Bijlage 2a - Woonzorgvisie 2024
Tekst van het document
TH U I S I N M E I E R I J S TA D TH U I S I N V ITA LE W I J K E N E N D O R P E N WOONZORGVISIE 2024
INHOUDSOPGAVE VOORWOORD3 SAMENVATTING4 LEESWIJZER8 ACHTERGROND9 1. ONS VERHAAL: THUIS IN VITALE LEEFGEMEENSCHAPPEN
13
2. MENSEN
17
3. WONINGEN
31
4. VITALE WIJKEN EN DORPEN
39
5. SAMEN WERKEN AAN UITVOERING
45
BIJLAGEN
48
Woonzorgvisie 2024
2
VOORWOORD In het Coalitieakkoord 2022-2026 staat wonen en dan met name de woningbouwversnelling als één van de belangrijkste speerpunten in deze bestuursperiode benoemd. Zowel kwalitatief als kwantitatief, waarbij we een divers woningaanbod willen creëren, waarin ruimte is voor koop, huur, meer-generatie-wonen en zorgconcepten. Met aandacht voor de verschillende aandachtsgroepen, zoals jongeren, ouderen en gezinnen. De urgentie is voelbaar; er zijn veel woningzoekenden en het thema wonen en met name het tekort aan (geschikte) woningen leeft bij onze partners en bij onze inwoners. Ik wil me hard maken voor de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwversnelling. Immers: een woning is meer dan alleen een dak boven je hoofd en daarom een basisbehoefte. Met deze visie kijken we vooruit en schetsen we de ontwikkelingen die we op ons af zien komen en de keuzes die we daarbij willen maken. Deze Woonzorgvisie kijkt vooruit naar 2040 en geeft de koers aan voor de komende vijf jaar. De woonopgave is complex en het kost de nodige tijd voor dat ingezette maatregelen effect hebben. Daar is soms een lange adem voor nodig. Een visie kan helpen om aan de koers vast te houden en ons niet af te laten leiden door de ‘gekte’ op de markt. De omstandigheden veranderen voortdurend, waardoor een visie ook voldoende flexibel moet zijn om daarin mee te bewegen.
Dat is soms een uitdaging! Deze visie maakt daarom keuzes op hoofdlijnen over de belangrijkste thema’s die met wonen te maken hebben.
Woonzorgvisie 2024
Vanwege de sterke vergrijzing in de komende jaren is ‘zorg’ één van die belangrijke thema’s. Hoe gaan we met onze woningen en woonmilieus bijdragen aan de zorgvragen die in de toekomst alleen maar groter worden? Denk bijvoorbeeld aan de toename van het aantal mensen in een rolstoel en de geschikte woonruimte die daar voor nodig is. En de toename van (groepen) mensen die meer ondersteuning nodig hebben om een geschikte woonruimte te vinden. Hoe verdelen we de aandacht en middelen? En zijn er misschien slimme oplossingen te bedenken voor de betaalbaarheid van het wonen? Ook is de afname van het zorgpersoneel een uitdaging. Kan de manier waarop we wonen daar een oplossing in bieden? Lastige vragen die we als gemeente niet allemaal zelf kunnen beantwoorden. Inwoners, zorg- en welzijnspartijen, corporaties, marktpartijen en andere organisaties hebben we daarom om advies gevraagd. Het is onze zorg om voor alle mensen die in Meierijstad (komen) wonen in goede huisvesting te voorzien en de kwaliteit van onze wijken en kernen te behouden en waar mogelijk te verbeteren. Dat is steeds meer een puzzel omdat de beschikbare ruimte schaarser wordt en de kosten hoger. Hoe (ver)delen we de beschikbare middelen eerlijk, zoals ruimte, huizen en geld en wat geven we prioriteit? Regelmatig is ons verzocht om meer ‘lef’ te gebruiken bij deze puzzel.
Daar gaan we samen met onze partners mee aan de slag. Want de opgaven die er liggen kunnen we alleen samen oplossen. Deze visie geeft daarbij richting en houvast. We sturen richting 2040 op een goed thuis in vitale leefgemeenschappen in Meierijstad. Rik Compagne Wethouder wonen Gemeente Meierijstad 3
SAMENVATTING In één beeld samengevat is dit de Woonzorgvisie van de gemeente Meierijstad. We lichten het onder deze infographic op onderdelen kort toe.
Woonzorgvisie 2024
4
Ons verhaal Op basis van alle (te verwachten) ontwikkelingen om ons heen, hebben we bekeken wat dat voor wonen betekent. De manier waarop wij en onze stakeholders denken het best in deze opgaven te voorzien is onze visie op wonen, welzijn en zorg en heeft als uitgangspunten: • Een goed thuis in een passende woning en woonomgeving; • Woonverandering faciliteren: veel claims op schaarse ruimte, woningbouw verandert, meer kleinere woningen voor kleine huishoudens, andere stedenbouwkundige opzet, optimaler gebruik bestaande meters ‘wonen’; • Gezonde thuisomgeving borgen: leefomgeving, sociaal contact, gezondheid, veilig, zelfredzaam; • Streven naar gemengde wijken en dorpen; • Bouwen aan toekomstbestendige wijken en dorpen: fysiek en sociaal:Duurzaam, klimaatbestendig, natuurinclusief, goede ruimtelijke inrichting - Sociaal initiatief, actief burgerschap - Voldoende welzijn, zorg en ondersteuning - Ontmoeting Onze mensen • We blijven groeien: vooral toename kleine huishoudens; • Opgave voor: - Jongeren: deel wil in Meierijstad blijven, geschikt aanbod ontbreekt, behoud voor onze dorpen is cruciaal - Gezinnen: belangrijke doelgroep van oudsher, bestaande voorraad vrijspelen door doorstroming ouderen - Ouderen: vergrijzing, doorstroming stimuleren, opgave voor geclusterd wonen, zelfstandig thuis met zorg aan huis, bestaande woningen geschikt maken - Lage en middeninkomens:
bestaanszekerheid onder druk, middeninkomens tussen wal en schip, opgave voor betaalbaarheid woningbouwprogramma - Aandachtsgroepen van het Rijk: opgave is in beeld, belangrijk vertrekpunt voor keuzes nieuwbouw, doelgroepen wonen, welzijn & zorg, klassieke doelgroepen en overige aandachtsgroepen (waaronder arbeidsmigranten) • Doelstellingen: - Vold oende en juiste woningen - Goede huisvesting, zorg en begeleiding aandachtsgroepen, focus op jongeren en ouderen - Kwetsbare mensen zijn ‘gewoon’ onderdeel van dagelijks leven • Wat we gaan doen: - Betaalbaar nieuwbouwprogramma, ook voor jongeren/starters - Huisvestingsverordening, urgentieregeling opstellen (lokale voorrang, voldoende sociale huurwoningen voor regulier woningzoekenden), startersregeling invoeren - Integraal Actieplan Doorstroming - Inzet Volledig Pakket Thuis, woningaanpassingen - Toevoegen geclusterde woningen en andere ‘tussenvormen’ - Ruimtelijke keuzes voor zwaardere zorg: bij voorkeur in vier grote kernen - Gemengde wijken en dorpen met mix van doelgroepen - Lokale netwerkorganisatie wonen, welzijn & zorg in Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel Woonzorgvisie 2024
5
- Samenwerking rond Pact Wonen, Welzijn & Zorg intensiveren, verbinden met Zorgkantoor en huisartsen - Borgen integratie, begeleiding en zachte landing van aandachtsgroepen in wijken en dorpen - Versterken inloopvoorzieningen en overige voorzieningen indien passend - We dragen bij aan actualisatie van het (bredere) beleid voor huisvesting van arbeidsmigranten en zetten in op huisvesting van werknemers in (kwalitatieve) woningen. - We onderzoeken de mogelijkheden van een doorstroomlocatie voor (dreigende) dak- en thuislozen en statushouders. - Overige acties: afspraken huisvesting statushouders voortzetten, mogelijkheden extra woonwagenstandplaatsen verkennen, passende voorziening voor mensen met onbegrepen gedrag. Woningen • Forse opgave voor toevoegen nieuwe woningen • Doelstellingen: - voldoende en de juiste woningen realiseren - beter benutten bestaande woningvoorraad - meer variatie in woningvoorraad door realiseren nieuwe woonvormen - bijdragen aan vitale leefgemeenschappen door investeren in levensloopbestendigheid en duurzaamheid
• Wat we gaan doen - Tot aan 2030 zijn de huidige projecten voldoende. - Tijdig (2026) opgave in beeld brengen . Op basis van enerzijds de (binnenstedelijke) opgave voor vitale gemeenschappen, fysieke ontwikkelkansen en herstructureringsopgaven. En anderzijds de opgave uit de provinciale prognose. Zodat tijdig aanvullende (locatie)keuzes gemaakt worden - Goede procentuele verdeling van totale nieuwbouwprogramma met ten minste 70% betaalbaar, waarvan ten minste 30% sociale huur (realisatie door corporaties borgen) - Inzet op modulaire bouw en houtskeletbouw (snel en flexibel) - Ambitie modulaire woningen doorzetten - Beter benutten bestaande voorraad: beleid opstellen voor woningsplitsing, (pre)mantelzorgwoningen en microwoningen, bestaande woningen geschikt maken voor mensen met beperking, overige mogelijkheden beter benutten - Meer variatie: beleids- en afwegingskader Nieuwe Woonvormen opstellen - Vitale leefgemeenschappen: levensloopbestendig, ontmoeting en omzien naar elkaar, aansluiten bij Inclusieagenda, toekomstbestendig (duurzaamheid, natuurinclusief), koppelkansen fysieke ingrepen en sociale investeringen, leefbaarheidsmonitor en Veerkrachtkaarten (strategie in wijken bepalen) Onze aanpak Om de keuzes ook in de praktijk te brengen geven we een aantal uitgangspunten mee voor de doorvertaling naar onze wijken en dorpen en hebben we nagedacht over de wijze waarop we
samenwerken aan de uitvoering van de visie.
Woonzorgvisie 2024
6
Vitale wijken en dorpen • Onze leefgemeenschappen verschillen qua bevolking, woningvoorraad, voorziening, relatieve ligging ten opzichte van voorzieningen elders, bereikbaarheid, enzovoorts • Uitwerking voor de dorpen oppakken samen met partners Richtinggevende hoofdlijnen voor die uitwerking: - bouwen in alle kernen in zo continu mogelijke bouwstroom, - uitwerking naar type woonmilieus, - iedere kern levert bijdrage aan huisvesting aandachtsgroepen (fair share) • Woningbouw aan randen van kernen (waaronder CPO voor jongeren en ouderen) • Geclusterde woonvormen toevoegen in alle kernen, inzet op langer zelfstandig thuis, woningen aanpassen, zwaardere zorg in vier grote kernen.
Samen werken aan uitvoering • Risico’s en kritische randvoorwaarden, meervoudige claims op de ruimte: integrale afweging gebiedsontwikkelingen met maatwerk, Toekomstvisie geeft richting • Nieuwe prestatieafspraken met corporaties en huurdersorganisaties: Woonzorgvisie is basis voor het bod van de corporaties, op basis daarvan maken we prestatieafspraken • Introductie Lokale Bouwtafel: periodiek lokaal overleg met stakeholders (waaronder ontwikkelaars, architecten, corporaties, POM, enzovoorts), gericht op voortgang bouwproductie, randvoorwaarden, kansen en knelpunten • Goede regie: tussentijdse monitoring en evaluatie nodig: - Twee keer per jaar voortgang bespreken in themabijeenkomst met college - Eén keer per jaar woningbouwprogrammering en prioritering vaststellen - Eén keer per jaar voortgang met raad bespreken tijdens beeldvormende avond - Indien nodig woonbeleid bijstellen - Ten minste in 2028 beleid bijstellen: op visieniveau aansluiten bij de Toekomstvisie, uitvoering verwerken in het dan verplichte Volkshuisvestingsprogramma • Uitvoeringsprogramma: ambities en maatregelen uitwerken in een uitvoeringsprogramma (wat gaan we doen, wie is verantwoordelijk, welke partijen en expertises worden betrokken, voorzien van planning).
Woonzorgvisie 2024
7
LEESWIJZER In de achtergrond lichten we eerst het wettelijk kader van de woonzorgvisie toe en de relatie met de toekomstvisie en het volkshuisvestelijk programma. Vervolgens zoomen we in op de trends en ontwikkelingen die we zien en de dilemma’s waar we voor staan. Nu we weten waar we voor aan de lat staan en wat er om ons heen gebeurt, beschrijft het eerste hoofdstuk hoe we daar mee om willen gaan: Ons verhaal. Dit hoofdstuk is de sectorale input (namens wonen) voor de Toekomstvisie. Nu de rode draad helder is bespreken we in hoofdstuk twee wat dat betekent voor de diverse doelgroepen. Wat zien we? En wat gaan we doen op basis van onze visie? Jongeren, gezinnen en senioren komen eerst aan de orde als de bekende, klassieke doelgroepen. Vervolgens hebben we aandacht voor de specifiekere groepen: mensen die vanuit een bepaalde situatie of achtergrond passende woonruimte nodig hebben. In hoofdstuk drie presenteren we het Woonprogramma: hoeveel en welke woningen zijn er nodig om in de behoefte te voorzien? Wat moet daarvoor nieuw gebouwd worden, op wat voor locaties en op welke termijn? En wat doen we met de bestaande woningvoorraad? Hoofdstuk vier zoomt verder in op de uitgangspunten voor vitale leefgemeenschappen. We onderscheiden daarin drie verschillende woonmilieus voor Meierijstad. Op basis hiervan kunnen we in het vervolg beter keuzes maken die passen bij de kern.
We besluiten in hoofdstuk vijf met de wijze waarop we samen met onze partners uitvoering willen geven aan de voornemens en hoe we vinger aan de pols houden.
Woonzorgvisie 2024
8
ACHTERGROND STATUS EN REIKWIJDTE VAN DE WOONZORGVISIE Wettelijk kader verandert: relatie met Omgevingswet en Wet versterking regie volkshuisvesting Gemeenten worden met de aanstaande Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) vanaf 2026 verplicht een Woonzorgvisie op te stellen. In de visie moeten zij aangeven hoe ze invulling geven aan de vraag naar woonruimte van ouderen en verschillende ‘aandachtsgroepen’ en aan de zorg en ondersteuning die daarvoor nodig is. Nu is de Woningwet nog de juridische basis voor de verplicht op te stellen Woonzorgvisies. Na invoering van de Wvrv wordt de Woonzorgvisie onderdeel van de Omgevingswet. De visie op hoofdlijnen moet dan opgaan in de gemeentelijke Omgevingsvisie (in Meierijstad is dat de Toekomstvisie). De uitwerking van de hoofdlijnen in concrete plannen en maatregelen moet landen in een volkshuisvestingsprogramma. Dat wordt na invoering van de Wvrv een verplicht programma in het kader van de Omgevingswet. In schema: OMGEVINGSVISIE/TOEKOMSTVISIE Verplichte programma’s (waaronder VHV-programma) Gebiedsgerichte programma’s Sectorale programma’s Onderdelen van het volkshuisvestingsprogramma krijgen juridische vertaling in Omgevingsplannen. Bijvoorbeeld als het gaat om het percentage sociale huurwoningen in de nieuwbouw. Of beleidsregels die voorheen in een Doelgroepenverordening konden worden opgenomen.
Met deze Woonzorgvisie geven we al invulling aan deze verplichting en ook aan de omschreven opgaven die in de diverse programma’s van het Rijk zijn geformuleerd. Anticiperen op ‘gamechangers’en de Toekomstvisie We kiezen er voor de ‘reguliere’ bevolkingsprognoses te volgen, mede omdat er nu geen aanleiding is om hiervan af te wijken. Wanneer er omstandigheden ontstaan of keuzes worden gemaakt waardoor de reguliere prognoses niet meer kloppen, is bijstelling nodig. Die bijstelling zal met name betrekking Woonzorgvisie 2024
9
hebben op hoofdstuk 2, 3 en 4 van deze visie, want de rode draad van deze visie (hoofdstuk 1) blijft staan, ongeacht economische, politieke of maatschappelijke veranderingen. Parallel aan het opstellen van de Woonzorgvisie werken wij aan de Toekomstvisie, die tevens als Omgevingsvisie dient. De processen en inhoud van beide visies zijn zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. In de Toekomstvisie moet de integrale ruimtelijke afweging gemaakt worden tussen ruimtevragende functies, gebaseerd op het gewenste toekomstbeeld van Meierijstad, haar wijken en dorpen en het buitengebied. Door keuzes uit de toekomstvisie kan het zijn dat het toekomstig volkshuisvestingsprogramma (hoofdstukken 2, 3 en 4) bijgesteld moeten worden. Relatie met zorg en welzijn De term woonzorgvisie verwijst naar de zorg die we hebben om mensen met zorg(en) goed te huisvesten. Op welke wijze kan ‘wonen’ bijdragen aan de zorgvraagstukken die op ons afkomen. Zowel voor de diverse aandachtsgroepen die meer ‘zorg/aandacht’ nodig hebben om op deze woningmarkt aan een geschikte woning te komen als voor de groeiende groep senioren die op den duur ook meer zorg nodig zullen hebben. Deze Woonzorgvisie is wat dat betreft niet uitputtend en heeft de focus op wonen liggen. Daar waar het relevant is leggen we verbinding met aanpalend beleid.
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN We hebben in de afgelopen jaren al stevig geïnvesteerd in regie op de woningbouwopgave, versnelling van de productie en de opgave voor betaalbare woningen. En dat heeft effect. De bouwproductie vertoont een stijgende lijn, vanaf 2019 vooral ook in de bouwproductie van sociale huurwoningen. De uitgangspunten uit de Woonvisie 2018 en het Actieplan werken echt door in de productie vanaf 2021.
We kunnen een aantal trends en ontwikkelingen duiden die richting geven aan de opgaven en keuzes waar we voor staan.
Woonzorgvisie 2024
10
Nieuwe prognoses Ten eerste hebben we te maken met een bevolkingstoename waardoor er meer woningen nodig zijn. De provinciale voorspellingen voor de huishoudensontwikkeling duiden op een opgave die in 2040 ongeveer 2.000 woningen hoger ligt dan waar we op basis van de vorige voorspelling van uit gingen. Deze prognoses houden geen rekening met eventuele ‘gamechangers’ die bijvoorbeeld uit de keuzes uit de toekomstvisie kunnen ontstaan (zie ook §Anticiperen op ‘gamechangers’en de Toekomstvisie). Huishoudenssamenstelling in Meierijstad in 2040 en 2050 volgens provinciale prognoses Noord-Brabant 2023.
De plus wordt onder meer verklaard door een toename van het aantal alleenstaanden en koppels in de middenleeftijden én van jonge gezinnen. De vergrijzing pakt iets minder groot uit dan eerder gedacht, maar ook in de nieuwe prognose telt Meierijstad in 2040 veel 75-plus huishoudens. In de leeftijdsklasse 65-74 neemt het aantal huishoudens tussen 2040 en 2050 inderdaad af, maar in 2050 is die groep verder doorgeschoven naar de klasse 75-plus. Het aantal alleenstaande 75-plussers neemt na 2040 voorlopig nog verder toe. Betaalbaarheid van het wonen, bestaanszekerheid De bestaanszekerheid van onze inwoners staat onder druk, in brede zin. De (on)betaalbaarheid van het wonen is daar een belangrijk onderdeel van. En daar zit ook een stevig probleem. Koopwoningen zijn doorgaans niet meer bereikbaar voor lagere- en middeninkomens, huurprijzen stijgen ook. Niet voor niets heeft het Rijk naast de kwantitatieve opgave van 900.000 woningen tot en met 2030, betaalbaarheid van het nieuwbouwprogramma hoog in het vaandel staan. We zien dat er steeds meer eisen worden gesteld aan de toekomstgerichte kwaliteiten van woningen en de woonomgeving. Deze eisen zetten de betaalbaarheid van woningen verder onder druk. DILEMMA’S: OPMAAT VOOR DE KEUZES We zien dat er grote uitdagingen voor ons liggen, zowel in de kwantitatieve opgave als in de kwalitatieve opgave.
We schetsen een aantal belangrijke dilemma’s waar we rekening mee willen houden in deze visie. We willen met deze visie richting geven aan de wijze waarop we met bovenstaande en toekomstige dilemma’s omgaan. We zien onder andere de volgende dilemma’s: • Kwantitatieve opgave tegenover beperkte ruimte: past de woningbouwopgave terwijl ook andere functies ruimte vragen (bedrijven, infrastructuur, groen, waterberging, energie- en warmtetransitie)? Krijgen we dan geen stapeling van (ruimtelijke) eisen waardoor woningbouw vertraagt, onbetaalbaar wordt of van onvoldoende kwaliteit? • Jongeren behouden tegenover betaalbare kwalitatieve woningbouw: we willen inzetten op vasthouden en aantrekken van jongeren, voor een evenwichtige bevolkingsopbouw in wijken en
Woonzorgvisie 2024
11
dorpen. Er zijn betaalbare woningen nodig om jongeren te behouden , maar is dat haalbaar met nieuwbouw? Is betaalbare nieuwbouw van voldoende kwaliteit voor de lange termijn nog mogelijk? En hoe borgen we vervolgens dat woningen ook langere tijd beschikbaar (betaalbaar) blijven voor deze doelgroep. • Doorstroming van ouderen stimuleren tegenover een tekort aan eengezinswoningen: Het blijkt lastig om ouderen te verleiden hun (grotere) woning te verlaten om daarmee een verhuisketen op gang te brengen. Er zijn passende alternatieven nodig, zoals woningen die voldoende kwaliteit bieden (duurzaam, uitstraling, buitenruimte, in de eigen leefomgeving met een redelijke prijs-/ kwaliteitsverhouding en financierbaar met een pensioen). Zijn deze woningen haalbaar? En wanneer we hier in de nieuwbouw op focussen en doorstroming komt alsnog niet op gang, komt huisvesting van gezinnen dan in gevaar? • Woningaanpassingen of doorstroming naar een geschikte woning stimuleren VANWEGE een tekort aan verpleegplekken en zorgpersoneel in de toekomst. • Betaalbaarheid van nieuwbouwwoningen tegenover sluitende grondexploitaties en versnelling: Wat betekent realisatie van betaalbare woningen in de programmering voor de grondexploitaties en daarmee voor de haalbaarheid van toekomstige woningbouwlocaties.
Is het verstandig om mee te gaan in de door het Rijk voorgestelde prijsstijgingen of stimuleer je als gemeente betaalbare nieuwbouw voor o.a. starters en middeninkomens en daarmee kleinere en innovatieve woningbouw? Hoeveel flexibiliteit willen we bieden in de eisen voor betaalbare woningbouw die we opleggen? • Verdeling over de kernen: Meierijstad kenmerkt zich door een grote variatie aan woonmilieus. Van (groen)stedelijk tot landelijk wonen en alles ertussen. De opbouw van de bestaande voorraad en de opbouw van de bevolking is per kern anders evenals de mate waarin (woning)bouw in de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden of is voorbereid. Wanneer voegen we de juiste woningen op de juiste locatie toe? Kan iedere kern (voortdurend) blijven groeien of zijn daar grenzen aan? Willen we een evenredige verdeling van de groei over alle kernen en verschillende woonmilieus of mag daar kwantitatief en kwalitatief verschil tussen zitten? • Overige dilemma’s: snelheid tegenover kwaliteit (stapeling van eisen), snelheid tegenover innovatie/ leren (vraagt tijd, geld, capaciteit maar op termijn wellicht beter), snelheid tegenover rechtszekerheid van belanghebbenden, politieke klimaat en maatschappelijk draagvlak (vele doelgroepen, migratie, wie krijgt voorrang)?
Woonzorgvisie 2024
12
1. ONS VERHAAL: THUIS IN VITALE LEEFGEMEENSCHAPPEN Meer dan in het verleden staat volkshuisvesting in het teken van een goed thuis hebben in een passende woning en woonomgeving. Dat is de kern van het coalitieakkoord en dat hebben we ook in diverse gesprekken met onze stakeholders en inwoners gehoord. Wat is ons beeld voor de toekomst van goed wonen in onze wijken en dorpen, wat is ons verhaal? Dat presenteren we in dit hoofdstuk.
1.1 IEDEREEN WOONRUIMTE (HOUSING FIRST) Om in een toekomst van goed wonen in onze wijken en dorpen te voorzien, zien wij woonruimte als een eerste vereiste. Een ‘stabiele’ woonomgeving die veilig en gezond is, om ook op andere vlakken ‘stabiel’ te kunnen zijn. Er zijn veel mensen die (snel) passende woonruimte nodig hebben, maar onvoldoende op de huidige markt terecht kunnen. Voldoende woonruimte voor de huidige en toekomstige inwoners van Meierijstad is dus het eerste uitgangspunt.
Woonzorgvisie 2024
13
1.2 WONEN VERANDERT De opgave voor voldoende en kwalitatieve woningen vanwege de demografische ontwikkelingen is groot. Daar is ruimte voor nodig: in het bestaand stedelijk gebied van onze kernen, maar mogelijk ook aan de randen ervan. Maar er liggen meer ruimteclaims: • Het vollopen van het elektriciteitsnet vraagt om extra ruimte voor transformatiehuisjes en leidingen. En om slimme afspraken over welke voorzieningen wel/geen aansluiting krijgen en wanneer; • Een vitale economie vraagt om voldoende ruimte voor ontwikkeling. Maar ook om huisvesting van de werknemers; • De energietransitie vraagt om alternatieve opwek en ander materiaalgebruik, dit heeft ook ruimte nodig; • Het veranderende klimaat vraagt om ruimte voor groen/water in de gebouwde omgeving, en biodiversiteit; bodem en water wordt leidend; • Meer woonruimte vraagt meestal meer ruimte voor infrastructuur en openbare ruimte (wegen, parkeren, bereikbaarheid enzovoort); • Veranderingen in de agrisector vragen om meer of andere ruimte of leveren juist een transformatievraagstuk op; • De druk op de zorg neemt toe, er wordt meer gevraagd van het netwerk van de mensen. Ontmoeting en laagdrempelige hulp in de sociale omgeving zijn nodig om de zorg te ondersteunen. Dit heeft ook ruimtelijke consequenties. • Overige, zoals sport/bewegen, voorzieningen, innovaties, trends en politieke keuzes.
Deze ruimteclaims leiden tot een ander beeld van toekomstige wijken en buurten, waarbij delen in plaats van verdelen centraler staat. En niet alleen in de fysieke ruimte komt delen centraler te staan. Denk bijvoorbeeld aan de ruimte voor stikstofuitstoot, het beschikbare sociale draagvlak, arbeidscapaciteit, grondstoffen en financiële middelen. Ze zijn allemaal in beperkte mate aanwezig en vereisen daarom ‘slimme en innovatieve oplossingen’ waar delen met elkaar en samenwerking centraler staat. Met een schaarste aan onder andere fysieke ruimte (en een toenemende druk op de betaalbaarheid) is het waarschijnlijk dat de verhouding tussen openbaar gebied en privé-buitenruimte in woonomgevingen anders wordt: met grotere collectieve ruimte in combinatie met groen, waterberging, energieopwek- of opslag en ontmoeten/bewegen. Waarbij de woningvoorraad meer zal gaan bestaan uit kleinere woningen, vaker geschikt voor één- en tweepersoonshuishoudens. Soms grondgebonden en soms (in meer of mindere mate) gestapeld, afhankelijk van de beschikbare ruimte en combinatie met andere opgaven en functies Dat zal ook vragen om een andere stedenbouwkundige opzet, meer innovatieve bouwmethoden en optimaler gebruik van (bestaande) meters ‘wonen’. 1.3 GEZONDE THUISOMGEVING In onze visie is de directe leefomgeving van mensen belangrijk, ook wel de thuisomgeving genoemd.
Mensen wonen niet per sé in Meierijstad, maar in hun woning, in de straat, die is gelegen in Boerdonk, Boskant, Eerde, Erp, Keldonk, Mariaheide, Nijnsel, Olland, Schijndel, Sint-Oedenrode, Veghel, Wijbosch of Zijtaart. Daar voelen de meeste mensen zich verbonden en hebben ze hun sociale netwerk, informele hulp en dagelijkse activiteiten. Steeds vaker wordt in beleid de verbinding gelegd tussen leefomgeving, sociaal contact en gezondheid als belangrijke randvoorwaarden voor de langere termijn. Het belang van wijken, buurten en dorpen als sociale en vitale leefgemeenschap wordt daarmee onderstreept. De vraag die we onszelf in deze visie op wonen, welzijn en zorg stellen, is hoe we kunnen bijdragen aan
Woonzorgvisie 2024
14
deze gewenste vitale leefgemeenschap. Een leefgemeenschap die ook voorziet in een veilige omgeving waarin iedereen mee kan doen, waarin men zelfredzaam is en aansluiting vindt op het sociale- en zorgnetwerk en waar een waardevolle daginvulling gevonden kan worden. Hierin kan de leefomgeving ondersteunen. Dat geldt voor de openbare (buiten)ruimte en voor plekken en (inloop-)voorzieningen als wijk- en dorpshuizen, bibliotheken, scholen of buurtwinkels. Ook die kunnen een waardevolle rol spelen bij het faciliteren van sociaal contact of zelfs sterkere onderlinge verbondenheid. De openbare ruimte kan bijdragen aan het voorkomen van eenzaamheid. Het actief betrekken en binden van bewoners en hen stimuleren tot meedenken én meebeslissen draagt volgens Sennet mede bij aan een vitale leefgemeenschap. Ruimtelijk ontwerp en doordachte architectuur leiden tot meer sociale interactie, waardoor mensen zich ergens thuis voelen. Actief burgerschap kan van een woonplek een gemeenschap maken (Sennett, 2020)’. Link naar een gezonde leefomgeving vraagt om ruimte voor ontmoeting) mede bij aan een vitale leefgemeenschap.
De vraag die voorop staat: hoe gaan buurtbewoners zich herkennen, thuisvoelen én gezien worden in hun (toekomstige) wijk? Sociaal initiatief en actief burgerschap kunnen een buurt tot een gemeenschap maken, dat (blijven) we ook van harte ondersteunen, zoals ook in de participatienota terugkomt Zorg en welzijn in directe omgeving Door onze kernen en wijken te ontwikkelen tot vitale leefgemeenschappen, werken we gelijktijdig aan doelen uit het gezondheidsbeleid. We weten dat de zorgverlening onder druk staat en dat de voorwaarden veranderen om zorg ook in de toekomst bereikbaar te houden. We willen welzijn, zorg en ondersteuning zoveel als mogelijk in de directe omgeving faciliteren. In eerste instantie met een gezonde thuisomgeving met informele structuren (sociale ontmoeting, mantelzorg etc.). Maar nu meer mensen thuis (komen te) wonen met een zorgbehoefte, of thuis ouder worden, is het juist van belang om de zorgaanbieders te ondersteunen met de directe leefomgeving en het netwerk van hun cliënten. De juiste woningen nabij zorgaanbod of geschikt om zorg te ontvangen zijn daarbij cruciaal. Net als dat het cruciaal is om voldoende zorgafname (cliënten) te hebben. Dat kan betekenen dat niet alle soorten zorgverlening overal geboden kan worden.
(De nadere voorwaarden en uitwerking naar type woonmilieu komt verder aan de orde in hoofdstuk 4.) Voor het kunnen leveren van zorg aan huis (via Volledig Pakket Thuis) noemen zorgaanbieders een aantal randvoorwaarden: • Geclusterd concept met minstens 10 VPT-cliënten; • Geclusterd concept ligt maximaal een kilometer van een zorgsteunpunt van waaruit de zorg wordt geleverd; • Er moeten voorzieningen in de buurt zijn (zoals ontmoeten, welzijn, supermarkt, etc.). 1.4 GEMENGDE WIJKEN EN DORPEN Voor vitale leefgemeenschappen zijn gemengde wijken en dorpen belangrijke uitgangspunten bij keuzes en ontwerp. Gemengd wat betreft: • bevolkingssamenstelling naar leeftijd: een spreiding in de verschillende leeftijdsklassen. De vergrijzing zet verder door. Voor een goede balans is behoud van verschillende leeftijdsklassen in de wijken en dorpen cruciaal. Kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen kunnen verschillende rollen vervullen die complementair zijn aan elkaar. Bijvoorbeeld in het verenigingsleven, maar ook bij mantelzorg en sociale controle en ontmoeting; • bevolkingssamenstelling naar inkomen en afkomst. Verschillende mensen, waaronder ook arbeidsmigranten, statushouders en ontheemden, wonen samen in een buurt; • een goede balans tussen mensen die iets voor anderen kunnen betekenen (‘dragers’) en mensen die ondersteuning nodig hebben (‘vragers’). Woonzorgvisie 2024
15
Om dit mogelijk te maken hebben we een gevarieerde woningvoorraad nodig. Mensen die willen of moeten verhuizen, moeten zoveel mogelijk kansen hebben een woning in eigen dorp of wijk te vinden. Dat vraagt om voldoende woningen en een goede variatie, onder andere in segment (koop of huur), prijsklasse (sociaal, betaalbaar of duur) en type (klein, groot, gelijkvloers, met of zonder collectieve voorzieningen etc.) 1.5 TOEKOMSTBESTENDIGE WIJKEN EN DORPEN Wijken en dorpen toekomstbestendig maken betekent investeren in de sociale en fysieke leefomgeving. Daarbij is in het bijzonder ‘duurzaamheid’ van belang. Want duurzaamheid in brede zin heeft veel raakvlakken met woonbeleid. Daaronder vallen de energie- en warmtetransitie, klimaatadaptatie en biodiversiteit. We hebben flinke ambities op het gebied van duurzaamheid wat gevolgen heeft voor de manier waarop we nieuwe woningen bouwen en bestaande woonmilieus willen aanpassen. Zo willen we: • Klimaatbestendig, CO2-neutraal, circulair, schoon (lucht/water/bodem) en biodivers zijn in 2050. Het gebruik van materialen moet verschuiven van lineair naar circulair en daarmee ook het ontwerp van gebouwen en spullen, waaronder woningen. • De openbare ruimte inrichten op het veranderende klimaat om hittestress, wateroverlast en droogteschade te voorkomen.
We zien deze inzet als belangrijk, ook vanwege de raakvlakken met gezondheid (voorkomen hittestress, voldoende groen, zingeving):, • Het gebruik van fossiele brandstoffen afbouwen (van het aardgas af), energie besparen en alternatieve energieopwekking toepassen; • Meer focus op biodiversiteit: natuurinclusief bouwen en isoleren en voldoende groen in plannen; • Een goede ruimtelijke inrichting (met oog voor bodem en water) en doordachte architectuur: dat kan sociale interactie uitlokken en ervoor zorgen dat mensen zich ergens thuis voelen. Bij de (her)ontwikkeling van woningen voor de juiste doelgroepen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met andere beleidsvelden, zoals duurzaamheid, gezondheid en participatie. Zo kan gelijktijdig en gezamenlijk aan diverse doelstellingen gewerkt worden met wonen. We kunnen kansen die er liggen met elkaar verbinden in onze wijken en dorpen
Woonzorgvisie 2024
16
2. MENSEN In woningen wonen mensen en daar doen we het allemaal voor. De omstandigheden en woonbehoefte van deze mensen staan centraal bij te maken keuzes en te vormen beleid. Met doelgroepen worden verschillende groepen mensen bedoeld met een gemene delen. Het nieuwe landelijke beleid gaat naast de ‘klassieke’ doelgroepen zoals jongeren, ouderen en gezinnen ook over de zogenaamde aandachtsgroepen. Per doelgroep geven we aan wat we zien gebeuren, welke opgaven er zijn en wat we gaan doen.
Woonzorgvisie 2024
17
2.1 WAT ZIEN WE? We blijven groeien We kijken eerst naar de kwantitatieve opgave voor de huisvesting van onze doelgroepen. Eind 2023 heeft de provincie de nieuwe bevolkings- en huishoudensprognose gepubliceerd. Deze valt deze hoger uit dan de vorige prognose uit 2020. Het aantal inwoners van Meierijstad groeit naar circa 88.000 in 2030 en naar ruim 92.590 inwoners in 2040. Ook het aantal huishoudens blijft toenemen. We staan dus, zeker op langere termijn, voor een grotere opgave dan we eerder verwachtten. Figuur 3.1. Voorspelling bevolking, huishoudens en woningvoorraad 2023
2030
2035
2040
Aantal huishoudens
36.200
39.255
40.810
41.980
Aantal inwoners
83.715
88.020
90.510
92.590
Omvang woningvoorraad
35.760
39.015
40.780
42.130
Opgave in 2030
Opgave in 2040
3.255
6.370
Bron: provinciale bevolkings- en huishoudensprognose 2023 Vergrijzing zet door, aantal jongeren daalt We zien dat het aandeel mensen in de leeftijd 30-54 jaar globaal op peil blijft. Zij zorgen met name voor aanwas van de jongste categorie 0-14 jarigen. Vooral het aandeel ouderen boven 75 jaar neemt stevig toe. Die trend van de afgelopen tien jaar zet voorlopig door, met ruim een verdubbeling van het aantal ouderen boven 85 jaar. Figuur 3.2. Voorspelling bevolking naar leeftijd, in procenten
Bron: provinciale bevolkings- en huishoudensprognose 2023 Daarnaast zien we een daling van het aantal jongeren van 15-29 jaar. Dat is een herkenbaar patroon van niet-stedelijke gebieden. Jongeren trekken naar de grotere steden, met name als ze gaan studeren aan een hogeschool of universiteit. Echter, een deel van de jongeren trekt mogelijk naar elders, omdat het geschikte woningaanbod ontbreekt. Dat is door meerdere inwoners van onze dorpen genoemd. En ook de aanstormende jeugd heeft in onderzoek en participatie aangegeven een toekomst te zien in onze wijken en dorpen! Toename éénpersoonshuishoudens Door de verder doorzettende vergrijzing en de toename van het aantal alleenstaanden in overige leeftijdscategorieën zien we dat het aantal alleenstaanden nog stevig toeneemt. Dit is een trend die zich al langer voordoet. Het aantal samenwonende huishoudens met kinderen blijft stabiel en het aantal samenwonenden zonder kinderen daalt licht. Op termijn blijft de groep één- en tweepersoonshuishoudens het grootst. Dat is een belangrijke constatering voor onze woonopgave. Woonzorgvisie 2024
18
Figuur 3.3. Voorspelling aantal huishoudens naar samenstelling in Meierijstad
Bron: provinciale bevolkings- en huishoudensprognose 2023 Relatie met economisch perspectief Meierijstad vervult een vooraanstaande rol in de Brabantse economie, met zo’n 50.000 arbeidsplaatsen en een groot aantal ondernemingen van naam en faam, veel familiebedrijven, een divers MKB en veel zelfstandige ondernemers. We vormen een onderscheidende economische motor van Brabant: ‘hart van agrifood’ en ’schakel naar Brainport’. De bedrijven bieden werk aan veel mensen die vaak ook in de nabije omgeving wonen. Tegelijkertijd zien we een ontwikkeling dat steeds meer mensen elke dag naar Meierijstad komen om te werken maar ergens anders wonen. Veel ondernemingen worden al meerdere generaties bestuurd door dezelfde familie en veel ondernemers werken en wonen zelf in Meierijstad. Deze ondernemers en werkgevers, hun werknemers, kinderen, vrienden en kennissen hebben belang bij een goede en gezonde leefomgeving. Door te werken én te wonen in Meierijstad dragen zij gezamenlijk sterk bij aan de instandhouding van voorzieningen, het onderwijs, de zorg, de middenstand, de horeca, het verenigingsleven en de leefbaarheid in de dorpen van Meierijstad. Het zijn de pijlers onder een gezonde lokaal-maatschappelijke economie en die willen we koesteren. POM en gemeente: Duo-aanpak We zetten al stappen rond het economisch perspectief.
In DUO-aanpak gemeente-POM formuleren we doelen en concrete actiepunten die we samen op pakken om. Thema’s: bedrijfshuisvesting, bereikbaarheid, duurzaamheid, huisvesting werknemers, onderwijs/ arbeidsmarkt en bruggenbouwers. 2.2 WELKE OPGAVEN ZIEN WE DAN? In verschillende onderzoeken zijn doelgroepen in beeld gebracht. Een beschrijving van deze onderzoeken vindt u in bijlage 1. De belangrijkste doelgroepen zijn: • jongeren, gezinnen en ouderen; • lagere- en middeninkomens; • de aandachtsgroepen van het Rijk, waaronder groepen die bij invoering van de Wvrv verplicht urgentie voor sociale huurwoningen krijgen.
Woonzorgvisie 2024
19
Jongeren, gezinnen en ouderen Jongeren In de voorspelling van de provincie zien we een afname van het aandeel jongeren in Meierijstad (zie figuur 3.2). Deze is gebaseerd op patronen uit het verleden (trendonderzoek) die worden doorgetrokken om een voorspelling te doen voor de toekomst. Ook het Woningmarktonderzoek (Rigo, 2021) constateert deze afname, hoewel daar ook geconstateerd wordt dat het geschikte aanbod mogelijk ontbreekt . Een deel van de jongeren geeft aan in het dorp in Meierijstad te willen blijven wonen, maar dat het geschikte woningaanbod ontbreekt en soms de voorzieningen te beperkt zijn. Dat blijkt zowel uit het regionale woonwensenonderzoek, de gesprekken met inwoners , als uit de gesprekken met jongeren tijdens gastcolleges in Havo 5. Vanuit onze visie op vitale leefgemeenschappen zien we het als één van de belangrijkste opgaven om jongeren zoveel mogelijk te behouden voor onze gemeenschap. Ze dragen bij aan een evenwichtige bevolkingsopbouw, zijn van belang voor het lokale verenigingsleven maar bijvoorbeeld ook als motor voor vernieuwing en innovatie. Maar jongeren zijn letterlijk het kind van de rekening op de huidige woningmarkt.
De uitdaging is om een eerlijker speelveld te creëren tussen mensen mét een woning en starters zonder woning en wonen beter bereikbaar te maken voor jongerenWij zien het als een belangrijke opgave voor nieuwbouw en de bestaande woningvoorraad om meer woonruimte te creëren voor jongeren die in onze wijken en dorpen willen blijven of komen wonen. Resultaten regionaal Woonwensenonderzoek m.b.t. jongeren en starters • Van de starters wil 80% zelfstandig gaan wonen • 70% van de jongeren tot en met 23 jaar wil nog thuis blijven wonen • Ca 40% van 24-30-jarigen verwacht geen geschikte woning te kunnen vinden • Met name koopwoningen zijn te duur (volgens 48%) • 73% wil in de gemeente blijven wonen • 36% wil in de huidige buurt blijven • 55% wil een koopwoning, 23% een huurwoning, 22% heeft geen voorkeur • Gewenste koopprijs: 46% wil een woning tot € 275.000, 43% tot €405.000 Resultaten ‘gastcolleges’ op scholen: wat jongeren vinden….
• Kans op een koopwoning wordt eigenlijk al op ‘0’ ingeschat • Daarom andere opties: verhuizen naar waar het wel betaalbaar is of langere tijd reizen in het buitenland, langer bij de ouders wonen en niet op kamers gaan om geld te kunnen sparen • Ze zijn nog niet van alle routes naar bijvoorbeeld sociale huur (tijdig) op de hoogte • ‘Fatsoenlijke’ leefomgeving is belangrijk: mensen die met fatsoen met elkaar omgaan (Brabantse mentaliteit) • Omgeving met voldoende voorzieningen die aansluiten bij de interesses van jongeren zijn belangrijk (juiste winkels, verenigingen).
Woonzorgvisie 2024
20
Kwetsbare jongeren Sommige jongeren zijn kwetsbaar. Zij hebben geen stabiele thuissituatie of een vangnet. Hierdoor is het lastiger voor hen om de stap naar zelfstandigheid te maken. De overgang van Jeugdzorg naar hulpverlening op grond van andere zorgwetgeving vraagt van de jongeren dat in korte tijd grote stappen worden gezet. Daarnaast zien we dat voor jongeren met een lichte ondersteuningsvraag geen of een beperkt woonaanbod aanwezig is. Sommige jongeren komen hierdoor in Beschermd Wonen terecht, terwijl een lichtere woonvoorziening beter passend zou zijn. Voor jongeren is het ook van belang breder te kijken naar hulp en ondersteuning (voor -18 en +18). Wonen is één element van de ‘big5’elementen, een methodiek die gemeenten gebruiken om jongeren beter te ondersteunen. Naast wonen is aandacht nodig voor support (hulp), school/werk, inkomen en welzijn. Gezinnen Van oudsher is Meierijstad een echte gezinnen-gemeente. Door de ligging nabij grote steden, voldoende (groene) ruimte en de aanwezigheid van veel eengezinswoningen, blijven we die aantrekkingskracht houden. Uit de provinciale prognose blijkt dat het aantal gezinnen in absolute zin licht zal toenemen. Gezinswoningen blijven dus een belangrijk deel van de opgave. Des temeer omdat we ook zien dat veel eengezinswoningen bewoond worden door mensen van wie de kinderen inmiddels het huis hebben verlaten.
De opgave is hier om mensen zoveel mogelijk passend bij hun gezinssituatie te laten wonen. Ouderen De sociaal-economische positie van ouderen verandert in de komende jaren. De generatie van ouderen van nu is anders dan de generaties ouderen van de toekomst. Er komen meer ouderen met vermogen en een relatief hoger inkomen. Ze pakken meer regie over hun eigen leven. Dit heeft effect op de woonopgave voor ouderen. We zien dat de kwantitatieve opgave in grotere mate terecht komt bij de particuliere sector. Voor de sociale huursector zien we kansen in de kwalitatieve opgave, bijvoorbeeld in de aanpassing en herstructurering van bestaande woningen in de kernen nabij voorzieningen. Veel ouderen wonen in een reguliere woning, vaak een eengezinswoning. En de jongere generatie ouderen woont meer dan vorige generaties in een koopwoning. De groep ouderen vormt doorgaans kleine huishoudens, waarvan kinderen het huis uit zijn of op het punt staan het huis uit te gaan. Kenmerk van ouderen is ook, dat ze niet snel geneigd zijn te verhuizen (hoe ouder, hoe honkvaster). We hebben tijdens de inloopsessies ook gehoord dat ouderen wel willen verhuizen, maar dat het alternatieve, geschikte aanbod ontbreekt. Wij zien het als een belangrijke uitdaging om een deel van de ouderen te stimuleren te verhuizen, zodat de vrijkomende woning beschikbaar komt voor gezinnen en er een verhuisketen op gang komt.
Ouderen met een zorg- of ondersteuningsbehoefte We zien in de bevolkingsprognoses meer inwoners in de leeftijd 75+. Met name in die leeftijdsgroep zal ook de vraag naar zorg toenemen. De opgave voor ouderen met een zorg- of ondersteuningsbehoefte is te verdelen in twee categorieën. Binnen deze categorieën zijn meerdere type woonvormen mogelijk. • Er is in 2040 een tekort van 240-430 zorggeschikte woningen, waar 24-uurse (nabijheid van) zorg gegarandeerd is. Deze zorggeschikte woningen kunnen op verschillende wijzen worden gerealiseerd. Er worden met de zorgaanbieder afspraken gemaakt over de zorgverlening;
Woonzorgvisie 2024
21
• Er is in 2040 een tekort aan geclusterd wonen: 590-1.780; deze opgave zit vooral in de particuliere huur- en koopsector. Dat kan door woningen in de bestaande voorraad geschikt te maken en/of door nieuwbouw. Er zijn verschillende vormen van geclusterd wonen denkbaar, zie het kader over de wijze van clustering. Het heeft onze voorkeur om nieuwe geclusterde woonvormen direct ook levensloopbestendig te realiseren. WIJZE VAN CLUSTERING
In een woning • Woongebouw met minimaal vijf (onvrije) wooneenheden; • Geen eigen voordeur, vertrekken die uitkomen op een gemeenschappelijke gang of hal; • Met eigen keuken, douche en toilet; • De vertrekken zijn afsluitbaar; • Aanwezigheid gezamenlijke ontmoetingsruimte.
In een wooncomplex • Woongebouw met minimaal vijf zelfstandige wooneenheden; • Eigen voordeur; • Met eigen keuken, douche en toilet; • Aanwezigheid gezamenlijke ontmoetingsruimte
In de wijk • Ruimtelijke clustering van minimaal vijf zelfstandige (grondgebonden) woningen; • Aanwezigheid gezamenlijke ontmoetingsruimte. Lage- en middeninkomens We zien dat steeds meer inwoners problemen hebben met hun bestaanszekerheid. Een deel van onze inwoners heeft structureel een laag inkomen. Er is niet of moeilijk aan betaalbare woonruimte te komen. Daar is dus passende woonruimte voor nodig die betaalbaar is voor deze groep. Daarnaast zien we een gat in de woningmarkt: lage inkomens komen in aanmerking voor een sociale huurwoning en hoge inkomens verdienen genoeg om in de vrije sector een woning te bemachtigen. Middeninkomens vallen door de hoge prijsniveaus van koop- en huurwoningen in de vrije sector tussen wal en schip. Ons woningbouwprogramma moet inspelen op de lastige positie van lage- en middeninkomens op de woningmarkt
Woonzorgvisie 2024
22
Aandachtsgroepen van het Rijk Naast de meer klassieke volkshuisvestelijke doelgroepen wordt de diversiteit aan te huisvesten aandachtsgroepen groter. Zoals gesteld komt er met de invoering van de Wvrv een verplicht volkshuisvestingsprogramma. In het wetsvoorstel is ook opgenomen dat er aandacht besteed moet worden aan de woonbehoefte van deze aandachtsgroepen. Een deel van deze aandachtsgroepen zal na invoering van de Wvrv verplicht urgentie krijgen (zie kader). Aandachtsgroepen Rijk, verplichte urgentie voor sociale huurwoning • Mantelzorgverleners en -ontvangers; • Mensen met een lichamelijk, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid die door ernstige en chronisch medische redenen andere huisvesting nodig hebben; • (dreigend) dakloze mensen inclusief uitstroom uit Maatschappelijke Opvang (MO), bankslapers en mensen op niet-conventionele woonplekken; • Uitstappende sekswerkers. • Uitstromers uit: - Beschermd Wonen (BW); - klinische geestelijke gezondheidszorg; - vrouwenopvang en slachtoffers mensenhandel; - Jeugdzorg; - (jeugd)detentie en forensische zorg. Mensen met een lichamelijke beperking (LG Wlz-indicatie) Begin 2023 hadden 130 mensen in Meierijstad een Wlz-indicatie voor een lichamelijke beperking (met name mensen tussen de 18 en 65 jaar). Deze groep blijft de komende jaren stabiel.
In het aanbod van zorgaanbieders hebben we 60 woonplekken in beeld. Dit aanbod is de helft lager dan het aantal mensen met een Wlz-indicatie. Waarschijnlijk verzilvert een deel van de groep hun Wlz-indicatie in een eigen reguliere, aangepaste woning (via een Persoonsgebonden Budget). De vraag naar geschikte woningen in de reguliere voorraad neemt fors toe: vooral onder ouderen (rollatorgeschikte woningen). We verwachten een groei van de behoefte van 1.500 naar 2.425 rollatorgeschikte woningen in 2040, met vooral kansen in het koopsegment. Overige aandachtsgroepen van het Rijk (geen verplichte urgentie) • arbeidsmigranten (zie werknemers) • studenten • woonwagenbewoners • ouderen • statushouders en vluchtelingen (wettelijke taakstelling) Mensen met een verstandelijke beperking Begin 2023 hadden 450 mensen in Meierijstad een Wlz-indicatie voor een verstandelijke beperking. Er is een theoretisch tekort aan intramurale plekken van ongeveer 200-220. Een deel van de mensen verzilvert de indicatie thuis met Persoonsgebonden Budget. Er wonen 135 mensen met licht verstandelijke beperking in een woonvorm van een zorgaanbieder (via Wmo). Een deel van hen zal uitstromen naar de reguliere woningmarkt.
Woonzorgvisie 2024
23
Beschermd Wonen voor mensen met psychische of psychosociale problemen Meierijstad pakt haar aandeel als het gaat om evenredige spreiding van BW-plekken in de regio. Uitstroom vindt plaats naar zelfstandig wonen of een tussenvorm (geclusterd/begeleid). Daarvoor moeten voldoende passende woningen beschikbaar zijn. In 2023 stroomden 25 tot 30 cliënten uit naar een zelfstandige woning, dan wel een geclusterde woonvorm. In 2040 loopt dat aantal naar verwachting iets terug naar 20 tot 25 per jaar. Jeugdzorg met verblijf De groep van ongeveer 120 jongeren die wonen in een jeugdzorginstelling blijft de komende jaren stabiel in omvang. De jaarlijkse uitstroom wordt ingeschat op ongeveer 12 woonplekken, waarvan iets minder dan de helft zal uitstromen naar woonzorgvormen en het overige deel naar zelfstandige woningen of geclusterde woonvormen. Totale behoefte aan zelfstandige woonruimte in sociale huur onder uitstromers uit BW, MO en Jeugdzorg: 40-70 woningen jaarlijks Dak- en thuislozen De groep dak- en thuislozen is groter dan alleen Maatschappelijke Opvang. Uit de Ethos telling van 2023 blijken er ongeveer 58 mensen dak en/of thuisloos. Daarnaast zijn er in Meierijstad 37 kinderen indirect betrokken bij een situatie van een dak- of thuisloze ouder. Mensen met onbegrepen gedrag Er is een groep mensen die zich nergens thuis voelt en behoefte heeft aan een prikkelarme, rustige omgeving.
Zij vinden beperkt of geen aansluiting bij de maatschappij. Vaak is er sprake van meervoudige problematiek. Het zijn mensen met een verleden van ernstige woonoverlast voor hun omgeving. Hierdoor ontstaan leefbaarheidsproblemen en veiligheidsrisico’s voor zowel de inwoner als voor de omgeving. In het strategisch kader Sociaal Domein wordt verbinding gelegd tussen zorg en veiligheid. In deze Woonzorgvisie betrekken we ook het woonvraagstuk. In regionaal verband is al een Voorziening Langdurig Verblijf gerealiseerd in Den Dungen. Deze voorziening biedt beperkt plaats aan inwoners van Meierijstad die tot deze doelgroep behoren. Mantelzorgerverleners en -ontvangers We vinden het belangrijk mantelzorgers zo goed mogelijk te ondersteunen. Zij vormen een belangrijke schakel om zorg in onze samenleving in het netwerk van de zorgbehoevende zelf op te lossen. Mantelzorgers zijn van groot belang om de druk op de zorg te verlichten. Daarnaast vinden we het voor de mantelzorgontvangers belangrijk dat zij zoveel mogelijk in hun vertrouwde woonomgeving kunnen blijven wonen. Nieuwkomers In Meierijstad onderscheiden we drie specifieke categorieën onder de term ‘nieuwkomers’: 1. Asielzoekers 2. Statushouders 3. Oekraïense ontheemden Uitgangspunt is dat alle nieuwkomers zich thuis voelen in onze gemeente.
En dat zij zoveel mogelijk mee kunnen doen, bijvoorbeeld door (vrijwillig) te werken, naar school te gaan of te sporten. We hebben als gemeente een taak in de begeleiding en huisvesting van deze mensen. Idealiter huisvesten we de doelgroep op een locatie waar voorzieningen in de buurt zijn en waar integratie wordt bevorderd. Bij voorkeur in een mix van doelgroepen. Woonzorgvisie 2024
24
Het is een opgave om extra woonplekken (in korte tijd) te realiseren voor deze doelgroep. Daarnaast zien we dat het aantal voor verhuur vrijkomende huurwoningen van corporaties een dalende trend vertoont. We zien ook dat het voor nieuwkomers lastig is zich in te schrijven bij huisartsen, tandartsen, kinderopvang en onderwijs. Een combinatie en te grote concentratie van kwetsbare inwoners en nieuwkomers kan de leefbaarheid in buurten onder druk zetten. Werkgevers en werknemers (waaronder buitenlandse arbeidskrachten) De grote werkgelegenheid in Meierijstad en de nabije omgeving en de potentiële economische groei, vraagt ook om groeipotentieel van de wijken en dorpen. Om werknemers kwalitatief te huisvesten, is een diversiteit van woonmilieus en woningen nodig vanwege de vele verschillende typen werknemers. Te denken valt aan praktisch geschoolde mensen, mensen met een bedrijf aan huis, thuiswerkende mensen, buitenlandse arbeidskrachten of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De opgave is om bij economische ambities en ontwikkeling vooraf rekening te houden met de groeipotentie van de gemeente. Voorzien in (diverse vormen) kwalitatieve huisvesting vraagt om voldoende ruimte voor ontwikkeling. Onder andere met het oog op leefbaarheid. We stimuleren wonen en werken in dezelfde gemeente, met het oog op beperken van verplaatsingen en de verbondenheid met de leefomgeving.
Meer specifiek onderscheiden we drie soorten buitenlandse arbeidskrachten: • Internationale studenten hebben een relatief laag inkomen en krijgen ondersteuning vanuit de onderwijsinstelling voor huisvesting. Omdat in Meierijstad geen HBO-onderwijsinstelling of universiteit gevestigd is, zien we deze groep niet als aandachtsgroep voor onze Woonzorgvisie; • Expats/kenniswerkers zijn belangrijk om het tekort op de arbeidsmarkt in te vullen en onze economie te stimuleren. Zij hebben een relatief hoog inkomen en krijgen meestal ondersteuning vanuit de werkgever op de woningmarkt. We zien ze als een groep reguliere woningzoekenden. Er ligt een opgave om in voldoende woningen in onze voorraad te voorzien, zodat er geen verdringing met andere doelgroepen ontstaat; • Buitenlandse arbeidskrachten met laaggeschoolde arbeidsplaatsen. Hierin zien we verschillen in de verblijfsduur (short-, mid- en longstay (volgens Kenniscentrum Arbeidsmigranten: Short-stay: duur verblijf tot 12 maanden, behoefte aan snelle vormen van tijdelijke huisvesting Mid-stay: duur verblijf vanaf 12 maanden, weten nog niet of ze zich hier permanent willen vestigen, behoefte aan meer kwaliteit en privacy dan short-stay, willen ook integreren in de samenleving Long-stay: vestigen zich permanent, behoefte om te integreren en te participeren in Nederlandse samenleving, geven zich op de reguliere woningmarkt)).
Bij kort verblijf organiseert de werkgever of het uitzendbureau vaker de huisvesting. Daar zijn risico’s aan verbonden zoals een kans op misstanden door uitbuiting of discriminatie, doordat er sprake is van een dubbele afhankelijkheid. (Huisvester is tevens werkgever). Vanuit wonen ondersteunen we het belang dat het huur- en arbeidscontract wordt gescheiden, zodat ook deze inwoners voldoende (huur)bescherming wordt geboden. Met het meldpunt goed verhuurderschap kunnen we eventuele klachten of misstanden aanpakken en monitoren. Langer verblijf arbeidsmigranten (long stay) zien we als onderdeel van de reguliere woonopgave. Woonwagenbewoners Het huidig aanbod en de toekomstige behoefte aan woonwagenstandplaatsen zijn geïnventariseerd. Er ligt een opgave om in de komende vijf jaar het aantal standplaatsen in Meierijstad met vier tot vijf plaatsen uit te breiden. We voorzien daarbij in de lokale woonwagenbehoefte (familieverband). Dat wil zeggen woonwagenbewoners die afkomstig zijn uit gemeente Meierijstad. Om in de toekomst ook te voorzien in de behoefte van inwonende kinderen van woonwagenbewoners en de aanvullende vraag van de regio, zijn er nog zes tot elf plekken meer nodig.
Woonzorgvisie 2024
25
Wat betreft de rolverdeling tussen partijen: • Gemeente: wij zijn vanuit onze (regie) rol verantwoordelijk voor het vaststellen van beleid, de bestemming, handhaving op de wet- en regelgeving en beheer van de openbare ruimte. • Corporaties: zij zijn verantwoordelijk voor het voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de primaire doelgroep van woningcorporaties behoren. Daar waar corporaties eigenaar zijn, zijn zij verantwoordelijk voor exploitatie, sociaal en fysiek beheer en onderhoud van de standplaatsen, voorzieningen en woonwagens. • Woonwagenbewoners die niet tot de primaire doelgroep van corporaties behoren, dienen zelf de aanschaf voor een koopwoonwagen te bekostigen. 2.3 DOELSTELLINGEN, WAT GAAN WE DOEN? Onze doelstellingen 1. We zetten in op goede huisvesting van alle mensen in Meierijstad, met extra zorg en begelei ding op de verschillende onderscheiden aandachtgroepen. 2. We willen met de juiste woningen in verschillende woonmilieus bijdragen aan de positie van kwetsbare mensen in het dagelijks leven. We dragen bij aan de verbinding tussen wonen, welzijn en zorg. Door de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten door meer gelijkwaardige, integrale en laagdrempeligere ondersteuning en zorg zo lang mogelijk in eigen woon omgeving mogelijk te maken.
Einde aan dak- en thuisloosheid We sluiten aan bij het doel van het Nationaal Actieplan Dakloosheid (‘Eerst een Thuis’) en de afspraken in de Verklaring van Lissabon: een einde aan dak- en thuisloosheid in 2030 en zo min mogelijk uithuiszettingen. We werken volgens het principe van Housing First of zoals dat in onze regio is uitgewerkt als “Wonen Eerst”. Dat streeft ernaar om dak- en thuisloosheid voorgoed te beëindigen. Iedereen krijgt de kans op een (t)huis, met de juiste ondersteuning om dit te behouden, in een buurt waarin mensen elkaar accepteren. Wat gaan we doen • We werken volgens het principe Wonen eerst; • We verlenen preventief en bij uitstroom uit de maatschappelijke opvang urgentie op basis van de regionale werkwijze urgentieplus; • We zetten in op toevoeging van tijdelijke opvangplekken (pauzewoningen) voor de brede groep dak- en thuislozen, samen met maatschappelijke partners zoals de woningbouwcorporaties
Jongeren We willen jongeren ondersteunen op twee manieren. Wat betreft het wonen streven we naar voldoende woonvoorzieningen voor jongeren zonder en met een ondersteuningsvraag. Voor jongeren die ondersteuning nodig hebben is een blijvende, vertrouwde vorm van ondersteuning wenselijk. Dat geeft rust en stabiliteit. Naast ondersteuning met de juiste woningen zien we dat het nodig is om de jongeren te ondersteunen op meerdere deelgebieden.
Woonzorgvisie 2024
26
Wat gaan we doen • We bouwen sociale huurwoningen, goedkope en betaalbare koopwoningen die bereikbaar zijn voor jongeren en/of starters (o.a. met kleinere / innovatieve woningen, zie het Woonprogramma); • Bij het opstellen van de Huisvestingsverordening en urgentieregeling (zie hieronder) verkennen we hoe we voorrang voor lokale jongeren kunnen opnemen en wanneer mogelijk toe te passen; • We ondersteunen jongeren die begeleiding nodig hebben volgens de methodiek van Big 5. Dat werken we uit in het sociaal beleid; • We voeren een Startersregeling in. Daarmee worden starters op de koopmarkt (voornamelijk jongeren) financieel ondersteund bij het kopen van een woning. • We verkennen de uitbreidingsmogelijkheden voor kamerbewoning, woningdelen en/of erfdelen, specifiek gericht op jongeren. Integraal Actieplan Doorstroming We zetten in op het op gang krijgen van doorstroming op de woningmarkt en dan vooral van ouderen uit eengezinswoningen naar levensloopbestendige woningen. Daarmee komen eengezinswoningen vrij voor bijvoorbeeld (startende) gezinnen en expats. Hierbij hebben we oog voor de sociale component: doorstroming in eigen buurt of kern, met het oog op bestaande sociale verbanden. We beseffen dat doorstroming echter niet vanzelf gaat; daar is een gerichte aanpak voor nodig met inzet van verschillende instrumenten en acties.
Wat gaan we doen • Samen met onze partnerorganisaties stellen we een integraal Actieplan Doorstroming op. Daarbij maken we gebruik van de mogelijkheden die de Huisvestingswet biedt. Ook zoeken we afstemming met de regionale doorstroomregeling van de corporaties. Evenwichtige verdeling schaarse woningen We zien een grote schaarste aan woningen in Meierijstad, waaronder aan sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen. De opgave voor huisvesting van aandachtsgroepen is groot. Een deel is aangewezen op sociale huurwoningen. Het Rijk wil na invoering van de Wvrv dat bepaalde aandachtsgroepen voorrang krijgen bij de toewijzing van sociale huurwoningen. Gemeenten worden verplicht een Huisvestingsverordening op te stellen, waarin in ieder geval een urgentieregeling wordt opgenomen. In regionaal verband moeten er ook afspraken gemaakt worden over de verdeling van de huisvesting van de verschillende urgente groepen tussen de verschillende gemeenten in een regio. Maar we willen ook regulier woningzoekenden voldoende kansen bieden in Meierijstad. Wat gaan we doen • We stellen een Huisvestingsverordening met een urgentieregeling op, waarin in ieder geval de van Rijkswege verplichte urgenten worden opgenomen; We richten ons (in eerste instantie) op een regionale huisvestingsverordening vanwege de eenduidigheid.
• In de urgentieregeling wegen we af welke overige aandachtsgroepen een urgentie moeten krijgen op de woningmarkt. Daarin verkennen we binnen de wettelijke mogelijkheden of en hoe we voorrang verlenen aan mensen met sociale of economische binding, relatieverbreking en jongeren; • We maken afspraken met de corporaties over de toewijzing van vrijkomende sociale huurwoningen aan de verschillende doelgroepen, waarbij we uitgaan van maximaal 30% aan aandachtsgroepen met voorrang (urgentiegroepen die wettelijk worden bepaald, overige urgenten, wettelijke taakstelling voor statushouders).