CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - RSA0127_NOBW-Regionaal-plan-Jongerenaanpak

Raadsinformatiebrieven 5 juli 2026, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Regionaal programma Jongerenaanpak 'Van school naar duurzaam werk', d.d. 03-03-202626.225 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK REGIO NOORDOOST-BRABANT

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

04

1. Context

07

2. Probleemanalyse

09

3. Wettelijk kader

12

3.1 Wet van school naar duurzaam werk

12

3.2 Wet Hervorming Arbeidsmarktstructuur

13

3.3 Human Capital agenda

14

4. Jongerenaanpak van school naar duurzaam werk 2026 tot en met 2029

15

4.1 Ambitie

15

4.2 Doelgroep

15

4.3 Doelstellingen en streefcijfers (VSV en NEET)

16

4.4 Strategie

17

4.5 Actielijnen en maatregelen

19

4.6 Wat vinden jongeren zelf?

22

4.7 Financieel kader

23

4.8 Monitoring en evaluatie

24

5. Organisatie

25

5.1 Programmateam

25

5.2 Governance

26

5.3 Coalitie Jongerenaanpak

27

5.4 Tactisch Overleg

29

2

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

5.5 Operationeel Overleg

30

5.6 Regionaal Overleg Doorstroompunten

31

5.7 Projectleiders overleg Werkcentrum Noordoost-Brabant 6. Communicatie

32

Bijlagen

34

Bijlage 1: Aanbod van onze netwerkpartners

35

Bijlage 2: Regionale samenwerkingsafspraken

41

Bijlage 3: Regio in cijfers

62

Bijlage 4: Uitwerking van de maatregelen

64

Bijlage 5: Begroting 2026–2029

82

Bijlage 6: Tarieven

85

Bijlage 7: Evaluatie en monitoring

86

Bijlage 8: Lijst met definities

88

Blijf altijd leren,

want het leven brengt je altijd nieuwe lessen

3

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Managementsamenvatting

Managementsamenvatting De regionale jongerenaanpak (JA) is een netwerksamenwerking tussen scholen, gemeenten, jeugdhulp, ontwikkelbedrijven, UWV, werkgevers, samenwerkingsverbanden passend onderwijs, SBB en het Werkcentrum NOB. Samen streven we ernaar dat alle jongeren tussen 16 en 27 jaar een passende plek hebben op school of op werk. Met de interventies van het regionaal programma zorgen we ervoor dat meer jongeren met een startkwalificatie de arbeidsmarkt betreden (voorkomen voortijdig schooluitval), jongeren extra begeleiding krijgen bij de stap naar vervolgonderwijs en duurzaam aan het werk komen (tegengaan van jeugdwerkloosheid). De begeleiding van jongeren van school naar werk is een gedeelde verantwoordelijkheid van onze netwerkpartners. Tegelijkertijd zijn er in de praktijk grijze gebieden en overstapmomenten waarbij niet altijd duidelijk wie 'aan zet' is. Juist voor deze situaties is er binnen de regio een 'plus'-structuur ingericht: een aanvullende, verbindende aanpak die inspeelt op knelpunten/hiaten in de keten. Waarbij het belangrijk is om ontschot en met een breed perspectief naar de situatie te kijken. De maatregelen uit het regionale programma sluiten hierbij aan of vullen deze aan.

De JA draagt hiermee bij aan breed maatschappelijk rendement, te weten: Tegengaan van kansenongelijkheid: we bieden jongeren passende en effectieve ondersteuning waardoor zij optimaal gebruik kunnen maken van hun talenten en zichzelf maximaal kunnen ontplooien. Afname van maatschappelijke kosten door niet-participeren. Jeugdwerkloosheid gaat niet alleen over het niet hebben van werk, maar is juist een resultante van problematiek die zich gelijktijdig afspeelt op verschillende leefgebieden. Een probleem op een leefgebied kan bovendien van invloed zijn op andere leefgebieden. Dit geldt overigens ook voor oplossingen. Zo is bekend dat arbeidsdeelname een causale relatie heeft met gezondheid. Tegengaan van structurele arbeidsmarktkrapte.

4

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Probleemanalyse Hoewel de meeste jongeren succesvol hun weg vinden, is er een aanzienlijke groep met risico op uitval. Uit de regioanalyse blijkt: Relatief hoge uitval op mbo-niveau 2 en in het vso; 41% Van de uitvallers is na een jaar nog niet teruggekeerd naar school of werk; Jongeren met complexe problematiek vallen nog te vaak tussen wal en schip; De arbeidsmarkt is krap, maar arbeidspotentieel blijft onbenut.

Strategie en uitgangspunten Preventie en maatwerk staan centraal; Integrale samenwerking tussen onderwijs, zorg en werk; Gelijke kansen voor alle jongeren, ongeacht woonplaats; Jongerenparticipatie is structureel ingebed; Jaarlijkse monitoring en bijsturing op basis van data en feedback.

Opbouw programma Het programma is opgebouwd rond vier actielijnen:

Actielijn 1: Voorkomen Voortijdig Schoolverlaten (VSV) We zetten in onze regio alles op alles om ervoor te zorgen dat jongeren niet thuis zitten zonder perspectief op opleiding of werk. We bieden snelle en flexibele ondersteuning als jongeren (dreigen) uit te vallen. Waar nodig krijgen jongeren ondersteuning bij de overstap naar een nieuwe studie. Maatregelen: Extra inzet door de doorstroompunten op aanwezigheid Inzet meetinstrumenten voor tijdig signaleren van risico op VSV op het mbo Coachklassen op het mbo Ondersteuning door onderwijsmakelaar voor jongeren bij niet-schoolse problemen die wel risico vormen voor schooluitval Inzet overstapcoaching Extra ondersteuning aan jongeren die Nederlands als tweede taal hebben (NT2)

Actielijn 2. Soepel overstappen naar duurzaam werk We zetten in onze regio alles op alles om jongeren te begeleiden naar en behouden van werk dat bij hen past, ongeacht onderwijsrichting. Leven lang ontwikkelen staat bij ons hoog in het vaandel. Maatregelen: Inzet regionaal loopbaanadvies Inzet regionaal jobcoaching Inzet op Praktijkleren

5

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Actielijn 3. Extra hulp en ondersteuning Als hulp en ondersteuning vanuit reguliere verantwoordelijkheid van de netwerkpartners (nog) niet toereikend is, wordt vanuit de jongerenaanpak ondersteuning gefaciliteerd. Niemand mag uit beeld raken in de ‘grijze gebieden’. Maatregelen: Maatwerkbudget voor incidentele casussen of specifieke problematiek waarbij er op korte termijn iets nodig is om een doorbraak te realiseren, waarbij reguliere oplossingen niet (snel genoeg) voor handen zijn. Inzet op verbinding tussen onderwijs, samenwerkingsverbanden en hulp aan jongeren op het mbo.

Actielijn 4. Samenwerking met het netwerk We blijven bouwen aan een stevig en verbonden netwerk van professionals die samenwerken vanuit gedeelde verantwoordelijkheid. Het aanbod op gebied van bovenstaande actielijnen is overzichtelijk en vindbaar, we weten elkaar te vinden (wie kan ik “bellen”), hebben korte lijnen om samen te werken en zorgen voor warme overdracht. Maatregel: Organiseren inspiratiesessies en training voor de netwerkpartners

Financiën Het programma wordt gefinancierd met structurele Rijksmiddelen (OCW en SZW), aangevuld met reserves. Jaarlijks is er ca. € 3,5 miljoen beschikbaar. De middelen worden verdeeld over maatregelen, coördinatie, communicatie en monitoring.

Governance Coalitie Jongerenaanpak: bestuurlijke besluitvorming (in samenwerking met de Arbeidsmarktregio via het regionaal beraad); Tactisch overleg: beleidsontwikkeling en afstemming; Operationeel overleg: casusoverleg en uitvoering, kennisuitwisseling/deskundigheidsbevordering Programmateam: coördinatie, monitoring en ondersteuning.

6

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Managementsamenvatting

1. Context De regionale jongerenaanpak onderwijs - arbeidsmarkt (JA) is een netwerksamenwerking, bestaande uit scholen1, gemeenten2, UWV, SBB, werk-ontwikkelbedrijven3 en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs4. Samen zetten we ons in dat zoveel mogelijk jongeren een opleiding afronden (voorkomen voortijdig schoolverlaten (VSV)) en werken we eraan om hen perspectief te bieden op een duurzame plek op de arbeidsmarkt (tegengaan van jeugdwerkloosheid). De JA is in onze regio al jarenlang onderdeel van het arbeidsmarktprogramma Noordoost Brabant Werkt (NOBW). Voor de dienstverlening aan de jongeren in onze regio is er nauwe samenwerking met de programmalijn Regionaal Werkbedrijf (/het regionaal Werkcentrum) en Werkgeversaanpak. Het werkgebied van de JA is de door het Rijk vastgestelde doorstroompunt-regio. In ons geval is dat nagenoeg hetzelfde als de arbeidsmarktregio, met uitzondering van Heusden.

7

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Het programma JA 2021 – 2024 loopt, na een verlenging met een jaar, af in december 2025. We zetten het voort, want er liggen grote uitdagingen die het oplossingsvermogen, de slagkracht en reikwijdte van onze netwerkpartners individueel te boven gaan. De inwerkingtreding van de wet van School naar Duurzaam Werk helpt ons hierbij. De begeleiding van jongeren van school naar werk is een gedeelde verantwoordelijkheid van verschillende netwerkpartners. Iedere partner – of het nu gaat om onderwijsinstellingen, gemeenten, jeugdzorg, UWV of werkgevers – heeft een eigen, wettelijke of maatschappelijke taak in dit proces. Het is essentieel dat deze rollen helder zijn en dat partners onderling goed weten wie waarvoor verantwoordelijk is en met wie er samenwerking gezocht dient te worden. Dit geldt niet alleen voor de professionals, maar ook voor de jongeren zelf: zij moeten weten bij wie ze terecht kunnen in elke fase van hun traject. Tegelijkertijd zijn er in de praktijk grijze gebieden, met name rondom overstapmomenten. In deze schakelmomenten is het niet altijd duidelijk wie 'aan zet' is. Juist voor deze situaties is er binnen de regio een 'plus'-structuur ingericht: een aanvullende, verbindende aanpak die inspeelt op knelpunten/hiaten in de keten. Waarbij het belangrijk is om ontschot en met een breed perspectief naar de situatie te kijken.

De maatregelen uit het regionale programma sluiten hierbij aan of vullen deze aan. Daardoor krijgen jongeren ook in de lastige tussenfases passende ondersteuning. We stimuleren daarmee ook blijvende samenwerking. In bijlage 1 vindt u globale een beschrijving van het aanbod van de netwerkpartners. In bijlage 2 staan de regionale samenwerkingsafspraken van het programma. Dit samenwerkingsdocument beschrijft de samenwerkingsafspraken tussen de netwerkpartners, in het kader van de uitvoering van hun eigen taak en verantwoordelijkheid, en de wettelijke opdracht om jongeren van school naar duurzaam werk te begeleiden.

8

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Managementsamenvatting

2. Probleemanalyse In onze regio wonen ca 85.000 jongeren5 (16 tot 27 jaar). Met verreweg de meeste van deze jongeren gaat het goed. Zij weten succesvol een relevante, uitdagende opleiding te doorlopen en stromen daarna zelfstandig door naar een passende baan. Er is echter ook een groep jongeren voor wie de weg naar werk wordt gekenmerkt door hobbels en zijpaden. In mei 2024 heeft onderzoeksbureau LPBL, vooruitlopend op de wetswijziging en ter voorbereiding op het nieuwe regionale programma JA, een analyse gemaakt van de problematiek rond voortijdig schoolverlaten en jeugdwerkloosheid in de regio Noordoost-Brabant. Op basis van deze regioanalyse, het aanbod dat we de afgelopen jaren hebben ontwikkeld en de gesprekken over de samenwerking, hebben we geconcludeerd dat onze regio de basis op orde heeft. De partners in ons netwerk geven aan elkaar steeds beter te kunnen vinden. Een app groep (voor verbinding, casuïstiek en kennisdeling), een smoelenboek van de contactpersonen bij de netwerkpartners. Netwerkbijeenkomsten en een overzicht van het aanbod13 (de trajectenkaart) hebben daaraan bijgedragen. We zijn onze partners dankbaar voor de nauwe samenwerking binnen de arbeidsmarktregio en voor ieders grote betrokkenheid en inzet en willen dit graag koesteren. Door een gezamenlijke visie en het vertrouwen in elkaar, kunnen we doen wat nodig is.

Maar zolang er in onze regio nog jongeren afhaken en thuis komen te zitten, zijn er we er nog niet. De krapte op de arbeidsmarkt is groter dan ooit, we hebben we alle talenten hard nodig. De kansen op volwaardig meedoen in de maatschappij zijn ongelijk verdeeld. Sommige groepen jongeren komen moeizaam duurzaam aan het werk. Het gaat dan vooral om jongeren uit het praktijkonderwijs (pro), voortgezet speciaal onderwijs (vso), jongeren uit het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) entree en bol-niveau 2 en voortijdig schoolverlaters (vsv’ers). Dit zorgt ervoor dat arbeidspotentieel onbenut blijft en dat er jongeren in maatschappelijk opzicht uitvallen. Het behalen van een startkwalificatie en/of het vinden van een baan helpt bij het voorkomen van andere problemen, zoals criminaliteit, schulden, gezondheids- en psychische problemen. Economisch en sociaal kunnen we het ons niet permitteren om jongeren langs de zijlijn te laten staan.

9

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

De belangrijkste conclusies van de regioanalyse en de input van de gesprekken die relevant zijn voor het nieuwe programma zijn staan vermeld in onderstaande tabel. De verdere cijfers uit de regioanalyse zijn te vinden in bijlage 2.

SIGNALEN / KNELPUNTEN

OPLOSSINGSRICHTING

Het percentage schooluitval (VSV) ligt de afgelopen jaren op of boven de benchmark. Met name mbo 2 kent meer uitvallers dan de benchmark. Bijna 33 % van de uitvallers gaat buiten de regio naar school. Andersom geldt dat voor bijna 40 % van de uitvallers die in onze regio naar school gaan, dat zij buiten de regio wonen. Dat betekent dat het moeilijker is voor (met name) scholen om geharmoniseerde afspraken te maken.

Een preventieve en intensieve verzuimaanpak (aanwezigheidsbeleid) vanuit school en in samenwerking met de doorstroomcoaches. Daarmee snel en flexibel ondersteuning bieden als jongeren (dreigen) uit te vallen. Waar nodig krijgen jongeren ondersteuning bij de overstap naar een nieuwe opleiding, werk of een combinatie.

Het percentage jongeren dat na een jaar na uitval niet is teruggekeerd naar school of naar werk is 41 %. Dat is hoger dan in de benchmark.

Alle jongeren die voortijdig schoolverlaten worden benaderd door een doorstroomcoach met de vraag of er behoefte is aan hulp of ondersteuning richting opleiding, werk of een combinatie. Samenwerking met de Participatiecoaches van de gemeente, de ontwikkelbedrijven en het Werkcentrum voor inzet van leerwerktrajecten en vormen van praktijkleren zoals met een mboPraktijkverklaring.

Het aandeel leerlingen dat naar pro/vso gaat is in onze regio iets hoger dan in de benchmark. En zij hebben vaker dan in de benchmark een uitkering. Veel van hen hebben extra ondersteuningsbehoeften op de arbeidsmarkt. Zij beschikken vaak over waardevolle praktische vaardigheden, maar ondervinden tegelijkertijd meer drempels bij het vinden en behouden van passend werk. Deze kwetsbaarheid komt onder andere doordat zij minder gelegenheid gehad om werkervaring op te doen of een professioneel netwerk op te bouwen. Sommige jongeren hebben (licht) verstandelijke beperkingen, sociaal-emotionele problemen of andere belemmeringen die hen minder goed laten meekomen in reguliere arbeidsomgevingen zonder passende begeleiding. Ook zijn werkgevers niet altijd voldoende bekend met hun talenten en mogelijkheden. Ze weten vaak niet goed wat ze kunnen verwachten van jongeren met een vso- of pro-achtergrond, wat kan leiden tot terughoudendheid bij het aannemen.

Samenwerking met de netwerkcoördinatoren pro en vso. Extra aandacht voor deze doelgroep bij werkgevers. Samenwerking met de Participatiecoaches van de gemeente, de ontwikkelbedrijven en het Werkcentrum voor inzet van leerwerktrajecten en vormen van leren in de praktijk.

10

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

SIGNALEN / KNELPUNTEN

OPLOSSINGSRICHTING

Het aandeel NEET-jongeren is vergelijkbaar met de benchmark. Het aandeel NEET-jongeren dat geen uitkering of UWV-inschrijving heeft is ook vergelijkbaar. We weten nog onvoldoende of er een de ondersteuningsbehoefte is bij de groep die niet in beeld is.

In beeld brengen van deze jongeren en hen actief benaderen met aantrekkelijk leer/werkaanbod.

De huidige ondersteuning is versnipperd terwijl jongeren juist behoefte hebben aan een vertrouwensband met 1 contactpersoon, die naast de jongere gaat staan, aansluit bij de behoefte van de jongere, tijd en aandacht heeft, betrokken en nabij is in combinatie met het stellen van heldere grenzen. En de verschillen per gemeente in hulpaanbod zijn nog te groot. Alle gemeenten hebben een eigen werkwijze, regels en kaders. Nog regelmatig is op casusniveau onduidelijk wie wanneer verantwoordelijk is, vooral als het gaat om de financiële consequenties in het grijze gebied tussen onderwijs en zorg.

Samenwerkingsafspraken maken, met name waar het gaat om overdracht. Elkaar kennen en weten te vinden binnen het netwerk. Duidelijke rolverdeling, voorkomen van dubbelingen. Ruimte voor maatwerk.

De mogelijkheden voor instroom en oriëntatie in het mbo zijn afgelopen jaren vergroot. Voor alle drie de mbo's in de regio geldt wel dat er nog relatief weinig inzet is op onderwijs-op-maat (modulair) en op (nieuwe manieren van) leren in de praktijk.

De mbo’s in onze regio stimuleren en ruimte bieden om gezamenlijk hierop door te ontwikkelen, samen met de netwerkpartners.

Er is sprake van een krappe tot zeer krappe arbeidsmarkt. Het aantal jongeren in onze regio is niet voldoende om de vervangingsvraag als gevolg van de vergrijzende bevolking op te vangen. De verwachting is dat de krapte op de arbeidsmarkt verder zal toenemen. Dit geldt voor alle sectoren.

Voorkomen dat jongeren uitvallen en benutten van zoveel mogelijk arbeidspotentieel. NOBW heeft een Human Capital Agenda (HCA) opgesteld en richt zich op prioritaire sectoren.

11

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Managementsamenvatting

3. Wettelijk kader 3.1 Wet van School naar Duurzaam Werk Bovenstaande signalen worden landelijk herkend en daarom gaat vanaf 1 januari 2026 de wetswijziging “van School naar Duurzaam Werk” van kracht. Dit leidt op hoofdlijnen tot 4 veranderingen: 1.Pro, vso en mbo hebben een wettelijke taak om aanvullende loopbaanbegeleiding (nazorg) te bieden aan jongeren die uitstromen naar werk. Voor mbo tot een jaar na diplomering en voor pro en vso tot twee jaar na diplomering. 2.Gemeenten kunnen betrokken worden bij de aanvullende loopbaanbegeleiding. 3.De doelgroep van het doorstroompunt wordt uitgebreid van 23 naar 27 jaar. 4.Partijen werken verplicht samen in een regionaal programma.

12

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

3.2 Wet Hervorming Arbeidsmarktinfrastructuur Er zijn velerlei voorzieningen om te voorzien in een behoefte van een werkgever, werkende of werkzoekende. De werkelijkheid is echter ook onze inwoners, inclusief professionals uit het netwerk, vastlopen in en afhaken op een structuur die ingewikkeld is georganiseerd. Die complexiteit is een hardnekkig probleem dat landelijk wordt herkend. De wet ‘Hervorming Arbeidsmarktinfrastructuur’, met de regionale werkcentra, heeft als doel om het effectiever en toegankelijker te maken. De kamerbrief6 hierover stelt dat de doelgroep die valt onder de regionale werkcentra ook jongeren zijn die ‘vallen onder de reikwijdte van het wetsvoorstel van school naar duurzaam werk’. De regionale jongerenaanpak werkt dan ook nauw samen met het Werkcentrum Noordoost-Brabant. We sluiten daarbij aan bij de behoefte in begrijpelijke taal te communiceren door een aparte website en socialmedia kanalen op onderdeel ‘Jong!’

Het werkcentrum is de regionale, herkenbare en laagdrempelige voordeur tot het brede palet aan dienstverlening dat netwerkpartners (UWV, gemeenten, onderwijsinstellingen, vakbonden en werkgeversorganisaties) voor werkenden, werkzoekenden en werkgevers uitvoeren. Het werkcentrum heeft een sterke online ingang en zal een aantal fysieke inloopplekken krijgen in de regio. Iedereen kan hier terecht met vragen die betrekking hebben op werk, scholing, leven lang ontwikkelen. Het Werkcentrum kan zelf dienstverlening bieden of wam overdragen naar een van de netwerkpartners. Het Werkcentrum biedt daarmee niet alleen een herkenbare ingang, maar ook een gidsfunctie binnen de arbeidsmarktinfracstuctuur / naar het regionale landschap.

13

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

3.3 Human Capital Agenda Noordoost Brabant Werkt heeft in 2025 een Human Capital Agenda opgesteld. Reden hiervoor is dat de arbeidskrapte in Noordoost-Brabant ernstig is en de verwachting is dat dit langdurig aanhoudt. We doen als regionale samenwerkingspartners vanuit werkgevers, werknemersorganisaties, onderwijs en overheden al veel om de arbeidskrapte te verminderen, maar het is niet genoeg gezien de grote uitdaging. We moeten kiezen waar we ons in de toekomst prioritair op gaan richten in onze regionale arbeidsmarkt. Hiermee willen we grip houden op de arbeidsmarkt en op onze brede welvaart op de langere termijn. De jongeren worden expliciet als voorname doelgroep genoemd.

Human Capital Agenda Brede Welvaart

Deze ontwikkelingen benadrukken het belang om de samenhang en samenwerking tussen de jongerenaanpak, de arbeidsmarktregio NOB en Werkcentrum Noordoost-Brabant nog verder te versterken.

14

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Managementsamenvatting

4. Jongerenaanpak van school naar duurzaam werk 2026 tot en met 2029 4.1. Ambitie De ambitie van de regionale jongerenaanpak is en blijft:

Alle jongeren in onze regio tussen 16 - 27 jaar hebben een passende plek op school of werk

In het netwerk creëren we gezamenlijk kansen en mogelijkheden om alle jongeren perspectief te bieden, mee te doen en zich te ontwikkelen. We bieden ondersteuning om te voorkomen dat jongeren thuis komen te zitten, niet meer meedoen en niet financieel op eigen benen kunnen staan. Dit doen we voor alle jongeren tussen de 16 – 27 jaar in onze regio die een steuntje in de rug nodig hebben om een diploma te halen of duurzaam aan het werk te zijn. Zoveel mogelijk preventief. Als er toch sprake is van uitval, dan is er snel en laagdrempelig ondersteuning.

4.2. Doelgroep De regionale jongerenaanpak richt zich op jongeren in de leeftijd van 16 tot 27 jaar, wonend of naar school gaand in onze regio, die ondersteuning nodig hebben bij het behalen van een diploma of het duurzaam vinden en behouden van werk.

15

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Het gaat daarbij met name om jongeren zonder startkwalificatie die risico lopen op uitval uit het onderwijs of de arbeidsmarkt; met een ondersteuningsbehoefte , bijvoorbeeld door psychische, sociale of praktische belemmeringen; die tijdelijk uitvallen en snel en laagdrempelig hulp nodig hebben om terug te keren naar school of werk. We hanteren een brede en inclusieve benadering: jongeren die extra ondersteuning nodig hebben, ongeacht hun uitstroomprofiel of achtergrond, vallen binnen onze doelgroep. Ook wanneer zij onder een ander financieel kader vallen, zoeken we actief de aansluiting bij de ambities van het programma. Bijvoorbeeld ook vso-leerlingen met uistroomprofiel dagbesteding, jongeren uit de jeugdzorg+ en jongeren woonachtig, schoolgaand en / of werkend in onze regio. Zo maken we de verbinding tussen onze aanpak en de bredere maatschappelijke opdracht: perspectief bieden aan álle jongeren. Tegelijkertijd zijn we ons bewust van de financieringsstructuren en bewaken we zorgvuldig de inzet van middelen, Human Brede Welvaart conform deCapital kaders van Agenda de subsidieverstrekker en het voorkomen van dubbelingen in financiering.

4.3. Doel / streefcijfers Om ervoor te zorgen dat alle jongeren een passende plek hebben, streven we naar een afname van het uitvalpercentage. We hebben dit gespecificeerd naar onderwijssoort om de trends en ontwikkelingen per onderwijssoort in beeld te houden. Dat maakt dat we gedurende het programma bij kunnen sturen. Studiejaar

Studiejaar 2025-2026

Studiejaar 2026-2027

Studiejaar 2027-2028

Studiejaar 2028-2029

totaal

1, 95%

1, 89%

1, 83%

1, 77%

vavo

11, 1%

10, 5%

9, 9%

9, 5%

vo

0, 6%

0, 5%

0, 4%

3, 5%

mbo entree

20%

19%

18, 5%

18%

mbo niveau 2

8, 5%

8%

7, 5%

7%

mbo niveau 3

4, 5%

4%

3, 6%

3, 1%

mbo niveau 4

4%

3, 5%

3, 3%

3, 1%

16

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Motivatie voor dit streefcijfer: We streven ernaar om onder het landelijk gemiddelde te blijven. We hebben daarbij gekeken naar de trend van de ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Door inzet van de maatregelen verwachten we dat de aantallen te behalen zijn. De bron die we gebruiken voor deze cijfers is het VSV-dashboard van DUO7 (februari publicatie voorlopige cijfers, november definitieve cijfers van het schooljaar daarvoor) en de jaarverslagen van de doorstroompunten).

Het aantal jongeren dat niet op school zit of aan het werk is (NEET) jaarlijks afneemt Kalenderjaar 2026

Kalenderjaar 2027

Kalenderjaar 2028

Kalenderjaar 2029

6250

6150

6000

5800

Motivatie voor dit streefcijfer: Hoewel dit cijfer op het eerste gezicht bescheiden lijkt, is het belangrijk om dit te plaatsen binnen de bredere demografische en de maatschappelijke context. Vanwege demografische krimp zal het totaal aantal jongeren afnemen. Tegelijkertijd zien we een stijgende trend van het aantal jongeren met mentale problemen, wat een remmende kan hebben op de daling. Daarnaast is het van belang te onderkennen dat de NEET-doelgroep moeilijk in beeld te krijgen, te houden en te begeleiden is. De bron die we gebruiken voor deze cijfers is het NEET-dashboard van DUO (november publicatie). De JA draagt hiermee bij aan breed maatschappelijk rendement, te weten: Tegengaan van kansenongelijkheid: we bieden jongeren passende en effectieve ondersteuning waardoor zij optimaal gebruik kunnen maken van hun talenten en zichzelf maximaal kunnen ontplooien. Afname van maatschappelijke kosten door niet-participeren. Jeugdwerkloosheid gaat niet alleen over het niet hebben van werk, maar is juist een resultante van problematiek die zich gelijktijdig afspeelt op verschillende leefgebieden. Een probleem op een leefgebied kan bovendien van invloed zijn op andere leefgebieden. Dit geldt overigens ook voor oplossingen. Zo is bekend dat arbeidsdeelname een causale relatie heeft met gezondheid. Tegengaan van structurele arbeidsmarktkrapte.

4.4 Strategie Om het doel te bereiken is het belangrijk om samen te werken. In deze samenwerking hanteren we de onderstaande uitgangspunten en de samenwerkingsafspraken zoals beschreven in het samenwerkingsdocument (bijlage 2). Daarnaast is het belangrijk om focus aan te brengen op de aandachtspunten die uit onze regionale analyse naar voren zijn gekomen. 17

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Uitgangspunten van onze samenwerking Alle jongeren verdienen het om volwaardig maatschappelijk mee te doen, zich zo veel mogelijk te ontwikkelen en duurzaam aan het werk te komen. Partners hebben allemaal een structurele taak en rol in de begeleiding van jongeren naar onderwijs en werk. In sommige situaties overlappen organisaties elkaar. Dit vraagt tijdige afstemming. Indien geen eenduidig beeld van de (financiële) verantwoordelijkheid voor een passend traject kan worden gekregen, dan hebben partners de intentie om er samen uit te komen. Scholen hebben beleid op (aanvullende) loopbaanbegeleiding vastgelegd. Er is vaak sprake van complexe en veelzijdige problemen. Het is belangrijk om Integrale ondersteuning te bieden, in samenwerking met het zorgdomein. We streven ernaar om het ondersteuningsaanbod zoveel mogelijk te harmoniseren. Onze regio strekt zich uit over een gebied van ca. 70 km. Jongeren uit bijvoorbeeld Land van Cuijk, Uden of Boekel, zullen niet snel naar 's-Hertogenbosch komen om gebruik te maken van aanbod dat daar wordt aangeboden. Toch willen we dat alle jongeren zoveel mogelijk gelijke kansen krijgen. De partners spelen in op de behoeftes vanuit werkgevers, gekoppeld aan de vraag van jongeren. Werkgevers moeten kunnen rekenen op adequate samenwerking met gemeenten en onderwijs.

Partners tonen eigenaarschap, leveren toegevoegde waarde om te komen tot het duurzaam uitstromen van jongeren naar werk. Indien er iets extra's nodig is op de eigen (wettelijke) dienstverlening kan een aanvraag worden gedaan bij het regionaal programma. Partners werken aan een inclusieve samenleving waarin iedereen, ongeacht achtergrond, afkomst, geslacht of capaciteiten, gelijke kansen krijgt om mee te doen en zich volledig te ontwikkelen. We streven naar een omgeving waarin diversiteit wordt omarmd en iedereen zich welkom, gewaardeerd en gerespecteerd voelt. Waar mogelijk hebben jongeren een vast contactpersoon als aanspreekpunt, wanneer overdracht nodig is doen de professionals dat zorgvuldig. De partners in het netwerk vullen elkaar aan. Er wordt gekeken of iemand uit het eigen netwerk van de jongere een blijvende steun kan zijn. We praten zoveel mogelijk met jongeren in plaats van over jongeren. Zowel op casusniveau als bij de ontwikkeling of uitvoering van projecten en beleid.

18

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

4.5. Actielijnen en maatregelen Op basis van de analyse omvat het programma 4 actielijnen met maatregelen. Voor deze maatregelen vinden we in onze regio dat: Voor alle maatregelen die door school worden uitgevoerd, geldt dat er geen onderscheid gemaakt wordt op basis van de woonplaats van de jongere. De maatregelen die door het doorstroompunt, werk en inkomen of werkcentrum worden ingezet zijn wettelijk gebonden aan de eigen regio. De maatregelen richten zich op jongeren die op basis van de analyse meer behoefte hebben aan ondersteuning (pro, vso, mbo-entree en mbo bol niveau 2). Jongeren vanuit andere opleidingen (inclusief hbo- en wo-studenten met een functiebeperking) en jongeren met uitstroomprofiel dagbesteding mogen gebruik maken van deze maatregelen indien hier vanuit wettelijk kader geen andere partij voor aan de lat staat.

Actielijn 1: Voorkomen Voortijdig Schoolverlaten (VSV) We zetten in onze regio alles op alles om ervoor te zorgen dat jongeren niet thuis zitten zonder perspectief op opleiding of werk. We bieden snelle en flexibele ondersteuning als jongeren (dreigen) uit te vallen. Waar nodig krijgen jongeren ondersteuning bij de overstap naar een nieuwe studie. Maatregelen: Extra inzet door de doorstroompunten op aanwezigheid Inzet meetinstrumenten voor tijdig signaleren van risico op VSV op het mbo Coachklassen op het mbo Ondersteuning door onderwijsmakelaar voor jongeren bij niet-schoolse problemen die wel risico vormen voor schooluitval Inzet overstapcoaching Extra ondersteuning aan jongeren die Nederlands als tweede taal hebben (NT2)

Actielijn 2. Soepel overstappen naar duurzaam werk We zetten in onze regio alles op alles om jongeren te begeleiden naar en behouden van werk dat bij hen past, ongeacht onderwijsrichting. Leven lang ontwikkelen staat bij ons hoog in het vaandel. Maatregelen: Inzet regionaal loopbaanadvies Inzet regionaal jobcoaching Inzet op Praktijkleren

Actielijn 3. Extra hulp en ondersteuning Als hulp en ondersteuning vanuit reguliere verantwoordelijkheid van de netwerkpartners (nog) niet toereikend is, wordt vanuit de jongerenaanpak ondersteuning gefaciliteerd. Niemand mag uit beeld raken in de ‘grijze gebieden’.

19

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Maatregelen: Maatwerkbudget voor incidentele casussen of specifieke problematiek waarbij er op korte termijn iets nodig is om een doorbraak te realiseren, waarbij reguliere oplossingen niet (snel genoeg) voor handen zijn. Inzet op verbinding tussen onderwijs, samenwerkingsverbanden en hulp aan jongeren op het mbo.

Actielijn 4. Samenwerking met het netwerk We blijven bouwen aan een stevig en verbonden netwerk van professionals die samenwerken vanuit gedeelde verantwoordelijkheid. Het aanbod op gebied van bovenstaande actielijnen is overzichtelijk en vindbaar, we weten elkaar te vinden (wie kan ik “bellen”), hebben korte lijnen om samen te werken en zorgen voor warme overdracht. Maatregel: Organiseren inspiratiesessies en training voor de netwerkpartners De uitwerking van de maatregelen staat beschreven in bijlage 4. De begroting staat beschreven in bijlage 5.

20

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Deze maatregelen zijn het fundament van het programma en worden voor de duur van het programma (4 jaar) vastgesteld. Het programma kan worden bijgestuurd naar de actuele trends en ontwikkelingen in onze regio. Jaarlijks (met ingang van 2027) wordt een uitvoeringsplan met (aanvullende) maatregelen opgesteld door het programmateam Jongerenaanpak in afstemming en samenwerking met het operationeel en het tactisch overleg en ter besluitvorming voorgelegd aan de coalitie. Hiervoor zijn financiële reserves. De input voor het uitvoeringsplan wordt opgehaald bij onze netwerkpartners. Als er een gezamenlijke behoefte wordt herkend kan een nieuw project of inzet worden geïnitieerd. De tarieven voor de inzet staan vermeld in bijlage 6. Nieuwe initiatieven moeten voldoen aan het volgende afwegingskader: Gericht op jongeren van 16 – 27 jaar. Het moet aanvullend zijn op de wettelijke taken van de netwerkpartners. Het gaat om samenwerking door minimaal twee netwerkpartners van NOBW. De meerwaarde zit in regionale samenwerking. Bij aanbod voor scholen, moet het uit te breiden zijn naar alle betrokken scholen. Het aanbod moet bij voorkeur na verloop van tijd op zichzelf kunnen staan. De uiterste looptijd is december 2029. Er moet een aantoonbaar probleem zijn dat een oplossing nodig heeft. Inhoudelijk past het binnen de actielijnen en de huidige maatregelen.

Toetsing vindt plaats door het programmateam jongerenaanpak. Nieuwe initiatieven tot een bedrag van 25.000 euro die voldoen aan het afwegingskader hoeven niet goedgekeurd te worden door de stuurgroep. Het programmateam JA heeft hiervoor mandaat. Dit wordt afgestemd met de voorzitter van de stuurgroep. Als tussentijds op basis van de opgehaalde behoeften of van de indicatoren blijkt dat afwijking nodig is, wordt dit in overleg met de coalitie aangepast in het programma en afgestemd met OC&W.

21

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

4.6 Wat vinden de jongeren zelf? Jongerenparticipatie op programma niveau Wij zijn er voor de jongeren. We hechten dan ook veel waarde aan de betrokkenheid van jongeren bij de ontwikkeling van het programma en het aanbod. Alleen als we hun behoefte kennen, kunnen we daarbij aansluiten. Wij maken gebruik van actuele rapporten en onderzoeken over jongeren en hun behoeften. Ook neemt de regio deel aan een onderzoek van de universiteit van Tilburg over de aannames en attitudes van jongeren met betrekking tot werk. Dit verschaft ons informatie van jongeren voor de stap naar duurzaam werk. De voortgang van het programma wordt jaarlijks besproken met de centrale studentenraad van KW1C. Dit orgaan levert tevens feedback aan het programmateam.

Jongerenparticipatie op maatregel niveau Bij het uitvoeren van de maatregelen worden de behoeften en ervaringen van jongeren actief opgehaald. Deze inbreng levert een onmisbare bijdrage aan onze projecten en activiteiten. Hoe doen wij dit? De maatregelen bespreken wij bijvoorbeeld met mbo studenten (alle niveaus). We doen dit ook nog bij het pro en vso. Per maatregel evalueert de betreffende uitvoerende professional met de jongere hoe de dienstverlening loopt en of hij/zij tevreden is of aandachtspunten heeft. Waar nodig passen wij zaken meteen aan. We hanteren het participatiemodel “it’s up to youth”. We vragen jongeren hulp bij activiteiten die we organiseren en zorgen dat we tevens iets ‘terug te bieden’ hebben aan de jongeren (wederkerigheid). Voorbeelden van onze jongerenparticipatie zijn het vragen van input op projecten van ervaringsdeskundigen, het maken van foto's of helpen in de catering bij events. We doen dit via de contacten die onze netwerkpartners met jongeren hebben. In 2025 zijn we een filmproject gestart met en door jongeren. Via de dialoog die we aangaan via deze film vragen we input met jongeren op de behoefte van jongeren. We houden oog voor soortgelijke initiatieven. We werken met stagiaires in ons programma en begeleiden hen hiermee in het afstuderen en stap naar hun toekomstig werk. 22

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

4.7. Financieel kader Het Rijk stelt jaarlijks budget beschikbaar voor de Regionale Jongerenaanpak. Dit budget is structureel opgenomen in de begroting van OC&W. Met de reserves en de nieuwe middelen is het budget voor de jongerenaanpak: Financiën Regionale Jongerenaanpak

Middelen

Regionaal Programma Van School naar Duurzaam Werk Coördinatie aanpak jeugdwerkloosheid*

2026

2027

2028

2029

€ 3.097.464

€ 3.097.464

€ 3.097.464

€ 3.097.464

€ 75.000

€ 75.000

€ 75.000

€ 3.172.455

€ 3.172.455

€ 3.172.455

€ 75.000

Overlopende passiva programma 2020 – 2025 *

€ 1.400.000

Totalen

€ 4.572.455

* Bestaat uit Rijksbudget van middelen aanpak jeugdwerkloosheid. Deze middelen hebben geen eindtermijn om besteed te worden.

Daarnaast ontvangen onze netwerkpartners Rijksmiddelen voor de reguliere werkzaamheden: pro-, vso- en mbo-scholen ontvangen naar verwachting jaarlijks middelen voor de aanvullende loopbaanbegeleiding via de lumpsum. Doorstroompunten ontvangen jaarlijks een specifieke uitkering (SPUK) voor hun reguliere taak via de gemeente ‘s-Hertogenbosch. De individuele gemeenten ontvangen extra middelen voor begeleiding van jongeren naar werk via de decentralisatie-uitkering voor de looptijd van het programma. De inzet van de netwerkcoördinatoren pro en vso wordt gefinancierd vanuit het Rijk. 23

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Koning Willem 1 College (KWIC) is de contactschool van onze regio en ontvangt budget via een subsidie-aanvraag. ’s-Hertogenbosch ontvangt als contactgemeente het budget via een specifieke uitkering (SPUK). Partners die budget ontvangen, verantwoorden aan de contactgemeente en de contactschool hoe het budget is besteed. Contactschool en contactgemeente zijn verplicht om afspraken met deze partners te maken ten aanzien van de verantwoording richting ieders accountant. De coalitie Jongerenaanpak stelt jaarlijks de begroting van het programma vast en stelt wanneer nodig prioritering aan de inzet van middelen.

4.8. Monitoren en evalueren van het programma Het monitoren en evalueren van het programma is cruciaal om de effectiviteit en impact te meten, verbeterpunten te identificeren en de strategieën aan te passen waar nodig. Voor de projecten en activiteiten vanuit het programma verzamelen we kwantitatieve en kwalitatieve data. Bijvoorbeeld het aantal deelnemers, wat het resultaat is van de trajecten, welke vervolgstap is gezet, feedback van deelnemers, feedback van de professionals die ermee te maken hebben. De precieze vraagstelling staat beschreven in bijlage 7. We verzamelen de werkzame principes en elementen om te continueren wat werkt. De projecten en activiteiten worden weergegeven in een projectportfolio waarin de voortgang wordt beschreven. Dit wordt voorgelegd bij het tactisch overleg en bij het overleg met de coalitie. Indien gewenst kan er van een project een maatschappelijke kosten-/batenanalyse worden gedaan door een externe onderzoeker. Dit geschiedt enkel op verzoek van de coalitie.

24

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Managementsamenvatting

5. Organisatie 5.1. Programmateam Het programmateam bestaat uit 2,5 fte projectleiding vanuit de contactgemeente (dit is inclusief de werkzaamheden coördinator aanpak Jeugdwerkloosheid), 0,9 fte programmamanagement van de contactgemeente, 1 fte programmanagement vanuit de contactschool, 0,2 fte beleidsadvies doorstroompunt, 0,77 fte pro/vso coördinatie. Voor de borging van continuïteit op de uitvoering van het regionale programma, zoals het beschikbaar stellen van menskracht vanuit de contactgemeente, treedt het afdelingshoofd maatschappelijke ontwikkeling van de gemeente 's-Hertogenbosch op als een ambtelijk opdrachtgever. Het Programmateam Jongerenaanpak zorgt voor de ontwikkeling en uitvoering van het regionale programma Jongerenaanpak en de uitvoeringsplannen: de projectleiding, monitoren en evalueren van maatregelen en interventies, afstemming en samenhang van projecten in het programma en van de partners, signaleren en analyseren van trends, budgetbeheer, communicatie, meedenken op casussen (gidsfunctie) en bovenal het verbinden van de partijen. Daarmee ontzorgen we onze netwerkpartners. Ook hebben we één centraal regionaal emailadres waarop we alle werkdagen voor onze netwerkpartners (en daarbuiten) te bereiken zijn, te weten jongerenaanpak@noordoostbrabantwerkt.nl. De operationele -, tactische - en coalitie overleggen worden georganiseerd door het programmateam.

Een projectleider van het programmateam is voorzitter van het operationeel- en tactisch overleg. De programmamanagers contactschool en contactgemeente organiseren gezamenlijk de coalitie. 25

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

5.2. Governance De aansturing van de arbeidsmarksamenwerking in brede zin ligt bij het Regionaal Beraad, waarin vertegenwoordigers van gemeenten, onderwijsinstellingen, UWV, SBB, sociale partners, werkgevers en de Werk-ontwikkelbedrijven zitting hebben. Dit beraad is eindverantwoordelijk voor het regionale arbeidsmarktbeleid. Het Regionaal Beraad mandateert de coalitie Jongerenaanpak om: Het programma en de uitvoeringsplannen en de bijbehorende budgetten vast te stellen; Partners te mobiliseren en afstemming te organiseren op tactisch en operationeel niveau; De coalitie Jongerenaanpak bestaat uit een brede vertegenwoordiging van onderwijspartners. Deze brede samenstelling is essentieel om de betrokkenheid en het eigenaarschap van alle scholen te borgen. De coalitie Jongerenaanpak mandateert het programmateam om het programma uit te voeren, te monitoren, te evalueren en bijstellingsvoorstellen te doen.

De wetswijziging van School naar Duurzaam Werk8 en de bijbehorende regeling9 geeft de contactgemeente, centrumgemeente en contactschool de opdracht om gezamenlijk zorg te dragen voor de totstandkoming en uitvoering van het regionaal programma. Het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente stelt mede namens de colleges van burgemeester en wethouders van de andere gemeenten in de regio een regionaal programma op. Deze opdracht wordt via de samenwerkingsovereenkomst NOBW gemandateerd aan de coalitie Jongerenaanpak. Op basis van deze samenwerkingsovereenkomst zijn de netwerkpartners, waaronder de gemeenten in de regio, overeengekomen dat de coalitie Jongerenaanpak verantwoordelijk is voor de totstandkoming, besluitvorming, sturing en monitoring van het regionale programma Jongerenaanpak. 26

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

5.3. Samenstelling Coalitie Jongerenaanpak

Namens Gemeenten

Wethouder contactgemeente 's-Hertogenbosch, met onderwijs in portefeuille Wethouder gemeente Oss, met onderwijs, arbeidsparticipatie en Werk en Inkomen in portefeuille

Namens het Onderwijs

Directeur – bestuurder contactschool KW1C Directeur – bestuurder mbo Yuverta Directeur – bestuurder mbo SintLucas Directeur – bestuurder swv vo De Meierij (regioindeling passend onderwijs 36a). Vertegenwoordiging vo-scholen 's-Hertogenbosch, Vught, Schijndel, Boxtel en Sint- Michielsgestel Directeur – bestuurder swv vo 30.06 (regio-indeling passend onderwijs 36b) Vertegenwoordiging vo-scholen Oss, Maashorst, Veghel en Bernheze Directeur – bestuurder HUB Noord Brabant Vertegenwoordiging vso-scholen Directeur – bestuurder Het Hooghuis Vertegenwoordiging pro-scholen

Namens de werkontwikkelbedrijven

Directeur – bestuurder IBN Vertegenwoordiging ontwikkelbedrijven, rouleert per twee jaar.

Deelnemer zonder stemrecht

Programmamanager Jongerenaanpak contactschool Programmamanager Jongerenaanpak/ coördinator Doorstroompunten contactgemeente Teamleider RBL BNO Inhoudelijk vertegenwoordiger doorstroompunten

27

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Taken en bevoegdheden coalitie Jongerenaanpak 1.De coalitie is bestuurlijk opdrachtgever voor het tot stand komen en uitvoeren van het regionaal programma JA. 2.De coalitie geeft mandaat aan het programmateam voor het uitvoeren van het regionaal programma JA en (her)verdeling van middelen. 3.De coalitie kiest de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter, voor een periode van minimaal 3 jaar. 4.De coalitie komt tenminste drie keer per jaar bijeen op uitnodiging van de programmamanagers Jongerenaanpak. 5.De coalitie is verantwoordelijk voor de (bij)sturing en monitoring op de uitvoering van het regionale programma Jongerenaanpak. Hierbinnen stellen zij de begroting van de Rijkssubsidie vast. Daarnaast stelt de coalitie onder meer vast: de uitvoeringsplannen en de inhoudelijke en financiële verantwoording van het programma. De deelnemers van de coalitie betrekken en informeren hun achterban. 6.De coalitie besluit op basis van consensus. Als het niet lukt om overeenstemming te bereiken, wordt besproken wat er nodig is om tot overeenstemming te komen, kan op een bepaald onderdeel besloten worden of wordt het voorstel met aanvullende informatie teruggenomen naar de tekentafel. Dit wordt teruggekoppeld naar het tactisch overleg. Bij verhindering is het mogelijk om de stem uiterlijk een dag voor het overleg per mail door te geven aan de voorzitter.

Indien dit niet wordt gedaan, wordt de stem niet meegenomen in de besluitvorming. 7.De coalitie machtigt de voorzitter om namens haar de programmalijn Jongerenaanpak te vertegenwoordigen in het Regionaal Beraad NOBW en uit te dragen buiten het programma. Omdat binnen het regionaal beraad twee zetels zijn gereserveerd voor vertegenwoordigers uit het onderwijs, ligt het voor de hand dat het voorzitterschap van de coalitie door iemand uit deze geleding wordt vervuld. 8.De programmamanagers Jongerenaanpak bereiden de coalitie voor en zogen voor verslaglegging. 9.Andere partners kunnen gedurende de looptijd van de overeenkomst toetreden tot de Coalitie. De voorzitter legt dit ter goedkeuring voor aan de overige leden van het overleg. De meerderheid moet hiermee instemmen.

28

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

5.4. Samenstelling Tactisch Overleg Jongerenaanpak Afgevaardigde swv vo De Meierij met kennis van beleid passend onderwijs Afgevaardigde swv vo 30 06 met kennis van beleid passend onderwijs Afgevaardigde mbo-instellingen met kennis van begeleiding en ondersteuning van studenten Afgevaardigde beleidsadviseurs gemeenten met kennis van Doorstroompunt Afgevaardigde beleidsadviseurs gemeenten met kennis van Participatie Afgevaardigde beleidsadviseur gemeenten met kennis van Jeugdhulp (namens het Regionaal Team Advies / RTA Jeugd) Afgevaardigde programma-/accountmanager/ projectleider jongeren ontwikkelbedrijven Netwerkcoördinator pro Netwerkcoördinator vso Afgevaardigde van programmateam Arbeidsdeskundige UWV Regio-adviseur SBB Projectleider Werkcentrum Taken en bevoegdheden Tactisch Overleg Jongerenaanpak 1.Het Tactisch Overleg Jongerenaanpak bestaat uit beleids- en tactisch adviseurs van gemeenten, onderwijsinstellingen, SBB, UWV, Werkcentrum en de ontwikkelbedrijven in de arbeidsmarktregio Noordoost-Brabant. Deelnemers hebben een brede deskundigheid op het gebied van VSV-problematiek en/of arbeidsmarkt. 2.Een projectleider van de jongerenaanpak is voorzitter van het Tactisch Overleg. 3.Het Tactisch Overleg komt tenminste vier keer per jaar bijeen op uitnodiging van team jongerenaanpak.

Gezien de omvang van de groep en de verschillende aandachtsgebieden van de deelnemers kan ervoor worden gekozen om bepaalde onderwerpen in themagroepen te bespreken. 4.Het Tactisch Overleg is verantwoordelijk voor uitzetten van de koers van de jongerenaanpak, beleidsontwikkeling, signaleren en analyseren van trends en ontwikkelen, indienen van projectvoorstellen en het voorbereiden van en adviseren op besluitvorming in de coalitie. Bij verhindering is een collega welkom om te vervangen of kan input per mail worden aangeleverd tot een dag voorafgaand aan het overleg. 5.Leden van het tactisch overleg houden de collega's binnen hun eigen organisatie aangehaakt op het programma, halen daar input op en koppelen informatie en besluiten terug. 6.Leden van het tactisch overleg treden ook buiten de eigen organisatie op als ambassadeur, door het borgen van besluiten, delen van good practices en bevorderen van samenwerking in de regio. 29

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

5.5. Samenstelling Operationeel Overleg Jongerenaanpak Afgevaardigde schoolbegeleider swv vo 30 06 Afgevaardigde studentenondersteuners / begeleiders mbo-instellingen Afgevaardigde coach Doorstroompunt van gemeenten Afgevaardigde Jobcoach en/of participatieconsulent gemeenten Afgevaardigde studentondersteuner/ stage-/ uitstroom coördinator pro- en vso-scholen Afgevaardigde jongeren trajectcoaches werk-ontwikkelbedrijven Afgevaardigde adviseur praktijkleren SBB Afgevaardigde arbeidsdeskundige UWV Afgevaardigde projectleider Werkcentrum Afgevaardigde van programmateam Taken en bevoegdheden Operationeel Overleg Jongerenaanpak 1.Het Operationeel Overleg Jongerenaanpak bestaat uit uitvoerend medewerkers van gemeenten, onderwijsinstellingen, SBB, UWV, Werkcentrum en de werk-ontwikkelbedrijven in de arbeidsmarktregio Noordoost-Brabant. 2.Het Operationeel Overleg is verantwoordelijk het signaleren en kenbaar maken van knelpunten. 3.Een projectleider van de jongerenaanpak is voorzitter van het Operationeel Overleg. 4.Het Operationeel Overleg komt tenminste 4 keer per jaar bijeen op uitnodiging van team jongerenaanpak. 5.Het Operationeel Overleg is gericht op het versterken van de netwerksamenwerking op casusniveau (elkaar weten te vinden), kennisuitwisseling en signaleren van knelpunten.

De deelnemers van het operationeel overleg nemen ook deel aan een app-groep om snel te kunnen schakelen op casusniveau. 6.Deelnemers aan het operationeel overleg houden de collega's binnen hun eigen organisatie aangehaakt op het programma, halen daar input op en koppelen informatie terug. 7.Deelnemers aan het operationeel overleg treden ook buiten de eigen organisatie op als ambassadeur, door het borgen van besluiten, delen van good practices en bevorderen van samenwerking in de regio.

30

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

5.6. Samenstelling Regionaal Overleg Doorstroompunten Coördinator Doorstroompunt contactgemeente Programmamanager VSV contactschool Beleidsadviseur Doorstroompunt 's-Hertogenbosch Beleidsadviseur Doorstroompunt RBL BNO Beleidsadviseur Doorstroompunt Mijn Gemeente Dichtbij Beleidsadviseur Doorstroompunt Heusden Taken en bevoegdheden Regionaal Overleg Doorstroompunten 1.Het Regionaal Overleg Doorstroompunten bestaat uit beleidsadviseurs Doorstroompunt van de gemeenten, de programmamanager VSV van de contactschool en de coördinator Doorstroompunt in regio 36. 2.De coördinator Doorstroompunt is voorzitter van Regionaal Overleg Doorstroompunten. 3.Het Regionaal Overleg Doorstroompunten komt tenminste 6 keer per jaar op uitnodiging van de coördinator Doorstroompunt. 4.Het Regionaal Overleg Doorstroompunten is gericht op het versterken van de netwerksamenwerking, kennisuitwisseling en signaleren van knelpunten. De beleidsadviseurs Doorstroompunten leveren tijdig informatie aan voor de VSVeffectrapportage en de jaarverslagen leerplicht en doorstroompunt.

31

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Managementsamenvatting

6. Communicatie Om iedereen in de netwerksamenwerking op de hoogte te houden van het aanbod en de ontwikkelingen van de Jongerenaanpak is communicatie van groot belang. Het zorgt ervoor dat het aanbod bekend is en ook daadwerkelijk bij de jongeren terecht komt. Onze communicatiestrategie richt zich op het informeren van netwerkpartners over ons aanbod en de voortgang en de resultaten van het programma. Daarnaast zetten we onze netwerkpartners actief in beweging, versterken we het community gevoel en brengen we partners bij elkaar om samen te werken. Door consistente communicatie bouwen we aan saamhorigheid, verhogen we betrokkenheid en creëren we een sterk netwerk dat bijdraagt aan het succes van het programma. De communicatie bestaat o.a. uit: Digitale nieuwsbrief (om de 2 maanden): Regelmatige updates over belangrijke mijlpalen, successen en nieuwe ontwikkelingen, verzonden naar netwerkpartners en andere belanghebbenden. Website en sociale media: Actuele informatie over het aanbod, evenementen, succesverhalen en nieuwsitems worden gedeeld via de webpagina Jongerenaanpak op de website van Noordoost Brabant Werkt en via de LinkedInpagina van NOBW. Communicatie naar jongeren doen we via de website van Werkcentrum Noordoost-Brabant waar jongeren een eigen onderdeel hebben: Jong!

32

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Bijeenkomsten en events: We organiseren met regelmaat workshops, seminars en andere evenementen voor kennisdeling, inspiratie en verbinding. Publicaties: Verspreiding van brochures, rapporten en andere documenten over de voortgang en resultaten van het programma. We bieden een (actuele) interactieve trajectenkaart en uitstoomroutekaart om netwerk te informeren over alle initiatieven en mogelijkheden voor jongeren in de regio.

Smoelenboek en overzicht van de deelnemers: We houden overzicht van de deelnemers van het netwerk en informeren nieuwe deelnemers over het programma. Om de verbinding tussen de professionals onderling te versterken hebben we het online smoelenboek ontwikkeld. Om elkaar te leren kennen en makkelijk te vinden, ten behoeve van de jongeren. Media: Verspreiden van relevante persberichten en artikelen in regionale media om de zichtbaarheid van het programma te vergroten. Als het gaat om communicatie met de doelgroep jongeren houden we rekening met wat jongeren willen in communicatie en welke rol zij hier zelf in kunnen vervullen.

33

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Managementsamenvatting

Bijlagen Bijlage 1: Aanbod van onze netwerkpartners Bijlage 2: Regionale samenwerkingsafspraken Bijlage 3: Regio in cijfers Bijlage 4: Uitwerking van de maatregelen Bijlage 5: Begroting 2026–2029 Bijlage 6: Tarieven Bijlage 7: Evaluatie en monitoring Bijlage 8: Lijst met definities

34

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Bijlage 1: Aanbod van onze netwerkpartners Ondersteuning op school Reguliere ondersteuning op het vo Als een leerling extra begeleiding nodig heeft, brengt de school eerst de onderwijs- en ondersteuningsbehoefte in beeld. Daarna bekijkt het ondersteuningsteam van de school hoe dat in de eigen school georganiseerd kan worden. Voor advies of expertise kan het samenwerkingsverband betrokken worden. Alle vo-scholen hebben een schoolondersteuningsaanbod. Hierin staat op welke wijze de school ondersteuning biedt aan leerlingen met speciale onderwijsbehoeften. Dit wordt aan kenbaar gemaakt in de schoolgids. De ondersteuning bestaat uit: Mentor: iedere leerling heeft een bekend eerste aanspreekpunt. Ondersteuningsteams: de meeste scholen in onze regio hebben een intern ondersteuningsteam, bestaande uit ondersteuningscoördinatoren, schoolmaatschappelijk werkers, vertrouwenspersonen en soms orthopedagogen. Deze teams bieden gerichte begeleiding en ondersteuning aan leerlingen met specifieke behoeften. Samenwerking met externe partijen: scholen werken samen met gemeentelijke jeugd- of wijkteams en de daarbij betrokken jeugdzorgorganisaties, GGZ-instellingen en jongerenwerk om problematiek aan te pakken. Preventieprogramma's: Veel scholen bieden preventieve programma's aan zoals voorlichting over pesten, gezonde levensstijl, alcohol en drugs, seksuele voorlichting, en omgaan met geld.

Deze programma's zijn bedoeld om problemen te voorkomen, vroegtijdig te signaleren en aan te pakken. Alle v(s)o-scholen in onze regio zijn aangesloten bij een samenwerkingsverband (swv): de taak van de swv-en is om scholen, leerlingen, ouders en andere betrokken partijen te ondersteunen om passend onderwijs te realiseren. Voor de vo-scholen in onze regio hebben we met name te maken met swv De Meierij ('s-Hertogenbosch, Vught, Schijndel, Boxtel en Sint-Michielsgestel) en swv 3006 (Oss, Maashorst, Meierijstad en Bernheze). Er is 1 school binnen onze regio die valt onder swv Rijk van Nijmegen (Land van Cuijk). Jongeren uit Boekel zijn voor ondersteuning aangewezen op swv Helmond Peelland. En daarnaast hebben we regionaal soms ook te maken met swv Rivierenland. Het swv De Meierij biedt vo-scholen de mogelijkheid om verschillende arrangementen of maatwerktrajecten aan te vragen voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Ook is het voor scholen mogelijk om een overstaparrangement aan te vragen voor leerlingen die vanuit het vso overstappen naar het vo. In de bovenschoolse voorziening wordt een onderwijs-zorgarrangement aangeboden voor leerlingen. Daarnaast wordt in de regio het experiment onderwijszorgarrangementen uitgevoerd, waarbij leerlingen van een vso-school onderwijs op een zorglocatie ontvangen.

35

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Het aanbod van swv 30 06 is bestaat uit twee niveaus: Weer terug op Koers en Passend met Anderen. Weer terug op koers (hiervoor ontvangen de scholen een vast budget vanuit het SWV) Als de basisondersteuning onvoldoende is, kan de leerling (tijdelijk) extra ondersteuning in 1op-1 begeleiding of in een kleinschalige setting krijgen. Dit is een standaard schoolaanbod voor leerlingen met complexe en/of gestapelde problematiek op het gebied van leren, sociaalemotionele ontwikkeling, gedrag en/of lichamelijke gezondheid. Passend met anderen (hiervoor is extra budget aan te vragen bij het SWV) Soms kan de reguliere school niet bieden wat de leerling nodig heeft. Dan kan de school een specifiek alternatief organiseren voor de leerling met of bij een andere school of met inzet van extra (externe) begeleiding/hulpverlening. Voorbeelden zijn ondersteuning om thuiszittende jongeren weer in te laten groeien, jongeren die de overstap maken van het vso naar het vo en observatoriumplekken. Voor wat betreft de internationale schakelklassen (isk’s) binnen het vo geldt dat ook de ondersteuningsstructuur van betreffende school beschikbaar is en er minder leerlingen per klas zitten. De mentor pakt daar een grotere ondersteuningsrol. Het samenwerkingsverband kan niet in taalonderwijs ondersteunen, maar wel op het gebied van bijvoorbeeld traumasensitief werken.

Daarnaast voorziet het nieuwkomersloket van het KW1C in de bundeling van expertise omtrent onderwijs aan anderstaligen, ook voor vo scholen.

Reguliere ondersteuning op het mbo De mogelijkheden voor instroom en oriëntatie in het mbo zijn afgelopen jaren vergroot. Zo hebben KW1C, Yuverta en Sintlucas verschillende vormen van oriëntatiejaren. Daarnaast zijn er diverse voorzieningen om te voorkomen dat jongeren uitvallen, zoals ondersteuningsteams, coachklas, schoolmaatschappelijk werk, vertrouwenspersonen, onderwijsmakelaars en hulp bij financiële problemen. In de ondersteuningsstructuur zien we dat het KW1C meer voorzieningen in de tweede en de derde lijn heeft dan Yuverta en Sintlucas. De verklaring daarvoor ligt in de kleinere locaties van deze beide scholen, daar gebeurt veel van de ondersteuning in de onderwijsteams zelf. Voor alle drie de mbo's geldt dat er nog relatief weinig inzet is op onderwijs-op-maat (modulair) en op (nieuwe manieren van) leren in de praktijk. Hierbij gaat het om gepersonaliseerde, flexibele en betrokken leerervaringen waarbij wordt ingespeeld op individuele behoeften en het inzetten van innovatieve lesmethoden, wat leidt tot betere leerresultaten en meer gemotiveerde leerlingen. Bij Yuverta is wel ervaring opgedaan met een gecombineerde leerweg. Binnen het mbo zijn dit speerpunten waar de komende jaren aan gewerkt wordt, via de werkagenda “Samen werken aan Talent”13.

Reguliere ondersteuning op het Voortgezet Speciaal Onderwijs (vso) Het speciaal onderwijs is er voor jongeren die specialistische begeleiding en ondersteuning nodig hebben die het regulier onderwijs niet kan bieden. Bijvoorbeeld in verband met blind- of slechtziendheid, doof- of slechthorendheid, een taal-spraakontwikkelingsstoornis of andere belemmeringen waarbij er behoefte is aan intensieve en specialistische ondersteuning bij het leren, de sociaal-emotionele ontwikkeling en/of regulering van gedrag. 36

REGIONAAL PLAN JONGERENAANPAK VAN SCHOOL NAAR DUURZAAM WERK

Voor het vso is een toelaatbaarheidsverklaring nodig. Het streven is dat de jongere weer terug kan keren naar een reguliere vo-school of naar het vervolgonderwijs. Er zijn drie uitstroomprofielen10 in het vso: vervolgonderwijs, arbeidsmarktgericht (al dan niet beschut werk) en dagbesteding. Vso-scholen moeten een ontwikkelingsperspectief voor leerlingen vaststellen, samen met de leerling en de ouders. De school evalueert het ontwikkelingsperspectief jaarlijks met de leerling en de ouders en stelt het zo nodig bij. Vsoscholen hebben, elke school op hun eigen wijze, een plan voor onderwijs, leerlingenzorg en arbeidstoeleiding. Hierin staat op welke wijze de school ondersteuning en begeleiding biedt, afgestemd op de behoeften en mogelijkheden van leerlingen. Er is nauwe samenwerking met ouders/verzorgers, jeugdhulp/-zorg, gemeenten en het bedrijfsleven. Er wordt niet alleen gekeken naar hoe het op school gaat, maar ook naar de thuissituatie, de vrije tijd en eventuele jeugdhulp. Zo proberen vso-scholen jongeren, samen met netwerkpartners, in alle onderdelen van hun leven verder te helpen, op weg naar een goede toekomst. Om het pro en vso beter en duurzamer aan te laten sluiten op de arbeidsmarkt en de arbeidstoeleiding te optimaliseren, zijn er landelijk in iedere arbeidsmarktregio netwerkcoördinatoren aangesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=3b76c459-cddf-4808-9cfa-0664f15b414d