CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: toelichting en regels bestemmingsplan

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Sint-Oedenrode, verplaatsing AH' en vaststelling beeldkwaliteitsplan 'Albert Heijn Borchmolendijk te Sint-Oedenrode35.725 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Het gaat om:  Het vastleggen van een glad verhardingstype voor die delen van het terrein waarop winkelkarren rijden dan wel gestald worden in combinatie met het specifiek vastleggen van de stallingsmogelijkheden voor winkelkarren (onder de luifel, binnen de bijgebouwenzone en/of inpandig);  Het vastleggen van een zone waarbinnen het laden en lossen dient plaats te vinden;  Het vastleggen van een zone waar de ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer moet plaatsvinden;  Het vastleggen van een maximaal bronvermogen voor winkelwagentjes (75 dB(A));  Borging van een goed binnenniveau (maximaal 35 dB(A)) voor de nieuwe bovenwoningen. Tuinen en (afgeschermde) buitenruimtes In het akoestisch onderzoek is in het kader van een goed woon- en leefklimaat ook gekeken naar de optredende geluidsbelastingen in de tuinen en (afgeschermde) buitenruimtes van de belendende percelen. Aangetoond is dat de langtijdgemiddelde geluidniveaus ter plaatse van de (afgeschermde) buitenruimtes en tuinen ruim lager zijn dan de normstelling die hoort bij stap 2 van de VNG-Brochure en zijn de optredende geluidniveaus in de concrete situatie acceptabel. Voor de piekniveaus geldt dit ook20, met dien verstande dat er in een deel van de tuin behorende bij het pand Leerlooierspad 7 er waarden in de avondperiode optreden die hoger zijn dan de aangegeven richtwaarden vanuit stap 2 van de VNG-Brochure.

Voor de locatie Leerlooierspad 7 geldt een beperkte overschrijding van de piekbelasting in de avondperiode. Deze piekniveaus worden veroorzaakt door het gebruik van de parkeerplaatsen die verst weg van de ingang van de Albert Heijn gelegen zijn en deze worden in de avondperiode minder (intensief) gebruikt. De betreffende tuin is daarbij dusdanig groot dat er op grote delen van de tuin geen piekniveaus optreden die meer dan de richtwaarden bedragen, waarmee er daar dan ook sprake is van een goed verblijfsklimaat. Zorgvuldigheidshalve is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de oprichting en instandhouding van een (erf)afscheiding van tenminste 2 meter hoog tussen het parkeerterrein en de achtertuin van de woning Leerlooierspad 7. In het bestemmingsplan zijn mogelijkheden opgenomen voor het oprichten van tuinmuren of kokosschermen (ter vermindering van de optredende geluidniveaus in de tuinen van de betreffende woningen), die in overleg met omwonenden ingepast kunnen worden.

20

Voor de tuinen behorende bij de panden aan de Borchmolendijk/Passtraat geldt dat deze in een gemengd gebiedstype gelegen zijn. In deze gebieden worden dergelijke waarden voor piekgeluiden (maximaal 65 dB in de avondperiode) aanvaardbaar ge acht.

Hoofdstuk 5

67

Indirecte hinder (verkeersaantrekkende werking) De akoestische gevolgen van de toename van verkeer zijn eveneens onderzocht. In onderhavige situatie bedraagt de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer van en naar de inrichting maximaal 55 dB(A) etmaalwaarde, zowel ter plaatse van de bestaande woningen aan de Borchmolendijk als ter plaatse van de nieuwe woningen die deel uitmaken van het planvoornemen. De voorkeursgrenswaarde van 50dB(A) uit de Schrikkelcirculaire wordt niet gerespecteerd. Aanvullende maatregelen zijn binnen alle redelijkheid niet mogelijk / doeltreffend. De maximale grenswaarde van 65 dB(A) uit de Circulaire wordt wel ruimschoots gerespecteerd. Op basis van een minimale karakteristieke gevelwering van de uitwendige scheidingsconstructie (Ga;k) conform het Bouwbesluit van 20 dB, bedragen de geluidniveaus als binnenwaarde ten hoogste (55 dB(A) – 20 dB =) 35 dB(A) etmaalwaarde. Hiermee wordt voldaan aan het gestelde in de Circulaire “Beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met vergunningverlening w.m.”. Zorgvuldigheidshalve is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter waarborging van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de nieuw te bouwen woningen. 5.11.3

Conclusie

Er zijn vanuit bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling, met inachtname van de bovenstaand beschreven uitvoeringsmaatregelen.

5.12 Bezonning In Nederland bestaan geen wettelijke regels omtrent de bezonning van percelen en gevels. Wel dient het aspect in het kader van een goede ruimtelijke ordening te worden beschouwd. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in wijzigingen van de bouwmogelijkheden op de locatie Borchmolendijk/Passtraat. De huidige bebouwing op het terrein wordt gesloopt. In plaats daarvan wordt de nieuwe supermarkt in het noordelijke gedeelte van het plangebied gerealiseerd. Er is mede omwille van reductie van effecten op de bezonning en schaduwwerking op de omliggende paden en percelen, gekozen voor een bouwregeling die specifiek aan de randen van de bebouwing aan de Passtraat eisen stelt aan maximaal toegestane goot- en bouwhoogten. Met de gekozen situering van de bebouwing aan de noordkant van het plangebied is het aantal gehinderden vanwege schaduwwerking van de nieuwbouw geminimaliseerd. Op grote delen van de omliggende percelen en woningen ontstaat geen toename van potentiële schaduwhinder, omdat er in de huidige situatie reeds gebouwen aanwezig zijn danwel opgericht mochten worden tot een goothoogte van maximaal 3 tot 7 meter. In figuur 5.3 zijn de maximale goothoogten volgens het huidige bestemmingsplan binnen het plangebied weergegeven ter illustratie. Het aanduidingsvlak ‘bijgebouwen’ in rood kader, mag voor maximaal 50% worden bebouwd.

De maximale bouwhoogte van bijgebouwen is in beginsel 6 meter.

Hoofdstuk 5

68

Aanduiding ‘bijgebouwen’ Max. 50%bebouwd

Afbeelding 5.3: maximale goothoogten conform vigerend bestemmingsplan

In de toekomstige situatie bedragen de maximale goot- en bouwhoogte aan het binnenterrein grotendeels 5,5 meter, met aan de zijde van de Passtraat een goot van maximaal 3 meter hoogte. Er zijn twee hogere bebouwingsaccenten toegestaan (één aan de Pastraat en één bij de entree van de supermarkt aan het binnenterrein). Aan de Borchmolendijk is een variatie in maximum goot- en bouwhoogten aangebracht, met een maximum van 9,5 (goothoogte) en 15,5 meter (bouwhoogte). Op een groot deel van het binnenterrein vervallen de mogelijkheden op (bij)gebouwen op te richten. Nabij Passtraat 8-10 aangrenzend aan de zijgevel van de supermarkt blijft een zone aanwezig waar bijgebouwen conform de bestaande bouwhoogten (goot 3 meter, bouwhoogte 6 meter) mogen worden opgericht. In figuur 5.4 is een 3D-weergave van de maximale toekomstige bebouwingscontouren ten opzichte van de omgeving weergegeven.

Hoofdstuk 5

69

Afbeelding 5.4: 3D-weergave maximale toekomstige bebouwingscontouren

Vanwege de wijzigingen in de bebouwingsmogelijkheden en de aanwezigheid van woningen in de nabijheid van het plangebied, is vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening en zorgvuldige belangenafweging een bezonningsstudie uitgevoerd. Deze is als bijlage opgenomen. In de bezonningsstudie zijn de relevante percelen en gevels van omliggende woningen onderzocht. Er is vanuit een worst case benadering een vergelijking gemaakt tussen de huidige feitelijke en de toekomstige maximale planologische situatie om de maximale feitelijke effecten in beeld te brengen. In de rapportage zijn de TNO-normen (‘Haagse normen’) toegepast. Concreet betekent dit: ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 19 februari tot 21 oktober bij een minimale zonhoogte van 10 graden. Onderstaand worden de onderzoeksresultaten beschreven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlage. Bezonning percelen De aan het plangebied grenzende percelen (achtertuinen) van de woningen Passtraat 4 t/m 10 (even) zijn onderzocht. Voor de percelen Passtraat 4, 6 en 8 wordt een geringe acceptabele afname van bezonning geconstateerd bij vergelijking van de huidige feitelijke met de toekomstige planologische situatie. Deze percelen behouden gemiddeld genomen de norm van voldoende bezonning, evenals in de huidige situatie. De optredende feitelijke afnames zijn verwaarloosbaar.

Voor Passtraat 10 geldt dat het perceel een absolute afname van 18,3% bezonning krijgt en na de wijziging de norm voor een voldoende bezonning niet meer wordt gehaald. Hierbij dient nadrukkelijk de nuance te worden geplaatst dat deze afname vrijwel uitsluitend wordt veroorzaakt door de mogelijkheid om bijbehorende bouwwerken op de direct aangrenzende gronden op te richten en daarbij de worst case situatie is onderzocht. In de huidige situatie zijn hier eveneens bijbehorende bouwwerken van dezelfde hoogte en omvang toegestaan. In planologisch opzicht treedt er dus geen verslechtering op. Hierdoor wordt de geconstateerde feitelijke afname acceptabel geacht.

Hoofdstuk 5

70

Bezonning gevels De relevante gevels bij de panden Borchmolendijk 7, 9, 11, 13, 15, 17 en 24 en Passtraat 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 10 zijn onderzocht. In de huidige situatie behalen alle gevels de norm van voldoende bezonning, met uitzondering van Borchmolendijk 24 en Passtraat 6 en 10 (NB: voor Passtraat 6 geldt dit voor het meetpunt, maar ontvangt een deel van de gevel wel voldoende bezonning). In de toekomstige planologische situatie behalen vier van de gemeten gevels de norm niet: Borchmolendijk 13 en 24 en Passtraat 6 en 10. Ondanks deze constatering en het feit dat op de meeste gevels een afname van het aantal zonuren wordt geconstateerd, leidt de nieuwbouw niet tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. De afname is in de meeste gevallen namelijk zeer beperkt, de worst case situatie is onderzocht (niet de huidige maximale planologische situatie) en enkel de directe toetreding van zonlicht is onderzocht. Indirect treedt er in beginsel méér zonlicht de gevelopeningen binnen. Ten aanzien van Borchmolendijk 13 wordt specifiek opgemerkt dat de norm op 1 uur na niet wordt behaald op het meetpunt, maar de gevel niet totaal aan zonlicht wordt onttrokken. Het pand is voorzien van raampartijen die aanzienlijk hoger zijn dan het meetpunt.

Conclusie Het voorliggende plan leidt tot een feitelijke afname van bezonning op een aantal gevels en enkele percelen in de omgeving. In planologisch opzicht treedt er echter geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat op. De geconstateerde afnames van bezonning worden aanvaardbaar geacht.

5.13 Geur agrarisch Geurkaarten van Sint-Oedenrode zijn weergegeven op de volgende pagina. Ter plaatse van de woningen is sprake van een goed tot zeer goed woon- en leefklimaat ten aanzien van geur. De achtergrondbelasting bedraagt 0-6 oue/m3. Het plangebied ligt op meer dan 100 meter van veehouderijen. Een geuronderzoek is niet nodig.

Hoofdstuk 5

71

Afbeelding 5.5: Geurkaarten Sint-Oedenrode

Hoofdstuk 5

72

5.14 Hoogspanningslijnen Op een afstand van ongeveer 3,8 kilometer ligt een hoogspanningslijn. Gelet op de afstand tussen het plangebied en deze lijn vormt dit aspect geen belemmering.

5.15 Spuitzones gewasbeschermingsmiddelen Hoewel in geen enkele wettelijke regeling in acht te nemen afstanden zijn opgenomen voor spuitzones tussen gevoelige bestemmingen enerzijds en percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, dient op basis van het criterium goede ruimtelijke ordening wel te worden beoordeeld of het gebruik van die middelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een afstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. De afstand tussen de gronden binnen onderhavig plangebied waarop woningen kunnen worden gerealiseerd en gronden die ingezet kunnen worden voor teelt is ruim groter dan 50 meter. Gezien voorgaande kan daarom worden gesteld dat binnen het plangebied geen nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat optreden en er geen strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening bestaat.

5.16 Volksgezondheid i.r.t. veehouderijen De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Uit toetsing op afstanden door de ODBN blijkt dat wordt voldaan aan de endotoxine richtafstanden voor varkens- en/of pluimveehouderijen (stap 1). De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak (stap 2). Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van geur (zie paragraaf 5.13 (stap 3a en b). Er is geen sprake van een veehouderij. Er zijn geen varkensbedrijven of pluimveebedrijven binnen 100 meter (stap 4). De planlocatie is niet gelegen binnen de straal van 2 km van geitenhouderijen (stap 5a). De locatie is wel gelegen binnen een afstand van 1 km van een pluimveebedrijven: Corridor 3 en Nijnselseweg 21 (stap 5b) maar niet binnen 250 meter van overige veehouderijen (stap 5c). De gemeente moet in stap 5b een zorgvuldige afweging maken of sprake is van een aanvaardbaar volksgezondheidsrisico.

In dit geval is er sprake van een verplaatsing van een bestaande detailhandelsfunctie binnen het centrum van Sint-Oedenrode en grotendeels van herbouw van bestaande woonfuncties. De ontwikkeling kent een groot algemeen belang, namelijk behoud van winkelfuncties in het centrum (reeds uitgebreid in deze toelichting beschreven). De afstand van de supermarkt ten opzichte van de twee pluimveebedrijven blijft vrijwel gelijkwaardig als in de huidige situatie (van ca. 1.000 naar ca. 950 meter ten aanzien van Nijnselseweg 21 en van ca. 600 naar ca. 450 meter ten aanzien van Corridor 3).

Hoofdstuk 5

73

Tussen beide veehouderijen en het plangebied zijn zeer veel woningen en andere functies gelegen, onder meer delen van de wijk Eerschot, de wijk Dommelrode en een deel van het centrumgebied. De onderhavige ontwikkeling is dan ook van minimale invloed op het volksgezondheidsrisico. Advies van de GGD wordt daarom niet noodzakelijk en niet doelmatig geacht. Het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen vormt geen belemmering voor het plan.

5.17 Trillingen Vooropgesteld wordt dat er in Nederland geen wetgeving met betrekking tot trillingshinder is. In het kader van de ruimtelijke ordening is het van belang dat er geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat plaatsvindt. In dit verband is het van belang dat het gaat om een ontwikkeling in een centrumgebied, waarbij vrachtverkeer van en naar (het grootste deel van) het plangebied in de huidige situatie al mogelijk is. Het type verkeer verandert niet en de verkeersdruk op de Borchmolendijk is passend bij het type weg. Het plan leidt dan ook niet tot een onevenredige toename van trillingshinder. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is dan ook voldoende gegarandeerd.

Hoofdstuk 5

74

6.

JURIDISCHE PLANOPZET 6.1 Inleiding De in deze toelichting beschreven planuitgangspunten zijn juridisch-planologisch vertaald in het bestemmingsplan, dat bindend is voor overheid en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.

6.2 Systematiek In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Qua systematiek sluit het bestemmingsplan waar mogelijk aan op het vigerende bestemmingsplan ‘Centrum, herziening 2013’. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hieronder wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. 6.2.1 Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat alle bepalingen die nodig zijn om de overige regels goed te kunnen hanteren: Begrippen (artikel 1): In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.

Wijze van meten (artikel 2): Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. 6.2.2 Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels In dit hoofdstuk komen de verschillende bestemmingen aan de orde. Alle zelfstandige regelingen, die gevolgen hebben voor de bouw- of gebruiksmogelijkheden van de gronden, zijn als een bestemming

Hoofdstuk 6

75

vormgegeven. De volgorde van de bestemmingen is conform de SVBP op alfabetische volgorde, waarbij de hoofdbestemmingen voor de dubbelbestemmingen zijn geplaatst. Bestemmingsomschrijving: Een omschrijving van de doeleinden van de bestemming. Het gaat hierbij om de functies. De aard van de toegelaten fysieke elementen van de grond, zoals bouwwerken en werken, geen gebouwen zijnde, vloeit (rechtstreeks) voort uit de toegelaten functies. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels (indien van toepassing): Door het opnemen van een afwijkingsregeling bestaat de mogelijkheid om op ondergeschikte onderdelen af te wijken van de bij recht toegestane bouwregels. Voor elke afwijking wordt aangegeven waarvan de afwijking wordt verleend, wat de maximale afwijking is die met het afwijken kan worden toegestaan en de situaties of voorwaarden waaronder afwijking wordt verleend. Specifieke gebruiksregels (indien van toepassing): In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval strijdig zijn met de bestemming.

Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de in de bestemmingsomschrijving genoemde doeleinden. Afwijken van de gebruiksregels (indien van toepassing): In deze regel is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor ander gebruik dan genoemd onder de bestemmingsomschrijving en de specifieke gebruiksregels. Een afwijking van een gebruiksregel mag niet leiden tot een feitelijke wijziging van de bestemming. Dat wil zeggen, dat wel een vergunning kan worden verleend ten behoeve van functies, die inherent zijn aan de in de bestemmingsomschrijving opgenomen functies. Via een afwijking kunnen geen ‘nieuwe‘ functies worden toegestaan. Met andere woorden: de afwijkingsregeling kan worden opgenomen voor kleinere, planologisch minder ingrijpende, onderwerpen. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (indien van toepassing) In de dubbelbestemmingen is een omgevingsvergunningregeling opgenomen voor de gronden gelegen binnen de beschermingszone van enkele waarden. Hierin worden bepaalde werken en/of werkzaamheden vergunningplichtig gesteld.

Bij de beoordeling van de vraag of en in welke mate bepaalde werken en/of werkzaamheden toelaatbaar worden geacht gelden enkele nadere voorwaarden. Wijzigingsbevoegdheid (indien van toepassing): In deze bepaling wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om regels te wijzigen zoals bijvoorbeeld het verwijderen van een specifieke aanduiding indien de bedrijfsactiviteit behorende bij deze aanduiding gedurende een half jaar is gewijzigd. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven.

Hoofdstuk 6

76

6.2.3 Hoofdstuk 3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Algemene bepaling met betrekking tot ondergronds bouwen In dit lid is een algemene bepaling met betrekking tot het uitvoeren van ondergrondse werken, het bouwen van ondergrondse bouwwerken en het bouwen van parkeergarages opgenomen. Algemene bepaling met betrekking tot ondergeschikte bouwdelen In dit artikel wordt aangegeven wat wordt verstaan onder ondergeschikte bouwdelen die bijvoorbeeld bouwgrenzen mogen overschrijden. Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten Middels dit artikel is bepaald dat bij afwijkingen de maatvoering mag worden aangehouden, zoals die bestond op het moment van ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Algemene gebruiksregels In deze regel zijn specifieke bepalingen opgenomen over het gebruik, die betrekking hebben op alle bestemmingen, in aanvulling op de bestemmingsregels. Het betreft bepalingen over het parkeren, evenementen, beroep aan huis en maatschappelijke voorzieningen. Deze gebruiksvormen zijn onder voorwaarden toegelaten.

Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels in het plan waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. De voorwaarden, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven in het tweede sublid. Algemene wijzigingsregels Dit artikel geeft Burgemeester en Wethouders de bevoegdheid om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. 6.2.4 Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In deze bepaling is het voor alle bestemmingsplannen verplichte overgangsrecht voor bouwen en gebruik opgenomen. Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning kan worden verleend. Er kan dus in beginsel nog gewoon gehandhaafd worden.

Hoofdstuk 6

77

Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

6.3 Bestemmingen Ten aanzien van de gebruiksmogelijkheden wordt uitgegaan van directe toelating van alle gewenste functies. Welke functies waar toegelaten worden is een planologische keuze. Dit betekent dat na inwerkingtreding van het bestemmingsplan geen tot weinig ruimte is voor een wijziging in deze gewenste functies. De opgenomen bestemmingen worden hieronder nader toegelicht. Inhoudelijk sluiten de bestemmingsregels daar waar mogelijk aan op het vigerende bestemmingsplan ‘Centrum, herziening 2013’. Centrum – 1 Deze bestemming is opgenomen op de locatie aan de Markt 18, waar de Albert Heijn thans gevestigd is. Binnen deze bestemming zijn de volgende vormen van gebruik (centrumfuncties) toegestaan: a. Detailhandel, waarbij een supermarkt uitdrukkelijk wordt uitgesloten; b. Kantoren en dienstverlening, uitsluitend winkelondersteunend en op de begane grondlaag; c. Wonen, uitsluitend voor zover woningen legaal aanwezig zijn ten tijde van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan; d. Bedrijven van milieucategorie 1 en 2 uit de Lijst van bedrijven, uitsluitend op de begane grond en in beginsel gericht op een rechtstreeks contact met het publiek; e. Horeca, in beginsel uitsluitend op de begane grond; f. Maatschappelijke voorzieningen; g. Parkeervoorzieningen; h. Groenvoorzieningen; i. Nutsvoorzieningen; j. Tuinen en erven; k.

Water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. Verhardingen. De bebouwingsregels zijn afgestemd op de bestaande situatie ter plaatse. Er is een bouwvlak op maat opgenomen, dat volledig mag worden bebouwd. De maximale goothoogte is op de verbeelding opgenomen. Centrum – 3 Gebruiksregels De bestemming ‘Centrum – 3’ is opgenomen ter plaatse van vrijwel het volledige plangebied op de locatie aan de Borchmolendijk/Passtraat. Er is een aantal functie-, bouw- en maatvoeringsaanduidingen opgenomen. Deze zijn op de verbeelding weergegeven. Op deze plaatsen gelden specifieke c.q. aanvullende regels.

Hoofdstuk 6

78

Binnen de bestemming ‘Centrum – 3’ zijn de volgende gebruiksvormen toegestaan: a. wonen, uitsluitend op de verdieping ter plaatse van de aanduiding 'wonen', met dien verstande dat bergingen van en entrees naar de woningen tevens zijn toegestaan op de begane grond. Er zijn maximaal 6 woningen binnen het plangebied toegestaan; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt' een supermarkt met overige bijbehorende voorzieningen, met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 1.900 m² bruto vloeroppervlak, met dien verstande dat de verkoopruimte uitsluitend op de begane grondlaag mag worden uitgeoefend. De maximum oppervlakte mag met 100 m² worden vergroot ten dienste van kantoren en personeelsvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen met bijbehorende voorzieningen, zoals stalling voor fietsen, stalling voor winkelkarretjes, paden en voorzieningen voor afvalinzameling, met dien verstande dat stalling voor winkelkarretjes uitsluitend inpandig en aanpandig aan het hoofdgebouw ter plaatse van het bouwvlak, de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - luifel' of 'bijgebouw' mag plaatsvinden; d. in- en uitritten, met dien verstande dat in- en uitritten voor gemotoriseerd verkeer uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' zijn toegestaan; e. verhardingen, paden, erven, brandgangen; f. groenvoorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. tuinen en erven; i.

water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Bouwregels Ten aanzien van het bouwen is onderscheid gemaakt in typen bouwwerken. Bouwvlak Binnen de bestemming is één bouwvlak opgenomen aan de noordkant. (Hoofd)gebouwen mogen uitsluitend binnen dit bouwvlak worden gebouwd. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. De maximum goot- en bouwhoogten zijn op de verbeelding aangegeven. Deze bedragen voor het grootste deel van het bouwvlak 5,5 meter. Hier mag de bebouwing met een plat dak worden opgericht. Aan de zijde van de Passtraat dient de bebouwing van een kap te worden voorzien (goot maximaal 3 meter met dakhelling 40-70º). Er is een aantal vlakken aangeduid waar hogere bebouwing mag worden opgericht en (deels) een minimale en maximale dakhelling voorgeschreven is. Dit betreft een vlak centraal in het plangebied (goot maximaal 6, bouwhoogte maximaal 8,5 meter, dakhelling 40-70º), een vlak aan de Passtraat (goot maximaal 3, bouwhoogte maximaal 8 meter, dakhelling 40-70º) en de zone aan de Borchmolendijk (variërende goothoogte van 6,5 tot 9,5 meter en bouwhoogte variërend van 8,5 tot 15 meter, deels plat dak, deels dakhelling 40-70º). Aansluitend aan het bouwvlak bij het middenterrein mag een luifel worden opgericht (maximaal 5 meter), ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding.

Op platte afdekkingen binnen de op de verbeelding aangegeven zone (‘specifieke bouwaanduiding –dakterras) zijn dakterrassen toegestaan, met daarop pergola’s (maximaal 2,5 meter) en erf- en terreinafscheidingen (maximaal 2 meter). Bijbehorende bouwwerken Zuidelijk grenzend aan het bouwvlak is een bouwaanduiding ‘bijgebouwen’. Hier mogen bijbehorende bouwwerken worden opgericht met een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 6 meter. Tevens mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde van maximaal 4 meter hoogte worden opgericht en verlichtingsarmaturen van maximaal 5 meter.

Hoofdstuk 6

79

Overig Binnen het overige gedeelte van het plangebied mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht. De maximale bouwhoogte bedraagt:  3 meter voor erf- en terreinafscheidingen ter plaatse van de aanduiding ‘ontsluiting’ (aan zijde Borchmolendijk);  2 meter voor overige erf- en terreinafscheidingen;  2,5 meter voor pergola’s;  2 meter voor bouwwerken t.b.v. afvalinzameling, met een maximale oppervlakte van 10 m²;  5 meter voor vlaggenmasten en verlichtingsarmaturen. Voorwaardelijke verplichtingen Ten aanzien van het bebouwen en/of gebruiken van de gronden binnen deze bestemming, is een aantal voorwaardelijke verplichtingen van toepassing:  Ter plaatse van de aanduiding ‘ecologie’ mag de bestaande bebouwing pas worden gesloopt, nadat ofwel een ontheffing van de Wet natuurbescherming is verkregen, ofwel middels deskundig nader onderzoek is aangetoond dat er geen beschermde soorten aanwezig zijn in de betreffende bebouwing.

 De situering van de laad- en losvoorziening (aan de Borchmolendijk) en de publieksin- en uitgang van de supermarkt (aan het binnenterrein) zijn in de bouwregels voorgeschreven ter waarborging van het woon- en leefklimaat en de verkeersveiligheid;  De supermarkt met bijbehorende voorzieningen (zoals het parkeerterrein) mag pas in gebruik worden genomen als verzekerd is dat wordt voldaan aan de voorgaande bullit, er een glad verhardingstype voor de gedeelten van het terrein waarop winkelkarren rijden wordt gebruikt en gehandhaafd, de bronsterkte van de winkelkarren niet meer dan 75 dB(A) bedraagt én er voldoende parkeergelegenheid is aangelegd en in stand wordt gehouden.  Het gebruik van de huidige Albert Heijnlocatie aan de Markt als supermarkt moet ten tijde van de ingebruikname van de nieuwe supermarkt beëindigd zijn en mag niet meer worden hervat.  De nieuwe woningen in het plangebied mogen pas in gebruik worden genomen als er een voldoende geluidwering is gerealiseerd en de woning over ten minste één geluidluwe gevel beschikt. Hiermee is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat geborgd. Groen Aan de noordkant van de locatie Borchmolendijk/Passtraat is een gedeelte bestemd als ‘Groen’. Hier wordt een groene inrichting beoogd.

Naast groenvoorzieningen zijn onder meer paden en langzaam verkeersroutes, waterhuishoudkundige voorzieningen en maximaal 2 parkeerplaatsen ten dienste van de omliggende bestemmingen toegestaan. Binnen de bestemming mag beperkt worden gebouwd. Ten behoeve van een karakteristieke, hogere poort met erfafscheiding nabij de ontsluiting van het parkeerterrein is een specifieke regeling opgenomen. Waarde – Archeologie 1, 3, 5 In het plangebied zijn op basis van het uitgevoerde archeologisch onderzoek vooralsnog de vigerende archeologische dubbelbestemmingen gehandhaafd.. Aan de dubbelbestemmingen is een omgevingsvergunningenstelsel met een archeologische onderzoeksplicht gekoppeld indien door bouw- of graafwerkzaamheden bepaalde drempelwaarden (oppervlakte en diepte) worden overschreden. In dat geval is archeologisch (vervolg)onderzoek of archeologische begeleiding van de werkzaamheden vereist.

Hoofdstuk 6

80

Waarde – Cultuurhistorie 1 en 2 Vanwege de ligging binnen een beschermd dorpsgezicht, is door middel van dubbelbestemmingen in het huidige bestemmingsplan reeds een beschermingsregeling opgenomen. Met inachtneming van het cultuurhistorisch onderzoek (zie par. 5.9 van deze toelichting) wordt in het voorliggende plan een daarmee in lijn zijnde regeling opgenomen. De dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie 1’ wordt in het grootste deel van de planlocatie Borchmolendijk/Passtraat gehandhaafd, de bouwvlakken aan de Borchmolendijk uitgezonderd. Voor de bouwvlakken aan de Borchmolendijk is de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie 2’ van toepassing. De eerstgenoemde dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie 1’ is opgenomen in verband met het behoud, herstel en de versterking van de karakteristieke groen- en wegenstructuur, bestrating en bebouwingswanden. De ‘Waarde – Cultuurhistorie 2’ is opgenomen in verband met het behoud, herstel en versterking van de karakteristieke hoofdvorm van de hoofdgebouwen in de vorm van hoogte-, breedte- en diepteverhoudingen, kapvorm en kaprichting in de bouwvlakken. Laatstgenoemde bestemming is opgenomen op het gedeelte van het plangebied dat onderdeel uitmaakt van de karakteristieke straatwand aan de Borchmolendijk.

De bestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie 1’ wordt op de overige gronden gehandhaafd, met dien verstande dat bepaalde (aanleg)verboden voor werken en werkzaamheden niet van toepassing zijn op het grootste gedeelte van het binnenterrein.

Hoofdstuk 6

81

7.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7.1 Kostenverhaal Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkelingen is dat deze voor de gemeente budgetneutraal worden ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) in samenhang met artikel 6.12 lid 4 Wro is de gemeenteraad van Meierijstad verplicht om de kosten te verhalen en een exploitatieplan vast te stellen gelijktijdig met het besluit (het bestemmingsplan) waarop het exploitatieplan betrekking heeft. Niet in alle gevallen is de gemeenteraad verplicht een exploitatieplan vast te stellen. Op grond van artikel 6.12 lid 2 kan de gemeenteraad van de gemeente Meierijstad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen als aan de cumulatieve bepalingen van artikel 6.12, lid 2 sub a, b en c is voldaan. Met onderhavig bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. Echter is met de ontwikkelende eigenaar van de gronden die binnen het plangebied gelegen zijn, een anterieure overeenkomst gesloten zoals is bepaald in artikel 6.24 Wro, voordat het bestemmingsplan is vastgesteld, zodat de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan niet geldt. In deze anterieure overeenkomst zijn de afspraken gemaakt over het verhalen van kosten op afdoende wijze vastgelegd.

7.2 Financiële haalbaarheid De initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkeling te kunnen realiseren. De planologische ontwikkeling leidt tot een waardevermeerdering van de grond. De kosten die initiatiefnemer maakt zijn een investering ten einde de waardevermeerdering te kunnen realiseren. Wanneer de kosten en opbrengsten naast elkaar worden gelegd, is er sprake van een positief saldo. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen, zoals bijvoorbeeld de gemeente. De gemeente zal met de initiatiefnemer het verhalen van de plankosten vastleggen in een anterieure overeenkomst. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

Hoofdstuk 7

82

8.

OVERLEG EN INSPRAAK De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).

8.1 Omgevingsdialoog, klankbordgroep en inspraak Omgevingsdialoog en klankbordgroep Op 1 december 2016 is in de toenmalige gemeenteraad van Sint-Oedenrode een voorstel aan de orde geweest inzake de verplaatsing van de supermarkt Albert Hein van de Markt naar een perceel aan de Borchmolendijk. De gemeenteraad besloot toen niet met dat voorstel in te stemmen vanwege de aan de toenmalige concrete inrichting verbonden nadelige effecten voor de omgeving. Omdat een grotere Albert Heijn wel van belang is voor het functioneren van het winkelcentrum als geheel, werden aan het college van burgemeester en wethouders een aantal kaders meegegeven voor een vervolgonderzoek. Een van die kaders betrof de instellíng van een klankbordgroep van omwonenden/belanghebbenden en deskundigen. Bij dit nadere onderzoek, dat in de periode 2017-2018 is uitgevoerd, is een klankbordgroep betrokken geweest. Deze klankbordgroep bestond uit vertegenwoordigers van omwonenden, centrummanagement, gemeente en ontwikkelaar. Het eindverslag is geanonimiseerd bijgevoegd. De klankbordgroep heeft 4 bijeenkomsten gehad. In elk van deze bijeenkomsten is een presentatie gehouden, waarna de discussie is aangegaan en vragen en opties zijn benoemd voor de volgende sessie.

Tijdens de bijeenkomsten is in een open en goede sfeer en met respect voor een ieders inbreng gediscussieerd over de verschillende basismodellen en de daaraan verbonden aspecten. De deelnemers aan de klankbordgroep zijn van oordeel dat er sprake is geweest van een goed proces. Verschillende inhoudelijke aandachtspunten en vragen vanuit de omgeving zijn adequaat bezien en beantwoord. Dit waar dat op dat moment al mogelijk was. Andere zaken zijn mede naar aanleiding van de ingebrachte punten en onderwerpen in de klankbordgroep in later stadium opgepakt (o.a. de in 2018 uitgevoerde verkeerstelling, de borging van het aantal parkeerplaatsen, het woonprogramma, de beeldkwaliteitscriteria) of – daar waar het om flankerende (uitvoerings)maatregelen (zoals de herinrichting van het centrum, routing bouwverkeer) gaat – nog op te pakken in ander verband. Mede gezien deze punten en het doorlopen proces, is door het college van B&W een keuze gemaakt voor de planvariant die zijn juridisch-planologische vertaling heeft gekregen in onderhavig bestemmingsplan. Inspraak De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in de Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van

Hoofdstuk 8

83

de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Gezien het zorgvuldige voortraject waarbij belanghebbenden en omwonenden intensief betrokken zijn geweest bij de planvorming, is ervoor gekozen geen afzonderlijke inspraakprocedure te doorlopen. Eeniender heeft zijn/haar zienswijze kenbaar kunnen maken in het kader van de vaststellingsprocedure (zie paragraaf 8.3).

8.2 Overleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd. Er door de provincie Noord-Brabant en door het Waterschap De Dommel gereageerd. In de bijlagen zijn de vooroverlegreacties opgenomen. Naar aanleiding van deze reacties is het bestemmingsplan op de volgende punten aangepast:  De waterparagraaf is op onderdelen aangevuld naar aanleiding van de reactie van het Waterschap. Met name is ingegaan op de voorstellen om de parkeerplaatsen zelf (niet de rijbanen) uit te voeren in halfverharding en op de mogelijkheid van een overloop vanuit een bergings- en infiltratievoorziening op het terrein van de AH richting de vijver aan de Philippusstraat;  In de planregels zijn de begrippen ´water en waterhuishoudkundige voorzieningen´ aangepast;  De paragraaf over het provinciale beleidskader en de Ladder is aangevuld met een passage over de afstemming van het plan in regioverband.

Inschakeling van de provinciale retailcommissie is gelet op de beleiduitgangspunten vanuit de gemeentelijke centrumvisie niet noodzakelijk geacht.

8.3 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden volgens de artikelen 3.7 t/m 3.9 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is in dit kader van 11 februari 2021 tot en met 24 maart 2021 ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode kon een ieder zijn/haar zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Daarnaast zijn de stukken digitaal raadpleegbaar (geweest) via www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende de genoemde termijn van zes weken kon een ieder schriftelijk of mondeling zijn/haar zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan en ook het tevens ter inzage gelegde beeldkwaliteitsplan kenbaar maken. Ook kon men bezwaren tegen het m.e.r.-beoordelingsbesluit kenbaar maken aan het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad. Er zijn 5 zienswijzen ingediend. Naar aanleiding van de zienswijzen is het plan op onderdelen aangepast en ter gewijzigde vaststellen aan de gemeenteraad aangeboden. Op hoofdlijnen gaan het om der volgende wijzigingen: - De hoogte van vrijstaande verlichtingsarmaturen op het binnenterrein is aangepast naar maximaal 4 meter; - ‘ondergeschikt parkeren’ is binnen de bestemming ‘Groen’ vervangen door ‘maximaal 2 parkeerplaatsen ten behoeve van omliggende bestemmingen’;

Hoofdstuk 8

84

-

-

Er is een voorwaardelijke verplichting aan de planregels toegevoegd die moet voorkomen dat op de huidige locatie van de supermarkt onder het overgangsrecht nog steeds een supermarkt gevestigd kan worden; Er is een voorwaardelijke verplichting aan de planregels toegevoegd voor het realiseren van een geluidwerende tuinmuur/erfafscheiding ter hoogte van Leerlooierspad 7: Er is een toelichtende tekst over het verwachte effect qua trillingen opgenomen. In het beeldkwaliteitsplan zijn criteria ter voorkoming van lichtuitschijning naar de omgeving opgenomen.

Voor een overzicht van de ingediende zienswijzen, de reactie van de gemeente daarop, de wijzigingen die als gevolg van de ingebrachte zienswijzen zijn aangebracht alsmede de ambtshalve wijzigingen, wordt kortheidshalve verwezen naar de Nota van Zienswijzen.

8.4 Beroep Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

Hoofdstuk 8

85

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ruimtelijk-functionele Effectenanalyse Bijlage 2: Akoestisch onderzoek Bijlage 3: Bodemonderzoeken Bijlage 4: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 5: Waterparagraaf Bijlage 6: Onderzoeken Flora en Fauna (incl. Aeriusberekening Stikstof) Bijlage 7: Archeologisch onderzoek Bijlage 8: Cultuurhistorisch onderzoek Bijlage 9: Verkeer en parkeren Bijlage 10: Bezonningsstudie Bijlage 11: Eindverslag klankbordgroep Bijlage 12: Aanmeldingsnotitie Bijlage 13: Advies Brandweer Bijlage 14: Vooroverlegreactie Provincie Noord-Brabant Bijlage 15: Vooroverlegreactie Waterschap De Dommel Bijlage 16: Nota van Zienswijzen

Inhoudsopgave Regels

5

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

6

Artikel 1

Begrippen

6

Artikel 2

Wijze van meten

15

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

16

Artikel 3

Centrum - 1

16

Artikel 4

Centrum - 3

20

Artikel 5

Groen

25

Artikel 6

Waarde - Archeologie 1

27

Artikel 7

Waarde - Archeologie 3

29

Artikel 8

Waarde - Archeologie 5

31

Artikel 9

Waarde - Cultuurhistorie 1

33

Artikel 10

Waarde - Cultuurhistorie 2

35

Hoofdstuk 3

Algemene regels

37

Artikel 11

Anti-dubbeltelregel

37

Artikel 12

Algemene bouw regels

38

Artikel 13

Algemene gebruiksregels

39

Artikel 14

Algemene afw ijkingsregels

41

Artikel 15

Algemene w ijzigingsregels

43

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

44

Artikel 16

Overgangsrecht

44

Artikel 17

Slotregel

45

NL.IMRO.1948.OED001BP0022019P-VG01

Pagina: 3 van 45

Datum:24-08-2021

Regels

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan 'Sint-Oedenrode, verplaatsing Albert Heijn' met identificatienummer NL.IMRO.1948.OED001BP0022019P-VG01 van de gemeente Meierijstad; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 achtergevel een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel; 1.6 afhankelijke woonruimte een onderdeel van het hoofdgebouw of bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.7 antenne-installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbijbehorende bevestigingsconstructie; 1.8 automatenhal een gelegenheid waar, al dan niet bedrijfsmatig, gelegenheid wordt geboden tot vermaak, door middel van terbeschikkingstellling van mechanische, elektronische of andere vermaak-apparatuur; 1.9 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10

bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van een (deel van) het bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;

NL.IMRO.1948.OED001BP0022019P-VG01

Pagina: 6 van 45

Datum:24-08-2021

1.11 Bed & Breakfast Horecavoorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als toeristisch-recreatieve activiteit, ondergeschikt aan de betreffende bestemming. Onder een bed & breakfast-voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; 1.12 bedrijf een inrichting voor de uitoefening van een bepaalde tak van industrie of handel; 1.13 bedrijf aan huis het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.14 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming noodzakelijk is; 1.15 begane grondlaag de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks omsloten wordt vanaf het straatniveau; 1.16 beroep aan huis een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie,

kan worden uitgeoefend; 1.17 bestaand bij bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens of bij de Woningwet; bij gebruik: gebruik zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen; 1.18 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.19 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.20 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.21 bijbehorend bouwwerk hieronder wordt verstaan: a. aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een

NL.IMRO.1948.OED001BP0022019P-VG01

Pagina: 7 van 45

Datum:24-08-2021

toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; b. aangebouwd bijbehorend bouwwerk: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; c. vrijstaand bijbehorend bouwwerk: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig, architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; d. uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt; 1.22 bijzondere woonvormen a. een woonvorm waar bewoners nagenoeg zelfstandig wonen met (voorzieningen voor) verzorging en begeleiding (ook 24-uurs begeleiding); b.

een groep personen die geen (duurzame) gemeenschappelijk huishouden voert, er is geen sprake van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid; woongroepen: c. een groep personen die er bewust voor kiezen om met elkaar in één woning samen te wonen, zonder dat er sprake is van een gezinsverband of samenlevingsvorm. 1.23 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.24 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.25 bouwlaag een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkanten van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,50 meter in hoogte verschillen. Bij de bepaling van het aantal bouwlagen wordt de bouwlaag, welke grotendeels in de kap is gelegen (zogenaamde zolderverdieping) evenals de bouwlaag, welke grotendeels onder de begane grond is gelegen (zogenaamde kelder/souterrain) niet meegerekend; 1.26 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.27 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.28 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

NL.IMRO.1948.OED001BP0022019P-VG01

Pagina: 8 van 45

Datum:24-08-2021

1.29 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.30 café een zelfstandig voorkomende bedrijvigheid, niet geheel of gedeeltelijk deel uitmakend van een hotel, restaurant, zaalaccommodatie of zwembad, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse, waarbij het verstrekken van maaltijden daaraan ondergeschikt is; 1.31 carport een bouwwerk, vrijstaand of aangebouwd aan een gebouw, ter vergroting van het woongenot, ondersteund door palen of kolommen, dat maximaal aan twee zijden gesloten is.

Indien de carport wordt gebouwd tegen een gebouw op het aangrenzend perceel zijn er maximaal drie gesloten zijden toegestaan, tenzij in de bouwregels uitdrukkelijk is bepaald dat het een open constructie moet zijn; 1.32 consumentverzorgende bedrijven het bedrijfsmatig uitoefenen van diensten aan huis op het gebied van de consumentverzorging zoals bijvoorbeeld kappers, schoonheidsspecialisten, pedicures, manicures, nailstudio's en daarmee vergelijkbare consumentverzorgende diensten, waarbij de aard en omvang van het consumentverzorgende bedrijf met de woonfunctie verenigbaar is en geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving; 1.33 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.34 dakvlak een hellend vlak in een dak; 1.35 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt; 1.36 detailhandel - perifeer detailhandel op terreinen of locaties binnen de bebouwde kom die niet

binnen een bestaand winkel(concentratie)gebied of het onmiddellijk daaraan grenzende gebied liggen c.q. gevestigd kunnen worden), zoals detailhandel in brand- en explosie gevaarlijke stoffen en de detailhandel in auto's, boten, caravans, tuincentra, bouwmarkten, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair alsmede woninginrichting w.o. meubels, die vanwege de omvang en aard van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig hebben voor de uitstalling. 1.37 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder belwinkel en internetcafé;

NL.IMRO.1948.OED001BP0022019P-VG01

Pagina: 9 van 45

Datum:24-08-2021

1.38 erf gronden gelegen aan de achterkant en zijkant van het hoofdgebouw tot op 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en niet behorende tot het bouwvlak; 1.39 erker een aan nader bepaalde maatvoeringseisen verbonden ondergeschikt aangebouwd gedeelte van een woning aan een gevel; 1.40 evenement een in tijd begrensd voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak; 1.41 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.42 geluidluwe gevel een gevel die in beperkte mate door geluid wordt belast en waaraan ten minste één verblijfsruimte - met te openen delen - grenst.

De gevelbelasting dient voor alle geluidsoorten aan de voorkeursgrenswaarden te voldoen; 1.43 geluidzoneringsplichtige inrichting een inrichting, waarbij ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; 1.44 groothandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan bedrijven of instellingen die deze goederen in een door hen gedreven onderneming aanwenden; 1.45 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn ligging, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken, en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht; het betreft het gebouw zonder bijbehorende bouwwerken; 1.46 horecabedrijf een inrichting voor het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, zoals een bed & breakfast, discotheek en feestzaal, niet zijnde coffeeshops; 1.47 huishouden een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid.

Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; eigen kamer, maar gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer;

NL.IMRO.1948.OED001BP0022019P-VG01

Pagina: 10 van 45

Datum:24-08-2021

personen worden niet door instelling geplaatst, er vindt geen behandelingstraject plaats. Bedrijfsmatige kamerverhuur en bijzondere woonvormen vallen niet onder het begrip 'huishouden'. 1.48 jongeren ontmoetingsplaats een door het gemeentebestuur als zodanig aangewezen of ingerichte voor jongeren bedoelde openbare locatie, al dan niet met voorzieningen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde 1.49 kantoren een ruimte of een complex van ruimten dat door indeling en inrichting is gebouwd en geschikt is voor administratieve en zakelijke dienstverlening, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate te woord wordt gestaan en geholpen; 1.50 nachtclub een bedrijf of een onderdeel daarvan gericht op het bieden van nachtelijke uitgaansmogelijkheid. Het accent ligt hierbij op het showelement en de verstrekking van dranken en kleine etenswaren; 1.51 normaal onderhoud en/of gebruik tot het normaal onderhoud en/of gebruik behoren onder andere: a. maaien, beweiden en bemesten van grasland; b. verbeteren van grasland door het scheuren van de grasmat buiten het broedseizoen van weidevogels en het direct opnieuw inzaaien; c. ploegen en cultiveren van bouwland niet dieper dan de bouwvoor; d. verbouwen van akkerbouwgewassen, zoals maïs in wisselteelt; e. maaien en schonen van sloot en slootkant; f. vervangen van en onderhoud aan drainage; g. normaal landschapsonderhoud, waaronder: h.

periodiek uitdunnen en snoeien van houtwal of singel; i. knotten van bomen; j. opvullen van open plekken in houtwal of singel; k. normaal bosbeheer, waaronder; l. uitdunnen; m. verwijderen van dode bomen; 1.52 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.53 ondergeschikt bouwdeel a. een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk en/of; b. ondergeschikte delen van een ondergronds bouwwerk die onzichtbaar zijn boven peil; 1.54 ondergeschikt parkeren parkeervoorzieningen uitgevoerd in halfverharding, waarbij dit gebruik in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan de ingevolge de bestemming toegestane hoofdfunctie, waarbij de hoofdfunctie qua aard, omvang en verschijningsvorm, geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft; 1.55 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden;

NL.IMRO.1948.OED001BP0022019P-VG01

Pagina: 11 van 45

Datum:24-08-2021

1.56 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen onder peil; 1.57 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.58 overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zonder eigen wanden dat aan tenminste een deel van één zijde een gesloten wand kent, waaronder begrepen een carport; 1.59 pand De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.60 peil a. voor gebouwen: de hoogte van de kruin van de Borchmolendijk ter hoogte van de ontsluiting van het plangebied voor gemotoriseerd verkeer; b. voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.61 perceelsgrens een grenslijn tussen bouwpercelen onderling; 1.62 pergola a. een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk geen gebouw zijnde, bestaande uit een constructie van verticaal geplaatste palen of kolommen op een onderlinge afstand van minimaal 1,50 meter h.o.h., gekoppeld op een bovenlegger met eventueel hierop onder een hoek van 90º geplaatste dwarsligger(s); b. de pergola mag tot maximaal 1 meter boven het maaiveld als een gesloten constructie worden uitgevoerd; c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=098f8061-6310-4e52-b315-3986963a4ce1