Bijlagenboek BP Markt-Kapittelhof te Sint - Oedenrode
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode Bijlagenboek
Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48
Betreffende
Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode_bijlagen
Planstatus
ontwerp
Projectnummer
NL.IMRO.1948.OED001BP0012022P-ON01
Datum
4 april 2022
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Parkeerbalans
6
Bijlage 2
Flora- en faunaonderzoek
8
Bijlage 3
Waterparagraaf
64
Bijlage 4
Archeologisch onderzoek
88
Bijlage 5
Bodemonderzoek
136
Bijlage 6
Verkennend onderzoek bodem en asbest
168
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
274
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek industrielawaai
337
Bijlage 9
Onderzoek bedrijven en milieuzonering
451
Bijlage 10
Stikstofberekening
468
Bijlage 11
Aanmeldingsnotitie m.e.r.
479
NL.IMRO.1948.OED001BP0012022P-ON01
Pagina: 3 van 492
Datum:04-04-02022
Bijlagen bij toelichting
NL.IMRO.1948.OED001BP0012022P-ON01
Pagina: 5 van 492
Datum:04-04-02022
Bijlage 1 Parkeerbalans
NL.IMRO.1948.OED001BP0012022P-ON01
Pagina: 6 van 492
Datum:04-04-02022
Markt - Kapittelhof Jaar oplevering
Ja
2021 Gebied: Centrum / Schil
CROW Nieuw programma Aantal Wonen Koop/huur, vrijstaand Koop/huur, 2-onder-1 kap Koop/huur, tussen/hoek Koop/huur, etage duur Koop/huur, etage midden Koop/huur, etage goedkoop Serviceflat / Aanleunwoning Kamerverhuur, niet zelfstandig Bezoek woningen Bezoek kamerverhuur Werken Winkelen Supermarkt Grote supermarkt (>2500 m2 wvo) Groothandel in levensmiddelen Buurt- en dorpscentrum Binnenstad of hoofdwinkelcentrum 20.000 - 30.000 inwoners Weekmarkt Kringloopwinkel Bruin- en witgoedzaken Woonwarenhuis/woonwinkel Meubelboulevard/woonboulevard Outletcentrum Bouwmarkt Tuincentrum (> 1000 m2 wvo) Groencentrum (< 2000 m2 wvo) Sport, cultuur en ontspanning Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen Onderwijs Horeca en (verblijfs-)recreatie
P-kencijfer/norm
per Totaal
stuks stuks stuks 23 stuks 4 stuks 30 stuks stuks stuks 57 stuks 0 stuks
2,00 1,90 1,70 1,80 1,60 1,30 0,90 0,20 0,30 0,20
1 stuks 1 stuks 1 stuks 1 stuks 1 stuks 1 stuks 1 stuks 1 stuks 1 stuks 1 stuks
m2 bvo m2 bvo m2 bvo 600 m2 bvo m2 bvo m1 kraam m2 bvo m2 bvo m2 bvo m2 bvo m2 bvo m2 bvo m2 bvo m2 bvo
5,20 7,60 7,60 4,10 3,90 0,20 1,40 7,30 1,90 2,20 10,00 2,00 2,50 2,50
100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 1 m1 kraam 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo
Totaal Totaal
Totaal Totaal Totaal Totaal
Saldering Aantal Wonen Koop/huur, vrijstaand Koop/huur, 2-onder-1 kap Koop/huur, tussen/hoek Koop/huur, etage duur Koop/huur, etage midden Koop/huur, etage goedkoop Serviceflat / Aanleunwoning Kamerverhuur, niet zelfstandig Bezoek woningen Bezoek kamerverhuur Werken Kantoor zonder baliefunctie Kantoor met baliefunctie Bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief (industrie, labaratorium, werkplaats) Bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf) Bedrijf arbeidsextensief / bezoekersintensief (showroom) Bedrijfsverzamelgebouw Winkelen Sport, cultuur en ontspanning Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen Onderwijs Horeca en (verblijfs-)recreatie Gezamelijke vermindering niet openbare/exclusieve capaciteit
P-kencijfer/norm
per Totaal
Normatieve P-behoefte 32 26 6 65 26 39
Exclusieve P-capaciteit -
40 6 25
7
7
-
Resterende P-behoefte 33 1 0 14 17 18 18 -
werkdagochtend 10 1 0 7 2 5 5 -
werkdagmiddag 11 1 0 7 3 11 11 -
werkdagavond 28 1 0 13 14 2 2 -
koopavond 25 1 0 11 12 13 13 -
werkdagnacht 16 1 0 14 -
zaterdagmiddag 20 1 0 8 10 18 18 -
zaterdagavond 26 1 0 11 14 -
zondagmiddag 23 1 0 10 12 -
Resterende P-behoefte 32 26 6 65 26 39
werkdagochtend 14 13 1 65 26 39
werkdagmiddag 14 13 1 65 26 39
werkdagavond 28 23 5 3 1 2
koopavond 25 21 4 3 1 2
werkdagnacht 26 26 -
zaterdagmiddag 19 16 4 -
zaterdagavond 26 21 5 -
zondagmiddag 22 18 4 -
2,00 1,90 1,70 1,80 1,60 1,30 0,90 0,20 0,30 0,20
1 stuks 1 stuks 1 stuks 1 stuks 1 stuks 1 stuks 1 stuks 1 stuks 1 stuks 1 stuks
1250 m2 bvo 1250 m2 bvo
2,10 3,10
100 m2 bvo 100 m2 bvo
m2 bvo
2,10
100 m2 bvo
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
m2 bvo m2 bvo m2 bvo
1,00 1,20 1,90
100 m2 bvo 100 m2 bvo 100 m2 bvo
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
129 97 32
78,0 78
51 97 -47
15 79 -64
22 79 -57
30 31 -2
38 28 10
16 26 -10
37 19 18
26 26 1
23 22 1
22 -22
22 -22
22 -22
22 -22
22 -22
22 -22
22 -22
22 -22
-42
-35
20
32
12
40
23
23
Totaal
Totaal Totaal Totaal Totaal Totaal
-
0
Aantal parkeerplaatsen 22 -22
Te faciliteren parkeerbehoefte
Exclusieve P-capaciteit 71
stuks stuks stuks stuks stuks 20 stuks stuks stuks 20 stuks 0 stuks
Totaal Nieuw programma Totaal Saldering saldo Verdandering openbare capaciteit Vermindering Toevoeging
Normatieve P-behoefte 104 41 6 39 17 25 25 -
maximaal 28
18
-
maximaal -
-
-
38 19 18
40
Nee
Bijlage 2 Flora- en faunaonderzoek
NL.IMRO.1948.OED001BP0012022P-ON01
Pagina: 8 van 492
Datum:04-04-02022
Notitie
: Quickscan flora en fauna Markt-Kapittelhof te SintOedenrode
Datum Opdrachtgever Contactpersoon Projectnummer Opgesteld door Controle door
: 6 april 2017 : Gebr. van Stiphout Projectontwikkeling : Marcel Merks : 211x09042 : Reinoud Vermoolen : Ineke Kroes
Het voornemen bestaat om op de Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode een stedelijke herontwikkeling mogelijk te maken waarbij bestaande bebouwing wordt gesloopt en nieuwbouw plaatsvindt. Bij ruimtelijke planvorming is een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. Door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek is een beoordeling gemaakt van de effecten die het plan zal hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. Natuurbescherming in Nederland De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen.
Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied (of Beschermd natuurmonument) zijn vergunningsplichtig. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid De provinciale groenstructuur bestaande uit het Brabants Natuurnetwerk (voormalig EHS) en Groenblauwe Mantel zijn ruimtelijk vastgelegd in de hernieuwde Verordening Ruimte 2014. Het Brabants Natuurnetwerk is een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuwe aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden. Ook de beheergebieden voor agrarische natuurbeheer behoren tot het Brabants Natuurnetwerk. De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats middels de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming
ADVIES / Quickscan flora en fauna Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode
1
Soortenbescherming vanuit de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.10 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Vanaf 1 januari 2017 moet, onder de Wet natuurbescherming, bij ruimtelijke ontwikkelingen naast de zorgplicht ook rekening gehouden worden met juridisch zwaarder beschermde soorten vanuit nationaal en Europees oogpunt. Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming.
Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’). Vooralsnog is het uitgangspunt dat deze indeling gehandhaafd blijft, totdat de provincies deze hebben aangepast en vastgesteld. Stappenplan soortenbescherming Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten.
Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen de aanwezige natuurwaarden vanuit de Wet natuurbescherming en planologisch beschermde natuurwaarden. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 29 maart 2017 door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied. Mogelijke verblijfplaatsen en sporen van dieren 1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010).
ADVIES / Quickscan flora en fauna Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode
2
zijn onderzocht. Hierbij is onder andere gebruik gemaakt van de checklist aanwezigheid (inschatten mogelijke aanwezigheid vleermuizen in een Flora- en faunawet vooronderzoek) uit het Vleermuisprotocol 2017. Naast een veldbezoek is er een bronnenonderzoek gedaan. Voor dit bronnenonderzoek is onder meer gebruik gemaakt van de inmiddels aan de Wet natuurbescherming aangepaste quickscanhulp (quickscanhulp.nl). De quickscanhulp geeft een overzicht van gegevens (van de afgelopen vijf jaar) uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens. Aan de hand van het uitgevoerde onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden. Beschrijving van het plangebied De beschrijving van het plangebied omvat de ligging, de huidige situatie en de toekomstige situatie. Ligging van het plangebied Het plangebied is gelokaliseerd in het centrum van de bebouwde kom van Sint-Oedenrode. De Amersfoortcoördinaten van het midden van het plangebied zijn X= 160.146, Y= 397.209. Het plangebied is wit omkaderd weergegeven op de luchtfoto (figuur 1) en weergegeven als een witte ster op de topografische kaart (figuur 2).
De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EL&I genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
ADVIES / Quickscan flora en fauna Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode
3
Figuur 1: Luchtfoto plangebied, het plangebied is rood omlijnd. (bron Google maps)
Figuur 2: Topografische kaart plangebied, het plangebied is met een witte ster aangegeven.
Huidige situatie Het plangebied ligt aan de straten Markt, Kerkplein en Kapittelhof. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het Leerlooierspad. Het plangebied bestaat uit een bankgebouw (voormalige Rabobank) enkele huurwoningcomplexen, woonerf, parkeerterrein, tuinen, vrijstaande bomen en openbaar groen. Ten zuiden van het plangebied staat de Sint-Martinuskerk en naastgelegen kerkhof met omringend groen waaronder hoog opgaande bomen. De volgende afbeeldingen (figuur 3 t/m 10) geven een impressie van het plangebied en de directe omgeving.
Fig 3. Buitenzijde bankgebouw
Fig. 4. Binnentuin/dakterras bankgebouw
ADVIES / Quickscan flora en fauna Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode
4
Fig. 5. Buitenzijde bankgebouw aan zijde parkeerterrein
Fig. 6. Parkeerterrein bezien vanaf noordwesten
Fig 7. Parkeerterrein bezien vanaf zuidoosten
Fig 8. Oostrand plangebied langs het Leerlooierspad
Fig 9. Oostelijk deel woningen Kapittelhof
Fig 10. Westelijk deel woningen Kapittelhof
Toekomstige (geplande) situatie Uitgangspunt voor de herontwikkeling van het plangebied zijn meerlaags (woon)gebouwen in een parkachtige setting. Aan de noordzijde van het plangebied worden bergingen geplaatst en parkeren zal plaatsvinden in een parkeerkelder. Voor de situering van de nieuwe gebouwen, paden, bergingen en parkeerkelder zie figuur 11. Om de planontwikkeling mogelijk maken dient de aanwezige bebouwing binnen het plangebied te worden gesloopt. Het plangebied zal bouwrijp worden gemaakt en er vindt grondverzet plaats. De aanwezige vegetatie binnen het plangebied zal worden weggehaald (mogelijk uitgezonderd twee opgaande bomen op het parkeerterrein, zie figuur 7).
ADVIES / Quickscan flora en fauna Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode
5
Figuur 11: Toekomstige situatie plangebied (Stedenbouwkundig concept) met daarin in rode stippellijn de contour van de ondergrondse parkeerplaats aangegeven.
Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde wettelijk beschermde natuurgebied, het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen ligt op meer dan 10 km afstand. Gezien de grote afstand tot het Natura 2000gebied en de aard van de ontwikkeling (kleinschalige herontwikkeling) zijn significante effecten op voorhand uitgesloten. In de planvorming hoeft derhalve verder geen rekening gehouden te worden met de Wet natuurbescherming. Planologische gebiedsbescherming Het plangebied ligt geheel buiten het Brabantse Natuurnetwerk en de Groenblauwe Mantel. Door de ontwikkelingen worden er geen wezenlijke kenmerken en waarden aangetast van de provinciale groenstructuur. De planvorming heeft verder geen invloed op planologische beschermde gebieden. Toetsing soortbescherming Vaatplanten Tijdens het veldbezoek zijn er geen beschermde soorten planten aangetroffen in het plangebied. Er zijn uit het plangebied en/of directe omgeving (0-1 km) geen beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming bekend. De uit de wijdere omgeving (1-5 km) bekend zijnde beschermde soorten dreps, grote leeuwenklauw en ruw parelzaad zijn akker-kruiden. Het plangebied dat in stedelijk ge-
ADVIES / Quickscan flora en fauna Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode
6
bied gelegen is, vormt geen geschikte standplaats voor deze beschermde planten. Het voorkomen van beschermde vaatplanten wordt in zijn geheel op voorhand uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt geschikt leefgebied voor een enkele algemeen beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zoals verschillende muizensoorten en egel (Wnb-andere soorten), waarvoor een provinciale vrijstelling van de provincie Noord-Brabant geldt. Uit het plangebied en/of directe omgeving (0-1 km zijn de beschermde eekhoorn (Wnb-andere soorten) en bever (Wnb-hrl) bekend. Het plangebied biedt in zijn geheel geen habitat voor bever. Voor eekhoorn vormt de opgaande beplanting binnen het plangebied mogelijk geschikt leefgebied. Tijdens het veldbezoek zijn hierin geen vaste verblijfplaatsen van eekhoorn aangetroffen en gezien het zeer beperkte oppervlak vormt dit marginaal (te verwaarlozen) foerageergebied. Het voorkomen van overige beschermde grondgebonden zoogdieren, waarvoor geen vrijstelling geldt, is binnen het plangebied uitgesloten. Effectbeoordeling Enkele algemeen beschermde grondgebonden soorten met provinciale vrijstelling kunnen binnen het plangebied voorkomen. In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen.
Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. In het kader van de algemene zorgplicht zijn geen specifieke maatregelen nodig. Vleermuizen Uit het plangebied en/of directe omgeving zijn waarnemingen bekend van de gebouwbewonende gewone dwergvleermuis (Wnb-hrl). Het bankgebouw vormt geen geschikte verblijfslocatie voor deze soort. De woningen aan het Kapittelhof vormen echter wel een mogelijk geschikte verblijfslocatie, met name de aanwezige inkruipruimten onder de dak- en nokpannen. De opgaande beplanting binnen het plangebied vormt marginaal (te verwaarlozen) foerageergebied voor vleermuizen. Het plangebied kan wel onderdeel uitmaken van een vliegroute voor vleermuizen die van de (omringende) stedelijke bebouwing vliegen naar het groengebied aan de oostzijde van het plangebied (aan de oostzijde van het Leerlooierspad). Effectbeoordeling Met de sloop van de bebouwing en het weghalen van vegetatie kunnen negatieve effecten op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen en vliegroutes voor vleermuizen niet op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek naar het functionele gebruik van het plangebied door vleermuizen (gewone dwergvleermuis) is noodzakelijk. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn diverse vogels waargenomen. In de opgaande bomen zijn enkele nesten van houtduif aangetroffen.
In de aanwezige struiken kunnen diverse broedende vogels worden aangetroffen zoals merel, heggenmus en winterkoning. In de bebouwing kunnen tevens kauwen en spreeuwen broeden. Uit het plangebied en/of directe omgeving (0-1 km) zijn waarnemingen bekend van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals gierzwaluw, huismus, roek en enkele roofvogels en uilen. Onder de dak- en nokpannen van de woningen aan het Kapittelhof kunnen gierzwaluw en huismus tot broeden komen. Tijdens het veldbezoek werden enkele huismussen aangetroffen in de tuinen van de woningen. Hierin staan tevens struiken welke kunnen dienen als schuil- en slaapplaats. Het voorkomen van overige vogels met jaarrond beschermde nesten is uitgesloten, er zijn tijdens het veldbezoek geen geschikte nestlocaties dan wel takkennesten gevonden voor deze soorten.
ADVIES / Quickscan flora en fauna Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode
7
Effectenbeoordeling Met de planontwikkeling kan er verstoring van broedende vogels plaatsvinden. Door werkzaamheden hier buiten de broedperiode (als broedseizoen kan de periode tussen half maart en half juli globaal worden aangehouden) uit te voeren dan wel te starten, wordt de kans op negatieve effecten geminimaliseerd. Indien op een locatie geen bewoonde nesten, broedende of nestelende vogels aanwezig zijn, mogen ook tijdens het broedseizoen werkzaamheden worden uitgevoerd. Het is dan wel vereist dat voor aanvang van werkzaamheden het opgaande groen en bebouwing geïnspecteerd wordt op aanwezige bewoonde nesten, legsels of nestjongen en, indien deze aanwezig zijn, de werkzaamheden uit te stellen tot nadat de jongen zijn uitgevlogen. Met de sloop van de woningen aan het Kapittelhof kunnen voor huismus en gierzwaluw mogelijk geschikte nestlocaties verloren gaan. Daarnaast kan met het verwijderen van opgaande beplanting voor huismus belangrijke schuil- en slaapgelegenheid verloren gaan. Nader onderzoek naar het functionele gebruik van het plangebied door huismus en gierzwaluw is noodzakelijk. Vissen, amfibieën en reptielen Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Negatieve effecten op vissen en van voortplantingsplaatsen van amfibieën zijn hiermee op voorhand uitgesloten.
Het plangebied vormt tevens marginaal geschikt foerageer- en overwintergebied voor amfibieën, hooguit zijn enkele zwervend individuen te verwachten van algemeen beschermde soorten zoals bruine kikker en gewone pad, waarvoor een provinciale vrijstelling van de provincie Noord-Brabant geldt. Uit het plangebied en/of omgeving (0-1 km) zijn waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis (wnb-andere soorten). Voor deze en overige soorten reptielen vormt het plangebied geen geschikt leefgebied. Negatieve effecten voor reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Effectenbeoordeling Enkele algemeen beschermde soorten amfibieën met provinciale vrijstelling kunnen binnen het plangebied voorkomen. In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. In het kader van de algemene zorgplicht zijn geen specifieke maatregelen nodig. Beschermde ongewervelde diersoorten Het plangebied biedt geen geschikt biotoop voor beschermde ongewervelde diersoorten (zoals zeldzame libellen en nachtvlinders) vanwege het ontbreken van geschikt leefgebied en geschikte waardplanten. Negatieve effecten voor beschermde ongewervelde soorten zijn daarmee op voorhand uitgesloten.
Conclusies gebiedsbescherming Gezien de afstand tot en de aard van de ontwikkeling zijn negatieve effecten op omringende Natura 2000-gebieden op voorhand uitgesloten. In de verdere planvorming hoeft hier dan ook geen rekening mee gehouden te worden Het plangebied ligt geheel buiten het Brabantse Natuurnetwerk en de Groenblauwe Mantel. Door de ontwikkelingen worden er geen wezenlijke kenmerken en waarden aangetast van de provinciale groenstructuur. De planvorming heeft verder geen invloed op planologische beschermde gebieden.
ADVIES / Quickscan flora en fauna Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode
8
Conclusies soortbescherming Het plangebied vormt mogelijk geschikt leefgebied voor enkele algemeen beschermde grondgebonden zoogdiersoorten en amfibieën. Voor de genoemde soorten geldt een provinciale vrijstelling van de Wet natuurbescherming bij ruimtelijke ontwikkelingen. Hiervoor geldt echter wel de algemene zorgplicht. Het plangebied (woningen aan het Kapittelhof) is mogelijk geschikt als verblijfplaats en vliegroute voor vleermuizen (gewone dwergvleermuis). Met de sloop van de bebouwing en het weghalen van opgaande vegetatie kunnen negatieve effecten op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen en vliegroutes voor vleermuizen niet op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek naar het functionele gebruik van het plangebied door vleermuizen (gewone dwergvleermuis) is noodzakelijk. In de opgaande bomen zijn enkele nesten van houtduif aangetroffen en in en onder de aanwezige struiken kunnen diverse broedende vogels worden aangetroffen zoals merel, heggenmus en winterkoning. In de bebouwing kunnen tevens kauwen en spreeuwen broeden. Door de sloop- en kapwerkzaamheden alsook het grondverzet kan er verstoring van broedende vogels plaatsvinden. Door werkzaamheden buiten de broedperiode (als broedseizoen kan de periode tussen half maart en half juli globaal worden aangehouden) uit te voeren dan wel te starten, wordt de kans op negatieve effecten geminimaliseerd.
Indien op een locatie geen bewoonde nesten, broedende of nestelende vogels aanwezig zijn, mogen ook tijdens het broedseizoen werkzaamheden worden uitgevoerd. Het is dan wel vereist dat voor aanvang van werkzaamheden het opgaande groen geinspecteerd wordt op aanwezige bewoonde nesten, legsels of nestjongen en, indien deze aanwezig zijn, de werkzaamheden uit te stellen tot nadat de jongen zijn uitgevlogen. Het plangebied (woningen aan het Kapittelhof) is mogelijk geschikt als verblijfplaats voor huismus en gierzwaluw, beide vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. Met de sloop van de woningen aan het Kapittelhof kunnen voor huismus en gierzwaluw mogelijk geschikte nestlocaties verloren gaan. Daarnaast kan met het verwijderen van opgaande beplanting voor huismus belangrijke schuil- en slaapgelegenheid verloren gaan. Negatieve effecten zijn hierdoor niet op voorhand uitgesloten, nader onderzoek naar het functionele gebruik van het plangebied door huismus en gierzwaluw is noodzakelijk. Binnen het plangebied zijn geen zwaarder beschermde soorten vaatplanten, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, vogels, vissen, reptielen, amfibieën en overige ongewervelden (zoals bijv. zeldzame dagvlinders en libellen) te verwachten. Negatieve effecten voor deze soortgroepen zijn op voorhand uitgesloten met inachtneming van de zorgplicht.
In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. In het kader van de algemene zorgplicht zijn geen specifieke maatregelen nodig.
ADVIES / Quickscan flora en fauna Markt-Kapittelhof te Sint-Oedenrode
9
Ecologisch onderzoek vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen Kapittelhof e.o. Gemeente Sint-Oedenrode Tussentijds rapport
Ecologisch onderzoek vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen Kapittelhof e.o. Gemeente Sint-Oedenrode Tussentijds rapport
Rapportnummer:
211X09042.092002_1
Datum:
8 september 2017
Contactpersoon opdrachtgever:
De heer M. Merks, Gebr. van Stiphout Projectontwikkeling
Projectteam BRO:
Jochem Rietbergen, Reinoud Vermoolen, Ineke Kroes
Trefwoorden:
Vleermuizen, huismus, gierzwaluw, Flora en Fauna onderzoek
Bron foto kaft:
BRO, abstract
Beknopte inhoud:
--
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
pagina
1. AANLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Leeswijzer
3 3 3 3
2. OMSCHRIJVING PLANGEBIED 2.1 Huidige situatie 2.2 Aanwezige ecotopen 2.3 Toekomstige (geplande) situatie
4 4 4 6
3. WERKWIJZE 3.1 Vleermuizen 3.2 Gierzwaluwen 3.3 Huismussen
8 8 8 9
4. RESULTATEN 4.1 Vleermuizen per soort 4.2 Vleermuizen per functie 4.3 Gierzwaluwen 4.4 Huismussen
12 12 13 14 15
5. VOORLOPIGE EFFECTENBEOORDELING 5.1 Vleermuizen 5.2 Gierzwaluwen 5.3 Huismussen
16 16 16 16
6. TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING 6.1 Vleermuizen 6.2 Gierzwaluwen 6.3 Huismussen 6.4 Volledigheid inventarisatie
17 17 17 17 17
Inhoudsopgave
1
7. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 7.1 Conclusies 7.2 Aanbevelingen
18 18 18
8. BRONNEN
19
2
Inhoudsopgave
1.
AANLEIDING 1.1 Aanleiding Gebr. van Stiphout Projectontwikkeling is voornemens om een herontwikkeling te realiseren in het gebied Markt-Kapittelhof in het centrum van Sint-Oedenrode. Hierbij zullen een kantoorgebouw (voormalige Rabobank) een viertal woonblokken aan een binnenpleintje en een parkeerplaats verdwijnen en zullen kruidenvegetatie, struiken en bomen verwijderd worden. Om te voldoen aan nationale en internationale regelgeving is het verplicht om, voordat de ingreep plaatsvindt, een onderzoek te doen naar het eventueel voorkomen van beschermde flora en fauna. Om de effecten van de plannen op natuurwaarden te bepalen is door BRO in april 2017 een verkennend veldbezoek uitgevoerd. Uit dat onderzoek bleek dat het plangebied mogelijk geschikt is voor vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Door het verdwijnen van de bebouwing, de kruiden en struik- en boombegroeiing kunnen mogelijk vaste verblijfplaatsen en/of vliegroutes van vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen verdwijnen.
1.2 Doel Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen: Welke soorten en aantallen vleermuizen komen momenteel voor in het plangebied? Welke functies heeft het plangebied voor de aanwezige vleermuizen? Zijn er mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluwen en/of huismussen aanwezig in het plangebied? Leidt de ingreep tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming?
1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van het plangebied, voor wat betreft de huidige en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 worden de methode van werken en de onderzoeksinspanning beschreven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het vleermuisonderzoek en het gierzwaluw- en huismusonderzoek gepresenteerd. De mogelijke effecten van de ingreep worden, voor zover in dit stadium mogelijk, gerelateerd aan de aanwezige soorten vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 bestaat uit een korte bronnenlijst.
Hoofdstuk 1
3
2.
OMSCHRIJVING PLANGEBIED 2.1 Huidige situatie Ligging van het plangebied Het plangebied is gelokaliseerd in het centrum van de bebouwde kom van SintOedenrode. De Amersfoortcoördinaten van het midden van het plangebied zijn X= 160.146, Y= 397.209. De ligging van het plangebied is te zien in onderstaande afbeeldingen (Fig. 1 en 2).
Figuur 1 en 2. Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de straten Markt, Kerkplein en Kapittelhof. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het Leerlooierspad. Het plangebied bestaat uit een bankgebouw (voormalige Rabobank) enkele huurwoningcomplexen, woonerf, parkeerterrein, tuinen, vrijstaande bomen en openbaar groen. Ten zuiden van het plangebied staat de Sint-Martinuskerk en naastgelegen kerkhof met omringend groen waaronder hoog opgaande bomen.
2.2 Aanwezige ecotopen Binnen het plangebied zijn de volgende ecotopen aanwezig: Opgaande bebouwing, bestrating en parkeerterrein; Kruidvegetatie; Hagen en struiken; Opgaande bomen.
4
Hoofdstuk 2
Figuren 3 t/m 10 geven een indruk van het plangebied.
Fig 3. Buitenzijde bankgebouw
Fig. 5. Buitenzijde parkeerterrein
bankgebouw
Fig. 4. Binnentuin/dakterras bankgebouw
aan
Fig 7. Parkeerterrein bezien vanaf zuidoosten
Hoofdstuk 2
zijde
Fig. 6. Parkeerterrein bezien vanaf noordwesten
Fig 8. Oostrand plangebied langs het Leerlooierspad
5
Fig 9. Oostelijk deel woningen Kapittelhof
Fig 10. Westelijk deel woningen Kapittelhof
2.3 Toekomstige (geplande) situatie Uitgangspunt voor de herontwikkeling van het plangebied zijn meerlaags (woon)gebouwen in een parkachtige setting. Aan de noordzijde van het plangebied worden bergingen geplaatst en parkeren zal plaatsvinden in een parkeerkelder. Voor de situering van de nieuwe gebouwen, paden, bergingen en parkeerkelder zie figuur 11. Om de planontwikkeling mogelijk maken dient de aanwezige bebouwing binnen het plangebied te worden gesloopt. Het plangebied zal bouwrijp worden gemaakt en er vindt grondverzet plaats. De aanwezige vegetatie binnen het plangebied zal worden weggehaald (mogelijk uitgezonderd twee opgaande bomen op het parkeerterrein, zie figuur 7).
6
Hoofdstuk 2
Figuur 11: Toekomstige situatie plangebied (Stedenbouwkundig concept) met daarin in rode stippellijn de contour van de ondergrondse parkeerplaats aangegeven
Hoofdstuk 2
7
3.
WERKWIJZE 3.1 Vleermuizen De vleermuisinventarisaties zijn uitgevoerd aan de hand van het vleermuizenprotocol (2017) dat is opgesteld door Gegevensautoriteit Natuur (GAN), Netwerk Groene Bureaus (NGB) en Zoogdiervereniging. Tijdens de veldbezoeken is op grond van geluid en zicht geïnventariseerd. Vleermuizen maken gebruik van echolocatie om zich te oriënteren in een gebied en voor het lokaliseren van prooien tijdens de jacht. Deze echolocatie vindt plaats door middel van ultrasone geluiden die de vleermuis produceert en zijn soort specifiek. Met behulp van een ultrasounddetector (batdetector) kunnen deze geluiden voor mensen hoorbaar worden gemaakt. Tijdens het onderzoek is gebruikgemaakt van een Petterson D240x ultrasounddetector (batdetector) en een sterke zaklamp (TK41 Max 860 Lumens). Met een Edirol R-09 RH digitale recorder zijn geluidsopnamen gemaakt die later zijn geanalyseerd met behulp van het programma Bat Sound Pro 3.31b. Verder is gebruik gemaakt van een Elekon Batlogger M, een zeer gevoelige heterodyne batdetector die niet alleen het geluid registreert, maar ook de exacte locatie van het vleermuisgeluid, de tijd van de waarneming, en de exacte lokale weersomstandigheden op dat moment. Op basis van de aanwezige ecotopen zijn de volgende functies te verwachten: Vliegroutes en foerageergebieden; Paarverblijven; Kraamverblijven; Zomerverblijf.
Er zijn in het voorjaar drie veldinventarisaties geweest, te weten op 6 juni 2017 ’s avonds tijdens en na zonsondergang, op 7 juni ’s morgens voor en tijdens zonsopkomst en op 7 juli ’s avonds tijdens en na zonsondergang. De waarnemingen zijn voornamelijk gedaan vanaf het Kerkplein, d.w.z. de parkeerplaats achter de Rabobank, maar ook lopend langs de Rabobank, langs de lage huisjes van het Kapittelhof en het Leerlooierspad. Alle inventarisaties vonden plaats onder gunstige weersomstandigheden (zie tabel 1).
3.2 Gierzwaluwen In het onderzoeksgebied is de bebouwing geïnspecteerd op de aanwezigheid van mogelijke nestplaatsen van gierzwaluwen. Voor het onderzoek naar nestplaatsen van de gierzwaluw zijn in totaal drie veldbezoeken afgelegd, waarvan twee gecombineerd met de avondveldbezoeken voor vleermuizen.
8
Hoofdstuk 3
De veldinventarisaties vonden plaats op 6 juni, 18 juni en op 7 juli 2017. De gekozen data hangen onder meer samen met het broedseizoen van de gierzwaluw. Alle inventarisaties vonden plaats onder gunstige weersomstandigheden (zie tabel 1). De inventarisaties bestonden uit: de inspectie van het onderzoeksgebied op de aanwezigheid van mogelijke nestplaatsen en andere sporen van gierzwaluw; de inventarisatie op zicht en gehoor van gierzwaluw waarvan de nestplaats jaarrond is beschermd. Op de avonden van de inventarisatiedata is het onderzoeksgebied geïnventariseerd op de aanwezigheid van gierzwaluwen. Hierbij zijn steeds zo veel mogelijk de aanwijzingen gevolgd die beschreven zijn in de soortenstandaard Gierzwaluw, Verzie 2.0, december 2014 van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, en het kennisdocument Gierzwaluw Apua apus, versie 1.0 BIJ12, juli 2017. De Gierzwaluw is een trekvogel die pas vanaf eind april in Nederland terugkeert vanuit Afrikaanse wintergronden. Kolonies zijn snel herkenbaar doordat de vogels geregeld bij de nesten zwermen en roepen. Deze waarnemingen zijn echter indicatief. Het vaststellen van een broedgeval geschiedt door het waarnemen van een in- of uitvliegende vogel. De exacte locatie van de nestopening dient daarbij te worden vastgelegd.
3.3 Huismussen Werkwijze Er zijn een tweetal inventarisatiebezoeken gebracht aan de planlocatie op respectievelijk 2 en 15 mei 2017. De weersomstandigheden tijdens de inventarisatiebezoeken waren goed (grotendeels droog en niet te koud, zie tabel 1), met op het einde van het eerste veldbezoek regen. Tijdens de inventarisaties is bij het plangebied gepost vanaf meerdere overzichtspunten en gelet op broedende en/of broedverdachte (zingende) vogels. Daarnaast is gelet op het gebruik van het plangebied door huismussen als foerageergebied en/of schuilgelegenheid. Waarnemingen in en direct rondom het plangebied zijn vervolgens op kaart ingetekend. De gevolgde onderzoeksmethode voor huismus is gestoeld op 1 de door RVO (Min. EZ) uitgebrachte soortenstandaard voor huismus . Volgens de soortenstandaard kan de aanwezigheid van een nest van een huismus als volgt worden aangetoond: 1. een nestindicatieve waarneming: o een nest of nestbouw of
1
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Soortenstandaard Huismus Passer domesticus. Versie 2.0, december 2014
Hoofdstuk 3
9
o
2.
bezoek van een huismus aan een waarschijnlijke nestplaats (nest zelf vaak niet zichtbaar, maar grassprieten of veertjes steken uit) of o transport van voedsel of ontlastingpakketjes of o bedelende jongen in nest (vlak voor uitvliegen goed te horen, steken kopjes uit nestopening). min. 1 waarneming in potentieel broedbiotoop in de periode 10 maart t/m 20 juni van: o een zingend mannetje (veelal op de dakrand) of o aanwezigheid van een paartje bij een potentiële nestplaats of o balts.
Afwezigheid van broedende huismussen is aangetoond, als er tijdens twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei (met tien dagen tussen beide veldbezoeken) of tijdens vier gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni geen aanwezigheid kan worden aangetoond.
10
Hoofdstuk 3
Tabel 1 Bezoeken i.v.m. vleermuis- en gierzwaluw en huismusinventarisaties Datum
Type onderzoek
02-05-2017
Huismus; zingende
Tijdsduur
Zon op/ on-
onderzoek
der
09.45-10.45
06.07/ 21.08
mannetjes,
Weer
Temp.
Wind gemiddeld 2 Bft
10 ºC
Geheel bewolkt
nestplaatsen en schuil-
Laatste deel regen
plaatsen 15-05-2017
Huismus; zingende
09.00-10.00
05.45/ 21.30
mannetjes,
Wind gemiddeld 2 Bft
15 ºC
Licht bewolkt
nestplaatsen en schuil-
Geen neerslag
plaatsen 06-06-2017
Gierzwaluw:
20.00 -24.00
05.21/ 21.58
Wind gemiddeld 4 Bft
Nestplaatsen
Geheel bewolkt
Vleermuizen:
Geen neerslag tijdens
Inspectie plangebied,
waarnemingen
14.1ºC
Kraamverblijf- en zwermplaats, zomerverblijf, vliegroute, foerageergebied 07-06-2017
Vleermuizen:
03.20-05.20
05.20/ 21.59
Wind gemiddeld 2 Bft
Kraamverblijf- en zwerm-
Vrijwel geheel bewolkt
plaats, zomerverblijf,
Geen neerslag tijdens
vliegroute, foerageerge-
waarnemingen
14,0ºC
bied 18-06-2017
Gierzwaluw:
20.00 -24.00
05.18/ 22.06
Nestplaatsen
Wind gemiddeld 1 Bft
20.8ºC
Half bewolkt. Geen neerslag
07-07-2017
Gierzwaluw;
20,00-24.00
05.28/ 22.02
Wind gemiddeld 2 Bft
Nestplaatsen
Vrijwel geheel bewolkt
Vleermuizen:
Geen neerslag
Kraamverblijf- en zwermplaats, zomerverblijf, vliegroute, foerageergebied
Hoofdstuk 3
11
20,6ºC
4.
RESULTATEN 4.1 Vleermuizen per soort Tijdens het eerste avondonderzoek op 6 juni 2017 zijn minimaal vier foeragerende gewone dwergvleermuizen en twee ruige dwergvleermuizen waargenomen op de parkeerplaats en in de tuin (haag) ten zuiden van het Rabobankgebouw. Ook werd er door twee gewone dwergvleermuizen gefoerageerd op de hoek van de Kapittelhof en het Leerlooierspad. Het ochtendonderzoek op 7 juni gaf een vergelijkbaar beeld. Er waren minimaal twee gewone dwergvleermuizen foeragerend op de parkeerplaats van het Kerkplein, Verderop langs het Leerlooierspad werden nog eens twee gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Tijdens het tweede avondbezoek op 7 juli wederom hetzelfde beeld, zeker vier gewone dwergvleermuizen en een keer een ruige dwergvleermuis op de parkeerplaats van het Kerkplein en langs het Leerlooierspad. Er zijn in totaal twee soorten vastgesteld, te weten de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de Ruige dwergvleermuis (Pipistrallus nathusii) Tijdens het eerste avondbezoek op 6 juni 2017 werd vanaf 22.00 uur een gewone dwergvleermuis foeragerend aangetroffen op de parkeerplaats. Rond 22.10 kwam er een tweede gewone dwergvleermuis bij vanuit de richting van de kerk. Deze twee bleven foerageren tot 23.00 uur. Rond 22.10 kwam er een gewone dwergvleermuis aanvliegen vanaf de Markt, tussen de gebouwen door richting de parkeerplaats.
Hij bleef even tussen de bomen op de parkeerplaats foerageren om vervolgens verder te gaan richting het kerkhof. Op het kerkhof, direct ten zuidoosten van de parkeerplaats, werd overigens vanaf 22.00 tot aan het einde van de waarneemtijd druk gefoerageerd door minimaal 5 gewone dwergvleermuizen. Rond 22.30 kwam een gewone dwergvleermuis foerageren op de hoek Kapittelhof-Leerlooierpad. Hier werden tussen 22.20 en 23.10 eveneens twee ruige dwergvleermuizen aangetroffen. Op de Kapittelhof zelf zijn in het geheel geen vleermuizen waargenomen. Tijdens het tweede bezoek op 7 juni ‘s ochtends vroeg werd vanaf 03.20 uur, het begin van de inventarisatie, op de parkeerplaats gefoerageerd, door drie gewone dwergvleermuizen. Ze verdwenen rond 4.50 uur. Op de hoek Kapittelhof-Leerlooierspad werden twee gewone dwergvleermuizen foeragerend aangetroffen. Ook deze verdwenen rond dezelfde tijd, ongeveer 4.50 uur. Daarna zijn ’s morgens geen vleermuizen meer waargenomen. Er is geen zwermgedrag geconstateerd. Tijdens het derde bezoek, op 7 juli ’s avonds zijn wederom vanaf 22.00 uur meerdere gewone dwergvleermuizen waargenomen. Op de parkeerplaats werd vanaf 22.00 door drie gewone dwergvleermuizen gefoerageerd tot 22.40 uur. Op de hoek KapittelhofLeerlooierlspad werden vanaf 22.10 twee ruige dwergvleermuizen foeragerend aange-
12
Hoofdstuk 4
troffen. Op het kerkhof werd vanaf 22.00 uur tot het einde van de inventarisatietijd, om 24.00 uur wederom druk gefoerageerd door minimaal zes gewone dwergvleermuizen. In Tabel 2 zijn de waarnemingen van foeragerende en passerende vleermuizen per avond weergegeven. Tabel 2 Totaal nachtelijke waarnemingen in het veld van passerende en foeragerende vleermuizen in en om het plangebied
06-06-
07-06-
07-07-
2017
2017
2017
Avond
Ochtend
Avond
Wetenschappelij-
naam
ke naam
Foeragerend
Passerend
Foeragerend
Passerend
Foeragerend
Passerend
waarnemingen
Gewone dwerg-
Pipistrellus
9
0
4
0
8
0
21
vleermuis
pipistrellus
Ruige dwerg-
Pipistrellus
2
0
0
0
2
0
4
vleermuis
nathusii
Totaal
Nederlandse
4.2 Vleermuizen per functie Kraamverblijven Er is in het voorjaar 2014 wel relatief veel vleermuisactiviteit geconstateerd, maar er is geen zwermgedrag geconstateerd. Er is met zekerheid geen kraamverblijf aanwezig in de bebouwing binnen het plangebied. Foerageergebieden en vliegroutes In het voorjaar zijn er zowel tijdens de ochtendronde als tijdens de beide avondrondes minimaal drie tot 4 foeragerende vleermuizen aangetroffen op de parkeerplaats van het Kerkplein, en ’s avonds steeds minimaal twee foeragerende gewone dwergvleermuizen rond de bomen op de hoek Kapittelhof-Leerlooierspad. Er is sprake van een foerageergebied. Er is geen vliegroute geconstateerd.
Hoofdstuk 4
13
Figuur 11. Vliegroutes en foerageergebieden. De rode ovalen geven de plaatsen aan waar gefoerageerd werd. De rode dubbele pijl geeft aan waarlangs de gewone dwergvleermuis vloog.
Paarverblijven In het najaar zal moeten blijken of een van de gebouwen wellicht als paarplaats gebruikt wordt. Gezien het drukke foerageergedrag van de gewone dwergvleermuizen is dit niet ondenkbeeldig.
4.3 Gierzwaluwen Op zowel 6 juni, 18 juni als 7 juli zijn ‘s avonds hoogvliegende gierzwaluwen waargenomen tussen 20.30 en 22.30 uur. De eerste en tweede avond waren er ongeveer tien en de derde avond ongeveer vijftien. Ze vlogen hoog boven het plangebied. Er kwamen geen zwaluwen naar beneden in de buurt van het plangebied. Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen aangetroffen in het onderzoeksgebied. Er kan om die reden redelijkerwijze aangenomen worden dat er geen vaste rust- en verblijfplaatsen voor gierzwaluwen aanwezig zijn binnen het plangebied.
14
Hoofdstuk 4
4.4 Huismussen Tijdens de inventarisaties zijn op een tweetal locaties nestindicatieve waarnemingen gedaan van huismus binnen het plangebied. Een bezette nestplaats bevindt zich onder een dakpan van de hoekwoning Kapittelhof nr. 5 en een zingend mannetje werd aangetroffen op de noordelijke dakrand van Kapittelhof nr. 9. Daarnaast bevinden zich enkele nestlocaties van huismussen onder het dak van de woning op huisnummer 1 van het Leerlooierspad. De mannetjes op deze locatie zingen ook vanuit de opgaande, met klimop begroeide boom binnen het plangebied ten zuiden van de woning. Belangrijke schuilgelegenheden voor huismussen vormen de aan het plangebied grenzende begroeide tuinmuur (met klimop en laurier) langs de zuid- en westzijde van Leerlooierspad nr 1, en de opgaande dichte bamboe in de tuin daar ten westen van. Tijdens de regenperiode aan het einde van het eerste veldbezoek doken hier zo goed als alle in het plangebied en directe omgeving verblijvende huismussen in. Huismussen werden tijdens de veldbezoeken ook aangetroffen in de aanwezige opgaande bomen en beplanting binnen het plangebied, echter deze lijken niet te worden gebruikt als primaire schuilgelegenheid (waarschijnlijk door de minder dichte bebladering).
Foeragerende huismussen zijn grotendeels aangetroffen in de tuinen grenzend aan de noordzijde van het plangebied, maar ook eenmaal in de achtertuin van Kapittelhof nr 20 (waar ook tijdelijk vertoefd wordt in de aanwezige hulststruik).
Hoofdstuk 4
15
5.
VOORLOPIGE EFFECTENBEOORDELING 5.1 Vleermuizen Met de gevonden resultaten valt er nog niet zo heel veel te zeggen over de effecten de ingreep voor de functies van het terrein voor vleermuizen. Er is in elk geval geen sprake van kraamverblijven. Het plangebied, met name de parkeerplaats en de randen langs het naastliggende kerkhof worden door vleermuizen intensief gebruikt als foerageergebied, er zijn gewone dwergvleermuizen en ruige dwergvleermuizen aangetroffen op beide avonden, en eveneens gewone dwergvleermuizen tijdens een ochtendinventarisatie. Het lijkt er in eerste instantie niet op dat hier sprake is van een essentieel foerageergebied, maar de waarnemingen in het najaar moeten dit eerst bevestigen. Ook kan nog geen uitspraak gedaan worden over eventuele paarverblijfplaatsen.
5.2 Gierzwaluwen De gevonden resultaten wijzen niet op een mogelijke aanwezigheid van nestlocaties van gierzwaluwen binnen het plangebied. De aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen van gierzwaluwen is redelijkerwijze uit te sluiten.
5.3 Huismussen De gevonden resultaten wijzen op de aanwezigheid van een tweetal nestlocaties van huismussen binnen het plangebied. Door voorafgaand aan de sloop tijdelijke alternatieve nestlocaties in de directe omgeving aan te bieden (bijv. in de vorm van nestkasten) en de nieuwbouw te voorzien van nestgelegenheden voor huismus, kunnen negatieve effecten voor nestverblijfplaatsen uitgesloten worden. Als van belang zijnde overige vaste rust- of verblijfplaats binnen het plangebied komt enkel de opgaande met klimop begroeide boom, grenzend aan de tuin van Leerlooierspad nr 1, in aanmerking. De overige vegetatie binnen het plangebied maakt wel onderdeel uit van het leefgebied voor huismussen, maar vormt naar verwachting geen essentieel onderdeel van het leefgebied. De in de toekomst te verwachten grasvegetatie binnen het plangebied zal dienen als alternatief foerageergebied. Indien in de toekomstige situatie er opgaande beplanting die schuil- en rustgelegenheid kan bieden langs de oost- en noordrand van het plangebied geplant wordt, zijn negatieve effecten voor huismus uit te sluiten.
16
Hoofdstuk 5
6.
TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING
6.1 Vleermuizen Omdat het vleermuisonderzoek nog niet is afgerond kan nog geen toetsing plaatsvinden aan de Wet natuurbescherming voor vleermuizen.
6.2 Gierzwaluwen Binnen het plangebied zijn geen nest- of foerageerplaatsen van gierzwaluw aanwezig. Het realiseren van de gewenste ontwikkeling zal, mits de zorgplicht in acht genomen wordt, niet leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming, in verband met gierzwaluw.
6.3 Huismussen Indien de aanwezige nestplaatsen het plangebied te allen tijde gewaarborgd door tijdelijke en permanente voorzieningen en de overige belangrijke vaste verblijfplaats weer binnen het plangebied aangeplant wordt, zal de gewenste ontwikkeling naar verwachting niet leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming voor wat betreft huismus. Omdat het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de aanwijzingen in de Soortenstandaard Huismus Passer domesticus. Versie 2.0, december 2014, kan worden gesteld dat het plangebied afdoende is geïnventariseerd voor huismus.
6.4 Volledigheid inventarisatie De inventarisatie is een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methodes en inspanningen wordt/is dan ook voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (Zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Wat betreft dit onderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden voor vaste rust en verblijfplaatsen, zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroute(s), zodra het volledig onderzoek is afgerond.
Hoofdstuk 6
17
7.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
7.1 Conclusies Vleermuizen Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geen aantasting van kraamplaatsen, essentiële vliegroutes en/of essentiële foerageergebieden van vleermuizen verwacht. Voor wat betreft de mogelijke aanwezigheid van paarplaatsen kan nog geen conclusie getrokken worden. Hiervoor zullen eerst de resultaten van het najaarsonderzoek moeten worden afgewacht. Gierzwaluwen Binnen het plangebied zijn tijdens de inventarisaties geen broedende en/of territorium houdende gierzwaluwen aangetroffen in de te slopen bebouwing binnen het plangebied. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het leefgebied van de gierzwaluw. Negatieve effecten voor de gierzwaluw worden dan ook uitgesloten. Huismus Er zijn twee nestlocaties van huismus binnen het plangebied aanwezig. Hiervoor zullen mitigerende maatregelen moeten worden getroffen en er zal een ontheffing moeten worden aangevraagd voor huismus.
7.2 Aanbevelingen Advies voor huismus Er zal te allen tijde in de aanwezigheid van geschikte nestplaatsen moeten worden voorzien. Voor plaatsing van tijdelijke nestkasten dient een gewenningstijd in acht te worden gehouden van tenminste drie maanden. Voor de aanplant van opgaande begroeiing kan gekozen voor enkele bomen en (groenblijvende en/of dichte) struiken. Ondanks het nemen van deze maatregelen is verstoring van vaste verblijfplaatsen niet geheel te voorkomen. Hier zal een ontheffing voor moeten worden aangevraagd, waarbij in de aanvraag aangegeven dient te worden welke (mitigerende) maatregelen waar en wanneer worden genomen.
18
Hoofdstuk 7
8.
BRONNEN
Buiten aan het Werk. Houd Tijdig rekening met beschermde planten en dieren! Brochure www.zoogdiervereniging.nl/vleermuizen www.vleermuizenindestad.nl Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Soortenstandaard Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 2.0, december 2014 Kennisdocument gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, Versie 1.0. BIJ12, Juli 2017 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Soortenstandaard Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 2.0, december 2014 Kennisdocument ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii, Versie 1.0. BIJ12, Juli 2017 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Soortenstandaard Gewone gierzwaluw Apus apus. Versie 2.0, december 2014 Kennisdocument Gewone gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0. BIJ12, Juli 2017
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Soortenstandaard Huismus Passer domesticus. Versie 2.0, december 2014
Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0. BIJ12, Juli 2017
Hoofdstuk 8
19
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl
Hoofdstuk 0
2
Ecologisch onderzoek vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen Kapittelhof e.o. te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Eindrapport
Ecologisch onderzoek vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen Kapittelhof e.o. te Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad Eindrapport
Rapportnummer:
211X09042.092002_2
Datum:
29 september 2017
Contactpersoon opdrachtgever:
De heer H. Bouwmans, Gebr. van Stiphout Projectontwikkeling
Projectteam BRO:
Jochem Rietbergen, Reinoud Vermoolen, Ineke Kroes
Trefwoorden:
Vleermuizen, huismus, gierzwaluw, Flora en Fauna onderzoek
Bron foto kaft:
BRO, abstract
Beknopte inhoud:
--
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
pagina
1. AANLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Leeswijzer
3 3 3 3
2. OMSCHRIJVING PLANGEBIED 2.1 Huidige situatie 2.2 Aanwezige ecotopen 2.3 Toekomstige (geplande) situatie
4 4 4 6
3. WERKWIJZE 3.1 Vleermuizen 3.2 Gierzwaluwen 3.3 Huismussen
8 8 9 9
4. RESULTATEN 4.1 Vleermuizen per soort 4.2 Vleermuizen per functie 4.3 Gierzwaluwen 4.4 Huismussen
12 12 13 15 15
5. EFFECTENBEOORDELING 5.1 Vleermuizen 5.2 Gierzwaluwen 5.3 Huismussen
16 16 16 16
6. TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING 6.1 Vleermuizen 6.2 Gierzwaluwen 6.3 Huismussen 6.4 Volledigheid inventarisatie
17 17 17 17 17
Inhoudsopgave
1
7. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 7.1 Conclusies 7.2 Aanbevelingen
18 18 18
8. BRONNEN
20
Inhoudsopgave
2
1.
AANLEIDING 1.1 Aanleiding Gebr. Van Stiphout Projectontwikkeling is voornemens om een herontwikkeling te realiseren in het gebied Markt-Kapittelhof in het centrum van Sint-Oedenrode. Hierbij zullen een kantoorgebouw (voormalige Rabobank) een viertal woonblokken aan een binnenpleintje en een parkeerplaats verdwijnen en zullen kruidenvegetatie, struiken en bomen verwijderd worden. Om te voldoen aan nationale en internationale regelgeving is het verplicht om, voordat de ingreep plaatsvindt, een onderzoek te doen naar het eventueel voorkomen van beschermde flora en fauna. Om de effecten van de plannen op natuurwaarden te bepalen is door BRO in april 2017 een verkennend veldbezoek uitgevoerd. Uit dat onderzoek bleek dat het plangebied mogelijk geschikt is voor vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Door het verdwijnen van de bebouwing, de kruiden en struik- en boombegroeiing kunnen mogelijk vaste verblijfplaatsen en/of vliegroutes van vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen verdwijnen.
1.2 Doel Dit onderzoek zal antwoord geven op de volgende vragen: Welke soorten en aantallen vleermuizen komen momenteel voor in het plangebied? Welke functies heeft het plangebied voor de aanwezige vleermuizen? Zijn er mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluwen en/of huismussen aanwezig in het plangebied? Leidt de ingreep tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming?
1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van het plangebied, voor wat betreft de huidige en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 worden de methode van werken en de onderzoeksinspanning beschreven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het vleermuisonderzoek en het gierzwaluw- en huismusonderzoek gepresenteerd. De mogelijke effecten van de ingreep worden, voor zover in dit stadium mogelijk, gerelateerd aan de aanwezige soorten vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 bestaat uit een korte bronnenlijst.
Hoofdstuk 1
3
2.
OMSCHRIJVING PLANGEBIED 2.1 Huidige situatie Ligging van het plangebied Het plangebied is gelokaliseerd in het centrum van de bebouwde kom van Sint-Oedenrode. De Amersfoortcoördinaten van het midden van het plangebied zijn X= 160.146, Y= 397.209. De ligging van het plangebied is te zien in onderstaande afbeeldingen (Fig. 1 en 2).
Figuur 1 en 2. Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Markt en aan de Kapittelhof. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het Leerlooierspad. Het plangebied bestaat uit een bankgebouw (voormalige Rabobank), enkele huurwoningcomplexen, woonerf, parkeerterrein, tuinen, vrijstaande bomen en openbaar groen. Ten zuiden van het plangebied staat de Sint-Martinuskerk en naastgelegen kerkhof met omringend groen waaronder hoog opgaande bomen.
2.2 Aanwezige ecotopen Binnen het plangebied zijn de volgende ecotopen aanwezig: Opgaande bebouwing, bestrating en parkeerterrein; Kruidvegetatie; Hagen en struiken; Opgaande bomen.
Hoofdstuk 2
4
Figuren 3 t/m 10 geven een indruk van het plangebied.
Fig 3. Buitenzijde bankgebouw
Fig. 5. Buitenzijde parkeerterrein
bankgebouw
Fig. 4. Binnentuin/dakterras bankgebouw
aan
Fig 7. Parkeerterrein bezien vanaf zuidoosten
Hoofdstuk 2
zijde
Fig. 6. Parkeerterrein bezien vanaf noordwesten
Fig 8. Oostrand plangebied langs het Leerlooierspad
5
Fig 9. Oostelijk deel woningen Kapittelhof
Fig 10. Westelijk deel woningen Kapittelhof
Fig. 11. Plaats van de open stootvoegen van waaruit in het najaar op beide avonden social calls zijn gehoord van roepende mannetjes, gewone dwergvleermuis.
2.3 Toekomstige (geplande) situatie Uitgangspunt voor de herontwikkeling van het plangebied zijn meerlaags (woon)gebouwen in een parkachtige setting. Aan de noordzijde van het plangebied worden bergingen geplaatst en parkeren zal plaatsvinden in een parkeerkelder. Voor de situering van de nieuwe gebouwen, paden, bergingen en parkeerkelder zie figuur 11. Om de planontwikkeling mogelijk maken dient de aanwezige bebouwing binnen het plangebied te worden gesloopt. Het plangebied zal bouwrijp worden gemaakt en er
Hoofdstuk 2
6
vindt grondverzet plaats. De aanwezige vegetatie binnen het plangebied zal worden weggehaald (mogelijk uitgezonderd twee opgaande bomen op het parkeerterrein, zie figuur 7).
Figuur 11: Toekomstige situatie plangebied (Stedenbouwkundig concept) met daarin in rode stippellijn de contour van de ondergrondse parkeerplaats aangegeven
Hoofdstuk 2
7
3.
WERKWIJZE 3.1 Vleermuizen De vleermuisinventarisaties zijn uitgevoerd aan de hand van het vleermuizenprotocol (2017) dat is opgesteld door Gegevensautoriteit Natuur (GAN), Netwerk Groene Bureaus (NGB) en Zoogdiervereniging. Tijdens de veldbezoeken is op grond van geluid en zicht geïnventariseerd. Vleermuizen maken gebruik van echolocatie om zich te oriënteren in een gebied en voor het lokaliseren van prooien tijdens de jacht. Deze echolocatie vindt plaats door middel van ultrasone geluiden die de vleermuis produceert en zijn soort specifiek. Met behulp van een ultrasounddetector (batdetector) kunnen deze geluiden voor mensen hoorbaar worden gemaakt. Tijdens het onderzoek is gebruikgemaakt van een Petterson D240x ultrasounddetector (batdetector) en een sterke zaklamp (TK41 Max 860 Lumens). Met een Edirol R-09 RH digitale recorder zijn geluidsopnamen gemaakt die later zijn geanalyseerd met behulp van het programma Bat Sound Pro 3.31b. Verder is gebruik gemaakt van een Elekon Batlogger M, een zeer gevoelige heterodyne batdetector die niet alleen het geluid registreert, maar ook de exacte locatie van het vleermuisgeluid, de tijd van de waarneming, en de exacte lokale weersomstandigheden op dat moment. Op basis van de aanwezige ecotopen zijn de volgende functies te verwachten: Vliegroutes en foerageergebieden; Paarverblijven; Kraamverblijven; Zomerverblijf.
Er zijn in het voorjaar drie veldinventarisaties geweest, te weten op 6 juni 2017 ’s avonds tijdens en na zonsondergang, op 7 juni ’s morgens voor en tijdens zonsopkomst en op 7 juli ’s avonds tijdens en na zonsondergang. De waarnemingen zijn voornamelijk gedaan vanaf de Kapittelhof, d.w.z. de parkeerplaats achter de Rabobank, maar ook lopend langs de Rabobank, langs de lage huisjes van het Kapittelhof en het Leerlooierspad. In de nazomer zijn er twee veldinventarisaties geweest, te weten op 27 augustus en op 20 september. Er is op eenduidige wijze geïnventariseerd, vanaf zonsondergang tot twee uur nadien, vanaf de parkeerplaats achter het Rabobankgebouw, rondom het Rabobankgebouw, tussen de huisjes aan de Kapittelhof en langs het Leerlooierspad. Alle inventarisaties vonden plaats onder gunstige weersomstandigheden (zie tabel 1).
Hoofdstuk 3
8
3.2 Gierzwaluwen In het onderzoeksgebied is de bebouwing geïnspecteerd op de aanwezigheid van mogelijke nestplaatsen van gierzwaluwen. Voor het onderzoek naar nestplaatsen van de gierzwaluw zijn in totaal drie veldbezoeken afgelegd, waarvan twee gecombineerd met de avondveldbezoeken voor vleermuizen. De veldinventarisaties vonden plaats op 6 juni, 18 juni en op 7 juli 2017. De gekozen data hangen onder meer samen met het broedseizoen van de gierzwaluw. Alle inventarisaties vonden plaats onder gunstige weersomstandigheden (zie tabel 1). De inventarisaties bestonden uit: de inspectie van het onderzoeksgebied op de aanwezigheid van mogelijke nestplaatsen en andere sporen van gierzwaluw; de inventarisatie op zicht en gehoor van gierzwaluw waarvan de nestplaats jaarrond is beschermd. Op de avonden van de inventarisatiedata is het onderzoeksgebied geïnventariseerd op de aanwezigheid van gierzwaluwen. Hierbij zijn steeds zo veel mogelijk de aanwijzingen gevolgd die beschreven zijn in de soortenstandaard Gierzwaluw, Verzie 2.0, december 2014 van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, en het kennisdocument Gierzwaluw Apua apus, versie 1.0 BIJ12, juli 2017. De Gierzwaluw is een trekvogel die pas vanaf eind april in Nederland terugkeert vanuit Afrikaanse wintergronden. Kolonies zijn snel herkenbaar doordat de vogels geregeld bij de nesten zwermen en roepen.