Bijlage 2a - Woonzorgvisie 2024
Tekst van het document
• We monitoren tussentijds. Als het percentage hoger uitvalt, gaan we met de corporaties in gesprek voor het vinden van oplossingen. Woonzorgvisie 2024
27
Wonen, welzijn en zorg Uitgangspunt is dat we streven naar vitale gemeenschappen, waar mensen zoveel mogelijk in eigen woning, wijk of dorp kunnen blijven wonen. Ook in nieuwe (kleinschalige) geclusterde vormen in eigen wijk en dorp. We zorgen zo goed mogelijk voor voldoende beschikbaarheid van zorg voor wie dat nodig heeft. Die zorg staat onder zware druk, zoals ook in het Integraal Zorgakkoord van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staat verwoord: er zijn zorgen over toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg.
Goed voorbeeld: LeefGoed Veghel is een initiatief van 11 organisaties vanuit zorg, welzijn, wonen, onderwijs en de gemeente Meierijstad. Vanuit het gedachtegoed van de Zusters Franciscanessen maken zij met elkaar van het Kloosterkwartier in Veghel een plek voor iedereen: jong, oud, rijk, arm, met én zonder beperking. We zien vergrijzing en onze taak voor aandachtsgroepen niet als een probleem, maar als kans. We willen ervoor zorgen dat mensen die kwetsbaar zijn, onderdeel zijn van het dagelijks leven. Vanuit die gedachte kijken we naar de woonvormen en de leefomgeving die daarbij horen, waarbij we woonvormen koppelen aan zorg en welzijn. Dat is wat in Veghel wordt getest (zie Leefgoed): een plek waar bewoners en organisaties verbinding met elkaar zoeken en waarbij het de bedoeling is dat mensen meer voor zichzelf en voor elkaar gaan doen. Wat daar ontstaat is uiteindelijk hoe een vitale leefgemeenschap zou moeten functioneren (van verzorgingsstaat naar participatiestaat). Op lokaal niveau is het nodig dat we de informele zorg- en welzijnsstructuur zo goed mogelijk faciliteren. Zodat mantelzorg en welzijnswerk door vrijwilligers en bekenden van elkaar ondersteund blijft en de zogenaamde informele zorg, die steeds belangrijker wordt, verder kan ontwikkelen. Om deze informele zorg en welzijnsstructuur te bereiken, clusteren we waar mogelijk ouderenhuisvesting.
Inzet van zorgtechnologie kan ook helpen en we dagen (markt)partijen uit daarmee aan de slag te gaan. Dat vraagt ook een versterking van de samenwerking tussen welzijnspartijen, zorgaanbieders, gemeente en corporaties. Daardoor kan expertise gebundeld worden en personeel efficiënter worden ingezet. Een netwerk waar professionele zorgpartijen en corporaties onderdeel van uitmaken wordt niet overal op dezelfde manier ingericht. We hebben oog voor de bestaande lokale structuren, zoals de ‘woonservices’ in Schijndel en de multifunctionele accommodaties (MFA) in Sint-Oedenrode.. We zien dat juist in kleine kernen al veel door mensen zelf gedaan wordt (informele zorg en ondersteuning). Daarnaast realiseren we ons dat mobiliteitsvoorzieningen onze inwoners helpen om voorzieningen te bereiken. We sluiten aan bij de zaken die al in gang zijn gezet met het beleidskader Sociaal Domein. In de verdere uitwerking en uitvoering van deze Woonzorgvisie zoeken we op basis van onze uitgangspunten nauwer verbinding met onze partners, waaronder het zorgkantoor en onze huisartsen.
Woonzorgvisie 2024
28
Wat gaan we doen • We richten onze nieuwbouwfocus enerzijds op het bevorderen van woningaanpassingen om ze geschikt te maken voor zelfstandig thuis wonen met zorg aan huis en anderzijds op toevoegen van (geclusterde) woonvormen die in het bijzonder geschikt zijn voor ouderen en bij voorkeur nabij voorzieningen liggen (persoonlijke verzorging en eerste levensbehoefte, inloopvoorziening voor ontmoeting en laagdrempelige zorg). • We leggen de opgave naast de huidige initiatieven zodat we scherp krijgen in hoeverre we al op de opgave inspelen. • In de verdere ontwikkeling in de buurt van zorglocaties werken we aan gemengde wijken met een mix van doelgroepen. Daarbij toetsen we aan initiatieven aan de kaders en opgaven van de Woonzorganalyse • Initiatieven in het buitengebied faciliteren we op kleine schaal als daar een aantoonbare concrete behoefte aan is en zorg gegarandeerd kan worden voor de langere termijn. • We voeren het Pact Wonen, Welzijn en Zorg verder uit en intensiveren de samenwerking, waarbij we ook verbinding leggen met het Zorgkantoor en onze huisartsen; Het pact en de uitvoering kan gezien worden als de bredere prestatieafspraken tussen wonen, welzijns- en zorgpartijen. • In samenwerking met onze partners in de wijken en dorpen borgen we een goede integratie/ begeleiding/zachte landing in de wijk van de verschillende aandachtsgroepen.
• We zetten in op drie lokale netwerkorganisaties gericht op Wonen, Welzijn en Zorg in Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel. • We zetten in op versterking van de inloopvoorzieningen op wijk- en kernniveau. Integrale aanpak nieuwkomers Hoewel asielzoekers en statushouders onder verschillende wet- en regelgeving vallen, hebben zij vaak vergelijkbare ondersteuningsvragen en zijn gebaat bij dezelfde oplossingen. We willen proberen om meer ketensamenwerking te organiseren, waarbij huisvesting een belangrijk element is; Wat we al doen • versnelde woningbouw, zodat long stay (reguliere woningzoekend) grotere kans krijgen op een woning; • modulaire woningen realiseren voor diverse doelgroepen; • inzet Brabants Migratie Punt Noordoost-Brabant (fysiek inlooppunt voor vragen over het wonen, werken en welbevinden in Nederland en specifiek in de regio Noordoost-Brabant); • huisvesting van ontheemden op diverse locaties • We hebben een meldpunt goed verhuurderschap. Wonen en werken in Meierijstad We zorgen voor voldoende en passende huisvesting voor onze werknemers. Dit willen wij, rekening houdend met de huidige krapte op de lokale arbeidsmarkt en woningmarkt, vasthouden en versterken. Dat betekent ook passende en menswaardige huisvesting van internationale werknemers.
We willen de pendel (woon-werkverkeer) zoveel mogelijk beperken door werknemers perspectief te bieden op huisvesting in onze gemeente. Wij vinden dat het bedrijfsleven een verantwoordelijkheid draagt voor huisvesting en het welzijn van werknemers.
Woonzorgvisie 2024
29
Wat gaan we doen • We verkennen de mogelijkheden van voorrangsregelingen vanwege economische binding; • We stellen de starterslening ook beschikbaar voor (toekomstig) werknemers in Meierijstad die hier nu nog niet wonen; • We verkennen de mogelijkheden om integraler (ketensamenwerking) te werken m.b.t. de overeenkomende opgaven van nieuwkomers (asielzoekers, statushouders en ontheemde Oekraïners); • We zetten de afspraken met de corporaties over de huisvesting van statushouders voort; • We informeren arbeidsmigranten via het Brabants Migratie Punt beter over nut en noodzaak om in te schrijven bij een woningcorporatie; • Vanuit een gezamenlijk belang willen we onderzoeken of het mogelijk is de samenwerking aan te gaan met ondernemers uit Meierijstad en omstreken over het huisvestingsvraagstuk van werknemers; • Bij afstemming met de regio over de huisvesting van arbeidsmigranten, is ons uitgangspunt dat we zoveel mogelijk de in onze gemeente werkzame buitenlandse arbeidskrachten huisvesten; • We dragen bij aan actualisatie van het (bredere) beleid voor huisvesting van arbeidsmigranten Woonwagenstandplaatsen We willen voorzien in de behoefte aan woonwagenstandplaatsen. Er ligt een opgave voor uitbreiding van het aantal standplaatsen in Meierijstad met vier tot vijf plaatsen op korte termijn en zes tot elf plekken op middellange termijn.
Wat gaan we doen • Om te voorzien in de opgave verkennen we in eerste instantie de uitbreidingsmogelijkheden op bestaande locaties, waarbij we uitgaan van vier tot vijf plaatsen voor mensen met een familieband met de huidige woonwagenbewoners van de betreffende locaties; • Daarnaast verkennen we de mogelijkheden voor ontwikkeling van een beperkt aantal nieuwe kleinschalige locaties, passend bij de schaal van de kern. Daarbij stellen we als doel dat we kwalitatief goede huisvestingsmogelijkheden bieden, die voldoen aan geldende wet- en regelgeving. Mensen met onbegrepen gedrag IIn navolging op de Voorziening Langdurig Verblijf in Den Dungen wordt regionaal ingezet op een volgende ontwikkeling. Maar we realiseren ons dat dit veel tijd en inspanning vraagt. We willen onderzoeken of we tussentijds een - al dan niet tijdelijke - woonvoorziening kunnen realiseren. Wanneer we deze inwoners in onze gemeente opvangen, kunnen we de zorg en begeleiding zelf organiseren en houden we de doelgroep in zicht. Wat gaan we doen • We starten met een volgende ontwikkeling voor een passende voorziening; • We onderzoeken of we tussentijds een, al dan niet tijdelijke, woonvoorziening kunnen realiseren.
Woonzorgvisie 2024
30
3. WONINGEN
In het vorige hoofdstuk richtten we de focus op de doelgroepen die we willen huisvesten, de ‘mensen’. Het realiseren van de juiste woningen waar die mensen in kunnen wonen, is daar een belangrijk onderdeel van. We formuleren ons woonprogramma voor de komende jaren. Daarbij kijken we naar de nieuwbouwopgave en de bestaande woningvoorraad, naar het kwantitatieve en het kwalitatieve programma. En we kijken naar wat nodig is in de leefomgeving van onze inwoners om de wijken en dorpen toekomstbestendig te houden. Daarmee leveren we een belangrijke bijdrage aan vitale leefgemeenschappen.
Woonzorgvisie 2024
31
3.1 WAT ZIEN WE? De huidige woningvoorraad De woningvoorraad van de gemeente Meierijstad bestaat voor een belangrijk deel uit koopwoningen. Dat betreft met name eengezinswoningen: • 71% koop (met name eengezins); • 21% corporatiewoningen (eengezins en appartementen); • 8% particuliere huur; • 15% van het totaal aantal huurwoningen is vrije sector . Als we kijken naar de verhuisbewegingen in de woningvoorraad van de gemeente Meierijstad, dan zien we het volgende: • De grootste beweging vindt plaats door doorstromers binnen de gemeente; • ook veel verhuizingen van starters binnen de gemeente; • een toename van het aantal vestigers: vooral doorstromers uit de regio en ook het aantal starters uit de regio neemt toe; • Het aantal mensen dat vanuit Meierijstad naar de regio verhuist, is de laatste jaren gedaald. De toekomst Uit de prognose van de provincie Noord-Brabant (2023) wordt duidelijk dat we een forse opgave hebben voor het toevoegen van woningen. Het is wat dat betreft goed dat we in ons beleid van de afgelopen jaren al ingezet hebben op die forse opgave en de versnelling daarin. Voor nu zijn de huidige plannen voldoende om te voorzien in de opgave zoals die in de Regionale Woondeal is verwoord (tot en met 2030). Maar ná 2030 zien we dat er ook een grote opgave ligt, groter dan we tot nu toe verwachtten.
Figuur 4.1 Woningbouwopgave 2023-2040 versus aantallen woningen in planning (peilmoment maart 2024)
Bron: Woningbouwprogrammering gemeente Meierijstad, maart 2024 3.2 DOELSTELLINGEN, WAT GAAN WE DOEN
1. 2. 3. 4.
Onze doelstellingen We creëren de randvoorwaarden voor realisatie van voldoende en de juiste woningen. We zetten in op het beter benutten van de bestaande woningvoorraad. We zetten in op meer variatie in de woningvoorraad o.a. met nieuwe woonvormen. We dragen bij aan vitale leefgemeenschappen door te investeren in levensloopbestendigheid en duurzaamheid.
Woonzorgvisie 2024
32
Voldoende en de juiste woningen bouwen We willen voldoende woningen realiseren tot en met 2030 en daarna tot 2040, om te voorzien in de woningbehoefte en te voldoen aan de afspraken uit de Regionale Woondeal. Dat doen we door aanpassing van de bestaande woningvoorraad en door een passend nieuwbouwprogramma. Hierbij kijken we zowel naar kwaliteit (doelgroep, duurzaam, levensloopbestendig, betaalbaar) als naar kwantiteit (aantallen). Huidige en toekomstige inwoners moeten voldoende keuzemogelijkheden hebben indien zij willen verhuizen. Daarbij willen we borgen dat die zoveel mogelijk in de eigen wijk en het dorp liggen. Het Woonprogramma is zo goed mogelijk ingericht op de huisvestingstaak ten aanzien van de doelgroepen. Wat gaan we doen • In het bouwprogramma houden we rekening met voldoende betaalbare huur- en koopwoningen voor de verschillende doelgroepen. Onder andere door 70% in het betaalbare segment te ontwikkelen en verevening tussen het nieuwbouwprogramma en de bestaande voorraad mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door bestaande sociale huur onder voorwaarden beschikbaar te stellen voor het middensegment en de nieuwbouwopgave sociale huur te verhogen.
• Nieuwe woonvormen faciliteren en manieren om meergeneratiewoningen toe te staan, maar ook splitsing, deling en kamerbewonen; • Levensloopbestendig woning is de norm, waarbij we maatwerk toepassen bij kleine, goedkope woningen waar de betaalbaarheid van het product onder druk zou kunnen komen staan met deze aanvullende eis. Daarmee werken we tevens aan een flexibele woningvoorraad voor de langere termijn; • We ontwikkelen voorzieningen voor spoedzoekers en/of nieuwkomers. Dit kunnen tussenvoorzieningen zijn om een periode te overbruggen waarin het tegenzit en toegang op de ‘reguliere’ woningmarkt (nog) niet mogelijk is. De doelgroep is niet altijd op corporatiewoning gericht, omdat ze bijvoorbeeld wel vermogend of een goed inkomen hebben. Hier kan het bijvoorbeeld gaan om gescheiden mensen die niet in aanmerking komen voor urgentie. De procentuele verdeling van het nieuwbouwprogramma over de verschillende prijssegmenten ziet er als volgt uit: Nieuwbouwprogramma naar prijssegmenten Procentuele verdeling
Prijspeil 2024
Sociale huur (betaalbaar)
30%
< € 879,66 (grens sociale huur)
Huur middelduur (betaalbaar)
10%
€ 879,66 - € 1.123,13 (max. 186 punten volgens WWS)
Goedkope koop (betaalbaar)
10%
< € 273.000 (70% van betaalbaarheidsgrens Rijk)
Middeldure koop (betaalbaar)
20%
€ 273.000 - € 390.000 (betaalbaarheidsgrens Rijk)
Dure koop
20%
> € 390.000
Huur duur
5%
> 186 huurpunten: > € 1.123,13)
Flexibele ruimte
5%
Totaal “betaalbaar”
70%
Huurpunten volgen uit het woningwaarderingsstelsel: een op punten gebaseerd systeem om de maximale (toegestane) huurprijs van een woning vast te stellen
Woonzorgvisie 2024
33
Toelichting bij het nieuwbouwprogramma: • Het programma is van toepassing voor de plannen in totaal. In individuele projecten kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken, afhankelijk van de specifieke lokale omstandigheden en de opbouw wijk of kern; • Programmatische verschillen tussen kernen zijn mogelijk, maar we stellen wel een ondergrens van 30% sociale huur en 30% betaalbare koop voor alle nieuwbouwprogramma’s in alle kernen. Verevening met de bestaande voorraad maken we mogelijk en het vereveningsfonds blijft van toepassing. • Onttrekkingen aan de sociale voorraad door verkoop, sloop of liberalisering worden gecompenseerd door extra toevoeging van sociale huur in nieuwbouw (absoluut met vervanging één-op-éen); • Met 30% sociale huur voldoen we aan de aanstaande wettelijke vereiste van de Wvrv.
Tevens voorzien we in de behoefte aan sociale huurwoningen van de verschillende doelgroepen, waaronder de aandachtsgroepen; • Met 10% middeldure huur voorzien we in de behoefte onder middeninkomens, waarvan een deel tussen wal en schip valt (te hoog inkomen voor sociale huur, te laag voor koopwoningen en vrije sector huur); • Met 10% goedkope koop voorzien we in de behoefte onder inkomens tot circa 1,5 modaal, waaronder starters (tweeverdieners); • Met 20% middeldure koop voorzien we in de behoefte onder een bredere doelgroep (waaronder starters, jonge gezinnen, werknemers en ouderen); • Met 20% dure koop voorzien we in de behoefte onder een bredere doelgroep (waaronder ouderen, gezinnen, werknemers, enzovoort); • Met 5% dure huur voorzien we in de behoefte onder een brede doelgroep (waaronder ouderen, gezinnen, werknemers, enzovoort); • Met 5 % flexibel bieden we ruimte aan maatwerk met het oog op versnelling, waarbij we in eerste instantie kijken naar extra mogelijkheden voor de betaalbare segmenten (sociale huur, middenhuur, goedkope koop en middeldure koop). Onderscheid maken tussen de periode tot en met 2030 en de periode daarna In de periode tot en met 2030 werken we aan voortvarende realisatie van de huidige projecten.
Er is in deze periode vooralsnog geen noodzaak om plannen toe te voegen, met uitzondering van Schijndel in verband met het wegvallen van een ontwikkellocatie (de zogenaamde Wvg-locatie). Voor de periode ná 2030 willen we tijdig in beeld hebben welke ontwikkelopgave er in de wijken en kernen liggen om vitale leefgemeenschappen te bereiken én welke kwantitatieve opgave resteert vanuit de provinciale prognoses. Door deze opgaven op elkaar te leggen, kunnen we tijdig eventuele aanvullende (locatie)keuzes maken.
Woonzorgvisie 2024
34
Wat gaan we doen Kwantitatief: • Tot en met 2030 houden we focus op versnelling. Per kern is al een bouwprogramma bekend dat we voortvarend voortzetten. Daarmee voorzien we in de opgave van de Woondeal. Vooralsnog zien wij geen noodzaak om aanvullende plannen of locaties in ontwikkeling te brengen, met uitzondering van Schijndel; • We faseren woningbouwplannen zo goed mogelijk om een continue bouwstroom te genereren die aansluit bij de woningbehoefte van de woningzoekenden. Dat is vooral van belang om in de kleine kernen aan de vraag te voldoen van mensen met een economisch en/of sociale binding; • We zetten de huidige ambitie voor de realisatie van modulaire woningen in samenwerking met de corporaties door (350 woningen eind 2025); • In 2026 starten we een onderzoek naar de noodzakelijke woningbouwopgave voor de langere termijn na 2030, waarbij we de voortgang van de woningbouw op dat moment en de transformatie- en herstructureringskansen betrekken. Op basis van de kansen voor transformatie en herstructurering en de benodigde investeringen om vitale leefgemeenschappen te hebben en te houden, bepalen we of er een noodzaak is om aanvullende bouwlocaties te zoeken voor de extra opgave. Kwalitatief: • We verhogen het percentage te realiseren sociale huurwoningen in nieuwbouw van 25% naar 30%. Dit is een flinke stap vergeleken met de huidige uitgangspunten.
Daarmee zetten we stappen richting 30% sociale huurwoningen in de totale voorraad. Dit is van toepassing op projecten waarbij nog niet gestart is met de onderhandelingen/gesprekken over het programma. Projecten die al in een volgende fase zitten (fase Omgevingstafel, of waar anderszins al vergevorderde afspraken over het woningbouwprogramma zijn gemaakt), laten we ongemoeid met het oog op de noodzakelijke voortgang van de bouwproductie. Vanzelfsprekend is dit van invloed op de grondexploitaties van de gronden die in onze eigendom zijn. Gelet op het belang van de maatschappelijke taakstelling (passende huisvesting voor onze doelgroepen), maken wij die keuze; • We borgen optimaal dat de sociale huurwoningen gerealiseerd worden en/of in beheer van corporaties komen. We eisen dat ontwikkelende partijen in overleg gaan met corporaties. Ontwikkelende partij moet aantonen dat er geen samenwerking mogelijk is en dat het daardoor gewenst is zelf te exploiteren. We borgen dat de woningen beschikbaar zijn en op termijn blijven voor de betreffende doelgroep (door toepassing van de bestaande Doelgroepenverordening). Dit werkt door in contractuele afspraken.
We sluiten aan bij de eisen die het Rijk wil gaan stellen in de Wvrv (Wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting: sociale huurwoningen hebben een huurprijs onder de wettelijk vastgestelde grens, ze worden toegewezen aan bijpassende huishoudens (inkomensgrens) en ze blijven minimaal 25 jaar beschikbaar als sociale huurwoning). Daarnaast onderzoeken we of het mogelijk is te eisen dat de woningen transparant en rechtvaardig worden toegewezen en dat woningen ook beschikbaar zijn voor de aandachtsgroepen; • Naast de sociale huur vinden wij de bereikbaarheid van goedkope koop belangrijk voor het huisvesten van onze doelgroepen (waaronder jongere starters). Daarmee zijn deze woningen bereikbaar voor mensen met circa een anderhalf modaal inkomen en denken we ook kwalitatief goede woningen te kunnen bouwen. Wij verkennen de rol die corporaties hierin kunnen spelen, als ook in het borgen dat de woningen ook op langere termijn beschikbaar zijn voor de doelgroep (door inzet van alternatieve koopconstructies); • Waar mogelijk zetten we in op modulaire en/of houtskeletbouw, vanwege het snelle en flexibele (duurzame) karakter. We zoeken de grenzen op in wat snel en betaalbaar mogelijk is en jagen daarbij innovatief bouwen aan, bijvoorbeeld in het programma van eisen bij nieuwbouw;
Woonzorgvisie 2024
35
• We maken particulier opdrachtgeverschap mogelijk door uitgifte van individuele kavels (maatwerk);
• Bij binnenstedelijke ontwikkelingen zetten we binnen het te realiseren woonprogramma in op levensloopbestendige- en seniorenwoningen (rollatorgeschikt) en doorstroming in de eigen wijk; • In de kleine kernen streven we naar een over de jaren zo gelijk mogelijk verdeelde bouwstroom. We bouwen naar behoefte en aanvullend op bestaande woningvoorraad; Beter benutten bestaande woningvoorraad De woningmarkt staat onder zware druk. Oplossingen voor het woningtekort zien we in het snel realiseren van nieuwe woningen. We streven daarbij naar het op gang krijgen van doorstroming (waaronder van ouderen uit eengezinswoningen), waardoor de voorraad al beter wordt benut.
Maar het efficiënter benutten van de bestaande woningvoorraad kan ook kansen bieden om een deel van het woningtekort in te lopen. Daarmee kunnen we ook inspelen op de maatschappelijke behoefte aan meer (lef en innovatieve) mogelijkheden om gedeeld met- of nabij naasten te wonen. Met mantelzorgbeleid zijn we hier vanuit de zorggedachte al mee gestart, maar we willen dat verbreden. Het beleid op dit onderdeel wordt verder uitgewerkt in aangepast beleid voor woningsplitsing, mantel(zorg)woningen en microwoningen. De hoofdlijnen van de beleidswijziging: • We stellen splitsingsbeleid op, waarbij we ruimere mogelijkheden stimuleren binnen kwalitatieve randvoorwaarden; • We verruimen het gebruik van de bestaande woningvoorraad en ruimte door het bestaande mantelzorgbeleid te verruimen naar mantelwonen. We willen daarmee stimuleren dat inwoners op een informele manier voor elkaar kunnen zorgen en naar elkaar omkijken. Ook past het in een veranderend zorglandschap waarin de zorgvraag toeneemt en de beschikbare middelen en menskracht beperkt zijn. We maken het mogelijk om op een informele manier bij elkaar te wonen zonder dat daar een medische noodzaak en/of verklaring voor nodig is; • We staan open voor microwoningen (onder voorwaarden). Ze worden geplaatst op het erf van een bestaande woning. De voorwaarden waaronder zullen verder uitgewerkt worden in het beleid voor mantelwonen.
Wat gaan we doen • Voor 2030 zetten we vanwege versnellingsmogelijkheden en een passend woningaanbod in bestaande kernen in op splitsen en verruimen van mantel(zorg)woningen. De hoofdlijnen zijn hierboven beschreven, die werken we uit in aparte beleidsnotities; • We zien kansen om bestaande woningen in de koopvoorraad geschikt te maken voor huisvesting van mensen met een lichte beperking. De mate waarin woningen aanpasbaar zijn, is in beeld via digitale kaarten. Dit gebruiken we om de kansen per kern te duiden en met partners te bepalen Woonzorgvisie 2024
36
hoe (door wie, met welk budget etc) de woningen geschikt gemaakt kunnen worden; • We verkennen overige mogelijkheden voor beter benutten van de bestaande woningvoorraad (waaronder bijvoorbeeld optoppen, herstructurering of hergebruik van bestaand vastgoed, hospitaverhuur, friendscontracten, kamergewijze verhuur of woning/erf delen). We laten ons daarbij inspireren door goede voorbeelden (zie bijvoorbeeld 7 woningdeelvarianten van Platform31) en de kennis uit de regio. Meer variatie, nieuwe woonvormen In de Woonvisie Meierijstad 2018 hebben we al de keuze gemaakt om nieuwe woonvormen te realiseren. We zien dat als een kwalitatieve toevoeging op onze woningvoorraad. De behoefte aan ecologisch wonen willen we met name voor senioren en starters/ jongeren faciliteren. Zij geven aan dat deze woonvormen hen kan verleiden om door te stromen of te vestigen in Meierijstad. Momenteel zijn er nauwelijks tot geen ontwikkellocaties hiervoor beschikbaar. Om deze volkshuisvestelijke behoefte in te vullen is het gewenst om nieuwe woonvormen in beperkte mate toe te staan in nog aan te wijzen kernrandzones (relatie met de Toekomstvisie en ruimtelijk beleid). Op basis van onder andere een pilot met diverse initiatiefnemers van nieuwe woonvormen en een regionaal onderzoek naar een afwegingskader voor nieuwe woonvormen, hebben we op hoofdlijnen een insteek ontwikkeld.
We werken deze insteek verder uit en laten dit definitief vaststellen door het college: • Het betreft altijd een collectief initiatief (al dan niet in samenwerking met een corporatie of ontwikkelaar); • Er is altijd sprake van betrokkenheid van collectief georganiseerde (toekomstige) inwoners; • En het gaat om ten minste één of meerdere van de volgende woonvormen: - Flexwoningen; - Zelfvoorzienende en off-grid, modulaire woningen (waaronder tiny houses); - Woningen met collectieve ruimten én gedeelde faciliteiten. Voor de verdere concretisering is het van belang om de realisatie te borgen. Uitgangspunt is om op grootschalige nieuwbouwlocaties in eigendom van de gemeente een deel van het totale programma voor nieuwe woonvormen te reserveren. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid om ook op locaties in eigendom van ontwikkelaars/derden nieuwe woonvormen op te nemen. Voor de verdere concretisering is het van belang om de realisatie te borgen. Uitgangspunt is om op grootschalige nieuwbouwlocaties in eigendom van de gemeente ten minste 15% van het totale programma voor nieuwe woonvormen te reserveren. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid om ook op locaties in eigendom van ontwikkelaars/derden 15% nieuwe woonvormen op te nemen.
Wat gaan we doen • We stellen een beleids- en afwegingskader Nieuwe Woonvormen op waarin we uitgangspunten, definitie, randvoorwaarden en aanpak uitwerken en definitief vaststellen. • We faciliteren Collectief Particulier Opdrachtgeverschap en Particulier opdrachtgeverschap (de uitgifte van individuele kavels voor zelfbouw), indien ruimtelijk passend en bij aantoonbare behoefte. We zien het als een ‘plus’ bij de toetsing van initiatieven.
Woonzorgvisie 2024
37
Toekomstbestendig bouwen Intussen sturen we op (ver)bouwen van woningen en ontwikkelen we nieuwe gebieden en wijken om te voorzien in de woningbehoefte. Wij willen dat de woningen en gebieden die we (her)ontwikkelen zoveel mogelijk bijdragen aan de duurzaamheidsambities. Dit draagt niet alleen bij aan duurzaamheidsdoelen, maar zorgt ook voor een gezonder binnen- en buitenklimaat, comfortabelere woningen en lagere woonlasten, en dus aan vitale leefgemeenschappen. Door natuurinclusief te bouwen komt er meer ruimte voor groen bij nieuwbouw en renovatie. Vanuit de beleidsvisie biodiversiteit en het bijbehorende uitvoeringsprogramma wordt gewerkt aan een puntensysteem voor natuurinclusief bouwen. Dit geeft plek voor meer plant- en diersoorten, wat een positief effect heeft op de biodiversiteit. Het gaat om zowel de gebouwen als de omgeving met als resultaat een betere leefomgeving voor mens en dier. Ook wordt gewerkt aan klimaatlabels, met focus op klimaatbestendigheid (hitte, droogte, warmte, overstroming), zowel in bestaande bebouwde omgeving als in nieuwbouw. Omdat vitale leefgemeenschappen veel verschillende, onderling samenhangende aspecten kent, willen we meer oog krijgen voor koppelkansen.
Daar waar we met onze stakeholders en inwoners in wijken/ dorpen aan de slag gaan met de warmte- en energietransitie, willen we kansen benutten om te investeren in sociale aspecten, levensloopbestendigheid, toegankelijkheid openbare ruimte en gezondheid. Wat gaan we doen Inzet op duurzaamheid • Klimaatadaptatie: we gaan klimaatadaptief bouwen, inrichten en beheren. Dat betekent onder andere dat water en bodem sturend zijn bij gebiedsontwikkeling (locatiekeuze en inrichting). Daarnaast gaan we hitte- en droogtebestendig ontwerpen en hydrologisch-neutraal ontwikkelen (Hydrologisch neutraal ontwikkelen: versnelde afvoer naar oppervlaktewater dient te worden voorkomen, grondwaterstand wordt ter plaatse of lokaal zo goed mogelijk gehandhaafd); • Biodiversiteit: vanuit de beleidsvisie biodiversiteit en het bijbehorende uitvoeringsprogramma wordt gewerkt aan een puntensysteem voor natuurinclusief bouwen. Op die manier wordt het meer standaard om natuurinclusief te bouwen. We verwerken de uitgangspunten voor natuurinclusief bouwen in het omgevingsplan en de overeenkomsten. We stimuleren slimme technische oplossingen zoals inbouwkasten of speciale dakpannen, groene daken en gevels en slim omgaan met verlichting; • Energie: we gaan de totale energievraag zoveel mogelijk binnenplans opwekken en opslaan. We bouwen minimaal CO2-neutraal en waar mogelijk netneutraal.
De warmtevraag lossen we niet elektrisch op als een bron beschikbaar is; • Luchtkwaliteit: we gaan werken aan verplicht gebruik van schone mobiele werktuigen bij (bouw) activiteiten, houtrookvrij inrichten van wijken en ontwerpen volgens STOMP-principe (mobiliteit); • Circulariteit: we gaan werken aan volledig biobased bouwen (gebouwen) met als tussendoel 50% minder grondstoffen in 2030 en 100% hergebruik materialen in openbare ruimte; • Waterkwaliteit en -kwantiteit: we gaan werken aan behouden en verbeteren waterkwaliteit in en rondom ontwikkeling en een circulaire waterhuishouding bij nieuwbouw. • We actualiseren het Duurzaamheidsakkoord met de corporaties op basis van voortschrijdende inzichten en formaliseren dit in Prestatieafspraken. Koppelkansen benutten • Integrale aanpak bij ontwikkelingen in de wijken en dorpen
Woonzorgvisie 2024
38
4. VITALE WIJKEN EN DORPEN De keuzes uit de voorgaande hoofdstukken worden werkelijkheid in onze kernen en dorpen. En het ene dorp is het andere niet. Onze leefgemeenschappen verschillen: qua bevolking, woningvoorraad, voorziening, relatieve ligging ten opzichte van voorzieningen elders, bereikbaarheid, enzovoorts. Dat is niet zomaar in een aantal woorden te vatten. De uitwerking en het concrete programma per kern wordt na vaststelling van de Woonzorgvisie samen met onze partners opgepakt. Deze visie bevat hiervoor richtinggevende hoofdlijnen die we vertalen naar de ontwikkelrichtingen voor verschillende woonmilieus die we in Meierijstad onderscheiden vanuit wonen: (groen) stedelijk, (centrum) dorps, landelijk en buitengebied.
4.1 VERSCHILLENDE WOONMILIEUS De woningbouwplannen tot en met 2030 zetten we dus voortvarend door. Na 2030 resteert een kwantitatieve en kwalitatieve opgave die we in 2026 scherper stellen. Deze opgave is mede afhankelijk van de ruimtelijke en stedenbouwkundige kaders en ontwikkelmogelijkheden per kern. We verwachten dat de Toekomstvisie hier richtinggevende uitspraken in doet, die weerslag hebben op het verdelingsvraagstuk van de nieuwbouw. Vanuit de woonopgaven onderscheiden we diverse type woonmilieus. Per type woonmilieu liggen er andere opgaven en kansen en wordt door inwoners doorgaans verschillend over de kwalitatieve eigenschappen van wonen gedacht. Zo zien we in Veghel een (groen) stedelijker woonmilieu met een
Woonzorgvisie 2024
39
regionale functie, naast meer dorpse en landelijke woonmilieus. We onderscheiden Schijndel, Sint-Oedenrode en Erp als centrumdorpse woonmilieus en Boerdonk, Boskant, Eerde, Keldonk, Mariaheide, Nijnsel, Olland, Wijbosch en Zijtaart als landelijke woonmilieus. Alle woningen die buiten de woonkernen gelegen zijn, zien we als buitengebied wonen. Dit sluit ook aan bij de regionale visie op verstedelijking. Er liggen meer herontwikkelopgaven en mogelijkheden voor gestapelde bouw en verdichting in een (groen)stedelijk woonmilieu (o.a. met optoppen). Bovendien liggen er kansen in verband met de HOV-verbinding met Eindhoven en ‘s-Hertogenbosch en de huisvesting en het vasthouden van (MBO) studenten en werknemers (waaronder arbeidsmigranten en kenniswerkers). Voldoende huisvesting voor deze doelgroepen en kansen zoeken in verdichting door is de bijzondere volkshuisvestelijke focus in dit woonmilieu. In het centrumdorpse woonmilieu zien we kansen om woningen toe te voegen nabij voorzieningen in de wijk o.a. met appartementen. Ook zien we kansen voor uitbreidingslocaties aan de dorpsranden (inbreiding en uitbreiding gaan samen). Schijndel heeft een grotere kwantitatieve opgave dan de andere kernen in dit milieu. Daar zal de bijzondere volkshuisvestelijke focus in dit woonmilieu naar uitgaan.
In de landelijke woonmilieus werken we ook naar vitale leefgemeenschappen toe, met name door aanpassing van de bestaande voorraad en door zeer gericht en kleinschalig (zelf)bouw in of nabij de kernen toe te voegen. Ook in deze kernen zien we ruimte voor toevoeging van appartementen.. De bijzondere volkshuisvestelijke opgave is hier vooral gericht op goede huisvesting voor ouderen en jongeren uit de kern. Buitengebied Wanneer mensen zorgbehoevender worden, komt de zelfredzaamheid onder druk te staan. Zeker wanneer iemand midden in het buitengebied woont met beperkte (zorg)voorzieningen en weinig omwonenden. Daarnaast conflicteert de functie ‘wonen’ vaak met andere ruimte vragende functies in het buitengebied. Mede hierom is de algemene lijn dat in dit type milieu, wonen ondergeschikt is aan andere functies. Uitzonderingen hierop (woningbouw in het buitengebied kan afgewogen worden) wanneer het gaat om: • Uitbreidingslocaties aan de randen van kernen. In verband met de aanwezige structuur en om te kunnen voorzien in o.a. de vraag naar ecologisch wonen en benodigde uitbreidingslocaties. • Kleinschalige toevoegingen met mantel(zorg)wonen. • Een knelpunt, waar woningbouw een oplossing kan bieden (denk aan bijvoorbeeld VAB-locaties).
Daarbij wordt bekeken of het onder anderen met (tijdelijke) woningbouw kan worden opgelost en of het woonconcept voldoende aansluit bij de beoogde doelgroep. Overeenkomsten per woonmilieu Over het algemeen geldt dat voor alle ‘klassieke’ doelgroepen in alle kernen een opgave ligt: jongeren, gezinnen en ouderen en dat we in alle kernen ontwikkelkansen willen bieden voor de juiste woningen. Omdat met name ouderen het liefst in hun ‘eigen’ woonmilieu blijven wonen en we meer doorstroming op gang willen brengen streven we in alle type woonmilieus naar toevoeging van levensloopbestendige woningen met inbreiding. Met name door (ander) gebruik van de bestaande voorraad en de ontwikkelmogelijkheden in de kernen zelf te benutten. Dit komt in de uitwerking voor de kernen nadrukkelijker terug en het wordt als thema meegenomen in het onderzoek vanaf 2026 naar de noodzakelijke resterende woningbouwopgave (wat, waar en voor wie). Wonen en zorg in de verschillende woonmilieus We zien de zwaardere zorgverlening (vanaf ZZP5) bij voorkeur terecht komen in (groen) stedelijke en centrumdorpse woonmilieus. Vanwege de omvang van deze kernen is het aannemelijk dat er voldoende zorgvraag is en nabijheid van voorzieningen is geborgd. Hier zetten we in op toevoegen van zorggeschikte woningen (rollatorgeschikt), al dan niet geclusterd. Als hiermee onvoldoende mogelijkheWoonzorgvisie 2024
40
den zijn om de opgave te behalen, dan bekijken we in hoeverre uitbreiding van bestaande zorglocaties (buiten deze vier kernen) een oplossing biedt. Als de opgave op dat moment nog steeds onvoldoende kan worden ingevuld, is het mogelijk om uit te wijken naar landelijk woonmilieu dat dicht tegen de vier grotere kernen aan ligt (vanwege voldoende zorgvraag) en waar fysieke ontwikkelruimte is. Daarbij wordt integraal afgewogen of de ontwikkeling past bij het gewenste (ruimtelijk) toekomstbeeld. Wat gaan we doen • We onderscheiden vier woonmilieus op basis van de woningen die er staan en de mensen die er (willen) wonen: (groen)stedelijk, centrum dorps, landelijk en buitengebied met ieder een eigen bijzondere volkshuisvestelijke focus. We gebruiken dit onderscheid bij de uitwerking van plannen per kern, samen met onze partners. • We verkennen de mogelijkheden van woningbouw in de randen van de kernen in het centrum dorps en landelijk woonmilieu, waaronder CPO voor jongeren en ouderen uit de kernen. We maken hierbij gebruik van de verruiming die het Rijk voorstaat wat betreft de verplichte toets van de Ladder voor duurzame verstedelijking (In het wetsvoorstel Wvrv gaat de grens van het aantal woningen waarboven de toets verplicht is van 12 naar 50. Dit geeft mogelijk meer ruimte voor “een straatje erbij”). • Voor het buitengebied is ontwikkeling van woningen geen prioriteit.
We werken alleen mee onder voorwaarden. • Zwaardere zorgverlening landt bij voorkeur in stedelijk of centrum dorps woonmilieu, we toetsen nieuwe initiatieven hier aan. • Verder werken we op maat voor wijken en kernen aan basisvoorzieningen die essentieel zijn en die passen bij behoefte en identiteit van wijk of kern (naast inloopvoorzieningen voor ontmoeting en dagactiviteiten ook zorg en overige voorzieningen passend bij schaal/maat).
4.2 LEEFBAARHEID IN WIJKEN EN DORPEN We hechten groot belang aan behoud van sociale cohesie in onze kleine kernen en de voorzieningen die daarvoor van belang zijn (waaronder inloopvoorzieningen en waar mogelijk scholen etc.). We vinden ook dat alle kernen een bijdrage kunnen leveren aan de huisvesting van aandachtsgroepen (‘fair-share-gedachte’). Wij zien het langer zelfstandig wonen van kwetsbare doelgroepen als een belangrijk streven. Dat gaat meestal goed. Het heeft toegevoegde waarde voor vitale leefgemeenschappen. Maar de trend om steeds meer kwetsbare doelgroepen in de wijk te laten landen kent een keerzijde. Zo ervaren corporaties en inwoners dat de rek er in sommige buurten bijna uit is. We hebben oog voor het opnamevermogen van een wijk of kern en de grens daarvan. Hierbij is het van belang dat alle wijken en kernen hun ‘stuk van de taart’ nemen. Samen staan we voor deze opgave. We borgen dat aandachtsgroepen zowel voor henzelf als voor de omwonenden op een goede manier landen in de omgeving en dat er een goede balans is van dragers en vragers in de buurt (‘zachte landing’ in wijk en kern).
Woonzorgvisie 2024
41
Wat gaan we doen • We zorgen voor een goede balans in de wijken en dorpen tussen vragers/dragers. Hierdoor zorgen we voor een leefbare en veilige leefomgeving; • We experimenteren met een wijkserviceteam in Bloemenwijk (Schijndel) en Veghel-Zuid. In deze aanpak werken we met actieteams die verbinder en aanjager zijn in de wijk. In het actieteam nemen deel inwoners (wijkraad, maar ook breder), gemeente, corporatie, welzijnswerk, politie/ wijkagent. In beide wijken loopt de pilot tot en met 2025. • We zetten in op mogelijkheden tot ontmoeting in iedere wijk/dorp. Vanuit het beleidskader Sociaal Domein gaan we toewerken naar versterken van de sociale basis en het realiseren van zorgzame buurten. We willen laagdrempelige inloopvoorzieningen en dagbestedingsmogelijkheden dicht bij de inwoners, in wijken en kernen. Daarbij sluiten we aan bij het uitvoeringsplan Inloopvoorzieningen en sluiten aan bij de uitgangspunten van de Inclusieagenda • Eenmaal per vier jaar voeren we een update van de leefbaarheidsmonitor Meierijstad uit. Die wordt aangevuld met veerkrachtkaarten en praktijkervaringen van mensen in het veld. Op basis daarvan wordt samen met de belangrijkste stakeholders vierjaarlijks vastgesteld welke wijken extra aandacht nodig hebben in het kader van leefbaarheid.
We kijken wat dat betekent voor de strategie in die wijk(en) wat betreft de woningvoorraad, de doelgroepen en benodigde acties. We doen dat ook specifiek voor de sociale woningvoorraad.
4.3 RICHTINGGEVENDE HOOFDLIJNEN SAMENGEVAT De volgende uitspraken uit deze visie geven mede richting aan de strategie per kern. Algemeen • We voegen woningen toe in alle kernen als dat fysiek mogelijk is; • Tot en met 2030 ligt de focus op het realiseren van de bestaande plannen. Indien mogelijk versnellen we. Per kern is al een bouwprogramma bekend dat we voortvarend voortzetten. Er is vooralsnog geen noodzaak voor aanvullende plannen tot 2030, met uitzondering van Schijndel; • De resterende opgave voor de langere termijn stellen we in 2026 scherp en werken we uit voor verschillende typen woonmilieus en op basis van ontwikkelkansen; • Het nieuwbouwprogramma is van toepassing voor de plannen in totaal. In individuele projecten kan gemotiveerd worden afgeweken, afhankelijk van de specifieke lokale omstandigheden, lokale bouwprogramma en de opbouw van wijk of kern; • Bij binnenstedelijke ontwikkelingen ligt focus op seniorenwoningen (rollatorgeschikt) om doorstroming in eigen wijk/kern op gang te brengen; • Voor het buitengebied is ontwikkeling van woningen geen prioriteit. Wel zien we nieuwe woonvormen als ondersteunend middel om andere ontwikkelingen mogelijk te maken (bijvoorbeeld natuurcreatie, oplossen van een RO-probleem, alternatief voor vrijkomende agrarische bebouwing).
Binnenstedelijk zijn nieuwe woonvormen een mogelijkheid bij transformatie of hergebruik van bestaand vastgoed. • We faciliteren Collectief Particulier Opdrachtgeverschap en Particulier opdrachtgeverschap (de uitgifte van individuele kavels voor zelfbouw), indien ruimtelijk passend op de betreffende locatie en bij aantoonbare behoefte; • In de drie kernen Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel wordt een netwerkorganisatie opgezet om de sociale basis te versterken. In Veghel is een start gemaakt met LeefGoed; • Met een sterke sociale basis zorgen we voor een goede integratie/begeleiding/zachte landing in de wijk van verschillende aandachtsgroepen;
Woonzorgvisie 2024
42
• Het laagdrempelig kunnen ontmoeten en deelnemen aan activiteiten in de eigen omgeving is cruciaal. We versterken de inloopvoorzieningen. In elke wijk en kern werken we op maat aan basisvoorzieningen die essentieel zijn en die passen bij de behoefte en identiteit van wijk of kern (naast inloopvoorzieningen voor ontmoeting en dagactiviteiten ook zorg en overige voorzieningen passend bij schaal/maat); • Leefbaarheid: keuzes en focus op toekomstige aandachtsgebieden worden gemaakt op basis van monitoring. Kleine kernen • In de kleine kernen streven we naar een zo gelijk mogelijk verdeelde bouwstroom in tijd, aanvullend op bestaande woningvoorraad; • We verkennen mogelijkheden van woningbouw aan de randen van kernen, met focus op nieuwe woonvormen (waaronder CPO), met name voor jongeren en ouderen uit de kernen; • Ook kleine kernen leveren een bijdrage aan de huisvesting van aandachtsgroepen (‘fair-share-gedachte’); • Verschillen in het programma tussen de kernen zijn mogelijk, maar vanuit de ‘fair-share-gedachte’ sturen we op 30% van de nieuwbouw in sociale huur en 30% in betaalbare koop in de periode 2021-2040. Daarbij gelden de volgende voorwaarden: - Als er al veel in deze segmenten gerealiseerd is in 2021 tot 2023 of in bestaande plannen zit, dan rekenen we die mee voor de opgave.
Dan kan het zijn dat nieuwbouw in andere segmenten wordt gerealiseerd, waarbij de doelstelling van streven naar 25% sociale huur in de voorraad van toepassing blijft; - Ook de modulaire woningen in de sociale huur rekenen we mee bij deze afweging; - Vanuit de nieuwe woongedachte is in de kleine kernen behoefte aan betaalbare koop voor jongeren en dus aan innovatie op de woningmarkt: kleinere en betaalbare woningen in het goedkope segment voor lokale jongeren (vaak starters op de koopmarkt). Van belang is dat deze woningen ook op langere termijn betaalbaar en beschikbaar blijven voor de doelgroep. CPO (zelfbouw door een collectief) is een mogelijkheid omdat we daarmee betaalbare oplossingen voor jongeren en senioren kunnen bieden; - In de regie op plannen halen we het programma voor sociale huur en betaalbare koop in de tijd naar voren. Zo voorkómen we het risico dat de betaalbare segmenten (sociale huur, betaalbare koop) op de langere termijn worden geschoven, met risico dat van uitstel afstel komt. Wonen met zorg • We zien dat er druk ontstaat op de zorg. We zetten daarom in op een sterke sociale basis en faciliteren informele zorg en ontmoeting in de dorpen en wijken. In het coalitiewerkprogramma (CWP) is dan ook opgenomen dat ieder wijk en dorp een inloopvoorziening heeft of krijgt.
In de omgeving van deze voorzieningen liggen kansen om geclusterde woonvormen te realiseren; • Het toevoegen van geclusterde woonvormen is in alle kernen mogelijk. Per kern zal gekeken moeten worden naar het best passende type geclusterde woonvorm bij de lokale situatie, op basis van aanwezige voorzieningen, woonvormen en de (fysieke) (on)mogelijkheden; • Nieuw te realiseren geclusterde woonvormen zijn rollatorgeschikt (nultreden); • Er zijn ook kansen in collectieve initiatieven om geclusterd wonen te realiseren;
Woonzorgvisie 2024
43
• In de kleine kernen zien we dat er doorgaans een sterkere mate van sociale cohesie bestaat, ook bij gebrek aan ontmoetingsruimte. We zetten daarom in op langer zelfstandig thuis wonen mits de woningen daar voldoende geschikt voor zijn. Focus ligt op bevorderen van woningaanpassingen om ze geschikt te maken voor zelfstandig thuis wonen eventueel met zorg aan huis (Volledig Pakket Thuis). De mate waarin woningen aanpasbaar zijn, is in beeld via digitale kaarten. Dit gebruiken we om de kansen per kern te duiden; • Ondanks dat we inzetten op informele zorg in de wijk blijft er behoefte aan zwaardere zorgverlening: - We zien de zwaardere zorgverlening (vanaf ZZP5) bij voorkeur terecht komen in de vier grotere kernen, zodat er voldoende zorgvraag is en vanwege de nabijheid van voorzieningen. Hier zetten we in op toevoegen van zorggeschikte woningen (rolstoelgeschikt), al dan niet geclusterd; - Als hiermee onvoldoende mogelijkheden zijn om de opgave te behalen, dan kan er worden bezien in hoeverre uitbreiding van bestaande locaties (buiten deze vier kernen) een oplossing biedt.
Hier liggen namelijk kansen om de opgave in te vullen; - Als de opgave op dat moment nog steeds onvoldoende kan worden ingevuld, is het mogelijk om uit te wijken naar kleinere kernen die dicht tegen de vier grotere kernen aan liggen, die fysieke ontwikkelruimte bieden en ook voorzien in voldoende zorgvraag vanwege de ligging nabij een grote(re) kern. Daarbij zal uiteraard steeds een afweging moeten plaatsvinden of een dergelijke ontwikkeling past bij het gewenste toekomstbeeld van de kern, bijvoorbeeld met het oog op in stand houden van groene ruimte.
Woonzorgvisie 2024
44
5. SAMEN WERKEN AAN UITVOERING In een sterk veranderende omgeving van het wonen is een goede samenwerking met inwoners en stakeholders nodig. Partijen en bewoners hebben elkaar nodig om uitvoering te geven aan deze visie. Ieder vanuit eigen taken en verantwoordelijkheden. Wij willen daar als gemeente een verbindende rol in pakken. Centraal staat voor ons de lokale kracht. Voor een goede sturing en samenwerking is een aantal zaken cruciaal. Die beschrijven we in dit hoofdstuk.
5.1 UITVOERBAARHEID: RISICO’S EN KRITISCHE RANDVOORWAARDEN De opgave voor voldoende woningen is groot. Daar is ruimte voor nodig in het bestaand stedelijke gebied van onze kernen, maar mogelijk ook aan de randen ervan. Maar er liggen meer ruimteclaims: • Het vollopen van het elektriciteitsnet vraagt om extra ruimte voor transformatiehuisjes en leidingen; • De economische kracht van Meierijstad vraagt ruimte voor bedrijven; • De energietransitie vraagt om alternatieve opwek, die ook ruimte nodig heeft; • Het veranderende klimaat vraagt om ruimte voor groen/water in de gebouwde omgeving, en biodiversiteit; • Meer woningen vraagt soms meer ruimte voor infrastructuur (wegen, bereikbaarheid). Gezonde, vitale leefgemeenschappen hebben dit allemaal nodig. Integrale afweging moet telkens met maatwerk plaatsvinden in gebiedsontwikkelingen, met richtinggevende keuzes in de Toekomstvisie als kapstok.
Woonzorgvisie 2024
45
Daarnaast is de congestie op het elektriciteitsnet een risico voor de woningbouwversnelling. De kans is aanwezig dat netbeheerder Enexis geen nieuwe woningen meer kan aansluiten op het net. Er wordt flink geïnvesteerd in uitbreiding, maar dit heeft tijd nodig. Bovendien is het nodig om met een nieuwe blik naar het energiesysteem te kijken. Simpelweg blijven aansluiten zoals we altijd deden gaat niet meer. Dus ook als de netcongestie wordt opgelost kunnen we niet op oude voet voortgaan. Slimme systemen zijn nodig, met bijvoorbeeld een slim warmtenet en elektriciteitsnet, met onderlinge uitwisseling en meerdere bronnen. Dit biedt kansen voor de toekomst: het is minder kwetsbaar voor uitval en het is eerlijker: de lasten en lusten worden gedeeld. Water en bodem sturend maken en klimaatadaptief ontwerpen van woongebieden is noodzakelijk voor een veilige en functionerende leefomgeving. De risico’s en kosten in de toekomst zijn hoger dan de investering die nu nodig is. In het verleden is bijvoorbeeld gebouwd in natte en lage gebieden, zoals beekdalen. Dat blijkt nu flinke kosten te geven om de inwoners veilig en gezond te houden. Hittestress in dichtbebouwde en weinig groene gebieden verhoogt het sterftecijfer, met name onder kwetsbare groepen. Het niet goed inregelen van de waterberging zorgt in de winter voor natte voeten, ondergelopen kelders en storingen in onze infrastructuur.
5.2 MONITORING/EVALUATIE We leven in dynamische tijden. De woningmarkt en maatschappelijke ontwikkelingen staan ook de komende jaren beslist niet stil. Het thema Wonen staat hoog op de agenda, ook landelijk. Het is op dit moment nog niet helder wat er vanuit de nieuwe verticale sturing op gemeenten afkomt. Om nieuwe ontwikkelingen, urgente opgaven en kansen tijdig op te kunnen pakken, is flexibiliteit in het werken met de Woonzorgvisie belangrijk. Dat vraagt om goede regie en periodieke monitoring van de (markt)ontwikkelingen van belang. Regisseren en monitoren doen wij met de raad, het college, met regiogemeenten en met de provincie. We gaan het volgende doen: • Twee keer per jaar bespreken we de voortgang van het woonbeleid en de prestatieafspraken in een themabijeenkomst met het college; • Eén keer per jaar stellen we onze woningbouwprogrammering en prioritering vast. Op die wijze kan ambtelijk en bestuurlijk worden bepaald waar we op inzetten. Ook ontstaat hierdoor duidelijkheid voor de buitenwereld en kunnen we de raad informeren; • Jaarlijks bespreken we op basis van prioritering de voortgang van het woonbeleid met de raad tijdens een beeldvormende avond (bijvoorbeeld over de prestatieafspraken, woningbouwprogrammering en prioritering).
De corporaties en huurdersorganisaties zijn hierbij aanwezig; • Indien nodig wordt het woonbeleid op basis van bovenstaande punten op onderdelen bijgesteld;
• In 2028 stellen we ons beleid bij, waarbij we op visieniveau aansluiten bij de Toekomstvisie en de uitvoering verwerken in het dan verplichte Volkshuisvestingsprogramma.
5.3 OPMAAT NAAR PRESTATIEAFSPRAKEN Wat vragen we aan de corporaties, huurdersverenigingen en zorg- en welzijnspartijen? Op basis van de nieuwe visie worden nieuwe meerjarige prestatieafspraken gemaakt met de in Meierijstad werkzame corporaties en huurdersorganisaties. Daarbij bepalen we nader op welke wijze we de zorg- en welzijnsinstellingen betrekken, rekening houdend met nadere regelgeving van het Rijk in het kader van de Wvrv. Op basis van onze visie en ambities vragen wij de corporaties het wettelijk verplichte activiteitenoverzicht (in de volksmond: het “bod”) op te stellen en daarin duidelijk te maken welke bijdrage zij aan de uitvoering ervan kunnen leveren. Op basis daarvan maken we meerjarige prestatieafspraken met de in onze gemeente werkzame corporaties en huurdersorganisaties.
Woonzorgvisie 2024
46
5.4 PERIODIEK OVERLEG MET DE MARKT: LOKAAL BOUWOVERLEG We richten een lokaal Bouwoverleg Meierijstad op met marktpartijen (waaronder ontwikkelaars, architecten, corporaties, POM, enzovoorts). In dit overleg voeren we het gesprek over voortgang van de bouwproductie, randvoorwaarden, kansen en knelpunten die we tegenkomen bij de uitvoering van ons beleid. We hebben niet alle wijsheid in pacht en we hebben onze partners in het veld hard nodig. Samen verkennen we wat nodig is, met onze Woonzorgvisie als vertrekpunt. Dit Bouwoverleg komt twee keer per jaar bijeen. 5.5 UITVOERINGSPROGRAMMA Los van deze Woonzorgvisie werken we de ambities en maatregelen uit in een uitvoeringsprogramma voor de komende jaren. Daarin maken we helder wat we precies gaan doen, wie daarvoor verantwoordelijk trekker is, welke partijen en expertises betrokken worden en wat de planning is.
Woonzorgvisie 2024
47
BIJLAGEN BIJLAGE 1: BEGRIPPENLIJST Beschermd Wonen Beschermd wonen omvat instellingsplaatsen met 24-uurs nabije zorg en bescherming. Dit betekent dat de zorg permanent aanwezig is. Het betreft intensieve en zeer intensieve zorg, gericht op verpleging en verzorging en/of dementiezorg (zorgprofielen VV-05 t/m VV-09 uit de Wet langdurige zorg). Daarbinnen wordt onderscheid gemaakt tussen personen met VV-05 of VV-07 (overwegend grondslag psychogeriatrisch) en personen met VV-06 of VV-08 (overwegend grondslag somatisch). Behalve verpleeghuizen vallen ook verschillende kleinschalige vormen van groepswonen onder het beschermd wonen, voor zover het instellingsplaatsen betreft. Bron: www.bevolkingsprognose.brabant.nl/definities-wonen-met-zorg-en-welzijn.html Betaalbare woningen Optelsom van de categorieën sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. Deze maximale huur- en koopprijzen worden jaarlijks geactualiseerd door het college van Meierijstad, o.a. op basis van de jaarlijkse bijstelling door de Rijksoverheid. Bron: Woondeal Zuidoost-Brabant maart 2023 Biodiversiteit Biodiversiteit is de veelzijdigheid aan leven in al zijn vormen. De verscheidenheid aan soorten binnen de natuur is zowel de hoeveelheid en variatie tussen soorten (planten, dieren, micro-organismen en schimmels), als de genetische variatie binnen een soort.
De variatie tussen soorten is belangrijk voor het goed functioneren van voedselpiramides en het sluiten van kringlopen. De genetische diversiteit is daarnaast van belang om de kans op uitsterven van een soort te verkleinen. Bron: Agenda Natuurinclusief 2.0 van het Natuurinclusief Nationaal Overleg (NiNO) Circulair bouwen Circulair bouwen draait om het slim toepassen van nieuwe materialen en/of hergebruiken van bestaande materialen. Maar ook om het ontwikkelen van gebieden, gebouwen en infrastructuur zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. Hierdoor is er minder afval bij bouwactiviteiten, nu en in de toekomst. Een speciale vorm van circulair bouwen is biobased bouwen: bouwen met natuurlijke bouwmaterialen die steeds opnieuw aangroeien, zoals vlas, stro en hennep. Bron: www.volkshuisvestingnederland.nl CO2-neutraal Om CO2-neutraal te zijn, moet er een evenwicht zijn tussen de CO2-uitstoot en de opname van CO2 uit de atmosfeer in ‘carbon sinks’ (of natuurlijke koolstofputten), zoals bomen. Om deze CO2-balans te bereiken, moeten alle broeikasgassen van de wereld gecompenseerd worden door koolstofopname. Bron: www.denederlandsegrondwet.nl Collectief Particulier Opdrachtgeverschap Bij collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) ontwikkelt een groep burgers samen hun woningen of zelfs een hele woonwijk.
Dit kan op eigen initiatief, maar kan ook op initiatief van een gemeente of een andere grondeigenaar. Bron: www.rvo.nl Woonzorgvisie 2024
48
Corporatie Een corporatie (of woningbouwcorporatie, woningcorporatie) is een privaatrechtelijke instelling (stichting of vereniging) die uitsluitend werkzaam is op het gebied van de volkshuisvesting, voor mensen die niet of onvoldoende in staat zijn in hun eigen huisvesting te voorzien (de doelgroep). Bij koninklijk besluit worden corporaties toegelaten als instelling. Als synoniem voor ‘toegelaten instelling’ wordt ook vaak de term ‘sociale verhuurder’ gebruikt Bron: Ministerie BZK Doorstromer Huishouden dat verhuist naar een zelfstandige woning en daarbij een zelfstandige woning achterlaat voor een volgende bewoner. (Economisch actieve) internationale werknemer Een economisch actieve, internationale werknemer is een persoon (in de leeftijdscategorie 15 t/m 66 jaar) in loondienst bij een in Nederland gevestigde organisatie waarvoor loonheffing is betaald aan de Belastingdienst. Daarnaast geldt dat deze persoon alleen een buitenlandse nationaliteit heeft; oftewel deze persoon heeft niet de Nederlandse nationaliteit (bron: ministerie EZ). Binnen deze groep internationale werknemers zijn verschillende categorieën te onderscheiden: • Internationale kennismigrant (expat). Een theoretisch opgeleide economisch actieve werknemer met alleen een buitenlandse nationaliteit. Voor deze kennismigranten geldt een minimale looneis voor twee leeftijdsgroepen.
De minimale (fiscale) looneisen bruto per maand (excl. vakantiegeld) zijn € 5.331 voor kennismigranten van 30 jaar of ouder en € 3.909 voor kennismigranten jonger dan 30 jaar (prijspeil 2024). • Arbeidsmigrant. Arbeidsmigranten zijn onderdanen van een andere lidstaat van de Europese Unie die zijn hoofdverblijf niet in Nederland heeft en in Nederland verblijft om tijdelijke werkzaamheden te verrichten. (bron: Wet goed verhuurderschap, artikel 1). Het zijn werknemers die laaggeschoold of uitvoerend werk doen, met een tijdelijk of flexibel arbeidscontract. Veel arbeidsmigranten zijn tijdelijk of terugkerend tijdelijk in Nederland, een gedeelte vestigt zich in Nederland Bron: ‘Arbeidsmigratie in Noord-Brabant’ van Het PON, september 2018 Klimaatbestendig Er is sprake van klimaatbestendigheid als gebouwen en hun omgeving bestand zijn tegen overstromingen, wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit en bodemdaling. Bron: Rijksoverheid, bij Maatlat voor een klimaatadaptieve groene Gebouwde Omgeving Lage en middeninkomens • Lage inkomens (ook wel ‘doelgroep van beleid’): eenpersoonshuishoudens met een belastbaar inkomen beneden € 47.699 (prijsgrens 2024) en meerpersoonshuishoudens met een belastbaar inkomen beneden € 52.671 (DAEB-norm).
De inkomens zijn de doelgroep voor sociale huurwoningen • Middeninkomens: huishoudens met een belastbaar inkomen tot 1,5 maal de DAEB-norm (DAEBnorm meerpersoonshuishoudens prijspeil 2024). Voor 2024 is 1,5 maal de DAEB-norm € 79.006. Bron: Doelgroepenverordening Meierijstad, op basis van inkomenscategorie voor goedkope koop.
Woonzorgvisie 2024
49
Maatschappelijke Opvang Maatschappelijke opvang is het tijdelijk onderdak en begeleiding bieden aan personen, die door een of meer problemen, al dan niet gedwongen, niet meer thuis kunnen wonen en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving (onder andere dag- en nachtopvang dak- en thuislozen). Bron: www.cbs.nl Mantelzorg, mantelzorgwoning Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. Van een mantelzorgwoning spreken we als een zorgvrager bij de mantelzorger gaat wonen of andersom en hiervoor een aan- of bijgebouw bij de woning van de mantelzorger geschikt wordt gemaakt, een tijdelijke mantelzorgunit aan de woning wordt gekoppeld, dan wel een aparte woning of woonunit op het erf van de mantelzorger wordt gerealiseerd.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) gaat ervan uit dat een mantelzorgwoning bedoeld is voor de huisvesting van een huishouden van maximaal twee personen van wie tenminste één persoon zorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de hoofdwoning. Bron: Ministerie VWS. Mantelwonen Bij Mantelwonen hoeft geen sprake te zijn van een relatie op basis van een (tijdelijke) zorg- of ondersteuningsvraag. Natuurinclusief De mate waarin maatschappelijk en economische activiteiten verweven zijn met de natuur en er bewust ruimte voor biodiversiteit wordt gecreëerd. Dit houdt in dat bij elke fase van activiteiten - planvorming, beleid, besluitvorming en beheer- natuur centraal staat. Bron: Agenda Natuurinclusief 2.0 van het Natuurinclusief Nationaal Overleg (NiNO) Omgevingsvisie Een omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie van een bestuursorgaan voor de hele fysieke leefomgeving en haar grondgebied. De omgevingsvisie is een volgens de Omgevingswet verplicht instrument voor het Rijk, provincies en gemeenten. Het Rijk maakt een nationale omgevingsvisie, de provincie een provinciale omgevingsvisie en de gemeente een gemeentelijke omgevingsvisie. Gemeenten moeten op 1 januari 2027 hun omgevingsvisie hebben vastgesteld. In Meierijstad wordt de omgevingsvisie opgesteld onder de titel Toekomstvisie.