CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.1 BP Toelichting Houtsestraat 7-9 Sint-Oedenrode (Geanonimiseerd)

Raadsvergadering 22 mei 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Houtsestraat 7-9'20.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

-

29 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

klasse III B (materieel met een bouwjaar van 2011 of jonger) , zoals bedoeld in het TNO-rapport 'EMMA' (kenmerk TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML). Voor de verkeersaantrekkende werking van de aanlegfase wordt rekening gehouden met het transport (aan- en afvoer) van materialen en personen (bouwvakkers). De bouwfase zal ongeveer 6 maanden in beslag nemen. Omdat de precieze uitvoer van de plannen nog niet bekend is , wordt gerekend met zogenaamde ‘worst-case’ aannames. Voor wat betreft de verkeersaantrekkende werking geldt: ▪

Transport personeel: 2 ritten met licht verkeer per dag , gedurende 6 maanden , betreft 520 verkeersbewegingen (zowel aankomst als vertrek).

▪

Aanvoer materiaal: 2 ritten met middelzwaar verkeer per week , gedurende 6 maanden , betreft 104 verkeersbewegingen (zowel levering materiaal als

‘leeg’ terug). ▪

Afvoer materiaal: 10 ritten met zwaar verkeer voor afvoer sloopafval gedurende de sloopfase en bouwafval gedurende de bouwfase , betreft 20 verkeersbewegingen (zowel aan- als afvoer containers).

Type werktuig

Klasse

Mobiele kraan

Stage IV , 56-75 kW ,

Verbruik/dag (L)

n-dagen

Totale verbruik (L)

100

8

800

60

5

300

60

8

480

80

5

400

160

2

320

bouwjaar 2014/01 Cat. R Loader

Stage IV , 75-560 kW , bouwjaar 2014/01 Cat. Q

Minigraver

Stage IV , 56-75 kW , bouwjaar 2014/01 Cat. R

Verreiker

Stage III B , 75-560 kW , bouwjaar 2012/01 Cat. M

Betonpomp

Stage III B , 75-560 kW , bouwjaar 2011/01 Cat. L

Totaal

2. 300

Figuur 4. 2: Stikstofemissie materieel aanlegfase.

Het verkeer rijdt over de Houtsestraat richting de Hoogstraat. De lengte van de rijlijn bedraagt circa 184 meter. Wanneer het verkeer op de Hoogstraat aankomt , is het uitgangspunt is dat het verkeer van en naar het plan opgenomen is in het heersende verkeersbeeld. Op basis van onderstaande gegevens m. b. t. de inzet van materieel en de verkeersbewegingen is middels het programma AERIUS Calculator de berekening uitgevoerd voor de mogelijke toename van de stikstofdepositie als gevolg van de sloop van het (voormalige) agrarische bedrijfsgebouw. De gehanteerde ‘grenswaarde’ bedraagt 000 , mol/ha/j. Een hogere waarde wordt beschouwd als een overschrijding. De berekening en bijbehorende uitkomsten zijn toegevoegd als bijlage aan voorliggende toelichting. -

30 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

Uit de berekeningen van de aanlegfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 000 , mol/ha/j op de omliggende Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat door de sloop van het agrarische bedrijfsgebouw de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 000 mol/ha/j niet wordt overschre, den. Er is geen sprake van een significante verslechtering van Natura 2000-gebieden door de realisatiefase van het plan. Soortenbescherming Onderhavig plan voorziet in de sloop van een groot gedeelte van een (voormalig) agrarisch bedrijfsgebouw op de locatie Houtsestraat 7. De te slopen oppervlakte bedraagt 690 m.2 Doordat er sloop van bebouwing plaats vindt dient er in het kader van de Wet natuurbescherming onderzoek gedaan te worden naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in deze bebouwing. Door initiatiefnemer is aan Exlan opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een quickscan Flora en Fauna. Deze quickscan is als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting. De conclusie van het onderzoek is hieronder opgenomen:

Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming , wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. 2. 3.

Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten , en welke vervolgstappen zijn nodig?

Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden , zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop.

-

31 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.

Conclusie Het aspect flora en fauna vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig

initiatief. 4. 4

Water Waterbeheer is een essentieel onderdeel bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het Waterschap een aantal beleidsmatige uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze bij het project rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het Waterschap de Dommel , de Keur Waterschap De Dommel 2015 , het Provinciaal Waterhuishoudingsplan van de provincie NoordBrabant , de Vierde Nota Waterhuishouding , WB21 , Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Kern van deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving. Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk , staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen.

De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond , het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen , spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen , werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als

-

32 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust , wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water.

We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons , nog meer dan voorheen , aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing , landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale , gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur , stikstof , economie , landbouwtransitie , energietransitie , biodiversiteit , mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal , maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners , bedrijven , landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: • van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken , de hoge zandruggen en bebouwd gebied.

• van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. • van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren , minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Keur Waterschap De Dommel 2015 In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen ,

-

33 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onder-

houd van sloten , beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding , beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen , zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergenafvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt. In onderhavige situatie wordt 690 m 2 aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Hiertegenover staat de oprichting van een Ruimte-voor-Ruimte woning met een oppervlakte van ca. 150 m 2 , een bijgebouw met een maximale oppervlakte van 300 m 2 en het aanbrengen van ca. 200 m 2 aan erfverharding.

Per saldo neemt het verhard oppervlak als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling hiermee niet toe. Compensatie is op basis van het huidige beleid niet aan de orde omdat deze onder de ondergrens valt , die door het waterschap De Dommel per 1 maart 2015 wordt gehanteerd. Hiermee is voor onderhavig initiatief het gemeentelijk beleid voor hydrologisch neutraal ontwikkelen van toepassing. Kenmerken huidige watersysteem Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Sint-Oedenrode. Zoals bovenstaand aangegeven neemt als gevolg van voorliggend initiatief het verhard oppervlak per saldo niet toe. Voor de kenmerken van het plangebied is gebruik gemaakt van de bodematlas van de provincie Noord-Brabant. Bodem en grondwater De bodem in het plangebied bestaat uit een smeltrivierafzetting van leem en zand met zanddek. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt op een diepte van circa 60-80 centimeter beneden maaiveld. De Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) ligt op een diepte van 200-250 centimeter onder maaiveld. Dergelijke grondwaterstanden komen overeen met Grondwatertrap VI. Oppervlaktewater In het plangebied zijn een tweetal oppervlaktewateren in de vorm van watergangen aanwezig. Zowel aan de noordzijde van het plangebied als centraal

-

34 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

binnen plangebied zijn een tweetal sloten gelegen , welke beide B-water-gangen

betreffen. Riolering In het buitengebied van Sint-Oedenrode is voor het grootste gedeelte drukriolering aanwezig. Vuilwater wordt afgevoerd via de drukriolering. Drukriolering heeft een beperkte capaciteit en is daarom niet geschikt voor de afvoer van hemelwater. Afvloeiend hemelwater dient derhalve niet afgevoerd te worden via de riolering waardoor vuilwater en hemelwater van elkaar gescheiden zijn. Gezien het feit dat de ontwikkeling van slechts één woning kleinschalig van aard is , zal de huidige capaciteit van het rioleringsstelsel de toename aan waterafvoer kunnen verwerken en behoeft dus geen aanpassing. De kosten voor aansluiting op het rioleringsstelsel zijn uiteraard voor de initiatiefnemer. Waardevol Water in Meierijstad (VGRP+ 2017-2022) De gemeente Meierijstad heeft per september 2017 een water- en rioleringsplan (VGRP+ Meierijstad) vastgesteld. In het plan streeft de gemeente ernaar dat nieuwbouwplannen hydrologish neutraal worden uitgevoerd. Als voorkeursvolgorde hanteert de gemeente: infiltreren - bergen - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar riolering. Uit onderstaande tabel , zoals opgenomen in het VGRP+ , blijkt dat de gemeente Meierijstad ook voor ontwikkelingen onder de 2. 000 m 2 (0 tot 10. 000 m)2 compenserende maatregelen benodigd acht. Hiervoor wordt de bergende eis van 60 millimeter gehanteerd.

Figuur 4. 3: Tabel uitgangspunten afvoer hemelwater (bron: VGRP+ Meierijstad).

Zoals bovenstaand aangegeven neemt als gevolg van voorliggend initiatief het verhard oppervlak per saldo niet toe. Bij de nieuw te bouwen woning met bijgebouw wordt het hemelwater gescheiden afgevoerd van het afvalwater. Het afvalwater wordt afgevoerd op de aanwezige gemeentelijke drukriolering aan de Houtsestraat. Ten behoeve van het hemelwater wordt voorgesteld om bij de bouw van de woning grindkoffers toe te passen. Op deze manier vindt berging en infiltratie van dit hemelwater in de bodem plaats. Voor de woning , het bijgebouw en de erfverharding geldt dat voorzien dien te worden in een infiltratievoorziening met een capaciteit van ten minste: 650*006 , = 39 m.3 Een nadere definitieve keuze voor de toe te passen infiltrerende maatregelen dient gemaakt te worden bij de uitwerking van de aanvraag omgevingsvergunning bouwen voor de woning en het bijgebouw.

-

35 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

Conclusie Het aspect water vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4. 5

Bodem Op basis van artikel 3. 1. 6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3. 2 Algemene wet bestuursrecht moet in planvorming rekening gehouden worden met bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. Daarnaast is in de Woningwet (Artikel 8) vastgelegd dat niet gebouwd mag worden op verontreinigde grond. Om de gezondheid en veiligheid van mensen die wonen en werken in een gebouw te garanderen , verplicht de Woningwet dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen in bepaalde gevallen een bodemonderzoeksrapport moet worden aangeleverd. In aanvulling hierop is in de Bouwverordening van de gemeente Meierijstad geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Ook bij nieuw gebruik voor gevoelige functies , zoals voorliggende bestemmingswijziging , kan bodemonderzoek nodig zijn. Bij de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied wordt de bestemming gewijzigd naar een gevoeliger gebruik (Wonen). Daarnaast wordt mogelijk gemaakt dat een nieuwe Ruimte-voor-Ruimte woning wordt opgericht. Door initiatiefnemer is aan Milon B. V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse.

Naar aanleiding van de uitkomsten van dit verkennen onderzoek is tevens opdracht verstrekt aan Milon B. V. voor het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek. Tot slot is hierna tevens nog opdracht verstrekt aan Milieupartner B. V. voor het uitvoeren van een verkennend asbestonderzoek. De onderzoeken zijn als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting. De conclusies van de drie onderzoeken zijn hieronder samengevat opgenomen en luiden als volgt:

Conclusies en aanbevelingen Het onderzoek heeft geleid tot een onvolledig beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse zijn in de bovengrond licht tot sterk verhoogde gehalten aan zink en een licht verhoogd gehalte aan lood aangetoond. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan zink gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aangetoond. Aangezien de ernst , mate en omvang van de verontreiniging met zink niet bekend is en mogelijk onder de gehele verharding van het perceel aanwezig is dient

-

36 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

nader bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Voor de overige aangetoonde waarden is geen nader bodemonderzoek noodzakelijk. een

Conclusies en aanbevelingen Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in de bovengrond licht tot sterk verhoogde gehalten aan zink en een licht verhoogd gehalte aan lood aangetoond. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan zink gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aangetoond. Uit de resultaten van het aanvullend onderzoek blijkt de verontreiniging met zink heterogeen te zijn verdeeld over de onderzoekslocatie. De verontreiniging is zeer waarschijnlijk ontstaan door toepassing van zinkassen of met zink verontreinigd ophoogmateriaal op de onderzoekslocatie. Deze toepassing is vermoedelijk in de jaren ’60 van de vorige eeuw uitgevoerd , derhalve is sprake van een historisch geval van ernstige bodemverontreiniging. Om te bepalen of spoed is vereist om de locatie te saneren is een sanscrit risicobeoordeling uitgevoerd. In verband met het niet concreet hebben van het toekomstig gebruik is uitgegaan van de toekomstige situaties ‘Wonen met tuin’ en ‘Plaatsen waar kinderen spelen’. Om een worst-case benadering te toetsen is uitgegaan van het hoogst gemeten gehalte aan zink in de bodem. Uit de toetsing blijkt dat geen spoed vereist is om de locatie te saneren

Conclusies en aanbevelingen Met het verkennend bodem- en asbestonderzoek is de huidige bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie , ons inziens , voldoende vastgelegd. Op basis van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bestaan , ons inziens , geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw van de ruimte voor ruimtewoning met bijgebouw. Bij afvoer van grond dient rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. Indicatief voldoet zowel de vrijkomende bovengrond als ondergrond ter plaatse van de nieuwbouwlocaties aan de klasse AW2000. Een bodemonderzoek is een momentopname en een indicatie van de kwaliteit van grond en grondwater. Bij werkzaamheden in de bodem dient rekening te worden gehouden met de veiligheidsmaatregelen conform deCROW-publicatie 400 ‘werken met verontreinigde grond en grondwater’.

-

37 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

Conclusie Het aspect bodem vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4. 6

Kabels en leidingen In en in de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de provinciale risicokaart en het bestemmingsplan geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident.

Initiatiefnemer van onderliggend plan is verplicht zorg te dragen dat de door de nutsbedrijven aan te brengen gebruikelijke voorzieningen waarop de te realiseren woning dient te worden aangesloten (gas , water , elektra , telefoon e. d. ) worden getroffen. De initiatiefnemer zal aan de nutsbedrijven de hiertoe benodigde opdrachten verstrekken. De kleinere leidingen worden voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden middels een KLIC-melding in kaart gebracht. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4. 7

Bedrijven en milieuzonering Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te maken wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd. Deze dient er voor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende fysieke afstand tussen bedrijven en gevoelige objecten (zoals woningen) , geen overlast , hinder of schade ontstaat. Afhankelijk van het bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden. Wettelijk kader De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) , een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen. Omgevingstype In een intensief gebruikt gebied met veel functies en ‘bedrijvigheid’ wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. De VNG-handreiking hanteert daarom twee omgevingstypen , te weten ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Een gemengd gebied is een gebied met een matig tot sterke functiemenging. Gebieden

-

38 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening

die

Houtsestraat

7-9’

direct

langs de hoofdontsluiting liggen behoren vingstype ‘gemengd gebied’.

eveneens

Gemeente

Meierijstad

het

omge-

tot

bij de beoordeling van het bestemmingsplan | (geanonimiseerd) geoordeeld dat er rondom het kruispunt Hoogstraat-Hout(B geanonimise rd) sestraat sprake is van een omgevingstype ‘gemengd gebied’. Rondom het kruispunt is sprake van een verscheidenheid aan bestemmingen zoals burgerwoningen, reguliere bedrijvigheid en agrarische bedrijvigheid. Zo zijn rondom het kruispunt onder meer een varkenshouderij, een melkveehouderij, een paardenhouderij, een timmerbedrijf, een aannemersbedrijf, een bedrijf in statische opslag en meerdere burgerwoningen gelegen. Wanneer sprake is van een omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Dit is mogelijk omdat een gemengd gebied vaak al een hogere milieubelasting kent. De richtafstand van 30 meter voor een bedrijf in milieucategorie 2 kan dan bijvoorbeeld worden verheeft

Recent

ODBN

Sint-Oedenrode’

kleind

tot

10 meter.

Op basis van het voor het perceel vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’ worden in onderhavig hoofdstuk de aanwezigheid

milieubelastende functies

van

zocht. Aangegeven

zijn

en

getoetst wordt

lijk gemaakt of met klimaat

in de

nabijheid

wordt welke afstanden

het

plangebied

brochure

van

onder-

toepassing

of hieraan kan worden voldaan. Hiermee wordt inzichte-

beoogde ontwikkeling

de

kan worden

van

uit de VNG

een

aanvaardbaar

woon-

en

leef-

gegarandeerd.

Milieuzonering In onderstaande

tabel zijn de hindercontouren van de bedrijfsmatige functies straal van 250 meter van het plangebied aangegeven. De hindercon-

binnen

een

touren

komen

uit de VNG

perceel

uit de

voor

de functie

van

bestemming ‘Bedrijf’ (of andere milieubelastende functie) rust tot aan de gevel van de naar burgerwoning om te zetten agrarische bedrijfswoningen aan Houtsestraat 9, Houtsestraat 7 en de uiterste situering van de gevel van de toe te voegen Ruimte-voor-Ruimte woning. De afstanden gelden voor het zogenaamde gemengd gebied. Overschrijdingen van de richtafstanden zijn vetgedrukt. van

het

toepassing zijnde richtafstanden handreiking. Betreffende richtafstanden zijn gemeten vanaf de grens voort

waarop

de

veehouderijen aan | (geanonimiseerd) het aspect ‘geur’ niet wordt voldaan aan (geanonimiseerd) - eer (geanonimiseerd) de genoemde richtafstand tot de gevels van de naar burgerwoning om te zetten agrarische bedrijfswoningen dan wel tot de gevel van de toe te voegen Ruimtet/m

Uit de figuren

En

4.4

voor-Ruimte

woning.

4.6

volgt dat

voor

-39 -

de

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Bedrijf

Gemeente Meierijstad

richtafstand in meters

Afstand

Id

Adres

bestemming – functie

Geur

Stof

Geluid

gevaar

Feitelijk

1

Hoogstraat 20

Agrarisch iv - varkens

100

10

30

0

46 m.

2.

Houtsestraat 8

Agrarisch iv - varkens

100

10

30

0

60 m.

3.

Houtsestraat 5

Agrarisch

- melkrundvee

50

10

10

0

155 m.

4.

Houtsestraat 6

Agrarisch

- melkrundvee

50

10

10

0

95 m.

5.

Hoogstraat 27

Bedrijf - timmerbedrijf

10

10

30

0

180 m.

6.

Hoogstraat 29

Bedrijf - aanemersbedrijf

0

0

10

0

230 m.

7.

Houtsestraat 14

Bedrijf - statische opslag

0

0

10

0

250 m.

richtafstand in meters

Afstand

Figuur 4. 4: Overzicht en toetsing richtafstanden Houtsestraat 9. Bedrijf Id

Adres

bestemming – functie

Geur

Stof

Geluid

gevaar

Feitelijk

1

Hoogstraat 20

Agrarisch iv - varkens

100

10

30

0

73 m.

2.

Houtsestraat 8

Agrarisch iv - varkens

100

10

30

0

63 m.

3.

Houtsestraat 5

Agrarisch

- melkrundvee

50

10

10

0

90 m.

4.

Houtsestraat 6

Agrarisch

- melkrundvee

50

10

10

0

70 m.

5.

Hoogstraat 27

Bedrijf - timmerbedrijf

10

10

30

0

210 m.

6.

Hoogstraat 29

Bedrijf - aanemersbedrijf

0

0

10

0

250 m.

7.

Houtsestraat 14

Bedrijf - statische opslag

0

0

10

0

280 m.

richtafstand in meters

Afstand

Figuur 4. 5: Overzicht en toetsing richtafstanden Houtsestraat 7. Bedrijf Id

Adres

bestemming – functie

Geur

Stof

Geluid

gevaar

Feitelijk

1

Hoogstraat 20

Agrarisch iv - varkens

100

10

30

0

65 m.

2.

Houtsestraat 8

Agrarisch iv - varkens

100

10

30

0

70 m.

3.

Houtsestraat 5

Agrarisch

- melkrundvee

50

10

10

0

55 m.

4.

Houtsestraat 6

Agrarisch

- melkrundvee

50

10

10

0

40 m.

5.

Hoogstraat 27

Bedrijf - timmerbedrijf

10

10

30

0

240 m.

6.

Hoogstraat 29

Bedrijf - aanemersbedrijf

0

0

10

0

270 m.

7.

Houtsestraat 14

Bedrijf - statische opslag

0

0

10

0

320 m.

Figuur 4. 6: Overzicht en toetsing richtafstanden Houtsestraat ong.

Tot slot wordt middels voorliggend initiatief tevens mogelijk gemaakt dat de bestaande bedrijfsloods aan Houtsetraat 9 gebruikt kan worden voor statische opslag. Statische opslag betreft een bedrijfsactiviteit die valt binnen milieucategorie 2. Binnen het omgevingstype gemengd gebied bedraagt de grootste richtafstand 10 meter (v. w. b. geluid) tot nabij gelegen gevoelige objecten. Aan deze richtafstand wordt ten opzichte van de meest dichtbij gelegen woningen aan Houtsestraat 11 en Houtsestraat 7 voldaan.

-

40 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

Conclusie Het onderdeel ‘geur’ dient nader te worden onderzocht. Dit vindt plaats in hoofdstuk 4. 8 van voorliggende toelichting. Voor het overige vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4. 8

Geur Per 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader bij vergunningverlening voor geur veroorzaakt door veehouderijbedrijven. Voor een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of:

➢ ➢

Bestaande bedrijven door het plan niet worden belemmerd in huidige of toekomstige bedrijfsvoering; Er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Voor het eerste punt wordt de zogenaamde toets op de ‘omgekeerde werking’ toegepast. Daarbij wordt uitgegaan van de geurnormen en de richtafstanden uit de Wet geurhinder (Wgv) of de gemeentelijke verordening. Voor het tweede punt moet worden getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of de gemeentelijke beleidsregel. Individuele geurhinder De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Deze wettelijke normen voor de voorgrondbelasting zoals vastgelegd in de Wgv zijn door de voormalige gemeente SintOedenrode overgenomen in haar ‘Verordening geurhinder en veehouderij’. Voor diercategorieën waarvan de geuremissiefactor per dier is vastgesteld , zoals varkens , wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Deze bedraagt maximaal: ➢ 30, ouₑ/m³ binnen de bebouwde kom ➢ 140, ouₑ/m³ buiten de bebouwde kom Voor dieren zonder geuremissiefactor , zoals melkkoeien en paarden , gelden minimaal de volgende aan te houden afstanden: ➢ ten minste 100 meter binnen de bebouwde kom ➢ ten minste 50 meter buiten de bebouwde kom Bij voorliggend initiatief worden de twee agrarische bedrijfswoningen aan Houtsestraat 7 en Houtsestraat 9 omgezet naar burgerwoningen.

Voor voormalige bedrijfswoningen (en andere geurgevoelige objecten) gelden vaste afstanden , ook bij dieren met geuremissiefactoren , als de woning op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden onderdeel uit te maken van een veehouderij. Volgens lid 2 van artikel 3 van de Wgv dient in dit geval buiten de bebouwde kom een afstand van ten minste 50 meter te worden aangehouden. Beide bedrijfswoningen -

41 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

maakten op 19 maart 2000 nog onderdeel uit van de aldaar gevestigde veehouderij , waarmee bij voorliggend plan een vaste afstand van 50 meter geldt van deze woningen tot omliggende veehouderijen (in plaats van een geurnorm van 140, ouₑ/m³). Daarnaast wordt bij voorliggend plan een Ruimte-voor-Ruimte woning toegevoegd op de gronden ten noorden van Houtsestraat 7. Voor deze woning geldt een individuele geurnorm van 140, ouₑ/m³ als gevolg van de geur afkomstig van de varkenshouderijen en een vaste afstand van 50 meter ten opzichte van de rund- en melkveehouderijen. Hoogstraat 20 Het agrarisch bedrijf aan Hoogstraat 20 betreft een varkenshouderij. De recent aan de inrichting van het bedrijf aan Hoogstraat 20 toegevoegde stal is door initiatiefnemer van voorliggend plan verkocht aan de eigenaar van dit bedrijf. Bij de verkoop is de afspraak gemaakt dat het bedrijf aan Hoogstraat 20 voorliggend plan en meer specifiek de toevoeging van de Ruimte-voor-Ruimte woning , niet mag blokkeren. Middels de nu door het bedrijf gekozen situering van haar emissiepunten wordt hieraan voldaan. Om te bepalen of het bedrijf wordt belemmerd in haar gebruiksmogelijkheden wordt dan ook uitgegaan van de huidige emissiepunten zoals opgenomen in de meest recente milieuvergunning d. d. 03-11-2020 (i. p. v. de rand van het bouwvlak).

De afstand van het meest dichtbij het plangebied gelegen emissiepunt van het bedrijf aan Hoogstraat 20 tot de woningen aan Houtsestraat 7 en Houtsestraat 9 bedraagt respectievelijk 109 meter en 93 meter. Hiermee wordt voldaan aan de van toepassing zijnde afstand van 50 meter uit de Wgv. Het bedrijf wordt hiermee niet beperkt in haar ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van de omzetting van de twee agrarische bedrijfswoningen naar burgerwoningen. Om te bepalen of de nieuw te bouwen Ruimte-voor-Ruimte woning een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van het bedrijf aan Hoogstraat 20 is middels het programma ‘V-Stacks vergunning v2020’ een berekening uitgevoerd van de geurbelasting van dit bedrijf op de nieuwe woning. Hierbij is gekozen voor een situering van de gevel van de nieuw te bouwen Ruimte-voor-Ruimte woning zo dicht mogelijk bij het bedrijf. In de bijlage bij voorliggende toelichting zijn de invoergegevens en uitkomst van de berekening toegevoegd. In figuur 4. 7 is de uitkomst van de berekening nogmaals weergegeven. Hieruit blijkt dat de individuele geurbelasting van het bedrijf aan Hoogstraat 20 op de nieuwe Ruimte-voor-Ruimte woning 83, ouₑ/m³ bedraagt. Hiermee wordt aan de geurnorm van 140, ouₑ/m³ voldaan , waarmee het bedrijf niet wordt beperkt in haar gebruiksmogelijkheden als gevolg van de toevoeging van de Ruimte-voorRuimte woning.

-

42 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

Figuur 4. 7: Individuele geurbelasting Hoogstraat 20 op RVR woning Houtsestraat ong.

Houtsestraat 8 Het agrarisch bedrijf aan Houtsestraat 8 betreft een varkenshouderij. De afstand van de rand van het bouwvlak van het bedrijf aan Houtsestraat 8 tot de bestaande woningen aan Houtsestraat 7 en Houtsestraat 9 bedraagt respectievelijk 64 meter en 58 meter. Hiermee wordt voldaan aan de van toepassing zijnde afstand van 50 meter uit de Wgv. Het bedrijf wordt hiermee niet beperkt in haar gebruiks- dan wel ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van de omzetting van de twee agrarische bedrijfswoningen naar burgerwoningen. Om te bepalen of de nieuw te bouwen Ruimte-voor-Ruimte woning een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van het bedrijf aan Houtsestraat 8 is middels het programma ‘V-Stacks vergunning v2020’ een berekening uitgevoerd van de geurbelasting van dit bedrijf op de nieuwe woning. Het emissiepunt van het bedrijf is hierbij gelegd op de rand van het bouwvlak (omgekeerde werking). De gevel van de nieuwe Ruimte-voor-Ruimte woning is gesitueerd in lijn met de voorgevelrooilijn van de naastgelegen woning aan Houtsestraat 7. In de bijlage bij voorliggende toelichting zijn de invoergegevens en uitkomst van de berekening toegevoegd. In figuur 4. 8 is de uitkomst van de berekening nogmaals weergegeven.

Hieruit blijkt dat in een worst-case scenario de individuele geurbelasting van het bedrijf aan Houtsestraat 8 op de nieuwe Ruimte-voor-Ruimte woning 37, ouₑ/m³ bedraagt. Hiermee wordt aan de geurnorm van 140, ouₑ/m³ voldaan , waarmee het bedrijf niet wordt beperkt in haar gebruiksmogelijkheden als gevolg van de realisatie van de Ruimte-voor-Ruimte woning.

Figuur 4. 8: Individuele geurbelasting Houtsestraat 8 op RVR woning Houtsestraat ong.

Houtsestraat 5 en Houtsestraat 6 Aan Houtsestraat 5 en Houtsestraat 6 zijn een tweetal melkrundveehouderijen gevestigd. Voor beide bedrijven geldt een vaste afstand van 50 meter (dieren zonder emissiefactor) tot burgerwoningen. Deze afstand wordt in het kader van de omgekeerde werking gemeten vanaf de rand van het bouwvlak van beide bedrijven tot de gevel van deze woningen. Aan deze afstand van beide bedrijven tot zowel de bestaande woningen aan Houtsestraat 7 en Houtsestraat 9 als tot de toe te voegen Ruimte-voor-Ruimte woning wordt voldaan. Hiermee worden beide bedrijven niet beperkt in gebruiks- dan wel ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van voorliggend plan.

-

43 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

Gecumuleerde geurhinder Om aan te tonen dat er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de gecumuleerde geurbelasting van alle omliggende veehouderijen , wordt getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of gemeentelijke beleidsregel. Voor de achtergrondbelasting zijn in de Interim omgevingsverordening normen opgenomen. De gemeente Meierijstad heeft geen eigen waarden in haar beleid opgenomen , waardoor de volgende toetswaarden worden aangehouden: 10 ouₑ/m³ voor objecten in de bebouwde kom; 20 ouₑ/m³ voor objecten in het buitengebied.

Tijdelijke mantelzorgwoning

(reeds verwijderd) RVR

1

2

3

4

Geur gevoelige locaties: Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten zoals berekend ,

RecepID 1 2 3 4

X-coor 160667 160671 160681 160689

Y-coor 395868 395843 395820 395782

Geurnorm 20. 000 20. 000 20. 000 20. 000

Geurbel. [OU/m3] 13. 746 13. 904 14. 515 14. 541

Omschrijving Houtsestraat ong. RVR Houtsestraat 7 Houtsestraat 9 Houtsestraat 11

Figuur 4. 9: Gecumuleerde geurbelasting omgeving Houtsestraat 7-9.

Door middel van het programma ‘V-Stacks gebied v2010’ is de achtergrondbelasting geur ter plaatse van het plangebied berekend. Hierbij is getoetst op de gevels van zowel de naar burgerwoning om te zetten bedrijfswoningen aan -

44 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

Houtsestraat 7 en Houtsestraat 9 als van de toe te voegen Ruimte-voor-Ruimte woning. Op alle woningen overschrijdt de achtergrondbelasting de norm van 20 ouₑ/m³ niet. Voor de berekening is gebruik gemaakt van de gegevens van Webbvb Brabant van 10-2-2020 van alle veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer van het plangebied. Een overzicht van het voor de berekening gebruikte bronnenbestand , de gebruikte paramaters en de uitkomsten zijn toegevoegd als bijlage aan voorliggende toelichting. De uitkomsten van de berekening zijn tevens bovenstaand in figuur 4. 9 weergegeven. Uit figuur 4. 9 volgt dat de (gecumuleerde) achtergrondbelasting ter plaatse van de drie woningen respectievelijk 1375 , ouₑ/m³ , 1390 , ouₑ/m³ en 1452 , ouₑ/m³ bedraagt. De wettelijke norm van 20 ouₑ/m³ wordt hiermee niet overschreden. Om het woon- en leefklimaat te beoordelen hanteert het RIVM voor de achtergrondbelasting geur de milieukwaliteitscriteria zoals opgenomen in figuur 4. 10. De achtergrondbelasting ter plaatse van de drie woningen valt in de categorieën 9-13 en 14 t/m 20 ouₑ/m³. Het woon- en leefklimaat ten gevolge van de achtergrondbelasting kan dan ook als redelijk goed tot matig worden beoordeeld. Achtergrondbelasting (ou/m³ E )

Mogelijke kans op geurhinder (%)

1-3

Beoordeling leefklimaat

<5

zeer goed

4-8

5-10

goed

9-13

10-15

redelijk goed

14-20

15-30

matig

21-28

20-25

tamelijk slecht

29-38

25-30

slecht

39-50

30-35

zeer slecht

51-65

35-40

extreem slecht

Figuur 4. 10: Classificatie achtergrondbelasting (RIVM).

Conclusie Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect geur geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4. 9

Gezondheid in relatie tot veehouderijen Door middel van toetsing aan het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2. 0 (versie mei 2018) kan beoordeeld worden of voor een specifieke situatie er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Het stappenplan 2. 0 wordt hieronder weergegeven , waarbij per stap een nadere toetsing plaatsvindt.

-

45 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

1.

Gemeente Meierijstad

Voor varkens en pluimveebedrijven: endotoxine richtafstand. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1. 0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de blootstelling aan endotoxine heeft de Gezondheidsraad een advieswaarde van 30 EU/m 3 vastgesteld. De advieswaarde van de Gezondheidsraad voor endotoxine is een instrument ter bescherming van de gezondheid van omwonenden van veehouderijen. Rondom het plangebied zijn vier varkenshouderijen , een pluimveehouderij en een gemengd bedrijf gelegen. De varkenshouderijen aan de Houtsestraat 8 , Hoogstraat 20 , Houtsestraat 17 en Sloef 19 hebben een PM 10 (endotoxine) emissie van respectievelijk 40 kg per jaar , 130 kg per jaar , 91 kg per jaar en kg per jaar. Het pluimveebedrijf aan Hoogstraat 44 (vleeskuikens) heeft een PM 10 emissie van respectievelijk 1. 320 kg per jaar. Het gemengde bedrijf aan de Hoogstraat 32A heeft voor wat betreft de vleeskuikens een PM 10 emissie van 440 kg per jaar en voor wat betreft de varkens een emissie van 98 kg per jaar.

Op basis van de vergunde fijnstofemissie kan door middel van bovenstaande vergelijkingen worden berekend binnen welke afstand naar verwachting de advieswaarde voor endotoxine wordt overschreden. Voor wat betreft de genoemde omliggende intensieve veehouderijen gelden de richtafstanden zoals opgenomen in figuur 4. 11 tot het plangebied aan Houtsestraat 7-9. Richtafstand

Werkelijke

Endotoxine

Afstand

Varkens: 40 kg. PM/jaar 10

0 m.

133 m.

Varkens: 130 kg. PM/jaar 10

61 m.

90 m.

Varkens: 98 kg. PM/jaar 10

44 m.

Vleeskuikens: 440 kg. PM/jaar 10

129 m.

id

Adres

Type bedrijf

1.

Houtsestraat 8

2.

Hoogstraat 20

3.

Hoogstraat 32A

4.

Houtsestraat 17

Varkens: 91 kg. PM/jaar 10

39 m.

430 m.

5.

Sloef 19

Varkens: 130 kg. PM/jaar 10

61 m.

780 m.

6.

Hoogstraat 44

Vleeskuikens: 1. 320 kg. PM/jaar 10

222 m.

950 m.

Figuur 4. 11: Richtafstanden Endotoxine.

-

46 -

380 m.

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening

Bovenstaande

Houtsestraat

7-9’

Gemeente Meierijstad

richtafstanden worden conform het ‘Endotoxine

der

1.0'

BVB

opgenomen,

vanaf het emissiepunt

aangehouden

de

aan

van

het

toetsingska-

bedrijf, gevel gevoelig object. Hierbij wordt geen rekening gehouden met meteo-omstandigheden, daar de mogelijkheden om dit te doen vooralsnog ontbreken. Zoals weergegeven in figuur 4.11 wordt voldaan aan de geldende richtafstanden voor endotoxine. tot

van

zoals in Web-

een

varkenshouderij aan Hoogstraat 20 is het meest dichtbij het plangebied gelegen bedrijf en zorgt dan ook voor de meeste concentratie van fijnstof op het plangebied. In het kader van het wijzigingsplan voor de locatie (geanonimiseerd) De

(geanonimiseerd)

(geanonimise rd) Sint-Oedenrode , november 2020)

(geanonimiseerd)

opdracht (geanonimiseerd) behulp van het rekenprogramma ISL3a een berekening gemaakt van de belasting van PM1o van de beoogde bedrijfsopzet op de gevoelige objecten in de omgeving, waaronder de woningen Houtsestraat 7 en Houtsestraat 9. Door middel van het invullen van de invoergegevens (brongegevens en gegevens beschermde objecten) is hiermee berekend wat de jaargemiddelde fijnstofconcentratie (microgram/m?) en het aantal overschrijdingsdagen ter plaatse van de rekenpunten is. Varkens

is in

van

met

berekening volgt dat de jaargemiddelde concentratie fijnstof PM1o maximaal 19,48 ug/m? bedraagt op de woning aan HoutUit

de

uitgevoerde

sestraat 9.

Hiermee

wordt ruimschoots

concentratie

Toename

in emissies

de

grenswaarde

voor

de

jaarge-

(40 ug/m? conform Wet Luchtkwaliteit) voldaan. Tede vens volgt uit berekening dat het aantal overschrijdingsdagen van het 24uursgemiddelde van 50 ug/m? 7,1 dagen bedraagt, wat eveneens ruimschoots voldoet aan de norm (35 dagen conform Wet Luchtkwaliteit). 2.

middelde

aan

van

geur

en/of fijnstof en/of ammoniak;

ontwikkeling betreft de omzetting van een agrarische bedrijfsbestemming in een woonbestemming. Hierbij vindt geen toename in emissies van geur, fijnstof en/of ammoniak plaats. De

3.

voorgenomen

Geurbelasting; a.

toetsen

een

aanvaardbaar

Wettelijke uitgangspunten In hoofdstuk 4.8 van voorliggende voorgenomen

plangebied wat

b.

aan

is

woon-/leefklimaat;

toelichting heeft een toetsing van de de Wgv plaatsgevonden. Binnen het

ontwikkeling aan sprake van een aanvaardbaar

woon-

en

leefklimaat

voor

betreft geur.

Gezondheidskundige uitgangspunten Naast een toets op sec de wettelijke aspecten kan ook gekeken worden naar een gezondheidskundige beoordeling ten aanzien van het aspect

„AT

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

De GGD hanteert het standpunt dat het onderzoek van Geelen et al. (2015) op dit moment het best beschikbare beeld geeft voor deze gezondheidskundige beoordeling. Bij de beoordeling van de geurbelasting hanteert de GGD het uitgangspunt dat maximaal 12% (woonkern) en 20% (buitengebied) geurgehinderd mag zijn. Dit betekent dat de gezondheidskundige advieswaarden voor het buitengebied door de GGD landelijk wordt gesteld op respectievelijk 50, OU/m 3 voor de voorgrond en 100, OU/m 3 voor de achtergrond. Zoals blijkt uit de toetsing uit hoofdstuk 4. 8 van voorliggende toelichting worden beide gezondheidskundige advieswaarden overschreden. geur.

4.

Bij meerdere bedrijfsmatig gehouden soort(en) binnen een veehouderij;

diersoorten , de aanwezige

dier-

Niet van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot nieuwe situaties van het gemengd houden van varkens en pluimvee. 5.

a.

Geitenhouderijen binnen een straal van 2 kilometer van een gevoelige bestemming

Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. De provincie heeft een verbod van uitbreiding van geitenhouderijen ingevoerd. In het kader van de omgekeerde werking (gevoelige functies rond geitenhouderijen) wordt bekeken of er zich binnen 2 kilometer van het plan bedrijven met geiten bevinden. Binnen een straal van 2 kilometer van het plangebied bevinden zich geen geitenhouderijen waar meer dan 50 geiten gehouden worden. Er is dan ook geen sprake van een onaanvaardbaar volksgezondheidsrisico ter plaatse van het plangebied. b.

pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer van een gevoelige bestemming

Ook voor pluimveehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen. Uit het VGO-2 rapport (2017) blijkt namelijk dat er binnen een straal van 1 kilometer rondom één pluimveehouderij omwonenden een verhoogd risico op longontsteking hebben. Echter moet worden benadrukt dat het hier om een hypothese gaat , en dat causaliteit nog niet door onderzoekers is vastgesteld. Met deze onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden bij de ontwikkeling en uitbreiding van pluimveehouderijen of de bouw van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van pluimveehouderijen.

-

48 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

Binnen een straal van 1 kilometer van het plangebied bevinden zich twee pluimveehouderijen aan Hoogstraat 32A en Hoogstraat 44 op afstanden van respectievelijk 430 meter en 950 meter. De afstand van de toe te voegen Ruimte-voor-Ruimte woning tot deze bedrijven is hiermee voldoende groot , mede gelet op het feit dat causaliteit van bovengenoemde hypothese tot op heden niet is vastgesteld. c.

overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter liggen woon- of verblijfsruimten van derden;

Op respectievelijk 55 meter en 40 meter (rand bestemmingsvlak) van de toe te voegen Ruimte-voor-Ruimte woning zijn de melkrundveehouderijen aan Houtsetraat 5 en Houtsestraat 6 gelegen. Hiermee wordt niet voldaan aan de afstandseis van 250 meter. 6.

De aanwezigheid van mestbewerking en mestverwerking; Niet van toepassing.

7.

De ongerustheid bij omwonenden; Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. De voorgenomen omzetting van de agrarische bedrijfsbestemming in een woonbestemming en de toevoeging van een Ruimte-voor-Ruimte woning betreft geen ontwikkeling die leidt tot een toenemende onrust over de volksgezondheid.

Uit de beperkte toetsing op afstanden conform het stappenplan blijkt dat stappen 3b en 5c leiden tot de conclusie dat advies dient te worden opgevraagd bij de GGD. De gemeente moet een zorgvuldige afweging maken of sprake is van een aanvaardbaar volksgezondheidsrisico. Of hierbij gekozen wordt voor het al dan niet inwinnen van GGD-advies betreft een overweging van de gemeente.

Afwegingskader geitenhouderijen Meierijstad Het college van B&W van Meierijstad heeft op 13 maart 2018 een afwegingskader vastgesteld met betrekking tot ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen. De ontwikkeling moet getoetst worden aan dit afwegingskader. Concreet betekent dit dat in de gemeente Meierijstad voorlopig als volgt gehandeld wordt: ▪

Een uitbreiding van het aantal geiten in bestaande stallen of gebouwen wordt niet toegestaan , tenzij er geen gezondheidskundige bezwaren daarvoor zijn.

-

49 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

Bij voorliggende ontwikkeling is geen sprake van de uitbreiding van het aantal geiten. ▪

Binnen een straal van 2 kilometer rondom geitenhouderijen doet zich , vooralsnog , een extra risico voor. Daarom hanteert het college daar een extra zorgvuldigheid. Dat betekent dat met plannen voor het huisvesten of opvangen van kinderen , kwetsbare mensen en ouderen sowieso terughoudend omgegaan wordt. Er bestaat géén hard afwegingskader voor de toetsing van bouwplannen. Locatie , omgeving , het soort bedrijf en het soort ontwikkeling zijn telkens anders en vragen om maatwerk. Het gezondheidsbelang wordt daarbij afgezet tegen bijvoorbeeld volkshuisvestelijke , sociale , economische en financiële belangen. Binnen een straal van 2 kilometer rondom het plangebied zijn geen geitenhouderijen gevestigd.

▪

Aanvragers van plannen en nieuwe potentiele bewoners in het gebied worden geïnformeerd over het risico. Ook wordt hen gevraagd een verklaring daarover te ondertekenen. De toe te voegen Ruimte-voor-Ruimte woning en de naar burgerwoning om te zetten agrarische bedrijfswoningen zijn niet gelegen in het genoemde gebied met geitenhouderijen.

Conclusie Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4. 10

Geluid Ten aanzien van het aspect geluid zijn het wegverkeer en de bedrijven van belang. Voor het wegverkeerslawaai vormt de Wet geluidhinder het toetsingskader en voor de bedrijven de Wet milieubeheer (waaronder het Activiteitenbesluit). Daarnaast moet in het kader van de Wet ruimtelijke ordening sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wegverkeerslawaai De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Als gevolg van de voorgenomen toevoeging van de Ruimte-voor-Ruimte woning aan Houtsestraat ong. wordt een nieuw geluidgevoelig object in de zin van de Wgh opgericht. Door initiatiefnemer is opdracht versterkt aan Tritium Advies B. V. voor het uitvoeren van een akoestisch

-

50 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

onderzoek wegverkeerslawaai. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting. De conclusie van het akoestische onderzoek is hieronder samengevat opgenomen:

Samenvatting en conclusie: Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Houtsestraat en de Hoogstraat. Voor deze laatstgenoemde weg geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woning overschrijdt. Voor de Houtsestraat geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woning de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 3 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige , landschappelijke en financiële aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie niet doeltreffend. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet overwegende bezwaren van financiële aard.

Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a , lid 5 van de Wet geluidhinder. Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een procedure hogere waarde , is voor de woning een aanvullend onderzoek nodig ter bepaling van de geluidwering van de gevels. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd.

Zoals uit het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai naar voren komt is voor de bouw van de woning een procedure hogere waarde benodigd. In het kader van deze procedure dient , ter waarborging van een goed akoestisch geluid binnenniveau , voor de woning een aanvullend onderzoek ter bepaling van de

-

51 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

geluidwering van de gevels te worden aangeleverd. Vanwege het in deze fase ontbreken van de benodigde informatie over onder meer de opbouw van de toekomstige gevels van de woning , kan het onderzoek geluidwering gevels nog niet in de bestemmingsplanfase worden uitgevoerd. De verplichting tot het (in de toekomst) aanleveren van dit onderzoek geluidwering gevels wordt in de regels van voorliggend bestemmingsplan vastgelegd. Het onderzoek dient te zijner tijd te worden toegevoegd aan de aanvraag omgevingsvergunning bouwen. Tritium Advies stelt dat er bij de in het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai vastgestelde maximale geluidbelasting van 51 dB (inclusief aftrek conform artikel 110g Wgh) , geen reden is om aan te nemen dat eventuele aanvullende geluidwerende voorzieningen grote gevolgen hebben voor de haalbaarheid van het plan. Industrielawaai Voor wat betreft het industrielawaai op de woningen afkomstig van de bedrijven die rondom het plangebied gelegen zijn , wordt zoals aangegeven in hoofdstuk figuur 4. 7 voldaan aan de van toepassing zijnde richtafstanden. Hiermee kan worden aangenomen dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Voor wat betreft de twee varkenshouderijen gelegen aan Hoogstraat 20 en Houtsestraat 8 geldt daarnaast de bestaande woningen aan Houtsestraat 7 en Houtsestraat 9 (inlcusief hun buitenruimtes zoals terassen en tuinen) reeds dichter bij beide bedrijven gelegen zijn dan de nieuw te realiseren ruimte-voorruimte woning. De oprichting van de nieuwe ruimte-voor-ruimte woning resulteert daarmee niet in een inperking van de exploitatiemogelijkheden van deze bedrijven wat betreft het milieuaspect geluid. Conclusie Voor wat betreft het aspect geluid zijn er hiermee geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4. 11

Luchtkwaliteit De ‘Wet luchtkwaliteit’ vormt per 15 november 2007 het toetsingskader voor nieuwe plannen en projecten in relatie tot de kwaliteit van de lucht. Als onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is de AMvB ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) opgenomen. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven volgens het wetsvoorstel niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Deze regeling is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te

frustreren of vertragen. Het plan betreft de omzetting van een agrarische bestemming naar een woonbestemming. In de nieuwe situatie is er sprake van drie burgerwoningen. In de

-

52 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ is het aantal verkeersbewegingen voor een vrijstaande koopwoning vastgesteld op 82, bewegingen per etmaal per woning. Op basis van deze kencijfers wordt voor de drie woningen gerekend met in totaal 25 verkeersbewegingen per etmaal. Daarnaast wordt bij de woning aan Houtsestraat 9 statische binnenopslag mogelijk gemaakt. Het betreft hier goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven. In een worst-case scenario wordt uitgegaan van 5 extra verkeersbewegingen per etmaal als gevolg van deze statische binnenopslag. Het totaal aantal verkeersbewegingen in de nieuwe situatie bedraagt hiermee 30 bewegingen per dag. Met behulp van de NIBM-tool is de verkeersaantrekkende werking van de beoogde ontwikkeling in kaart gebracht. De uitkomst van de berekening van de NIBM-tool is in figuur 4. 12 weergegeven. Uit figuur 4. 12 volgt dat voorliggend initiatief een bijdrage van niet in betekende mate heeft op de luchtkwaliteit. Nadere toetsing van het effect van onderhavig plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde.

Figuur 4. 12: Uitkomst berekening NIBM-tool 2020 (bron: www. infomill. nl)

Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit binnen het plangebied zelf. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. De bestaande bedrijfswoning blijf gehandhaafd. In de nieuwe situatie is daarmee sprake van één bestaand gevoelig object. De achtergrondconcentraties fijnstof (PM10 en en stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het plangebied zijn dermate PM25) , laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden uit de GCN-kaarten van het RIVM zoals opgenomen in figuren 4.13 , 4. 14 en 4. 15.

-

53 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 15-20 μg/m 3 (PM10) en onder de 10 μg/m 3 (PM25) de norm bedraagt 40 , 3 basis de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Braμg/m en op van 3 bant 312, μg/m. De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 15 en 20 μg/m 3 , de norm bedraagt 40 μg/m.3 De conclusie is dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit.

Figuur 4. 13: GCN-kaart RIVM fijnstof PM10 (bron: geodata. rivm. nl)

Figuur 4. 14: GCN-kaart RIVM fijnstof PM25 (bron: geodata. rivm. nl) ,

-

54 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

Figuur 4. 15: GCN-kaart RIVM stikfstofdioxide (bron: geodata. rivm. nl)

Conclusie Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit zijn er hiermee geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4. 12

Externe veiligheid Wettelijk kader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven , transportroutes (wegen , spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn , zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: ➢ Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); ➢ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); ➢ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans , op een bepaalde plaats , om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde , maar als een richtwaarde. -

55 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Houtsestraat 7-9’

Gemeente Meierijstad

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Binnen het invloedsgebied is een verantwoordingsplicht van het groepsrisico van toepassing. De specifieke eisen hieraan zijn vastgelegd in de besluiten Bevi , Bevb en Bevt. Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘ (art. 3. 1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tank-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=34cac34d-ab3d-416e-a405-5a43e41e3a19