Bijlage 1 - Projecttoelichting V5
Tekst van het document
Zwavelzuur 96 % (25 m3) Zoutzuur 33 % (35 m3) Natronloog 50 % en (38, 15 en 10 m3)
4. Salpeterzuur 60 % (60 m3) Een overzicht van de opslagtanks met bovengenoemde gevaarlijke stoffen is opgenomen op de bijgevoegde overzichtstekening in het OLO als bijlage 8. In de QRA in bijlage 11 zijn alle gegevens met betrekking tot de omvang en risico’s van de opslag en verladingen van deze gevaarlijke stoffen opgenomen. Tanks voor opslag grondstoffen, tussenproducten en gereed product Ten behoeve van de inname van melk en wei (bij de RMO) zijn verschillende opslagtanks voor grondstoffen aanwezig. Voor de verwerking en opslag van tussenproducten zijn op het terrein verschillende (proces)tanks aanwezig. Ook zijn tanks/silo’s aanwezig waarin gereed product opgeslagen wordt. 6.3.3 Koelinstallaties FrieslandCampina DMV beschikt voor de uitvoering van haar processen over een drietal ammoniakkoelinstallaties. Deze koelinstallaties zijn aanwezig ten behoeve van het koelen van water dat naar het productieproces getransporteerd wordt waar grondstof of tussenproduct kan koelen. Er kan een onderverdeling gemaakt worden uit de volgende drie installaties: • • •
GEA- groot - inhoud 3.500 kg ammoniak GEA- klein (koppeling 2 installaties) - inhoud 1.313 kg ammoniak Nijssen - inhoud 736 kg ammoniak
De ammoniakkoelinstallaties brengen een risico met zich mee op het gebied van externe veiligheid. Er is een QRA uitgevoerd in opdracht van FrieslandCampina DMV. In de QRA (bijlage 11) zijn alle gegevens met betrekking tot de omvang en risico’s van de ammoniakkoelinstallaties opgenomen. Naast de ammoniakkoelinstallaties zijn ook natte koeltorens aanwezig binnen de inrichting, waarin het koelwater alvorens lozing op het oppervlaktewater teruggekoeld wordt. Hierdoor wordt de warmtevracht die geloosd wordt op het oppervlaktewater beperkt.
30/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
FrieslandCampina DMV beschikt over een preventieplan voor legionella, om zo emissies die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid te voorkomen. 6.3.4
Bedrijfshulpverlening
FrieslandCampina DMV beschikt over een bedrijfshulpverlening voor ongevallen en brandmeldingen. De taak van deze bedrijfshulpverlening is, eerste hulp verlenen bij letselongevallen en bij een brandalarm als eerste ter plaatse gaan om te controleren of er sprake is van loos alarm of van een daadwerkelijk alarm. Op het brandmeldsysteem binnen de inrichting is af te lezen waar de melding plaats heeft gevonden. De leden van de bedrijfshulpverlening zijn zeer ervaren en hebben uitgebreide kennis van de gebouwen. Hierdoor kan snel geconcludeerd worden of bijvoorbeeld een brandmelding echt is. Indien er daadwerkelijk een calamiteit optreedt zullen de externe hulpverleningsdiensten zo spoedig mogelijk ingeschakeld worden. De bedrijfshulpverlening van FrieslandCampina DMV is niet uitgerust om grote branden binnen de inrichting te blussen. 6.3.5 Technische dienst FrieslandCampina DMV beschikt binnen de inrichting over een eigen technische dienst voor onderhoud en reparaties. Er zijn verschillende technische ruimten en werkplaatsen aanwezig binnen de inrichting voor de uitvoering van de taken van de technische dienst. De verschillende werkplaatsen zijn aangegeven op de tekening bijgevoegd als bijlage 6. De eigen technische dienst voert diverse kleine onderhoudswerkzaamheden uit op de locatie. Dit betreft bijvoorbeeld kleine laswerkzaamheden.
Voor grotere werkzaamheden worden door FrieslandCampina DMV contractors ingezet. Daarvoor is een (contractor)werkplaats (in gebouw 19 (zie bijlage 6) aanwezig. Bij grote (ver)bouw- en onderhoudsprojecten wordt soms gekozen om tijdelijk extra contractor-units te plaatsen ten behoeve van het project. Als de werkzaamheden zijn afgerond, worden deze units ook afgevoerd. 6.3.6 Kantine FrieslandCampina DMV beschikt over een bedrijfskantine binnen haar inrichting. In de kantine worden diverse voedingsmiddelen geproduceerd welke ter plekke door het personeel genuttigd kunnen worden. Vethoudend water dat vrijkomt bij de voedselbereiding in de kantine wordt voor lozing op het vuilwaterriool over een vetvangput geleid, om zo vaste bestandsdelen te verwijderen uit het afvalwater. Binnen de inrichting zijn verder meerdere eetruimtes aanwezig, waar eventueel zelf meegebrachte voedingsmiddelen genuttigd kunnen worden. Hier vindt geen bereiding van voedsel plaats.
31/57
Kenmerk
6.3.7
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
Utilities
Eind 2018 heeft FrieslandCampina DMV, in het kader van energietransitie, haar twee gasturbines buiten gebruik gesteld en in 2019 verwijderd. Middels deze aanvraag melden wij tevens het buiten gebruik stellen van deze gasturbines. In plaats van de gasturbines is een koppelinkoopstation (KIS) gerealiseerd. Dit koppelinkoopstation is voorzien van diverse schakelkasten die de processen binnen de inrichting van elektriciteit voorzien. Met de realisatie van het KIS beschikt FrieslandCampina DMV over een hoogspanningsleiding waarmee de processen van elektriciteit voorzien worden. FrieslandCampina DMV beschikt over een aantal compressoren om perslucht te creëren. Daarnaast zijn op de locatie meerdere stoomketels aanwezig voor verwarming van installaties. Ter plaatse van de voormalige gasturbines is FrieslandCampina DMV voornemens een e-boiler te plaatsen om stoom elektrisch te produceren. Een van de gasgestookte stoomketels wordt verwijderd zodra de e-boiler in werking is. 6.3.8 Laboratoria Binnen de inrichting zijn laboratoria aanwezig ten behoeve van de kwaliteitscontrole van de producten. Ten behoeve hiervan zijn bij de laboratoria verschillende gevaarlijke stoffen opgeslagen (werkvoorraad en beperkte voorraad) in veiligheidskasten conform de PGS15. De locaties van de laboratoria zijn op de tekening opslag gevaarlijke stoffen weergegeven (bijlage 8).
Het afvalwater van FrieslandCampina DMV wordt periodiek door een extern, onafhankelijk, laboratorium geanalyseerd. Dit gebeurt niet in het eigen laboratorium. Op de locatie was een proefinstallatie aanwezig. Deze is buiten gebruik gesteld. Middels deze aanvraag melden wij tevens het buiten gebruik stellen van deze proefinstallatie. 6.3.9
Grondwaterzuivering
Op het terrein van FrieslandCampina is sprake van een grootschalige grond- en grondwaterverontreiniging met VOCl. Door activiteiten uit het verleden is op het bedrijfsterrein van FrieslandCampina sprake van meerdere bodemverontreinigingen (zware metalen, PAK, minerale olie, aromaten, cyanide en VOCl). Om de grondwaterverontreiniging met VOCl niet ongewenst te laten verspreiden is een grondwaterbeheersing nodig. Hierbij wordt voldaan aan de eisen van de Wet Bodembescherming. Er is sinds een tiental jaren een grondwaterbeheersing actief, welke doorlopend wordt geoptimaliseerd. Deze optimalisatie is noodzakelijk om daarmee aanvullend te voldoen aan de private afspraken gemaakt in het gebiedsbeheerplan. In het kader van de Wet bodembescherming is een saneringsplan opgesteld om de beheersing formeel te kunnen starten.
32/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
De laatste optimalisatie van het beheerssysteem bestaat uit een extra onttrekkingsput en een grondwaterzuivering (GWZI) met bijbehorend leidingwerk. Deze wijziging is vergund onder zaaknummer 2005151583 op 26 augustus 2020. Een pomp pompt grondwater vanuit de onttrekkingsput (gelegen ter plaatste van het parkeerterrein op locatie van FrieslandCampina DMV) naar de waterzuiveringsinstallatie in het WKC gebouw. De waterzuiveringsinstallatie heeft een capaciteit van maximaal 30 m 3/uur en reinigt het verontreinigde grondwater door middel van de volgende processtappen: • Voorkomen van het neerslaan van ijzer en/of kalk met antiscalant dosering bij een pH waarde • •
hoger dan 7,5 - 8 Verwijdering van onopgeloste bestanddelen met een kaarsenfilter om ophoping van onopgeloste bestanddelen in actiefkoolfilters te vermijden Zuiveren van het grondwater met drie actiefkoolfilters in serie door middel van adsorptie van de verontreinigingen (VOCl’s) aan actief kool
Het onttrokken grondwater wordt na zuivering geloosd via het hemelwaterriool op de ZuidWillemsvaart. 6.3.10 Reinigingsplaats tankauto’s Binnen de inrichting is een reinigingsplaats aanwezig voor het inwendig reinigen van melktankauto’s. Hierdoor kan de transporteur na aflevering van de verse melk met een schone tank terugrijden. Deze inwendige reiniging is noodzakelijk in het kader van voedselveiligheid. Tankauto’s worden op de locatie uitsluitend inwendig gereinigd en worden niet uitwendig gereinigd. De reinigingsplaats wordt alleen gebruikt voor tankauto’s die melkproducten vervoeren. 6.3.11 CIP-keukens Binnen de fabriek worden vanuit voedselveiligheid diverse schoonmaak- en desinfectiewerkzaamheden uitgevoerd. Bij deze werkzaamheden worden diverse (hulp)middelen toegepast waaronder bijvoorbeeld salpeterzuur. Binnen deze werkzaamheden is ook veel aandacht voor het milieu. Zo maakt FrieslandCampina DMV gebruik van een Cleaning In Place (CIP) installatie. De CIP wordt toegepast voor het reinigen van tanks, installatie en leidingen. In het CIP-proces vindt eerst een voorspoeling plaats waarmee restanten van grondstoffen en producten worden weggespoeld. Vervolgens vindt de schoonmaak- en desinfectiebehandeling met diverse (hulp)middelen zoals salpeterzuur plaats. Hierom vindt na de schoonmaak met de (hulp) middelen nog een naspoeling met water plaats.
Het relatief schone naspoelwater van de CIP wordt opgevangen in een tank. Met dit water wordt vervolgens de eerste reiniging van de volgende schoonmaakronde uitgevoerd. Door de verwijdering van product restanten met het naspoelwater, voor de toepassing van schoonmaak- en desinfectiemiddelen plaats vindt, wordt het verbruik van deze (hulp)middelen geminimaliseerd.
33/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
Het schoonmaken en desinfecteren van tanks, leidingen en installaties kan door de aanwezigheid van melkresten niet onder droge condities plaats vinden. FrieslandCampina DMV is momenteel bezig met projecten om de hoeveelheid benodigde reiniging te minimaliseren. Een voorbeeld hierbij: Op 9 augustus 2021 is door de Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant een milieuneutrale vergunning afgegeven voor het vervangen van de CIP keuken (kenmerk 2021-023317). 6.3.12 Gasreduceerstation Voor de inname van gas maakt FrieslandCampina DMV gebruik van een gasreduceerstation. Hier komt het gas onder hoge druk binnen. De druk wordt in dit station aangepast zodat het bruikbaar is voor de installaties die bij FrieslandCampina DMV aanwezig zijn voor de procesvoering. Dit gasreduceerstation wordt geëxploiteerd en beheerd door een externe partij. 6.3.13 Waterinname FrieslandCampina DMV kent meerdere soorten waterstromen binnen de inrichting, grondwater dat onttrokken wordt en leidingwater dat ingenomen wordt ten behoeve van het proces en oppervlaktewater dat gebruikt wordt ten behoeve van koeling. Koelwater Ten behoeve van koeling wordt oppervlaktewater uit de insteekhaven van de Zuid-Willemsvaart ingenomen. Dezelfde hoeveelheid water wordt na terugkoeling, bij het lozingspunt in de Zuid-Willemsvaart geloosd.
FrieslandCampina DMV beschikt over een vergunning Wet op de Waterhuishouding en mag conform deze vergunning maximaal 4.000 m3/uur onttrekken, met een maximum jaarcapaciteit van 19.000.000 m3. De Wwh is opgegaan in de Waterwet en daarmee valt de huidige koelwateronttrekking van FrieslandCampina onder de Waterwet. Voor de koelwaterlozing beschikt FrieslandCampina DMV over een maatwerkbesluit. Er wordt maximaal 34.560 m3 water per dag geloosd. Proceswater Ten behoeve van het productieproces wordt grondwater onttrokken en leidingwater ingenomen. Een deel van het teruggewonnen water uit het productieproces wordt hergebruikt, dit is het zogenaamde ‘Brüdenwater’. Het grondwater wordt onttrokken uit zowel het 1e als 2e watervoerend pakket. De onttrekking uit het 1e watervoerend pakket bedraagt jaarlijks maximaal 325.000 m3. Na onttrekking wordt dit over een striptoren geleid om de aanwezige VOCl verontreiniging te verwijderen. Hierna wordt de waterstroom gezuiverd door Brabant Water, waarna het in het productieproces toegepast kan worden. Uit het 2e watervoerend pakket wordt jaarlijks maximaal 875.000 m3 onttrokken. Dit water hoeft niet over een striptoren geleid te worden en wordt direct behandeld door Brabant Water, waarna het in het productieproces wordt toegepast. Exploitatie, beheer en onderhoud van deze zuivering is de verantwoordelijkheid van Brabant Water.
34/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
In 2020 bedroeg de inname van leidingwater 1,23 miljoen m3 en bedroeg de hoeveelheid onttrokken grondwater in totaal 973.000 m3. Tevens werd 1,15 miljoen m3 van het zogenaamde ‘Brüdenwater’ hergebruikt.
35/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
7 Aangevraagde veranderingen 7.1
Productiecapaciteit
FrieslandCampina DMV vraagt de productiecapaciteit in de revisievergunning aan op hoeveelheid te gebruiken grondstof in plaats van gereed product. FrieslandCampina DMV maakt op dit moment circa 20 verschillende producten. De vraag uit de markt bepaalt welke producten in welke hoeveelheden worden geproduceerd, waardoor de hoeveelheid van de verschillende soorten per eindproduct sterk kan variëren. De opmerking die hierbij geplaatst moet worden is dat een deel van de producten dat niet geschikt is voor food of feed als afval afgevoerd wordt naar bijvoorbeeld een vergistingsinstallatie. Vergelijking aanvraag vergunning 2003 en aanvraag revisievergunning 2021 In 2003 is een productie van 350.000 ton droog product aangevraagd. FrieslandCampina DMV wenst de vergunde productiecapaciteit niet te wijzigen (maximaal 350.000 ton eindproduct). De inname van grondstoffen wijzigt wel: • Inname van melk neemt toe van 1,4 miljard kg/jaar naar 1,9 miljard kg/jaar met een dichtheid van 13 % Inname van kaaswei / kaaswei permeaat is gewijzigd door een hogere dichtheid dan in het verleden. Betreft nu 416.667 ton met dichtheid van 24 %
•
Tabel 7.1 Inname grondstoffen en totaal eindproduct Ton
% droge stof
Ton droge stof
Melk
1.900.000
13 %
247.000
Kaaswei/kaaswei permeaat
416.667
24 %
100.000
Totaal
7.2
347.000
Bestemmingsplan noordzijde N.C.B.-laan
De locaties aan de overzijde van de N.C.B.-laan gaan nu ook formeel onderdeel uitmaken van de inrichting. Dit betreffen de locaties N.C.B.-laan 119 en 95 inclusief het naastgelegen parkeerterrein. N.C.B.-laan 119 Op de planlocatie geldt de bestemming ’bedrijventerrein’. De hiervoor aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven die zijn genoemd in de lijst van bedrijfsactiviteiten van categorie 2 tot en met categorie 3.2, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen, met daaraan ondergeschikt kantoren, dienstverlening en een kantine ten dienste van het met de bestemming beoogde gebruik. Bijbehorende functies zijn onder meer parkeervoorzieningen. Het gebruik van het terrein voor parkeervoorzieningen is conform het bestemmingsplan al mogelijk. FrieslandCampina DMV is echter een geluidzoneringsplichtige inrichting waardoor een afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk is voor verkrijgen van de benodigde vergunning voor realisatie van de werkzaamheden.
36/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
N.C.B.-laan 95 Voor het kantoor aan de N.C.B.-laan 95 is de eerste herziening van het bestemmingsplan ‘Dorshout’ van toepassing. De eerste herziening van het bestemmingsplan ‘Dorshout’ en bijbehorende plankaart stammen uit juli 1983. Het ‘Ambiance’ gebouw heeft de bestemming ‘horecabedrijven’ In artikel 23 deel 1. wordt beschreven dat ‘’De op de kaart voor horecabedrijven aangewezen gronden bestemd zijn voor de bouw van gebouwen en andere bouwwerken voor bedrijfsdoeleinden in de horecasector, alsmede voor de aanleg van daarbij behorende andere werken. De niet bebouwde gronden zijn aangewezen als erf en tuin met de daarbij behorende andere werken (tuinmuren, terrassen)’’. De gewenste functie kantoor met parkeren is niet toegestaan binnen de horeca bestemming, zodat afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Voorgenomen activiteit N.C.B.-laan 119 Het terrein aan de N.C.B.-laan 119 wordt als parkeerterrein ingericht (P2). Het verharde deel van het perceel wordt bestraat met betonstraatstenen, waarbij een toename van 1.600-1.700 m2 aan verhard plaatsvindt. Hiervoor is een watertoets uitgevoerd welke is opgenomen in de Ruimtelijke Onderbouwing. Het parkeerterrein biedt ruimte voor 370 parkeerplaatsen. Daarnaast worden zes opstelplaatsen voor vrachtwagens opgenomen.
Naar verwachting zullen 3 tot 5 vrachtwagens tussen 18.00 uur en 8.00 uur worden opgesteld op P2, zodat chauffeurs aan de rijtijdenwet kunnen voldoen. Maximaal kunnen er zes vrachtwagens per etmaal parkeren. Het terrein wordt alleen gebruikt door werknemers, bezoekers of leveranciers van FrieslandCampina DMV. Het parkeerterrein wordt niet openbaar toegankelijk voor andere gebruikers. N.C.B.-laan 95 Op het perceel N.C.B.-laan 95 is het gebouw van het voormalig zalencentrum de afgelopen jaren gebruikt als kantoor met parkeerplaatsen. FrieslandCampina DMV wil graag de functie van kantoor en parkeren handhaven. Het terrein ten westen van het gebouw wordt evenals het terrein aan de N.C.B.-laan 119 ingericht als parkeerplaats (P7). Conclusie In de ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd dat realisatie van de plannen op beide locaties mogelijk is. Mogelijke bezwaren zijn per milieuaspect beschouwd. De ruimtelijke onderbouwing is toegevoegd als bijlage 18 aan de aanvraag.
37/57
Kenmerk
7.3
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
Proefnemingen
Voor de optimalisatie van bedrijfsprocessen en onderzoek naar nieuwe kansen in het kader van duurzaamheid- en marktontwikkeling zullen proefnemingen nodig zijn. Het is op voorhand nog niet te overzien welke proefnemingen binnen welke termijn zullen plaatsvinden. Proefnemingen kunnen plaatsvinden binnen de gehele inrichting en hebben bijvoorbeeld te maken met verbetering van processen of zuiveren van reststromen. FrieslandCampina DMV zal hierbij de milieu impact bewaken met behulp van metingen. Het mogen uitvoeren van proefnemingen wordt dan ook nadrukkelijk aangevraagd in deze vergunningaanvraag. FrieslandCampina DMV zal vier weken voorafgaande aan een proefneming schriftelijk het bevoegd gezag op de hoogte stellen van de proefneming, omvang, duur en de te verwachten veranderingen ten opzichte van de reguliere situatie. Wij verzoeken hiervoor een maatwerkvoorschrift op te nemen in de vergunning.
7.4
Toekomstige ontwikkelingen
In de maanden voorafgaand aan het indienen van deze vergunningaanvraag zijn diverse wijzigingen door FrieslandCampina DMV aangevraagd en vergund. Een overzicht van alle vergunningen is opgenomen in bijlage 3. Onderstaand worden de projecten en de ontwikkelingen die reeds worden voorzien, maar nog niet zijn aangevraagd of gerealiseerd, onderstaand kort toegelicht: 7.4.1
Energie
FrieslandCampina DMV onderzoekt de mogelijkheden om zelf duurzame energie op te wekken en wil haar gasverbruik reduceren. Mogelijk dat derhalve in de toekomst vergunningen worden aangevraagd voor projecten in het kader van opwekking duurzame energie, dan wel voor elektrificeren van installaties. Eén van de voorgenomen ontwikkelingen voor het reduceren van het gasverbruik is het plaatsen van een e-boiler om stoom elektrisch te produceren. Voor het plaatsen en in gebruik nemen van de e-boiler heeft FrieslandCampina DMV reeds een vergunning ontvangen (kenmerk 2022-027623 / D2022-08-011407 d.d. 22 augustus 2022). De e-boiler wordt geplaatst ter plaatse van de voormalige gasturbines. Een van de gasgestookte stoomketels wordt verwijderd zodra de e-boiler in werking is. 7.4.2 Calcium-caseïnaat Calcium-caseïnaat (Ca-cas) wordt veel toegepast als ingrediënt onder andere in sonde-voeding. Door onder andere vergrijzing en COVID-19 is wereldwijd de vraag naar sonde-voeding en daarmee Ca-cas toegenomen en deze vraag zal naar verwachting nog verder toenemen. FrieslandCampina DMV is wereldwijd markteider als het gaat om productie van Ca-cas. Door de toenemende vraag naar Ca-cas vindt een verschuiving in productie plaats, waardoor meer Ca-cas wordt geproduceerd en gedroogd ten koste van een deel van de andere eiwit producten die FrieslandCampina DMV produceert (zie paragraaf 6.2).
38/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
Bij het drogen van Ca-cas emitteert NH3. Bij toename van de productie van Ca-cas neemt daarmee ook de emissie van NH3 toe. Aanvankelijk had FrieslandCampina DMV de intentie om deze emissie te reduceren door de bouw van twee custom-built gaswassers. Hiervoor zijn ook vergunningen aangevraagd en verkregen. Echter bij nadere beschouwing bleek dat de gaswassers weliswaar de NH3-emissie reduceren, maar dat de CO2 emissie, gas-, energie- en waterverbruik, het zuurverbruik en de nitraat-emissie naar het afvalwater dusdanig veel toenemen dat FrieslandCampina DMV op deze punten dan niet meer kan voldoen aan reductiedoelstellingen en andere emissienormen (dan NH3 naar lucht). Derhalve is gekozen om de NH3 emissie te compenseren, waarvoor een Wnb-vergunning is aangevraagd in december 2021. Deze Wnb-vergunningaanvraag is nog in procedure. De vergunde gaswassers worden, op grond van bovengenoemde redenen, niet meer gerealiseerd. Daarom zijn deze niet opgenomen in deze aanvraag revisievergunning. FrieslandCampina DMV gaat wel haar NH3 emissie reduceren conform de regels in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Op dit moment wordt onderzocht welke techniek hiervoor het meest effectief in de situatie bij FrieslandCampina DMV.
7.4.3 Nieuwe silo voor opslag calcium hydroxide (Ca(OH)2) FrieslandCampina DMV is voornemens om op termijn een nieuwe silo te plaatsen voor de opslag van calcium hydroxide (Ca(OH)2). Deze opslag vindt in de huidige situatie plaats via handmatige stort van pallets met zakken. Deze manier van opslag zal komen te vervallen na realisatie van de nieuwe Ca(OH)2 silo. In de nieuwe situatie wordt er maximaal 40 ton Ca(OH)2 opgeslagen in de silo. De Ca(OH)2 die opgeslagen gaat worden dient als grondstof voor het reeds vergunde proces waarbij kalkmelk gemaakt wordt. Deze kalkmelk wordt gedoseerd in het calcium-caseïnaat product. Voor deze nieuwe silo wordt een aanvraag omgevingsvergunning ingediend in het OLO (aanvraagnummer 7995771). Een beschikking op deze aanvraag wordt op termijn verwacht. 7.4.4
Vervanging neutralisatietanks
FrieslandCampina DMV is voornemens om op termijn twee neutralisatietanks te vervangen door één nieuwe neutralisatietank. De nieuwe tank zal een inhoud hebben van ongeveer 20 m3. De tank, inclusief nieuwe funderingsplaat, zal op een andere locatie gerealiseerd worden, omdat de twee bestaande tanks pas uit gebruik genomen kunnen worden als de nieuwe tank in werking is. De twee huidige tanks en funderingsplaat worden vervolgens gesloopt en het terrein hersteld. Voor deze nieuwe neutralisatietank wordt een aanvraag omgevingsvergunning ingediend in het OLO (aanvraagnummer 7993569). Een beschikking op deze aanvraag wordt op termijn verwacht. 7.4.5
P-vast reductie
In de toekomst gaat FrieslandCampina DMV investeren in een installatie die vast fosfaat (P-vast) gaat afvangen/verwijderen. Het doel hiervan is om de P-vast lozingsvracht aanzienlijk te reduceren. De reductie is wenselijk omdat P-vast dat geloosd wordt op het vuilwaterriool terecht komt in het slib van de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Dinther. P-vast neemt in dat slib inerte ruimte in die niet meer beschikbaar is voor bacteriën.
39/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
Deze bacteriën breken organische stof of stikstof af. Ofwel hoe hoger de fractie aan P-vast in de rioolwaterzuivering hoe minder ruimte er over is voor bacteriën. Omdat rioolwaterzuiveringen functioneren tot een maximaal droge stof gehalte is een afname van de inerte fractie wenselijk zodat er meer ruimte is voor afbraak van organische stof en stikstof. Naast P-vast kunnen mogelijk ook andere verontreinigingen, waaronder N-Kj mogelijk verlaagd worden door de P-vast installatie. FrieslandCampina DMV heeft zich als doel gesteld dat de installatie voor reductie P-vast medio 2026 in werking is.
40/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
8 Beschrijving milieuaspecten 8.1
Geluid
In opdracht van FrieslandCampina DMV in Veghel is door TAUW een actualisatie van het akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de gehele inrichting. De inrichting is gelegen aan de N.C.B.-laan 80 in Veghel op het geluidgezoneerde industrieterrein CHV/DMV. Aanleiding van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning (revisie) ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidniveaus ten gevolge van de inrichting op de zonebewakingspunten, woningen gelegen binnen de geluidzone en vergunningspunten. Het onderzoek is gebaseerd op een inventarisatie van de bedrijfsvoering en geluidmetingen ter plekke, literatuurgegevens en eerder uitgevoerde geluidonderzoeken. Aan de hand van de verkregen gegevens is een akoestisch rekenmodel vervaardigd waarmee de geluidniveaus zijn berekend. De geluidniveaus ten gevolge van de inrichting zijn, conform het zonebeheer, bepaald volgens de methoden uit de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999’. De geluidbelastingen ten gevolge van de installaties en activiteiten van FrieslandCampina worden aan de volgende grenswaarden getoetst: 1. De geldende MTG-waarden op de woningen gelegen binnen de geluidzone en de zonebewakingswaarden 2.
Grenswaarden voor maximale geluidniveaus uit de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening
Toets aan zonebewakingswaarden en MTG-waarden Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op de zonebewakingspunten voldaan wordt aan zonebewakingswaarden. Bij de woningen waarvoor eerder een hogere waarden is vastgesteld wordt in de dag- en avondperiode voldaan aan de vastgestelde hogere waarde, terwijl bij zeven van deze woningen het geluidniveau in de nachtperiode de vastgestelde hogere waarde overschrijdt. Dit betreft de woningen aan de N.C.B.-laan 73, 75, 77, 105, 111, 113 en 115. Bij de bedrijfswoning aan de N.C.B.-laan 121, die binnen de geluidzone is gelegen en waarvoor nog niet eerder een hogere waarde is vastgesteld, wordt de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde overschreden. Bij deze woningen is in de nachtperiode geen sprake van één of meerdere dominante geluidbronnen. De belangrijkste bron die in de nachtperiode een bijdrage heeft op de totaalbelasting op deze woningen heeft (maar waarvan de deelbijdrage meer dan 10 dB lager is dan de etmaalwaarde) is afblaas LBK E36, bronnummer 2148. Er is onderzocht in hoeverre (aanvullende) geluidreducerende maatregelen aan de afblaas LBK E36, mogelijk zijn. Hieruit blijkt dat maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van financiële aard.
41/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
Daarom wordt het bevoegd gezag verzocht om de hogere waarden voor de woningen N.C.B.-laan 73, 75, 77, 105, 111, 113 en 115 opnieuw vast te stellen en bij de bedrijfswoning aan de N.C.B.-laan 121 een hogere waarde vast te stellen. De aanvraag voor aanpassing van hogere waarden is separaat ingediend op 27 juli 2023. Deze aanvraag is geactualiseerd op 23 augustus 2023. Deze aanvraag om hogere waarden is voor de volledigheid opgenomen als bijlage 46. Toets aan maximale geluidniveaus Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de maximale geluidniveaus (piekgeluiden) voldoen aan de aanbevolen grenswaarden van de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening voor nieuwe inrichtingen, met uitzondering van het maximale geluidniveau in de nachtperiode bij de woningen aan de N.C.B.-laan 113 en 115. Hier bedraagt het maximale geluidniveaus 62 dB(A) in de nachtperiode en dit wordt veroorzaakt door de vrachtwagens bij de uitgang aan de N.C.B.-laan. Dit is een bestaande activiteit. Bronmaatregelen zijn niet mogelijk omdat er al met moderne en stille vrachtwagens wordt gereden. Overdrachtsmaatregelen zoals geluidschermen ontmoeten overwegende bezwaren van verkeerskundige en stedenbouwkundige aard.
Daarbij wordt nog opgemerkt dat de maximale geluidniveaus als gevolg van andere, niet inrichtingsgeboden, vrachtwagens op de N.C.B.-laan hoger zullen liggen dan 62 dB(A) en in de vigerende vergunning al grenswaarden van 62 dB(A) waren opgenomen ter hoogte aan de toen bestaande inrit. Omdat ook de maximaal aanbevolen grenswaarde van 65 dB(A) van de Handleiding Industrielawaai en Vergunningverlening voor bestaande inrichtingen niet wordt overschreden wordt het bevoegd gezag verzocht om voor de woningen N.C.B.-laan 113 en 115 een maximaal geluidniveau van 62 dB(A) toe te staan. Het akoestisch onderzoek is toegevoegd aan de aanvraag als bijlage 13. De opmerkingen die zijn gemaakt in het verzoek om aanvulling met betrekking tot geluid zijn verwerkt in deze bijlage.
8.2
Lucht
8.2.1 Luchtkwaliteit Door TAUW is op de locatie een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Deze is opgenomen in de bijlagen bij de aanvraag in het OLO, als bijlage 10. In deze bijlage zijn tevens de opmerkingen met betrekking tot lucht die zijn gemaakt in het verzoek om aanvulling verwerkt. De resultaten van het luchtkwaliteitsonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de ‘Wet luchtkwaliteit’ (hoofdstuk 5 titel 2 van de Wet milieubeheer). Uit de Wet luchtkwaliteit volgt dat een milieuvergunning vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit verleend kan worden, indien aangetoond is dat in ieder geval aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • •
Er worden geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit overschreden De luchtkwaliteit verslechtert niet door de voorgenomen activiteit, of er vindt per saldo een verbetering van de luchtkwaliteit plaats
•
De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging
42/57
Kenmerk
•
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit
De bijdrage van FrieslandCampina DMV leidt voor NO2 niet tot overschrijdingen van de grenswaarden voor de jaargemiddelde en uurgemiddelde concentraties. Ook voor PM10 wordt de maximaal toegestane jaargemiddelde concentratie van 40 µg/m3 en de daggemiddelde grenswaarde niet overschreden. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 blijft tevens ruim onder de grenswaarde van 25 µg/m3. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling inpasbaar is vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit op basis van artikel 5.16 lid 1a van de Wet luchtkwaliteit. 8.2.2 Stikstofdepositie De activiteiten die verricht worden binnen de inrichting van FrieslandCampina DMV hebben stikstofdepositie op diverse beschermde Natura 2000-gebieden tot gevolg. In het kader van deze stikstofdepositie is FrieslandCampina DMV vergunning plichtig in het kader van de Wet natuurbescherming. FrieslandCampina DMV heeft tweemaal een Wnb vergunning aangevraagd. Voor de eerste aanvraag heeft zij op 6 augustus 2021 een positieve weigering ontvangen (kenmerk Z/097900 – 273914). Voor de tweede aanvraag heeft FrieslandCampina DMV op 24 november 2022 een Wnb vergunning ontvangen (kenmerk ODBN Z/161001-342669). Hierbij zijn de volgende maximale emissies vergund vanuit de inrichting van FrieslandCampina DMV: 34.113.3 kg NH3/jr en 41.536,6 kg NOx/jr.
8.2.3 Luchtemissies De te verwachten emissies naar de lucht zijn beschouwd in het luchtkwaliteitsrapport en meegenomen in de stikstofdepositierapportage bij de aanvraag Wnb-vergunning. Emissies van ZZS worden niet verwacht binnen de inrichting, aangezien deze niet aanwezig zijn. Op grond van het e-mjv lijkt echter sprake te zijn van emissie van benzeen. De benzeen emissie wordt standaard berekend als bij het onderwerp verbranding in het e-mjv wordt gekozen voor ‘referentiewaarde’. Het e-mjv berekent zelf dan sommige waarden en komt dan ook met emissie van benzeen. Emissie van benzeen is echter niet aan de orde bij FrieslandCampina DMV en de optie ‘referentiewaarde’ in het e-mjv geeft in dit geval dus niet helemaal de juiste uitkomst. Vanaf de e-mjv rapportage 2023 zal in de e-mjv module handmatig de correctie plaatsvinden op de emissie van benzeen, zodat vanaf de jaarrapportage 2023 de emissie 0 kg/jaar zal bedragen. Schone lucht akkoord In het kader van de aanvraag om een omgevingsvergunning milieu voor FrieslandCampina DMV Veghel is een toetsing uitgevoerd voor de BBT-conclusies voedingsmiddelen, dranken en zuivel [FDM 12.2019]. Voor deze BBT-conclusies is door de Nederlandse overheid de ‘oplegnotitie BBT-conclusies voedingsmiddelen-, dranken- en zuivelindustrie’ beschikbaar gesteld.
De oplegnotitie is een hulpmiddel voor het bevoegd gezag bij de implementatie van de Europese BBT-conclusies. Het bevoegd gezag kan hiermee bepalen of een aanscherping in de vergunning haalbaar is. Op deze manier kan het bevoegd gezag bij vergunningverlening rekening houden met het Nederlandse Schone Lucht Akkoord.
43/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
In de BBT-conclusies voedingsmiddelen, dranken en zuivel is als BBT-GEN voor stofemissies naar de lucht een range van < 2 – 10 mg / Nm3 opgenomen als gemiddelde van de bemonsteringsperiode. In de oplegnotitie is verder een advies opgenomen om een emissiegrenswaarde in de vergunning op te nemen waar circa 30 % van de EU referentieinstallaties aan kan voldoen. Concreet betekent dit voor een bedrijf als FrieslandCampina DMV dat het advies vanuit de oplegnotitie aan het bevoegd gezag is om een emissiegrenswaarde van 2,8 mg/Nm3 voor stof in de vergunning op te nemen. Aangezien uit de metingen blijkt dat het haalbaar is om voor een aantal emissiepunten een lagere emissieconcentratie te realiseren, verzoeken wij het bevoegd gezag om: •
Voor de installaties van de verpakkingslijnen van afdeling Food Systems en de productielijnen van de Melkeiwit een emissiegrenswaarde te hanteren van maximaal 2,8 mg/Nm3. Dit betreffen de volgende emissiepunten: -
FoodSystems verpakking: DMV aanduiding: Oost, West, Centrale stofafzuiging en BB Melkeiwit: DMV aanduiding: D683, D684, D685, D597, D314, D315, D686
FrieslandCampina DMV begrijpt de wens en noodzaak om voor een aantal emissiepunten een lagere emissieconcentratie van 2,8 mg/Nm3 te hanteren. De installaties zijn echter ontworpen op een maximale emissie van 5 mg/Nm3. FrieslandCampina DMV kan met de huidige metingen niet met zekerheid te stellen of een installatie aan de 2,8 mg/Nm3 kan voldoen (met uitzondering van de hierboven genoemde 11 emissiepunten). Derhalve verzoekt FrieslandCampina DMV het bevoegd gezag om voor alle overige stofemissiepunten • Vooralsnog 5 mg / Nm3 als emissiegrenswaarde voor stof te hanteren •
Een onderzoeksverplichting in de vergunning op te nemen ten aanzien van stofreductie
Zie bijlage 44 voor een toelichting hierop en nadere gegevens over de betreffende emissiepunten. NOx reductie Mede met het oog op veranderingen in wetgeving, zoals de verlaging van de NOx emissiegrenswaarde naar 70 mg NOx/Nm3 voor indirecte branders, is FrieslandCampina DMV actief bezig met NOx reductie. Daarnaast vinden verdere ontwikkelingen op het gebied van NOx reductie plaats zoals het vervangen van directe gasgestookte brander H210 door indirecte verwarming met warmtepompen en het realiseren van een e-boiler (beiden reeds vergund). 8.2.4 Geur FrieslandCampina DMV streeft er naar om zo min mogelijk geuremissies buiten de inrichting op te laten treden. De geurbronnen zijn de luchtemissies van de denitrificatietanks en de emissies uit de droogtorens. De emissie uit de denitrificatietanks bestaat uit lucht die vrijkomt bij het denitrificatie proces.
44/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
Deze lucht bestaat vooral uit koolstofdioxide en stikstofgas. De lucht wordt via een schorsfilter geleid om geuroverlast te voorkomen. Tijdens het afzuigen van de bezonken neerslag in een denitrificatietank kan geur vrijkomen. De vrijkomende lucht daarom bij dit proces wordt over een gaswasser geleid om geuroverlast te voorkomen. Daarnaast zijn er weinig (diffuse) geurbronnen. Alle installaties zijn gesloten. Indien klachten uit de omgeving binnen komen met betrekking tot geuremissies vanuit de inrichting, zal FrieslandCampina DMV deze klachten zo snel mogelijk oppakken. Er wordt contact met de melder van de klacht gehouden en er wordt zo spoedig mogelijk naar een oplossing gezocht.
8.3
Bodem
8.3.1 Bodembescherming In opdracht van FrieslandCampina DMV heeft TAUW een bodemrisicoanalyse uitgevoerd overeenkomstig de ‘Nederlandse Richtlijn Bodembescherming (NRB 2012). De bodemrisicoanalyse is opgenomen in de bijlagen bij de aanvraag in het OLO, als bijlage 14. In het onderzoek zijn alle relevante bedrijfsmatige activiteiten onderzocht. Op basis van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat alle activiteiten een verwaarloosbaar bodemrisico hebben. 8.3.2 Bodemkwaliteit Op het terrein van FrieslandCampina is sprake van een grootschalige grond en grondwaterverontreiniging met VOCl. Door activiteiten uit het verleden is op het bedrijfsterrein van FrieslandCampina sprake van meerdere bodemverontreinigingen (zware metalen, PAK, minerale olie, aromaten, cyanide en VOCl). Er is door FrieslandCampina DMV in het verleden geen nulsituatie bodemonderzoek uitgevoerd voor de gehele locatie. De afgelopen jaren hebben echter veel boringen plaatsgevonden om de bodemsituatie in kaart te brengen. Al deze boringen zijn opgenomen in het zogenaamde Tegsis systeem, waarin alle boringen en analyseresultaten opgenomen, en digitaal opvraagbaar zijn. Hierdoor is een afdoende overzicht van de bodemsituatie bij FrieslandCampina DMV.
Ten behoeve van bouwwerkzaamheden, bij het starten of beëindigen van nieuwe bodembedreigende activiteiten en activiteiten met grondroering zal te allen tijde een bodemonderzoek uitgevoerd worden, dat afgestemd is op het beoogde gebruik, de werkzaamheden en eventueel geldende wet- en regelgeving of normen.
45/57
Kenmerk
8.4
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
Water
Binnen de inrichting worden leidingwater en oppervlaktewater ingetrokken en grondwater onttrokken en wordt water geloosd op oppervlaktewater en gemeentelijk vuilwaterriool. In deze paragraaf wordt ingegaan op de verschillende waterstromen. 8.4.1 Oppervlaktewater FrieslandCampina DMV onttrekt oppervlaktewater uit de insteekhaven Veghel ten behoeve van het koelen van haar productieprocessen. Dit koelwater wordt geloosd op de Zuid-Willemsvaart. FrieslandCampina DMV heeft voor de onttrekking op 1 oktober 2003 een Wwh vergunning verkregen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De Wwh is opgegaan in de Waterwet en daarmee valt de huidige koelwateronttrekking van FrieslandCampina onder de Waterwet. In het kader van de revisievergunning vindt geen verandering plaats van onttrekking van het oppervlaktewater. In het verleden werd de koelwaterlozing geregeld met een Wvo-vergunning. De Wvo-vergunning is met het in werking treden van de waterwet van rechtswege vervallen. Warmtelozingen kleiner dan 50 MW worden sindsdien geregeld met het Activiteitenbesluit. Warmtelozingen op aangewezen oppervlaktewater tussen 1 en 50 MW worden daarbinnen gereguleerd met maatwerkvoorschriften. Dit is van toepassing op de koelwaterlozing van FrieslandCampina DMV.
In het kader van het Activiteitenbesluit heeft FrieslandCampina DMV op 2018-11-2019 een melding ingediend bij Rijkswaterstaat voor maatwerkvoorschriften ten aanzien van de koelwaterlozing. Op 26 januari 2021 is door Rijkswaterstaat een maatwerkbesluit afgegeven voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 1 MW afkomstig van FrieslandCampina DMV. Het maatwerkbesluit is bekend onder nummer RWS-2020/57866. Schoon hemelwater, wat afkomstig is van niet-verontreinigde oppervlakken, wordt rechtstreeks geloosd op de Zuid-Willemsvaart. 8.4.2 Grondwater Ten behoeve van de processen onttrekt FrieslandCampina DMV grondwater. Het onttrekken van grondwater is vergund in de parapluvergunning grondwaterwet. Verdere informatie met betrekking tot de vergunning grondwaterwet kan gevonden worden in het overzicht van vergunningen, bijlage 3. De vergunde hoeveelheden te onttrekken water ten behoeve van het productieproces zijn toereikend voor de nieuwe situatie en zullen dan ook niet wijzigen. Daarnaast onttrekt FrieslandCampina DMV grondwater in het kader van de beheersing van een VOCl verontreiniging. Dit maakt onderdeel uit van een grondwaterbeheerplan in het kader van de Wbb. Voor het onttrekken van het grondwater ten behoeve van de grondwatersanering heeft FrieslandCampina DMV een vergunning in het kader van de Waterwet (zaaknummer 0000D20191211095926374 d.d.
15 januari 2020), verleend door het Waterschap Aa en Maas.
46/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
8.4.3 Procesafvalwater Het procesafvalwater wordt na voorzuivering geloosd op de vuilwaterriolering van de gemeente Veghel en afgevoerd naar de RWZI te Dinther. Vanuit de productiefaciliteiten van FrieslandCampina DMV worden verschillende afvalwaterstromen naar de voorzuivering; de denitrificatie-installatie, getransporteerd. In de denitrificatie-installatie wordt nitraat en fosfaat verwijderd. Niet alle productieprocessen binnen FrieslandCampina DMV lozen op de denitrificatie-installatie. Er zijn een drietal bedrijfsafvalwaterstomen die direct op het hoofdriool geloosd worden. Het gaat hierbij om de stromen; Afkeur Bruden A-gebouw, Zeecontainer UF/RO en RO permeaat. Er is gekozen om lozing van deze stromen niet via de denitrificatie-installatie te laten verlopen vanwege het beperkte debiet en de beperkte vuilvracht van deze (afval)waterstormen. 8.4.4 Lozingseisen lozing op riool Voor het bepalen van lozingseisen voor grootschalige afvalwaterlozingen op het communale riool heeft het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een handleiding opgesteld. Deze handleiding is bedoeld voor het eenduidig vaststellen van lozingsnormen in heel Nederland. Deze eenduidigheid heeft als doel om binnen Nederland een gelijk speelveld te creëren en om te zorgen voor handhaafbare en naleefbare lozingseisen voor zowel het bevoegd gezag als de lozer.
De vaststelling van deze lozingsnormen kan plaats vinden op basis van ‘expert judgement’ of door toepassing van het statistische programma ‘Lozingseis-assistent’3. De uitkomsten van de toetsing met de lozingseisassistent zijn opgenomen in bijlage 17. Bij de aanvraag op 18 december 2019 is een rapport ingediend met kenmerk ‘R125-1235467HBE-V01-los-NL’ voor de Lozingseis-assistent. Deze bijlage is in 2022 geüpdatet naar versie 2 (bijlage 17b). Daarna heeft een wijziging in de lozingseis van sulfaat plaatsgevonden welke is opgenomen in het rapport met kenmerk ‘R151-1235467-150HBE-V04-kzo-NL’ (bijlage 17c) en kenmerk ‘N148-1235467HBE-V03-evm-NL’ (bijlage 17a). Rapport met kenmerk ‘N166-1235467HBE-V01-lir-NL’ (bijlage 17d) geeft een update van de Lozingseis-assistent met gegevens over 2020-2022. In de onderstaande tabel zijn de eisen uit de vigerende vergunning 2005 opgenomen, samen met de uitkomsten van de berekeningen met de lozingseis assistent met gegevens over 2016-2019 en 2020-2022 en de lozingseisen die nu worden aangevraagd. De rapporten van de Lozingseisassistent geven een nadere toelichting op de uitkomsten en laten tevens de uitkomsten van de afzonderlijke jaren zien. Rapport N166-1235467HBE-V01-lir-NL geeft tevens een toelichting op de aangevraagde lozingsnormen.
Over de Lozingseis-assistent en de aangevraagde lozingsnormen is afstemming geweest met Waterschap Aa en Maas.
3
Lozingseis-assistent versie 18 september 2012 (3.1.11)
47/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
Huidig vergund
Maximaal
10-daags
Uitkomst lozingseis-
Uitkomst lozingseis
Toekomstbestendige
assistent op basis
assistent op basis
lozingseis (gewenst te
van 2016 -2019
van 2020-2022
beschikken)4
Maximaal
Maximaal
Maximaal
gemiddeld Debiet
m3/
10-daags
14.000*
10-daags gemiddeld
gemiddeld 12.230
10-daags gemiddeld
14.000
etmaal CZV
Kg/
12.000
13.000
9.300
10.170
8.193
12.000
900
1.030
900
935,1
818,9
9505
500
Niet te
437
575
350
150
100
7606
530
8.500
7.0007
5.300
4.350
etmaal N-kj
Kg N/ etmaal
NOx-N
Kg N/
850
350
150
100
131
105
99,0
1.000
500
826
581
746,0
10.000
7.000
10.000
7.000
8.010
5.500
3.900
etmaal Opgelost
Kg P/
fostaat
etmaal
Niet
Kg P/
opgelost
etmaal
berekenen
580,0
fosfaat Chloride
Kg NaCl/ etmaal
Sulfaat
Kg/
5.198
4.319
etmaal
Bovenstaande lozingsnormen worden middels deze revisie omgevingsvergunning aangevraagd. Ten behoeve van het emissiebeleid voor lozingen van (behandeld) (afval)water naar oppervlaktewater is de Algemene Beoordelings Methodiek (ABM) ontwikkeld. In de ABM toetsing wordt de waterbezwaarlijkheid van componenten en mengsels op basis van intrinsieke stofeigenschappen bepaald. De ABM-toets van FrieslandCampina is opgenomen in bijlage 16. Bij de aanvraag op 18 december 2019 is een rapport met ABM-toets ingediend met kenmerk R124-1235467HBE-V01-nij-NL (bijlage 16b). Deze ABM-2016 toetsing is aangevuld met een oplegnotitie met het kenmerk N103-1235467HBE-V02-los-NL (bijlage 16a) inzake de wijziging van de classificatie van enkele hulpmiddelen.
4
Gemiddelde dagvracht, gebaseerd op het voortschrijdende gemiddelde van 10 opeenvolgende dagmonsters
5
In afstemming met het waterschap zal deze lozingsnorm gelden tot 01-01-2026, na realisatie van P-vast reductie kan deze
lozingsnorm terug naar 900 kg N-Kj/etmaal 6
In afstemming met het waterschap zal deze lozingsnorm gelden tot 01-01-2026, FrieslandCampina gaat investeren in P-vast
reductie waarmee naar een gewenste maximale lozingsnorm van 200 kg P-vast/etmaal en een 10-daagse norm van 100 kg Pvast/etmaal wordt gestreefd 7
Dagvracht bepaald op basis van maximale weekvracht verdeeld over zeven dagen
48/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
Later is hierop nog een aanvullende oplegnotitie ingediend met kenmerk N150-1235467HBE-V01-pws-NL (bijlage 16c) inzake de saneringsinspanningen van de hulpmiddelen die een A-classificatie hebben. De notitie met kenmerk N167-1235467HBE-V01-prr-NL (bijlage 16d) gaat verder in op de beschouwing van de stof Na4-EDTA. Huishoudelijk afvalwater wordt geloosd op de het vuilwaterriool van de gemeente Veghel en zal vervolgens ook afgevoerd worden naar de RWZI te Dinther. Ten aanzien van de lozingseisassistent zijn de bijlagen 17a, 17b, 17c en 17d bijgevoegd. Ten aanzien van de ABM toets zijn de bijlagen 16a, 16b, 16c en 16d bijgevoegd. 8.4.5
Beheer en controle afvalwater (‘lines of defence’)
Afvalwater een is van de belangrijkste te beheersen milieuaspect van FrieslandCampina DMV. Er zijn line’s of defence aanwezig om de parameters in het afvalwater te beheersen. Hieronder wordt kort per parameter uitgelegd hoe de line’s of defence zijn ingericht. De toelichting bij de lod’s is opgenomen in bijlage 42. Bij overschrijdingen van normen treedt het calamiteitenplan in werking. CZV Op meerdere plaatsen in de fabriek en op het hoofdriool wordt in-line TOC (Total Organic Carbon) gemeten. Deze meting alarmeert de operator over een fout in het productieproces. pH In het afvalwatersysteem wordt natronloog toegevoegd om de pH van het afvalwater te corrigeren. pH wordt in-line gemeten. Corrigeren is nodig voor: 1. Een pH waarbij denitrificatie optimaal kan plaatsvinden 2. 3.
Een pH waarbij niet te veel orthofosfaat ontstaat uit calciumfosfaat Een pH die zich binnen de normen van de vergunning bevindt
Fosfaat Fosfaat ontstaat voor het grootste deel bij het ontzoutingsproces en bij het indampproces. Fosfaat wordt elke dag met spoed geanalyseerd door een laboratorium. Bij een dreigende overschrijding van fosfaat wordt het ontzoutingsproces tijdelijk stilgelegd. Een deel van het vast fosfaat wordt in een opslagtank afgevangen door het te laten bezinken. Het vast fosfaat wordt afgevoerd per as. Nitraat Er zit in het afvalwater veel nitraat afkomstig van salpeterzuur. Het nitraat wordt in de afvalwaterbuffertanks afgebroken door denitrificerende bacteriën. Om het proces optimaal te laten plaatsvinden is er voldoende verblijftijd, temperatuur, een optimale pH aanwezig.
49/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
Lactose of glucose wordt aan het systeem toegevoegd als voeding voor de bacteriën. Nitraat wordt in-line gemeten. Bij een afwijking wordt de lactose dosering verhoogd. Debiet Inmiddels is reeds een vergunning verleend voor een lozingsdebiet 14.000 m3 op de riolering. Debiet wordt in-line gemeten.
50/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
Chloride Het grootste deel van de chloride komt vrij bij het ontzoutingsproces. Ter beheersing van de emissie is er een in-line meting op het hoofdriool. Bij een dreigende overschrijding wordt het ontzoutingsproces tijdelijk stilgelegd. Sulfaat Sulfaat is afkomstig van het zwavelzuur dat wordt gebruikt bij het scheiden van eiwit uit melk. Sulfaat wordt een dag per week, op steeds verspringende dagen gemeten. N-Kj N-Kj bestaat uit de eiwitten en ureum uit melk en ammoniak uit de gaswasser van de walsdrogers. Deze parameter wordt dagelijks geanalyseerd, maar niet in-line gemeten. Monstername Dagelijks worden proportionele monsters genomen en geanalyseerd op de parameters: • pH • CZV (analyse: eenmaal per week) • • •
N-Kj Nitraat/nitriet - N Orthofosfaat
• • •
Gebonden fosfor Chloride Sulfaat
Afvalwater Taskforce Sinds medio 2022 is de afvalwater taskforce in werking. De afvalwater taskforce bestaat uit medewerkers van de productieafdelingen, technologie, technical service en SHE. Gezamenlijk bespreken zij wekelijks alle afvalwaterparameters van de afgelopen week en de incidenten die hebben plaatsgevonden binnen de productieafdelingen. De taskforce wordt dagelijks op de hoogte gebracht van de belangrijke afvalwater parameters en van eventuele incidenten. De afvalwater taskforce maakt daarbij gebruik van een voorstellend model, waarin op basis van de productieplanning en afvalwaterstromen die reeds in de waterbuffers aanwezig zijn, dreigende overschrijdingen worden herkend en maatregelen kunnen worden genomen om de dreigende overschrijding te voorkomen. De taskforce grijpt in wanneer een overschrijding van de vergunde parameters dreigt, door het afvalwater om te leiden naar de calamiteitentank of door het op voorhand stilleggen, remmen of uitstellen van producties. Ook kan besloten worden om afvalwater niet te lozen, maar per as naar een afvalverwerker af te voeren. Wanneer er onverhoopt een overschrijding van de vergunde parameters plaats heeft gevonden, vormt de afvalwater taskforce het onderzoeksteam dat het incident diepgaand onderzoekt en correctieve maatregelen voorschrijft om toekomstige incidenten te voorkomen.
De incidentenrapportage wordt door de afdeling SHE verstuurd naar de afdeling handhaving van Omgevingsdienst Midden West Brabant.
51/57
Kenmerk
8.5
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
Energie
8.5.1 Elektriciteit FrieslandCampina DMV verbruikt per jaar circa 125.000 MWh (netto) en probeert waar mogelijk energie te besparen (opgave elektriciteitsverbruik in het OLO-formulier is niet meer actueel). Tegelijkertijd is FrieslandCampina DMV haar installaties aan het elektrificeren. FrieslandCampina DMV was aangesloten bij de MJA-3. Op basis hiervan diende aangetoond te worden dat alle mogelijke besparingen gerealiseerd worden. Ook zet FrieslandCampina DMV zich in om waar mogelijk duurzame energie te betrekken. Er is in het kader van het doelgroepenbeleid voor de locatie een Energie-Efficiency-Plan (EEP) opgesteld, waarin een programma van maatregelen wordt voorgesteld om te voldoen aan nieuwe eisen die voortvloeien uit het NMP en het MJA. Over de voortgang van dit EEP werd door de locatie jaarlijks gerapporteerd via het e-MJV. Gezien de MJA3 is afgelopen is FrieslandCampina EED-auditplichtig geworden. FrieslandCampina heeft een EED plicht als concern. Per locatie wordt een EED audit uitgevoerd, het totaal van alle locaties wordt samengevoegd tot één concernverslag. Elke locatie doet dus wel een eigen EED Audit. Het verslag van de EED energie audit van 2020 is opgenomen in bijlage 43.
FrieslandCampina heeft haar koppelinkoopstation (KIS) in werking gesteld, waardoor aanvullend op de bestaande capaciteit, elektriciteit middels twee hoogspanningstracés richting de inrichting in wordt geleid. Vanuit het KIS wordt de elektriciteit middels verschillende schakelaars verdeeld over de inrichting. 8.5.2 Aardgas De twee binnen de inrichting aanwezige gasturbines zijn eind 2018 buiten werking gesteld vanwege de energietransitie. Het gasverbruik van FrieslandCampina DMV bedraagt circa 50 miljoen m3 per jaar. Het gasverbruik van FrieslandCampina DMV voor het productieproces zal, in het kader van de wens om verder te elektrificeren, naar verwachting de komende jaren afnemen. Echter zal ten behoeve van een aantal stookinstallaties nog steeds gas worden verbruikt.
8.6
Afval
Bij de processen die FrieslandCampina DMV uitvoert komen afvalstoffen vrij. Afvalstoffen worden zo veel mogelijk van elkaar gescheiden alvorens deze afgevoerd worden. De afvalstoffen worden (tijdelijk) opgeslagen in hiervoor bestemde opslagvoorzieningen en afgevoerd door erkende verwerkers. Bij FrieslandCampina DMV komt een grote verscheidenheid aan afvalstoffen vrij. Een overzicht van de afvalstoffen die in 2018 zijn vrijgekomen is opgenomen in bijlage 19.
52/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
De afvalstoffen die vrijkomen liggen echter niet vast en kunnen jaarlijks fluctueren. Zo is het onder andere afhankelijk van bijvoorbeeld bouw- en sloopwerkzaamheden. De tabel in bijlage 19 is geen ‘statisch’ overzicht, maar is opgenomen ter illustratie van de mogelijk vrijkomende afvalstoffen.
8.7
(Externe) veiligheid
FrieslandCampina DMV valt vanwege de hoeveelheid opgeslagen stoffen onder de Seveso III richtlijn, waardoor zij aangemerkt is als Brzo inrichting. Vanwege de hoeveelheid stoffen wordt FrieslandCampina DMV aangemerkt als laagdrempelige Brzo inrichting, waardoor geen veiligheidsrapport benodigd is. Er zijn in het kader van externe veiligheid een QRA en MRA opgesteld. Er is een stoffenlijst van de opgeslagen stoffen in de inrichting beschikbaar. Deze is toegevoegd aan de aanvraag als bijlage 12. 8.7.1 PGS 15 Binnen de inrichting zijn op diverse locaties PGS 15 opslagen aanwezig. Deze zijn aangegeven op de bijgevoegde tekening, bijlage 8 van de bij de aanvraag gevoegde bijlagen. In bijlage 12 is een overzicht opgenomen van alle opslaglocaties. Bij FrieslandCampina DMV zijn meerdere PGS 15 opslaglocaties aanwezig waarin meer dan 10 ton gevaarlijke stoffen opgeslagen wordt. Binnen alle opslaglocaties met een hoeveelheid groter dan 10 ton aan gevaarlijke stoffen worden echter geen brandbare stoffen opgeslagen. De belangrijkste PGS 15 opslagen betreffen de volgende locaties: • Voormalige losplaats RMO. Hier is 64 ton aan gevaarlijke stoffen opgeslagen • •
Gebouw CB. Hier is in totaal 115 ton aan gevaarlijke stoffen opgeslagen in twee opslagen en enkele opslagkasten Gebouw GR. Hier is ter plaatse van de voormalige natte mix bereiding 14 ton aan gevaarlijke
•
stoffen opgeslagen. In de opslagplaats ‘voormalige natte mixbereiding van E38’ tegen gevel van gebouw GR is daarnaast maximaal 10.800 kg met de ADR klasse 8 opgeslagen Opslag ten behoeve van laboratoria. Ten behoeve van de activiteiten in het laboratoria zijn
hier gevaarlijke stoffen opgeslagen in veiligheidskasten. De opslaghoeveelheid blijft onder 10 ton De opslagvoorzieningen voldoen aan hetgeen gesteld wordt in de richtlijn PGS15. 8.7.2 PGS 13 Binnen de inrichting zijn drie ammoniakkoelinstallaties aanwezig ten behoeve van het koelen van de producten en processen. Er kan een onderverdeling gemaakt worden uit de volgende drie installaties: • • •
GEA- groot - inhoud 3.500 kg ammoniak GEA- klein (koppeling 2 installaties) - inhoud 1.313 kg ammoniak Nijssen - inhoud 736 kg ammoniak
53/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
Bij het ontwerp en in bedrijf hebben van deze installaties is rekening gehouden met hetgeen gesteld wordt in de richtlijn PGS 13. De koelinstallaties worden onderhouden door een hiervoor gespecialiseerde externe partij. 8.7.3 PGS 31 Binnen de inrichting zijn een aantal tanks aanwezig, welke vallen onder het toepassingsbereik van de richtlijn PGS 31. Dit betreffen bovengrondse tanks met gevaarlijke stoffen, die niet vallen onder een andere PGS richtlijn. Het betreffen de volgende tanks: • Natronloog 50 % - 110.000 kg • Salpeterzuur 60 % - 78.000 kg • •
Zoutzuur 33 % - 26.000 kg Zwavelzuur 96 % - 61.000 kg
8.7.4 Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) De risico’s voor de externe veiligheid als gevolg van FrieslandCampina DMV zijn in kaart gebracht door het uitvoeren van een kwantitatieve risicoanalyse conform de rekenmethodiek Bevi bestaande uit de handleiding risicoberekeningen Bevi en Safeti-NL. Uit de QRA kan worden geconcludeerd dat het plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar binnen de inrichting is gelegen. Dit betekent dat voor wat betreft het plaatsgebonden risico voldaan wordt aan de in het Bevi gestelde grenswaarde. Binnen het invloedsgebied van FrieslandCampina DMV is geen populatie aanwezig die relevant is voor bepaling van het groepsrisico. Derhalve is er formeel geen sprake van een groepsrisico. De QRA is toegevoegd als bijlage aan de aanvraag, als bijlage 11. 8.7.5 Milieurisicoanalyse (MRA) Middels een milieurisicoanalyse is een beoordeling gedaan ten aanzien van mogelijke schadelijke milieueffecten op het oppervlaktewater en de RWZI bij ongewenste lozingen van waterbezwaarlijke stoffen. De relevante activiteiten en insluitsystemen van FrieslandCampina DMV zijn in een Proteus model opgenomen. Vervolgens zijn de risico’s beoordeeld en getoetst aan het referentiekader van Rijkswaterstaat dat in Proteus wordt gebruikt. Hierbij is naar voren gekomen dat er voor FrieslandCampina DMV risico’s zijn op volumecontaminatie en risico’s op falen van de RWZI.
Schadelijke milieueffecten oppervlaktewater De risico’s op volumecontaminatie voor oppervlaktewater hebben een verhoogd niveau conform het referentiekader van Proteus. Echter, hier gaat het om scenario’s inzake de salpeterzuurleiding die vanwege de beperkingen in Proteus een overschatting van de risico’s oplevert. Er is beargumenteerd dat er sprake is van een aanvullend veiligheidsniveau middels dubbelwandige leidingen met lekdetectie zodat er sprake is van een acceptabel restrisico.
54/57
Kenmerk
R051-1235467VKI-V07-aqb-NL
Schadelijke milieueffecten op RWZI Met het gebruik van de nieuwe voorgeschreven versie van Proteus (versie 4.5) is de rwzi niet langer een eindstation, maar wordt de afstroming vanuit de rwzi op het ontvangende oppervlaktewatersysteem meegenomen. Uit de resultaten van de modellering met Proteus wordt duidelijk dat er verhoogde risico’s zijn op falen van de rwzi met als gevolg volumecontaminatie van de Beekgraaf. Dit wordt veroorzaakt doordat een onvoorziene lozing onbemeten de inrichting verlaat en niet via de eigen afvalwaterzuivering van FrieslandCampina DMV afstroomt. Als gevolg hiervan zal de rwzi falen door enerzijds overbelasting danwel door inhibitie. Voor de kans op het falen van de rwzi gelden faalfrequenties die variëren van 1,0 x 10-3 tot 1,3 x 10-7 per jaar. Er worden meerdere scenario's gerapporteerd die een verhoogd risico geven als gevolg van het falen van de rwzi. In paragraaf 5.4 van bijlage 24 staan deze scenario's in detail uitgewerkt. Eén voorbeeld van scenario met verhoogd risico betreft het scenario dat de stof ‘room’ vrijkomt bij tank O844 in de voorfabriek, als gevolg van het instantaan falen van de tank (het zogenaamde ‘topping’-scenario). De gevolgde afstroomroute is van de voorfabriek naar riool HWA, vervolgens naar de rwzi Dinther en daarna verdere afstroming naar de Beekgraaf. De kans van optreden van dit scenario betreft 5,0 x 10-6 per jaar.
Er zijn in totaal circa 37 scenario’s die als verhoogd risico worden geclassificeerd. Dit aantal betreft een overschatting, vanwege diverse beperkingen in Proteus en vanwege rapportage van dubbelingen in het scenario-overzicht. Wanneer rekening wordt gehouden met de overschattingen en dubbelingen blijven er circa 15 scenario’s over met een verhoogd risico. Deze dienen nader onderzocht te worden om te kijken wat de mogelijkheden zijn om deze tot een acceptabel restrisico te reduceren. De MRA is toegevoegd als bijlage 24 bij de aanvraag. 8.7.6 Atex Binnen de inrichting zijn diverse Atex zones aanwezig, waar risico op (stof)explosies aanwezig is. Dit valt onder de reikwijdte van de Arbo wetgeving en is derhalve niet verder uitgewerkt in deze aanvraag. 8.7.7
Brandveiligheid
De gebouwen binnen de inrichting zijn in gebruik conform de gebruiksmelding. Hierin zijn zaken als brandcompartimentering geregeld. Daarnaast beschikt FrieslandCampina DMV over een bedrijfshulpverleningsorganisatie zie paragraaf 6.3.4.