CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen vast te stellen bestemmingsplan Dorshout 1 Veghel

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Veghel-West, herziening Dorshout 1 Veghel'34.345 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt geadviseerd om na de bovengrondse sloop van de gebouwen in het plangebied een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uit te voeren om vast te stellen of er behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn in het plangebied.26 4.716.974.100: Meierijstad, Veghel, Snelfietsroute Veghel-Uden, bureauonderzoek Op grond van de Archeologische Verwachtingskaart (AVK) van de (voormalige) gemeente Veghel, ), geldt voor het deel van de Snelfietsroute vanaf het begin in het westen bij Grootdonk tot aan de Zuid-Willemsvaart een lage verwachting. In de randzone van de A50 is geen nader onderzoek noodzakelijk. Het eerste gedeelte van het tracé aan de oostzijde van de Zuid-Willemsvaart kent een lage verwachting (tot geen). Na de Pater van den Elsenlaan is er sprake van een hoge verwachting, soms middelhoge verwachting tot aan de Vorstenbosscheweg. In de zone aan weerskanten van de Vorstenbosscheweg zelf, is sprake van een lage verwachting. Langs het Spoorven is sprake van een lage tot middelhoge verwachting tot aan de Udenseweg. Aan weerskanten van de Udenseweg is ook opnieuw sprake van een smalle zone waar geen nader onderzoek noodzakelijk is.

Het gedeelte vanaf de weg Driehuizen/Udenseweg naar het oosten (naar Uden) kent een lage verwachting, behalve voor een deel rond de Achterheide-Nieuwe Veldenweg dat een middelhoge verwachting heeft. Zolang de huidige plannen geen diepergaande verstoringen van de bodem tot gevolg zullen hebben, wordt geen verder vervolgonderzoek geadviseerd. 27 4.934.264.100: Meierijstad, Veghel, Lage Landstraat 6, boring 24 De Boer 2015 25 Vroomans en Van Diepen 2018 26 Schutte 2018 27 Vlieks en Van der Roest 2019 Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

19 Uit het booronderzoek is gebleken dat met uitzondering van mogelijk één boring geen restant van de natuurlijke veldpodzolgrond is aangetroffen. In hoeverre deze echt aanwezig is geweest is onbekend. Gezien de dunne dekzandbedekking boven de Brabantse Leem kan er geen sprake zijn geweest van een dekzandrug in het plangebied, maar moet eerder worden gedacht aan een dekzandvlakte. Het dekzand dan wel de leem is afgedekt geweest door een waarschijnlijk in één keer opgebracht enkeerddek om de relatief natte grond geschikt te maken voor landbouw. De kans dat er binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is wordt klein geacht. Op basis hiervan is de middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum alsmede de hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) naar laag bijgesteld. De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd bij te stellen. Uit het onderzoek is gebleken dat er geen sprake is van een dekzandrug, maar van een dekzandvlakte. In hoeverre er van oorsprong een podzolbodem aanwezig is geweest is onduidelijk. Door het ondiep voorkomen van een leemlaag was het plangebied te nat was voor bewoning en landbouw.

Om deze geschikt te maken voor landbouw is waarschijnlijk in één keer een humeus dek opgebracht. De kans dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is wordt zeer klein geacht. Op grond van de lage verwachting voor alle perioden wordt geadviseerd daarom geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren.28 4.940.185.100: Meierijstad, Veghel, Heilig Hartplein, begeleiding Het onderzoek is aangemeld in 2021 en nog niet afgemeld. Het rapport is nog niet beschikbaar. Vondstlocaties los 1.087.427: Meierijstad, Veghel, Aa / Dr. Verbeeksingel, Niet-archeologisch: graafwerk Tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van een voetpad bij de Aa aan de Doctor Verbeeksingel te Veghel zijn een aantal handgevormde aardewerkscherven uit de IJzertijd en/of Romeinse tijd gevonden. 1.089.386: Meierijstad, Veghel, Aa / Dr. Verbeeksingel, Niet-archeologisch: graafwerk In oktober 2007 zijn tijdens niet-archeologisch graafwerk aan de Dr. Verbeeksingel in Veghel enkele handgevormde aardewerkscherven en een dierlijk botfragment gevonden. 1.091.728: Meierijstad, Veghel, kasteel Frissestijn, Indirect: archief In het terrein van kasteel Frissestijn zijn nog sporen van de vroegere kasteelaanleg aanwezig.

Tabel 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ca. 200 m van het plangebied.

2.8

Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt in een gebied met dekzandruggen en -vlaktes en beekdalen. Omdat in verschillende bronnen het plangebied in andere landschappelijke eenheden ligt, is niet exact bekend welke delen ter hoogte van een dekzandrug of -vlakte liggen. Direct ten westen van het plangebied zijn beekeerdgronden aangetroffen, terwijl direct ten zuidoosten onder een esdek podzolgronden op een dekzandrug zijn aangetroffen. In het plangebied is waarschijnlijk een enkeerdgrond aanwezig. Afhankelijk of het plangebied in een vlakte of op een rug ligt, kan het een gunstige locatie zijn geweest om te wonen vanaf het Paleolithicum. Echter, de eventuele ondiepe resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum zullen waarschijnlijk verploegd zijn en opgenomen in het esdek. Diepere sporen uit het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen kunnen onder het esdek nog aanwezig zijn. Het gebied rondom Veghel is vermoedelijk in de 12e of 13e eeuw ontgonnen. Het plangebied ligt in het buurtschap Dorshout. De eerste vermeldingen van Dorshout dateren uit 1385. In de 19e eeuw bestaat het plangebied uit bouwland met in het zuidwesten een voorpootstrook. De boerderij in het zuidwesten wordt 28 Schorn 2021 Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

20 in 1898 gebouwd. De overige bijgebouwen worden in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw gebouwd. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1.

Datering

Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. 2.

Complextype

Archeologische resten uit de periode van landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen, begravingen en landbouw. 3.

Omvang

Archeologische resten kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4.

Diepteligging

Archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen kunnen onder het esdek in de B- en/of C-horizont aanwezig zijn, vermoedelijk 50 tot 80 cm -mv. Archeologische resten uit recentere perioden kunnen in het esdek aanwezig zijn. 5.

Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)

Over de gaafheid en conservering van eventuele sporen en artefacten zijn geen nadere gegevens bekend. 6.

Locatie

Hele plangebied. 7.

Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):

Archeologische resten kenmerken zich door een sporen niveau. 8.

Mogelijke verstoringen

Volgens de verwachtingenkaart van de voormalige gemeente Veghel is de bodem in de noordelijke helft van het plangebied mogelijk verstoord. De contouren zijn gebaseerd op ontgrondingsvergunningen. De omvang van de eventuele ontgrondingen is niet bekend. 9.

Hoogte van de verwachting

De archeologische verwachting voor resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum is middelhoog. De archeologische verwachting voor resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd is hoog.

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

21

3

Booronderzoek

3.1

Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in fig. 1. In het plangebied is een ontwikkeling met grondwerkzaamheden voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische resten verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1,29 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO - O/P”. Het onderzoeksgebied voor het booronderzoek is hetzelfde als het plangebied. De boringen zijn gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de verkenning wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd. Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden.

3.2

Methode De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:

7 cm Edelmanboor.

Aantal boringen:

Zes.

Boordiepte:

De boringen zijn gezet tot in de top van de C-horizont. De einddieptes liggen op 150 cm -mv.

Grid:

De boringen zijn verspreid in het plangebied geplaatst.

Waarnemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen. De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat NEN 5104.30 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald ten opzichte van de lokale topografie. 29 SIKB 2018 30 Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989 Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

22 Hoogte bepaling: De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.31 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 7 februari 2022 door F. Roodenburg (KNA Prospector) en C. de Jong (junior Prospector). Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld. Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.

3.3

Resultaten met bodemkundige interpretatie De locaties van de boringen zijn in fig. 25 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens is een schematische doorsnede gemaakt. Deze is weergegeven in fig. 26. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op een vindplaats. Er zijn geen vondsten verzameld. Het grondwater stond tijdens het onderzoek tussen 90 en 115 cm -mv. Al het bodemmateriaal bestaat uit kalkloos zand. Op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen de volgende pakketten worden onderscheiden, van boven naar onder: Pakket 1: omgewerkt Dit is een pakket bestaande uit zand met bijmengingen zoals baksteen, beton en vensterglas. Het pakket is over het algemeen humeus. Boorprofiel 1 is heterogeen en gevlekt. De overgang met het onderliggende pakket is scherp. Het pakket is aanwezig in boorprofielen 1, 2 en 3 en is respectievelijk 107, 25 en 55 cm dik. De top van het pakket ligt aan het maaiveld of, in het geval van boorprofiel 1, onder klinkers (948 en 924 cm NAP). Pakket 2: A-horizont Dit pakket bestaat uit donker grijs-bruin, matig humeus, matig siltig zand. Het pakket is aanwezig in boorprofielen 2 tot en met 6 en is 50 tot 85 cm dik. De overgang met de onderliggende C-horizont (pakket 3) is scherp tot geleidelijk. De top van het pakket ligt tussen 0 en 55 cm -mv (936 en 869 cm NAP).

In het merendeel van de boringen zijn kleine hoeveelheden kachelgrit aangetroffen. In boringen 2 en 5 zijn tevens enkele baksteenspikkels aangetroffen. In boorprofiel 4 is fragment aardewerk gevonden. Het fragment was zeer dun (1 mm) en recht en was aan één zijde geglazuurd. Mogelijk betreft het een schilfer en/of recent aardewerkfragment. In het pakket zijn roestvlekken aanwezig. Er is geen gelaagdheid te onderscheiden in dit pakket. Pakket 3: C-horizont Dit pakket bestaat uit geel tot grijs zand dat naar onder siltiger/lemiger wordt. In (de top van) het pakket zijn roestvlekken aanwezig. Vanaf ongeveer 800 cm NAP (130 tot 140 cm -mv) is de bodem gereduceerd. De top van het pakket ligt tussen 55 en 115 cm -mv (871 en 819 cm NAP). Het kalkloze, relatief fijne zand wordt geïnterpreteerd als dekzand.

31 Kadaster en PDOK 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

23 Synthese Gezien de dikte van de eerdlaag (50 tot 85 cm) is hier sprake van enkeerdgronden. De hydromorfe kenmerken (roestvlekken, gereduceerde zone) relatief ondiep in het profiel wijzen erop dat van oorsprong een beekeerdgrond aanwezig was, die vervolgens is opgehoogd om betere landbouwgrond te creëren. In de A-horizont is geen gelaagdheid te herkennen. Hieruit kan afgeleid worden dat de oorspronkelijke eerdlaag van de beekeerdgrond vermoedelijk vermengd is met het opgebrachte materiaal. Ter hoogte van het erf (boorprofiel 1) is de bodem verstoord tot in de C-horizont. Tevens is tussen de bebouwing een ophooglaag of verstoring aanwezig in de top van het profiel. Het aangetroffen beton en glas geven aan dat dit recent is gebeurd. Van ontgrondingen, wat vermoed werd op basis van de aanwezigheid van ontgrondingsvergunningen (fig. 4), lijkt geen sprake te zijn. Daarnaast heeft de initiatiefnemer aangegeven niet bekend te zijn met afgravingen op het perceel.

3.4

Archeologische interpretatie De ondiepe hydromorfe kenmerken in en onder de A-horizont, doen vermoeden dat het plangebied in een laag en nat deel van het landschap ligt. Een vergelijkbaar AC-profiel met roestvlekken is ten zuidoosten en zuidwesten van het plangebied aangetroffen. Tijdens het booronderzoek ten zuidwesten van het plangebied is de bodem beschreven als beekeerdgrond en ongunstig voor bewoning.32 Bij het proefsleuvenonderzoek in de Oranjewijk is vastgesteld dat de AC-profielen in de oorspronkelijk hoge delen van het landschap voorkomen waar de bovenkant van de oorspronkelijke bodem is afgetopt. Onder de A-horizont, in de C-horizont, zijn sporen aangetroffen. Dit waren sporen uit de volle Middeleeuwen waarvan slechts enkele centimeters bewaard zijn gebleven. De sporen waren dan ook niet behoudenswaardig.33 Vanwege de ondiepe roestvlekken en de lage ligging in het landschap is het huidige plangebied vermoedelijk ongunstig geweest voor bewoning tot en met de Middeleeuwen. Onder de A-horizont kunnen potentieel diepere archeologische sporen aanwezig zijn, maar gebaseerd op bevinden uit de omgeving, is de kans klein dat deze behoudenswaardig zullen zijn. Op basis van historisch kaartmateriaal is het plangebied onbebouwd geweest in de 19e eeuw en vermoedelijk eerder. Daarom worden tevens geen archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit de Nieuwe tijd verwacht.

Bovendien is ter hoogte van het erf de bodem tot in de C-horizont verstoord en hier worden daarom sowieso geen archeologische resten verwacht.

32 Nales en Van der Zee, R.M. 2004 33 Mostert 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

24

3.5

Waardestelling en Selectieadvies Conform KNA 4.1 vormen een waardestelling (VS06) en selectieadvies (VS07) van vindplaatsen onderdeel van een standaardrapport (VS05). Er zijn echter geen vindplaatsen aangetroffen. Er is daarom geen waardestelling mogelijk en er is geen selectieadvies opgesteld.

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

25

4

Conclusie

4.1

Conclusie Bureauonderzoek 1.

Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?

De boerderij in het zuiden blijft behouden en wordt gesplitst in twee woningen. De bijgebouwen ten noordoosten hiervan worden gesloopt. Daarnaast worden zes woningen en een parkeerschuur gebouwd. Het bijgebouw in het noorden van het plangebied wordt gesloopt. 2.

Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?

Het plangebied ligt in een gebied met dekzandruggen en -vlaktes en beekdalen. Het is niet exact bekend welke delen van het plangebied ter hoogte van een dekzandrug of -vlakte liggen, omdat de geraadpleegde kaarten tegenstrijdige informatie geven over de landschappelijk situatie. In het plangebied is waarschijnlijk een enkeerdgrond ontstaan. 3.

Is sprake van bekende bodemverstoringen?

Volgens de verwachtingenkaart van de voormalige gemeente Veghel is de bodem in de noordelijke helft van het plangebied mogelijk verstoord. De diepte van de eventuele ontgrondingen is niet bekend. 4.

Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?

Het gebied rondom Veghel is vermoedelijk in de 12e of 13e eeuw ontgonnen. Het plangebied ligt in het buurtschap Dorshout. De eerste vermeldingen van Dorshout dateren uit 1385. In de 19e eeuw bestaat het plangebied uit bouwland met in het zuidwesten een voorpootstrook. De boerderij in het zuidwesten wordt in 1898 gebouwd. De overige bijgebouwen worden in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw gebouwd. 5.

Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?

130 m ten oosten van het plangebied zijn tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden handgevormde aardewerkfragmenten uit de IJzertijd en/of Romeinse tijd aangetroffen, evenals dierlijk bot. 6.

Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?

In het plangebied kunnen archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd aanwezig zijn, indien het plangebied oorspronkelijk ter hoogte van een dekzandrug ligt.

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

26

4.2

Conclusie Booronderzoek Verkennend booronderzoek: 7.

Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?

In het plangebied heeft de bodem een AC-profiel. In zowel de A- als C-horizont zijn roestvlekken aanwezig. Gezien de dikte van de A-horizont is hier sprake van een enkeerdgrond. De ondiepe hydromorfe kenmerken duiden op oorspronkelijk natte omstandigheden in een laagliggende gebied waarin zich een beekeerdgrond heeft kunnen vormen. Het profiel is later opgehoogd en vermengd tot een dikke homogene eerdlaag. Van een dekzandrug lijkt geen sprake te zijn. Ter hoogte van het erf, in het zuidwesten van het plangebied, is de bodem verstoord tot in de C-horizont. 8.

Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?

De top van de natuurlijke ondergrond is een potentieel niveau. Hierin kunnen sporen aanwezig zijn, zoals geïllustreerd wordt door het onderzoek in de Oranjewijk, waar een proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd in een vergelijkbare landschappelijke context. De sporen daar waren echter ondiep en niet behoudenswaardig. Eindoordeel: 9.

Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? De verwachting is dat door de voorgenomen ingrepen geen behoudenswaardige archeologische resten worden verstoord. b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden? Maatregelen worden niet noodzakelijk geacht.

10.

Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?

Niet van toepassing.

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

27

5

Advies Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Meierijstad.

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

28

6

Literatuur Actueel Hoogtebestand Nederland. 2018. ‘AHN3’. Digitale Hoogtekaart. https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/. Alterra. 2014. ‘Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, digitale en landsdekkende versie’. Wageningen. Bosch, J.H.A. 2008. ‘Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1: Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2’. 2008-U-R0881/A. Deltares-rapport. Boshoven, E., en A. Beusink. 2009. ‘Gemeente Veghel. Een actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart’. BAAC-rapport V08.0120. Den Bosch: BAAC bv. Buesink, A. 2014. ‘Gemeente Veghel, Actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart, inclusief beleid’. BAAC Rapport V13.0274. ’s-Hertogenbosch. Buitenhuis, H. 2006. ‘Een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van grondboringen langs de Veghelse Aa, gemeente Veghel (N.-Br.)’. ARC-Rapporten 2006–77. Groningen: Archaeological Research and Consultancy. https://doi.org/10.17026/dans-29p-ecm4. ———. 2007. ‘Een archeologisch karterend veldonderzoek door middel van megaboringen in het Masterplan Aa-Veghel, gemeente Veghel (N.-Br.)’. ARC-Rapporten 2007–33. Groningen: Archaeological Research and Consultancy. https://doi.org/10.17026/dans-x5v-62gp. Cohen, K. M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, en A. H. Geurts. 2012. ‘Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta’. Dept.

Physical Geography. Utrecht University. http://persistent-identifier.nl/? identifier=urn:nbn:nl:ui:13-nqjn-zl. De Boer, E. 2015. ‘Veghel. Plangebied Burgemeester de Kuijperlaan 10’. BAAC Rapport V-15.0047. BAAC BV. Kadaster. 1811. ‘Kadastrale Minuten’. 1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/. ———. 2013. ‘BAG-Viewer’. http://bagviewer.geodan.nl/index.html. Kadaster, en PDOK. 2014. ‘AHN2 en 3 - WCS service’. http://nationaalgeoregister.nl. Maas, G.J., W.M. van der Meij, S.P.J. van Delft, en A.H. Heidema. 2019. ‘Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart Nederland 1:50.000 (2019), achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand’. Wageningen: Wageningen Environmental Research. http://legendageomorfologie.wur.nl/. Mostert, M. 2014. ‘Veghel, Oranjewijk’. BAAC Rapport A-11.0408. BAAC BV. de Mulder, E.J.F. 2003. ‘De ondergrond van Nederland’. Wolters-Noordhoff. Nales, T., en Van der Zee, R.M. 2004. ‘Veghel CCLB-terrein, Inventariserend archeologisch veldonderzoek’. BAAC Rapport 04.232. BAAC BV. Nederlands Normalisatie Instituut. 1989. Geotechniek: classificatie van onverharde grondmonsters. Delft: Nederlands Normalisatie-instituut. Nilesen, R. 2014. ‘Bureauonderzoek Helig Hartplein te Veghel, gemeente Veghel’. Synthegra Rapport S100207. Synthegra BV. Peeters, M. 2012.

‘Plangebied Dorshout, gemeente Veghel; Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek’. RAAP notitie 4287. RAAP Archeologisch Adviesbureau. Pepers, K.H.J., en D.L. de Ruiter. 2011. ‘Veghel. Plangebied Oranjewijk’. BAAC Rapport V-11.0049. BAAC BV. Provincie Noord-Brabant, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, Omgevingsdienst Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

29 Midden- en West-Brabant, en Omgevingsdienst Brabant Noord. 2021. ‘Omgevingsrapportage Noord-Brabant’. Noord-Brabant Omgevingsrapportage. https://noord-brabant.omgevingsrapportage.nl/. Rensink, E., H.J.T. Weerts, M. Kosian, H. Feiken, en B.I. Smit. 2015. ‘Archeologische Landschappenkaart van Nederland. Methodiek en kaartbeeld’. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. https://doi.org/10.17026/dans-xf6-ywnd. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 2016. ‘Kaart van verdedigingswerken, alle linies en stellingen’. https://landschapinnederland.nl/bronnen-enkaarten/militaire-landschapskaart. ———. 2017. ‘Rijksmonumentenregister’. Cultureelerfgoed.nl. https://cultureelerfgoed.nl/monumentenregister. ———. 2021. ‘Archis3 - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en Data Archiving and Networking Services. ‘e-depot voor de Nederlandse archeologie’. http://www.edna.nl. Schorn, E. A. 2021. ‘Lage Landstraat 6 te Veghel’. KSP-rapport 20862. KSP Archeologie. Schutte, A.H. 2018. ‘Archeologisch bureauonderzoek Heilig Hartplein 16-22 te Veghel’. Econsultancy-rapport 4684.003. Econsultancy BV. van der Sijs, N. 2010. ‘Etymologiebank’. http://www.etymologiebank.nl. SIKB. 2018. ‘BRL 4000: Beoordelingsrichtlijn Archeologie, versie 4.1’. SIKB.

https://www.sikb.nl/doc/BRL4000/BRL%20SIKB%204000%20Archeologie %20versie%204_1.pdf. Stichting RAAP. 2017. ‘Indicatieve Kaart Militaire Waarden (IKME)’. december 22. Teekens, P.C., L. van der Meij, en J.A.M. Oude Rengerink. 2006. ‘Bureauonderzoek Aa Veghel, gemeente Veghel. Een archeologische verwachtingskaart’. Archeologische Rapporten Oranjewoud 2006/20. Heerenveen: Oranjewoud B.V. https://doi.org/10.17026/dans-xz7-w234. Verhees, H. 1794. ‘Meierijkaart van Hendrik Verhees, getiteld: “Kaart Figuratief van het grootste gedeelte van Bataasch Braband, bevattende de Meyerye van 's Bosch, bestaande in de vier kwartieren...”’ https://www.archieven.nl/nl/zoeken? mivast=0&mizig=210&miadt=235&miaet=1&micode=5129&minr=1064048 9&miview=inv2. ———. 1806. ‘Tweede blad van een kaart in drie bladen met bijbehorende profielen van de rivier de Aa, gemaakt in verband met het bevaarbaar maken van de rivier.’ https://proxy.archieven.nl/0/C42FFC8CA17B40D6AAA2CA5FB14A69D7. Vlieks, N., en J. Van der Roest. 2019. ‘Archeologisch onderzoek Snelfietsroute Veghel-Uden - bureauonderzoek’. Archeologische rapporten Geonius 153. Geonius. Vroomans, M.A.K., en L. van Diepen. 2018. ‘Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen Beatrixsingel 1a te Veghel AM17314’. Aeres Milieu rapport AM17314. Aeres Milieu. Wols, R. 2014. ‘Veghel in vogelvlucht’.

https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/veghel-in-vogelvlucht. Wullink, A.J. 2008. ‘Een aanvullend inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van boringen langs de Veghelse Aa, gemeente Veghel(N.-Br.)’. ARC-Rapporten 2008–27. Groningen: Archaeological Research and Consultancy. https://doi.org/10.17026/dans-z4u-h8vt.

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

30

Figuren

Figuur 2: Luchtfoto actueel.

Figuur 3: Topografische kaart.

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

31

Figuur 4: Archeologische verwachtingskaart voormalige gemeente Veghel (Buesink 2014).

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

32

Figuur 5: Nieuwe situatie.

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

33

Figuur 6: Bouwjaren (Kadaster 2013).

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

34

Figuur 7: Archeologische landschappenkaart (Rensink e.a. 2015).

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

35

Figuur 8: Geologische kaart (De Mulder 2003).

Figuur 9: Beddinggordels Laat Glaciaal - Vroeg Holoceen (Cohen e.a. 2012).

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

36

Figuur 10: Landschappelijke eenhedenkaart voormalige gemeente Veghel (Buesink 2014).

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

37

Figuur 11: Geomorfologische kaart (Maas e.a. 2019).

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

38

Figuur 12: Bodemkaart (Alterra 2014).

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

39

Figuur 13: Hoogte-reliëfkaart (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018).

Figuur 14: Hoogte-reliëfkaart detail (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van N.A.P.

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

40

Figuur 15: Kaart Figuratief van het grootste gedeelte van Bataasch Braband, 1794 (Verhees 1794).

Figuur 16: Kaart van de rivier de Aa, 1806 (Verhees 1806). Het noorden is linksboven.

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

41

Figuur 17: Kadastrale minuut 1811-1832, gemeente Veghel, sectie A, blad 4 (Kadaster 1811).

Bureau voor Archeologie Rapport 1152

Veghel Dorshout 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=1d6caa2d-bc31-4077-a0cf-a520da112a6a