CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - RSA0127_NOBW-Regionaal-plan-Jongerenaanpak

Raadsinformatiebrieven 5 juli 2026, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Regionaal programma Jongerenaanpak 'Van school naar duurzaam werk', d.d. 03-03-202626.225 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Metingen worden gekoppeld aan prestatie-indicatoren zoals studentenverzuimcijfers, studentenvoortgang en diplomarendement. De eerste resultaten zijn veelbelovend: het verzuim kan met 10 tot 20% worden teruggebracht. De uitvoerder(s) van de maatregel De maatregel wordt uitgevoerd door de regionale mbo-instellingen. De maatregel is gericht op jongeren die: een mbo-opleiding volgen bij een mbo-instelling in onze regio. 65

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Relatie tussen de regionale analyse en de maatregel Bijna 85 % van de VSV’ers komt uit het mbo. We willen eerder signaleren dat een student dreigt uit te vallen. Beoogd maatschappelijk effect van de maatregel Voorspellen en verklaren van verzuim en preventief acteren op verslechtering van studentenwelzijn; Verbeterde samenwerking tussen onderwijs en ketenpartners; Versterking van de begeleiding van risicoleerlingen richting diploma of werk. De effectiviteit wordt gemeten aan de hand van: Aantal jongeren dat uitstroomt met een startkwalificatie; Aantal jongeren dat behouden blijft voor onderwijs; Kwalitatieve evaluaties van de samenwerking en tevredenheid van jongeren. Waarom is de maatregel aanvullend op de reguliere taken van onderwijsinstellingen en gemeenten? De maatregel is aanvullend omdat reguliere mbo-instellingen vaak niet beschikken over de capaciteit of structuur om risicovolle jongeren systematisch in beeld te brengen en op te volgen in samenwerking met externe partners. Grip op VSV is reeds kleinschalig getest op het KW1C en zal, in de vorm van pilots, de komende jaren uitgebreid worden naar een grotere schaal op het KW1C en waar mogelijk de andere mbo-instellingen. 3.

Coachklassen en extra ondersteuning op het mbo Inhoud van de maatregel Coachklassen zijn kleinschalige, begeleide leeromgevingen binnen het mbo waarin studenten extra ondersteuning krijgen op sociaal-emotioneel -, studievaardig - en loopbaangebied. De coachklassen bieden structuur, continuïteit, persoonlijke aandacht en maatwerkbegeleiding aan jongeren die moeite hebben met de overstap naar/binnen het mbo en/of dreigen uit te vallen. Studenten kunnen op vaste tijden terecht in een coachklas voor intensieve begeleiding door een vaste coach/docent. De uitvoerder(s) van de maatregel De maatregel wordt uitgevoerd door mbo-instellingen. De maatregel is gericht op jongeren die: een groot risico lopen op het niet volgen van onderwijs, uitval of het niet hebben van werk. Bijvoorbeeld door persoonlijke problematiek of het missen van de vaardigheden om zelfstandig te functioneren binnen het reguliere mbo. Deze jongeren vallen vaak, door overbelasting, vroegtijdig uit. Coachklassen bieden een beschermde leeromgeving waarin zij kunnen groeien in zelfvertrouwen, vaardigheden en motivatie, met als doel het succesvol afronden van het reguliere onderwijs. De maatregel is beschikbaar voor alle mbo-leerlingen die in onze regio wonen of naar school gaan.

66

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Relatie tussen de regionale analyse en de maatregel Bijna 85 % van de VSV’ers komt uit het mbo. De regionale analyse laat zien dat een aanzienlijk deel van de VSV’ers afkomstig is uit het eerste jaar van het mbo. Coachklassen sluiten hierop aan door jongeren intensief en vooral persoonlijk te begeleiden in hun mbo-loopbaan. Daarnaast laat de regionale analyse zien dat een aanzienlijk deel van de VSV’ers afkomstig is uit niveau 3 en 4 van het mbo. Er is sprake van uitval in latere studiejaren, bijvoorbeeld als gevolg van verkeerde studiekeuzes of gebrek aan toekomstperspectief. De maatregel sluit hierop aan door studenten eerder en intensiever te begeleiden. Beoogd maatschappelijk effect van de maatregel Vermindering van schooluitval in het mbo Bevorderen van duurzame uitstroom naar werk of vervolgonderwijs. Versterking van de persoonlijke ontwikkeling en zelfredzaamheid van jongeren De effectiviteit wordt gemeten aan de hand van: Aantal jongeren dat gebruik maakt van de voorziening Aantal jongeren dat gekwalificeerd uitstroomt uit het reguliere mbo Aantal jongeren dat behouden blijft voor onderwijs Tevredenheid van studenten en betrokken professionals Waarom is de maatregel aanvullend op de reguliere taken van onderwijsinstellingen en gemeenten? Coachklassen zijn aanvullend op het reguliere mbo-aanbod, als vangnet voor jongeren die anders zouden uitvallen.

Het sluit aan bij de doorontwikkeling van de Plusvoorzieningen en zorgstructuur in het mbo13. De onderwijsinstellingen zorgen vanuit hun reguliere taken voor begeleiding in de klas en tijdens lessen. Studenten hebben een mentor/coach waarbij ze terecht kunnen na de lessen, vaak op afspraak. Voor een klein deel van de studenten is dat onvoldoende, deze hebben (veelal acuut) behoefte aan een meer intensievere vorm van (kortdurende) begeleiding. De coachklas kan deze bieden. Daarnaast bestaat de reguliere loopbaanbegeleiding voor mbo-3 en mbo-4 uit enkele studieloopbaangesprekken per jaar. Voor een deel van de studenten is dit onvoldoende om tot een goed onderbouwde loopbaankeuze danwel vervolgstap te komen. De extra inzet maakt het mogelijk om intensiever en persoonlijker te begeleiden, met meer aandacht voor motivatie, talentontwikkeling en toekomstperspectief. 4. Ondersteuning door onderwijsmakelaar voor jongeren bij niet-schoolse problemen die wel risico vormen voor schooluitval. Inhoud van de maatregel Onderwijsmakelaars helpen jongeren met niet-schoolse vraagstukken, die wanneer deze niet worden opgelost, hun onderwijs belemmeren en een risico vormen op VSV. Denk hierbij bijvoorbeeld aan armoede, huisvesting, eenzaamheid, kinderopvang. De maatregel biedt laagdrempelige en tijdige ondersteuning op school.

De onderwijsmakelaren pakken niet alleen de aanvankelijke vraag op, maar ook de ‘vraag achter de vraag’. Ofwel de daadwerkelijke behoefte die er speelt bij de jongere. De onderwijsmakelaren hebben goede samenwerking met de benodigde instanties binnen en 67

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

buiten het onderwijs om de problemen aan te pakken en het voorkomen dat deze complexer worden. Zij nemen de verantwoordelijkheid van deze functies niet over, maar staan naast de jongere en zorgen voor een warme overdracht naar benodigde hulpverlening en zorgt dat de jongere in beeld blijft bij school en gemeente. Om te voorkomen dat deze jongeren van het kastje naar de muur wordt gestuurd, is de dienstverlening naar voren gehaald: daar waar ze al zijn, namelijk op het mbo. De jongeren kunnen op school laagdrempelig binnenlopen bij de onderwijsmakelaar. Daarnaast kan de decaan/coach hen hiernaar ook doorverwijzen. Ook door het inzetten van maatregel 3 komen deze risicojongeren eerder in beeld bij de onderwijsmakelaar. De uitvoerder(s) van de maatregel De dienstverlening is gestart vanuit gemeente ’s-Hertogenbosch (met name gericht op nieuwkomers) en in 2022 uitgebreid naar de regio. Vanaf 2026 wordt de maatregel uitgevoerd door: Het Koning Willem I College Doorstroompunten Werk-ontwikkelbedrijf Weener XL De maatregel is gericht op jongeren die: Wonen of naar school gaan in onze regio en die een groot risico hebben op het niet (meer) volgen van onderwijs of het niet hebben (vinden of behouden) van werk. Het gaat om jongeren met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, taalbarrières ervaren, en/of geen groot eigen sociaal netwerk hebben, waaronder nieuwkomers.

Jongeren die niet zelfredzaam genoeg zijn om zelf op zoek te gaan naar antwoorden op hun vraag/vragen. Er is vaak sprake van meervoudige problematiek. Relatie tussen de regionale analyse en de maatregel De regionale analyse laat zien dat een aanzienlijk deel van de vsv’ers te maken heeft met meervoudige problematiek buiten het onderwijs. Er is behoefte aan betere samenwerking en de inzet van de onderwijsmakelaar draagt hieraan bij. Daarnaast blijkt uit de regionale analyse dat vanuit entree, mbo 2 en nieuwkomers de kans op VSV hoger is. Ook wordt in de regionale analyse een pro-actieve en systematische aanpak aangeraden. Beoogd maatschappelijk effect van de maatregel Vermindering van schooluitval in het mbo Bevorderen van duurzame uitstroom naar werk of vervolgonderwijs. Versterking van de persoonlijke ontwikkeling en zelfredzaamheid van jongeren Versterking van de samenwerking tussen onderwijs en het sociaal domein. De effectiviteit wordt gemeten aan de hand van: Aantal jongeren dat gebruik maakt van de voorziening Aantal jongeren dat kwalificeert binnen het mbo Aantal jongeren dat succesvol uitstroomt naar werk Tevredenheid van studenten en betrokken professionals 68

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Waarom is de maatregel aanvullend op de reguliere taken van onderwijsinstellingen en gemeenten? De vraagstukken van de jongeren overlappen met meerdere domeinen. Om hen snel en laagdrempelig (dus nog in school) te kunnen bedienen, ook al betreft het wellicht een gemeentelijk vraagstuk, is structurele organisatie overstijgende en pro-actieve samenwerking van belang. Onderwijsmakelaren nemen de verantwoordelijkheid van andere partijen niet over. Ze staan naast de jongeren en verwijzen door naar bijvoorbeeld een gemeentelijke functionaris. De maatregel is tevens aanvullend omdat de gemeentelijke dienstverlening woonplaatsgebonden is en mbo-studenten woonachtig zijn binnen en buiten de regio. 5. Inzet overstapcoaching Inhoud van de maatregel De overstapcoach begeleidt jongeren bij de overgang van de ene onderwijsfase naar de andere, bijvoorbeeld van voortgezet (speciaal) onderwijs naar mbo. De overstapcoach biedt persoonlijke begeleiding, helpt bij het maken van keuzes, regelt praktische zaken en fungeert als vast aanspreekpunt voor de jongere. De inzet is gericht op het voorkomen van VSV. De uitvoerder(s) van de maatregel De maatregel wordt uitgevoerd door de doorstroompunten van onze regio. De maatregel is gericht op jongeren die: een groot risico lopen op het niet volgen van onderwijs. De overgang naar het mbo is voor een aantal jongeren een risicovol moment.

Vooral jongeren met een ondersteuningsbehoefte, een onstabiele thuissituatie of beperkte zelfredzaamheid hebben baat bij extra begeleiding bij de overstap. De maatregel is beschikbaar voor alle jongeren die in onze regio wonen. Voor de jongeren die in onze regio naar school gaan zijn in de naastgelegen regio’s, zoals Rivierenland en Rijk van Nijmegen ook overstapcoaches vanuit hun gemeente beschikbaar. Vanuit de jongerenaanpak bieden we hierover periodiek informatievoorziening aan de scholen. We stemmen met regelmaat af met deze naastgelegen regio’s. Relatie tussen de regionale analyse en de maatregel De regionale analyse laat zien dat veel jongeren uitvallen rond de overstapmomenten, bijvoorbeeld na het behalen van een diploma of bij het verlaten van het vso. Er is behoefte aan begeleiding die niet stopt bij het verlaten van een school, maar doorloopt tot de jongere goed geland is in de nieuwe omgeving. De inzet van overstapcoaches sluit hier direct op aan. Het voortzetten van de overstapcoaching is een aanbeveling uit de regio-analyse. Beoogd maatschappelijk effect van de maatregel Vermindering van uitval bij overgangsmomenten; Verhoging van het aantal jongeren dat succesvol doorstroomt naar vervolgonderwijs of werk; Versterking van de continuïteit in begeleiding. 69

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

De effectiviteit wordt gemeten aan de hand van: Aantal jongeren dat succesvol de overstap maakt; Aantal jongeren dat behouden blijft voor onderwijs of werk; Tevredenheid van jongeren en betrokken professionals; Casusanalyses en voortgangsrapportages. Waarom is de maatregel aanvullend op de reguliere taken van onderwijsinstellingen en gemeenten? De maatregel is aanvullend omdat reguliere begeleiding vaak stopt bij het verlaten van een school of opleiding. Jongeren vallen dan uit beeld op een moment dat zij juist extra ondersteuning nodig hebben. Ze stromen uit vanuit het v(s)o en komen niet aan op het mbo waardoor men thuis komt te zitten. De overstapcoach biedt persoonlijke begeleiding over de grenzen van instellingen heen en zorgt voor een warme overdracht en duurzame aansluiting. 6. Extra ondersteuning aan jongeren die Nederlands als tweede taal hebben (NT2) Inhoud van de maatregel Deze maatregel richt zich op het bieden van aanvullende ondersteuning aan jongeren die Nederlands als tweede taal hebben (NT2). De behoefte bestaat onder andere uit extra taalbegeleiding, studievaardigheidstraining, loopbaanoriëntatie en sociaal-emotionele begeleiding. Het doel is om taalachterstanden te verkleinen, de kans op succesvolle afronding van de opleiding of start op de arbeidsmarkt te vergroten en uitval te voorkomen.

De eerste stap is het doen van nader onderzoek met de samenwerkende partijen op basis van behoefte en haalbaarheid van reeds opgehaalde ideeën. De uitvoerder(s) van de maatregel Dit moet nog nader worden ingevuld op basis van keuze voor de uitwerking van de maatregel. De maatregel is gericht op jongeren die: Nederlands als tweede taal hebben, wonend en/of schoolgaand in de regio. Zij hebben vaak te maken met taalbarrières, culturele verschillen en beperkte kennis van het Nederlandse onderwijssysteem en normen op de arbeidsmarkt. Deze factoren vergroten het risico op uitval en belemmeren de overgang naar werk. Door extra ondersteuning te bieden en tijdig beter voor te lichten over de verschillende (inburgerings)routes en financiële consequenties rondom scholing en (bij)baan, kunnen ze betere keuzes maken voor hun toekomst en wordt de kans op succesvolle afronding van de opleiding en duurzame participatie op de arbeidsmarkt vergroot en de schuldenproblematiek verkleind. Relatie tussen de regionale analyse en de maatregel De regionale analyse laat zien dat jongeren met Nederlands als tweede taal oververtegenwoordigd zijn in de VSV-cijfers als zij na het ISK zijn ingestroomd in regulier onderwijs. Er is sprake van taalachterstanden, beperkte aansluiting op het reguliere onderwijs en onvoldoende ondersteuning bij de integratie.

Beoogd maatschappelijk effect van de maatregel Verhoging van aantal jongeren met Nederlands als tweede taal dat een mbo-diploma haalt Verbetering van taalvaardigheid en studievaardigheden Vergroting van kans op duurzame uitstroom naar werk of vervolgonderwijs. 70

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

De manier van evalueren wordt meegenomen in de opzet van de maatregel. Waarom is de maatregel aanvullend op de reguliere taken van onderwijsinstellingen en gemeenten? Vanuit de ISK is er een ondersteuningsstructuur en minder leerlingen per klas. Met name na de overstap van het ISK is er behoefte aan extra inzet omdat reguliere opleidingen vaak onvoldoende tijd en middelen hebben om NT2-studenten, binnen reguliere trajecten, intensief te begeleiden op taal- en integratiegebied. Het samenwerkingsverband kan niet in taalonderwijs ondersteunen. Extra inzet maakt het mogelijk om maatwerk te bieden, waardoor deze studenten beter kunnen meekomen in het onderwijs en hun kansen op de arbeidsmarkt toenemen. Bovendien zijn gemeenten normaliter pas bij 18 jaar aan zet voor inburgering en jongeren zouden vanaf 16 al beter begeleid kunnen worden voor de best passende route of combinaties. 7. Inzet regionaal loopbaanadvies Inhoud van de maatregel Iedereen met een vraag over werk of scholing kan terecht bij het werkcentrum. Ook jongeren melden zich bij het werkcentrum voor loopbaanadvies. Om hen goed te kunnen ondersteunen zetten we een loopbaanadviseur in specifiek voor jongeren, die gebruikt maakt van jeugdvriendelijke tools, outreachend werkt en aansluit bij de leefwereld en specifieke behoefte van jongeren.

Ook de sociale kaart en wet- en regelgeving specifiek rondom jongeren is bekend bij deze specialistische loopbaanadviseur. Het loopbaanadvies brengt de jongeren en stap verder naar wat zij kunnen en willen. Het draagt bij aan het nemen van passende loopbaankeuze. Een gemiddeld loopbaantraject bestaat uit: het begeleiden bij het maken van loopbaankeuzes door middel van het inzetten van verschillende methodieken, instrumenten, kaartspellen of beroepskeuze-/interesse testen (Icares/CTC/MotivatieKompas). Tevens wordt geadviseerd over beroepen, opleidingen en het combineren van leren en werken en de arbeidsmarktkansen. Daarbij wordt relatie gelegd met de HCA door de prioritaire sectoren onder de aandacht te brengen en de baankansen te benadrukken. Er kan samen gezocht worden naar passende bedrijven en vacatures. Ook een warme overdacht naar mogelijke vervolgpartners in het sociaal domein behoort tot de taken. De uitvoerder(s) van de maatregel De regionale loopbaanadviseur is aangesteld vanuit de regionale jongerenaanpak en gepositioneerd in het Werkcentrum. De maatregel is gericht op jongeren die: wonend en/of schoolgaand in de regio met een vraag over hun loopbaan. In de praktijk merken we dat het gaat om jongeren die niet meer naar school gaan en ouder dan 23 jaar zijn. Dit is te verklaren, omdat jongeren die schoolgaand zijn terecht kunnen bij hun onderwijsinstelling.

Ook gaat het vaak om jongeren met een startkwalificatie. Jongeren zonder startkwalificatie worden in eerste instantie doorverwezen naar het Doorstroompunt van de betreffende gemeente. Het gaat om jongeren die zoekende zijn bij de start van hun loopbaan en wel of nog geen werk hebben. Denk hierbij aan jongeren met mbo 3 of 4 afgerond, maar ook het hbo of wo en 71 soms ook te maken met een vorm van neurodiversiteit.

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Relatie tussen de regionale analyse en de maatregel De wet van School naar Duurzaam Werk heeft ook aandacht voor jongeren of studenten met een hbo- of wo-achtergrond die te maken hebben met een functiebeperking. Deze doelgroep is vrij recent in het wetsvoorstel aangevuld en daarom nog niet in de eerdere regionale analyse benoemd. De regionale loopbaanadviseur bedient deze doelgroep al wel. Waar totaalcijfers van jongeren zonder startkwalificatie bekend zijn, is dat voor jongeren met startkwalificatie niet het geval. Echter ter illustratie: uit landelijk onderzoek14 afgenomen bij meer dan 289.000 hbo en wo-studenten, weten we dat 13,2% van de studenten aangeeft een ondersteuningsbehoefte te hebben vanwege bijzondere omstandigheden, beperkingen, ziektes of aandoeningen. Ook startend op de arbeidsmarkt speelt dit. Met dit cijfer is het verklaarbaar waarom ook deze jongeren behoefte hebben aan deze dienstverlening. Beoogd maatschappelijk effect van de maatregel Minder NEET Er wordt een weloverwogen loopbaankeuze gemaakt De effectiviteit wordt gemeten aan de hand van: Aantal jongeren dat een beroep doet op de loopbaanadviseur; Tevredenheid van de jongere over de dienstverlening; Casusanalyses en voortgangsrapportages.

Waarom is de maatregel aanvullend op de reguliere taken van onderwijsinstellingen en gemeenten? Hoewel jongeren formeel ook tot de doelgroep van het Werkcentrum behoren, vraagt effectieve loopbaanbegeleiding voor deze groep om een specifieke benadering die aansluit bij hun leefwereld, ontwikkelingsfase en ondersteuningsbehoeften. Daar waar het Werkcentrum dat niet zelf kan realiseren, vullen wij deze expertise en uren aan. 8. Inzet regionaal jobcoaching Inhoud van de maatregel Naar aanleiding van signalen vanuit het onderwijs, gemeenten en destijds het regionaal mobiliteitsteam dat er niet altijd jobcoaching wordt ingezet omdat er sprake is van grijze gebieden en specifiek voor jongeren, zijn wij in 2022 gestart met de inzet van ‘regionale jobcoaches voor jongeren’. Een jobcoach begeleidt jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt bij het vinden, verkrijgen en behouden van passend werk al dan niet in combinatie met een opleiding. Ook waar het gaat om werknemersvaardigheden. Daarnaast bieden ze de werkgevers ondersteuning bij de begeleiding van deze jongeren. De jobcoach werkt op het snijvlak van zorg, onderwijs, participatie en werk, en biedt maatwerkbegeleiding afgestemd op de mogelijkheden en behoeften van de jongere. Er is ook een groeiende groep mbo-studenten die extra ondersteuning nodig heeft in het vinden en vooral het behouden van een stage- of BBL-werkplek.

Dit is ook gerelateerd aan de economisch conjunctuur. In de tijd van hoogconjunctuur kiezen meer jongeren voor een BBLopleiding. De ondersteuning bij het vinden van een stage of BBL-werkplek is een reguliere taak van school. Echter is het behouden van een stage of BBL-werkplek voor een groeiende groep 72 lastig te realiseren zonder intensieve ondersteuning.

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

De uitvoerder(s) van de maatregel De regionale jobcoaches zijn aangesteld vanuit de regionale jongerenaanpak en werken tevens samen met het Werkcentrum. Daarnaast bieden werk-ontwikkelbedrijven ondersteuning aan jongeren op stage of BBLwerkplek. Ook kunnen gemeenten eerder betrokken worden in kader van aanvullende loopbaanbegeleiding. De maatregel is gericht op jongeren die: Woonachtig, schoolgaand of werkend in onze regio. Relatie tussen de regionale analyse en de maatregel Uit de regio analyse wordt het behoud van deze voorziening in de regio benadrukt omdat het voorziet in een grijs gebied in ondersteuning. Uit eigen onderzoek in de regio met interviews bij de partners werd de behoefte aan deze voorziening tevens bevestigd. Beoogd maatschappelijk effect van de maatregel Minder NEET Minder VSV Er wordt een weloverwogen loopbaankeuze gemaakt De effectiviteit wordt gemeten aan de hand van: Aantal jongeren dat een beroep doet op de jobcoach; Tevredenheid van de jongere over de dienstverlening; Tevredenheid bij werkgevers over de dienstverlening; Casusanalyses en voortgangsrapportages. Waarom is de maatregel aanvullend op de reguliere taken van onderwijsinstellingen en gemeenten? Het mbo kent begeleidingsvormen op de BPV-plek, deze worden uitgevoerd door docenten, mentoren en/of BPV-consulenten en volgen het BPV-protocol van het S-BB en de mbo-raad.

Dit is passend voor een grote groep mbo- jongeren, maar niet voor deze doelgroep. Met het mbo-toelatingsrecht groeit de groep jongeren met een bbl-inschrijving zonder leerbaan. Uit ervaring blijkt dat mbo-instellingen deze groep goed kan ondersteunen bij het vinden van een bbl-plek, maar vallen deze jongeren veelvuldig uit vanwege het ontbreken van intensieve begeleiding op de werkplek. We streven daarnaast naar preventieve inzet door gemeenten vanuit de Wet VSNDW, maar weten vanuit praktijk dat dit zeker nog tijd vergt. Tot die tijd is het van belang aanmeldingen op te pakken die partners aandragen waarin zij zelf (nog) niet kunnen voorzien. Elke jongere verdient immers (de juiste mate van) begeleiding.

73

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

9. Inzet op Praktijkleren Inhoud van de maatregel Middels deze maatregel stimuleren we jongeren, die niet meer op school zitten of dreigen uit te vallen, om zich door te ontwikkelen middels vormen van praktijkleren, waaronder de mbopraktijkverklaring. Waarbij het streven is een duurzame plaatsing en/of een startkwalificatie of andere kwalificerende vervolgopleiding. We sluiten, waar mogelijk, aan bij de sectorale ontwikkelpaden waarbij ook de mogelijkheden voor mbo-certificaten wordt gebruikt. Om dit te bereiken zullen we met de uitvoerende partners de jongeren werven, voorlichten en bemiddelen voor deelname aan deze praktijkverklaringsroute. Om bovenstaand doel te bereiken zullen we een praatplaat/ infographic opmaken met belangrijkste informatie over hoe/wat/wie rondom praktijkleren en het beoogde civiele effect. Daarbij hebben we oog voor het ontzorgen/ontlasten van de professionals, zodat zij de jongere eenvoudig en makkelijk kunnen voorlichten en verwijzen. Doel is enerzijds dat praktijkleren in onze regio op de kaart wordt gezet. Beter bekend gaat worden en dat er een (maatschappelijke) waarde aangekoppeld gaat worden vanuit de jongeren, maar ook vanuit het bedrijfsleven. Dat bij alle netwerkpartners die er in aanmerking mee (gaan) komen de goede en juiste informatie is, dat het proces bekend is van aanmelding etc.

Anderzijds stellen we als doel dat er elk jaar minimaal 50 jongeren via “praktijkleren in de 3e leerweg” een praktijkverklaring heeft behaald. De uitvoerder(s) van de maatregel Partners vanuit Noordoost Brabant Werkt, waaronder KW1C, Yuverta, Werkcentrum Noordoost Brabant, SBB, Doorstroompunten, werk-ontwikkelbedrijven en team Jongerenaanpak. Ook zullen we het aanbod van niet-bekostigde instellingen in het oog houden en de samenwerking opzoeken. Binnen onze regio is de afspraak dat we eerst kijken naar het aanbod van de netwerkpartners, wanneer dat niet passend is schakelen we door naar niet netwerkpartners, zoals aanbieders van niet bekostigde instellingen. DUO publiceert jaarlijks een overzicht van erkende niet-bekostigde mbo-opleidingen, inclusief adresgegevens. Deze instellingen mogen praktijkleren aanbieden als ze erkend zijn door OCW. De maatregel is gericht op jongeren die: - geen onderwijs volgen - geen werk hebben - een groot risico het niet volgen van onderwijs of het niet hebben van werk - ongekwalificeerd stoppen met onderwijs Werkloze en werkende jongeren met en zonder startkwalificatie zullen we stimuleren om door te ontwikkelen middels de mbo-praktijkverklaring. Waarbij het streven is uiteindelijk een duurzame plaatsing en/of een startkwalificatie of andere kwalificerende vervolgopleiding.

Ook jongeren uit vso of pro welke gedurende minimaal 1 jaar werkzaam zijn geweest en werkloos worden zijn kwetsbare jongeren zonder startkwalificatie. Middels deze maatregel stimuleren we deze groep om door te ontwikkelen middels de mbo-praktijkverklaring en of het behalen van een mbo-certificaat. Waarbij het streven is een duurzame plaatsing en/of een sterkere arbeidsmarktpositie. 74

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

De maatregel is toegankelijk voor jongeren woonachtig of schoolgaand in regio NOB. Relatie tussen de regionale analyse en de maatregel Er is een duidelijke relatie tussen deze maatregel en de regionale analyse. In de regionale analyse wordt vermeld: In de interviews werd aangegeven dat er nog relatief weinig wordt ingezet op praktijkleren en certificaten. Hier ligt nog potentie. Om uitval op niveau 2 tegen te gaan wordt ook als één van de opties vermeld dat het aanbieden van “onderwijs” op maat moet worden aangeboden. Daarover staat: Een derde optie is het inzetten op praktijkvakken, en daarvoor certificaten of praktijkverklaringen afgeven. Er is dan weliswaar geen startkwalificatie behaald, maar de jongeren doen wel zinvolle (werk)ervaring op én kunnen dit ook aantonen. De verklaringen hebben, met andere woorden, wel een relevante maatschappelijke waarde. Diverse onderzoeken15 tonen dat aan dat er overtuigend bewijs is dat praktijkverklaringen: De kans op duurzame werkplekken vergroten. Zelfvertrouwen en motivatie van de jongere versterken. Werkgevers helpen bij het gericht opleiden en plaatsen van kandidaten. Deze onderzoeken benadrukken het belang dat via praktijkleren deze groep jongeren beter duurzaam aan het werk komen en er ook duurzaam aan het werk blijven.

Beoogd maatschappelijk effect van de maatregel Maatschappelijk effect is dat LLO (Leven Lang Ontwikkelen) voor iedereen mogelijk wordt. Dat jongeren, met of zonder startkwalificatie, blijven ontwikkelen op de werkvloer. Waarbij het streven is een duurzame plaatsing en/of een sterkere arbeidsmarktpositie. Ook de waardering voor zichzelf, van mensen om zich heen zal gaan groeien. Voor werkgevers, die al met arbeidskrapte kampen, betekent praktijkleren dat ze medewerkers kunnen opleiden die perfect aansluiten bij de behoeften van het bedrijf. Het vergroot de loyaliteit van werknemers en kan leiden tot verhoogde productiviteit. Werknemers profiteren op hun beurt van een opleiding die direct relevant is voor hun werk, wat hun inzetbaarheid en carrièreperspectieven verbetert. De maatregel wordt regelmatig zowel kwalitatief, als kwantitatief geëvalueerd. Zowel de input dan de begeleide jongeren wordt hiervoor gebruikt, als die van de betrokken partners. Waarom is de maatregel aanvullend op de reguliere taken van onderwijsinstellingen en gemeenten? Deze maatregel is een aanvulling, omdat het niet door de onderwijsinstellingen bekostigd wordt, omdat de jongeren (in praktijkleren in de 3e leerweg) al geen onderwijs meer volgen. De mbo’s ontvangen geen OC&W bekostiging voor deze trajecten.

Om kansengelijkheid voor alle jongeren in onze regio te bevorderen, willen wij praktijkleren bij alle regiogemeenten en bij minimaal 50 bedrijven bekend maken, zodat zij dit als reguliere dienst gaan zien en inzetten. Daarvoor is een impuls nodig, onbekend maakt onbekend. De aanvulling van deze maatregel is gericht op het coördineren/ inregelen/ informeren bij deze partners. Inclusief het informeren over de SLIM-regeling om LLO (waar praktijkleren een route van is) te stimuleren en mogelijk te maken en de verbinding met de sectorale ontwikkelpaden.

75

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Het beoogde maatschappelijk en persoonlijk effect zal bestaan uit: Minder uitval op werk; Verhoogde motivatie van de jongere, zowel persoonlijk als werk gerelateerd; Meer gebruik van opvolgend (kwalificerend) LLO-aanbod Minder jeugdwerkloosheid. 10. Maatwerkbudget voor incidentele casussen of specifieke problematiek waarbij er op korte termijn iets nodig is om een doorbraak te realiseren, waarbij reguliere oplossingen niet (snel genoeg) voor handen zijn Inhoud van de maatregel Onze regio biedt drie vormen van maatwerkbudget: Interventiebudget: aanvullende voorziening voor jongeren tussen 12 en 27 jaar die door een opeenstapeling van problemen dreigen uit te vallen op school (of maatschappelijk), ondanks dat ze in staat zijn een startkwalificatie te behalen. Budget voor een leer-werktraject: aanvullende voorziening voor jongeren tussen de 16 en 27 jaar waarbij de financiering voor een leer-werktraject geheel of deels ontbreekt waardoor een passend traject niet kan starten of worden afgemaakt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan sollicitatietraining, werkfit maken, jobcoaching of het tijdelijk overbruggen van praktische belemmeringen (zoals vervoer of werkkleding). Voor beide budgetten geldt dat de financiering niet elders of tijdig vanuit voorliggende voorzieningen of partners in de regio kan worden opgepakt.

Budget voor (groeps)trajecten voor specifieke problematiek die niet binnen de reguliere taak van de netwerkpartners of reguliere financiering ingezet kunnen worden. Met name leerlingen in het VSO kampen met toenemende motivatie- en gedragsproblemen onder een aantal van hun leerlingen. Voor deze leerlingen, zijn er weinig alternatieven of vangnetten. Bij dit maatwerk is ‘out of the box’ denken en extra intensieve begeleiding nodig vanwege complexe leer- en gedragsproblematiek, grotere afstand tot de arbeidsmarkt en de kwetsbare positie van deze leerlingen. De uitvoerder(s) van de maatregel De boordeling van aanvragen voor het interventiebudget wordt uitgevoerd door KW1C, Samenwerkingsverbanden vo De Meierij en 3006, Werkcentrum Noordoost Brabant en Jongerenaanpak NOBW. Hier zijn regionale procesafspraken over gemaakt. De beoordeling van aanvragen voor leer-werktrajecten wordt uitgevoerd door team jongerenaanpak in samenwerking met het Werkcentrum. De beoordeling voor specifieke (groeps)trajecten verloopt via advies vanuit het tactisch overleg en indien budgettair een hoger bedrag gevraagd wordt dan het mandaat via de stuurgroep. Aanvragen kunnen worden gedaan door alle netwerkpartners zijn. Dus van onderwijs, tot gemeenten, tot werk-ontwikkelbedrijven, UWV, de Samenwerkingsverbanden en het Werkcentrum.

De maatregel is gericht op jongeren die: Geen onderwijs volgen en / of Groot risico lopen op het niet volgen van onderwijs en / of Groot risico lopen op het niet hebben van werk na het verlaten van onderwijs en / of Geen werk hebben

76

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

De maatregel is toegankelijk voor jongeren woonachtig of schoolgaand in regio NOB. Relatie tussen de regionale analyse en de maatregel De regionale analyse laat zien dat er verschillen zijn tussen de geboden dienstverlening van gemeenten in het sociaal domein en werk en inkomen. Door een maatwerkbudget in te zetten, voor incidentele casussen, waarbij er op korte termijn iets nodig is kunnen we een doorbraak te realiseren, waarbij reguliere oplossingen niet (snel genoeg) voor handen zijn. Daarnaast zien we in de praktijk dat vso-scholen kampen met toenemende motivatie- en gedragsproblemen onder een aantal van hun leerlingen. Voor deze leerlingen, zijn er weinig alternatieven of vangnetten. Bij dit maatwerk is ‘out of the box’ denken en extra intensieve begeleiding nodig vanwege complexe leer- en gedragsproblematiek, grotere afstand tot de arbeidsmarkt en de kwetsbare positie van deze leerlingen. Beoogd maatschappelijk effect van de maatregel Hiermee kunnen we maatwerk bieden en tijdige en gerichte ondersteuning waar dat voorliggend niet mogelijk bleek. Hiermee willen we: Schooluitval voorkomen en de kans op duurzaam werk vergroten De zelfredzaamheid en het toekomstperspectief van jongeren versterken. Zwaardere vragen richting het sociaal domein (inclusief participatie) op de lange termijn voorkomen.

De maatschappelijke participatie en duurzame inzetbaarheid van jongeren bevorderen De maatregel wordt regelmatig zowel kwalitatief, als kwantitatief geëvalueerd. Zowel de input dan de begeleide jongeren wordt hiervoor gebruikt, als die van de betrokken partners. Waarom is de maatregel aanvullend op de reguliere taken van onderwijsinstellingen en gemeenten? Het reguliere aanbod is niet altijd toereikend of snel genoeg. Onderwijsinstellingen en gemeenten beschikken over een basisaanbod aan zorg en ondersteuning, zoals schoolmaatschappelijk werk, passend onderwijs, jeugdzorg en gemeentelijke voorzieningen. In sommige gevallen is deze ondersteuning echter: Niet voldoende afgestemd op de acute en complexe situatie van een jongere. Niet tijdig inzetbaar, terwijl snelle actie cruciaal is om uitval te voorkomen. Is er toch grijs gebied of sprake van bepaalde uitsluitingen die niet voorzien waren, waardoor je tussen wal en schip valt. Het maatwerkbudget biedt maatwerk en flexibiliteit. Het interventiebudget is bedoeld als een plusvoorziening: het maakt individuele, creatieve en snelle oplossingen mogelijk die buiten de standaardtrajecten vallen. Denk aan: Tijdelijke begeleiding of coaching. Praktische hulp of voorzieningen die niet onder reguliere financiering vallen. Overbruggingsmaatregelen tot reguliere hulp beschikbaar is.

De reservering van budget als er (groeps)trajecten nodig zijn voor specifieke problematiek, gaat het over ondersteuning die niet binnen de reguliere taak van de netwerkpartners of reguliere financiering ingezet kan worden.

77

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

11. Inzet op verbinding tussen onderwijs, samenwerkingsverbanden en hulp aan jongeren op het mbo Inhoud van de maatregel Deze maatregel richt zich op meer verbinding tussen het samenwerkingsverband (SWV) passend onderwijs, mbo-onderwijs en de hulp aan jongeren. Het gaat om meer verbinding tussen school, zorg/jeugdhulp en gemeente en zorgt ervoor dat jongeren met complexe ondersteuningsvragen en dreigen uit te vallen snel en passend geholpen worden. Bij swv De Meierij wordt expertise toegevoegd voor leerlingen van de bovenschoolse voorziening met complexe ondersteuningsvragen. Bij SWV 30.06 wordt het georganiseerd ten behoeve van de scholen. Er wordt onderzocht hoe ambulant aanvullende expertise ingezet kan worden bij complexe casuïstiek / met het hoogste ondersteuningsniveau (en mogelijk voor de doelgroep thuiszitters die daarbinnen vallen). Bij de mbo-instellingen worden maatschappelijk werkers ingezet. Daar wordt aanvullende expertise ingezet bij het expertisecentrum / ondersteuningsteam als vraagbaak (consultatie- en adviesfunctie) voor ondersteuningscoördinatoren bij crisissituaties. Al met al het verbinden van jeugdhulp in brede zin bij het onderwijs. We gaan met de samenwerkingsverbanden en de mbo's in gesprek hoe de maatregel per deel van de regio wordt uitgevoerd, passend bij de samenwerkingsstructuur van dat deel van de regio.

De uitvoerder(s) van de maatregel SWV De Meierij, SWV 30.06 en het mbo. De maatregel is gericht op jongeren die: dreigen uit te vallen in het onderwijs. Jongeren met meervoudige problematiek (zoals psychische klachten, gezinsproblemen of gedragsproblemen) hebben vaak ondersteuning nodig vanuit zowel onderwijs als zorg. Door versnippering in verantwoordelijkheden en financiering duurt het vaak te lang voordat passende hulp op gang komt. Snelle afstemming en duidelijke samenwerkingsafspraken voorkomt uitval. De maatregel richt zich op jongeren woonachtig of schoolgaand in regio NOB. Relatie tussen de regionale analyse en de maatregel De regionale analyse laat zien dat jongeren met complexe ondersteuningsbehoeften vaak uitvallen door gebrek aan samenhang tussen onderwijs en zorg. Er is behoefte aan een verbindende functie die deze samenwerking structureel versterkt. Beoogd maatschappelijk effect van de maatregel Snellere en effectievere inzet van ondersteuning / jeugdhulp bij onderwijsproblematiek; Vermindering van schooluitval bij jongeren met complexe problematiek; Versterking van de samenwerking tussen onderwijs en zorg/jeugdhulp. De effectiviteit wordt gemeten aan de hand van: Aantal casussen waarin uitval is voorkomen; Vermindering aantal thuiszitters

78

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Tevredenheid van scholen, ouders en hulpverleners; Casusanalyses en voortgangsrapportages. Waarom is de maatregel aanvullend op de reguliere taken van onderwijsinstellingen en gemeenten? De maatregel is aanvullend omdat reguliere onderwijs- en zorgprofessionals vaak niet de kennis, tijd, middelen of mandaat hebben om regie te voeren over complexe casussen en of begeleiding te bieden. Wachtlijstproblematiek zorgt voor lange doorlooptijden en toename van de problematieken van de jongeren. Extra inzet gaat zorgen voor het wegnemen van barrières, meer integrale aanpak van onderwijsondersteuning en jeugdhulp, versterking van de samenwerking tussen domeinen en extra begeleiding voor jongeren op wachtlijsten. 12. Organiseren inspiratiesessies en training voor de netwerkpartners Inhoud van de maatregel Middels deze maatregel investeren we in deskundigheidsbevordering van de uitvoerende professionals die jongeren begeleiden bij scholen, doorstroompunten, gemeenten, werkontwikkelbedrijven en het werkcentrum Noordoost Brabant. Tevens bevordert het verbinden en elkaar leren kennen de samenwerking in de regio. Voor het vormgeven van de inhoud van de sessie vragen we expertise onze partners en externe partijen. De uitvoerder(s) van de maatregel De coördinerende taken rondom het initiëren en organiseren van de inspiratiesessies liggen bij het team van Jongerenaanpak NOB.

De maatregel is gericht op jongeren die: 1. geen onderwijs volgen; 2. geen werk hebben; 3. een groot risico het niet volgen van onderwijs of het niet hebben van werk De inspiratiesessies worden georganiseerd voor en door professionals die met bovenstaande doelgroepen (1,2 en 3) werken om te zorgen dat hun deskundigheid bevorderd wordt. Middels deze maatregel stimuleren we deze professionals om te ontwikkelen en op de hoogte te zijn en te blijven van actuele ontwikkelingen. We richten ons vooral op de professionals die jongeren begeleiden bij scholen, doorstroompunten, gemeenten, werk-ontwikkelbedrijven en het werkcentrum Noordoost Brabant en zitting hebben in ons operationeel overleg. Soms is de doelgroep breder, maar dat is afhankelijk van het gekozen thema. De maatregel richt zich op jongeren woonachtig of schoolgaand in regio NOB. Relatie tussen de regionale analyse en de maatregel In de analyse komt naar voren dat: De partners in ons netwerk geven aan elkaar steeds beter te kunnen vinden. Een app groep (voor verbinding, casuïstiek en kennisdeling), een overzicht (met foto) van de contactpersonen bij de netwerkpartners, netwerkbijeenkomsten en een overzicht van het aanbod hebben daaraan bijgedragen. Door een gezamenlijke visie en het vertrouwen in elkaar, kunnen we doen wat nodig is. 79

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Beoogd maatschappelijk effect van de maatregel De inspiratiesessies dragen bij aan het vergroten van bewustwording, kennisdeling en verbinding, binnen de professionals die met de jongeren werken in onze regio. De inspiratiesessies stimuleren betrokkenheid, innovatie en samenwerking tussen de verschillende organisaties. Door nieuwe inzichten en perspectieven te bieden, zetten deze sessies aan tot actie en verandering. Dit leidt op de lange termijn tot een meer inclusieve, duurzame en veerkrachtige samenwerking in onze regio, waarin jongeren dan meer passende en effectieve ondersteuning krijgen, waardoor zij optimaal gebruik kunnen maken van hun talenten en zichzelf maximaal kunnen ontplooien. De effectiviteit van het organiseren van inspiratiesessies voor professionals blijkt uit meerdere aspecten: 1.Toegenomen betrokkenheid en kennisdeling 2. Tijdens de sessies wordt zichtbaar dat professionals actief deelnemen, ervaringen uitwisselen en nieuwe inzichten opdoen. Dit blijkt uit de inhoudelijke interactie, vragenrondes en netwerkvorming die spontaan op gang komt. 3.Concrete follow-up en toepassing in de praktijk 4. Deelnemers geven in evaluaties aan dat zij geïnspireerd zijn geraakt en nieuwe ideeën of werkwijzen meenemen naar hun eigen organisatie of praktijk. Dit wordt gemonitord via korte terugkoppelingen, enquêtes of interviews enkele weken na de sessies.

5.Professionele en regionale verbinding 6. De sessies versterken het onderlinge netwerk tussen regionale partners en sectoren. Dit blijkt uit de groei van samenwerkingsinitiatieven en de bereidheid tot verdere kennisuitwisseling buiten de sessies om. De effectiviteit wordt aantoonbaar gemaakt via tussentijdse evaluaties, registratie van opkomst en deelnemersprofielen, en feedback over de toepasbaarheid van de geboden inspiratie. Ook wordt gemonitord of er navolging is in de vorm van pilots, projectideeën of werkgroepen die voortkomen uit de sessies. De inhoud en opzet van de inspiratiesessies worden gedurende het programma aangepast op basis van feedback en actuele ontwikkelingen in de regio. Hierdoor blijven de sessies relevant en afgestemd op de behoefte van de doelgroep. Waarom is de maatregel aanvullend op de reguliere taken van onderwijsinstellingen en gemeenten? Het organiseren van inspiratiesessies overstijgt de reguliere taken van onderwijsinstellingen en gemeenten doordat het zich richt op het verbinden, vernieuwen en inspireren buiten de dagelijkse uitvoeringspraktijk om. Waar het reguliere werk vaak gericht is op het uitvoeren van beleid, lesprogramma’s of zorgstructuren, bieden inspiratiesessies ruimte voor:

80

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

1.Reflectie en innovatie - Inspiratiesessies creëren een setting waarin professionals uit onderwijs, overheid en andere sectoren samen kunnen reflecteren op hun werk en nieuwe inzichten opdoen. Dit is geen vast onderdeel van reguliere vergaderstructuren of beleidscycli. 2.Sector overstijgende samenwerking - De sessies brengen partijen bij elkaar die in de dagelijkse praktijk vaak in aparte kolommen opereren. Deze cross-sectorale uitwisseling is essentieel voor complexe maatschappelijke opgaven, maar valt buiten het standaardmandaat van afzonderlijke organisaties. 3.Ruimte voor experiment en inspiratie - Reguliere taken zijn vaak gericht op continuïteit en uitvoering van bestaande afspraken. Inspiratiesessies bieden juist ruimte voor het verkennen van innovatieve aanpakken en toekomstgerichte ideeën, zonder dat hier direct een beleidsdruk op ligt. 4.Versterken van het netwerk en eigenaarschap in de regio - Door professionals met elkaar te verbinden en gezamenlijke thema’s te agenderen, ontstaat meer gedeeld eigenaarschap over regionale opgaven. Dit versterkt het handelingsvermogen van de regio als geheel – iets wat niet vanzelf ontstaat vanuit reguliere taken. 5.Dynamische respons op actuele ontwikkelingen - Inspiratiesessies kunnen snel inspelen op nieuwe maatschappelijke vraagstukken of kansen, terwijl reguliere structuren vaak minder wendbaar zijn.

81

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Bijlage 5: Begroting 2026 tot en met 2029 MIDDELEN

2026

2027

2028

2029

Reserves middelen jongerenaanpak onderwijs arbeidsmarkt 2020-2025 (E10746)

€ 1.400.000

VSV middelen SPUK aan contactgemeente

€ 1.648.477

€ 1.648.477

€ 1.648.477

€ 1.648.477

VSV middelen contactschool 2025

€ 1.448.978

€ 1.448.978

€ 1.448.978

€ 1.448.978

Middelen coördinatie jeugdwerkloosheid via DU centrumgemeente

€ 75.000

€ 75.000

€ 75.000

€ 75.000

TOTAAL

€ 4.572.455

€ 3.172.455

€ 3.172.455

€ 3.172.455

82

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

UITGAVEN

2026

2027

2028

2029

1. Extra inzet door de doorstroompunten op aanwezigheidsbeleid

€ 500.000

€ 510.000

€ 520.000

€ 530.000

2. Inzet meetinstrumenten voor tijdig signaleren van risico op VSV op het mbo

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

3. Coachklassen op het MBO

€ 650.000

€ 670.000

€ 690.000

€ 710.000

4. Onderwijsmakelaars

€ 400.000

€ 410.000

€ 420.000

€ 430.000

5. Overstapcoaching

€ 200.000

€ 210.000

€ 220.000

€ 230.000

6. Extra ondersteuning aan jongeren die Nederlands als tweede taal hebben (NT2)

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

7. Inzet regionale loopbaanadviseur voor jongeren

€ 89.000

€ 93.000

€ 97.000

€ 101.000

8. inzet regionale jobcoach voor jongeren

€ 376.000

€ 406.000

€ 416.000

€ 426.000

9. Inzet op praktijkleren

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

10. maatwerkbudget (waarvan 25.000 reservering interventiebudget, 60.000 leerwerktrajecten, 50.000 groepstrajecten vso waarbij reservering interventiebudget en leerwerktrajecten jaarlijks afneemt)

€ 135.000

€ 130.000

€ 122.000

€ 120.000

11. Inzet op verbinding tussen onderwijs, samenwerkingsverbanden en hulp aan jongeren op het mbo.

€ 250.000

€ 250.000

€ 250.000

€ 250.000

Voorkomen voortijdig schoolverlaten

Soepel overstappen naar werk

83

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Samenwerking in het netwerk 12. Organiseren van inspiratiesessies en training voor de netwerkpartners

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

€ 25.000

13. reservering communicatie

€ 20.000

€ 22.000

€ 24.000

€ 26.000

14. Tevredenheids-/ervarings-/belevingso nderzoek

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

15. inzet RBL BNO programmateam

€ 15.000

€ 16.000

€ 17.000

€ 18.000

16. programmamanagement VSV coordinatie contactschool

€ 90.000

€ 91.000

€ 92.000

€ 93.000

17. programmamanagement contactgemeente

€ 85.000

€ 86.000

€ 87.000

€ 88.000

18. projectleiding programmateam

€ 263.000

€ 265.000

€ 267.000

€ 269.000

19. huisvestingskosten programmateam

€ 12.000

€ 12.000

€ 12.000

€ 12.000

20. organisatiekosten (incl. systeemkosten/ Clockwise)

€ 6.500

€ 6.500

€ 6.500

€ 6.500

21. reservering voor ontwikkelen / onderhoud app / overdrachtsdocument

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

overige kosten

22. eindevaluatie incl. regio analyse 23. onvoorziene kosten UITGAVEN TOTAAL

€ 25.000 € 15.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 15.000

€ 3.252.500

€ 3.336.500

€ 3.397.500

€ 3.489.500

84

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Bijlage 6. Uurtarieven die gehanteerd kunnen worden bij de inzet van formatie Om te zorgen voor een uniforme toepassing van uurtarieven binnen de Regionale Jongerenaanpak, zijn onderstaande tarieven vastgesteld. Deze (maximale) tarieven zijn marktconform voor de inzet van personeel binnen maatregelen, de uitvoering van projecten en uitvoering van het regionale programma. De tarieven zijn tot stand gekomen door een gemiddelde te berekenen van de loonkosten van de verschillende loonschalen. In onderstaande tabel staan de tarieven voor de meest voorkomende functies, peiljaar 2026: Functie

Uurtarief

Ondersteuning / begeleiding aan jongeren zoals onderwijsmakelaar, coachklas jobcoach, overstapcoaching enz. (schaal 9 of 10)

77 euro

Projectleider vanuit betrokken organisaties (schaal 10 of 11)

85 euro

Programmamanager (schaal 11 of 12)

94 euro

Docent LC / LD

116

Inhuur op ZZP-basis ecxl. BTW

90 euro

Alle genoemde tarieven zijn incl. overheadkosten en incl. reiskosten De in dit programma opgenomen tarieven voor de inhuur van personeel zijn de maximale uurtarieven en gebaseerd op gangbare marktconforme uurtarieven binnen de publieke sector, waaronder de gemeentelijke CAO en de onderwijs CAO. Afspraak: de genoemde tarieven zijn geldend vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de CAO-loonindex van het CBS. Daarbij hanteren we het percentage geldend in het derde kwartaal van het lopende jaar. Bijvoorbeeld: indexering 2027 vindt in Q4 van 2026 plaats op basis van het gemiddelde van Q2 en Q3 2026 vanuit de CBS CAO-loonindex, sectoren onderwijs en overheid.

85

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Bijlage 7. Evaluatie en monitoring Om keuzes te maken in de inzet van de middelen (kosten) is het belangrijk om te weten wat het effect/ het maatschappelijk rendement is van een maatregel/project/interventie (baten). Deze informatie hebben we nodig om sturing te geven aan het programma: blijven we iets doen of maken we andere keuzes. Daarnaast draagt monitoren en evalueren bij een leercyclus: door te reflecteren op ervaringen uit de praktijk, kan deze verbeteren. Uit het oogpunt van kosten en duurzaamheid (het jaarlijks kunnen herhalen) is het uitgangspunt dat de projectleiders zelf de effectmeting kunnen uitvoeren. Het is een vast onderdeel van elke maatregel. Keuze van instrumenten om effecten te meten Om een maatregel te kunnen monitoren en evalueren is het belangrijk om VOORAF af te spreken HOE we het maatschappelijk rendement gaan meten. HOE breng je alle effecten die optreden als gevolg van een maatregel in kaart? HOE breng je in kaart wat de waarschijnlijke kosten zijn als je de maatregel niet zou doen? Dit doen we via een effectenanalyse met de volgende vragen: 1. Wat houdt de inzet precies in? Dit is een korte omschrijving van de inhoud van de maatregel. Wat gaan we doen? 2. Wat zijn de kosten van de maatregel? Dit is bedrag dat in de begroting van het programma wordt opgenomen.

Wellicht worden er ook middelen ingezet (denk daarbij bijvoorbeeld aan ureninzet) van andere (netwerk)partners 3. Actorenanalyse Wie worden er geraakt met de inzet, wie hebben belang? Dat zijn de jongeren en ook de betrokken netwerkpartners. 4.Wat is het doel of beoogd effect van de inzet? Wat hopen we te bereiken met de maatregel? Dit kan worden gerelateerd aan een of een aantal doelen van het regionaal programma en de arbeidssamenwerking. Deze zijn: Verbeteren samenwerking en vakkundigheid in begeleiding van jongeren op school en/of/naar werk Verbeteren van de laagdrempeligheid en toegankelijkheid van de ondersteuning voor jongeren die kampen met psychische, fysieke, financiële, criminele of andere problemen, met aandacht voor samenwerking met de domeinen zorg, inkomen en veiligheid Het tegengaan van ongediplomeerde uitstroom naar werk (VSV) Het tegengaan van jeugdwerkloosheid, meer jongeren aan het werk Het betrekken van jongeren bij de uitvoering van het regionaal programma Leven lang ontwikkelen Aanpak arbeidskrapte, met focus op de prioritaire sectoren 5. Zijn er elders in het land analyses van vergelijkbare maatregelen? 6. Welke informatie is er nodig voor het bepalen van het resultaat. Vooraf leggen we vast wie, wat, hoe en wanneer we moeten bijhouden/meten om achteraf vast te kunnen stellen wat er daadwerkelijk is bereikt. 86

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

a. Wie: we spreken vooraf samen wie welke maatregel gaat evalueren en monitoren. b. Wat: denk bijvoorbeeld aan: Hoeveel deelnemers hebben deelgenomen aan de maatregel (kwantitatief) Kenmerken van de deelnemers (denk aan woonplaats, leeftijd, geslacht, wel of geen startkwalificatie, opleidingsniveau) Duur van de begeleiding (kwantitatief) Aantal uitvallers bij de maatregel (kwantitatief) Hoeveel van de deelnemers gaan naar school/aan het werk (in de brede zin) na de inzet van de maatregel (kwantitatief) Is er zichtbaar meer motivatie, betere aanwezigheid, openstaan voor hulp, perspectief, stijging zelfredzaamheid Hoe hebben de deelnemers de maatregel ervaren, tevredenheid (kwalitatief) Hoe hebben betrokken professionals de maatregel ervaren (kwalitatief) c. Hoe: Kwantitatief: bijhouden van overzicht van deelnemers Kwalitatief: bijvoorbeeld enquête of interview tijdens/na deelname, nabellen, feedback vragen. We gebruiken quotes om het effect aan te tonen. We kunnen de scores ook een waarde geven en hier via Excel De vorm om het bij te houden is vrij. Randvoorwaarde is dat het mogelijk is om de informatie te analyseren op de afgesproken vragen, zowel in woorden als in beelden. d. Wanneer: we leggen vooraf per maatregel vast wanneer de monitoring plaatsvindt.

87

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Bijlage 8. Lijst met definities 1.Arbeidsmarktregio Noordoost-Brabant: regio als bedoeld in de wet SUWI (Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen). Tijdens ondertekenen betreft het de gemeenten: ’s-Hertogenbosch, Oss, Sint-Michielsgestel, Vught, Meierijstad, Boekel, Bernheze, Boxtel, Land van Cuijk, Maashorst 2.Doorstroompuntregio: regio als bedoeld in artikel 9.2.5, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Tijdens ondertekenen betreft het de gemeenten: ’s-Hertogenbosch, Oss, Sint-Michielsgestel, Vught, Meierijstad, Boekel, Bernheze, Boxtel, Land van Cuijk, Maashorst, Heusden 3.Noord Oost Brabant Werkt (NOBW) is de arbeidsmarktsamenwerking om te werken aan grote arbeidsmarktvraagstukken die de grenzen van gemeenten, organisaties, de regio en beleidsterreinen overstijgen. 4.Werkcentrum Noordoost-Brabant is het platform voor werk, opleiding, personeel en zelfstandig ondernemen in Noordoost-Brabant. Bij Werkcentrum Noordoost-Brabant kunnen werkgevers, werknemers, werkzoekenden, jongeren en zzp'ers terecht met al hun vragen. 5.Programmalijn: een basistaak van de arbeidsmarktregio, gericht op resultaat voor mensen. Er zijn drie programmalijnen in NOBW: Werkgeversaanpak, Regionaal Werkbedrijf (inclusief het Werkcentrum) en Jongerenaanpak.

6.Contactgemeente: de gemeente ’s-Hertogenbosch als regievoerder van de Doorstroompunt-regio Noordoost-Brabant, als bedoeld in artikel 9.2.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 162 van de Wet op de expertisecentra en artikel 8.18 van de Wet op het voortgezet onderwijs. 7.Contactschool: door de onderwijsinstellingen in de Doorstroompunt-regio aangewezen onderwijsinstelling die namens hen optreedt als aanvrager en ontvanger van subsidie Voortijdig School Verlaten bij het ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Koning Willem 1 College. 8.Centrumgemeente: de gemeente ’s-Hertogenbosch als regievoerder van de arbeidsmarktregio Noordoost-Brabant als bedoeld in de wet SUWI 9.Startkwalificatie: een diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger. 10.Een voortijdig schoolverlater is een jongere tussen de 12 en 27 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat. 11.NEET: not in education, employment of training. Een jongeren die niet naar school gaat, geen opleiding of training volgt en geen werk heeft. 12.Doorstroomcoach: medewerker bij het doorstroompunt die jongeren zonder startkwalificatie ondersteunt bij de stap terug naar school of werk.

13.Onderwijsmakelaar: medewerker die jongeren ondersteunt bij niet schoolse vragen maar wel tot problemen kunnen leiden die risico vormen om te stoppen met school voor het behalen van een diploma. 14.Jobcoach: medewerker die jongeren en de werkgever ondersteunt op de werkvloer iemand die mensen helpt bij het goed uitvoeren en behouden van werk. Een jobcoach werkt vaak met mensen die extra ondersteuning nodig hebben op de arbeidsmarkt. 15.Jobhunter: medewerker die samen met een jongeren actief op zoek gaat naar het vinden van werk en daarbij ook helpt om de vacature passend te maken. 16.Overstapcoach: medewerker die jongeren ondersteunt bij de stap van het voortgezet (speciaal) onderwijs naar het mbo. 88

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

17. Loopbaanadviseur: medewerker die onder andere jongeren ondersteunt bij het onderzoeken naar talenten, vaardigheden en interesses bij het zoeken naar werk. 18. Jongerenconsulent: medewerker bij Werk en Inkomen die jongeren ondersteunt bij de stap naar opleiding of werk. 19. Trajectcoaches: medewerker van een werk-ontwikkelbedrijf die jongeren ondersteunt op het werk 20. Netwerkcoördinator pro en vso: deelnemer van het landelijk netwerk vso pro vanuit de arbeidsregio’s. Zij werken samen om kansen te creëren en te benutten met als doel leerlingen uit het pro en vso beter en duurzamer aan te laten sluiten op de arbeidsmarkt. 21. Loopbaanbegeleiding: begeleiding en coaching die jongeren ondersteunt bij het ontwikkelen van zelfinzicht, reflectieve en sturingsvaardigheden zodat ze regie kunnen nemen over hun leer- en loopbaanontwikkeling. Het gaat niet alleen om het maken van grote keuzes voor opleiding of beroep, maar juist ook om het zetten van kleine, bewuste stappen die bijdragen aan een duurzame loopbaan en brede persoonlijke ontwikkeling. 22. Lob: staat voor Loopbaanoriëntatie en -begeleiding. Een structureel en verplicht onderdeel van het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs, gericht op het ontwikkelen van loopbaancompetenties.

Het doel is dat leerlingen en studenten leren reflecteren, richting geven aan hun ontwikkeling en regie nemen over hun eigen leer- en loopbaanproces, zodat zij weloverwogen keuzes kunnen maken en toegerust zijn voor een duurzame toekomst. 23. Aanvullende loopbaanbegeleiding: extra ondersteuning tijdens de opleiding en na diplomering, aanvullend op de reguliere begeleiding die scholen al bieden. Deze begeleiding richt zich op studenten die meer nodig hebben om hun motivatie vast te houden, zelfinzicht te vergroten en reflectieve en sturingsvaardigheden te ontwikkelen, zodat zij beter in staat zijn hun leer- en loopbaanontwikkeling bewust vorm te geven.

89

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=3b76c459-cddf-4808-9cfa-0664f15b414d