CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek BP Markt-Kapittelhof te Sint - Oedenrode

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan 'Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode'23.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Daarom geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. Binnen het plangebied worden enkeerdgronden verwacht. Deze gronden hebben een plaggendek met een conserverende werking van eventueel aanwezige archeologische resten. Resten uit de periode laatpaleolithicum tot en met het mesolithicum worden onder dit plaggen- of esdek verwacht of in de oorspronkelijke bodem en kunnen bestaan uit tijdelijke kampementen, haardkuilen, vuurstenen artefacten of gebruiksvoorwerpen. Vanaf het neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door sedentaire samenlevingen. In de beginperiode stapt men geleidelijk over naar landbouw en veeteelt. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen en voor de watervoorziening worden waterputten gegraven. Ook worden afvalkuilen gegraven in en nabij de nederzetting. Vanaf het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. De ligging van het plangebied op een dekzandrug direct bij de waterlopen blijven ook in de prehistorische perioden gunstige vestigingsplaatsen. Op de dekzandruggen in Sint-Oedenrode zijn in het verleden meerdere bewoningsresten aangetroffen, onder meer resten uit de bronstijd, de ijzertijd en uit de Romeinse tijd.

Ook in de directe omgeving van het plangebied zijn resten aangetroffen uit de ijzertijd. Ook zijn vroegmiddeleeuwse bewoningssporen bekend. Daarom geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Resten uit deze perioden worden onder het plaggen- of esdek of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen bestaan uit een cultuurlaag, paalkuilen/gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen of gebruiksvoorwerpen/vaatwerk. Het plangebied ligt aan de Markt in het dorpshart van Sint-Oedenrode. In het zuiden grenzend aan het plangebied ligt de Sint-Martinuskerk uit 1912-1915. Op deze locatie werd in de 12e eeuw de Sint-Odakerk gesticht. In deze kapittelkerk lag het gebeente van de heilige Sint-Oda. In eerste instantie stond hier een houten Odakapel die in 1173 werd vervangen door de Sint-Odakerk in steenbouw (tufsteen), waarbij ook een kapittel werd opgericht. In 1498 vond een aanbouw plaats in de vorm van een nieuw priesterkoor in Gotische stijl. Dit priesterkoor is nog altijd aanwezig aan de achterzijde van de huidige kerk. De kerk brandde af in 1583 en het hieraan gelegen raadhuis werd verwoest. in 1583. Begin 19e eeuw werd de kerk geheel gesloopt en in 1808 vervangen door de Martinuskerk. De hierbij gelegen oude pastorie werd verkocht.

Deze kerk werd in 1912 alweer gesloopt met uitzondering van het koor, waarna de huidige Martinuskerk werd gebouwd. De locatie van zowel de oude Sint Odakerk als de huidige Martinuskerk liggen binnen het oorspronkelijk slotgracht terrein (Borchgrave) van het direct ten zuiden daarvan gelegen burchtterrein en latere Hertogshuis (zie ook figuur 6). In het verleden ook sprake van een Hospitale of logement dat aan het kapittel. Mogelijk stond dit hospitaal deels in het noordwestelijke deel van het plangebied. Het plangebied grenst in het noordwesten aan de Markt. Oorspronkelijk bevond zich hier een open terrein met een vijver dat onder meer werd gebruikt als drenkplaats voor het vee. Lag het oorspronkelijke centrum van Rode ter plaatse van de burcht en de kapittelkerk en bij de Heuvel, vanaf de eerste helft van de 14e eeuw werd de huidige Markt het centrum en ontstond geleidelijk aan meerdere bebouwing aan de Markt. Het noordelijke verlengde van de Markt wordt gevormd door de Borchmolendijk. Deze bedijkte weg vormde een van de voornaamste straten van Sint-Oedenrode. Pagina 3 van 27

Archeologisch bureauonderzoek Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

Aan deze weg, in de onmiddellijke omgeving van het plangebied, werden bewoningsresten aangetroffen die teruggaan tot de nederzettingsgeschiedenis van Sint-Oedenrode in tenminste de 10e – 12e eeuw. Op de oudst bestudeerde kaart uit 1782 is te zien dat het plangebied net als in de huidige situatie ingeklemd zit tussen de kerk (dan nog de Sint Odakerk) en de Markt. De zone aan de Markt is bebouwd. Centraal door het plangebied is een waterloop te zien. Mogelijk een natuurlijke dubbele loop van de Dommel of mogelijk een aangelegde gracht van het burchtterrein (Borchgrave) dat zich direct achter de Sint Odakerk bevindt (zie paragraaf 3.4). Het water wordt ook ‘die Vrede’ genoemd en vormde de grens tussen Rode en Eerschot. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw is bebouwing te zien in het noordwestelijke deel van het plangebied, gelegen aan de Markt. Het noordwestelijk gelegen gebouw betreft een school (waarschijnlijk de kapittelschool). De andere gebouwen zijn woonhuizen met bijgebouwen. Ook in zuidoostelijke deel van het plangebied staan enkele kleine gebouwen weergegeven. Het meest zuidwestelijke gebouw staat aangegeven als schuur en de twee bij elkaar gelegen gebouwen betreffen leerlooierijen. Het uiterste zuidelijke deel van het plangebied ligt binnen het kerkhofterrein van de dan nog voorganger van de huidige Sint Martinuskerk.

Van de waterlopen of grachten resteert alleen nog een waterkolk. Op latere kaarten blijkt dat de leerlooierijen zijn gesloopt en omstreeks 1900 ontstaat ook in het centrale deel van het plangebied nieuwe bebouwing. Op basis van deze gegevens geldt voor het hele plangebied een hoge verwachting voor nederzettings- en bebouwingsresten uit de middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Specifiek worden in het zuidelijke deel resten verwacht die zijn gerelateerd aan het omgrachte burchtcomplex van de heren van Rode. Te denken valt aan bijgebouwen of mogelijk zelfs resten van de oorspronkelijke houten Odakerk die in 1173 door de stenen kerk werd vervangen. Ook kunnen resten aanwezig zijn van het bij deze kapittelkerk gelegen kerkhof. In het noordelijke deel van het plangebied geldt een specifieke verwachting op het aantreffen van oude gebouwen en woonhuizen gelegen aan de Markt. Deze resten kunnen teruggaan tot de 10e eeuw. Ook in het overige deel van het plangebied geldt een hoge verwachting op het aantreffen van nederzettings- en bebouwingsresten vanaf de (late) middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Resten worden verwacht vanaf het maaiveld, in een mogelijk aanwezig antropogeen pakket (“stadsophoging”), in en onder het mogelijk aanwezige plaggendek.

Uit het gespecificeerde archeologische verwachtingsmodel blijkt dat voor het plangebied een hoge verwachting geldt voor alle perioden, zowel de jagers-verzamelaars als de meer sedentaire perioden die daarop volgen. Met name voor de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd geldt een hoge verwachting, gezien de ligging in de historische bewoningskern van Sint-Oedenrode. Lokaal is het plangebied diep(er) verstoord, maar gezien de verwachte antropogene ophogingslaag, kunnen archeologische resten tot grote diepte (tot meerdere meters diep) aanwezig zijn. Op basis van bovenstaande gegevens wordt geadviseerd dat voor het hele plangebied een vervolgonderzoek nodig wordt geacht. Dit vervolgonderzoek heeft bij voorkeur de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Dit proefsleuvenonderzoek kan pas worden uitgevoerd op basis van een op te stellen en door de bevoegde overheid (gemeente Meierijstad) goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Gezien de aanwezigheid van meer kansarme zones ter plaatse van de Rabobank, waar de bodem tot grote diepte is verstoord, kan er ook voor worden gekozen om voor het plangebied in eerste instantie een verkennend booronderzoek uit te laten voeren ná sloop tot het maaiveld van de huidige bebouwing. Middels een verkennend booronderzoek wordt de intactheid van de bodem in kaart gebracht.

Op die wijze kunnen mogelijk delen van het plangebied worden afgeschreven voor nader archeologisch onderzoek indien de verstoring ter plaatse is geverifieerd.

Pagina 4 van 27

Archeologisch bureauonderzoek Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Projectnummer OM-nummer Soort onderzoek Adres onderzoekslocatie Toponiem Gemeente Provincie Kadastrale registratie Coördinaten

Oppervlakte Huidige locatie gebruik Aanleiding onderzoek Opdrachtgever Bevoegde overheid Opslag documentatie en materiaal Datum uitvoering

: AM17025 : 4550923100 : Bureauonderzoek : Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode : Markt-Kapittelhof : Meierijstad : Noord-Brabant : Sint-Oedenrode, sectie G, nrs. 4194, 4195, 4319, 4320, 4859 (ged.) : centrum 160.143; 397.209 NW 160.090; 397.224 NO 160.152; 397.253 ZW 160.100; 397.170 ZO 160.211; 397.210 : Circa 6.200 m2 : Bebouwd (kantoor en woonruimten) en parkeerplaats : Nieuwbouw commerciële ruimten met appartementen : BRO : Gemeente Meierijstad : Zuidhoven 9m te Roermond tot deponering bij provinciaal depot te ‘s-Hertogenbosch : Juni 2017

Pagina 5 van 27

Archeologisch bureauonderzoek Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie Gemeente Oppervlakte Huidig perceelsgebruik Toekomstig perceelgebruik

: Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode : Meierijstad : circa 6.200 m2 : Bebouwd (kantoor en woonruimten) en parkeerplaats : Nieuwbouw commerciële ruimten met appartementen

Dit archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de BRL SIKB 4000, KNA 4.0. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek naar de historie en de archeologische waarde van de onderzoekslocatie. Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bureauonderzoek betreft de voorgenomen sloop van de huidige bebouwing en de nieuwbouw van meerlaagse bebouwing met onder commerciële ruimten en boven appartementen (zie figuur 1). Het is niet bekend wat de toekomstige verstoringsdiepte zal zijn, maar gezien de te realiseren ondergrondse parkeergarage kan worden uitgegaan van een verstoringsdiepte van tenminste 3,0 meter beneden maaiveld. Volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Sint-Oedenrode ligt het plangebied in de historische kern van Sint-Oedenrode (categorie 3). Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 30 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld. Doel Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerd verwachtingsmodel voor de locatie. Dit verwachtingsmodel wordt op basis van historische kaarten en bekende landschappelijke en archeologische gegevens gevormd. Dit verwachtingsmodel zal vervolgens leiden tot een aanbeveling over het behoud in-situ of eventueel vervolgonderzoek.

Voor het plangebied is tevens gekeken naar de best toepasbare methode voor een eventueel vervolgonderzoek. Plangebied Het plangebied aan de zuidzijde van de Markt in de kern van Sint-Oedenrode. De westzijde wordt begrensd door de St. Martinuskerk en het bijbehorende kerkplein. De oostzijde wordt gevormd door de erfscheidingen van de belendende percelen. Het zuiden wordt afgebakend door het kasteelterrein van het kasteel of Hertogshuis De Borch. Momenteel is het terrein deels ingericht als locatie voor enkele huurwoningen een vestiging van de Rabobank en een parkeergelegenheid met groenstroken.

Pagina 6 van 27

Archeologisch bureauonderzoek Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

Figuur 1: Het plangebied, aangegeven met het blauwe kader (Bron: Aangeleverd door de opdrachtgever).

Figuur 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied, aangegeven met het rode kader (Bron: Aangeleverd door de opdrachtgever).

Pagina 7 van 27

Archeologisch bureauonderzoek Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

2. WERKWIJZE 2.1

Inleiding

Bij het uitvoeren van het bureauonderzoek is gebruik gemaakt van verschillende bronnen. Deze bronnen geven inzicht in bekende, of te verwachten archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Daarnaast zijn deze bronnen van belang voor het opstellen van de landschapsgenese. Archeologische bronnen  Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW)  Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW)  Archeologische Monumentenkaart (AMK)  Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS II)  Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Sint-Oedenrode  Archeologische waardenkaart van de gemeente Sint-Oedenrode  Specifieke lokale informatie, provinciale en lokale websites (o.a. www.bhic.nl, www.thuisinbrabant.nl) Bodem- en geomorfologische kaarten  Bodemkaart (Alterra)  Geomorfologische kaart  Landschapstypenkaart van de gemeente Sint-Oedenrode  Actuele Hoogtekaart van Nederland (AHN) Historische kaarten  Historisch minutenplan (1800-1832)  Historische topografische en militaire kaarten (1830 tot 1978)  Moderne topografische kaart (2005) De bovenstaande bronnen worden aangevuld door mogelijke informatie afkomstig van lokale archeologische verenigingen en werkgroepen. De overige aanvullende informatie is terug te vinden in de literatuurlijst.

Pagina 8 van 27

Archeologisch bureauonderzoek Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

3. BUREAUONDERZOEK 3.1

Landschappelijke situatie - geomorfologie

Sint-Oedenrode ligt in het zuidelijk zandgebied. De ondergrond wordt doorsneden door een aantal zuidoostnoordwest georiënteerde breuken, die de Centrale Slenk en de Peelhorst begrenzen. Sint-Oedenrode ligt binnen de Centrale Slenk. De oudere afzettingen zijn als gevolg van tektonische bodemdaling tot grote diepte weggezakt. Het afdekkende zandpakket is meer dan 15 meter dik.1 Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 115.000 – 11.755 jaar geleden), ontstond een steeds kouder en droger klimaat.2 Deze laatste ijstijd, het Weichselien is belangrijk geweest voor de vorming van het huidige landschap rond het plangebied. In deze periode (circa 115.000 – 10.000 jaar geleden) breidde het landijs zich sterk uit, maar bereikte Nederland niet. Tijdens een groot deel van het Weichselien was de bodem permanent bevroren. Tijdens perioden van dooi werd door sneeuwsmelt- en regenwater veel sediment verspoeld. Hierbij zijn fluvioperiglaciale afzettingen gevormd en dalen ontstaan. De fluvioperiglaciale afzettingen zijn zeer divers en bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend.3 Deze afzettingen zijn in het plangebied in de diepere ondergrond aanwezig. Ze bestaan hier uit zwak siltig, matig fijn zand. In de regio rondom Sint-Oedenrode worden binnen de fluvioperiglaciale afzettingen Brabantse leem onderscheiden.

Dit leem kan een dikte hebben van enkele tientallen centimeters. Dit leem is ontstaan doordat het zeer fijne sediment door (smelt)water naar de laagten in het terrein is getransporteerd. Deze afzettingen bevinden zich volgens de geologische kaart ook binnen het plangebied (code Nu2). Het hierop afgezette laag dekzand is ter plaatse dunner dan 2,0 meter.4 Later zijn de fluvioperiglaciale afzettingen bedekt met dekzand. In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name tijdens het Laat-Pleniglaciaal (circa 26.000 – 15.700 jaar geleden) en in sommige perioden van het Laat-Glaciaal (circa 15.700 – 11.755 jaar geleden), is de vegetatie grotendeels verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving optrad waarbij dekzand werd afgezet.5 Dit zand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm), goed afgerond, goed gesorteerd en arm aan grind en wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend. Het reliëf dat tijdens de dekzandafzetting is ontstaan, wordt gekenmerkt door vlaktes met depressies en dekzandruggen of dekzandkoppen. In het Holoceen (vanaf circa 11.755 jaar geleden) werd het klimaat warmer en vochtiger. Het landschap is door geologische processen sindsdien weinig meer veranderd. Het dekzand werd door de toenemende vegetatie vastgelegd en de beken sneden zich in, waarbij ze de natuurlijke laagten volgden, zoals de eerder gevormde dalen.

Op deze wijze is het dal van de Dommel ontstaan dat direct ten noorden, oosten en zuidoosten van het plangebied ligt (bijlage 5, grijs-blauwe zones). Deze rivier heeft zich in de ondergrond ingesneden en ter plaatse zijn beekafzettingen afgezet, zoals staat aangegeven op de geologische kaart (figuur 2). Deze afzettingen bestaan uit matig fijn tot zeer grof, soms grindhoudend zand en zwak zandige leem, klei en veen. Het wordt gerekend tot het Laagpakket van Singraven van de Formatie van Boxtel.6

1 Berendsen 2005, 31. 2 Berendsen 2008, 183. 3 Berendsen 2008, 189. 4 Stiboka en Rijksgeologische Dienst 1985, blad 51 Oost Eindhoven. 5 Berendsen 2008, 190. 6 De Mulder 2003, 350. Pagina 9 van 27

Archeologisch bureauonderzoek Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

Figuur 3: Het plangebied op de Geologische kaart van Nederland, aangegeven met de rode cirkel (Bron: Stichting voor Bodemkartering en Rijks Geologische Dienst 1985).

Volgens de Archeologische Landschapstypenkaart van de gemeente Sint-Oedenrode ligt het plangebied binnen de oude kern van Sint-Oedenrode (bruine zone), gelegen op een noordelijke uitloper van een dekzandrug (bijlage 4, beige zone). Ten westen, noorden en oosten van het plangebied bevindt zich het beekdal van de Dommel (bijlage 5, groene zones).7 Het kaartbeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, bijlage 7)8 laat zien dat deze noordelijke uitloper van de dekzandrug, waarop het plangebied en de dorpskern van Sint-Oedenrode ligt, aanzienlijk hoog in het landschap ligt. Rondom deze uitloper is het lager gelegen beekdal van de Dommel als zodanig duidelijk herkenbaar.

3.2

Landschappelijke situatie - bodem

Op de bodemkaart is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in bebouwd gebied (bebouwde kom van Sint-Oedenrode). Op basis van de grondtypen op aangrenzende eenheden komen binnen het plangebied waarschijnlijk hoge zwarte enkeerdgronden met lemig fijn zand voor (bijlage 6, code zEZ23).9 Enkeerdgronden hebben een plaggendek of esdek dat is ontstaan doordat mogelijk al vanaf de late middeleeuwen op grote schaal het systeem van potstalbemesting werd toegepast. Plaggen werden met mest van het vee vermengd en op de akkers uitgespreid om de bodem vruchtbaarder te maken. In de loop der tijd is hierdoor een plaggendek op de oorspronkelijke bodem ontstaan.10 Dergelijke cultuurdekken hebben vaak een beschermende werking en dienen als een buffer die de potentiële archeologische lagen beschermd tegen verstoringen. De totale dikte van het plaggendek is bij de hoge enkeerdgronden meer dan 50 cm. 11 De bouwvoor (Aap-horizont) is grijsbruin tot zwart van kleur. 7 BAAC 2007, Sint-Oedenrode – Erfgoedplan, Landschapstypenkaart. 8 www.arcgis.com 9 Alterra 2009, kaartblad 51 Oost. 10 Hiddink en Renes 2007. 11 De Bakker en Schelling 1989, 141.

Pagina 10 van 27

Archeologisch bureauonderzoek Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

Hieronder liggen oudere niveaus/lagen van het plaggendek (Aa-horizont), die meestal wat lichter van kleur zijn. Onder het plaggendek ligt de oorspronkelijke bodem, mogelijk een podzolgrond. De podzolgrond bestaat uit een A-horizont, waaronder vaak een E-horizont (uitspoelingshorizont) aanwezig is. Hieronder ligt de B-horizont (inspoelingshorizont), die geleidelijk overgaat in de C-horizont.12 Afhankelijk van de vroegere bodembewerking is de oorspronkelijke A-, E- en/of B-horizont al dan niet intact. Vaak zijn deze door verploeging met de onderste helft van het plaggendek vermengd geraakt. Gezien de ligging in de dorpskern van Sint-Oedenrode is waarschijnlijk sprake van een antropogene ophogingslaag. Op de bodemkaart staan de gemiddelde grondwaterstanden aangeven met grondwatertrappen. Indien sprake is van hoge zwarte enkeerdgronden, dan geldt een diepe grondwaterstand: grondwatertrap VI. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen de 40 en 80 cm beneden maaiveld ligt en dat de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper dan 120 cm beneden maaiveld wordt aangetroffen.

3.3

Bewoningsgeschiedenis – historisch overzicht

De bestudeerde en beschikbare bronnen hebben het volgende beeld kunnen schetsen over de geschiedenis van Sint-Oedenrode. Sint-Oedenrode ontstond als nederzetting tenminste aan het begin van de 11e eeuw. De plaats lag in het graafschap Rode. Volgens een legende zou een prinses vanuit Schotland of Ierland naar Texandrië zijn gereisd en rond 713 in ‘Rode’ zijn gestorven.13 De eerste vermelding van de plaatsnaam vinden we in een schriftelijk document rond het jaar 1231. Hierin is sprake van de naam Rodae. De naam is afgeleid van het werkwoord ‘rooien’. Het verwijst hiermee naar een stuk land dat na het rooien van bossen in cultuur is gebracht.14 De heren van Rode heersten over het gebied en resideerden in de burcht of borch, het machtscentrum in de kern van het huidige dorp. Het voormalige burchtterrein (ook bekend als de Borch of Hertogshuis) lag direct ten zuiden van de Sint-Odakerk, op 50 meter ten zuiden van het plangebied. Vanaf het midden van de 16e eeuw stond het complex ook bekend als het Hertogjaaghuis, toen het oorspronkelijke Hertoghuis kort daarvoor tijdens een brand werd verwoest. Tijdens een opgraving op het terrein werden niet alleen laatmiddeleeuwse sporen (resten grachten, sporen van wallen, paalsporen) gevonden. Ook vond men bewoningssporen uit de tweede helft van de 9e eeuw (zie paragraaf 3.4).

Later was de burcht de residentie van de graven van Gelre (11751232). Omstreeks 1100 werd een kerk gebouwd (direct ten zuiden van het plangebied). Door de aanwezigheid van de burcht van de heren van Rode, was Rode gedurende de 11e en 12e eeuw de belangrijkste nederzetting binnen het kleine graafschap.15 In 1232 heeft het stadje stadsrechten gekregen. In 1231 kwam het dorp in het bezit van hertog Hendrik I van Brabant. Het maakte daarmee onderdeel uit van het kwartier Peelland, een van de vier gebieden binnen de Meierij van 's-Hertogenbosch. Ter plaatse van de burcht ontstond het leengoed van de hertogen van Brabant, het Hertogenhuis. In het jaar 1232 kreeg SintOedenrode vrijheids- of stadsrechten en werd daarmee de hoofdplaats van Peelland. De stad werd echter nooit omwald of ommuurd.16 Na 1300 begonnen de Brabantse hertogen woeste gronden rondom dorpen en steden uit te geven aan de bewoners, de zogenaamde gements of ‘gemeenten’.17 Deze werden bestuurd door leenmannen van de hertog. Zij bouwden op de leengoederen, vaak kleine landgoederen, versterkte huizen.18 In de 16e en 17e eeuw werd Rode verschillende malen geplunderd en in brand gestoken, waarbij ook de genoemde versterkte huizen werden verwoest.19

12 De Bakker en Schelling 1989, 127 13 Van Berkel en Samplonius 2006, 410. 14 Van Berkel en Samplonius 2006, 184. 15 Heesters en Rademakers 1972, 72-74. 16 Heesters en Rademakers 1972, 56-57. 17 De Bont 1993, 53-54; www.bhic.nl. 18 Heesters en Rademakers 1972, 101. 19 www.sint-oedenrode.nl Pagina 11 van 27

Archeologisch bureauonderzoek Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

Er zijn binnen het werk van Van Blankenstein gegevens bekend over enige oorlogsvernielingen in SintOedenrode. Er werden zo’n 200 woningen beschadigd of vernield, waarvan circa 25 verwoest waren. Ook werd de brug over de Dommel verwoest.20 In en rondom Sint-Oedenrode hebben meerdere vliegtuigcrashes plaatsgevonden in de jaren 1942-1944, met name in 1944 tijdens operatie Market Garden.21 Op basis van deze gegevens kan niet worden uitgesloten dat binnen of in de onmiddellijke omgeving van het plangebied oorlogsgerelateerde verwoestingen of crashes hebben plaatsgevonden.22 Sint-Martinuskerk / Sint-Odakerk Het plangebied ligt aan de Markt in het dorpshart van Sint-Oedenrode. In het zuiden grenzend aan het plangebied ligt de Sint-Martinuskerk. De huidige kerk werd gebouwd in 1912-1915. Op deze locatie stichtte de heer Arnold van Rode of mogelijk gravin Hildeware in de 12e eeuw de Sint-Odakerk. Deze kerk fungeerde als bedevaartskerk (kapittelkerk) en was dus geen parochiekerk, zoals aanwezig in Eerschot. In deze kerk lag het gebeente van de heilige Sint-Oda. In 1103 haalde Otbert, de bisschop van Luik, de beenderen van Oda uit haar graf en plaatste ze in een reliekschrijn. Dit was een ritueel van heiligverklaring: elevatio ossium (‘het optillen der botten’).23 Ter plaatse liet de bisschop in eerste instantie een houten Odakapel bouwen.

Deze werd in 1173 vervangen door de SintOdakerk in steenbouw, waarbij ook een kapittel werd opgericht. Aan de kapittelkerk waren negen kanunniken verbonden. Deze geestelijken bewoonden aanzienlijke panden die zich aan de Markt bevonden. De aanwezigheid van de gebeenten van Sint-Oda en de heiligenverering gaf het kapittel aanzienlijke rijkdom.24

Figuur 4: De kapittelkerk op een tekening van A.C. Brock uit circa 1832 (Bron: Heesters en Rademakers 1972, 78).

Hertog Hendrik III bepaalde in 1248 dat het pastoraat van de Martinuskerk in Eerschot kwam te vallen onder de deken van het Sint-Odakapittel. Van deze oude Sint-Odakerk zijn niet veel gegevens overgeleverd. Bekend is dat het gebouw was opgetrokken in tufsteen in Romaanse stijl. Aan het einde van de 15e eeuw vond een ingrijpende verbouwing plaats. In 1498 vond een aanbouw plaats in de vorm van een nieuw priesterkoor in Gotische stijl. Dit priesterkoor is al die eeuwen gehandhaafd gebleven aan de achterzijde van de huidige kerk en staat bekend als een rijksmonument. 20 Van Blankenstein 2006, 176. 21 www.bhic.nl 22 Auwerda en Grimm 2008 (Verliesregisters 1942 tot en met 1944). 23 Heesters en Rademakers 1972, 42-43. 24 Heesters en Rademakers 1972, 43, 75-76.

Pagina 12 van 27

Archeologisch bureauonderzoek Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

Tijdens de Tachtigjarige oorlog brandden in 1583 zowel de parochiekerk van Sint Martinus in Eerschot als de Kapittelkerk van Sint-Oda af. Ook het raadhuis dat tegen de Odakerk was aangebouwd, werd verwoest en hiermee ook het archief van Sint-Oedenrode.25 In 1691 werd midden op de Markt een nieuw raadhuis gebouwd. In 1801 stortte de toren van de kerk in. Hierna werd besloten om de kerk geheel te slopen en te vervangen door een nieuwe kerk. De hierbij gelegen oude pastorie werd verkocht.26 Deze kerk was in 1808 gereed. Het priesterkoor of hoogkoor bleef, zoals gezegd, bespaard. Deze kerk werd ingericht als een parochiekerk en ging de naam van de patroon Martinus van Tours dragen: de Martinuskerk. De kerk werd in 1912 alweer gesloopt met uitzondering van het koor, waarna de huidige Martinuskerk werd gebouwd. De oude kerk was immers te klein geworden. In september 1944 viel een bom op de kerk, waardoor alle gewelven vervangen moesten worden. In 1912 werd vlakbij de kerk eerst een nieuwe R.K. Jongensschool gebouwd om te dienen als noodkerk totdat de nieuwe kerk klaar was. Daarna werden de tussenmuren van de klassen gebouwd en de Sint-Odaschool was klaar (1916).

De school werd gebouwd ter plaatse van de laatste overblijfselen van de Hertogshuis ten zuiden van de kerk.27 De locatie van de oude Sint Odakerk en de huidige Martinuskerk liggen binnen het oorspronkelijk slotgracht terrein (Borchgrave) van het direct ten zuiden daarvan gelegen burchtterrein en latere Hertogshuis. Volgens de gegevens uit Heesters uit 1981 was in het verleden ook sprake van een Hospitale of logement dat aan het kapittel toebehoorde en ‘waar alderhande arme mensen logeren’. Deze bevond zich volgens Heesters ‘ter hoogte van de Lindeput op de Markt, waar nu de doorgang is naar Odendael’. 28 Op basis hiervan zou dit hospitaal zich in het noordwestelijke deel van het plangebied hebben kunnen bevinden.

Figuur 5: Twee dorpsgezichten, getekend door A.C. Brock. Op de bovenste tekening de situatie vóór 1800 met centraal de nog aanwezige Sint-Odakerk. Op de onderste tekening de situatie na 1800 met de voorganger van de huidige Sint Martinuskerk. Links is de oude Martinuskerk te zien (bron: Heesters en Rademakers 1972, 254).

25 www,bhic.nl 26 Heesters en Rademakers 1972, 249. 27 www.bhic.nl; Heesters 1981, 223. 28 Heesters 1981, 89. Pagina 13 van 27

Archeologisch bureauonderzoek Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

Markt - Borchmolendijk Het plangebied grenst in het noordwesten aan de Markt. Oorspronkelijk bevond zich hier een open terrein met een vijver dat onder meer werd gebruikt als drenkplaats voor het vee. Het oorspronkelijke centrum van Rode lag ter plaatse van de burcht en de kapittelkerk en bij de Heuvel, vanaf de eerste helft van de 14e eeuw verplaatste het centrum naar ’t Sant, de huidige Markt. Dit hield verband met de komst van de jaarmarkten. De locatie aan de Heuvel was hiervoor te klein. Geleidelijk aan werden aan de Markt steeds meer huizen gebouwd. In de 15e eeuw was echter nog geen sprake van een aaneengesloten bebouwing.29 Het noordelijke verlengde van de Markt wordt gevormd door de Borchmolendijk. Deze bedijkte weg is vernoemd naar Borchmolen, een van oorsprong korenmolen die in oorsprong teruggaat tot de 11e – 12e eeuw. Deze korenmolen en latere watermolen lag ter plaatse van de knik van de Borchmolendijk, op circa 150 meter ten noordoosten van het plangebied. De naam Borchmolen is vernoemd naar de burcht (borch) van de graven van Rode. Zij hadden de molen ook in hun bezit. Later kwam de molen in bezit van de Brabantse hertogen die het in de 15e eeuw verkochten aan een particulier. De Borchmolen bleef tot 1938 in functie. Kort na de Tweede Wereldoorlog werden de resten gesloopt.30

3.4

Bewoningsgeschiedenis – archeologische waarden

Op de leidende Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Sint-Oedenrode (bijlage 3) ligt het plangebied in de historische kern van Sint-Oedenrode (categorie 3). Deze kern ligt weer binnen een zone met een hoge archeologische verwachting (categorie 5).31 Monumentnummer 16.802 Met uitzondering van het uiterste oostelijke deel ligt het plangebied in een monument van hoge archeologische waarde. Het betreft de oude kern van Sint-Oedenrode. De contouren wijken iets af ten opzichte van de historische kern zoals ingetekend op de gemeentelijke Verwachtingskaart (bijlage 3) en de Landschapstypenkaart (bijlage 4). Op de AMK-Noord Brabant zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. De selectie en begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 19e eeuwse en vroeg 20e eeuwse kaarten. Binnen deze contouren worden resten aangetroffen die samenhangen met de bewoningsgeschiedenis van Sint-Oedenrode. Monumentnummer 5225 Op 50 meter ten oosten van het plangebied ligt nog een monument van hoge archeologische waarde. Het betreft de resten van het kasteel of Hertogshuis De Borch uit de late middeleeuwen. De archeologische datering is 11e – 12e eeuw. De stichtingsdatum stamt uit het jaar 1401. De grachten waren tot omstreeks 1900 nog zichtbaar. Momenteel is het terrein als kerkhof in gebruik.

Op de gemeentelijke Verwachtingskaart (bijlage 3) en de Landschapstypenkaart (bijlage 4) sluiten beide genoemde monumenten op elkaar aan. Onduidelijk is waarom het Hertogshuis hier is gesitueerd, aangezien deze zich ten zuiden van de huidige Martinuskerk bevindt (zie paragraaf 3.3 en 3.5). Onderzoeksmelding 56.381 Op 20 meter ten noordoosten van het plangebied werd door RAAP in 2013 een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het plangebied ligt op de overgang van een dekzandrug naar het beekdal van de Dommel. Tijdens het booronderzoek werden de verwachte hoge zwarte enkeerdgronden aangetroffen, waardoor de hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwers bevestigd werd. In boring 4 werd een mogelijk grondspoor aangetroffen. Op basis de kaart van Van de Weijer uit 1782 is het verleidelijk om te denken aan de zijtak van de Molenstroom, maar het kan ook om een nederzettingsspoor uit de late middeleeuwen of vroege nieuwe tijd gaan (kuil). Indien de ontgravingsdiepte beperkt kan blijven tot 60 cm -mv (onderkant recente bouwvoor), dan blijven eventuele archeologische resten ter plaatse bewaard en dient geen archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. Indien dit niet mogelijk is, dan dient wel archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden middels een archeologische begeleiding van het uitgraven van 29 Heesters 1981, 87.

30 www.molendatabase.org 31 BAAC 2007, Sint-Oedenrode – Erfgoedplan, Archeologische Verwachtingskaart..

Pagina 14 van 27

Archeologisch bureauonderzoek Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode / AM17025

de bouwput.32 Onderzoeksmelding 6333 Door de VUhbs werd in 2004 in samenwerking met de ROB en de Hendrik Brunsting Stichting een opgraving uitgevoerd ter plaatse van de Sint Martinuskerk. Er werd een grafsteen gelicht uit de periode 1200. Onderzoeksmeldingen 4009, 4620 en 22.529; waarnemingsnummer 429.469 Tussen 2003 en 2007 werd in het centrum van Sint-Oedenrode, aan de Kerkstraat, een grootschalig archeologisch onderzoek uitgevoerd in verband met de bouw van een winkel- en appartementencomplex met parkeerkelders. Het terrein ligt direct zuidelijk van de Martinuskerk, op 35 meter ten zuiden van het plangebied. Veruit het grootste aantal grondsporen en structuren van hout en baksteen is te relateren aan de burcht van de heren van Rode (1085-1175), de burcht van de Graven van Gelre (1175-1232) en het Hertogenhuis, leengoed van de hertogen van Brabant (1232-1575). Er werden resten van grachten, palissaden, omwallingen, waterputten en huisplattegronden uit deze periode gevonden. Daarmee geeft dit onderzoek nieuwe inzichten in een belangrijke episode in de lokale en (boven)regionale geschiedenis. Een van de meest in het oog springende resultaten van dit onderzoek is de kennis die verkregen werd over het ontstaan, de morfologie en het functioneren van de burcht in de 11e tot 13e eeuw.

Naast laatmiddeleeuwse resten werd ook een groot aantal oudere bewoningssporen gevonden, waaronder een kling, steker uit de periode mesolithicum – bronstijd, een spits uit de periode neolithicum - bronstijd, handgevormd aardewerk uit de late bronstijd – vroege ijzertijd en uit de ijzertijd – Romeinse tijd. Ook vond men aardewerk, keramiek, vaatwerk en een fibula uit de Romeinse periode, gedraaid aardewerk uit de vroege middeleeuwen en divers aardewerk uit de vroege tot de late middeleeuwen.

Figuur 6: Reconstructie van het omgrachte burchtterrein (stippellijn) omstreeks 1100, geprojecteerd op de 18e eeuwse kaart van Van de Weijer. Het huidige plangebied is ingetekend met het rode kader en ligt deels binnen dit terrein. Nr. 1 Odaberg, nr. 2 Sint-Odakerk, nr. 3 Borchmolen, nr. 4 sluis, nr. 5 opgegraven gebied met gebouwen uit 1100 (Bron: Peters 2010, 20, BAAC rapport A-05.0339).

Onderzoeksmelding 19.514 en waarnemingsnummer 416.662 Op 20 meter ten zuidwesten van het plangebied werd een archeologische begeleiding uitgevoerd door BAAC in

32 Janssens en Rondags 2013 (RAAP Notitie 4555). Pagina 15 van 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=0d1dde54-f4a6-4b56-a830-59b602cdea8b