Bijlagen vast te stellen bestemmingsplan Dorshout 1 Veghel
Tekst van het document
40
Waarderingstekening, begane grond
B ouw hi s tor is c h o n d erz o e k Do r sh o u t 1 t e V eg he l
41
Waarderingstekening, verdieping
B ouw hi s tor is c h o n d erz o e k Do r sh o u t 1 t e V eg he l
42
Aanbevelingen B ij e e n t oe ko m s ti g e v e rbo u wi ng e n /of h erb e s te m m i ng i s h e t van b el a ng da t de no g af l e es ba r e h i sto ri s ch e ge l aa gd h ei d van d e b o erd er i j wo rd t ge r es p ec t e er d. D e no g ov er g ebl e ve n hi sto ri s ch e e l em en t en z o ud e n z o v e el m og e li j k i n ta c t m o e t en bli jv e n, z o da t d e bo uw - en g ebr u i k sg e s ch i ed en i s h e rk e nb aa r bli jf t. D a arb ij v erd i en t e en a an t al a sp e c te n b i jz on d er e aa nd a ch t: • He t b e ho ud en v an (d e l en v an ) d e nog a an w ez ig m uur dr ag e nd e co ns tr u ct i e en s t aa nd er s ; • D e o p e nh e id va n h e t b ed ri jf sd e e l; • D e f un c tio n el e a fl e e sb ar e tw e e de li ng v an woo n g ed e el t e e n b ed r ijf s ge d e el t e i n e en la ng ge v el bo erd e ri j m e t a l s sc h ei di ng d e br a n dm u ur ; • He t af l e es ba ar ho ud e n va n d e wi jz i gi ng e n i n he t boe r enb e dr ij f i n z o w el de g ev e ls a ls h e t i nt e ri eu r. D e w a ar d eri ng sp l at t eg ro nd e n en t e ks t ue l e w aa rd er in g la a t z ie n wa ar ru im t e i s v o o r o n tw i kk e li ng e n. In d iff e re n t ge w aa rd e er d e el em e nt en e n o nd er d el e n vo e ge n n i et s to e o f z ij n z el fs s to r e nd in h e t g eb o u w en k un n en w ord en g ew ijz ig d of v er wi jd er d.
H et g aa t d an bi jvo o rb e el d om de l at e r to eg evo e gd e s ch e id in gs wa nd e n i n en om d e b r and m u ur en de a an bou w e n l ui f el i n d e a ch t erg e v el. M et nam e hoo fdv orm en oor sp ro n k el ij k e in d el in g sw an d en e n con s t ru ct i es h eb be n e en ho ge m o n um en t w aa rd e n g e kr eg e n. In h et k a de r v an be hou d d oo r o nt w ik k e li ng z ij n o o k b in n en d e c at e gor ie ho g e wa ar d en wi jz i gi n g e n m o ge l ij k, m i ts z e e r go e d ond er bou wd en m e t r e sp e ct vo o r h e t m o num e nt .
B ouw hi s tor is c h o n d erz o e k Do r sh o u t 1 t e V eg he l
43
Bronnenlijst E.J. H as l ing hu i s, H. J a n s e, B o uw ku ndi ge T er m en , L e id e n 20 05. E. Kol d ew e ij e .a . (r ed .) , B i n n e n bi j b o er en , W o nen e n w er k en i n hi s tor i sc h e b oer d er i j en , Zwo ll e 2001 . P . B ot , V ad em e c um , Hi stor i sc h e b ou w mat er i al en , i nst al l ati e s en i nf r astr u ct u ur , 2009 . Ka d as t er A rc hi e fv ie w er Ge m e e nt e ar c hi e f V eg h el , v i a B H I C Goog l e M ap s
B ouw hi s tor is c h o n d erz o e k Do r sh o u t 1 t e V eg he l
44
Dorshout 1 Veghel DOEL
Stedenbouwkundige en landschappelijke verantwoording erf Dorshout 1 Veghel
DATUM
24 augustus 2022
Aanleiding
Initiatiefnemer heeft de woning met achterliggende grond aangekocht op het adres Dorshout 1 te Veghel. De woning betreft een woonboerderij met monumentale waarde aan de rand van de kom en grenzend aan de Aa. Initiatiefnemer is voornemens de boerderij te splitsen in twee wooneenheden en achter op een erf twee schuurwoningen te realiseren met ieder 3 appartementen voor 50-plussers. Ook zal hier een kleine schuur worden opgericht, die dienst doet als opslag van landbouwmaterieel en het parkeren van de bewoners in de schuurwoningen. De elementen worden gebouwd conform het ‘oude boerenerf’-principe. Het achterliggende landschap wordt ingericht met diverse landschaps- en natuurelementen om de landschappelijke beleving en natuurwaarde te verhogen. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken is een team opgesteld met verschillende disciplines. Deze notitie biedt inzicht in de stedenbouwkundige- en landschappelijke waarde van het initiatief. Hierbij is rekening gehouden met de planologische randvoorwaarden en is het plan doorvertaald naar een ontwerp voor de bebouwing met hoge architectonische waarde.
Leeswijzer
Aan de hand van een beschrijving, luchtfoto en enkele foto’s wordt de huidige situatie omschreven. Door middel van een ruimtelijke analyse zijn de randvoorwaarden voor een erf gedefinieerd. De uiteindelijke locatie wordt uitgewerkt in een landschappelijk voorstel.
Huidige situatie
De planlocatie betreft het agrarisch perceel aan de Dorshout 1, kadastraal bekend als gemeente Veghel, sectie K en nummer 876, 877 en 3238. Het perceel is 167,27 are groot. Binnen het plangebied staat een oude woonboerderij met enkele oude schuren. De overige grond is ingericht als tuin rondom de boerderij en het achterland als weiland.
Luchtfoto met aanduiding plangebied (bron: Google.com)
De straat Dorshout is een agrarisch gehucht met grote boerenhoeven aan de rand van Veghel. Rondom Dorshout ligt een kleinschalig beekdallandschap van de Aa. Dit landschap vormt een groene oase tussen de stedelijke randen van Veghel. Ten zuiden ligt de Oranjewijk, ten oosten de Vijverwijk en ten westen Bedrijventerrein De Amert. De agrarische activiteiten in dit gebied zijn afgenomen, maar veel van de oude boerderijen zijn bewaard gebleven en omgevormd tot woonboerderijen. In het landschap zijn diverse kleinschalige agrarische activiteiten, zoals het (hobbymatig) houden van kleindieren en het hooien van gras. De uitstraling van dit landschap is groen en landelijk. Het perceel vormt het eerste landelijke kavel aan de rand van de Oranjewijk. De woningen aan de Hendrikstraat kijken direct uit op de kavel. Het parkeren van de auto’s is georganiseerd aan de buitenrand van de straat met enkele bomen (ver uit elkaar). Alhoewel er een landschapshaag
staat tussen het perceel en Oranjewijk voelt de overgang van deze twee verschillende gebieden als vrij hard. Aan de achterzijde ligt de Aa. Deze gekanaliseerde beek stroomt door Veghel en ligt vrij diep in het profiel. De gronden direct naast de beek worden beemden genoemd. Deze waren over het algemeen nat en alleen geschikt om in de zomer te hooien en koeien te laten grazen. Het perceel aan de Dorshout is zo’n beemdgrond. Het plangebied omvat weinig landschapselementen. Aan de rand staan enkele hagen. Overige inrichting is voornamelijk gras en zanderf.
Huidige situatie woonboerderij en achterliggend landschap
Huidige woningen aan de Hendriksstraat en beek De Aa
Beleidsanalyse Structuurvisie
Op 19 december 2013 heeft de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Veghel de Structuurvisie Veghel 2030 vastgesteld. In deze structuurvisie zijn de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de lange termijn op hoofdlijnen beschreven.
Uitsnede Visiekaart (plangebied paars omcirkeld)
Het plangebied ligt conform de visiekaart in de Groenblauwe ruggengraat. Hier wordt belang gehecht aan de groene, ecologische én recreatieve waarde in de omgeving. De Aa en naast gelegen beekdal moet daar waar mogelijk worden versterkt, door bijvoorbeeld de Aa weer te laten meanderen, aanleg van natuurlijke oevers en waterberging.
Stedenbouwkundige analyse
Om de mogelijkheid te onderzoeken of het toevoegen van massa (bebouwing) wenselijk/mogelijk is, is een stedenbouwkundige analyse uitgevoerd. Allereerst is gekeken naar de ontwikkeling van het lint Dorshout. Daarna is gekeken naar de directe omgeving in relatie tot het plangebied.
Bebouwingsconcentratie
Het gebied rondom Droshout is ontstaan door agrarische activiteiten aan de rand van het beekdal van de Aa. Rond 1850 zien we reeds agrarische activiteiten in het landschap. De ontginningen kenmerkte de landschappelijke structuur. Langs de beek op de dekzandrug lag een concentratie aan agrarische bebouwing in combinatie met de gemeenschappelijke akkers. Rondom de boerenerven lagen de akkers. Achter deze akkers in het beekdal lagen de weides voor het vee. De randen van de weides en gemeenschappelijke akkers waren beplant met landschapselementen zoals hagen, singels en bomenrijen voor gerief. De erven waren beplant met struweel en boomgaarden. Door de jaren heen zijn boerderijen verdwenen, verplaatst of herbouwd. Ook zijn diverse bovenplanse elementen in de omgeving toegevoegd, zoals het ‘Duits Lijntje’, de woonwijken en industrieterreinen van Veghel. Tot strak langs de perceelsgrens van het plangebied ligt de wijk Oranjewijk. Het voordeel van de woonwijk dichtbij is dat de schaalvergroting van de agrarische sector in dit gebied weinig tot niet heeft plaatsgevonden. De oude structuren zijn nog intact of herkenbaar. Zo ook de oude boerderijen. Dit maakt het gebied waardevol en kenmerkend.
Historische kaarten omgeving Dorshout, plangebied aangeduid in paars (bron: topotijdreis.nl)
Ruimtelijke analyse
Agrarisch cultuurlandschap
Beek de Aa
Woonwijk
Vrijstaande woningen Omgevingsstudie Dorshout 1 Veghel
Het plangebied wordt omgeven door 4 verschillende gebieden, namelijk een woonwijk, een straat met vrijstaande woningen, agrarisch cultuurland en de beek de Aa. Ieder heeft zijn eigen karakter en weerslag op het plangebied. De woonwijk is recent opnieuw gebouwd, waarbij de woningen in de rand (Hendrikstraat) over de volle lengte uitkijken op het agrarisch cultuurlandschap. De straat met parkeren wordt gescheiden door een haag van voornamelijk liguster en een enkele boom. Aan de overzijde van de boerderij staan een aantal vrijstaande woningen op een ruim kavel met een groene tuin. De woningen zijn eigentijds en hebben verder geen affiniteit met het agrarische bouwlint in architectuur of vorm. De straat is ruim, landelijk en heeft een groene uitstaling. Vanuit de woonwijk krijgt men het gevoel richting het buitengebied te rijden. Ten noorden van het plangebied ligt het agrarisch cultuurlandschap met diverse woonboerderijen en bijbehorende schuren. De erven zijn groen met typerende elementen, zoals boomgaarden, landschapsbomen, groentetuin en pluktuinen en vaak omgeven door hagen en stingels. Tussen de boerderijen en erven is doorzicht op het achterliggende landschap. Deze bestaan uit voornamelijk weides voor kleindieren (schapen en paarden) of om te hooien.
De beek de Aa ligt aan de noordoostzijde. Vanaf Dorshout is de beek nauwelijks te ervaren. De beek snijdt diep door het landschap en heeft nauwelijks begeleidende of kenmerkende beplanting.
Uitgangspunten planvorming
Initiatiefnemer heeft nieuwe wensen voor de invulling van het plangebied. Onderstaand een opsomming: Woonboerderij Splitsen van de monumentale boerderij met behoud van het achterliggend bijgebouw; Tuin van minimaal 1.000m² voor iedere woning; Mogelijk tot behoud van eigen inrit of een nieuwe inrit gekoppeld aan de nieuwe weg naar het nieuwe erf. Schuurwoningen 2 schuurwoningen met ieder 3 appartementen van ca. 75m² vloeroppervlakte; Ieder appartement heeft een eigen achtertuin van ca 75m²; Parkeren van minimaal 1 auto dicht bij de woning. Bij voorkeur overdekt; Schuurwoningen en samenhang met monumentale boerderij, zowel architectonisch als stedenbouwkundig; Schuurtje Mogelijkheid voor opslag van diverse (landbouw)materialen voor onderhoud perceel; Parkeren voor een deel van de bewoners; Toegankelijk met de auto en trekker. Landschap Respect voor het cultuurhistorisch landschap; Ecologische meerwaarde verhogen nabij de beek de Aa; Onderhoudspad via eigen terrein; Zicht en beleving vanaf de Hendrikstraat op het landschap en erf wenselijk, maar geen betreding van het landschap. Woonerf met gemeenschappelijke ruimte voor schuurwoningen.
Beoogde ontwikkeling
Concept Wonen op een ruim groen boerenerf met een meerwaarde voor landschap, cultuurhistorie en ecologie. Een duidelijke overgang van boerderij naar de Aa met vier thema’s, namelijk: 1. De boerderij 2. Het achtererf 3. Het cultuurlandschap 4. De natte ecologische stapsteen
Natte ecologische stapsteen
Cultuurlandschap
Achtererf
Boerderij
Concept
Aan de straat Dorshout blijft de monumentale boerderij behouden en bergt twee woonfuncties met ieder een eigen tuin en bijgebouw. Aan de oostzijde is ruimte om een nieuwe entree richting het achtererf te maken. Het achtererf wordt gevormd door een gemeenschappelijke groene ruimte waar twee schuurwoningen zijn gesitueerd. De schuurwoningen staan met de voorzijde richting de gemeenschappelijke ruimte en daarmee ook naar de Hendrikstraat. Achter op het erf staat de schuur voor de kleindieren als afronding van het achtererf. Het cultuurlandschap wordt gevormd door weides met randbeplanting. Dit landschap heeft geen economisch doel, maar meer een cultuurhistorisch en ecologisch doel. De aanleg van diverse soorten beplanting vormt een meerwaarde voor de lokale biodiversiteit. Dit landschap
gaat over in de natte ecologische stapsteen, als onderdeel van de ecologische verbindingszone van de Aa. Landschappelijk plan Het voorstel kenmerkt zich door typische boerenerfelementen en -beplanting rondom de boerderij en het erf en beekdallandschapselementen streekeigen beplanting op het achterland.
Landschapsplan (zie bijlage I voor plan op maatvaste ondergrond)
Rondom de boerderij blijft de structuur en waarde zoveel mogelijk gehandhaafd. De lage haag rondom de boerderij blijft behouden in combinatie met de kenmerkende leilinden. In de tuin staat een markante okkernoot, een typische erfboom. Ook deze blijft gehandhaafd. Rondom de achtertuin van de twee nieuwe woningen wordt een groene hoge inheemse haag geplant om de privacy voor de bewoners te waarborgen. Ten zuiden van de boerderij komt een nieuwe toegang tot het achtererf. Deze ligt op gepaste afstand van de bestaande kruising en van de woning (boerderij). De toegang bestaat uit een stabiele halfverharding, zoals Achterhoeks Padvast (stabiel, duurzaam en water infiltrerend) en wordt begeleid door een bomenrij.
Referentie halfverharding en fruitgaard
Via de toegang komt men op het achtererf. Deze bestaat uit een kleine omhaagde fruitgaard met hoogstamfruitbomen en botanisch grasland. Rondom de fruitgaard staan de twee schuurwoningen met ieder drie appartementen. De appartementen op de kop kunnen parkeren op eigen terrein (al dan niet onder een carport of iets dergelijks). Overige parkeerplaatsen worden georganiseerd in de parkeerschuur.
Referentie haag laag en gemengde haag
Achter het achtererf ligt een botanische weide. De weide wordt afgeschermd door een lage gemengde haag (deels bestaand). Over het perceel loopt een nieuwe greppel met bomenrij. Deze greppel kan dienstdoen als waterinfiltratie voor het regenwater wat op de daken valt. Daarnaast biedt het extra schuilgelegenheid voor diverse insecten en knaagdieren. Er wordt extensief beheer toegepast. De bomenrij met verschillende inheemse soorten biedt visueel beschutting voor de bewoners op het achtererf (gezien vanaf passanten Hendrikstraat, Beatrixsingel en Dr. Van der Voortsingel). De weide wordt afgeschermd met een afrastering, waardoor het grasland extensief begraasd kan worden door kleindieren.
Het deel naast de beek de Aa vormt een natte ecologische stapsteen. Een natte laagte met een amfibieënpoel met flauw talud en een nat-dras zone. De kavelgrens wordt benadrukt met knotwilgen en op het terrein staan enkele solitaire landschapsbomen. Deze bomen zijn zo gepositioneerd dat deze geen belemmering vormen voor onderhoud en schaduw op de poel. Aan de westzijde van de poel wordt struweel aangeplant, zodat de locatie tevens geschikt is voor de kamsalamander. De ecologische stapsteen zal in samenwerking met Waterschap via het Groen Ontwikkelfonds nader uitgewerkt worden.
Referentie bomenrij en amfiebieënpoel
Bijlage I
Landschapsplan
Bureau voor Archeologie Rapport 1152 Dorshout 1, Veghel, gemeente Meierijstad: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase
2
Colofon titel:
Bureau voor Archeologie Rapport 1152. Dorshout 1, Veghel, gemeente Meierijstad: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase
auteur:
C. de Jong (junior prospector)
autorisatie:
A. de Boer (KNA senior prospector)
datum:
29 augustus 2022 (definitief)
ISSN:
2214-6687
© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl
Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
3
Administratieve gegevens Projectnummer
2021110301
Provincie
Noord-Brabant
Gemeente
Meierijstad
Plaats
Veghel
Toponiem
Dorshout 1
Centrum locatie (m RD)
165.160; 403.320 (x; y)
Omvang plangebied
7.180 m2
Omvang onderzoeksgebied booronderzoek Gelijk aan het plangebied. Kadastrale gegevens
kadastrale gemeentenaam: Veghel, sectie: K, nummer(s): 877
ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer
5156641100 (ABU); 5156658100 (ABO)
Soort onderzoek
een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase
Opdrachtgever
Wintraecken Advies
Uitvoerder
Bureau voor Archeologie
Kaartblad
45G
(RO) kader onderzoek
Bestemmingsplanwijziging
Periode van uitvoering veldwerk
7 februari 2022
Bevoegde overheid
Gemeente Meierijstad
Deskundige namens bevoegde overheid
Gemeente ’s-Hertogenbosch Afdeling SO/Erfgoed
Status goedkeuring bevoegde overheid
Goedgekeurd
Beheerder en plaats van documentatie
Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten
Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
4
Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl).
Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
5
Inhoudsopgave 1 2
3
4 5 6
Samenvatting...............................................................................................7 Inleiding.......................................................................................................8 1.1 Doelstelling en vraagstelling.................................................................8 Bureauonderzoek......................................................................................10 2.1 Methode..............................................................................................10 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik..........................................10 2.3 Huidige situatie....................................................................................11 2.4 Aardwetenschappelijke waarden.........................................................12 2.5 Historische situatie..............................................................................13 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................14 2.7 Archeologische en bouwhistorische waarden......................................14 2.8 Gespecificeerde verwachting..............................................................19 Booronderzoek..........................................................................................21 3.1
Inleiding..............................................................................................21 3.2 Methode..............................................................................................21 3.3 Resultaten met bodemkundige interpretatie........................................22 3.4 Archeologische interpretatie................................................................23 3.5 Waardestelling en Selectieadvies.......................................................24 Conclusie...................................................................................................25 4.1 Conclusie Bureauonderzoek...............................................................25 4.2 Conclusie Booronderzoek...................................................................26 Advies........................................................................................................27 Literatuur...................................................................................................28 Figuren......................................................................................................30 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................48
Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
6
Lijst met Figuren Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl)........................................................................................4 Figuur 2: Luchtfoto actueel..................................................................................30 Figuur 3: Topografische kaart..............................................................................30 Figuur 4: Archeologische verwachtingskaart voormalige gemeente Veghel (Buesink 2014)...........................................................................................31 Figuur 5: Nieuwe situatie.....................................................................................32 Figuur 6: Bouwjaren (Kadaster 2013).................................................................33 Figuur 7: Archeologische landschappenkaart (Rensink e.a. 2015)......................34 Figuur 8: Geologische kaart (De Mulder 2003)...................................................35 Figuur 9: Beddinggordels Laat Glaciaal - Vroeg Holoceen (Cohen e.a. 2012).. . .35 Figuur 10: Landschappelijke eenhedenkaart voormalige gemeente Veghel (Buesink 2014)...........................................................................................36 Figuur 11: Geomorfologische kaart (Maas e.a.
2019).........................................37 Figuur 12: Bodemkaart (Alterra 2014).................................................................38 Figuur 13: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018)............39 Figuur 14: Hoogte-reliëfkaart detail (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van N.A.P.....................................39 Figuur 15: Kaart Figuratief van het grootste gedeelte van Bataasch Braband, 1794 (Verhees 1794).................................................................................40 Figuur 16: Kaart van de rivier de Aa, 1806 (Verhees 1806).
Het noorden is linksboven..................................................................................................40 Figuur 17: Kadastrale minuut 1811-1832, gemeente Veghel, sectie A, blad 4 (Kadaster 1811).........................................................................................41 Figuur 18: Topografisch militaire kaart 1850........................................................42 Figuur 19: 609-2080-VEGHEL-1899...................................................................42 Figuur 20: 609-2082-VEGHEL-1928...................................................................43 Figuur 21: 45G-1956-Uden / Veghel...................................................................43 Figuur 22: 45G-1967-Uden / Veghel...................................................................44 Figuur 23: 45G-1988-Uden / Veghel...................................................................44 Figuur 24: Archeologische vondstlocaties (geel) en zaken (blauw) uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021)............................................45 Figuur 25: Boorpuntenkaart................................................................................46 Figuur 26: Schematische weergave van de boorprofielen...................................47
Lijst met Tabellen Tabel 1: Aardkundige waarden............................................................................13 Tabel 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ca. 200 m van het plangebied.................................................................................................19
Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
7
Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor bouwwerkzaamheden aan de Dorshout 1 te Veghel. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. In het plangebied worden de bijgebouwen gesloopt. Vervolgens worden zes woningen en een parkeerschuur gebouwd. Het plangebied ligt in een dekzandlandschap met ruggen en vlaktes. Geomorfologische kaarten en onderzoeken uit de directe omgeving geven geen eenduidig beeld over wat de landschappelijk situatie is. Als het plangebied ter hoogte van een dekzandrug ligt, dan kan het een gunstige locatie zijn geweest om te wonen vanaf het Paleolithicum. Het gebied rondom Veghel is vermoedelijk in de 12e of 13e eeuw ontgonnen. Het plangebied ligt in het buurtschap Dorshout. De eerste vermeldingen van Dorshout dateren uit 1385. In de 19e eeuw is het plangebied onbebouwd en bestaat het uit bouwland met in het zuidwesten een voorpootstrook. De boerderij in het zuidwesten wordt in 1898 gebouwd.
De overige bijgebouwen worden in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw gebouwd. Tijdens het booronderzoek zijn zes boringen tot in de C-horizont gezet. Hieruit blijkt dat de bodem in het plangebied bestaat uit een 50 tot 85 cm dikke A-horizont die relatief scherp op de C-horizont ligt. Ondiep in het profiel zijn roestvlekken aanwezig. Dit wijst erop dat het plangebied in een laag en nat deel van het landschap ligt In één boring in het westen van het plangebied is de bodem verstoord tot in de C-horizont. Vanwege de natte omstandigheden is het plangebied tot en met de Middeleeuwen ongeschikt voor bewoning. Tot en met het einde van de 19e eeuw is het plangebied waarschijnlijk onbebouwd gebleven. De kans dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn, wordt daarom klein ingeschat. Daarom adviseert Bureau voor Archeologie het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Meierijstad.
Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
8
1
Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en een booronderzoek uitgevoerd voor de bouw van woningen aan de Dorshout 1 te Veghel. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. De ligging van het plangebied is weergegeven in fig. 1. Vanwege het gemeentelijke archeologische beleid moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een booronderzoek in de verkennende fase. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.
1.1
Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende fase. Met het verkennende veldonderzoek wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: Bureauonderzoek: 1.
Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?
2.
Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?
3.
Is sprake van bekende bodemverstoringen?
4.
Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?
5.
Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?
1
https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf
Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
9 6.
Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?
Verkennend booronderzoek: 7.
Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?
8.
Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?
Eindoordeel: 9.
Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden?
10.
Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?
Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
10
2
Bureauonderzoek
2.1
Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.2 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardkundige, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.3 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Er is geen contact geweest met lokale amateurs en/of Heemkunde-kringen. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.
2.2
Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in fig. 1. Het plangebied ligt in de gemeente Meierijstad in de plaats Veghel. De locatie ligt aan het adres Dorshout 1. Het plangebied is 120 m lang en 60 m breed en heeft een omvang van 7.180 m2. Het plangebied ligt ten noordoosten van de Dorshout en ten noordwesten van de Hendrikstraat (fig. 2 en 3). Aan de noordwest zijde wordt het plangebied begrenst door het erf van Dorshout 7. Ten noordoosten van het plangebied ligt de rest van het perceel van Dorshout 1. Om voldoende informatie over aardkundige, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 200 m om de ontwikkeling heen (fig. 1). Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid. Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2014 heeft het plangebied een hoge en middelhoge archeologische verwachting (fig. 4). Dekzandruggen krijgen op de beleidskaart een hoge verwachting. Een zone van 100 m om de dekzandrug heen krijgt een middelhoge verwachting.
2 3
SIKB 2018 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services
Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
11 Het beleid bij een hoge verwachting is dat bij ingrepen van meer dan 100 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten. Het beleid bij een middelhoge verwachting is dat bij ingrepen van meer dan 100 of 250 m2 en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten. Ontwerp c.q. inrichtingsplan De boerderij in het zuiden blijft behouden en wordt gesplitst in twee woningen. De bijgebouwen ten noordoosten hiervan worden gesloopt. Daarnaast worden zes woningen en een parkeerschuur gebouwd (fig. 5). De hooischuur in het noorden van het plangebied wordt gesloopt. Aard en omvang van de toekomstige verstoring De exacte ingrepen zijn nog niet bekend, naar verwachting vinden graafwerkzaamheden plaats tot 80 cm -mv. Milieutechnische condities De omgevingsrapportage Noord-Brabant laat zien dat aan de Dorshout de bodem over het algemeen onverdacht is op bodemverontreinigingen. Lokaal kan de bodem licht verontreinigd zijn. Ten oosten van het plangebied, in de Oranjewijk, zijn in onder andere gedempte sloten verontreinigingen van verschillen stoffen aangetroffen.4 Grondwaterpeil De actuele grondwaterstand in het plangebied kan worden afgeleid uit de grondwatertrap op de bodemkaart. De grondwatertrap (aan de westgrens van het plangebied) is VI.
Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand staat tussen 40 en 80 cm onder maaiveld en dat de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper staat dan 120 cm onder maaiveld. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen. Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven.
2.3
Huidige situatie Bebouwing en functie De boerderij in het zuidwesten van het plangebied heeft een bouwjaar van 1898. de bijgebouwen achter de boerderij hebben een bouwjaar van 1950, de hooischuur in het noorden van het plangebied heeft een bouwjaar van 1960.5 Bodemgebruik Een hoek in het zuiden van het plangebied wordt gebruikt als tuin. Rondom de boerderij is het terrein verhard met klinkers. De rest van het plangebied bestaat uit grasland. 4 5
Provincie Noord-Brabant e.a. 2021 Kadaster 2013
Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
12 Bestemmingsplan Het plangebied ligt in bestemmingsplan Bedrijventerrein Veghel-West (vastgesteld in 2013). In het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde Archeologie. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 100 m2 of waarbij de bodem dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld.
2.4
Aardwetenschappelijke waarden De aardkundige gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Roerdalslenk', in de landschapszone ‘beekdalbodems’ en ‘dekzandruggen’.6 Op de landschappen kaart ligt het plangebied aan de westkant van het Aa beekdal (fig. 7). Op de geologische kaart ligt het plangebied midden in een zone met afzettingen van het Laagpakket van Singraven, ofwel kleinschalige fluviatiele (beek)afzettingen (Bx2; fig. 8). De ligging midden in de beekafzettingen is mogelijk het gevolg van de kleine schaal van de kaart. Het is goed mogelijk dat in (een deel van) het plangebied in de top van het bodemprofiel zandafzettingen van de Formatie van Boxtel aanwezig zijn. Het zand van de Formatie van Boxtel is afgezet gedurende de laatste ijstijd, Het Weichselien. In deze periode kan door het heersende koude klimaat weinig vegetatie groeien waardoor zand kan gaan verstuiven. Het zand wordt vervolgens als ruggen en welvingen afgezet, de dekzandruggen.7 Door dit dekzandlandschap stroomt de rivier de Aa. Een gedetailleerde weergave van het Pleistocene/Vroege holocene beekdal van de Aa is beschikbaar op de beddinggordelkaart (fig. 9). Het plangebied ligt op deze kaart direct ten westen van het beekdal.
Op de geomorfologische kaart van de voormalige gemeente Veghel ligt het beekdal verder naar het noordoosten, op ongeveer 120 m van het plangebied (fig. 10). Het plangebied zelf ligt ter hoogte van een dekzandrug en dekzandvlakte. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied geheel in de bebouwde kom (fig. 11). Op de bodemkaart ligt het nagenoeg geheel in de bebouwde zone. Echter, langs de westgrens staan hoge zwarte enkeerdgronden gekarteerd (fig. 12). De verwachting is dat deze in het hele plangebied aanwezig zijn. De enkeerdgronden, met een dik plaggendek, zijn ontstaan door langdurige potstalbemesting. Bij deze gronden is het humeuze dek minstens 50 cm dik. Op de hoogte-reliëfkaart zijn dekzandruggen en -vlaktes en beekdalen nauwelijks tot niet te herkennen (fig. 13). Dit komt voornamelijk door de aanwezigheid van infrastructuur en bebouwing waardoor kleinschalige natuurlijke hoogteverschillen zijn afgevlakt en vergraven. In het plangebied kunnen twee zones met een verschillend maaiveldniveau worden onderscheiden. De eerste is het erf dat op ongeveer 9,6 m NAP ligt en de tweede is de rest van het perceel dat op ongeveer 9,3 m NAP ligt (fig. 14). Ter hoogte van het erf heeft dus mogelijk 30 cm ophoging plaatsgevonden of de rest 6 7
Rensink e.a. 2015 (Berendsen en Stouthamer 2011)
Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
13 van het perceel is vergraven. Archeologische onderzoeken uit de omgeving laten zien dat ten westen van het plangebied een dekzandvlakte ligt met beekeerdgronden en natte podzolgronden.8 Ten zuidoosten van het plangebied, in de Oranjewijk, bestaat de bodem onder andere uit een 55 tot 85 cm dik esdek (A-horizont) met hieronder een compleet podzolprofiel bestaande uit een (begraven) A-, E-, B-, BC- en Chorizont. De E-, B-, en BC-horizont waren ieder tussen 10 en 15 cm dik. In andere delen van het onderzochte gebied zijn onder de A-horizont B- of BChorizonten aangetroffen.9 Bron
Situatie plangebied, omschrijving
Geologie (fig. 8)
Geologische Overzichtskaart 1 : 250 000:10 • Bx2: Laagpakket van Singraven; beekzand en -leem (Bx2)
Geomorfologie (fig. 7, 10, en 11)
Geomorfologische kaart 1 : 50 000: • Bebouwing (Beb) Archeologische landschappenkaart 1 : 50 000: • dekzandruggen • beekdalbodems Landschappelijke eenheden kaart gemeente Veghel: • dekzandrug • dekzandvlakte
Bodemkunde (fig. 12)
Bodemkaart 1 : 50 000: • Hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (zEZ21-VI) • Bebouwing (bebouwd)
AHN (fig. 13 en 14)
Het maaiveld ter hoogte van het erf ligt rond 9,6 m NAP. In de rest van het plangebied ligt het maaiveld op ongeveer 9,3 m NAP.
Tabel 1: Aardkundige waarden.
2.5
Historische situatie Het plangebied ligt mogelijk (deels) op een dekzandrug op relatief dichte afstand tot de Aa. Mogelijk is dit een gunstige locatie om te wonen vanaf het Paleolithicum. Uit de omgeving zijn, ter hoogte van dekzandruggen, archeologische resten aangetroffen daterend uit de IJzertijd en Romeinse tijd (fig. 10; zie ook hoofdstuk 2.7). Het plangebied ligt ongeveer 500 m ten noordwesten van de historische kern van Veghel. Veghel is ontstaan op een dekzandrug. Langs de westzijde van Veghel ligt het beekdal van de Aa. Het plangebied ligt aan de andere kant van het beekdal. De oudste bronnen waarin het gebied van en rondom Veghel wordt genoemd dateren uit ongeveer 1200. In deze tijd vormde Erp, ongeveer vier kilometer van het huidige Veghel, een heerlijkheid. Het was in eigendom van het geslacht Van den Bossche. Deze familie had ook goederen in bezit in Veghel. Uit de geschreven archieven is bekend dat hertog Jan II van Brabant in 1300 aan de inwoners van Erp gemeentegronden uitgaf tegen een jaarlijkse betaling. Voor 8 Nales en Van der Zee, R.M. 2004; Peeters 2012 9 Mostert 2014 10 De Mulder 2003 Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
14 Veghel is eenzelfde soort brief bekend uit het jaar 1310.11 Het plangebied ligt in het buurtschap Dorshout. De eerste vermeldingen van dorshout dateren uit 1385. De naam is een samenstelling van ‘hout’ of ‘holt’ (hoogopgaand loofbos) en ‘dor’ (droog).12 De eerste relatief gedetailleerde kaarten van Veghel dateren uit het einde van de 18e eeuw (fig. 15). In 1794 is de weg Dorshout herkenbaar. Het buurtschap staat op deze kaart gekarteerd als ‘Tiershout’. Langs de wegen is bebouwing zichtbaar, evenals bomen. De ligging van de bebouwing en het plangebied kan echter op deze kaart niet exact bepaald worden, waardoor niet duidelijk wordt of het plangebied bebouwd is. Met een kaart uit 1806 kan dit wel in grote lijnen bepaald worden (fig. 16). Vermoedelijk ligt de bebouwing verder naar het (noord)westen en bestaat het plangebied uit bouwland. Op de kadastrale minuut uit 1811 tot 1832 kan het landgebruik afgeleid worden (fig. 17). Het overgrote deel bestaat uit bouwland. Een strook in het zuiden is in het bezit van de gemeente en waarschijnlijk betreft het hier een voorpootstrook. Bij dit systeem mocht, tegen betaling, een strook bomen geplant worden op gemene grond om te voorzien in de groeiende houtbehoefte. Deze situatie blijft bestaan tot het einde van de 19e eeuw als de boerderij in 1898 gebouwd wordt (fig. 18 en 19).
Een deel van het bouwland wordt hierbij omgezet tot grasland. Tot en met de Tweede Wereld Oorlog verandert weinig in het plangebied (fig. 20). In de 19e en 20e eeuw wordt de Aa, ten noordoosten van het plangebied, in een aantal fasen gekanaliseerd. Na de oorlog wordt de Oranjewijk ten zuidoosten van het plangebied aangelegd en worden in het plangebied bijgebouwen gebouwd (fig. 21 tot en met 23).
2.6
Mogelijke verstoringen Volgens de verwachtingenkaart van de voormalige gemeente Veghel is de bodem in de noordoostelijke helft van het plangebied mogelijk verstoord (fig. 4). De contouren van de verstoorde zone zijn gebaseerd op ontgrondingsvergunningen. Meer informatie over de eventuele ontgrondingen is niet bekend.13 Kaarten uit de 20e eeuw laten geen veranderingen op het perceel zien die overeenkomen met eventuele ontgrondingen. Op de hoogte-reliëfkaart zijn ook geen tekenen zichtbaar van afgraving, zoals lage delen met scherpe en rechte overgangen/randen (fig. 13 en 14).
2.7
Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische vondstlocaties en zaken staan weergegeven in fig. 24 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het plangebied liggen geen archeologische waarnemingen en geen (delen van) archeologische terreinen. Het plangebied is niet eerder archeologisch onderzocht.
11 Boshoven en Beusink 2009; Wols 2014 12 Van der Sijs 2010 13 Contact met Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant via e-mail, 8 februari 2022. Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
15 Aan de andere (zuid-)kant van de Hendrikstraat, in de Oranjewijk, hebben een archeologische boor- en proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden (zaken 2.319.640.100 en 2.349.416.100). Bij het booronderzoek is in een aantal boringen onder het esdek een intacte podzolprofiel aangetroffen. Hierin zijn houtskoolspikkels aangetroffen, maar geen sporen of vondsten. Bij het opvolgende proefsleuvenonderzoek is tevens een podzolprofiel aangetroffen. Deze is aanwezig in de lagere delen van het gebied. In de hogere delen zijn ACprofielen aanwezig. Hier is het archeologische niveau waarschijnlijk verstoord, al zijn sporen uit de Middeleeuwen aangetroffen waarvan slechts enkele centimeters bewaard zijn gebleven. In totaal zijn twee vindplaatsen aangetroffen. Echter, vanwege de lage kwaliteit is geen aanvullend onderzoek geadviseerd. Direct ten (zuid)westen van het plangebied hebben twee archeologische booronderzoeken plaatsgevonden (zaken 2.054.568.100 en 2.349.416.100). Bij beide onderzoeken is vastgesteld dat deze in lage delen van het landschap liggen. Door de natte omstandigheden is het onwaarschijnlijk dat daar bewoning heeft plaatsgevonden. Bovendien is de bodem verstoord tot in de C-horizont. In delen waar geboord is, is geen vervolgonderzoek geadviseerd. 200 m ten westen van het plangebied, aan de Lage Landstraat, is een archeologische booronderzoek uitgevoerd (zaak 4.934.264.100).
Ook uit dit onderzoek blijkt dat het onderzochte gebied in een laag en nat deel van het landschap ligt. Archeologische onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. 130 m ten oosten van het plangebied zijn tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden handgevormde aardewerkfragmenten uit de IJzertijd en/of Romeinse tijd aangetroffen, evenals dierlijk bot (vondstlocaties 1.087.427 en 1.089.386). In het plangebied zijn geen bekende militaire erfgoedwaarden aanwezig.14 In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd.15 Archeologische terreinen Geen. Zaken (incl. evt. bijbehorende vondsten) 2.054.568.100: Meierijstad, Veghel, CCLB terrein, boring De doelstelling van dit onderzoek is het vaststellen cq toetsen van de archeologische verwachting voor het plangebied CCLB te Veghel door de eventueel aanwezige archeologische resten en/of vindplaatsen te inventariseren. In het onderzoeksterrein worden hoofdzakelijk beekeerdgronden aangetroffen. Daarnaast zijn in het oostelijk deel van het onderzoeksgebied enkele vochtige veldpodzolgronden herkend. Het grootste gedeelte van het onderzoeksgebied is vanwege de lage vochtige ligging niet aantrekkelijk voor bewoning geweest.
Daarnaast is uit het veldonderzoek is gebleken dat het bodemprofiel in het onderzoeksgebied, waar booronderzoek heeft plaatsgevonden, niet meer intact is en is verstoord tot in de C-horizont. Ter hoogte van drie boorlocaties zijn enkeerdgronden (waar het humeuze dek dikker is dan 50 cm) aangetroffen. Uit het veldonderzoek is gebleken dat hier het bodemprofiel eveneens volledig is verstoord tot in de C-horizont. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen, die op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats duiden. Op basis van bovenstaande conclusies wordt aan het gebied, waar geboord is, een lage archeologische verwachting toegekend. In het zuidelijk deel van het onderzoeksgebied is niet geboord in verband met de aanwezige bebouwing (ten zuiden van de N.C.B.-laan). Op basis van de aanwezigheid van een dekzandrug, het niet-onderkelderd zijn van de bebouwing en de aanwezigheid van een vondstmelding, wordt aan dit deel van het onderzoeksgebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting toegekend. Voor het gebied ten noorden van de N.C.B.-laan, waar booronderzoek heeft plaatsgevonden wordt geen aanvullend onderzoek 14 Stichting RAAP 2017; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016 15 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
16 aanbevolen. In het zuidelijk gebied wordt geadviseerd de eventuele sloop van de bebouwing en funderingen op deze locatie archeologisch te laten begeleiden onder regie van een archeoloog, zodat eventuele archeologische resten die daarbij aan het licht komen, vastgelegd kunnen worden. 16 2.122.697.100: Meierijstad, Veghel, Aa Veghel, bureauonderzoek Bureauonderzoek voor geplande herinrichting landschap in vijf deelgebieden. Het beekdal wordt door de onderzoekers een middelhoge trefkans toegekend. In deze zone zullen de oevers aan beide zijden van de Aa worden afgegraven ten behoeve van een taludzone. Tevens zal mogelijk een poel aangelegd worden. De onderzoekers bevelen nader onderzoek aan omdat de werkzaamheden zullen plaatsvinden in een gebied dat direct grenst aan hooggelegen dikke eerdgronden waarin resten gerelateerd aan nederzettingen uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig kunnen zijn. 17 2.126.471.100: Meierijstad, Veghel, Brabantse Aa, boring Vervolg op 2.122.697.100. Uit het verkennend bodemonderzoek is gebleken dat in bijna het gehele traject de bodem, onder een 30 cm dikke bouwvoor, vrijwel intact is. Uit de bodemopbouw blijkt dat een deel van het terrein bestaat uit het opgevulde lage deel van het beekdal en deels uit oeverwallen met daarop dekzand. Er zijn geen oude bodemhorizonten aangetroffen.
Het historisch onderzoek beschrijft dat tot 1900 het onderzoeksgebied vooral in gebruik is als weide- en hooilanden. Dit geeft aan dat het vermoedelijke vrij natte gronden zijn geweest waar bewoning niet zal hebben plaatsgevonden. Van andere activiteiten van archeologische aard zoals rituele deposities, depotvondsten, voordes en dergelijke zijn geen aanwijzingen gevonden. Booronderzoek is hiervoor echter niet de meest geëigende methode. Wel zijn er drie gebieden die in aanmerking komen voor verder onderzoek.18 2.155.842.100: Meierijstad, Veghel, masterplan Veghel, boring In deelgebied I zijn deels nog beekeerdgronden aanwezig op dekzand of bestaat de bodem uit de bouwvoor die geleidelijk op een diepte van gemiddeld 40 - 50 cm-mv overgaat in onverstoord natuurlijk dekzand. Het gebied bij de meest westelijke boringen lijkt door overstromingsafzettingen te zijn verstoord. In dit deelgebied is geen concentratie van archeologische resten vast te stellen. Wel is een vuurstenen werktuig gevonden op het maaiveld en een vuursteen splinter in een boorkern. In een aantal boringen wordt ook regelmatig houtskool in de bodem aangetroffen. Omdat op deelterrein I de bodem min of meer intact is en hier bewerkt vuursteen is gevonden, is er een kans dat zich hier resten uit de steentijd (en mogelijk later) bevinden.
Het bodemonderzoek van deelgebied II geeft aan dat de bodem tot op de ijzeroerlaag is verstoord. Ook zijn er in de grondmonsters geen archeologische indicatoren anders dan van recente aard, aangetroffen. De kans om op dit terrein archeologische resten van enige waarde aan te treffen, is derhalve gering. Het bodemonderzoek in deelgebied III geeft aan dat het westelijk deel tot in het onverstoorde dekzand recentelijk bij de aanleg van de woonwijk is verstoord. Het traject langs de sloten die zullen worden verbreed laat een ander beeld zien. Bij deze boorpunten lijkt de bodem min of meer onverstoord en worden in een aantal boringen op een diepte van 40 - 80 cm –mv resten van een mogelijke beekeerdgrond aangetroffen. Hoewel in de grondmonsters geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen, doen de Archismeldingen van vondsten langs deze sloten en de opmerkingen van leden van de Heemkundekring omtrent de vondst van een Romeinse houten tonput vermoeden dat zich in de directe omgeving van deze sloottrajecten archeologische nederzettingsresten uit vermoedelijk de IJzertijd en/of Romeinse Tijd bevinden. Noch bij de twee poelen in de kern van Veghel noch bij de meeste poelen in het traject tussen Veghel-Zuid en Erp zijn aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van eerdgronden. Alleen bij twee poelen zijn mogelijk resten van een eerdgrond onder de bouwvoor aanwezig.
In geen van de zeefresiduen van de grondmonsters uit de poelen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Het lijkt daarom onwaarschijnlijk dat daar waar de aanleg van deze poelen is gepland, archeologische resten kunnen worden verwacht. De onderzoekers adviseren nader onderzoek in de vorm van begeleiding en proefsleuvenonderzoek.19 2.297.374.100: Meierijstad, Veghel, Heilig Hartplein, bureauonderzoek Het plangebied ligt naar verwachting op een dekzandrug of in een (golvende) dekzandvlakte. Ter plaatse kunnen laarpodzolgronden, hoge zwarte enkeerdgronden of beekeerdgronden voorkomen, afhankelijk van de hoogteligging. In het plangebied worden archeologische resten verwacht vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied een verkennend booronderzoek geadviseerd om de bodemopbouw in kaart te brengen en daarmee het verwachtingsmodel te toetsen.20 2.319.640.100: Meierijstad, Veghel, Oranjewijk, boring 16 Nales en Van der Zee, R.M. 2004 17 Teekens, Van der Meij, en Oude Rengerink 2006 18 Wullink 2008; Buitenhuis 2006 19 Buitenhuis 2007 20 Nilesen 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
17 Tijdens het veldonderzoek is bij zeven boringen onder het al dan niet verstoorde esdek een (deels) intact podzolprofiel aangetroffen. Deze oude bodem vertegenwoordigt een premiddeleeuws leefoppervlak en is archeologisch gezien relevant. Verder zijn tijdens het veldonderzoek bij verschillende boringen spikkels houtskool aangetroffen. Verdere archeologische vondsten of sporen (tot in de C-horizont) zijn tijdens het verkennende onderzoek nog niet aangetroffen, maar kunnen niet worden uitgesloten. Daarom wordt de hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode mesolithicum tot en met de volle middeleeuwen gehandhaafd voor de delen van het plangebied waar het esdek (deels) intact is en waar (deels) intacte podzolprofielen zijn aangetroffen. Voor het overige deel van het plangebied is de archeologische verwachting verlaagd naar een middelhoge verwachting. Om de aan- of afwezigheid, aard, omvang, datering, gaafheid, conservering en inhoudelijke kwaliteit van mogelijk aanwezige archeologische waarden vast te stellen, wordt geadviseerd een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven uit te voeren voor het deel van het plangebied met een hoge verwachting.
Wanneer hier archeologische sporen worden aangetroffen, zou het proefsleuvenonderzoek uitgebreid moeten worden naar het deel van het plangebied met een middelhoge archeologische verwachting.21 2.349.416.100: Meierijstad, Veghel, Dorshout, boring Vervolg op zaak 2.054.568.100. Voorafgaand aan het veldwerk gold voor het plangebied een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op de vermoedelijke landschappelijke ligging van het plangebied, namelijk op een dekzandrug waarop een esdek is aangebracht. Bovendien is uit de directe omgeving van het plangebied een aantal vondsten bekend uit de periode IJzertijd t/m Late Middeleeuwen. Het was echter de vraag in hoeverre de bodem in het plangebied, net als de omringende percelen, verstoord zou zijn. Het veldwerk moest hierover meer duidelijkheid geven. Uit het veldwerk blijkt dat het plangebied veel natter is dan gedacht. In het plangebied komt dekzand voor, waarin zich een relatief natte podzolgrond heeft ontwikkeld. Het gebied zal daardoor minder aantrekkelijk voor bewoning zijn geweest. De gronden zijn waarschijnlijk pas relatief laat ontgonnen en opgehoogd om de grondwaterstand te verbeteren. De archeologische verwachting voor het gebied kan dan ook naar beneden worden bijgesteld (lage archeologische verwachting).
De bodem in het plangebied is bovendien zodanig verstoord, dat de kans op de aanwezigheid van een intacte archeologische vindplaats klein is. Derhalve wordt geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkelingen.22 2.349.887.100: Meierijstad, Veghel, Oranjewijk, proefputten\proefsleuven Vervolg op zaak 2.319.640.100. De bodem in het onderzoeksgebied bestaat uit een esdek met daaronder de C-horizont of een (restant van een) podzolprofiel. Over het algemeen is er een onderscheid te maken tussen het lager gelegen westelijke deel waar onder het esdek een (restant van een) podzolprofiel aanwezig was en het hoger gelegen oostelijke deel waar de bodemopbouw bestaat uit een AC-profiel. Op de hoger gelegen delen van het terrein is het podzolprofiel, en daarbij een deel van het archeologisch niveau, afgetopt. Op het hoger gelegen terrein in het noordoostelijke deel van het onderzoeksgebied zijn enkele sporen uit de volle middeleeuwen aangetroffen. Van deze sporen waren slechts enkele centimeters bewaard gebleven. Waarschijnlijk waren er meer bewoningssporen aanwezig, maar zijn deze niet geconserveerd. In alle fasen van het onderzoek werden sporen van landinrichting en landgebruik uit de late middeleeuwen – nieuwe tijd aangetroffen; perceelgreppels met begeleidende paalkuilen, kuilen en grondverbeteringskuilen/moesbedden.
Daarnaast liep er een zuidwest-noordoost georiënteerde weg door het plangebied. Deze weg bestond uit twee bermgreppels met daartussen karrensporen. Er zijn in totaal twee vindplaatsen aangetroffen. Vindplaats 1 bestaat uit sporen van landinrichting en landgebruik uit de late middeleeuwen – nieuwe tijd die in alle drie de fasen werden aangetroffen. Vanwege de lage inhoudelijke kwaliteit wordt deze vindplaats als niet behoudenswaardig gewaardeerd. Vindplaats 2 werd tijdens fase 2 aangetroffen en bestaat uit enkele sporen uit de volle middeleeuwen. Alle delen van het onderzoeksgebied waar nog sporen van deze vindplaats zouden kunnen voorkomen hebben een zeer grote kans op recente verstoringen. De geringe diepte van de aangetroffen sporen uit de volle middeleeuwen doet vermoeden dat als er meer sporen aanwezig zouden zijn geweest, deze al in zeer grote mate afgetopt zijn tijdens de bouw van de bestaande woningen. Vanwege de lage fysieke en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaatsen wordt daarom geen aanvullend onderzoek geadviseerd.23 Bij deze zaak is vondstlocatie 1.102.304 geregistreerd. 2.474.431.100: Meierijstad, Veghel, Burgemeester de Kuijperlaan 10, boring Uit het veldonderzoek blijkt dat het westelijke deel van het plangebied sterk is afgetopt.
De archeologisch verwachting wordt hier, evenals ter hoogte van de huidige bebouwing, derhalve 21 Pepers en De Ruiter 2011 22 Peeters 2012 23 Mostert 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 1152
Veghel Dorshout 1
18 bijgesteld naar laag. De rand van het beekdal is in minder mate afgetopt. Derhalve wordt aan het gehele noordoostelijke deel van het plangebied (beekdal én de onverstoorde flanken van de dekzandrug en het periglaciale dal) een middelhoge verwachting (natte context) toegekend. Bij bodemingrepen dieper dan 50 cm in het gebied met een middelhoge verwachting wordt geadviseerd een vervolgonderzoek uit te voeren om de archeologische verwachting te toetsen en aan te vullen. In het gebied met een lage verwachting wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. 24 4.571.351.100: Meierijstad, Veghel, Beatrixsingel 1a, boring Op basis van het uitgevoerde verkennend onderzoek kan worden gesteld het terrein rond één boring circa 20 cm is opgehoogd en dat de bovengrond binnen het plangebied is omgezet (A-horizont). Er is sprake van een laarpodzolbodem, waarbij alleen een deels intacte B/C-horizont werd aangetroffen in twee boringen, de bovenliggende lagen zijn verstoord en opgenomen in de A-horizont. In twee andere boringen is de bodem tot in de top van de C-horizont verstoord. Direct ten noorden van het plangebied werden tijdens een proefsleuvenonderzoek in de Oranjewijk reeds sporen en vondsten uit de periode middeleeuwen en nieuwe tijd aangetroffen. Tijdens het betreffende onderzoek zijn de begrenzingen van de vindplaats niet aangetroffen.
Sporen en/of vondsten die behoren tot deze vindplaats zouden eventueel binnen het onderzochte gebied kunnen worden aangetroffen. Ook is tijdens huidig onderzoek slechts een deel van het kadastraal perceel onderzocht: enkel waar sprake is van een bodemingreep zijn boringen gezet. Mogelijk is de rest van het terrein beter bewaard aangezien dit deel ook verder van het pand (school) af ligt waardoor tijdens de bouw mogelijk minder verstoring heeft plaatsgevonden. Derhalve wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Voor het overige deel van het kadastraal perceel (dat geen deel uit maakte van dit booronderzoek) wordt geadviseerd om de dubbelbestemming op de waarde Archeologie te handhaven. Dit vervolgonderzoek kan bestaan uit een proefsleuvenonderzoek, maar men zou ook een archeologische begeleiding van het ontgraven van de bouwput kunnen uitvoeren. 25 4.574.673.100: Meierijstad, Veghel, Heilig Hartplein, bureauonderzoek Uit de landschappelijke ligging op een dekzandrug, waarschijnlijk in de buurt van een beek, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers.
Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied sporen van menselijke activiteit zijn waargenomen uit de perioden in het Mesolithicum - Neolithicum en IJzertijd - Nieuwe tijd. In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is middelhoog voor Paleolithicum, Mesolithicum en Bronstijd en hoog voor de perioden Neolithicum en IJzertijd - Nieuwe tijd. De middelhoge verwachting voor de perioden Paleolithicum en Mesolithicum wordt bepaald door de aanwezige bebouwing in het plangebied; gezien de fragiele aard van archeologische resten uit deze perioden is de kans groot dat deze zijn verstoord. De middelhoge verwachting voor de periode Bronstijd is bepaald door de afwezigheid van archeologische waarden uit deze periode in het onderzoeksgebied. De hoge waarde voor de perioden Neolithicum en IJzertijd - Nieuwe tijd is bepaald door de landschappelijke situatie, de aanwezigheid van archeologische waarden uit deze periode in het onderzoeksgebied en historische bronnen.