Bijlage1 Integrale verordening Sociaal domein Meierijstad 2023
Tekst van het document
VERORDENING SOCIAAL DOMEIN MEIERIJSTAD 2023
De raad van de gemeente Meierijstad wil voor de inwoners van zijn gemeente in één verordening en in begrijpelijke taal aangeven welke regels gelden voor: ·· ·· ·· ·· ·· ··
werken en participeren; uitkeringen; schuldhulpverlening; gezond en veilig opgroeien; vervoer naar school; wonen in een veilige en gezonde omgeving.
Daarom stelt de raad hierbij vast de:
VERORDENING SOCIAAL DOMEIN MEIERIJSTAD
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
2
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING��������������������������������������4 2. DE HULPVRAAG���������������������������������6 3. WERK EN PARTICIPATIE
����������������������� 11
4. GEZOND EN VEILIG OPGROEIEN������������������� 19 5. WONEN IN EEN VEILIGE EN GEZONDE OMGEVING ����22 6. VERVOER NAAR SCHOOL ������������������������29 7. INKOMEN EN SCHULDEN������������������������� 34 8. DE VORM VAN ONDERSTEUNING������������������� 39 9. AFSPRAKEN TUSSEN INWONER EN ����������������44 10. INWONERSPARTICIPATIE�������������������������52 11. KRITIEK OP DE UITVOERING����������������������55 12. KWALITEIT, INKOOP EN AANBESTEDING�������������57 13. VAN OUD NAAR NIEUW��������������������������59 14. BEGRIPPENLIJST������������������������������� 61
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
3
1. INLEIDING 1.1 Waar gaat deze verordening over? Deze Verordening Sociaal Domein Meierijstad geeft gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen: ·· werken en participeren; ·· uitkeringen; ·· schuldhulpverlening; ·· gezond en veilig opgroeien; ·· vervoer naar school; ·· wonen in een veilige en gezonde omgeving. 1.2 Waarom deze regels? In Nederland vinden we het belangrijk dat: ·· mensen actief mee kunnen doen aan het maatschappelijk leven of aan het werk kunnen gaan; ·· mensen een inkomen hebben waarmee ze rond kunnen komen; ·· mensen hun financiën op orde hebben; ·· mensen een eigen huishouding kunnen voeren en voor zichzelf kunnen zorgen; ·· mensen een geschikte en schone woon ruimte hebben waarin zij zelfstandig en veilig kunnen wonen; en ·· kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien en veilig naar de school kunnen gaan die bij hen past.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
1.3 Taak van de gemeente Het is de taak van de gemeente om haar inwoners daarbij te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om de: ·· Participatiewet (PW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeids ongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); ·· Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015); ·· Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) ·· Jeugdwet; ·· Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs; ·· Wet publieke gezondheid (Wpg). De gemeente hoeft niet te ondersteunen als de inwoner geholpen kan worden op grond van een andere wet dan hierboven benoemd. Bijvoorbeeld als zorg valt onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz).
4
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Soms zijn nog extra regels nodig, waarin bepaalde zaken worden uitgewerkt. Het college is bevoegd daarvoor nadere regels of beleidsregels vast te stellen. Ook dat is in deze verordening geregeld. 1.4 Uitgangspunten De regels in deze verordening zijn geschreven vanuit een aantal uitgangspunten. De regels: 1. zijn bedoeld om de doelen onder punt 1.5 te realiseren en knelpunten van inwoners op te lossen; 2. zijn goed leesbaar; 3. regelen niet meer dan nodig is; 4. houden de administratieve lasten van gemeente en inwoners zo laag mogelijk; 5. kunnen goed uitgevoerd worden en zijn duidelijk voor inwoners; 6. zijn onderling afgestemd op elkaar; 7. respecteren de wettelijke regels, maar wijken daar soms vanaf als dat nodig is om de doelen van de wetgever te realiseren of belangrijke internationale regels na te komen; 8. passen bij de werkwijze van de gemeente om samen met de inwoner te kijken wat er nodig is en of dit past binnen de grond waarden (doelen) van (een van de) verschillende wetten (‘werken volgens de bedoeling’). In hoofdstuk 9 staat uitgebreid beschreven hoe de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. 1.5 Kerndoelen Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houdt de gemeente rekening met de doelen van de genoemde wetten.
De gemeente zorgt ervoor dat het resultaat van een besluit recht doet aan die doelen. De gemeente gaat daarbij uit van de volgende kerndoelen:
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
1. De inwoner staat centraal. 2. Inwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om de genoemde doelen te realiseren. 3. De gemeente versterkt de zelfredzaamheid van de inwoners. 4. De gemeente ondersteunt waar dat nodig is en stimuleert inwoners om zelf oplossingen te vinden voor problemen, bijvoorbeeld met hulp van familie, vrienden en bekenden (het sociale netwerk). 5. Kwetsbare groepen, zoals kinderen en inwoners met een beperking, hebben extra hulp nodig om volwaardig mee te kunnen doen aan de samenleving. De begrippen die in deze verordening worden gebruikt, worden toegelicht in hoofdstuk 14. 1.6 Leeswijzer Als in deze verordening het woord ‘inwoner’ staat, dan vallen daar ook ouders, jongeren, studenten en werknemers onder. Waar ‘hij’ staat kan ook ‘zij’ gelezen worden. Als in deze verordening het woord ‘ouders’ staat dan vallen daar onder: pleegouders/ouders en/of hun vertegenwoordigers die in de zin van Algemene wet bestuursrecht (Awb) als belanghebbenden aangemerkt kunnen worden. Alle bedragen in deze verordening zijn inclusief btw. Op genoemde bedragen kunnen in de toekomst aanpassingen van toepassing zijn op grond van bijvoorbeeld indexering of als gevolg van aanbestedingstrajecten. 1.7 Verband tussen verordening en wet Deze verordening is gebaseerd op de wetten die bij 1.1 zijn genoemd.
Die wetten vormen de wettelijke basis voor de artikelen in deze verordening. Maar niet voor alle artikelen geldt dat in iedere wet daarover iets is terug te vinden. Dat verschilt per artikel. Daarom is per artikel aangegeven op welke wet dat artikel is gebaseerd.
5
2. DE HULPVRAAG Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de inwoner aan de gemeente hulp kan vragen als het gaat om één of meer van de onderwerpen uit deze verordening. Beschreven wordt hoe de inwoner een hulpvraag kan stellen, hoe de gemeente ondersteuning kan geven en wat de gemeente van de inwoner verwacht.
KERNDOELEN: • De gemeente maakt ondersteuning makkelijk bereikbaar. • De hulpvraag van de inwoner staat centraal. • De gemeente gaat zorgvuldig om met de inwoner. • De gemeente geeft geen ondersteuning als er al een andere regeling geldt waarop de inwoner een beroep kan doen.
PARAGRAAF 2.1 2.1 MELDING HULPVRAAG BIJ DE GEMEENTE (Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs) Artikel 2.1.1 Hulpvraag melden Inwoners die hulp nodig hebben, kunnen zich melden bij de door de gemeente ingerichte Toegang. Deze Toegang is te vinden in 3 gebieden: Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode. Voor Jeugd geldt dat inwoners zich kunnen melden bij het Centrum voor Jeugd en Gezin in de gemeente. De inwoner kan deze melding op verschillende manieren doen: ·· schriftelijk, met een brief ·· mondeling, persoonlijk ·· telefonisch ·· digitaal (via de website) of een e-mail
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
Artikel 2.1.2 Uitnodiging gesprek 1. Na de melding neemt de gemeente de hulpvraag van de inwoner in behandeling. De gemeente neemt binnen twee werkdagen na de melding contact op met inwoner voor een intakegesprek. 2. Na het intakegesprek kan de inwoner uitgenodigd worden voor een vervolggesprek met een medewerker. In die uitnodiging staat waar en wanneer het gesprek plaatsvindt en waarover het gesprek gaat. 3. Het gesprek kan telefonisch of digitaal plaatsvinden als dat voldoende is. 4. Ook geeft de gemeente in de uitnodiging aan dat de inwoner iemand mee mag nemen naar het gesprek om hem te onder steunen. Dit kan een familielid, vriend of bekende zijn, maar ook een (gratis) onaf hankelijk deskundige (cliëntondersteuner).
6
5. De gemeente wijst ook op de mogelijkheid om zelf een plan op te stellen waarin de inwoner uitlegt hoe zijn persoonlijke situatie is en wat hij wil bereiken met zijn vraag (persoonlijk plan). Artikel 2.1.3 Gegevens De gemeente verzamelt gegevens over de situatie van de inwoner die nodig zijn voor het gesprek en de beoordeling van de melding. Als het gaat om gegevens die de gemeente niet zelf kan inzien of verkrijgen, dan vraagt de gemeente aan de inwoner om die gegevens binnen een bepaalde termijn te leveren. In de uitnodiging voor het gesprek staat welke gegevens dat zijn en welke termijn er geldt. De gemeente kan ook later nog om aanvullende gegevens vragen. Hiervoor gelden dan dezelfde voorwaarden. PARAGRAAF 2.2 GESPREK NA DE MELDING (Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb) Artikel 2.2.1 Doel en inhoud gesprek 1. Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van de hulpvraag, van het resultaat dat de inwoner wil bereiken en van zijn persoonlijke situatie. 2. In het gesprek onderzoekt een medewerker van de Toegang a. de behoefte van de inwoner: wat is er nodig? b. de (on)mogelijkheden van de inwoner. c. de persoonlijke situatie van de inwoner: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste resultaat? d. wat heeft de inwoner nodig aan ondersteuning en in welke omvang? e.
in hoeverre de ondersteuning geleverd kan worden via de eigen kracht, gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp uit het sociale netwerk en algemene en/of voorliggende voorzieningen. Het col lege stelt nadere regels vast over algemene voorzieningen en gebruikelijke hulp. f. of er contact nodig is met anderen over de persoonlijke situatie van de inwoner; hierover wordt de inwoner dan
g. of een extern onafhankelijke adviseur ingeschakeld wordt voor het onderzoek; hierover wordt de inwoner dan altijd geïnformeerd. 3. De medewerker informeert de inwoner over de mogelijkheden die de gemeente biedt om de persoonlijke situatie van de inwoner te verbeteren. 4. Bij dit gesprek kan ook iemand aanwezig zijn om de inwoner te ondersteunen, zoals een familielid, vriend of bekende of (gratis) onafhankelijk deskundige (cliëntondersteuner). Artikel 2.2.2 Verslag en/of plan 1. Zo snel mogelijk na het gesprek maakt de medewerker een verslag en/of plan van het gesprek en de uitkomsten van het onderzoek. Opmerkingen of latere aanvullingen van de inwoner worden aan het verslag toegevoegd. 2. Als het gesprek telefonisch heeft plaatsge vonden kan er een verkort verslag worden gemaakt. 3. Als het gaat om Wmo-ondersteuning, jeugdhulp en Participatiewet stuurt de medewerker het verslag naar de inwoner, tenzij de inwoner heeft aangegeven dat hij dat niet wil. De inwoner ondertekent het verslag en stuurt dit terug naar de gemeente. Als de inwoner het niet eens is met het verslag, kan hij dat daarop aangeven. Als de inwoner onder- steuning-op-maat van de gemeente wil ontvangen, kan hij dit aangeven op het ondertekende verslag. De gemeente ziet het verslag als een aanvraag. 4.
Als het om jeugdondersteuning en Wmo gaat, kan de medewerker ook tijdens het gesprek een verslag maken en daarin aangeven wat er nodig is voor de inwoner. Als de inwoner en de medewerker tijdens het gesprek samen vaststellen welke ondersteuning er nodig is, dan wordt het door de inwoner ondertekende verslag gezien als een aanvraag.
altijd geïnformeerd. Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
7
PARAGRAAF 2.3 AANVRAAG (Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Awb) Niet elke aanvraag gaat op precies dezelfde manier. Verschillen per soort ondersteuning of wet staan hieronder beschreven in artikel 2.3.1. Artikel 2.3.1 Aanvraag 1. Na de melding en het gesprek met een medewerker van de gemeentelijke Toegang, kan de inwoner een aanvraag indienen. De aanvraag kan schriftelijk (per brief) of digitaal (via de website of e-mail) worden ingediend. Het doel van de aanvraag is te bepalen of de gemeente ondersteuning gaat verlenen en zo ja, in welke vorm. 2. Een aanvraag kan zonder melding vooraf worden gedaan als het gaat om een uitkering voor inwoners van 27 jaar of ouder of om vervoer van kinderen naar school. Het gesprek met een medewerker vindt, indien nodig, plaats nadat de aanvraag is ingediend. 3. De aanvragen voor financiële tegemoet- komingen kunnen direct schriftelijk en digitaal worden gedaan. De gemeente kan besluiten dat een onderzoek en een gesprek over de hulpvraag niet nodig zijn. De aanvraag wordt dan direct afgehandeld. Alleen als er aanleiding voor is, of op verzoek van de inwoner, volgt een gesprek. 4. De inwoner dient een aanvraag in met een aanvraagformulier van de gemeente. Voor Wmo en jeugdhulp geldt dat een door de inwoner ondertekend verslag van het gesprek kan worden gezien als een aanvraagformulier voor ondersteuning. 5.
De gemeente verzamelt gegevens over de situatie van de inwoner die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Als het gaat om gegevens die de gemeente niet zelf kan inzien of verkrijgen, dan vraagt de gemeente aan de inwoner om die gegevens binnen een bepaalde termijn te leveren. De gemeente kan ook later nog om aanvullende gegevens vragen.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
Artikel 2.3.2 Voorwaarden voor ondersteuning 1. Als een inwoner ondersteuning aanvraagt, dan gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: a. de ondersteuning is noodzakelijk om (één van) de doelen van de in 1.1 genoemde wetten te bereiken; b. de inwoner heeft geen mogelijkheden om het gewenste resultaat op eigen kracht te bereiken. Hij kan dit resultaat ook niet bereiken met gebruikelijke hulp van huisgenoten, met hulp vanuit het sociale netwerk, algemene voorzieningen of met behulp van andere voorzieningen of organisaties; en c. de ondersteuning past bij het gewenste resultaat en de persoonlijke situatie van de inwoner. 2. Voor sommige vormen van ondersteuning zijn in de wet of in deze verordening extra voor waarden gesteld. Deze extra voorwaarden zijn opgenomen in de verschillende hoofdstukken. 3. De ondersteuning is niet duurder dan nodig is en duurt niet langer dan nodig is. De gemeente kiest daarom voor de goedkoopste voorziening die nodig is om het probleem van de inwoner langdurig te verminderen of op te lossen. 4. De gemeente kan ondersteuning weigeren als een inwoner de gevraagde ondersteuning zelf al heeft ingeroepen of gekocht, voordat de gemeente heeft besloten op een aanvraag of voordat een melding is gedaan, tenzij de gemeente daarvoor toestemming heeft gegeven. 5.
De inwoner is verplicht mee te werken aan regiegesprekken als deze voor de voortgang van de ondersteuning door Toegang nodig worden gevonden Artikel 2.3.3 Advisering De gemeente kan een externe deskundige vragen om een advies. Dit advies (deskundig oordeel) betrekt de gemeente bij de beoordeling van de melding of aanvraag.
8
Artikel 2.3.4 Beslistermijn 1. De gemeente beslist zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 8 weken nadat de aanvraag of melding is ontvangen. 2. De gemeente kan de termijn voor ten hoogste 8 weken verdagen. 3. In spoedeisende gevallen treft het college zo snel mogelijk een passende voorziening. Het college legt vervolgens de beslissing over de inzet van hulp in dat geval zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen vier weken na de start van de hulp, vast in een beschikking (besluit).
1. Geeft de gemeente ondersteuning in de vorm van geld, dan staat in het besluit in ieder geval : a. voor welk doel het geld wordt gegeven; b. wanneer het geld wordt betaald; c. hoe vaak het geld wordt betaald; en d. welke voorwaarden en verplichtingen er gelden voor het uitgeven van het geld. 2. Voor Jeugd en Wmo geldt dat het recht op hulp vervalt als de inwoner niet binnen 6 maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van de hulp, tenzij dit de inwoner niet te verwijten valt. Deze voorwaarde wordt ook in het besluit opgenomen.
PARAGRAAF 2.4 BESLISSING (Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Awb)
PARAGRAAF 2.5 UITZONDERINGEN
Artikel 2.4.1 Inhoud besluit 1. In het besluit geeft de gemeente aan of de inwoner wel of geen ondersteuning krijgt. Als de gemeente ondersteuning geeft, staat in het besluit ook of de ondersteuning in natura (product of dienst), in de vorm van een PGB, in geld of op een andere manier wordt gegeven. (Zie voor meer uitleg hoofdstuk 8) 2. Geeft de gemeente de ondersteuning in natura, dan staat in het besluit in ieder geval: a. wat de ondersteuning inhoudt en waar voor de ondersteuning bedoeld is; b. wanneer de ondersteuning ingaat en hoe lang de ondersteuning duurt; en c. welke voorwaarden en verplichtingen er voor de ondersteuning gelden. 3. Geeft de gemeente de ondersteuning in de vorm van een PGB, dan staat in het besluit in ieder geval : a. waarvoor het PGB bedoeld is; b. hoe hoog het PGB is en hoe dit berekend is; c. wanneer het PGB ingaat en wanneer het PGB eindigt; d. hoe de besteding van het PGB verant woord moet worden; en e. welke voorwaarden en verplichtingen er voor het PGB gelden.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
Artikel 2.5.1 Jeugdhulp via arts en anderen (Jeugdwet, Awb) 1. De gemeente zorgt ervoor dat de jongere jeugdhulp krijgt als de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling of jeugdreclassering de jongere doorverwijst naar een jeugdhulpaanbieder. Voor deze ondersteuning gelden dezelfde voorwaarden en kwaliteitseisen voor jeugdhulpaanbieders die opgenomen zijn in het Productenboek Inkoop Gespecialiseerde Jeugdhulp Regio Noordoost Brabant van het betreffende jaar. 2. Als een jeugdige zich bij een jeugdhulp- aanbieder meldt met een verwijzing, niet via de gemeentelijke toegang, dan beoordeelt de jeugdhulpaanbieder in lijn met deze verwijzing inhoudelijk welke product(en) de jeugdige precies nodig heeft, met welke frequentie en voor hoe lang (de duur en de omvang). De jeugdhulpaanbieder past bij de genoemde beoordeling en bepaling van de inhoud van het product de werkwijze toe zoals de gemeentelijke toegang deze toepast zoals beschreven in het bovengenoemde productenboek en de bijbehorende werkinstructie. 3. Als de jongere of zijn ouders daar om vragen, stuurt de gemeente hem/hen een brief met daarin het besluit over de jeugdhulp. Voor dit besluit gelden dezelfde rechten en plichten als het besluit na een aanvraag bij de gemeente zelf.
9
Artikel 2.5.2 Spoedeisende gevallen (Jeugdwet, Wmo, PW, Llv, Wgs) 1. In spoedeisende gevallen zorgt de gemeente ervoor dat de inwoner de ondersteuning krijgt die volgens de gemeente nodig is. De gemeente kan dan afwijken van de normale procedure als dat nodig is. Het kan gaan om de volgende (tijdelijke) ondersteuning in afwachting van een onderzoek van de gemeente: a. het bieden van ondersteuning en zorg aan ouders en hun kinderen; b. het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor uithuisplaatsing of gesloten jeugdhulp; c. het bieden van een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning; d. schuldhulpverlening; e. vervoer van en naar school (vervoersvoor ziening gaat op zijn vroegst in op de dag van de aanvraag); f. het verstrekken van een voorschot op een uitkering die nog niet is toegekend.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
2. Er is sprake van een spoedeisend geval als de uitkomst van de normale procedure voor een aanvraag om ondersteuning niet afgewacht kan worden. 3. Voor Jeugd geldt dat deze hulp buiten kan toortijden loopt via de Crisisdienst van Jeugdbescherming Brabant of GGZ en een maximale termijn heeft van 4 weken. Na deze 4 weken of zoveel eerder als mogelijk volgt dan alsnog een ‘gewoon’ besluit.
10
3. WERK EN PARTICIPATIE De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners die een uitkering hebben en kunnen werken, worden geholpen bij het vinden van een duurzaam en passend werk, bij voorkeur in een reguliere en betaalde baan. Als betaald werk niet haalbaar is, dan wordt gekeken op welke wijze participeren aan de samenleving mogelijk is. De gemeente kan helpen door het inzetten van zogenaamde voorzieningen. Welke ondersteuning dat kan zijn, staat in dit hoofdstuk. Dit hoofdstuk gaat verder over de tegenprestatie die kan worden gevraagd en over meedoen aan activiteiten in de samenleving voor inwoners met een beperking of een psychisch/psychosociaal probleem. Het is belangrijk dat deze inwoners ook volwaardig kunnen meedoen en dat hun positie in de samenleving verbetert.
KERNDOELEN: • De inwoner wordt zo goed mogelijk naar duurzaam, passend werk of participatie geleid. • Betaald werk gaat voor onbetaald werk en inkomensondersteuning van de gemeente. • Iedereen doet mee aan de samenleving.
PARAGRAAF 3.1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 3.1.1 Doelgroepen (PW, IOAW, IOAZ) De gemeente ondersteunt de volgende groepen inwoners op weg naar werk en participatie: 1. Inwoners met een gemeentelijke uitkering die niet op eigen kracht en met de hulp van het sociale netwerk, uitzendbureaus en andere organisaties de weg naar werk kunnen vinden; 2. Inwoners die geen ondersteuning kunnen krijgen van andere instanties, zoals UWV, SVB of werkgevers. Per hulpvraag beoordeelt de gemeente of er ondersteuning kan worden gegeven; 3. Jongeren tot 27 jaar die geen werk en geen havo-diploma, vwo-diploma of mbo-diploma vanaf niveau 2 hebben (startkwalificatie). De
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
gemeente helpt hen een passende opleiding, traject of passend werk te vinden of leidt hen naar hulpverlening of zorg. Artikel 3.1.2 Samenwerking (PW, IOAW, IOAZ) 1. De gemeente werkt samen met UWV, gemeenten in de regio en andere organisaties om inwoners te ondersteunen bij het vinden van passend werk of werk. 2. De gemeente ondersteunt werkgevers die inwoners, die onder de doelgroep van de gemeente vallen, werk aanbieden. Artikel 3.1.3 Budget De gemeente kan voor de verschillende soorten voorzieningen budgetplafonds vaststellen. Een budgetplafond is het maximale bedrag dat de
11
gemeente aan een bepaalde soort voorziening uitgeeft. Voor wettelijke loonkostensubsidie en beschut werk kan geen budgetplafond worden vastgesteld. Artikel 3.1.4 Voorzieningen (PW, IOAW, IOAZ) 1. De gemeente stemt de hulp aan de inwoner af op zijn positie op de arbeidsmarkt. 2. De gemeente biedt ondersteuning aan in de vorm van voorzieningen. Het doel daarvan is het vinden of behouden van passend werk of participatie. 3. De gemeente beoordeelt per persoon welke voorziening wordt ingezet en voor hoe lang. Daarbij kijkt de gemeente naar een aantal zaken, zoals de omstandigheden van de inwoner, zijn eventuele beperkingen, de zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en of er bij de gemeente voldoende budget beschikbaar is. 4. In een plan van aanpak legt de gemeente vast welke ondersteuning de inwoner krijgt en wat van belang is voor die ondersteuning. Ook wordt vastgelegd welke afspraken er met de inwoner zijn gemaakt over de ondersteuning en over wat de inwoner zelf doet om eerder aan werk te komen.
PARAGRAAF 3.2 VOORZIENINGEN ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 3.2.1 Beschut werk (PW) 1. De gemeente biedt een inwoner een beschutte werkplek aan als het door UWV is vastgesteld dat deze inwoner alleen kan werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan de mogelijkheden van die inwoner. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. 2. Het doel van beschut werk is om inwoners die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken een veilige werkplek te bieden. 3. De gemeente zet zich ervoor in dat het aantal beschutte werkplekken dat de gemeente volgens het rijk jaarlijks moet realiseren,
4. De gemeente biedt de volgende voorzieningen aan, zodat een inwoner beschut kan werken: a. aanpassing van de werkplek of de werk omgeving; b. uitsplitsing van taken; c. aanpassingen in het werktempo, de werktijden of de werkbegeleiding. 5. De gemeente kan inwoners, die in aanmerking komen voor beschut werk, voorzieningen aanbieden die de stap naar beschut werk makkelijker maken. Het gaat om de volgende voorzieningen: a. Ontwikkelingsgerichte arbeidsmatige dagbesteding; (begrippenlijst) b. sociale activering; c. scholing; d. Persoonlijke ondersteuning; e. schuldhulpverlening. Artikel 3.2.2 Persoonlijke ondersteuning bij werk (PW, IOAW, IOAZ) 1. De gemeente kan een inwoner die behoort tot de doelgroep persoonlijke ondersteuning aanbieden die nodig is om de stap te zetten naar betaald werk. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk worden de volgende voorwaarden gehanteerd: a. De inwoner behoort tot de doelgroep van de Participatiewet en is minimaal achttien jaar oud, tenzij de inwoner VSO/ PRO onderwijs heeft gevolgd; b. De inwoner kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. Het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; d. De kosten van de voorzieningen (en) zijn proportioneel, dat wil zeggen dat de investering moet opwegen tegen de opbrengsten. 3.
Een aanvraag persoonlijke ondersteuning bij werk kan worden ingediend bij de gemeente door de inwoner of zijn werkgever. 4. De gemeente bepaalt de vorm en de duur van de persoonlijke ondersteuning
gerealiseerd wordt.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
12
Artikel 3.2.2.1 Hulp op de werkplek van een jobcoach of interne werkbegeleider 1. De gemeente kan een inwoner op de werkplek een externe jobcoach aanbieden, als de inwoner extra begeleiding nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. 2. De gemeente kan, op aanvraag, de werkgever een vergoeding geven voor begeleiding door een externe jobcoach, interne jobcoach of een interne werkbegeleider als de inwoner extra begeleiding nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen. 3. De aanvraag voor hulp op de werkplek van een jobcoach of interne werkbegeleider moet binnen 26 weken na de start van de arbeids overeenkomst zijn ontvangen, tenzij op het moment van de start van de arbeidsovereen komst de noodzaak voor ondersteuning nog niet bekend kon zijn. 4. Wanneer de aanvraag voor jobcoaching door de werkgever gedaan wordt, moet werknemer op de hoogte zijn van de aanvraag en instem men met de inzet van jobcoaching of interne werkbegeleiding. 5. Het doel van de jobcoach of de interne werk begeleider is om de werknemer te helpen zijn werk goed te doen en waar mogelijk zichzelf te ontwikkelen. 6. De jobcoach of interne werkbegeleiding stemt de leerdoelen met de werknemer en de werkgever af en legt dit vast in een plan van aanpak. 7.
De gemeente stemt met de werkgever en werknemer de wijze waarop de ondersteuning wordt geboden, de intensiteit in duur en aantal uren af en legt dit vast in een beschikking aan de werkgever. Artikel 3.2.4 Loonkostensubsidie (PW, IOAW, IOAZ, Awb) 1. De gemeente kent de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als de inwoner wel kan werken, maar niet het wettelijk minimumloon kan verdienen. 2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren kwetsbare inwoners in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies.
3. De medewerker stelt vast of het gaat om een inwoner die niet in staat is het wettelijk mini mumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief de inwoner op de werkplek zal zijn loonwaarde worden vastgesteld. Dit wordt gedaan door een landelijk erkende methodiek op de werkplek. De loonkostensubsidie aan de werkgever wordt op deze loonwaarde afgestemd op basis van het wettelijk minimumloon. 4. Wanneer een werkgever of werknemer een aanvraag indient , voor wettelijke loonkosten subsidie bevestigt de medewerker de aanvraag schriftelijk. Wanneer een werknemer een aan vraag indient, ontvangt de werkgever ook een bevestiging. Dit moet aangevraagd worden binnen 6 maanden na aanvang van de arbeidsovereenkomst. 5. Een aanvraag voor wettelijke loonkostensubsi die wordt, als de inwoner nog niet behoort tot de doelgroep, ook behandeld als een aanvraag om vast te stellen of de inwoner tot de doel groep behoort. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van het dienstverband, wordt de beoordeling of de inwoner tot de doelgroep behoort gedaan door de medewerker en die bepaald of het middel praktijkroute van toepassing is. . 6. De loonwaarde wordt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag vastgesteld, tenzij in overleg met de werkgever forfaitaire loon kosten subsidie wordt toegekend.
Hierbij geldt dat opname in het doelgroepenregister pas van toepassing is na een vaststellen van de loon waarde inclusief de no-riskpolis. 7. De gemeente gebruikt bij het verstrekken van de wettelijke loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie (zie begrippenlijst). Artikel 3.2.4 Proefplaats (PW, IOAW, IOAZ) 1. De gemeente kan een inwoner bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uitkering laten werken bij een werkgever. 2. Het doel van de proefplaats is om werkgevers te helpen een beeld te krijgen van de geschiktheid van de inwoner voor het werk, maar ook om te kijken of de functie kan worden aangepast zodat deze goed bij de inwoner past.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
13
3. Een voorwaarde is dat de proefplaats leidt tot een dienstverband van minimaal 6 maanden zonder proeftijd als de inwoner geschikt blijkt te zijn voor het werk. 4. De proefplaats is alleen mogelijk als de werkgever de inwoner goed begeleidt tijdens de proefplaatsing. Als de proefplaats niet wordt omgezet in een dienstverband legt de werkgever uit wat hij heeft gedaan om de inwoner te begeleiden en waarom de inwoner geen dienstverband krijgt. 5. Een proefplaats duurt maximaal 2 maanden met een werkweek van maximaal 40 uur per week. Deze termijn kan worden verlengd met maximaal 4 maanden als dat nodig is om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden van de inwoner. 6. De proefplaats wordt vastgelegd in een over eenkomst tussen de gemeente, de werkgever en de inwoner. Daarin worden het doel van de proefplaatsing opgenomen, hoe lang de proefplaats duurt, wat de werkzaamheden en de werktijden zijn en hoe de begeleiding plaatsvindt. 7. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 8. De werkgever zorgt voor een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering. 9. Een proefplaats kan niet worden ingezet wanneer voor dezelfde inwoner bij de dezelfde werkgever een werkstage is ingezet. 10.De gemeente kan tijdens de proefplaatsing een loonwaardemeting uitvoeren. 11.
De proefplaats wordt vastgelegd in een proef plaatsovereenkomst met daarin het doel en de duur van de proefplaats.
Artikel 3.2.6 Scholing (PW, IOAW, IOAZ) 1. De gemeente kan een inwoner, die behoort tot de doelgroep scholing aanbieden, als die scholing nodig is om de stap naar werk voor een langere periode te maken. 2. De gemeente bepaalt de vorm en de duur van de scholing. De scholing wordt afgestemd. 3. Het scholingstraject worst vastgelegd in een plan van aanpak met daarin het doel en de duur van het scholingstraject.
Artikel 3.2.5 Werkstage (PW, IOAW, IOAZ) 1. De gemeente kan een inwoner die weinig kans heeft op werk, een werkstage aanbieden. Deze werkstage wordt vastgelegd in een overeen komst tussen de gemeente, de werkgever en de inwoner. 2. Het doel van een werkstage is om inwoners, met behoud van uitkering, op een werkplek
Artikel 3.2.7 Indienstnemingssubsidie (PW, IOAW, IOAZ, Awb) 1. De gemeente kan een werkgever die een inwoner in dienst neemt een subsidie geven. 2. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een kleine kans op werk in dienst te nemen en extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van deze inwoners te vergoeden.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
werkervaring op te laten doen en/of te leren functioneren in een werkomgeving. 3. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 4. De werkstage is alleen mogelijk als de werkgever de inwoner goed begeleidt tijdens de werkstage. De werkgever zorgt ervoor dat de inwoner meer vaardigheden of kennis van het vakgebied opdoet. 5. De werkstage wordt vastgelegd in een plan van aanpak dat de gemeente in overleg met de inwoner maakt. Met de werkgever wordt een overeenkomst vastgelegd met welk doel de werkstage heeft, wat de werkzaamheden zijn, begin- en einddatum, afspraken over onkosten vergoedingen, verzekeringen en hoe de begeleiding plaatsvindt. Ook wordt vastgelegd waarom er geen sprake is van verdringing / oneerlijke concurrentie Lid 3. 6. Het aantal gewerkte uren in een werkstage bedraagt niet meer dan 40 uur per week. Een werkstage duurt maximaal 3 maanden en kan éénmalig met 3 maanden worden verlengd.
14
3. De indienstnemingssubsidie bedraagt eenmalig € 500 per kalenderjaar. 4. De werkgever moet in ieder geval voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de duur van de arbeidsovereenkomst bedraagt minimaal 6 maanden; b. de werknemer ontvangt loon hoger dan de bijstandsnorm; Artikel 3.2.8 Sociale activering (PW, IOAW, IOAZ) 1. De gemeente kan een inwoner, die weinig kans heeft op werk, zinvolle activiteiten aanbieden die hem dichter bij werk brengen. Dit heet sociale activering. Vrijwilligerswerk is hier een voorbeeld van. 2. Het doel van sociale activering is om inwoners te helpen weer grip op hun leven te krijgen, sociale contacten op te bouwen en moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen. 3. De gemeente biedt de activiteiten aan als hierdoor er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4. De activiteiten worden vastgelegd in een plan van aanpak met een doel en duur van de activiteit. Artikel 3.2.9 Ondersteuning bij beheersing Nederlandse taal (PW, IOAW, IOAZ) 1. Het beheersen van de Nederlandse taal is nodig voor het vinden en behouden van een werkplek. De gemeente kan aan een inwoner die de Nederlandste taal onvoldoende beheerst een voorziening aanbieden om de taal beter te leren (referentieniveau 1F, niveau basisonderwijs). 2. Deze voorziening wordt vastgelegd in een taalplan. In het taalplan wordt in ieder geval beschreven: a.
welke vorm van ondersteuning wordt aangeboden; en b. hoe de voortgang wordt beoordeeld.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
Artikel 3.2.10 Kinderopvang (PW, IOAW, IOAZ, Wet kinderopvang) 1. De gemeente verleent op aanvraag een bijdrage in de kosten van kinderopvang als de inwoner voldoet aan de volgende voorwaarden: a. de inwoner heeft een gemeentelijke uitkering of een Algemene nabestaandenwet (Anw) uitkering en de kinderopvang is nodig om deel te kunnen nemen aan een activiteit van de gemeente op weg naar werk (een voorziening); of b. de inwoner volgt een voltijd hbo- of universitaire opleiding, voortgezet onderwijs of vavo-onderwijs; of c. er is sprake van een sociaal medische indicatie, als gevolg van lichamelijke, verstandelijke en/of psychische beperkingen van de ouder of om een dreigende ernstige ontwikkelingsachterstand van het kind op te heffen of te verminderen; d. de kinderopvang vindt plaats in een geregistreerd kindercentrum of via een gastouderbureau. 2. De gemeente legt in nadere regels vast welke aanvullende voorwaarden gelden en wat de hoogte van de vergoeding is. Op de kosten wordt de kinderopvangtoeslag die door de Belastingdienst wordt verstrekt in mindering gebracht. PARAGRAAF 3.4 ANDERE VOORZIENINGEN EN VERGOEDINGEN Artikel 3.4.1 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap (PW, IOAW, IOAZ) 1.
Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.
15
Artikel 3.4.2 Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen (PW, IOAW, IOAZ) 1. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de inwoner om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. Artikel 3.4.3 Nazorg (PW, IOAW, IOAZ) De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die aan het werk gaat, ondersteund en begeleid wordt als dit nodig is om het werk te kunnen doen en behouden.
PARAGRAAF 3.5 TEGENPRESTATIE (PW, IOAW, IOAZ) Artikel 3.5.1 Doel van de tegenprestatie 1. De gemeente legt een inwoner met een gemeentelijke uitkering een tegenprestatie op als deze dit een passende manier vindt voor de inwoner om iets terug te doen voor de samenleving. 2. De gemeente legt geen tegenprestatie op als: a. er een grote kans is op betaalde arbeid. De reden hiervoor is dat de focus gericht moet zijn en blijven op betaalde werk. b. als de inwoner mantelzorg of vrijwilligers werk verleent en dit niet te combineren is met de tegenprestatie. Artikel 3.5.2 Voorwaarden tegenprestatie 1. Bij het opleggen van een tegenprestatie houdt de gemeente rekening met alle persoonlijke omstandigheden van de inwoner, zoals de gezinssituatie, de duur van de werkloosheid, eventuele beperkingen en vrijwilligerswerk. 2. Bij het opleggen van een tegenprestatie houdt de gemeente rekening met de interesses en capaciteiten van de inwoner.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
Artikel 3.5.3 Inhoud van de tegenprestatie 1. De duur van de tegenprestatie wordt bepaald op basis van de individuele omstandigheden van belanghebbende met een maximale duur van 12 maanden. Hierin spelen de volgende factoren een rol: ·· de persoonlijke wensen en kwaliteiten van de inwoner; ·· de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van de inwoner; ·· het arbeidsvermogen van de inwoner. 2. De omvang van de tegenprestatie wordt bepaald op basis van de individuele omstandigheden van de inwoner met een maximum van 30 uur per week.
PARAGRAAF 3.6 MEEDOEN IN DE SAMENLEVING MET EEN BEPERKING OF EEN PSYCHISCH OF PSYCHOSOCIAAL PROBLEEM (Wmo) Een inwoner die vanwege een beperking of een psychisch/psychosociaal probleem hulp nodig heeft om mee te doen in de samenleving (participatie), kan op aanvraag ondersteuning-op-maat krijgen. Hij moet wel voldoen aan de voorwaarden van artikel 2.3.2 (voorwaarde voor ondersteuning) van deze verordening. De gemeente kijkt altijd of de inwoner mogelijkheden heeft om het gewenste resultaat op eigen kracht te bereiken. En of het resultaat bereikt kan worden met gebruikelijke hulp van huisgenoten, met hulp vanuit het sociale netwerk, algemene voorzieningen of met behulp van andere voorzieningen of organisaties. Ook moet de ondersteuning een passende en duurzame bijdrage leveren voor de inwoner, zodat hij in staat is om mee te doen in de samenleving en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. Hieronder staan de vormen van ondersteuning die de gemeente in ieder geval kan geven: ·· Groepsbegeleiding ·· Individuele begeleiding ·· Vervoer op Maat ·· Hulpmiddelen voor vervoer
16
Artikel 3.6.1 Uitgangspunten a. De gemeente zet zich ervoor in dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk kunnen meedoen in de samenleving. Inwoners kunnen op aanvraag ondersteuning-op-maat krijgen als ze voldoen aan de voorwaarden in artikel 2.3.2 in deze verordening. Ook moet de ondersteuning een passende en duurzame bijdrage leveren voor de inwoners, zodat zij zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. b. Het college kan in nadere regels vaststellen op welke manier dit artikel wordt uitgevoerd. Artikel 3.6.2 Groepsbegeleiding De gemeente zorgt ervoor dat een inwoner die niet in staat is de dag goed in te vullen, ondersteuning-op-maat kan krijgen (geïndiceerde dagbesteding). De ondersteuning-op-maat houdt in dat een inwoner onder begeleiding één of meer dagdelen per week mee kan doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere groepsactiviteiten. Meierijstad heeft in haar wijken en dorpen veel algemene voorzieningen voor dagbesteding. De gemeente kijkt daarom altijd eerst of deze algemene voorzieningen voor dagbesteding passend zijn voor de vraag van de inwoner. Groepsbegeleiding is voorliggend aan individuele begeleiding. Bij groepsbegeleiding kan een indicatie voor vervoer gegeven worden.
Dat kan alleen als de inwoner niet zelfstandig, of met behulp van het netwerk of met behulp van een algemene voorziening zich van de woning van de inwoner naar de locatie voor groepsbegeleiding kan verplaatsen.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
Artikel 3.6.3 Individuele begeleiding De gemeente zorgt ervoor dat een inwoner die niet in staat is de normale dagelijkse activiteiten te doen, ondersteuning-op-maat kan krijgen. De ondersteuning-op-maat houdt in dat een inwoner in meerdere of mindere mate individueel begeleid wordt bij deze activiteiten (persoonlijke begeleiding). Het betekent dat de begeleider ondersteunt bij de dagelijkse gang van zaken en dat hij de inwoner ondersteunt om op een goede manier met zijn omgeving en netwerk om te gaan. De begeleider kan ook ondersteunen bij vaak terugkerende activiteiten. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over, maar kan als dat nodig is wel de regie overnemen. Artikel 3.6.4 Vervoer op Maat 1. De gemeente zorgt ervoor dat een inwoner die zich vanwege een beperking onvoldoende kan verplaatsen ondersteuning-op-maat kan krijgen. De ondersteuning-op-maat houdt in dat een inwoner geholpen wordt met vervoer dicht bij huis zodat hij zelfstandig kan blijven en mee kan doen met sociale, recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten. Bij het vervoer op maat gaat het om: a. het zich verplaatsen rondom de woning; b. het zich verplaatsen over een langere afstand dicht bij huis; of c. het vervoer naar de plek waar de inwoner deelneemt aan een activiteit (van de gemeente) om de dag in te vullen.
Uitgesloten zijn activiteiten zoals benoemd in artikel 3.6.4.2 lid f en lid g. 2. De gemeente kent de volgende mogelijkheden voor Vervoer op Maat: Het collectief maatwerkvervoer: het aanbieden van de mogelijkheid om te reizen met het collectief maatwerkvervoer. De inwoner komt alleen in aanmerking voor collectief maatwerk vervoer als men geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, men het openbaar vervoer niet kan bereiken of als lokale andere vervoersmogelijkheden niet mogelijk zijn. Voor collectief vervoer geldt het volgende:
17
a. Er is een kilometergrens van 2000 kilometer per jaar. Daarboven wordt niet meer vergoed; b. Als een inwoner later in het jaar gebruik gaat maken van het collectief vervoer, wordt het aantal kilometers berekend voor de resterende dagen van het kalenderjaar (2000/ 365 x resterende aantal dagen tot en met 31 december); c. De gestelde kilometergrenzen gelden voor ritten binnen de vervoersregio en de vastgestelde puntbestemmingen. Het college kan daarvoor nadere regels vaststellen (zie nadere regels Maatschappelijke ondersteuning 2022 e.v.); d. De gemeente kan gemotiveerd afwijken v an het maximale aantal kilometers (zie Nadere regels Maatschappelijke ondersteuning 2022 e.v.); e. Voor het reizen met het collectief vervoer geldt een reizigersbijdrage. Het college kan daarvoor nadere regels vaststellen (zie nadere regels Maatschappelijke ondersteuning 2022 ev.); f. Het vervoer is niet bedoeld voor woon-werkverkeer en vervoer naar geïndiceerde dagbesteding; g. Het vervoer is niet bedoeld voor zieken vervoer dat vergoed wordt vanuit de zorgverzekering; h. Het vervoer is alleen bedoeld voor vervoer voor sociale doeleinden als de inwoner ook WLZ-indicatie heeft. 3. Een individuele (rolstoel)taxi-vergoeding: hier mee kan de inwoner de werkelijke kosten tot maximaal 2000 kilometer per jaar declareren. 4.
Het geschikt maken van de eigen auto door een autoaanpassing: hiervoor wordt maximaal één keer per 7 jaar een reële vergoeding verstrekt. Een autoaanpassing is alleen mogelijk als dit de meest goedkope en passende oplossing is.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
5. Om Vervoer op Maat beschikbaar en betaalbaar te houden, kijkt de gemeente eerst of een vervoersprobleem opgelost kan worden met een lokale vervoersvoorziening, daarna naar collectief maatwerkvervoer, daarna naar een individuele (rolstoel)taxi-vergoeding en als laatste naar het geschikt maken van de eigen auto. De goedkoopst mogelijke passende voorziening wordt toegekend. Artikel 3.6.5 Hulpmiddelen voor vervoer 1. De gemeente zorgt ervoor dat een inwoner die zich vanwege een beperking niet kan verplaatsen in en om de woning, ondersteuning-op-maat kan krijgen. Die ondersteuning kan bestaan uit het aanbieden van een rolstoel of ander hulpmiddel voor vervoer om zich te verplaatsen in en om de woning. 2. Hiervoor kent de gemeente de volgende ondersteuning: a. Voor dagelijks zittend gebruik wordt een hiervoor geschikte rolstoel toegekend. b. Voor verplaatsen dichtbij huis wordt een hulpmiddel voor vervoer toegekend. c. Voor sportieve activiteiten wordt een vergoeding voor het kopen en onderhouden van een sportrolstoel toegekend. Deze vergoeding wordt één keer per 3 jaar verstrekt. d. De gemeente kan gemotiveerd afwijken van de termijn genoemd bij c. Artikel 3.6.5 Vervanging hulpmiddelen voor vervoer Als de gemeente eerder een hulpmiddel voor vervoer heeft verstrekt en deze moet worden vervangen, doet de gemeente dit alleen als het hulpmiddel voor vervoer: 1.
technisch is afgeschreven; 2. verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om; of 3. geen oplossing meer is voor de problemen die de inwoner ervaart bij het verplaatsen in en om de woning of het verplaatsen dichtbij huis.
18
4. GEZOND EN VEILIG OPGROEIEN (Jeugdwet)
Jongeren in Nederland moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de jongeren zelf, hun ouders en hun netwerk. Als zij daarbij hulp nodig hebben, dan kunnen zij op aanvraag een beroep doen op ondersteuning van de gemeente. Deze ondersteuning wordt zo vroeg mogelijk aangeboden, om het beroep op dure, gespecialiseerde ondersteuning te verminderen. Daarbij staan het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving voorop. Met jongeren bedoelen we in deze verordening kinderen en jongeren tot 18 jaar en jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 jaar waren en die deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben. Voor deze laatste groep van 18 tot 23 jaar is onder bepaalde wettelijke voorwaarden verlengde jeugdhulp mogelijk. Pleegzorg geldt standaard tot 21 jaar en is verlengd mogelijk tot 23 jaar.
KERNDOELEN: • De jongere moet gezond en veilig kunnen opgroeien. • De gemeente stemt de ondersteuning af op de ouder(s) en jongeren en zorgt voor goede aansluiting op andere hulp. • Vrij toegankelijke ondersteuning gaat voor ondersteuning-op-maat.
ARTIKEL 4.1 UITGANGSPUNTEN BIJ HET BIEDEN VAN ONDERSTEUNING 1. Bij het bieden van ondersteuning houden de gemeente en de jeugdhulpverlener rekening met het geloof, de levensovertuiging, maatschappelijke opvattingen en de culturele achtergrond van de jongere en de ouder(s).
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
2. Alle ondersteuning is gericht op het bereiken van persoonlijke stabiliteit of het versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jongere, zijn ouder(s) en hun sociale netwerk. 3. De gemeente betrekt de wensen van de jongere en zijn ouder(s) bij de keuze voor de vorm van jeugdhulp.
19
4. Pleegouders kunnen voor ondersteuning in eerste instantie bij de pleegzorgorganisatie terecht. Als het nodig is kan de pleegzorgorganisatie extra ondersteuning vragen aan de gemeente. 5. Als het gewenste resultaat van de jeugdhulp niet op eigen kracht of met het sociale netwerk bereikt kan worden, maar wel met ondersteuning die vrij toegankelijk is, dan wordt die hulp ingezet. Het gaat dan bijvoorbeeld om ondersteuning door het Centrum voor Jeugd en Gezin. Kan het gewenste resultaat niet bereikt worden met die ondersteuning, dan wordt ondersteuning-op-maat ingezet. ARTIKEL 4.2 VRIJ TOEGANKELIJKE VOORZIENINGEN 1. De gemeente zorgt ervoor dat kinderen en jongeren zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dat te bereiken, ondersteunt de gemeente jongeren en hun ouders in ieder geval met de onderstaande vrij toegankelijke voorzieningen: a. het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving, waarin gezinnen, wijken of kernen, scholen en kinderopvang samenwerken en elkaar aanvullen; b. ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien in de vorm van informatie, persoonlijk advies en specifieke cursussen of trainingen; c. jeugdgezondheidszorg (GGD); d. het jongerenwerk en jongerencentra; e. generalistische basiszorg van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG); f. een vertrouwenspersoon en onafhankelijke cliëntondersteuning; g. voorzieningen voor spoedeisende situaties.
2. De gemeente zorgt ervoor dat signalen over zorgen bij opgroei- en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden opgevangen door bovengenoemde instanties en dat daar ook zo vroeg mogelijk ondersteuning wordt geboden.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
3. De Rijksoverheid biedt het Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling Veilig Thuis. Dit advies- en meldpunt biedt 24 uur per dag, 7 dagen per week advies en ondersteuning aan iedereen die direct of indirect is betrokken bij huiselijk geweld en kindermishandeling. 4. Het college kan nadere regels vaststellen over de aan de vrij toegankelijke en individuele voorzieningen verbonden voorwaarden. ARTIKEL 4.3 INDIVIDUELE VOORZIENINGEN (ONDERSTEUNING-OP-MAAT) 1. De gemeente kan in ieder geval de volgende ondersteuning-op-maat aanbieden: a. consultatie en advies; b. respijtzorg (verblijf licht, logeeropvang); c. begeleiding (basis en specialistisch); d. daghulp (basis, specialistisch en intensief); e. orthopedagogische behandeling (basis en specialistisch); f. generalistische Basis GGZ; g. specialistische GGZ; h. dyslexiezorg; i. medicatie consultatie; j. vaktherapie; k. intensieve specialistische jeugdhulp in het netwerk van de jeugdige; l. pleegzorg; m. verblijf (gezinsvervangend, basis, specialistisch en intensief); n. gesloten jeugdhulp; o. crisishulp; p. vervoer in het kader van de jeugdwet. 2. Deze ondersteuning is niet vrij toegankelijk. De inwoner heeft daarvoor een besluit van de gemeente of een verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts, gecertificeerde instelling of jeugdreclassering nodig. 3.
Voor deze ondersteuning gelden de voorwaarden voor jeugdhulpaanbieders die opgenomen zijn in het Productenboek Inkoop Gespecialiseerde Jeugdhulp Regio Noordoost Brabant van het betreffende jaar.
20
ARTIKEL 4.4 OVERGANG VAN 18- NAAR 18+ 1. De gemeente is ervoor verantwoordelijk dat jongeren, die jeugdhulp krijgen, ondersteund blijven als die ondersteuning nog nodig is als ze 18 jaar worden. Dat wil zeggen dat de gemeente samen met de jongere en jeugdhul paanbieder zorgt voor een toekomstplan voor de jongere op alle belangrijke onderwerpen. 2. Dit plan besteedt in ieder geval aandacht aan de volgende onderwerpen: a. scholing, werk en/of participatie; b. wonen; c. inkomen; d. zorg en ondersteuning; e. vrije tijd; f. het netwerk van de jongere.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
3. Het is onder bepaalde wettelijke voorwaarden mogelijk dat de jeugdhulp wordt verlengd. Dit kan maximaal tot de dag dat de jongere 23 jaar wordt. Deze verlenging is dan een onderdeel van het toekomstplan. 4. Als een jeugdige ouder dan 18 jaar niet in aanmerking komt voor verlengde jeugdhulp en ondersteuning nog wel wenselijk is, kan de jeugdige een aanvraag indienen voor ondersteuning vanuit de Wmo. 5. Als sprake is van pleegzorg, dan wordt deze ingezet tot de dag dat de jongere 21 jaar wordt, tenzij de jongere 18 jaar of ouder is en heeft aangegeven op eigen benen te willen staan. De jeugdhulp kan zo nodig onder bepaalde wettelijke voorwaarden worden verlengd totdat de jongere 23 jaar wordt.
21
5. WONEN IN EEN VEILIGE EN GEZONDE OMGEVING (Wmo) Inwoners met een beperking en/of met (langdurige) psychosociale problemen hebben soms ondersteuning nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. De gemeente heeft de taak om inwoners te ondersteunen als ze niet in staat zijn om zelf oplossingen te vinden voor knelpunten in hun woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. De gemeente moet ook maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk voor zichzelf kunnen zorgen (zelfredzaamheid). De gemeente kijkt hierbij niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar de te verwachten ontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de ondersteuning die de gemeente aan deze inwoners kan geven.
KERNDOELEN: • Inwoners met een beperking moeten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en leven. • De gemeente stemt de ondersteuning af op de inwoner.
PARAGRAAF 5.1 ALGEMEEN Artikel 5.1.1 Uitgangspunten 1. De gemeente zet zich ervoor in dat inwoners met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, de noodzakelijke dagelijkse activiteiten kunnen uitvoeren en een eigen huishouding kunnen voeren. Inwoners kunnen op aanvraag ondersteuning-op-maat krijgen als ze voldoen aan de voorwaarden in artikel 2.3.2 in deze verordening. Ook moet de ondersteuning een passende en duurzame bijdrage leveren voor de inwoners, zodat zij zo lang mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen blijven wonen.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
2. Het college kan in nadere regels vaststellen op welke manier dit hoofdstuk wordt uitgevoerd. PARAGRAAF 5.2 ZELFSTANDIG EN VEILIG WONEN Artikel 5.2.1 Geschikte woning: aanpassen of verhuizen 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner ondersteuning-op-maat kan krijgt als het normale gebruik van zijn woning door een beperking niet mogelijk is. De ondersteuning-op-maat houdt in dat de woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar wordt gemaakt.
22
2. Als de woning niet of alleen tegen zeer hoge kosten aangepast kan worden, verwacht de gemeente dat de inwoner verhuist naar een geschikte(re) woning. De gemeente kan de aanvraag om aanpassing van de woning dan afwijzen. Zeer hoge kosten zijn kosten van meer dan € 10.000 in de periode van de komende 5 jaar. Bij de eerste melding wordt in het onderzoek door de gemeente gekeken of door de gezondheidssituatie van de inwoner of de situatie van de woning in een periode van 5 jaar nog meerdere aanpassingen verwacht worden die het bedrag van € 10.000 gaan overschrijden. 3. De inwoner komt bij een afwijzing van een aanvraag om een woningaanpassing zoals genoemd in het tweede lid in aanmerking voor een vergoeding voor de verhuizing en de inrichting van de nieuwe woning. Deze vergoeding bedraagt € 2.650 (prijspeil 2022) en wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van consumentenprijzenindex van het CBS. De verhuiskostenver goeding kan pas worden toegekend als uit onderzoek blijkt dat dit ook de juiste voorziening is. Het onderzoek betreft de beperkingen van de aanvrager, de beschikbaarheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen, en alle andere relevante feiten en omstandigheden. Het college kan nadere regels stellen voor het onderzoek en de belangenafweging die gemaakt moet worden.
Artikel 5.2.2 Wanneer geen aanpassing De gemeente geeft geen ondersteuning-op-maat in de volgende situaties: a. De belemmeringen die de inwoner ervaart, zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt; b. De inwoner verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekker woonwagen, een klooster, een vakantie woning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een gehuurde woonruimte waarvoor de inwoner geen huurtoeslag kan krijgen;
c. De inwoner woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe de inwoner behoort, bijvoorbeeld een complex voor ouderen, en de voorziening is bedoeld voor een gemeenschappelijke ruimte, zoals elektrische deuropener, stalling voor vervoersvoorzieningen, etc.; d. Het gaat om voorzieningen die bij nieuw bouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden; e. De inwoner is, zonder dringende reden, verhuisd vanuit een woonruimte waar de inwoner geen problemen had bij het normale gebruik van de woning naar een andere woning waar wel ondersteuning nodig is; f. De inwoner heeft een indicatie voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg; g. De inwoner is verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte woning is om de belemmeringen bij het normale gebruik van zijn woning weg te nemen, tenzij de gemeente daar toestemming voor heeft gegeven; h. De inwoner heeft niet zijn hoofdverblijf in de woning waar de woonvoorziening voor wordt aangevraagd. Uitgezonderd hier van is het bezoekbaar maken van één woning binnen de gemeente voor een inwoner verblijvende in een Wlz-instelling, indien dit noodzakelijk is om in aan vaardbare mate te kunnen deelnemen aan het sociaal leven.
Artikel 5.2.3 Vervanging eerder verstrekte voorziening Een woonvoorziening die een eerder verstrekte woonvoorziening vervangt, kan alleen worden verstrekt als: a. de eerder verstrekte woonvoorziening technisch is afgeschreven; b. de eerder verstrekte woonvoorziening verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om; of c. de woonvoorziening geen oplossing meer is voor de woonproblemen van de inwoner.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
23
Artikel 5.2.4 Onderhoud, keuring, reparatie en verzekering De hoogte van de vergoeding voor de kosten van onderhoud, keuring, reparatie en verzekering van de woonvoorzieningen is gelijk aan de werkelijke kosten. De aanbieder en de gemeente bepalen hoeveel onderhoud en welke keuring er nodig is. Artikel 5.2.5 Overlijden Na het overlijden van de inwoner, kan de voorziening worden toegekend aan de inwonende partner of huisgenoot, als deze door zijn beperking hier ook al gebruik van maakte. PARAGRAAF 5.3 EEN SCHONE EN LEEFBARE WONING Artikel 5.3.1 Hulp bij Huishouden 1. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner ondersteuning-op-maat kan krijgen als hij zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden als gevolg van een beperking. 2. De ondersteuning-op-maat houdt in dat de inwoner de volgende voorziening kan krijgen: a. Algemene voorziening Hulp bij Huishouden (HbH) b. Maatwerkvoorziening Hulp bij Huishouden (HbH) 3. Bij de algemene voorziening Hulp bij Huishouden ligt de regie bij de inwoner zelf. De inwoner maakt met de aanbieder zelf afspraken over wat en wanneer er wordt schoongemaakt. 4. De maatwerkvoorziening HbH bestaat uit: a. Ondersteuning bij een schoon huis. Deze ondersteuning bestaat uit schoonmaakhulp. Deze hulp maakt alleen schoon, waarbij vooral het zware schoonmaakwerk wordt gedaan en/of b. Regie op het huishouden.
Deze ondersteuning bestaat uit schoonmaakhulp, maar er wordt ook aandacht besteed aan het aanbrengen van structuur in de huishouding waarbij uiteindelijk de regie ook weer bij de inwoner komt en/of het aanleren van schoonmaakvaardigheden.
Verordening Sociaal Domein Meierijstad 2023
5. Voor de maatwerkvoorziening HbH stelt de gemeente in overleg met de inwoner en de door hem gekozen zorgaanbieder vast hoeveel uur nodig zijn om de woning schoon en leefbaar te houden. Uitgangspunt is daarbij het HHM rapport van 2019 dat objectieve criteria bevat voor een schone en leefbare woning en waarin concrete normen zijn opgenomen. 6. De gemeente kan ook besluiten om een collectieve voorziening hulp bij huishouden toe te kennen als er sprake is van meerdere inwoners die woon- en gebruiksruimtes delen. 7. Hulp bij huishouden wordt alleen ingezet als de inwoner geen mogelijkheden heeft om het gewenst resultaat op eigen kracht te bereiken en hij dit resultaat ook niet kan bereiken met gebruikelijke hulp van huisgenoten. 8. Als er in het huishouden van de inwoner minderjarige kinderen zijn, dan kan de ondersteuning-op-maat ook bestaan uit het overnemen van de gebruikelijke hulp voor deze kinderen. Deze ondersteuning is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen. PARAGRAAF 5.4 BESCHERMD WONEN Artikel 5.4.1 Beschermd wonen 1. Beschermd wonen is ondersteuning-op-maat waarbij inwoners daar wonen waar 24 uurs toezicht en/of begeleiding aanwezig is. Dit wonen gebeurt zelfstandig, geclusterd of binnen een instelling. 2. Beschermd wonen is bestemd voor: a.