CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: toelichting en regels bestemmingsplan

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Sint-Oedenrode, verplaatsing AH' en vaststelling beeldkwaliteitsplan 'Albert Heijn Borchmolendijk te Sint-Oedenrode35.725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Provinciaal Milieu- en Waterplan, Noord-Brabant Het Provinciaal Waterplan bevat het strategische waterbeleid van de provincie Noord-Brabant. Het plan doorloopt samen met de plannen van het Rijk en de waterschappen een 6-jarige beleidscyclus die is afgestemd op de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water. Naast beleidskader is het Provinciaal Milieu- en Waterplan ook toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water. Het plan is tevens beheerplan voor grondwateronttrekkingen. Bovendien is het plan structuurvisie voor het aspect water op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Belangrijke thema’s in het waterplan zijn de verbetering van de waterkwaliteit, de verdrogingsbestrijding en de meer natuurlijke inrichting van onze watersystemen. Waterschap de Dommel en Keur 2018 Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. In het Waterbeheerplan 20162021 ‘Waardevol water’ heeft het waterschap de beleidsdoelen voor deze periode vastgelegd. Vanaf 1 maart 2018 geldt de nieuwe Keur van de drie Brabantse waterschappen. De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken en moet een vergunning aanvragen.

In sommige gevallen volstaat een melding. De uitzonderingen staan beschreven in de Algemene regels. Het waterschap maakt bij het beoordelen van plannen met een toenemend verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Op planniveau is voor de herontwikkeling de aanleg van compensatie vereist. Voor plannen met een bijkomend verhard oppervlak kleiner dan 2.000 m², groene daken en afkoppelplannen kleiner dan 10.000 m2 geldt een vrijstelling tot de realisatie van compensatie. Voor een toename van het verhard oppervlak van tenminste 2.000 m 2 en maximaal 10.000 m² of grotere afkoppelplannen is compensatie noodzakelijk. Aan de hand van de Algemene Regel behorend bij

Hoofdstuk 5

48

de Keur kan de vereiste compensatie voor een specifieke locatie berekend worden. Eventuele compensatie dient plaats te vinden volgens de voorkeursvolgorde: Infiltreren of retentie binnen of nabij het plangebied. Specifiek voor ruimtelijke ontwikkelingen heeft het waterschap een beleidsnota Uitgangspunten Watertoets opgesteld. De volgende uitgangspunten zijn in deze nota benoemd. Ten aanzien van dit nieuwbouwplan in relatie tot duurzaam omgaan met water zijn de volgende beleidsuitgangspunten van het Waterschap De Dommel van toepassing:  gescheiden houden van het vuil water en het schoon hemelwater: Voor de afweging van de wijze waarop met het afgekoppelde schone hemelwater dient te worden omgegaan gelden de volgende afwegingsstappen; ‘hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer’;  hydrologisch neutraal bouwen: Bij nieuwe ontwikkelingen dient de hydrologische situatie minimaal gelijk te blijven aan de uitgangssituatie. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) mag niet verlaagd worden en het waterpeil sluit aan bij optimale grondwaterstanden;  water als kans: De belevingswaarde van water kan bijvoorbeeld voor meerwaarde zorgen. In de beoogde situatie maakt het water een integraal onderdeel uit van de leefomgeving;  meervoudig ruimtegebruik: Omdat de vierkante meters duur zijn, wordt aangeraden naar meervoudig grondgebruik te kijken.

Op deze manier kan het ‘verlies’ van vierkante meters door de ruimtevraag van water beperkt worden;  voorkomen van vervuiling: Nieuwe bronnen van verontreiniging dienen zoveel mogelijk voorkomen te worden;  ‘wateroverlastvrij bestemmen’; Ontwikkelingen dienen bij voorkeur te geschieden op plekken die qua ligging ‘hoog en droog’ genoeg liggen. Bovenstaand beleid betekent onder andere dat er ‘hydrologisch neutraal’ moet worden gebouwd, conform de uitgangspunten ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’ van het waterschap. Dit houdt in dat het hemelwater dat op daken en verharding valt, in principe niet versneld mag worden afgevoerd. Er zal moeten worden gezocht naar vormen van hergebruik, vasthouden of bergen van hemelwater. Vermenging van vuil en schoon (hemel-)water wordt niet wenselijk geacht. Gemeentelijk waterbeleid Door samenwerking met de verschillende bevoegdheden (Gemeente, Provincie, Waterschap, Rijk) wordt gestreefd naar een duurzaam watersysteem. De gemeente Meierijstad heeft haar visie op het stedelijk waterbeheer in het VGRP+ 2017-2022 ‘Waardevol water in Meierijstad’ vastgelegd. Hierin worden de doelstellingen voor de komende jaren ten aanzien van riolering vastgelegd en vormt de basis voor de omgang met afvalwater en hemelwater bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Samenwerking met de waterbeheerder De waterparagraaf is in het kader van de watertoets door de gemeente Meierijstad voorgelegd aan het Waterschap De Dommel. 5.7.2 Onderzoek Er is door Aeres Milieu een onderzoek10 uitgevoerd naar de manier waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van de voorgenomen herinrichting van het plangebied Borchmolendijk voor de waterhuishouding. Het doel is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Het 10

Waterparagraaf Herontwikkeling Borchmolendijk Sint-Oedenrode, Aeres Milieu, Roermond, 8 juli 2020 (kenmerk AM15385)

Hoofdstuk 5

49

complete onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hieronder volgt een samenvatting en conclusie. De locatie Markt betreft een bestendiging van de bouwmogelijkheden van een in de huidige situatie geheel verhard/bebouwd perceel. Er zijn daar geen effecten op de waterhuishouding voorzien. Samenvatting waterparagraaf In de huidige situatie bedraagt het oppervlak van het perceel 4.300 m² en het dakoppervlak circa 1.590 m². In de huidige situatie zijn ter plaatse een aantal woningen, winkels, bedrijfsbebouwing en diverse klinker- en betonverhardingen aanwezig. Voor het (toekomstige) plangebied Borchmolendijk is in de onderstaande tabel een overzicht voor de toekomstige verharde oppervlakten opgesteld. Bruto (verharde) oppervlakten Totaal oppervlakte ca. Dak oppervlakte, ca. Overig verhard oppervlak (wegen, parkeren), ca. Onverharde oppervlakte ca. Totaal verhard oppervlak

Huidige situatie (m²)

Toekomstige situatie (m²)

4.300 1.590 Zwembad 230 Puinverharding 360/2 Klinkers 1.900 400 3.900

4.300 2.250 1.870

180 4.120

Uit de tabel is af te leiden dat het verhard oppervlak in totaal met ca. 220 m² toeneemt. Het bevoegd gezag stelt dat ontwikkelingen hydrologisch neutraal ontwikkeld dienen te worden. Omdat de toename van het verhard oppervlak kleiner dan 2.000 m² is, is vanuit de Algemene Regel geen verplichting tot de aanleg van een compenserende voorziening. Er is geen watervergunning vereist. Vanuit het gemeentelijk beleid dient hemelwater ter plaatse verwerkt te worden. In dit geval dient voor een bui van 60mm ca. 13 m³ hemelwater geborgen te kunnen worden. Hydrologisch neutraal ontwikkelen In zijn algemeenheid is het beleidsmatig een wens om hydrologisch neutraal te ontwikkelen. Om de locatie hydrologisch neutraal te kunnen ontwikkelen, zijn verschillende mogelijkheden afweegbaar:  Hergebruik hemelwater: hergebruik kan overwogen worden. Het hergebruiken van hemelwater voor toiletspoeling vraagt echter een hogere investering en is vanuit milieuhygiënisch opzicht niet aangeraden;  Aanleg vegetatiedaken. Dit geeft een verminderde en vertraagde afvoer van afgekoppelde neerslag en verhoogt de isolatiewaarde maar vraagt een hogere investeringskosten. Aandachtspunt hierbij is de ruimtelijke-esthetische component. Vegetatiedaken worden minder passend geacht aan de zijde van de Borchmolendijk. Het achterterrein waar de supermarkt voorzien is, leent er zich meer voor.

 Verwerking hemelwater ter plaatse. Gezien de ontwikkeling in het centrum zijn er slechts beperkte mogelijkheden tot verwerking van hemelwater ter plaatse. Mogelijkheden zijn een ondergrondse buffer of de aanleg van waterpasserende bestrating.

Hoofdstuk 5

50

De bovengenoemde mogelijkheden zijn om voornoemde redenen minder geschikt of wenselijk te achten. Bij de herontwikkeling wordt daarom net als in de bestaande situatie een gescheiden stelsel aangelegd. Door het planvoornemen met een supermarkt en enkele appartementen is geen significante toename aan afvalwater te verwachten waardoor dit zonder aanpassingen verwerkt kan worden door het in 2010 rondom aangelegde gescheiden rioolstelsel. Een nieuwe of wijzigingen aan de aansluiting dient aangevraagd te worden bij de gemeente Meierijstad. Hemelwater wordt in de toekomstige situatie 100% gescheiden gehouden van het afvalwater, waardoor het plan minimaal hydrologisch neutraal wordt ontwikkeld. Het hemelwater van de toekomstige ontwikkeling wordt in ieder geval afgekoppeld. Alle afgekoppelde neerslag kan, net als in de huidige situatie, via bovengrondse lijnafwatering (geulen), molgoten, infiltratieriolen of traditioneel afvoermateriaal naar het gescheiden gemeentelijk rioolstelsel onder de Borchmolendijk en Passtraat aangeleverd worden. De gemeente kan hieraan voorwaarden stellen. Eventueel kan in het leidingstelsel onder het parkeerterrein extra hemelwaterberging aangelegd worden. De ondergrondse berging kan gerealiseerd worden door een IT-riool, IT-kratten, een dik pakket grind/lavakoffer of steenwol.

De ondergelegen koffer heeft als voordeel tegenover de leiding dat deze niet zo diep in de grond aangelegd dient te worden. Een gedoseerde leegloop en noodoverloop mag op het gemeentelijk stelsel plaatsvinden. Bij toepassing van een grind/lavakoffer van ca. 30 cm dikte is een kofferoppervlak van minimaal 35 m² benodigd. Kratten of een IT-leiding nemen minder ruimte in beslag doordat het open oppervlak groter is. Afhankelijk van het type krat zijn in totaal ca. 44 kratten benodigd. De benodigde waterberging kan eenvoudig op het perceel ingepast worden. Door de gescheiden aanlevering op het gemeentelijk stelsel, de aanvullende waterberging op eigen terrein en het aanhouden van een vloerpeil hoger als de weg (net als de bestaande bebouwing), is bij de voorgenomen planontwikkeling geen toekomstige (grond)wateroverlast binnen het plangebied en bij derden te verwachten. O.a. afhankelijk van de (beheers-)kosten wordt voorafgaand aan de omgevingsvergunning de uiteindelijke verwerkingsmethode nader bepaald en afgestemd met de gemeente. Bij de bouwaanvraag zal het uiteindelijk verhard oppervlak en de hiervoor benodigde voorziening herberekend worden en opgenomen worden in de bouwplannen. Eventueel benodigde vergunningen zijn niet in de waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden.

Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij andere ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing/infiltratie of werkzaamheden in de buurt van een watergang), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen/meldingen worden aangevraagd bij het Waterschap. 5.7.3 Conclusie Uit de waterparagraaf blijkt dat de ontwikkeling geen knelpunten oplevert voor wat betreft het waterhuishoudkundig systeem.

Hoofdstuk 5

51

5.8 Flora en fauna 5.8.1 Natuurwetgeving & Planologie Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van een Albert Heijn met maximaal een 6-tal appartementen, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). 5.8.2 Onderzoek In verband met de ontwikkeling is een Quickscan flora en fauna11 uitgevoerd. De conclusie uit deze quickscan wordt hierna weergegeven. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de onderzoeksrapportage welke is opgenomen als bijlage bij deze toelichting.

Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde wettelijk beschermde natuurgebied, het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen ligt op meer dan 11 kilometer afstand. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied en de aard van de ontwikkeling zijn effecten op voorhand uitgesloten. Om externe effecten van het plan op de Natura 2000 te bepalen, zoals stikstofdepositie, is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Deze berekening is opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat er bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase van het plan een depositieresultaat volgt van 0.00 mol/ha/jaar. Stikstofeffecten van dit plan bij Natura 2000 zijn dan ook uitgesloten. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Brabant (voormalig EHS) en tevens buiten de Groenblauwe Mantel zoals deze is vastgesteld op de kaart van de Interim Omgevingsverordening. Gezien de ligging buiten de begrensde planologische gebiedsbescherming zal hiervoor in de planvorming verder geen rekening gehouden hoeven te worden.

11

BRO, Quickscan flora en fauna Borchmolendijk 14 t/m 22(a) en Passtraat 2 te Sint-Oedenrode, d.d. 27 januari 2020.

Hoofdstuk 5

52

Soortenbescherming Gelet op de potentiele ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming, onderdeel soorten, in acht wordt genomen:  Met betrekking tot de sloop zijn overtredingen ten aanzien van het verstoren/verwijderen van nestlocaties van huismus en gierzwaluw aan Borchmolendijk 14 en 22, en verblijfplaatsen van een vleermuissoort aan Borchmolendijk 18-22 op basis van de quickscan niet uit te sluiten.  Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;  In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Vervolgonderzoek soortenbescherming Naar aanleiding van de Quickscan flora en fauna is huismus-, gierzwaluw- en vleermuisonderzoek12 uitgevoerd in het seizoen van 2020, om nesten van huismus en gierzwaluw en verblijfplaatsen van vleermuizen vast te stellen dan wel met voldoende zekerheid uit te sluiten. De gevonden resultaten wijzen niet op een mogelijke aanwezigheid van nestlocaties van huismus of gierzwaluw binnen het plangebied. Binnen het plangebied zijn twee verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de onderzoeksrapportage welke is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. 5.8.3 Conclusie Uit de Quickscan flora en fauna blijkt dat beschermde natuurgebieden geen belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Ten aanzien van het aspect soortenbescherming is men bij de sloop van deze panden in overtreding van artikel 3.5 lid 2 en 4 van de Wet natuurbescherming inzake het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en het beschadigen of vernielen van een rust- of verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Alvorens kan worden gestart met het slopen van deze panden dient een ontheffing te worden verkregen van deze verbodsbepalingen.

Ter borging is in de planregels een voorwaardelijke verplichting met een voorlopig sloopverbod voor de panden waarop bovenstaande van toepassing is opgenomen.

5.9 Archeologische en cultuurhistorische waarden 5.9.1 Archeologie Beleidskader In Europees verband is het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’ tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming.

12

BRO, Vervolgonderzoek huismus, gierzwaluw en vleermuizen Borchmolendijk Sint-Oedenrode, d.d. 8 december 2020.

Hoofdstuk 5

53

Onderzoek In het plangebied aan de Borchmolendijk worden bodemingrepen uitgevoerd. Op deze planlocatie zijn in de huidige situatie de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ (hoge archeologische verwachtingswaarde, zuidelijke zone), ‘Waarde – Archeologie 3’ (bekende archeologische waarden van hoeves/molens, noordoostelijke zone) en ‘Waarde – Archeologie 5’ (archeologische verwachting oude kernen, centrale en noordwestelijke zone). In het gehele plangebied is dan ook een hoge archeologische verwachtingswaarde aanwezig. In het kader van dit bestemmingsplan worden bouwwerkzaamheden en andere bodemingrepen uitgevoerd, waarbij de drempelwaarden voor archeologisch onderzoek worden overschreden. Derhalve is een verkennend archeologisch onderzoek13 uitgevoerd in nagenoeg het volledige plangebied, waarvan de resultaten hierna worden weergegeven. Voor een nadere toelichting op de bevindingen wordt verwezen naar de onderzoeksrapportage welke als bijlage is opgenomen. Conclusie Het plangebied maakt onderdeel uit van de historische kern van Sint-Oedenrode en ligt aan de Borchmolendijk. Uit het bureauonderzoek volgt dat aan deze weg, in de onmiddellijke omgeving van het plangebied, bewoningsresten zijn aangetroffen die teruggaan tot de nederzettingsgeschiedenis van Sint-Oedenrode in tenminste de 10e-12e eeuw.

Verder is tenminste sinds het begin van de 19e eeuw bebouwing aanwezig in het noordelijke en centrale deel van het plangebied. Binnen het centrale deel was een brouwerij aanwezig sinds tenminste medio 16e eeuw. Direct ten zuiden van het plangebied liggen ondergrondse resten van het kasteel De Borch uit de 11e-12e eeuw. Door het uiterst oostelijke deel van het plangebied lag tot in de 20e eeuw de Molenstroom, een oude meander van de rivier de Dommel. Hieraan bevond zich direct ten noordoosten van het plangebied een korenmolen. Op basis van deze gegevens geldt een hoge verwachting voor nederzettings- en bebouwingsresten uit de middeleeuwen tot de nieuwe tijd. Ter plaatse van de huidige bebouwing in het plangebied en de voormalige bedrijfsbebouwing (2e helft 20e eeuw) is de bodem tot zekere diepte verstoord. In boring 4 is het oude dijklichaam van de Borchmolendijk aangetroffen, terug te voeren tot de volle middeleeuwen. De verharding waarop boring 6 is gestuit kan d.m.v. het booronderzoek niet nader worden geduid. Het zou kunnen gaan om een moderne verharding, maar het is ook mogelijk dat deze toebehoort aan de brouwerij De Son, later De Lelie, waarvan uit het bureauonderzoek is gebleken dat deze actief was sinds tenminste het midden van de 16e eeuw. Vanwege het ondoordringbare ophogingspakket kan over de bodemopbouw ter hoogte van boring 1 en 2 geen uitspraak worden gedaan.

Uit deze gegevens komt naar voren dat het terrein ter plaatse van boring 3 verstoord is. Gezien de ligging in de historische bebouwingszone en het nog niet onderzochte westelijke strook, kan echter niet worden uitgesloten dat er nog archeologische resten aanwezig zijn. Ter plaatse van boring 5 (zuidelijke deel) kunnen resten van het grachtenstelsel van kasteel De Borch aanwezig zijn. Omdat tijdens het onderzoek de bodem onder de aangetroffen verharding niet onderzocht kon worden, is het mogelijk dat zich hier nog archeologische resten in bevinden. Rond boring 4 en 6 kunnen vanaf 10 centimeter –mv al archeologische resten in situ worden aangetroffen. Om bovenstaande redenen wordt daarom geadviseerd dat voor het hele plangebied een vervolgonderzoek dient plaats te vinden in de vorm van een archeologisch proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Dit proefsleuvenonderzoek dient te worden uitgevoerd op basis van een nog op te stellen en door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).

13

Aeres Milieu, Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Borchmolendijk (ong.) te SintOedenrode, d.d. 8 juli 2020.

Hoofdstuk 5

54

De resultaten van dit onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Meierijstad), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. De onderzoeksresultaten hebben ertoe geleid dat de vigerende archeologische dubbelbestemmingen gehandhaafd blijven totdat archeologisch vervolgonderzoek is uitgevoerd en er door het bevoegd gezag een selectiebesluit is genomen. Met inachtname van het bovenstaande zijn de archeologische verwachtingswaarden voor de toekomst beschermd. 5.9.2 Cultuurhistorie Algemeen Per 1 juli 2011 is de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) in werking getreden. Als gevolg van de MoMo is de Bro per 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, lid 2) gewijzigd. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Onderzoek en conclusie De dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie 1’ geldt in het overgrote deel van het plangebied, de gebouwen aan de Borchmolendijk uitgezonderd. Voor de gebouwen aan de Borchmolendijk is de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie 2’ van toepassing.

De eerstgenoemde dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie 1’ is opgenomen in verband met het behoud, herstel en de versterking van de karakteristieke groen- en wegenstructuur, bestrating en bebouwingswanden. De ‘Waarde – Cultuurhistorie 2’ is opgenomen in verband met het behoud, herstel en versterking van de karakteristieke hoofdvorm van het hoofdgebouw in de vorm van hoogte-, breedte- en diepteverhoudingen, kapvorm en kaprichting in de bouwvlakken. De nieuwe supermarkt met bovenwoningen wordt aan de Borchmolendijk beoogd. De entree tot de winkel en het bijbehorende parkeerterrein wordt eveneens via deze weg voorzien. Om dit mogelijk te maken is sloop van de panden Borchmolendijk 14, 16, 18, 20/20a, 22 en 22a en Passtraat 2 noodzakelijk. Vanwege de genoemde dubbelbestemmingen is een separaat cultuurhistorisch onderzoek14 uitgevoerd in het plangebied, met als doel om het erfgoed op de planlocatie in kaart te brengen, te waarderen en te beschrijven op welke wijze met de aanwezige of te verwachten waarden moet worden opgegaan. Hierin is het geldende erfgoedbeleid van de gemeente Meierijstad als toetsingskader gehanteerd. De samenvatting van de waardering uit dit onderzoek alsmede het perspectief worden hierna weergegeven. Voor een nadere toelichting hierop of de geschiedenis van het gebied wordt verwezen naar de onderzoeksrapportage welke als bijlage is opgenomen.

Samenvatting waardering In de geldende regelgeving zijn er in het gebied geen waarden aangewezen die absoluut behouden moeten blijven. Er zijn geen rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig. De panden Borchmolendijk 12 (buiten het onderhavige plangebied), 16 en 18-20 zijn aangewezen als karakteristieke panden die mede beeldbepalend zijn voor het beschermde stads- en dorpsgezicht waarin de panden gelegen zijn.

14

Cuijpers Advies., Cultuurhistorisch onderzoek en advies locatie Borchmolendijk Sint-Oedenrode, d.d. 17 maart 2020

Hoofdstuk 5

55

Het voormalige brouwerijcomplex was eveneens aangewezen als karakteristiek gebouw. Het grootste deel van dit complex is echter reeds afgebroken. Het resterende gebouw bevat nog wel enkele karakteristieke elementen, maar dit is onvoldoende om afbraak in de weg te staan. Het pand Borchmolendijk 14 is slechts in beperkte mate aangemerkt als karakteristiek. Het pand maakt deel uit van het beschermde stads- en dorpsgezicht, maar juist de voorgevel heeft onvoldoende historische/karakteristieke uitstraling. Dit is onvoldoende om (gedeeltelijke) afbraak in de weg te staan. Voor alle waarden geldt, dat deze vooral hun betekenis ontlenen aan het feit dat ze onderdeel zijn van een beschermd stads- en dorpsgezicht. Vooral de relatie met en afstemming op de omgeving is daarom belangrijk. Dit geldt temeer voor de panden Borchmolendijk 12, 14, 16 en 18-20 waarvan de voorgevels onderdeel zijn van de karakteristieke straatwand van de Borchmolendijk. Perspectief In het voorgaande is aangegeven dat de in het studiegebied aanwezige waarden vooral hun betekenis ontlenen aan hun ligging in het beschermd stads- en dorpsgezicht. Bij het bepalen van het toekomstperspectief is gekeken naar de plannen voor de herinrichting van het gebied.

In de navolgende tabel is aangegeven welke cultuurhistorische relicten in het studiegebied aanwezig zijn, hoe ze in het plan zijn opgenomen en welke randvoorwaarden eventueel van toepassing zijn.

Relict

Waarde

Perspectief

Perceelsgrens Molenstroom

Nauwelijks herkenbaar als historisch relict; onderdeel van beschermd stadsen dorpsgezicht

Blijft behouden

Overige historische perceelsgrenzen

Nauwelijks herkenbaar als historisch relict; onderdeel van beschermd stadsen dorpsgezicht

Blijven behouden

Borchmolendijk 12

Karakteristiek gebouw; onderdeel van beschermd stads- en dorpsgezicht

Pand buiten plangebied; achtertuin maakt wel deel uit van plangebied

Borchmolendijk 14

Karakteristiek gebouw; onderdeel van beschermd stads- en dorpsgezicht

Afbraak

Borchmolendijk 16

Karakteristiek gebouw; onderdeel van beschermd

Afbraak

Hoofdstuk 5

Aanbeveling/mitigerende maatregel

Vóór afbraak documentatie resterende

56

Relict

Waarde

Perspectief

Aanbeveling/mitigerende maatregel historische elementen

Karakteristiek gebouw; onderdeel van beschermd stads- en dorpsgezicht

Afbraak

Vóór afbraak documentatie resterende historische elementen

Nauwelijks herkenbaar als historisch relict; onderdeel van beschermd stadsen dorpsgezicht

Afbraak

Vóór afbraak documentatie resterende historische elementen

Onderdeel van beschermd stads- en dorpsgezicht

Afbraak en herbouw

stads- en dorpsgezicht Borchmolendijk 18-20

Achter Borchmolendijk 18 (brouwerij)

Straatwand

Tabel 5.2: Perspectief

De panden Borchmolendijk 14, 16 en 18-20, welke worden gesloopt, zijn geen gemeentelijke of rijksmonumenten. Ze zijn wel aangemerkt als karakteristieke panden. Zowel op zichzelf als vanwege hun plaats in de waardevolle straatwand, hebben de panden een zekere cultuurhistorische waarde. Bij afbraak gaan er dus cultuurhistorische waarden verloren. Dit verlies aan cultuurhistorische waarden dient op basis van het gemeentelijk beleid te worden gecompenseerd. Bij afbraak van dergelijke karakteristieke panden is het gebruikelijk om deze waarden te documenteren. Voorafgaand aan de sloop van de panden Borchmolendijk 14, 16 en 18-20 en afbraak van de brouwerij achter Borchmolendijk 18, dient een bouwhistorisch onderzoek te worden verricht, waarbij de aanwezige historische elementen worden gedocumenteerd. Bovendien dient de herbouw te passen binnen het beschermd stads- en dorpsgezicht. Daarbij staat voorop dat de voorgevel van de nieuwbouw globaal in de thans bestaande rooilijn wordt geplaatst, hetgeen het geval is (deze wordt slechts enkele meter naar achteren geplaatst om verkeerskundige redenen). Daarnaast moet de bestaande ritmiek van de gevelwand worden gehandhaafd en de vormgeving van de voorgevels moet passen binnen de waardevolle karakteristiek van de straatwand.

De sfeerimpressie in afbeelding 5.2 laat een mogelijk planuitwerking zien, waarbij rekening is gehouden met deze aanbevelingen. Op de planverbeelding is de differentiatie in hoogten en verplichte kappen met voorgeschreven minimale en maximale dakhellingen eveneens aangegeven. Daarnaast is een dubbelbestemming opgenomen (‘Waarde – Cultuurhistorie 2’) op het gedeelte van het plangebied dat onderdeel uitmaakt van de karakteristieke straatwand aan de Borchmolendijk. De bestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie 1’ wordt op de overige gronden gehandhaafd, met dien verstande dat bepaalde (aanleg)verboden voor werken en werkzaamheden niet van toepassing zijn op het grootste gedeelte van het binnenterrein. Onder deze voorwaarden kan worden geconcludeerd, dat het verlies van cultuurhistorische waarden voldoende gecompenseerd wordt en derhalve aanvaardbaar kan worden geacht.

Hoofdstuk 5

57

Afbeelding 5.2: sfeerimpressie straatwand Borchmolendijk toekomstige situatie, met mogelijke planinvulling waarbij karakteristieke vormgeving, ritmiek in gevels en rooilijn globaal rond thans bestaande rooilijn in acht zijn genomen

Conclusie Uit het cultuurhistorisch onderzoek komt naar voren dat er enige cultuurhistorische waarden verloren gaan, maar dit verlies door middel van documentatie voorafgaand aan de sloop én met de gekozen stedenbouwkundige en architectonische randvoorwaarden voor de nieuwbouw aan de Borchmolendijk, aanvaardbaar kan worden geacht.

5.10 Verkeer en parkeren 5.10.1 Algemeen In verband met de ontwikkeling is onderzoek15 verricht naar de verkeerskundige aspecten. In navolgende paragraaf zijn de conclusies uit het onderzoek weergegeven. De onderliggende berekeningen en parkeertabellen zijn opgenomen als bijlage bij deze toelichting. 5.10.2 Verkeer Verkeersgeneratie In de huidige situatie is het plangebied voorzien van bebouwing met daaraan gekoppelde verkeersbewegingen. In het plangebied gaat het om een centrumfunctie, 5 feitelijk aanwezige woningen, 1 bouwtitel voor een vrijstaande woning en 2 panden voor detailhandel. De bestaande functies en nieuwe functies genereren verkeersbewegingen. Op basis van de CROW kengetallen16 is de verkeersgeneratie van de huidige en toekomstige functies in beeld gebracht. De uitgangspunten en de berekening zijn opgenomen in de bijlage. De rekenformules van het CROW gaan uit van een minimum en maximum en hebben een behoorlijke bandbreedte. Voor de berekening van de geprognotiseerde verkeersgeneratie is uitgegaan van een cijfer net boven het gemiddelde van CROW normen (60% van de bandbreedte). De keuze voor deze norm is gebaseerd op de overweging van de gemeente, dat zij van mening is dat het midden van de bandbreedten bij de respectieve kengetallen behoort bij het gemiddelde autobezit in Nederland.

De provincie Noord-Brabant behoort met 53 personenauto’s per 1.000 huishoudens tot de provincies met de grootste autodichtheid per 1.000 huishoudens. Daarom kiest de gemeente voor een verkeersgeneratie die ligt tussen het gemiddelde en het maximum van de bandbreedte van de CROW kencijfers.

15 16

BRO, Verkeerskundige aspecten herontwikkeling Borchmolendijk Sint-Oedenrode, d.d. 9 juli 2020. CROW publicatie 381.

Hoofdstuk 5

58

Uit de berekeningen blijkt dat de herontwikkeling met nieuwe functies van het plangebied (geprognotiseerd) 1.951 motorvoertuigbewegingen per etmaal genereert inclusief de herbestemming van de huidige supermarkt op de Markt. Aan de bestaande functies, zoals deze op basis van het vigerende bestemmingsplan zijn toegestaan, zijn 1.085 motorvoertuigbewegingen toe te kennen. Deze worden in mindering gebracht op de totale verkeersproductie. De totale verkeerstoename van lichte motorvoertuigen in dit deel van het centrumgebied bedraagt daarmee 866 mvt/etmaal. Voor de volledigheid is de herbestemming van de huidige supermarkt ook meegewogen. Het is in de planregels van onderhavig plan uitgesloten dat hier een andere supermarkt wordt gevestigd. Het meest waarschijnlijk is dat de bestaande supermarktlocatie een herinvulling met een andere centrumfunctie krijgt. Worst-case ten aanzien van het aantal verkeersbewegingen is uitgegaan van een herinvulling met detailhandel. In vergelijking met de bestaande supermarkt zal de verkeersgeneratie gemotoriseerd verkeer afnemen van (afgerond) 928 mvt/etmaal naar (afgerond) 401 mvt/etmaal. Dit betekent een berekende afname van 527 mvt/etmaal voor het verkeer van en naar de Markt als gevolg van onderhavige planontwikkeling.

Zwaar verkeer (bevoorrading) De huidige supermarkt wordt gemiddeld bevoorraad door 4 grote vrachtwagencombinaties (trekker met oplegger) en twee middelzware vrachtwagens. Dit komt neer op totaal gemiddeld 8 (soms 9) ritten zwaar vrachtverkeer en 4 ritten middelzwaar vrachtverkeer per dag. Op zondag genereert de supermarkt 2 ritten zware motorvoertuigen en 2 ritten middelzware vrachtwagens. Een overzicht van het huidige laad- en losschema is als bijlage bij het verkeersonderzoek gevoegd. De drankenhandel genereert gemiddeld 15 ritten met middelzware vrachtwagens per dag. In de toekomstige situatie genereert de nieuwe supermarkt gemiddeld 6 ritten met zwaar vrachtverkeer en 6 ritten middelzwaar vrachtverkeer (2 middelzware vrachtwagen en 1 kleine bestelwagen) per dag met in totaal 107 minuten laden/lossen ter plaatse van de Borchmolendijk (in dagperiode) per dag. Een overzicht van het beoogde toekomstige laad- en losschema is als bijlage bij het verkeersonderzoek gevoegd. De nieuwe centrumbestemming van de huidige supermarkt genereert dan gemiddeld 2 ritten zwaar verkeer en 2 ritten middelzwaar verkeer. In vergelijking met de bestaande situatie neemt het zware vrachtverkeer af van 9 naar 8 ritten/etmaal. Het middelzware vrachtverkeer neemt af van 19 naar 8 ritten/etmaal.

Effecten op de omgeving De meeste wegen in het centrum van Sint-Oedenrode hebben een erftoegangsfunctie met grotendeels een inrichting en maximumsnelheid van 30 km/u. De extra verkeerbewegingen zullen grotendeels afgewikkeld worden over de Borchmolendijk oostwaarts richting de rotonde met de Corridor. Verkeersintensiteiten en –afwikkeling gemotoriseerd verkeer centrumroute De huidige intensiteit op de Borchmolendijk (wegvak tussen de Markt en de aansluiting met de Philippusstraat) bedraagt volgens verkeerstellingen uit mei 2018 (zie bijlage bij verkeersonderzoek) gemiddeld 5.718 motorvoertuigen op een werkdag en 4.578 motorvoertuigen op een weekenddag. Ten opzichte van de huidige verkeersintensiteiten is berekend dat er een toename met 866 mvt/etmaal (zowel op weekend als werkdagen) plaatsvindt op het wegvak Borchmolendijk tussen de Philippusstraat en de in/uitrit van de parkeerplaats van de nieuwe AH-supermarkt. Ook in de toekomstige

Hoofdstuk 5

59

situatie zal als gevolg van het plan de intensiteit van de Borchmolendijk rond de 6.000 – 6.600 motorvoertuigen per etmaal bedragen. Er bestaat geen harde norm waaraan de intensiteiten op wegen binnen een verblijfsgebied getoetst kunnen worden. De wetgeving gaat uit van een zodanige inrichting en beeld van de weg en omgeving dat de maximum snelheid redelijkerwijs voortvloeit uit die inrichting. Binnen een 30-km/u-zone wordt door het ASVV aangegeven dat een richtintensiteit van 6.000 mvt/etmaal (met een spitsuurpercentage van 10%) voor erftoegangswegen type 1 acceptabel is. Belangrijke factoren zijn voornamelijk de stedenbouwkundige opzet, de uitstraling en vormgeving van het gebied en de wegen. Belangrijk daarbij is tevens om wat voor type verkeer het gaat (bestemmingsverkeer, doorgaand verkeer). Er is aandacht besteed aan de toegankelijkheid, doorstromingsmogelijkheid en veiligheid bij het dimensioneren van de in/uitrit van het parkeerterrein op de Borchmolendijk alsmede bij de keuze voor de locatie waar het laden en lossen plaatsvindt. Er vindt een aanpassing aan de inrichting van het profiel van de Borchmolendijk plaats. Mede hierdoor zal er sprake zijn van een aanvaardbare wijze van verkeersafwikkeling van het gemotoriseerde verkeer. Weliswaar liggen de intensiteiten iets hoger dan bij een 30 km/u gebied verwacht mag worden.

Voor wat betreft de verkeerscapaciteit is dit echter geen bezwaar. De maatgevende factor in de is de capaciteit van de rotonde met de Corridor. De totale belasting op de rotonde in 2030 ligt met circa 15.400 mvt/etmaal ver onder de maximale verwerkingscapaciteit van een dergelijke rotonde (maximaal 25.000 mvt/etmaal). Met het verdwijnen van de supermarkt op de huidige locatie op de Markt neemt de verkeersgeneratie richting Markt fors af. Wel trekt de nieuwe locatie meer verkeer aan. De toename van dit verkeer zal echter niet verder het centrum in rijden, maar overwegend rechtstreeks naar de rotonde met de Corridor of via de Philippusstraat richting de wijk Kienehoef rijden. Enerzijds neemt de verkeersbelasting op een gedeelte van de Borchmolendijk dus toe, anderzijds zullen de bewegingen van en naar de Markt afnemen als gevolg van onderhavig plan. waardoor de leefbaarheid en bereikbaarheid rondom de Markt verbeterd wordt. De toename op de Borchmolendijk is goed op te vangen en vormt geen probleem voor de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. Deze toename past namelijk binnen de dynamiek van een dorpscentrum. De verkeersveiligheid is hiermee niet in het geding. Immers, de snelheid is laag waardoor de kans op een aanrijding klein is. Mocht onverhoopt er toch een aanrijding plaatsvinden, dan is vanwege de lage snelheid de kans op letsel minimaal.

Er worden dan ook als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen problemen verwacht in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. Verkeersafwikkeling op de locatie nieuwe AH Wanneer specifiek naar het verkeer van en naar de AH-locatie (inclusief maximaal 6 woningen) gekeken wordt, wordt uitgegaan van een toekomstige verkeersintensiteit van 1.550 mvt/etmaal. Het ingaande en uitgaande gemotoriseerde verkeer van en naar de ontwikkellocatie vindt volledig plaats via de in/uitrit aan de Borchmolendijk. Dit zijn 775 aankomende ritten en 775 vertrekkende ritten per etmaal. Dit komt grofweg neer op circa 85-90 aankomende en vertrekkende ritten in het drukste uur. Omgerekend is dat gemiddeld 1 auto per 0,65-0,70 minuut. Het van- en naar het parkeerterrein rijden kan dan ook prima verwerkt worden op de Borchmolendijk. Er zijn voldoende hiaten te vinden om vanaf de Borchmolendijk de inrit van de supermarkt te bereiken (in hoofdzaak een linksafbeweging). Ook het wegrijdende verkeer vanuit het parkeerterrein kan goed oprijden mede omdat er in de dimensionering rekening is gehouden met een voldoende grote zichthoek. Deze is mogelijk gemaakt omdat de panden Borchmolendijk 14 en 16 geamoveerd worden. Bij de herbouw zal de rooilijn van de bebouwing iets teruggelegd worden. Door het naar achteren plaatsen van de voorgevelrooilijn voor be-

Hoofdstuk 5

60

bouwing aan de Borchmolendijk ontstaat er namelijk meer ruimte voor een in-/uitrit aan de Borchmolendijk. Hierdoor is een bredere entree mogelijk en wordt de ontsluiting van en naar het parkeerterrein vanuit verkeersveiligheids- en verkeersafwikkelingsoogpunt beter. Het parkeerterrein van de supermarkt kan op deze wijze middels een ‘rechte’ aansluiting vormgegeven worden. Hierdoor hoeft het inen uitrijdende verkeer minder te manoeuvreren op het parkeerterrein. De rijtaak van de parkerende bestuurder en bestuurder die weer vertrekt wordt hierdoor beperkt. Dit geeft meer rust op een druk parkeerterrein en komt de verkeersveiligheid daarom ten goede. Op deze manier ontstaat er een overzichtelijk parkeerterrein met heldere lijnen en een gescheiden banen voor auto’s/fietsen respectievelijk voetgangers. Bevoorrading De meest logische bevoorradingsroute voor het vrachtverkeer is via de Hertog Hendrikstraat, Heuvel, Markt, Borchmolendijk en vervolgens op de rotonde naar ofwel links de noordelijke randweg of rechts de zuidelijke randweg Voor de bevoorrading van de AH-supermarkt zijn verschillende varianten bekeken. Door het college van B&W is besloten (d.d. 16 september 2019) te kiezen voor een variant waarbij sprake zal zijn van sloop-nieuwbouw.

De huidige bebouwing aan de Borchmolendijk (de panden Borchmolendijk 14, 16, 18, 20/20a en 22/22a) alsmede het pand Passtraat 2 zullen worden gesloopt en er wordt nieuwe bebouwing teruggebracht. De rooilijn van de bebouwing is daarbij iets teruggelegd. Het laden en lossen vindt hierbij plaats op eigen terrein aan de Borchmolendijk. In deze variant zal de verkeersdoorstroming aan de Borchmolendijk niet in het geding zijn tijdens het laden en lossen. De vrachtwagen komt vanuit de Markt en zal stoppen op een specifiek daarvoor ingerichte zone op het trottoir zover mogelijk richting de kruising met de Passtraat en Philippusstraat. De vrachtwagen kan na het laden en/of lossen zijn weg gemakkelijk vervolgen zonder gevaarlijke achteruitrij-bewegingen. Omdat de bebouwing enigszins terug van de rijbaan wordt gesitueerd, is het trottoir voldoende lang en breed voor vrachtwagens om volledig op het trottoir te parkeren. De achterzijde van de vrachtwagen zal daarom niet uitsteken over de rijbaan. Bovendien kunnen voetgangers gewoon over het trottoir blijven lopen, wat de verkeersveiligheid bevordert. De ruimte die dan voor voetgangers overblijft is circa 1,5 meter. Voor verkeer op de Borchmolendijk wordt het zicht niet belemmerd. Het laden en lossen kan op deze wijze op een verkeersveilige manier plaatsvinden.

Langzaam verkeer Voetgangers en fietsers kunnen gebruik maken van de in/uitrit aan de Borchmolendijk en van een doorgang (af te sluiten met een poort), die uitsluitend voor langzaam verkeer bedoeld is, aan de zijde van het Sluisplein/Leerlooierspad. De toegang via de Borchmolendijk zal zodanig vormgegeven worden dat voetgangers gescheiden van fietsers en gemotoriseerd verkeer toegang krijgen tot het terrein van de AH-supermarkt.

Hoofdstuk 5

61

5.10.3 Parkeren Bij het bepalen van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de parkeernormen uit het Paraplubestemmingsplan ‘Parkeren’ van de gemeente Meierijstad, vastgesteld d.d. 31 januari 2019. De gemeente heeft ervoor gekozen om in afwijking van de parkeernormen uit het paraplubestemmingsplan voor de supermarkt te rekenen met een parkeernorm van 4,1 parkeerplaatsen per 100 m² bvo17. Deze ligt iets boven de gemiddelde norm conform de CROW-kencijfers. Voor de woningen wordt gerekend met een parkeernorm van 1,9 parkeerplaats per woning (norm voor gestapelde woningen in het centrumgebied van Sint-Oedenrode). In de nieuwe situatie bedraagt de normatieve parkeerbehoefte afgerond naar boven 94 parkeerplaatsen (zie bijlage verkeersonderzoek voor berekening). Omdat de supermarkt en de woningen niet op dezelfde momenten hun piekbezetting kennen, is gekeken naar de netto parkeerbehoefte op basis van aanwezigheidspercentages. Op de meest maatgevende momenten (zaterdagmiddag en zondagmiddag) bedraagt de netto parkeerbehoefte 89-90 parkeerplaatsen. In het plangebied is ruimte voor de aanleg van maximaal 90 parkeerplaatsen. Naar huidige inzichten worden er enkele minder gerealiseerd bij een doelmatige terreininvulling.

Optioneel kunnen nog enkele parkeerplaatsen in de groene ruimte naast het pand Borchmolendijk 12-12a gesitueerd worden, maar dit heeft vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet de voorkeur. Indien nodig, is het mogelijk om enkele parkeerplaatsen te salderen met het bestaande parkeertekort. Uitgangspunt van het parkeerbeleid is dat een nieuwe ontwikkeling moet voorzien in de extra parkeerdruk die de nieuwe ontwikkeling genereert. Bij uitbreiding van bebouwing en/of bij wijziging van gebruik is het niet vereist een eventueel bestaande tekort aan parkeerplaatsen te compenseren bij de aanleg van de nieuwe benodigde parkeervoorzieningen. Om de parkeerbehoefte te bepalen wordt er gesaldeerd. De verschillende functies in de huidige situatie in het plangebied kennen ook een behoorlijke parkeerbehoefte, die niet geheel op eigen terrein wordt afgewikkeld. Zo is er geen eigen parkeergelegenheid voor bezoekers van de detailhandelsvestigingen aan de Borchmolendijk 14 en 20 (totaal 268 m² bvo detailhandel, wat overeenkomt met een parkeerbehoefte van ca. 11 parkeerplaatsen) en kan voor ten minste één bestaande woning geen parkeergelegenheid op eigen terrein worden toegerekend (minimaal 1,9 parkeerplaatsen). Het bestaande parkeertekort is daarmee altijd aanzienlijk hoger dan een eventueel toekomstig tekort. De ontwikkeling genereert voldoende nieuwe parkeerplaatsen.

In het openbaar gebied direct gelegen voor de panden Borchmolendijk 12 en 20 zijn 2 laad- en losplaatsen aanwezig. Deze zullen komen te vervallen en worden vervangen door één laad- en losplaats ten behoeve van de AH-supermarkt. Geconcludeerd kan dan ook worden dat de berekende parkeerbehoefte van de supermarkt en de woningen tezamen in alle gevallen in voldoende mate kan worden afgewikkeld op eigen terrein. In de planregels behorende bij dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter borging van de realisatie van voldoende parkeerplaatsen.

17

De keuze voor deze norm is gebaseerd op de overweging van de gemeente, dat zij van mening is dat het midden van de bandbreedten bij de respectieve kengetallen behoort bij het gemiddelde autobezit in Nederland. De provincie Noord-Brabant behoort met 53 personenauto’s per 1.000 huishoudens tot de provincies met de grootste autodichtheid per 1.000 huishoudens. Daarom kiest de gemeente voor een parkeernorm die ligt tussen het gemiddelde en het maximum van de bandbreedte van de CROW parkeerkencijfers. Echter is in de tabellen behorende bij het paraplubestemmingsplan abusievelijk de maximum norm (5,2 p.p./100 m² bvo) opgenomen. De gemeente heeft aangegeven bij de eerstkomende update van het parkeerbeleid deze vergissing te corrigeren. Vooruitlopend hierop is voor onderhavig plan de norm van 4,1 p.p./100 m² bvo voor de supermarkt toegepast. Daarnaast is met deze norm ingespeeld op de tendens om in supermarkten meer ruimte voor de klant te reserveren. Bij gelijkblijvend winkelvloeroppervlak wordt het bvo groter. Die ontwikkeling legitimeert eveneens een lagere norm.

Hoofdstuk 5

62

Fietsparkeren In het ‘paraplubestemmingsplan Parkeren’ zijn ook fietsparkeernormen opgenomen. De Fietsparkeernorm voor de supermarkt bedraagt 2,9 parkeerplaats per 100 m² bvo. Voor woningen (met berging) wordt gerekend met een fietsparkeernorm woningen van 0,75 parkeerplaats per kamer (of 2,5 parkeerplaats per woning). Daarnaast moet in de openbare ruimte rekening worden gehouden met fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers (0,5 – 1 fietsparkeerplaats per woning). Uitgaande van de maximale planologische invulling die onderhavig bestemmingsplan mogelijk maakt, zijn er circa 67 fietsparkeerplaatsen nodig, waarvan 55 - 58 voor de supermarkt. In het plan zijn mogelijkheden voor het realiseren van fietsenbergingen bij de woningen en fietsenstalling nabij de supermarkt. 5.10.4

Conclusie

Er worden als gevolg van de toename aan functies circa 866 mvt/etmaal extra verkeersbewegingen (lichte motorvoertuigen). Het aantal zware vrachtwagenbewegingen neemt met 1 af en het aantal middelzware vrachtwagenbewegingen neemt af met 11. Op het parkeerterrein van de AH worden circa 1.550 ritten verwacht. Weliswaar zal er sprake zijn van een toename op de Borchmolendijk als gevolg van het plan. Het verkeer dat doorrijdt van en naar de Markt neemt echter af. Het toevoegen van deze nieuwe functies leidt niet tot negatieve gevolgen voor de omgeving. Laden en lossen is voorzien aan de noordzijde van het plangebied aan de Borchmolendijk. Deze oplossing biedt – omdat door sloop-nieuwbouw de rooilijn iets kan worden teruggelegd en deze ruimte kan worden benut om laden en lossen mogelijk te maken – een adequate oplossing voor het laden en lossen. Deze oplossing voorkomt dat het parkeerterrein wordt belast met laad- en losmanoeuvres. Verder kan er worden voldaan aan de gestelde normstellingen voor het auto- en fietsparkeren. In de planregels behorende bij dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter borging van de realisatie van voldoende (fiets)parkeerplaatsen.

5.11 Bedrijven en milieuzonering 5.11.1 Algemeen Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Om te komen tot een verantwoorde, ruimtelijk relevante toetsing in milieuhygiënisch opzicht van bedrijfsvestigingen, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen anderzijds milieugevoelige functies als wonen en recreëren. Daarnaast is de milieuwetgeving van toepassing. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijven.18 Hierin wordt per bedrijfssoort aangegeven welke milieu-invloed (in de vorm van geur, stof, geluid en gevaar) hiervan kan uitgaan en welke afstand hierbij (minimaal) in acht genomen moet worden. Hierbij onderscheidt de VNG diverse omgevingstypen. Het achterliggende idee is dat de gevoeligheid van een gebied voor bepaalde hinder afhankelijk is van het 18

Bedrijven en milieuzonering, VNG 2009.

Hoofdstuk 5

63

omgevingstype. De door de VNG aangegeven afstanden betreffen een rustige woonwijk. De mate van milieuhinder bepaalt in welke van de zes milieucategorieën een bedrijfssoort is ingedeeld. Daarbij omvat categorie 1 de lichtste en categorie 6 de zwaarste vormen van bedrijvigheid. In principe is bedrijvigheid behorende tot de categorie 1 goed te mengen met de functie wonen, dit geldt in de meeste gevallen ook voor de categorie 2-bedrijven. Het is wenselijk om de bedrijvigheid in de categorie 3 te clusteren en een zonering in acht te nemen. Vanaf categorie 4 is menging met milieugevoelige functies niet mogelijk. 5.11.2 Onderzoek De toekomstige functies binnen het plangebied betreffen de functies ‘wonen’ en ‘supermarkt’. Op grond van het vigerende bestemmingsplan zijn ter plaatse van het plangebied de volgende functies toegestaan:  Woningen aan de Borchmolendijk 18, 20/20a en 22 en Passtraat 2a (ook feitelijk aanwezig).  Diverse centrum- en bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 1 en 2. Dit betreft reguliere centrumfuncties zoals dienstverlening, kantoren, horeca, bestaande detailhandel en bedrijven van milieucategorie 1 en 2. De drankenhandel kan tot milieucategorie 2 worden gerekend.  Bijbehorende voorzieningen, zoals parkeren, ontsluitingen en groen.

In de toekomstige juridisch-planologische situatie wordt binnen de bestemming ‘Centrum – 3’ uitsluitend een supermarkt met bijbehorende voorzieningen (zoals kantine en aan de hoofdfunctie verbonden detailhandel), alsmede parkeer- en verkeersvoorzieningen e.d. toegestaan. Daarnaast wordt binnen de aangeduide zone aan de Borchmolendijk ook wonen mogelijk gemaakt (maximaal 6 woningen). Een supermarkt heeft milieucategorie 1. Wanneer sec een vergelijking gemaakt wordt aan de hand van de milieucategorieën, is er in planologische zin geen sprake van een toename van overlast voor de indices geluid, geur en gevaar. Uitzondering hierop vormen het perceel Borchmolendijk 22 en het woonperceel aan het Leerlooierspad, waar thans geen milieubelastende functies gerealiseerd kunnen worden. Met onderhavig plan zijn er mogelijkheden om de woonbebouwing in de bebouwingswand aan de Borchmolendijk te intensiveren (maximaal 6 woningen). In planologisch opzicht wijzigt hier, behoudens de intensivering en een zeer beperkte teruglegging van de voorgevels, niets. Gebiedstypering Het plangebied is enerzijds gelegen in een centrumgebied (Borchmolendijk) aan de noordkant en anderzijds aan een rustiger woongebied (zuidkant Sluisplein, Leerlooierspad) aan de zuidkant.

Gezien de omgeving waarin het plangebied zich bevindt wordt qua omgevingstype daarom uitgegaan van een ‘gemengd gebied’, met uitzondering van de appartementen aan de zuidoostkant van het Sluisplein (Sluisplein 1 t/m 95) en de woningen aan het Leerlooierspad. De betreffende appartementen zijn in de directe omgeving van winkels en bedrijven gelegen in een overgangsgebied van ‘wonen/bedrijven’ aan de Borchmolendijk naar ‘wonen in het groen’ aan de Dommel. Voor deze appartementen wordt zorgvuldigheidshalve uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Invloed supermarkt op de omgeving Richtafstanden In het bestemmingsplan worden geen functies met een hogere milieucategorie mogelijk gemaakt dan op basis van het vigerende bestemmingsplan reeds mogelijk is (maximaal milieucategorie 2). Aan de

Hoofdstuk 5

64

richtafstanden voor het gebiedstype gemengd gebied ten opzichte van de toe te voegen woningen aan de Borchmolendijk wordt voldaan. Voor een supermarkt geldt een aan te houden richtafstand van 10 meter tussen de grens van het terrein van de supermarkt (SBI 471) en de gevels van woningen. De richtafstand geldt voor het omgevingstype rustige woonwijk. Het plangebied, met uitzondering van de appartementen aan de zuidoostzijde van het Sluisplein, is zoals aangegeven grotendeels te karakteriseren als gemengd gebied. Dit betekent dat de richtafstanden met één afstandstap verlaagd kunnen worden. 10 meter wordt dan 0 meter. Ten aanzien van de appartementen en woningen aan het Sluisplein en Leerlooierspad, die zijn gelegen in een rustig woongebied, geldt de reguliere aan te houden richtafstand van 10 meter. De appartementen gelegen aan de zuidoostzijde van het Sluisplein (Sluisplein 1 t/m 95 (oneven)) liggen op meer dan 10 meter van de beoogde supermarkt. De woningen Sluisplein 52 t/m 56 (even, drie woningen) liggen wél op minder dan 10 meter afstand en daarmee binnen de richtafstand. Voor deze woningen wordt daarom het stappenplan uit de VNG-publicatie gevolgd. Voor het aspect gevaar geldt dat ten opzichte van de huidige planologische situatie er geen grotere hinder ontstaat.

Ook in feitelijke zin geldt dat er geen potentieel gevaar veroorzakende installaties of activiteiten plaatsvinden waardoor sprake zou zijn van onevenredige hinder op dit aspect. Aan de randen van het plangebied zijn met name parkeerfuncties, bebouwing en (aan de noordzijde) laden- en lossen beoogd. In het kader van een zorgvuldige belangenafweging en het onderzoeken van het reduceren van de akoestische gevolgen van de ontwikkeling is nader onderzoek gedaan.19 In het onderzoek is niet alleen ingezoomd op de akoestische effecten op de woningen Sluisplein 52 t/m 56, welke zoals aangegeven binnen de richtafstand gelegen zijn, maar ook op overige woningen en tuinen van deze woningen in de directe omgeving (Passtraat, Leerlooierspad, Sluisplein, Borchmolendijk). De resultaten worden hierna beknopt toegelicht. Nader onderzoek effecten woonklimaat Woningen Sluisplein 52 t/m 56 (even) Uit het onderzoek blijkt het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ten gevolge van alle activiteiten voor de woningen Sluisplein 52 t/m 56 (even) bedraagt ten hoogste 39 dB(A) in de dagperiode, 43 dB(A) in de avondperiode en 22 dB(A) in de nachtperiode. De etmaalwaarde bedraagt 48 dB(A). Alleen in de avondperiode wordt de richtwaarde (45 dB(A)) van de VNG-brochure overschreden voor deze woningen (stap 2). Er wordt wel voldaan aan de grenswaarde van 50 dB(A) van deze brochure (stap 3).

Ten aanzien van de piekbelasting (maximaal geluidniveau LAmax) geldt dat eveneens niet wordt voldaan aan de richtwaarde (etmaalwaarde 65 dB(A)), maar wel aan de grenswaarde (70 dB(A)) van stap 3 van de brochure. De maximale piekbelasting bedraagt 66 dB(A) etmaalwaarde. Maatgevende activiteiten zijn het rijden en parkeren van personenauto’s. Vanwege de resultaten van het onderzoek, is in het kader van stap 3 van het stappenplan noodzakelijk om te onderzoeken of alternatieven mogelijk zijn, die tot geluidreductie kunnen leiden. Maatregelen om tot een afdoende reductie te komen zijn redelijkerwijs echter niet mogelijk. Afscherming van de geluidbron richting de maatgevende woningen is vanuit stedenbouwkundig oogpunt ongewenst, vanwege de rekenhoogte waarop de geluidbelastingen optreden (7,5 meter).

19

Windmill, Akoestisch onderzoek Borchmolendijk Sint-Oedenrode, 17 december 2020.

Hoofdstuk 5

65

Overige woningen directe omgeving, nieuwe woningen in plangebied Berekeningsresultaten langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) ter plaatse van woningen/appartementen in de directe nabijheid bedraagt ten hoogste 59 dB(A) in de dagperiode, 51 dB(A) in de avondperiode en 34 dB(A) in de nachtperiode (59 dB(A) etmaalwaarde). Ter plaatse van de voorgevel van de woningen die onderdeel uitmaken van het plangebied en de woningen aan de Borchmolendijk 9, 11 en 12 wordt niet aan de standaard voorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer voldaan. Ter plaatse van de overige bestaande woningen en appartementen wordt voldaan aan de standaard voorschriften zoals die gelden overeenkomstig het Activiteitenbesluit milieubeheer. Berekeningsresultaten maximale geluidsniveaus Het maximale geluidniveau (LAmax) ter plaatse van woningen in de directe omgeving bedraagt ten hoogste 77 dB(A) in de dagperiode en 74 dB(A) in de avondperiode (etmaalwaarde 79 dB(A)). Het maximale geluidniveau wordt veroorzaakt door personenauto’s op het parkeerterrein. In de nachtperiode zijn alleen geluidbronnen met een continue geluiduitstraling in bedrijf zijnde bronnen (koelinstallaties) in werking die geen relevante maximale geluidniveaus veroorzaken.

Het maximaal geluidniveau (LAmax) ter plaatse van de achtergevel van de woning Borchmolendijk 12 en ter plaatse van een deel van de bouwmassa van de nieuwe woningen die onderdeel uitmaken van het planvoornemen alsmede enkele punten ter plaatse van de woningen Borchmolendijk 10 en Passtraat 8/10, voldoet niet aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit. Ter plaatse van alle overige bestaande woningen wordt ten aanzien van de maximale geluidniveaus (ruimschoots) voldaan aan de standaard geluidvoorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Afweging maatregelen Voor wat betreft de overschrijding van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (Borchmolendijk 9, 11 en 12) is het inpandig uitvoeren van het laden en lossen overwogen. Hoewel hiermee voldoende reductie bereikt kan worden, wordt dit ruimtelijk-stedenbouwkundig niet aanvaardbaar geacht. De Borchmolendijk maakt onderdeel uit van een beschermd dorpsgezicht en dergelijke constructies zouden afbreuk doen aan de cultuurhistorische waarde en uitstraling van het gebied. Ten aanzien van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) en de maximale geluidniveaus (LAmax) wordt de standaard normstelling van het Activiteitenbesluit zowel overschreden ter plaatse van de nieuwe woningen die deel uitmaken van het planvoornemen als enkele bestaande woningen aan de Borchmolendijk.

Het berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau bedraagt ter plaatse van de (voor)gevels van de bestaande woningen aan de Borchmolendijk ten hoogste 52 dB(A) etmaalwaarde. Op basis van een minimale gevelgeluidwering GA;k overeenkomstig het Bouwbesluit 2012 van 20 dB, wordt in deze woningen een binnenniveau gegarandeerd van maximaal 35 dB(A) ten gevolge van de activiteiten vanwege de supermarkt met de aanverwante activiteiten. Op basis hiervan is het mogelijk om voor de inrichting hogere waarden vast te stellen bij maatwerkvoorschrift. Ten aanzien van de overschrijding van het maximale geluidniveau op de achtergevel van de woning Borchmolendijk 12 kan worden gesteld dat dit pand in eigendom is van de initiatiefnemer. Het is de bedoeling dat er zodanige gevelmaatregelen getroffen worden dat (al dan niet in combinatie met maatwerkvoorschriften) voldaan wordt aan het Activiteitenbesluit. Deze overschrijding staat de uitvoerbaarheid van het plan derhalve niet in de weg. Ter plaatse van de gevels van de bestaande woningen Borchmolendijk 10 en Passtraat 8/10 bedraagt het maximale geluidniveau ten hoogste 66 dB(A) in de dagperiode en avondperiode (hierna te noemen 71 dB(A) ‘etmaalwaarde’). Op basis van een minimale gevelgeluidwering van 20 dB, bedraagt in

Hoofdstuk 5

66

deze woningen het binnenniveau LAmax minder dan 55 dB(A) ‘etmaalwaarde’. Op basis van het voorgaande is het mogelijk om voor de inrichting hogere waarden vast te stellen bij maatwerkvoorschrift en kan worden geconcludeerd dat mede hierom sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Teneinde te kunnen borgen dat ter plaatse van de nieuwe wooneenheden voldaan kan worden aan de eisen zoals deze zijn gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer, is een aantal oplossingsrichtingen onderzocht. Indien deze niet toepasbaar en/of mogelijk zijn, kunnen bij maatwerkvoorschrift hogere waarden worden vastgesteld ten aanzien van de langtijdgemiddelde als de maximale geluidniveaus. Ook in dit opzicht is het plan uitvoerbaar. De voorwaarden waaronder dit mogelijk is, zijn beschreven in het akoestisch onderzoek (par. 5.1.2). Ter waarborging van een goed woon- en leefklimaat voor bestaande en nieuwe woningen, zijn enkele uitvoeringsmaatregelen voorwaardelijk verplichtend opgenomen in de planregels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=098f8061-6310-4e52-b315-3986963a4ce1