CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - RSA0127_NOBW-Regionaal-plan-Jongerenaanpak

Raadsinformatiebrieven 5 juli 2026, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Regionaal programma Jongerenaanpak 'Van school naar duurzaam werk', d.d. 03-03-202626.225 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor de vso-scholen van onze regio is dit de projectleider arbeidstoeleiding van VSO Werkt! Onder de vlag van VSO Werkt! hebben 7 schoolbesturen met in totaal 13 vso-scholen hun krachten gebundeld rondom arbeidstoeleiding en werken zij samen met bedrijven en gemeenten om stages, leerwerk-trajecten en arbeidskansen te bieden aan leerlingen. Met als doel de kansen op werk voor leerlingen te vergroten. Voor het pro is eveneens een projectleider aangesteld die contact heeft met alle pro-scholen in de regio en is aangesloten bij het netwerk pro Noordoost Brabant (NPO). In dit netwerk wordt samengewerkt op beleids-, maar ook op uitvoeringsterrein om bijvoorbeeld via gezamenlijke ESF- of andere projectsubsidies betere arbeidskansen te bieden aan leerlingen. Tussen het vso en pro is er momenteel al samenwerking in de organisatie van branchegerichte cursussen en trajecten voor jongeren die op school dreigen uit te vallen. Reguliere ondersteuning bij overstap van vo naar een andere school Voor de overstap van het v(s)o en deels pro naar vervolgonderwijs wordt de jongere geregistreerd in Intergrip. Dit wordt gemonitord en er wordt extra actie ondernomen als de jongere niet aankomt. Bij een tussentijdse overstap van mbo naar andere studie, blijft de jongere ingeschreven op de school van herkomst en wordt gevolgd totdat de jongere daadwerkelijk is aangekomen op de nieuwe opleiding.

Ook als daar een aantal maanden tussen zit i.v.m. startdatum nieuwe opleiding.

Loopbaanoriëntatie en -begeleiding op school Loopbaanoriëntatie/ontwikkeling en -begeleiding (lob) is een structureel onderdeel van het onderwijs en richt zich op het ontwikkelen van zelfinzicht, reflectieve vaardigheden en regie bij studenten. Niet alleen bij grote keuzes, maar juist ook in het zetten van kleine, bewuste stappen in hun leer- en loopbaanproces. Via een aanvullende begeleidingslijn – met gesprekken, praktijkopdrachten, stages en samenwerking met het werkveld zoals bedrijvendagen – worden studenten toegerust om bewuste keuzes te maken, regie te nemen en wendbaar deel te nemen aan een veranderende samenleving en arbeidsmarkt. 37

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Vanuit het Rijk is er tot en met 2027 aanvullende bekostiging voor versterking van lob11. Om jongeren goed voor te bereiden op hun toekomst, is het van belang dat scholen in hun lob-aanbod actief de verbinding leggen met de regionale Human Capital Agenda en de prioritaire sectoren. Dit vraagt om actuele arbeidsmarktinformatie die niet alleen beschikbaar is, maar ook actief wordt ingebracht in de netwerken rondom onderwijs en arbeidsmarkt. Zo ontstaat een gedeeld beeld van kansrijke richtingen en wordt loopbaanbegeleiding betekenisvol en toekomstgericht vormgegeven.

Ondersteuning vanuit de gemeente Reguliere ondersteuning door de doorstroompunten De doorstroomcoaches ondersteunen jongeren die voortijdig (zonder startkwalificatie) school gaan verlaten of dreigen te verlaten. Zij zoeken contact met deze jongeren en helpen om een plek in het onderwijs te vinden of om aan het werk te gaan. Dit doen zij via individuele coaching. Ze maken daarbij gebruik van tools en methoden om te onderzoeken wat iemand wil en kan. Indien nodig verwijzen zij door naar hulpverlening. Onze regio heeft vier doorstroompunten: - Doorstroompunt 073: ’s-Hertogenbosch - Regionaal Team Leerplicht: Sint-Michielsgestel, Vught, Boxtel - Regionaal Bureau Leerplicht Brabant Noord Oost: Bernheze, Boekel, Land van Cuijk, Maashorst, Meierijstad en Oss - Heusden Op hoofdlijnen hanteren zij dezelfde werkwijze. De doorstroompunten verschillen wel in hoeveel extra ondersteuning geboden kan worden. Zo heeft Doorstroompunt 073 een jobcoach en een jobfinder binnen het team. Ook zijn er verschillen in de contacten met het onderwijs. De organisatie van het sociaal domein is per gemeente verschillend georganiseerd (bijv. met wijkteams), dat heeft invloed op de integrale benadering.

Reguliere ondersteuning vanuit Werk en Inkomen Werk en Inkomen van de gemeente ondersteunt jongeren door het bieden van begeleiding naar werk of scholing of participatie. Een jongere moet zichzelf aanmelden. Meestal is dat voor het aanvragen van een bijstandsuitkering. De gemeente verstrekt in bepaalde gevallen ook een bijstandsuitkering, maar zet vooral in op activering naar school of werk. Als dat (nog) niet mogelijk is, wordt gekeken naar ontwikkeling via trajecten zoals leerwerkplaatsen of vrijwilligerswerk. Er wordt nauw samengewerkt met scholen, werkgevers en hulpinstanties om jongeren toekomstperspectief te bieden. Onze regio kent verschillen in het aanbod en in de capaciteit voor jongeren vanuit de afdelingen Werk en Inkomen. Bijvoorbeeld wel of geen trajecten voor nietuitkeringsgerechtigden (nug), wel of geen jongerenconsulenten. Alle gemeenten hebben een eigen werkwijze, regels en kaders. Met de wet Van School naar Duurzaam Werk wordt de rol van W&I belangrijker in de ondersteuning van jongeren. De geconstateerde verschillen zijn dan ook een belangrijk aandachtspunt voor het nieuwe programma.

38

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Reguliere ondersteuning vanuit jeugdhulp en jongerenwerk Een groot deel van de doelgroep van de Jongerenaanpak valt ook onder de doelgroep van jeugdhulp en jongerenwerk. Leerlingen kunnen naast speciale onderwijsbehoeften ook behoeften hebben aan andersoortige ondersteuning. Denk bijvoorbeeld aan psychische problemen of juist problemen thuis die een weerslag heeft op de leerling. Dit type ondersteuning valt onder de Jeugdwet en dat betekent dat de gemeente hiervoor verantwoordelijk voor is. Hoewel gemeenten verschillend georganiseerd zijn aangaande de toegang tot deze hulp, helpt de landelijke richtlijn voor stevige lokale teams - met een kwaliteitskader voor een sterke lokale samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp - om de ondersteuning in de toekomst nog beter en in samenhang met het eigen netwerk van de inwoner en integraler aan te pakken. Dit gebeurt in de regionale samenwerking Jeugd Noordoost Brabant. Het Regionaal Team Advies (RTA) streeft naar meer eenduidigheid en duidelijkheid in aanbod op scholen en kent verschillende projecten die toezien op de samenwerking met onderwijs, waar de jongerenaanpak en uiteraard ook de samenwerkingsverbanden aan meewerken.

De vraagstukken omtrent inclusiever onderwijs, aanpak en voorzieningen voor (dreigende) thuiszitters, het grijze gebied tussen onderwijs en jeugdhulp en jongeren in een kwetsbare positie die volwassen worden en middels het toekomstplan tijdig inspelen op alle leefgebieden (big 5 in de gemeentelijke 16-27 aanpak), worden in deze regionale projecten meegenomen.

Reguliere ondersteuning vanuit het sociaal domein Onder de term ‘sociaal domein’ wordt verstaan: alle activiteiten van gemeenten rond werk, participatie en zelfredzaamheid en zorg en jeugd (wetten: WMO, Participatiewet, Jeugdwet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, wet inburgering). Een aantal gemeenten hebben één beleid sociaal domein breed. In alle gemeente van onze regio wordt bij de ondersteuning van inwoners integraal gekeken naar de totale leefsituatie en samenhang tussen verschillende leefgebieden, zoals werk, inkomen, gezondheid, wonen en welzijn.

Reguliere ondersteuning door werk-ontwikkelbedrijven De werk-ontwikkelbedrijven hebben een uitvoeringsfunctie voor het aanbod van ontwikkeltrajecten vanuit de P-wet. Zij hebben (trajecten richting) werk voor mensen die daar extra ondersteuning bij nodig hebben. We hebben in onze regio 3 werk-ontwikkelbedrijven: - IBN: Bernheze, Boekel, Oss, Maashorst, een deel van Meierijstad en Land van Cuijk - WSD: Boxtel, Sint-Michielsgestel, Vught en een deel van Meierijstad - Weener XL: 's-Hertogenbosch De organisatie van de werk-ontwikkelbedrijven is verschillend (WSD en IBN zijn een gemeenschappelijke regeling, Weener XL is een afdeling binnen de gemeente). Alle werkontwikkelbedrijven in onze regio hebben speciale aandacht voor jongeren, bijvoorbeeld via jongerenconsulenten, trajecten speciaal voor jongeren of een apart jongerenlabel. De ondersteuning wordt ook geboden aan jongeren die niet uitkeringsgerechtigd zijn (of geen uitkering hebben aangevraagd).

39

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Ondersteuning vanuit het UWV Het UWV beoordeelt de aanvragen voor het doelgroepenregister, beschut werk, een Wajonguitkering (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en de WW-uitkering (Werkloosheidswet). Het UWV biedt begeleiding aan jongeren die voor 2015 Wajong hadden en arbeidsvermogen hebben. Heeft iemand Wajong vanaf 2015 en arbeidsvermogen dan biedt de gemeente begeleiding. Het UWV begeleidt jongeren met een WW-uitkering voor de duur van de uitkering. Daarna wordt iemand overgedragen naar de gemeente. Ondersteuning vanuit SBB SBB begeleidt zelf geen jongeren, maar zorgt voor de erkenning en begeleiding van leerbedrijven waar jongeren stage kunnen lopen of een leerbaan kunnen volgen. Ze zorgen ervoor dat deze plekken veilig zijn en goede begeleiding bieden.

40

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Bijlage 2: Regionale samenwerkingsafspraken Inleiding De begeleiding van jongeren van school naar werk is een gedeelde verantwoordelijkheid van verschillende netwerkpartners. Iedere partner – of het nu gaat om onderwijsinstellingen, gemeenten, jeugdzorg, UWV of werkgevers – heeft een eigen, wettelijke of maatschappelijke taak in dit proces. Het is essentieel dat deze rollen helder zijn en dat partners onderling goed weten wie waarvoor verantwoordelijk is en met wie er samenwerking gezocht kan/dient te worden. Dit geldt niet alleen voor de professionals, maar ook voor de jongeren zelf: zij moeten weten bij wie ze terecht kunnen in elke fase van hun traject. Tegelijkertijd zijn er in de praktijk grijze gebieden, met name rondom overstapmomenten. In deze schakelmomenten is het niet altijd duidelijk wie 'aan zet' is. Juist voor deze situaties is er binnen de regio een 'plus'-structuur ingericht: een aanvullende, verbindende aanpak die inspeelt op knelpunten/hiaten in de keten. De maatregelen uit het regionale programma sluiten hierbij aan of vullen deze aan. Daardoor krijgen jongeren ook in de lastige tussenfases passende ondersteuning. En daarmee investeren we in de samenwerking. Dit samenwerkingsdocument is een uitvoeringsnotitie bij het regionale programma Van School naar Duurzaam Werk.

Het beschrijft de samenwerkingsafspraken tussen de netwerkpartners, in het kader van de uitvoering van hun eigen taak en verantwoordelijkheid en de wettelijke opdracht om jongeren van school naar duurzaam werk te begeleiden. Vanuit de wet van school naar duurzaam werk krijgen scholen een aanvullende taak in de loopbaanbegeleiding van jongeren. En met een zogenoemde ‘dakpanconstructie’ zijn gemeenten al eerder, meer preventief, aan zet. Er is bewust sprake van overlappende taken en verantwoordelijkheden in elkaars domein. Des te belangrijker om hierover regionale “samenwerkafspraken” te maken. Enerzijds om te voorkomen dat jongeren door meerdere instanties voor hetzelfde benaderd worden, maar vooral om te voorkomen dat er geen of onvoldoende ondersteuning geboden wordt. Met deze afspraken bouwen we voort op de jongerenaanpak die afgelopen jaren al met alle partners is ontwikkeld. We zoeken elkaar gelukkig al vele jaren op in de begeleiding van jongeren. Blijf dit vooral doen!

41

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Leeswijzer In hoofdstuk 1 van deze samenwerkingsafspraken zoomen we in op loopbaanbegeleiding. Wat verstaan we onder de begeleiding dat elke jongere (uiteindelijk) zelf regie kan nemen over een leven lang ontwikkelen. Daarna staan we stil bij wat dit betekent voor jongeren met een ondersteuningsbehoefte. Wie kan wanneer extra ondersteuning bieden? Dit is achtereenvolgens beschreven vanuit de hoofdrolspelers: het onderwijs het doorstroompunt de Participatiewet zorg en het sociaal domein Je kunt het document per thema lezen. Op hoofdlijnen schetsen we de samenwerkingsafspraken, “wie doet wat? ” (wie kan ik bellen?). Daarbij hanteren we tevens het “no wrong door principe”. Dus ongeacht bij welke organisatie een jongere in beeld komt, diegene zorgt ervoor dat de jongere het juiste aanspreekpunt krijgt. Met elkaar vormen we een sluitende keten. Dit is een dynamisch document. Indien gaandeweg blijkt dat aanpassing nodig is voor ontbrekende of slimmere schakels, wordt dat aangepast en besproken in het tactisch overleg. We zullen deze samenwerkingsafspraken met elkaar monitoren en evalueren. Zo zorgen we ervoor dat we een goed functionerend netwerk blijven, die soepele overgangen voor elkaar krijgt passend bij de vraag van “onze” jongeren, wonend of schoolgaand in regio 36.

42

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Managementsamenvatting

1. Loopbaanbegeleiding als rode draad Bijna alle netwerkpartners bieden een vorm van loopbaanbegeleiding. We onderscheiden in onze regio verschillende vormen van loopbaanbegeleiding. Loopbaanbegeleiding: begeleiding of coaching die je helpt bij het nadenken over je werk, je toekomst en je persoonlijke ontwikkeling in je carrière. Of je nu net begint, vastzit in je werk, of iets totaal anders wilt gaan doen—loopbaanbegeleiding helpt je de juiste keuzes te maken. Onder andere werkgevers, doorstroomcoaches, participatiecoaches en jongerencoaches bieden in meer of mindere mate loopbaanbegeleiding. Voor scholen is loopbaanoriëntatie en -begeleiding (lob) een verplicht onderdeel in het curriculum (zowel in het voortgezet onderwijs als in het middelbaar beroepsonderwijs, mbo). Het doel van lob is om leerlingen of studenten te helpen bij het ontdekken van hun interesses, talenten en mogelijkheden, zodat ze bewuste keuzes kunnen maken voor hun ontwikkeling, studie en toekomstig beroep. Scholen hebben autonomie hoe zij dit vormgeven en leggen dit vast in hun eigen beleid. Het is van belang dat zij een goede basis voor hun leerlingen/studenten hierin leggen en meegeven met universele - en toekomstgerichte loopbaancompetenties. Ze worden soms wat anders genoemd, maar in de kern gaat het over het ontwikkelen van ‘reflectieve en sturingsvaardigheden’.

De wet van school naar duurzaam werk heeft voor een aantal onderwijssoorten lob uitgebreid tot maximaal 2 jaar na diplomering. Dit heet aanvullende loopbaanbegeleiding. In de praktijk wordt hiervoor ook nog de term “nazorg” gehanteerd. Het doel is jongeren zodanig toe te rusten dat zij zelfstandig, met voldoende vertrouwen en ondersteuning, hun plek vinden én behouden op de arbeidsmarkt of in vervolgonderwijs. 43

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Soms is er extra ondersteuning nodig, tijdens de opleiding of erna, meer nog dan de scholen zelf kunnen bieden. Daarbij komen andere professionals in beeld, zoals de doorstroomcoach of de participatieconsulent. Kortom, het gaat erom dat jongeren leren reflecteren op (levens)ervaringen om erachter te komen wat waarom wel of niet passend is, zichzelf beter leren kennen, succeservaringen opdoen en met vertrouwen de volgende stap te zetten. Een meer gemeenschappelijke taal tussen samenwerkingspartners op het gebied van loopbaanontwikkeling en begeleiding kan helpend zijn. De jongerenaanpak gaat dit komende programmaperiode (2026-2029) dan ook stimuleren.

44

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Managementsamenvatting

2. Onderwijs met aanvullende loopbaanbegeleiding 2.1 Uitgangspunten loopbaanbegeleiding Een werkgroep van de 3 mbo's, de netwerk coördinator pro- en de netwerk coördinator vso, heeft een gedeelde visie ontwikkeld op lob:

Leren is meer dan kwalificeren. De opdracht van school richt zich op de begeleiding van de ontwikkeling van de gehele mens en op de groei naar volwassenheid. Goed onderwijs omvat naast de kwalificatie voor het beroep van morgen ook een pedagogische opdracht: studenten begeleiden bij het worden van een volwassen burger die kansrijk, volwaardig en wendbaar kan deelnemen aan een dynamische – regionale – samenleving en arbeidsmarkt. Dit is een doorlopend proces in het kader van een leven lang ontwikkelen.

En afgesproken om daarbij de volgende uitgangspunten en kenmerken te hanteren: Een doorlopende begeleidingslijn met vaste contactpersonen, Maatwerk in begeleiding, afgestemd op begeleidingsbehoefte en stapsgewijs, Warme overdracht en actieve opvolging na diplomering, Ruimte voor eigenaarschap van de jongere; Gebaseerd op de loopbaancompetenties van Marinka Kuijpers1 Praktijkgericht en betekenisvol leren, in samenwerking met werkgevers en andere organisaties. Leren door reflectie en dialoog. 45

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Zo geven we gezamenlijk richting en kan elke school dit zelf in het schoolbeleid verwerken passend bij de aard, doelgroep en grootte van de school hoe dit het beste vorm gegeven en georganiseerd kan worden; bij welke functionarissen welke taken te beleggen. Het komt voor dat professionals met bepaalde rollen net een andere naam hebben, in dit document wordt uitgegaan van de meest gebruikte termen. De loopbaanbegeleiding is een doorlopend proces waarin jongeren zich blijven ontwikkelen. De begeleiding is erop gericht dat jongeren met loopbaancompetenties worden toegerust. De begeleiding moet persoonlijk zijn, op behoefte van de (ex) leerling/ student en kan bestaan uit begeleidingsgesprekken (telefonisch, fysiek of digitaal) met reflecterende vragen en daaropvolgende acties en afspraken. Gesprekken kunnen op school of bij de werkgever plaatsvinden. Daarnaast is er groepsaanbod mogelijk, bijvoorbeeld op het gebied van het formuleren van eigen ontwikkeldoelen, het maken van een SWOT-analyse (met sterke en zwakke punten) of sollicitatie en CV/porfolio training en trainingen op het gebied van communicatie en beroepshouding of werknemersvaardigheden. Of een soort intervisievorm waarin (werk en stage) ervaringen gedeeld worden met peer feedback. De werkgroep heeft een werkdocument opgeleverd. Deze is voor elke school beschikbaar.

2.2 Drie niveaus van aanvullende loopbaanbegeleiding De aanvullende loopbaanbegeleiding is wettelijk van toepassing voor het mbo tot een jaar na verlaten school, proactief voor alle studenten van entree en bol niveau 2 opleidingen. het pro (indien leerling geen vervolgopleiding gaat volgen) en vso (voor leerlingen met uitstroomroute arbeid) tot twee jaar na verlaten school. Regionaal hebben we besloten om ook aanvullende loopbaanbegeleiding te bieden aan studenten van bbl 2, mbo 3, mbo 4, hbo en wo. Dat kan op verzoek van de student en/of mentor/ begeleider. 46

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

In onze regio is een globale indeling opgesteld van de verschillende niveaus van (aanvullende) loopbaanbegeleiding. Deze indeling is bedoeld als hulpmiddel voor begeleiders om op systematische wijze passende begeleiding en ondersteuning te bieden. Niveau 1 (regulier/basistaak) Dit betreft de aanvullende loopbaanbegeleiding die binnen het primaire onderwijsproces door de onderwijsteams wordt aangeboden. Dit valt onder de wettelijke basistaak van het vo en mbo. Jongeren uit deze categorie hebben daar voldoende aan en zijn daarmee zelfredzaam genoeg voor de overstap. Zij hebben vrijwel geen behoefte aan extra ondersteuning. Voor studenten van het eerste niveau is de studieloopbaanbegeleider/coach verantwoordelijk voor de eventuele aanvullende loopbaanbegeleiding. Niveau 2 (medium) Als er in de aanvullende loopbaanbegeleiding iets meer inzet nodig is in de stap naar vervolgonderwijs of werk, pakt in de meeste gevallen een aparte functionaris in de school hiervoor de rol op. Niveau 3 (intensief) Voor de derde categorie worden externe organisaties betrokken, zoals verder in deze handreiking omschreven. Dit gaat om leerlingen en studenten die: een intensieve begeleidingsbehoefte hebben, waarbij meerdere persoonlijke, sociale of structurele factoren de overgang naar werk of vervolgonderwijs bemoeilijken.

Er is sprake van meervoudige problematiek, zoals mentale gezondheidsproblemen, psychosociale zorgen, instabiele thuis-/woonsituatie of financiële zorgen. Deze jongeren kenmerken zich als volgt: Missen fundamentele (loopbaan-)vaardigheden en kunnen niet zelfstandig solliciteren, netwerken of plannen maken. Hebben negatieve ervaringen in eerdere leer-/werkcontexten. Hebben geen ondersteunend netwerk en zijn vaak sociaal geïsoleerd. Hebben gecoördineerde begeleiding nodig vanuit onderwijs en externe instanties. Het doorstroompunt vormt daarvoor het eerste aanspreekpunt in Noordoost Brabant en zij vormt daarbij tevens een dakpanconstructie met Werk en Inkomen van de gemeenten. Per niveau zijn kenmerken, indicatoren en aanbevolen mogelijke acties geformuleerd. De werkdocumenten van de mbo's, pro en vso vormen een hulpmiddel om tot zorgvuldige afstemming en passende begeleiding te komen. Deze zijn per school beschikbaar. Het bepalen van de begeleidingsbehoefte is maatwerk en vraagt specifieke expertise van de begeleider en een goede relatie en samenwerking met de jongere en zijn netwerk. Voor pro en vso wordt actief aanvullende loopbaanbegeleiding geboden tot 2 jaar na uitstroom naar arbeid. Voor leerlingen met dagbesteding of vervolgonderwijs wordt op verzoek advies/nazorg geboden.

Bij de overstap naar een andere school wordt wel een warme overdracht verzorgd en gebruik gemaakt van het doorstroomdossier via Intergrip. Indien men zich zorgen maakt of de leerling (ondanks inschrijving) de overstap daadwerkelijk maakt, kan dit bij het uitstroomoverleg kenbaar worden gemaakt aan het doorstroompunt, zodat evt. overstap coaching kan worden ingezet. Meer over de rol van het doorstroompunt is te lezen in hoofdstuk 3. 47

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Gebruik maken van de geboden aanvullende loopbaanbegeleiding is op vrijwillige basis en wordt altijd persoonlijk aangeboden. Indien een pro- of vso-jongere daar aanvankelijk geen behoefte aan heeft, is de school wettelijk verplicht om na een jaar toch opnieuw de vraag stellen. Verschillende pro- en vso scholen bieden een gecombineerde entree opleiding, waarbij het mbo examineert. Deze leerlingen staan ingeschreven bij pro of vso school. In die situatie ligt dan de verantwoordelijkheid voor aanvullende loopbaanbegeleiding bij de pro resp. vso school. Indien een jongere is ingeschreven op het mbo, dan is die instelling verantwoordelijk (met uitzondering van examenkandidaten “extraneus”).

2.3 Uitstroomoverleg Elke (pro, vso en mbo) school initieert ten minste twee uitstroom overleggen met de doorstroompunten in het laatste schooljaar. Hierin worden in elk geval studenten besproken voor de aanvullende loopbaanbegeleiding (met loopbaanbegeleidingsbehoefte medium en intensief) en studenten waarover zorgen zijn m.b.t. de overstap naar de vervolgopleiding. Voor entree-opleidingen volstaat 1 uitstroomoverleg (gezien het traject van 9 maanden). Doorstroomcoaches werken nauw samen met (jongeren) participatieconsulenten en zullen hen indien nodig al betrekken of vragen aan te sluiten bij het (laatste) uitstroomoverleg. Dit zal vooral bij pro- en vso-scholen gebruikelijk zijn. Uiteraard allemaal AVG-proof met toestemming van de jongere en of ouders/verzorgers. Hierbij wordt door zowel mbo, pro als vso scholen gebruik gemaakt van een uniform overdrachtsdocument dat ontwikkeld wordt voor (en door) de regio.

48

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Managementsamenvatting

3. Doorstroompunt als eerste aanspreekpunt en vangnet Voor wie is het doorstroompunt? Met de nieuwe wetgeving van school naar duurzaam werk krijgt het doorstroompunt een bredere doelgroep: Jongeren tot 27 jaar zonder startkwalificatie Ook jongeren van het pro en vso vallen onder de definitie “geen startkwalificatie” Het doorstroompunt werkt outreachend en laagdrempelig. Er zijn geen sanctiemogelijkheden zoals bij leerplicht of een uitkering het geval is. De doorstroomcoach komt op school, houdt jongeren in beeld en vormt een vangnet. De doorstroompunten vervullen een makelfunctie door vraag en aanbod van talent, werk en scholing bij elkaar te brengen. Ze hebben daarnaast een schakelfunctie doordat ze verbindingen leggen tussen verschillende organisaties en trajecten, zodat doorstroom soepel verloopt. De doorstroomcoach blijft naast de jongere staan zolang die met individuele begeleiding de jongere kan helpen. Indien er meer nodig is, schakelt de doorstroomcoach andere partijen in (meer daarover in de volgende hoofdstukken). Het zoeken van een baan is een taak van jobfinders of jobhunters. Alle gemeenten hebben dit in hun reguliere dienstverlening via de accountmanagers georganiseerd. Voorkomen moet worden om bedrijven vanuit verschillende hoeken/ onnodig dubbelop te benaderen. Accountmanagers zijn er voor de verschillende branches.

Zij werken samen vanuit het Werkcentrum Noordoost-Brabant. En soms is er voor een jongere eerst rust nodig. Dan wordt dat ook vastgelegd (om te voorkomen dat verschillende professionals de druk opvoeren). 49

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Taken van het doorstroompunt: Preventief acteren bij verzuim van jongeren, ook als zij ouder zijn dan 18 jaar. Hiermee wordt eerder ondersteuning aangeboden dan de wettelijke taak. Het Doorstroompunt hanteert een integrale aanpak samen met onderwijs en ketenpartners zoals de GGD en de toegangen Jeugd om te doen wat nodig is om verzuim te voorkomen / aanwezigheid te stimuleren. Het doorstroompunt benadert jongeren van 18 tot 27 jaar (zonder startkwalificatie en schoolinschrijving) outreachend met een aanbod tot ondersteuning naar school en/of werk. Het doorstroompunt brengt de ondersteuningsbehoefte van jongeren van 23 tot 27 jaar (zonder starkwalificatie en schoolinschrijving) in beeld en biedt ondersteuning die daarbij past. In deze leeftijdscategorie hebben jongeren andere behoeften dan jongeren tot 23 jaar. De focus zal meer liggen op het zelfstandig wonen, zorg voor kinderen/gezin en economisch zelfstandig zijn. De begeleiding zal meer gericht zijn op de aansluiting naar werk dan terug naar onderwijs. Het doorstroompunt biedt begeleiding naar werk: jongeren helpen bij oriënteren, wat passend is, toekomstplan, solliciteren. Het benaderen van werkgevers blijft een taak van de gemeenten en niet van het doorstroompunt: de gemeente heeft een goede structuur/netwerk opgebouwd met bijv. de werkgeversaanpak van het werkcentrum en de werk-ontwikkelbedrijven.

Wanneer individuele begeleiding van het doorstroompunt niet voldoende is, wordt de gemeente betrokken. Het doorstroompunt is het 1e aanspreekpunt voor het onderwijs voor die studenten/leerlingen die meerdere belemmeringen ervaren bij de stap naar werk. Bij deze groep is samenwerking met de gemeente nodig om te kijken welke extra ondersteuning nodig/mogelijk is. Indien de jongere niet tot de doelgroep van het doorstroompunt hoort, verwijst deze door naar de gemeente. Scholen hebben de contactgegevens van de vier doorstroompunten in de regio en kunnen de trajectenkaart gebruiken. De functie overstapcoach wordt ondergebracht bij de doorstroompunten. In de praktijk schrijft een aantal jongeren zich wel in op het mbo, maar komt daar niet aan. Het mbo komt bij de start van het schooljaar niet in contact met de jongere en deze raakt buiten beeld. De school van waaruit de jongere de overstap maakt, kan al vroegtijdig de overstapcoach inzetten (vanuit de regionale jongerenaanpak). De overstapcoach bereidt al op het vo de jongere voor op de overgang naar het mbo, houdt ook tijdens de zomervakantie contact met de jongere en helpt bij de stap naar de nieuwe school.

Uitvallers die buiten de doelgroep van het doorstroompunt vallen (dus met startkwalificatie): de doorstroomcoach mag ze wel begeleiden (veelal in afstemming met gemeentelijke participatie afdeling), maar daarvoor moet wel het één en ander geregeld worden en afgesproken worden wat het doorstroompunt wel en niet mag vastleggen. Ook moet het doorstroompunt toegang tot gegevens krijgen om deze taak uit te kunnen oefenen.

50

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Indien het einde van de ww-uitkering in zicht komt van een jongere, die geen startkwalificatie heeft en nog onder de 23 jaar is (straks onder de 27 jaar), wordt deze proactief geïnformeerd door het UWV over de begeleiding die het doorstroompunt kan bieden. Alhoewel de uwv adviseur niet rechtstreeks verwijst, kan die wel samen met de jongere het contact leggen of contactgegevens van het betreffende doorstroompunt geven.

Voor de MBO's is het doorstroompunt ook het eerste aanspreekpunt indien na diplomering toch meer nodig is dan vanuit de aanvullende loopbaanbegeleiding door school zelf geboden kan worden, ondanks de startkwalificatie. Hiervoor is in Noordoost Brabant gekozen om het stelsel waar dat kan iets te vereenvoudigen. Dit maakt het voor scholen helder en waar mogelijk voor de jongere dezelfde professional indien tijdens de schoolloopbaan al sprake was van verzuim problematiek.

51

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Managementsamenvatting

4. Gemeentelijke begeleiding vanuit de Participatiewet 4.1 Werk & Inkomen vanuit de Participatiewet De afdeling Werk & Inkomen van gemeenten biedt inkomen (bijstand) en begeleiding om te participeren naar vermogen in de samenleving, met bij voorkeur een betaalde baan. De Participatiewet biedt hiervoor het kader, maar gemeenten kunnen zelf invulling geven aan de manier waarop begeleiding naar werk plaatsvindt. Dit verschilt dus per gemeente (als de reintegratie maar doelmatig is). De Participatiewet biedt instrumenten die gemeenten in kunnen zetten om mensen met een afstand naar werk te ondersteunen: Loonkosten subsidie (LKS), indien niet de normale arbeidsproductiviteit gehaald kan worden. De arbeidsproductiviteit wordt gemeten door een loonwaardemeting met een gevalideerd meetinstrument. Bij het inzetten van loonkostensubsidie kunnen werkgevers daarnaast gebruik maken van de no risk polis, hiermee wordt het ziekterisico afgedekt. Dit wordt uitgevoerd door het UWV. Er kan jobcoaching worden ingezet op de werkvloer, voor extra begeleiding. Er kan beschut werk worden georganiseerd. Hiervoor is een indicatie van het UWV nodig. Een van de criteria voor deze indicatie is dat er dusdanig veel begeleiding nodig is dat dat niet van een reguliere werkgever verwacht mag worden.

Er kan gespecialiseerd (mbo) onderwijs nodig zijn met ESB-financiering indien er sprake is van “ernstige scholingsbelemmeringen”, vanaf 18 jaar. Hiervoor is ook een indicatie van het UWV nodig. Maar voorafgaand daaraan moet de gemeente vanuit de Participatiewet toestemming geven voor het doen van die aanvraag indien een jongere aan bepaalde criteria voldoet (Indicatie ernstige scholingsbelemmeringen | UWV)).

52

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Indien het einde van de ww-uitkering in zicht komt van een jongere, die geen startkwalificatie heeft en nog onder de 23 jaar is (straks onder de 27 jaar), wordt deze proactief geïnformeerd door het UWV over de begeleiding die het doorstroompunt kan bieden. Alhoewel de uwv adviseur niet rechtstreeks verwijst, kan die wel samen met de jongere het contact leggen of contactgegevens van het betreffende doorstroompunt geven. Er kunnen via het UWV, werkplekaanpassingen worden aangevraagd. Er zijn ongeveer 50 accountmanagers in de regio actief (en verbonden met het Werkcentrum vanuit de tien gemeenten, de drie werk-ontwikkelbedrijven en het UWV in Noordoost-Brabant) om de contacten met de bedrijven te onderhouden en hen te informeren over en te ondersteunen met al deze instrumenten. Het bieden van werkontwikkelingstrajecten en werkplekken wordt o.a. uitgevoerd door de werk-ontwikkelbedrijven. In Noordoost-Brabant werken gemeenten hierop samen op basis van de modelverordening van de VNG. Elke gemeenteraad stelt de eigen re-integratie verordening vast. Daarnaast zijn er beleidsregels voor meer specifieke uitwerking. In de basis is dus overal dienstverlening van doelgroepenregister t/m plaatsing met LKS.

Voor “niet uitkeringsgerechtigden” (NUG) is er in de regio een afgestemd NUG-beleid om voor deze doelgroep ook op een verantwoorde manier re-integratie mogelijk te maken, zo ook voor jongeren. Zij hebben vaak geen recht op bijstand omdat ze bijv. nog te jong zijn, thuiswonend of een partner hebben met inkomen of spaargeld hebben. Vanuit NUG-beleid kan gebruik worden gemaakt van de basisdienstverlening vanuit gemeentelijke participatie, maar het productenaanbod hiervan verschilt dus per gemeente. Gemeenten kunnen vanuit de Wet van school naar duurzaam werk ook doorstroompunten mandateren jongeren met startkwalificatie te begeleiden in plaats van uit het NUG-beleid. Dit vraagt maatwerk en zal per jongere bekeken moeten worden. De gemeente komt dus in beeld voor jongeren bij ondersteuning naar werk, indien: hierbij meer nodig is dan school en het Doorstroompunt kunnen bieden (of de verwachting dat dit langer dan een jaar nodig is), of er specifieke expertise of instrumenten nodig zijn. In het gemeentelijk domein wordt gesproken over ‘begeleiding’ waar we in bovengenoemde domeinen nog spreken van loopbaanbegeleiding. Overkoepelend wordt gesproken over een “leven lang ontwikkelen” (LLO). Kijkend naar de wet van school naar duurzaam werk, zijn gemeenten voor wat betreft de exleerlingen van pro en vso al gewend om - indien nodig - dienstverlening te bieden.

Zij kunnen immers (vereenvoudigd) in het doelgroepenregister komen met aanvraag van de indicatie banenafspraak (zie: https://www.uwv.nl/nl/vervolgpagina/indicatie-banenafspraak-vsopro? friendlyurl=/indicatie-banenafspraak-vsopro). Voor wat betreft voormalig mbo-ers is dat minder vanzelfsprekend, alhoewel daar uiteraard ook sprake kan zijn van een ondersteuningsbehoefte. Indien er sprake is van opname in doelgroepenregister, is benodigde inzet vanuit gemeenten meer vanzelfsprekend. Daarom wordt de indicatie banenafspraak aanbevolen voor alle 53

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

leerlingen vanuit pro en vso, ook indien ze uitstroomprofiel onderwijs hebben (zie: Indicatie Banenafspraak - Noordoost Brabant Werkt ). Want als mbo toch niet haalbaar blijkt, kan de jongere aanspraak maken op gemeentelijke dienstverlening. Indien een jongere niet in het doelgroepenregister staat, is het doorstroompunt voorliggend aan zet om betreffende begeleiding in de overstap te bieden. Ook als dit gericht is op werk. Hiervoor is het van belang dat doorstroomcoaches en participatie consulenten elkaars expertise goed kennen en tijdig met elkaar schakelen. Vanuit het regionale programma wordt daarom ook ingezet op deskundigheidsbevordering van professionals en hun onderlinge verbinding (zie hoofdstuk 6). Vanuit de Wet van school naar duurzaam werk wordt overkoepelend over “NEET” jongeren gesproken: “not in education, employment or training”. Deze groep is heel divers (wel en niet kwetsbaar, want enerzijds bijvoorbeeld tussen 2 opleidingen in en anderzijds belast met bijvoorbeeld mantelzorg of kampen met een chronische ziekte) en overlapt deels met de ‘nuggers’ en deels met de voortijdig schoolverlaters, want meer dan de helft heeft geen startkwalificatie.

Een groot deel van de NEET jongeren (bijna 60%) is echter ook niet beschikbaar voor werk (om verschillende redenen zoals arbeidsongeschikt of zorg voor het gezin) en zal daarom ook geen gebruik willen en kunnen maken van bovengenoemde gemeentelijke dienstverlening. Het andere deel wordt dus bediend door doorstroompunten en gemeenten in hun onderlinge samenwerking.

4.2 Werk-ontwikkelbedrijven De werk-ontwikkelbedrijven hebben een uitvoeringsfunctie voor het aanbod van ontwikkeltrajecten vanuit de Participatiewet. Zij hebben (trajecten richting) werk voor mensen die daar extra ondersteuning bij nodig hebben. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet en de daar bijbehorende middelen. De inzet van trajecten wordt bepaald door gemeentelijke consulenten. Alle werk-ontwikkelbedrijven in onze regio hebben speciale aandacht voor jongeren, bijvoorbeeld via begeleiders en trajecten speciaal voor jongeren en een apart jongerenlabel. De ondersteuning wordt in veel gevallen ook geboden aan jongeren die niet uitkeringsgerechtigd (NUG) zijn (of geen uitkering hebben aangevraagd). In opdracht van scholen kunnen de werk-ontwikkelbedrijven maatwerk voor jongeren bieden. Bijvoorbeeld in de vorm van (groeps)stages of jobcoaching waarbij extra begeleiding nodig is en uitval voorkomen kan worden. Het inzetten van deze preventieve (groeps)trajecten valt in een grijs gebied. Indien er geen voorliggende financiering mogelijk is, kan een leer-werktraject aangevraagd worden (zie hoofdstuk 5.5).

54

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Managementsamenvatting

5. Begeleiding vanuit het sociaal domein 5.1 Het sociaal domein Een grote groep jongeren heeft te maken met ondersteuningsbehoeften op meerdere levensgebieden die niet los van elkaar gezien kunnen worden. Dit vraagt des te meer om samenwerking en maatwerk passend bij deze ondersteuningsbehoeften. Onder ‘sociaal domein’ wordt verstaan: alle activiteiten van gemeenten rond werk, participatie en zelfredzaamheid en zorg en jeugd (wetten: Wmo, Participatiewet, Jeugdwet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Wet inburgering). Een aantal gemeenten heeft een beleid sociaal domein breed, anderen meer gefragmenteerd. Er wordt steeds vaker gewerkt met een toekomstplan voor de overgang naar volwassenheid, met aandacht voor onderwijs, werk, wonen, financiën en welzijn. Het plan, opgesteld met begeleiding van een coach of mentor, helpt de jongere bij het nemen van eigen regie en het realiseren van doelen op diverse levensgebieden. Daaronder valt dus ook aandacht voor school en/of werk en inkomen. Vooralsnog ligt de prioriteit bij jongeren in/uit (jeugdhulp)verblijf met de Gecertificeerde Instellingen. In de toekomst zijn gemeenten met de 16-27 aanpak voornemens een bredere groep kwetsbare jongeren te ondersteunen met toekomstplannen.

5.2 Ondersteuningsstructuur vanuit school Elke school heeft een eigen ondersteuningsstructuur. Doorgaans bestaat de structuur op het vo uit een zorg/ondersteuningscoördinator van de school, de GGD, leerplicht en een aansluitfunctionaris vanuit de gemeente/het wijkteam. Deze personen komen idealiter periodiek bij elkaar in het zorgadviesteam (ZAT). In elke gemeente zijn hier afspraken over gemaakt. Soms komen externen op afroep in zo'n casusoverleg. 55

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Als een leerling extra begeleiding nodig heeft i.h.k.v. passend onderwijs, brengt de school eerst de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte in beeld. Daarna bekijkt het ondersteuningsteam van de school hoe dat in de eigen school georganiseerd kan worden. Voor advies of expertise kan het vo het samenwerkingsverband betrekken. Het mbo kent een ondersteuningsstructuur met eigen ondersteuningsspecialisten of trajectbegeleiders en in meer of mindere mate ook andere expertises (afhankelijk van de grootte van de school, vaak ook schoolmaatschappelijk werk). Zij maken indien nodig voor een student een plan van aanpak i.h.k.v. passend onderwijs. Ook kunnen zij opschalen naar externe professionals, zoals van gemeenten.

5.3 Ondersteuningsstructuur vanuit gemeente Er kan ook andersoortige ondersteuning nodig zijn, zoals bij psychische problemen of juist problemen thuis die een weerslag heeft op de leerling. Dit type ondersteuning valt onder de Jeugdwet en dat betekent dat de gemeente hiervoor verantwoordelijk is. De gemeente onderzoekt samen met de leerling, ouders en school wat de ondersteuningsbehoefte van de leerling is en schakelt hier indien nodig extra ondersteuning voor in. Dit gebeurt op leerling niveau en is dus altijd maatwerk. Dit betekent dat jongeren met eenzelfde ondersteuningsbehoefte toch een verschillend ondersteuningsaanbod krijgen binnen de school of de klas. Daarnaast hebben gemeenten afspraken met scholen op het gebied van veiligheid en bieden ze ondersteuning zoals in de vorm van financiële spreekuren voor jongeren via sociale raadslieden of welzijnsorganisaties op mbo scholen.

5.4 Multidisciplinair overleg bij een “grijs gebied” Indien nodig kan opgeschaald worden naar een gemeentelijk multidisciplinair overleg (MDO/casusoverleg) om tot maatwerk te komen. Op het mbo heb je daarvoor ondersteuningsspecialisten die doorstroompunten en/of gemeenten kunnen inschakelen.

56

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

De ervaring leert dat in de meeste gevallen duidelijk is waar het zwaartepunt ligt, wie verantwoordelijk is/ zijn, en er in goed overleg een passende oplossing kan worden gevonden. Maar er kan ook sprake zijn van een ‘grijs gebied’. Er is soms overlap tussen de (financiële) verantwoordelijkheden van de netwerkpartners of het is niet duidelijk wie de verantwoordelijkheid kan nemen en dan mist er een sluitende ketenaanpak. Alle gemeenten in onze regio hebben hier een bestaande tafel voor met een werkwijze om tot maatwerk te komen. Indien nodig kunnen we vanuit team jongerenaanpak meedenken wie hierbij uitgenodigd kunnen worden. Voor de afweging in het casusoverleg wie de begeleiding gaat opnemen, kunnen de volgende vragen richting geven: Is de verwachting wel of niet langdurig en heeft zorg/ hulpverlening eerst aandacht nodig? Kan dagritme/ structuur en van betekenis zijn juist helpen bij de mentale gezondheid? Kan een gecombineerd traject (zoals IPS met ggz zorg) uitkomst bieden? Dit kan vooraf niet vastgelegd worden. Daarom is het van belang om tijdig integraal, vanuit verschillende perspectieven, te bespreken hoe aan te sluiten op de begeleidingsbehoefte en om een passend aanspreekpunt vast te leggen. De ervaring leert dat het vaak duidelijk wordt waar het zwaartepunt ligt en er een oplossing wordt gevonden.

Als dat niet zo is, wordt opgeschaald naar beleidsniveau om tot een oplossing te komen. Als er geen reguliere oplossing wordt gevonden of het duurt te lang kan er een maatwerkbudget worden aangevraagd bij de regionale jongerenaanpak. Van belang is dat school niet invult welke ondersteuning/hulp (traject of aanbieder) nodig is, maar aangeeft WAT de vraag is en dat er een ondersteuningsbehoefte is. Het is aan betreffende woongemeente om het HOE in te vullen. Dit vraagt dus tijdige bespreking met elkaar.

5.5 Maatwerkbudget Als er echter geen reguliere oplossing wordt gevonden of processen daarvoor duren te lang om voortijdig schoolverlaten te voorkomen of de stap naar werk te maken/ te behouden, kan er tenslotte een maatwerkbudget worden aangevraagd bij de regionale jongerenaanpak. Voor vo- en mbo-scholen kan het interventiebudget worden aangevraagd voor leerlingen/ studenten om vsv te voorkomen. Meer informatie hierover is te vinden op Infomatieinterventiebudget-regio-36-schooljaar-2024-2025.pdf. Daarnaast kunnen door de jongerenaanpak, indien er sprake is van een grijs gebied, leerwerktrajecten worden bekostigd voor jongeren bij een (op)stap naar duurzaam werk. Zo kan er altijd een passende oplossing worden gerealiseerd.

57

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Managementsamenvatting

6. Dienstverlening vanuit de regionale plus/ regionale Jongerenaanpak 6.1 Faciliteren samenwerking Elkaar kennen is de basis om goed samen te werken, de juiste professional op tijd te betrekken en vertrouwen te krijgen in elkaars werkwijze. Zo kun je jongeren (en hun ouders) beter begeleiden op de overgangen. Door uitwisseling van ervaringen en het samen bespreken van vraagstukken vanuit die verschillende disciplines en evaluaties van projecten of dienstverlening, geeft het operationele overleg input om hiaten te signaleren en oplossingen aan te dragen en samenwerkafspraken te verbeteren. Dit gebeurt twee keer per jaar in de subregio, inclusief casuïstiek bespreking en twee keer per jaar is er een gezamenlijke themasessie met ruimte om te netwerken. Alle partners kunnen agendapunten aandragen. Daarnaast faciliteren we dit uitvoerende netwerk met een actueel (afgeschermd) smoelenboek op website van NOBW om snel contactgegevens van de juiste partner te kunnen vinden en een groepsapp om snel antwoord op je vragen te krijgen om voor elke jongere weer een stap dichter bij die passende plek te komen. Elke nieuwe medewerker krijgt een introductie aangeboden om het Noordoost Brabant werkt verband van de jongerenaanpak toe te lichten. Iedereen kan met alle vragen bij jongerenaanpak@noordoostbrabantwerkt.nl terecht.

Naast het faciliteren van de samenwerking binnen de regio, heeft de jongerenaanpak ook een verbindende rol t.o.v. omliggende regio's. Indien professionals vastlopen met een jongere die bijv. schoolgaand is in regio 36, maar woonachtig daar buiten (of andersom) en daarvoor niet de juiste professional kunnen bereiken, dan kan de jongerenaanpak daarbij helpen via haar netwerk. 58

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

6.2 Deskundigheidsbevordering We investeren we in deskundigheidsbevordering van de uitvoerende professionals die jongeren begeleiden bij scholen, doorstroompunten, gemeenten, werk-ontwikkelbedrijven en het werkcentrum Noordoost Brabant. Tevens bevordert het verbinden en elkaar leren kennen de samenwerking in de regio. Voor het vormgeven van de inhoud van de sessie vragen we expertise van onze partners en externe partijen. Jaarlijks wordt bij de operationele overleggen de behoefte bepaald. Het is van meerwaarde om leergangen of workshops in gemixte samenstelling te organiseren (t.o.v. reguliere interne deskundigheidsbevordering die tot de eigen verantwoordelijkheid van elke organisatie behoort). Dat is de plus waarin de jongerenaanpak voorziet. Uiteraard kan het ook vanuit tactisch overleg worden aangedragen, omdat bepaalde keuzes van invloed zijn op de dagelijkse praktijk waar professionals in meegenomen kunnen worden. Indien er behoefte is aan intervisie in gemixte samenstelling, kan dat ook worden gefaciliteerd.

6.3 Ondersteuning van studenten bij “niet schoolse” vragen Er zijn allerlei situaties waarbij het voor studenten lastig is om school te kunnen volgen en die een risico vormen voor voortijdig schooluitval. Denk bijvoorbeeld aan financiële problemen, het niet hebben van kinderopvang, huisvesting, eenzaamheid. Elke gemeente heeft voorzieningen om hierbij te ondersteunen, maar in de praktijk is de stap om hulp te vragen bij de gemeente voor de mbo-student erg groot. Het gaat om jongeren met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt en/of geen groot eigen sociaal netwerk. Daardoor zijn ze niet zelfredzaam genoeg om zelf op zoek te gaan naar antwoorden op hun vraag. En er is vaak sprake van meervoudige problematiek. Daarom is het effectief om de ondersteuning laagdrempelig en toegankelijk op school aan te bieden. Dit gebeurt door de inzet van de onderwijsmakelaars. Dit is een samenwerking tussen het onderwijs en gemeenten (doorstroompunt). De onderwijsmakelaren zijn een aanspreekpunt voor de leerling op school en ondersteunen bij het zoeken en aanvragen van voorliggende voorzieningen.

6.4 Preventief acteren bij verzuim van jongeren, ook als zij ouder zijn dan 18 jaar We hebben in onze regio al enkele jaren de afspraak dat het doorstroompunt preventief acteert bij verzuim bij jongeren, ook als zij ouder zijn dan 18 jaar. Hiermee wordt eerder ondersteuning aangeboden dan de wettelijke taak (na melding vanuit school). Dit draagt bij aan het doel om VSV te voorkomen. Het doorstroompunt hanteert een integrale aanpak samen met onderwijs en ketenpartners zoals de GGD en de toegangen Jeugd om te doen wat nodig is om verzuim te voorkomen en is daarvoor aanwezig op school.

59

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

6.5 Regionale jobcoaches voor jongeren Voor jongeren in het uitstroomjaar in het onderwijs met de stap naar werk op komst, maar waar school een intensievere begeleidingsvraag heeft dan dat zij kunnen bieden én waar de gemeente nog niet aan zet is (volgens de huidige wetgeving) kan de regionale jongerenaanpak de plus inzetten om al in deze periode jobcoaching in de zetten. Jobcoaching kan dan al ten tijde van de eindstage/leerbaan ingezet worden. Daar waar de netwerkpartners voorliggend al aanbod hebben, zullen de regionale jobcoaches daarnaar toe verwijzen. Daar waar dit niet is, pakken zij de begeleiding zelf op. Deze kan intensief voor gedurende ongeveer een half jaar geboden worden. Vooral het mbo en pro hebben de afgelopen jaren jongeren hiervoor aangemeld. Een warme overdracht en het opbouwen van een vangnet is tevens een taak die deze jobcoaches oppakken.

6.6 Regionale loopbaanadviseur voor jongeren In samenwerking met het Werkcentrum Noordoost Brabant hebben wij sinds een aantal jaar specifiek voor de inzet van een loopbaanadviseur met expertise jongeren gekozen. Jongeren kunnen zichzelf hiervoor aanmelden via Jong! | Werkcentrum Noordoost-Brabant, maar ook onze netwerkpartners weten de weg hiernaar toe voor hun jongeren te vinden. Deze loopbaanadviseur is bekend met diverse achtergronden en vraagstukken van jongeren. Kan specifieke loopbaan-instrumenten in het traject inzetten én in bekend met de regionale netwerkpartners rondom jongeren. De samenwerking en/of overdracht wordt dan ook waar gewenst onderling opgezocht.

6.7 Ondersteuning vanuit het Werkcentrum Jongeren vragen hebben over werk of over hun loopbaan, maar niet goed weten waar ze daarvoor terecht kunnen, kunnen zich melden bij het Werkcentrum NOBW. Jong! | Werkcentrum Noordoost-Brabant. Via de gids worden zij begeleidt naar de voorliggende voorziening binnen de eigen gemeente zoals het doorstroompunt, het UWV, de regionale jobcoach of regionale loopbaanadviseur. Alle jongeren, met diverse opleidingsachtergronden (van geen startkwalificatie tot aan hbo of wo opgeleid) kunnen hier terecht voor vragen en/of loopbaanadvies. 60

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Managementsamenvatting

7. Uitgangspunten in de begeleiding van jongeren Een professional laat de jongere pas los als iemand anders de begeleiding heeft overgenomen. School blijft verantwoordelijk tijdens inschrijving en tot 1 (mbo) of 2 (pro en vso) jaar erna, tenzij doorstroomcoach of participatieconsulent of andere gemeentelijke begeleider het heeft overgenomen. Dit wordt afgestemd in het door school geïnitieerde (uitstroom)overleg en vastgelegd in het overgangsdocument. Indien er sprake is van voortijdig schoolverlaten (VSV) is het doorstroompunt het eerste aanspreekpunt. Indien inkomensondersteuning nodig, dan afdeling Werk & Inkomen. Als er begeleiding wordt geboden o.b.v. doelgroepenregistratie, is de participatieconsulent het aanspreekpunt. Zo lang de doorstroomcoach met individuele begeleiding zelf kan helpen/ bijdragen, blijft het doorstroompunt aan zet. Indien meer nodig is (zwaartepunt zorg en langdurige ondersteuning nodig is), dan vraagt het maatwerk en wordt in een multidisciplinair overleg (MDO) besloten wie aanspreekpunt wordt. Indien er sprake is van multi-problematiek, zal er vanuit het sociaal domein van de gemeente een regisseur worden benoemd. Deze brengt betrokkenen bij elkaar en organiseert eventuele doorbraken.

Hiervoor zijn de doorstroomcoaches gekoppeld aan de integrale sociale (wijk)teams/ toegangsafdelingen/ multidisciplinaire overleggen (MDO's) van gemeenten om indien nodig te verwijzen of bespreken. Alle in deze notitie omschreven instanties zorgen voor vaste contactpersonen om overgangen zo soepel mogelijk te laten verlopen. Daarbij is het van belang dat een jongere niet telkens opnieuw hoeft te beginnen met zijn verhaal en duidelijk is wie aanspreekpunt is. Alle begeleiders houden rekening met wat jongeren zelf belangrijk vinden. Lees hier de 10 belangrijkste punten. Met een jongere wordt bekeken of er iemand uit het eigen netwerk is die blijvend van steun kan zijn voor de jongere (mogelijk een JIM “jouw ingebrachte mentor”).

61

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Bijlage 3: Regio in cijfers Voor een algemeen beeld is het wellicht interessant om te weten dat er ca. 93.000 jongeren in onze regio wonen. Ca. 56 % van hen gaat naar school. Ca. 37 % is aan het werk. Ca. 7 % gaat niet naar school en heeft geen werk. Cijfers Voortijdig School Verlaters (VSV) Elk jaar stoppen ca 1000 leerlingen in onze regio voortijdig met school, dus zonder het behalen van een startkwalificatie. De landelijke VSV-cijfers laten de afgelopen 10 jaar – sinds er volop aandacht is voor het probleem – een forse daling zien. In de laatste jaren is er echter geen daling meer, maar een stijging. De uitval in onze regio volgt de landelijke trend, maar ligt de laatste jaren steeds onder het Nederlands gemiddelde.

Schooljaar

VSV Landelijk

VSV in onze regio

2010 - 2011

4,3%

3,2%

2020 - 2021

1,88%

1.66%

836 jongeren

2021 - 2022

2,37%

2,1%

1037 jongeren

2,14%

1005 jongeren 83 % hiervan zit op mbo 834 jongeren) 17 % hiervan zit op het vo en vavo (171 jongeren)

2,01%

973 jongeren 76% hiervan zit op mbo (743 jongeren) 24% hiervan zit op vo en vavo (230 jongeren

2022 - 2023

2023 - 2024

2,38%

2,29%

De uitvallers komen met name van het mbo Entree en niveau 2. Ca. 30 % van deze uitvallers woont buiten onze regio. Scholen hebben dus te maken met relatief veel andere gemeenten/doorstroompunten. Het aantal VSV-ers dat na 1 jaar nog steeds thuis zit ligt in onze regio op 41 %. Jongeren op het pro en vso Jongeren op het pro en vso krijgen specialistische ondersteuning op school. In onze regio volgen ca 1500 jongeren vso7 en ca 1200 jongeren pro8. Oud-leerlingen uit het pro en vso hebben in meer of mindere mate ondersteuning nodig om aan het werk te blijven. Zonder deze aanvullende loopbaanbegeleiding, ook wel nazorg, is het risico op uitval van voormalige pro- en vso-leerlingen groot.

62

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Jongeren die niet op school zitten en niet aan het werk zijn (NEET9) In onze regio zijn 6330 jongeren tussen de 16 en 27 jaar niet aan het werk en gaan niet naar school. Meer dan de helft van deze jongeren heeft geen startkwalificatie.

Verdeling NEET op leeftijd 15 - 18 jaar

200 jongeren

18 - 23 jaar

2940 jongeren

23 - 27 jaar

3190 jongeren

Iets minder dan de helft van de NEET-jongeren is in beeld bij UWV of Werk en Inkomen van de gemeente in verband met een uitkering. In 2023 ontvingen in onze regio 1192 jongeren10 onder de 27 jaar een WW-uitkering, waarvan (zover geregistreerd) 15% zonder startkwalificatie. Ca. 1800 jongeren11 ontvingen kortere of langere tijd een bijstandsuitkering en ca. 950 jongeren ontvingen kortere of langer tijd een bijstandsuitkering naast een parttime dienstverband. Let wel, niet iedereen die niet (fulltime) aan het werk is, is ook daadwerkelijk beschikbaar voor werk. Bijvoorbeeld in verband met arbeidsongeschiktheid, zorg voor kinderen, etc.

63

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Bijlage 4: Uitwerking van de maatregelen 1. Extra inzet door de doorstroompunten op schoolaanwezigheid Inhoud van de maatregel Deze maatregel richt zich op het versterken van het schoolaanwezigheidsbeleid binnen het onderwijs. We streven ernaar dat scholen en leerplichtambtenaren/doorstroomcoaches eerder en structureler met elkaar in contact zijn. Met als doel vroegtijdige interventies in te zetten om verder verzuim te voorkomen. De focus is op aanwezigheid, naar school blijven komen, in plaats van afwezigheid en daarmee uitval te voorkomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan voorlichtingen, spreekuren op school, triage-aanpak, opstellen en monitoren van nieuw aanwezigheidsbeleid op scholen, participeren in stuurgroepen en werkgroepen rondom aanwezigheidsbeleid. De uitvoerder(s) van de maatregel De maatregel wordt uitgevoerd door de onderwijsstellingen, leerplicht en de doorstroompunten. De maatregel is gericht op jongeren die: in onze regio wonen en/of naar school gaan en risico lopen om voortijdig school te verlaten. Relatie tussen de regionale analyse en de maatregel De regionale analyse toont aan dat de uitval met name mbo 2 hoger is dan in de benchmarkt en dat meer VSV’ers dan in de benchmarkt na één jaar nog VSV’er zijn.

Doorstroompunten die inzetten op het vroegtijdig signaleren en oppakken van verzuim en het onderhouden van korte lijnen met onderwijs en ketenpartners, blijken effectief in het terugleiden van jongeren naar school. Vanuit de regionale analyse is het VSV-percentage op niveau 3 en 4 laag. We zien echter in de praktijk dat het absolute aantal VSV’ers op niveau 3 en 4 te hoog is. Om het absolute aantal VSV’ers in onze regio te verminderen, vinden we het belangrijk om deze maatregel in te zetten voor het hele mbo. Beoogd maatschappelijk effect van de maatregel Jongeren met beginnend schoolverzuim, motivatieproblemen of psychosociale belemmeringen bevinden zich vaak in een kwetsbare positie. Tijdige interventie vermindert voortijdig schooluitval, verhoogt de kans op duurzaam werk en versterkt de zelfredzaamheid van jongeren. Doorstroomcoaches kunnen deze jongeren vroegtijdig identificeren en begeleiden, waardoor de kans op succesvolle (her)instroom in onderwijs of werk toeneemt. Omdat niet altijd aantoonbaar is dat de interventie heeft geleid tot het voorkomen van VSV, wordt aan de jongere gevraagd wat heeft geleid tot de keuze die uiteindelijk wordt gemaakt. Focus op aanwezigheid van jongeren met een groot risico op het niet volgen van onderwijs of het niet hebben van werk voorkomt afglijden naar afwezigheid. Uit het onderzoek12 blijkt dat deze focus effectief is.

De effectiviteit wordt gemeten aan de hand van: de VSV-cijfers en het aantal jongeren dat een jaar na uitval een schoolinschrijving of werk heeft.

64

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Waarom is de maatregel aanvullend op de reguliere taken van onderwijsinstellingen en gemeenten? School heeft de wettelijke taak om actie te ondernemen om verzuim te stoppen. Als dat niet het gewenste effect heeft of omdat er meer ondersteuning nodig is, meldt school preventief (minder dan 16 uur) het verzuim bij leerplicht of het Doorstroompunt (afhankelijk van de leeftijd van de jongere). Leerplicht of het Doorstroompunt neemt op basis van een signaal van school, ouders of de jongere zelf contact op met de jongere om te vragen of er iets nodig is. Zij voeren gesprekken met jongeren, werken samen met mentoren, ouders en hulpverleners, en stellen een plan van aanpak op om de jongere duurzaam te begeleiden richting blijven volgen van onderwijs of naar werk. De inzet van het doorstroompunt en leerplicht gaat verder dan deze basistaken zoals het wettelijk verzuim en het onderscheid tussen verzuim 18- en 18+. De doorstroomcoaches worden extra ingezet om vroegtijdig signalen van verzuim, motivatieproblemen of persoonlijke omstandigheden die schooluitval kunnen veroorzaken, te herkennen. Scholen melden verzuim (ook jongeren ouder dan 18 jaar) bij het Doorstroompunt. Onderwijs heeft een wettelijke meldingsplicht bij 16 uur ongeoorloofde afwezigheid binnen 4 lesweken voor jongeren onder de 18 jaar.

Daarnaast geldt een meldingsplicht van 4 weken onafgebroken ongeoorloofde afwezigheid bij jongeren van 18 – 23 jaar. Met deze maatregel wordt leerplicht en doorstroompunt eerder ingezet dan wettelijk verplicht. 2. Inzet meetinstrumenten voor tijdig signaleren van risico op VSV op het mbo Inhoud van de maatregel Scholen kunnen gebruik maken van een gestructureerde aanpak om jongeren in beeld te brengen die risico lopen op VSV. Bijvoorbeeld door gebruik van data-analyse op basis van een terugkerende, laagdrempelige, korte vragenlijst voor jongeren over de mentale gezondheid en ervaring op school om te signaleren of interventie nodig is. Het gaat daarbij om het gebruik van leading indicatoren (wat de student in het hier en nu zelf aangeeft) in samenwerking met lagging indicatoren (dat wat in de systemen staat). Juist dát samenspel is belangrijk! Een voorbeeld van zo'n instrument is “GRIP op VSV”. Doel is om diepere inzichten in verzuim, studievoortgang, gedrag en gevoelens te krijgen, patronen te herkennen en eerder in te kunnen grijpen, nog voordat slechte resultaten of het verzuim zichtbaar wordt. Niet pas na een paar onvoldoendes, maar juist preventief, door beter te begrijpen wat studenten nodig hebben om gemotiveerd en betrokken te blijven bij hun opleiding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=3b76c459-cddf-4808-9cfa-0664f15b414d