Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het bebouwbaar deel van het zijerf gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de goothoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; b. dakterrassen zijn niet toegestaan; c. voldaan wordt aan de uitgangspunten die in het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1 bij de regels) zijn opgenomen;
LET OP: HET BESTEMMINGSPLAN EN HET BEELDK ALITEITPLAN ZIJN ALTIJD MAATGEVEND
Bijbehorende Bijbehorende bouwwerken bouwwerken in in het het voorerfgebied voorerfgebied
InIn het het voorerfgebied voorerfgebied mogen mogen uitbouwen uitbouwen inin de de vorm vorm van van entrees entrees en en erkers erkers worden worden gebouwd, gebouwd, met met dien dien verstande verstande dat: dat: a. de diepte van een entree en erker maximaal 1,5 m¹ mag bedragen, mits de afstand tot de bouwperceelsgrens minimaal 2 m¹ bedraagt; b. de breedte van een entree maximaal de helft van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de entree wordt gesitueerd; c. de breedte van een erker maximaal tweederde van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de erker wordt gesitueerd; d. op één hoek van het hoofdgebouw een hoekerker is toegestaan, mits de diepte aan de zijgevel maximaal 1,5 m¹ en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 1 m¹ bedraagt; e. de goothoogte van een entree en erker maximaal de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; f. de bouwhoogte van een entree en erker maximaal de helft van de hoogte van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; PARKEERPLAATSEN PARKEERPLAATSEN Er Er dienen dienen minimaal minimaal in in 22 parkeerplaatsen parkeerplaatsen op op eigen eigen terrein terrein te te worden worden voorzien.
0
Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied
a. De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt per bouwperceel niet meer dan 50 m² PLUS 30% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m², met een maximum van 250 m². b. Met dien verstande dat de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk maximaal 100 m² mag bedragen. c. maximaal 1 carport met een oppervlakte van maximaal 20 m², niet bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied wordt meegenomen
WATERBERGING EIGEN TERREIN
Alvorens de gronden in gebruik genomen worden dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit op eigen terrein; b. de compensatie dient tenminste naar evenredigheid van de realisatie van verhardingen gerealiseerd te worden; c. de compensatie bedraagt tenminste 60 mm per m² verharding.
15-02-2023
Versie Datum
PVBE Omschrijving
Ruimte voor Ruimte II CV
10
-+R0KW+-
SR
088 - 3366333 info@kragten.nl www.kragten.nl
Kavelpaspoort Kavel 10
5
KW
Opsteller Par. Verificatie Par. Validatie
Woonlocatie Grote Braeck - Schijndel
Fase ontwerp Formaat A3 Schaal 1: 250 m
-+C0PVBE+-
Projectnr. RVR001-0001 Tekeningnr. 2022-1189 Doc. nr. 15 20
25
-+L0SR+-
Par.
P:\prj100\RVR\001\2_Werk\Ontwerp\VoorlopigOntwerp\Tekeningen\01-Plottekeningen\02 kavelpaspoorten\2022-1189 Kavelpaspoort Kavel 10.dwg
VERKLARING
3,0
P P
5,0
2,0 2,0
5,0
PP
P
P
P
3,0 2,0 2,0
5,0
6,0
uitgezo
P
P
P
3,0
P P
P P
P P
kavel 11
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P P
P
P
nderd uitgezo
P
P
P
1052,1 m²
P P
9.10
P
P
P
P P
5,0
P
P
P P
5,0
nderd
P P
P
9.30
P
P
P P
P P
PP
P
P
PP
P
PP
P
P
P
P
P
P P
6,0
PP
PP
P
P
PP
P P
PP
P
P
PP
3,0 Hoofdgebouw
Bouwvlak hoofdgebouw
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 4,5 m1 b. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 8 m1 c. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens moet aan beide zijden minimaal 5 m1 bedragen
Bijgebouwen toegestaan
Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied
Kavelgrens
Bijgebouwen niet toegestaan (tuin) Zoekgebied voorgevelrooilijn nokrichting 5,8
BOUWREGELS
Afstand Maatvoering in meters Zijde(n) waar kavel ontsloten dient/dienen te worden met inrit Landschappelijke inpassing - houtsingel Landschappelijke inpassing - lage natuurlijke groene haag, maximaal 80 cm
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de goothoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; b. de maximum bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 5 m¹ bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in sub b. dient de maximum bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk minimaal 1,5 m¹ onder de nok van het hoofdgebouw te liggen; Bijbehorende bouwwerken in het bebouwbaar deel van het zijerf
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het bebouwbaar deel van het zijerf gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de goothoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; b. dakterrassen zijn niet toegestaan; c. voldaan wordt aan de uitgangspunten die in het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1 bij de regels) zijn opgenomen;
LET OP: HET BESTEMMINGSPLAN EN HET BEELDK ALITEITPLAN ZIJN ALTIJD MAATGEVEND
Bijbehorende Bijbehorende bouwwerken bouwwerken in in het het voorerfgebied voorerfgebied
InIn het het voorerfgebied voorerfgebied mogen mogen uitbouwen uitbouwen inin de de vorm vorm van van entrees entrees en en erkers erkers worden worden gebouwd, gebouwd, met met dien dien verstande verstande dat: dat: a. de diepte van een entree en erker maximaal 1,5 m¹ mag bedragen, mits de afstand tot de bouwperceelsgrens minimaal 2 m¹ bedraagt; b. de breedte van een entree maximaal de helft van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de entree wordt gesitueerd; c. de breedte van een erker maximaal tweederde van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de erker wordt gesitueerd; d. op één hoek van het hoofdgebouw een hoekerker is toegestaan, mits de diepte aan de zijgevel maximaal 1,5 m¹ en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 1 m¹ bedraagt; e. de goothoogte van een entree en erker maximaal de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; f. de bouwhoogte van een entree en erker maximaal de helft van de hoogte van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; PARKEERPLAATSEN PARKEERPLAATSEN Er Er dienen dienen minimaal minimaal in in 22 parkeerplaatsen parkeerplaatsen op op eigen eigen terrein terrein te te worden worden voorzien.
0
Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied
a. De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt per bouwperceel niet meer dan 50 m² PLUS 30% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m², met een maximum van 250 m². b. Met dien verstande dat de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk maximaal 100 m² mag bedragen. c. maximaal 1 carport met een oppervlakte van maximaal 20 m², niet bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied wordt meegenomen
WATERBERGING EIGEN TERREIN
Alvorens de gronden in gebruik genomen worden dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit op eigen terrein; b. de compensatie dient tenminste naar evenredigheid van de realisatie van verhardingen gerealiseerd te worden; c. de compensatie bedraagt tenminste 60 mm per m² verharding.
15-02-2023
Versie Datum
PVBE Omschrijving
Ruimte voor Ruimte II CV
10
-+R0KW+-
SR
088 - 3366333 info@kragten.nl www.kragten.nl
Kavelpaspoort Kavel 11
5
KW
Opsteller Par. Verificatie Par. Validatie
Woonlocatie Grote Braeck - Schijndel
Fase ontwerp Formaat A3 Schaal 1: 250 m
-+C0PVBE+-
Projectnr. RVR001-0001 Tekeningnr. 2022-1190 Doc. nr. 15 20
25
-+L0SR+-
Par.
P:\prj100\RVR\001\2_Werk\Ontwerp\VoorlopigOntwerp\Tekeningen\01-Plottekeningen\02 kavelpaspoorten\2022-1190 Kavelpaspoort Kavel 11.dwg
VERKLARING
3,0
P P
5,0
2,0 2,0
5,0
P
P
P
P
3,0 2,0 2,0
5,0
6,0
uitgezo
P
P
P
3,0
P P
P P
P P
kavel 12
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P P
P
P
nderd uitgezo
P
P
P
1031,0 m²
P P
9.10
P
P
P
P P
5,0
P
P
P P
5,0
nderd
P P
P
9.30
P
P
P P
P P
PP
P
P
PP
P
PP
P
P
P
P
P
P
6,0
PP
PP
P
P P
PP
P P
PP
P
P
PP
3,0 Hoofdgebouw
Bouwvlak hoofdgebouw
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 4,5 m1 b. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 8 m1 c. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens moet aan beide zijden minimaal 5 m1 bedragen
Bijgebouwen toegestaan
Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied
Kavelgrens
Bijgebouwen niet toegestaan (tuin) Zoekgebied voorgevelrooilijn nokrichting 5,8
BOUWREGELS
Afstand Maatvoering in meters Zijde(n) waar kavel ontsloten dient/dienen te worden met inrit Landschappelijke inpassing - houtsingel Landschappelijke inpassing - lage natuurlijke groene haag, maximaal 80 cm
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de goothoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; b. de maximum bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 5 m¹ bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in sub b. dient de maximum bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk minimaal 1,5 m¹ onder de nok van het hoofdgebouw te liggen; Bijbehorende bouwwerken in het bebouwbaar deel van het zijerf
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het bebouwbaar deel van het zijerf gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de goothoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; b. dakterrassen zijn niet toegestaan; c. voldaan wordt aan de uitgangspunten die in het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1 bij de regels) zijn opgenomen;
LET OP: HET BESTEMMINGSPLAN EN HET BEELDK ALITEITPLAN ZIJN ALTIJD MAATGEVEND
Bijbehorende Bijbehorende bouwwerken bouwwerken in in het het voorerfgebied voorerfgebied
InIn het het voorerfgebied voorerfgebied mogen mogen uitbouwen uitbouwen inin de de vorm vorm van van entrees entrees en en erkers erkers worden worden gebouwd, gebouwd, met met dien dien verstande verstande dat: dat: a. de diepte van een entree en erker maximaal 1,5 m¹ mag bedragen, mits de afstand tot de bouwperceelsgrens minimaal 2 m¹ bedraagt; b. de breedte van een entree maximaal de helft van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de entree wordt gesitueerd; c. de breedte van een erker maximaal tweederde van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de erker wordt gesitueerd; d. op één hoek van het hoofdgebouw een hoekerker is toegestaan, mits de diepte aan de zijgevel maximaal 1,5 m¹ en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 1 m¹ bedraagt; e. de goothoogte van een entree en erker maximaal de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; f. de bouwhoogte van een entree en erker maximaal de helft van de hoogte van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; PARKEERPLAATSEN PARKEERPLAATSEN Er Er dienen dienen minimaal minimaal in in 22 parkeerplaatsen parkeerplaatsen op op eigen eigen terrein terrein te te worden worden voorzien.
0
Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied
a. De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt per bouwperceel niet meer dan 50 m² PLUS 30% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m², met een maximum van 250 m². b. Met dien verstande dat de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk maximaal 100 m² mag bedragen. c. maximaal 1 carport met een oppervlakte van maximaal 20 m², niet bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied wordt meegenomen
WATERBERGING EIGEN TERREIN
Alvorens de gronden in gebruik genomen worden dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit op eigen terrein; b. de compensatie dient tenminste naar evenredigheid van de realisatie van verhardingen gerealiseerd te worden; c. de compensatie bedraagt tenminste 60 mm per m² verharding.
15-02-2023
Versie Datum
PVBE Omschrijving
Ruimte voor Ruimte II CV
10
-+R0KW+-
SR
088 - 3366333 info@kragten.nl www.kragten.nl
Kavelpaspoort Kavel 12
5
KW
Opsteller Par. Verificatie Par. Validatie
Woonlocatie Grote Braeck - Schijndel
Fase ontwerp Formaat A3 Schaal 1: 250 m
-+C0PVBE+-
Projectnr. RVR001-0001 Tekeningnr. 2022-1191 Doc. nr. 15 20
25
-+L0SR+-
Par.
P:\prj100\RVR\001\2_Werk\Ontwerp\VoorlopigOntwerp\Tekeningen\01-Plottekeningen\02 kavelpaspoorten\2022-1191 Kavelpaspoort Kavel 12.dwg
P VERKLARING
3,0
5,0
2,0 2,0
5,0
P
P P
P
3,0
nderd
P P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
5,0
P
P
1223,6 m²
kavel 13
P
P
5,0
2,0 2,0
5,0
uitgezo
P P
P
P P
P
P
P
P
P
P
nderd uitgezo
P
P
P
P P
P P
9.10
P
P
P
P
P
9.30
P
P
P
P
PP
P
P
P
6,0
P
PP
P
PP
P
P
P
P
P
P P
P
5,0
P
PP
P P P
PP
P
PP
P
3,0
3,0
3,3
PP
PP
Kavelgrens Bouwvlak hoofdgebouw Bijgebouwen toegestaan Bijgebouwen niet toegestaan (tuin) Zoekgebied voorgevelrooilijn nokrichting Oriëntatie voorgevel (bij dubbel georiënteerde hoekwoning) 5,8
Afstand Maatvoering in meters Zijde(n) waar kavel ontsloten dient/dienen te worden met inrit Landschappelijke inpassing - hoge natuurlijke groene haag Landschappelijke inpassing - lage natuurlijke groene haag, maximaal 80 cm
Hoofdgebouw
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 4,5 m1 b. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 8 m1 c. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens moet aan beide zijden minimaal 5 m1 bedragen Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de goothoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; b. de maximum bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 5 m¹ bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in sub b. dient de maximum bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk minimaal 1,5 m¹ onder de nok van het hoofdgebouw te liggen; Bijbehorende bouwwerken in het bebouwbaar deel van het zijerf
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het bebouwbaar deel van het zijerf gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de goothoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; b. dakterrassen zijn niet toegestaan; c. voldaan wordt aan de uitgangspunten die in het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1 bij de regels) zijn opgenomen;
LET OP: HET BESTEMMINGSPLAN EN HET BEELDK ALITEITPLAN ZIJN ALTIJD MAATGEVEND
Bijbehorende Bijbehorende bouwwerken bouwwerken in in het het voorerfgebied voorerfgebied
InIn het het voorerfgebied voorerfgebied mogen mogen uitbouwen uitbouwen inin de de vorm vorm van van entrees entrees en en erkers erkers worden worden gebouwd, gebouwd, met met dien dien verstande verstande dat: dat: a. de diepte van een entree en erker maximaal 1,5 m¹ mag bedragen, mits de afstand tot de bouwperceelsgrens minimaal 2 m¹ bedraagt; b. de breedte van een entree maximaal de helft van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de entree wordt gesitueerd; c. de breedte van een erker maximaal tweederde van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de erker wordt gesitueerd; d. op één hoek van het hoofdgebouw een hoekerker is toegestaan, mits de diepte aan de zijgevel maximaal 1,5 m¹ en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 1 m¹ bedraagt; e. de goothoogte van een entree en erker maximaal de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; f. de bouwhoogte van een entree en erker maximaal de helft van de hoogte van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; PARKEERPLAATSEN PARKEERPLAATSEN Er Er dienen dienen minimaal minimaal in in 22 parkeerplaatsen parkeerplaatsen op op eigen eigen terrein terrein te te worden worden voorzien.
0
Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied
a. De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt per bouwperceel niet meer dan 50 m² PLUS 30% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m², met een maximum van 250 m². b. Met dien verstande dat de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk maximaal 100 m² mag bedragen. c. maximaal 1 carport met een oppervlakte van maximaal 20 m², niet bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied wordt meegenomen
WATERBERGING EIGEN TERREIN
Alvorens de gronden in gebruik genomen worden dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit op eigen terrein; b. de compensatie dient tenminste naar evenredigheid van de realisatie van verhardingen gerealiseerd te worden; c. de compensatie bedraagt tenminste 60 mm per m² verharding.
15-02-2023
Versie Datum
PVBE Omschrijving
Ruimte voor Ruimte II CV
10
-+R0KW+-
SR
088 - 3366333 info@kragten.nl www.kragten.nl
Kavelpaspoort Kavel 13
5
KW
Opsteller Par. Verificatie Par. Validatie
Woonlocatie Grote Braeck - Schijndel
Fase ontwerp Formaat A3 Schaal 1: 250 m
-+C0PVBE+-
Projectnr. RVR001-0001 Tekeningnr. 2022-1192 Doc. nr. 15 20
25
-+L0SR+-
Par.
P:\prj100\RVR\001\2_Werk\Ontwerp\VoorlopigOntwerp\Tekeningen\01-Plottekeningen\02 kavelpaspoorten\2022-1192 Kavelpaspoort Kavel 13.dwg
VERKLARING
BOUWREGELS
P P
P
3,0
nderd
P P
5,0
2,0
uitgezo
P
P
6,0
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
nderd uitgezo
P
P
P
P P
P P
866,6 m²
kavel 14
P
P
9.10
P
P
P
P
P
9.30
P
P
P P
P P
PP
P
P
PP
P
PP
P
P
P P
P
P
P
P P
PP P
PP
P
5,0
3,0 BOUWREGELS Hoofdgebouw
Kavelgrens Bouwvlak hoofdgebouw Bijgebouwen toegestaan Bijgebouwen niet toegestaan (tuin) Zoekgebied voorgevelrooilijn Verplichte voorgevelrooilijn nokrichting Oriëntatie voorgevel (bij dubbel georiënteerde hoekwoning) Afstand Maatvoering in meters Zijde(n) waar kavel ontsloten dient/dienen te worden met inrit Landschappelijke inpassing - watergang Landschappelijke inpassing - hoge natuurlijke groene haag Landschappelijke inpassing - lage natuurlijke groene haag, maximaal 80 cm
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 4,5 m1 b. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 8 m1 c. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens moet aan beide zijden minimaal 5 m1 bedragen Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de goothoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; b. de maximum bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 5 m¹ bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in sub b. dient de maximum bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk minimaal 1,5 m¹ onder de nok van het hoofdgebouw te liggen; Bijbehorende bouwwerken in het bebouwbaar deel van het zijerf
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het bebouwbaar deel van het zijerf gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de goothoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; b. dakterrassen zijn niet toegestaan; c. voldaan wordt aan de uitgangspunten die in het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1 bij de regels) zijn opgenomen;
LET OP: HET BESTEMMINGSPLAN EN HET BEELDK ALITEITPLAN ZIJN ALTIJD MAATGEVEND
Bijbehorende Bijbehorende bouwwerken bouwwerken in in het het voorerfgebied voorerfgebied
InIn het het voorerfgebied voorerfgebied mogen mogen uitbouwen uitbouwen inin de de vorm vorm van van entrees entrees en en erkers erkers worden worden gebouwd, gebouwd, met met dien dien verstande verstande dat: dat: a. de diepte van een entree en erker maximaal 1,5 m¹ mag bedragen, mits de afstand tot de bouwperceelsgrens minimaal 2 m¹ bedraagt; b. de breedte van een entree maximaal de helft van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de entree wordt gesitueerd; c. de breedte van een erker maximaal tweederde van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de erker wordt gesitueerd; d. op één hoek van het hoofdgebouw een hoekerker is toegestaan, mits de diepte aan de zijgevel maximaal 1,5 m¹ en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 1 m¹ bedraagt; e. de goothoogte van een entree en erker maximaal de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; f. de bouwhoogte van een entree en erker maximaal de helft van de hoogte van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; PARKEERPLAATSEN PARKEERPLAATSEN Er Er dienen dienen minimaal minimaal in in 22 parkeerplaatsen parkeerplaatsen op op eigen eigen terrein terrein te te worden worden voorzien.
0
Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied
a. De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt per bouwperceel niet meer dan 50 m² PLUS 30% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m², met een maximum van 250 m². b. Met dien verstande dat de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk maximaal 100 m² mag bedragen. c. maximaal 1 carport met een oppervlakte van maximaal 20 m², niet bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied wordt meegenomen
WATERBERGING EIGEN TERREIN
Alvorens de gronden in gebruik genomen worden dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit op eigen terrein; b. de compensatie dient tenminste naar evenredigheid van de realisatie van verhardingen gerealiseerd te worden; c. de compensatie bedraagt tenminste 60 mm per m² verharding.
15-02-2023
Versie Datum
PVBE Omschrijving
Ruimte voor Ruimte II CV
10
-+R0KW+-
SR
088 - 3366333 info@kragten.nl www.kragten.nl
Kavelpaspoort Kavel 14
5
KW
Opsteller Par. Verificatie Par. Validatie
Woonlocatie Grote Braeck - Schijndel
Fase ontwerp Formaat A3 Schaal 1: 250 m
-+C0PVBE+-
Projectnr. RVR001-0001 Tekeningnr. 2022-1193 Doc. nr. 15 20
25
-+L0SR+-
Par.
P:\prj100\RVR\001\2_Werk\Ontwerp\VoorlopigOntwerp\Tekeningen\01-Plottekeningen\02 kavelpaspoorten\2022-1193 Kavelpaspoort Kavel 14.dwg
5,0
2,0 2,0
5,0
P
3,0
P P P P
P P PP
VERKLARING
5,8
PP
PP
3,0 3,0
5,0
2,0
P
P
P
2,0
5,0
P P P P
uitgezo nderd
P P
P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
nderd uitgezo
P
P
P
P P
P P
846,1 m²
kavel 15
P
P
9.10
P
P
P
P
5,0
P
9.30
P
P
P P
P P
PP
P
P
PP
P PP
PP
P
P
P
PP
P
P
P
P
P P
PP
P P
PP
P
P
PP
Bouwvlak hoofdgebouw Bijgebouwen toegestaan Bijgebouwen niet toegestaan (tuin) Zoekgebied voorgevelrooilijn nokrichting Afstand Maatvoering in meters Zijde(n) waar kavel ontsloten dient/dienen te worden met inrit Landschappelijke inpassing - watergang Landschappelijke inpassing - houtsingel Landschappelijke inpassing - lage natuurlijke groene haag, maximaal 80 cm
BOUWREGELS Hoofdgebouw
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 4,5 m1 b. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 8 m1 c. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens moet aan beide zijden minimaal 5 m1 bedragen Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de goothoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; b. de maximum bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 5 m¹ bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in sub b. dient de maximum bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk minimaal 1,5 m¹ onder de nok van het hoofdgebouw te liggen; Bijbehorende bouwwerken in het bebouwbaar deel van het zijerf
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het bebouwbaar deel van het zijerf gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de goothoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; b. dakterrassen zijn niet toegestaan; c. voldaan wordt aan de uitgangspunten die in het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1 bij de regels) zijn opgenomen;
LET OP: HET BESTEMMINGSPLAN EN HET BEELDK ALITEITPLAN ZIJN ALTIJD MAATGEVEND
Bijbehorende Bijbehorende bouwwerken bouwwerken in in het het voorerfgebied voorerfgebied
InIn het het voorerfgebied voorerfgebied mogen mogen uitbouwen uitbouwen inin de de vorm vorm van van entrees entrees en en erkers erkers worden worden gebouwd, gebouwd, met met dien dien verstande verstande dat: dat: a. de diepte van een entree en erker maximaal 1,5 m¹ mag bedragen, mits de afstand tot de bouwperceelsgrens minimaal 2 m¹ bedraagt; b. de breedte van een entree maximaal de helft van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de entree wordt gesitueerd; c. de breedte van een erker maximaal tweederde van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de erker wordt gesitueerd; d. op één hoek van het hoofdgebouw een hoekerker is toegestaan, mits de diepte aan de zijgevel maximaal 1,5 m¹ en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 1 m¹ bedraagt; e. de goothoogte van een entree en erker maximaal de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; f. de bouwhoogte van een entree en erker maximaal de helft van de hoogte van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; PARKEERPLAATSEN PARKEERPLAATSEN Er Er dienen dienen minimaal minimaal in in 22 parkeerplaatsen parkeerplaatsen op op eigen eigen terrein terrein te te worden worden voorzien.
0
Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied
a. De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt per bouwperceel niet meer dan 50 m² PLUS 30% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m², met een maximum van 250 m². b. Met dien verstande dat de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk maximaal 100 m² mag bedragen. c. maximaal 1 carport met een oppervlakte van maximaal 20 m², niet bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied wordt meegenomen
WATERBERGING EIGEN TERREIN
Alvorens de gronden in gebruik genomen worden dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit op eigen terrein; b. de compensatie dient tenminste naar evenredigheid van de realisatie van verhardingen gerealiseerd te worden; c. de compensatie bedraagt tenminste 60 mm per m² verharding.
15-02-2023
Versie Datum
PVBE Omschrijving
Ruimte voor Ruimte II CV
10
-+R0KW+-
SR
088 - 3366333 info@kragten.nl www.kragten.nl
Kavelpaspoort Kavel 15
5
KW
Opsteller Par. Verificatie Par. Validatie
Woonlocatie Grote Braeck - Schijndel
Fase ontwerp Formaat A3 Schaal 1: 250 m
-+C0PVBE+-
Projectnr. RVR001-0001 Tekeningnr. 2022-1194 Doc. nr. 15 20
25
-+L0SR+-
Par.
P:\prj100\RVR\001\2_Werk\Ontwerp\VoorlopigOntwerp\Tekeningen\01-Plottekeningen\02 kavelpaspoorten\2022-1194 Kavelpaspoort Kavel 15.dwg
Kavelgrens
3,0
5,0
2,0 2,0
5,0
6,0
P P VERKLARING
5,8
3,0
P
3,0
P
P
P
2,0 2,0
5,0 5,0
P P
uitgezo nderd
P P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
0 9.3
P
kavel 16
840,8 m²
P
P
P
nderd uitgezo
P
P
P
5,0 9.10
P
P P
P P
9.10
P
P
P
P
P
9.30
P
P
P P
P P
PP
P
P
PP
P PP
PP
P
P
P
PP
P
P
P
P
P P
PP
P P
PP
P
P
6,0
PP
4,0
8,0
4,0
P
Kavelgrens Bouwvlak hoofdgebouw Bijgebouwen toegestaan Bijgebouwen niet toegestaan (tuin) Zoekgebied voorgevelrooilijn nokrichting 5,8
Afstand Maatvoering in meters Zijde(n) waar kavel ontsloten dient/dienen te worden met inrit Landschappelijke inpassing - watergang Landschappelijke inpassing - houtsingel Landschappelijke inpassing - lage natuurlijke groene haag, maximaal 80 cm
Hoofdgebouw
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 4,5 m1 b. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 8 m1 c. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens moet aan beide zijden minimaal 5 m1 bedragen Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de goothoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; b. de maximum bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 5 m¹ bedragen; c. in afwijking van het bepaalde in sub b. dient de maximum bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk minimaal 1,5 m¹ onder de nok van het hoofdgebouw te liggen; Bijbehorende bouwwerken in het bebouwbaar deel van het zijerf
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het bebouwbaar deel van het zijerf gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de goothoogte maximaal 3,5 m¹ mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; b. dakterrassen zijn niet toegestaan; c. voldaan wordt aan de uitgangspunten die in het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1 bij de regels) zijn opgenomen;
LET OP: HET BESTEMMINGSPLAN EN HET BEELDK ALITEITPLAN ZIJN ALTIJD MAATGEVEND
Bijbehorende Bijbehorende bouwwerken bouwwerken in in het het voorerfgebied voorerfgebied
InIn het het voorerfgebied voorerfgebied mogen mogen uitbouwen uitbouwen inin de de vorm vorm van van entrees entrees en en erkers erkers worden worden gebouwd, gebouwd, met met dien dien verstande verstande dat: dat: a. de diepte van een entree en erker maximaal 1,5 m¹ mag bedragen, mits de afstand tot de bouwperceelsgrens minimaal 2 m¹ bedraagt; b. de breedte van een entree maximaal de helft van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de entree wordt gesitueerd; c. de breedte van een erker maximaal tweederde van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de erker wordt gesitueerd; d. op één hoek van het hoofdgebouw een hoekerker is toegestaan, mits de diepte aan de zijgevel maximaal 1,5 m¹ en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 1 m¹ bedraagt; e. de goothoogte van een entree en erker maximaal de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; f. de bouwhoogte van een entree en erker maximaal de helft van de hoogte van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; PARKEERPLAATSEN PARKEERPLAATSEN Er Er dienen dienen minimaal minimaal in in 22 parkeerplaatsen parkeerplaatsen op op eigen eigen terrein terrein te te worden worden voorzien.
0
Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied
a. De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt per bouwperceel niet meer dan 50 m² PLUS 30% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m², met een maximum van 250 m². b. Met dien verstande dat de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk maximaal 100 m² mag bedragen. c. maximaal 1 carport met een oppervlakte van maximaal 20 m², niet bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied wordt meegenomen
WATERBERGING EIGEN TERREIN
Alvorens de gronden in gebruik genomen worden dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit op eigen terrein; b. de compensatie dient tenminste naar evenredigheid van de realisatie van verhardingen gerealiseerd te worden; c. de compensatie bedraagt tenminste 60 mm per m² verharding.
15-02-2023
Versie Datum
PVBE Omschrijving
Ruimte voor Ruimte II CV
10
-+R0KW+-
SR
088 - 3366333 info@kragten.nl www.kragten.nl
Kavelpaspoort Kavel 16
5
KW
Opsteller Par. Verificatie Par. Validatie
Woonlocatie Grote Braeck - Schijndel
Fase ontwerp Formaat A3 Schaal 1: 250 m
-+C0PVBE+-
Projectnr. RVR001-0001 Tekeningnr. 2022-1195 Doc. nr. 15 20
25
-+L0SR+-
Par.
P:\prj100\RVR\001\2_Werk\Ontwerp\VoorlopigOntwerp\Tekeningen\01-Plottekeningen\02 kavelpaspoorten\2022-1195 Kavelpaspoort Kavel 16.dwg
VERKLARING
BOUWREGELS
45
Herten Schoolstraat 8 6049 BN Herten Postbus 14 6040 AA Roermond
's-Hertogenbosch Hambakenwetering 5-J 5231 DD 's-Hertogenbosch Postbus 2309 5202 CH 's-Hertogenbosch
Advies Betreft
Ons kenmerk
Datum
Verkeerstoets Grote Braak te Schijndel RVR-001-TOE-VKR 19 januari 2024 (versie 3.0)
Behandeld door
1. Aanleiding Ter plaatse van het huidig agrarisch bedrijf Plein 21 in Schijndel is een woningbouwplan beoogd. Hiervoor is een ontwerp opgesteld, zie Tabel 1. Dit ontwerp voorziet in de bouw van 240 woningen. Voor een worst-case benadering wordt in voorliggende verkeerstoets uitgegaan van de komst van maximaal 250 woningen. De verdeling van dit aantal woningen naar woningtype en bijbehorende verkeersgeneratie staat weergegeven in Tabel 1. De ontsluiting voor dit woningbouwplan is in samenspraak met de gemeente Meierijstad tot stand gekomen, waarbij uitgegaan wordt van twee ontsluitingswegen met een aansluiting op de Langstraat. De beoogde ontwikkeling heeft gevolgen voor de verkeerssituatie op het omliggend wegennet. Om te bepalen in hoeverre de verwachte verkeerstoename leidt tot knelpunten ten aanzien van doorstroming en verkeersveiligheid, is in voorliggende notitie een verkeerstoets beschreven. Op 28 juni 2022 is reeds een verkeersonderzoek uitgevoerd. Uit het verkeersonderzoek van 28 juni 2022 blijkt dat de totale ontwikkeling (uitgaande van worstcase 250 woningen) zorgt voor een verkeerstoename van circa 1.979 motorvoertuigbewegingen per etmaal (mvt/etmaal) op een gemiddelde werkdag. Naar aanleiding van reacties van omwonenden op de uitgevoerde verkeerstellingen uit het verkeersonderzoek van 28 juni 2022, zijn in mei 2023 nieuwe verkeerstellingen uitgevoerd.
Op basis van zowel de meest actuele verkeerstellingen (mei 2023) als het nieuwe verkeersmodel (BBMA 2022) is in de memo 'Geactualiseerde verkeersgegevens Verkeerstoets Grote Braak te Schijndel (v2.0)' (18 januari 2024) beoordeeld in hoeverre deze nieuwe gegevens aanleiding geven om de beoordeling en conclusies uit de verkeerstoets van 28 juni 2022) te wijzigen. De memo is als bijlage 1 bijgevoegd. Op basis van de resultaten uit de memo wordt geconcludeerd dat de verkeersintensiteiten afkomstig uit de meest actuele verkeerstellingen (mei 2023) en het nieuwe verkeersmodel (BBMA 2022) geen aanleiding geven om de beoordeling en conclusies uit de verkeerstoets van 28 juni 2022 aan te passen. Het verkeersonderzoek van 28 juni 2022 is daarom op dit aspect niet gewijzigd. Naar aanleiding van een zienswijze over de invloed van fietsers op de afwikkeling op het kruispunt Europalaan/ Spoorlaan is een kruispuntberekening uitgevoerd. Deze berekening is aan het verkeersonderzoek toegevoegd aan voorliggende verkeerstoets. Daarnaast is in bijlage 2 van voorliggende verkeerstoets een totaaloverzicht van de verkeersintensiteiten opgenomen, waarbij duidelijk wordt dat werkdaggemiddelde etmaalwaarden als input voor deze verkeerstoets dienen en de weekdaggemiddelde etmaalwaarden als input dienen voor het akoestisch onderzoek.
Tot slot is, in lijn met het akoestisch onderzoek, op de verkeersintensiteiten in dit verkeersonderzoek een autonoom groeipercentage van 1,5% doorberekend.
Blad 2
Figuur 1 Ontwerp ontwikkeling Grote Braak in Schijndel
Blad 3
2. Verkeersgeneratie De komst van maximaal 250 woningen zorgt voor een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar de projectlocatie. Deze toename is berekend aan de hand van de kencijfers van het CROW. De meest actuele kencijfers zijn opgenomen in publicatie 3811. De gemeente Schijndel valt op basis van de adressendichtheid in gebiedstype ‘Matig stedelijk’. De projectlocatie bevindt zich in de rest bebouwde kom. Voor een worst-case benadering is aangesloten bij de maximale kencijfers binnen de gegeven bandbreedte (minimum – maximum). Aan de hand van de CROW kencijfers is de verkeersgeneratie voor een gemiddelde weekdag berekend. Bij het beoordelen van de verkeersafwikkeling, zijn verkeersaantallen op gemiddelde werkdagen bepalend. De verkeersgeneratie van woonfuncties kan worden omgerekend naar werkdaggemiddeldes met behulp van de standaard omrekenfactor 1,11 (bron: CROW). Tabel 1 Verkeersgeneratie woningbouwontwikkeling Woningtype Koop, huis, vrijstaand Koop, huis, twee-onder-een-kap Koop, huis, twee-onder-een-kap (seniorenwoningen) Koop, huis, tussen/hoek Koop, huis, tussen/hoek Huur, huis, sociale huur Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Totaal
Aantal woningen 35 woningen 40 woningen 20 woningen 50 woningen 50 woningen 15 woningen 40 woningen 250 woningen
Kencijfer 8,6 per woning 8,2 per woning 8,2 per woning 7,5 per woning 7,5 per woning 5,3 per woning 4 per woning
Verkeersgeneratie Weekdagetmaal Werkdagetmaal 301,0 mvt/etmaal 334,1 mvt/etmaal 328,0 mvt/etmaal 364,1 mvt/etmaal 164,0 mvt/etmaal 182,0 mvt/etmaal 375,0 mvt/etmaal 416,3 mvt/etmaal 375,0 mvt/etmaal 416,3 mvt/etmaal 79,5 mvt/etmaal 88,2 mvt/etmaal 160,0 mvt/etmaal 177,6 mvt/etmaal 1783 mvt/etmaal 1979 mvt/etmaal
De totale ontwikkeling (maximaal 250 woningen) zorgt voor een verkeerstoename van circa 1.979 motorvoertuigbewegingen per etmaal (mvt/etmaal) op een gemiddelde werkdag. Het complete plan wordt afgewikkeld via een van de twee aansluitingen op de Langstraat.
3. Verdeling over wegennet Om de impact van de ontwikkeling op de verschillende wegvakken te kunnen beoordelen, is de verdeling van de verkeerstoename over de ontsluitingsroutes van belang. In Figuur 2 zijn de drie belangrijkste ontsluitingsroutes weergegeven, met daarbij een inschatting van de verkeersverdeling: In noordoostelijke richting: via Langstraat en Europalaan richting de gebiedsontsluitingswegen in Schijndel. Voor bestemmingen binnen Schijndel zal dit een populaire route zijn, evenals verkeer van en naar de N617 (richting Den Bosch). Inschatting: 40% van totale verkeersgeneratie. In zuidoostelijke richting: via Langstraat en Europalaan richting N637. Voor bestemmingen buiten Schijndel zal dit een populaire route zijn: bijvoorbeeld verkeer van en naar de rijksweg A50 (richting Eindhoven). Inschatting: 50% van totale verkeersgeneratie. In zuidwestelijke richting via de Langstraat en Venushoek/Schootsehoef naar de N618 (richting Boxtel /rijksweg A2). Dit is een route via het buitengebied, gezien de beperkte wegbreedte zal deze route naar verwachting weinig gebruikt worden. Inschatting: 10% van totale verkeersgeneratie.
1 CROW, 2018. Publicatie 381 ‘ Toekomstbestendig parkeren’.
Blad 4
Figuur 2 Inschatting verdeling over wegennet
4. Verkeersintensiteiten Gegevens verkeerstellingen Van de wegen in de omgeving van de projectlocatie zijn verkeersintensiteiten bekend, deze zijn verkregen door middel van tellingen. Er is op de volgende wegen en momenten geteld: Telling 19 april 2021 t/m 23 april 2021: Europalaan o Deze telling vond plaats in een periode waarin er maatregelen ter bestrijding van de COVID-19 pandemie van kracht waren. Volgens de landelijke monitor ‘Mobiliteit in coronatijd’2 lagen de verkeersintensiteiten in week 16 (2021) gemiddeld 24% lager dan vóór de COVID-19 pandemie. Om rekening te houden met dit effect worden de getelde verkeersintensiteiten (autoverkeer) opgehoogd met +24%. Tellingen op wegvakken in de omgeving, voor en na corona, geven een effect van ongeveer gelijke grootte weer. Telling 12 mei 2021 t/m 4 juni 2021: Plein, Spoorlaan, Langstraat, Bremweg en Venushoek o Deze telling vond plaats in een periode waarin er maatregelen ter bestrijding van de COVID-19 pandemie van kracht waren. Volgens de landelijke monitor ‘Mobiliteit in coronatijd’2 lagen de verkeersintensiteiten in week 20-22 (2021) gemiddeld 17% lager dan vóór de COVID-19 pandemie. Om rekening te houden met dit effect worden de getelde verkeersintensiteiten (autoverkeer) opgehoogd met +17%. Tellingen op wegvakken in de omgeving, voor en na corona, geven een effect van ongeveer gelijke grootte weer.
o De verkeersintensiteit op Tweede Pinksterdag (maandag 24-05-21) is buiten de telresultaten gehouden, omdat dit geen werkdag betreft. Hetzelfde geldt voor Hemelvaartsdag (donderdag 13-05) en de dag na Hemelvaartsdag (vrijdag 14-05). o Tussen dinsdag 18 mei 2021 en vrijdag 21 mei 2021 was de Langstraat afgesloten. Dit heeft invloed gehad op de verkeerstromen in het gebied. Om die reden zijn de verkeersintensiteiten uit die periode buiten de telresultaten gehouden. De locaties van de telpunten en etmaalintensiteiten na correcties (motorvoertuigen, gemiddelde werkdag) zijn weergegeven op Figuur 3. Op de telpunten 1 t/m 6 zijn tevens fietsintensiteiten geteld.
2 CBS (2021). Mobiliteit in coronatijd. https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/welvaart-in-coronatijd/mobiliteit
op 25 juni 2021.
. Geraadpleegd
Blad 5
Figuur 3 Verkeersintensiteiten huidige situatie (auto en fiets) 2021 incl. COVID-19 ophoogfactor (gemiddelde weekdag en gemiddelde werkdag) Bijlage 2 geeft een totaaloverzicht van de verkeersintensiteiten. De werkdaggemiddelde etmaalwaarden dienen als input voor deze verkeerstoets. De weekdaggemiddelde etmaalwaarden dienen als input voor het akoestisch onderzoek. Gegevens verkeersmodel Uit het verkeersmodel (BBMA: BrabantBrede ModelAanpak) zijn van de wegen rondom de projectlocatie eveneens verkeersintensiteiten bekend. De gemeente Meijerijstad heeft modelgegevens voor het prognosejaar 2030 aangeleverd. Tabel 2 geeft een overzicht van de etmaalintensiteiten (werkdaggemiddelde) uit het verkeersmodel, waarbij is gekeken naar de wegvakken die de projectlocatie in de beoogde situatie ontsluiten. De wegvakken komen overeen met de wegvakken waarop verkeerstellingen hebben plaatsgevonden (Figuur 3). Tabel 2 Intensiteiten verkeersmodel prognosejaar 2030 (bron: gemeente Meierijstad) Wegvak Europalaan (A) Europalaan (B) Plein (1) Spoorlaan (2) Langstraat (3) Langstraat (4) Bremweg (5) Venushoek (6)
Etmaalintensiteit 2030 5.200 mvt/etmaal 6.900 mvt/etmaal Zit niet in verkeermodel 1.900 mvt/etmaal 1.900 mvt/etmaal Zit niet in verkeermodel 600 mvt/etmaal Zit niet in verkeermodel
Blad 6
Analyse verkeersintensiteiten Op de Europalaan ten noorden van de Spoorlaan en de Bremweg zijn de getelde verkeersintensiteiten een stuk hoger dan de intensiteiten uit het verkeersmodel (2030). Op de Spoorlaan zijn de intensiteiten gelijk. Op de Langstraat ligt het getelde verkeersaantal wat lager dan de intensiteit uit het verkeersmodel (2030). De verschillen zijn deels te verklaren doordat de intensiteiten uit het verkeermodel prognosecijfers zijn, waarin rekening wordt gehouden met een jaarlijkse autonome verkeersgroei tot 2030 en dat in deze cijfers reeds de verkeersimpact van toekomstige woningbouw zit meegenomen. Over het algemeen geven de getelde intensiteiten een nauwkeuriger beeld van de verkeersintensiteit op wegen, omdat de intensiteiten uit het verkeersmodel gebaseerd zijn op een beperkt aantal tellingen in de gemeente. De intensiteiten uit de meest recente tellingen (Figuur 3) zijn dan ook gebruikt om de huidige en toekomstige verkeersdruk op de wegen rondom de projectlocatie op te beoordelen. De modelgegevens zijn buiten beschouwing gelaten. Om toch rekening te houden met een mogelijke autonome verkeersgroei, worden de verkeersintensiteiten afkomstig uit de tellingen (2021 + coronafactor) doorgerekend naar planjaar 2032. Zie hoofdstuk 5 (beoordeling wegvakken). Daarbij wordt uitgegaan van een autonome verkeergroei van 1,5% per jaar (aanname).
Snelheden Bij de genoemde verkeerstellingen is ook de snelheid van het gemotoriseerde verkeer gemeten. De resultaten hiervan zijn weergegeven in Figuur 4, evenals de wettelijke maximum snelheid per wegvak. Op basis van het aantal geregistreerde voertuigen per snelheidsklasse zijn de gemiddelde snelheid en de V85waarde bepaald. De V85 is de snelheid die door 85% van de weggebruikers niet wordt overschreden. De overige 15% rijdt harder dan deze snelheid.
Figuur 4 Snelheden (auto) 2021 Uit het resultaat van de snelheidsmetingen (V85-snelheden) blijkt dat op de Europalaan, Plein en in mindere mate op Spoorlaan de geldende maximumsnelheid wordt overgeschreden. Op de andere wegen is de snelheid acceptabel in relatie tot de geldende maximumsnelheid.
Blad 7
5. Beoordeling wegvakken Op basis van de berekende verkeersgeneratie van de beoogde woningbouwontwikkeling, de ingeschatte verkeersverdeling en huidige verkeersintensiteiten van de omliggende wegen, kan per wegvak worden bepaald welke impact de ontwikkeling zal hebben. Ook de gereden snelheid per wegvak is hierbij in beschouwing genomen. Europalaan De Europalaan is gecategoriseerd als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom, op de weg geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. De weg is ter hoogte van de Spoorlaan circa 6,5 meter breed. De huidige verkeersintensiteit op de weg bedraagt circa 8.585 mvt/etmaal ten noorden van de Spoorlaan en 8.375 mvt/etmaal ten zuiden van de Spoorlaan. Uitgaand van een autonome verkeersgroei van 1,5% per jaar tot 2032, bedraagt de toekomstige verkeersintensiteit respectievelijk 10.112 mvt/etmaal ten noorden van de Spoorlaan en 9.865 mvt/etmaal ten zuiden van de Spoorlaan. Deze aantallen zijn gezien de functie van de weg (erftoegangsweg) relatief hoog, doorgaans wikkelen erftoegangswegen maximaal 6.000 mvt/etmaal af. Fietsers maken gebruik van vrijliggende fietsvoorzieningen aan weerszijden van de weg, hetgeen niet gebruikelijk is op erftoegangswegen. Deze zijn wellicht gerealiseerd vanwege de hoge verkeersintensiteit.
De vrijliggende fietspaden in combinatie met onder andere de brede geasfalteerde rijbaan, sluiten niet aan bij het geldend snelheidsregime van 30 km/u. Op de Europalaan is de V85-snelheid fors hoger dan de wettelijke maximum snelheid. Los van de woningbouwontwikkeling Grote Braak wordt daarom aanbevolen het huidige wegontwerp te heroverwegen en beter aan te laten sluiten bij het geldende snelheidsregime van 30 km/uur. Op basis van de verkeersgeneratie van het plan Grote Braak en de aangenomen verkeersverdeling, wordt de verkeerstoename ten behoeve van het plan geschat op circa 790 mvt/etmaal extra ten noorden van de Spoorlaan en circa 990 mvt/etmaal extra ten zuiden van de Spoorlaan. Daarmee neemt de verkeersintensiteit op de weg toe tot circa 10.902 mvt/etmaal ten noorden van de Spoorlaan en circa 10.855 mvt/etmaal ten zuiden van de Spoorlaan. Hoewel de toename relatief beperkt is, is het nog steeds wenselijk om in bredere context dan de woningbouwontwikkeling te onderzoeken in hoeverre deze relatief hoge verkeersintensiteit tot overlast leidt en welke maatregelen getroffen kunnen worden om de verkeersdruk en de snelheid van het verkeer te reduceren. In het kader van de woningbouwontwikkeling is het wel relevant hoe de afwikkeling op het kruispunt Europalaan / Spoorlaan zal zijn.
Dit kruispunt is conform de wegcategorisering ingericht als gelijkwaardig kruispunt (rechts voorrang). Meer verkeer dat als gevolg van de ontwikkeling Grote Braak de Spoorlaan inen uitrijdt, kan in combinatie met de relatief hoge verkeersintensiteit op de Europalaan mogelijk tot knelpunten leiden. Daarom is in hoofdstuk 6 van deze notitie een verkennende kruispunttoets uitgevoerd.
Blad 8
Figuur 5 Wegprofiel Europalaan (bron: Google Streetview) Spoorlaan De Spoorlaan verbindt de Langstraat en Plein met de Europalaan en is daarmee een belangrijke schakel tussen de projectlocatie en het hoofdwegennet. De weg is net als de Europalaan gecategoriseerd als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en ook hier geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. De weg ontsluit enkele bedrijfspercelen, hierdoor maakt ook vrachtverkeer gebruik van de weg. De Spoorlaan heeft een wegbreedte van circa 7 meter. Het wegprofiel is breder dan gebruikelijk is bij erftoegangswegen omdat vrachtverkeer gebruik maakt van de weg. Op de Spoorlaan delen fietsers de rijbaan met het gemotoriseerde verkeer, hetgeen gebruikelijk is op erftoegangswegen. De huidige verkeersintensiteit op de weg bedraagt circa 1.906 mvt/etmaal. Uitgaand van een autonome verkeersgroei van 1,5% per jaar tot 2032, bedraagt de toekomstige verkeersintensiteit 2.245 mvt/etmaal. Op basis van de verkeersgeneratie van het plan Grote Braak en de aangenomen verkeersverdeling, wordt de verkeerstoename ten behoeve van het plan geschat op circa 1.780 mvt/etmaal. Dit is een relatief forse toename ten opzichte van de huidige verkeersintensiteit.
Met een verwachte verkeersintensiteit van circa 4.025 mvt/etmaal zijn gezien de functie en inrichting van de Spoorlaan geen knelpunten te verwachten met betrekking tot de verwerking van het verkeer. Wel is de toekomstige afwikkeling op de aansluiting met de Europalaan bepalend, zie Hoofdstuk 6 van deze notitie. De gereden snelheid op de Spoorlaan is ongeveer gelijk aan de maximum snelheid. Op basis hiervan is het niet noodzakelijk om snelheidsverlagende maatregelen te treffen op dit wegvak. Gelet op de aanwezigheid van vrachtverkeer van en naar de aanliggende bedrijven is het hier ook niet gewenst om verticale snelheidsremmers toe te passen, omdat dit resulteert in een risico op geluid- of trillingenoverlast.
Blad 9
Figuur 6 Wegprofiel Spoorlaan (bron: Google Streetview) Plein Plein is ingericht als fietsstraat, gemotoriseerd verkeer is er te gast en er geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. De straat is circa 3,5 meter breed, in beide bermen is een verhardingsstrook aanwezig waarmee de totale verhardingsbreedte circa 4,5 meter is. De straat beschikt over een rode asfaltverharding en een onderbroken asmarkering ten behoeve van het fietsverkeer. Op de straat rijden in de huidige situatie circa 460 mvt/etmaal en 512 fietsers. Uitgaand van een autonome verkeersgroei van 1,5% per jaar tot 2032, bedraagt de toekomstige verkeersintensiteit 542 mvt/etmaal. De straat ontsluit enkele woonpercelen en wordt door fietsende scholieren gebruikt als school-thuis route. In Ontwerpwijzer Fietsverkeer3 van het CROW zijn enkele richtlijnen voor fietsstraten opgenomen. Op fietsstraten met een gemengd profiel geldt dat over het algemeen dat deze goed functioneren bij een fietsintensiteit die groter is dan 1.000 fietsers/etmaal en een auto intensiteit die kleiner is dan 2.500 mvt/etmaal. In het geval van de fietsstraat Plein ligt het aantal fietsers een stuk lager, maar dit geldt ook voor de auto-intensiteit. Het aantal fietsers is in de huidige situatie in ieder geval hoger dan het aantal autobewegingen, daarmee is de fietser dominant hetgeen wenselijk is op een fietsstraat.
Om de fietsstraat optimaal te laten functioneren, is het wenselijk het aantal (doorgaande) gemotoriseerde verkeersbewegingen op de fietsstraat te reduceren. Omwonenden hebben hier reeds hun zorgen geuit over sluipverkeer in combinatie met schoolgaande fietsers. Een maatregel die bijdraagt aan het terugbrengen van gemotoriseerd verkeer is het aanbrengen van een knip voor gemotoriseerd verkeer. Deze knip zorgt ervoor dat Plein alleen nog beschikbaar is voor het gemotoriseerd verkeer met een bestemming aan Plein, waardoor de verkeersveiligheid voor de fietsers alsmede de leefbaarheid verbeterd. Op de fietsstraat is de gereden snelheid een stuk hoger dan wettelijk is toegestaan. De bovengenoemde knip kan het doorgaande karakter van de weg wegnemen en de snelheid omlaag brengen. Aanvullende snelheidsverlagende maatregelen worden met oog op het comfort van de fietser niet aanbevolen. Verkeerskundig gezien is de locatie van een knip op Plein tussen Verdipad en Teeuwishoek de meest logische. Daarmee is Plein niet meer begaanbaar als doorgaande route voor het gemotoriseerde verkeer. Een locatie van de knip tussen Teewishoek en Langstraat is ook voorstelbaar, aangezien daarmee een groot deel van de bestaande woonpercelen langs Plein gebruik kunnen blijven maken van Teeuwishoek om van en naar de Europalaan te rijden.
3 CROW (2016). Publicatie 351 ‘ Ontwerpwijzer fietsverkeer’.
Blad 10
Figuur 7 Wegprofiel Plein (bron: Google Streetview) Langstraat De Langstraat verbindt de twee belangrijke ontsluitingen van het nieuwe woongebied met het omliggend wegennet. De weg is gecategoriseerd als erftoegangsweg buiten de bebouwde kom (zone 60). De weg ontsluit enkele woonpercelen. De Langstraat heeft een wegbreedte van circa 3,5 meter, in beide bermen is een verhardingsstrook aanwezig waarmee de totale verhardingsbreedte circa 4,5 meter is. Fietsers delen de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer. De huidige verkeersintensiteit op de weg bedraagt circa 1.280 mvt/etmaal tussen de Spoorlaan en Bremweg en circa 1.077 mvt/etmaal ten westen van de Bremweg. Uitgaand van een autonome verkeersgroei van 1,5% per jaar tot 2032, bedraagt de toekomstige verkeersintensiteit respectievelijk 1.508 mvt/etmaal en 1.268 mvt/etmaal. Op basis van de verkeersgeneratie van het plan Grote Braak en de aangenomen verkeersverdeling, wordt de verkeerstoename ten behoeve van het plan geschat op circa 1.780 mvt/etmaal extra verkeersbewegingen op het wegvak tussen de Spoorlaan en de nieuwe ontsluitingsweg van het projectgebied. De toekomstige verkeersintensiteit komt daarmee uit op circa 3.288 mvt/etmaal, dit is een forse toename ten opzichte van de huidige situatie. Op de Langstraat ten westen van de nieuwe ontsluitingsweg is de verkeerstoename naar verwachting circa 200 mvt/etmaal.
Daarmee neemt de verkeersintensiteit op dit wegvak toe tot circa 1.468 mvt/etmaal. Voor erftoegangswegen buiten de bebouwde kom geeft het CROW4 enkele basiscriteria met betrekking tot de wegbreedte en verkeersintensiteit. Vermeld staat dat de intensiteiten op erftoegangswegen in de praktijk variëren van enkele honderden voertuigen tot 5.000 à 6.000 voertuigen per dag. Op wegen met een verhardingsbreedte van circa 4,5 meter en een berm die bestaat uit zandgrond, is bij een intensiteit van 1.000 of meer voertuigen per dag de kans op bermschade groot en moet er een bredere verharding worden toegepast. Op het wegvak ten westen van de nieuwe ontsluitingsweg van het woongebied zal de verwachtte verkeerstoename tot 1.468 mvt/etmaal niet direct tot problemen leiden, omdat de toename ten behoeve van het plan op dit wegvak marginaal is.
4 CROW (2013). Publicatie 328 ‘Handboek Wegontwerp Deel – Basiscriteria’
Blad 11
Op het wegvak tussen het nieuwe woongebied en de Spoorlaan is de toekomstige verkeersintensiteit dermate hoog dat wegverbreding gewenst is, ter voorkoming van bermschade. Conform de indicatieve richtlijn van het CROW4 past een verhardingsbreedte van ten minste 5,5 meter bij de verwachte verkeersintensiteit. De gereden snelheid op de Langstraat ligt lager dan wettelijk is toegestaan (60 km/uur). Met het oog op de toenemende verkeersintensiteit en het bestemmingsverkeer van en naar de woningbouwontwikkeling, wordt aanbevolen de locatie van de komgrens en daarmee de maximum snelheid te heroverwegen. De komgrens bevindt zich momenteel op de Langstraat, bij het kruispunt met de Spoorlaan / Plein. Door de komgrens en daarmee de overgang 60-30 km/uur te verplaatsen tot voorbij de ontsluitingswegen van het nieuwe woongebied, wordt dit woongebied betrokken bij de huidige bebouwde kom. Ook ontstaat hierdoor een verkeersveiligere situatie met lagere snelheden hetgeen in combinatie met het langzaam verkeer gewenst is. Aanvullend wordt aanbevolen om het gedeelte van de Langstraat binnen de bebouwde kom te voorzien van een open (klinker)verharding en op de aansluitingen van de woningbouwontwikkeling op de Langstraat een kruispuntplateau te realiseren om de snelheid op deze rechtstand te reduceren.
Door de verplaatsing van de komgrens in combinatie met een maximumsnelheid van 30 km/u en aanleg van kruispuntplateaus, wordt de route ook onaantrekkelijker gemaakt voor doorgaand verkeer vanuit Schijndel dat via de Langstraat en de wegen in het buitengebied naar het westen rijdt en vice versa.
Figuur 8 Wegprofiel Langstraat (bron: Google Streetview)
Blad 12
Venushoek en Bremweg Venushoek en Bremweg zijn erftoegangswegen buiten de bebouwde kom waar een maximumsnelheid van 60 km/uur geldt. Venushoek heeft een wegbreedte van circa 4,5 meter, de Bremweg heeft een wegbreedte van circa 4 meter. De wegen zullen sporadisch gebruikt gaan worden door bewoners van het nieuwe woongebied. De huidige verkeersintensiteit is circa 780 mvt/etmaal (Venushoek) en 1.190 mvt/etmaal (Bremweg). Uitgaand van een autonome verkeersgroei van 1,5% per jaar tot 2032, bedraagt de toekomstige verkeersintensiteit respectievelijk 919 mvt/etmaal op de Venushoek en 1.397 mvt/etmaal op de Bremweg. Conform de richtlijnen van het CROW5 kunnen wegen met een wegbreedte van 4,00 meter een intensiteit tot circa 575 mvt/etmaal afwikkeling alvorens er bermschade optreedt. Op de Bremweg wordt deze intensiteit reeds overschreden. Op wegen met een verhardingsbreedte van circa 4,5 meter (Venushoek), is bij een intensiteit van 1.000 of meer voertuigen per dag de kans op bermschade groot en moet er een bredere verharding worden toegepast. Deze intensiteit wordt niet overschreden. Wanneer blijkt dat de huidige verkeersintensiteit op de Bremweg in de bestaande situatie al tot verkeersonveilige situaties leidt, is het wenselijk de Bremweg te verbreden. Ten behoeve van de ontwikkeling Grote Braak is de verwachte toename zeer beperkt en zal deze an sich niet tot knelpunten leiden.
Het overgrote deel van het verkeer (schatting 90%) zal afwikkelen in de richting van de Europalaan. Het restant, dat naar de N618 rijdt, maakt naar verwachting voornamelijk gebruik van de route Langstraat - Schootsehoef, daarmee worden de Venushoek en Bremweg grotendeels ontzien. Aangezien de woningbouwontwikkeling Grote Braak naar verwachting geen of een zeer marginale bijdrage levert aan de intensiteit op de Venushoek en Bremweg, zijn voor de ontwikkeling van het woningbouwplan geen maatregelen op deze wegen noodzakelijk. De gereden snelheden op de Bremweg en Venushoek zijn gelijk aan / lager dan wettelijk is toegestaan. Op basis hiervan is het niet noodzakelijk om snelheidsverlagende maatregelen te treffen op dit wegvak.
Figuur 9 Wegprofiel Venushoek (bron: Google Streetview)
5 CROW (2013). Publicatie 328 ‘Handboek Wegontwerp Deel – Basiscriteria’