoppelde hemelwater uit naar verwerking in het groen, aansluiting naar de oostelijke vijver of het westelijk aanwezige hemelwaterriool. De aanvoer zal via een separaat hemelwaterstelsel plaatsvinden. Zover bekend is de oostelijke vijver een geisoleerde vijver. Gezien de globaal ingemeten oppervlakte van de vijver zal bij een bui van 60 mm een peilstijging van ca. 25 cm optreden. Of aansluiting hierop toegestaan/mogelijk is, dient nader onderzocht en overlegd te worden met de gemeente Meijerijstad. Bij de retentievoorzieningen dient rekening gehouden te worden met de verwachte GHG op 10,5 m +NAP. Ter plaatse is reeds voldoende drooglegging aanwezig. Voor de nieuwbouw wordt een bouwpeil van 20 cm boven het maaiveld/de weg geadviseerd om instroom bij excessieve buien te vermijden. Excessievere buien zullen door het aflopende profiel oppervlakkig afstromen naar de oostelijke vijver of het gemeentelijk rioolstelsel. Een combinatie van oplossingen is tevens mogelijk. Door de afname van het verhard oppervlak, de afkoppeling van het hemelwater wordt zonder de aanleg van de bijkomende waterberging hydrologisch gezien reeds positief ontwikkeld.

Door het in acht nemen van de genoemde aandachtspunten is geen wateroverlast te verwachten door de voorgenomen planontwikkeling. De nadere inpassing van een eventuele hemelwatervoorziening dient in overleg met de gemeente uitgewerkt te worden. Bij het stedenbouwkundig ontwerp dient rekening gehouden te worden met de afstroming van het hemelwater van de bebouwing weg (richting de weg of oppervlaktewater). Bij de definitieve stedenbouwkundige uitwerking dient een herberekening uitgevoerd te worden voor de uiteindelijk aanwezige verharde oppervlakken. Voor de aanleg van de waterdichte parkeerkelder kan een tijdelijke bemaling noodzakelijk zijn. Eventueel benodigde vergunningen worden niet met deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Voor werkzaamheden in en nabij A-watergangen is een watervergunning noodzakelijk. Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij andere ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing / infiltratie of werkzaamheden in de buurt van een watergang), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen/meldingen worden aangevraagd via de daarvoor bedoelde procedure (omgevingsloket).

Pagina 14 van 15

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

4.

OVERIGE AANDACHTSPUNTEN

Een (ondergrondse) hemelwatervoorziening dient boven de GHG aangelegd te worden. Om eventuele verontreiniging tegen te houden, kan een bodemfilter of andere bodempassage gebruikt worden om afstromende zware metalen en/of minerale olie af te breken voor deze infiltreren in de bodem of afstromen. Tenslotte wordt bij voorkeur een goed doorlatend geotextiel gebruikt, welk wortelremmend is en inspoeling van zand voorkomt. Toe te passen duurzame materialen: - Hellende daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal. - Platte daken: beton of bekleed met EPDM rubber; APP en/of SBS gemodificeerd bitumen. - Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium of zink alle gecoat. - Ontsluitingspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijke of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Mocht niet aan de randvoorwaarden voldaan kunnen of willen worden, zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk om vervuiling van het oppervlakte- en grondwater te voorkomen. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve het reinigen en het onderhoud.

Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet ten alle tijden worden voorkomen dat wateroverlast bij de woningen en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van een aan te leggen voorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een hemelwatervoorziening worden aangesloten. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat b.v. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming).

Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd. Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder gewenst, aangezien zout met het hemelwater afstroomt naar de bodem of het oppervlaktewater en dit kan verontreinigen. Geadviseerd wordt alternatieve middelen te gebruiken. Indien dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd om de toepassing alleen doelgericht / zo effectief mogelijk toe te passen.

Pagina 15 van 15

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof, Sint Oedenrode / AM17025

BIJLAGE 1 Topografische overzichtskaart en kadastrale situatie

Omgevingskaart

Klantreferentie: AM17025

0m

125 m

Deze kaart is noordgericht.

625 m

Schaal 1: 12500

Hier bevindt zich Kadastraal object SINT OEDENRODE G 4859 Kapittelhof , SINT-OEDENRODE CC-BY Kadaster.

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: AM17025 6

10 -1 0b

4741 4740

5026 Bo

M ar kt

1

rch

mo

ar kt

2

len

5044

dij

3

k

4733

M

5 7

4544

236 6

5040 46 72

11

4736

4671 5a

7

2

4666

pi Ka

4319

of lh tte

4859

13 -16

4858 17

1-

27

1-

5a

3919 3918

20

4195

2048

-20

43

4194

5073 3924 3925 3926 47

4743

4756 100

0/P GA R

4755 4759

4767 n ei

5075

pl da

O 4770

4876

4875

47a

5074 4892

4877 10 m

50 m

at

ra

st ht

rc

Bu 0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 7 juli 2017 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

spa d

1

25-25a 25 a/

4734 5

4749

1-4

19

4786

4735

Le erl

5-1

23

5039

4673

15

ier

4383

42 45

4750

oo

2594

13

Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

SINT OEDENRODE G 4859

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

4739

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof, Sint Oedenrode / AM17025

BIJLAGE 2 Concept plantekening toekomstig plangebied

G-4750

12.23

12.35 12.50

20 m 1

12.50 10 cm

ho og te

ve rs ch il

=

G-4749

st ij

gi ng

12.50

0, 5%

12.50

12.40 10 m 1

G-4666

10 cm

12.50 entree

12.50

ho og te

12.35

ve rs ch il

=

st ijg

in g

1%

12.30 1 m 20 cm 30

12.35

t og ho e il ch rs ve = g in ij g st

12.35

5% 1,

12.35

12.00

11.60 12.35 12.35

1 m 30

afval

cm 60

11.70

t og ho

1

e =

3

g in ijg st

helling 12%

11

2%

4

12 13

5

21

6 7

9.30

11.90

11.40

22

14

12.35

12.00

il ch rs ve

11.70

2

15

8

16

12.18 17

9 10

11.71

23 24

18 19 20

11.43

25 26

4m

12.44 11.63 12.14 12.00

studie parkeerplaats NIEUW fase:

Voorlopig ontwerp

onderdeel:

situatie

status:

concept

project:

Markt - Kapittelhof St. Oedenrode

opdrachtgever:

gebr. Van Stiphout

architect: projectleider:

a: Mgr. Van den Tillaartstraat 1 p: 5461 KX Veghel

a: p:

t:

t:

0413-366711

e: info@la-architecten.nl w: www.la-architecten.nl

e: w:

MT MvdB

modelleur: schaal: afmeting:

1:200 A1

datum:

2018-11-15

gewijzigd:

2022-02-09

werknummer:

17014St

bouwdeel:

bladnummer:

V00

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof, Sint Oedenrode / AM17025

BIJLAGE 3 Overzicht geraadpleegde literatuur

Waterparagraaf Markt-Kapittelhof, Sint Oedenrode / AM17025

Wettelijke kaders - Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan+, 2017-2022, Gemeente Meierijstad; - Waterbeheerplan 2022-2027; Waterschap De Dommel; - Keur Brabantse Waterschappen; - Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant (2016-2021) en interim omgevingsverordening; - Anders omgaan met hemelwater in bestaand stedelijk gebied, Brochure Ministerie van VROM, 2002; - Handreiking watertoets, Publicatie: Ministerie van Verkeer en Waterstaat; - Waterbeleid voor de 21e eeuw, Commissie Waterbeheer 21e eeuw; - Besluit op de ruimtelijke ordening; - Nationaal Bestuurakkoord Water, Publicatie Nederland leeft met water, 2003, actualisatie 2008; - Waterwet, Rijksoverheid; - Het Nationaal Waterplan, Rijksoverheid.

Aanvullende informatie - Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten, 2006; - Keur Brabantse Waterschappen; - Bodematlas provincie Noord-Brabant; - Bodemloket.

Internet http://www.meierijstad.nl http://www.dommel.nl http://www.brabant.nl/

Bijlage 4 Archeologisch onderzoek

NL.IMRO.1948.OED001BP0012022P-ON01

Pagina: 88 van 492

Datum:04-04-02022

Archeologisch bureauonderzoek Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING

3

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS

5

1. INLEIDING

6

2. WERKWIJZE 8 2.1 Inleiding……………………………………………………………………………………………………… 8 3. BUREAUONDERZOEK 9 3.1 Landschappelijke situatie – geomorfologie……………………………………………………………… 9 3.2 Landschappelijke situatie – bodem……………………………………………………………………... 10 3.3 Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht…………………………………………………………11 3.4 Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden………………………………………………….. 14 3.5 Bewoningsgeschiedenis – historisch materiaal………………………………………………………...16 4. VERWACHTINGSMODEL

21

5. AANBEVELINGEN

25

LITERATUURLIJST

26

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7

Topografische overzichtskaart Overzicht aanwezige waarnemingen, onderzoeken en monumenten (AMK) Overzicht gemeentelijke archeologische beleidskaart Overzicht geomorfologische kaart Overzicht bodemkaart Overzicht AHN Bouwtekeningen

Pagina 2 van 27

Archeologisch bureauonderzoek Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

SAMENVATTING In juli 2017 is door Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een terrein aan de MarktKapittelhof te Sint-Oedenrode. Dit bureauonderzoek heeft geresulteerd in een gespecificeerd verwachtingsmodel voor deze locatie. De jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen, bij voorkeur in de buurt van (open) water. Water was een belangrijk gegeven, niet alleen voor het lessen van de dorst, nabij water heerst er ook een grotere biodiversiteit. Dit vergemakkelijkt de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Volgens de Archeologische Landschapstypenkaart van de gemeente Sint-Oedenrode ligt het plangebied op een noordelijke uitloper van een hooggelegen dekzandrug. Direct ten westen, noorden en oosten bevindt zich het beekdal van de Dommel. Deze rug is duidelijk als verhoging in het landschap te herkennen op het kaartbeeld van het AHN. Dergelijke hooggelegen locaties in de directe nabijheid van water (het beekdal van de rivier de Dommel) zijn aantrekkelijke vestigingslocaties voor jager-verzamelaars. Bekend is dat op dergelijke locaties, de flanken van dekzandruggen, in Sint-Oedenrode resten uit zowel het laat-paleolithicum als uit het mesolithicum zijn aangetroffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=0d1dde54-f4a6-4b56-a830-59b602cdea8b