CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage1 Integrale verordening Sociaal domein Meierijstad 2023

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling integrale verordening sociaal domein Meierijstad27.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

volwassenen met psychiatrische problemen met beperkt psychische of psychosociale functioneren eventueel gecombineerd met beperkt intellectueel vermogen en/of gedragsproblemen en tijdelijk niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; b. volwassenen met licht verstandelijke beperking met beperkt psychisch of psychosociaal functioneren en/of gedragsproblemen die tijdelijk niet in staat zijn zich op eigen kracht te hand haven in de samenleving.

24

3. Bij beschermd wonen wordt een veilige leefomgeving geboden door vormen van toezicht en begeleiding. Het college kan Nadere regels stellen voor de verschillende vormen van beschermd wonen. 4. De ondersteuning is gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie (meedoen in de samenleving) maar is ook gericht op het psychisch en sociaal functioneren, het voorkomen van verwaarlozing, maatschappelijke overlast of van gevaar voor de inwoner zelf en anderen. 5. Binnen beschermd wonen worden zes pakketten onderscheiden. Dit zijn: ·· Intramuraal Beschermd wonen Intensief ·· Intramuraal Beschermd wonen basis ·· Kleinschalig Thuis intensief ·· Kleinschalig Thuis basis ·· Zelfstandig Thuis intensief ·· Zelfstandig Thuis basis 6. Deze pakketten kunnen aangevuld worden met één van de drie bestaande modules Dagbesteding Beschermd wonen. Dit zijn: ·· 1 t/m 3 dagdelen ·· 4 t/m 6 dagdelen ·· 7 t/m 9 dagdelen Artikel 5.2.2 Toe- en afwijzingsgronden 1. Een inwoner kan op aanvraag in aanmerking komen voor beschermd wonen als: a. de inwoner een geldende psychiatrische diagnose heeft van een arts (BIG- geregistreerde artikel 14-functionaris);of b. het nodig is om de inwoner of directe omgeving te beschermen als gevolg van deze gediagnosticeerde psychiatrische aandoening; en c. de regio Meierij en Bommelerwaard de regio is waarbinnen de opvang van de inwoner het meest kansrijk is.

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

2. De inwoner komt niet in aanmerking voor beschermd wonen als: a. de inwoner zelfstandig kan wonen zonder dat specifieke ondersteuning nood- zakelijk is, die 24 uur en 7 dagen per week beschikbare ondersteuning en/of begeleiding vereist; of b. de inwoner geen medisch toetsbare psychiatrische diagnose kan overleggen waaruit de noodzaak tot beschermd wonen blijkt of c. de inwoner wel een aantoonbare diagnostische behoefte tot beschermd verblijf heeft, maar hiervoor nog onder behandeling staat; d. de regio Meierij en Bommelerwaard niet de regio is waarbinnen de opvang van de inwoner het meest kansrijk is. In dat geval wordt de aanvraag ter behandeling doorgezonden naar de regio die het meest kansrijk is. PARAGRAAF 5.5 MAATSCHAPPELIJKE OPVANG Artikel 5.5.1 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner van 18 jaar en ouder, ondersteuning-op-maat kan krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang.. 2. Onder maatschappelijke opvang worden de voorzieningen dag- en nachtopvang, opvang met intensieve zelfstandigheidstraining, jongerenopvang, kleinschalige opvang en woon-werktrajecten verstaan. 3. De centrumgemeente ’s-Hertogenbosch voert deze opvang uit voor de zeven gemeenten Boxtel, Maasdriel, Meierijstad, Sint-Michielsgestel, ’s-Hertogenbosch, Vught en Zaltbommel. 4. De kleinschalige opvang in Meierijstad is een lokale verantwoordelijkheid.

De gemeente voert deze zelf uit in afstemming met de gemeente ’s-Hertogenbosch.

25

Artikel 5.5.2 Toe en afwijzingsgronden 1. Een inwoner kan in aanmerking komen voor opvang als: a. hij feitelijk of residentieel dakloos is en tijdelijk onderdak nodig heeft; en b. hij beperkt zelfredzaam is waardoor hij zich niet op eigen kracht kan handhaven in de maatschappij; en c. hij niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid op kunnen heffen; en 2. Een inwoner komt niet in aanmerking voor opvang als: a. hij ondersteuning nodig heeft bij het uitvoeren van alledaagse levens- verrichtingen, waaronder persoonlijke verzorging en hulp bij huishouden. b. hij een fysieke of zintuigelijke beperking heeft waardoor de opvang niet of onvoldoende toegankelijk is. c. Er duidelijke indicaties bestaan voor dominante verslaving of psychiatrische problematiek die niet door de instelling begeleid kan worden en/of belastend is voor het samenwonen binnen de voorziening. Of als er sprake is van veiligheidsrisico’s voor de inwoner zelf of diens omgeving. d. hij ernstig verstandelijk beperkt is en daardoor binnen de instelling niet adequaat begeleid kan worden. e. hij niet akkoord gaat met de huisregels en de verblijfsvoorwaarden van de opvanginstelling, waaronder het meewerken aan een zekerheidsstelling voor de betaling van de bijdrage Artikel 5.6 Vrouwenopvang 1. Een inwoner komt in aanmerking voor de vrouwenopvang als: a.

deze slachtoffer is van geweld in huiselijke kring, dan wel slachtoffer is van mensenhandel, en vanwege aspecten van veiligheid de thuissituatie moet verlaten; of

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

b. er sprake is van kindermishandeling en opvang van kind(eren) met de beschermende ouder/verzorger in de opvang noodzakelijk is; en c. deze 18 jaar of ouder is, al dan niet met kinderen; en d. geen mogelijkheid heeft om zelf, al dan niet met gebruikmaking van het eigen sociale netwerk of door interventie van derden, een veilige situatie te creëren of in alternatieve huisvesting te voorzien. 2. De centrumgemeente ’s-Hertogenbosch voert deze opvang uit voor de 12 gemeenten Bernheze, Boekel, Boxtel, Maasdriel, Meierijstad, Oss, Sint-Michielsgestel, ’s-Hertogenbosch, Vught, Zaltbommel, Maashorst en Land van Cuijk. PARAGRAAF 5.7 MANTELZORG Een mantelzorger zorgt langdurig, intensief en onbetaald voor iemand in de thuissituatie of in een instelling, die een beperking, chronische of levensbedreigende ziekte heeft en met wie hij al een persoonlijke band heeft. Mantelzorgers vervullen een belangrijke rol. Daarom investeert de gemeente in de ondersteuning van mantelzorgers om overbelasting te voorkomen. Ook heeft de gemeente aandacht voor erkenning en waardering van deze groep, via een jaarlijkse mantelzorgwaardering. Artikel 5.7.1 Ondersteuning mantelzorger 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die mantelzorg geven informatie en advies kunnen krijgen. 2.

De gemeente kan ook ondersteuning-op-maat geven zodat de mantelzorg voor een korte periode (deels) wordt overgenomen om de mantelzorger tijdelijk te ontlasten. Artikel 5.7.2 Voorwaarden mantelzorgwaardering 1. De gemeente kent jaarlijks een mantelzorg waardering toe. 2. Een mantelzorgwaardering kan worden aange vraagd door degene die mantelzorg ontvangt.

26

De volgende voorwaarden gelden: a. Degene die mantelzorg ontvangt moet inwoner zijn van de gemeente; b. De mantelzorg wordt over een langere periode verleend; minimaal 3 maanden, gemiddeld 8 uur per week; en c. De mantelzorg wordt verleend door iemand die geen betaalde hulp aan de inwoner geeft. 3. De mantelzorgwaardering moet worden aan gevraagd voor 31 december van het betreffende jaar. 4. De inwoner kan de mantelzorgwaardering verdelen over meerdere betrokken mantelzorgers. Artikel 5.7.3 Kortdurend verblijf Met kortdurend verblijf bedoelen we het logeren elders (van de inwoner met beperking). Bij Kortdurend verblijf kan een indicatie voor vervoer gegeven worden. Dat kan alleen als de inwoner niet zelfstandig, of met behulp van het netwerk of met behulp van een algemene voorziening zich van de woning van de inwoner naar de locatie voor Kortdurend verblijf kan verplaatsen 1. De gemeente kan op aanvraag van de inwoner met een beperking ter ontlasting van de mantelzorger een vergoeding toekennen voor kort verblijf van die inwoner op een ander adres. Kortdurend verblijf is bedoeld ter ontlasting van de mantelzorger en uitdrukkelijk preventief bedoeld. Met kortdurend verblijf wil de gemeente bereiken dat de mantelzorger de zorg thuis vol kan houden zodat opname in een intramurale instelling wordt voorkomen of uitgesteld. 2.

Voor kortdurend verblijf gelden de volgende voorwaarden: a. De inwoner heeft een somatische, psychiatrische, psycho-geriatrische beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperking; b. De ontlasting van de persoon die mantelzorg aan de inwoner levert, is noodzakelijk;

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

c. De inwoner is, gezien de ondersteuningsen zorgbehoefte aangewezen op permanent toezicht; d. De inwoner kan geen beroep doen op de Wet langdurige zorg of zijn aanvullende zorgverzekering. 3. Bij Kortdurend verblijf kan de gemeente een indicatie voor vervoer geven. als de inwoner niet zelfstandig, of met behulp van het netwerk of met behulp van een algemene voorziening zich van de woning van de inwoner naar de locatie voor Kortdurend verblijf kan verplaatsen Artikel 5.7.4 Mantelzorgwoning 1. De gemeente stelt de volgende voorwaarden voor het plaatsen van een mantelzorgwoning: a. De inwoner is zelf verantwoordelijk voor het realiseren van de mantelzorgwoning; b. De mantelzorgwoning wordt uit eigen middelen betaald; c. De mantelzorgwoning kan vergunnings vrij geplaatst worden op het achtererfgebied; d. De mantelzorgwoning kan betrokken worden door de mantelzorger of de mantelzorgontvanger; e. Het gaat om huisvesting in of bij een woning van maximaal één huishouden van maximaal twee personen, waarvan ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning; f. Voor het realiseren van een mantelzorg woning is een (pré)mantelzorgverklaring nodig waarin de mantelzorgbehoefte van de inwoner wordt aangetoond; g.

De (pré)mantelzorgverklaring kan worden afgegeven door de huisarts, de wijkver pleegkundige of een door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur; h. De inwoner betaalt de kosten van de (pré) mantelzorgverklaring.

27

Artikel 5.7.5 Mantelzorgverklaring voor een mantelzorgwoning 1. De inwoner komt in aanmerking voor een daarvoor benodigde mantelzorgverklaring, als: a. de mantelzorg voor een periode langer dan 3 maanden gaat plaatsvinden; en b. bminimaal 8 uur per week mantelzorg wordt geleverd. 2. In de mantelzorgverklaring neemt de adviseur een programma van eisen op voor de mantel zorgwoning. De inwoner is zelf verantwoordelijk dat de mantelzorgwoning aan deze eisen voldoet en kan daartoe geen aanspraak maken op woningaanpassingen in het kader van de Wmo.

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

Artikel 5.7.6 Premantelzorgverklaring 1. De inwoner komt in aanmerking voor een premantelzorgverklaring, als: a. op basis van het ziektebeeld te voorzien is dat binnen een periode van 5 jaar een mantelzorgrelatie ontstaat, waarbij: b. de mantelzorg voor een periode langer dan 3 maanden gaat plaatsvinden; en c. minimaal 8 uur per week mantelzorg wordt geleverd. 2. In de premantelzorgverklaring neemt de adviseur een programma van eisen op voor de mantelzorgwoning. De inwoner is zelf verant woordelijk dat de mantelzorgwoning aan deze eisen voldoet en kan daartoe geen aanspraak maken op woningaanpassingen in het kader van de Wmo.

28

6. VERVOER NAAR SCHOOL (Verordening bekostiging leerlingenvervoer of tegemoetkoming leerlingenvervoer) Ieder kind heeft recht op onderwijs. Onderwijs dat past bij de mogelijkheden van het kind of aansluit bij de levensovertuiging of godsdienst van de ouder. Soms is de afstand van huis naar school te groot voor het kind of kan het vanwege een beperking niet zelfstandig naar school reizen. In dit hoofdstuk staat hoe wij ouders ondersteunen bij het vervoer van het kind naar school.

KERNDOELEN: • Ieder kind heeft recht op onderwijs dat bij zijn mogelijkheden past. • De gemeente heeft extra zorg voor kwetsbare groepen. • De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de ouders en kinderen.

PARAGRAAF 6.1 UITGANGSPUNTEN Artikel 6.1.1 Algemene voorwaarden De gemeente kent aan de ouders van de in de gemeente verblijvende leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe onder de voorwaarden genoemd in deze verordening. 1. Ouders zijn er zelf voor verantwoordelijk dat hun kind naar school gaat. 2. De gemeente kijkt naar de leeftijd van het kind op 1 augustus van het schooljaar waarvoor de ouder een tegemoetkoming aanvraagt. 3. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. 4. De gemeente maakt bij het aangepast vervoer gebruik van opstapplaatsen. De ouder is er zelf voor verantwoordelijk dat het kind naar de opstapplaats gaat en zo nodig begeleid wordt.

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

Alleen als het kind om medische redenen geen gebruik kan maken van een opstapplaats, wordt het thuis opgehaald. 5. Aangepast vervoer rijdt op de vaste schooldagen en schooltijden, zoals opgenomen in de schoolgids van de school waar het kind ingeschreven staat. 6. Als de school van het kind verschillende lesroosters gebruikt binnen de vaste schooltijden, kan het zijn dat het kind maximaal twee lesuren moet wachten op de taxibus. 7. Als het kind door een structurele handicap op afwijkende schooltijden vervoerd moet worden, moet dit in het ontwikkelingsperspectiefplan opgenomen zijn. 8. In gevallen waarin dit hoofdstuk niet voorziet, beslist de gemeente. Artikel 6.1.2 Samenwerking De gemeente werkt samen met de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs voor primair 29

en voortgezet onderwijs en de regiogemeenten. Met hen maakt zij afspraken om het onderwijs zo thuisnabij mogelijk te organiseren. Daarbij is leerlingenvervoer ook een thema. Dit wordt vastgelegd in het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband, dat na overleg met de regiogemeenten wordt vastgesteld. De gemeente betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van een vervoersvoorziening het ondersteuningsplan. PARAGRAAF 6.2 DOELGROEPEN

2. De gemeente verstrekt aan ouders een voorziening voor stagevervoer: a. als het kind naar een school voor voortgezet (speciaal) onderwijs gaat met een arbeidsmarktgericht uitstroomprofiel, en al in aanmerking komt voor een tegemoetkoming; en b. de stagetijden overeenkomen met de schooltijden; en c. de stage op één adres plaatsvindt; en d. de stage binnen een maximale afstand van 20 kilometer van de woning ligt.

Artikel 6.2.1 Basisonderwijs (Wet op het primair onderwijs en Wet op de expertisecentra) 1. De gemeente kent op aanvraag van de ouders een vervoersvoorziening toe als het kind in de gemeente Meierijstad verblijft, een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs bezoekt en: a. de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke basisschool meer dan 6 kilometer bedraagt; en b. het kind op 1 augustus van het schooljaar minimaal 4 jaar oud is. Bij speciaal onderwijs voor kinderen met een beperking aan het gehoor geldt een leeftijd van minimaal 3 jaar.

Artikel 6.2.3 Tijdelijke vervoersvoorziening 1. De gemeente verstrekt op aanvraag van de ouders een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal 6 weken als het kind als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente Meierijstad verblijft. Er moet voldaan zijn aan de volgende punten: a. het kind blijft zijn eigen school bezoeken; en b. het kind krijgt al een tegemoetkoming voor het leerlingenvervoer; en c. de verwachting is dat het kind na deze periode van 6 weken weer in Meierijstad gaat verblijven.

Artikel 6.2.2 Voortgezet (speciaal) onderwijs (Wet op het voortgezet onderwijs en Wet op de expertisecentra) 1. De gemeente kent op aanvraag van de ouders een vervoersvoorziening toe als het kind in de gemeente Meierijstad verblijft, een school voor het voortgezet (speciaal) onderwijs bezoekt en: a. de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor voortgezet (speciaal) onderwijs meer dan 6 kilometer bedraagt; of b. het kind het voortgezet (speciaal) onder wijs bezoekt maar door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische beperking niet in staat is – ook niet onder begeleiding – om gebruik te maken van de fiets of het openbaar vervoer

Artikel 6.2.4 Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie 1. De gemeente verstrekt van een in de gemeente wonende ouder een voorziening voor het vervoer in het weekeinde en de vakantie als het kind, met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, in een internaat of pleegge zin verblijft. Het volgende vervoer wordt bekostigd: a. weekeindevervoer van het kind voor de, een maal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouder en terug. Behalve wanneer de weekeinden vallen in een schoolvakantie. b. vakantievervoer van het kind van het internaat of pleegezin naar de woning van de ouder en terug, eenmaal per schoolvakantie van 2 dagen of meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids zijn genoemd.

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

30

c. de regels uit de andere artikelen van dit hoofdstuk gelden ook voor het weekeinde- en vakantievervoer, behalve de bepaling dat de enkele reis naar school met het openbaar vervoer meer dan anderhalf uur duurt en de reistijd met aangepast vervoer wordt terugge bracht tot 50% of minder; PARAGRAAF 6.3 AANVRAAG VAN HET VERVOER Artikel 6.3.1 Aanvraagprocedure 1. Een aanvraag voor een tegemoetkoming wordt gedaan in de gemeente waar de leerling verblijft. Daarvoor gebruikt de ouder een (digitaal) formulier. 2. In geval van co-ouderschap moeten beide ouders een aanvraag doen in de gemeente waar de ouder woont. 3. De gemeente kan aanvullende gegevens vragen aan ouders als dat voor de beoordeling van de aanvraag nodig is. Artikel 6.3.2 Beoordeling aanvraag 1. Op het moment dat de ouder een aanvraag indient, onderzoekt de gemeente of het kind voor een vervoersvoorziening in aanmerking komt, en welke voorziening passend is. Een gesprek met de consulent leerlingenvervoer kan onderdeel zijn van dat onderzoek. Ook kan een externe deskundige gevraagd worden om mee te kijken naar de best passende vervoersvoorziening. 2. De gemeente onderzoekt: a. of de dichtstbijzijnde toegankelijke school verder weg ligt dan de afstandsgrens van 6 kilometer. De gemeente berekent de kortste afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en waar plaats is.

Voor het bepalen van de kortste, veilige route wordt de actuele routeplanner van de ANWB gebruikt. b. of het kind naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school gaat. De toelaatbaarheidsverklaring of het arran gement dat het samenwerkingsverband heeft afgegeven is hierbij leidend.

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

c. of er begeleiding nodig is bij het reizen. d. of er een eigen bijdrage betaald moet worden. Gaat het kind naar een basis school of een speciale school voor basisonderwijs en deze ligt verder weg dan 20 kilometer, dan kan een eigen bijdrage als bedoeld in artikel 6.3.6 worden opgelegd. e. hoe hoog het inkomen is van het huis houden waarin de leerling verblijft op basis van het meest recente IB60 formulier Artikel 6.3.3 Vorm en hoogte vervoersvoorziening 1. Als een leerling in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening op basis van paragraaf 6.2, stemt de gemeente de tegemoetkoming af op de goedkoopste manier van reizen. Als het kind naar school kan fietsen wordt een fietsvergoeding toegekend. Als fietsen naar school niet lukt (ook niet met begeleiding) is een vergoeding voor het openbaar vervoer de volgende mogelijkheid. Pas als het kind ook niet met openbaar vervoer kan reizen (ook niet met begeleiding) kan aangepast vervoer worden ingezet. Dit uitgangspunt is in de volgende leden nader uitgewerkt. 2. Het kind dat naar groep 8 van de basisschool of de speciale school voor basisonderwijs of school voor voortgezet speciaal onderwijs gaat, krijgt een bekostiging voor de fiets (zo nodig met begeleiding), tenzij het door een structurele beperking niet in staat is te fietsen. 3.

Het kind dat naar groep 8 van de basisschool of de speciale school voor basisonderwijs of school voor voortgezet speciaal onderwijs gaat krijgt een bekostiging voor openbaar vervoer, zo nodig met begeleiding, als: a. het vervoer per fiets, ook met begeleiding, niet mogelijk is; en b. het kind zelfstandig of met begeleiding met het openbaar vervoer kan reizen. 4. Het kind komt in aanmerking voor aangepast vervoer als: a. het kind naar het basisonderwijs of speciaal basisonderwijs gaat t/m groep 7; of b. het kind naar het speciaal onderwijs gaat; 31

c. het kind niet met het openbaar vervoer, ook niet met begeleiding, naar school kan of er geen openbaar vervoer naar school is; of d. de enkele reis naar school met het open baar vervoer meer dan anderhalf uur duurt en de reistijd met aangepast vervoer wordt teruggebracht tot 50% of minder; of e. als de ouders voldoende aantonen dat begeleiding van de leerling door de ouder(s) of anderen onmogelijk is of dat begeleiding tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of f. het kind een structurele beperking heeft waardoor hij niet met het openbaar vervoer kan reizen. 5. Bij het toekennen van aangepast vervoer onderzoekt de gemeente met de ouder, het kind, de school en het samenwerkingsverband of zelfstandig leren reizen met het openbaar vervoer of de fiets, al dan niet met begeleiding, in de toekomst mogelijk is. De gemeente biedt leerprojecten voor het gebruik van het openbaar vervoer aan. Artikel 6.3.4 Vergoeding kosten begeleiding 1. Als een kind een vervoersvoorziening krijgt en begeleiding nodig heeft bij het reizen naar school dan verstrekt de gemeente een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider. Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor het organiseren van de begeleiding. Salariskosten worden niet vergoed. Voor medische begeleiding tijdens het vervoer is de gemeente niet verantwoordelijk. 2.

Als een begeleider één of meerdere kinderen begeleidt, dan vergoedt de gemeente de reiskosten van één begeleider. 3. Als een leerling begeleiding nodig heeft in het aangepast vervoer, dan vergoedt de gemeente alleen de kosten van de begeleiding van de leerling (beladen kilometers).

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

Artikel 6.3.5 Eigen vervoer 1. Als de gemeente toestemming geeft aan de ouder om het kind zelf te vervoeren met de eigen auto, dan is de vergoeding nooit hoger dan die waar het kind recht op heeft. 2. Als de ouder meerdere kinderen tegelijk met de auto vervoert verstrekt de gemeente éénmaal de kilometervergoeding voor de auto volgens cao Rijk. 3. De ouder krijgt geen tegemoetkoming als zijn kind met een andere ouder meereist die van de gemeente een vergoeding ontvangt voor het vervoer van zijn eigen kind. 4. De gemeente kan toestemming verlenen voor een andere passende vervoersvoorziening die goedkoper is dan, of gelijk aan, de kosten van openbaar vervoer. 5. De kilometervergoeding voor het gebruik van de (brom)fiets sluit aan op cao Rijk. 6. Als de ouder op grond van een andere regeling een vervoersvergoeding ontvangt brengt de gemeente die in mindering. 7. Als de ouder een tegemoetkoming ontvangt voor leerlingenvervoer en daarnaast in aanmerking komt voor vervoer in het kader van de jeugdwet (zie hoofdstuk 4.3), wordt in samenspraak met de ouder gekeken naar een passende tegemoetkoming. Artikel 6.3.6 Inkomensafhankelijke bijdrage 1. Als de reisafstand naar de basisschool of het speciale school voor basisonderwijs meer dan 20 kilometer is dan geldt het volgende: a. als de gemeente zorgt voor aangepast vervoer, dan betalen ouders aan de gemeente een eigen bijdrage; b.

als het kind op een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de inkomens- afhankelijke bijdrage afgetrokken van de vergoeding die ouders krijgen.

32

2. De hoogte van de inkomensafhankelijke bijdrage wordt per kind per schooljaar berekend en hangt af van het verzamel- inkomen van de ouders in het peiljaar. Inkomen vanaf

tot

Eigen bijdrage per schooljaar

€0

€ 36.000

Nihil

€ 36.001

€ 42.500

€ 150

€ 42.501

€ 49.000

€ 645

€ 49.001

€ 55.500

€ 1.200

€ 55.501

€ 63.000

€ 1.760

€ 63.001

€ 69.500

€ 2.360

€ 69.501

En voor elke € 5.000 erbij

€ 565

3. De gemeente kan de tegemoetkoming stopzetten als de ouder de eigen bijdrage niet (langer) betaalt. 4. De gemeente past de bedragen van de inkomensgrenzen en van de eigen bijdrage genoemd in het tweede lid, jaarlijks aan (indexering) voor het eerst met ingang van schooljaar 2022-2023. Wij volgen hierbij de wijzigingen van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). 5. Voor ouders van kinderen die vanwege langdurige beperkingen niet zelfstandig met het openbaar vervoer kunnen reizen, geldt de regeling in dit artikel niet. Zij betalen geen inkomensafhankelijke bijdrage. Artikel 6.3.7 Ingangsdatum tegemoetkoming / vervoersvoorziening Een door de gemeente toegekende tegemoetkoming gaat in op de datum die de ouder aanvraagt. Deze datum mag niet liggen vóór de datum waarop de gemeente de aanvraag heeft ontvangen. Voor aangepast vervoer geldt dat de het vervoer zo snel mogelijk na het besluit ingaat.

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

33

7. INKOMEN EN SCHULDEN De gemeente heeft een financieel vangnet voor inwoners die te weinig inkomen en vermogen hebben om de dagelijkse kosten te betalen: een maandelijkse bijstandsuitkering. Om deze inwoners en andere inwoners met een laag inkomen extra te ondersteunen, kunnen zij bij de gemeente een aantal aanvullende uitkeringen en toeslagen aanvragen. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste extra’s geregeld. Voor een aantal extra’s wordt een inkomensgrens genoemd. Dit is geen harde grens, maar een uitgangspunt (kompas) bij het beoordelen van aanvragen. Inwoners die in een vergelijkbare financiële situatie zitten als inwoners met een bijstandsuitkering, kunnen vaak ook geholpen worden. Dat beoordeelt de gemeente per situatie. Ook worden er enkele basisregels gegeven voor de ondersteuning die de gemeente kan bieden bij een schuldenprobleem.

KERNDOELEN: • De gemeente zet zich in voor het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden. • De gemeente zorgt voor een financieel vangnet. • De gemeente versterkt de (financiële) zelfredzaamheid van inwoner.

PARAGRAAF 7.1 UITGANGSPUNTEN ARMOEDEBELEID (PW, Gemeentewet) 1. De gemeente wil dat inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer hun noodzakelijke bestaanskosten kunnen betalen en kunnen meedoen aan de samenleving. De gemeente neemt maatregelen om armoede en schulden te voorkomen. 2. De gemeente biedt inwoners die moeite hebben om rond te komen of die schulden hebben ondersteuning bij het op orde krijgen van hun financiën. Het doel van die ondersteuning is dat inwoners blijvend een gezonde financiële huishouding krijgen.

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

3. De gemeente werkt bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden zoveel mogelijk samen met andere organisaties. 4. De gemeente stimuleert initiatieven van inwoners en organisaties die zijn gericht op het tegengaan van armoede en schulden. 5. De gemeente legt vast hoe het armoedebeleid voor een bepaalde periode ingevuld wordt. De gemeente geeft daarbij aan welke groepen kwetsbare inwoners op welke manier financieel worden ondersteund. De gemeente richt het armoedebeleid zo in, dat inwoners met een laag inkomen voldoende ondersteund worden.

34

6. De gemeente betrekt bij het maken van het armoedebeleid naast inkomen ook andere onderwerpen en leefdomeinen zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. 7. De gemeente zorgt ervoor dat voorzieningen die per maand of per jaar worden verstrekt na afloop van die periode op een eenvoudige manier of zo mogelijk automatisch opnieuw aangevraagd kunnen worden. PARAGRAAF 7.2 BIJZONDERE BIJSTAND (PW) Bijzondere bijstand is een belangrijk hulpmiddel voor de gemeente om inwoners financieel te helpen. Hier worden de uitgangspunten beschreven waarmee de gemeente rekening houdt bij het toepassen van de regels over bijzondere bijstand uit artikel 35 van de Participatiewet. Artikel 7.2.1 Vangnet 1. De gemeente biedt bijzondere bijstand actief aan als een financieel vangnet voor inwoners die geen beroep kunnen doen op eigen mogelijkheden of op andere voorzieningen. Bijzondere bijstand is ervoor bedoeld dat: a. inwoners met een laag inkomen en zonder goede financiële buffer extra noodzakelijke uitgaven kunnen betalen; het gaat dan om uitgaven die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald en; b. voldoende mogelijkheden hebben om mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. 2. Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand betrekt de gemeente de kerndoelen en de doelen van het gemeentelijke armoedebeleid die hierboven zijn beschreven.

De gemeente maakt zo weinig mogelijk gebruik van de bijzondere bijstand in de vorm van een lening. 3. De bijzondere bijstand is bedoeld voor inwoners die moeten rondkomen van een inkomen dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm.

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

4. De gemeente werkt met 1 aanvraagformulier voor meerdere regelingen. Bij een aanvraag voor één van deze regelingen wordt automatisch gekeken of de inwoner ook voor een andere regeling in aanmerking komt. Als dit zo is, wordt deze automatisch toegekend of wordt de inwoner geïnformeerd over de mogelijkheden. 5. Het college kan nadere regels stellen over de hoogte van de bijzondere bijstand en de voorwaarden die hiervoor gelden. PARAGRAAF 7.2 STUDIETOESLAG (PW) Studenten met een beperking hebben soms extra ondersteuning nodig om een opleiding te volgen. Dat is belangrijk omdat de kans op werk met een afgeronde opleiding groter is. Met een studietoeslag krijgt de student een zetje in de rug omdat het inkomen wordt aangevuld. In deze paragraaf geeft de gemeente aan voor welke studenten de studietoeslag van artikel 36b van de Participatiewet is bedoeld, welk bedrag toegekend kan worden en hoe dat wordt uitbetaald. Artikel 7.2.1 Doelgroep 1. De studietoeslag is bedoeld voor de student van 18 jaar of ouder die: a. een mbo-, hbo- of wo-opleiding volgt; en b. een tegemoetkoming in de schoolkosten of studiefinanciering van het DUO krijgt of kan krijgen; en c. als rechtstreeks gevolg van een ziekte of gebrek structureel niet in staat is naast de studie inkomsten te verwerven.

Artikel 7.2.2 Vaststellen beperking Nadat de student een aanvraag heeft ingediend, onderzoekt de gemeente of de medische beperking van de student zo groot is dat hij naast de studie structureel niet kan bijverdienen. De gemeente doet dat aan de hand van gegevens die zij van de student of van andere instanties heeft gekregen. Als die gegevens niet duidelijk genoeg zijn, vraagt de gemeente aan een onafhankelijke deskundige om een advies te geven.

35

Artikel 7.2.3 Hoogte en duur van de toeslag 1. De studietoeslag is € 300 (jaarlijkse indexering) per maand en wordt elke maand uitbetaald. 2. Als de student niet meer aan de voorwaarden voldoet, wordt de studietoeslag beëindigd. PARAGRAAF 7.3 INKOMENSTOESLAG (PW) De individuele inkomenstoeslag van artikel 36 van de Participatiewet is bedoeld voor inwoners die al jaren moeten rondkomen van een laag inkomen en geen uitzicht hebben op verbetering van hun inkomen. Het is een extraatje dat jaarlijks kan worden aangevraagd en waarmee het inkomen wordt aangevuld. Hier is beschreven wat de gemeente onder een laag inkomen verstaat en welke aanvullende voorwaarden er gelden. Artikel 7.3.1 Doelgroep 1. De inkomenstoeslag is bedoeld voor de inwoner van 21 jaar of ouder, maar jonger dan de AOW-leeftijd, die: a. in een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen heeft gehad dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm; b. geen goede financiële buffer heeft; en c. geen uitzicht heeft op verbetering van het inkomen. 2. Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, moet worden ingediend op een daartoe bestemd aanvraagformulier, onder overlegging van de benodigde bewijsstukken, of – indien dit naar het oordeel van het college doelmatiger is – in overeen stemming met een hiervoor door het college vastgestelde werkwijze. 3.

Een inwoner komt niet in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag als aan hem/haar in het jaar dat vooraf gaat aan de peildatum een maatregel is opgelegd omdat hij/zij zich niet heeft gehouden aan een arbeids- of re-integratieverplichting als bedoeld in de Participatiewet. 4. Een inwoner komt niet in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag als deze onderwijs volgt of in de referteperiode heeft gevolgd, omdat hij/zij daardoor perspectief heeft op verbetering van de inkomenssituatie. Het gaat

Artikel 7.3.2 Hoogte van de toeslag 1. De inkomenstoeslag is per jaar (bedragen 2023): a. € 475 voor een alleenstaande; b. € 608 voor een alleenstaande ouder; c. € 677 voor gehuwden of samenwonenden. 2. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht heeft op inko menstoeslag de ander het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder krijgt. 3. De bedragen worden jaarlijks per 1 januari aangepast aan de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek en naar boven afgerond op hele euro’s. PARAGRAAF 7.4 R EGELINGEN MEEDOEN VOOR KINDEREN (PW, Gemeentewet) Kinderen vormen een belangrijke én kwetsbare groep waar de gemeente zich verantwoordelijk voor voelt. De gemeente heeft maatregelen genomen om armoede onder kinderen tegen te gaan en kinderen te helpen mee te doen aan maatschappelijke activiteiten. Deze maatregelen samen vormen het kindpakket. Hier zijn de uitgangspunten benoemd die voor het kindpakket gelden. Artikel 7.4.1 Doelgroep De regelingen voor kinderen zijn bedoeld voor gezinnen met minderjarige kinderen, die moeten rondkomen van een inkomen dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm. Artikel 7.4.2 Inhoud regelingen voor kinderen 1. Ouders kunnen een bijdrage krijgen voor hun kinderen voor de kosten van school, een computer, sport, cultuur, ontspanning, en voor zwemlessen diploma ABC. 2.

De bijdrage is (bedragen 2023): a. Voor schoolkosten € 228 per jaar per schoolgaand kind van 4 tot 18 jaar; b. Voor een computer/laptop € 554; c. Voor sport, cultuur en ontspanning €308 per jaar per kind; d. Voor zwemlessen diploma ABC € 600 per kind.

dan om onderwijs dat het Rijk bekostigt. Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

36

3. Het college kan nadere regels stellen over de voorwaarden die gelden voor deze bijdrage. De bijdragen worden jaarlijks per 1 januari aangepast aan de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek en naar boven afgerond op hele euro’s. PARAGRAAF 7.5 REGELING MEEDOEN VOOR VOLWASSENEN (PW, Gemeentewet) Om actief deel te kunnen nemen aan de samenleving is het belangrijk dat inwoners meedoen aan maatschappelijke activiteiten. Hieraan zijn meestal kosten verbonden. Artikel 7.5.1 Doelgroep De inwoner die een inkomen heeft dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm, kan van de gemeente een bijdrage krijgen uit de Regeling meedoen voor Volwassenen. Artikel 7.5.2 Inhoud regeling voor volwassenen 1. Inwoners met een laag inkomen kunnen een vergoeding krijgen om te sporten en om mee te doen aan sociaal-culturele, educatieve en andere maatschappelijke activiteiten voor henzelf en hun kinderen. Ook abonnementen op kranten, tijdschriften, tv, internet of telefoon kunnen worden vergoed. De bijdrage is € 228 per jaar (bedrag 2023). 2. Het college kan nadere regels stellen over de voorwaarden die gelden voor deze bijdrage. De bijdrage wordt jaarlijks per 1 januari aangepast aan de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek en naar boven afgerond op hele euro’s.

PARAGRAAF 7.6 ZORGKOSTEN (Wmo, PW) Artikel 7.6.1 Voorzieningen zorgkosten 1. Voor inwoners met veel medische kosten heeft de gemeente de volgende voorzieningen: a. een collectieve zorgverzekering; b. een bijdrage in de premie voor de aanvullende zorgverzekering;

Artikel 7.6.2 Collectieve zorgverzekering (PW) 1. De gemeente biedt samen met zorg- verzekeraars CZ en VGZ een collectieve zorgverzekering voor mensen met een laag inkomen. Deze verzekering biedt: a. een lagere premie voor de basis- verzekering en de aanvullende verzekeringen; en b. een extra vergoeding van bepaalde zorgkosten. 2. De collectieve zorgverzekering is bedoeld voor de inwoner die geen goede financiële buffer heeft en moet rondkomen van een inkomen dat lager is dan 120% van de bijstandsnorm. Artikel 7.6.3 Bijdrage in de premie aanvullende zorgverzekering (PW) 1. Er kan een bijdrage in de premie voor de aanvullende zorgverzekering worden verstrekt. De bijdrage is afhankelijk van het gekozen verzekeringspakket € 10, 20 of 40 per jaar (bedragen 2023). 2. Het college kan nadere regels stellen over de hoogte van de bijdragen en de voorwaarden die gelden voor deze bijdrage. PARAGRAAF 7.7 SCHULDHULPVERLENING (Wgs) De gemeente heeft de taak om inwoners met schuldproblemen te helpen. Inwoners kunnen daarom de gemeente om hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hieronder zijn de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de gemeente toepast als inwoners om hulp vragen. Artikel 7.7.1 Samenwerking en toegang 1. De gemeente werkt samen met andere organisaties om te voorkomen dat inwoners problematische schulden opbouwen. 2.

De gemeente zorgt ervoor dat inwoners op een eenvoudige manier om hulp kunnen vragen bij het vinden van een oplossing voor hun schulden.

c. bijzondere bijstand; d. de Wet maatschappelijke ondersteuning. Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

37

3. De gemeente informeert inwoners over de ondersteuning die zij kan bieden en zorgt ervoor dat die ondersteuning ook echt beschikbaar is. De gemeente sluit geen enkele inwoner bij voorbaat uit van ondersteuning. Een uitzondering op die regel is de inwoner die geen geldige verblijfstitel heeft. 4. Het college kan nadere regels stellen over de manier waarop en de voorwaarden waaronder inwoners met schulden worden ondersteund. Artikel 7.7.2 Schuldhulpverlening De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner, die ondersteuning kan krijgen bij het oplossen van schulden, die ondersteuning zo snel mogelijk krijgt. Een van de mogelijkheden die de gemeente kan aanbieden, is hulp bij het regelen van inkomsten en uitgaven (budgetbeheer). Budgetbeheer is erop gericht dat de inwoner weer overzicht krijgt in de financiële huishouding.

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

Artikel 7.7.3 Besluit 1. Na het eerste gesprek informeert de gemeente de inwoner die ondersteuning kan krijgen met een besluit over de manier waarop de ondersteuning wordt gegeven. 2. De gemeente stuurt iedere inwoner die geen ondersteuning kan krijgen na het eerste gesprek een besluit waarin staat waarom er geen ondersteuning wordt gegeven. 3. Het besluit wordt genomen binnen 8 weken na het eerste gesprek.

38

8. DE VORM VAN ONDERSTEUNING De ondersteuning die de gemeente biedt kan of in ‘natura’ of in geld of in de vorm van een persoonsgebonden budget gegeven worden. In natura betekent dat de ondersteuning ‘kant-en-klaar’ is. Dat kan in de vorm van een dienst zijn (bijvoorbeeld hulp in de huishouding), maar het is ook mogelijk dat er een product wordt gegeven (bijvoorbeeld een rolstoel). In bepaalde gevallen kan de ondersteuning in de vorm van geld worden gegeven (bijvoorbeeld een inkomenstoeslag) of als een persoonsgebonden budget (PGB). In dit hoofdstuk is geregeld op welke manier de gemeente de ondersteuning geeft en wanneer de gemeente om een eigen bijdrage kan vragen voor Wmo-ondersteuning. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het vervoer naar school (Zie daarvoor hoofdstuk 6).

KERNDOELEN: • Diensten en producten van de gemeente zijn kwalitatief goed en passen bij de behoefte van de inwoner. • De gemeente kan de ondersteuning verlenen in natura, in geld of in de vorm van een PGB.

PARAGRAAF 8.1 VORMEN VAN ONDERSTEUNING Artikel 8.1.1 Ondersteuning in natura (Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs,) bij llv is dat al uitgewerkt in het betreffende hoofdstuk 1. De inwoner kan ondersteuning van de gemeente in natura (een dienst of een product). Gaat het om een product, dan wordt dit in bruikleen of in eigendom verstrekt. 2. De gemeente zorgt ervoor dat de aanbieder van een product de inwoner goed uitlegt en voldoende helpt om het product goed te kunnen gebruiken.

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

3. De gemeente ziet erop toe dat de aanbieder van een product de regels in de wet over garantie naleeft. En de inwoner alle belangrijke informatie vertelt over de dienst of het product. Artikel 8.1.2 Ondersteuning in geld (Jeugdwet, PW, IOAW, IOAZ, Awb) 1. De inwoner kan ondersteuning van de gemeente in geld. Ondersteuning in de vorm van geld hoeft meestal niet terugbetaald te worden. Alleen als in de wet of in deze verordening anders is bepaald en de

39

persoonlijke situatie van de inwoner dit toelaat, moet het geld wel worden terugbetaald. 2. De gemeente zorgt ervoor dat zij de betaling aan de inwoner doet binnen 4 weken, nadat de gemeente een besluit heeft genomen over de betaling. 3. De betaling wordt gedaan op het bank- rekeningnummer dat de inwoner heeft doorgegeven. Soms kan de gemeente het geld op een andere manier, in een andere vorm betalen of aan een andere persoon betalen. 4. De gemeente kan beslissen om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat de inwoner moet terugbetalen (vordering) als dit volgens de wettelijke regels kan. Het moet gaan om een vordering op grond van één van de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Artikel 8.1.3 Persoonsgebonden budget (Jeugdwet, Wmo) 1. 1. In plaats van ondersteuning in natura kan de inwoner een persoonsgebonden budget (PGB) krijgen. Dit kan alleen als het om Wmo-ondersteuning of jeugdhulp gaat en de inwoner voldoet aan de voorwaarden die de Wmo en de Jeugdwet stellen en die in deze paragraaf staan. a. voor het PGB als bedoeld in de Jeugdwet geldt als extra voorwaarden dat de persoon aan wie een PGB wordt verstrekt de jeugdhulp alleen kan betrekken via informele hulp als er sprake is van persoonlijke verzorging of individuele begeleiding; b.

voor het PGB zoals bedoeld in de Wmo geldt als extra voorwaarden dat het PGB niet wordt verstrekt als er sprake is van intramuraal beschermd wonen, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en/of verslavingszorg. En dat het tarief informeel niet van toepassing is bij vormen van groepsbegeleiding, dagbesteding BW, kortdurend verblijf, kleinschalig thuis en zelfstandig thuis. Tenzij de 1e- of 2e-graads ondersteuner beschikt over relevante diploma’s.

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

2. Een PGB wordt toegekend aan de inwoner en verstrekt aan: a. de inwoner zelf; of b. de vertegenwoordiger van de inwoner. 3. Een vertegenwoordiger kan zijn: a. een wettelijke vertegenwoordiger (ouders, voogd, curator, bewindvoerder, mentor). De bewindvoerder heeft alleen een financiële rol, het beheer van PGB, en heeft geen bemoeienis met de zorgondersteuning van de budgethouder; of b. een gemachtigde. 4. Ook als de budgethouder het PGB niet beheert blijft deze zelf verantwoordelijk en aansprakelijk voor het PGB. 5. Een PGB wordt pas toegekend als de gemeente na onderzoek heeft vastgesteld dat de inwoner in staat is zijn eigen belangen voldoende te behartigen zodat hij de taken die bij het PGB horen op een verantwoorde manier kan uitvoeren. De gemeente gebruikt hierbij de toets op PGB-vaardigheid. 6. Als de inwoner niet in staat is om de eigen PGB te beheren, wordt de beoogde vertegen- woordiger samen met de inwoner uitgenodigd voor een gesprek. In dit gesprek wordt de budgetvaardigheid en passendheid van de vertegenwoordiger besproken en beoordeeld. 7. De vertegenwoordiger moet voldoen aan de volgende voorwaarden: a. moet PGB vaardig zijn conform de toets op PGB vaardigheid; b. moet het PGB budget kunnen beheren; c. spreekt dezelfde taal als de inwoner; d. is goed op de hoogte van situatie van de inwoner; e.

mag geen familierelatie hebben met de hulpverlener of hulpverlenersorganisatie; f. mag geen financiële relatie hebben met de inwoner of hulpverlener; g. mag vertegenwoordiger zijn van maximaal 5 inwoners. 8. De inwoner (of zijn vertegenwoordiger) maakt een PGB-plan waarin in ieder geval opgenomen is: a. de motivatie waarom een PGB gewenst is;

40

b. de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de jeugdhulp of Wmo georganiseerd wordt; c. op welke wijze de kwaliteit is gewaarborgd; d. de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief (budgetplan). 9. Het PGB is bedoeld voor ondersteuning, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het PGB kan niet besteed worden aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; b. het voeren van een PGB-administratie; c. ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een PGB-administratie; d. kosten voor een feestdagenuitkering of eenmalige uitkering aan de hulpverlener(s); e. overlijdensuitkering. 10. De inwoner hoeft van het persoonsgebonden budget 0,75% per jaar niet te verantwoorden. Dit verantwoordingsvrije bedrag is maximaal € 200 per jaar. 11. De gemeente verstrekt geen PGB als:: a. de kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer na te gaan of die ondersteuning nodig was; b. uit het door de inwoner ingediende PGB-plan niet blijkt dat de kwaliteit van de ondersteuning voldoende gewaarborgd is; c. het PGB is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor door gemeente toestemming is gegeven; d. door de inwoner of diens vertegen- woordigers surseance van betaling of faillissement is aangevraagd; e.

sprake is van schuldsanering bij inwoner of diens vertegenwoordiging; f. de inwoner bij een eerder gekregen PGB zich niet heeft gehouden aan de regels (verplichtingen); g. er sprake is van intramuraal beschermd wonen, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en/of verslavingszorg.

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

12.PGB en Vervoer a. Een PGB voor vervoer is bij jeugd alleen mogelijk bij bovengebruikelijke situaties. b. Voor PGB en vervoer bij Wmo, geldt dat de inwoner eerst zelf verantwoordelijk is voor vervoer, met ondersteuning van zijn netwerk. Als de inwoner niet in staat is zelf het vervoer te regelen, wordt dit door de zorgaanbieder verzorgd. Dat geldt niet bij Jeugd. 13. Het college kan nadere regels stellen over de aan het PGB verbonden voorwaarden, kwaliteitseisen en verplichtingen. Artikel 8.1.4 Onderscheid formele en informele hulp De ondersteuning kan geboden worden door inhuur van formele of informele hulp. 1. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van de budgethouder. a. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het PGB uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of b. personen die aangemerkt zijn als zelf standige zonder personeel.

Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het PGB uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of c. personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezond heidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp (Stichting Kwaliteitsregister Jeugd).

41

2. Van informele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen: a. een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder,. b. iemand uit het sociaal netwerk van de budgethouder, ongeacht of hij of zij zorgprofessional is. c. een ander persoon dan beschreven in het eerste lid onder a, b of c,. 3. Het college kan nadere regels stellen over het onderscheid tussen formele en informele hulp. Artikel 8.1.5 Hoogte en tarief PGB 1. De hoogte van het PGB wordt door de gemeente vastgesteld aan de hand van een plan over de besteding van het PGB dat de inwoner heeft gemaakt (PGB-plan). In het plan staat welke ondersteuning de inwoner vanuit het PGB wil betalen en door wie de ondersteuning wordt gegeven. Het plan moet goedgekeurd zijn door de gemeente. 2. Het PGB voor een product wordt gebaseerd op een offerte voor de aangegeven kosten. In deze offerte moet staan hoe hoog de kosten van het product zijn (kostprijs). Hiervoor moet de inwoner veilige, doeltreffende, doelmatige en kwalitatief goede ondersteuning kunnen inkopen. De hoogte van het PGB voor een product is gelijk aan de hoogte van de goedkoopste, passende offerte. 3. Gaat het om een product, dan houdt de gemeente bij de hoogte van het PGB rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving en met onderhouds- en verzekeringskosten. 4.

De hoogte van het PGB voor formele hulp bedraagt maximaal 100% van het reguliere tarief voor gecontracteerde hulp in natura. Dit tarief is inclusief reiskosten en bijkomende kosten. In de tarieven wordt een onderscheid gemaakt tussen reguliere en micro ondernemingen. Een micro aanbieder heeft minder dan tien fte in dienst. 5. Het tarief is lager als op basis van het ingediende PGB plan passende en toereikende hulp voor een lager tarief kan worden ingekocht. Wanneer het tarief van hulp hoger is dan dit maximumbedrag, vergoedt de

6. Als door de inkoop van de gemeente het tarief van Zorg in Natura door korting of voordeel lager is dan de reële marktprijs, wordt de marktprijs vergoed zoals opgegeven in de goedkoopste, passende offerte. 7. Jaarlijks vindt indexering van de tarieven plaats conform de indexering van de tarieven voor Zorg In Natura. Het nieuwe tarief geldt dan pas vanaf het moment van nieuwe besluitvorming. 8. De hoogte van het PGB voor informele hulp binnen de Wmo wordt vastgesteld op basis van de cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg conform de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep op 16 augustus 2023. 9. Het PGB tarief Beschermd wonen voor Kleinschalig Thuis, Zelfstandig thuis en Dagbesteding bij Beschermd wonen bedraagt voor de formele reguliere aanbieder maximaal 100% van het ZIN tarief. 10.Het PGB tarief Beschermd wonen voor Kleinschalig Thuis, Zelfstandig thuis en Dagbesteding bij Beschermd wonen bedraagt voor de formele micro aanbieder maximaal 90% van het ZIN tarief 11. Het PGB tarief voor Beschermd wonen Kleinschalig Thuis, Zelfstandig Thuis en Dagbesteding bij Beschermd wonen bedraagt voor de informele aanbieder maximaal 50% van het ZIN tarief voor de formele micro aanbieder. 12. Het PGB kan berekend worden op basis van een maandtarief. Artikel 8.1.6 Verantwoording en uitbetaling PGB 1.

De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het PGB is besteed en welke resultaten de ondersteuning voor de inwoner heeft gehad. Voor dat verslag kan de gemeente een formulier verplicht stellen. 2. Als een inwoner ondersteuning-op-maat in de vorm van een PGB krijgt, wordt alleen de ondersteuning uitbetaald die feitelijk geleverd is. 3. Het PGB wordt niet op de eigen bankrekening van de inwoner gestort. In plaats daarvan betaalt de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in opdracht van de inwoner de zorgverleners.

gemeente de meerprijs niet. Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

42

PARAGRAAF 8.2 BIJDRAGE IN DE KOSTEN (Wmo) Artikel 8.2.1 De bijdrage 1. De inwoner betaalt een vaste bijdrage in de kosten voor Wmo ondersteuning-op-maat, zolang de inwoner gebruik maakt van die ondersteuning of voor de periode waarvoor een PGB is verstrekt. Gaat het om een product, dan betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs inclusief onderhouds- en verzekerings kosten is betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Adminis tratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het landelijk vastgestelde bedrag. 2. De kostprijs van ondersteuning-op-maat wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. 3. Gaat het om de kosten van een woningaan passing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft afgewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek) en voor degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minder jarige inwoner. 4. Het college is mag een eigen bijdrage vaststellen voor inwoners van de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. 5. Een eigen bijdrage verschuldigd als een persoon van 18 jaar of ouder gebruik maakt van de volgende voorzieningen: a.

voltijd vrouwenopvang (waaronder crisisopvang); b. voltijd jongerenopvang; c. voltijd opvang met intensieve zelfstandigheidstraining. 6. De eigen bijdrage is verschuldigd vanaf de tweede dag, voor iedere dag dan wel nacht waarop de inwoner verblijft in de voltijd opvang. De eigen bijdrage wordt bepaald per maand.

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

7. Het college mandateert de instelling, die voltijd maatschappelijke opvang en vrouwenopvang verzorgt, om de eigen bijdrage bij de inwoner te innen. 8. Voor de kleinschalige opvang en woon-werk trajecten betalen inwoners zelf de huur. Hiertoe wordt een overeenkomst gesloten. 9. Voor de dag- en nachtopvang is geen eigen bijdrage verschuldigd. Wel mag de instelling om een vergoeding vragen voor verblijf en voeding. 10.De gemeente vraagt geen bijdrage als: a. een (sport)rolstoel wordt verstrekt; b. sprake is van meerpersoonshuishouden waarbij één van de leden minimaal de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt; c. al een eigen bijdrage voor beschermd wonen (intramuraal) of voor de Wet langdurige zorg wordt betaald; d. een specifieke ondersteuning-op-maat is verstrekt in de vorm van een collectief besluit hulp bij huishouden. Deze specifieke ondersteuning-op-maat wordt in de nadere regels die het college daar over kan stellen genoemd; e. bij een aanvraag waarop het regresrecht van toepassing is. 11. De inwoner betaalt geen vaste eigen bijdrage voor de Wmo-ondersteuning collectief maat werkvervoer. Hiervoor geldt een reizigers- bijdrage op basis van gereden kilometers. Deze bijdrages staan vermeld in de nadere regels die het college daarover kan stellen.

12.De bijdrage voor maatwerkwerkvoorzieningen hoeft niet betaald te worden door inwoners die op basis van de hoogte van hun inkomen aanspraak zouden kunnen maken op bijzondere bijstand voor deze bijdrage. Dit geldt niet als gebruik wordt gemaakt van de maatwerkvoorzieningen Beschermd Wonen (intramuraal) of opvang. Dan moet wel een eigen bijdrage worden betaald.

43

9. AFSPRAKEN TUSSEN INWONER EN GEMEENTE Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar vaak plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de uitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen.

KERNDOELEN: • De gemeente ziet de inwoner als volwaardig partner. • De gemeente en de inwoner gaan respectvol met elkaar om. • De inwoner geeft de informatie die nodig is. • De gemeente vraagt niet meer informatie dan nodig is.

PARAGRAAF 9.1 HOE GAAN WE MET ELKAAR OM? (Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Gemeentewet, Awb, AVG) Artikel 9.1.1 De rol van de gemeente De gemeente zoekt samen met de inwoner naar een oplossing voor zijn probleem. Gemeente en inwoner gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. De gemeente zorgt voor het volgende: 1. Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met hem heeft. 2. De inwoner heeft, om zijn probleem te bespreken, recht op een gesprek met een medewerker. Dat gesprek kan op het gemeentehuis, thuis bij de inwoner of op een andere plaats zijn. Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

3. De gemeente helpt de inwoner om zijn probleem bij een andere organisatie te bespreken als het bieden van ondersteuning bij dit probleem een taak is van die organisatie. 4. De website van de gemeente voldoet aan erkende kwaliteitseisen. 5. Er zijn eenvoudige aanvraagformulieren beschikbaar voor de inwoner die een uitkering of voorziening nodig heeft en die deze wil aanvragen. Het is voor de inwoner duidelijk waar die aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn. 6. De gemeente informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgt ervoor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn.

44

7. De gemeente respecteert zoveel mogelijk de privacy van de inwoner. 8. De gemeente maakt zoveel mogelijk gebruik van gegevens die de gemeente al heeft en vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. 9. De gemeente informeert de inwoner over beschikbare deskundige ondersteuning. Artikel 9.1.2 De rol van de inwoner 1. De inwoner is in de eerste plaats zelf verant woordelijk voor het oplossen van zijn probleem. Eventueel met hulp van zijn sociale netwerk of algemeen toegankelijke voorzieningen. De gemeente vult de mogelijkheden van de inwoner en zijn sociale netwerk aan als dat nodig is. De inwoner zorgt voor het volgende: a. De inwoner gaat eerst na welke mogelijkheden hij zelf, of met steun van zijn omgeving, heeft om zijn probleem op te lossen; b. Als de gemeente ondersteuning biedt, werkt de inwoner mee aan de oplossing van zijn probleem; c. De inwoner doet wat nodig is om de ondersteuning van de gemeente zo kort mogelijk te laten duren. 2. De inwoner werkt mee, zodat snel duidelijk is op welke manier zijn probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a. De inwoner informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulpvraag, de persoonlijke situatie en de rechten en plichten van de inwoner. Dit geldt ook als de ondersteuning al is toegekend; b.

De inwoner informeert de gemeente zo snel als mogelijk over wijzigingen in de persoonlijke situatie; c. De gemeente ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft zo snel mogelijk van de inwoner; d. De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen als die van belang zijn in het contact met de gemeente.

Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023

Artikel 9.1.3 Ontoelaatbaar gedrag De gemeente reageert op een professionele manier op gedrag van de inwoner dat ontoelaatbaar is. De gemeente zorgt voor het volgende: 1. De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over: a. zijn rechten en plichten; b. wat er van hem wordt verwacht; c. welk gedrag niet toelaatbaar is; d. wat de reactie van de gemeente is op gedrag dat niet toelaatbaar is; en e. waarom de gemeente tegen het gedrag optreedt. 2. De gemeente geeft de inwoner de kans om zijn mening te geven, vóórdat de gemeente beslist om op het gedrag van de inwoner te reageren door een maatregel te nemen. 3. De reactie van de gemeente op ontoelaatbaar gedrag past bij: a. de ernst van het gedrag; b. de mate waarin dat de inwoner verweten kan worden; en c. de persoonlijke situatie van de inwoner. 4. De gemeente stuurt de inwoner een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor de inwoner en wat de inwoner daartegen kan doen. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk op welke manier hij het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente eventueel de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet). PARAGRAAF 9.2 AFSPRAKEN EN VERPLICHTINGEN OVER UITKERINGEN Artikel 9.2.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner (PW, IOAW, IOAZ, Awb) 1.

De gemeente verlaagt een uitkering als dat volgens de regels van de wet en deze verordening past bij de houding of het gedrag van de inwoner.

45

2. Bij het nemen van een besluit tot het verlagen van een uitkering houdt de gemeente rekening met: a. de ernst van het gedrag; b. de mate waarin de inwoner het gedrag verweten kan worden; en c. de persoonlijke situatie van de inwoner. 3. Voordat een uitkering wordt verlaagd, geeft de gemeente de inwoner de kans om zijn mening te geven, tenzij de inwoner al eerder zijn mening heeft gegeven over de voorgenomen verlaging. De inwoner kan dat op de volgende manieren doen: a. telefonisch; b. schriftelijk; c. via e-mail; d. mondeling. Artikel 9.2.2 Geen schuld en verjaring (PW, IOAW, IOAZ, Awb) 1. De gemeente verlaagt de uitkering niet als: a. het gedrag van de inwoner hem niet te verwijten is; b. het gedrag van de inwoner meer dan één jaar voor het nemen van een besluit heeft plaatsgevonden; c. de gemeente daarvoor dringende redenen ziet. 2. De inwoner wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. Artikel 9.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging (PW, IOAW, IOAZ, Awb) 1. De gemeente informeert de inwoner per brief over het besluit tot verlaging. De verlaging gaat in vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit. Het is mogelijk dat de verlaging al in dezelfde maand of over eerdere maanden wordt toegepast. Dat kan als de uitkering voor die maand(en) nog niet is uitbetaald. Soms kan de gemeente de uitkering niet of maar voor een deel verlagen omdat deze wordt beëindigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=50eaa55b-d918-46c2-89d8-ac9b8525827e